De biecht is noodzakelijk om vergiffenis te krijgen van
doodzonden. Zo kan ook de communie waardig worden ontvangen. Na een zorgvuldig
gewetensonderzoek dient de vergiffenis te worden toegediend via een
prive-biecht. Het sacrament van de biecht is een daad van nederigheid, van
oprechtheid en een uitdrukking van het geloof en hoop. Het zorgt voor de
wedergeboorte van de ziel en een levenswijze die beter en beter aansluit bij
het voorbeeld van Christus. Door de biecht wordt de genade Gods teruggegeven.
De zondaar
Een mens kan al lachend heel gemakkelijk zeggen dat hij
gebreken heeft, maar eigenlijk is hij daar niet zo echt van overtuigd. Het zit
hem al dwars als anderen daarover spreken. Denken dat we onze fouten hebben,
dat gaat nog, maar die fouten toegeven als iets wat ons eigen is, dat is nog
heel wat anders! Een oppervlakkige kijk brengt ons ertoe om onze fouten te
vergoeilijken. Zo ontstaat er een ondoordringbare muur die ons belet om dichter
bij God onze Vader te komen en vertrouwelijk met hem om te gaan. Jezus oproep
tot bekering en boete beoogt de bekering van het hart, de innerlijke
boetvaardigheid. Zonder deze innerlijke bekering blijven de uiterlijke werken
van boetvaardigheid (zoals vasten en verstervingen) vruchteloos; de innerlijke
bekering daarentegen zet ertoe aan deze houding uit te drukken in zichtbare
tekens, gebaren en werken van boetvaardigheid. Deze innerlijke boete is de
wezenlijke kern van het sacrament, zodat zonder deze inwendige werkelijkheid
alles wat we uiterlijk doen, praktisch nutteloos is. Dus: een biecht die zich
beperkt tot de belijdenis van onze fouten, is nutteloos zonder de inwendige
boete. Daarom is het zo belangrijk de zonden nederig te bekennen, opdat ons
niet overkomt wat met de farizeeer gebeurde, waarover Jezus ons spreekt in het
evangelie.
Jezus vertelt ons de volgende parabel: Twee mannen gingen naar de tempel om te bidden. De een was een
farizeeer en de ander een tollenaar. De farizeeer bad met opgeheven hoofd
aldus: O God, ik dank U dat ik niet ben als die anderen die roofzuchtig,
onrechtvaardig en echtbrekers zijn, of ook als die tollenaar daar. Ik vast twee
maal per week. Ik geef een tiende van mijn inkomsten. De tollenaar bleef
echter op een afstand staan. Hij durfde zijn ogen zelfs niet ten hemel op te
slaan, maar klopte op zijn borst met de woorden: O God, wees mij zondaar
genadig.
Het gedrag van de farizeeer is schijnbaar goed, maar hij
vergeet een ding: God beminnen, dat is niet alleen aalmoezen geven, niet alleen
vasten en het bezit van de naaste respecteren, maar nederig de begane zonden
erkennen en er vergiffenis om vragen. Dat is wat de tollenaar deed: zelfs al
had hij vele zonden bedreven, er werd hem toch vergiffenis geschonken.
Wat wil de Heer door deze parabel leren? Zegt de farizeeer
niet evengoed de waarheid als de tollenaar? Wat ze zeggen is in beide gevallen
wel juist, maar in het eerste geval gaat het om een halve waarheid. De
farizeeer zag alleen maar het goede dat hij gedaan had. Hij vergeleek zijn
daden en intenties niet met de leer van Jezus, maar beoordeelde die aan de hand
van een eigengemaakte maatstaf, die hij aan zijn egoisme had ontleend. En hij
vergat dat gerechtigheid alleen verkregen wordt als men vergiffenis voor zijn
zonden vraagt en zijn hart aan God schenkt. De farizeeer houdt niet van God.
Hij houdt van zichzelf en gaat prat op zijn deugdzaamheid. Hij minacht anderen
zonder te erkennen dat daarin zijn grootste fout bestaat. Hij is geen
rechtschapen mens meer van zodra hij minachting toont voor de tollenaar. De
farizeeer voelt zich meer dan de tollenaar. Er is iets waarvoor hij vergiffenis
moet vragen: zijn gebrek aan naastenliefde. Hij is zo ingenomen met zichzelf,
dat hij daardoor aan het voornaamste voorbijziet: God beminnen boven alles, en
de naaste als zichzelf.
De hoogmoed belet hem in te zien dat ook hij een zondaar
is, al stelt hij goede daden. Zijn zonde is: de overtuiging dat hij zonder
zonde is. Daar hij zijn fout niet erkent, vraagt hij geen vergiffenis. Daarom
heeft er geen verandering in hem plaats: hij keert naar huis terug als dezelfde
mens die de tempel binnenging om te bidden. Daarom misschien hebben wij
dikwijls zon gerust geweten. De trots, of de eigenliefde, of het gebrek aan
oprechtheid beletten ons om in te zien dat ook wij eigenlijk besmet zijn met
iets waarover wij berouw zouden moeten hebben.
De
zonde
Onze zonden erkennen, toegeven dat we zondaars zijn, dat is
het begin van elke bekering. De eerste stap naar de verzoening met God (nl.
onze zonden erkennen) samen met alle andere stappen die ons tot de vergeving
voeren door het sacrament van de biecht, zijn niet mogelijk zonder de hulp van
de genade. De genade kan al onze volgende toekomstige zonden niet voorkomen,
maar door onze medewerking met de genade en onze persoonlijke bijdrage moeten
wij Gods hand grijpen die Hij ons toesteekt. We moeten proberen de christelijke
moraal te kennen, d.w.z. iets niet voor goed houden wat echt in strijd is met
Gods wet. Wij kunnen moeilijk de eerste stap naar de bekering zetten, als we
het juiste inzicht missen om te weten wat al of niet zonde is. Sommigen menen
ten onrechte dat men om te zondigen uitdrukkelijk kwaadwillig moet zijn, en dat
men pas zondigt als men door haat tegen God gedreven wordt, maar zij vergissen
zich. In werkelijkheid is de zonde een vrijwillige ongehoorzaamheid aan Gods
wet. Om te zondigen is het al voldoende die wet te kennen en ze dan te
overtreden. Dat betekent dat de zonde voor ons geen verrassing is.
Voor het ontstaan van een zonde zijn er drie voorwaarden:
1 iets moet slecht zijn of als slecht aanzien worden: een
gedachte, een woord, een verlangen, een daad of een verzuim
2 men dient er zich bewust van te zijn dat God beledigd
wordt
3 men heeft ingestemd met dit kwaad
Die drie voorwaarden noemt men: materie, kennis en
instemming. Als die drie samengaan is er een persoonlijke zonde. Dit wil niet
zeggen dat het beter is om Gods wet niet te kennen. In dit geval is onwetendheid
schuldig. Die persoon is dan niet alleen schuldig aan die onwetendheid, maar
ook aan de zonden die daaruit voortvloeien. Jezus Christus heeft daarover de
volgende uitspraak gedaan: Verhard is
het hart van dit volk. Met hun oren luisteren ze slecht, en hun ogen doen ze
dicht uit vrees dat ze zouden zien met hun ogen, met hun oren zouden horen, met
hun hart zouden verstaan, zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen.
De
ernst van de zonde
Wij worden geboren met een reeks natuurlijke vermogens.
Vervolgens krijgen wij door ons doopsel, met de genade, het geloof, de hoop en
de liefde, die ons geschikt maken voor het bovennatuurlijk leven. Maar al die
vermogens, de natuurlijke zowel als de bovennatuurlijke, zijn slechts een
vertrekpunt en middelen om, door onze persoonlijke inspanning en met behulp van
Gods genade, het doel te bereiken dat God ons gesteld heeft. Dat wil zeggen
dat, om de ernst van de zonde te begrijpen, wij in het licht dat de
bovennatuurlijke deugden op ons leven werpen, de overgrote liefde moeten
overwegen die God ons toedraagt.
Van alle eeuwigheid heeft God aan ons gedacht. Wij waren
toen slechts een gedachte van God, maar die gedachte was God zo lief, Hij hield
er zo innig veel van, dat Hij er het leven aan schonk. De liefde van God is zo
groot, dat Hij heeft kunnen doen wat geen van ons vermag. Als wij iets
verlangen, als wij iets willen wat nog niet bestaat, dan moeten wij ons
tevreden stellen met de hoop dat dat iets eens werkelijkheid wordt. Maar in
God is dit anders: als God bemint, doet Hij dat met zulk een kracht dat Hij het
leven eraan geeft. Dat is de verklaring van ons bestaan: de liefde die God ons
toedraagt, deze unieke liefde, die in haar oneindigheid het aanschijn kan geven
aan wat slechts een gedachte is.
En God heeft ons geschapen naar zijn beeld en gelijkenis,
opdat wij, door Hem te kennen en te beminnen, voor altijd aan zijn zijde een
onbeschrijflijk geluk kunnen genieten. De Apostel kan het alleen stamelend
verwoorden: Geen oog heeft het gezien,
geen oor heeft het gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, wat God bereid
heeft voor hen die Hem liefhebben.
God heeft ons geschapen als onsterfelijke wezens, overdadig
begiftigd met genades en gaven. Maar door onze ongehoorzaamheid in het paradijs
hebben wij de onsterfelijkheid van het lichaam en de heiligmakende genade van
de ziel verloren. Toch heeft God hierdoor niet opgehouden ons lief te hebben.
Hij heeft gewild dat de mens die gezondigd had, zelf de belediging zou
uitboeten. Maar dat was geheel onmogelijk, omdat door de erfzonde de mens
onmachtig was uit eigen kracht de oorspronkelijke orde te herstellen. En zo
werd de Zoon van God mens in de schoot van de Maagd Maria, om de lasten van de
arbeid en de bitterheid van de dood, die alle schepselen treft, op zich te
nemen en aldus vergeving te verkrijgen voor de opgelopen schuld. Daarom stierf
Hij aan een Kruis om zijn leven prijs te geven als zoenoffer aan de Vader voor
de zonden van alle mensen.
Zonde, wat is dat? Dat is de minachting voor dit alles. De
schouders ophalen voor de liefde waarmee God ons geschapen heeft, voor de
liefde die ons doet leven, voor de Menswording van Gods Zoon, voor de arbeid in
de jaren van zijn verborgen leven en zijn gehoorzaamheid aan Jozef en Maria,
dertig jaar lang, voor zijn lijden, zijn geseling en zijn dood aan het kruis.
Als iemand de boosaardigheid van de zonde niet inziet, dan
is de reden dat hij God niet voor ogen houdt, maar achter zichzelf aanloopt.
Bij zon mens hangt de ernst van de misslag af van de min of meer sterke indruk
die deze op hemzelf maakt. In feite hangt de grootte van een belediging God
aangedaan, niet af van de vraag hoe zon misslag onszelf misnoegd, maar hoe ver
zij ons van God verwijdert. Als een persoon langer dezelfde misstap doet, zal
zijn geweten meer en meer gesust worden, maar zijn zonden blijven even erg. De
boosheid van de zonde hangt niet af van de kracht waarmee de zonde ons innerlijk
of uiterlijk treft. Om de ernst van de misslag te beoordelen, moeten wij op de
eerste plaats letten op wat God ervan zegt, en niet de zonde meten naar onze
maatstaven. De zonde, doodzonde of dagelijkse zonde, beledigt altijd de Heer.
Maar omdat een zonde niet altijd onze opmerkzaamheid raakt, kunnen zij
gemakkelijk tot het verkeerde besluit komen da die zonde niet zo belangrijk
was. Zo misvormen wij ons geweten en verwijderen wij ons steeds verder van de
Enige die ons werkelijk gelukkig kan maken.
Gods
barmhartigheid
Uit het Evangelie blijkt dat Jezus bekommert is om de
mensen. Getuige daarvan zijn bijvoorbeeld de broodvermenigvuldigingen. Maar
Zijn bezorgdheid blijkt toch wel het duidelijkst als het om onze geestelijke
gesteldheid, ons innerlijk leven gaat. Marcus vertelt ons over de vier mannen
die hun vriend, een lamme, naar Jezus wilden brengen: Omdat zij wegens de menigte geen mogelijkheid zagen hem dicht bij Jezus
te brengen, legden ze het dak bloot boven de plaats waar Hij zich bevond.
Vervolgens maakten ze er een opening in en lieten hun vriend met bed en al tot
voor de voeten van de Heer zakken. Toen Jezus het geloof van die mensen zag,
wendde Hij zich tot de lamme en sprak: Mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven. Er
zaten enkele schriftgeleerden bij en deze zeiden bij zichzelf: Wat zegt die
man daar? Hij spreekt godslasterlijk! Wie anders kan er zonden vergeven dan God
alleen?
Uit
zichzelf wist Jezus aanstonds dat zij zo redeneerden en Hij zei hun: Wat
redeneert gij toch bij uzelf? Wat is gemakkelijker, tot de lamme te zeggen: Uw
zonden zijn U vergeven, of: Sta op, neem uw bed en loop? Welnu, opdat ge zult
weten dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te vergeven, sprak Hij tot
de lamme: Ik zeg u, sta op, neem uw bed mee en ga naar huis. Hij stond op, nam
zijn bed op en voor aller ogen ging hij onmiddellijk naar buiten. Iedereen
stond er versteld van, en ze verheerlijkten God en zeiden: Zo iets hebben wij
nog nooit gezien.
Op het eerste gezicht is natuurlijk de genezing van de lamme
het meest spectaculaire van deze gebeurtenis. Maar in feite is het
wonderbaarlijke, dat de lamme vergeving van zijn zonden ontvangt en dat de
poorten van de hemel wagenwijd voor hem open gaan. Dit wonder herhaalt zich ook
vandaag nog, iedere keer dat wij een goede biecht spreken, het sacrament van
verzoening ontvangen.
Wat Jezus voor Zijn dood aan Petrus en de andere apostelen
had beloofd, namelijk de macht om zonden te vergeven, heeft Hij na Zijn
verrijzenis bevestigd met de woorden: Ontvangt
de Heilige Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie
ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.
De
bekering
De ogen van de Heer zien de mens nooit oppervlakkig. God
doorgrondt ons. Hij kent ons hart, opdat uit Hem het leven voortkomt. Om de
door de zonde verloren goddelijke vriendschap terug te winnen moet men dan ook
een diepe inwendige bekering doormaken. Het menselijk leven is een voortdurend
terugkeren naar het huis van onze Vader. Terugkeren door berouw, de bekering
van het hart, die de wens veronderstelt te veranderen, het vaste besluit ons
leven te beteren, en dat zich uit door daden van offer en overgave. Terugkeren
naar het huis van de Vader door het sacrament van de vergeving, waardoor wij
bij het bekennen van onze zonden ons door in Christus te geloven en na te
volgen zo tot Zijn broeders en zusters, leden van het gezin van God maken.
Om die terugkeer mogelijk te maken moet de mens zich
bekeren. Hij moet inzien dat er een kloof ontstaat tussen hem en de Heer. Hij
moet die kloof overbruggen met de hulp van Gods genade door innerlijk te
veranderen. We mogen niet in de zonde blijven vastzitten. Anders zouden de
woorden die Jezus richtte tot de schijnheiligen ook op ons van toepassing zijn:
Dit volk eert Mij met de lippen, maar
hun hart is ver van Mij.
Vuistregels
We hebben de neiging alles of bijna alles te minimaliseren
tot uitvluchten die ons geweten moeten geruststellen. Zulke uitvluchten moeten
ons een alibi verschaffen om niet te moeten denken aan de gevolgen van onze
daden, een verontschuldiging om te ontkomen aan onze plichten. Maar zonde is
zonde, de grote als ook de kleine.
Wat het sacrament van de verzoening met God betreft: Wij
moeten altijd voor ogen houden dat dit sacrament een persoonlijke ontmoeting is
met Jezus Christus, het sacrament waar we vergiffenis krijgen voor onze zonden.
Het gewetensonderzoek, het berouw, het voornemen zich te beteren, de belijdenis
en het volbrengen van de penitentie zijn dan ook geen holle daden. Het is ons
persoonlijk antwoord op Gods barmhartigheid. Hij is het tenslotte die ons
vergeving schenkt.
Het
gewetensonderzoek
Wij moeten eerst ons geweten onderzoeken om de fouten te
ontdekken waardoor wij Hem hebben beledigd. Er is geen algemene regel om dit te
doen, maar er moet de nodige tijd aan besteed worden.
Om dit onderzoek goed te doen, is het passend dat wij ons
aanbevelen bij de H. Maagd Maria en onze engelbewaarder, opdat zij van de H.
Geest voor ons het licht verkrijgen, dat we onze fouten niet over het hoofd
zien of dat we ze min of meer bewust zouden verdoezelen. Als wij echt verlangen
dat de biecht ons geestelijk leven bevordert en Gods Liefde in ons doet
groeien, dan is het noodzakelijk dat wij ons geweten zorgvuldig onderzoeken.
Sommigen denken dat zij hun fouten niet kunnen ontdekken. In
de meeste gevallen hebben zij gelijk, omdat zij ze niet kunnen zien, hoewel ze
in het oog springen. Dat komt omdat we zo gewoon raken aan vaste gewoonten, dat
onze aandacht pas getrokken wordt door het afwijkende. Wij moeten dus de tijd
nemen om de misstappen te vinden die sleur zijn geworden vb de lauwheid in het
geestelijk leven, lichtvaardig woordgebruik, wat we voor de naaste zouden
moeten doen maar niet doen, de leugen, het zich niet houden aan het gegeven
woord Deze misstappen moeten berouwvol in het sacrament van de verzoening
beleden worden. Zo kunnen wij, door Gods genade gezuiverd, elke dag een stap
dichter komen op de weg van de persoonlijke heiliging, waartoe de Heer ons
roept.
Het
berouw
Het berouw betekent niet dat we tot tranen toe moeten
bewogen worden, ook de grootste afschuw betonen voor de begane zonde is niet
noodzakelijk. Er zijn immers gevallen waarin wij, na God beledigd te hebben,
geen afschuw van de zonde in ons voelen opkomen, terwijl we het toch echt
zouden wensen. Erger nog: na de zonde bedreven te hebben, gevoelen wij een nog
sterkere neiging om te hervallen, want onze krachten om het goede te doen,
verzwakken in zekere zin.
Het leed om de zonde blijkt niet uit het feit dat deze,
welke ze ook zijn, ons niet meer aantrekken, maar uit onze vastbeslotenheid dat
we deze zonde niet meer willen doen. Wie echt berouw heeft zegt: ik wou dat ik
dat niet gedaan had of had ik maar nooit zo gehandeld. Het berouw moet ook
betrokken zijn op de Heer. Het berouw moet ons tenslotte dichter bij God
brengen; Hij schenkt ons de vergeving. Het berouw moet ons ook in de
gesteldheid brengen waar we de genade ontvangen door de biecht. Valse spijt kan
ons nog verder van God verwijderen.
Er zijn eigenlijk drie soorten van spijt over de zonden. De
eerste is die uit liefde. Die komt uit het hart: Verdriet uit liefde, omdat Hij
goed is, omdat Hij je vriend is, die voor jou Zijn leven gaf. Omdat al het
goede dat je hebt van Hem is. Omdat je Hem zo dikwijls beledigd hebt Omdat Hij
je telkens heeft vergeven Geef je over en val van verdriet en liefde in Zijn
armen.
De tweede soort van spijt is die van vrees. Die komt voort
uit de angst voor de rechtvaardige straf die we door onze zonden in het andere
leven zouden verdienen. Die spijt is niet zo volmaakt en onzelfzuchtig als de
eerste, maar omdat ze toch gericht is op de Heer, is ze voldoende om de genade
van de vergiffenis te krijgen.
De derde soort van spijt, is die die met de toenadering tot
God niets te maken heeft. Het is spijt uit hoogmoed, omdat ze noch uit liefde
tot God, noch uit vrees voor Hem voortkomt. Ze komt voort uit de eigenliefde
die zich bij het zien van de eigen onvolmaaktheid gekwetst voelt. Als je deze
teleurstelling over jezelf niet afwijst, kom je van kwaad tot erger. Trots
blokkeert de terugweg naar God, want met zon spijt kunnen we niet echt gaan
biechten; ze verraadt een houding die niet Gods vergeving zoekt, maar zichzelf;
trots is een ongeordend verlangen naar volmaaktheid.
God, kom mij te hulp. Heer, haast U mij te helpen.
Glorie zij Onze Vader
De
menswording
Goddelijk Kind Jezus, voor onze eeuwige zaligheid zijt Gij
neergedaald uit de heerlijkheid van de Vader. Ontvangen van de Heilige Geest,
hebt Gij als mensenkind geboren willen worden uit de Maagd Maria. Eeuwig Woord
van God, hebt Gij het bestaan van een slaaf aangenomen, om ons vrij te maken.
Gij hebt de Wil van de Vader volbracht, in alles en tot het uiterste. Leer mij
Uw voorbeeld navolgen van nederigheid en gehoorzaamheid, van dienstbaarheid en
liefde voor allen. Help mij, Heer, en breng mij tot rust.
Wees gegroet
Gebed tot het Heilig Kind Jezus:
O goddelijk Kind Jezus, tot U neem ik mijn toevlucht. Ik
smeek U, door uw Heilige Moeder, sta me bij in deze nood, (verzoek opgeven)
want ik geloof vast dat Uw Godheid mij kan te hulp komen. Ik hoop met een vast
vertrouwen Uw goddelijke bijstand te verwerven. Ik bemin U uit heel mijn hart
en uit al de krachten van mijn ziel. Ik heb oprecht berouw over al mijn zonden
en ik smeek U, goede Jezus, mij de kracht te verlenen om ze nooit meer te
bedrijven. Ik neem het vast besluit U nooit meer verdriet aan te doen. Ik offer
mij helemaal aan U op met het voornemen liever alles te lijden dan U nog te
mishagen. Voortaan wil ik U getrouw dienen. Uit liefde tot U, o goddelijk Kind,
zal ik mijn naaste beminnen gelijk mijzelf. Almachtige Jezus, ik smeek U
nogmaals, sta me bij in deze nood (verzoek opgeven). Schenk mij de genade om U
met Maria en Jozef gedurende de hele eeuwigheid te bezitten, U te loven en te
danken met alle heiligen en engelen. Amen.
Tweede dag
God, kom mij te hulp. Heer, haast U mij te helpen.
Glorie zij Onze Vader
Het
bezoek van Maria aan Elisabeth
Goddelijk Kind Jezus, door de tussenkomst van de Heilige
Maagd, Uw Moeder, hebt Gij een bezoek gebracht aan Elisabeth. Zo hebt Gij Uw
voorloper, de heilige Johannes de Doper, geheiligd in de schoot van zijn
moeder, en vervuld met de Heilige Geest. Leer mij oog en hart hebben voor mijn
medemensen in nood, vooral voor zieken en eenzamen. Leer mij hen graag een
bezoekje brengen en helpen, waar ik kan. Laat mij daarbij denken aan Uw Woord: Al
wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor
mij gedaan. (Mt 25,40) Help mij, Heer, en breng mij tot rust.
Wees gegroet
Gebed tot het Heilig Kind Jezus: zie eerste dag
Derde dag
God, kom mij te hulp. Heer, haast U mij te helpen.
Glorie zij Onze Vader
De
geboorte
Goddelijk Kind Jezus, bij Uw geboorte te Bethlehem, in een
stal, werd Gij door uw Moeder in doeken gewikkeld en in een kribbe neergelegd.
Door engelen werd Gij aangekondigd aan de herders, die U kwamen aanbidden. Leer
mij worden als een kind: eenvoudig, onschuldig, vol vertrouwen op de vaderlijke
Voorzienigheid van God en de liefdevolle zorgen van Moeder Maria. Help mij,
Heer, en breng mij tot rust.
Wees gegroet
Gebed tot het Heilig Kind Jezus: zie eerste dag
Vierde dag
God, kom mij te hulp. Heer, haast U mij te helpen.
Glorie zij Onze Vader
De
besnijdenis
Goddelijk Kind Jezus, acht dagen na uw geboorte werd U
besneden, in gehoorzaamheid aan de Wet van Mozes. U ontving de heerlijke naam Jezus
die betekent: God bevrijdt. Door heel uw leven en uw lijden, door uw dood en
verrijzenis, zijt Gij de Verlosser van de wereld geworden. Deze taak had Uw
Vader in de hemel U opgelegd. En Gij zijt er edelmoedig trouw aan gebleven tot
op het Kruis. Leer mij zoals Gij, edelmoedig en trouw, de wil van God
volbrengen en het geluk van mijn medemensen bevorderen, in de plichten van mijn
staat, thuis, op school, op het werk, in goede en kwade dagen. Help mij, Heer,
en breng mij tot rust.
Wees gegroet
Gebed tot het Heilig Kind Jezus: zie eerste dag
Vijfde dag
God, kom mij te hulp. Heer, haast U mij te helpen.
Glorie zij Onze Vader
De
aanbidding van de Wijzen
Goddelijk Kind Jezus, door een ster hebt Gij de Wijzen de
weg naar U gewezen. Zij knielden in aanbidding voor U neer en boden U
mysterievolle geschenken aan: goud, wierook en mirre. Ook ik wil U aanbidden
als mijn Heer en mijn God. Leer mij alles wat de wereld biedt dankbaar uit Uw
hand ontvangen, er geen afgod van maken, maar graag broederlijk delen, in
allerlei goede werken. Help mij, Heer, en breng mij tot rust.
Wees gegroet
Gebed tot het Heilig Kind Jezus: zie eerste dag
Zesde dag
God, kom mij te hulp. Heer, haast U mij te helpen.
Glorie zij Onze Vader
Opdracht
in de tempel
Goddelijk Kind Jezus, door Uw Moeder werd Gij in de tempel
aan God, uw Vader, opgedragen; door de vrome Simeon omhelsd en bezongen als het
heil voor alle volkeren en een licht dat voor de heidenen straalt. (Lc.
2,30-32) Laat mij altijd leven in Uw licht en zoals Gij bewust zijn, dat ik
toebehoor aan God. Help mij om heil, geluk en licht uit te stralen, naar alle
mensen die ik ontmoet. Help mij, Heer, en breng mij tot rust.
Wees gegroet
Gebed tot het Heilig Kind Jezus: zie eerste dag
Zevende dag
God, kom mij te hulp. Heer, haast U mij te helpen.
Glorie zij Onze Vader
De
vlucht naar Egypte
Goddelijk Kind Jezus, de goddeloze koning Herodes stond U
naar het leven, maar Uw trouwe voedstervader Jozef vluchtte met U en Uw Moeder
naar Egypte. Daar hebt Gij in ballingschap geleefd tot aan de dood van Herodes.
Ik dank U omdat ik een veilige thuis heb en vraag uw milde zegen over ons
gezin. Ik bid U voor alle daklozen, vreemdelingen, vluchtelingen en
gastarbeiders. Help mij om voor hen altijd goed en gastvrij te zijn,
vriendelijk en behulpzaam. Help mij, Heer, en breng mij tot rust.
Wees gegroet
Gebed tot het Heilig Kind Jezus: zie eerste dag
Achtste dag
God, kom mij te hulp. Heer, haast U mij te helpen.
Glorie zij Onze Vader
Het
verborgen leven te Nazareth
Goddelijk Kind Jezus, na uw terugkeer uit Egypte, hebt Gij
U in Nazareth gevestigd om er dertig jaren lang te wonen, stil en verborgen,
nederig en onderdanig aan Uw ouders. Gij deelde hun arbeid en gebed en nam toe in
wijsheid en welgevalligheid bij God en de mensen. (Lc 2,52) Leer mij nederig
en onopvallend leven en trouw Uw heilige Wil te vervullen. Help mij om mijn
dagelijkse bezigheden te bezielen door gebed en door het bewustzijn van Uw
aanwezigheid. Help mij, Heer, en breng mij tot rust.
Wees gegroet
Gebed tot het Heilig Kind Jezus: zie eerste dag
Negende dag
God, kom mij te hulp. Heer, haast U mij te helpen.
Glorie zij Onze Vader
Jezus
te midden van de leraars
Goddelijk Kind Jezus, op twaalfjarige leeftijd werd Gij
naar de tempel te Jeruzalem geleid en bleef daar achter. Met grote droefheid
werd Gij door Jozef en Maria gezocht en met grote vreugde teruggevonden te
midden van de leraren, naar wie Gij luisterde en aan wie Gij vragen stelde.
(Lc 2,46) Leer mij luisteren naar het Woord van Uw Evangelie en van Uw Kerk,
naar de goede raad van de biechtvader en van wijze mensen. Help mij om, waar het
past een woord van bemoediging, van steun of troost te spreken, en altijd goede
raad te geven. Help mij, Heer, en breng mij tot rust.
God, Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, een God, ontferm U over ons.
Heilige Maria, Koningin van de Engelen, bid voor ons.
Heilige Aartsengel Michael, bid voor ons.
Heilige Michaël, aanvoerder van de negen engelenkoren, bid voor ons.
Heilige Michaël, aanvoerder van het paradijs, bid voor ons.
Heilige Michaël, overwinnaar van satan, bid voor ons.
Heilige Michaël, uitverkoren engel van God, bid voor ons.
Heilige Michaël, verdediger van Gods eer, bid voor ons.
Heilige Michaël, verdediger van de engelen, bid voor ons.
Heilige Michaël, verdediger van de Maagd Maria, bid voor ons.
Heilige Michaël, verdediger van onze Heilige Vader de Paus, bid voor
ons.
Heilige Michaël, verdediger van de katholieke missies, bid voor ons.
Heilige Michaël, verdediger van de rechtvaardige zielen, bid voor ons.
Heilige Michaël, bevrijder van de zielen uit het vagevuur, bid voor ons.
Heilige Michaël, vol goedheid tegenover de bekeerde zondaars, bid voor
ons.
Heilige Michaël, trooster van de bedroefden en de verdrukten, bid voor
ons.
Heilige Michaël, onze bemiddelaar bij God, bid voor ons.
Heilige Michaël, die alle mensen een engelbewaarder geeft, bid voor ons.
Heilige Michaël, die God onze gebeden aanbiedt, bid voor ons.
Heilige Michaël, die God onze goede werken aanbiedt, bid voor ons.
Heilige Michaël, groot door geloof en liefde, bid voor ons.
Heilige Michaël, die de stervenden helpt, bid voor ons.
Heilige Michaël, die voor de gelovigen de voorbestemming verkrijgt, bid
voor ons.
Heilige Michaël, weerglans van de Godheid, bid voor ons.
Heilige Michaël, die gezag uitoefent over de Kerk en de wereld, bid voor
ons.
Heilige Michaël, kracht van de apostelen en de missionarissen, bid voor ons.
Heilige Michaël, licht van de kerkleraren, bid voor ons.
Heilige Michaël, steun van de martelaren, bid voor ons.
Heilige Michaël, verdediger van de geloofsbelijders, bid voor ons.
Heilige Michaël, gesierd met alle genade en met alle deugden, bid voor ons.
Heilige Michaël, behoeder van de maagden, bid voor ons.
Heilige Michaël, weldoener van alle zielen, bid voor ons.
Heilige Michaël, overwinnaar van de hel, bid voor ons.
Heilige Michaël, onze gids en onze hoop, bid voor ons.
Heilige Michael, roemrijke Vorst, bid voor ons.
Heilige Michael, sterk in de strijd, bid voor ons.
Heilige Michael, Overwinnaar van Satan, bid voor ons.
Heilige Michael, schrik van de duivels, bid voor ons.
Heilige Michael, Vorst van het hemels Leger, bid voor ons.
Heilige Michael, Heraut van Gods glorie, bid voor ons.
Heilige Michael, vreugd der Engelen, bid voor ons.
Heilige Michael, vereerd door de Uitverkorenen, bid voor
ons.
Heilige Michael, die de Allerhoogste onze gebeden aanbiedt,
bid voor ons.
Heilige Michael, Bode van God, bid voor ons.
Heilige Michael, wiens voorspraak ten Hemel leidt, bid voor
ons.
Heilige Michael, Steun van Gods volk, bid voor ons.
Heilige Michael, Bewaker en Patroon van de H. Kerk, bid
voor ons.
Heilige Michael, Weldoener van de volkeren die U vereren,
bid voor ons.
Heilige Michael, Vaandeldrager van het Heil, bid voor ons.
Heilige Michael, onze bevrijder in de strijd, bid voor ons.
Heilige Michael, Engel van de Vrede, bid voor ons.
Heilige Michael, Begeleider der zielen in het eeuwige
Licht, bid voor ons.
Heilige Michael, Opperhoofd van het Paradijs, bid voor ons.
Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons,
Heer.
Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor
ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U
over ons.
Bid voor ons, Heilige Aartsengel Michael, opdat wij de beloften
van Christus waardig worden.
Almachtige en eeuwige God, die de Heilige Michael hebt
aangesteld als Bewaker van de Heilige Kerk en Opperhoofd van het Paradijs,
verleen genadig door Zijn voorspraak: aan de Heilige Kerk voorspoed en vrede,
aan ons Uw genade in dit leven en de glorie in de eeuwigheid. Door Jezus
Christus, onze Heer. Amen.
Hemelse Vader, laat dit gebed vruchten dragen voor de
gehele wereld. Ik wil bidden met heel de Hemel, namens en voor alle mensen, met
en voor de arme zielen. Moge iedere bede reiken tot de uiterste grenzen van Uw
barmhartigheid, ook wanneer ik er niet aan denk.
Heilige Aartsengel Michael, verdedig ons in de strijd.
Heilige Aartsengel Michael, verlicht ons met Uw licht.
Heilige Aartsengel Michael, bescherm ons met Uw vleugels.
Heilige Aartsengel Michael, verdedig ons met Uw zwaard.
Kruis : geloofsbelijdenis
1e kraal : Onze Vader ter ere van de Heilige
Drie-eenheid
2e kraal : Wees gegroet ter ere van Maria,
Dochter van God de Vader
3e kraal : Wees gegroet ter ere van Maria,
Moeder van God de Zoon
4e kraal : Wees gegroet ter ere van Maria, Bruid
van God de H. Geest
5e kraal : Glorie zij de vader
1e grote kraal : Glorie zij de vader
Jezus bidt in doodsangst tot
zijn hemelse Vader: Aan doodsangst ten prooi bad Hij met nog meer aandrang.
Zijn zweet werd tot dikke druppels bloed, die op de grond neervielen.
Op
voorspraak van Maria vragen wij als vrucht van dit geheim: berouw.
Onze
Vader
Bemind, geprezen, gezegend,
aanbeden en verheerlijkt zij nu en altijd en in alle Eeuwigheid de
Allerheiligste Drievuldigheid en het Eucharistisch Hart van Jezus, door het
Onbevlekt Hart van Maria, met haar smarten en haar tranen.
Lieve,
goede Pater Pio, bid voor en met ons. Zegen ons en de gehele wereld.
O mijn Jezus, vergeef ons onze
zonden, en bewaar ons voor het vuur van de Hel. Breng alle zielen naar de
Hemel, vooral zij die Uw barmhartigheid het meest nodig hebben.
10 kralen : Onze Vader
Wees gegroet Maria, vol van
genade, de Heer is met U, gezegend zijt Gij boven alle Vrouwen en gezegend is
de vrucht van Uw lichaam, Jezus. Heilige Maria, Moeder Gods EN ONZE MOEDER, bid
voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.
Het
geheim: berouw
Glorie zij de Vader
O
Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot U nemen.
2e grote kraal : Glorie zij de vader
Jezus wordt gegeseld: Pilatus
liet omwille van het volk Barabbas vrij, maar Jezus liet hij geselen.
Op
voorspraak van Maria vragen wij als vrucht van dit geheim: geduld in lijden.
Onze
Vader
Bemind, geprezen, gezegend,
aanbeden en verheerlijkt zij nu en altijd en in alle Eeuwigheid de
Allerheiligste Drievuldigheid en het Eucharistisch Hart van Jezus, door het
Onbevlekt Hart van Maria, met haar smarten en haar tranen.
Lieve,
goede Pater Pio, bid voor en met ons. Zegen ons en de gehele wereld.
O mijn Jezus, vergeef ons onze
zonden, en bewaar ons voor het vuur van de Hel. Breng alle zielen naar de
Hemel, vooral zij die Uw barmhartigheid het meest nodig hebben.
10 kralen : Onze Vader
Wees gegroet Maria, vol van
genade, de Heer is met U, gezegend zijt Gij boven alle Vrouwen en gezegend is
de vrucht van Uw lichaam, Jezus. Heilige Maria, Moeder Gods EN ONZE MOEDER, bid
voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.
Het
geheim: geduld in lijden.
Glorie
zij de Vader
O
Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot U nemen.
3e grote kraal : Glorie zij de vader
Jezus wordt met doornen gekroond:
De beulen vlochten een kroon van doorntakken, zetten die op Zijn Hoofd en gaven
Hem een rietstok in de rechterhand, Zij bespuwden Hem, pakten de rietstok en
sloegen Hem op het Hoofd.
Op
voorspraak van Maria vragen wij als vrucht van dit geheim: versterving.
Onze
Vader
Bemind, geprezen, gezegend,
aanbeden en verheerlijkt zij nu en altijd en in alle Eeuwigheid de
Allerheiligste Drievuldigheid en het Eucharistisch Hart van Jezus, door het
Onbevlekt Hart van Maria, met haar smarten en haar tranen.
Lieve,
goede Pater Pio, bid voor en met ons. Zegen ons en de gehele wereld.
O mijn Jezus, vergeef ons onze
zonden, en bewaar ons voor het vuur van de Hel. Breng alle zielen naar de
Hemel, vooral zij die Uw barmhartigheid het meest nodig hebben.
10 kralen : Onze Vader
Wees gegroet Maria, vol van
genade, de Heer is met U, gezegend zijt Gij boven alle Vrouwen en gezegend is
de vrucht van Uw lichaam, Jezus. Heilige Maria, Moeder Gods EN ONZE MOEDER, bid
voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.
Het
geheim: versterving.
Glorie
zij de Vader
O
Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot U nemen.
4e grote kraal : Glorie zij de vader
Jezus draagt zijn Kruis naar
de Calvarieberg: Zelf zijn Kruis dragend trok Jezus de stad uit naar wat de
schedelplaats heet, in het Hebreeuws Golgotha.
Op voorspraak van Maria vragen
wij als vrucht van dit geheim: te getuigen van ons geloof.
Onze
Vader
Bemind, geprezen, gezegend,
aanbeden en verheerlijkt zij nu en altijd en in alle Eeuwigheid de
Allerheiligste Drievuldigheid en het Eucharistisch Hart van Jezus, door het
Onbevlekt Hart van Maria, met haar smarten en haar tranen.
Lieve,
goede Pater Pio, bid voor en met ons. Zegen ons en de gehele wereld.
O mijn Jezus, vergeef ons onze
zonden, en bewaar ons voor het vuur van de Hel. Breng alle zielen naar de
Hemel, vooral zij die Uw barmhartigheid het meest nodig hebben.
10 kralen : Onze Vader
Wees gegroet Maria, vol van
genade, de Heer is met U, gezegend zijt Gij boven alle Vrouwen en gezegend is
de vrucht van Uw lichaam, Jezus. Heilige Maria, Moeder Gods EN ONZE MOEDER, bid
voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.
Het
geheim: te getuigen van ons geloof.
Glorie
zij de Vader
O
Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot U nemen.
5e grote kraal : Glorie zij de vader
Jezus sterft aan het Kruis:
Jezus zei: Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat ze doen. Vader in Uw
handen beveel Ik Mijn Geest.
Op voorspraak van Maria vragen
wij als vrucht van dit geheim: wederliefde.
Onze
Vader
Bemind, geprezen, gezegend,
aanbeden en verheerlijkt zij nu en altijd en in alle Eeuwigheid de
Allerheiligste Drievuldigheid en het Eucharistisch Hart van Jezus, door het
Onbevlekt Hart van Maria, met haar smarten en haar tranen.
Lieve,
goede Pater Pio, bid voor en met ons. Zegen ons en de gehele wereld.
O mijn Jezus, vergeef ons onze
zonden, en bewaar ons voor het vuur van de Hel. Breng alle zielen naar de
Hemel, vooral zij die Uw barmhartigheid het meest nodig hebben.
10 kralen : Onze Vader
Wees gegroet Maria, vol van
genade, de Heer is met U, gezegend zijt Gij boven alle Vrouwen en gezegend is
de vrucht van Uw lichaam, Jezus. Heilige Maria, Moeder Gods EN ONZE MOEDER, bid
voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.
Het
geheim: wederliefde.
Glorie
zij de Vader
O
Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot U nemen.
Na de laatste 10 kralen :
Eeuwige Vader, wij wijden ons en de gehele wereld voor
eeuwig toe aan het Allerheiligste Hart van Jezus en aan het Smartvol en
Onbevlekt Hart van Maria. Heer Jezus Christus, Zoon van de Vader, zend nu Uw
Geest over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van alle
volkeren, opdat zij bewaard mogen blijven voor verwonding, rampen en oorlog.
Moge de Vrouwe van alle volkeren, die Maria is, onze Voorspreekster zijn.
Denk eraan, dat de liefde de kern van de volmaaktheid is. Wie
in de liefde leeft, leeft in God, want God is liefde.
Bid en hoop, wind je niet op. De opwinding dient tot niets.
God is barmhartig en zal je gebed verhoren. De gebeden van de heiligen in de
hemel en van de rechtvaardige zielen op aarde zijn een parfum die nooit
verloren gaat.
Heel je bestaan moet gericht zijn op Maria en Zij zal je
leiden naar de veilige haven van het eeuwige heil.
Zalig de ziel die de schoonheid bezit die God van haar
verlangt. Zij trekt niet alleen de aandacht van de Engelen maar ook die van
Jezus.
Het kruis zal je niet verpletteren! Wanneer de last te
zwaar lijkt, zal juist de kracht van het kruis je oprichten.
Zoek geen troost bij de mensen. Welke troost kunnen ze u
geven? Ga naar het Tabernakel en stort uw hart uit voor Hem. Daar zult ge
troost vinden.
Het hart en de armen van God openen zich wijder, naarmate
we ons kleiner maken door het vertrouwen.
Net als Maria moeten we dicht bij het kruis rust zoeken.
Dan zal ons aan troost niet ontbreken.
De Rozenkrans was mijn wapen.
Mijn verleden, Heer, vertrouw ik toe aan uw barmhartigheid,
mijn heden aan uw liefde, mijn toekomst aan uw Goddelijke Voorzienigheid.
Het leven van de christen is niets anders dan een
voortdurende strijd tegen zichzelf, en ontplooit zich slechts ten koste van het
lijden.
Top 10 van controversiele Bijbelverzen naast
homoseksualiteit (Lev 18:22)
1 Het eten van varken en garnaal
Lev 11:7-8: het varken, want het heeft wel gespleten hoeven
maar het herkauwt niet: het geldt als onrein. Het vlees van deze dieren mag u
niet eten en hun kadavers niet aanraken: zij gelden als onrein.
12: Alle waterdieren zonder vinnen of schubben moet u
verafschuwen.
2 Ronde haarsnit
Lev 19:27: U mag aan uw hoofdhaar geen ronde rand knippen
en de rand van uw baard niet wegnemen.
3 Roddel
Lev 19:16: Strooi geen lasterpraat rond over elkaar en sta
uw naaste niet naar het leven. Ik ben de heer.
4 Tattoos
Lev 19:28: U mag uw lichaam niet kerven voor een dode en u
niet laten tatoeëren. Ik ben de heer.
5 Vrouwen die spreken in de Kerk
1 Kor 14:34-35: moeten de vrouwen in uw bijeenkomsten hun
mond houden. Het is hun niet toegestaan het woord te nemen; zij moeten ondergeschikt
blijven, zoals trouwens de wet voorschrijft. Willen zij iets te weten komen,
dan moeten zij er thuis hun man maar naar vragen; een vrouw hoort nu eenmaal
niet in de gemeente het woord te voeren.
6 Vrouwen die hun man helpen in een gevecht
Deut 25:11-12: Wanneer twee mannen met elkaar vechten en de
vrouw van de een komt haar man te hulp en grijpt de aanvaller met de hand bij
zijn schaamdelen, dan moet u haar onverbiddelijk de hand afkappen.
7 Seks voor huwelijk
Deut 22:20-21: Blijkt de beschuldiging waar te zijn en
stelt men vast dat het meisje inderdaad geen maagd was, dan moet men haar naar
de deur van haar ouderlijk huis brengen. En de burgers van de stad moeten haar
doodstenigen; want zij heeft een schanddaad in Israël begaan door ontucht te
plegen terwijl ze nog in haar ouderlijk huis woonde. Zo zult u het kwaad uit uw
midden verwijderen.
8 Werken op de sabbat
Exodus 31:14-15: Onderhoud dus de sabbat, die moet heilig
zijn voor u. Wie hem schendt, moet onverbiddelijk ter dood gebracht worden. Wie
op die dag arbeid verricht, zal uit zijn volk worden verwijderd. Zes dagen mag men werken, maar de zevende dag
is een volstrekte rustdag, gewijd aan de heer. Iedereen
die op de sabbat arbeid verricht, moet onverbiddelijk ter dood gebracht worden.
9 Kinderen die hun ouders vervloeken
Exodus 21:17: Wie zijn vader of moeder vervloekt moet ter
dood gebracht worden.
10 Mannen met afgehakte geslachtsdelen
Deut 23:2: Iemand die door kneuzing is ontmand of van wie
het lid is afgesneden, heeft geen toegang tot de gemeente van de heer.
Koran 5:38 : En snijdt de dief en de dievegge de hand af,
als straf voor wat zij misdeden, een voorbeeldige straf van Allah. Allah is
Almachtig, Alwijs.
9. Vrouwen zijn onwetend
Koran 2:282: En roept van onder uw mannen twee getuigen en
als er geen twee mannen zijn, dan één man en twee vrouwen van degenen, die u
als getuigen aanstaan, zodat, wanneer één der twee vrouwen zich zou vergissen,
de ene de andere indachtig moge maken.
8. Vrouwen moeten minder krijgen
Koran 4:11: Allah gebiedt u aangaande uw kinderen: voor het
mannelijke kind evenveel als het deel van twee vrouwelijke kinderen,
7. Incest
Koran 33:50: O profeet, Wij hebben voor u uw vrouwen wettig
gemaakt, aan wie gij haar huwelijksgiften hebt gegeven, en degenen die uw
rechterhand bezit van haar, die Allah u als een oorlogsbuit heeft gegeven en de
dochters van uw ooms en tantes van vaderszijde en de dochters van uw ooms en
tantes van moederszijde die met u emigreerden,
6. Slavernij
Koran 4:24: En getrouwde vrouwen, met uitzondering van
haar, die gij bezit (slavinnen). Dit is een gebod van Allah voor u. Degenen,
die daar buiten vallen, zijn u toegestaan;
5. Pedofilie
Koran 65:4: En indien gij twijfelt aangaande diegenen uwer
vrouwen, die geen menstruatie meer verwachten, haar (wacht) periode is drie
maanden, hetzelfde geldt ook voor degenen die haar menstruatie nog niet hebben
gehad. En de wachtperiode voor de zwangeren duurt tot zij verlost zijn. En
degenen die Allah vrezen, zal Hij van het nodige voorzien door Zijn gebod.
4. Huiselijk geweld
Koran 4:34: De mannen zijn zaakwaarnemers voor de vrouwen,
omdat God de een boven de ander heeft bevoorrecht en omdat zij van hun
bezittingen uitgegeven hebben. De deugdzame vrouwen zijn dus onderdanig en zij
waken over wat verborgen is, omdat God erover waakt. Maar zij van wie jullie
ongezeglijkheid vrezen, vermaant haar, laat haar alleen in de rustplaatsen en
slaat haar. Als zij jullie dan gehoorzamen, dan moeten jullie niet proberen
haar nog iets aan te doen. God is verheven en groot.
3. Polytheisme
Koran 9:5: Wanneer de heilige maanden voorbij zijn, doodt
dan de afgodendienaren waar gij hen ook vindt en grijpt hen en belegert hen en
loert op hen uit elke hinderlaag. Maar als zij berouw hebben en het gebed
houden en de Zakaat betalen, laat hun weg dan vrij. Voorzeker, Allah is
Vergevensgezind, Genadevol.
2. Geloofsafval
Koran 4:89: Zij wensen dat gij verwerpt, evenals zij hebben
verworpen, zodat gij aan hen gelijk zult worden. Neemt derhalve geen vrienden
uit hun midden totdat zij voor de zaak van Allah werken. En indien zij tot
vijandschap vervallen, grijpt hen dan en doodt hen waar gij hen ook vindt; en
neemt vriend noch helper uit hun midden.
1 Werelddominantie
Koran 9:29: Bestrijdt diegenen onder de mensen van het
Boek, die in Allah noch in de laatste Dag geloven, noch voor onwettig houden
wat Allah en Zijn boodschapper voor onwettig hebben verklaard, noch de ware
godsdienst belijden totdat zij de belasting met eigen hand betalen, terwijl zij
onderdanig zijn.
Verplichte feestdagen zijn dagen waarop katholieken naar de
mis moeten gaan, naast de reguliere zondagsmis. Volgens het Wetboek van
Canoniek Recht van 1983 zijn er in de hele Kerk tien verplichte feestdagen:
Vrede zij met jullie, kindertjes. Zoals
een moeder haar kleine kinderen voedt en troost, zo voed ook ik jullie
zielen door jullie het Woord van God te geven. Zoals een moeder haar kinderen
troost in tijden van verdriet, zo buig ook ik Mij over jullie om jullie te
troosten. Ik zorg voor jullie zielen door Mijn gebeden. De Heer is niet traag
in het vervullen van Zijn beloften, maar Hij wacht geduldig, opdat ieder de
genade kan ontvangen om het Licht te zien en zich te bekeren. De beloofde
Nieuwe Hemelen en Nieuwe Aarde zijn jullie nu reeds zeer nabij. Intussen,
terwijl jullie wachten, smeek ik jullie je leven te heiligen; leeft heilig. Ik
wil in jullie, dierbare kinderen, een echte bekering zien. Ieder die ontsnapt
is aan de ondeugden van de wereld, maar zich vervolgens veroorlooft te worden
geleid door principes die niet van de Wijsheid komen maar van de Dwaasheid, kan
er zeker van zijn te vallen. God is Liefde. Hij vergeeft en wordt niet snel toornig.
God is een zeer tedere Vader. Onderzoek zo nu en dan je ziel om te weten of je
in Zijn Licht staat of niet.
Wees als een tuin voor de Heer, waarin
Hij Zijn rust kan vinden, waar Hij Zijn Ziel kan verblijden in zijn
heerlijke geuren, en waar Hij Zijn Hoofd te rusten kan leggen op het groene
gras. Laat Mij jullie harten omvormen in een mooie tuin voor de Heer, zodat als
de Koning der koningen jullie komt bezoeken Hij Zijn Ogen niet van jullie
zal afwenden, maar jullie zal aanbieden een offer van Zijn Ziel, een gevangene
van Zijn Hart te worden.
Verliest daarom geen tijd, want Zijn
Ogen letten voortdurend op elk van jullie stappen. De Vredevorst vermaant
jullie om te bidden om vrede. En ik, de Koningin van de Vrede, smeek jullie
om te bidden om vrede. Satan is nu als een dolle stier, en Mijn Hart is
ziek van wat ik zie aankomen, hoewel de Vader Mij uit Barmhartigheid niet
alles heeft laten zien.
Ik ga over heel de aarde op zoek naar
edelmoedige zielen, maar ik kan niet genoeg edelmoedigheid vinden om Jezus
aan te bieden en de Gerechtigheid van de Vader te bedaren. Er zal geweldig veel
boete gedaan moeten worden en Jezus heeft edelmoedige zielen nodig, die bereid
zijn om voor anderen boete te doen. Daarom schrei ik. Mijn ogen stromen over
van Bloedige Tranen bij de verschrikkelijke aanblik van wat ik zie aankomen.
Als ik jullie dit vandaag vertel,
gebeurt dat niet om indruk op jullie te maken of jullie bang te maken, maar om
jullie te vragen te bidden om Vrede. Het is God met Zijn liefdevolle
bedoelingen die Mij rond de hele wereld zendt en naar elk huis, om jullie een
voor een te verzamelen en te bekeren voor Zijn Dag. Dierbare kinderen, komt
niet naar deze bijeenkomsten alleen om naar tekenen te zoeken. Als ik helemaal
vanuit de Hemel naar jullie drempel kom, gebeurt dat om jullie de Vrede van de
Heer en Mijn Vrede te brengen. Sta Mij daarom toe jullie hart om te vormen in
een mooie tuin voor de Heilige, opdat Hij in jullie binnenste een geest van
heiligheid, liefde, vrede, zuiverheid, gehoorzaamheid, nederigheid en trouw
moge aantreffen. Dan zal jullie Koning al deze deugden gebruiken en de machten
van het kwaad bestrijden.
Staat op uit jullie slaap, kinderen, en
verandert jullie harten. Ik ben gelukkig zo velen van jullie op water en brood
te zien vasten, en vandaag vraag ik deze edelmoedige zielen iets meer toe te
voegen aan hun vastendagen. Ik vraag jullie berouw te hebben en te biechten.
Lieve kinderen, waakt over jullie lippen en veroordeelt elkaar niet - laat niet
toe dat jullie lippen, bij al jullie vasten, de oorzaak zijn van jullie veroordeling.
Bemint elkaar, leeft Onze Boodschappen.
Jullie Koning zendt jullie Zijn Vrede.
Ik zal de ronde blijven doen over de wereld om hen, die ver verwijderd zijn van
de Heer, tot Hem te brengen. Ik heb jullie edelmoedige gebeden nodig,
Mijn kinderen. Ik zegen jullie allen, Ik zegen jullie families, jullie
vrienden, en zelfs hen die jullie hart bezwaren. Ja, allen zijn kinderen van
God. - Vassula
Wat kun je met het verhaal over het lijden en de dood van
Jezus nu concrete doen? Door je het verhaal van Kleopas en zijn vriend te
vertellen, wilde ik je laten zien dat vrijheid een wezenlijk aspect van het
geestelijk leven is. Uit het verhaal van het lijden en de dood van Jezus zal je
duidelijk worden dat daaraan het mededogen moet worden toegevoegd. Het
geestelijke leven is een vrij leven, dat zichtbaar wordt in het mededogen. Dat
wil ik je nu wat beter laten zien en aanvoelen.
God heeft Jezus gezonden om vrije mensen van ons te maken.
Als weg naar de vrijheid heeft hij het mededogen gekozen. Dat is heel wat
radicaler dan jij je op het eerste gezicht misschien kunt voorstellen. Het
betekent dat God ons heeft willen bevrijden, niet door het lijden van ons weg
te nemen, maar door het met ons te delen. Jezus is God, die met ons mee-lijdt.
Het woord medelijden is in het Nederlands wat verwaterd.
Wanneer iemand tegen je zegt: Ik heb medelijden met je, dan klinkt dat een
beetje afstandelijk. Het voelt aan alsof die persoon van boven op je neerziet.
De oorspronkelijke betekenis: samen met iemand in het lijden staan, is
gedeeltelijk verloren gegaan. Daarom heb ik het woord mededogen gekozen. Het is
warmer, intiemer en meer nabij. Ik bedoel ermee: lijden delen met de ander,
volledig medemens-in-het-lijden zijn.
De liefde van God die Jezus ons wil laten zien, wil hij ons
tonen door deelgenoot te worden aan ons lijden en ons zo in staat te stellen
het lijden tot een weg naar de bevrijding te maken. Je kent waarschijnlijk zelf
wel de vaakst gestelde vragen van mensen die het moeilijk of onmogelijk vinden
in God te geloven. Ze vragen: Hoe kan God de wereld echt liefhebben, wanneer
hij al dat afschuwelijke lijden in de wereld toelaat? Als God echt van ons
houdt, waarom maakt hij dan geen eind aan oorlog, armoede, honger, ziekte, de
vervolgingen, de martelingen en de ellende die overal zichtbaar zijn. En als
God iets om mij persoonlijk geeft, waarom gaat het me dan zo slecht, waarom
voel ik me dan altijd zo eenzaam, waarom heb ik dan nog steeds geen werk,
waarom ervaar ik mijn bestaan dan als zinloos?
Ik ben zelf ook voortdurend met die vragen bezig, vooral
sinds ik de armoede in Zuid-Amerika heb leren kennen en in Guatemala heb gezien
hoe onschuldige Indianen worden ontvoerd en op de meest wrede wijze gefolterd
en gedood.
Tegelijkertijd heb ik daar ook het begin van een antwoord
gevonden. Ik ontdekte dat de slachtoffers van armoede en onderdrukking vaak
dieper van Gods liefde overtuigd waren dan wij en dat de vraag naar het waarom
van het lijden minder werd gesteld door hen die het lijden zelf hadden
geproefd, dan door ons, die er vooral veel over hadden gehoord en gelezen.
Zelden heb ik zoveel Godsvertrouwen gezien als onder de arme en onderdrukte
Indianen van Latijns-Amerika. Terwijl het voor veel Nederlanders, die de
laatste jaren steeds welvarender zijn geworden, steeds moeilijker schijnt te
worden om de nabijheid van God in hun dagelijkse leven te ervaren, spreken veel
mannen en vrouwen bij wie het lijden op hun gezicht te lezen staat, met grote
geestdrift over de wijze waarop God hun hoop en moed geeft.
Je zult wel begrijpen dat ik daar diep van onder de indruk
ben gekomen. Langzaam ben ik gaan inzien dat deze mensen Jezus hebben leren kennen
als de God die met hen lijdt. Voor hen is de lijdende en stervende Jezus het
meest overtuigende teken dat God echt veel van hen houdt en hen niet in de
steek laat. Hij is met hen meegegaan in het lijden. Wanneer ze arm zijn, weten
ze dat Jezus ook arm was; wanneer ze bang zijn, weten ze dat Jezus ook bang
was; wanneer zij geslagen worden, weten zij dat Jezus ook werd geslagen en
wanneer ze doodgefolterd worden, ja ook dan weten ze dat Jezus eveneens dat lot
heeft ondergaan. Voor deze mensen is Jezus de trouwe vriend, die met hen
meeloopt op de eenzame weg van het lijden en hun troost brengt. Hij is solidair
met hen. Hij kent hen, begrijpt hen en omhelst hen in hun meest pijnlijke
ogenblikken.
De beelden van Jezus die ik heb gezien in de kerken van San
Pedro in Lima en van Santiago aan het meer van Atitlan in Guatemala, lieten een
gegeselde, met doornen gekroonde en met wonden overdekte, uitgeputte man zien.
Ik vond het vaak afschuwelijk om aan te zien, maar voor de Peruaanse en
Guatemalteekse Indianen was deze gebroken mens hun grootste bron van hoop.
Misschien lijkt dit alles wat ver weg. Toch hebben ook jij
en ik ervaringen die ons het mededogen van Jezus laten aanvoelen. Ren echte
vriend of vriendin is niet iemand die al je problemen kan oplossen of een
antwoord heeft op al je vragen. Nee, het is iemand die niet wegloopt wanneer er
geen oplossingen of antwoorden zijn, maar bij je blijft en je trouw is. Vaak
blijkt, dat niet degene die zegt: Doe dit, zeg dat, ga daarheen of denk
daaraan ons de meeste troost geeft, maar degene die, zelfs als er geen goede
raad te geven is, zegt: Wat er ook gebeurt, ik ben je vriend, op mij kun je
rekenen. Naarmate je ouder wordt, ga je meer en meer ontdekken dat je vreugde
en geluk van die vriendschappen afhangt. Het grote geheim van het leven is dat
het lijden, dat vaak zo ondraaglijk leek, door het mededogen een bron van nieuw
leven en nieuwe hoop kan worden.
God is mens geworden om volledig met ons te kunnen mee
leven, mee lijden en mee sterven. In Jezus hebben we een medemens gevonden die
zo volledig bij ons is gekomen, dat geen enkele zwakheid, pijn of verzoeking
hem vreemd is gebleven. Juist omdat Jezus God is en zonder enige zonde, is hij
in staat ons zondige, gebroken mensen zo volledig aan te voelen, dat we mogen
zeggen dat hij ons beter kent dan we onszelf kunnen kennen en ons meer bemint
dan we onszelf beminnen. Onze medemensen, hoe goedwillend ook, zijn nooit in
staat zo volledig bij ons te zijn, dat we ons onbegrensd begrepen en bemind
voelen. Wij mensen blijven te zeer op onszelf gericht om onszelf volledig te
kunnen vergeten omwille van de ander. Maar Jezus geeft zichzelf volledig weg,
hij houdt niets voor zichzelf, hij wil zo totaal bij ons zijn, dat we ons nooit
meer alleen kunnen voelen.
Jezus is de mededogende God die ons zo nabij komt in onze zwakheid,
dat wij ons zonder vrees tot hem kunnen wenden. De brief aan de Hebreeen zegt
het in onvergelijkelijk diepe woorden: [ ] Hij werd op allerlei manieren op de
proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. Laten wij daarom
vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te
verkrijgen en tijdige hulp.
Ik hoop dat je dit alles een beetje kunt begrijpen en in je
hart kunt laten doordringen. Ik denk dat je dit uiteindelijk alleen biddend
kunt gaan begrijpen. Wanneer je in je eigen kwetsbaarheid voor God treedt en je
geheel door God laat zien, zul je geleidelijk gaan ervaren wat het betekent, dat
God Jezus heeft gezonden om geheel en al God-met-jou te kunnen zijn. Dan kun je
gaan beleven wat het betekent dat God, door in Jezus mens te worden, het
goddelijke leven aan je wil meedelen. Dan kun je je ook op een nieuwe manier
gaan afvragen hoe je zelf je leven wil gaan leiden.
Zo zijn we dan toch weer teruggekomen bij het geestelijke
leven. In mijn eerste brief was vrijheid het kernwoord. In deze brief is het
mededogen. Wanneer je Jezus meer en meer gaat zien als de mededogende God, ga
je je eigen leven ook steeds meer zien als een leven waarin je aan dat
goddelijke mededogen zelf vorm wilt geven. Het kan dan gebeuren, dat je van
binnenuit een diep verlangen gaat ervaren om je eigen leven tot een leven voor
anderen te maken. Hoe beter je Jezus leert kennen en liefhebben, hoe meer je
ernaar gaat verlangen jouw leven in overeenstemming te leiden met het zijne. Je
hebt dat zelf al een beetje ontdekt toen ik je De navolging van Christus van
Thomas van Kempen te lezen gaf. Je merkte toen dat het om iets heel radicaals
ging, maar ook om iets heel aantrekkelijks. Voor andere mensen leven in
verbondenheid met de mededogende Jezus, dat is het waar het in het geestelijke
leven om gaat. Zo ook kom je tot de ware vrijheid.
Voordat ik deze brief beeindig, wil ik, net als in mijn
vorige brief, laten zien dat het verhaal over het lijden, de dood en de
opstanding van Jezus niet alleen een verhaal uit het verleden is. Evenals het
Emmausverhaal is het geschreven vanuit de christelijke gemeenschap. In deze
gemeenschap werd en wordt de eucharistie gevierd. Daarom behoort bij het
passieverhaal het verhaal van het laatste avondmaal. Daar kun je lezen dat
Jezus, voor zijn lijden en dood, het brood en de beker met wijn nam en tegen
zijn vrienden zei: Eet en drinkt, dit is mijn lichaam, dat voor jullie wordt
gegeven en mijn bloed dat voor jullie vergoten wordt. Doet dit om mij te
gedenken.
Je hebt deze woorden al zo vaak gehoord, dat ze misschien
niet meer de kracht voor je hebben die erin ligt besloten. Maar bedenk wat hier
gebeurt. Jezus zegt hier: Ik wil mij totaal aan jullie geven. Zo intiem als
voedsel en drank met je lichaam verbonden is, wil ik ook met jullie verbonden
zijn. Ik wil niets voor mezelf houden. Ik wil door jullie gegeten en gedronken
worden. Daarom zou je Jezus woorden misschien nog het beste kunnen vertalen
met: Eet mij, drink mij. Wat je hier moet horen en voelen, is de zich
volledig wegschenkende liefde van Jezus. Het lijden en de dood die op het
laatste avondmaal volgen, zijn een zichtbaar worden van deze zichzelf
wegschenkende liefde. De doodstrijd, de geseling, de bespotting, de kroning met
doornen, de kruisweg, de kruisiging en de dood van Jezus laten ons op de meest
drastische wijze zien hoe volledig Jezus zich aan ons geeft, wanneer hij zegt: Eet
mij, drink mij. In die zin mag je zelfs zeggen dat het passieverhaal uitlegt,
wat er bij het laatste avondmaal reeds is gebeurd.
De eucharistie was en is het centrum van de gemeenschap van
hen die al hun vertrouwen in Jezus stellen. Het is vanuit de viering van de
eucharistie dat de eerste christenen het verhaal van het lijden en de dood van
Jezus aan elkaar hebben verteld. Het is ook vanuit deze euchtaristische
gemeenschap dat het is opgeschreven door de evangelisten. Dit is voor jou en
voor mij zo belangrijk, omdat we de eucharistie dagelijks kunnen vieren. Bij
iedere viering worden het lijden, de dood en de verrijzenis van Jezus
tegenwoordig gesteld. Je kunt het misschien het beste zo zeggen: telkens
wanneer je de eucharistie viert en het brood en de wijn, het lichaam en bloed
van Jezus ontvangt, worden het lijden en de dood van Jezus een lijden en dood
voor jou en wordt het mededogen van God een mededogen met jou. Je wordt
ingelijfd in Jezus. Je wordt een deel van zijn lijf en op die meest
mededogende wijze bevrijd van je diepste eenzaamheid. Door de eucharistie ga je
op de meest intieme wijze tot Jezus behoren, tot hem die voor jou heeft
geleden, voor jou is gestorven en verrezen, zodat jij met hem kunt lijden,
sterven en verrijzen.
Begrijp je nu beter waarom Matthias Grunewald de doodzieke
patienten op het altaar, waar zij het lichaam en bloed van Christus ontvingen,
op zon aangrijpende wijze zijn dood en verrijzenis liet zien? Hij liet hen
zien, wat de eucharistie hen werkelijk gaf. Ze hoefden hun pest niet meer
alleen te lijden. Ze werden ingelijfd in het lijden van Jezus en konden er
daarom ook op vertrouwen te mogen delen in zijn verrijzenis.
Ik sluit een aantal fotos van de altaarluiken van Grunewald
in, zodat je ook zelf goed kunt zien en ervaren wat wordt bedoeld met het
mededogen van God voor de mensen.
Op de agende van de Illuminati : cashloze maatschappij
Grootste
bank Noorwegen wil snel totaal verbod op contant geld
24-01-2016
13:12
Waarschijnlijk al in 2020 volledig cashloze
samenleving
Noorwegen volgt het voorbeeld van
zijn buurlanden Zweden en Denemarken door al binnen enkele jaren een volledig
cashloze samenleving te willen creëren. De grootste Noorse bank (DNB) roept
de overheid op het gebruik van contant geld zo snel mogelijk te verbieden. Als
argumenten worden het tegengaan van de zwarte markt en het witwassen van
crimineel geld genoemd. De werkelijke redenen gaan echter veel verder: door
alle inwoners te verplichten uitsluitend elektronisch te betalen en te
bankieren, komt totale controle over de hele samenleving voor het eerst binnen
handbereik.
In Noorwegen zijn zon 50 miljard kronen in omloop,
waarvan slechts 40% getraceerd kan worden. Dat betekent dat de overheid geen
idee heeft wat er met het grootste deel van het contante geld wordt gedaan.
Wij geloven dat dit komt door onder-de-tafel (= zwart) geld en
witwassen, verklaarde Trond Bentestuen, executive bij de DNB.
Er zijn zoveel gevaren en nadelen aan cash
verbonden, dat wij hebben geconcludeerd dat het moet worden afgeschaft, voegde
hij eraan toe. Daar wordt overigens al jaren naar toegewerkt. Nog maar 6% van
de Noorse bevolking, voornamelijk ouderen, gebruikt dagelijks contant geld. 85%
van de Noren gaat zelden of nooit naar een bank.
2020
Het Noorse ministerie van Financiën voelt nog niet
zoveel voor het plan, en critici hebben gewezen op de problemen rond de privacy
van mensen en de toeristenindustrie. In 2014 stelde financieringsmaatschappij Finans
Norge echter dat het land op koers ligt om in 2020 een volledig cashloze
samenleving te hebben. Daar zou al op korte termijn een begin mee kunnen worden
gemaakt door biljetten van 1000 kronen (ruim 105,-) af te schaffen.
Behalve DNB is ook de tweede bank van het land,
Nordea, reeds gestopt met het gebruiken van contant geld in zijn bijkantoren.
Ook wordt er net als in Denemarken en Zweden gemorreld aan het recht van
consumenten om bijvoorbeeld in restaurants en benzinestations cash betalen.
Banken redden met uw geld
Deze war on cash is feitelijk niets anders dan de
invoering van zeer strenge kapitaalcontroles. De achterliggende reden is dat de
banken en overheden weten dat de feitelijk failliete banken binnen afzienbare
tijd opnieuw gered moeten worden, en dat daar dan bail-ins voor nodig
zullen zijn. Dat zijn verplichte bijdrages van bankrekeninghouders. Als contant
geld is uitgebannen zal niemand daar meer aan kunnen ontsnappen door tijdig
zijn rekeningen leeg te trekken, en worden bankruns dus onmogelijk gemaakt.
Toeslagen en negatieve rente
Groot voordeel voor de overheid is dat met volledig
elektronisch betalingsverkeer naar believen automatisch allerlei belastingen
kunnen worden afgeschreven, en banken op iedere financiële transactie een
toeslag kunnen berekenen. Bijvoorbeeld: u koopt op internet een nieuwe
stofzuiger voor 90,-, maar de bank schrijft 92,- af. Daarnaast zullen
banken waarschijnlijk permanent negatieve rente gaan rekenen. Dat betekent dat
u rente zult moeten betalen om uw eigen geld op te bank te mogen (=
moeten) laten staan.
Totale controle over bevolking
Niet alleen in Europa, maar ook in Amerika, Israël
en zelfs in landen als Iran worden grote stappen gezet naar het uitbannen van
contant geld. Als de bevolking daar niet tegen in opstand komt, dan zullen ze
al over enkele jaren volledig zijn overgeleverd aan de willekeur van banken en
overheden, die middels deze financiële controle en onderdrukking ieder ongewenst
gedrag en niet politiek correcte meningen kunnen bestraffen met bijvoorbeeld
boetes of zelfs het totaal blokkeren van je rekeningen, waardoor je niet eens
meer naar de supermarkt zult kunnen gaan.
Kritische analisten denken dat dit soort totalitaire,
wanhopige maatregelen de laatste ademtochten van het huidige financiële systeem
zijn, en een totale wereldwijde financiële catastrofe sowieso onafwendbaar is.
Gisteren ben ik met vrienden naar Colmar geweest. Colmar is
een Franse stad in de Elzas, met de auto een klein uur van Freiburg. We zijn
erheen gegaan om het Isenheimer Altar te bezichtigen. Waarschijnlijk heb je er
wel eens van gehoord. Misschien heb je het zelfs wel eens gezien. Voor mij was
het een zeer diepe ervaring.
Het Isenheimer Altar is tussen 1513 en 1515 geschilderd
voor de kapel van het ziekenhuis voor pestlijders in het dorpje Isenheim, niet
ver van Colmar. De schilder was zon teruggetrokken levende manvolgens sommigen
ook zeer melancholiekdat de kunsthistorici het er nog steeds niet over eens
zijn wie hij eigenlijk was. Maar volgens de meeste kenners is Matthias
Grunewald de schepper van dit meesterwerk, waarin alle laat-middeleeuwse
schilderkunst wordt samengevat en tot een climax wordt gebracht. Het is niet
alleen het grootste, maar ook het aangrijpendste altaarstuk dat ooit is
gemaakt. Het is een veelluik.
Op het eerste luik is de kruisdood van Jezus afgebeeld.
Op
het tweede toont Grunewald de aankondiging van de menswording van Jezus, zijn
geboorte en zijn verrijzenis. Op het derdedat in feite uit twee luiken
bestaat, aan weerszijden van een beeldengroepzijnde verzoekingen van de
heilige Antonius en diens bezoek aan de kluizenaar Paulus afgebeeld.
Hoewel ik ter voorbereiding op ons bezoek twee boekjes van
Wilhelm Nyssen over dit altaar had gelezen overtrof de werkelijkheid toch
iedere beschrijving of reproduktie. Toen ik het gekwelde, uitgemergelde, met
etterbuilen overdekte lichaam van Jezus aan het kruis zag, kreeg ik een
vermoeden wat er moet zijn omgegaan in de stervende pestlijders van het
ziekenhuis in Isenheim. Hier zagen zij hun God met dezelfde etterende zweren
die hun eigen lichaam aantastten en beseften ze met een schok wat de
menswording werkelijk betekende. Ze zagen solidariteit, mededogen, vergeving en
eindeloze liefde verenigd in deze lijdende gestalte. Ze zagen dat ze in hun
doodsangst niet alleen waren gelaten.
Maar wanneer het voorluik werd opengeslagen zagen ze ook,
dat het gemartelde lichaam van Jezus, geboren uit Maria, niet alleen voor hen
was gestorven, maar ook glorieus voor hen uit de dood was verrezen. Hetzelfde
zwerende lichaam dat ze dood aan het kruis zagen hangen, straalt op dit
drieluik een verblindend licht uit en stijgt op in goddelijke heerlijkheid, een
heerlijkheid die ook voor ons is weggelegd.
De twee Antoniusluiken met hun zeer dramatische beelden
herinnerden de pestlijders eraan, dat het delen in de heerlijke glorie van
Jezus de bereidheid vraagt ook in zijn verzoekingen te delen. Antonius was de
patroon van de kloosterorde die de verpleging verzorgde. Zijn leven laat zonder
goedkoop sentiment zien dat zij, die Jezus willen volgen, een smalle en vaak
moeilijke weg moeten gaan.
Ik ben meer dan drie uur bij het Isenheimer Altar gebleven.
In die uren heb ik meer over het lijden en de verrijzenis geleerd dan door
dagenlang te lezen. De gekruisigde en de verrezen Christus van Matthias
Grunewald staan nu zo diep in mijn geheugen en verbeelding gegrift, dat ik me
hem waar ik ook ga of sta voor de geest kan roepen. Ik weet nu weer op een
volkomen nieuwe manier dat ik met Jezus verbonden moet blijven om mijn leven in
al zijn pijnlijke maar ook heerlijke momenten volledig te kunnen beleven.
Toen we terugreden, door de met wijnstokken overdekte
heuvels van de Kaiserstuhl, begreep ik ook beter wat Jezus bedoelde toen hij
tegen zijn vrienden zei: Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken. Zij die in
mij blijven, zoals Ik in hen, dragen veel vrucht, want los van mij kunnen
jullie niets.
Het merkwaardige is dat ik me vorige week al had
voorgenomen je deze week over het lijden en de verrijzenis van Christus te
vertellen. Toen had ik het Isenheimer Altar nog niet gezien. Nu heb ik het
gevoel dat ik het moest zien om de woorden te vinden die nodig zijn voor deze
brief.
Het verhaal van het lijden en de verrijzenis van Jezus
vormt de kern van het goede nieuws dat de leerlingen van Jezus aan de wereld
bekend wilden maken. Jezus is de Heer die geleden heeft, gestorven en begraven
is en op de derde dag is verrezen. Dat moest worden bekendgemaakt aan alle
mensen. Dat was de blijde boodschap en dat is ook nu nog de blijde boodschap.
Je zou kunnen zeggen dat al het andere dat in de vier evangelien over Jezus
wordt verteld, dient om de volle betekenis van zijn lijden, dood en verrijzenis
te tonen.
Toen ik gisteren het Isenheimer Altar zag, werd dat me
opnieuw duidelijk. Zonder de dood en verrijzenis van Jezus is het evangelie
gewoon een mooi verhaal over een bijzonder heilige man, een verhaal dat tot
goede gedachten en grote daden kan leiden. Maar zo zijn er meer. Het evangelie
is allereerst het verhaal van de dood en opstanding van Jezus. Dat verhaal
maakt ook de kern uit van het geestelijke leven. Grunewald begreep dat en wilde
het de stervende mannen en vrouwen van zijn tijd duidelijk maken.
Het zal niet meevallen je daar zodanig over te schrijven,
dat er iets in je gebeurt wanneer je het leest. Hoewel je nauwelijks enig echt
godsdienstonderricht hebt gehad en hoewel je je met het evangelie slechts
sporadisch hebt beziggehouden, is het verhaal van de dood en opstanding van
Jezus zon bekend onderdeel van het milieu waarin je bent opgegroeid, dat het
je nauwelijks meer kan verrassen, verbazen of overrompelen. Je bent eerder
geneigd te zeggen: O ja, dat weet ik, laten we maar over iets anders praten.
Toch moet ik je op een of andere manier wakker maken voor de waarheid dat het
hier gaat over het meest ingrijpende dat ooit in de geschiedenis heeft
plaatsgevonden. Als je dat niet gaat ervaren, kan het evangelie hoogstens interessant
worden, maar nooit je hart vernieuwen en je tot een herboren mens maken. En
daar gaat het hier om. Het gaat, zoals ik je in mijn vorige brief schreef, om
een radicale bevrijding, waarbij we worden bevrijd van de macht van de dood en
in staat worden gesteld onbevreesd lief te hebben.
Toen ik het gemartelde naakte lichaam van Jezus, zoals
Grunewald het heeft geschilderd, voor me zag, werd ik me er opnieuw van bewust
dat het kruis niet zomaar een mooi symbool is dat huiskamers en restaurants in
Freiburg siert, maar het teken van de meest radicale verandering in onze wijze
van denken, voelen en leven. De kruisdood van Jezus heeft alles anders gemaakt.
Het eerste waar je een beetje gevoelig voor moet worden, is
de normale menselijke houding tegenover lijden en dood. De woorden die me
hierbij het eerst te binnen schieten zijn: voorkomen, vermijden, ontkennen,
ontlopen, omzeilen en negeren. Al deze woorden laten wel zien dat lijden en
dood niet in ons levensprogram passen. We ervaren ze als ongevraagde en ongewenste
indringers, die we zo gauw mogelijk weer het huis uit willen sturen.
Als we zelf ziek worden, is het onze grootste zorg zo gauw
mogelijk beter te worden, en als iemand anders ziel wordt, is het onze grootste
zorg hem of haar zo gauw mogelijk beter te maken. En lukt dat niet, dan
proberen we onszelf of elkaar de hoop te geven dat het misschien toch niet zo
erg is als het lijkt, en elkaar ervan te overtuigenvaak tegen beter weten indat
het allemaal wel weer goed zal komen. Als de dood dan toch komt, zijn we vaak
verrast, onthutst, diep teleurgesteld of zelfs kwaad.
Gelukkig wordt er wel geprobeerd in deze houding
verandering te brengen en het lijden en de dood wat reEler onder ogen te zien,
maar mijn eigen ervaring is dat lijden en dood voor de meeste mensen toch de
grootste vijanden van het leven blijven. Ze mogen eigenlijk niet bestaan. We
moeten ze zo goed mogelijk in bedwang zien te krijgen, en als dat de eerste
keer niet lukt, moeten we ernaar streven de volgende keer meer succes te hebben.
Veel mensen zijn ziek zonder zelf veel van hun ziekte te
begrijpen. Veel mensen sterven zonder veel aandacht aan hun doodgaan te hebben
geschonken. Ruim een jaar geleden is een vriend van me aan kanker gestorven. Al
een half jaar voor zijn dood was het duidelijk dat hij niet lang meer te leven
had. Toch was het erg moeilijk om hem goed op zijn dood voor te bereiden. Hij
was zo omgeven door slangen en buizen en drukke verpleegsters en verplegers,
dat de indruk werd gewekt dat men hem koste wat kost in leven wilde houden. Ik
wil niet zeggen dat iemand iets verkeerd deed, maar wel dat de aandacht zozeer
op het leven was gericht, dat er nauwelijks tijd was om hem op het overlijden
voor te bereiden.
Het gevolg hiervan is dat we weinig aandacht meer hebben
voor de doden. We doen weinig om hen te herinneren, dit wil zeggen om hen een
deel van ons innerlijk leven te maken. Hoe vaak ga je naar je grootmoeders
graf? Hoe vaak bezoeken je moeder en ik de graven van onze grootouders, ooms,
tantes, vrienden en vriendinnen die gestorven zijn? We doen eigenlijk alsof ze
niet meer bij ons horen, alsof we niets meer met hen te maken hebben. Ze hebben
geen echte invloed meer op ons leven. Ze zijn niet alleen lichamelijk van ons
heengegaan, maar ook uit ons gevoel en onze gedachtenwereld vertrokken.
Jezus houding tegenover lijden en dood is heel anders dan
de onze. Voor hem was het een realiteit die hij met open ogen tegemoet ging.
Zijn hele leven was zelfs een bewuste voorbereiding daarop. Jezus prijst het
lijden en de dood niet als iets waarnaar we moeten verlangen, maar hij spreekt
er wel over als iets dat we niet mogen ontkennen, vermijden of wegpraten.
Verscheidene keren voorspelt hij zijn eigen lijden en dood.
Vrij kort nadat Jezus zijn twaalf apostelen had
uitgezonden, zei hij hun reeds: De Mensenzoon [ ] moet veel lijden en door de
oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden, maar na ter dood
te zijn gebracht zal hij op de derde dag verrijzen. Niet veel later herhaalt
hij deze voorspelling met de woorden: Hebt een open oor voor wat ik u zeg. De
Mensenzoon zal worden overgeleverd in de handen der mensen. Dat men ook toen
al de werkelijkheid wilde negeren, blijkt wel uit Petrus reactie. Hij nam
Jezus terzijde en begon hem ernstig daarover te onderhouden: Dat verhoede God,
Heer! Zoiets mag u nooit overkomen!. Maar Jezus antwoordt hem met grote
felheid. Het lijkt zelfs wel alsof hij Petrus reactie als de meest gevaarlijke
beschouwt voor degenen die een echt geestelijk leven zoeken: Ga weg, satan,
terug! zegt hij. Je bent me een aanstoot, want jij laat je leiden door
menselijke overwegingen en niet door wat God wil. En daarna zegt hij zijn
leerlingen nog eens heel duidelijk dat een mens die een geestelijk leven wil
leiden zonder het lijden en de dood onder ogen te zien, bedrogen uitkomt.
Geestelijk leven wordt alleen mogelijk gemaakt door een directe onverzachte
confrontatie met de werkelijkheid van het leven. Luister naar wat Jezus zegt: Wie
mijn volgeling wil zijn, moet mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn
kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar zie
zijn leven verliest om mijnentwil, zal het vinden.
Het vinden van nieuw leven door het lijden en de dood heen,
dat is de kern van het goede nieuws. Jezus heeft ons die moeilijke, maar
bevrijdende weg voorgeleefd en tot het grote teken gemaakt. Mensen willen
altijd weer tekens zien: wonderlijke, uitzonderlijke, sensationele
gebeurtenissen, die wat kunnen afleiden van de harde werkelijkheid. Het is niet
zonder reden dat we het altijd weer in de sterren zoeken, of dat nu hemelse of
aardse sterren zijn. We willen graag iets wonderbaarlijks zien, iets
uitzonderlijks, iets wat het gewone onderbreekt. Zo kunnen we op zijn minst
voor een ogenblik verstoppertje spelen. Maar degenen die tegen Jezus zeggen: Meester,
wij willen een teken van u zien, antwoordde hij met: Een slecht en overspelig
geslacht verlangt een teken, maar geen ander teken zal je gegeven worden dan
dat van de profeet Jona. Zoals namelijk Jona drie dagen en drie nachten
verbleef in de buik van het zeemonster, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie
nachten verblijven in de schoot van de aarde.
Hier zie je wat het echte teken is: niet het sensationele
wonder, maar het lijden, de dood, de begrafenis en de opstanding van Jezus. Het
grote teken, dat alleen maar begrepen kan worden door hen die Jezus willen
volgen, is het teken van Jona, die de werkelijkheid ook wilde ontlopen, maar
door God werd teruggeroepen om zijn zware taak tot het einde te volbrengen. De
bereidheid om het lijden en de dood rechtstreeks onder ogen te zien en ook zelf
te ondergaan, in de hoop op een nieuw door God gegeven leven, dat is het teken
van Jezus en van ieder mens die een geestelijk leven wil leiden in navolging
van Jezus. Het is het teken van het kruis: het teken van lijden en dood, maar
ook van hoop op totale vernieuwing.
Daarom durfde Matthias Grunewald de stervende patienten in
het ziekenhuis van Isenheim zo direct met het afschuwwekkende lijden van Jezus
te confronteren. Hij durft hun te laten zien waarvoor we allemaal liever onze
ogen sluiten, omdat hij gelooft dat het lijden en dood niet meer in de weg
staan van het nieuwe leven maar door Jezus, de weg er naartoe geworden zijn.
Als je goed kijkt, zie je dat het kruis dat Grunewald schildert, eruitziet als
een gespannen boog met pijl. Daarin ligt de hoop al aangeduid. Het gemartelde
lichaam van Jezus is als het ware op een pijl gebonden, die gericht is op het
nieuwe leven.
DE GELOOFSAFVAL VERMEERDERT ELKE DAG, HET GELOOF STERFT IN HET HART VAN VELE MENSEN !
20 JANUARI 2016 4H30 P.M
KAPEL VAN DE OLVROUW VAN DE KARMEL. NECOCLI ANTIOQUIA DRINGENDE OPROEP VAN
JEZUS, HEILIG SACRAMENT AAN DE MENSHEID.
Mijn vrede zij met jullie, mijn kinderen.
Kijk mijn kind naar de eenzaamheid waarin ik mij bevind, degenen die me komen bezoeken met een oprecht hart zijn met weinigen. Ik voel mij eenzaam, mijn kinderen
hebben mij in de steek gelaten; de deuren van mijn huis staan open en zijn een
uitnodiging om binnen te komen en mij te bezoeken en mij te troosten. Maar
neen, ze lopen mij voorbij en maken vlug een kruisteken alsof ik een geest was.
Welk een verdriet voel ik als ik dat alles zie! De grote meerderheid van de
mensheid behandelt mij met onverschilligheid.
Ik ben enkel God in de moeilijke tijden in hun leven; ik ben enkel God om hun
problemen op te lossen. Ik ben enkel God in hun ziekte, in moeilijkheden en in
nood. Dan komen ze niet om met mij te praten, maar om te eisen dat ik hen
genees, dat ik hen help of dat ik hun lotsbestemming verander. Anderen gaan nog
verder en komen wanhopig geld vragen of materiele zaken, zonder zich ervan
bewust te zijn dat het belangrijkste voor Mij de redding van hun zielen is.
Arme schepselen, ze leven meer bezorgd om de zaken van deze wereld dan voor hun
redding en hun eeuwig leven!
De geloofsafval vermeerdert elke dag, het geloof sterft in het hart
van vele mensen. Ik vraag jullie wat er van jullie gaat worden dwaze kinderen,
als de dagen van beproeving zullen aanbreken en jullie me niet meer kunnen
ontmoeten in de stilte van mijn tabernakels? Arme jullie, die me vandaag de
rug toekeren want jullie kennen de geestelijke kwelling niet dat jullie te
wachten staat! Vandaag weigeren jullie mij te komen bezoeken en mij te troosten en
morgen zullen jullie degenen zijn die mij schreeuwend zullen roepen, vragend om
troost en het zal tevergeefs zijn want je zult me niet meer vinden.
De grote gruwel zal zeer vlug komen en mijn huizen zullen gesloten worden, mijn
dagelijkse viering opgeschort en mijn tabernakels ontwijd. Al degenen die me
vandaag behandelen met onverschilligheid zullen weeklagen en velen zullen in hun
wanhoop mijn naam vervloeken, zich van Mij verwijderen en het eeuwig leven
verliezen. Kijk mijn zoon, naar de manier waarop ze me behandelen; ze komen in
mijn huizen, niet om mij te aanbidden, niet om mij lof te prijzen, maar om fotos
te nemen, alsof mijn huizen musea zijn of publieke gelegenheden waar men kan
babbelen, kritiek geven en alles doen behalve bidden. In waarheid zeg Ik je: op
de manier dat jullie me behandelen zullen jullie behandeld worden. Alle
bezoeken dat jullie me brengen met een oprecht hart, hou ik rekening mee als
jullie in de eeuwigheid komen. Alle misprijzen waarmee jullie me behandelen,
hou ik rekening mee als jullie in de eeuwigheid komen. Alle afwijzing dat
jullie Mij betonen voor de mensen, hou ik rekening mee als jullie in de
eeuwigheid komen; want in waarheid zeg ik je: wie me ontkent voor de mensen,
zal Ik ontkennen voor Mijn Vader; maar degene die me rechtvaardigt voor Mijn
Vader; zal Ik rechtvaardigen voor Mijn Vader.
Mijn kinderen, jullie tocht naar de eeuwigheid komt naderbij, ik voel
bedroefdheid als ik zie dat velen niet meer zullen terugkeren naar deze wereld.
Ik wacht op jullie, ondankbare en zondige mensheid; werp jullie ter aarde voor
Mij en smeek om barmhartigheid en vergeving en ik verzeker jullie dat ik ze zal
geven. Mijn armen zijn geopend in de stilte van elk tabernakel wachtend op
jullie. Mijn waarschuwing zal het overgrote deel van de mensheid treffen zonder
dat ze voorbereid is; jullie zielen zullen door een gebrek aan God de proef
niet weerstaan en velen zullen voor eeuwig sterven en dood zijn.
Ik doe jullie een van de laatste oproepen: echtbrekers, hoereerders,
prostituees, homoseksuelen, alcoholisten, druggebruikers, dieven, moordenaars,
occultisten, tovenaars, heksen, gierigen, jaloersen en andere zondaars die
blijven zondigen en dwalen zonder God of gebod. Ik zeg jullie dat velen onder
jullie niet meer terugkeren; op jullie tocht naar de eeuwigheid zal ik de
schapen van de bokken scheiden en als jullie, zonen van verderf, geen berouw
tonen verzeker ik jullie dat mijn oordeel zal zijn: ga weg van Mij, ik ken jullie
niet; ga naar het eeuwig vuur waar jullie meester op jullie wacht! Herinner
jullie wat mijn Woord zegt: het is niet degene die me zegt Heer, Heer die binnenkomt
in het Rijk van mijn Vader. Maar degene die zijn wil doet.
Ontwaak nu, dwaze kinderen en stop met zondigen, omdat de dag van mijn
Waarschuwing aanbreekt; mijn Waarschuwing is geen sprookje, noch een grap maar
een geestelijke realiteit die velen zal overvallen zonder dat ze voorbereid
zijn. Verheug jullie, Mijn kinderen, want de dag van jullie verlossing is
dichtbij! Mijn vrede laat ik jullie, mijn vrede geef ik jullie. Toon berouw en
bekeer jullie want het Koninkrijk van God is nabij.
De term veertigurengebed verwijst naar de traditionele drie
dagen van zondagmiddag tot dinsdagavondwaarin veel katholieke parochies het
allerheiligste sacrament in een gouden monstrans op het altaar uitstellen. Het
aantal uren is gelijk aan de tijd dat Jezus volgens de gelovigen niet op de
wereld was. Van Zijn dood op Goede Vrijdag rond drie uur s middags tot aan
Zijn verrijzenis op paaszondag om ongeveer zeven uur s ochtends is precies
veertig uur. De uitstelling van de hostie is bedoeld om de aanbidding en
verering van Jezus in Zijn verborgen, maar werkelijke aanwezigheid in het
allerheiligste sacrament te stimuleren. Helaas komt deze vorm van devotie in
onze contreien nog maar weinig voor.
Het veertigurengebed begint na de laatste mis op zondag.
Normaal gesproken wordt na de communie een geconsacreerde hostie uit die mis in
de monstrans gedaan en midden op het altaar gezet. De priester spreekt het
slotgebed uit, maar geeft geen laatste zegen; de kerk zingt ook geen slothymne.
De priester, diaken en misdienaren knielen neer voor het allerheiligste
sacrament en branden wierook. (Psalm 141: Laat mijn gebed voor U zijn als
reukwerk.) Zes kaarsen worden traditioneel naast de monstrans neergezet, drie
aan elke kant. (Sommige mensen hebben het gebruik van zes kaarsen in verband
gebracht met de zes dagen van de schepping uit het boek Genesis, maar er
bestaan geen harde bewijzen voor dat verband.) Parochianen lopen overdag de
kerk in en uit en blijven een half tot een heel uur om te bidden voor het
allerheiligste sacrament op het altaar. Deze hoeveelheid tijd komt overeen met
de tijd die Jezus tijdens Zijn beproeving in de olijfgaard Zijn leerlingen had
gevraagde wakker te blijven. Voor Zijn kruisiging en dood op Goede Vrijdag had
Hij gevraagd: Kon je niet 1 uur waken? (Marcus 14:37).
Het streven is dat de kerk dag en nacht veertig uur lang
open blijft, net zolang als de periode die Jezus in het graf heeft
doorgebracht. Maar dit streven is eigenlijk alleen haalbaar als er genoeg
veiligheidsmaatregelen zijn om de kerk en bezoekende gelovigen te beschermen.
Parochianen geven zich op om per toerbeurt een half of een heel uur aanwezig te
zijn en Jezus niet onbeheerd in de kerk achter te laten. Het is natuurlijk een stuk
gemakkelijker dit te organiseren in een grote parochie van duizend gezinnen dan
in een kleine parochie van hooguit tweehonderd gezinnen. Sommige parochies
vragen allerlei katholieke organisaties of hun leden niet bij kunnen springen
om het rooster rond te krijgen. En sommige parochies vragen collectanten,
acolieten, misdienaren enzovoort om een dienst op zich te nemen.
Tegenwoordig moeten veel parochies elke avond tijdens het
veertigurengebed het allerheiligste sacrament na een gebedsdienst terug in het
tabernakel plaatsen. Deze gebedsdienst is gewoonlijk een combinatie van vespers
(een avondgebed met lezingen uit de psalmen en andere schriftteksten) en een
preek van een bezoekende priester of diaken. Daarna wordt het allerheiligste
sacrament de volgende dag na de ochtendmis weer uitgesteld. De uren van
uitstelling zijn alles bij elkaar dan wel geen veertig uur, maar de hele
devotie duurt wel de traditionele drie dagen.
Op de laatste avond, na de gebeden en de preek, gaan de
pastoor, priesters, diakens, religieuze zusters en parochianen in processie
door de kerk, voor het allerheiligste sacrament uit. Ze lopen voor de monstrans
uit, omdat volgens de Romeinse traditie de belangrijkste figuur, in dit geval
Jezus zelf, als laatste komt. De processie herinnert de gelovigen aan de
vreugdevolle intocht van Jezus in Jeruzalem op Palmzondag, de zondag voor
Pasen. De processie symboliseert ook de terugkeer van dezelfde Zoon van God aan
het einde der tijden, wanneer de wederkomst van Christus plaatsvindt. En ten
slotte onderstrepen de pracht en praal van de processie, het gezang van hymnen,
het branden van wierook en het ceremonieel van het moment, nogmaals dat het
voorwerp dat in de processie wordt meegedragen niet zomaar een stukje brood is.
Nee, dit is het feitelijke en werkelijke lichaam en bloed, de ziel en
goddelijkheid van Christus. Wanneer het allerheiligste sacrament de knielende
gelovigen in de kerkbanken passeert, zegenen ze zichzelf met het kruisteken. Ze
knielen in aanbidding voor hun Heer en God, die aanwezig is in de monstrans.
Na de uitgebreide processie buiten rond de kerk of binnen
in de kerk, langs de muren en door de gangpaden, plaatst de priester of diaken
het allerheiligste sacrament terug op het altaar en bewierookt het opnieuw. De
priester of diaken pakt de monstrans op en zegent de hele congregatie ermee.
Wanneer het allerheiligste sacrament langs de geknielde gelovigen wordt gevoerd
zegene ze zichzelf met het kruisteken.
De geschiedenis van het veertigurengebed
Het veertigurengebed stamt uit Europa en heette
aanvankelijk Quarant Ore in het Italiaans, wat eenvoudigweg veertig uur
betekent. St Antonius Maria Zaccaria begon het eerste veertigurengebed in
Milaan in 1527. Hij wilde het geloof in de werkelijke aanwezigheid en de
praktijk van het aanbidden en vereren van de eucharistie hernieuwen en opnieuw
bevestigen. De eucharistie is immers niet langer brood in de vorm van een
wafeltje. De hostie oogt en smaakt alleen maar als brood, maar Jezus is nu
aanwezig in de eucharistie, het substantiele lichaam en bloed, ziel en
goddelijkheid van Christus.
Na de protestantse reformatie van Maarten Luther
introduceerde St Filippus Neri (1515-1595) de praktijk in Rome. In die tijd
wisten zowel geestelijken als leken niet meer precies wat de Kerk nu werkelijk
leerde. Zelfs een paar priesters die dagelijks de mis vierden, begonnen te
twijfelen aan hun vermogen om daadwerkelijk brood en wijn te veranderen in het
lichaam en bloed van Christus.
De devotie van het veertigurengebed komt in sommige delen
van de wereld nog altijd veel voor, maar is in de Lage Landen een zeldzaamheid
geworden. Tot in de jaren vijftig/zestig van de vorige eeuw was het ook bij ons
nog een wijd verbreid gebruik, en met name als eerherstel voor de smaad die
Christus wordt aangedaan, bijvoorbeeld tijdens de vastenavond, wanneer er veel
zonden werden gepleegd.
Heer God en Vader, wij danken U van harte voor uw grote
genegenheid voor Pater Pio. Gij hebt hem laten delen in het lijden van uw Zoon
Jezus. Met een grootmoedige liefde hebt Gij door hem vele mensen bevrijd van
zonde en kwaad, van pijn en lijden.
Mogen ook wij, zoals Pater Pio, uw verlossende aanwezigheid
ervaren, wanneer wij Eucharistie en Verzoening gelovig en bewust beleven.
Laat onze liefde tot U groeien: maak biddende mensen van
ons. Versterk ons diepste verlangen om goed en hartelijk te zijn voor elkaar.
Sta ons bij in elke nood en geef ons een grote mildheid voor arme en zieke
medemensen.
Schenk ons de deemoed om naar het voorbeeld van Moeder
Maria, ja te zeggen op de Blijde Boodschap, die uw Zoon Jezus ons bracht. Dan
leven wij tot eer en glorie van U, Gij, die onze God en Vader zijt en leeft in
alle eeuwigheid. Amen.
Francesco Forgione, de latere Pater Pio, werd op 25 mei
1887 geboren te Pietrelcina (Benevento, Italie) in een gezin van acht kinderen,
waarvan er drie kort na de geboorte stierven. In zijn jeugd was hij schuchter
en zwijgzaam.
Als hij vijftien jaar is, wordt hij kapucijn. De jaren van
vorming en studie verlopen moeizaam. Pater Pio heeft een zwakke gezondheid.
Omdat men vreest dat hij spoedig zal sterven en hij toch graag priester wil
zijn, wordt hij voortijdig priester gewijd op 10 augustus 1910.
In deze periode groeit er een zeer innige verbondenheid met
God. Hij ervaart in al zijn lichamelijke broosheid een diepe genegenheid van
God, die hij beantwoordt met een totale overgave en aanvaarding van zijn
lijden. Het worden jaren van grote mystieke begenadiging, maar ook van diepe
duisternis.
Van 1915 tot 1918 is hij als soldaat werkzaam in de
gezondheidsdienst van het leger, maar hij is zelf meer ziek dan gezond. Als
gedemobiliseerde gaat hij naar het klooster van San Giovanni Rotondo (Foggia)
dat hij niet meer zal verlaten. Hij voelt dat God hem steeds sterker wil laten
delen in het lijden van Christus en vraagt zich af wat dat voor hem wil
betekenen. Jaar na jaar trekt God hem inniger binnen in het geheim van het
Kruislijden.
Op 20 september 1918 vertoont zijn lichaam de wondetekenen.
Pater Pio schaamt er zich voor. Hij schrijft: Mijn God, wat voel ik schaamte
en vernedering, als ik bekend moet maken wat u hebt gedaan in dit ellendig
schepsel. (22 oktober 1918)
Het feit van de wondetekenen baart veel opzien. Het leidt
tot nieuwsgierigheid, polemieken en debatten in de Kerk en de wetenschap. Rome
is terughoudend en verbiedt vanaf 1923 tot 1933 aan Pater Pio elk contact, alle
briefwisseling en priesterlijke taken in het openbaar. Nederig, gehoorzaam en
volhardend brengt Pater Pio deze tijd van afzondering door. Hij wordt zich meer
en meer van zijn zending bewust: in eenheid met de lijdende Christus een teken
en bemiddelaar zijn van Gods verlossend handelen.
Vanaf 1933 vervult hij zijn zending door het intens vieren
van de Eucharistie, het getrouwvol bedienen van het sacrament van de Verzoening
en de persoonlijke begeleiding. Van dan af leeft Pater Pio in dienst van de
mensen als een man van innig gebed, getekend door het lijden in de schaduw van
het Kruis. Zijn grote verering voor Moeder Maria, zijn liefde voor de zieke en
lijdende medemens, zijn gave om zwaar lijden te doorstaan en zijn strijd tegen
zonde en kwaad maken van hem een geliefde heilige.
Voor gelovigen die het gebed weer een centrale plaats
willen geven in hun leven, sticht hij vanaf 1947 Gebedsgroepen en met de vele
giften die hij ontvangt, laat hij een ziekenhuis bouwen dat in 1956 werd
ingewijd. Dit Huis ter verzachting van het lijden wil een levende boodschap
van liefde zijn: de lijdende medemens moet hier de genezende Christus ervaren
en zo sterker beseffen hoezeer God van de mensen houdt.
Niettegenstaande zijn wankele gezondheid bereikt Pater Pio
de leeftijd van 81 jaar. Uitgeput door zijn dagelijkse en langdurige
biechtpraktijk, sterft hij op 23 september 1968. Op 2 mei 1999 verklaart Paus
Johannes-Paulus II hem zalig en op 16 juni 2002 heilig. Ook vandaag nog zijn vele mensen Pater Pio
dankbaar genegen. Als man van gebed en getekend met de wondetekenen van
Christus wijst hij ons nog steeds de weg naar de bronnen van het leven.
De apostel die het meest heeft bemind is Johannes en de
apostel die Ik het meest heb bemind is Judas Iskariot. Gegeven liefde gaat niet
verloren. Alle evenmensen beminnen: goede en slechte. De figuur van Judas dient
als voorbeeld van een totale liefde.
Jezus zegt: Je wilt weten wie de apostel is die meer dan
de anderen heeft bemind? Johannes. Wel degelijk Johannes. Voor en na de Passie.
Voor en na Pinksteren. Ik en hij: twee oceanen van liefde.
En wie is de apostel die Ik het meest heb bemind? Judas
Iskariot. Sper je ogen niet open en schrik niet. Zo is het. Meer dan alle
anderen heb Ik Judas Iskariot liefgehad. Ik zal het je nu uitleggen en je zult
het begrijpen.
Johannes was de uitverkorene. Dat is geweten en ook het
waarom. Hij was goed, rein en trouw. Vanzelfsprekend trok hij Gods liefde en de
liefde van de Mens of, de liefde van Jezus, de God-Mens naar zich toe.
Maar zeg eens: wat is moeilijker, een daad te stellen die
een aanhoudende inzet vraagt en waarvan men bij voorbaat weet dat ze tot niets
dient, of een daad stellen die, om ze te verwezenlijken, in plaats van inzet of
krachtinspanning, vreugde en verzet is? De eerste, is het niet? En wie zal de
meeste verdiensten verwerven? Hij die de eerste daad volbrengt of de tweede? De
eerste wiens doel is zijn plicht te vervullen zonder hoop op beloning, of de
tweede die minuut na minuut ruimschoots wordt terugbetaald voor hetgeen hij
doet? Hij die de eerste daad stelt zal het meest verdiensten verwerven.
En nog: weet je hoe groot de liefde van iemand is die uit
heldhaftige liefde en plicht tegenover God en zijn broeders zich onophoudelijk
met zijn slechte broer bezig houdt, er zich om bekommert om hem tot Gods glorie
op de rechte weg terug te brengen? Hij bezit een volmaakte liefde. Een liefde die
alles volbrengt en vergeeft, alles overwint en hem ertoe aanzet een volmaakt
werk te verrichten, aangenaam aan God. Slaagt hij niet? Weet men dat hij niet
zal slagen? Weet men dat God zijn mislukking kent? Dat alles is van geen
belang. Hij doet verder. Het is de heldenmoed van de plicht, volbracht op een
volmaakte wijze. Tevens vertoont hij volmaaktheid van gevoelens. Want, alleen
in God kan men iemand beminnen van wie men weet dat hij een boosdoener is, een
verrader, onverbeterlijk in zijn ontaarde gevoelens.
Maar hij bemint hem met de sublieme liefde die Mijn hart op
het Kruis deed zwellen wanneer Ik bad niet voor de rechtvaardigen, maar de
Vader vergiffenis afsmeekte voor hen die Mij kruisigden.
Ik verlang dat deze liefde je bezielt voor hen die je haten
Indien je de mirakelen kende bekomen door de liefde tot onze onvermurwbare,
onverbeterlijke vijanden! Deze liefde werkt rechtstreeks zoals de liefde van
Stefanus voor Saulus. Het is die liefde die Paulus de genade bekwam Mij op de
weg naar Damascus te ontmoeten. Of onrechtstreeks. De liefde gaat niet
verloren. Van die munt, van die gist, van die balsem, die de liefde is, gaat
geen deeltje hoe klein ook verloren, draagt steeds vrucht. Verzameld door de
engelen, opgetekend door God stijgt ze in de schat van de Hemelen en dient daarO!
goddelijk geheimnisvolle werking van de liefde!om de zielen die slaven van
Satan zijn en reeds ontmoedigd bij een nauwelijks ontloken rechtvaardigheid,
gekwetste en zieke zielen te worden herwonnen door de liefde; ze te laten
groeien en genezen. Liefde gegeven voor de bekering van hen die ons kruisigen
en door hun ontaarde wil voor hen onvruchtbaar blijft gaat genadevolle vrucht
dragen in andere zielen, zielen ongekend op Aarde maar gekend in de Hemel.
Om tot Judas terug te keren, luister verder. Ik heb gezegd:
Wie veel bemint wordt veel vergeven. Dat is juist en rechtvaardig. Hoe meer
iemand bemint, hoe meer vergiffenis hij vanwege de beledigde verdient. Maar
ook: wie het meest vergeeft toont dat hij veel bemint. En hij die altijd
vergeeft, altijd alles, tot zolang het uur van de gerechtigheid niet is
geslagen, bemint niet alleen veel, maar totaal. Zo heb Ik Judas Iskariot
bemind. Totaal. Ook de anderen heb Ik zo bemind in het bijzonder Johannes. Maar
hem zo beminnen was rechtvaardigheid. Zij waren goed ondanks hun gebreken en
beminden Mij met al hun krachten. Zij waren klein, onvolmaakt? Waren zij dat
tot de Heilige Geest hem vernieuwde? Dat is van geen belang. Hun krachten
reikten niet verder. Maar Judas! Maar Judas! Judas beminnen! Judas vanwie Mij
geen enkele plooi van zijn duister hart ongekend was beminnen met een totale
liefde! Hem beminnen omdat werd gezegd: Ge zult uw naaste beminnen als uzelf!
Zie, Mijn ziel, velen herhalen dit gebod op de kansels, de
leerstoelen, aan de altaren en in de biechtstoelen en menen het in zijn geheel
te begrijpen wanneer zij zeggen: Het tweede gebod gebiedt de naaste te
beminnen als zichzelf. Maar weinigen wijzen op de kern van dit gebod en
verklaren het niet duidelijk. Gij zult uw naaste beminnen als uzelf, elke
naaste dus, goed of slecht, gewillig of onhandelbaar, liefdevol of hatelijk. Er
is gezegd: Ge zult uw naaste beminnen. Allen. Goed of slecht met een
vreugdevolle of pijnlijke liefde. Maar altijd, al je evennaasten.
Die liefde voor alle evennaasten vereist een sterk gevormde
geest van barmhartigheid, zachtmoedigheid en nederigheid. Want het is moeilijk,
ja, zeer moeilijk sommige evenmensen lief te hebben! Het is een noodzaak heel,
heel, heel goed gegrondvest te zijn in de liefde om dat aan te kunnen. Maar
hierin zijn jullie ook niet zonder voorbeeld. Jullie voorbeeld ben Ik, Jezus!
Volg Mij na en jullie zullen volmaakt zijn zoals Ik het wil voor jullie eeuwige
vreugde.
De afschuwelijk duistere figuur van Judas die Ik in het Epos
zo breed heb ontsluierd was niet zonder bedoeling. Ik schiep zeker geen
genoegen in het illustreren van dat bundel helse slangen. Ik heb echter de
sluier opgelicht om daardoor de geestelijke leermeesters en ook alle christenen
aan te tonen hoe ze moeten handelen tegenover de vele Judassen die de Aarde
bevolken en er is geen mens die op zijn sterfelijke levensweg er geen ontmoet.
Tot alle geestelijke leermeesters en tot allen zeg Ik; Volg
Mij in deze volmaakte liefde na en jullie zullen een liefde bezitten gelijk aan
deze van Jezus, jullie Meester.
Uit: Jezus zelf geeft onderricht voor deze tijd Maria Valtorta
STOCKEER
VOEDSEL, DEKENS "Mijn
kinderen, ik waarschuw jullie nu, en ik wens dat jullie deze instructies
onthouden. Houd in jullie huizen een goede voorraad van conserven, Ze hebben
stockagewaarde, Mijn kinderen, ze zullen niet rotten. Maar beter ze te hebben
en ze rotten dan niets als de grote Kastijding komt. Het zal een vuurbol zijn
die vele chemicalien zal aansteken die verzameld werden voor de vernietiging
van de naties.
"Mijn kinderen, niet enkel conserven, maar zeg ook aan
jullie gezinnen en jullie vrienden dat ze dekens en water bewaren in dichte
verpakkingen, want er zal tijdens de Kastijding niets te kopen zijn want alles
zal besmet zijn." - OLVrouw, 1 juli 1985
HONGERSNOOD,
REVOLUTIE "Jullie
land, Amerika, de schone, zal hongersnood kennen. Jullie
land zal revolutie kennen. De rechtvaardigen zullen gekruisigd worden. Overal zal het kwaad heersen,
Mijn kinderen. Deze vloek is toegestaan voor de verlossing van de weinigen die
gered zullen worden. Mijn kinderen, ik heb jullie gewaarschuwd door talloze
verschijningen op aarde om jullie wegen te veranderen die de Eeuwige Vader zeer
beledigen." - OLVrouw, 1 juni 1978
GEEN VREDE ZONDER JEZUS "O Mijn kinderen, herkennen jullie de tekenen des tijds niet. Jullie
begrijpen de slavernij niet die vlug jullie natie zal aandoen en de hele
wereld. Omwille van de liefde voor geld en macht hebben velen hun ziel verkocht
om aan de top te geraken. Oproepen tot vrede en veiligheid zijn er van alle
naties van de wereld. Maar jullie zijn steeds verder van vrede af, want er kan
geen veiligheid of vrede zijn zonder Mijn Zoon als de leider, jullie God. OLVrouw, 2 juni 1979
WAT WIN JE? "O wee! Het is in het verleden reeds gezegd dat geld de wortel is
van alle kwaad, en geld is een afgod geworden van de mensheid want velen
verkopen hun ziel om aan de top te geraken. En wat brengt het de mens bij als
hij alle schatten op aarde vergaart? Hij moet ze achterlaten en naakt voor zijn
God staan, tenzij hij zich bekleed heef met genaden voor zijn overgang naar het
hiernamaals. Jezus, 4 juni
1977
SIMPELE
LES
"Leer een eenvoudige les uit het verleden, Mijn kinderen. Wanneer de
moraal van een land verduisterd en de leer verandert van God naar de mens, zal
dat lang spoedig eindigen. Eerst het spirituele leven en dan het materiele
leven zullen vernietigd worden." - Jezus, 2 oktober 1976
MASSALE
DEPRESSIE "Mijn
kind en Mijn kinderen, de dagen zullen duister worden en er zal hongersnood
zijn in jullie land. Ja, Mijn kind, wat Mij hier deze avond bracht is dat je de
wereld vertelt dat er een crash zal zijn in de monetaire systemen van jullie
landeen absolute crash die elke man, vrouw en kind zal treffen in de USA en
Canada en dan zoals een slang over heel Europa zal verbreiden, tot de wereld
een grote massale depressie zal zien. Ik kan jullie het uitleggen, Mijn
kinderen, wat ik bedoel met deze monetaire depressie.
"Als je een klein instrument zou willen kopen, zelfs
een gitaar zal het een hele koffer van papieren geld kostenpapieren geld dat
niet langer een waarde zal hebben. Jullie zullen spoedig moeten ruilen voor
jullie voedsel." - OLVrouw, 7 september 1985