Staartwervels (vertebrae caudales) hier hebben we te maken met twee pleistocene en één holocene staartwervels. Deze staartwervels zijn allemaal afkomstig uit de noordzee, het gaat hier zeer waarschijnlijk over staartwervels van de steppewisent ( bison priscus) fossiele zoogdierresten uit de laatste ijstijd.
Halswervels (vertebrae cervicales) Hier zien we twee prachtige fossiele halswervels van het edelhert. Hier zien we de 2é halswervel (epistrophaeus ) of draaier en de gewone halswervel, de halswervels zijn minstens één miljoen jaar oud.
Schouderblad (scapula) twee schouderbladen, het gaat hier over een fossiel schouderblad uit het pleistoceen en een schouderblad uit het holoceen van historische zoogdieren, het gaat hier zeer waarschijnlijk over schouderbladeren van het edelhert (Cervus elaphus). Het edelhert (Cervus elaphus) is bekend vanaf het Midden-Pleistoceen, zoogdierresten van het edelhert worden regelmatig terug gevonden.
Stuk schedel van een wild zwijn (Sus scrofa) Lathum met nog 4 tanden aanwezig, knobbelkiezen. Het stuk schedel is afkomstig uit de noordzee, en komt zeer waarschijnlijk uit het holoceen zo'n 10.000 jaar geleden. Het wilde zwijn (sus scrofa) komt sinds het midden-pleistoceen voor, maar de meeste resten van het zwijn die worden gevonden uit de noordzee zijn afkomstig uit het holoceen minder dan 10.000 jaar oud, en zijn geen fossiel.
Paardentand (de christelijke kelten) Het paard speelde een belangrijke rol in de christelijke keltische samenleving en religie, deze keltische krijgers gebruikten paarden voor het trekken van hun strijdwagens en om hun paarden te berijden. Het paard was het embleem van koninklijkheid en prestige, het was het symbool van seksuele prestatie en vruchtbaarheid, en werdt bovendien in verband gebracht met de leven- sbrengende krachten van de zon, na het overlijden werden paarden bijgezet met hun krijgers, die naar de poorten van het hier- namaals werd geleid.
Zoogdierfossiel : Teenlid-eerste phalange van het wilde paard (Equus sp) noordzee fauna, pleistocene zoogdieren. Het gaat meestal om gitzwarte verkleurde beenderen van zoogdieren, die in onze streken gedurende de ijstijden hebben geleefd, zo als de mam-moet, de wolharige neushoorn, holen beer, wild paard, oeros, rendier, reuzenhert, wolf, hyena, leeuw enz in die zeer koude tijden stond de noord -zee lettelijk droog.
(Middelvoetsbeenderen) vierde middenvoetsbeen, vindplaats Duinbergen,vlaamse kust. Zoogdierfossielen uit de Pre-Historische. Git zwarte beenderen sterk gefossiliseerd, beenderen van zoogdieren in deze pracht kwaliteit zijn, zeer schaars tot zeldzaam, de meeste beenderen die worden gevonden als strandvondst zijn afgebroken, het gaat meestal om fragmenten en stukken en brokken van zoogdierresten en ook beenderen die niet of nouwelijks zijn gefossiliseerd.
Pleistocene zoogdieren ;zwaar gefosiliseerd spaakbeen, het spaakbeen is hier van een wild paard, het been is minstens één miljoen jaar oud. Het prepareren : Als men een mooi fossiel bot vindt uit de noordzee, is het beter om het bot te ontzouten, men legt het bot 3a 4 weken in een bad Met zuiver water,regelmatig verversen van zuiver water dan laten uitlekken en dan in een badje, water met houtlijm en compaktuna 3a 4 weken Laten inweken en dan laten uitdrogen, en dan met een zachte doek opwrijven en dan geeft men een prachtig fossiel.
Tand van de mammoet (Mammuthus primigenius) pleistocene zoogdieren. Deze mammoettand is afkomsig uit de noordzee. De mammoet is bekend sinds het begin van het Saalien en stierf ongeveer 10 000 jaar geleden uit. De mammoet was een bewoner van de koude toendra-of steppeachtige omgeving, hij had een langharige roodbruine vacht, en kleine oren en een gedrongen bouw die zich aanpastige aan het koude klimaat.
Talus- sprongbeen- bikkel zoogdierfossiel (Vindplaats de vlaamse kust) Git zwarte beenderen van prehistorische zoogdieren, zwaar gefossiliseerd en in deze pracht kwaliteit zijn zeer schaars tot zeldzaam, deze beenderen zijn afkomstig uit het pleistoceen en zijn minstens één miljoen jaar oud. Er zijn enkele van deze pracht beenderen gekend, het gaat hier over beenderen van het spongbeen, sprongbeenderen zijn gekend van de wolf, de poolvos,het rendier,en van het reuzenhert alle beenderen zijn afkomstig uit de noordzee.
Phalanx prima- kootbeen (1e teenkootje) van een steppewisent (Bison priscus) vindplaats knokke Belgische kust. De steppewisent (Bison priscus) hier zien we een zwaar gefosiliseerde teenbot van de steppewisent. Zoogdierfossiel uit de prehistorie.
Het prehistorische leven, fossiele zoogdierresten uit de laatste ijstijd. Phalanx tertia klauwbeen (vindplaats Belgische kust) 3eTeenkootje teenleden- teenbotten van de steppewisent Bison. Zoogdierfossielen uit de prehistorie (Pleistoceen).
Staartwervel (Vertebrae Caudales) Vindplaats Heist-aan-zee ,de oostkust. Staartwervel minder sterk gefossiliseerd en lichter van kleur, enkele duizenden jaren oud. Zoogdierfossiel uit het laat pleistoceen.
Halswervel ( vertebrae cervicales ) vindplaats Blankenberge Belgische Oostkust. Halswervel is minder gefossiliseerd en is lichter van kleur, het bot is enkele duizenden jaren oud. Zoogdierfossiel uit het laat pleistoceen, 18.000 jaar tot 116.000 jaar geleden.
Equus sp, fossiele paarden tand uit het laat pleistoceen, de vindplaats is hier de oostkust Het wilde paard (Equus sp) leefde in Europa en kwam in grote kudden voor op de toendra tijdens het pleistoceen. De fossiele resten van wilde paarden worden regelmatig terug gevonden, van het geslacht Epuus en Hipparion het drietenig paardje. Paarden ontwikkelden langere tanden om verschillende soorten grassen te kunnen eten, als men op het kauwvlak kijkt vertonen de tanden een ingewikkeld vormpatroon. De meeste tanden van het paard zijn lang en min of meer vierkant van vorm.
Een pleistocene paardentand, zoogdierresten ± 18.000 tot 116.000 jaar oud.
Het wilde zwijn (sus scrofa) een stuk onderkaak met twee tanden, van een wild zwijn, deze zijn sterker gefossiliseerd. Varkens zijn alleseters, dat is te zien aan hun knobbelkiezen. Stuk fossiele onderkaak uit het pleistoceen.