Ik ben Jaclien, °19 december 1955. Ik werkte lange tijd in de tuinbouwsector, volgde onlangs de opleiding Begeleider Animator voor Bejaarden en werk nu in een woon- en zorgcentrum met ouderen met dementie. Ik ben getrouwd met Echtgenoot en mama van vier kinderen: Dochter (°1988), Oudste Zoon (°1990), Middelste Zoon (°1992) en Jongste Zoon of kortweg Jongste (°1999). Ik schrijf graag. Heb jarenlang meegewerkt aan de Wist-je, het schoolkrantje van de plaatselijke basisschool. Ook voor allerlei gelegenheden brouw ik wel eens een tekstje. Op dit blog wil ik graag wat van mijn dagdagelijkse ervaringen, herinneringen en bedenkingen, afgewisseld met vroegere spinsels, meedelen.
Een uitstap gisteren
naar de Gentse Floraliën met een aantal mensen van het woon- en
zorgcentrum. Tweeëntwintig bewoners, evenveel
rolstoelen en begeleiders. Er waren natuurlijk héél veel bloemen op de
Floraliën. Maar naar mijn gevoel waren er nóg meer mensen: je kon over de
hoofden lopen! Al moet ik zeggen dat ik meer voeten dan hoofden heb
gezien, in een poging niemand raak te rijden met de rolstoel. Kortom, het was er gewoon veel te druk. Meer
nog voor de bewoners dan voor ons. Ik kan niet zeggen dat ik er heel veel van gezien heb, maar hier en daar toch eventjes halt gehouden voor een fotootje:
Net toen we naar school wilden vertrekken vanochtend, zagen we hoe een eendenmoeder met haar kleintjes het water van onze vijver kwam ingewaggeld voor een vroege zwembeurt. Zachtjes slopen we dichterbij, Jongste en ik, en keken ademloos toe. Op mijn tenen liep ik nog snel naar binnen om mijn fototoestel te halen. Een poosje later zaten we, nog nagenietend van dit geschonken momentje, in de auto op weg naar school. "Dit is eigenlijk wel een reden om een beetje te laat op school te komen hé!" vond Jongste. Ook al denk ik dat scholen een "Ik ben te laat omdat er net een moedereend met haar jongskes in de vijver zwom!", niet meteen als een geldig excuus zullen aanvaarden, toch had hij eigenlijk wel een beetje gelijk. Maar voor alle duidelijkheid: we waren nog op tijd.
Een jaar of anderhalf geleden heb ik eens een i-pod mee gewassen in de wasmachine. Het apparaat was al enkele weken verloren gewaand, maar bleek nog in de zak van de turnbroek van Middelste Zoon te zitten. Ik vergeet soms wel eens zakken na te kijken, dat is waar. Maar in een turnbroek verwacht je toch geen kostbaarheden als portefeuilles of MP3-spelers. En nu had Middelste Zoon, nonchalant als altijd, gedachteloos zijn i-pod in zijn turnbroekzak gestopt. Had hij dus een proper gewassen i-pod, dat wel. En het bleek nog een sterk apparaat te zijn ook: na enkele weken drogen op de verwarming deed hij het weer. Ondertussen heeft Zoon zo'n nieuw toestelletje. Eén met een ingebouwde beveiliging, zo lijkt het wel. Maandag werd ik namelijk opgeschrikt door nogal snerpend klinkende muziek. Het bracht me naar de badkamer. Ik bleef even stil staan luisteren. Hoorde één van de favoriete nummers van Middelste Zoon. Ik legde mijn oor aan het radiootje dat daar staat, en dat Middelste Zoon gewoonlijk loeihard opzet als hij aan het douchen is. Want neen, een douchebeurt zonder muziek, dat gaat toch niet! Maar dit schamele geluid kwam niet uit die radio. Ik zocht verder. De muziek leek uit de wasmand te komen. En jawel, daar lag een jeans van Zoon in de vuile was. De i-pod nog in de zak. Iedereen weet dat electronische toestelletjes niet graag worden gewassen. De i-pod van Middelste Zoon heeft gelukkig tijdig van zich laten horen. En is dus ontsnapt aan een heikele was- en zwierbeurt.
Het muziekkamp voor Jongste is een geslaagde onderneming gebleken. Op een paar kleine incidentjes na is het prima verlopen. Yes! Ontzettend dankbaar voel ik me om die groep mensen die Zoon weer de broodnodige extra ondersteuning hebben gegeven. Het hangt zo dikwijls af van een beetje begrip en de wil om aan te passen. Net voor de ouders hun kinderen weer naar huis konden nemen was er een soort slotconcertje in openlucht. Konden de muziekmakertjes eens laten zien, of meer nog laten horen, waar ze de vorige dagen mee bezig geweest waren. Het concertje kende al een hilarisch begin. Op het kamp waren enkele chiroleiders en -leidsters mee. Die hadden in stilte met de kinderen iets afgesproken. En niet één van hen scheen z'n mond voorbij gepraat te hebben. Toen het eerste liedje gezongen zou worden heerste er een gespannen stilte. De dirigerende juf hief haar armen om de maat te slaan. Op het juiste moment begonnen de kinderen te zingen. Alleen... was het niet het verwachte lied, maar klonk in de plaats ervan tot in de wijdse omgeving de sinterklaasschlager: "Zie ginds komt de stoomboot...!" Even ontreddering bij de juf, en dan was het grapje goed voor minstens tien minuten geschater.. En dan kon het toonmomentje pas echt beginnen. Weeral een ontroerend gebeuren natuurlijk voor al die aanwezige vaders en moeders. Hier een paar sfeerbeelden:
Hij is weg, onze Jongste. Voor enkele dagen met de muziekschool op muziekkamp. Vaak is het nog niet gebeurd dat hij enkele dagen zonder ons van huis is. Een keertje op zeeklassen en vorig schooljaar met zijn klas op bosklassen. Het is dan ook een extra spannende onderneming met ons zorgenkind. Ook nu hield en houd ik mijn hart vast. Gaat de spanning zich niet te veel opbouwen? Gaat het er niet te druk voor hem zijn? Jawel, er stond een hele batterij mensen klaar om de kinderen op te vangen. De meesten van hen heel gekende juffen van de muziekschool. En héél belangrijk, ook zijn beste vriendje, dat hij nog kende van de gewone basisschool zou er zijn. Maar toch..., helemaal gerust was ik er niet op. Woensdag is hij vertrokken. Die ochtend had ik heel zorgvuldig zijn spullen klaar gemaakt. De trompet moest mee, en ik had die nauwgezet nagekeken en de droge onderdelen gesmeerd. Ik had de kleren van Zoon in aparte zakjes gestoken, zodat hij 's ochtends gewoon maar zo'n zakje had te nemen. Ik had het hoesje van zijn hoofdkussen nog gewassen, er de meest vertrouwde kussensloop omgedaan, zodat hij zich 's avonds te ruste kon leggen op een "stukje thuis". Maar ergens moet er toen iets zijn mis gegaan met het klaarmaken van de weekendtas. Ik weet nog hoe ik het lijstje van mee-te-nemen dingen zocht om te checken of ik niets vergeten was. Dat ik het toen op het eerste zicht niet zag liggen. Ik moet toen zijn afgeleid door iets anders. We hadden samen nog een gezelschapsspel gekozen. Wat er ook van zij, toen we op de kampplaats aankwamen bleek ik het één en ander vergeten te zijn. Om te beginnen zijn SLAAPZAK en hoeslaken! Wie vergeet er nu het beddengoed? Ik dus! Nu kon ik niet eens, zoals de andere mama's, het bed van Jongste opmaken. De kampplaats was gelukkig in de buurt van de woonplek van één van de juffen. Ons kind zou gedepanneerd worden, zodat ik die zeventig kilometer niet extra op en neer hoefde te rijden. Maar toch keerde ik even later naar huis met een hele dikke knoop in de maag. Voor een kind met ASS houd je de stressfactor liefst zo laag mogelijk. En wat doe ik? Ik vergeet het meest elementaire! Het schuldgevoel daarover was nog niet weggeëbt toen ik later thuis ook de oplaadbare zaklamp nog in het stopcontact zag zitten. Ik had er aan gedacht hem op te laden, maar wel vergeten in te pakken dus. En op het lijstje, dat ik nu in één oogopslag zag liggen, stond ook nog een keukenhanddoek vermeld. Wat sms-jes heen en weer, en Jongste werd ginds ook in deze ontbrekende spullen voorzien. 's Avonds kreeg ik nog het verlossend, attent en warm berichtje dat alles goed gegaan was met ons kind! Van toen af durfde ik het wat los te laten. En mezelf mijn verstrooidheid, een klein beetje toch, te vergeven. Maar nu toch reuze benieuwd. Straks gaan we hem ophalen. En worden we eerst getracteerd op een muziek- en zangconcertje van de hele groep. Duimen maar dat het gelukt is, deze uitstap van Jongste. Dan is er met en door ons speciale kind weer een grote stap gezet.
"Ik kan niet snuiten!" klaagt de kleine jongen. "Oei! Je neusje is zeker verstopt!" meent mama. Kleine vent kijkt haar heel verbaasd aan, en zegt terwijl hij naar zijn neus wijst: "Dat is niet wáár! Mijn neusje is hier!"
Dochter en Jongste gaan de laatste tijd al eens samen naar het zwembad. Omdat ze allebei graag gaan zwemmen en het leuk vinden om daarbij gezelschap te hebben. Zalig vind ik het als iemand iets actiefs onderneemt met onze jongste zoon. En ik het eens niet zelf hoef te doen. Enkele jaren geleden, toen Jongste moest leren zwemmen, was ik het wel zelf die wekelijks met hem naar het zwembad trok. Uit die tijd het volgende anekdootje:
Zoon en ik zijn samen in een kleedhokje om ons om te kleden voor de zwembeurt. In het hokje naast dat van ons, horen we een mama de hele tijd kijven op haar kind: "Neen, laat dat liggen..., laat dat liggen zeg ik je..., blijf daar af...!" De kleine heeft blijkbaar zijn oortjes thuis gelaten, en mama's stem gaat de hoogte in: "Blijf daar af, zeg ik je....!!" Stelt Jongste me sussend gerust: "...'t Is niet tegen u hoor!"
Middelste Zoon is vandaag terug gekomen uit vakantie. En kruipt vanavond weer in zijn eigen bed. Gewoonlijk moeten ze het zelf doen, hun bed opdekken als het beddengoed gewassen is. Maar als ze op vakantie geweest zijn zorg ik dat ze hun nestje netjes terug vinden, opgemaakt met frisse lakens. Zo spreidde ik vanochtend dus het zongedroogde linnengoed over het bed van Middelste Zoon. Ruimde wat op, verfriste de kamer. Bekeek tevreden het resultaat. En moest opeens denken aan de vele uren die we afgelopen winter op deze plek op onze eeuwenoude zolder hebben doorgebracht. Met gipsplaten zetten, met plamuren en schilderen. Eén van de muren is nog gewoon een authentieke oude muur. Hier en daar moet er nog wat worden afgewerkt. De muren zijn misschien nog wat kaal. Maar in het geheel genomen mag het resultaat er best zijn. Allé, vind ik toch...
Hij is al een week van huis, onze Middelste Zoon. Gaan snowboarden in Oostenrijk, samen met het gezin van zijn beste vriend. Het lijkt wel of hij al een eeuwigheid weg is. Het is nochthans maar precies één week geleden dat hij nog alle zeilen moest bijzetten om een langlopende taak voor school af te krijgen. Een taak voor het vak Nederlands: hij moest een poëziemap aanleggen. Vijf gedichten analyseren en bespreken. Middelste Zoon heeft nog nooit veel blijk gegeven van veel interesse in poëzie. Heeft al helemaal niet de ambitie zich te profileren als poëtisch talent. Toch bevatte de taak nog een extra opdracht: zelf een gedicht schrijven. En niet zomaar een gedicht, het moest over de liefde gaan en in de dichttekst moesten minstens vijf lichamelijke gewaarwordingen die met liefde te maken hebben voorkomen. Nu eerlijk, wat moet een gast als Middelste Zoon nu met zo'n opdracht? Mocht hij al de intentie hebben om lijfelijke liefdesgewaarwordingen in een gedicht te gieten, dan al zeker niet om aan de neus te hangen van de juf van Nederlands. Dus wat kan zo'n kerel doen in dit geval? Je moeder een gedicht laten schrijven? Met de kans dat zo'n rijmelarij druipt van de meligheid. Ook niet van dien aard om op school mee te komen aandragen. Je kan ook een aantal "lichamelijke gewaarwordingen" gewoon opsommen. Er een pittig draaike aan geven. De hulp van ma inroepen om er nog eens wat aan te trekken. En voilà: een gedicht!
Zondag was er weer het grote Paasfeest in de familie, natuurlijk met het bijhorende paaseitjes rapen. Hier de jongsten van de familie in actie. Van links naar rechts en boven naar onder: Yoran, Tibe, Rube, Fien, Jessica, Silke, Alexia, Xander en Elena.
Oudste Zoon is een typische avondmens. Wordt 's ochtends nogal moeilijk wakker dus. De zomertijd doet daar geen goed aan, zeker niet in de eerste gewenningsweek. Daarenbuiten is Oudste Zoon al een hele tijd bezig aan een, blijkbaar, erg moeilijke schooltaak. Eén waarbij nogal wat ingewikkelde formules komen kijken. Gewoonlijk hoeft hij vrijdagochtend niet zo vroeg naar school. Maar helemaal zeker wist ik het vanmorgen niet en besloot het even te checken. "Zeg jongen," vroeg ik aan de bobbel onder het dekbed "het is vrijdag vandaag. Hoe laat moet jij eigenlijk naar school?" Traag wat beweging onder de dekens en dan een verdwaasd: "Ehh.. Wat bedoel je?" "Wel precies wat ik zeg!" zucht ik, en herhaal: "Het is vrijdag vandaag en ik weet niet hoe laat je juist op school moet zijn!" "Oh, eeeeh....," komt hij van ver "ehh.. nul komma éénentachtig!"
Dat Lien erg gevoelig is voor pijn, had ik al eens gemerkt toen ik haar een keer een ietsje te stevig bij de hand genomen had. Met een luide "au" trok zij toen die hand terug. Vanmorgen was een verpleegster bezig aan haar arm. Wat er precies had moeten gebeuren heb ik niet gezien: de arm was net keurig ingezwachteld toen ik binnenkwam. "Voilà, het is weer voorbij!" zei de verzorgster, glimlachte naar het dametje en ging weg. Lien was stil, maar toen ik even later naar haar keek, zag ik hoe twee dikke tranen over haar wangen biggelden. Ze was geluidloos aan het wenen. "Maar Lientje toch," schrok ik een beetje "wat nu? Heeft het zo'n pijn gedaan?" Ik liep naar haar toe en legde een arm om haar heen. Voelde hoe haar schouders schokten. Ze knikte, fluisterde zachtjes "Ja", terwijl de tranen van haar gezicht drupten. Ik nam een servetje en veegde ze voorzichtig weg. Later in de voormiddag was er het zanguurtje in de grote groep. Na het zingen kreeg ik de opdracht een groepje mensen mee naar hun plek op de eerste verdieping te nemen. Het was druk aan de lift en we moesten een poosje wachten. Ineens begon Janne vedrietig te huilen. Dat ze zo'n pijn had aan haar been. Al verscheidene keren had ik haar horen vertellen dat ze aangevallen geweest was door een hond. In haar beleving had de hond haar in het been gebeten. Janne verpakt haar verdriet en verlorenheid vaak in verhalen over pijn aan haar benen of knieën. In tranen vertelde ze het verhaal van de hond opnieuw aan Lientje die haar aandachtig opnam. "Maar allé toch..!" verbaasde die zich en dan sussend: "Kom...!" Ondertussen was traag een beverige hand omhoog gegaan en omvatte teder de wang van de ontredderde Janneke. Even traag bracht Lien ook het hoofd naderbij en gaf Janne een troostende zoen.
De kinderzender Nickelodeon propageert nu woensdag een "Buitenspeeldag". Ik heb het zelf niet echt gevolgd, maar volgens Jongste wordt op veel buitenspeelplekken, zoals speeltuinen bijvoorbeeld, iets speciaals georganiseerd. Ook de kinderen van zijn school, die woensdagmiddag in het semi-internaat blijven, gaan die dag wat bijzonders doen. Jongste kan niet deelnemen aan die Buitenspeeldag, omdat hij woensdagmiddag muziekschool heeft. Dat vindt hij wel heel erg jammer. "Moeten ze dat nu op een woensdagmiddag organiseren?" vraagt hij zich gefrustreerd af, telkens hij het reclamespotje ziet. Ook al weet hij natuurlijk wel dat bijna alle kinderen op woensdagmiddag vrijaf hebben. Na schooltijd zit hij er in de auto weer over te mopperen. Dat die Buitenspeeldag deze week doorgaat, terwijl hij nog muziekschool heeft. Deze week, de Goede week met de verschillende "bijzondere" weekdagen: Witte donderdag, Goede Vrijdag, Stille Zaterdag. Wat hem betreft is het woensdag ook een bijzondere weekdag: voor hem heet deze dag "Ongelukkige woensdag"!
De leerlingen van de notenleerklas moeten telkens als huistaak een aantal muzieklesjes oefenen. Bij wijze van test duidt de juf elke keer enkele leerlingen aan om zo een lesje te zingen vooraan in de klas. Een heleboel kinderen lijken dat erg graag te doen. Ook onze Jongste. Alleen is het voor hem niet eender welk lesje hij mag zingen. Hij heeft er altijd wel eentje dat zijn absolute favoriet is. En eigenlijk zou hij dan enkel dát bepaalde lesje voor de klas willen brengen. Zo kwam hij een poos geleden verontwaardigd en verdrietig thuis: hij was zo goed als aan de beurt geweest, wist welk "briefje" hij moest trekken om zijn lievelingsmelodietje te kunnen zingen. Maar net was de les voorbij geweest en had hij niet meer naar voor mogen komen. En volgende keer zouden het natuurlijk weer andere stukjes zijn. Gisteren kwam hij weer thuis na de notenleerles. Aan zijn helder gebabbel hoorde ik dat hij goed gemutst was. "Heb je nu mogen zingen?" vroeg ik nieuwsgierig. Neen, maar dit keer was dat niet erg. Volgende keer zou er een lesje bij zijn, dat hij heel mooi vond. Het aller-àllermooiste liedje uit héél zijn boek! "Zó mooi," bedenkt hij enthousiast "dat als ik ooit koning zou worden van een land, dit dan het volkslied moet zijn!"
Iedereen maakt wel eens een spreekfout door twee woorden of lettergrepen met elkaar te verwisselen. Zo ook Dimitri die met enkele kameraadjes aan het voetballen is en meedeelt dat hij voor scheidsrechter wil spelen. "Ik ben de recht-schijter!" roept hij.
"Zou jij eens niet mee willen gaan kijken?" vroeg ze. Dochter had mooie laarsjes gezien. Op de Meir in Antwerpen. Ze was ze al gaan passen en ze zaten als gegoten. Maar nu twijfelde ze nog om die laarsjes te kopen. Ze waren niet goedkoop. En zouden ze wel gaan onder een rok? Ik moest eigenlijk niet lang denken. Ik wou al een poosje naar boekhandel "De Slegte" gaan. Jawel, onder andere om lectuur die geschikt is voor oude mensen te zoeken, weet u nog? Dus eventjes met Dochter mee naar "t Stad"? Antwerpen lijkt nu dichterbij, nu ik weet hoe je er geraakt met de bus. Nu ik niet door drukke straten hoef te laveren of parking moet zoeken. Dus werd het vanmiddag een gestolen snoepuitstapje naar de Meir. We snoven daar de bijzondere sfeer op van de eerste lentedrukte. Mensen lijken wel anders te kuieren als het wat warmer is. Meer op hun gemak. En overal waren er straatmuzikanten, voor wie ik altijd graag een muntje opduikel uit mijn beurs. De laarsjes vond ik echt mooi, de koop was gauw gesloten. Of ik ze mee naar huis wilde nemen, want Dochter moest in de namiddag naar de les. "Ze niet op de bus laten staan hé!" kreeg ik nog te horen. In de boekhandel nam ik ruimschoots mijn tijd om, met de kostbare aanwinst van Dochter tussen mijn voeten, te grasduinen tussen de boeken. Ik kocht er een paar, al vond ik niet helemaal wat ik zocht. En dan maar weer naar huis. Een zorgeloos halfuurtje nog om te lezen in de bus. En voorbij was het, het onverwachte uitje...
De eerste keer dat ik haar zag was op mijn eerste stagedag in het woonzorgcentrum. Mitteke, een klein tenger dametje. Ze hield een grote pluchen poes, die behoedzaam in een dekentje was gewikkeld, op haar schoot. Ik glimlachte vriendelijk naar Mitte en begroette ook de poes, die ik zachtjes over de kop aaide. Maar dat mocht blijkbaar niet, want Mitte trok de kat boos weg. "Ge komt aan heure kop!" reageerde ze verontwaardigd. Later zag ik Mitte en haar knuffelpoes nog verschillende keren, als ik door de gang liep en in het voorbij gaan door de openstaande deur in haar kamer keek. Dan zat ze steeds op dezelfde stoel aan het tafeltje. Mitte komt maar zelden bij de andere mensen in de leefgroep zitten. Vorige week liep ik weer langs haar kamer en besloot even bij haar binnen te gaan. Een beetje beschroomd zei ik gedag, verwachtte half dat ze weer afwijzend zou reageren. Maar tot mijn verbazing begon Mitte ineens te vertellen. Dat ze altijd poezen had gehad. Dat ze een zoon had, die naar ze meende, nu "negentig" jaar was. Dat haar moeder vroeg gestorven was en ze haar tijdens de oorlog zo erg gemist had. Ook haar zusje, die altijd een speelkameraadje voor haar was geweest, was gestorven. Mitteke vertelde en bleef vertellen. Ik luisterde met oprechte belangstelling. Niet alleen om de inhoud van haar verhaal, maar ook vanwege de streektaal die ze hanteerde. Ze sprak precies hetzelfde dialect dat ik kende uit mijn kindertijd, de taal die Ma en Pa ook spraken: Het Noord-Brabants van hun dorp net over de Nederlandse grens. De streektaal waarin wij aanvankelijk hadden leren praten, voordat het op school vermengd werd met de streekeigen taal van onze woonplaats. Het was fijn om dit taaltje nog eens onversneden te horen. Zou zij echt uit dezelfde streek komen als Ma en Pa? Scherp luisterend hoorde ik hoe ze enkele woorden anders uitsprak. Niet helemaal van hetzelfde dorp dus. Later zou ik vernemen dat ze in het dorp naast dat van mijn ouders, het dorp net vóór de Nederlandse grens had gewoond. Mitteke babbelde maar door. Soms vertelde ze dingen al voor de tweede of derde keer. De poes op haar schoot bleek in haar wereld niet altijd een kat te zijn. Dat begreep ik toen ze vertelde dat ze een dochtertje verloren had. Het was niet het kleintje op haar schoot, want "...deze kleine is 'n een jongen éj!", zei ze met een hoofdknik naar haar knuffel. Even later vertelde ze hoe ze een keer alleen thuis was als er een mevrouw op bezoek kwam met een baby bij zich. Die mevrouw had haar gevraagd of ze het kindje eens had willen vasthouden. Ja dat wou ze wel. De bezoekster had voorzichtig het baby'tje op haar schoot gezet. "Zo, hou het nou maar vast. Voorzichtig zijn, en nie aan het koppeke kommen éj!" had die dame haar geleerd. Pas toen ik later thuis mijn ontmoeting met Mitte nog eens overliep, begreep ik ineens waarom ze de eerste keer zo boos had gereageerd op mijn vriendelijke toenaderen van de pluchen poes! Mitteke. Met een glimlach moet ik nog aan haar denken. Als ik nog eens bij haar terug kom, zal ze me niet meer kennen. Ontmoetingen worden niet meer naar de harde schijf van haar geheugen geschreven. Maakt niet uit. Voor mij was deze kennismaking met haar dé ontmoeting van de dag.
Een fotootje van Fien. U weet wel, het kleintje van Neef dat op 9 Maart is geboren. Als ik het goed heb was het vandaag "de uitgerekende datum" voor de bevalling. En vandaag begint, ondanks het sombere weer, ook de lente. Een mooie dag dus om dit prille kindeke te laten bewonderen op dit stekje.
dag bloesemknopje honingbijtje donzig kiekske net uit 't eitje
dag lentezusje, zonnekusje voorjaarswindje, vredeskindje elfenwijsje
"Probeer tegen volgende keer eens een verhaal te vinden. Een verhaal dat je geschikt vindt om voor te lezen aan de doelgroep." Een opdracht in onze opleiding Begeleider Animator voor bejaarden. Een kolfje naar mijn hand eigenlijk. Maar toch niet zo'n gemakkelijk gegeven, zo bleek. Al surfend en zoekend vond ik wel informatie over voorlezen aan ouderen. En hoe weldoende dat kan zijn, ook voor oude mensen dus, om naar verhalen te luisteren. Omdat het zo dicht bij mijn eigen belangstelling ligt, en omdat het zo'n eenvoudige manier is om mensen te boeien, wil ik me daar graag extra op toeleggen. Maar nu een verhaal vinden voor de doelgroep. Voorlopig bestaat die uit dementerende mensen. Met welke verhalen zijn deze mensen te boeien? Korte verhalen, omdat ze niet lang kunnen onthouden natuurlijk. Een verhaal over onderwerpen, gebeurtenissen, gewoonten, waarvan ze zich (nog) een voorstelling kunnen maken, die appelleren aan hun herinneringen. Of gedichten, die alleen al omwille van rijm en ritme iets weldadigs kunnen hebben. Verhalen voor oude demente mensen zijn niet hetzelfde als verhalen voor kinderen. Of zouden sommige prentenboeken toch voor hen geschikt zijn?
Terwijl ik dit schrijf is het vijfjarig kleutertje, aan wie ik een keer beloofde een verhaaltje voor te lezen, bij ons. Drie prentenboeken hebben we al doorgewandeld. Eén ligt er nog op tafel. "Het hart van Tom" van Carl Norac met tekeningen van Carl Cneut. Een schitterend mooi verhaal met een teder gegeven. Eén van mijn lievelingsprentenboeken dat ik destijds voorlas aan Jongste. Maar niet geschikt voor dementerende mensen, meen ik. Maar, bedenk ik dan, zou dat geen gat in de markt zijn? Prentenboeken voor ouderen? Prentenboeken voor dementerende ouderen? Getekend en geschreven vanuit precies de juiste invalshoek: zonder deze doelgroep terug te dringen naar een kinderniveau, toch rekening houdend met een verminderd begripsvermogen en geheugen.
En nu mijn opdracht nog. Er surfen hier wel eens mensen op mijn blog, die veel lezen en graag schrijven. Heeft iemand van jullie een idee voor een geschikt verhaal?
daar het verlangt dat het oog en oor en weerwoord vangt
en liefst van al: een glimlach..
Een tekstje lenen? Soms publiceer ik een dichttekstje op mijn blog. Is er één dat u aanspreekt en u graag wil lenen voor een gelegenheid? Ik zou mij heel vereerd voelen. Maar toch wil ik er graag enkele afspraken rond: -Dat mijn initialen er onder gezet worden (jb). -Dat er niets meer in gewijzigd wordt. (Wil het a.u.b. laten weten als er taal- of tikfouten in staan.) -Uiteraard niet te gebruiken voor commerciële doeleinden.
Gastenboek
Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek