De dag
nadien reisden we naar Latacunga, waar we onze tijd voornamelijk doorbrachten
met kaartspelletjes. Om is te testen of jullie wel effectief onze blog lezen en
niet enkel naar de mooie fotos kijken mag je als bewijs een flauw mopje in ons
gastenboek schrijven...dit is het moment van de waarheid.. We besloten van
hieruit het Pisayambe meer te bezoeken en vertrokken met de bus richting van
het .... park uit. Doordat we eigenlijk te laat begonnen aan onze wandeling
(die weer voornamelijk bergop was) geraakten we de eerste dag slechts tot aan
de refugio aan de ingang van het park. De vriendelijk parkwachter was blij een
beetje gezeldschap te hebben en boodt ons aan in het huis te slapen in plaats
van onze tent op te stellen. Toen de zon achter de bergen verdween en de
temperatuur per seconde leek te dalen waren we super blij dat we een warm bed
ter beschikking hadden. De dag nadien konden we meerijden met enkele werkmannen
tot aan het meer, dat zo droog stond dat het bijna gehalveerd was. Uiteindelijk
bleek de terugwandeling door de groene bergen veel meer de moeite te zijn dan
het meer zelf.
Op dit
moment zitten we in Cuenca, een gezellige stad waar we de kleinste hoofdjes
ooit zagen. De Jivaro (amazonen-indianenstam) hadden de traditie de hoofden van
hun vijanden te krimpen tot de grootte van een tennisbal en deze dan rond hun
nek te dragen als talisman. Behalve deze culturele uitstap in Cuenca deden we
niet veel meer dan rondkuieren in de stad met enkele vrienden.
Zumbahua
bleek een klein, door bergen omringd, afgelegen dorpje te zijn. Na een dagje
uitrusten van de omslachtige reis, besloten we een rustige wandeling te gaan
doen. Deze rustige wandeling draaide uit op een steile klim op één van de
nabije bergen wat ons prachtig uitzicht over de vallei en de cañon opleverde.
Nadat Dustin zich terug bij ons gevoegd had trokken we verder naar Quilotoa,
een meer dat onstaan is door de implosie van een vulkaan. De wandeling rondom
dit meer bleek een grotere uitdaging te zijn dan we dachten. Telkens we dachten
er bijna te zijn bleek dat er nog een berg beklommen moest worden. De avond
brachten we door aan de kachel van het gezellige hostal met enkele andere
wandelaars en enkele Ecuatorianen.
Het
uitzoeken van onze volgende bestemming bleek iets langer te duren dan gepland,
we zagen de toeristen de komende week komen en gaan in Otavalo. Uiteindelijk
besloten we naar Cayambe te gaan. We hadden gehoord over inca ruines die je hier
kon bezoeken. We wandelden tot aan de ruines, welke tot onze teleurstelling
niet veel meer waren dan enkele muren (stenen) bovenop een berg, of zo leek het
toch van beneden bekeken .
Onze
volgende bestemming was Mindo, het bekendste dorpje van de grote en mooie
bosque nublado streek. Dit zijn immense bossen die bijna constant door een
lichte nevel omringd worden. De streek staat vooral bekend als de beste bird
spotting plek van de wereld. Wat zoveel betekent als vroeg uit bed om te gaan
wandelen in de bossen iets waar we niet volledig in slaagden door de regen en
omdat ik (nanna) de wekker had afgedrukt. Uiteindelijk waren we toch voor 8 uur
op pad richting de vele watervallen in de streek. Ondanks het late uur zagen we
toch een vrouwelijke quetzal, een toekan en enkele eekhoorns. In Mindo namen we
afscheid van onze vriend Dustin voor enkele dagen, hij ging Quito bezoeken
terwijl wij verder trokken naar Zumbahua.
De volgende
dag vertrokken we naar Quito waar we afscheid namen van onze Colombiaanse
vrienden. Misschien komt het doordat ons geliefde Colombia nu echt wel achter
ons lag of misschien gewoon omdat we ons zo dicht bij de luchthaven bevonden,
maar toen we daar aan het busstation stonden met al onze zakken begonnen we te
overwegen eens te gaan nahoren hoeveel het zou kosten om naar DF Mexico City te
vliegen. Omdat we onze vrienden en familie geen hartinfarct wilden bezorgen,
besloten we toch maar gewoon in Quito te blijven. Quito bleek een mooi
historisch centrum te hebben dat we uitvoerig bezochten (lees een beetje
kuieren). Ook bezochten we de lokale botanische - en vlindertuin en la mitad
del mundo (een simpel monument dat ongeveer 200 meter naast de evenaar
staat...)
Na Quito
trokken we naar Otavalo, een stadje wat bijna op spuug-afstand van de
Colombiaanse grens ligt. In Otavalo hadden we afgesproken met onze vriend
Dustin die we ontmoet hadden tijdens ons kort verblijf in Belize en met wie we
in guatemala ook een tijdje hadden samen gereisd. Otavalo is bekend voor zijn
artisanale markt. Dit dorpje bleek een groot gevaar te zijn voor ons, zeker
aangezien onze rugzakken ondertussen al uitpuilen met gerief. Behalven het
rondlopen op de markten waar we onze zelfcontrole op de proef stelden, deden we
ook enkele uitstapjes. We beklommen de Fuya Fuya, een berg van 4200 meter, na
door een auto te zijn afgezet op 3700 meter natuurlijk.
We
bezochten de ingang van het Condorpark en keerden direct terug toen we begrepen
dat we vogels in een kooi te zien gingen krijgen. Deze kleine misvatting
leverde ons toch nog een mooie wandeling op.We probeerden Otavalo te verlaten, maar belandde gewoon in een ander
hotel dat dichter bij de busterminal lag terwijl we onze nieuwe bestemming
probeerde uit te zoeken.
Uiteindelijk
zijn we er dan toch in geslaagd om na een vijf-tal maanden Colombia te
verlaten. Om de bruuske overgang te verzachten vertrokken we samen met enkele
Colombiaanse vrienden naar de Ecuadoriaanse kust. Na een bustocht door
prachtige natuurgebieden belandden we in het toeristische stadje Atacames.
Zoals de meesten onder jullie wel al hebben gemerkt zijn wij meestal een krak
in het vermijden van toeristische stadjes, desondanks besloten we enkele dagen
te blijven. Na twee maanden in het toch wel frisse Pasto te hebben gewoond deed
het deugd om nog eens in de zee te zwemmen en de zon te voelen.
Na enkele
dagen luieren op het strand trokken we verder naar Puerto Lopez om boobies te
gaan zoeken. We hadden gehoord over een natuurpark waar je deze blauwvoetige
vogels (of wat dacht je dat het waren?) kon gaan spotten. Toen we in Puerto Lopez
aankwamen bleek dat je niet enkel de inkom voor het park moest betalen , zoals
wij veronderstelden,maar dat je enkel bij de vogels kon geraken door een veel
te dure tour te boeken. De teleurstelling was bijzonder groot, omdat tours ten
eerste in het algemeen niet leuk zijn en ten tweede omdat ze gewoon veel te
duur waren, geen boobies voor ons dus.
Om de trent
van de laatste maanden verder te zetten besloot ik (Nanna) nogmaals ziek te
worden. Blijkbaar hoeven zeevruchten aan de kust niet altijd vers te zijn.
Omdat dansende
boobies nu eenmaal niet gemakkelijk te vergeten zijn besloten we een waardige
plaatsvervanger te zoeken. We hadden gehoord over een schildpaddenstrand niet
al te ver weg en besloten daar de nacht te gaan doorbrengen, om schildpadden te
gaan spotten die snachts hun eieren kwamen leggen.
Arme Nanna kon
jammer genoeg het ziekenbed nog niet direct verlaten en hield de wacht in het
hotel terwijl Freeke en Jorge op schildpadden-avontuur vertrokken. s Nachts kwamen
ze de echte biologen tegen die het strand kwamen onderzoeken. Na de eerder
amusante conversatie: weten jullie wel dat kamperen hier verboden is?, zij:
ja dat weten we biologen: ah ok, dan is het goed, besloten ze hun schuld in
te lassen door te helpen met de nachtelijke patrouilles. Jammer genoeg kregen
ze geen schildpadden te zien die nacht. De dag nadien werden ze echter rijkelijk
beloond voor hun inspanningen: reeds lang nadat de biologen het strand verlaten
hadden spotten zij ineens een nest kleine schildpadjes die hun weg naar zee aan
het zoeken waren. Een prachtige ervaring die door de biologen later met
jaloezie onthaald werd.
Na het zien
van deze kleine schattige diertjes besloten we onze kansen nog eens te wagen ,
deze keer met de hele bende én met toestemming van de organisatie. Deze tweede
nacht hadden we geen geluk en een beetje teleurgesteld keerden we terug naar
het stadje.Daar mochten we nog eens mee
met de biologen naar de vismarkt waar zij de lokale visvangst gingen nakijken.
Deze vangst bestond tot onze verbijstering uit een 20-tal hoogzwangere haaien,
roggen, zwaardvissen, enz. De plaatselijke bevolking weigert stil te staan bij
de gevolgen die hun manier van vissen kan hebben op de zee, hun eigen job en
voedsel. Door de foetussen en bedreigde diersoorten te fotograferen en te
indexeren hopen de biologen van de organisatie Equilibrio Azul ( zij zoeken
trouwens nog vrijwilligers) de overheid te kunnen sensibiliseren om in te
grijpen. Hopelijk werpen hun inspanningen vruchten af!
Via via
kwamen we in contact met Sonia, een vrouw die verantwoordelijk is voor de
organisatie Luna-arte. Deze organisatie stelt zijn deuren open voor kinderen en
volwassenen met leerproblemen, mentale achterstand , motorische problemen, enz.
In samenwerking met een psycholoog, kunstenaars en zelfs oud-leerlingen worden
aan de kinderen verschillende vormen van therapie gegeven: muziektherapie,
creatieve therapie (schilderen, toneel, dans, enz). Verder wordt hen ook
aangeleerd om voor zichzelf te zorgen (alleen de bus nemen, zonder hulp eten,
enz) en krijgen ze aan hun niveau aangepaste lessen. Het resultaat dat zij met
deze kinderen behalen is op zijn minst indrukwekkend te noemen. Hyperactieve
kinderen werken geduldig aan hun kunstwerk, kinderen met downsyndroom
schilderen al dansend de prachtigste schilderijen. De werken die door de
kinderen gemaakt worden worden ook verkocht en de opbrengst gaat gedeeltelijk
naar de organisatie en gedeeeltelijk naar de kinderen zelf. Op die manier leren
zij zelf ook een beetje hoe ze voor inkomsten kunnen zorgen.
Onlangs
heeft de organisatie een prachtige boerderij gekocht waar ze van plan zijn
cavias te kweken (een lekkernij hier), koeien te houden, kruiden te planten,
fruit te telen, enz. Dit vanzelfsprekend met de hulp van de kinderen (op die
manier heeft ieder kind de mogelijkheid om zijn eigen talenten te zoeken en
ontwikkelen) en op die manier kan de organisatie ook zelfbedruipend worden. Tot
nu toe overleven zij door een minimale bijdrage van de overheid en vooral veel
creativiteit van hun kant.
Luna-arte
is een van de vele mooie projecten die je hier kan terugvinden en wij hebben
alvast tonnen respect voor Sonia (die een beetje de moeder is van het project
en alle kinderen), alle medewerkers en de kinderen en volwassenen die elke dag
naar daar gaan om bij te leren over kunst, rekenen en het leven zelf.
Wie graag
een beetje meer informatie wil over deze organisatie kan altijd is een kijkje
nemen op de volgende website:
Tussen mijn
tandartsafspraken door maakt ik nog een reisje naar Tumaco (een kuststad) waar
ik een paar heerlijke dagen doorbracht in boca grande. een strand dat enkel en
alleen met een lancha te bereiken en waar op dit ogenblik (laagseizoen) geen
ziel te bespeuren was. Surfen op boomstronken, lange strandwandelingen maken,
genieten van de zon, er zijn ergere dingen in het leven. Na deze zalige dagen
trokken Jorge en ik terug naar Pasto waar ik klaar was om nogmaals gemarteld te
worden door mijn tandarts.
Terwijl
Freeke uitstapjes maakte naar de omliggende streken hield ik, Nanna, me
voornamelijk bezig met ziek-zijn en naar Chachagui gaan. In Chachagui verbleef
ik op een Maloca, het huis van een shamaan, waar ik deelmocht nemen aan
verschillende ceremonies. Er was op die moment een soort van bijeenkomst bezig
met shamanen van vershillende streken. Zonder al de verschillende soorten
rituelen en ceremonies in geuren en kleuren te vertellen kan ik zeggen dat het
leerrijke dagen waren in de Maloca.
Omdat mijn
paspoort ondertussen aan vernieuwing toe was en ik om tandartsredenen verplicht
was om in Colombia te blijven moest ik even de grens over van Ecuador. Om de
tocht de moeite waard te maken besloot ik daar een weekje rond te reizen voor
ik terug in Pasto moest zijn voor mijn tandartsafspraak. Van die tijd maakte ik
gebruik om Ibarra te bezoeken, een stad die me niet echt beviel (alweer het
bewijs dat de reisgidsen meestal niet echt de waarheid spreken), dus besloot ik
naar een nabijgelegen dorpje te trekken, La esperanza. Een goede keuze bleek
algauw toen ik zeer gastvrij ontvangen werd in de plaatselijke herberg. La
esperanza was een heel klein, bijzonder rustig dorpje waar je prachtige
wandelingen kon maken. Zo ook naar de watervallen..Al vanaf de eerste dag
besloot ik die te zoeken, trots omdat ik slechts een paar keer verkeerd was
gelopen kwam ik een paar uur later aan bij wat ik veronderstelde dat de beroemde
watervallen waren. Natuurlijk bleek achteraf dat ik helemaal ergens anders
geweest was (wat mij weer pijnlijk bewust maakte van mijn complete gebrek aan
oriëntatie).Bij mijn tijdelijke broer
was ondertussen wel de nieuwsgierigheid gewekt en dus gingen we de dag erna samen
nog eens gaan kijken naar mijn befaamde watervallen. Bleek dat ik (IK)
watervallen had ontdekt die hij (als gids en geboren en getogen inwoner van la
esperanza ) nog nooit had gezien. Dankzij mij heeft hij een nieuwe plek gevonden
waar hij met de toeristen naartoe kan trekken. Als bedanking nam hij me daarna
mee naar de echte place to be waar we samen rotsen beklommen en van watervallen
sprongen. Op de terugweg verzamelden we nog snel eucalyptushout om savonds kip
te kunnen braden voor het hele gezin.
Na afscheid
genomen te hebben besloot ik nog even naar Otavalo te gaan, een dorp bekend om
zijn markt. Otavalo bleek uiteindelijk geen dorp maar een stad te zijn,
volledig in het teken van de toerist. Niet bijzonder interessant en dus was ik
niet echt triestig om de dag erna terug naar mijn geliefde Colombia te reizen.
Omdat we
ondertussen al helemaal in de sfeer van het dagtrippen waren geraakt besloten
we bij terugkomst samen met Nanna nog een paar keer op expeditie te trekken.
Een van deze tochten was onze onderneming om naar laguna verde te gaan. Dit
meer lag aan een vulkaan en om er te geraken moest je eerst een ferme wandeling
maken in de koude en de regen. Ik begon spontaan terug dagmerries te krijgen
over onze laatste keer dat we een vulkaan beklommen in Purace en door de kou
onze tocht hadden moeten stopzetten. Maar bon, ik was niet alleen dus ik had
een reputatie om hoog te houden en dus hield ik maar vol tot het einde. En
zoals steeds was de inspaning ook weer helemaal de moeite. Het meer was
prachtig en effectief heel groen J . Het meer lag in een krater en
rondomrond zag je overal rook van de warmte die uit de bergen kwam die bedekt
waren met zwavel. Een lust voor het oog en een iets minder aangename sensatie
voor de neus. Alleszins konden we dan toch even onze handen verwarmen en
verbranden vooraleer we begonnen aan onze wandeltocht terug naar Tuquerres.
Omdat we
ondertussen al echte dagtrippers zijn geworden maakten we ook geen enkel
bezwaar toen Vincente voorstelde om een tocht te ondernemen naar watervallen in
de buurt van Pasto. Graag, dachten we en samen met Jorge,Vincente, zijn zoon en
diens vriendin vertrokken vol goeie moed naar onze bestemming. De wandeling
bleek uiteindelijk redelijk kort te zijn wat ons dan weer voldoende tijd gaf om
te genieten van het adembenemende landschap. De waterval was indrukwekkend en
de omgeving errond werkte rustgevend. Omdat ondertussen voor het eerst nog eens
het zonnetje doorbrak maakte niemand er bezwaar tegen om een middagje in de
buurt te blijven hangen om van de zon en de natuur te genieten.
Laguna de la cocha, Taminango (nog een keer), Chachagui
Toen arme
Nanna weer helemaal gezond was (lichamelijk dan toch) gingen we op uitstap naar
het beroemde Laguna de lacocha.Dit meer
is befaamd voor zijn grootte en voor het eiland dat je kan bezoeken. Met een
bootje vaarden we naar het eiland waar je kon gaan wandelen en vreemde boom- en
vogelsoorten bewonderen. Na zo´n kwartiertje stappen vielen we bijna in het
koude water aan de andere kant van het eiland. Een beetje teleurgesteld door de
laguna in het algemeen genoten we toch van de mooie uitzichten voor we
terugkeerden naar Pasto.
Terwijl
Nanna verder Nanna dingen deed trok ik er nog een paar dagen opuit om Chachagui
te bezoeken, een klein vakantiedorpje met een prachtige canyon! Veel meer dan
de canyon was er niet te bezichtigen, maar het was al voldoende voor mij om na
de belgisch achtige koude dagen in Pasto eventje te genieten van de zon
en...het zwembad!
Verder
bracht ik ook nog een paar dagen door in Taminango waar ik opnieuw zeer
hartelijk ontvangen werd door de familie van Jorge, die mij weer ongelofelijk
verwenden met smakelijke maaltijden e.d.