>>>Jan Verplaetse : (uit Knack)- Jan Verplaetse is moraalfilosoof aan de Universiteit Gent. 'Het sprookje van de vrije wil' zaterdag 30 maart 2013 om 06u38 Dat er zoiets is als de vrije wil is stilaan het laatste dat hersenwetenschap verwacht. Desondanks blijft ons strafrecht in de vrije wil geloven.>>>
-Sprookjes verliezen meer en meer hun geloofwaardigheid . -Geloof is niet meer het geloof van voorheen : men gelooft niet meer in een persoonlijke god, niet meer in de eeuwige ziel, en zelfs niet meer in de vrije wil .
-En inderdaad de aanname van het begrip 'vrije wil' in onze realiteit en onze kosmos vernietigt meteen alle verworven wetenschap, die hoofdzakelijk steunt op wetten van oorzaak - gevolg en zelfs van finaliteit . -Wij zelf als mens zijn gedetermineerd : extern door de fysische en fenomenale omstandigheden van buiten-uit , en ook intern door de in onze hersenen opgeslagen idee-processen, die zich in logische orde afspelen en die wij onbewust navolgen en uitvoeren .
-Vraag blijft : is de mens dan nog verantwoordelijk voor zijn doen en laten ? -Antwoord : absoluut gezien niet ; maar de mens zal zich het best 'vrij' voelen als hij die absolute logische weg (Tao) volgt . -En wat dan met ons 'strafrecht' en uitvoering er van ? -Ook hier speelt de logica : het zal terecht zijn, als men zij, die afwijken van het normaal moreel bestaan, afzondert van de anderen en van de gemeenschap in een gevangenis bv., net zoals men sommige besmette zieken of geestesgestoorden afzondert, zonder daarom verder te verwijzen naar 'verantwoordelijkheid' . Net zoals men een rotte appel terecht uit de mand verwijdert, zonder men die appel er enige morele verantwoordelijkheid voor te geven . -...Vroeger voerde men de 'doodstraf' nog uit ; nu zondert men de 'misdadiger' af van de maatschappij ... _________________
"Ontologisch godsbewijs vanuit het absoluut, logische 'zijn' . Volgens J.M.Bochenski ( in zijn 'Wegen van wijsgerig denken') zijn 'wetten'(de eeuwige wetmatigheden van logica, wiskunde en andere ),het enige 'absolute 'zijn, terwijl al het overige daaraan contingent moet zijn. En deze wetmatigheden gelden voor de wereld, door dat de structuur van de dingen ontstaat door een projectie van die eeuwige'gedachte-wetten'. Deze wetten behoren tot de ideële wereld, waar alles eeuwig, onveranderlijk en noodzakelijk is. God of het absolute is dus niets anders of meer dan die absolute wetmatigheid ."
Geplaatst door Brabke op 19/04/2013 in Trouw - ; en geplaatst op Wikipedia : onder Godsbewijs.
Grammatica : het geslacht van de woorden en de dingen .
Grammatica : het geslacht van de woorden en de dingen.
-Zijn we dan zo gretig naar seks, dat we aan alles moeten een 'geslacht' toekennen? -Het gaat hier natuurlijk over de grammatica -de taal- en het raadsel omtrent het toekennen van een geslacht aan de woorden en aan de dingen . -Dat we een man mannelijk noemen en een vrouw vrouwelijk ; de man is een 'hij' en de vrouw een 'zij', is voor de hand liggend ; en ook dat we een mannelijk dier een hij noemen en een vrouwelijk een zij is ook normaal . -Maar dat we bv. aan een muur een mannelijkheid toekennen, door hem een 'hij' toe te kennen, en te zeggen, voor een mooi beschilderde muur 'hij is mooi beschilderd' (mannelijk) ; voor een vuile straat 'zij is vuil' (vrouwelijk) ; terwijl we van een huis zeggen, 'het is een mooi huis' (onzijdig ); en als de deur er van open staat zeggen 'zij' staat open (vrouwelijk)... -En als diezelfde dingen verkleind worden, maken we er 'onzijdig' van ;door te zeggen 'het' huisje is wel mooi ; het is een lief vrouwtje . -Wie geeft, of gaf er die 'geslachten' aan de dingen ? -Dat er naast mannelijk en vrouwelijk ook nog eens onzijdig bestaat, kan natuurlijk komen van man, vrouw én kind, het gezin, waarvan het kind zelf nog geen geslacht 'toegekend' wordt... of nog onzijdig is ? -Zij het dat bv. in het Frans er geen onzijdig bestaat, en sommige dingen, bv. een appel -mannelijk is in het Nederlands en vrouwelijk in het Frans , une pomme . -Zo zegt men bv. ook van een hond in het algemeen ( mannelijk én vrouwelijk) 'de' hond of hij is braaf ; terwijl men van het paard zowel mannelijk als vrouwelijk er een 'het' of onzijdig van maakt ? -Ja, alle talen verschillen wel ; in het latijn zijn er ook drie 'geslachten en in het Grieks en Frans maar twee... ; Weet niet of het chinees, of het indisch of arabisch ook dit fenomeen kennen ? -Vraag blijft : vanwaar die al lang bestaande neiging om ook 'dingen', die op zich geen geslacht hebben, er een te willen toedienen?
Misschien interessant voor OBA en voor 'Maand van de Filosofie' ...
Absoluut Godsbewijs of bewijs voor het Absolute ...
-Op 5.3.2013 heb ik een nieuw godsbewijs vanuit het absolute, logische zijn toegevoegd aan Wikipedia :Godsbewijs
Godsbewijs vanuit het absoluut, logische zijn . Volgens J.M.Bochenski ( in zijn Wegen van wijsgerig denken) zijn wetten(de eeuwige wetmatigheden van logica, wiskunde en andere ),het enige absolute zijn, terwijl al het overige daaraan contingent moet zijn. En deze wetmatigheden gelden voor de wereld, door dat de structuur van de dingen ontstaat door een projectie van die eeuwigegedachte-wetten.Deze wetten behoren tot de ideële wereld, waar alles eeuwig, onveranderlijk en noodzakelijk is. God of het absolute is dus niets anders of meer dan die absolute wetmatigheid .
Bij Wikipedia - onder het artikel 'Godsbewijs' heb ik op 5.3.13 een nieuw godsbewijs voorgesteld .
Het komt voor onder 'ontologisch bewijs' (Bochenski -Wetten); alsook als Godsbewijs vanuit het absoluut, logische 'zijn' .
Wikipedia : godsbewijs -aanvulling dd. 4.3.2013 : Valère De Brabandere-
Ontologisch godsbewijs vanuit het absoluut, logische 'zijn' . Volgens J.M.Bochenski ( in zijn 'Wegen van wijsgerig denken') zijn 'wetten'(de eeuwige wetmatigheden van logica, wiskunde en andere ),het enige 'absolute 'zijn, terwijl al het overige daaraan contingent moet zijn. En deze wetmatigheden gelden voor de wereld, door dat de structuur van de dingen ontstaat door een projectie van die eeuwige'gedachte-wetten'.Deze wetten behoren tot de ideële wereld, waar alles eeuwig, onveranderlijk en noodzakelijk is. God of het absolute is dus niets anders of meer dan die absolute wetmatigheid .
- De Tijd vliedt of vlucht weg als een pijl, immer voorwaarts . Men wordt ook steeds ouder ; maar daar gaan we het hier niet over hebben ; wel over het fenomeen TIJD zelf .
-Wat is Tijd ? Als men het vroeg aan St Augustinus (4e eeuw); beweerde hij het soms te weten ; maar als hij het moest uitleggen, dan wist hij het niet meer ,verklaarde hij zelf .
-Men heeft wel enig besef van de tijd ; maar een afdoende definitie of begrip er van is niet zo evident .
-Tijd wordt gebruikt in het gewone leven : Gebruikt hem wel zegt men soms wel eens ; of "het enige waarover de mens beschikt is een beetje tijd ".
-Maar de tijd wordt eveneens aangewend voor wiskundige berekeningen in de fysica, en is aldus verbonden met de empirische wereld .
-Maar naar inhoud is en blijft de tijd wel een transcendent fenomeen of idee, net trouwens zoals het begrip ruimte ook een begrip van transcendente aard is .
-Volgens Aristoteles was tijd de maat van de beweging ; en is aldus een intelligent begrip; want getal, tellen en meten zijn verstand-faculteiten en vlgs A. eigenschappen van de ziel .l
-De hemellichamen in hun bewegingen gaven de maat van de tijd aan . Zo doen ook de zonnewijzer, de zandloper, de mechanische uurwerken en de electrische en electronische satelliet-geleide klokken . Maar ook in de natuur -de seizoenen- en in het levensritme is enige maat van tijd terug te vinden . Er bestaat ook zoiets als objectieve en subjectieve tijd voor de mens .
-Ook St Augustinus zou de tijd verder subjectiveren en enkel verstaan als een eigenschap van of in de ziel . En ook Kant ging gedeeltelijk die weg op, door de tijd evenals de ruimte een a priori-vorm in ons verstand te noemen ; en aldus enkel te zien als een voorstellingsvorm van de dingen, waarvan men verder de ware inhoud niet kon kennen . Bergson legde vooral de nadruk op de duur van de tijd om het begrip ervan enigszins te begrijpen . En ook volgens Heidegger was : Tijd= Zijn ; want Tijd=Duur=Blijven=Zijn Hegel tenslotte zag de tijd als de evolutie van de absolute idee, maar zag de dag als een opvolging van NUs . En vlgs Wittgenstein was de wereld een geheel van feiten en niet van dingen .
-En reeds vanin de oudheid verdeelde men de tijd in 3 delen : nl. het verleden, het heden of het NU en de toekomst .
-Het begrip NU was het moeilijkst te plaatsen . Men vergeleek het met de punt in de ruimte ; dus met een nihil qua grootte of uitgestrektheid. Het NU is ook het ogenblik zonder enige duur of afmeting, dus een nihil in de tijd zelf ; want als men er enige duur zou aan toekennen, zou men dit tijd-moment alweer moeten en kunnen onderverdelen in een verleden, een heden en een toekomst .
-Het NU is werkelijk de scharnier tussen verleden en toekomst ; het verleden is immers niet (meer), en bestaat nog enkel in het geheugen of in andere bewustzijn-vormen ; en anderzijds bestaat de toekomst nog niet, en is enkel als verwachting, als planning of finaliteit in de geest of bewust-zijnden aanwezig -Enkel het NU zou dan een reëel bestaan kunnen hebben ; maar is qua grootte of duur een nihil van en in die tijd .
-Aldus komt men tot inzicht en moet men concluderen, dat TIJD enkel in de geest of het bewustzijn bestaat, en dan wel als idee of als een voorstellingsvorm
-En als we aannemen, dat alles in die tijd is en bestaat of existeert, moeten we besluiten dat dit alles op een zekere ideële wijze existeert, en een geestelijke, bewuste maar ongekende energie als inhoud moet hebben.
-Tempus fugit - immer als een pijl vooruit ; alleen in onze geest en geheugen kunnen we achteruitgaan in die tijd
Hoe ontstond de (oer)taal ? - artikel voor OBA / cat.Mens/filosofie
Hoe ontstond de (oer) taal ?
--Is de taal van een bovennatuurlijke oorsprong ? Werd ze door God meegegeven aan Adam en Eva in het aardsparadijs ? Kan ze van dierengeluiden voortgekomen zijn ?
--Is de taal ontstaan uit 'sociaal' overleg en akkoorden om de dingen en handelingen te noemen en te duiden ?
--Is de taal ontstaan op een natuurlijke wijze, uit het 'niets' als het ware en logisch verder geëvolueerd tot een nuttig gebruiksartikel ?
--Kan de evolutie van de oer-taal via rauwe en primitieve klanken- als van de dieren- naar woorden en zinvolle communicatie, vergeleken worden met de geschiedenis van het schrift, dat via primitieve beelden en hiërogliefen naar woorden en letters evolueerde ? Misschien wel ...
--Hierna volgt een uittreksel uit de 'Kratylos' van Plato over het ontstaan van de 'taal' .
--Uit de Kratylos :
* Sokrates : "Ik denk eigenlijk, dat mijn denkbeelden over de oorspronkelijke woorden nogal gewaagd en belachelijk zijn . Ik zal ze U mededelen als ge dat wilt . Als ge misschien iets beters weet, zegt het mij dan ."
* Hermogenes : "Dat zal ik doen . laat maar horen " ;
* Sokrates : "Ten eerste is volgens mij de letter 'R' de typische letter voor alle beweging (kinésis) . Die letter verklankt de snelle beweging in de woorden zoals : 'rhein'=stroom ; 'rhoé'=stroming ; 'tromos'= huivering 'trechein'=draven ;'kronein'=treffen;'rumbein'=dwarrelen...Al die woorden zijn heel beeldend gemaakt door de 'R' .
Want Hij ( de schepper) zag waarschijnlijk, dat de tong bij die letter nauwelijks in rust is, en heel snel beweegt .
De letter 'i' gebruikte Hij daarentegen voor transparente dingen, die overal doorheen kunnen gaan . Zo hebben we 'ienai'= gaan ; 'hiestai'= voortsnellen...
Met de letters ' t, ps, s, en z, ', die met veel lucht moeten worden uitgesproken, verbeeldde Hij weer andere woorden, zoals 'psuchros'=koude; 'zeon'=koken; 'seistai'=trillen; 'seismos'=schudden ; die letters gebruikt Hij om iets opgeblazends weer te geven .
Bij het uitspreken van de 'D' druk je de tong samen, en bij de letter 'T' zet je hem vast . Daarom vindt Hij de eerste letter geschikt voor het woord 'desmos'=boei; en de tweede voor het woord 'stasis'= stilstand .
Bij de 'L' maakt de tong eerder een glijdende beweging en daarom gebruikt Hij deze letter in de woorden : 'Leia'= glad ; 'olisthanein'= glijden ; 'liparon'= glanzend .
Waar de 'G' zich in combinatie met de glijdende beweging doet gelden, heeft Hij bv. 'glischros'=glibberig; en 'glukus'= lievig...
Hij heeft gemerkt, dat de 'N' binnen-in klinkt, en gebruikt hem daarom in de woorden 'endon'=binnen en 'entos'= innerlijk , om met deze letter de betekenis aan te geven .
Wat groot is, gaf Hij de letter 'A' mee ; en aan wat lang is de letter 'é' , want deze zijn grote letters .
De 'O' had Hij nodig om aan te duiden wat rond was : 'gOngulos' =rond ...
Zo maakt de naamgever ook van andere letters gebruik .
Hij geeft ieder ding naam en betekenis met behulp van letters en lettergrepen ;... en de overige woorden zijjn door onderlinge combinatie van woorden en door imitaties ontstaan ...
Dat versta ik nu over de juiste naamgeving ..."
----en verder :
* Sokrates : " Ge zijt het er dus eens mee, dat de naam een weergave of beeld is van het 'ding' ... En schilderingen zijn een ander soort weergave van de dingen (evenals letters, enz.)"
----en verder ;
* Sokrates : "Verlang niet dat alle letters er in zitten ( in de namen) om precies hetzelfde te zijn als het ding, waar het de naam van is ; en zie ook een letter, die er niet bijhoort, door de vingers ( als een of ander voor- of achtervoegsel ) .
En erken, dat een ding goed wordt verwoord, zolang de essentie van het ding maar bewaard blijft ".
----en verder :
* Sokrates : " Zijn we er van overtuigd, dat woorden alleen deugen, als ze bestaan uit de geschikte letters . geschikt wil zeggen, dat ze gelijkenis moeten vertonen met de objecten..."
---einde citaten ...
--Het gaat hier dus over de aanzet en de evolutie tot een primitieve vorm van taal, een oer-taal; die zeker niet meer bestaat .
--En het gaat hier 'niet' over latere evoluties en mutaties van talen in hun meer recente historie ...
--Kan men besluiten, dat de oer-taal niet door een God aan de mensen meegegeven is ; maar net zoals 'alles' volgens een wel bepaalde logica geëvolueerd is ?...
--Sociale akkoorden en afspraken omtrent taal, enz. zijn zeker niet te loochenen in de taal-histories ; maar over het allereerste begin van taal moet men een durende logische ontwikkeling aannemen .
--Zelfs als na eeuwen-lange evoluties en mutaties die logica nog moeilijk kan teruggevonden worden ??
Welkom met een Universele Theorie in een nieuwe Metafysica.
-Welkom bij "Visie op Filosofie"
en bij Blogo-sfeer : Bloggen.be Café- ; en O.B.A.-Onafhankelijke Bloggers Associatie .
-Bij wijze van afscheid -hierna een 'Universele Theorie van een Nieuwe Metafysica'.
--Het 'zijn' van de LOGICA , van de eeuwige 'wetten' of ideeën, zowel van de logica zelf als van de wiskunde of van andere wetenschappen, moet men zien als het eeuwige, absolute, immer noodzakelijke' zijn' ;
-- alles wat daarnaast 'is' of bestaat moet men dan contingent noemen ; en moet dus uit dat absolute ge-evolueerd zijn .
--Het 'Moeten zijn' van die logica... bv. 2+3 moet 5 zijn ; Pi moet 3,14... zijn ; of als A=C en B= C daaruit volgt dan A= B ,
enz....kan men vergelijken aan een MOETEN ZIJN of aan een WIL.
--Wij ervaren een 'wil' in ons eigen ego en maken er ook kennis mee in de psychologie . Willen , naast denken of bewustzijn ( geest? ) zet ons aan tot handelen, bewegen en dus ook tot 'energie' zelf .
--Nu 'ENERGIE' kan omgezet of gemeten worden in of als massa -volgens Einstein .-- en massa vertegenwoordigt 'materie' ( E=mc²) .
--MATERIELE 'dingen' of substanties en hun onderlinge relaties vormen aldus onze realiteit in haar extreme en fenomenale vorm ., na een proces vanuit de 'logica' zelf ...
--DUS = absolute logica, ideeën en bewustzijn ~~>een moeten zijn ~~> Wil ~~> doen, handelen en energie ~~> massa ~~> materie en substanties ~~> onze realiteit ...;
of : "de weg van de Absolute Idee (ën) ..." (E=mc²=Psy) ...
--Misschien wat simplistisch voorgesteld : maar toch een reële theorie ? En meer inzicht in die dingen is ons niet gegeven ; -" Weten van niet-weten" ,Socrates .
De 3 grote Koppen uit de filosofie : het WARE, het SCHONE, en het GOEDE .
--De voornaamste activiteiten van de mens zijn ongetwijfeld denken en 'doen' .
Ook de filosofie is daarom sedert eeuwen gedualiseerd qua inhoud ; en niet enkel in materialisme en idealisme, geest en uitgebreidheid of lichaam en ziel ; maar ook enerzijds in een theoretische en anderzijds in een praktische filosofie .
--We gaan het vooral over de 'praktische filosofie' hebben ...
--Kant schreef meer dan tweehonderd jaar geleden ook enerzijds zijn 'Kritiek der zuivere Rede' en anderzijds zijn 'Kritiek der praktische Rede' .
--'Zuivere rede' is eerder diep-metafysisch van inhoud en strekking ; terwijl 'praktische rede' eerder via een zekere levenswijze de waarheid en vooral het juiste doen en laten tracht te ontwarren, om de mens te dienen en hem verder te helpen in het leven .
--Tot de theoretische filosofie behoren in het bijzonder : de ontologie (leer van het zijn en de zijnden) ; de cosmologie (leer van de wereld en zijn inhouden) ; de theologie ( de leer van het opperwezen..) ; alsook de theoretische psychologie ( de leer van de ziel zelf ) . Deze theoretische disciplines zijn van diep-metafysische aard , daar ze verder tot de kern der dingen trachten door te dringen dan de experimentele wetenschappen zoals fysica of scheikunde, enz.
--De praktische filosofie was, en is nu nog voornaamlijk samengesteld uit disciplines, waarvan de mens onmiddellijk gebruik kan maken . Zo kennen wij de logica ( de leer van het juiste denken en kennen), de ethiek of moraal ( de leer om juist en goed te handelen en te leven ), en ook nog de esthetica ( de leer van het schone en van de kunst ) De laatste drie disciplines handelen aldus concreet gezien respectievelijk over het Ware, het Schone, en het Goede .
--Ook Plato kende deze drie toppers of koppen van de filosofie reeds in zijn leer over de ideeën ; voor hem waren ze als uithangborden voor een praktische, correcte levenswijze . Ze moesten de mensen voorhouden, hoe ze het best moesten denken om tot de waarheid te komen ; hoe zij het best moesten handelen om het goede te bereiken , en hoe ze het schone moesten kennen en nastreven om tot een harmonieuse, aangenamere wereld en eigen leven te komen .
A. Hoe vindt men het Ware ...; op praktische wijze via de kennisleer, de wiskunde en de wetenschappen ; maar eerst en vooral door de logica, die zelf een systeem voor dit 'vinden' is .
--De logica kreeg zijn naam als discipline veel later, na Aristoteles, die de basis ervan legde in zijn 'organon' of logische geschriften ; die hij zelf eerder analytica of interpretatie noemde .
Toch is Aristoteles de 'uitvinder' van het beroemde syllogisme, dat als een wonder-truc aanzien werd en nog wordt ,door om via minimum drie termen en proposities de sleutel en hefboom te zijn voor een bewijsvoering . In feite is het syllogisme niets meer of minder dan een uitgewerkte vergelijking, zoals men die in de wiiskunde kent , en steunt zij op het eerste 'ken' of oordeels-principe, nl. dit van de 'identiteit' ;
A = A, of A is niet enkel A, maar ook B ; dus A = B ; dat gaat verder als B = C, waaruit volgt dat A = C, enz...; zo eenvoudig is en moet logica zijn . Een evolutie vanuit het begrip-het woord- de volzin- een of meerdere volzinnen of proposities en tenslotte de conclusie, het betoog of argumentatie ...
--Er bestaan allerlei logica's en methoden : er is aldus de 'deductie'-methode of afgeleide-methode, waarvan het syllogisme het proto-type is . En er is ook een bewijsvoering vanuit de ervaring en de feiten, die stelregels en bewijzen tracht op te stellen , nl. de 'inductie' .
-- Logica als denkleer is ook in die zin meta-fysisch, daar het ordenend beginsel in het begrippen- en geheugenbestand , de 'intellectus agens' van een transcendente oorsprong moet zijn (ook voor Aristoteles ) .
Toch blijft logica vooral een praktische discipline om beter te denken.
--Het Ware moet steeds gezocht worden om tot ware communicatie, gerede argumentatie en zelfs tot echte wetenschap en kennis te komen .
Tot daar de zoektocht naar het Ware ...
B. Wat is het Schone ? Het schone is een tweede topper voor ons streven en handelen .
--Dit schone uit zich eveneens in een gedeelte dat min of meer van meta-fysische aard is ; nl. als definitie van het 'schone' zelf . Wat is schoon of schoonheid ? Wat streeft men na om schoonheid te bereiken ? Wanneer is iets of iemand mooi of schoon ?
--Mogelijk antwoord : als iets, iemand of het beeld van iets of iemand 'bevalt', behaagt of aangenaam is . Maar wat is de voorwaarde en conditie om te bevallen, te behagen of aangenaam te zijn ? Hier ligt de diepere aard van het schone .
--Een zekere orde, harmonie en vooral een redelijkheid of logisch -zijn, staan borg voor dit behagen van iets of van iemand .
--Het ideale beeld ; of het volledig aan de definitie beantwoordend model van iets of iemand, kan en moet men schoon noemen . Een mens is werkelijk schoon te noemen als alles erop en eraan de juiste maten en proporties heeft, en harmonieus in evenwicht is . Alsdan schept hij behagen en is hij aangenaam voor zijn omgeving ...,kortom hij is een mooi mens .
--De ware grond van het schone dient m.i. gezocht te worden- ja, natuurlijk in het behagen, en aangenaam zijn ; maar dit behagen zelf vindt zijn 'grond' en principe in het redelijk of logisch zijn en functioneel en harmonieus zijn van zijn vormen en inhouden . Alles wat behaagt is aldus schoon te noemen, omdat het kritiekloos kan 'gezien' en bewonderd worden .
--Naast de theorie van het schone is er ook nog de 'kunst', die het praktische deel ervan is .
Kunst is eerst en vooral een handeling, die het ideale 'zijn' in harmonie en proportie wil bereiken ; t.t.z. het medehelpen aan de perfectie van zowel het 'zijn als de zijnden . Dit kan zich uiten in bv. schoonheidzorg, onderhoud en eveneens in imitatie via beelden, schilderijen en andere afbeeldingen zowel in plastische vormen of zelfs in woord en klank .
--Voor Plato was het beeld of schilderij slechts een secondaire en zelfs tertiaire schoonheid ; daar dit beeld slechts een afbeelding was van een persoon bv., die dan zelf maar een 'afgietsel' was van de als idee bestaande, transcendentale mens .
--Voor Aristoteles was kunst eerder een perfecte 'imitatie'- zij het meestal wel in een verbeterde uitvoering .
--Voor Kant was iets 'schoon' wanneer zijn delen zo gerangschikt zijn, dat daardoor de overeenstemming van fantasie en verstand verkregen wordt . Schoonheid moest men eerder in het toeziende subject zelf zoeken, dan in het bewonderde object ; daar het 'innere' der dingen dan toch niet gekend kon worden, en er slechts affecties van die dingen waargenomen konden worden .
--Aldus is Kunst een kunnen ; een imiteren, een aanvoelen van impressies, die door de kunstenaar door zijn eigen expressies weer naar buiten gebracht worden . Zoals eerder gezegd : kunst is de aller-
individueelste expressie van de aller-individueelste impressie of emotie ..
--Kunst wil de werkelijkheid meestal op een geïdealiseerde en verbeterde wijze uitbeelden en weergeven ; en is op zijn beurt een streven naar het 'transcendentale' perfecte, logische en redelijke ...
C. De derde topper is het Goede .
--Volgens de ideeën-hiërarche van Plato was het Goede de allerhoogste waarde, die diende nagestreefd worden .Het Goede is evenals het Ware en het Schone een abstract begrip, dat evenwel door iedereen begrepen wordt ; maar niet steeds op dezelfde wijze gezien wordt .
--Het Goede was voor Plato de Godheid zelf, en de goddelijkste onder de ideeën. Reeds eerder werd door de Epicuristen het 'goede' vereenzelvigd met het 'goede leven', dat moest gevolgd en betracht worden ... Goed- leven volgens bepaalde regels in deugdzaamheid, moed en vooral in matigheid- t.t.z. volgens de 'gulden middenweg' van Aristoteles, was het motto . Hieruit zou dan de 'gelukzaligheid' voortvloeien .
--Het Goede was vooral een ethische of morele doelstelling...Hoe leven ?... Volgens uw geweten zoals ook de Christenen dat leren ? Volgens Kant was dit te bereiken door het naleven van zijn 'categorische imperatieven' ."Leef zo, zodat uw levenswijze kan gelden als 'Wet' ..en Gebruik de mens nooit als als een middel, maar steeds als doel .."
--Leef eerlijk en deugdzaam volgens de regels van de 'logica' als het ware ; zo behoort het . Leef goed, niet enkel om tijdelijke of eeuwige straffen te vermijden ; maar vooral omdat het nu eenmaal zo 'hoort' ; en aldus de meest logische handelwijze is . Deugden moeten nu eenmaal logisch zijn...
--Leven volgens uw conscientie of geweten ; is leven volgens de Rede en de logica ; een logica die enigszins dwingend is ; maar toch een vrije keuze laat van doen of laten . De mens werd doorheen de geschiedenis steeds geloofd om zijn goede daden en gelaakt of gestraft om zijn slechte daden ; en steeds werd en wordt verondersteld, dat hij deze daden in vrijheid kan stellen . Want zonder die vrijheid van handelen, kan hij nooit verantwoordelijk gesteld worden, en is van ware ethiek geen sprake .
--Leef 'juist', zo leef je goed ; moet de 'slogan' zijn voor een goede ethiek en moraal .
--Na een beknopt overzicht gegeven te hebben omtrent de 'drie grote koppen' uit de filosofie ; moet men besluiten dat ieder van deze drie als 'idool' of voorbeeld kan gelden en moet aanzetten tot navolging .
--Alle drie doen zij een streven ontstaan naar het 'hogere' en naar het 'transcendente' .
--Zowel het Ware als het Schone en het Goede staan als ideaal torenhoog boven het gewone leven, dat om 'meer en beter' vraagt .
"Excelsior" is het motief om deze toppers te bereiken ...
--Maar, alle drie de waarden steunen werkelijk op een zekere 'logica', zowel het Ware, het Schone als het Goede moeten volgens de logische weg en redelijk handelen bereikt worden .
--De ware basis voor een praktische en goede levenswijze waarvoor het Ware, het Schone en het Goede het uithangbord zijn, is dus de logica of de redelijkheid .
--Het Ware zal wel het dichtst bij de 'logica' betrokken zijn ; omdat het tevens een 'term' of begrip is 'uit eigen huis'.
--Schoonheid eist een logische harmonie en evenwicht in alles .
--Goedheid tenslotte vraagt om een juiste en logische levenswijze en een inzicht om tot het echte 'geluk' te komen .
--De 'logica' ( de Logos ?) waarin alle streven, zowel zijn causaliteit als zijn finaliteit vindt, is dan ook het 'transcendente' zelf, waarnaar de mens in zijn vrijheid naar verlangt, naar hunkert en zelfs aanbidt .
--Die 'logica' vindt de mens in zichzelf terug, daar hij zelf deel heeft aan het 'absolute bewustzijn', dat de 'logica' zelf is ...
-Volgens Einstein moeten we af van een persoonlijke god en de er aan gelinkte dogma's en religies . -Een alles omvattende visie op onze realiteit alleen kan daar aanleiding toe geven. -De beroemde formule van Einstein 'E=mc²' kunnen we uitbreiden tot 'E=mc²=Psy'... waarin ook het spirituele en logisch, bewuste ( wat dit dan ook moge wezen ) zijn rol en deel krijgt . Woorden van Albert Einstein: "De religie van de toekomst zal een kosmische religie zijn. Het zou een persoonlijke God moeten transcenderen, en dogma en theologie vermijden. Zowel het natuurlijke als het spirituele betreffende, zou het gebaseerd moeten zijn op een religieuze intuïtie, afkomstig van de ervaring van alle natuurlijke en spirituele dingen als een betekenisvolle eenheid.
Ik ben Valère De Brabandere
Ik ben een man en woon in Tielt (België) en mijn beroep is gepensioneerde ambtenaar.
Ik ben geboren op 27/02/1935 en ben nu dus 90 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: o.a. filosofie.