Ja, het is gelukt. Uit mijn bed raken
om 7 uur op zondagmorgen. Als ik mijn tubeless, die al een paar weken lost,
bijpomp, begint die plots helemaal te lossen. Ai, ai. Ik ga met mijn ouwe velo
moeten rijden. Als ik op de kasseikes van de Steenbeekstraat controleer of mijn
drinkbus goed vast zit, zie ik geen drinkbus. Ze zit nog in mijn nieuwe velo.
Terug naar af. Wat gaat dat hier worden vandaag? Aan de kerk zijn we slechts
met 8 man. Vier rijden naar Erembodegem met de auto: Geert Schepens, Thomas
Bisschop, Roste Senna en één van de Poolman Brothers, maar niemand weet ooit of
het Davy of Danny is. De andere 4 zijn Ivan Rogiers, Patrick Roels, Frank Van
De Steen en den dezen. E o ja, Rudy Rogiers komt ook nog. Als ge maar lang
genoeg wacht. In Overmere pikken we Pascal Lippens op, zodat we met zijn zessen
de 16 km of 18 km (naargelang de bron) naar Grembergen afwerken. Zonder veel
problemen, een goeie opwarmer.
De toer zelf.
Ze kennen bij de inschrijving Rudy nog,
van ietske dat hij is tegengekomen aldaar, 2 jaar geleden. Eerst nog veel
asfalt, maar in de wegels gaat het meteen vooruit. Door de snelheid en het
drummen word ik gedwongen door een plas te vlammen, waarop Frank roept: Zeg,
vetzakske, het is niet omdat gij met een oud krot rijdt dat ge mijn duur
machien ook moet vuil maken hé. Er ontspant zich een hoogstaande conversatie,
en door het geroep om boven het lawaai van wind en fietsen uit te komen, en
doordat ik achter me kijk om mijn hooggeachte collega Van der Steen van
wederwoord te dienen, zie en hoor ik niet dat het plots naar links is. Vlam,
tegen Ivan R. zijn achterwiel en daar schuif ik enkele meters door modder en
steentjes. De Olympia blijft recht, de Giacomelli ligt tegen de vlakte. Gelukkig
van mijn helm. Knie en elleboog vol bloed, en pieken dat dat doet. Ik had het
van in het begin kunnen peinzen dat het mijn dagje niet ging worden! We
besluiten bij meerderheid van stemmen dat ik toch maar verder moet rijden. Eigenlijk
zit er nog veel origineels in het parkoers dat gebaseerd is op de MTB routes
van Waasmunster en Hamme.
Op een
bepaald ogenblik zie ik een eind voor mij er eentje omverklikken, in een
groooote plas. Het is een modderfokker potverdorie, en ja het is Ivan, die aan
het zwemmen is. Een nieuwe discipline? Nee, hij probeert gewoon de rand van de
plas te bereiken om weer bij zijn velo te geraken. Aan de bevoorrading, vertrek
ik rap rap, want als ge zo stil staat, voelt ge goed dat ge gevallen zijt en
beginnen knie en elleboog te verstijven. Als de andere 5 me na 5 minuten weer
te stekken hebben, is het net een technisch stukje. Bij mij gaat dat dan als
volgt: Oeioei, hoe ga ik hier rechtblijven? Amai, die eerste meters ben ik al
rechtgebleven. Ja, ik ben nog altijd recht. Joepie! Helemaal rechtgebleven.
Maar achter mij hoor ik een Husseveldse vloek en een duidelijke Rogiers-stem?
Rudy? Daar hoop je toch altijd op als je
verslag schrijft. Nee, het is Ivan maar. Maar allez, twee valpartijen van Ivan
in één verslag, daar kikvorst een mens toch ook van op.
Dan is het
ver gedaan met de leute. Ik raak wat achter, en op een bepaald moment is het
parkoers slecht aangeduid en ben ik het kwijt. Ik rij dan maar alleen terug,
van tegen Moerzeke: 25 km windop. Lang geleden dat ik er zo zwaar door heb
gezeten. Wat is mountainbike toch een toffe zondagmorgensport, geknipt voor
50-plussers.
Ivan is blij
om achteraf nog een belangrijk nieuwsfeit te melden. Ik heb het dan wel gemist,
maar het is dan toch gebeurd en het zal in het verslag staan! Want zelfs Rudy
deed nog een knieval. Toen hij te voet naar beneden stapte op een pallet
die over een gracht lag, gleed hij uit en lag bijna op zijn gat.
Mario, met assistentie van Ivan voor
het belangrijkste feit van de dag.
|