Om 6u.30 ben ik al op. Ik hark al mijn spullen in de blauwe nylonzak en ben om 7u.30 al in de bar voor het ontbijt. Het kost me 7,50 maar is royaal. Ik zit bij 2 Hollandse fietsers. Eén ervan maakt zich boos op de bedienster omdat ze melk in zijn koffie heeft gedaan. Dat zijn geen pelgrimsmanieren. Ik volg de route die beschreven staat in het boekje, van Leiva naar Belorado. Het gaat erg traag en dat stemt me moedeloos. In Belorado tref ik de 2 Italianen aan met wie ik de kamer deelde. Die hebben de kortere hoofdweg genomen en zijn ook nog maar hier. Dus hoef ik me eigenlijk geen zorgen te maken. De klim naar Puerto de la Pedraja (1 162 m) verloopt vlot. Ik haal een Nederlands koppel, een Italiaan en een Koreaan bij. Dan gaat het in dalende lijn heel snel naar Burgos. Om kwart na één sta ik er al bij de kathedraal. Ik haal er een stempel voor in mijn 'credential', dat is hier zelfbediening! De kathedraal bezoek ik niet omdat het betalend is en ik mijn fiets niet wil achterlaten op deze drukke plek. Een stel Nederlandse mobielhometoeristen wil alles weten over mijn tocht. Ik toon ze mijn stempelboekje. Wel toer ik uitgebreid rond in de buurt van de kathedraal. Zo profiteer ik van de zon om op te drogen. Ik beslis om nog even verder te rijden en het is niet gemakkelijk om de stad in de juiste richting te verlaten want mijn stadsplan is achterhaald. Gelukkig helpen de voorbijgangers me vriendelijk vooruit. Zo klim ik uit het dal van de Rio Arlanzõn en merk een hotel op even voorbij de brug van de autosnelweg (hotel del 'Rey Arturo'). Ik krijg er een kamer tegen pelgrimstarief: 45 euro, ontbijt inbegrepen. De rit was 83 km lang.