Nog dommer dan de politie in het uiterste geval zou kunnen toestaan
Evenals de eerder, op maandag 2 juli, in dit weblog
gepubliceerde kleurenfoto van een tekening, die een eeuw geleden door
G.L. Stampa werd gerealiseerd en in het maandblad Cassell's Magazine werd afgedrukt en waarop we flink wat verschillende dieren zien, die op het fenomeen auto met panne afkomen is
de hierbij voorgestelde afbeelding niet alleen van dezelfde tekenaar,
maar is ook deze in datzelfde tijdschrift, in december 1907, afgedrukt
en is ook hieraan de vraag gekoppeld Can you tell me?, een vraag die we met Kunt u mij zeggen? zouden moeten vertalen.
De humoristisch bedoelde vraag, die de
redactie van het blad, nu bijna een eeuw geleden, graag beantwoord
wilde zien, komt na de vaststelling dat de politie net heeft meegedeeld
dat men een spoor heeft gevonden en dat men alles in het werk zal
stellen om de dader te pakken, en deze luidt: "Is het hun schuld als hij ontsnapt?" Hoewel menigeen aan het Duitse gezegde Blöder als die Polizei erlaubt
zal moeten denken en er niet veel voor nodig is om een eventueel
antwoord te geven, is nadere bestudering van deze spotprent toch zeker
de moeite waard.
Vier Franse composities tijdens Londense Prom-concert rechtstreeks op BBC Radio 3
Zaterdag 21 juli 's avonds tussen 20:00 uur en 22:00 uur wordt
opnieuw een concert in het kader van de Proms gegeven in de Albert Hall
te Londen en rechtstreeks door BBC Radio 3 uitgezonden. Vier werken
staan op het programma, waarvan het gedeelte na de pauze bestaat in
twee composities van Gabriel Fauré (1845-1924): als eerste de Cantique de Jean Racine
(1639-1699), geomponeerd in 1864, en tot besluit het veel geroemde en
eveneens, vanwege de honingzoete elementen, kritisch bejegende Requiemuit 1884. Direct voor de pauze zal het Celloconcert nummer
1, uit 1872, van Camille Saint-Saëns (1835-1921) klinken met solistische
medewerking van Steven Isserlis. Het concert wordt geopend met de Prélude à l'après-midi d'un faun van Claude Debussy (1862-1918), geschreven in 1894. Daarover hebben ik in de verzameling cultuurberichten van rond 1900 in het cultuurweblog All art is quite useless
meer dan eens bericht; het meest uitgebreid hebben ik dat gedaan op
maandag 26 februari van dit jaar, met een relatief omvangrijke toelichting. (Die zit onder dat woord.)
De uitvoerenden van het concert op zaterdag zijn naast de reeds
genoemde cellist het BBC National Orchestra of Wales, onder leiding
van Thierry Fischer. Datzelfde ensemble geeft ook acte de présence in
de drie andere werken. In de beide stukken van Fauré zullen de
instrumentalisten worden bijgestaan door het BBC National Chorus of
Wales, het National Youth Choir of Wales en de solisten William Dutton,
treble (jongensopraan) en Russel Braun, bariton.
________
Afbeelding: De cellist Steven Isserlis.
Béla Bartók en Anton Bruckner zondagavond samen op radiozender NDR Kultur
De Duitse
radiozender NDR Kultur presenteert zondag 15 juli 's avonds tussen 20:00 uur en
22:30 uur, live aus der Musik- und Kongresshalle Lübeck, het Openingsconcert
2007 van het jaarlijkse Schleswig-Holstein Musik Festival. Daarin staan twee
werken op het programma: ter opening van Béla Bartók (1881-1945) de Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en celesta (uit 1937. En niet voor strijkinstrumenten, zoals in de VPRO-Gids te lezen staat. Of dat eigen
domheid is dan wel overgenomen van een andere minder goed ingelichte
informatiebron deze fout blijkt inmiddels onuitroeibaar kan
ik niet beoordelen, wel weet ik dat de VPRO-publiciteitsuitgaven en sommige
-presentatoren al vele decennia in ernstige mate op voet van oorlog verkeren
met de Duitse taal; vooral de naamvallen spelen dit instituut en zijn
presentatoren danig parten.
Het is een wijd verbreid misverstand dat Saiteninstrumente net als het Engelse woord strings metstrijkinstrumenten moet worden vertaald, al is dat
in de meeste gevallen toch juist. Maarlaten we wel wezen: harp en piano zijn
weliswaar geen strijkinstrumenten, echter welsnaarinstrumenten. Na de pauze
klinkt de Vierde Symfonie, de Romantische, van Anton
Bruckner. Het concert zal
worden gegeven door het NDR Sinfonieorchester onder leiding van zijn
chef-dirigent Christoph von Dóhnanyi. Over die symfonie hebben we in een eerder
artikel op donderdag 28 juni jongstleden, in de kolommen van het weblog All art is quite useless, uitvoerig bericht, zodat u voor informatie
dienaangaande alleen het woord artikel in de regel hierboven hoeft aan te
klikken.
__________ Afbeeldingen: 1. Béla Bartók. 2 Anton Bruckner.
Seksloos gelukkig binnen de Hoofdzaak van de Liefde
Op woensdag 11 juli 2007, tussen 22:30 uur en 23:15 uur wordt door de Duitse zendgemachtigde Westdeutscher Rundfunk de film Hauptsache Liebe gepresenteerd in de reeks Menschen hautnah. Daarin
vertellen enkele betrokkenen over de dagelijkse praktijk van hun leven
zonder seks. Drie voorbeelden worden in even zovele filmpjes
voorgesteld.
Karl en Brigitte, die inmiddels vijftien jaar samen zijn, waren zo'n
tien jaar geleden op Gran Canaria voor het laatst seksueel intiem, maar
nu bepalen heel andere waarden bij hen de waarde van hun relatie:
lekker eten bij voorbeeld. Toen Karl enige tijd geleden, terwijl ze
samen in bed lagen, de vraag stelde: "Zullen we wippen?", hebben beiden
daar hard om kunnen lachen, omdat dit fenomeen al lang niet meer aan de
orde is. Ook
het jonge paar dat bestaat uit Christina en Thorsten 'doen het' niet
met elkaar: zij wil dat niet en hij dringt niet aan. Bij hen is het
bestaan zonder seks heel langzaam hun leven binnengeslopen. De plaats
daarvan is nu door de zachte massage in Thailandse stijl ingenomen. En
dan is er nog Verena, die zich in haar ruime woning ook volkomen heeft
ingericht op een bestaan zonder die bewuste lichamelijke uiting van
liefde. Haar tweepersoons bed deelt ze dan ook alleen nog met de beide
honden
, die ze ook gemakkelijker kan belonen, zonder dat die daaraan de
gedachte naar meer en iets anders koppelen. De onmetelijke wensen die
mannen koesteren als ze eenmaal bloed hebben geproefd, wenst ze niet.
Mensen uit de praktijk In
de film van Wolfgang Minder, die al eerder in november door dezelfde
zender werd voorgesteld, worden drie voorbeelden aangehaald voor wat
een nieuwe trend lijkt te worden. Onderzoekers zijn van mening dat ook
in vaste relaties de seksuele activiteiten aan belangrijkheid inboeten.
Maar dan dringt zich volgens de maker van de film de vraag op of dat
wel kan bestaan: liefde zonder seks? En niet alleen dat vraagt hij zich
af, maar eveneens of hierin wellicht latente stoornissen een rol
spelen, of is het misschien de overbelasting binnen het
maatschappelijke gebeuren dat deze trend veroorzaakt? Maar misschien
spelen angsten voor Grote Gevoelens ook wel een rol. In ieder geval
toont de filmmaker heel direct betrokkenen, die hun positie verklaren
en deze ook ten volle ondersteunen. De film wordt op vrijdag 13 juli, 's middags tussen 14:15 uur en 15:00 uur nog een keer uitgezonden.
Amber met alternatief openbaar vervoer Hond Amber, zesenhalf jaar oud, loopt en rent gedeeltelijk met de fiets mee als ik naar de Stad ga of juist een stuk buiten de stad met haar ga. Na een paar kilometer vraag ik: "Wil je in de fietstas?" Als ze moe begint te worden, gaat ze zitten en kan ik haar optillen en in de fietstas deponeren. Binnen een paar seconden hangt ze haar rechterpoot over de rand van de tas. Zodra ik haar met de fiets parkeer en een winkel binnen ga waar geen honden mogen komen, of omdat ze nat is en ik niet graag zie dat ze boeken op de vloer van een antiquariaat sterk bedruppelt door zich uit te schudden, zit ze af en toe ook wel wat langer in de fietstas. Voor elke voorbijgaande hond wordt even geblaft, maar zodra dat een mooie reu is, krijgt de toon iets klaaglijk-enthousiasts. Eigenlijk zou ze dan wel even naar hem toe willen, maar ze blijft zitten, ook als ik langer dan een half uur ergens binnen ben. Doordat het kennelijk nog een aparte manier van vervoeren is, trekt ze niet alleen veel bekijks en krijgt ze bijzonder veel aandacht, ze zal ongetwijfeld de, in het openbaar, meest gefotografeerde hond van Groningen zijn. Al die aandacht vindt ze heerlijk.
Kleine wereld Een paar maanden geleden had een echtpaar daar ook zoveel aardigheid aan dat men mij over Amber heeft aangesproken en eveneens een paar foto's heeft gemaakt. We stonden voor Antiquariaat Isis in de Folkingestraat, heel dichtbij de synagoge. Uit een opmerking van de mevrouw bleek wel dat ze mij bij deze geloofsgroep had ingedeeld, en ik heb geen corrigerende opmerking gemaakt, omdat ik geen enkel bezwaar tegen deze indeling ongetwijfeld door mijn zwarte hoed en zwarte jas maak. En daarbij komt dat ik al decennialng ook wel rechtstreeks de vraag krijg of ik een Jood ben. Mijn zwijgend 'toestemmen' had gevolgen. Hoewel de beide leden van het echtpaar me vertelden dat ze studerende kleinkinderen in Groningen hadden en waarschijnlijk meenden dat ze me op die manier wel zouden kunnen opsporen, is dat kennelijk niet gelukt. Daarom hebben die mensen drie foto's in een envelop opgestuurd naar de Joodse gemeenschap in Groningen, ervan uitgaande dat deze dan op hun bestemming zouden geraken. Hoewel dat er aanvankelijk niet naar uitzag, is het toch gelukt doordat één van de leden uit deze gemeenschap deze fotos onder ogen kreeg, en direct Amber en mij herkende. Niet alleen woont ze heel dichtbij, maar spreken we bijna altijd wel even als we elkaar met de honden tegenkomen.
Ida de Ridder over haar vader Willem Elsschot in een documentaire op Nederland 2 in 'Het uur van de wolf'
Zondag 8 juli, 's middags tussen 17:05 uur en 18:00 uur wordt op de televisiezender Nederland 2 de documentaire film Erfgenaam van Elsschot uitgezonden, waarover wij in onze bijdrage
van dinsdag 15 mei 2007 in het elektronische cultuurtijdschrift All art is quite useless van Rond1900.nl reeds uitvoerig hebben bericht, omdat diezelfde
avond de Nederlandstalige Belgische zender Canvas deze film op het programma had staan. Dat was op een heel laat tijdstip, omstreeks middernacht.
Nu de NPS de documentaire op een zondagmiddag, pal voor het begin van
de avond in het programma heeft opgenomen, zullen er veel meer
liefhebbers van de Nederlandse literatuur zijn, die daar naar kunnen
kijken.
Sofja Goebajdoelina vijf avonden Componist van de week bij de Vara op Neerlands Radio 4
Van de Russische componiste Sofja Goebajdoelina is van maandag 9 tot en
met vrijdag 13 juni, elke avond tussen 19:30 uur en 20:00 uur, muziek
te horen in de Vara-radio-uitzending Componist van de week een programma van Thea Derks. Het betreft hier een herhaling van een twee jaar eerder uitgezonden reeks. Voor
meer informatie over de componiste en haar werk verwijs ik u door naar
twee artikelen, die ik in oktober 2006 heb laten opnemen in het
elektronische cutuurtijdschrift All art is quite useless van Rond1900.nl. De eerste
bijdrage van de beide stukken is verschenen op zondag 15 oktober, onder
de titel Sofja Goebajdoelina verklankt delen uit Rilke's Stundenbuch. Het tweede artikel is drie dagen later gepubliceerd, op woensdag 18 oktober: Sofja Goebajdoelina's versie van Morgensterns
Galgenlieder.
Malafide medici, 'geheugenverlies', en perverse politici
De anticlimax van het Hippokratische denken en handelen Een medisch complot, luidde volgens de Volkskrant de
voorlopige conclusie van het snel vorderende onderzoek naar de
bomautos in Groot-Brittannië. Het is, vanzelfsprekend, geen medisch
complot maar een complot van een aantal medici, hetgeen een heel wat
meer dan gradueel verschil inhoudt, maar waardoor menigeen al direct op
het verkeerde spoor wordt gezet, en vooral politici, die voor hun
zelden direct geuite, maar subliminaal gistende, hunkering zoeken naar
bevrediging van hun door perversiteit gestuurde machtsstreven ingegeven
wensen en verlangens, welke zijn gedeformeerd tot een absolutistisch
Willen.
Medische gladiatoren De Londense Times meldde dat een leider van Al-Kaida
verleden week in Irak ― met een variant op de gladiatoren in de arena,
die de Romeinse keizer in zijn loge toeriepen: Zij, die gaan sterven,
groeten u ― had aangekondigd: those who cure you, will kill you. Achteraf steken onder meer verbijstering, ongeloof, verdriet en
woede de kop op, en de meeste elementen van dat nogal willekeurige
conglomeraat aan extraverte emoties zijn niet alleen invoelbaar, maar
liggen zelfs voor de hand. Zolang men alleen passief van iets weet
heeft, is een bedreiging minder erg dan wanneer het in de eigen straat
of op een andere verdieping van de eigen woontoren geschiedt, om maar
te zwijgen van de eigen woning of de directe werksituatie. Het is schrikken als zelfs medici terrorist kunnen zijn, kopte de Volkskrant.
Hoe juist die vaststelling ook mag zijn, een nare bijsmaak heeft zon
zin toch, vooral omdat deze ongetwijfeld is opgetekend uit de mond van
andere medici, die weliswaar terecht geschokt zijn, maar toch vraag je
je af hoeveel deze mensen, al dan niet (nog) bewust, weten over de
geschiedenis van het eigen vak. Is de naam Josef Mengele (1911-1979)
voor hen een begrip, of is die zo onlosmakelijk verbonden met het
nazibeulendom, dat men, uit angst en afweer, vergeet dat deze Engel des Doods een
gekwalificeerd arts was.
Neurenbergse artsenprocessen En wie meent dat Mengele een op zichzelf staand fenomeen is geweest
binnen de geschiedenis van extreem abjecte ontsporingen binnen de
kongsi der witjassen, moet dan maar eens een poging ondernemen om (iets
van) de documenten van het Neurenbergse artsenproces [1]
te lezen, misschien dat dan het besef eindelijk doordringt dat deze
vergaande onmenselijkheid, en de daaraan gekoppelde wil tot
ontmenselijking van de slachtoffers, binnen de bewuste beroepsgroep
altijd bij een aantal individuen heeft bestaan, uiteraard ook in onze
dagen. Wil iemand beweren dat na de tweede oorlog aan de witgejaste
barbaarsheid een einde is gekomen? Laten we de experimenteerbeluste
afsplitsingen van het Beest uit de Afgrond achter het IJzeren Gordijn
en in de folterkamers van Pinochet en andere monsters zonder waarde
niet vergeten, die gemartelde gevangenen onderzochten en vaststelden
dat ze nog wel wat zouden kunnen doorstaan, omdat het bloedverlies
relatief gering was, zoals eveneens te lezen valt in de documentatie
die is bewaard in het thans museale concentratiekamp Natzweiler.
Perversie van het denken en handelen En wat te denken van de Mengeles van vandaag, die hun experimenten
op weerloze dieren uitvoeren met exact dezelfde argumentatie als die
kamparts bezigde: om de mensheid vooruit te helpen. Bij Mengele ging
het om het Arische ras, in het huidige gebeuren gaat het om hen die de
benodigde spie voor het resultaat van die proeven kunnen ophoesten. De lafhartige politici, die overal ter wereld weigeren, deze geest
van Mengele een halt toe te roepen, hebben zich tot medeplichtigen
gemaakt binnen dit kader, dat ons niet alleen de verwrongen tronie
toont van de perversie van het denken, maar verantwoordelijk is voor
hoge aantallen van mismaakte en gemartelde dieren, die na behandeling
door de witjassen in kwestie op de lijkenberg worden afgelegd. Zolang
deze mentaliteit, actief dan wel passief, wordt ondersteund vanuit de
machtscentra waar ook ter wereld, mag niemand zich verbazen over de
gedegenereerdheid van, al dan niet georganiseerde, artsen, die
enerzijds mensen willen genezen, maar aan de andere kant nauwelijks de
hand hoeven om te draaien voor een massaal doden.
Politieke gevolgen In Groot-Brittannië, dat met één openbare camera op veertien
burgers reeds een politiestaat is, zal men wel weer alles uit de kasten
trekken wat men aan monsterlijks koestert om nog meer rechten van de
burgers in te perken: een hobby van niet alleen een toenmalige robot
genaamd Maggie Thatcher, die zo haar vadercomplex moest afreageren,
maar tevens van de grote leugenaar Blair, die nu via een gelegitimeerd
papendom in de hemel hoopt te komen.
En dan is er nog de door extreme rancune gedreven, en door het
fenomeen Terrorisme bezeten, Minister van Binnenlandse Zaken in het
nieuwe Mofrika, Wolfgang Schäuble, die nu vergaande voorbereidingen
treft voor de oprichting van een nieuwe ― eerst Duitse en dan
vanzelfsprekend Europese ― Gestapo, die met meer middelen en macht zal
worden uitgerust dan Himmler, met al zijn collegas en concurrenten,
ooit heeft gehad. De, op basis van elke denkbare willekeur, als
verdachte aangemerkte moet in de optiek van deze Schäuble
zijn onschuld maar
bewijzen, en deze lafhartigheidsbekleder wil ook dat computers van alle
burgers zonder hun medeweten kunnen worden doorzocht: Die totale Überwachung.
En wie denkt dat zon, na een ernstig trauma onbehandelde, Schäuble dan
tevreden zal zijn, is of heel naïef of totaal onverschillig.
Het zou duidelijk moeten zijn: of je nu door een dolgedraaide
medicus wordt gebeten of door een perverse politicus, het resultaat
zal geen grote verschillen vertonen.
De Kwadratuur van het Niets
Wie mocht hopen of verwachten dat de opperste baas van Schäuble, de
tot vol-continu producerende clichéfabriek omgebouwde, geïncarneerde
walvistraan genaamd Angela Merkel ― die drie decennia geleden reeds als
Angie juichend in de Heer door de Rolling Stones was
aangekondigd ― ook maar het geringste onderneemt om de doldrieste
dwaasheid van haar mini-ster te relativeren, heeft het goed mis. Zij
heeft het veel te druk met zich te laten toejuichen door glunderende
sjeiks en G8-ers, alsmede door alle andere, Europese regeringsleiders.
En dat alleen vanwege haar volstrekt nietszeggende, uit oneindige
leeghoofdigheid voortspruitende, gemeenplaatsen.
De gevaarlijkst denkbare waanzin borrelt niet alleen maar in het Witte Kremlin nummer 10. __________
[1] Medizin ohne Menschlichkeit ―
Dokumente des Nürnberger Ärzteprozesses. Herausgegeben von Alexander
Mitscherlich und Fred Mielke. Frankfurt am Main, 1960, daarna tal van
herdrukken. Fischer Taschenbücher. ___________ Afbeeldingen: 1. De
kamparts van Birkenau: Josef Mengele. 2. Tony Blair, net PM-af van
Groot-Brittannië. 3. Wolfgang Schäuble bezeten van terrorisme. 4.
Angela Merkel, Kanzlerin der Bundesrepublik Deutschland.
Een supersnelle auto met panne in het Engeland van 1907
In het decembernummer van het Engelstalige maandblad Cassell's Magazine van 1907 is de hierbij voorgestelde kleurenplaat opgenomen, met daaronder de vraag: "Kunt u mij zeggen?" Waarna het rekenraadseltje volgt: Dit gemotoriseerde voertuig haalde zestig mijl in een uur en tien minuten. Hoe lang heeft het nodig om zeventig mijl te kunnen afleggen. Het is een fraaie spotprent met meer dan één aspect. De wijze waarop de heer geheel rechts is gekleed, geeft al aan dat er wel geld in het spel is (om zo'n auto te kunnen verwerven en onderhouden), en als contrast bij dat toen hypermoderne, lawaai makende en supersnel rijdende voertuig, zien we al die verschillende dieren, die het fenomeen komen inspecteren. Het staat stil, maakt geen lawaai, zoals tijdens het voorbij stuiven, en dus kunnen ze allemaal best eens een kijkje gaan nemen: koeien, paard, ezel, vogels, fazanten, vos, hazen en konijnen. Het nieuwe fenomeen vraagt zoveel aandacht van ze en de nieuwsgierigheid staat op de gezichten van de koeien ook wel te lezen dat de dieren die anders zo beducht zijn voor de vos, nu alleen in één richting kijken. Als u via één muisklik de foto vergroot, zult u al die aspecten nog veel beter kunnen waarnemen. De tekening is gesigneerd G.L. Stampa.
Graham Greene's roman The Quiet American woensdagavond op Canvas
Roman van een drukke Engelsman
Woensdag 27 juni, tussen 20:50 uur en 22:30 uur presenteert
het tweede Belgische Nederlandstalige televisienet, genaamd Canvas, de
speelfilm The Quiet American uit 2002. Dit is een oorlogsdrama
van regisseur Phillip Noyce (geb. 1950), gerealiseerd als
Amerikaans-Duits-Australische co-productie. Het draaiboek van Christopher
Hampton is ontleend aan de roman met dezelfde titel uit 1955 van Graham Greene
(1904-1991), een boek dat al eerder werd verfilmd door Joseph L. Mankiewicz in
1958. Het zou aardig geweest zijn deze beide versies na elkaar uit te zenden,
in een weekeinde, of laat op de avond van vrijdag of zaterdag. Niet alleen kun
je de verschillen in aanpak door de beide regisseurs zien, ook de tijdfactor ― er zit bijna een halve eeuw tussen
de beide versies ― zal zeker
een rol spelen. Over rollen spelen gesproken: Michael Caine vertolkt de
hoofdrol, van de Britse journalist Thomas Fowler die in het verre Vietnam van
nu ruim een halve eeuw geleden, een relatief rustig leven leidt samen met een
vriendin. Maar tijdens de strubbelingen van het Franse leger met de Viet-Minh,
beleeft hij mee hoe een stille Amerikaan, Alden Pyle, ― in de film is dat Brendan Fraser ― economische hulp voor een derde
werkzame kracht binnen het gehele gebeuren in banen leidt, hetgeen binnen niet
al te lange tijd een misrekening van de eerste orde zal blijken, doordat het
eindigt in, jawel nog weer meer bloedvergieten.
Verteller-functie De
journalist, die in de roman de figuur van de verteller
vertolkt, kan nu niet meer aan de kant blijven staan en dat alles
alleen maar observeren.
Als hij zich ermee gaat bemoeien, is dat voor de politie van Vietnam,
en
tegelijkertijd voor hemzelf toch ook, een suspecte inmenging, omdat die
stille
Amerikaan hem zijn Annamitische maitresse ― Phuong, gespeeld door Do
Thi Hai ― afhandig heeft gemaakt. Een driehoeksrelatie, zoals die niet
alleen in de literatuur, en derhalve in films, maar ook wel eens in het
ware
leven voorkomt, en dus als realistisch kan worden aangemerkt. Volgens kenners, die deze gefilmde versie van het verhaal
reeds hebben gezien, heeftde regisseur de valkuil, van het maken van een
eventueel relatief
oppervlakkige thriller, weten te omzeilen, en heeft hij zich
sterker georiënteerd op het handelen op basis van het denken en voelen van de
personages in het drama. Het beeldmateriaal over Vietnam is gerealiseerd door
de als Azië-specialist te boek staande cameraman Christopher Doyle (geb. 1952).
Superlatieven Bij het verschijnen van het boek in 1955, verschenen er tal
van lovende kritieken in superlatieven. Iets, dat Graham Greene wel vaker in
zijn leven is overkomen. Zelfs de Duitse Literatuur-Centurio van de FrankfurterAllgemeineZeitung, Marcel Reich-Ranicki
― die jarenlang, op het scheurbuik bevorderende gifscherm in de
huiskamer, kwartet heeft gespeeld met een eigen achtvoudige Hoofdrol
daarin totaal generaal en helemaal alleen voor zichzelf ― vindt dat
Graham Greene de beste romanschrijver van de twintigste eeuw is. Nou heeft die
man al heel lang moeite met het vinden van een aanvaardbare, brede middenweg
met randen links en rechts, en leeft hij qua literatuur-beoordeling vrijwel
uitsluitend nog in extremen, en dat mag vanzelfsprekend, zolang het kader maar
duidelijk wordt. En vaagheid is iets dat je die Duitse paus nu weer niet kunt verwijten.
De schrijver GrahamGreene Tien jaar na het overlijden van auteur Graham Greene is er
een nieuwe biografie verschenen, geschreven door Ulrich Greiwe [1], met
de uitnodigende titel Graham Greene und der Rreichtum des Lebens. En of hij nu de beste romanschrijver van de vorige eeuw was,
of iemand die op de bovenste plank van de verhalende literatuur thuishoort, is
minder interessant dan het gegeven dat Greene regelmatig zijn stem heeft laten
horen als hij meende dat de situatie dat vereiste of provoceerde. Dat is hij
tot op het laatst van zijn leven blijven doen, ook toen hij eenmaal in
Zuid-Frankrijk woonde en daar misstanden signaleerde en daarover de
openbaarheid zocht. Na het overlijden van Graham Greene in 1994 vonden degenen,
die het inventariseren van zijn drie woningen ― één in Parijs, één op
Capri en één in Antibes ― op zich
hadden genomen, in laden, kasten en boekenrekken zon vijfhonderd
exemplaren
van boeken, die door de auteurs van overal ter wereld van een opdracht
voor
Greene waren voorzien. En of al die opdrachten nu van harte kwamen of
als cliché werden geuit, het geeft wel aan dat vele collega's van
Graham Greene, ook in de verre uithoeken van deze aardbol, zich bewust
waren van het belang van deze man in de literatuur of in het bedrijf
dat zich met dit thema als marktpotentieel bezighoudt.
Amalgaam Ulrich Greiwe stelt terecht dat veel van Graham Greenes
boeken vaak heftige discussies hebben veroorzaakt, doordat de auteur niet
schuwde een amalgaam te presenteren van avontuur en spanning, seksualiteit en
godsdienst, criminaliteit en andersoortige elementen, die doorgaans een minder
omstreden plaats innemen binnen de zogeheten thrillercultuur. Thans, ruim tien jaar na het overlijden van de
successchrijver, want ― ondanks, of mede dankzij, de sensatie die sommige van zijn
boeken hebben veroorzaakt ―
hij heeft een lezersschare van vele miljoenen weten te realiseren. En niet zelden
belandden zijn boeken op de Index (de Lijst van Verboden Literatuur, opgesteld
door Rome). Maar toen Graham Greene eens op audiëntie bij de (toenmalige)
paus (Paulus VI), meldde deze hem nog het meest te hebben genoten van The
Power
and the Glory. Fijntjes wees de
schrijver die goedheiligman erop dat dit boek op de Index stond, doch die vond
dat helemaal niet zon zaak van groot belang.
Dat die elementen uit de dagelijkse werkelijkheid niet voor iedereen even
gemakkelijk te slikken vielen, ligt voor de hand. Preutse lezers protesteerden
heftig of wendden zich van Graham Greene af, anderen zagen juist een goede, katholieke
schrijver in hem.
Uitersten Het zijn dan ook
de uitersten, niet alleen in het gepubliceerde, maar ook in de reacties daarop,
die voor steeds verdere inkleuring van de schrijver, de persoon en zijn plaats
in de wereldliteratuur hebben gezorgd. Hoewel zijn romans veelvuldig zijn afgedaan
als amusementsliteratuur, staat daar lijnrecht tegenover dat de schrijver
veelvuldig kandidaat voor de Nobelprijs is geweest.
Opvallend is ook dat één
van zijn biografen de persoon Graham Greene, ondanks zijn vele affaires met
vrouwen ― of toch juist als gevolg daarvan? ― als homoseksueel heeft
ingeschaald. En dan de werkzaamheid die Greene aan de dag heeft gelegd als
spion, al was die openbaarheid aangaande dit thema tijdens de bewuste periode
wellicht minder dan later. Adepten van de schrijver vinden dat het iets is dat
we allen moeten laten rusten. Een vriend, die jarenlang met Greene de wereld
heeft bereisd, laat echter weten, dat men hem nooit werkelijk kon vertrouwen. Ulrich Greiwe
heeft al die elementen in de juiste dosering verwerkt en is zo tot een boeiend
en onderhoudend boek gekomen dat evenzeer de ziel van de schrijver Graham
Greene blijkt te zoeken als deze zelf ― in zijn, hier en daar uitbundige, beschrijvingen
van het menselijk doen en laten binnen zijn vertelkunst ― op zoek was naar het
ware wezen achter al die figuren in zijn romans. Dat deze
biografie een zeer aanbevelenwaardig boek is, hoef ik dan ook niet meer gedetailleerd
uiteen te zetten. __________
Ulrich Greiwe: Graham Greene und der Reichtum des Lebens.216
pag., met 26 fotos, paperback in de reeks dtv-premium (24417); Deutscher
Taschenbuch Verlag, München, 2005; ISBN 3-423-24417-8. Prijs 15,― (alleen in de gehele BRD en in Nederland
bij Boekhandel Die Weisse Rose te Amsterdam).
__________ Afbeeldingen 1. Regisseur
Phillip Noyce. 2. Fotograaf
Christopher Doyle. 3. De Übervater en Papst van de Duitse literatuurkritiek Marcel Reich-Ranicki. Foto uit 2007. 4. Penguin-editie
uit 1962 van de roman The Quiet American. 5.
Pocket-editie uit 1961 van de roman een Nederlandse reeks Engelstalge
pockets van uitgeverij William Heinemann/Nederland, The Hague 6. Graham Greene
als 83-jarige. 7. Voorzijde van
de biografie van Ulrich Greiwe over Graham Greene.
Over de gedeeltelijk Volstrekte Onzin van Inlogcodes en Wachtwoorden
Bij een relatief bekende weblogbeheerder in Nederlandheb ik
sedert enige tijd zo'n publicatiemogelijkheid in gebruik voor culturele
onderwerpen, ongeveer zoals dit weblog, maar dan, vanzedlfsprekend, met een heel ander uiterlijk. Omdat ik die onderwerpen eigenlijk wilde opsplitsen, vroeg
ik eerst eens een tweede weblog aan. Binnen twee minuten had ik alle gegevens
ingevuld, en alles ging goed totdat ik mijn elektronische postadres had
ingegeven. Direct kwam er te staan dat er op dat E-mail adres al een
weblog bestond. Goed, ik heb nog een mailadres, dus heb ik dat
ingevuld, en zo kwam ik een stap verder, twee stappen verder: ik
ontving een mail met de mededeling dat ik ter afronding moest klikken,
en zoveel kan ik met een computer inmiddels al wel. Weer even later
kwam er een E-mail binnen met de mededeling dat ik was toegelaten en
dat ik direct kon bloggen. Nou, dat wilde ik dan toch wel eens proberen. Op de daarvoor bestemde
ruimte vulde ik de Gebruikersnaam en het Wachtwoord in, en zie: ik kwam
terecht op mijn reeds bestaande weblog met een heel andere
Gebruikersnaam en een heel ander Wachtwoord. Dezelfde woorden zou men
immers ook, terecht, helemaal niet hebben geaccepteerd. Niet één keer
maar wel tien keer kwam ik steeds weer op hetzelfde, bestaande blog
uit. Hoe dat allemaal kan, vraag ik me allang niet meer af. Sedert ik
weet dat mijn wijze grootvader uit het pre-PC-tijdperk met zijn
uitdrukking "Zo'n apparaat is niet de baas, ik ben de baas", indertijd
wel gelijk had, maar dat nu niet meer heeft en een computer veelal een geheel
zelfstandig leven leidt, langs jou heen, en zelfs lijnrecht tegen jouw
belangen in verbaast me helemaal niets meer. Ik heb het toen ook nog met een niet-bestaande onzin-gebruikersnaam
geprobeerd: DriesJanmetdeFiets in plaats van mijn ware gebruikersnaam,
maar ook dat leidde, zonder nader een Wachtwoord in te geven, tot het,
nog steeds ongewenste resultaat: ik kwam terecht bij mijn reeds in
gebruik zijnde weblog. En daar staat dan ook nog: "Dit is je
hoofdweblog". In een volgende fase heb ik uitsluitend een reeks xxxx-en
ingevuld, en ook dat leidde mij naar het bloggenland van (inmiddels)
bijna-herkomst. Je bent geneigd om te denken dat iedereen met en
zonder letters uit de mouw te schudden, nu ook in mijn redactieruimte
terecht kan, maar dat schijnt mee te vallen, omdat de machine mijn
computer herkent. Dat blijkt uit diverse, zelfs door mij gesignaleerde,
feiten. Maar hoe is het dan mogelijk dat er geen onderscheid kan worden gemaakt
tussen verschillende Gebruikersnamen en daarbij behorende Wachtwoorden?
Indien de huidige, ruim verspreide computer een uitvinding van het
pausdom zou zijn (geweest), zou men geneigd zijn om te denken dat het
om een Mysterie gaat, en juist dat begrip zou wel eens, zonder
religieuze associatie, de werkelijkheid nog het dichtst kunnen
benaderen.
Conclusie, als ze je eenmaal geregistreerd hebben bij die bewuste
club dan kom je nooit meer van hun basis af, zelfs niet als je iets
door henzelf gelegitimeerd anders wenst.
Heeft zoiets, vraag je je en passant af, nu invloed op het denken en
doen van bloggers of computergebruikers anderszins? Uiteraard, is mijn
ervaring. Kinderen, die met een computer groot geworden zijn, gebruiken
met een vanzelfsprekendheid woorden en andere termen die niets of
nauwelijks (meer) iets te maken hebben met de belevingswereld van een
wezen dat (ten minste) één generatie ouder is, of iemand die de
machinaties van een eigenlijk toch doodeng apparaat niet gewend is,
doch wel exact gelijk gespelde begrippen gebruikt. Eén frustrerend en tegelijkertijd komisch voorval van een paar jaar
geleden wil ik als voorbeeld aanhalen. Degene, die me zou helpen
met enkele stappen in 'deze bizarre wereld' van de tekst- en soms nog
veel meer-machines, kwam op een bepaald moment in mijn voortschrijdend
gebeuren met de mededeling dat ik moest "Knippen." Op mijn vraag of hij
me kon uitleggen wat hij daarmee bedoelde, slaagde ik er ook, bij
toch zeer veelvuldige herhaling, maar niet in dat jongmens aan zijn verstand te
brengen dat hij mij, in het Nederlands of in een andere taal die ik
machtig ben, moest vertellen hoe ik met een toetsenbord, muis en
vingers zou kunnenknippen. Al mijn verbale inspanningen waren compleet
vergeefs. Toen ben ik toch nog even boos geworden, naar het
aangrenzende werkvertrek
gegaan dat is ingericht voor de afwikkeling van heel praktische zaken, en heb ik een schaar uit een lade gehaald, de jongeman in zijn
handen gedrukt en gewezen op mijn computer met het verzoek mij even
voor te doen hoe en waar ik zou moeten knippen.
Toen begon er bij het
kind iets te dagen. OOOOOOO. Het gevolg was dat hij me op het bestaan
van het begrip Knippen, binnen het kader van de tekstverwerkende
computer, heeft gewezen. Een verder ingrijpend gevolg heeft het
gebeuren helaas niet gehad. Het denk- en gedragspatroon binnen dit
kader was van dat kind al zo cybernetisch (zeg ik dat goed?)
gedegenereerd dat zijn hersens een wijziging ten gunste van een
eventueel positieve communicatiestrategie al niet meer konden verwerken. In vier jaar tijd is het me met vriendelijke en minder vriendelijke
bejegening niet gelukt die junior ervan te doordringen dat je niet met
wiskunde kunt beginnen alvorens de volgorde van de cijfers 0-9 machtig
te zijn, en dat ik op de lagere school ook eerst rekenen en cijferen
heb geleerd, alvorens we in de zesde klas wiskunde kregen.
Het jongmens, een begaafde musicus, snapte ook alleen maar theoretisch
een vergelijking met eerst noten leren, voordat je een symfonie die in
je bolle kop reeds rondspookt, kunt noteren. Dat muzisch veelzijdig
begaafde kind is ook een veelvuldig in binnen- en buitenland bekroonde
dichter. Maar ook de parallel met letters en een sonnet of roman bleek
alleen in theorie te werken. Praktisch heeft het allemaal volstrekt
niets geholpen. Affectieve preoccupatie heet zoiets. Duizend wettig overtuigende
bewijsstukken kunnen iemand niet afhelpen van een vastgezet
vooroordeel. Sigmund Freud schreef er, bijna een eeuw geleden, al over.
En laten we verder niet vergeten dat enig pathologisch machtsmisbruik
ook niet zelden heel dicht op de loer ligt.
De Briefwisseling tussen Johann Wolfgang von Goethe en zijn zoon August
Communicatie met pen en inkt Het Brievenwerk van de dichter Johann Wolfgang von
Goethe neemt een bijzondere plaats in diens complete oeuvre in. Ruim
vijftig banden van de in totaal 143 delen tellende Sophien-Ausgabe
worden ingenomen door brieven van en aan Goethe, zoals die tot op dat
moment bekend waren. Een deel van de briefwisseling tussen Goethe en
zijn zoon August (1789-1830) is daarin te vinden, doch pas sedert het
voorjaar van 2005 is de complete correspondentie tussen vader en zoon
beschikbaar, als separate editie, voorzien van een uitgebreid
commentaar.
Enorm archief
Brieven behoren tot de belangrijkste monumenten, die de mens als
eenling kan maken, schreef Goethe in 1805. Literatuuronderzoeker en
lexicograaf Gero von Wilpert begint het artikel Brieven in zijn
omvangrijke, eendelige Goethe-Lexikon uit 1998 met dat citaat. Dan
vervolgt hij met de vaststelling dat Goethe, als menselijk wezen uit
een periode die hij omschrijft als het vortelekommunikative
Briefeschreibezeitalter, een enorm archief aan ontvangen brieven heeft
nagelaten, en daarnaast het aanzienlijke aantal van 14.300 door hemzelf
geschreven brieven en ontwerpen daarvoor in diverse soorten, stijlen en
toonaarden, in het Duits, Frans en Engels.
Goethe en Schiller
In het (derde) deel Prosaschriften van het standaardwerk
Goethe-Handbuch
wordt een ruim artikel gewijd aan Goethe als
brievenschrijver in het algemeen met daarin twee zwaartepunten: de
correspondentie die hij onderhield met Friedrich von Schiller
(1759-1805), en die met de componist Carl Friedrich Zelter (1758-1832).
Voor geïnteresseerden in deze materie is het een zeer
aanbevelenswaardig artikel, omdat het veel wetenswaardigs biedt omtrent
de brievenschrijver Goethe en eveneens in niet geringe mate over diens
correspondenten.
De briefwisseling met collega en somtijds toch ook wel als
tegenstrever ervaren Schiller is ongetwijfeld één van de bekendste
verzamelingen van schriftelijke uitwisseling in het oeuvre van Goethe
en tevens in dat van Schiller.
Daarvan is enkele jaren geleden een
nieuwe editie verschenen bij Insel Verlag, waar ook al een eerdere
versie is uitgekomen, als gebonden boek, later in twee pockets, en
uiteindelijk in één Insel-pocket van 1.100 bladzijden.
Vader en zoon
(Julius) August (Walther) was het enige, in leven gebleven kind van de
vijf, die Goethe samen met Christiane Vulpius had. Bovendien was August
de eerstgeboren zoon van de dichtervorst. Deze August vormt het
klassieke voorbeeld van de zoon, die onder de al te drukkende
aanwezigheid van een overmachtige vader te lijden heeft gehad, en er
maar niet in slaagde, te voldoen aan alle eisen, die papa al dan niet
openlijk stelde. Niet alleen nam zoonlief zijn vader steeds meer
(juridisch) werk uit handen, hij vertegenwoordigde of verving senior
ook veelvuldig bij officiële gelegenheden. Toen de moeder stierf, stond
August zijn vader in alle opzichten bij: als helper, raadgever en als
het enige houvast temidden van de verwarring.
De correspondentie
Deze, in menig opzicht fascinerende, verzameling van 649 brieven
die
van 1793 tot 1830 tussen vader en zoon Goethe zijn gewisseld, beslaat
een duizend tekstpa ginas die zijn bijeengebracht in de eerste van de
twee banden beslaande uitgave. Het commentaar daarop vergt in de tweede
band zon 550 bladzijden, waarna er nog eens 200 paginas zijn
ingeruimd voor het alfabetische register met persoons- en plaatsnamen,
belangrijke gebouwen, titels van toneelstukken en beeldhouwwerken.
Reisbeschrijvingen en andere belevenissen vinden evenzeer hun weerslag
in deze correspondentie als de banale alledaagsheid. Verzoeken werden
gedaan om toezending van bepaalde delicatessen of fruit, hetgeen in die
tijd zeker geen alledaagsheid was.
Dominante vader Hoewel de verwijzingen in Augusts brieven naar het oeuvre van papa
enerzijds van veelbelezenheid en bewondering getuigen, blijkt daarin
tevens een gevoelsmatig al te grote afhankelijkheid van de Übervater.
De bundeling van al deze brieven zou er in wezen toe moeten bijdragen
dat één en ander in het Goethe-beeld zoals dat geruime tijd standaard
is geweest, maar waaraan al eerder in een andere context is geschaafd
door Berkeley-professor Daniel Wilson, die een paar zaken in het juiste
licht heeft geplaatst wordt bijgesteld.
Dat August von Goethe zo graag door zijn vader op werkelijke waarde
wilde worden geschat, moge blijken uit het slot van zijn brief van 5
april 1817: Gedenken Sie freundlich Ihres stets gehorsamen und Sie
unendlich liebenden Sohnes.
Geheel onverwacht stierf August von Goethe op 27 oktober 1830 te Rome.
De inmiddels hoogbejaarde dichter vernam dit pas op 10 november; hij
was toen reeds 81 jaar.
Goethes Briefwechsel mit seinem Sohn August. Herausgegeben von Gerlinde Ulm Sanford.
Band I: Text. XXVIII + 1010 paginas, geb.;
Band II: Kommentar und Register. 724 pag.,
doorgenummerd na deel I, eveneens geb.
2 delen samen in kartonnen doos.
Verlag Hermann Böhlaus Nachfolger
Weimar, 2005, ISBN 3-7400-1200-5.
Afbeeldingen: 1. August von Goethe. 2. Voorzijde Goethe Handbuch (deel 3: Prosaschiften). 3. Friedrich von Schiller, kopie naar A. Graff. 4. Johann Wolfgang von Goethe in 1828, portret door Joseph Stieler (1781-1851). 5. Voorplat tekstdeel Briefwechsel.
Jonge jaren en studie Op 9 november 1905 werd Erika Mann geboren als dochter van de Tovenaar
Thomas
Mann en diens eega Katja Pringsheim. Ze begon een carrière als
journaliste en actrice, beroepen waarin ze nogal succesvol was. Al snel
na haar studie aan een theateracademie kreeg ze in Berlijn en Bremen
een engagement. Begin 1933 stichtte ze samen met Therese
Giehse in München het cabaret Die Pfeffermühle. Als
direct gevolg van de machtovername door de nationaal-socialisten, eind
januari van datzelfde jaar, begaf ze zich met het hele gezelschap in
ballingschap, onder meer in Amsterdam.
Huwelijk met W.H. Auden In 1935 trad Erika Mann in het
huwelijk met de Engelse dichter Wystan Hugh Auden, en vanaf 1936 leefde
ze voornamelijk in de VS, waar ze in haar onderhoud voorzag door
voordrachten en publicaties. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte ze
voor het Duitse programma van de BBC en was ze daarnaast
oorlogsverslaggever voor de Geallieerden. Samen met haar ouders keerde
ze in 1952 terug naar Europa, waar ze zich in Kilsberg bij Zürich
hebben gevestigd. Vooral auteur Na het
overlijden van vader Thomas Mann in 1955 heeft ze diens nalatenschap
beheerd.Daarnaast bleef ze actief als schrijfster van verhalen,
jeugdliteratuur, biografieën en essays. Erika Mann is in augustus 1969
overleden.
In 1940 was haar boek The Lights Go Down. Middletown Nazi Version
in Londen en New York uitgekomen. Het was weliswaar in het Duits
geschreven, maar door de met Erika Mann bevriende auteur Maurice Samuel
in het Engels vertaald. Helaas is het originele manuscript verloren
gegaan, en zo moest er voor de eerste Duitse editie, die dus in pas in
de eenentwintigste eeuw werd gerealiseerd, worden 'terugvertaald'.
Duisternis in momentopnamen Tien episoden vormen samen het boek Wenn die Lichter ausgehen,
met daarin alledaagse lotgevallen van het leven in de beginjaren van
het nazidom. Centraal thema vormt het vrijwel ongemerkt sluipende gi
van de nazi-ideologie, die ook het denken en doen van in principe
fatsoenlijke burgers onherstelbaar aantast, met alle, zeer diverse,
noodlottige gevolgen vandien. Erika Mann laat in de korte en bondige,
maar zeker niet oppervlakkige, momentopnamen zien hoe tal van op
zichzelf onbeduidende
details samengevoegd de levens van deverschillende protagonisten in
een pijnlijke groteske doen omslaan. Het principe van de Hoop (op de
Weldaden van de Führer) verdringt langzaam, doch onomkeerbaar, alle vormen van medemenselijkheid. __________ Erika Mann:Wenn
die Lichter ausgehen Geschichten aus dem Dritten Reich. 316 pag.,
geb., Rowohlt Verlag, Reinbek bei Hamurg, ISBN 3-498-04496-6. __________ Afbeeldingen: 1. Erika en Thomas Mann. 2. Erika Mann. 3. Voorzijde van het stofomslag van het boek in kwestie.
De Engelse schilder J. Macwhirter (1839-1911) heeft diverse landschappen en andersoortige natuurschilderingen gerealiseerd. Cassell's Magazine, dat een eeuw geleden een grote bekendheid en ruime verspreiding genoot vanzelfsprekend vooral in het Verenigd Koninkrijk, maar toch ook wel daarbuiten heeft het februarinummer van 1908 geopend met de hier bijgevoegde afbeelding Zonsondergang in Juan les Pins op speciaal, stevig kunstdrukpapier, dat tussen het normale papier werd gevoegd. Het schilderij toont de kleurenrijkdom van de natuur ter plekke, de intens rode gloed van de ondergaande zon en de relatief donkere bomen tegen de achtergrond van een meer en meer vervagende helderheid van de lucht. Over de schilder is helaas weinig al te bekend. Zoeken naar meer gegevens over hem leverde niet meer dan het geboorte- en het sterfjaar, alsmede hier en daar het verzoek om biografische gegevens zelf toe te voegen.
Violist Gideon Kremer op zoek naar de ware Johann Sebastian Bach zaterdag 23 juni op Arte-televisie
Ook al is het ietwat laat dag, toch willen we niet nalaten u te wijzen op een uitzonderlijke muziekdocumentaire die alleen op zaterdag 23 juni, 's avonds tussen 22:35 uur en 23:30 uur op Arte wordt vertoond. Het is een film uit 2006 van Daniel Finkernagel en Alexander Lück die zij hebben gemaakt voor de zender Rundfunk Berlin-Brandenburg (RBB), die thans voor het eerst zal worden vertoond. De beide filmers hebben de van oorsprong Letse violist Gidon Kremer gevolgd bij zijn interpretatie van de Sonates en Partita's voor viool solo van Johann Sebastian Bach (1685-1750). De opnamen daarvoor zijn gemaakt in de barokke kerk van Lockenhaus in het Oostenrijkse Burgenland.Terecht wijst Gidon Kremer erop dat
er in de muziekliteratuur bepaalde werken zijn, waar je als violist
altijd naar terugkeert, omdat zij de Bron der Muziek vormen. Datzelfde
kan gelden voor de luisteraars naar deze muziek en, met de nodige
aanpassingen, even sterk voor alle andere vormen van kunst. Ook daar
geldt dat in actieve zin voor de makers van de kunst in kwestie, en in
passieve zin voor degenen, die deze kunst auditief, visueel of via een
combinatie van deze mogelijkheden, wensen te absorberen.
NB: Heel dikwijls worden bijzondere uitzendingen op Arte-televisie enkele dagen later, of na verloop van wat meer tijd, herhaald. Bij de gegevens over deze documentaire meldt de zender nadrukkelijk dat deze film niet zal worden herhaald. __________ Afbeelding: De componist Johann Sebastian Bach (1685-1750); portret van Elias Gottlob Hauptmann uit 1746. In zijn hand houdt de componist een muziekblad van een zijner Canons (BWV 1076), die hem diende als introductie voor de Societät der musikalischen Wissenschaften een jaar later. Dit schilderij is de basis geworden voor tal van herhalingen en kopieën.
Spontane neologismen: Blogkeren, en ook Alfa-omegatiseren
Een nieuw woord gebruiken, dat spontaan is ontstaan,
en iets uitdrukt dat gevoelsmatig wel in ons leeft, maar nog geen
plaats heeft gevonden in de officiële woordenboeken, wordt al heel lang
neologisme genoemd en na verloop van tijd heel dikwijls alsnog in de
daartoe bestemde lexicografische naslagwerken opgenomen. Onlangs gebruikte ik spontaan hardop het nieuwe woord blogkeren. Dit
onstond doordat iemand had gereageerd op één van de artikelen, afgedrukt alhier op mijn
eigen weblog: Blikken Trottel leert Latijn. Ten eerste had
de reactie, die doorverwees naar een Belgische site, niets met de
inhoud van het artikel te maken en de site in kwestie evenmin, en ten
tweede was er een begeleidende regel van de web-beheerder, of hoe zo
'iemand' ook maar mag heten, dat het waarschijnlijk om een soort Spam
zou gaan, en werd me geadviseerd deze afzender eventueel te blokkeren.
De weg tot het blog kunnen afleggen en dan moeten keren, ging door me
heen en zo ontstond heden en hier het 'nieuwe woord' blogkeren. Tot
zover het blogkeren in actieve zin.
Een tweede ervaring verhaalt van het geblogkeerd worden. Ik ben op
het gebied van weblogs, blogs of hoe die fenomenen in nieuwerwetse,
stadse fratsen-taal ook mogen heten een groentje en ik vermoed dat ik
dat de komende 156 jaar, die de rest van mijn leven zullen uitmaken,
ook voor het grootste deel wel zo zal blijven.Doch daarom in het
geheel niet getreurd. Ruim twee weken geleden plaatste ik op een Belgisch schrijversweb een
verhaal, dat ik eerder op Nederlandse schrijversblogs en tevens op deze Cultuursfinx ook al had
geplaatst. Ten eerste omdat ik het zelf nog steeds een 'wonderbaarlijke belevenis'
vind, die erin wordt beschreven, en ik daarom zoveel mogelijk weblezers
de mogelijheid wil bieden daarvan kennis te nemen, en daarnaast omdat
ik wel eens wilde zien hoe goed, of juist niet, het in de kring van dat
bewuste weblog voor schrijvenden zou worden gelezen. Het verhaal is
ooit bekroond met een prozaprijs, en nooit heeft iemand ook maar op
enigerlei wijze inhoudelijk of qua taalgebruik de geringste aanstoot
genomen. Wel ben ik er meer dan eens op aangesproken dat de inhoud dan
wel leuk was, maar dat niemand die zou geloven, omdat deze
vanzelfsprekend uit mijn dikke duim afkomstig moest zijn. Ook daarom
niet getreurd. Na een etmaal wilde ik wel eens zien hoe dikwijls het verhaal was
opgevraagd en tot mijn niet geringe verbazing bleek dat dit al bijna
honderd keer was: zoveel als op een Nederlands blog na
drie-en-een-halve week. Ik dacht: "dan nog maar eentje" ik heb er
immers voldoende voorradig. Doch op dat moment verscheen er op mijn
scherm heel kort een mededeling in een kader. Citeren kan ik de inhoud
niet letterlijk, daarvoor was de tijd veel te kort. In ieder geval
stond erin dat de redactie de klacht over de bijdrage in kwestie had
ontvangen en dat er nader onderzoek zou plaatshebben. Men bedankte en
passent de denunciateur.
En ja hoor, ik kon niet meer inloggen en dus ook geen nieuwe tekst meer
laten opnemen. Ik had gelezen dat de gebruikers van het weblog in
hoogdravende bewoordingen werden gewezen op de onderlinge hulp en op de
mogelijkheid de assistentie van een redactie in te roepen. Tweemaal heb
ik erom gevraagd, mij weer toe te laten. Tweemaal bleef het stil.
"Nou ja, dan maar niet", dacht ik; mijn door alfa-omegatiseren ha,
nog een neologisme (?) uitgewerkte belevenissen kan ik wel elders
kwijt, en anders maar helemaal niet. Ik heb in bijna een halve eeuw zo
ontzaglijk veel gepubliceerd, in, zij het vrijwel uitsluitend gedrukte,
media in binnen- en buitenland, dat ik over zoiets niet van slag zal
raken.
Dus schreef ik een derde elektronisch briefje aan de
beheerders/redacteuren met het verzoek om dan ook mijn gegevens uit de
lijst van auteurs weg te halen en eveneens het 'aanstootgevende'
verhaal te verwijderen. Inmiddels zeg ik al: uiteraard is er niets gebeurd. Er kwam ook nu niet
de geringste reactie: actief noch passief. Kortom, het onfatsoen viert
ook bij redacties hoogtij, zij het niet alle, want ik heb ook goede
ervaringen of helemaal geen, zoals met dit, uw bloedeigen bron
van levendige leesmogelijkheden. Sommige (kranten- en
tijdschriften-)lezers waren echter ook al, en veel eerder, met betrekking tot enkele, gekwadrateerd amateuristisch-dilettantische, schrijfblogs tot een soortgelijke conclusie gekomen.
Niet alleen ene honden, maar ook aandoenlijks op Expositie Pim de Hart
Hoewel dit elektronische mededelingenmedium van Begische makelij is, weet ik dat er van de loglezers velen zijn die Neerlands bloed door d'aadren vloeit en daarvan nog weer toegespitst op tal van lieden welke boven de grote rivieren wonen. Mede daarom durven wij het aan nogmaals uw aandacht te porren voor een expositie in de noordelijke metropool van het koninkrijk van Willemientje, Oranje Juul, Bea Biesterfeld en over enige tijd Willy-Lex: Beware of the Dogs, waarover wij reeds enige regelen hebben volgetikt, doch het zijn juist deze samenvoegingen van woorden die u net als ons zelve en velen met ons, zoals dat dan weer zo fraai heet de indruk zouden hebben kunnen geven dat er op die tentoonstelling niet anders dan honden te bewonderen zouden zijn. Niets is minder waar; nog niet de helft van al wat is geëxposeerd, heeft betrekking op Woefeneurs en aanverwante Wezens. Men kan er zelfs een McFungus tegenkomen, welke de indruk wekt te zijn bedoeld voor boskabouters die de weg kwijt zijn, maar het doek met Eden dat zich pal daarnaast bevindt, toont ons een man met een min of meer houten kop, welke zijn roesfantasieën uitleeft als in een droom, die ongerept wil zijn, doch waarvan wij nu juist door te reppen u willen informeren, doch beter nog: bekijkt u het doek voor u zelf: wij drukken het hierbij af, en waarschuwen, alvorens u er met een loep op afstormt om al uw voyeuristische neigingen-in-het-nette bot te vieren: het is op een enkele plek bij de wild-wippende witte konijnen af. Daar staat tegenover dat er nieuwe vlindersoorten zijn gecreëerd, maar het is aan de rondslingerende flessen niet te zien of deze nog in aanmerking komen voor te restitueren statiegeld. Kortom, zo'n man heeft het even gehad met het leven en verkeert in de slaap der eventueel rechtvaardigen ik ken de man niet, dus moet ik niet onnodig boosaardige dingen zeggen temidden van allerhande schoons qua natuur, en je hoopt dat dit moge bijdragen tot verheffing zijner ziel en zaligheid, en een klein beetje geldt dat ook voor onze wensen aan uw adres. Gaat u eens kijken hoe mooi al die honden, de Toothbrush, en de Kunst versus Kitsch is als deze recht voor uw neus hangen. De entree kunt u zonder tegemoetkoming in de kosten consumeren op vrijdag, zaterdag en zondag, steeds tussen 13:00 uur en 17:00 uur. Deze expositie duurt tot en met zondag 15 juli, en men zal u er gaarne van commentaren voorzien, daar in de Galerie Kunst in de Kop, Trompsingel 21 in de enige stad, welke dit woord, zelfs volgens Van Dale, als Stad mag schrijven: Groningen. Meer info per verre spreker: (+31) (0)50 - 3111667. Men ziet u al aankomen!
Een erezaak Armeense, zwijgende speelfilm uit 1926 éénmalig op de cultuurzender Arte
Een erezaak De Duits-Franse televisiezender voor culturele zaken, Arte,
biedt in de nacht van woensdag 20 op donderdag 21 juni, vanaf 01:00 uur de
mogelijkheid om kennis te nemen van de eerste speelfilm, die in Armenië is
gerealiseerd, en wel in 1926. Het gaat om Namous, die de Franse titel L'Honneur heeft gekregen. Het is een zogeheten zwijgende film
van
Hamo
Bek-Nazarov (1891-1965) , die tevens het draaiboek heeft geschreven, en
daarvoor de gelijknamige roman van Alexandre Chirvanzadé uit 1885 heeft
gebruikt. Verantwoordelijk voor
de beelden is ene S. Zaboziaev, en de muziek is gecomponeerd door
Anahit
Simonian. Producent is M. Garagash; de film is een productie van
Armenkino en
Gosknoprom Gruzii.
Andere namen Veertien acteursnamen worden genoemd, zonder verwijzing naar
hun rollen. Aan dertien van die familienamen kun je zien dat het om Armeniërs
moet gaan, omdat al die namen op jan eindigen, al worden ze in de
persmededelingen van Arte op de yankenmanier gespeld: -yan.
Altijd als u een naam tegenkomt, die als laatste lettergreep JAN heeft, zoals
de componist Aram Chatsjatoerjan, kunt u erom wedden dat u met een Armeniër te
maken heeft. De veertiende naam van de spelers is dezelfde als die van de
producent. Doordat we voor u toch al die namen niet aan figuren in de
film kunnen koppelen, laten we ze hier maar weg, en verklappen u in plaats
daarvan de synopsis.
Het verhaalvan de film Het gezin van de kleermaker Barkhoudar en dat van de pottenbakker
Haïro zijn al heel lang met elkaar bevriend, en het ligt dan ook in de lijn van
de ontwikkeling, gebaseerd op streng traditionele principes, dat de schone
Soussan, dochter van de kleermaker, op een gepast tijdstip in het huwelijk zal
treden met Seïran, de zoon van de pottenbakker.
Tussen die twee kinderen heeft
zich al geruime tijd een vriendschap ontwikkeld, die echter langzaam maar zeker
is overgegaan in wederzijdse liefde. Die beide vaders zijn ervan overtuigd dat
de beide kinderen zich naar de wetten der voorvaderlijke traditie zullen voegen
en tot de huwelijksdag zullen wachten alvorens elkaar weer te ontmoeten. Maar
de hartstochtelijke Seïran omzeilt dat verbod en bezoekt Soussan regelmatig op
een geheime plek. Devader van het meisje, die een fanatieke hoeder van de
tradities is, wordt getuige van één van die ontmoetingen. Daardoor voelt hij
zich onteerd, en daarom verbreekt hij de vriendschap met de pottenbakker,
waarna hij zijn dochter uithuwelijkt aan de handelsman Roustam.
Betekenis De film is van grote betekenis, doordat deze voor het eerst
een realistisch beeld schetst van het leven (van toen, uiteraard) in het
verdere oosten. Direct nadat de film in de jaren twintig van de vorige eeuw in
roulatie is gebracht, beleefde deze een uitzonderlijk succes. Arte laat in de gegevens weten dat de film 83
minuten duurt en niet zal worden herhaald, hetgeen veelal met bijzondere programmas
wel het gebeurt.
__________ Afbeeldingen 1. De regisseur Hamo Bek-Nazarov. 2. Foto uit de film Namous.
Christopher Hitchens op BBC Radio 3 met zijn nieuwe boek tegen God en religie
Hoewel het inmiddels op de valreep is, wil ik niet nalaten u
te wijzen op een bijzonder interessant programma op BBC Radio 3, getiteld Night
Waves, dat woensdagavond tussen 22:45 uur en 23:30 uur zal worden
uitgezonden. Hierin kunt u getuige zijn van een gesprek met de (sedert april
dit jaar) Amerikaanse schrijver Christopher Hitchens (geb. 1949 te Portsmouth)
met die zinderend erotische stem, die niets yankerigs heeft, maar onmiddellijk
het land van herkomst verraadt. Christopher Hitchens treedt in dat programma op om te praten
over zijn, ongetwijfeld machtig interessante, boek God is not great: The
case against religion. Het was al geruime tijd bekend dat Hitchens een
tegenstander is van zoveel, al te veel, dat als vanzelfsprekend wordt
aangenomen, en waarvoor niet het gerinste argument aan te voeren valt, behalve
dat der volstrekte klakkeloosheid: de monarchie, het bestaan van God, en datgene wat
hij beschrijft als fascisme met een islamitisch gezicht.
Van kleurloosheid en gebrek aan durf kun je de man niet met
enige grond beschuldigen; zo publiceerde hij over één van de meest groteske figuren
in de Amerikaanse na-oorlogse geschiedenis, die slechts bestaat uit alle
denkbare elementen van weerzinwekkendheid: Henry Kissinger, bevriend met vele
staatshoofden en regeringsleiders. Dat is hem niet alleen op veel kritiek en zogenaamde hate-mail komen te staan maar tevens op dreigingen met dood en verderf, doch zoals u weet, gebeurt dat ook al decennia lang over een heel simpele recensie. Ook zijn vurige pleidooien tegen de monarchie als instituut, en de Britse wel heel in het bijzonder, hebben hem niet alleen vrienden en medestanders opgeleverd. Maar zijn argumenten tégen zo'n instituut zijn nadrukkelijk steekhoudend. Eveneens zette hij de vorige Amerikaanse
president, Bill Clinton, in het zonnetje, die immers bij herhaling beweerde nimmer hash te hebben
gebruikt. Hitchens, die terzelfder tijd in Oxford studeerde als William Jefferson Clinton,
had echter wel meegemaakt dat de Billy Boy de hash niet rookte, maar in het
beslag voor de eigen nog te bakken koekjes mengde. Heel typerend voor de jezuïtische dialectiek van meneer Clinton. Het zou, dat alles in aanmerking genomen, wel eens een
interessant driekwart uurtje kunnen worden met deze strijdbare, kleurrijke en zeer intelligente figuur.
Gedramatiseerde documentaire over David Hume, Adam Smith en hun invloeden in en op Edinburgh
David Humeen Adam Smith In de nacht van dinsdag 19 op woensdag 20 juni kunt u vanaf
00:20 uur op BBC 2 televisie getuige zijn van een gedramatiseerde documentaire
van Andrew Marr, getiteld The Age of genius, waarin wordt verteld hoe de
filosoof David Hume (1711-1776) en de econoom Adam Smith (1723-1790) er vanaf
het midden van de achttiende eeuw in zijn geslaagd de toenmalige, middelmatige
provincieplaats Edinburgh op te stuwen tot een zogenoemd intellecueel bolwerk.
David Hume is zowel geboren alsook overleden in deze Schotse plaats, Adam Smith
was weliswaar ook een Schot van geboorte, maar nam pas vanaf 1748 een
belangrijke plaats in het intellectuele leven van Edinburgh in. Doordat hij
twaalf jaar jonger was dan David Hume ligt het voor de hand dat hij door de
laatstgenoemde werd beïnvloed in zijn denken en handelen.
Essaysvan David Hume In de jaren 1741 en 1742 zijn TheEssays Moral, Political and
Literary vanDavid Hume voor het eerst gepubliceerd. Vanaf 1903
verschenen ze gebundeld in de reeks The Worlds Classics van Oxford
University Press Zestig jaar later werd de bestaande versie vervangen en
voortgezet in een iets gewijzigde vorm, maar nog steeds met dezelfde titel. De opvallendeveelzijdigheid, die de titel van de bundel
suggereert, wordt volledig bewaarheid. In één van die bijdragen pleit Hume voor
Liberty of the Press, in een andere spreekt hij de hoop uit dat Politiek moge
worden gereduceerd tot een Wetenschap, waarna er een aardige reeks opstellen
volgt die zich buigt over de regering, haar oorsprong en vooral ook de daaraan
verbonden principes, en daarna met politieke partijen in het algemeen, en, in
een aansluitend essay, met dat fenomeen in Great Britain. Burgerlijke
vrijheden, welbespraaktheid, de opkomst van kunsten en wetenschappen ― het kan zo gek niet zijn of David
Hume weet er iets zinnigs over te zeggen. Over polygamie en echtscheiding, over
handel, geld, rente, neringsziekte, belastingen, over Wonderen, over Bijgeloof
en Enthousiasme, maar even opgewekt over Liefde en huwelijk, gierigheid, de
Middenperiode van het leven, morele vooroordelen, de onsterfelijkheid van de
ziel, en, zeker niet te vergeten, over het schrijven van essays. Kortom, u bent
eigenlijk van de wieg tot het graf verzorgd met themas, die u onderweg kunt
tegenkomen. De wijsheid die David Hume u dan met de Inhoud van zijn Essays
heeft meegegeven, kan wellicht van pas komen. We wensen het u van harte
toe, en drukken u met evenveel overtuiging op dat kloppende orgaan om
naar dat docudrama van BBC (Four on) Two te kijken. Het feit dat deze film zo
laat wordt uitgezonden, geeft al aan dat het geen product voor de massa is. Het
geheel duurt een uur, wordt in breedbeeld uitgezonden met stereofonisch geluid.
Het zou aardig zijn te mogen weten wat de beide protagonisten zelf van zon,
zeer beknopte, verfilming van hun beider leven en invloeden, zouden denken. Als
ze maar hard genoeg in de onsterfelijkheid van de ziel hebben geloofd, is het
hun eventueel gegeven over onze schouder mee te kijken.