Jacques Offenbach 'Les Contes d'Hoffmann' vanaf nu elf keer bij de Nederlandse Nationale Reisopera
Nieuweproductie Op zaterdag 3 november verzorgt de Nationale Reisopera de première van een nieuwe productie van Les contes dHoffmann,
opéra-fantastique in vijf bedrijven van Jacques Offenbach. De première
wordt gegeven in de Twentse Schouwburg te Enschede; de voorstelling
begint om 19.30 uur. De enscenering is van de Brit Laurence Dale, die
grote internationale faam als tenor heeft verworven. Bij de Nationale
Reisopera zong hij de titelrol in Monteverdis L Orfeo in
een regie van Erik Vos. Sinds het jaar 2000 heeft Dale zich
geprofileerd als een inventieve en creatieve opera- en
operetteregisseur. Hij regisseerde bij de Reisopera eerder de bejubelde productie L Opera Seria van Florian Gassmann. Ook de overige leden van het artistieke team van LOpera Seria zijn
terug. Decorontwerper Yannis Thavoris, kostuumontwerper Fabio Toblini
en choreograaf Daniel Esteve. Nieuwkomer is lichtontwerper Declan
Randall.
Oudebekenden Onder
de solisten bevindt zich een aantal bekenden van dit instituut. Zowel
de Zuid-Afrikaanse sopraan Sally Silver (die de drie vrouwelijke
hoofdrollen Olympia, Antonia en Giulietta voor haar rekening zal nemen)
als de Amerikaanse tenor Steven Tharp (Frantz/Pitichinaccio/Cochenille)
maakte eerder deel uit van de cast van LOpera Seria. Bariton Franco Pomponi, die eerder Golaud vertolkte in Pelléas et Mélisande,zingt
de vier booswichten Lindorf, Coppélius, Dr. Miracle en Dapertutto.
Tenor Gordon Gietz tenslotte zal de titelrol voor zijn rekening nemen.
Hij was bij de NRO enige jaren geleden te horen als Prologue en Peter
Quint in The Turn of the Screw van Britten.
Nieuwestemmen In twee rollen verwelkomt de NRO de nieuwkomers Judith Gennrich (Nicklausse) en Elizabeth
Sikora (de stem van de moeder van Antonia). De cast wordt aangevuld met
Nederlandse zangers. De jonge tenor Erik Slik maakt zijn
Reisoperadebuut en vertolkt Nathanaël. Bariton Mattijs van de Woerd,
die onder andere in LOpera Seria en King Priam te horen was zingt Schlémil en Hermann. Oudgediende Jacques Does interpreteert de rol van Crespel.
LescontesdHoffmann Dit
muziekdrama is een opéra fantastique in vijf bedrijven op tekst van
Jules Barbier naar het gelijknamige toneelstuk van Jules Barbier en
Michel Carré. De première op 10 februari 1881 van Les contes dHoffmann heeft Jacques Offenbach (1819-1880)
niet meer meegemaakt. In de nacht van 4 op 5 oktober 1880 was de
61-jarig, aan jicht lijdende, componist overleden, en bleef de
partituur onvoltooid. De erfgenamen hebben Ernest Giraud, die een
aantal jaren daarvoor ook Bizets Carmen had voltooid, de
opdracht gegeven om de partituur geschikt te maken voor opvoering. Daarmee werd Offenbachs meest geliefde werk tegelijkertijd ook zijn
meest onbekende. In een poging een dramatisch aantrekkelijke opera te
scheppen, hebben de meeste muziekuitgeverijen Jacques Offenbachs
oorspronkelijke ideeën niet of nauwelijks als uitgangspunt gekozen.
Tegenwoordig staat de wens, om zo getrouw mogelijk de ideeën van de
componist te verwezenlijken, hoog in het vaandel maar ook met de beste
wil ter wereld kan niet meer precies worden nagegaan hoever Offenbach
met zijn oerpartituur gekomen was.
Versie van Fritz Oeser De Nationale Reisopera kiest voor zijn productie de versie van Fritz Oeser uit 1977. Daarin vormen het eerste en vijfde bedrijf een raamvertelling waarin de Duitse
dichter, schilder en componist Ernst Theodor Amadeus Hoffmann
(1776-1822) wordt geportretteerd. Als flashbacks komen in
respectievelijk het tweede, derde en vierde bedrijf De verhalen over
diens drie grote liefdes ― de pop Olympia, de ziekelijke zangeres Antonia en de courtisane Giulietta ― worden gepresenteerd in flashbacks. De partijen worden in het Frans gezongen, die voor geïnteresseerden via boventitels zijn te volgen. De duur van de voorstelling, samen met de pauzes, bedraagt drie uur.
Vocale eninstrumentale uitvoerenden Koor van de Nationale Reisopera, Orkest van het Oosten; dirigent William Lacey Hoffmann ― Gordon Gietz Nicklausse ― Judith Gennrich Lindorf / Coppélius / Dr. Miracle / Dapertutto ― Franco Pomponi Cochenille / Frantz / Pitichinaccio ― Steven Tharp Olympia / Antonia / Giulietta ―Sally Silver La voix de la mère dANtonia ― Elizabeth Sikora Nathanaël ― Erik Slik Hermann /Schlémil ― Mattijs van de Woerd Crespel ― Jacques Does Spalanzani ― Harry Nicoll
Elf voorstellingenin vijf weken alle beginnen om 19:30 uur
Enschede, Twentse Schouwburg zaterdag 3 november Leeuwarden, De Harmonie dinsdag 6 november Sittard, Stadsschouwburg Sittard-Geleen donderdag 8 november Apeldoorn, Schouwburg Orpheus zaterdag 10 november Utrecht, Stadsschouwburg dinsdag 13 november Den Haag, Lucent Dans Theater vrijdag 23 november Drachten, De Lawei dinsdag 27 november Groningen, Stadsschouwburg zaterdag 1 december Rotterdam, Rotterdamse Schouwburg ― dinsdag 4 december Eindhoven, Parktheater ― donderdag 6 december Arnhem, Schouwburg ― zaterdag 8 december
Afbeeldingen 1. Gordon Gietz (Hoffmann) temidden van de poppen in Spalanzani's winkel, repetitie van een scène uit het tweede bedrijf van Les contes d'Hoffmann van Jacques Offenbach. (Foto Hermann & Clärchen Baus). 2. Gordon Gietz (Hoffmann) en Sally Silver (Giulietta) tijdens een repetitie van een scène uit het vierde bedrijf van Les contes d'Hoffmann van Jacques Offenbach. (Foto Hermann & Clärchen Baus). 3. De componist Jacques Offenbach. 4. De Duitse dichter en schilder Ernst Theodor Amadeus Hoffmann. 5. Gordon Gietz (Hoffmann) en Sally Silver (Giulietta) tijdens een repetitie van een scène uit het vierde bedrijf van Les contes d'Hoffmann van Jacques Offenbach. (Foto Hermann & Clärchen Baus).
Gudbergur Bergsson IJslands meesterverteller en dito stilist
Klassiekevertellers
Aan het eind van de jaren zestig beklaagde een van de Nederlandse uitgevers ―
als ik het me juist herinner, was het Becht junior ― dat er geen vertellers meer zouden zijn in de inmiddels klassieke
zin, en zoals ze aan het einde van de negentiende en in de eerste helft van de
twintigste eeuw nog rijkelijk hadden bestaan. En hij voegde eraan toe dat echte
vertellers zich maar moesten melden: hij zou ze graag uitgeven. Sedertdien zijn
er echter altijd weer, ook in Nederland, boekenverschenen van ware vertellers, al schreven
dezen misschien niet allen volgens het aloude stramien. Kenmerk bij uitstek was
van oudsher, toen en nu, dat de schrijver erin moet slagen niet alleen de
aandacht van de lezer te grijpen en te boeien, maar deze tot op het laatst vast
te houden.
Onalledaagsniveau Hoewel de IJslandse
schrijver Gudbergur Bergsson inmiddels 75 jaar is, reeds een aardige
hoeveelheid boeken heeft gepubliceerd, en de laatste decennia is overladen met
internationale prijzen, is De Zwaan, uit 1991,zijn eerste boek dat, pas nu in het Nederlands
vertaald is, en in september is verschenen. Dat werd wel tijd ook, want een
verteller van zijn niveau is inderdaad niet alledaags. Bergssons beeldend
vermogen bestaat niet alleen in de verteltrant, maar eveneens in zijn virtuoze
taalgebruik vol magie en het gebruik van metaforen. Dat blijkt al snel
als het negenjarige meisje door haar moeder op de bus wordt gezet om de
zomermaanden door te brengen op een boerderij, waar ze zal moeten aanpakken;
een taakstraf, die de ouders hebben bedacht als reactie op enkele kleine
diefstalletjes, die ze heeft gepleegd. Ze hopen dat ze daar, in de natuur met
planten en dieren en andere fenomenen, die ze in de eigen omgeving nooit
meemaakt, beter het onderscheid leert maken tussen goed en fout. Doch
nauwelijks is ze in die omgeving aangekomen, of ze beseft, zodra ze met honden
en schapen wordt geconfronteerd, dat ze eigenlijk haar neus ophaalt voor harige
dieren. En binnen een etmaal, na de eerste nachtrust, is ze voor haar gevoel al
van zichzelf vervreemd en dringt het besef door dat ze eigenlijk liever wilde
wonen binnenin een koe, dat dier met die ritmisch zwiepende staart.
Confrontatie Direct op de eerste
bladzijde is het duidelijk dat de lezer een confrontatie moet aangaan met een
schrijver, die letterlijk en in overdrachtelijke zin iets te vertellen heeft,
maar de lezer wel de ruimte laat om zelf nog weer beelden te construeren, die
passen bij datgene wat net aan mededelingen, gevoelsuitingen, wensen en
verlangens in fraaie zinnen is voorbijgekomen. De Zwaan is een boek dat
niet alleen als verhaal kan worden ondergaan, maar dat nog meer te bieden
heeft, als de lezer zich laat verleiden tot participatie: een basisvoorwaarde,
die alle kunst van een hoger plan praktisch dient aan te dragen. Dat Bergsson
daarin een grootmeester is, blijft het gehele boek door boven elke twijfel
verheven. Zo signaleert hij dat het meisje nog niets heeft begrepen van intiem
intermenselijk contact en laat hij er geen twijfel over bestaan dat de manier
waarop haar een technisch aspect van seksualiteit wordt bijgebracht ongepast is: zonder het geringste zweempje erotiek, en mede daardoor op een onjuist
moment op een voor haar verkeerd begeleide manier: zo kan de knecht van de boerderij het niet laten haar, na uitleg over
de uiers en de spenen van de koeien, praktisch te informeren over de éénspenige
uier, die mannenmelk produceert.
Ook dit alles wordt als feitenmateriaal gepresenteerd in een tot in detail
beheerst spraakgebruik ― en daar moeten we de in alle opzichten constructieve
vertaling van Marcel Otten heel direct in betrekken ― en laat geen ruimte voor
een vlucht in de magie.
Introverteemotionaliteit
Anders ligt dat met de fantasieën waarin het meisje vlucht, omdat ze nog teveel
nieuws moet verwerken, waarop ze niet is voorbereid, en dat haar leeftijd en
het bijbehorende begripsniveau, ook emotioneel, te boven gaat. Mede daarom is
ze zo nadrukkelijk ontvankelijk voor de mythe van de zwaan, die in het meer
leeft en eertijds zelfs als clairvoyant werd geconsulteerd. Mede doordat ze
haar wel degelijk aanwezige emotionaliteit niet de vrije loop laat en zich introvert
gedraagt, wordt het verlangen steeds groter naar een ontmoeting met die zwaan ―
welke hier symbool staat voor vrijheid, ontsnapping aan het leven van alledag
en alles wat daaraan is gerelateerd.
Een roman als deze beleef je hier en daar meer als een film dan als een boek,
maar de vindingrijkheid qua taal en stijl laat je toch ook weer beseffen dat je
tot reeksen van prachtige zinnen geconstrueerd woordgebruik voor je hebt, en
dat de beelden niet alleen in de zinnen en tussen de regels staan, maar dat
Gudbergur Bergsson over de bijna magische kracht beschikt, het beeldend
vermogen van de lezer te ontketenen, nog weer veel meer dan de meeste andere
hedendaagse schrijvers met grote kwaliteiten.
Kanttekeningen De kritische afstand, die een recensent steeds in
acht dient te nemen, dwingttotnadenken over een dertien regels lang
geapostrofeerde alinea waarin Bergsson de gedachten van het meisje letterlijk
vertelt, en dat had hij nu juist niet op deze manier moeten doen. Inhoudelijk
valt er niets in te brengen tegen de weergave van wat ze voelt, denkt en
ondergaat, maar de prachtige taal die de schrijver daarvoor presenteert, is
niet die van een negenjarig meisje. Het enige wat daaraan mankeert, is het feit
dat hij dit niet zelf vertelt.
De tweede opmerking betreft een vriendelijk, doch zeer dringend, verzoek aan
uitgeverij De Geus: bekijk eens, bloedserieus graag, of er in dat oeuvre van
Gudbergur Bergsson niet meer is dat voor een Nederlandse editie in aanmerking
komt. De auteur heeft ook poëzie en verhalenbundels op zijn naam staan. Daar
moet eenvoudigweg voldoende bij zijn dat binnen het Nederlandstalige
boekenaanbod een grote verrijking zou betekenen. De Zwaan is immers niet
een goedgelukte eersteling, doch oneindig veel meer. __________
Gudbergur Bergsson ―De Zwaan.Roman, uit het IJslands vertaald door Marcel Otten. 220
pag., gebonden met stofomslag. De Geus, Breda, september 2007; ISBN
978-90-445-0935-9. Prijs 19,90.
Pianist Jeremy Menuhin in de eerste helft van november met vier recitals op het vaste land
Drie concerten in Nederland, één in het Noord-Duitse Bremen De
pianist Jeremy Menuhin is in de eerste week van november voor drie
recitals in Nederland, direct daarna doet hij Bremen in Duitsland aan.
De vier concerten hebben alle hetzefde programma: twee Sonates van
Ludwig van Beethoven (1770-1827), vervolgens de fascinerende
toonschilderingen voor piano Estampes, uit 1903, van Claude Debussy (1862-1918), en dan worden de optredens besloten met een Sonate van Franz Schubert (1797-1828). Al eerder, dinsdag 30 oktober, komt deze pianist naar Nederland voor de opnamen van het televisieprogramma Vrije Geluiden
dat op de ochtend van zijn eerste optreden, op zondag 4 november, zal
worden uitgezonden op Nederland 1, tussen 10:30 uur en 11:30 uur. Maar
diezelfde morgen zit deze zelfde musicus ook nog vanaf 10:00 uur
rechtstreeks in het programma Spiegelzaal van Hans van den Boom op Radio 4, vanuit het Concertgebouw in Amsterdam.
De concerten zullen worden gegeven op: Zondag 4 november, aanvang 14:15 uur, te Amsterdam, in de Amvest Zaal van de Beurs van Berlage op het Damrak. Dinsdag 6 novemer, aanvang 20:15 uur, te Groningen, Kleine Zaal van Cultuurcentrum De Oosterpoort. Donderdag 8 november, aanvang 20:15 uur, te Zutphen, in de Rabobank Buitensociëteit. Zaterdag 10 november, aanvang 20:15 uur, te Bremen (BRD) in Die Glocke,Domsheide. ___________ Afbeeldingen 1. Pianist Jeremy Menuhin. 2. Voorzijde Cultuurcentrum De Oosterpoort te Groningen.
Cherubini's opera Medea van de Nederlandse Reisopera zaterdagavond op NLRadio 4
In onze reactie op de Medea-voorstelling
zoals die in september en de eerste helft van oktober in twaalf
Nederlandse theaters is gepresenteerd door de Nationale Reisopera,
hebben we reeds gewezen op de uitzonderlijke kwaliteiten die in
werkelijk alle elementen van deze productie aanwezig waren. Alle
oogstrelende en daaraan gekoppelde details zult u moeten missen als u
naar de radio luistert, maar degenen, die deze Medea
niet hebben gezien, maar wel van opera houden, willen we aanraden, op
zaterdagavond 20 oktober te luisteren naar deze versie, welke wordt
uitgezonden in de NPS-programmareeks Opera Live,
vanaf 19:02 uur op Radio 4. Het betreft hier een opname die werd gerealiseerd tijdens de première op 8 september 2007 in de Twentse Schouwburg te Enschede. Weliswaar duurt dat programma tot elf uur
in de avond, maar de voorstelling die, als gevolg van de enorme spanningsboog in de progressie van de handeling, geen pauze verdraagt, duurde al
met al nog geen twee uur. Dat betekent dat er meer zal worden geboden
tijdens die radio-uitzending. Wie weet wat voor verrassends ― eventueel
met betrekking tot deze opera, de uitvoering in kwestie en/of de
protagonisten onder de zangers ― u daar nog te wachten staat. __________ De foto van Hermann und Clärchen Baus toont een scene uit Medea.
Shlomo Mintz speelt Paganini in het Concertgebouw te Amsterdam live, en verder op dvd
Shlomo Mintz speelt Paganini Aanstaande zondag, 21 oktober, speelt de violist Shlomo Mintz in het Amsterdamse Concertgebouw de 24 Capricci per Violino Solo,
opus 1 (ca. 1805) van Niccolò Paganini (1782-1840). Dit concert maakt deel uit van diens wereldtournee
ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag. Tevens start daar de
verkoop van de Challenge-dvd waarop Mintz Paganini's Eerste Concert
speelt.
De
violist Shlomo Mintz heeft tien jaar geleden het voorrecht gehad om op
Paganini's eigen viool die in Genua in een verzegelde vitrine wordt
bewaard als de kroonjuwelen in de Londense Tower diens Eerste Concert
voor viool en orkest, opus 6, uit 1818/18 te spelen met het Limburgs
Symfonie Orkest onder leiding van Yoel Levi. Die gebeurtenis van 6
september 1997 is nu als dvd uitgebracht, voorafgegaan door een kort
inleiding waarin de kennismaking met het instrument, Il Cannone,
en de bijzondere wijze van vervoer door de lucht, onder zware bewaking
verzekerd voor tal van miljoenen , aankomst in Maastricht en een
korte impressie van de repetitie met orkest waarvan Shlomo Mintz in
de jaren 1995-1998 artistiek adviseur en eerste gastdirigent was
nader worden belicht.
De componist jonge jaren De
beroemdste van alle virtuozen op strijkstok en snaren was, en is nog
altijd, Niccolò Paganini (1782-1840). Als van geen andere
instrumentalist van die tijd gold zijn techniek van dubbelgrepen,
staccato, flageoletten en het pizzicato van de linkerhand, als
duivelskunst. Dat hij al heel jong negen jaar oud voor het eerst
een optreden had verzorgd, heeft die faam alleen maar versterkt. Paganini
werd op 27 oktober 1782 in Genua geboren en kreeg al hee jong
mandolinelessen. Eerste vioollessen daarentegen kreeg hij, in zijn
geboortestad, van de dirigent en operacomponist Francesco Gnecco
(1768-1810, of 1811), een studie welke hij bij Alessandro Rolla
(1757-1841) in Parma afrondde. Reeds als elfjarige verliet hij het
ouderlijk huis om in Noord-Italiaanse plaatsen als solist op te treden. In
1804 keerde hij naar Genua terug en het jaar daarop kreeg hij een
aanstelling te Lucca, als soloviolist en kapelmeester bij vorstin Elisa
Bacchiocchi (1777-1820), de zuster van Napoleon. Met haar onderhield
hij tevens vriendschappelijke betrekkingen.
Europese tournee laatste periode Toen
deze dame in 1809 echter ook nog groothertogin van Toscane werd en om
die reden naar Florence verhuisde, kwam er een eind aan het
dienstverband en ging Paganini op tournee door geheel Europa. Met name
in Wenen, Duitsland, Parijs, Engeland, Ierland en Schotland trad hij op met overweldigend succes en voor extreme honoraria. Om
gezondheidsredenen moest hij zich later terugtrekken in het milde
klimaat van Zuid-Frankrijk. De laatste winter van zijn leven bracht hij
in Nice door, waar hij op 27 mei 1840 stierf. Hij liet niet alleen een
enorm vermogen in geld na, maar voorts een aantal kostbare
Stradivari-strijkinstrumenten, waaronder zijn geliefde
Guarneri-del-Gesù uit 1743, bijgenaamd Il Cannone,
die hij aan zijn geboortestad heeft nagelaten. Eens per jaar krijgt één
van de beroemdste vioolvirtuozen toestemming om ter ere van wijlen de
grootmeester dit instrument te bespelen.
Werken voor viool Paganini
heeft zijn composities voor viool uitsluitend voor eigen gebruik
geschreven, en hij waakte er dan ook voor dat niemand anders deze te
zien kreeg. Solopartijen en orkestpartijen werden dan ook steeds
separaat bewaard. Hij heeft het zelfs wel gepresteerd om tijdens de
generale repetitie voor een concert tegen de overige musici te zeggen:
"En zo voort, en zo voort", waardoor dezen nog weinig over de
solopartij wisten en 's avonds tijdens het concert alsnog een
verrassing kregen. Tijdens zijn leven verschenen alleen de 24 Capricci per Violino Solo,
opus 1, in druk. Van de zes vioolconcerten zijn het vierde en het zesde
pas geruime tijd na zijn overlijden ontdekt. Al deze, maar op de eerste
plaats het Eerste Concert, bieden in ruime mate mogelijheden voor de solist om dat virtuozendom op het instrument viool tot volle ontplooiing te brengen.
Andere bezetting De
composities voor gitaar, die Niccolò Paganini heeft geschreven,
bewijzen eveneens dat hij een musicus in hart en nieren was, want
daarin klikt nog heel wat meer dan alleen maar dat virtuozendom in die
éne zin. Hij heeft zes Sonates voor gitaar gecomponeerd en eveneens zes Sonates voor gitaar en viool, 60 Variaties
voor viool en gitaar, en ook nog veel kamermuziek voor andere bezetting.
Stilisisch gezien behoort dat alles tot de meest bloeiende periode der
Romantiek. Zijn bovengenoemde opus 1 dat Shlomo Mintz tijdens zijn
wereldtournee speelt wordt beschouwd als een Hogeschool voor de
Violistiek. Robert Schumann (1810-1856), Franz Liszt (1811-1886) en
Boris Blacher (1903-1975) hebben deze capriccio's bewerkt of op thema's
daaruit gevarieerd. Een van de bekendste bewerkingen is die op het capriccio in a-klein, door Sergej Rachmaninov (1873-1943) in de 24 Paganini-variaties voor piano en orkest, opus 43, uit 1934. ____________ Niccolò Paganini: Vioolconcerto nr. 1, opus 6 (1817/18) Shlomo Mintz, viool: Paganini's Il Cannone uit Cremona 1743; Limburgs Symfonie Orkest, dirigent Yoel Levi (1997); Challenge Classics-dvd CC72197 (november 2007; verkoop start 21 oktober in het Concertgebouw te Amsterdam). ____________ De
foto van Shlomo Mintz is overgenomen van de achterzijde van de
Challenge-dvd; de tekening van Niccolò Paganini is van Jarko Aikens,
Groningen 1985; uit het archief van Heinz Wallisch.
De aloude kwestie tussen Duitsers en Joden in actueel brisant boek
Oude vragen, opnieuw gesteld Nu de staat Israël steeds meer
onder druk komt te staan doordat in veler opvattingen binnen de
internationale gemeenschap de handelwijze van de
Isreaëlische regering in het kader van diverse conflictenop tal van punten wordt veroordeeld, en dit
tot gevolg heeft dat er langzaam maar zeker een nieuwe vorm van
isolatie zal (kunnen) ontstaan, is dat voor de psychoanalytica
Anna-Patricia Kahn aanleiding geweest om zelf de situatie aan een nader
onderzoek te onderwerpen. Haar onderneming is ongetwijfeld mede
ingegeven doordat haar zo vele vragen hebben bereikt, die in de
richting van een nieuwe veroordeling van Joden en Israëli's, die het in
de ogen van vooral westerlingen allemaal (weer) fout doen.
Aartsvijanden, die per definitie uit zijn op de vernietiging van de
staat Israël en haar inwoners, laten we hier even buiten beschouwing. Het oude liedje in een nieuw jasje Joden,
en 'dus' Israëli's zijn, in de optiek van zo menig redelijk denkend
mens in het Westen, inmiddels per definitie de daders, de Hezbollah is
hun slachtoffer. En nu die mening steeds sterker wordt geventileerd,
als gevolg van vooral de berichtgeving en de daaruit voortvloeiende
meningsvorming over de laatste oorlog die de Palestijnen tegen Israël
heben gevoerd, is Anna-Patricia Kahn (*Parijs 1959) die enige jaren
(1997-2001) als correspondente voor het Nabije Oosten vanuit Jeruzalem
heeft gewerkt voor het Duitse magazine Focus, en daarna 'media
communication advisor' was voor de Verenigde Naties met betrekking tot
datzelfde gebied zelf in het grensgebied tussen Israël en Libanon op
onderzoek uitgegaan om een helder beeld te krijgen van wat zich daar
precies heeft afgespeeld. In haar boek Die Sache zwischen uns
schildert zij het leven van de mensen aldaar, en wijst zij erop dat er
slechts dertig seconden lagen tussen het moment dat de sirenes begonnen
te huilen en de bommen insloegen. Wie, hoevelen (!) zijn er toen nog in
geslaagd een schuilkelder te bereiken.
Westerse, vooral Duitse, opvattingen De
schrijfster heeft zich niet beperkt tot het signaleren in geschrifte
van hetgeen ze in Noord-Israël heeft gehoord en gezien. Ze vult deze
belevenissen aan met de reacties van de mensen in het Westen, omdat
vooral daar in Letters en Beelden de meningen worden voorgekookt, en
voor Anna-Patricia Kahn zijn die niet minder explosief dan de bommen
die in Israël zijn ingeslagen. Dat reizen en onderzoeken aan
letterlijke landsgrenzen van Israël dat steeds meer begrenzingen
ondervindt, heeft de auteur ook gedaan met betrekking tot de grenzen
van het 'Sagbare', welke steeds maar verder worden opgerekt.En zo is
zij aangeland bij de grenzen, die het eigen innerlijk haar hebben
opgelegd. Doch centraal in het geheel van dit boek, en dus eveneens in
het door haar beleefde, staat de conflictsituatie tussen Israëli's en
Arabieren, en die welke, nog altijd een reëel existent fenomeen is: de kwestie tussen Duitsers en Joden, ook al willen zovelen deze Tatsachen niet erkennen. Een
verbijsterend en brandend actueel gegeven, dat subliem wordt verwoord
in een boek, waarvan het manuscript in juni van dit jaar in Parijs
werd afgesloten, en dat ieder, met betrekking tot dit fenomeen weldenkend mens, zou moeten lezen en, niet te vergeten, verder aanbevelen. ___________ Anna-Patricia Kahn: Die Sache zwischen uns Israël, die Juden und die Deutschen. 192 pag, gekartonneerd, september 2007; München, Droemer Verlag; ISBN 3-426-27426-2. Prijs 14,90.
Cherubini's opera Medea op internationaal niveau bij de Nederlandse Reisopera
Veelzijdigheid in entourage Waar
is de sneeuw van verleden jaar? Waar zijn toch die prachtige
kledingstukken gebleven van de jaren twintig en daarop volgend? In
films welke die periode als thema hebben, kun je ze aan je voorbij zien
trekken, maar op en aan meer dan dertig levende vrouwen en mannen, en
anders dan tijdens een herlevings-modeshow, kan alleen nog op de
planken, die ons een beeld van de wereld moeten verschaffen, zoals deze
is. Al die nuances, waarover goed is nagedacht door degenen, die deze
toneelbeelden tot werkelijkheid hebben weten te maken, werden in een
zeer strak kader van monochroom gehouden wanden en deuren voorgesteld, en de
spiegels op 'toneelhoogte' [1] boden ook meer dan alleen de 'laag' der
directe weerkaatsing, men kon daar tevens doorheen zien een beeld dat,
zoals zovele van ons dagelijks leven, ook voor alle niet-gelovigen,
reeds in de Bijbel voorkomt en doordat deze alle rangen en standen
van het theater 'bestrijken', houden deze ons allen ook letterlijk een spiegel
voor: een eis, die we aan alle vormen van serieuze kunst mogen stellen.
Perfecte aankleding Als
u het beeld in de entourage van anno toen interesseert, en u daarvan nog
weer eens in een culturele context wilt kennisnemen, gaat u dan alsnog
de voorstelling zien van Medea door de Nationale Reisopera, die na heden deze de komende twee weken nog vier keer geeft: in Den
Haag, Leeuwarden, Zwolle en Arnhem. Met die aankleding wordt ons niet
alleen maar de aantrekkelijkheid van de menselijke uitmonstering uit de
periode van een kleine eeuw geleden getoond, er wordt tevens gestalte
gegeven aan de ervaringen van de tijd van Medea die der Griekse
mythologie en de tragedieschrijver Euripides, van tweeënhalf millennium
voor onze tijd tot en met de dag van vandaag: dat haat, afkeer,
jaloezie, wraak en alle daaraan verwante negatieve, onbeheerste en
daarmee gevaarlijke, gevoelens immer dezelfde gebleven zijn.
Van alle tijden Hoewel de aankleding en de daarbij passende sieraden de sfeer van de art deco
ademt, en Medea nylons met een naad draagt in mijn jonge jaren, toen
dat een alledaags verschijsel was, heb ik nooit het uiterst erotische
aspect daarvan zo beseft als tijdens deze voorstelling , zijn er meer
elementen die indiceren dat het fenomeen, geïncarneerd in de figuur van
Medea, tijdloos is. Zo geeft zij de beide kinderen een na-oorlogs stuk
speelgoed: een raceauto aan het éne, het andere wordt verblijd met de
Hongaarse kubus. En de doorkijkspiegel gunt ons daarna een blik op de
twee jongens als zij in eigentijdse zitzakken hebben plaatsgenomen om
naar een tekenfilm te kijken op een groot breedbeeld LCD-scherm. Geen pauze Verstandigerwijs
was er geen pauze in de voorstelling, waardoor de uiterst gespannen
boog der progressie niet werd afgebroken, en het geheel goed anderhalf
uur duurde. Maar als je eenmaal weer buiten staat en het gevoel hebt
dat je maar een half uur achtereen op je theaterstoel hebt gezeten, is
dat wel een indicatie voor de kwaliteit van het gebodene. En die Medea-voorstelling
met een ijzersterke Elzbieta Szmytka in de titelrol en op
voortreffelijke wijze tegenstem en dito spel biedende
mede-protagonisten was er een van het hoogst denkbare niveau, een
kwalificatie die eveneens van toepassing is op het koor en het
instrumentale ensemble: het Gelders Orkest onder leiding van Jan Willem
de Vriend.
De scènefoto's in de onderhavige uitvoering van Medea van de Nationale Reisopera, die in dit artikel voorkomen, zijn gemaakt door Hermann en Clärchen Baus. _______________ [1] Ik heb de
voorstelling van 25 oktober bijgewoond in de schitterende fin de siècle
Stadsschouwburg van Groningen met een toeschouwersruimte die zich over
vier lagen uitstrekt: een benedenzaal op toneelhoogte, met daarboven drie balkons.
De onnavolgbare stijl van cultuurcriticus Fritz J. Raddatz
Eenzame klasse Vandaag
is in Duitsland bij uitgeverij zu Klampen de tweede bundel met essays
[*] verschenen van Fritz J. Raddatz, die lange tijd als
literatuurcriticus van het weekblad Die Zeit werkzaam is geweest, en in die zin min of meer als 'tegenpool' van Marcel Reich-Ranicki van de Frankfurter Allgemeine Zeitung heeft gefungeerd. Op de vraag, enkele jaren geleden gesteld aan MRR, of Raddatz ooit als gast in Das Literarische Quartett zou
kunnen meepraten, schudde de aangesprokene commentaarloos het hoofd.
Iedereen die een beetje de literatuurscène in Duitsland van het laatste
kwart van de twintigste eeuw kent, weet dat er werelden van verschil in
opvattingen en aanpak van de thematiek liggen tussen de beide heren,
die beiden min of meer gelijktijdig als Literaturpapst zijn
gekwalificeerd. Enerzijds een beetje flauw want al te zeer voor de
hand liggend , aan de andere kant ook wel begrijpelijk, gezien hun
beider bijzondere status. Juist dit feit had moeten leiden tot in ieder
geval één optreden in al die jaren van Reich-Ranicki's Quartett
want wat is er beter voor een gekleurde visie op de literatuur dan de
diversiteit van al die inzichten, die daar werden gepresenteerd. Het is
de kleinzieligheid van Reich-Ranicki, die Raddatz buiten de deur heeft
gehouden van dit, bij tijd en wijle zeer interessante programma dat
overigens veel meer over het karakter van de zogenaamde primus inter pares heeft blootgelegd dan al zijn schrifturen tesamen.
Parallellen en contrasten Iemand die de vier pagina's met de Vorbemerkung van
de nieuwe bundel met literaire essays van Raddatz aandachtig leest,
weet na enkele alinea's het antwoord op de vraag waarom Reich- Ranicki
deze collega zo angstvallig heeft gemeden. Raddatz bezit een in alle
opzichten grootse stijl iets dat Reich-Ranicki, ook al wordt hij 287
jaar, nimmer zal kunnen bereiken, omdat hem daarvoor de basis ontbreekt
welke hem in staat stelt zonder de geringste moeite een fundament te
leggen waarin de overgang van het éne cultuurfenomeen naar het andere
als de meest voor de hand liggende zaak wordt ervaren, en weet hij en
passent verbanden te leggen, die als zeer verhelderend dienen te worden
aangemerkt. Die Fritz J. Raddatz zou binnen dat Literarische Quartett een Trojaans paard zijn geweest en daarmee heel direct tabula rasa hebben
gemaakt met de status van de Opper Jan Klaassen van dat programma. Die
immers altijd alleen maar van zich af ziet en nimmer aan enige merkbare
zelfreflectie heeft gedaan. Mocht de man het vermoeden hebben dat er in
de zevenentwintigste eeuw wel eens iemand het haaltje (Zipfelchen)
van een komma zou kunnen vergeten, dan trakteert hij de
toehoorders/toeschouwers op één van zijn extravert-emotionele (lees:
hysterische) uitbarstingen, doch eigen, bij tijd en wijle grove,
inschattingsfouten negeert en/of verdringt hij, en daarop aangesproken,
doet hij eveneens of ze hem niet raken, letterlijk èn fiuurlijk. Dat
laat onverlet dat de man aardige artikelen heeft geschreven, niet
gespeend van humor en waarin hij meestal wel weet duidelijk te maken
waarom hij iets van de hand wijst, al ontbraken alle daartoe
noodzakelijke verklaringen in het geval van één der grootste
literatuurschandalen i.v.m. de roman Ein weites Feld
van Günter Grass. Een schandaal, overigens, waarvan de, al dan niet in
de bewustzijnssfeer van deze scribent prominente, regie wel degelijk in
principe bij Reich-Ranicki lag. Hoewel ik hier geen pleidooi wil
houden tégen Reich Ranicki en veel meer vóór Raddatz en diens briljante
essays, is er geen ontkomen aan, vast te stellen dat de verschillen
tussen de beide heren heel wat meer behelzen dan alleen goed een
decennium qua leeftijd.
Der alte Fritz en Gotthold Ephraim Lessing In de nieuwe bundel behandelt Raddatz niet alleen de invloed van de Franse Revolutie van 1789 op
het Duitse geestesleven, en vanzelfsprekend de blijvende gevolgen tot
op de dag van vandaag, maar laat hij eveneens zijn licht schijnen op de
kwaliteiten van Friedrich II (zogenaamd De Grote, en tevens Der Alte Fritz; 1712-1786) als schrijver, en laat hij in wezen van die man geen spaan heel, onder de aantrekkelijke titel Weiberfeind und Kirchenhasser,
in welke hoedanigheden de man ongetwijfeld beter beslagen ten ijs is
gekomen dan als pennenlikker. Uitermate verfrissend, zo'n benadering.
Ook de radicale burgerman die mijlpalen in de Duitse
literatuurgeschiedenis heeft geplaatst, Gotthold Ephraim Lessing
(1729-1781), wordt in de nieuwe bundel doorgelicht: een man die,
ondanks zijn relatief voortuitstrevende wensen, nuchter blijft en
inziet dat niet alle mensen gelijk zijn. Hij is immers schrijver en
geen policitus, en al helemaal geen propagandist.
Theodor Fontane Als Geistreicher Spötter und politischer Reaktionär wordt
Theodor Fontane (1819-1898), afgeschilderd: de zo hoog geprezen
romancier, die maatstaven heeft gezet voor de aanpak van literatuur na
hem, en die zich nogal heeft bezondigd aan anti-semitische
kwalificaties, die zoals dat zo vaak het geval is meer zeggen over
de eigen angsten van degene die ze uit, dan over de werkelijkheid
omtrent de Joden als groepering. Ook Raddatz toont dat deze Fontane als
proza-auteur enerzijds fein ziselierend, konturenscharf personen
en situaties weet te schetsen, doch dit doet zonder enige diepgang of
pyschologie, en dat hij als politiek observator afzijdig blijft,
voornaam gekleed in de loge, doch verder dan een minimale souffleursrol
brengt hij het in die context niet. Dat heeft ook betrekking op de
gebeurtenissen, waarover de man Fontane klaagt als hij onderweg naar
Domrémy om zelf eens te zien waar Jeanne d'Arc zich in haar jeugd had
opgehouden wordt gearresteerd en als krijgsgevange wordt behandeld
omdat men in hem een geheim agent of een officier in burger meent te
zien. Zijn klachten daarover hebben ook alleen betrekking op enkele
marginalia: een niet goed functionerende schoorsteen, het onbehoorlijke
personeel en het feit dat hij geen eersteklas maaltijden krijgt
voorgeschoteld. [1]
Rosa Luxemburg, Thea Sternheim en Jean-Paul Sartre Voorts
behandelt Fritz J. Raddatz in deze nieuwe bundel twee vrouwenfiguren:
de éne naam zal menigeen bekend in de oren klinken: Rosa Luxemburg, die
hier wordt voorgesteld met de titel Adler mit Taubenherz; en
Thea Sternheim (1883-1971), wier dagboeken pas in 2002 verschenen, en
die een separaat artikel verdienen, vooral omdat deze aantonen hoezeer
zij de politieke ontwikkelingen in het Duitsland van anno toen had
voorzien hij onder de loep neemt in een essay met de voortreffelijk
gekozen titel Melancholie mit Kaviar. Tussen de essays over die twee dames komt hij te spreken over Jean-Paul Sartre (1905-1980) en diens Literaturentwurf,
waarin schrijven als vormgeving van het zwijgen wordt onderkend en
waarin, ook alweer in de eerste zin van goed vijf regels blijkt welk
een groot stilist we in Fritz J. Raddatz steeds opnieuw tegenkomen. Het
is diens eenzame klasse en ouderwetse (in de best denkbare zin van het
begrip) aanpak, die tot zulke hoogten kan stijgen, dat het niet
gemakkelijk zal zijn, binnen de Duitstalige literatuur en de literaire
journalistiek in de meest ruime zin, een tweede schrijver van dat
niveau te vinden.
[*] Fritz J. Raddatz: Das Rot der Freiheitssonne wurde Blut Literarische Essays. 176 pag., hardcover zu Klampen Verlag, Springe (BRD) september 2007 ISBN 978-3-86674-013-6. Prijs 16,. ____________ [1]
Dat avontuur van Theodor Fontane is ongeveer een kwart eeuw geleden
diverse keren, via één der publieke Duitse televisienetten, als
telefilm uitgezonden met Hans Caninenberg als Fontane.
De ergste verslaafden zijn politici zij lijden aan een welhaast onstilbare machtshonger
Documentaire De
Duitse journalist Jürgen Leinemann is één van de journalisten die
vanwege zijn verdiensten als scribent met de Egon-Erwin-Kisch-Preis is
onderscheiden. Woensdagavond laat, vanaf 23:45 uur tot 00:30 uur,
vertoont het eerste Duitse televisienet ARD/Das Erste Leinemanns
documentaire Politik, Macht, Sucht
waarin hij de stelling, dat de meeste politici verslaafd zijn aan
macht, aan een kritisch onderzoek onderwerpt. Aanleiding voor de film
is de machtsstrijd, die al geruime tijd gaande is in de Beierse
Christlich Soziale Union, waar regelmatig met scherp wordt geschoten:
mededingers worden plotseling al dan niet terecht als overspelig
aan de kaak gesteld, lieden die nauwelijks een zin Duits kunnen
produceren, of een ander, die als reeds geruime tijd meerderjarige,
doch vrijwel uitsluitend prepuberaal gedrag vertonend, over het paard
getild moederskindje, er behagen in schept steeds van zichzelf de
aandacht af te leiden door tekeer te gaan over anderen. Kortom, 't is
net een ouderwetse fröbelschool waar geen leiding en gezag te bekennen
viel.
Kiespijn-lachen Enerzijds
is het ridicuul, kluchtig en veel hoofdschudden veroorzakend wat daar
in die deelstaat vol uitzinnigheid gebeurt, anderzijds is het allemaal
tenenkrommend en verbijsterend. Het lachen zal dan ook soms lijken op
dat van de boer-met-kiespijn. Jürgen Leinemann (geb. 1937) heeft
geschiedenis, germanistiek en filosofie gestudeerd, en is vanaf 1971 in
diverse functies verbonden aan het weekblad Der Spiegel. Een van zijn werkterreinen voor die publicatie is de Duitse politiek geweest: tussen 1990 en 2001 was hij voor dat Nachrichtenmagazin
bureauchef in Washington en in Bonn. Op grond van die functies mag men
ervan uitgaan dat hij het reilen en zeilen, het wel en wee, de
valkuilen en de sluipwegen kent. Dat heeft hij in 2004 ook bewezen met
zijn boek over de leegte aan werkelijkheid(sbesef) bij politici. Een
fenomeen, dat sedertdien alleen in ijltempo enorm is toegenomen en dag
in, dag uit, ook buiten Duitsland aanleiding geeft tot grote
bezorgdheid.
Panorama der naoorlogse politiek Alle
politieke figuren van enig niveau of enige (al dan niet verdiende)
invloed heeft Jürgen Leinemann meegemaakt, en hij heeft, zo vertelt de
uitgever van het bewuste boek, aan en onder hen, alsmede met hen
geleden, en slaagt erin ze als zeer levendige figuren ten tonele te
voeren, waarmee een panorama van het poltieke leven na de oorlog wordt
geboden, dat eigenlijk aan gen enkele in die materie geïnteresseerde
voorbij zou mogen gaan. Dus degenen, die zich in de uren van woensdag
op donderdag amuseren met de hier aanbevolen documentaire, of zich een
kriek lachen dan wel zich onbehaaglijk gaan voelen of zelfs in grote
woede ontsteken en ik ben er zeker van dat al deze emoties een rol
spelen bij de groep mensen, die de moeite zullen nemen om op dat
tijdstip nog een documentaire te bekijken. Dat er bij een aantal van
hen de wens tot nog meer informatie zal blijven hangen naar meer
informatie, en het liefst uit de eerste hand, kan ertoe leiden dat men
het vakkundig en onderhoudend geschreven boek van Leinemann als een
soort van aanvulling op de film wil lezen. Ook dat kunnen we met een
gerust hart aanbevelen. _________
ARD, woensdag, 19 september, 23:45 uur: Politik, Macht, Sucht. ________
Jurgen Leinemann: Höhenrausch Die wirklichkeitsleere Welt der Politiker 492 pag., gebonden; Karl Blessing Verlag München, 2004; ISBN 3-89667-156-1 Prijs 20, (in de Bondsrepubliek, elders is het boek meestal wel wat duurder)
Schandaal-kardinaal zorgt voor Keuls-mofse Spraakverwarring
De in het omineuze jaar 1933 geboren Joachim Meisner, de bevoorrechte aartsbisschop, die de Keulse Dom als zijn 'domein' mag beschouwen waar hij dan ook met een cesaro-papistische megalomanie de scepter zwaait, hetgeen niet zelden tot conflicten van allerlei aard heeft geleid , heeft weer eens voor flink wat opschudding gezorgd door in een toespraak in het voornoemde prachtgebouw te zeggen dat onze cultuur en laten we dat even tot die van Duitsland beperken "entartet" is. Dat juist dit begrip ontaard niet bij iedereen in even goede aarde is gevallen, mag niemand verbazen die de twintigste-eeuwse geschiedenis van dat buurland van de Nederlanden een beetje kent. Dat begrip stamt van de geestelijk gestoorde extremisten, die vanaf eind januari van Meisners geboortejaar de scepter van dood en verderf over, eerst Duitsland en vervolgens geheel Europa, hebbe gezwaaid, doch die, in dat kader van krankzinnigeid, alles wat hun niet beviel,als entartet hebben gekwalificeerd. Mede gelet op de uitermate kwalijke rol, die gote delen van de katholieke kerk bedoeld zijn dier ambtsdragers tijdens de nazi-heerschappij hebben gespeeld in de binnenlandse politiek van Duitsland anno dazumal, mag van een kerkvorst-in-het-klein, die zich toch ook beschouwt als de verkondiger van een Woord dat nog nimmer Vlees is geworden, omdat het niet afkomstig is van een entiteit uit het verleden, maar van een figuur uit een boek en de daaraan gekoppelde waanideeën.De kardinaal in kwestie zij derhalve gewezen op een tekst in de Eerste Brief van Paulus aan Timotheüs, waarin deze prachtige woorden ten beste geeft (in de Statenvertaling, vanzelfsprekend in de daarna verschenen edities is saaiheid troef, in de voornoemde vertaling is het een prachtige poëtische regel): ijdele dingen doende, sprekende hetgeen niet betaamt. (I Tim 5,13.)
Welt-enquête Het dagblad Die Welt heeft heden een ruim artikel gewijd aan de zoveelste uitglijder van jewelste die op het conto van deze zorgwekkende, kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder een contradictio in terminis in dit verband in een separaat kader een enquête gehouden onder de lezers. Men kreeg drie opties en de reacties waren, vind ik, nogal verbijsterend. Slechts vier procent van de lezers, die hebben gereageerd, vonden de uitspraak van de kardinaal een schandaal, 49 procent was van mening dat de opmerkingen van de kardinaal wel de juiste richting aangeven, maar dat hij daarvoor een verkeerd begrip had gebruikt en 47 procent meende dat elke goddeloze cultuur entartet zou zijn. Het ziet er niet best uit, daar in Mofrika. Moge de schandaal-kardnaal aan zijn opperste broodheer daar aan het firmament om absolutie vragen en vervolgens publiekelijk zijn excuses maken voor het gebruik van nazi-taal, waarmee deze Meisner een Keulse Spraakverwarring heeft geschapen.
__________
Afbeeldingen: 1. De schandaal-kardinaal met nazi-taal: Joachim Meisner van de Kölner Dom. 2. De apostel Paulus, zoals gezien door de Nederlandse schilder Rembrandt van Rijn.
Nederlandse cultuurminister Plasterk desavoueert zichzelf
Binnen een etmaal nadat de Nederlandse cultuurminister Ronald Plasterk had gezegd dat het bekendste geschrift van Hitler zou moeten worden vrijgegeven hierbij gaat het om Mein Kampf uit 1924, één der meest abjecte, volstrekt niet leesbare schrifturen, en daarmee de best denkbare antireclame voor ale daarin verkondigde waanideeën, geschreven door het diepst gezonken wangedrocht dat de twintigste eeuw aan politieke Brulduivels heeft gekend , laat diezelfde politicus weten dat hij toch geen voorstander is en het boek in kwestie niet van de zwarte lijst wil schrappen. Dat is een bewijs van politiek en menselijk ernstig onvermogen. De minister zelf hoort te worden bijgeschreven op die lijst en hij dient daar de eerste negen millenia op te blijven. De meeste politici blaten maar wat zonder dat ze eerst nadenken. Ach wat, de meesten zijn niet in staat na te denken, en geven zich daarom over aan gekakel. Dat hebben ze toch maar mooi gemeen met heel veel presentatoren in de media: gakkeren en de taal vermorzelen. Er is geen enkele viervoeter die zo diep kan zinken: het is voorbehouden aan mensen, uit de bedenkelijke kongsi der tweevoeters, die wel worden omschreven als politici.
Nederlandse cultuurminister pleit voor vrijgeven van Hitlers 'Mein Kampf'
De
Nederlandse minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ronald
Plasterk, verdient vanuit elke democratisch denkende stroming steun te
krijgen voor zijn plan, het omstreden boek van Adolf Hitler uit 1924,
met de titel Mein Kampf vrij te geven. Hij eist dat terecht, en voor
hem zijn er al tientallen jaren in Nederland tal van prominente stemmen
opgegaan die hetzelfde steeds opnieuw hebben geëist. Het feit dat het
bij het boek in kwestie gaat om het minst rabiate geschrift van Hitler,
bewijst al dat het bij het bestaande verbod niet alleen in Nederland,
maar ook elders, en niet in de laatste plaats eveneens om de
Bondsrepubliek Duitsland om een symbool gaat, en precies is iets dat
niet zou mogen: symbolen mogen geen grotere waarde toebemeten krijgen
dan datgene wat in de Nederlandse grondwet is verankerd. Walter
Jens, voormalig profesor voor retorica en klassieke filologie aan de
universiteit van Tübingen en langjarig schrijver over tal van
uiteenlopende onderwerpen, alsmede literatuurhistoricus en -criticus,
en niet in de laatste plaats hoofdredacteur van de nieuwste editie van Kindlers Literatur Lexikon
houdt ook al tientallen jaren hetzelfde pleidooi in zijn vaderland,
hoewel hij daar een stricte voorwaarde aan heeft gekoppeld: het mag
alleen een geannoteerde en helder becommentarieerde uitgave zijn. Als
men bedenkt dat het bij dit Hitler-geschrift om een boek gaat dat hij
tijdens zijn detentie in Landsberg heeft geschreven, al had hij
aanvankelijk de mogelijkheid daartoe niet doordat hem papier en inkt
daarvoor ontbraken, is het des te idioter dat nu juist Winifred Wagner
(1897-1980) degene is geweest die hem deze attributen graag ter
beschikking heeft gesteld en deze voor hem heeft meegenomen als ze hem
weer eens heeft bezocht. Dat
de eis van de Nederlandse minister nu wordt geuit, komt ongetwijfeld
mede als gevolg dat fractievoorzitter Geert Wilders, van de zich
Partij voor de Vrijheid noemende stroming in de Tweede Kamer van het Nederlandse
Parlement, een verbod van de Koran heeft geëist, omdat hij van mening is
dat hij dat boek met de genoemde Hitler-schriftuur op één lijn kan
stellen. Dat hij zichzelf en zijn partij daarmee niet alleen
uitzonderlijk belachelijk heeft gemaakt, maar eveneens voor de
zoveelste keer heeft bewezen dat hij niet het geringste historisch
besef heeft, is een nog veel grotere blamage vooral in het
buitenland, voor de politieke reputatie van het eens als uiterst
tolerant geldende Nederland dan die vreselijk populistische Pim
Fortuyn ooit is geweest. Maar juist over deze Geert Wilders nomen est
omen hoor je in de buurlanden nauwelijks iets. De Koran met Mein Kampf over
één kam te scheren is niet alleen dwaas en hersenloos, maar nog veel meer dan dat, vooral als
degene die een verbod op de Koran eist, zich kennelijk kan vinden in de
praktijken die de aanhangers van Mein Kampf op
het gebied van boeken hebben gerealiseerd. Geestelijke duisternis
bestaat helaas ook in cultuurnaties, vooral wie zal het verbazen in
het politieke krachtenveld, en politieke waanzin wordt niet alleen beoefend
in het Witte Kremlin Nummer 10.
De foto van Walter Jens is mij reeds jaren geleden beschikbaar gesteld door Kindler-Verlag; de andere afbeeldingen zijn afkomstig uit het publieke domein.
Definitief zwijgt de zwaar overschatte tenor Luciano Pavarotti (1935-2007)
Op 6 september 2007, heden dus, is de Italiaanse tenor Luciano Pavarotti op
bijna 72-jarige leeftijd in zijn geboorteplaats Modena overleden. Hij
was een zwaar overschatte Italiaanse zanger, die handig inspeelde op
het volstrekt kritiekloze massapubliek dat geen oren èn geen ogen
heeft. De daverende gekte van hyperbolen en superlatieven wordt
nogmaals in alle kranten, bladen en andersoortige publicatiemedia
uitgestort. Helaas berust veel daarvan niet op eigen waarneming, maar
wordt het meeste maar al te graag nagerateld, omdat er van die mooie
woorden in voorkomen, die de indruk maken dat men enige kijk op of oren
naar het thema in kwestie heeft. En
die status van halfgod, met wie de hele wereld wegliep, is ook weer zo
extreem overdreven: ik ken alleen mensen met heel goede oren, en onder
hen bevindt zich niemand die bijzonder onder de indruk was. Zelf liep
ik ook niet met maar wel voor hem weg, omdat ik dat
onderliggende hysterische element in die stem, dat alle eventuele nog
aanwezige kwaliteiten hevig overwoekerde, al decennialang niet kon
verdragen. Oudere opnamen laten een nog redelijk frisse stem horen,
waarvan je zeker mag zeggen dat deze indertijd kwaliteiten, grote
kwaliteiten, bezat, maar ongetwijfeld mede door de volstrekte idiotie
van de massa is de man tot een instituut geworden dat zich alleen
maar hoefde vertonen; wat hij vocaal eventueel nog kon, was mede door
die van tevoren uitgerolde rode loper, naar het tweede plan verschoven,
zo niet nog verder onderop de ladder. Dat heeft ertoe geleid dat de man
zoals zovelen in de wereld van de kunsten en het amusement is gaan
fungeren, voor al die toehoorders en toeschouwers, als het belletje van
Ivan Pavlov voor zijn experimenten met de hondjes. Miljoenen zijn, al
dan niet letterlijk, gaan kwijlen als geconditioneerde reflex op het
horen en/of lezen van de naam Pavarotti. Weerzinwekkend! Even dat wil zeggen zolang de manipulerende managers hun zin weten door te drijven zullen
we een hausse beleven in de gedenkprogramma's op radio en televisie en
eveneens in de kunstbijlagen van alle zichzelf respecterende
printmedia, en ook dat weer tot walgens toe, en ook de verkoop van
geluids- en beelddragers zal een aardige tijd tot grote hoogte worden
opgezweept, tot meerdere glorie van de fabrikanten ervan en mede van de
erven van de zanger in kwestie. Gestadig zal het allemaal na enige
tijd wegebben, vooral als de extreem manipulatieve reclamemanagers erin
zullen slagen een andere stem, die het in principe niet onaardig doet,
zodanig in het middelpunt te stellen dat de 'luisterende' men opnieuw massaal zal geloven te maken te hebben met een nieuwe uitzonderlijke Groot-Mogol van het belcanto. De wereld wil bedrogen worden. __________ Afbeelding: Luciano Pavarotti Bronzen borstbeeld uit 1987 door Serge Mangin.
Manuel de Falla, drie avonden componist van de week in Nederland, bij de Vara op Radio 4
De Spaanse componist Manuel de Falla (1876-1946) is drie (in plaats van de tot deze zomervakantie gebruikelijke vijf) avonden Componist van de week bij de Vara op Radio 4. Op maandag 3 september, woensdag de vijfde en vrijdag de zevende kunt in totaal 12 stukken van de Falla beluisteren. Dinsdag de vierde valt voor de Componist van de Week uit,
doordat de honderdste sterfdag van Edvard Grieg (1843-1907) zal worden
herdacht, en donderdag de zesde wordt een BBC Prom-concert vanuit de
Londense Albert Hall overgenomen: La Damnation de Faust van Hector Berlioz. Zie daartoe de website van het tijdschrift Mens en Melodie, waar later deze week in de reeks artikelen over Componisten mijn uitgebreide artikel Gevoeligheid en expressie De componist Hector Berlioz zal verschijnen. Zie daartoe www.mensenmelodie.nl
Manuel de Falla studeerde vanaf zijn
veertiende jaar aan de Hogeschool voor Muziek van Madrid: piano bij
José Tragó (1857-1934) en compositie bij Felipe Pedrel (1841-1922). Aan
deze leermeester is het te danken dat de jongeman steeds meer
gïnteresseerd is geraakt in de oorspronkelijke muziek van Spanje en dan
met name die van Andalusië, waarvan de invloed later in zijn gehele
oeuvre zal blijven doorklinken.
De componist Manuel de Falla studeerde vanaf zijn veertiende
jaar aan de Hogeschool voor Muziek van Madrid: piano bij José Tragó
(1857-1934) en compositie bij Felipe Pedrel (1841-1922). Aan deze
leermeester is het te danken dat de jongeman steeds meer gïnteresseerd
is geraakt in de oorspronkelijke muziek van Spanje en dan met name die
van Andalusië, waarvan de invloed later in zijn gehele oeuvre zal
blijven doorklinken.
Zijn eerste waarlijk belangrijke
werk was een zarzuela een Spaanse vorm van betere operette, of een
genre dat het midden houdt tussen operette en opera genaamd La Vida breve, gereedgekomen in 1905, doch pas acht jaar later voor het eerst uitgevoerd. Tussen 1907 en 1914 bracht de Falla in Parijs door, waar veel
belangrijke componisten de toon aangaven. Hij raakte bekend met enkele
van de meest vooraanstaande van die tijd en werd vanzelfsprekend door
dezen beïnvloed: Claude Debussy (1862-1918), Paul Dukas (1865-1935) en
Maurice Ravel (1875-1937). Pianist is Ricardo Requejo.
____________
Afbeeldingen: 1. Manuel de Falla, getekend door Tonny Groenhuysen, Buitenpost, 1997. Collectie Heinz Wallisch. 2. Claude Debussy, getekend door Jarko Aikens, Groningen, 1984. Collectie Heinz Wallisch.
Herbert Nouwens zet Bachs toonkunst om in fascinerende, massieve stalen blokken
Cultureel reisdoel Als u toch nog naar Nederland komt, voordat de maand oktober definitief de heerschappij overneemt, of als u twijfelde en na het lezen van deze informatie ervan overtuigd bent dat de combinatie klassieke muziek en meer specifiek Barok met beeldende kunst een interessante en prikkelende verrassing kan opleveren, en u heeft hier vernomen dat de zo vereerde muziekmeester Johann Sebastian Bach (1685-1750), die als componist waarlijk van hogere kwaliteit was dan als mens, de Nederlandse beeldend kunstenaar Herbert Nouwens heeft weten te inspireren tot een reeks van zes beelden, die sedert juli worden geëxposeerd, en als u dan nog leest dat deze uitingen van moderne kunst hun muzikale basis vinden in de tijdloze Cellosuites van Papa Bach, zou u eigenlijk moeten beseffen dat u niet langer hoeft te zoeken naar een zinvol doel voor een korte(re) reis: de Nederlandse molenstad Winschoten in de provincie Groningen, niet ver van de Duitse grens, waar in het veelgeroemde Rosarium deze zes beelden van de eigentijdse, Nederlandse meester zijn opgesteld. Bach-projecten De Nederlandse beeldend kunstenaar Herbert Nouwens, geboren in 1954 te Oegstgeest een plaatsnaam die in het literaire gebeuren van de laatste halve eeuw een niet onbelangrjke rol heeft gespeeld doordat schrijver Jan Wolkers, als beeldhouwer echter een Nouwens-collega, daar ook vandaan kwam, en die dit ruimschoots in zijn werk heeft vermeld , heeft zich een decennium geleden ook al eens door Papa Bach laten inspireren en dat heeft geresulteerd in een serie van 24 kleinplastieken; een aantal dat overeenkomt met dat van Bachs Preludes en fuga's voor klavier. Thans heeft Herbert Nouwens het, met als basis de zes Cellosuites, letterlijk flink wat groter aangepakt en kan er van kleine sculpturen geen sprake meer zijn. Het is dan ook goed om de hierbij voorgestelde uitbeelding van de Vierde Suite even door middel van een muisklik te vergroten, hetgeen u een ietwat betere indruk van de omvang zal verschaffen. Deze zes beelden die vanwege hun muzikale basis gezamenlijk De Suites heten en daarom ook heeft de gehele kunstmanifestatie van deze zomer, georganiseerd door de gemeente Winschoten, dezelfde betiteling gekregen , vormen het pièce de résistance in het Rosarium van die stad, waar veel meer randgebeurtenissen nog een plaats zullen krijgen, want sedert de opening van de expositie, nu een maand geleden, is er al zo één en ander gerealiseerd.
Websites Het is dan ook verstandig om even de moeite te nemen en te kijken welke bijzondere extra's er op welke dagen zijn. In ieder geval zal de internationaal vermaarde cellist Dmitri Ferschtman op zaterdag 29 september, vanaf 17:00 uur in dat Rosarium, alle Zes Cellosuites van Papa Bach ten gehore brengen. Maar ook in augustus worden er wel suites gespeeld en zijn er zelfs gratis toegankelijke muziekgebeurtenissen. De beste leidraad daarin hoort de website van de stad Winschoten te zijn, die zelfs het begrip De Suites in de link heeft opgenomen. Later deze maand zult u, op de website van het inmiddels oudste muziektijdschrift in Nederland, Mens en Melodie, een uitgebreid artikel met veel achtergronden over oorsprong en ontwikkeling van Herbert Nouwens werkwijze in dit kader, kunnen lezen.
Wie van u de op deze website gepubliceerde Twee Geisha's van Annelies van Gils heeft gezien, zal zich er geen seconde over verbazen dat die beeldend kunstenares iets lees: zeer veel met kleuren heeft. Dat blijkt uit veel van haar werk, en degenen, die de moeite hebben genomen om een kijkje te nemen op haar website, zullen dit allen kunnen beamen. Dat Annelies op meer fronten over Fingerspitzengefühl beschikt, blijkt eveneens uit de hierbij gevoegde foto, die haar niet alleen toont als trompettiste, en daarvoor moet iemand toch ook echt iets in de vingers hebben. Maar als je leest hoe ze dit kunstwerk van zichzelf tot stand gebracht heeft, is de cirkel ook weer rond: muzikaliteit en kleurgevoel op alle fronten overheersen. Daarom heb ik deze afbeelding ook opgenomen in mijn artikel over het muziekinstrument Trompet op de website van het Nederlandstalige muziektijdschrift Mens en Melodie, waarin het illustratieve element ook mooi wordt opgebouwd: eerst een historische trompet, dan een hedendaagse en vervolgens een kunstwerk met trompet en de kunstenares zelf, zij het deels vermomd door, zeer bij haar passende, kleuren.
Gustav Mahlers Negende Symfonie Afscheid van een leven en van een tijdperk
Smart en berusting Afscheid en dood
Hoewel Gustav Mahler in wezen zijn gehele compositorische oeuvre aan de
zware strijd tussen leven en dood heeft gewijd, treedt de somberheid in
zijn laatste levens- en scheppingsfase nog weer nadrukkelijker op de
voorgrond. Gedurende zijn laatste jaren heeft hij aan drie symfonieën
gewerkt: de Negende, Das Lied von der Erde,
en de onvoltooide Tiende. Hij had, evenals anderen, op basis van het
feit dat diverse grote voorgangers waren overleden na de voltooiing van
hun negende symfonie, gemeend het Noodlot te slim af te zijn door de
symfonie, die we als Das Lied von der Erde kennen, niet een nummer te geven en het begrip eine Symphonie
slechts in de ondertitel te gebruiken, om pas daarna aan zijn Negende
verder te werken. Dat is hem, zij het slechts ten dele, gelukt: lang
heeft hij na de gereedkoming in 1909 van Das Lied von der Erde
niet meer geleefd. Op 18 mei 1911 is Mahler overleden te Wenen de
stad waar hij als intendant van de opera en, in mindere mate, als
dirigent zoveel successen had geboekt, maar waar hij, onder meer als
resultaat van antisemitische intriges, het veld had moeten ruimen en
uit de gratie geraakt was. Voordien was hij al somberder gestemd,
doordat hij maar steeds bleef treuren om zijn in 1907 gestorven
dochter. Verder besefte hij maar al te goed dat zijn lichamelijke
conditie absoluut niet meer de beste was: de hartkwaal waaraan hij
leed, had inmiddels levensbedreigende vormen aangenomen.
Laatst voltooide opus De Negende Symfonie is Gustav Mahlers laatste voltooide werk. In augustus 1909 schreef hij vanuit Toblach aan Bruno Walter
(1876-1962) dat hij de laatste hand aan een nieuwe symfonie had gelegd.
Het werk zelf is een zeer gunstige verrijking van mijn kleine
familie. Daar is iets gezegd, wat ik al heel lang op de lippen heb Op
1 april van het jaar daarna meldde hij in een postscriptum aan dezelfde
geadresseerde: Die Reinpartitur meiner IX. ist fertig.
Op één van de laatste bladzijden van de autograaf staat: Leb wohl,
mein Saitenspiel. Met die eenvoudige woorden neemt Mahler afscheid op
een manier die zeer nadrukkelijk als finale kan worden beschouwd,
evenzeer in de letterlijke betekenis met betrekking tot zijn eigen
aardse bestaan. Dat vierde deel van die Negende Symfonie vertolkt het
afscheid van een leven in een aangrijpende melodie vervuld van zeldzame
intensiteit en energetische spanning, waarin het filigrain uit een
andere wereld reeds verborgen zit, voorgesteld via een beeldenreeks die
zijn schaduwen van ongereptheid vooruit werpt.
Uitvoering op BBC Proms Woensdag 1 augustus wordt Mahlers Negende uitgevoerd tijdens één van de inmiddels legendarische BBC Proms, in de Londense Albert Hall. Het BBC Scottish Symphony Orchestra, onder leiding van Ilan Volkov presenteert dit bijna anderhalf uur durende Jugendstil-werk na de pauze van het concert dat rechtstreeks via BBC Radio 3 te beluisteren valt. Voor de pauzewordt een werk gespeeld van Gÿorgy Kurtag, dan volgt een inmiddels traditioneel programma-onderdeel, Twenty Minutes, dat van 20:45 tot 21:05 zal duren. Wie zich verder in de materie wil verdiepen, verwijs ik graag naar mijn zeer uitgebreide, rijk geïllustreerde artikel
met meer achtergrondgegevens en muzikaal-technische toelichting, zoals
die op woensdag 10 januari is verschenen in het elektronische
cultuurtijdschrift All art is quite useless.
__________ Afbeelding: Gustav Mahler, getekend door Jarko Aikens, 1986. Collectie Heinz Wallisch.
Geisha's in activerend-opbeurende, want verwarmende kleuren
Als u deze hierbij afgebeelde GEISHA'S in acrylverf, op het formaat 1.00 x 1.20 m bekijkt, die ik tegenkwam op MIJN KUNST van Annelies, dan zal u het niet verbazen dat zij in zeer korte tijd veel aandacht heeft weten te genereren. Zo'n achthonderd keer is deze bijdrage van haar bekeken. Heeft u, na het zien van deze verhelderende kleuren, nog een aanbeveling nodig? Kijk zelf voor meer op haar veelzijdige site en besef dat u daarna nog veel rijker bent: vind daar eveneens een schitterend uiltje in speksteen, dat voor mij weliswaar geen uiltje, maar wel pure schoonheid vertegenwoordigt. En juist dat is het, waar het volgens mij in eerste instantie om gaat: het is kunst, die interactie genereert, en u niet verblijd en wel in slaap doet sukkelen. Is het dan nog erg belangrijk hoe het heet wat u krijgt voorgezet? Althans, zolang het niet valt binnen een duidelijke opdracht. De uil is spontaan ontstaan. Voilà: overtuig u van het vele moois dat het weblog van Annelies te bieden heeft.
Nog dommer dan de politie in het uiterste geval zou kunnen toestaan
Evenals de eerder, op maandag 2 juli, in dit weblog
gepubliceerde kleurenfoto van een tekening, die een eeuw geleden door
G.L. Stampa werd gerealiseerd en in het maandblad Cassell's Magazine werd afgedrukt en waarop we flink wat verschillende dieren zien, die op het fenomeen auto met panne afkomen is
de hierbij voorgestelde afbeelding niet alleen van dezelfde tekenaar,
maar is ook deze in datzelfde tijdschrift, in december 1907, afgedrukt
en is ook hieraan de vraag gekoppeld Can you tell me?, een vraag die we met Kunt u mij zeggen? zouden moeten vertalen.
De humoristisch bedoelde vraag, die de
redactie van het blad, nu bijna een eeuw geleden, graag beantwoord
wilde zien, komt na de vaststelling dat de politie net heeft meegedeeld
dat men een spoor heeft gevonden en dat men alles in het werk zal
stellen om de dader te pakken, en deze luidt: "Is het hun schuld als hij ontsnapt?" Hoewel menigeen aan het Duitse gezegde Blöder als die Polizei erlaubt
zal moeten denken en er niet veel voor nodig is om een eventueel
antwoord te geven, is nadere bestudering van deze spotprent toch zeker
de moeite waard.
Vier Franse composities tijdens Londense Prom-concert rechtstreeks op BBC Radio 3
Zaterdag 21 juli 's avonds tussen 20:00 uur en 22:00 uur wordt
opnieuw een concert in het kader van de Proms gegeven in de Albert Hall
te Londen en rechtstreeks door BBC Radio 3 uitgezonden. Vier werken
staan op het programma, waarvan het gedeelte na de pauze bestaat in
twee composities van Gabriel Fauré (1845-1924): als eerste de Cantique de Jean Racine
(1639-1699), geomponeerd in 1864, en tot besluit het veel geroemde en
eveneens, vanwege de honingzoete elementen, kritisch bejegende Requiemuit 1884. Direct voor de pauze zal het Celloconcert nummer
1, uit 1872, van Camille Saint-Saëns (1835-1921) klinken met solistische
medewerking van Steven Isserlis. Het concert wordt geopend met de Prélude à l'après-midi d'un faun van Claude Debussy (1862-1918), geschreven in 1894. Daarover hebben ik in de verzameling cultuurberichten van rond 1900 in het cultuurweblog All art is quite useless
meer dan eens bericht; het meest uitgebreid hebben ik dat gedaan op
maandag 26 februari van dit jaar, met een relatief omvangrijke toelichting. (Die zit onder dat woord.)
De uitvoerenden van het concert op zaterdag zijn naast de reeds
genoemde cellist het BBC National Orchestra of Wales, onder leiding
van Thierry Fischer. Datzelfde ensemble geeft ook acte de présence in
de drie andere werken. In de beide stukken van Fauré zullen de
instrumentalisten worden bijgestaan door het BBC National Chorus of
Wales, het National Youth Choir of Wales en de solisten William Dutton,
treble (jongensopraan) en Russel Braun, bariton.
________
Afbeelding: De cellist Steven Isserlis.