Eergisteren zijn de eerste onweders gepasseerd. Veel wind, klank- en lichtspel maar we zijn ontsnapt aan het ergste. Vannacht hebben we wel de eerste regenbuien over ons gehad: indrukwekkend de bakken water die er dan leeggegoten worden. Vanmorgen de stad nog eens ingetrokken. Het blijft een chaotische, vieze stad waar het erg zoeken is naar een beetje schoonheid en rust. Alleen de tempels, niettegenstaande hun overvloedige kitcherig-aandoende ornamenten zijn oases van groen en contemplatie. Het verkeer hier is een ramp, brommers en auto's zijn hier zonder meer de koningen van de weg, oversteken is een hachelijke onderneming, zeker daar het verkeer hier ook bij rood licht rechts mag afslagen. Voetgangers hebben totaal geen rechten, voetpaden dienen enkel om op te parkeren. Hoffelijkheid in het verkeer is totaal onbestaande en dient ten allen tijde bestreden te worden. Het vuil ligt hier overal, kanalen zijn open riolen, zelfs de monniken werpen hun vuil over de muren van het klooster. Wel is het mooi om te zien hoe iedereen probeert te ontsnappen aan de armoede: er wordt in vanalles en nog wat gehandeld: stokoude motoren, onderdelen van machines,... en overal vindt je kleine eetplaatsjes waar men enkel tafeltjes heeft gezet, een keuken heeft ineengeflanst en de hongerigen spijst. Wie geen huisje heeft rijdt rond met eten, drinken, fruit, groenten,... Als toerist wordt je constant aangesproken: voor een tuktuk, om ergens te eten, om iets te kopen,.. wij zijn natuurlijk financieel ongelooflijk bevoordeeld, maar goed voel ik mij daar niet bij.