|
DAG 37: Maandag 4 juni 2018.
Onder mijn voeten: Fontcouverte Préguillac Villars-en-Pons Plassac 46,8 kilometers.
Zo slecht begonnen, druipnat, maar zo goed geëindigd.
We stonden op vol goede intenties en dachten dat vannacht en gisterenavond heel de voorraad Frans regenwater wel was uitgegoten over Aquitanië. De hemel was nog wel wat zonder kleurtjes in de zin van een basisschets in zwart wit, maar nooit hebben Walter noch ik geweten dat er in een wolkendek zoveel hemelvocht kon schuilen. Al vanaf kilometer 1 wandel ik in een zeverwasem van sprekende mensen met een spraakgebrek. Het zevert kleine druppeltjes op mijn hoofd, mijn borst, mijn rugzak, kortom redenen genoeg om mij te gaan beschermen tegen deze hemellozing.
Na een tweetal uren wandelen in Préguillac (waar ik vandaag mocht stoppen) en de laatste koekjes van Hilde Van den Broeck (hint) breekt de hel pas los. Ik besliste op voorhand samen met Walter om de tocht van morgen er ook vandaag bij te doen. Het waren amper 10 kilometertjes. Een ware nachtmerrie viel daar uit de hemel. Moesten die druppels water knikkertjes geweest zijn was ik er al lang niet meer geweest. Ik kom terecht in een helse regenbui die ruim een uur aanhoudt. Nergens geen plaats om te schuilen, nergens een boom om onder te gaan staan
Jacobus was niet aan mijn zijde vandaag. Heel snel word ik nat van in mijn nek tot aan de waterslurpende kousen, en dan zwijg ik uit beleefdheid over mijn onderbuik en het aangrenzende kruis. Mijn slip is zo nat als een zwembroek die zopas een duik met aanhorend lichaam heeft gemaakt. Niets is daar nog plezierig aan. Na 26 kilometer bereik ik het kerkhof van Villars-en-Pons zoals een drijvende eend die uit haar waterhabitat komt. Druipend en ontredderd. Overtuigd dat hier om 13.15u mijn wandelavontuur vandaag een einde zou kennen doe ik mijn wasje en mijn plasje en begin fotos van gisteren via het nieuwe programma van Gwenny te comprimeren en dus lichter te maken. Het vraagt enige gewenning en langzaam aan begin ik het programma te leren. Ondertussen, geloof het of niet (ik heb een getuige die onder ede staat) stopt het plotsklaps met regenen. Zowaar de zon komt erdoor. Om 15.00u hak ik een belangrijke knoop door en beslis de tocht die morgen geprogrammeerd staat (21 kilometer) aan te vangen. De bedoeling is dat ik na 10 kilometer van deze 21 Walter ontmoet op een tussenpunt om daar de dagtrip te besluiten. Ik ben geen rekenwonder, ik ben geen Garmin-nerd, ik ben geen onfeilbare navigatiepaus want ik vergis me in de afstand. Die 10 kilometer blijken er 14,7 te zijn. Bij onze ontmoeting zie ik dat Walter zich op een heel ongelukkige plaats moest parkeren. De fysiek is goed, de benen zijn goed en de GPS meldt mij dat er nog 7,2 kilometer te lopen zijn voor het eindpunt van de trip. Ik neem ze erbij en na een kwartiertje rust zijn we weer op weg. Ik bereik Plassac na anderhalf uur en wederom is mijn vriend verrast me zo snel te zien. Ondertussen is het 19.15u en tijd voor een heel fris Ricarreke. De schoenen worden ontlast van een vermoeid lichaam of was het omgekeerd? De beentjes komen tot rust en ik kan er echt mee leven dat ik op een maandagavond aankom waar ik normaal maar donderdagavond moest zijn.
Morgen geven ze hier nog regen maar wees ervan overtuigd dat er naar de hemelsluizen wordt gekeken vooraleer er wordt vertrokken.
Mag ik je groeten vanuit een zeer vochtig Plassac.
Achter mijn handen: BETALING IN NATURA
Een verhaal over een Franse staatsburger uit de Jura streek. Ik behandelde een chronische patiënt wiens dochter gehuwd was met een Franse hotelbediende. De schoonouders waren mensen uit de Jura vlakbij de Zwitserse grens. Aangezien de zoon en schoondochter zelf een horeca zaak startten, kwamen die ouders de zoon regelmatig eens opzoeken in België. Op deze wijze ontstond er een sterke band tussen de schoonouders en de ouders van beide kinderen, temeer omdat deze Franse toeristen dan een veertiental dagen tot zelfs drie weken verbleven in het grote huis in Herent, bij de ouders van het meisje. Hij was een typische gezellige Fransman, en hield eraan, telkens ik de chronische patiënt aan huis kwam behandelen, met mij een praatje te doen. Ook hij werd een vriend van mij, van ons, want mijn vrouw en ik zochten het paar een aantal keren op in Frankrijk. De momenten die we samen doorbrachten waren heel aangenaam en vol Franse humor en Bourgondisch getint.
Op een zekere dag klaagt de man tijdens zijn verblijf in Herent over een stijve nek die hem danig hindert in zijn dagelijks functioneel beleven en werken. Die pijn rukt hem nogal bruusk uit zijn comfortzone. Kortom, le chevalier vraagt of ik hem niet eens onder handen kan nemen. De behandeling duurt een sessie of drie en weg zijn de klachten. Er wordt zoals de beleefdheid het eist, gepolst naar de kosten van mijn interactie. Ik wimpel het af met de verklaring als is het een vriendendienst in ruil voor zijn Franse lessen die hij me geeft tijdens onze conversaties.
Vermits er geen voorschrift is kan ik ook geen rechtmatig ereloon aanrekenen. Ik wil me niet wagen aan zwartwerk en een vakkundig gestolen salaris. Bovendien is het ook niet mijn stijl, al klinkt dit misschien iets te pretentieus. Het wordt ook zo uitgelegd. Maar de Franse prince fouré heeft het zo niet begrepen. Hij is een rechtschapen man en wil niet profiteren van de deskundige Belgische handen.
Bij mijn huisbezoek aan de patiënt voor wie ik eigenlijk kwam, komt hij aandraven met twee flessen Vin Jaune. Een typisch wijntje uit zijn streek, die in oplage beperkt is, die je tot wel een eeuw kan bewaren en die enkel kan dienen als aperitiefwijn of bij foie gras. Een flesje betaal je gauw tussen de twintig en dertig euro. Het vloeibaar goud proeft naar droge Sherry en is een ware delicatesse onder de Franse wijnen.
Na de recensie over deze wijn was ik zo benieuwd dat we s avonds een flesje kraakten. Hij is werkelijk een surrogaat van de Spaanse sherry wijn uit Andaloesië. We maakten later een deal: Wanneer onze wijnsmokkelaar nog eens pijn had, eender waar en eender wanneer, mocht hij beroep doen op mijn handen, in ruil voor een ereloon in natura.
Hoe meer pijn en stijve nekken hij zou hebben, hoe geestiger en gelukzaliger wij het in familiekring zouden hebben. Kinesitherapie, een zalig beroep toch
.

















|