Ach ik zou een lijstje kunnen maken van dingen die ik nog zou willen beleven. Tenminste vóór ik de pijp aan Maarten geef. Bvb, een duosprong uit een vliegtuig. Maar het zou toch niet te lang meer mogen duren wegens knoken en beenderen die al wat ouder worden. En dé echte droom is eens een 'Indian summer' beleven in Canada. Ooit heeft mij iemand verteld hoe de zomer daar overgaat, op enkele dagen tijd, naar een nazomer, die onbeschrijfelijk mooi is. Van de ene dag op de andere kleuren de bomen in alle schakeringen rood en bruin.
Maar ik daag de lezers uit om in een reactie hún ultieme droom bekend te maken. Komaan mensen, kruip in jullie pen... euh... tokkel op jullie toetsenborden. Dromen jullie ervan om eens met een raket naar de maan te vliegen? Laat het mij weten. Geef uw fantasie de vrije loop. In 't kort of in een langer verhaal, 't maakt niet uit. Verras mij... ik ben benieuwd...
Had ik het zelf, met mijn eigen ogen niet gezien, ik zou het waarschijnlijk nooit geloofd hebben. Boven in de kersenboom, aan mijn keukenraam: een pikzwarte merel met één witte pluim op zijn kop. Niemand wist hoe die pluim daar gekomen was, er bestond eenvoudigweg geen zinnige uitleg voor. De kans zat er dik in dat zijn ouders al ellenlange discussies gevoerd hadden over die witte vaan. Zijn vader keek af en toe zeer argwanend in zijn richting. Hij had verschrikkelijke twijfels, zou zijn vrouw zich aan een zijsprongetje gewaagd hebben... Maar zij haalde hoogmoedig haar schouders op... pfft... ach wat... Stilaan begon het jong toch te lijden onder de situatie. Het zal je maar overkomen, nagekeken worden om iets waar je part noch deel aan hebt. Hopelijk waaide het onding er ooit eens af in een storm. De vlek der schande begon zwaar door te wegen. Triestig zat hij boven in de boom en probeerde zijn kop tussen zijn vleugels weg te steken. Zelfs de bekende merelliedjes wilde hij niet leren. Ook de verse stralende bloesempjes konden hem niet opmonteren. Voor hem hoefde het allemaal niet meer. Tot hij op een morgen uitbundig zat te kwelen. Het leek wel puur genot, zelfs een beetje onfatsoenlijk. En warempel, de verandering was duidelijk zichtbaar, hij had een vriendinnetje gevonden. Een lief merelmeisje, dat bedeesd naar zijn serenade luisterde. Het was opvallend dat beiden in hun sas waren.
Jaja, wij hebben zo'n spreekwoord: gekrulde haren, gekrulde zeden... Misschien dat er in de vogelwereld zoiets bestaat als: witgekuifde merels... wie weet wat erna komt... Maar haar had het blijkbaar kunnen bekoren.
Een dialoog tussen een reiziger en een poetsvrouw. Op aanvraag van Raf.
Opgelucht stapt de man na een vermoeiende dagtaak de trein richting Hasselt op. Tot zijn grote verbazing wordt hij tegen gehouden door een dikke matrone met blauw-wit gestreepte schort. "Halt, schoenen uit!' 'Schoenen uit? Waar is dat nu weeral goed voor? Ik denk er niet aan!' 'Dan mag u er niet in, ik heb net de vloer geboend en hij is nog niet goed droog.' 'Ik ga hier niet op mijn sokken rondlopen en daarbij, ik heb zweetvoeten.' 'Dat maakt niet uit, u bent niet de enige.' 'Maar ik heb ook gaten in mijn sokken. Je brengt me in verlegenheid.' 'Ah maar daar hebben we iets voor. Trek deze hoezen maar over uw sokken en dan zijn de gaten niet meer te zien.' Met veel gemor doet de man wat er van hem gevraagd wordt en nadat hij zijn schoenen uitgedaan heeft, trekt hij de blauwe hoesjes over zijn sokken. Dan stapt hij de coupé binnen en wilt gaan zitten. Net op dat ogenblik maakt de trein een onverhoedse beweging en voelt de man zijn voeten onder hem wegglijden. De vloer is veel te glad. Wat er dan gebeurt gaat heel snel. Hij schuift, zonder dat hij zich kan tegenhouden richting deur... en naar buiten, waar hij hard en pijnlijk op zijn achterwerk neerkomt. Zijn aktentas spat open en al zijn papieren vliegen in het rond. Het ontgaat hem dat de deuren dichtgaan en de trein vertrekt. Wanneer hij bij zijn positieven komt, ziet hij in de verte de achterlichten van zijn trein in de draai verdwijnen... met zijn schoenen aan boord...
In het begin dat ik alleen was, zat ik in een heel nieuwe omgeving en kwam ik tot het besef dat de vroegere vrienden eigenlijk de mijne niet waren. Zelf had ik geen eigen vrienden, ik had altijd ten dienste gestaan om mensen te ontvangen die in feite niet voor mij kwamen. Om mijn gedachten wat te verzetten, plaatste ik een advertentie in zo'n krantje, waar je pennevrienden kunt zoeken of vragen. Ik moet zeggen ik kreeg wel veel reacties, maar ongelooflijk wat de mensen je allemaal schrijven. De meesten dachten dat ik een relatie zocht, terwijl het duidelijk een rubriek was om te schrijven. Er was een man bij die bereid was om onmiddellijk bij mij in te trekken, want zijn vriendin had hem buitengeschopt. Hij zou voor mij het huishouden doen, zodat ik kon gaan werken.(haha). Hij had dan ook nog een baby van een jaar. Jawadde! Een andere wilde zo snel mogelijk een relatie want hij was niet zo goed in brieven schrijven en vond het maar tijdverlies. Na zorgvuldige selectie bleef er iemand over die zich niet opdrong. Al schrijvend klikte dat vrij goed, we kwamen overeen qua hobby's en interesses. Hij schilderde ook en ging zelfs buiten werken aan de Leie (hij woonde in Gent). Het waren echt interessante brieven die over en weer gingen. Ooit zouden we misschien eens samen naar de Provence gaan en daar Arles bezoeken, waar Vincent Van Gogh had geleefd en gewerkt. Dan spraken we af, hij zou mij komen bezoeken. Maar de dag ervoor belde hij af want hij had een longontsteking opgelopen en moest het ziekenhuis in. Omdat ik wist dat de man niemand meer had, buiten zijn oude demente moeder, had ik medelijden met hem. De dag dat ik vrij had nam ik het besluit om hem te gaan bezoeken, ik wilde hem verrassen. Ik kon met de trein tot Gent en daar zou ik dan een taxi nemen, want ik kende daar niets. In die tijd nam ik soms van die plotse besluiten want ik had het gevoel dat ik mijn eigen moest bewijzen. Het was al middag toen ik aan het ziekenhuis arriveerde. Met een klein hartje ging ik binnen, en na gevraagd te hebben waar ik hem kon vinden, er was eerst wat onzekerheid of hij nog niet naar huis was, maar ze vonden hem dan toch. Dan stapte ik de ziekenkamer binnen, een beetje verlegen om zoveel durf. Zijn ogen werden groot van verbazing, dat had hij zeker niet verwacht. Tijdens het gesprek over vanalles wat, merkte ik wel dat hij zich niet erg gemakkelijk voelde. Dan hoorde ik wat er aan de hand was. De namiddag mocht hij naar huis en hij had al een ambulance besproken die hem zou voeren. Desnoods konden we een taxi nemen, als hij mij dan 's avonds maar naar het station zou kunnen brengen. Maar hij ging vragen of ik meekon met hem. Dat bleek geen probleem te zijn en zo kwam het dat ik met een onbekende man, in een mij onbekende stad, in een ambulance met de zwaailichten op, dooreengeschud werd in een wilde rit, heel hilarisch, we kwamen niet bij van het lachen. Natuurlijk kwam het idee wel even in mij op van: waar ben ik in godsnaam mee bezig! Meer dan praten kwam er niet van. Hij heeft de luchtbel uiteen laten spatten. Hij ging naar het toilet en liet de deur open. Djeezus, wat knapte ik daar op af! Misschien had hij gehoopt dat ik bleef slapen, maar drong niet aan. Hij heeft mij naar het station gebracht waar ik nog net de laatste trein naar huis haalde. Een illusie armer en een ondervinding rijker. Een tijdje later liet hij mij weten dat hij het contact wilde verbreken omdat hij een vrouw had leren kennen, waar hij iets mee wilde beginnen. De hypocriet, wij hadden niet eens een relatie. Maar het heeft niet lang geduurd toen hij mij weer belde, ja die relatie was niets geworden en hij dacht terug aan mij. Ik bedankte feestelijk. Ik ben alleen naar Arles geweest en heb hem van daar een kaartje gestuurd (zoete wraak). Toen dacht hij dat weer alles koek en ei was, maar ik heb nooit meer geantwoord.
Gisteren naar de bioscoop geweest. Ik kende Will Smith wel van de TV-series, in komische reeksen. Maar in deze dramatische rol vind ik hem eigenlijk nogal goed. Alhoewel er niet zó veel gebeurt in het verhaal, houdt de spanning je aan je stoel gekleefd. Er zijn ook heel beklemmende momenten met veel kippenvelgevoel. Alles gaat heel snel, meestal zie je hem lopen. Achtervolgd door Murpfie, zodat af en toe de logica het wel eens laat afweten. Soms zou je wensen dat hij eens eventjes rust neemt, omdat je er zelf nerveus van wordt. Wat ook extra in de verf gezet wordt is het verschil tussen rijk en arm. Maar ik kan mij wel voorstellen dat het in Amerika écht ook zo kan zijn. Ik ga hier de film niet vertellen, voor degenen die hem nog willen gaan bekijken. Maar voor wie van drama houdt, is het een echte aanrader.
Ze hoorde dat haar zoon in 't ziekenhuis opgenomen was, met een zware infectie op de luchtwegen. Al had ze hem al die jaren niet gezien, ze bleef een bezorgde moeder. Zonder na te denken wist ze dat ze hem zou gaan bezoeken. Het ziekenhuis was een openbaar gebouw, en niemand zou haar de deur wijzen. Haar schoondochter zag haar natuurlijk liever niet komen, daar moest ze niet aan twijfelen, maar dat liet haar koud. Bewust maakte ze zich netjes op, het gevoel er goed uit te zien geeft meer zelfzekerheid. Als de buitenkant maar straalde. De binnenkant bleef verborgen, dat ging niemand wat aan. Op haar gemak stapte ze het ziekenhuis binnen en nam uit het winkeltje een fles gekoeld vruchtensap mee. Haar zoon kwam ze al tegen op de gang, waar hij andere bezoekers naar buiten begeleidde. Dat hij terug rondliep was op zich al een goed teken. Hij omhelsde haar met tranen in de ogen en zei hoe blij hij was dat ze gekomen was. Haar schoondochter gaf haar een slap handje en een afkeurende blik. Hoho... als haar ogen messen geweest waren... Het gesprek ging over koetjes en kalfjes, vrij gereserveerd. Een oud koppel kwam de ziekenkamer binnen en terwijl ze terloops eens knikte, besefte ze plots dat het haar ex was, met zijn 'vriendin'. Ze had hem niet dadelijk herkend door de oude-mannen-klak op zijn hoofd. Het was natuurlijk te verwachten geweest dat ze hen tegen het lijf ging lopen. De 'vriendin' deed geforceerd opgewekt en vertelde over op vakantie gaan en plaatsen waarvan ze goed wist dat hij daar vroeger ook naartoe ging met zijn ex-vrouw.
Ze hield zich sterk, waar ze in stilte fier op was. Ze vroeg hem hoe het met zijn moeder ging en over andere familie, wie er al allemaal overleden was. De jaloerse 'vriendin' onderbrak af en toe het gesprek, alleen maar om te laten horen hoe ze haar plaats ingenomen had. Maar allerlei pijnlijke dingen kwamen terug naar boven. Het zou nooit overgaan. Altijd zouden er wel situaties opduiken die terug aan het verleden deden denken, ze wist dat zoiets onvermijdelijk was. En toch wilde ze dat verleden niet terug, het zat heel diep, het verdriet, alles wat ze hadden kapotgemaakt. Toen ze aan de bushalte kwam, had ze het gevoel te stikken. Er kwamen geen tranen, maar enkele snikken welden op uit haar keel. Gelukkig zat er nog niemand in het bushokje. Maar aan een ziekenhuis zie je wel meer mensen met verdriet buitenkomen.
Een halte te vroeg stapte ze al uit, de rest deed ze tevoet, ze had lucht nodig, frisse lucht, het beklemmende gevoel moest verdwijnen. Maar daar had ze meer dan één dag voor nodig, dat wist ze. En daarna zou alles weer zijn gewone gangetje gaan...
Je bent er vóór of je bent er tegen, maar niemand ontsnapt er aan. Waar ik vroeger woonde kwam de carnavalstoet vlak voor mijn appartement voorbij. En omdat het meestal koud is bij die gebeurtenis, zat ik lekker warm achter mijn raam, met mijn knieën tegen de verwarming, op vier hoog en volgde zo het hele gebeuren. Maar de bovenkanten van die wagens zien er heel anders uit op die hoogte. Je ziet onafgewerkte dingen, zonder verf. De mensen beneden in de straat weten dat toch niet en alles lijkt goed om uit te sparen. Tegen dat het confettikanon langskwam, zorgde ik wel dat mijn raam dicht was.
Nu woon ik eigenlijk tussen twee straten in, net waar de stoet vertrekt. Vandaag was er reden genoeg om naar buiten te gaan, niks koud. Het begin ziet er goed uit. Alle dansers en springers nog fris. Een mooie groep die echt opvalt, doet mij denken aan Venetië, door de kleding en de maskers. Veel goud in de stoffen en grote Fabiola-hoeden. Aan hun voeten gouden laarsjes met naaldhakken. Oeioei... de stoet is minstens drie kilometer lang, hoe gaan die dat volhouden, al lopend en springend? Vele wagens komen mij bekend voor van de vorige jaren. Ze hebben gewoon wat andere gekleurde slingers en de dansers nieuwe kostuums, maar wat telt is de ambiance. Omdat ik ook nog een kennis ontmoet kunnen we gezellig tegen elkaar commentaar geven. De kinderen worden bedolven onder de goedkope karamellen, waar ze hun meegebrachte zakjes mee vullen. Of alles daarna opgegeten wordt of na zes maanden in de vuilbak belandt is hier nog maar de vraag. Veel snoep wordt zelfs niet eens opgeraapt of blijft platgetrapt achter. Een oude man met een tas vol snoep, rukt een lekstok vóór de handjes van een klein meisje weg... hij was eerst... Eén groep gooit met appelen. Krijg dat maar eens tegen je hoofd. Een dame krijgt een exemplaar tegen haar zwarte broek en staat verwoed te dabben om de sprats weg te vegen. De arme appel blijft verweesd en geblutst langs de kant van de weg liggen. We weten wie er na de travestieten gaat komen: onze eigenste Jeff Hoeybergs, himself. Jawadde... een klein armzalig wagentje, terwijl we iets heel bombastisch verwachtten. Daar staat Jeff. Onopvallend. Het enige carnavaleske dat hij aanheeft is een plooirok, groengeruit, eentje zoals de meisjes van de zustersschool hier dragen. Dat was het!... Ook geen carnavalschlager. Maar ja, ze zijn maar pas vertrokken, misschien dat hij na een halve bak bier wel loskomt. Het enige wat opvalt zijn de cameramensen die achter hem aanhollen. (echte). Als de stoet voorbij is, komt aan de andere straat de eerste wagen al weer aan. Het zit er weer op en hier wordt de hele rataplan weer ontbonden. Ik ga nog effe naar de bank. Daardoor kom ik de hele bende weer tegen. De venetiaansen met hun laarsjes in de hand en op sokken of blote voeten. Zelfs de Jeff, hij staat op de hoek nog steeds met de cameramensen te praten. Heel anders dan toen ik hem op tv gezien heb bij Goedele, met een muil van hier tot ginder.
Als afsluiter ga ik aanschuiven aan de frietkraam die er voor één dag staat. Een klein zondeke, friet uit een echt puntzakje met een klatsj mayo, dat kan smaken! Daar eindigt voor mij carnaval, anderen zullen nog drie dagen feesten, vooral zuipen en eten. Dat zie je dan aan de achtergelaten plassen maaginhoud in hoeken en kanten. Bweeeuuk...
Het heeft toch zijn charmes zo'n markt. Je kan het niet vergelijken met enige andere gebeurtenis. Zelfs al heb je niets nodig, rondslenteren en kijken kan al heel ontspannend zijn.
Het eerste wat ik tegenkom is een tafel waarop kwistig allerhande documentatie rondgestrooid ligt. Twee jonge kerels vragen de mensen om hun handtekening en als ze die hebben, een kleine gift. Het gaat over hulp aan drugsverslaafden. Oké, maar omdat ik enige tijd geleden besloten heb om vooral op mijn intuïtie af te gaan, heb ik al onmiddellijk wantrouwen omdat ze geen Nederlands praten. Een van hen, een grote gespierde jongeman met een mooie gave huid, vertrouwt mij samenzweerderig toe dat hij een ex-verslaafde is. Ik heb echt moeite om hem te geloven en besluit om wel te tekenen, but 'no money'. Hij is al snel een pak minder vriendelijk, maar kan niet anders dan 'okay' zeggen. Moet het ook nog lukken dat wanneer ik tien minuten later op dezelfde plaats langskom, ze al spoorloos verdwenen zijn. Allé dan, ik zal het dus nooit weten.
Maar om terug te komen op de marktkramers, het is en blijft toch een ras apart. Zolang je maar enige interesse laat blijken, proberen ze je met alle mogelijke middelen aan het kopen te krijgen. Heel vertrouwelijk noemt er ene mij 'Charlotje, jij kan zeker zoiets nog gebruiken!' Waarop ik: 'neen Lowietje, ik heb geen plaats.'
Als ik een grote kartonnen doos zie staan, met onbekende inhoud, maar in 't rood staat er vijf euro op, dan word ik nieuwsgierig. Ik wil wel weten wat je voor die prijs nog kan kopen. Er liggen twee hoofdkussens in. De man prijst zijn waar aan en zegt onmiddellijk: vijf euro... dat is voor niets! Maar omdat ik niet toehap: 'je mag ze alletwee hebben, omdat het de laatste zijn, voor vijf euro!' Ik: 'neen ik heb er geen nodig.' Hij blijft proberen, zodat ik mij verplicht voel om te zeggen: 'ik heb twee hoofdkussens en ik woon alleen, dus wat zou ik ermee doen?' 'Je woont alleen? Dan zal ik zeker eens moeten langskomen?' 'Ja doe maar!' Inwendig voel ik een sadistische genoegdoening, omdat hij plots schijnt te schrikken van zijn eigen woorden.
En dan heb je nog die man met zijn witte klak, ik zou echt niet weten hoe zijn naam is. Hij doet iets met poetsproducten, maar de mensen blijven in de eerste plaats staan om te kijken naar zijn onemanshowtje. Als een spraakwaterval vertelt hij de ene grap na de andere en doet iedereen gieren van het lachen. Maar als de verkoop wat tegenvalt en je vangt toevallig zijn bezorgde blik op, besef je dat die man daarvan moet leven.
Wie kent er niet die kleine stofzuigertjes die momenteel worden aangeboden? Jaja, de truc met de bowlingbal, dit is duidelijk de kracht van het luchtledige, maar hebben de mensen dat door?
Een regendag op de markt, dat heeft ook iets apart, het komt dan soms tot een waar regenschermenballet. Door de bomen zie je dan het bos niet meer. Wil je er doorgeraken, wordt het een beetje passen en meten. De vraag is dan steeds: wie steekt zijn regenscherm wat hoger, zodat de andere er net onderdoor kan? Het moeilijkste zijn kleine brede dames met een tweepersoons-paraplu. Dit is duidelijk territoriumafbakening, moeilijk om hier zonder kleerscheuren door te raken. Ooit zag ik een oudere man met een paraplu waarvan het stof over twee baleinen los was. Net dat open stuk hield hij boven zijn hoofd. Zou hij de regen op zijn kale knikkertje niet gevoeld hebben? Een grapjas vroeg hem of hij een 'marktaccident' had gehad. Gelukkig had de man gevoel voor humor, en lachte mee.
Jaja... de wereld is een schouwtoneel waar ieder zijn eigen rolletje speelt. En de markt is daar een groot voorbeeld van...
Overal zie je ze in beeld: rode hartjes, ballonnen, bloemen, je kan er echt niet naastkijken. Vroeger bestond dat niet: Valentijn vieren. Maar ik vind het toch mooi voor verliefden dat ze elkaar op die dag eens extra verwennen en knuffelen. Vooral dat laatste is belangrijk. De eerste keer dat ik van mijn ex bloemen kreeg voor Valentijn, ging hij al vreemd. (sinds toen ben ik wat achterdochtig geworden als ik zie dat een vrouw zomaar bloemen krijgt) Misschien ten onrechte, maar dat is zo gegroeid door de omstandigheden. De bedrieger informeerde bij mij over de juiste dag, want hij moest zeker op tijd zijn met zijn bloemen. Eigenaardig genoeg houden snijbloemen het ook nooit lang uit bij mij. Dat komt misschien door de negatieve gevoelens die ze bij mij oproepen. Maar ik gun het anderen wel, gelukkig bestaat er ook nog oprechtheid. Aan alle verliefden: een fijne dag gewenst!!!
Een beetje zenuwachtig hoorde Christina hem thuiskomen. Jack begroette haar met een zoen in haar hals en verraste haar met de rozen die hij achter zijn rug verborgen had gehouden. 'Wel meisje, ik ben er weer!' zei hij een beetje overbodig. 'Hallo Jacko, bedankt voor de bloemen, ik ga ze dadelijk in het water zetten.' 'Blijf niet te lang weg, want ik wil van je gezelschap genieten, ik heb je gemist de hele week.' In de keuken zette ze een vaas onder de kraan en keek in gedachten verzonken hoe hij zich langzaam vulde met water. Als alles naar wens verliep zat haar opdracht er bijna op. Er mocht gewoon niets verkeerd gaan, niet na al die moeite die ze gedaan hadden. Zes maanden voorbereiding was niet niks. Niemand wist dat ze voor het narcoticabureau werkte en zeker Jack niet. Het was algemeen bekend dat Jack Palmer van mooie vrouwen hield. Mooi wàs ze en daarom was het niet moeilijk geweest om met hem aan te pappen. Hij was onmiddellijk gecharmeerd door het meisje met de lange donkere haren en had haar aangesteld als zijn persoonlijke secretaresse. Dat hij waanzinnig verliefd op haar zou worden, had niemand kunnen voorzien, maar in dit geval was het mooi meegenomen. Koudweg had ze het spelletje meegespeeld en omdat liefde nog altijd blind is, was ze ook betrekkelijk veilig. Hij zou nooit vermoed hebben dat zij heel professioneel de microfoons verborgen had, waardoor het bureau zijn doen en laten kon nagaan. Vandaag was dus de grote dag, er zou een belangrijke transactie plaatsvinden in de namiddag. Een grote partij drugs ging hier verhandeld worden. Op het geschikte ogenblijk zouden ze dan binnenvallen. Het was een kwestie van seconden, er mocht gewoon niets misgaan.
Christina zette de bloemen voorzichtig op een klein tafeltje voor het raam en ving een drupje op met haar vinger, dat langs de vaas afliep. Ze tilde het gordijn even omhoog, om een blik op straat te werpen. Ja hoor, de haar bekende wagen stond paraat. Nu was het absoluut nodig dat ze kalm bleef. Jack mocht helemaal niks merken. 'Chrisje, kom hier bij me zitten en vertel me eens wat je zo de hele week gedaan hebt.' 'Ik heb jou ook gemist Jack! Maar ik ben enkele keren de stad ingetrokken met mijn vriendin Anne, je kent haar wel.' 'Prima! Heb je ook veel geld uitgegeven? Je weet, voor mij is dat geen probleem, je kan alles kopen wat je maar wilt. Jack Palmer kan zijn meisje alles geven!' 'Ja dat weet ik wel, je bent een schat!'
Stipt twee uur ging de deurbel en Jack ging persoonlijk opendoen. Christina was blij dat ze naar de keuken kon verdwijnen, ze zou koffie gaan zetten, zodat ze niet bij het gesprek aanwezig hoefde te zijn. Het waren de verwachte vrienden van Jack, die ze al eens eerder ontmoet had. Met een arrogante genre kwamen ze binnen, elk een zwart koffertje in de hand. Ongure sujetten waar ze maar liefst niets mee te maken kreeg. Ze gunden haar ook geen blik, dat lag duidelijk beneden hun waardigheid. Alleen de laatste man die binnenkwam, loerde eens gemeen naar haar, zodat ze zich niet erg op haar gemak voelde. De spanning in haar lichaam deed haar maag samenkrimpen. Een blik op haar uurwerk toonde dat de tijd van actie aangebroken was. Het kon nu alle momenten gebeuren. Even later vloog de voordeur open en klonk er luid tumult. Verschillende stemmen riepen door elkaar: 'Handen omhoog! Drugsbrigade! Wapens op tafel en handen omhoog!' De vier mannen waren zo verrast dat ze zich zonder tegenstribbelen lieten boeien. De chef keek goedkeurend naar Christina. 'Alles oké? Prachtig werk!' Ongelovig keek Jack haar aan. 'Jij?... heb jij me dit gelapt?... en ik vertrouwde je zo! Ik hield zelfs oprecht van je. Waren het echt allemaal leugens?' 'Ik deed slechts mijn werk Jack, meer niet.' zei ze koel en afgemeten. Met een onverschillig gebaar gooide ze haar lange haar met een ruk naar achter. De gekwetste blik in zijn ogen negerend verliet ze de woning. Bij haar thuis aangekomen zat ze lange tijd mijmerend voor zich uit te staren en nam toen een besluit. Ze nam briefpapier en schreef een officieel-uitziende brief: haar ontslag. Haar opleiding had gefaald. Nooit had ze verliefd mogen worden op de man, en hoe ze dit moest aanpakken, dat wist ze niet. Daarna huilde ze zich in slaap.
's Morgens vraag ik mij af wie er een plank in mijn luchtwegen heeft gestopt. Als ik kuch klinkt het of er cement wordt gemalen. Een blik door het raam geeft mij zicht op een dikke erwtensoep zoals ons moeder die vroeger maakte. Ja lap... 't is weer marktdag en slecht weer. Maar ik besluit toch maar om te gaan. Al was het maar omdat de berg niet naar Mohammed komt. Buiten ademen... is dat wel lucht? Manmanman... Ik bekijk de groentenkraam diagonaal en zie onmiddellijk dat de prijzen goed gestegen zijn. Omdat ik toch eerst naar de GB moet, besluit ik mijn fruit en groenten daar maar te kopen, ben ik tenminste binnen. Ja sorry, marktkramers, ik weet dat jullie het moeilijk hebben. Ik hoor er net nog iemand zeggen dat ze het zout op hun patatten niet meer verdienen. Dat komt niet alleen door het weer, maar door al die werken die hier momenteel bezig zijn, is er gebrek aan standplaatsen en parkings. Ik haast mij naar huis en ga straks kippensoep maken. Eigenaardig dat kippensoep bij ziek zijn hoort. Plots besef ik dat er nog nooit iemand mij iets op bed heeft gebracht. Geen koffie 's morgens, kippensoep al helemaal niet. Eigenlijk zou ik eens een man willen leren kennen die pannenkoeken kan bakken. Gekke gedachte... maar ja... waarom niet...
Ik kende de man amper. Gewoon van hier in onze refter. Er staan allemaal grote tafels voor zes personen, zodat je als nieuwkomer al snel contacten legt. Je gaat in het begin gewoon zitten waar plaats is. Daarna merk je dan dat sommige mensen je minder liggen dan andere en na een tijdje zit je 's middags bij een vast groepje. Hij was de grappenmaker en heeft ons dikwijls de slappe lach doen krijgen. Maar toch was er in zijn blik steeds een ondertoon van onuitgesproken verdriet. Zijn hobby was vissen, op zee nog wel, want andere vis vond hij oneetbaar. 'De visser' was ook zijn bijnaam. Regelmatig bracht hij gebakken vis mee om uit te delen. Er werd ook steeds bij gezegd: gebakken in goei olijfolie, het beste wat er is . Over zijn privé leven weet ik eigenlijk weinig of niets. De laatste tijd zag hij er niet zo goed uit, hij had griep, die maar bleef duren. Het eten smaakte hem ook niet meer zo goed. Ik herinner mij nog hoe hij zijn halfvolle bord spaghetti aan de kant schoof en eens over zijn maag wreef . Dat was de laatste keer dat ik hem zag. Na het weekend hoorde ik het tragische nieuws dat ze hem dood gevonden hadden, met zijn hoofd in het bad, waarvan het water overliep en al van de trappen stroomde. Even leek het een verdacht overlijden, maar hij zal waarschijnlijk iets gekregen hebben en heeft de kracht niet meer gehad om zich recht te trekken.
Een kerkganger ben ik niet, maar je gaat uit respect voor de persoon naar de begrafenis. Iemand had een goede muziekkeuze gedaan: Stef Bos, met het liedje 'papa' , een kippenvelmoment. Het doet je toch wat als je voor een mens die je steeds alleen hebt gezien, plots een volle kerk ziet. Nog niet zo lang geleden maakte hij nog grappen over doodgaan en koffietafels, hij wist niet hoe dicht hij er zelf bij stond. In mijn fantasie zag ik hem daarboven met zijn ondeugende lach, ziet ze daar eens zitten allemaal, seffens kunnen ze naar de koffietafel. Hopelijk hebben ze daar waar hij nu is ook goeie vis en echte olijfolie...
Op een verlaten stukje woestijnland stond een glanzende cactus heel fier te pronken. Net na een fikse regenbui, wat hier al erg zeldzaam was. Maar dan gebeurde telkenmale weer het grote wonder: Door de gulzig opgezogen waterdruppels kreeg hij de kracht om prachtige rode bloemen uit zijn huid te persen. Het kostte wel wat moeite, maar het resultaat mocht er wezen: Schitterende bloemen als vuurbakens. Omdat de cactus daar in zijn eentje stond, viel hij natuurlijk onmiddellijk in het oog. Ook bij de grote vogel die speurend overvloog en in een duikvlucht rakelings over hem heen scheerde, en passent de mooie bloemen meehappend, omdat die zo lekker zoet smaakten. Elke keer opnieuw hetzelfde scénario met als resultaat: dikke cactustranen. Een egel die langsgesloeft kwam, deed zijn best om hem op te beuren. 'Jij hebt goed praten, had ik maar zo'n huid als jij om mij te verdedigen.' snikte de cactus vertwijfeld. 'Wacht eens even, zei de egel, jij brengt me op een idee, ik ben zo snel mogelijk terug.' En hij verdween uit het zicht. Maar de cactus was niet te troosten en huilde en huilde. Als dat hier nog lang ging duren, zou hij tenslotte totaal verschrompelen, want de volgende regenbui kon nog lang uitblijven.
Enige tijd later was de egel terug daar. Hij had een pakje bij, dat hij voorzichtig openvouwde. De cactus was gestopt met huilen en keek nieuwsgierig naar wat er te voorschijn kwam. De egel was naar de kapper geweest en had de afgeknipte stekeltjes meegebracht. Met een engelengeduld begon hij nu de stukjes één voor één op de cactushuid aan te brengen, zodat die er erg stekelachtig begon uit te zien. Nu leken ze een beetje familie van elkaar. De cactus begreep onmiddellijk de bedoeling en begon al te glunderen. Laat nu de grote vogel maar komen, die beleeft de verrassing van zijn leven, dacht hij.
Later gaf hij de pinnetjes ook mee aan zijn kinderen, zodat ze zich konden beschermen. Zo komt het dat alle cactussen nu stekeltjes hebben, door die kleine slimme egel.
Wist ik maar wat ik zeggen moet. Woorden zijn zo machteloos, geen taal die zin heeft. Lijden in stilte, alleen maar zwijgen, genezen kan niet.
Ik wil weg, het heeft geen zin, ik verdwijn in onbeholpen stilte.
Maar dan weet ik als ik blijf, zijn woorden overbodig. Gewoon aanwezig, als grote steun. Ik streel je hand tot je laatste zucht. Want genezen kan niet.
Welke minister was het ook alweer die een verbod wilde op chocoladesigaretten? Juist ja, die...! Misschien konden ze net zogoed een wet stemmen die enkel volwassenen toelaat om er te kopen, mits bewijs een verstokte roker te zijn. Chocoladesigaretten zouden dus de aanzet zijn naar de echte stinkstokken? Wat een nonsens! Wie heeft er als kind nooit 'gesnoeprookt' ? Ik ook... maar voldoe dus niet aan het cliché, vermits ik niet-roker gebleven ben. Nee voor mij hangt er aan chocoladesigaretten een ander indrukwekkend verhaal vast.
Heel wat jaartjes geleden, ik was misschien zo'n jaar of zes, liep ik door de winkelstraat naar school. (toen konden kinderen nog alleen naar school gaan). In mijn zak zat een pakje van het nu zo veelbesproken snoepgoed. Een van de sigaretten bengelde nonchalant tussen mijn lippen. Een zekere Maria, stond voor het café dat haar naam droeg, de stoep te borstelen. Heel afkeurend keek ze mij aan en zei met een Antwerps accent: 'Bah! Gooi weg, daar heeft een hond op gepiest!' Ik keek terug met een tevreden grijns: mijn opzet was geslaagd, ze dacht warempel dat ik ergens een sigaret had gevonden en in mijn mond gestoken. Mijn dag kon niet meer stuk!
Enkele dagen later hoorde ik vertellen dat er iets vreselijks gebeurd was. Diezelfde Maria was vermoord teruggevonden op de heide. Ze was met een kerel naar de bioscoop geweest en niet meer naar huis gekeerd. Hij had haar koelbloedig gewurgd met zijn eigen sjaal, wat al meteen een bekentenis was. Veel details kreeg ik toen als 'snotneus' niet te horen. Het enige wat ik kon opvangen was het gruwelverhaal van een tante die net tegenover het logementshuis woonde waar de dader verbleef. Ze kende hem van ziens en fietste hem regelmatig voorbij als hij zich tevoet naar zijn werk begaf. Maar volgens mij was ze nooit in gevaar geweest, want ze zag er in de verste verte ook niet uit als Maria, dus weinig kans.
Na al die tijd denk ik er soms aan dat ik Maria nooit de waarheid heb kunnen vertellen. Zou ze het ondertussen van ergens daarboven al ontdekt hebben? Snoepen doe ik nog steeds graag, maar roken, ... daar ben ik nooit aan begonnen...
Wat doe je als je zin hebt om iets op je blog te zetten en merkt dat je een inspiratieloze dag hebt? Mijn humeur is vandaag gezakt samen met de barometer. Waarschijnlijk heeft het weer toch invloed op ons gevoel. Windkracht tien wil al heel wat zeggen. In verschillende landen zijn er al doden gevallen. Ik heb even het nieuws bekeken op de duitse TV, daar hebben ze het over een orkaan. Ze verwachten het ergste tegen deze avond en voor de nacht. Golven van zeven meter hoog, met alle gevolgen van dien. Via mijn raam kijk ik uit op vier grote bouwkranen. Moet het toch lukken zeker dat ik vorige nacht droomde dat er een omgewaaid was. Maar er was weinig schade, ze lag tussen de gebouwen, waar een kleine straat doorloopt. Ook was ze blauw, terwijl deze allemaal gelig-oranje zijn. Het bulderen van de wind boezemt mij angst in, maar wat doe je tegen dat natuurgeweld? Laat ons het einde van de storm maar afwachten en hopen dat het allemaal nog meevalt. Zeker daar waar het zo hevig is.
Vorige zaterdag begaf mijn microgolfoven het. Na ja, begeven is niet het juiste woord, maar ik bemerkte barstjes in de bovenkant van de deur. Ik hoefde geen roosterbeurt door ontsnappende straling, en wegens de leeftijd van het ding vond ik het toch maar best om een nieuwe te kopen. Ik naar 't centrum, grote electrowinkel, veel keus. Ja daar stond wel iets dat mijn goedkeuring kreeg. Omdat er geen prijs opplakte moest de verkoper eerst eens gaan kijken. Hij kwam terug met de mededeling dat het 150 euro was. Niet direct goedkoop, maar omdat ik een combi wilde, dus een normale prijs. 's Avonds werd hij al geleverd, ik heel tevreden, goede service! Zondag was het mooi weer en besloot ik een fijne wandeling te doen. Toevallig kwam ik langs dezelfde winkel en naar gewoonte kijk ik dan zo eens wat er allemaal in de etalage staat. Nee, dat kon niet... aaaaaaaaaaaaaaargh! Mijn microgolfoven in solden aan de prijs van 99euro! Natuurlijk winkel dicht. Misschien maar goed ook want als ik op dat moment had binnen kunnen gaan... ik kookte. Het duurde lang eer het maandagnamiddag was, om te kunnen gaan reclameren. Maar ondertussen was ik wel al wat afgekoeld. In mijn fantasie had ik al gerepeteerd wat ik allemaal ging zeggen. Meestal geven ze geen geld terug, dan krijg je een bon. Maar ik was van plan om voet bij stuk te houden, ik wilde geld zien. Er was ook al een scenario waar ik desnoods de politie belde. Ik zou dreigen met testaankoop, soms zeg ik wel eens dat ik daar iemand goed ken. Dat heeft toch al een paar maal indruk gemaakt! Toevallig was het net de baas zelf die mij bediende. Gelukkig had ik besloten om eerst heel beleefd te vragen of er soms een vergissing was gebeurd. De man zijn ogen werden groot van verbazing. Neen, dat kon niet, zóveel had ik betaald? Dat ging hij eens dadelijk oplossen, via de computer met terugwerkende kracht, zei hij met een glimlach. Zonder problemen kreeg ik de 50euro in handen, met een verontschuldiging vanwege de zaak. Zo simpel ... Toen de deur achter mij dichtviel... pffffffffffft... wat een opluchting! Maar als ik het nu niet had gezien?
Na het krokusverlof zie je ze lopen, fier als een gieter; als ze van hun skivakantie een trofee hebben kunnen meebrengen: nl. een gipsvoet. Het is een beetje een statussymbool, en met of zonder krukken, de bedoeling is om gezien te worden. Want wanneer er iemand medelevend vraagt wat er gebeurd is, wordt er uitgebreid verslag uitgebracht over het hotel waar ze gelogeerd hebben en de kwaliteit van de sneeuw en zeker de plezante après-ski. Het vallen en breken wordt dan terloops wel vermeld, maar vanwege al die andere prettige dingen een beetje naar de achtergrond verdrongen.
Ik was hen vóór, namelijk in januari al, notabene op tweede nieuwjaarsdag. Niet dat ik was gaan skiën, oh nee, verre van. Domweg uitgegleden op de mooie blauwe stenen, waar het centrum hier 'rijk' aan is. Om te glijden hoef je niet naar Oostenrijk te gaan! Die stenen hebben 'iets'. Ze sparen de koude na een periode van vorst zodanig op, dat zelfs wanneer het niet meer vriest, je tegen de avond het ijs uit de grond omhoog ziet komen. Zo brak ik mijn rechterpols en kreeg een gips waar èchte skiërs alleen maar eens smalend naar konden kijken.
Voor mij voelde het ook niet aan als een trofee, er zat iets goed fout. Dat omhulsel spande te hard. Maar in het ziekenhuis werd mijn klacht met enkele kwinkslagen weggelachen. Ach mevrouwtje, u moet een beetje geduld hebben en eens op uw tanden bijten. Jawadde!! Hoe los je zoiets op? Hoe stout mag je zijn als je wenst dat er naar je geluisterd wordt? Klop je op tafel of op die grapjassen? Ik deed geen van beide en verdroeg. Af en toe vroeg mij wel eens iemand of mijn arm al jeukte... ik kon mij dat met de beste wil van de wereld niet voorstellen, ik had alleen maar pijn en nog eens pijn. De dag dat mijn kwelgeest er af mocht, begon de ellende pas goed. Mijn hand en vingers zwollen op en verkleurden tot zo'n soort rode-kool-tint. Nu mag dat wel de modekleur zijn, maar ik heb toch liever dat mijn ledematen daar niet aan meedoen. De mij toegewezen assistent schrok zichtbaar, maar zweeg wijselijk. De behandelende specialist maakte zich geen zorgen en vond dat alles wel zou opgelost zijn met enkele ontstekingsremmers en een paar beurten kine. Waarschijnlijk dacht hij dat huisdokters er ook voor iets zijn.
Na twee maanden was mijn hand nog niet opgeknapt. Ik telde mijn vingers en was blij dat ik ze nog allemaal had. Maar het leek er niet op dat het nog ooit terug goed ging worden.
De behandeling heeft twee jaar geduurd, beste lezers, zestig kine-beurten, vijfenveertig spuiten calcium+vit.d, mijn arm ontstoken tot aan mijn hals en zelfs nu is mijn hand nog lichtjes stijf. Hopelijk hoef ik zoiets nooit meer mee te maken, want het is een onbeschrijflijk leed. Nu weet ik dat ik een sudeck heb gehad, maar geen kat die mij dat toen vertelde en niemand was verantwoordelijk. En dan te bedenken dat ik die dag gewoon met mijn laatste 79fr. een kop koffie wilde gaan drinken! (De euro weet je nog?) Maar misschien dat ik in 't vervolg toch maar beter ga skiën, want daar wéét je tenminste dat het glad is. En zo'n ski-gips lijkt toch wat chiquer, of ligt het gewoon aan het decor?