Niet alleen ene honden, maar ook aandoenlijks op Expositie Pim de Hart
Hoewel dit elektronische mededelingenmedium van Begische makelij is, weet ik dat er van de loglezers velen zijn die Neerlands bloed door d'aadren vloeit en daarvan nog weer toegespitst op tal van lieden welke boven de grote rivieren wonen. Mede daarom durven wij het aan nogmaals uw aandacht te porren voor een expositie in de noordelijke metropool van het koninkrijk van Willemientje, Oranje Juul, Bea Biesterfeld en over enige tijd Willy-Lex: Beware of the Dogs, waarover wij reeds enige regelen hebben volgetikt, doch het zijn juist deze samenvoegingen van woorden die u net als ons zelve en velen met ons, zoals dat dan weer zo fraai heet de indruk zouden hebben kunnen geven dat er op die tentoonstelling niet anders dan honden te bewonderen zouden zijn. Niets is minder waar; nog niet de helft van al wat is geëxposeerd, heeft betrekking op Woefeneurs en aanverwante Wezens. Men kan er zelfs een McFungus tegenkomen, welke de indruk wekt te zijn bedoeld voor boskabouters die de weg kwijt zijn, maar het doek met Eden dat zich pal daarnaast bevindt, toont ons een man met een min of meer houten kop, welke zijn roesfantasieën uitleeft als in een droom, die ongerept wil zijn, doch waarvan wij nu juist door te reppen u willen informeren, doch beter nog: bekijkt u het doek voor u zelf: wij drukken het hierbij af, en waarschuwen, alvorens u er met een loep op afstormt om al uw voyeuristische neigingen-in-het-nette bot te vieren: het is op een enkele plek bij de wild-wippende witte konijnen af. Daar staat tegenover dat er nieuwe vlindersoorten zijn gecreëerd, maar het is aan de rondslingerende flessen niet te zien of deze nog in aanmerking komen voor te restitueren statiegeld. Kortom, zo'n man heeft het even gehad met het leven en verkeert in de slaap der eventueel rechtvaardigen ik ken de man niet, dus moet ik niet onnodig boosaardige dingen zeggen temidden van allerhande schoons qua natuur, en je hoopt dat dit moge bijdragen tot verheffing zijner ziel en zaligheid, en een klein beetje geldt dat ook voor onze wensen aan uw adres. Gaat u eens kijken hoe mooi al die honden, de Toothbrush, en de Kunst versus Kitsch is als deze recht voor uw neus hangen. De entree kunt u zonder tegemoetkoming in de kosten consumeren op vrijdag, zaterdag en zondag, steeds tussen 13:00 uur en 17:00 uur. Deze expositie duurt tot en met zondag 15 juli, en men zal u er gaarne van commentaren voorzien, daar in de Galerie Kunst in de Kop, Trompsingel 21 in de enige stad, welke dit woord, zelfs volgens Van Dale, als Stad mag schrijven: Groningen. Meer info per verre spreker: (+31) (0)50 - 3111667. Men ziet u al aankomen!
Een erezaak De Duits-Franse televisiezender voor culturele zaken, Arte,
biedt in de nacht van woensdag 20 op donderdag 21 juni, vanaf 01:00 uur de
mogelijkheid om kennis te nemen van de eerste speelfilm, die in Armenië is
gerealiseerd, en wel in 1926. Het gaat om Namous, die de Franse titel L'Honneur heeft gekregen. Het is een zogeheten zwijgende film
van
Hamo
Bek-Nazarov (1891-1965) , die tevens het draaiboek heeft geschreven, en
daarvoor de gelijknamige roman van Alexandre Chirvanzadé uit 1885 heeft
gebruikt. Verantwoordelijk voor
de beelden is ene S. Zaboziaev, en de muziek is gecomponeerd door
Anahit
Simonian. Producent is M. Garagash; de film is een productie van
Armenkino en
Gosknoprom Gruzii.
Andere namen Veertien acteursnamen worden genoemd, zonder verwijzing naar
hun rollen. Aan dertien van die familienamen kun je zien dat het om Armeniërs
moet gaan, omdat al die namen op jan eindigen, al worden ze in de
persmededelingen van Arte op de yankenmanier gespeld: -yan.
Altijd als u een naam tegenkomt, die als laatste lettergreep JAN heeft, zoals
de componist Aram Chatsjatoerjan, kunt u erom wedden dat u met een Armeniër te
maken heeft. De veertiende naam van de spelers is dezelfde als die van de
producent. Doordat we voor u toch al die namen niet aan figuren in de
film kunnen koppelen, laten we ze hier maar weg, en verklappen u in plaats
daarvan de synopsis.
Het verhaalvan de film Het gezin van de kleermaker Barkhoudar en dat van de pottenbakker
Haïro zijn al heel lang met elkaar bevriend, en het ligt dan ook in de lijn van
de ontwikkeling, gebaseerd op streng traditionele principes, dat de schone
Soussan, dochter van de kleermaker, op een gepast tijdstip in het huwelijk zal
treden met Seïran, de zoon van de pottenbakker.
Tussen die twee kinderen heeft
zich al geruime tijd een vriendschap ontwikkeld, die echter langzaam maar zeker
is overgegaan in wederzijdse liefde. Die beide vaders zijn ervan overtuigd dat
de beide kinderen zich naar de wetten der voorvaderlijke traditie zullen voegen
en tot de huwelijksdag zullen wachten alvorens elkaar weer te ontmoeten. Maar
de hartstochtelijke Seïran omzeilt dat verbod en bezoekt Soussan regelmatig op
een geheime plek. Devader van het meisje, die een fanatieke hoeder van de
tradities is, wordt getuige van één van die ontmoetingen. Daardoor voelt hij
zich onteerd, en daarom verbreekt hij de vriendschap met de pottenbakker,
waarna hij zijn dochter uithuwelijkt aan de handelsman Roustam.
Betekenis De film is van grote betekenis, doordat deze voor het eerst
een realistisch beeld schetst van het leven (van toen, uiteraard) in het
verdere oosten. Direct nadat de film in de jaren twintig van de vorige eeuw in
roulatie is gebracht, beleefde deze een uitzonderlijk succes. Arte laat in de gegevens weten dat de film 83
minuten duurt en niet zal worden herhaald, hetgeen veelal met bijzondere programmas
wel het gebeurt.
__________ Afbeeldingen 1. De regisseur Hamo Bek-Nazarov. 2. Foto uit de film Namous.
Christopher Hitchens op BBC Radio 3 met zijn nieuwe boek tegen God en religie
Hoewel het inmiddels op de valreep is, wil ik niet nalaten u
te wijzen op een bijzonder interessant programma op BBC Radio 3, getiteld Night
Waves, dat woensdagavond tussen 22:45 uur en 23:30 uur zal worden
uitgezonden. Hierin kunt u getuige zijn van een gesprek met de (sedert april
dit jaar) Amerikaanse schrijver Christopher Hitchens (geb. 1949 te Portsmouth)
met die zinderend erotische stem, die niets yankerigs heeft, maar onmiddellijk
het land van herkomst verraadt. Christopher Hitchens treedt in dat programma op om te praten
over zijn, ongetwijfeld machtig interessante, boek God is not great: The
case against religion. Het was al geruime tijd bekend dat Hitchens een
tegenstander is van zoveel, al te veel, dat als vanzelfsprekend wordt
aangenomen, en waarvoor niet het gerinste argument aan te voeren valt, behalve
dat der volstrekte klakkeloosheid: de monarchie, het bestaan van God, en datgene wat
hij beschrijft als fascisme met een islamitisch gezicht.
Van kleurloosheid en gebrek aan durf kun je de man niet met
enige grond beschuldigen; zo publiceerde hij over één van de meest groteske figuren
in de Amerikaanse na-oorlogse geschiedenis, die slechts bestaat uit alle
denkbare elementen van weerzinwekkendheid: Henry Kissinger, bevriend met vele
staatshoofden en regeringsleiders. Dat is hem niet alleen op veel kritiek en zogenaamde hate-mail komen te staan maar tevens op dreigingen met dood en verderf, doch zoals u weet, gebeurt dat ook al decennia lang over een heel simpele recensie. Ook zijn vurige pleidooien tegen de monarchie als instituut, en de Britse wel heel in het bijzonder, hebben hem niet alleen vrienden en medestanders opgeleverd. Maar zijn argumenten tégen zo'n instituut zijn nadrukkelijk steekhoudend. Eveneens zette hij de vorige Amerikaanse
president, Bill Clinton, in het zonnetje, die immers bij herhaling beweerde nimmer hash te hebben
gebruikt. Hitchens, die terzelfder tijd in Oxford studeerde als William Jefferson Clinton,
had echter wel meegemaakt dat de Billy Boy de hash niet rookte, maar in het
beslag voor de eigen nog te bakken koekjes mengde. Heel typerend voor de jezuïtische dialectiek van meneer Clinton. Het zou, dat alles in aanmerking genomen, wel eens een
interessant driekwart uurtje kunnen worden met deze strijdbare, kleurrijke en zeer intelligente figuur.
Gedramatiseerde documentaire over David Hume, Adam Smith en hun invloeden in en op Edinburgh
David Humeen Adam Smith In de nacht van dinsdag 19 op woensdag 20 juni kunt u vanaf
00:20 uur op BBC 2 televisie getuige zijn van een gedramatiseerde documentaire
van Andrew Marr, getiteld The Age of genius, waarin wordt verteld hoe de
filosoof David Hume (1711-1776) en de econoom Adam Smith (1723-1790) er vanaf
het midden van de achttiende eeuw in zijn geslaagd de toenmalige, middelmatige
provincieplaats Edinburgh op te stuwen tot een zogenoemd intellecueel bolwerk.
David Hume is zowel geboren alsook overleden in deze Schotse plaats, Adam Smith
was weliswaar ook een Schot van geboorte, maar nam pas vanaf 1748 een
belangrijke plaats in het intellectuele leven van Edinburgh in. Doordat hij
twaalf jaar jonger was dan David Hume ligt het voor de hand dat hij door de
laatstgenoemde werd beïnvloed in zijn denken en handelen.
Essaysvan David Hume In de jaren 1741 en 1742 zijn TheEssays Moral, Political and
Literary vanDavid Hume voor het eerst gepubliceerd. Vanaf 1903
verschenen ze gebundeld in de reeks The Worlds Classics van Oxford
University Press Zestig jaar later werd de bestaande versie vervangen en
voortgezet in een iets gewijzigde vorm, maar nog steeds met dezelfde titel. De opvallendeveelzijdigheid, die de titel van de bundel
suggereert, wordt volledig bewaarheid. In één van die bijdragen pleit Hume voor
Liberty of the Press, in een andere spreekt hij de hoop uit dat Politiek moge
worden gereduceerd tot een Wetenschap, waarna er een aardige reeks opstellen
volgt die zich buigt over de regering, haar oorsprong en vooral ook de daaraan
verbonden principes, en daarna met politieke partijen in het algemeen, en, in
een aansluitend essay, met dat fenomeen in Great Britain. Burgerlijke
vrijheden, welbespraaktheid, de opkomst van kunsten en wetenschappen ― het kan zo gek niet zijn of David
Hume weet er iets zinnigs over te zeggen. Over polygamie en echtscheiding, over
handel, geld, rente, neringsziekte, belastingen, over Wonderen, over Bijgeloof
en Enthousiasme, maar even opgewekt over Liefde en huwelijk, gierigheid, de
Middenperiode van het leven, morele vooroordelen, de onsterfelijkheid van de
ziel, en, zeker niet te vergeten, over het schrijven van essays. Kortom, u bent
eigenlijk van de wieg tot het graf verzorgd met themas, die u onderweg kunt
tegenkomen. De wijsheid die David Hume u dan met de Inhoud van zijn Essays
heeft meegegeven, kan wellicht van pas komen. We wensen het u van harte
toe, en drukken u met evenveel overtuiging op dat kloppende orgaan om
naar dat docudrama van BBC (Four on) Two te kijken. Het feit dat deze film zo
laat wordt uitgezonden, geeft al aan dat het geen product voor de massa is. Het
geheel duurt een uur, wordt in breedbeeld uitgezonden met stereofonisch geluid.
Het zou aardig zijn te mogen weten wat de beide protagonisten zelf van zon,
zeer beknopte, verfilming van hun beider leven en invloeden, zouden denken. Als
ze maar hard genoeg in de onsterfelijkheid van de ziel hebben geloofd, is het
hun eventueel gegeven over onze schouder mee te kijken.
De luisterzender BBC Radio 3 presenteert vijf dagen achtereen, van
heden, maandag 18 juni tot en met aanstaande vrijdag 22 juni, elke
middag tussen 13:00 uur en 14:00 uur het programma Composer of the week.
Deze week is de Hongaar Béla Bartók (1881-1945) aan de beurt. Het
aangename van deze BBC-reeks is dat de programma's niet alleen een
dubbele lengte hebben van de Nederlandse tegenhanger ook vijf dagen
achtereen, doch steeds een half uur maar dat in de avond, deze week
is dat tussen 22:00 uur en 23:00 uur, de uitzending van dezelfde middag
wordt herhaald. Dat is een heel goede zaak, vooral om meer luisteraars
te trekken. Voor uitgebreide informatie over de componist Béla Bartók verwijs ik u naar mijn artikel op het cultuurweblog All art is quite useless van Rond1900.nl, waar u tevens meer illustraties met betrekking tot deze componist kunt aantreffen. __________ Afbeelding: Béla Bartók, getekend door Jarko Aikens, 1984 Archief Heinz Wallisch.
Hoewel vele geleerden de gedachte van de hand wijzen, is het, voor iemand die in de dagelijkse praktijk met honden en katten te maken heeft, al snel duidelijk wat zo'n dier wel en niet begrijpt en of het zelf kan combineren. Hond Joris een kruising van een Tervurense herder met een Schotse collie was een hond, die uitzonderlijk goed kon combineren. Je hoefde, als je met hem de tuin verliet en, alvorens op de fiets te stappen maar een naam van een persoon, zaak of situatie te noemen, en Joris kende de route. Diverse keren per week bezocht ik met Joris de centrale markt in de stad waar een poelier uit Friesland speciaal voor hond en kat gemalen kip verkoopt, en welk begrip bij de katten en de hond in huis enthousiasme wist te genereren. Op een regenachtige zaterdagmiddag had ik bij huis al gezegd "markt" en Joris was onderweg. Nimmer stak hij een straat over zonder aan de stoeprand te gaan zitten, en te wachten op het magische woord "oversteken". Die zaterdagmiddag ging het mis. Halverwege de route moest ik even een zijstraat in om bij een schrijver iets in de brievenbus te deponeren. Dus kreeg Joris de mededeling "we gaan nu rechtsaf." Op zich zou dat geen enkel probleem zijn geweest, ware het niet dat juist bij die zijstraat twee, reeds vroeg in de middag volkomen bezopen mannen liepen. De één werd boos om mijn woorden, en begon tegen mij te tieren. De andere man probeerde dat te sussen met de woorden: "Nee, hij heeft het tegen de hond." Joris was één van die honden, die niets van dronken mensen wilde weten. Dus wat gebeurde? Ik stapte direct om de hoek van die straat van de fiets om de bescheiden in de brievenbus van de schrijver te deponeren. Een klein meisje dat ons de vorige dag al had begroet, waarschuwde me: "Jouw hond is heel hard weggelopen, die meneer schold zo hard." Direct keek ik in de 'hoofdstraat', eerst richting centrum, toen richting huis, doch nergens was er een Joris te bekennen. Eerst ben ik naar huis gefietst, omdat het tamelijk voor de hand lag dat hij zijn veilige honk opzocht, doch in de wijde omgeving van ons huis werd op roepen en fluiten niet gereageerd. Dus maar richting stad. Onderweg in het voor auto's verboden grote park reed een surveillancewagen van de politie mij tegemoet. Die hield ik aan en informeerde ik met alle gegevens. Bij de brug die dat park van de binnenstad scheidt, kwam ik een verre buurman tegen, die me zei dat Joris alleen op de markt zat. Enfin, dat was geruststellend. Dus ben ik maar in een wat hoger tempo verder gefietst. In de straat die op de markt uitkomt, zag ik hem al komen aanlopen, en ter hoogte van het plein waar zich het hoofdgebouw van de universiteit bevindt, raakten we elkaar bijna letterlijk. Alsof er helemaal niets aan de hand geweest was, maakte Joris na een uiteraard uitbundige begroeting rechtsomkeert en konden we naar de markt. De twee kooplieden hadden direct begrepen dat er iets aan de hand was, want Joris was alleen gekomen en had die twee kramen geïnspecteerd die we op zaterdag frequenteerden. De beide kooplui waren bang dat ik een ongeluk had gehad. Na een kwartier was er nog geen Mens die bij Joris hoorde. De fruitkoopman had gezegd dat Joris maar bij hem moest komen, maar deze koos voor een plek met beter overzicht. Plotseling had hij zijn kop in de lucht gestrekt en was hij vertrokken. Vier minuten later waren we samen weer op de markt. Eenmaal thuisgekomen, heb ik met de meldkamer van de politie gebeld om even mede te delen dat Joris terecht was. De politieman die me te woord stond, toonde meer dan de zakelijke belangstelling en vroeg wat er gebeurd was. Ik vertelde het verhaal en hij zei me, veel met (onder meer eigen) honden te hebben beleefd, maar dat dit zeer uniek was. Joris was me een tijd later weer eens kwijt, doordat een grote vrachtwagen tussen hem, op het trottoir, en mij fietsend op straat, te lang de mogelijkheid van zichtcontact belemmerde. Joris ging daarom naar de redactie van de krant waar we een keer of vier per week, en soms nog vaker samen heen gingen, en waar hij het erg gezellig vond, omdat de jonge honden-redacteuren wel samen met Joris wilden voetballen.
___________
Op de foto: Joris naast (het eerste deel van) de leren editie van het Complete Werk van Guido Gezelle.
Kater Ramses en zijn geliefde plekje, naast Boeddha
Kater Ramses hier enkele jaren gelden, toen hij slechts kort nodig had gehad om te besluiten, bij ons te gaan wonen had snel een lievelingsplek gevonden, op de theetafel naast Boeddha. Veel ruimte was er niet, maar dat bleek hem niet te deren. Zodra hij wilde liggen, koos hij wel een andere plek. Opvallend is vooral dat vanuit de andere invalshoeken, die snel achtereen zorgden voor heel verschillende foto's van dezelfde situatie, niet alleen de uitdrukking op de snoet van de levende viervoeter geheel anders is, maar dat ook het zilveren Boeddha-beeld een geheel eigen dynamiek (b)lijkt te hebben.
Amber vindt het doorgaans geweldig als iemand, wie dan ook al gaat haar voorkeur uit naar kinderen tegen haar praat, en, afhankelijk van de toon waarop je spreekt, verschijnt er regelmatig iets van een 'glimlach', in ieder geval een uiting van voldoening, op haar snoet. Toen ik eens tussen de Franse literatuur die zich, zoals de foto laat zien, voor een groot gedeelte langs de trap naar boven bevindt iets zocht en daarbij bladerde in een boek met sprookjeachtige verhalen van André Maurois, kwam ze stijf tegen me aan zitten. Ik vroeg of ik haar nu eens iets Frans zou voorlezen, en dat leek haar leuk, maar allengs toonde de uitdrukking op haar gezicht dat het misschien toch niet zo'n geweldig idee was. De foto's die hierna volgden, laten echter zien, dat het verhaal goed afliep en Amber weer helemaal was gerustgesteld.
Van de vijf grote Russische componisten was César Antonovitsj Cui (1835-1918), met een Franse vader en Litause moeder vandaar de wat wonderlijke combinatie met Antonovitsj de minst bekende. Hij is vernoemd naar Gaius Iulius Caesar (ca. 100-44 vóór onze jaartelling), de Romeinse veldheer en schrijver van De Bello Gallico. Vooruitlopend op nader bericht, later in de week, willen we u wel alvast wijzen op de vier [1] uitzendingen, van maandag 18 tot en met donderdag 21 juni zijn te beluisteren via Radio 4, steeds tussen 19:30 uur en 20:00 uur, in het kader van het programma Componist van de week van Thea Derks, die er veel aan gelegen is een zo breed mogelijk scala aan, niet alleen maar toch ook, onbekende(re) muziekmeesters onder uw aandacht te brengen. Hedenavond wordt een aria uit De Gevangene van de Kaukasus, opus 3, voor tenor en orkest uitgevoerd door Misja Aleksandrovitsj, begeleid door een orkest onder leiding van Onissim Bron; daarop aansluitend zal de Sonate voor viool en piano, opus 84, worden gespeeld door Elizaveta Gilels, viool en Emil Gilels, piano. Het concert wordt besloten met Ik herinner mij een avond / Het is voorbij; Olga Borodina, mezzosopraan en Larissa Gergjeva, piano, zijn de uitvoerenden. Morgenavond,dinsdag 19 juni, worden drie werken gepresenteerd. Begonnen wordt met delen uit de Miniatuursuite, opus 20, gespeeld door het Hong Kong Filharmonisch Orkest onder leiding van Kenneth Schermerhorn, gevolgd door Ténèbres et Lueurs, uit de Suite opus 21, voorgesteld door de pianist Christoph Deluze, en als afslutingde Deux morceaux, opus 36, gespeeld door het Kamerorkest van Europa; dirigent is John Eliot Gardiner. Woensdag 20 juni staan op het programma de Valses, opus 31, gespeeld door de pianist Christoph Deluze. Daarna volgt het tweede deel, Quasi ballata, uit de Suite opus 38, uitgevoerd door het Tsjecho-Slovaaks Radio Symfonie Orkest onder leiding van Robert Stankovsky. Als derde onderdeel wordt voorgesteld Ik raakt de bloesem zacht aan, gepresenteerd door Olga Borodina, mezzosopraan en Larissa Gergjeva, piano.Besloten wordt de uitzending met Ik heb altijd maar van ééntje gehouden, opus 54 nr.4, en Hieronder, opus 54 nr. 5, gezongen door de tenor Sergej Larin, begeleid door de pianiste Eleonora Bekova. __________ In verband met het Holland Festival gebeurt het af en toe dat Thea Derks voor haar Componist van de week niet
vijf, doch slechts vier keer een half uur beschikbaar heeft. Deze keer
is dat als gevolg van het Philip Glass Project het meest ambitieuze
en langst durende werk van deze componist dat
vrijdagavond vanaf 18:02 uur rechtstreeks vanuit het Muziektheater in
Amsterdam de ether in komt. __________ Afbeelding: César Cui in militair uniform.
Nieuwe, beknopte en tegelijkertijd heldere biografie over de mythische schrijver James Joyce
Werken aan Ulysses Twaalf uur per dag schreef, reviseerde en corrigeerde James Joyce aan zijn boek Ulysses, "met één of twee ogen", zoals hij dat zelf omschreef. Daarna draaiden zijn hersens als dol in het rond, maar Joyce besefte dat dat niets voorstelde in vergelijking met datgene wat zijn lezers zouden meemaken als ze het boek eenmaal ter hand zouden nemen. Met deze roman schiep Joyce een eigentijdse held, die in het overdrachtelijke voetspoor van de antieke held van het eiland Ithaka zou treden. Met zijn volgende grote werk, Finnegans Wake, creëerde deze auteur een geheel eigen taal, waarmee hij zichzelf postuleerde als een onnavolgbare woordkunstenaar. Deze in de Ierse hoofdstad geboren man liet zich door niets van zijn weg afbrengen, en keerde op een gegeven moment zijn vader-eiland dat door katholicisme en 'Londen' volledig in de greep werd gehouden de rug toe.
Een literair gedenkwaardige dag
De datum 16 juni wordt op tal van plekken, verspreid over de globe,
gevierd met diverse manifestaties, die op enigerlei wijze betrekking
hebben op Bloomsday.
Onder die benaming is 16 juni 1904 de literatuurgeschiedenis ingegaan,
omdat de heel veel geciteerde, doch heel weinig waarlijk gelezen
roman van James Augustine Aloysius Joyce (1882-1941), zoals zijn
volledige naam luidt, zich binnen het etmaal met die datum heeft
afgespeeld, en de hoofdpersoon, een advertentieacquisiteur, genaamd
Leopold Bloom, in navoging van de omzwervingen van Homeros' held
Odysseus die er wel wat langer over heeft gedaan dan een etmaal, maar
die oude held van Troje en de grote waterwegen [1] moeten we dan ook ten
goede houden dat hij een iets uitgebreider areaal tot zijn
beschikking
had dan wat zich binnen de stadsgrenzen bevond van het Dublin anno
1904. De gedenkwaardigheid van die dag binnen het leven van James Joyce
zelf ligt daarin dat deze datum de jaardag was van zijn eerste
wandeling met Nora Barnacle, zijn latere wederhelft. Reeds tijdens zijn
leven werd Bloomsday gevierd. Beknopte, heldere biografie Hoezeer Johann Wolfgang von Goethe ons er met zijn slotwoord van Faust II "das ewig weibliche zieht uns hinan" ook
van heeft willen doordringen dat de essentie van het menselijk leven in
het element der vrouwelijkheid ligt, zozeer beginnen de beide auteurs
van de recentelijk verschenen, beknopte biografie over de schrijver van
de roman-bij-uitstek van de twintigste eeuw, Ulysses, hun inleiding met de titel Und ewig lockt das Wort. Ongetwijfeld
zullen er legio literatoren zijn, die vinden dat het éne niet per
definitie dat andere hoeft uit te sluiten, sterker nog er zijn
schrijvers, die vinden dat een boek is als een vrouw waarin ook
kwalitatieve gradaties in overvloed vast te stellen zijn en een vrouw
kan zijn als een boek: helder, open en ontvankelijk of volstrekt
ontoegankelijk en gesloten wat wis en waarachtig niet hetzelfde is.
Zij wijzen er tevens op dat bij enquêtes altijd weer blijkt dat Ulysses als belangrijkste boek van de vorige eeuw wordt aangewezen, maar dat het eveneens heeft gezorgd voor veel zogenoemde Berührungsängste.
De Duitse Paus van de Literatuurkritiek, Marcel Reich-Ranicki, is er
zelfs van overtuigd dat bijna niemand het boek heeft gelezen.Hij laat
dan ook geen enkele gelegenheid voorbijgaan om
deze opvatting te verkondigen. Ongelijk heeft hij vast een zeker niet.
Reeks nieuwe basis-biografieën van Suhrkamp
In de nieuwe Suhrkamp-reeks met Basisbiografieën worden weliswaar
voornamelijk internationale schrijvers voorgesteld, maar soms doet men
ook een stap terzijde en wordt er een politicus (Che Guevara), filosoof
(Hannah Ahrendt, Ludwig Wittgenstein), zanger (Bob Dylan), ontdekker
(Columbus), componist (Mozart), of idolen, dan wel ikonen, van geheel
andere signatuur, Boeddha bij voorbeeld, op deze specifieke wijze aan
de vergetelheid ontrukt. Met de vaste ondertitel wordt al aangegeven
hoezeer volgens een stramien wordt gewerkt, waardoor men er mede
gemakkelijker in zal slagen de omvang binnen de gestelde eisen te
houden. Het Leven van de gekozen persoon wordt boeiend en informatief
beschreven, zijn Werk met korte essays, die in
chronologische volgorde
de diverse geschriften behandelen, en zijn Invloeden, binnen de sfeer
van haar of zijn discipline of (ook nog) daarbuiten, passeren eveneens,
zo prettig leesbaar als mogelijk is, de revue. In de iets bredere dan
gebruikelijke marge van de bladzijde worden nummers afgedrukt, die
verwijzen naar de corresponderende pagina's van de beide andere
hoofdlijnen. Alle reeds verschenen en nog in voorbereiding zijnde delen
kosten, althans bij de huidige stand van zaken 7,90. Al het
bovenstaande in aanmerking nemende, is dat geen gekke prijs. _____________
[1] Volgens een enkele lichtelijk gewaagde, theorie bevonden zich die door de Held van Ithaka bevaren waterwegen zich zelfs tot in de territoriale wateren van het huidige Koninkrijk der Nederlanden, namelijk het Zeeuwse zilte nat, waar zich eveneens de beruchte snel samentrekkende rotspartijen van Scylla en Charybdis zouden moeten hebben bevonden. Gelukkig zijn andersdenkenden niet met een bezoek(ing) door de Hydra van Lerna bedreigd. __________
Hans-Christian Oeser und Jürgen Schneider: James Joyce Leben,
Werk, Wirkung. 160 pag., rijk geïllustreerd, paperback in de reeks
Suhrkamp Basis Biographie (sb 21); Suhrkamp Verlag, Frankfurt am Main,
2007; ISBN 3-518-18221-8. Prijs 7,90 (in de BRD, en in Amsterdam bij Boekhandel Die Weisse Rose).
Wacht u voor de Honden! â Tentoonstelling van Pim de Hart in Groningen â Beware of the dogs
Niet zo ver van de plek, waar heden, vrijdag 15 juni 2007, de tentoonstelling van schilderijen in acryl en metalliekverf van de Groninger kunstenaar Pim de Hart, getiteld Beware of the dogs, wordt geopend, lag ruim veertig jaar geleden, in het Verbindingskanaal, een schip met bij de loopplank de historische woorden: Wakku fordont. In principe zou geen hond die tekst hebben begrepen, maar . . . als je bent geboren en opgegroeid aan datzelfde Verbindingskanaal in de noordelijke metropool, dan heb je vanaf het moment dat je kon lezen, bij elke loopplank van ieder aldaar gelegen schip de waarschuwende tekst gezien, al dan niet met geringe spelfouten: Wacht u voor de(n) hond. En de locatie van de koeterwaalse tekst steunt ons hersenstelsel onmiddellijk om te komen tot het juiste begrip. Van de honden, die Pim de Hart in Galerie Kunst in de Kop [1]exposeert, is de Doberman wel het meest vervaarlijk, maar als je verder kijkt, zie je dat niet alleen een vriendelijk bloemenbehang als contrast op de achtergrond voor verdere, min of meer geruststellende, inkleuring zorgt, maar dat de hond die waarlijk geen tandarts nodig heeft ook een Batman-masker draagt, en zijn uitstaande oren wel eens als vleugels zouden kunnen dienen. Stripheld Batman zou misschien de dieren maltraiterende monsters met de geest van Mengele ook wel eens te grazen willen nemen, en die Doberman heeft alles aan lijf en leden wat hij, zonder meer buitenshuis kan meenemen, om zich eens, ten faveure van al te sterk onderdrukte mensen, en niet te vergeten, andere dieren, te laten gelden.
_________
[1] De naam van de Galerie, Kunst in de Kop, is afkomstig van de locatie, aan de kop van de Groningse wijk Oosterpoort, direct aan de buitenzijde van de letterlijke binnenstad, en op enkele minuten loopafstand van het Centraal Station. Het adres is Trompsingel 21.
Een middagwandeling in 1911 in de stad Londen, gekleed in broekrok
Van Dale's Woordenboek der Nederlandse taal beschrijft de broekrok kort
maar krachtig als "vrouwenrok met twee korte, wijde, over elkaar
vallende pijpen." Dat adjectief met betrekking tot de lengte zal dan op
ons eigen tijdsgewricht betrekking hebben. Op de foto, die in 1911 is
genomen van twee dames, die gewapend met wandelstok, respectievelijk
paraplu, en ieder met een opvallende hoed hun middagwandeling in
Londen maken, zien we dat het toch om wat langere pijpen gaat dan men
zich bij de beschrijving "korte" in eerste instantie voorstelt. Maar
ook dat is vanzelfsprekend een gegeven dat door de lezer subjectief
wordt geïnterpreteerd. Gezien de omvangrijke boom en de daarnaast
opgestelde parkbank zou men geneigd kunnen zijn aan Hyde park te
denken, maar meer dan de drie gegevens van plaats, handeling en
kledingstuk, zoals hierboven omschreven, vermeldt de bij de fotografie
meegeleverde tekst echter niet.
Adempauze in de daktuin van een Berlijns warenhuis, anno 1911
"Ze kunnen het dak op," zou de directie van het Berlijnse warenhuis in
kwestie wel eens gedacht kunnen hebben, zonder echter ook maar in de
geringste mate denigrerend te denken of te handelen ten opzichte van al
degenen die men op het oog had. Tegenwoordig is het weer in om bovenop
zo'n groot perceel een soort daktuin in te richten, die dan ook heel
dikwijls over horeca-mogelijkheden beschikt. Soms wordt het vandaag de
dag voor een proefperiode gedaan, waarna men eens verder kijkt, en
altijd zullen commerciële overwegingen daarbij op de voorgrond staan.
Dat het in het geval van het Berlijnse warenhuis in die dagen niet om
een experiment voor de klandizie van de zaak ging, moge blijken uit de
uniforme kledij van de dames, die zich daar verpozen. Het bijschrift
van de oorspronkelijke foto verraadt dan ook dat het hier om een
middagpauze gaat.
Alt-Heidelberg â een stuk Duitse literatuur van het fin de siècle
Op vrijdag 22 november 1901 werd in het Berliner Theater zum ersten
Male een opvoering gerealiseerd van het toneelstuk in vijf bedrijven Alt-Heidelberg, geschreven door Wilhelm Meyer-Förster,
en geënsceneerd door Alfred Halm. Volgens enkele lexicografen, die zich
intensief met de Duitstalige literatuur hebben beziggehouden, is dat Schauspiel nog zeer succesvol gebleventot,
in ieder geval, rijkelijk in de tweede helft van de twintigste eeuw.
Het toneelspel in kwestie is een gedramatiseerde versie van een novelle
uit 1899, die de titel droeg: Carl Heinrich, een behoorlijk
sentimenteel gebeuren met een prins als protagonist, die een
serveerster genaamd Käthe nader leert kennen van dezelfde auteur,
wiens naam heden ten dage slechts weinig literatuurliefhebbers en
toneelminnaars nog iets zal zeggen, al moet worden vastgesteld dat de
goede man als schrijver zeer productief is geweest.
De auteur
Wilhelm Meyer-Förster werd op 12 juni 1862 geboren en ging na zijn
basisopleiding eerst maar eens rechten studeren en vervolgens
kunstgeschiedenis. Daarvoor zag hij in ieder geval aardig wat van de
iets ruimere wereld dan die van zijn geboortestad en -streek. Hij begaf
zich voor die studies naar Leipzig en Wenen, München en Berlijn. In
1890 trad hij in het huwelijk met de schrijfster Elsbeth Blasche, en
leefde, vanaf het jaar dat deze verbintenis werd gesloten, tot in 1898
eerst in Parijs, waarna een terugkeer naar het vaderland werd gerealiseerd en het paar zich in Berlin-Grunewald vestigde.
Meyer-Förster blonk uit als verteller en als toneelschrijver, die er
reeds tijdens zijn studie in was geslaagd ruime bekendheid te verwerven
met zijn satirische roman Die Saxo-Saxonen, welke in 1885 is verschenen.
Het Schouwspel in boekvorm De tekst van het toneelspel in vijf bedrijven, dat als Alt-Heidelberg,
van Wilhelm Meyer-Förster, de geschiedenis is ingegaan, is in boekvorm
ook een behoorlijk succes geweest. In een mededeling vooraf over de
toestemming die moet worden verkregen, alvorens tot opvoering mocht
worden overgegaan, heeft de auteur aldaar nog de persoonlijke noot
toegevoegd dat zijn novelle, die aan het toneelstuk ten grondslag heeft
gelegen, eerder bij de Deutsche Verlagsanstalt was verschenen. Het
exemplaar dat ik thans beschikbaar heb, is in 1905 uitgekomen in een
nieuwe oplage met daarbij de vermelding dat het om het 91.94. Tausend
gaat. Uitgever was indertijd de firma Druck und Verlag von August Scherl G.m.b.H., Berlin. Het gaat (bij mijn exemplaar) om een uitgave als Sonderheft van het tijdschrift Die Woche,
dat eveneens in de Verlagsbuchhandlung van August Scherl is verschenen,
en waarvoor op de achterzijde van het boek dan ook reclame wordt
gemaakt.
De uitgever en zijn fonds
Het is altijd weer fascinerend te zien hoeveel in menige context is
het beter te zeggen: hoe weinig dergelijke boeken en bladen kostten. Die Woche wordt aangeprezen als moderne illustrierte Zeitschrift alle sieben Tage ein Heft, Preis 25 Pfennig. Een prijs, die weliswaar uit onze optiek vrij gering was, maar voor een eeuw geleden helemaal niet zo uitzonderlijk. [*]
Verder meldt de uitgever dat in dezelfde reeks al eerder in zwangloser
Folge andere boeken over Krieg im Frieden (Kaisermanöver 1903) zijn
verschenen, alsook Preislieder-bundels en liederen voor Männerchor.
Het boekje Alt-Heidelberg heeft een omvang van 110 paginas, opdikkend romandruk, en is rijk geïllustreerd met veel
fotos, die bijna alle zijn gemaakt tijdens verschillende opvoeringen,
variërend van Berlijn en Wenen, via Hamburg en Hannover, tot Frankfurt,
Leipzig en Stuttgart. Het is dan ook terecht dat over een groot succes
werd gesproken.
Achterop het boek staat dat de aan de voorzijde genoemde duizendtallen
samen de zevende oplage vormden en dat de prijs 1 Mark bedroeg. Ik moet
er nog aan toevoegen dat de fotos op speciaal, licht crèmekleurig
papier zijn afgedrukt, en dat was in die tijd niet een fluitje van een
cent, zoals anno nu.
Vondst
Toen in 2003 de weduwe van mijn allereerste uitgever, die tien jaar
eerder was overleden, is gestorven, bleken er zich, verspreid door het
wel zeer grote huis, dozen en papieren zakken met mijn naam erop te
bevinden, en dat alles zat vol met krantenknipsels, tal van
tijdschriften, boekjes en wat niet al: potloden en pennen van ver voor
de oorlog en zo meer. In een zak met alleen maar uitgeknipte plaatjes
en ander drukwerk dat alleen als oud papier kon worden aangemerkt,
bevond zich ook het gekreukte, van watervlekken voorziene, exemplaar
van Alt-Heidelberg.
__________
[*] Ik, geboren in 1945, herinner me dat mijn moeder omstreeks 1949
bij een groot warenhuis dat met eenheidsprijzen werkt(e), voor een
kwartje boeken kocht. Relativeren is een goede zaak, en dus, al lijkt
het dat er in veertig jaar niets zou zijn veranderd, moet daar aan
worden toegevoegd, dat boeken bij zon winkel speciaal werden
aangemaakt en er niet veel ruimte werd ingenomen zoals in een normale
boekwinkel met een assortiment. Zoals later sommige ramsj speciaal werd
aangemaakt voor de toen enige alternatieve boekhandelsketen, en weer
enkele decennia later was dat voor een deel reeds het paradepaardje
waarmee veel klanten werden getrokken. Zoals al die tijdschriftlezers
in 1905 vanzelfsprekend in het blad Die Woche werden gewezen op die speciale boek-editie van zon populair stuk als Alt-Heidelberg, dat inmiddels velen kenden, of erover hadden gehoord of het eventueel zelf al hadden gelezen.
___________
Afbeeldingen
1. Voorplat van de editie van 1905 van het toneelspel Alt-Heidelberg uit 1901, van Wilhelm Meyer-Förster.
2. Wilhelm Meyer-Förster de auteur en zijn signatuur.
3. Prins Karl Heinrich (Otto Fricke) en Käthe (Poldi Sangora), hier in een opvoering door het Frankfurter Schauspielhaus van Alt-Heidelberg.
Divadom en Demonie van het Derde Rijk geïnventariseerd
Liefde en waanzin ter grotere glorie van het nazidom
__________ Huismoeders naast en tegenover Paradevrouwen
Vrouwen waren ten tijde van de nationaal-socialistische heerschappij in
de eerste helft van de vorige eeuw gereduceerd tot de functies, die het
reilen en zeilen van huis, haard en nakomelingschap betroffen. Toch
zijn tal van fervente aanhangsters van de nazi-ideologie aan die
beperkingen vroeg of laat ten gronde gegaan. Daarnaast was er ook een
reeks individuen die erin is geslaagd de barrières te doorbreken en
zich op een andere manier te profileren ten faveure van het rijk der
uitzonderlijke boosaardigheid in Midden-Europa gedurende vooral het
derde en vierde decennium van de twintigste eeuw. Daartoe behoorden
niet alleen de echtgenotes van de bonzen wier naam en toenaam zich qua
infamie tot ver buiten de grenzen van Europa hadden weten te vestigen.
Op die manier functioneerde zowel de gewezen actrice Emmy Göring als de
Hitler-leerlinge Henriette von Schirach, die, evenals nog andere dolle
dames uit de sfeer der wederhelften van nazibonzen, hun taak daarin
zagen de mannen te ondersteunen waar ze konden. Magda Goebbels de
echtgenote van de zeer begaafde en even zeer gedegenereerde
propaganda-minister speelde zelfs een heel bijzondere rol: die van
Eerste Dame van het Derde Rijk, mede doordat Hitler zijn geliefde Eva
Braun niet op de voorgrond plaatste.
Vrouwen in de kunsten
Ook enkele dames uit de wereld der kunsten, wier roem eveneens het
regionale Duitse cultuurgebied was ontstegen, deden hun uiterste best
met hun gaven het ware wezen van de nazicultuur een kunstzinnig
aanschijn te geven zoals in het geval van de filmactrice en zangeres
Zarah Leander (1907-1981) of de triomf van het
nationaal-socialistische karakter onnavolgbaar in beeld te brengen,
hetgeen de fanatieke Leny Riefenstahl (1902-2003) heeft gerealiseerd.
Achteraf was ze, uiteraard, zou je willen zeggen, zelf slachtoffer van
nazi-intriganten en moest ze vanzelfsprekend steeds voor haar leven
vrezen binnen die cultus. Kortom, een weerzinwekkend wezen.
Tussen al die uitgelezen vrouwen, die vooral in eerste instantie een
paraderol als wederhelft van een lid van de Nazi-Prominenz dienden te
spelen, bevonden zich ingetogen levende jongedames, met hun
verliefdheid-in-enigerlei-vorm op de Führer, zoals Hitlers nicht Geli
d.w.z. Angela Raubal de dochter van zijn halfzuster die als geen
ander na de oorlog de fantasie van zo menigeen heeft geïnspireerd:
journalisten, historici en psychologen. Deze konden putten uit tal van
memoires van partijgenoten van anno dazumal, welke in de periode na de
ineenstorting allengs beschikbaar zijn gekomen.
Historisch gedegen onderzoek
In 1998 is het eerste deel van een zeer omvangrijke studie naar het
functioneren van deze nazivrouwen gepubliceerd. Twee jaar later kwam
het tweede deel en na nog eens zon zelfde periode werd de trilogie
gecompleteerd. In 2005 is de inmiddels tot bestseller-reeks
geavanceerde publicatie in dertig talen overgezet, hetgeen aantoont hoe
groot de belangstelling ook buiten de Europese grenzen variërend van
Amerika tot China in feite is. Bovendien is het een goede erkenning
voor het acribische onderzoek dat Anna Maria Sigmund heeft verricht.
Deze historica van het Institut für Geschichtsforschung van de
Universität Wien heeft in haar drie boeken met in totaal twintig
vrouwenportretten een stukje monnikenwerk verricht dat op onnavolgbare
wijze een aanvulling vormt op de reeds bestaande literatuur, die deze
dameswezens voor een deel reeds in kaart gebracht had.
Dat slechts weinigen van al deze echtenotes en maitresses de zo
dikwijls gepropageerde hoge normen en waarden konden realiseren, werd
angstvallig voor de buitenwereld geheim gehouden, en dat kon voor een
deel als gevolg van de hermetisch gesloten hofhouding die Adolf Hitler
er op nahield.
Nicht Geli en Zuster Pia
Toen Hitlers nicht Angela aan het eind van 1927 ze was toen negentien
jaar oud van oom Dolf te horen had gekregen dat ze twee jaar zou
moeten wachten, alvorens hij erin zou toestemmen dat ze met zijn
chauffeur in het huwelijk zou treden, bleek dat in de praktijk geen
ander doel te hebben dan dat dit huwelijk, door middel van directe en
aan derden geïndiceerde maatregelen, op de lange baan zou worden
geschoven, en daarin is de bezorgde Oom Adolf dan ook geslaagd. De
brief die de, op dat punt nog, naïeve Geli op kerstavond van dat jaar
aan haar geliefde schreef, is in 1993 te München geveild. Het is een
document dat voor het eerst een duidelijk beeld verschaft van de
relatie tussen nicht en oom, die uiteindelijk mondde in de zelfmoord
van Geli in september 1931.
Een andere rasechte nazivrouw echter niet door huwelijks- of
familiebanden aan Hitlers kongsi gelieerd was de door eigen gebrek
aan menselijkheid tot op het merg met fanatisme vergiftigde Eleonore
Bauer (1885-1981), beter bekend als Schwester Pia, de draagster van de
Blutorden des Dritten Reichs. Haar geestelijke mismaaktheid valt het
best te illustreren door een citaat uit haar praktijkwerkzaamheden als
rechtgeaarde katholieke zuster. Tijdens de kerstviering met alles
erop en eraan, die zij had geïnitieerd voor een klein aantal gevangen
rijksduitsers in het concentratiekamp Dachau in december 1941, sprak
zij: Die Juden aber müssen krepieren und durch den Kamin gehen. Toen
daarop een kapo een gevangene, die toezicht hield op een
Arbeitskommando vol trots vertelde dat hij reeds 96 Joden had gedood
en hem er nog slechts vier ontbraken om het honderdtal vol te maken,
kuste zuster Pia hem en gaf hem ook een extra kerstpakket.
Voor wie het nog niet wist: het ware gezicht van het Derde Rijk bestond
uit geïncarneerde, nog steeds onvoorstelbare, beestachtigheid, niet
alleen bij een enorme groepering van door machtscomplexen en
expansiedrift gevormde zielige, onwelriekende mannetjes, maar evenzeer
in wezens, die als echtgenotes, moeders en representantes van het
malicieuze misdaadsyndicaat van Berlijn de keerzijde van de medaille
hebben gepresenteerd, die echter niets anders was dan een spiegelbeeld.
_______
Anna Maria Sigmund: Die Frauen der Nazis. Die drei Bestseller
vollständig aktualisiert in einem Band. 1.072 pag., paperback; Wilhelm
Heyne Verlag, München, 2005; ISBN 3-458-60016-9. Prijs 15,. (Deze
prijs geldt alleen in de BRD en in Amsterdam bij Boekhandel Die Weisse
Rose.)
ALS de laatste ballon de mist is ingegaan, het laatste kaartenhuis in elkaar is gevallen en de laatste zeepel uiteengespat, zal ik komen met knikkende knieën in de zekerheid dat ik niet word afgewezen.
Uit: De rots van Gibraltar G.A. van Oorschot, 1969
Op maandag 11 juni is de dichteres Hanny Michaelis in de
leeftijd van 84 jaar gestorven engeheel
in de Joodse traditie is zij reeds op dinsdag 12 juni ter aarde besteld. Dit is
gebeurd in kleine kring; een officiële herdenking is voorzien voor woensdag 20
juni in museum De Burcht. Hanny Michaelis werd in Amsterdam geboren in 1922, op
19 december. Als gevolg van de extremistische rassenwaan van Hitler en
consorten verloor ze haar beide ouders in de oorlogsjaren. Daaraan refereert ze
ook in haar gedichten, zoals in De rots van Gibraltar (1969).
In 1948 trad ze in het huwelijk met collega-pennenvoerder Gerard Kornelis van
het Reve (1923-2006), en een jaar daarna verscheen haar eerste bundel bij
uitgeverij Meulenhoff: Klein voorspel (1949), gevolgd door nog vijf
bundels in een tijdsbestek van 22 jaar. Water uit de rots kwam in 1957
uit, in 1962 gevolgd door Tegen de wind. In 1966 werd Onvoorzien
gepubliceerd, en de laatste bundel kwam in 1971 uit, met als titel Wegdraven
naar een nieuw Utopia.
__________
TUSSEN de andere bomen, welige groene gevaartes, die ene, ieder jaar schraler in knop en nu alleen nog maar een fijn vertakt skelet, broze vergroting van een blad in de herfst dat tot op de nerf is verteerd.
Een caricatuur van Goethes groengouden levensboom, maar dichter bij de waarheid.
Uit: De rots van Gibraltar (1969)
_________
Doordat de herenliefde in het leven van
haar echtgenoot een voor verdere samenleving bezwaarlijke rol ging spelen,
gingen de beiden uiteen, maar ze bleven goed bevriend, en ook later heeft Hanny
Michaelis haar ex nog meer dan eens opgezocht. Toen Gerard Reve in april 2006 overleed, was ze echter al te ziek om zijn begrafenis, in het Belgische Machelen-aan-de-Leie, bij te wonen. In 1985 heeft Hanny Michaelis een kleine keuze uit eigen werk geleverd aan uitgeverij
Van Oorschot voor een verzamelbundel met werk van
dichteressen: Gedichten 1945 G.A van Oorschot 1985. Daarna stelde zij een keuze uit eigen werk samen, die in
1989 als Het onkruid van de twijfel werd gepresenteerd. In 1996 werd al
haar poëzie in één bundel bijeengebracht: Verzamelde gedichten. In 2006
is daarvan de vierde druk uitgebracht. Een jaar dáárvoor had J.J. Voskuil nog
een bescheiden keuze uit haar gedichten gemaakt.
Hanny Michaelis werd in 1995 onderscheiden met zowel de Anna Bijns Prijs,
alsook de Sjoerd Leikerprijs voor haar gehele oeuvre. Drie decennia eerder, in
1966, had zij de Jan Campert-prijs ontvangen.
In 2002 zijn haar jeugdherinneringen uitgekomen onder de titel Verst
verleden, over haar wel en wee in de jaren twintig en dertig in de
hoofdstad.
________
DE triomfantelijke moeders achter hun kinderwagens zouden van me walgen als ze wisten hoe opgelucht ik me voelde toen ik merkte dat ik niet zwanger was en geen moord hoefde te plegen om te voorkomen dat door mijn toedoen iemand gedwongen zou worden zich aan het naargeestige leven vast te klampen uit angst voor de dood.
Uit: De rots van Gibraltar (1969)
__________
De foto van Hanny Michaelis is van uitgeverij Van Oorschot te Amsterdam.
VÃtězslava Kaprálová componist van de week bij de Vara op Radio 4
In april 1940 verbleef de Tsjechische componiste Vítězslava Kaprálová al een maand langer dan een jaar in Frankrijk, omdat ze niet terug wilde naar haar geboorteland. Ze trouwde er met de schrijver Jiri Mucha, en twee maanden later kwam er een einde aan haar jonge leven, dat verse huwelijk, en haar, zij het ietwat moeizame, loopbaan als componiste. Ze overleed, volgens zeggen, aan tuberculose.In dat korte leven heeft ze een
toch aanzienlijk oeuvre nagelaten van veertig composities, waarvan er
in de loop van deze week in totaal zestien zullen worden voorgesteld in
het programma Componist van de week, een programma van Thea Derks, dat normaliter van maandag tot en met vrijdag tussen 19:30 uur en 20:00 uur via de Nederlandse zender Radio 4 door de Vara wordt uitgezonden. [1] In de uitzending van maandag 11 juni worden de volgende stukken aan u voorgesteld: 1. Twee liederen, opus 4; gezongen door de sopraan Dana Buresova, aan de piano begeleid door Timothy Cheek. 2. Burlesque voor viool en piano; uitgevoerd door Josef Dolezal, viool en Jan Erml, piano. Dit betreft opnamen, die de Tsjechische Radio Brno op 6 april 1955 heeft gemaakt. 3. Januari. De uitvoerenden zijn Dana Buresova, sopraan; Timothy Cheek, piano; Magda Cáslavová, fluit; Petr Zdvihal en Jan Valta, viool; David Havelik, cello. 4. Twee delen uit het Strijkkwartet, opus 8: (2) Lento, en (3) Allegro con variazioni. ___________ [1] Een enkele keer wordt van deze structuur afgeweken, bij voorbeeld door een festival of vanwege een andere, actuele aanleiding. In dit geval wordt vrijdag geen werk van Vítěslava Kaprálová uitgezonden, omdat de zendtijd die avond is uitgetrokken voor de componist van de Dag: Hanno Eller, van wie een werk zal worden uitgevoerd, dat rechstreeks vanuit de Festivaltent op het Plein de ether zal worden ingestuurd.
De onvoorwaardelijk-muzikale memoires van dirigent Michael Gielen
In juli wordt dirigent Michael Gielen tachtig jaar, en naar aanleiding daarvan komt er een nieuwe versie van de Gurre-Lieder van Arnold Schönberg (1874-1951), waarover we u dan nader zullen informeren. Die acht decennia zijn bepaald niet ongemerkt aan dit wezen voorbijgegaan. In een verkeerde tijd in Duitsland te hebben moeten opgroeien, heeft zonder enige twijfel zijn sporen nagelaten, en bijgedragen tot verdere sensiblisering jegens kwalijke stromingen in maatschappij, kunst en cultuur. Op zijn zesde vertrok het gezin uit Dresden naar Wenen en vervolgens naar Argentinië. Daar leert Michael Gielen in zijn functie als koorrepetitor aan het Teatro Colón de grote dirigenten kennen en beleeft hij een optreden van Maria Callas. Bekendheid krijgt de musicus Michael Gielen als hij, 22 jaar oud, het complete pianowerk van Arnold Schönberg speelt. Eenmaal terug in Europa, beleeft hij hoogte- en dieptepunten, vooral op de internationaal hoog geschatte podia: Wenen, Stockholm, Brussel, Amsterdam, Frankfurt am Main. Zijn chefschap aldaar beschouwt Gielen als een centrale gebeurtenis. Alles wat hij heeft beleefd en ondergaan als bijzonder, is opgetekend
in zijn Memoires, die in 2005 al zijn verschenen, maar die nu, zo kort
voor zijn tachtigste verjaardag, best nog even weer onder de aandacht
van de eventueel geïnteresseerden mogen worden gebracht. Het is vooral
de boeiende veelzijdigheid in de muzikale en muzikanteske
persoonlijkheid Gielen, die het is gelukt de grote lijn van Bach, via
Beethoven en Mahler niet alleen tot in het begin van de eenentwintigste
eeuw vast te houden, maar deze tevens te verbinden aan tal van jonge
componisten uit de wereld der avantgarde, die hij (mede) tot ware
grootheden binnen de muziektraditie heeft weten te genereren. En ook op
hoge leeftijd is het een Rode Draad in zijn leven gebleven: Traditie en
Vernieuwing onlosmakelijk met elkaar te verbinden. ____________
Michael Gielen: »Unbedingt Musik« Erinnerungen. 368 pag., gebonden, met tal van afbeeldingen en een discografie; Insel Verlag, Frankfurt am Main und Leipzig, 2005; ISBN 3-458-17272-6. Prijs 19,80 (deze prijs geldt in de gehele BRD en in Nederland, maar dan bij Boekhandel Die Weisse Rose te Amsterdam).
'Waterloo' van Sergej Bondartsjoek zondagnacht en dinsdagmiddag op Arte
Op de foto: Regisseur Sergej Bondartsjoek (1920-1994). __________
Een imposant gebeuren is het altijd weer, een film te zien van Sergej
Fjodorovitsj Bondartsjoek (1920-1994), of dat nu om de zwart-wit
verfilming van Shakespeare's King Lear gaat of om Война и мир (Oorlog en vrede) uit 1967, die meteen de duurste film uit de Russische geschiedenis is geworden, en de regisseur een Academy Award (Oscar) heeft opgeleverd voor beste buitenlandse film. Drie jaar daarna was Ватерлоо (Waterloo) aan de beurt, waarin Napoléon Bonaparte, evenals in Oorlog en Vrede, een zeer vooraanstaande rol speelt. In de nacht van zondag 10 op maandag 11 juni presenteert de Duits-Franse cultuurzender Arte deze film in breedbeeld. Als aanvangstijdstip staat 00:40 uur vermeld. De film heeft een duur van twee uur en acht minuten. Een herhaling wordt aanstaande dinsdag, 12 juni, uitgezonden vanaf 14:40 uur. Bij de hoofdrollen komen we veel bekende namen tegen: Rod Steiger (Napoléon), Orson Welles (Louis XVIII), Jack Hawkins (Sir Thomas Picton), Christopher Plummer (Duke of Wellington), Rupert Davies (Lord Gordon). De Italiaanse componist Nino Rota (1911-1979) schreef de muziek. Evenals in Oorlog en vrede worden groots opgezette scenes van veldslagen getoond. Het verhaal is een reconstructie van 100 dagen uit het leven van de imperialistische dictator Bonaparte, beginnend bij zijn ontsnapping van het eiland Elba, waar hij zijn leven elf maanden als banneling had doorgebracht, tot en met de nederlaag van Waterloo.
Een vervelende morgen â zonder Romantiesch avontuur
Deze dag begon met Een vervelende morgen. Hoewel ik ontwaakte temidden van mijn in een halve eeuw opgebouwdeVerzamelingen, voelde ik direct dat dit geen etmaal zou worden van een Romantiesch avontuur. Ik besefte dat ik er beter aan zou doen, mij maar eens te beraden over de vraag of ik niet toch nog enkele Bladen uit mijn dagboek zou moeten ordenen, en wel zodanig dat mijn periode van Wonen in het buitenland
eindelijk die plaats zou krijgen, die zij op grond van haar
belangrijkheid verdient. Soms verlang ik heimelijk terug naar die tijd
en bedenk ik dat ik toen aanbiedingen bewust heb afgeslagen die me
echter zeker in staat zouden hebben gesteld om heden ten dage, in
plaats van in een grote stad in het nuchtere Nederland, mijn leven door
te brengen in oorden waar ik Onder de olijven zou kunnen
vertoeven, en als de zon me te fel zou worden, mij eventueel met alle
egards te laten omgeven door iemand die naar de welluidende naam Salvatore zou luisteren, met aan mijn zijde dan nog weer wat extra katten, waaronder ééntje met de aldaar zeer passende naam Imperia.
Doch nu dat alles, als gevolg van mijn eigen weigering ruim drie
decennia geleden, anders is verlopen dan tot de mogelijkheden zou
hebben kunnen behoren, neem ik veelal nuchter genoegen met Begeertes naar kleine wijsheden.
Aamborstigheid als direct gevolg van de nachtelijke, zeer dichte, mist weerhield mij van een Morgenwandeling
en daarom stelde ik de hond voor om in de zijtuin maar weer eens te
gaan inspecteren of de beide laurieren in de nacht opnieuw waren
gegroeid. Hond Amber kreeg, zoals altijd, onmiddellijk assistentie van
de beide oudste katers, die nooit ver van huis zijn. Sasja, de
vijftienjarige, zoekt weer veel sterker het contact met de oude
vertrouwden, nu hij zeer onlangs, na een laatst Tragiesch diner,
weduwnaar is geworden. Dertien jaar was hij met zijn vrouw Bontje, die tevens
zijn halfzuster was zelfde moeder, andere vader dag en nacht samen,
en dan is het wel even wennen, zo zonder wederhelft. Ooit was die tuin
naast mijn huis een klein paradijs zo vol groen dat geen enkele
voorbijganger kon zien of zich iemand in het Zen-gebeuren bevond.
Daaraan terugdenkend, besefte ik dat veel van dat, enkele jaren
geleden, gerooide groen voor mij, niet eens zo langzaam maar wel heel zeker, was omgevormd
tot Boomen van weemoed en smart.
Na eerst wat lopende zaken te hebben afgehandeld, besloot ik, per
eigentijdse vélocipède, met Amber de nodige boodschappen te gaan doen
ik ben tenslotte De man in huis, die zich, met alle respect voor Het verbeelde leven,
ook dient te bekommeren om zaken, die nuchterheid en realiteitszin
vereisen. Fietsend langs een imposant gokpaleis, dacht ik terug aan die
éne Avond in het casino, toen een tante van me ondanks
een belofte niet meer dan vijftig gulden in te zetten, meende mij te
kunnen vermurwen daar toch vijfduizend van haar beschikbare budget voor
te willen gebruiken. Omdat zij zeker was van Een millioen, dat Rockefeller zou kunnen verliezen, maar zij, Heleen, zeker zou winnen, zo niet nog flink wat meer. Over der menschen kinderlijkheid
gesproken. Maar als ze werkelijk zou hebben gewonnen . . . ik had het
maar hoeven te indiceren, en ze had, echter zonder ook maar in de
geringste mate notie te hebben wat het wel eens zou kunnen zijn, zomaar
een Aviatie-week voor me laten organiseren.
Dit alles de revue te hebben laten passeren, was ik aangeland bij een
antiquariaat waar voortdurend de opruimingsdozen en dito kratten worden
aangevuld. En tussen het vele dat ik al dikwijls had gezien, bevond
zich heden een exemplaar van u raadt het vast al wel L. Couperus: Korte Arabesken (1911),
hier echter in de gebonden editie van Wereldbibliotheek (1940), vijfde
druk, 9e duizendtal, met bandontwerp en houtsneden van Denise Acket.
De eerste helft van het boek was wel, netjes, gelezen, de tweede helft
bewees maagdelijkheid doordat het boek steeds weer dichtviel als ik het
opende. Hoewel ik Korte Arabesken wel tussen diverse andere
werken van deze meneer L. Couperus heb staan, kon ik de verleiding niet
weerstreven, dit exemplaar te kopen. Voor de houtsneden, zeg maar. Een
echte aanslag op het huishoudbuget is het niet geworden. Het boek
kostte zeven euro, maar omdat het langer dan twee jaar in de winkel
stond, kreeg ik het mee voor vijftig cent.
___________ Afbeeldingen
1. Houtsnede van Denise Acket in Korte Arabesken van Louis Couperus, in de WB-editie uit 1940, bij het verhaal Onder de olijven. 2. Houtsnede van Denise Acket in de uitgave uit 1940 van Wereldbibliotheek Amsterdam, met Couperus Korte Arabesken.