DAG 75: Donderdag 12 juli 2018.
Onder mijn voeten: Soto de Luina Almunia 40,4 kilometer.
Een toevallige ontmoeting met Vincent en zijn dochter Paola.
Waar het gisteren de ganse dag zwaar bewolkt was, stonden we deze morgen al vanaf onze eerste schreden in het stralende zonnetje. De tocht verliep vandaag dwars door enkele heuvels en gedeeltelijk langs verharde en onverharde weg. Vanaf de doortocht aan het kapelletje van Ballota, langs de N-632A duurde het voor mijn part iets te lang op het beton om het aangenaam gevoel dat ik tot dan toe had ondervonden, nog meer voeding te geven. De weg draaide en keerde en liep op en af als een roller-coaster. Echt moeilijk was het vandaag zeker niet, al was de beklimming van een heuvel op een modderige aardeweg wel de moeite om even uw zweetdoekje boven te halen. Daar was het dat ik Vincent en Paola voor de eerste maal tegenkwam en waar ze mij heel vriendelijk lieten passeren. Het was op sommige ogenblikken toch wel grijpen naar vaste punten naast de weg om zeker niet weg te schuiven. Maar mij hoor je daarover niet klagen. De richtingswijzers waren niet helemaal goed aangebracht vandaag. Op zeker ogenblik is het resultaat dat ik uit een bospad kom gelopen en ik andere wandelaars bemerk op de grote weg. Daar kan je toch wel vragen bij stellen, wellicht heb ik me vergist op een bepaalde afslag, want op enkele momenten heb ik echt naast het spoor op mijn GPS gelopen. Ik laat me echter niet meer verschalken, want heel regelmatig vergelijk ik het te lopen parcours met de voorbereiding van het parcours die ik thuis maakte. Verscheidene keren klopte het niet. Het is mede daardoor dat ik enkele kilometers later Vincent en Paola voor een tweede keer inhaal en groet. Ze komen beiden uit de streek van Madrid en Real is zijn ploeg. Vincent kent wat Engels, zijn dochter nog beter. Daardoor ontstaat er een conversatie. De man is 59 jaar en op tocht met zijn 21 jarige dochter. Ze wandelen drie dagen dit parcours. Vincent is steeds heel sportief geweest en dat zie je aan zijn lichaamsbouw. Vijf jaar deed hij aan competitief zwemmen, volgens hem de meest gezonde sport die er is. Terwijl we zo wandelen geef ik aan dat deze tocht voor mij eigenlijk een brugje is tussen mijn actieve loopbaan en het pensioen. Dat ik er een blog over schrijf en dat daar twee verhalen zijn in verwerkt. Paola is best een mooie Spaanse verschijning en wil onmiddellijk de coördinaten van de blog waarover ik wat uitleg gaf. Ze gaat me volgen. Ik stel voor een selfie te maken van ons drieën om op de blog te plaatsen. Daar zijn ze beiden heel blij mee. Ze wandelen door tot in de kern van de stad Luarca. Vermits mijn dames de stadscentra liefst vermijden, en daar heb ik begrip voor, hebben we de stop getekend net voor Luarca, in Almunia. De stralende zon is niet zondig want de temperatuur bedraagt hier 24 graden en dat is rustig genietbaar. Ik zie het aan de hond die bij een woning op zijn rug in het zonnetje aan het genieten is van zijn brugpensioen. Voor vanavond staan we hier heel rustig op de rand van de stad op een hoogte boven de kustlijn. Het is hier een soort park van de toekomst, waar allerlei sterrenkijkers staan opgesteld. Parque de la vida noemt het. Deze avond eten we patata bravas met kippenfilet en broccoli. Daar hoort een goed pintje bier bij.
Morgen wacht er nog een lange tocht tot in La Caridad, goed voor 31 kilometertjes. Ik groet van hier uit zeker mijn collegas nog eens uitbundig. Moet niet gemakkelijk zijn met zon warmte te moeten werken. Ik heb er vreselijk medelijden mee. Gedeelde smart weegt toch minder. Groetjes aan Philip, Marike, Famke, kersverse vader Niels en Joke. Straks weer een nieuw verhaal maar vergelijkingen tussen verscheidene dagen durf ik al lang niet meer maken want buiten het land Spanje zijn er toch wel veel dingen die hier van dag tot dag verschillen.
Achter mijn handen
IN AANVARING MET HET TOENMALIGE O.C.M.W.
We vliegen even terug in de tijd, naar het jaar 1978.
Fernanda was een weduwe van 84 jaar die in een klein, oud vervallen huisje woonde op de Mechelsesteenweg. Ik had al verscheidene keren opgemerkt dat ik de deur achter mij niet te hard mocht dichtslaan, want anders riskeerde je dat de beplakking rond de deurkasten in stukjes naar beneden plofte. Het huisje had zijn beste tijd gehad en indien ik een raming moest maken over de ouderdom van de woning zou ik stellen dat het gebouw opgericht werd rond het jaar 1930.
Fernanda woonde alleen en trok zeer goed haar plan. Ze kookte nog zelf en de boodschappen werden gedaan door de kinderen. Elke dag kwam het Witgele kruis om haar te wassen en te kleden.
Van grote luxe in de woning kon je moeilijk spreken. Ook de meubels en de huispoes straalden de tijdsgeest uit van voor Wereldoorlog II. Warm water en centrale verwarming waren er niet voorzien en buiten een ouderwets radiotoestel werd er in huis niet teveel lawaai gemaakt. De behandeling aan huis bestond eruit de patiënte opnieuw te leren marcheren en recht op te leren staan vanuit een stoel. Ze had een werveltrauma opgelopen na een val in huis.
Reeds aan de voordeur komt er mij een gasgeur tegemoet. Ik geef niet veel aandacht aan deze gasreuk tot Fernanda me binnen laat. De typische odeur van gas wordt intenser richting leefplaats. Bij mijn eerste navraag of hier een gaslek is, krijg ik niet meteen een affirmatief antwoord. Ik haast me naar de derde plaats, de achterkeuken. Er staat een waterketel te dampen op het gasfornuis. Vuur onder waterketel kon ik niet ontwaren maar ik merkte wel dat de kraanknop van het bekken volledig open stond. Ik hoorde het gas uit de gaatjes ontsnappen en in een reflex geef ik de knop een halve draai naar links. Op stand nul is het gesis van ontsnappend gas uit de fijne gaatjes ook meteen gestopt. Ik duw alle deuren en ramen open om de boel wat te verluchten.
Enigszins verontwaardigd maar vooral bezorgd om het welzijn van de bewoner en ook voor mezelf
meld ik Fernanda dat dit een gevaarlijke toestand is. Temeer omdat ik de geur tot vooraan had geroken. Ik had zonet aangebeld bij een gasbom.
Het voorval werd geseponeerd en wat volgde waren een aantal dagen revalidatie zonder gasgeurtje, toch niet uit het fornuis.
Tot op de dag dat het voorval zich herhaalde. Identiek hetzelfde scenario. Een gesprek ontplooide zich en het onderwerp was de al of niet noodzakelijke aanwezigheid van een gasvuur in de achterkeuken. Om een lange en eentonige discussie niet te hoeven weergeven vermeld ik dat het gasvuur werd verwijderd en vervangen door één elektrisch kookplaatje om water te kunnen verwarmen en dat er met het O.C.M.W. afgesproken wordt om dagelijks warme maaltijden aan huis te laten brengen.
Ik nam contact op met de sociale dienst van de gemeente die me in verbinding brachten met het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn. Gezien de hoogdringendheid en het gevaar van deze situatie, pleitte ik bij de secretaris persoonlijk voor een bedeling aan huis van warme maaltijden en argumenteerde mijn bede aan de hand van het gasverhaal. Een onderzoek naar het dringend en dwingend karakter van deze toestand werd opgestart.
Bij navraag enkele dagen later bleek inderdaad dat de sociaal assistente van het O.C.M.W. een paar vragen was komen stellen en dat er daadwerkelijk warm eten aan huis was gebracht.
Iedereen blij, dacht ik toch. Het eten werd gebracht, werd met volle goesting opgesmikkeld, geen kookwerk, geen afwas en geen gevaar meer voor gasontsnapping. Wie zou hier niet blij om zijn?
Fernanda weet me na het verstrijken van de maand te vertellen dat de maaltijden heel lekker zijn en de regeling voor haar echt een verbetering inhouden. Echter de prijs van die warme maaltijden zijn een ernstige hap in haar maandbudget. Bij de berekening kom ik aan prijs van honderd vijfentachtig frank per maaltijd. Inderdaad is dit een aanslag op haar maandelijks erg bescheiden pensioentje. Ik beloof navraag te doen bij de dienst budgetbeheer van het O.C.M.W.
Bij onderzoek op het bureau van de O.C.M.W.-secretaris blijkt de berekening correct omdat het huis waar Fernanda in woont haar eigendom is en zodoende wordt dit ook beschouwd als een maandelijks inkomen. Ik vroeg de brave pennenlikker rekening te houden met de trieste realiteit van deze mevrouw haar woonomgeving. Zo welvarend was deze Herentse nu ook weer niet. Ook deed ik terstond en ter plekke navraag aan welke voorwaarden al de vreemdelingen in Herent moesten voldoen, om hier dagelijks gratis (op kosten van de Herentse gemeenschap) te mogen komen genieten van een warme maaltijd. Ik gebruikte (misschien onterecht) de term ons eigen volk eerst. In situaties verstopt de diplomaat zich in mij
.als die diplomaat in mij er ooit al aanwezig is geweest?
Het tijdsbeeld van dat ogenblik was er eentje dat het Vlaams Blok bij de verkiezingen een megascore behaalde. De slogan eigen volk eerst en aanpassen of buiten gingen er bij de kiezer in als zoete broodjes.
Toen gebeurde er iets eigenaardigs en waar ik me totaal niet aan verwachtte.
De secretaris insinueerde met opgeheven gebalde vuist of ik soms van die soort was. Duidelijk alluderend op de politieke insteek van het toenmalige Vlaams Blok: de rode bokshandschoen en de slogan eigen volk eerst. Hij kon misschien wel gelijk hebben gehad, al was dat niet gegrond, maar dit had hij nu net niet mogen doen, toch niet met mij.
Ik zet me, een beetje aangeslagen, een stapje naar voren en leg mijn beide handen op zijn wanordelijk bureau en wijl ik hem diep en recht in de ogen kijk stamel ik:
Wanneer is de volgende vergadering van de O.C.M.W.-raad? Overtuig uzelf maar dat het eerste agendapunt een publiekelijke verontschuldiging zal zijn van deze uitlating naar mij toe, en dat het tweede agendapunt een bespreking zal zijn van deze situatie. Een rapportje met een verhaal over deze gebeurtenis hier en nu, zal morgen persoonlijk worden afgegeven aan de voorzitter van het O.C.M.W. met de vraag publiekelijk een standpunt in te nemen in deze zaak. En wees overtuigd, ik maak enkele kopieën die ik te gepasten tijde zal doorsturen aan mensen die daar garen van zullen spinnen.
Tot mijn verbazing ging de spreekwoordelijke bal op mijn reactie vrij snel en glijdend rollen. Ik heb geen rapportje moeten maken, en nog steeds vind ik dat spijtig (want schrijven haalt die diplomaat in mij dan toch wel naar boven).
Ik kreeg persoonlijk een forum bij de voorzitter. Hij had me diezelfde dag nog opgebeld. Na een tof gesprek beaamde de man dat deze houding een persoon op zon positie totaal onwaardig was en dat hij zich akkoord verklaarde met een verontschuldiging in het bijzijn van heel de raad.
Wat een vernedering die man heeft moeten ondergaan! Natuurlijk was men bang dat ik met dit voorval naar buiten zou komen en bekend zou maken dat men sociaal welzijn koppelt aan extreem rechtse sympathieën. Ik mocht trouwens op die bijeenkomst mijn verhaal van Fernanda uit de doeken doen.
Enkele dagen later kreeg ik van de voorzitter een telefoontje of ik mij kon vinden in de aangeboden verontschuldiging en of ik nota wou nemen van het feit dat de warme maaltijden aan het adres van Fernanda verder werden bezorgd en na herziening van het dossier de kosten per maaltijd voor deze mevrouw werden teruggebracht naar veertig frank per maaltijd.
De conclusie van het verhaal is dat het gevaar voor gasontsnapping in het huis van Fernanda volledig was verzonnen...












|