Welkom in Brussel

Foto

Gratis rondleidingen in hartje Brussel
neem contact op met
Julie Gilson
Kerk & Toerisme Brussel

Postadres

Wildewoudstraat 15
1000 Brussel

Secretariaat

Sint-Goedeleplein 20

1000 Brussel
tel fax 02.219.75.30
9-12.30 & 13.30-17 uur (ma di do)

9-12.00 (wo)

etkt@skynet.be

KERK & TOERISME BRUSSEL v.z.w. wil het Brusselse in hoofdzaak religieuze kunstpatrimonium beter bekend en toegankelijk maken door informatie, animatie, onthaal en vorming, in een christelijk en kunsthistorisch perspectief.

Zoeken in blog

  • Vlaamse Kunstenaars in de Kathedraal
  • Michiel van Coxie
  • Conrad Meit
  • Camille Colruyt
  • Hiëronymus Duquesnoy1
  • Hiëronymus Duquesnoy2
  • Foto
    Christelijk patrimonium in Brussel
  • St-Jan Nepomucenus (Nepomuk)
  • Stadszegel St-Michiel
  • Kanunnik Sint-Goedele
  • Wapen Pius IX in Brussel
  • Juliana van Cornillon
  • Bonifacius van Brussel
  • Luminaris
  • Brusselse heiligen
  • Sint-Goedele - Een maagd belaagd
  • Mère Barat
  • Devotie rond Brussel
  • Jezus-Eik
  • De kruisweg in de St-Niklaaskerk in Ottenburg
  • O.-L.-V. van Affligem
  • Foto
    Congregaties in Brussel
  • De Clarissen - 1
  • De Clarissen - 2
  • Kerken in Brussel
  • De Sint-Bonifaciuskerk
  • De St-Jan-de-Doperkerk (Molenbeek)
  • De Kapellekerk 1
  • De Kapellekerk 2
  • De Basiliek van Koekelberg
  • Geschiedenis
  • Tijdbalk kerken
  • 450 jaar Aartsbisdom Mechelen
  • Ontstaan van Brussel op de helling 1
  • Ontstaan van Brussel op de helling 2
  • Ontstaan van Brussel op de helling 3
  • Historische gebeurtenissen in de kathedraal
  • Vijf kardinalen in de kathedraal
  • Kardinalen uit onze streken
  • De Belgische Kerkprovincie
  • Symboliek en iconografie
  • 01 Inleiding
  • 1 De kerk als gebouw
  • 2 De kerk als gebouw
  • Foto
    Het kerstverhaal
  • De tijd rond Kerstmis
  • De Advent
  • De geboorte van Jezus
  • De aanbidding van de herders
  • Drie Koningen
  • De vlucht naar Egypte
  • De boom van Jesse
  • Archief rondleidingen
  • Davidsfonds naar Ter Kameren
  • Varia
  • Slechtvalken in onze Kathedraal
  • De Hemel in Tegenlicht
  • Interview van kardinaal Cardijn uit 1967
  • Joannes Roucourt
  • Afkortingen

    MB Maria Bogaert
    PW  Paul Wieërs
    GvE  Guido van Eeden
    LF Luk Faems
    MG  Michel Govaerts

    JPVB Jean-Pierre Van Binnebeek



    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    KERK EN TOERISME BRUSSEL

    11-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Camille Colruyt

    CHRISTUS’ HEMELVAART

    van Camille Colruyt (1908-1973)

     

                                      

    Christus’ Hemelvaart is een monumentaal verguld beeld van gehamerd koper, dat Camille Colruyt in 1968 realiseerde. Het bevindt zich sinds Hemelvaartsdag 1990 in de Sint-Michiel-en-Sint-Goedelekathedraal te Brussel, meer bepaald op de noordwestelijke pijler van de kruising.

     

    Het lichaam van de verrezen Christus is een waarlijk, maar verheerlijkt lichaam. De sobere drapering van het kleed en de eenvoudige lijn bevestigen dit. Jezus, de Heer, neemt afscheid van zijn leerlingen. Een laatste keer heeft hij ze aangemoedigd en aangespoord tot het uitdragen van de blijde boodschap, het Evangelie. Hij zal hen zijn Heilige Geest sturen en met hen zijn tot het einde der tijden. Zijn teder en sereen gelaat drukt de liefdevolle band met zijn volgelingen uit. Christus zegent hen en stijgt op ten hemel. Zijn voeten hebben de wereld losgelaten. Zijn handen hebben een beschermende gebedshouding aangenomen. Langs de vloeiende, verticale plooien van zijn kleed kijkt hij met zijn verlossende blik naar de wereld onder hem. Het  Hemelvaartmysterie wordt als het ware onthuld met goddelijke gratie.

     

    De gelovige kunstenaar kent het Nieuwe Testament, dat vertelt over de verschijningen van Jezus aan zijn leerlingen na zijn Verrijzenis, en over Jezus’ Hemelvaart.


    "En Hij zeide hun: Zó staat er geschreven: dat de Christus zou lijden en op de derde dag uit de doden verrijzen; en dat in zijn Naam bekering tot vergiffenis der zonden zou worden gepreekt aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem.”(Luk. 24:46-47).


    “Terwijl Hij nu met hen samen was, gelastte Hij hun: Verlaat Jeruzalem niet, maar wacht de belofte des Vaders af, die ge van Mij hebt vernomen. Want Johannes doopte met water, maar over enkele dagen zult gij worden gedoopt met den Heiligen Geest.”(Hand. Apost. 1:4-5).


    “Jezus trad op hen toe, en sprak: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Gaat dus heen; onderwijst alle volken, doopt ze in de naam van den Vader en van den Zoon en van den Heiligen Geest, en leert ze onderhouden al wat Ik u heb geboden. Ziet, Ik blijf altijd bij u, tot aan het einde der wereld.”(Mat. 28:18-20). 

    "Toen leidde Hij hen naar Betanië, hief zijn handen op, en zegende hen.  En terwijl Hij ze zegende, scheidde Hij van hen, en werd opgenomen ten hemel." (Luk. 24:50-51). 


    Bij Camille Colruyt gaat het om de inhoud. In 1947 schreef hij reeds: “Grijp de kern, de ziel, het inwendige leven; en al het overige zal u toegevoegd worden, het uiterlijk sierlijke inbegrepen.” Terugkijkend op zijn oeuvre in 1971, kan hij zeggen dat hij dit ideaal is trouw gebleven. “Niemand kan geven wat hij niet bezit” was zijn overtuiging. Aan de beheersing van de edelsmeedkunst heeft hij jaren onverdroten en met geestdrift gewerkt. Als edelsmid wil en zal hij de Rijn- en Maaslandse kunstenaars evenaren.


    Maar ook het boetseren en beeldhouwen heeft hij volledig onder de knie. Hout, steen, gips, terra-cotta en brons; hij kent hun geheimen en onderwerpt de materie aan de geest en het gevoel. Met deze grote technische vaardigheid waagt hij zich, met succes, aan de monumentale edelsmeedkunst, een nieuwe, ongewone kunstvorm. Hij maakt  honderden schetsen en gipsmodellen  tot hij de idee zo veel mogelijk in vorm en volume gevat heeft. Dan neemt hij de grote koperen plaat en begint ze te plooien, op te rollen, te draaien, uit te zagen, te snijden en uit te kappen. In het mooie, gesmede koper laten zijn hamerslagen een fijne rimpeling na. Er wordt gedreven en geciseleerd. Uren, ja dagen, van spanning,  geestdrift en angst voor het doel bereikt is.


    Zijn vaardigheid en creativiteit zijn zo groot dat hij als het ware ’boetseert in het koper’. Terwijl het beeld langzaam uit de plaat geboren wordt, zal hij het met liefde een ziel geven. De koperen plaat zelf zal hem tot verdere verfijning brengen; in beeldhouwkunst zou men het ’taille directe’ noemen. Het beeld wordt transcendent. Zijn vriend Marcel De Corte, professor in de filosofie aan de universiteit van Luik, schrijft hierover het volgende: “Men ervaart bij hem iets unieks, dat de kunst als dusdanig overstijgt en dat ik graag zou omschrijven als het verbeiden van de verrijzenis van de lichamen...het verlangen om de dood totaal te overwinnen door het geloof in de verrijzenis, die onze vergankelijke lichamen zal herscheppen in glorierijke lichamen.”

    De tekst werd opgesteld na een uitvoerig gesprek met Mevr. Weduwe C. Colruyt op 14 februari 1996. Na hem gelezen te hebben gaf ze me een goedkeurend telefoontje:’Prima, u hebt mijn man begrepen’. 

     


    GvE


                                               

    foto MG

    >> Reageer (0)
    06-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Kapellekerk - 1

    De Kapellekerk fungeert al 800 jaar als parochiekerk.

     

    Dit jaar vieren we dit  800-jarig bestaan en daar gaan we wat aandacht aan besteden.

     

    Deel 1

     

                          

    De Kapellekerk werd officieel een parochiekerk in 1210. Haar geschiedenis is echter

    veel ouder.

    Alles begon in 1134 wanneer Hertog Godfried I met de Baard overging tot de stichting

    van een kapel “extra muros”. Dit was dus de eerste kapel buiten de stad.

    Deze akte leert ons twee dingen: nl. de stichtingsdatum en bovendien dat de stadsmuur

    reeds bestond.

     

    Deze eerste omwalling waarvan nog verschillende resten bestaan (o.a. Anneessens-

    toren en Plebaantoren) had een driedubbele functie:

    1° de tolheffing vergemakkelijken.

    2° vreemde legerbendes buiten de stad houden.

    3° de rumoerige volksklasse buiten de stad houden. Vermits ze geen stadsrecht hadden

         moesten ze erbuiten gaan wonen.

    Dit laatste zou aanleiding geven tot het ontstaan van de Marollenwijk.

     

    Het waren de Benedictijnen van Kamerijk die werden aangezocht om deze kapel te

    bedienen. Brussel behoorde toen immers tot het bisdom Kamerijk.

    De Benedictijnen zorgden niet alleen voor de spirituele belangen van de arme bevolking,

    maar ook voor de materiële belangen van de arme bevolking.

     

           

    Dat het Kapittel van Sint-Goedele deze beslissing niet in dank afnam bewijst het jarenlang

    verzet. Immers er werd op die manier een groot deel van hun parochie afgetakt, met de

    daarbij horende inkomsten.

     

    Hertog Godfried I trok zich van dat verzet niet veel aan. Hij was van oordeel dat de

    Rijken (het Kapittel) reeds voldoende begenadigd waren door Ons Heer, vandaar dat nu

    de armen aan hun trekken moesten komen via de Benedictijnen.

    Bovendien zorgde hij op die manier ook voor zijn zieleheil en dat van zijn familie.

                    

    Het glasraam met Godfried I met de Baard, de stichter van de Kapellekerk, bevindt zich in de Heilig-Kruiskapel.


                     


    Met muurschilderingen en bijpassende glasramen gaf Charle-Albert in 1870 het koor een neo-gotisch uitzicht.


    PW
    foto's MG


    >> Reageer (0)
    05-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Kapellekerk - 2

    De Kapellekerk fungeert al 800 jaar als parochiekerk.

     

    Dit jaar vieren we dit  800-jarig bestaan en daar gaan we wat aandacht aan besteden.

     

    Deel 2


    De parochie van de Kapellekerk werd later de Marollen genoemd.

    Deze aanvankelijk ongure buurt heeft nochtans enkele bijzondere parochianen opgeleverd, met name Pieter Breugel de Oude, Andreas Vesalius en Justus Lipsius.

     

               

    Het herdenkingsmonument Pieter Breugel - met een kopie van het schilderij 'Overhandiging van de sleutels aan Sint Pieter' van Rubens - vinden we in de zijkapel achter de preekstoel.

    In deze marginale, arme buurt vestigden zich verschillende kloostergemeenschappen waaronder de Maricolen, die hun naam leverden aan deze wijk. Samen met de Brigittinen en de Visitandinen  zorgden zij voor de zielzorg en het materiële welzijn van deze armen.

    Daar de Maricolen nogal ver van de Kapellekerk gevestigd waren en niet voldoende Nederlands verstonden om de gebeden te begrijpen, vroegen zij om de bouw van een kapel aan de andere kant van de wijk. Dit werd de Montserratkapel die intussen weer verdwenen is en waarvan de straatnaam nog is behouden.

    Dat de Kapellekerk reeds zeer vroeg een parochiekerk was, kan men afleiden uit haar ligging op een plein. Immers dat plein is er gekomen toen het vroegere kerkhof werd afgeschaft.

                             

    PW
    foto's MG


    >> Reageer (0)
    28-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wapen van Pius IX in Brussel

       Wapen van Pius IX in Brussel


    In de 'Résidence Centrale', Bergstraat nr. 52, is er een doorgang naar een binnenplein. Van deze Sint-Sebastiaansgang ontbreekt evenwel het straatnaambord. Op het binnenplein, waarrond zich appartementsgebouwen binnen het huizenblok Bergstraat-Beenhouwersstraat-Koningsgalerij-Arenbergstraat bevinden, zien we het 'Waterspuwend Meisje', een fontein uit 1945 van de hand van de Roemeense, Belg geworden kunstenaar Idel Ianchelevici (1909-1994). 

                                            
                                                       Waterspuwend meisje - Idel Ianchelevici


    Boven de
    doorgang, aan de binnenzijde, is het wapen van graaf Giovanni Maria Mastai-Ferretti, alias Pius IX (1792-1878), aangebracht. Petrus buiten beschouwing gelaten, was hij de paus met de langste ambtstermijn (bijna 32 jaar).

    Hier was van 1857 tot 1937 de katholieke drukkerij-uitgeverij Goemaere gevestigd. Het pauselijk wapen werd door drukker Henri Goemaere aangebracht uit erkentelijkheid omdat hij een 'pauselijke toelating' had gekregen voor het drukken van bijbels. Te vergelijken met het statuut van hofleverancier.


                                

    Bronnen: Piet J. Van Nieuwenhuysen, Gids voor oud Brussel, Standaard uitgeverij Antwerpen, 1988 / Ludo Simons, Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen, deel 1, Uitgeverij Lannoo Tielt, 1984 / Pierre Bernard, Bouwen door de eeuwen heen in Brussel, 1A, Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, directie Monumenten en Landschappen, 2009 / Artikel Paus Pius IX, uit Wikipedia / Artikel Idel Ianchelevici, uit Wikipedia / Wapen in kleur, uit Wikimedia Commons.

    Tekst en foto's: Michel Govaerts.



    >> Reageer (0)
    13-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Juliana van Cornillon

                      Een knipoog van St Goedele  naar Juliana van Cornillon

     

                               


    Omstreeks 1193 werd Juliana geboren in de omgeving van Luik. Op jonge leeftijd verloor zij haar ouders en trad op de leeftijd van 5 jaar in  in het klooster van Mont Cornillon.

     In dit klooster werd ze priorin in 1230.

     

    Zij ijverde voor de verering van het H. Sacrament. Na lang aandringen werd door de bisschop van Luik in zijn bisdom een feestdag ingevoerd ter ere van het Heilig Sacrament. In het Italiaanse stadje Bolsena was een hostie gaan bloeden.
     
     De visioenen van de H. Juliana.

    Dit kwam Paus Urbanus IV ter ore. Hij was ooit kanunnik  van de kathedraal van Luik geweest. Terstond  stelde hij het sacramentsfeest in voor de hele Kerk. Sindsdien viert men Sacramentsdag op de 2° donderdag na Pinksteren.

     

    Het bekende lied “ Tantum ergo” van Thomas van Aquino dateert van toen.  Sedertdien zijn er talrijke legendes opgedoken omtrent het H. Sacrament. Niet enkel Brussel heeft er een, maar ook Herkenrode bij Hasselt en Hoogstraten om er maar enkele te noemen.

     

    Juliana stierf in een geur van heiligheid en werd  zalig verklaard in 1869.

    Brussel had een mooi klooster aan haar toegewijd, maar daarover later meer.


    P.W.
    Afbeeldingen Internet & Sanctus -Meer dan 500 heiligen herkennen. J & A.Claes, K. Vincke. KOK.

    >> Reageer (0)
    07-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De boom van Jesse
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    DE BOOM VAN JESSE

     

     

    Wie is Jesse ?

     

    Volgens Gods beloften zou de Messias geboren worden uit de nakomelingschap van Abraham “Door u zal zegen komen over alle geslachten op aarde” (Gen.12,3; hernomen in Sir.44,21; Jer.4,2; Hand.3,25; Gal.3,8) en uit het geslacht van koning David, aldus de Godspraak via de profeet Natan: “Ik zal de nazaat die gij verwekt hebt hoog verheffen en zijn koninklijke macht in stand houden. … en Ik zal zijn koninklijke troon voor altijd in stand houden.” (2 Sam.7,12-13).

    In het populaire kerstverhaal van Lucas lezen we dat Jozef, “omdat hij behoorde tot het huis en het geslacht van David” (voor de volkstelling) op weg “ging naar Judea, naar de stad van David, Betlehem geheten” (Lc.2,4).

     

    Twee evangelisten, Matteüs en Lucas, geven in de aanvang van hun evangelie een gekunstelde geslachtslijst van Jezus. Zeker Matteüs die de nadruk erop wil leggen dat Jezus wel degelijk de langverwachte Messias is, laat de genoemde dynastieke belofte uitkomen. In een afdalende geslachtslijst van Jezus vermeldt hij aldus Davids vader Isaï: “Obed was de vader van Isaï en Isaï van David, de koning” (Mt.1,5). Ook de tweede gekunstelde, (tot Adam!) opklimmende geslachtslijst van Jezus die Lucas geeft bij het begin van Jezus’ openbaar optreden, vermeldt de vader van David: “Isaï” (Lc.3,32). De naam van Davids vader komt ook voor bij Paulus (Rom. 15,12) (zie verder) en nogmaals bij Lucas (Hand.13,22-23): “Nadat God Saul verworpen had, verhief Hij David tot hun koning. Van deze gaf Hij het getuigenis: Ik heb David gevonden, de zoon van Isaï, een man naar mijn hart, die mijn wil in alles zal volbrengen. 23 Uit diens nakomelingschap heeft God volgens belofte voor Israël een Verlosser doen voortkomen, Jezus.” 

     

    Isaï, wiens naam betekent ‘Hij is de Heer’, treedt in het bijbelse verhaal (1 Sam.16) enkel op in functie van de uitverkiezing van zijn zoon David tot gezalfde koning. Samuël wordt gezonden “naar Isaï, de Betlehemiet, want een van diens zonen heb Ik voor het koningschap bestemd”, aldus de Godspraak (v.1). Bij het opdragen van een kalf als offer valt het oog van Samuël op de oudste zoon van Isaï, maar hij is niet de door God uitverkorene; immers “een mens kijkt naar het uiterlijk, maar God naar het hart” (v.7). Isaï stelt aldus zeven van zijn zonen aan Samuël voor, maar geen van hen blijkt de uitverkorene. Ten allerlaatste wordt de jongste die de schapen nog aan het hoeden was, gehaald en gezalfd: “Sedert die dag was de geest van God vaardig over David” (v.13).

     

    In tegenstelling tot de moderne Nederlandse vertaling ‘Isaï’ luidt die naam in het Latijn van de VulgaatJesse”. Dergelijke andersluidende invullingen van de klinkers (zeker bij vertalingen) zijn nu eenmaal eigen aan het Hebreeuws dat enkel vaste medeklinkers kent.

    Omwille van de eeuwenoude Latijnse traditie is echter de ‘(stam-)boom van Jesse’ als begrip ingeburgerd geraakt, wat wel eens voor een valse verwarring zorgt tussen de beide versies voor de naam van dezelfde persoon. 


    Rudi Mannaerts, toerismepastoraal Antwerpen
    Boom van Jesse in kloosterkapel Keyhof van Huldenberg


    >> Reageer (0)
    22-02-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bonifacius
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

                              

     Bonifatius  van  Brussel

     19    februari

     

     


    Bonifatius werd geboren te Brussel omstreeks 1182 en behoorde tot een welgestelde familie
    met name  Clutinc.  Hij werd opgevoed in de vreze des Heren.

    Op 5 jarige leeftijd werd hij naar school gestuurd, en dit in zijn onmiddellijke omgeving, n.l. de abdij  van Ter Kameren bij de zusters Cistercienzen.

     

    Wanneer hij de leeftijd  bereikte van 17 jaar kende hij vlot latijn, dermate dat hij het kon spreken.  Ook in de bijbel was hij goed thuis.  In 1158 werd hij ingeschreven aan de universiteit van Parijs. De K.U.Leuven  bestond  toen nog niet, zij dateert van 1425.Ook  daar blonk hij uit.. Hij werd er magister in de theologie en mocht er nadien doceren. Intussen ontving hij het kanunnikschap van de St Goedele kerk te Brussel  om er tenslotte deken te worden  van 1216 tot 1222.

     

    Alvorens benoemd te worden tot bisschop van Lausanne in Zwitserland, deed hij nog dienst als scholaster aan de kathedraal van Keulen.

    Hij raakte echter onmiddellijk   in conflict met de andere kanunniken aldaar omdat hij weigerde hun voorrechten te erkennen en ook weigerde hij hen een traditioneel banket aan te bieden.  Gedurende 8 jaar bleef hij  bisschop van Lausanne, waarna hij zijn functie neerlegde. Hij raakte verwikkeld in het conflict tussen de Roomse keizer Frederik II en de Paus Gregorius  IX. Als gevolg van een aanslag op zijn persoon , door de keizer beraamd, nam hij ontslag. Hij vertrok  in 1247 terug naar zijn geboortestreek. Liefdevol werd hij opgevangen in de abdij van Ter Kameren. Teruggetrokken in een cel verbleef hij er nog 18 jaren, tot zijn dood.

     

    Bonifatius moet  een voorbeeldig man zijn geweest , eerlijk en rechtlijnig, hetgeen  niet altijd in dank werd aanvaard.

     

    PW


    >> Reageer (0)
    06-02-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rust tijdens vlucht naar Egypte
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    DE RUST TIJDENS DE VLUCHT NAAR EGYPTE



    Schilderij: Jan Breughel de Oude


     

    Maria en Kind

    - geen mantel en kap: ontspannen tijdens de rust

    - op de voorgrond

    - zit / ligt

    - naast haar liggen een grote reistas en een wandelstok

    - het Kind bij zich

    - zoogt het kindje Jezus

    - leest een boek: biddend

     

    Jezuskind

    - slapend

    - een hoofddek­sel, een hoofddoek

     

    Jozef

     - is met zijn ezel naar het dorp voedsel gaan halen voor zij familie, komt vanuit de verte achter Maria met een broodmand aangewandeld

     

    engelen

    - volgen met een rijkelijk gevulde fruitmand

    Rudi Mannaerts, toerismepastoraal Antwerpen
    Afbeelding Internet


    >> Reageer (0)
    24-01-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lichtmis
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



    Lichtmis
    2 februari


     

     

    Dit feest is geïnspireerd door het verhaal van Lucas* 2,   22-40 en wordt gevierd 40 dagen na Kerstmis.


    Het is ontstaan in het oosten als een vreugdefeest. Het werd te Jeruzalem gevierd met
    processie, kaarsen, mis en homelie.

    Het is zowel een Christus-feest  als een verheerlijking van Maria, met in het westen een klemtoon op dit laatste.


    Lichtmis heeft in het volksleven heel lang een aparte plaats gehad. Vrouwkensdag is daar
    een voorbeeld van.


    Op Lichtmis is het nog volop winter en toch klaart de hemel op. Zo kende de boer een
    leuke woordspeling:  men kan van nu af bij het werk het “ licht missen”.


    Te Brussel werd op deze in de St Niklaaskerk O.L.Vrouw van de Vrede aanroepen en
    men stak dit beeld een brandende kaars in de hand.

     

    Lichtmis is  nog steeds een traditionele pannenkoekendag zowel in  Vlaanderen als Wallonië

     

    Interessante linken:

    http://www.annetanne.be/kruidenklets/2008/02/02/pannenkoeken
    * De Bijbel op internet.
    Afbeelding Internet

    PW

    >> Reageer (0)
    20-01-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OLV Scherpenheuvel in kathedraal
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



    Beeldje O.-L.-Vrouw van Scherpenheuvel in de kathedraal.

     



    Onlangs werd de kathedraal van Brussel verrijkt met een prachtig authentiek huisaltaar met beeld van O.-L.-Vrouw van Scherpenheuvel, gesneden uit de authentieke eik (eerste helft 17e eeuw). Deze eik werd gekapt op verzoek van Bisschop Hovius omdat hij een gevaar betekende voor de talrijke pelgrims, die ieder met een stuk ervan naar huis trokken.


    Het beeldje stelt Maria voor als Onbevlekte Ontvangenis, staande op de maansikkel en een slang vertrappend.  Het is grotendeels uit eikenhout gesneden, terwijl de beide hoofdjes vermoedelijk van bukshout zijn. De kronen en de scepter zijn versierd met glassteentjes, pareltjes en email. Er zijn relieken aangebracht van de heiligen Petrus, Paulus, Bartholomeus, Philippus enFortunata, en dit rondom de altaarnis. 

    Albrecht en Isabella schonken dit beeldje aan de gravin van Berlaymont, die in 1624 een klooster stichtte met haar naam en waar het beeldje tot onlangs werd vereerd.

     

    Tekst PW

    Foto MG


    >> Reageer (0)
    09-01-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Parochies in Brussel 3

     

    Het ontstaan van Brussel op de helling - deel 3

    Wandeling op 25 april 2009



    Wandeling van Sint-Goedele via de Parochiaanstraat, Kantersteen, Stuiverstraat, Ter Arkenstraat (Jodentrap) naar het Koningsplein tot aan Sint-Jakob. De omweg langs Ter Arken is bedoeld om de middeleeuwse realiteit aan de lijve te ondervinden.

     

    Voor Bram is dit de belangrijkste halte. Op dit kleine plateau stond een Sint-Jakobskerk, met toegang langs de huidige Naamsestraat. Nu is het een 18e eeuwse kerk in functie van het gelijktijdige Koningsplein. Na de brand van het paleis van de hertogen van Brabant is aan de stad gevraagd hun afval te komen afzetten om een groter plein te kunnen aanleggen.


    De Koudenberg is een militair en politiek strategische hoogte (summum), buiten het overstromingsgebied, met uitzicht op de Zenne- en Maalbeekvallei.

    Bij een morfologische studie van de eerste omwalling blijkt dat het kasteel + kerk + ovaal plein overeenkomt met de structuur van een typisch “Driesdorp” met 3-hoekig gemeenschapsplein waar vee mocht grazen, hout werd gesprokkeld en volk kon ontmoeten of verzamelen. Er is weinig informatie over de Sint-Jakobskerk. Vanaf de 12e eeuw is er een kerk, een priester en een connectie met het kasteel. Volgens Bram zou het wel eens de oudste kerk kunnen zijn. In de ouste registers over cijnzen wordt Sint-Jakobs steeds vermeld als libertas Bruxellae, wat dan het oudste rechtsgebied, de oudste vrijheid van Brussel zou zijn.


    In de 2e helft van de 12e eeuw wordt Sint-Michiel-en-Sint-Goedele de hoofdkerk. Waarom claimt Sint-Jakob, met gasthuis, dat statuut dan niet? Sint-Jakob wordt dan weggeschonken aan de Ridders van Malta. Over wat er verder gebeurt met het goed is er geen spoor in de archieven van desbetreffende orde. 20 jaar later wordt de gemeenschap omgevormd tot een regulier klooster met de regel van Augustinus (Jan van Ruusbroek zal ook overgaan tot die regel, na deel te hebben uitgemaakt van het seculiere college van kanunniken van Sint-Goedele).

     

    Wanneer we vergelijken met wat in andere steden gebeurt, kunnen we veronderstellen dat Sint-Goedele de tegenstanders heeft willen uitschakelen, door Sint-Gorik voor te stellen als temidden een oord van verderlf, terwijl Sint-Jakob een gesloten klooster wordt, zonder enig verband met de stad. Dat Sint-Jakob wellicht de oudste kerk was lezen we in een kroniek uit de 16e eeuw uit ’s Hertogenbos van Peter van Oss. Daarin staat dat Lodewijk de Vrome (zoon van Karel de Grote) in de 9e eeuw een Sint-Jakobsklooster in Brussel heeft gesticht.

     

    Wat betekent de toponiem Koudenberg? Koud kan betekenen “onbewoond” of koud (vanwege de winden?)

    Deze tekst is samengesteld door Mw. M.-C. Van Grunderbeek (musea stad Brussel - Broodhuis) en baseert zich op een doctoraatswerk over de geschiedenis van de parochies in Brussel.  Zij gaat uit van een wandeling die door de doctorant geleid werd op 25 april 2009.
    Marie-Claude.VanGrunderbeek@brucity.be


    >> Reageer (0)
    01-01-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wensen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen De redactie wenst u een zalig kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar.

    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De besnijdenis

    DE BESNIJDENIS

     

    Bijbel (Lc.2,21)

    21 Nadat de acht dagen voorbij waren en men Hem moest besnijden, ontving Hij de naam Jezus, zoals Hij door de engel was genoemd voordat Hij in de moederschoot werd ontvangen.

     

    Betekenis

    Het betreft het verwijderen van de voorhuid van het mannelijke lid (met een scherp mes): de besnijdenis (Gen. 17,10-14). Ofschoon de besnijdenis ook bij naburige volken bestond, zoals bv. bij de Egyptenaren, Feniciërs, Arabieren, Moabieten, enz... werd dit gebruik bij de Joden ingevoerd als teken van het verbond dat God met de aartsvader Abraham sloot. Ook de Moslims later passen dit gebruik toe. Dit ritueel moest voltrokken worden op de achtste dag na de geboorte (Lev.12,3), zelfs indien die op de sabbat viel, de heilige rustdag. De besnijdenis wordt oorspronkelijk voltrokken door de vader, later door de mohel. Hierdoor treedt men toe tot de gemeenschap van Israël, zodat men aan de eredienst mag deelnemen; het is het teken van toewijding aan God. Maar de ware besnijdenis/ verbondenheid met God bestaat uit een innerlijk gebeuren: het is vooral het hart dat moet besneden/ gezuiverd worden (Deut.10,16). Dit verbondsteken wordt een discussiepunt onder de eerste christenen. De christenen uit de joden willen dit (joodse) verbondsteken met God aan allen opleggen, terwijl de christenen uit de heidenen dit afwijzen. Deze laatsten, die o.m. sterk de steun krijgen van Paulus, nochtans zelf van vorming een joods schriftgeleerde, halen het op het apostelenconvent (Hand.16,3). De besnijdenis was steeds verbonden met het geven van de naam aan het kind.

     

    Feestdag

    1 januari (d.i. 8 dagen na kerstmis)

     

    Naam

    Besnijdenis, (lat.) ‘circoncisio’

     

    Devotie

    De besnijdenis is het eerste gebeuren in Jezus’ leven waar Hij bloedt. Dit wordt aangezien als een voorafbeelding van zijn bloedig lijden en sterven op het kruis. Vandaar dat de devotie tot de ‘vijftien bloedstortingen van Jezus’ aanvangt met de besnijdenis (vb. schilderij Kathedraal Antw.).

    Omdat de besnijdenis verbonden is met het geven van de naam aan het Kind, werd het feest eeuw gevierd bij de jezuïeten, ‘het Gezelschap van Jezus’, en spraken zij die dag een gelofte uit (cfr. schilderij in Mariakapel St.-Carolus Borromeuskerk). Ook voor de broederschappen van de (Soete) Naam Jezus was dit dé feestdag.

     

    Voorstellingswijze

    De voorstelling is afkomstig uit Byzantium sinds de 10de eeuw.

    Jozef en Maria kijken toe hoe het Kind besneden wordt, soms door Jozef.

     

    Maria

    - wit-blauwe kledij

    - gevouwen handen, de ogen aandachtig gericht op het Kind: de moeder-kind-relatie

    - aureool

    - draagt het Kind

    - of heeft het Kind uit handen gegeven

     

    Jozef

    - oudere man, kale schedel, baard

    - (geen) aureool

    - kijkt (staande) toe als toeschouwer, terwijl een ambtenaar, de mohel de besnijdenis uitvoert,

    - óf voltrekt zelf (geknield) de rituele handeling: overeenkomstig de joodse voorschriften

     

    de mohel

    - een mes/stift in de rechterhand: brengt de besnijdenis toe

    - geknield / staande

     

    tempeldienaar(s)

    - hoofddoek, baard

    - houdt met beide handen het Kindje vast terwijl de mohel met de besnijdenis bezig is.

     

    Jezuskind

    - baby, enkele haartjes op het hoofd

    - aureool

    - weert zich enigszins / ongestoord

    - in de armen gehouden door tempeldienaar / Maria

    - óf ligt op een altaartje / in een bekken

     

    omstaanders

    - mannen en vrouwen: knechten en dienstmeiden

    - een of meerderen dragen grote brandende kaarsen: lichten bij voor de delicate ingreep

    - een draagt een grote kan, een ander een schaal: respectievelijk om het water voor de reiniging van het bloed uit te gieten en op te vangen

    - komen binnen / kijken toe: getuigen van het gebeuren

     

    locatie

    - in een soort tempelgebouw (naargelang de stijlperiode: bv. renaissance-tempel in rondbouw): nochtans heeft de besnijdenis niet plaats in de tempel, wel in Betlehem (de synagoge?)

     

    opstelling

    - tot en met de 16de eeuw enkel binnen cycli zoals ‘het leven van Christus’, ‘de Kindsheid Jesu’, ‘de (15) Bloedstortingen’ of ‘het leven van Maria’ en ‘de Zeven Smarten van Maria’.

    - vóór ‘De aanbidding der Wijzen’ én ‘De opdracht in de tempel’

    - typologische voorafbeeldingen: - de besnijdenis van Isaac

         - de besnijdenis van Samson

    Tekst : Rudy Mannaerts - Toerismepastoraal Antwerpen


    >> Reageer (0)
    26-12-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De fijnspar

    DE FIJNSPAR      


    Langs straten en op pleinen staan ze te schitteren met hun veelkleurige lichtjes en ballen. Over al hoort men 'O dennenboom …'
    De kerstboom is terug van weg geweest. Maar onze kerstboom is geen dennenboom maar een spar.

    Deze soort hoort hier eigenlijk niet thuis. Hij is hier aangeplant als kerstboom maar ook voor zijn hout.
    Hoofdzakelijk hoort hij thuis in Noord- en Midden-Europa. Van de Alpen tot Scandinavië en van de Balkan tot in Rusland.
    Hij houdt van een vochtige atmosfeer en een koud klimaat.
    Hij groeit dan ook op grote hoogten. Daar ontwikkelt hij zich tot een krachtige boom met een fraaie rechte stam.
    In onze streken wordt hij bijlange niet zo fraai.  In vergelijking van zijn broers uit het hoge noorden is hij een verschrompeling.  Hij werd hier ingevoerd in de 18de eeuw.
    De stammen uit het hoge noorden werden en worden veelal als masten gebruikt op zeilboten maar ook van grote en hoge tenten.
    Hij kan tot 62 hoog worden en zeer oud worden. Men spreekt tot 600 jaar.
    De fijnspar verdraagt veel schaduw en daardoor worden ze dicht bij elkaar geplant. Het is echt helledonker in een sparrenbos. Maar daardoor had men een grotere houtopbrengst. Na 3 tot 35 jaar kon men aan de kap beginnen. Daarna de grond ploegen en opnieuw planten.

      De vrouwelijke bloem

    De spar heeft  platte naalden die rondom de twijg staan. Ze zijn scherp gepunt. De bovenste twijgen zijn omhoog gericht de onderste gaan neerhangen. Deze twijgen zijn roodachtig bruin.De boomschors is roodachtig bruin. Later zal, bij oudere bomen, deze kleur overgaan naar donker paarsachtig..
    De schors vertoont barsten die ronde kleine gladde platen vormen.          
                                                             
       De vruchten zijn 12 tot 18cm lange kegels. Die als sigaren van 2,5cm dikte aan de boom hangen.
    Tijdens de herfst rijpen de zaden maar het is pas een jaar later dat de kegel zijn zaden los zal laten.
    Hoger schreven dat de spar om zijn hout gekweekt wordt.

    Hij levert sterk, licht , elastisch hout met een bleekgele kleur. Het is vooral gekend als vurenhout. Het wordt evenwel ook gebruikt voor kisten, interieurs, in de papierindustrie, voor violenbouw, als hei en telefoonpalen en in de scheepsbouw.
    In sparrenhout (vurenhout) vind je steeds kleine knoesten (wieren) tussen de grote. De den (grenenhout) heeft dat niet omdat hij geen zijtakken heeft.
    Op stam vindt men de harsblaren. Uit deze hars zal men terpentijn winnen. Heel de boom zit vol alveolen die met hars gevuld zijn. Ze hebben geen verbinding met elkaar. Het zijn die harsbubbels die ervoor zorgen dat het haardvuur knettert wanneer je harshoudend hout brandt. Het hout mag jaren drogen, toch blijft het vonken en gensteren.
    Het hout werd ook als mijnhout gebruikt.in de mijnen stutte men er de gangen mee. Wanneer er  een instorting dreigde dan ging het hout zingen “kraken” en wist men dat men zich uit de voeten moest maken. Ander hout bezweek onmiddellijk onder de druk. Dit is ook de verklaring waarom er in de Kempen zoveel naaldhoutbossen aangeplant werden.

    KERSTBOOM

    De spar is reeds eeuwen het symbool van groei en bloei en de verjager van heksen en slechte geesten.
    Vroeger bond men sparrenboompjes hoog in de mast van een terugkerend zeilschip; men hoopt met kerst terug thuis te zijn. In de 5de eeuw was het reeds de Boom des levens in de mysteriespelen in Duitse kerken. Bij die gelegenheid was de boom versierd met appels en koekjes.
    In de 9de eeuw verbood Karel de Grote het opzetten van deze boom. Paus Martinus II deed hetzelfde in de 10de eeuw.
    Straatsburg toonde de eerste versierde kerstboom reeds in 1605. Het is pas in de 19de eeuw dat de opmars zal beginnen.

    VOLKSGENEESKUNDE

    Sinds mensenheugenis weet men dat het sap van de spar en bij uitbreiding bijna alle coniferen, slijmoplossend is en helpt bij aandoening van de luchtwegen.
    De etherische olie wordt, opgelost in heet water, gebruikt bij griep, koorts, astma.

    LEGENDE
    Deze legende komt uit Beieren

    Het was volop winter. Het sneeuwde en het vroor dat het kraakte. De drie bosarbeiders keerden terug naar huis. Onderweg kwamen ze een mooie vrouw tegen.
    Zij brak van een spar drie takken af en gaf ze aan de mannen met de woorden:
    “ Dit zijn gelukstakken. Bewaar ze goed.”
    Twee arbeiders vertrouwden het zaakje niet en gooiden  de vermeende heksentakken weg.
    De derde stak het takje op zijn muts. Als bij wonder veranderde het in een echte gouden tak.
    Onmiddellijk liepen de twee anderen terug om hun takjes te zoeken.
    Wie vandaag naar de Beierse bossen gaat zal die twee mannen nog steeds zoekend vinden.

                                                                                ZALIG KERSTFEEST
                                                  
    Hoe herkennen  ?  
                                                
    Spar : De naalden staan alleen rondom de tak   solo  (alleen)
    Den :  de naalden staan per 2                           duo  ( per twee)
    Lork: de naalden staan gegroepeerd                 legio  (met vele)

    norbert mosselmans 12/2009

    INFO

    Bomen en struiken     Readers Digest
    Foto’s      Internet
    Legende      internet Kerjean info
    Volksgeneeskunde      internet Gielenaroma


    >> Reageer (0)
    05-12-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Maeskapel

      De  Maeskapel

     

    Op  26 oktober l.l. werd de Maeskapel plechtig opengesteld voor het publiek. Deze barokkapel, die deel uitmaakt van de kathedraal te Brussel werd ontworpen door Leon van Heil, hofarchitect in de 17° eeuw.

     

    Zij vervangt een vroegere absiskapel gelegen achter het hoogkoor die in de 13°eeuw was toegewijd aan Maria Magdalena.

    Deken Hendrik Slabbaert  werd er begraven in 1348, vandaar dat deze kapel ook werd genoemd het “ Slabbaertchoorken”.

     

    Dit gebouwtje raakte in verval, zodat het werd afgebroken en vervangen door huidige kapel.

    Jan Baptist Maes, zoon van de gelijknamige raadsheer bij de Raad van Financien kreeg toelating tot de bouw van deze barokkapel in 1675. Het werd tevens de begraafplaats van deze familie. 

              


    Deze kapel was reeds geruime tijd buiten gebruik en afgesloten voor het publiek door middel van een pracht van een 18° eeuws hekken, afkomstig van de abdij-kerk van Ter Kameren. Dit hekken ontnam deels het zicht van een uniek retabel in albast van de hand van  Jan Mone.  Thans is deze kapel toegankelijk voor een devoot publiek.

     

    Door deze ligging ontsnapt zij aan de drukte veroorzaakt door de talrijke toeristen.

    De plechtigheid van 26 oktober had nog een ander doel.  In dezelfde kapel werd een plaats toebedeeld aan een zeer oud en origineel beeld  van O.L.Vrouw van Scherpenheuvel uit de 17° eeuw met een heel aparte voorgeschiedenis.  Maar dat is een ander verhaal.

     

    PW



    >> Reageer (0)
    12-11-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Parochies in Brussel 2

    Het ontstaan van Brussel op de helling - deel 2

    Wandeling op 25 april 2009



    Wandeling van Sint-Gorik via Borgwal, over Anspachlaan, via Steenstraat, Zuidstraat tot

    de Sint-Niklaaskerk. Sint-Katelijne en Kapellekerk worden links gelaten want te ver.

     

    Sint-Niklaas was een parochiale kerk. Als patroonheilige van handelaars en schippers wordt, Sint-Niklaas geassocieerd met de haven, annex handelsnederzetting, annex oude kerk van Sint-Gorik. De Steenstraat die we doorliepen was één van de parochiegrenzen tussen Sint-Gorik- en Sint-Niklaasparochies (tegen argumenten Lefevre). Dat zien we op de kaart van Brusselse parochies van Philippe Godding. Sint-Niklaas is, net als Sint-Gorik gelegen in de beemden of drassige gronden van Brussel, die pas in de 12e eeuw bewoonbaar werden gemaakt. Er is sprake van een "portus" zonder juiste bepaling van wat het is of waar het lag.

    Er was een Romaanse donjontoren, ongeveer xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />50 m hoog, die verbonden was met de kerk (raakte de kerk niet). Die toren zou er volgens de legende vóór de kerk gestaan hebben.  Zeker is dat de Sint-Niklaaskerk dateert van de 12e eeuw (afwaterings- en kanaliseringsoperatie). Er is een donjon, zoals Sint-Goedele een "westbouw" heeft.

     

    ---

     

    Wandeling terug langs de Steenstraat terug om via de Violetstraat op het Sint-Jansplein

    te geraken.

     

    Op de kaart van Philippe Godding, die René Laurent gebruikt, staan de parochies uit de 15e eeuwaangetekend. Sommige van die parochies gaan wel over de omwallingen.

    Vaststellingen zijn dat er grote en kleine parochies zijn en dat ze zeer onregelmatig zijn.

    Het Sint-Jansplein is een knooppunt van de parochies St.-Goedele, St.-Gorik, St.-Niklaas.


    Sint-Goedele is de enige parochie die volledig binnen de eerste omwalling is gelegen. 
    Registers vermelden gegevens van de verschillende parochies en 'omtrent het Sint-Jansgasthuis. Deze plaats is de grens tussen de droge helling en het drassige gebied van de Zenne. Logisch zou zijn dat Sint-Goedele, Sint-Jakob en Kapellekerk de oudste parochies zouden zijn, in het droge gedeelte, terwijl Sint-Gorik, Sint-Niklaas en Sint-

    Katelijne in het overstromingsgebied pas later ingesteld worden. De Sint-Jansgasthuiskerk uit de 13e eeuw is in Romaanse stijl.

     

    Woeste gronden zijn van de heer. De graaf (Boudewijn), later de hertog (Hendrik), zal in de 12e eeuw het natte land in concessie geven tot drooglegging, kanalisering en bouw van watermolens.

     

    ---

    Wandeling van het Sint-Jansplein via de Duquesnoystraat, Steenweg, Grasmarkt, Bergstraat naar het Sint-Goedelevoorplein.

     

    Sint-Goedelekerk is voor Placide Lefevre de enige hoofdkerk, moederkerk en tevens oudste kapel, bij een Merovingische nederzetting. Na de brand is begonnen aan de Romaanse kerk, begin 13e eeuw, ongeveer dezelfde tijd als de Ceure werd toegekend.

    Volgens Lefevre zou pas na de middeleeuwen de andere parochies afgesplitst zijn. Volgens een document van 1047, dat een vervalsing uit de 2e helft van de 12e eeuw zou zijn, gebeurde dan van alles: stichting van het Sint-Goedelekapittel en de bouw van de stenen kerk.


    Onbetwist echt is het document van 1073 dat bevestigt in een compromis tussen Kamerijk en Sint-Goedele, dat er in de 11e eeuw een kapittel van kanunniken werd ingesteld (seculiere organisatie, de kanunniken woonden zelfstandig waar ze het wilden). Dertig jaar later, en nog eens 15 jaar later vinden we in teksten de vermelding en bevestiging van dat compromis om rechten te bevestigen of te geven, en dat er bouwwerken worden gedaan, o.a. de westbouw. (heb ik dat allemaal wel goed begrepen?)

    De archeologie vindt een crypte en gebouwen uit het midden van de 11e eeuw.

     

    In de 2e helft van de 12e eeuw vinden we teksten:

    1. een vervalsing op zoek naar legitimatie zogezegd uit 1047;
    2. uit 1074 een akte van de bisschop van Kamerijk die de rechten van Sint-Michiel-en-Sint-Goedele bevestigd als officiële hoofdkerk;
    3. bevestiging door de hertog (document?) door hertog Godfried dat de parochies belasting te betalen hebben aan de hoofdkerk;
    4. er wordt een vita Sancti Gudulae opgesteld, een nazaat van Karel de Grote. De relieken worden naar een waardige plaats (Sint-Michielskerk) overgeheveld, want de relieken van Sint-Goedele zijn in Sint-Gorik zomaar tentoongesteld, wat niet mag, en de hertog heeft ze zelfs mogen aanraken. Ze worden er verwaarloosd (negligenter)
    5. Waarom is Sint-Gorik ineens niet goed genoeg meer? In die 12e eeuw wordt de
    6. benedenstad aangelegd (haven, kanalisering, molens, handel), boomt die wijk en wordt een oord van verderf in contrast met de integritei van de bovenstad waar ook handel en ambachten zijn, en zelfs markten met een naam (veemarkt, houtmarkt, paardenmarkt, ...

     

    De Kapellekerk is officieel ingesteld in 1210 met bevestiging van een reeds bestaande situatie. Het zou kunnen dat de graven van Leuven hun machtsbasis op de Koudenberg, met Sint-Jacob, wensten uit te breiden naar het noorden met Sint-Michiel en naar het zuiden met de Kapellekerk. De graaf schenkt prebenden aan Sint-Goedele met kanunniken. In de Kapellekerk komt een reguliere gemeenschap. Dit initiatief loopt parallel met de initiatieven in de benedenstad, ook om de machtsbasis te verstevigen.

    Deze tekst is samengesteld door Mw. M.-C. Van Grunderbeek (musea stad Brussel - Broodhuis) en baseert zich op een doctoraatswerk over de geschiedenis van de parochies in Brussel.  Zij gaat uit van een wandeling die door de doctorant geleid werd op 25 april 2009.
    Marie-Claude.VanGrunderbeek@brucity.be


    >> Reageer (0)
    08-11-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Parochies in Brussel
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het ontstaan van Brussel op de helling - deel 1

    Wandeling op 25 april 2009

     

    Afbeelding: Afbraak van de Sint-Gorikskerk in 1799. Ill. anoniem.  Stedelijk museum Brussel



    De uiteenzetting beschouwt het onderwerp tussen de 11e en de 15e eeuw.  Het gaat over

    het ontstaan van de parochies in het centrum van de stad in relatie met het ontstaan van

    Brussel. Over het onderwerp wordt al sinds 100 jaar "geruziet". B. zal de

    verschillende standpunten aanhalen en zijn eigen visie erover geven.

     

    Hoofdrolspelers zijn 7 kerken: Sint-Jan-de-Doper van Molenbeek, de Kapellekerk, Sint-

    Katelijne, Sint-Gorik, Sint-Niklaas, Sint-Michiel-en Sint-Goedele, Sint-Jakob.

    De Begijnhofkerk is geen parochiale kerk en heet Sint-Jan-de-Doper zoals de kerk van

    Molenbeek waarvan ze afhangt. De kerk van Molenbeek heeft trouwens een ambigue rol

    in de parochiegeschiedenis.

     

    Parochiale geschiedenis is geschreven door Placide Lefevre (oud-archivaris van Sint-

    Goedele, Despy, Bonenfant, Guillaume Demarez, jonge vorsers van de ULB en BVNH.

    De stelling van Placide Lefevre zou zijn dat er in Brussel één voorname moederkerk zou

    zijn geweest, waarvan latere parochies zijn afgesplitst. Dat is ook wat het Sint-

    Goedelekapittel vanaf de 12e eeuw wil laten verstaan. Dat kan opgemaakt worden uit het

    oprichtingsdocument van het Sint-Goedelekapittel uit 1047, dat een vervalsing uit latere

    tijd blijkt te zijn.

     

    Oprichtingsaktes van de Kapellekerk dateert van 1210, van Sint-Gorik van 1540, Sint-

    jacob 17e eeuw, Sint-Katelijne 15e eeuw, Sint-Niklaas 17e eeuw.  Demarez zoekt de oorsprong eerst bij Anderlecht, daarna Molenbeek.  Despy heeft een voorkeur voor Ukkel.

    Verbesselt gaat van de these van Lefevre naar die van Despy.

     

    In de 12e eeuw zijn er reeds meerdere parochies want in een document (?) wordt reeds

    verwezen naar parochiegrenzen. In de 13e eeuw zijn "Huisarmen" of "Tafels van

    Barmhartigheid (bramhartigheid -grapje) of van de Heilige Geest" expliciet verbonden

    aan parochies. Giften van rijkere burgers worden via die instellingen uitgedeeld aan de

    armen vanuit de kerk.

     

    Sint-Goedele is daadwerkelijk de moederkerk van Brussel vanaf de 15e eeuw. Er wordt

    geen onderscheid gemaakt tussen kerken of kapellen, het zijn alle "ekkleisia"'s.

     

    Wat is een parochiekerk?

    Het is een kerk die essentiële kerkelijke sacramenten mag uitvoeren, doop, huwelijk en

    begrafenis.  Een parochiekerk heeft bijgevolg altijd een kerkhof.  De kerk houdt de

    cijnsregisters bij zowel van armen als hertogen. De stad is onderverdeeld in zones, in de

    14e eeuw zijn dat de parochies. Die zones komen ook voor in de hertogelijke

    documenten. Bedienaars zijn de prebaan, parochianen, terwijl de kerkmeester behoort

    tot de kerkfabriek.

     

    Is Sint-Gorik de wieg van Brussel? Met als datum 977? Tijdens de 19e eeuw zijn er

    opgravingen geweest op het Sint-Gorikseiland.. Slechts resten van de 16e-eeuwse kerk

    zijn gevonden. Van de kerk ervoor bestaan maar 2 kleine schetsen. Er is de legende

    over het bestaan van een castrum en de kerk waarin de relieken van Sint-Goedele in

    985 door Karel van Frankrijk zijn ondergebracht, om in 1047 overgebracht te worden

    naar de Sint-Michiel. De benedenstad zou verdedigd zijn geweest door een wal die tot de Sint-Niklaaskerk (Serhuyghskintssteen) zou gelopen hebben. Die gegevens komen uit de Vita van Sint-Goedele, die 2 à 300 jaar na de feiten is geschreven.

     

    De parochie van Sint-Gorik is gesticht in de 16e eeuw omdat wegens wateroverlast de

    gelovigen niet ter kerke konden in de Sint-Michiel-en-Sint-Goedelekapittelkerk.

     

    Volgens B. is een belangrijk gegeven in de interpretatie van gegevens over parochies

    is de drooglegging in de 12e eeuw.  Tijdens die eeuw zijn in de hele streek lage zones

    afgewaterd, waarom zou dat fenomeen zich niet in dezelfde tijd in het Brussels broek

    hebben voorgedaan? In de streek zijn er in de 12e eeuw veel nieuwgestichte dorpen.

     

    Zowel Sint-Gorik als Sint-Niklaas zijn rond het midden van de 12e eeuw gebouwd. In die

    tijd zijn de Zenne-armen rechtgetrokken, zijn molens gebouwd, komt er een portus.

    (Wordt vervolgd)


    http://dev.ulb.ac.be/philo/urhm/EtudesMed/biblio.php?image=etudes.jpg&zone=EtudesMed


    Placide LEFEVRE , Philippe GODDING et Françoise GODDING-GANSHOF , éds, Chartes du chapitre de Sainte-Gudule de Bruxelles, 1047- 1300. Louvain-la-Neuve, College Érasme et Bruxelles, Nauwelaerts, 1993 (Université de Louvain). Recueil de travaux d’Histoire et de Philologie, 6ème s., fasc. 45).

     

    Georges DESPY,  "Un dossier mystérieux : les origines de Bruxelles", dans Bulletin de xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />la Classe des Lettres et des Sciences Morales et Politiques (de l') Académie Royale de Belgique, 1997, p. 241 -303.

     

    Placide LEFEVRE, L'organisation ecclésiastique de la ville de Bruxelles au Moyen Age. Louvain, 1942 (Université de Louvain. Recueil de travaux d’Histoire et de Philologie, 3ème s., fasc. 11)., surtout p. 13- 34.


    Deze tekst is samengesteld door Mw. M.-C. Van Grunderbeek (musea stad Brussel - Broodhuis) en baseert zich op een doctoraatswerk over de geschiedenis van de parochies in Brussel.  Zij gaat uit van een wandeling die door de doctorant geleid werd op 25 april 2009.
    Marie-Claude.VanGrunderbeek@brucity.be





    >> Reageer (0)
    04-11-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kribbententoonstelling
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    INTERNATIONALE KRIBBENTENTOONSTELLING

     Vanaf 29 november 2009 tot 3 januari 2010

     
    Zoals naar gewoonte zal een kribbententoonstelling plaatshebben in de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal. Deze kribben worden gerealiseerd door verschillende katholieke gemeenschappen van buitenlandse herkomst in samenwerking met de stad Brussel.

    De opening van de tentoonstelling is voorzien op zondag 29 november om 15 uur.

    Dagelijks gratis toegankelijk  vanaf 9 uur tot 18 uur (buiten de liturgische diensten)

    MB  -  foto JPVB


    >> Reageer (0)
    03-11-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De kerk als gebouw

    DE KERK ALS GEBOUW

    (vervolg en slot)

     

    Evolutie

    Er is ook een evolutie in de kerkenbouw.

     

    De doopkapel die aan de noordzijde (de kant van de heidenen) van de kerk werd aangebouwd verdwijnt. De doopvont wordt in de kerk geplaatst, meestal nabij de ingang en aan de noordzijde.

     

    Ook het atrium met de cantharus verdwijnt. De fontein krijgt een bescheiden plaats in de narthex (vóór de kerk) en wanneer deze galerij wegvalt, krijgen we de wijwatervaten aan de ingang. Soms zuiver symbolisch want de dikwijls onhygiënische wijwatervaten laten zelfs niet meer toe de toppen van de vingers te reinigen.

     

    Ook het koor wordt langer in klooster- en kapittelkerken.

     

    Onze kerken zijn naar het oosten gericht, dwz dat de ingang naar het westen uitkijkt en het altaar en het koor naar het oosten. Christus is het licht in de wereld, het licht in de duisternis.

    Deze west-oost-as is ook terug te vinden in de hellenistische tempels. (In de Byzantijnse traditie zou de apsis oorspronkelijk westelijk gericht zijn). In de vroegchristelijke kerken konden de apsissen zowel westelijk als oostelijk gebouwd zijn. In elk geval werd er gebeden met het gezicht naar het oosten gericht. Was de westelijke apsis het priesterkoor, dan draaiden zich alle gelovigen in het schip en de andere apsis om voor het gebed. In de Frankische periode zal de apsis altijd in het oosten gebouwd worden.

     

    Aan de noordkant komt na de doopkapel ook de preekstoel te staan.

    De goede boodschap wordt gepredikt aan de heidenen; via het doopsel treden de bekeerlingen toe tot de christengemeenschap.

    Het is ook nu nog in bepaalde kerken en streken het gebruik dat de vrouwen aan de noordkant van het schip plaats nemen en de mannen aan de zuidkant. Mannen worden van vrouwen gescheiden. Het was immers de eerste vrouw, Eva, die de man verleidde en de zonde in de wereld bracht.

    Maria maakte de verlossing mogelijk en daarom vindt men doorgaans aan de noordzijde het Maria-altaar. Het portaal aan de noordzijde was vaak het Mariaportaal. Veel van deze middeleeuwse symboliek ging echter in de renaissance verloren.

    De vrouwelijke heiligen delen het lot van de vrouwen in het wereldse tranendal; hun beelden komen terecht op de zuilen en wanden aan de noordkant.

    Ook in de dwarsbeuk is de noordkant deze van de duisternis, de koude, het heidendom, en de zuidkant deze van de zon, het licht en Christus.

     

    GvE


    >> Reageer (0)
    10-10-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.450 jaar aartsbisdom Mechelen

    450 jaar aartsbisdom Mechelen

     

    Op 12 mei  1559 verkreeg de Leuvense theoloog  Franciscus  Sonnius, na meer  dan een jaar onderhandelen en lobbyen in het Vaticaan van Paus Paulus IV en het Consistorie de bul ‘ Super Universitas ‘, waarmee in de  Nederlanden  15 nieuwe bisdommen werden opgericht.


    Daarmee werd het plan dat Sonnius op aandringen van Filips II en
    kardinaal  Granvelle had uitgewerkt gerealiseerd. De herinrichting van het kerkelijk landschap in de Nederlanden moet gezien worden in het kader van de Tridentijnse hervormingen.  De verantwoordelijkheden van de bisschoppen op vlak van catechese, pastoraal, scholing enz. waren duidelijk geïnspireerd door het Concilie van Trente.

    Zelf werd Sonnius benoemd tot eerste bisschop van ’s-Hertogenbos en later tot bisschop van Antwerpen.


    Een groot deel van het huidige België maakte deel uit van 3 grote bisdommen met  zetels in Doornik, Kamerijk en Luik  Ieper en Veurne maakten deel uit van Terwaen.

     

    Deze veel te omvangrijke bisdommen, en de toen beperkte mobiliteit van de bisschoppen  stonden een goede werking en goede begeleiding van priesters en gelovigen in de weg.

     

    Het was dan ook niet verwonderlijk dat de  iedeeën van Luther en Calvijn zo gemakkelijk ingang vonden. De hervorming bedoeld door de bul Super Universas zou dan ook effect ressorteren.

    De nieuwe bisdommen moesten, om leefbaar te zijn, over inkomsten beschikken. Daar deze niet onmiddellijk voorhanden waren voorzag Filips II in tijdelijke bijdragen tot dotatie voor de nieuwe bisschoppen.

     

    Eens te meer blijkt hieruit hoezeer Filips II  het katholicisme  genegen was. Ook het bisdom Mechelen kampte met deze  problemen in 1959.

     

    Dit  werd uiteindelijk opgelost door de eeuwenoude en vermogende  benedictijnenabdij van  Affligem te incorporeren in het aartsbisdom. Zo zou de bisschop als abt figureren en beschikken over een deel van de  inkomsten van de  abdij.

     

    Dat viel natuurlijk niet in goede aarde en dit zou voor een jarenlange strijd zorgen tussen de abdij en de bisschop.  Uiteindelijk heeft het bisdom aan het langste eind getrokken.

     

    Zo zegt de volksmond: men kan geen omelet maken zonder eieren te breken.

     

    PW


    >> Reageer (0)


    Ontdek Brussel met ons
    Gratis rondleiding in
    volgende kerken
    (klik op de foto voor meer info)


    Foto

    Foto

    Foto

    ofwel
    kiest u voor een parcours
    met gratis begeleiding

    Hieronder voorbeelden
    'à la carte' is ook mogelijk
    (klik op de foto voor meer info)


    Foto

    Foto

    Nuttige informatie
  • Programma-vooruitzichten
  • Activiteitenkalender
  • Spelregels
  • Op zoek naar info
  • Nuttige links

  • Blog als favoriet !

    Gastenboek


    Archief per week
  • 04/03-10/03 2019
  • 07/01-13/01 2019
  • 31/12-06/01 2019
  • 24/12-30/12 2018
  • 10/12-16/12 2018
  • 29/10-04/11 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 21/11-27/11 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/02-01/03 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 22/12-28/12 2014
  • 08/12-14/12 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 14/10-20/10 2013
  • 05/08-11/08 2013
  • 20/05-26/05 2013
  • 18/03-24/03 2013
  • 07/01-13/01 2013
  • 08/10-14/10 2012
  • 26/03-01/04 2012
  • 12/03-18/03 2012
  • 05/03-11/03 2012
  • 06/02-12/02 2012
  • 16/01-22/01 2012
  • 19/12-25/12 2011
  • 31/10-06/11 2011
  • 01/08-07/08 2011
  • 28/03-03/04 2011
  • 14/03-20/03 2011
  • 14/02-20/02 2011
  • 08/11-14/11 2010
  • 23/08-29/08 2010
  • 16/08-22/08 2010
  • 09/08-15/08 2010
  • 26/07-01/08 2010
  • 07/06-13/06 2010
  • 31/05-06/06 2010
  • 10/05-16/05 2010
  • 03/05-09/05 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!