De Lynx:Al sinds Harm van der Veen in de jaren'70 voorspelde om van de veluwe een groot natuurgebied te maken met alle dieren die er van origie thuis horen inclusief predators,wordt in Nederland gesproken over de terugkeer van de lynx.Uit onderzoek bleek dat de Veluwe alleen niet groot genoeg voor een zefstandige populatie lynxen,maar als onderdeel van een netwerk van leefgebieden voldoet het wel degelijk.Nu de EHS langzaam geraliseerd wordt en er robuste verbindingen komen die ook voor edelhert geschiktzijn,maakt ook lynx een kans om zich her en der in Nederland te vestigen.I het uiterste zuiden van Limburg worden al met enige regelmaat lynxen gespot,net als in de eifel,ardennen en voerstreek.Ark zet zich samen met de andere betrokkenen in om het leefterrein van de lynxen te verbeteren.
Kenmerken: Voorvleugellengte:32-39 mm. De grondkleur van boven-en onderkant van de vleugels is uit tot cremekleurig.Op de bovenkant van de voorvleugel bevinden zich enkele zwarte strepen die dwars over de vleugel lopen.Op de bovenkant van de achtervleugel liggen langs de achterrand enkele blauwe maanvlekken. Opvallend zijn de staartjes aan de achtervleugel.
Gelijkende soorten:Zie de koninginnenpage.
Voorkomen: De koninginnenpage is een zwerver die ongeveer vijftig keer in Nederland gezien is.De laatste jaren wordt er gemiddeld een exemplaar per jaar gezien;in sommige warme jaren meerdere exemplaren.De dichtsbijzijnde populatie bevindt zich in het Rijn-en Ahrtal in Duitsland.De koningspage kan op eigen kracht naar Nederland komen,maar wordt ook geregeld gekweekt.
Habitat:Heuvelachtige gebieden op warme en droge plaatsen;vooral open terreinen met vrijstaande struiken en ruigte.
Waardplanten:Sleedoorn en andere prunussoorten.
Vliegtijd en gedrag:De koningspage vliegt in een tot drie generaties.Zwervers die in Nederland worden gezien zijn van de eerste generatie die in mei en juni vliegt of van de tweede generatie die inaugustuds en september vliegt.
Voorvleugellengte 27-30 mm.Deze citroengele vlinder heeft aan de voorvleugel een puntige vleugelpunt; aan de acchtervleugel bevindt zich halverwege de achterrand een duidelijk puntje. Het vrouwtje is bleekgeel of soms bijna wit.De onderkant van de vleugels is groenachtig van kleur.
Voorkomen: Een algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt.
Habitat: Vooral zonnige plaatsen in open bos en langs bosranden,struwelen op braakliggende percelen en houtwallen in landbouwgebieden en tuinen.
Waardplanten: Sprokkelhout en wegedoorn;vooral jonge stuiken op open zonnige plaatsen.
Bovenzijde vleugels donkerbruin,bij het mannetje zonder oogvlekken,Bij het vrouwtje met duidelijke oogvlekken.Onderzijde lichter bruin met 5 omrande oogvlekken.
Levenswijze:Vroeger werd een aantal soorten vlinders met vink aangeduid.Het Koevinkje hield zich op bij de rustplaatsen van vee.De vlinder opent alleen de vleugels bij koel,zonnig weer om zich op te warmen.De vrouwtjes zetten de eieren niet af op een plant,maar laten ze tijdens de vlucht in de vegetatie vallen,net als het dambordje.Het afgebeelde vrouwtje is net teruggekeerd van de eileg en er is nog een lichtgroen ei tussen de achtervleugels blijven kleven.De grijsbruine,duidelijk kort behaarde rups leeft op een aantal soorten grassen.
Kenmerken:Voorvleugellengte circa20mm.Het mannetje van deze soort valt op door de grote oranje vlek in de voorvleugelpunt;bij het vrouwtje ontbreekt deze karakteristieke vlek.De onderkant van de achtervleugel is geelgroen.
Voorkomen: Een algemeen standvlinder die verspreid over het ganse land voorkomt;de meeste waarnemingen komen uit het oosten van het land.
Kenmerken: Vleugellengte:31-40cm.De bovenkant van de vleugels heeft bij het mannetje een blauwpaarse glans;het vrouwtje is bruin en mist deze glans.Op de bovenkant van de voorvleugel bevindt zich vlak bij de achterrand een onopvallende,donkere vlek.
Vliegtijd en gedrag.
Half juni-begin augustus in een generatie.De vlinders voeden zich eerst vooral met honingdauw en sap van blodende bomen.De mannetjes komen soms naar de grond om te drinken van plassen,kadavers en ook zelfs bezwete mensen. Er worden zelden meerdere vlinders bij elkaar gezien
Kenmerken:Voorvleugellengte circa 15mm.De bovenkant van de vleugels is bij het mannetje blauw en bij het vrouwtje bruin.Sommige vrouwtjes hebben een sterke blaue bestuiving,maar er komen ook zuiver bruine vrouwtjes voor.De franje is niet geblokt maar zuiver wit.De vlekken op de onderkant van de voor- en de achtervleugel zijn even groot.Op de onderkaant van de voorvleugel bevinden zich twee wortelvlekken,waarmee deze soort van alle verwante sorten is te onderscheiden.vaak is de onderkant van de vleugels bij de vleugelwortel blau bestoven.
De Kievit:Wijdverspreide,vaak algemene standvogel,zomergast,doortrekker of wintergast in geheel EUROPA Determinatie:29-32 cm.lijkt vanop afstand zwart-wit,opvallende Kuif.Kop met ingewikkeld patroon van zwarte lijnen,heel zwart,uitlopend in zwarte borstband.'s Winters zijn keel en bovenborst wit. Toont in de vlucht zwarte,brede en afgeronde vleugels. Geluid: Klaaglijk pie-wit Habitat: Nat grasland en akkers,moerassen.
Beschrijving: De kleine vos heeft een voorvleugellengte van 22 tot 25 millimeters. De basiskleur van de bovenkant van de vleugels is oranje. Langs de voorkant(costa) van de voorvleugel loopt een band van afwisselend gele en zwarte vlekken,die bij de vleugelpunt(apex) wordt afgesloten met een witte vlek. Ook in het middenveld bevindt zich nog een zwarte vlek geflankeerd door een gele vlek en twee zwarte vlekken.Devleugelbegn van de achtervleugel heeft een zwartbruine kleur. Bij de voorkant van het begin van de vleugel loopt het oranje naar geel..
PAASMAANDAG: De dag dat de Postzegelbeurs van Attenhove doorgaat.We kijken er elk jaar opnieuw naar uit.Alle Buzin liefhebbers zijn er weer op post.Dan viert Buzin weer Hoogdag met al zijn mooie kreaties en weer vele handelaars kunnen er hun hebben laten zien,om te verkopen.
De Noordse Stern; STATUS;Zomergast;Lijkt sterk op de Visdief,broedt verder naar het noorden,maar ook in het waddengebid.
DETERMINATIE;30 tot39cm.Als visdief maar met kortere,bloedrode snavel,langere staart en met van onderen gezien geheel doorschijnende vleugels. Visdief heeft alleen op de binnenste handpennen een doorschijnend veld. Grijzer van onderen met witte wangen. Juveniel; heeft minder zwart op de vleugelvoorrand dan juviel heeft minder zwart op de vleugelvoorrand dan juveniel Visdief en witte armvleugelachterrand. Geluid;Rauw key-rr.gelijk aan de Visdief,maar korter
Habitat; Grindbanken en stranden.'s Winters op Zee Gelijklopende soorten;Visdief
Het Korhoen;Fedrao Tetrix; Status: Standvogel in bossen en heide. Noordoost Europa.
Determinatie:Man 51-56cm Vr 40-44 cm.Het best te zien op baltsplaatsen in de vroege ochtendof avond. Leeft in groepen. Mannetje zwart,met tamelijk lange,liervormige staart,die tijdens balts opgericht wordt,waardoor opvallende,witte onderstaart getoond wordt.Grote rode kam boven het oog,opvallende witte vleugelbaan in de vlucht zichtbaar.Vrouwtje van boven bruin en zwart gebandeerd,zwart en vooral geel van onderen.Staart is ingekeept.
Geluid:Tijdens Balts een Roe koe;Ee niezend tsijie-tsjo Habitat: Randen van bossen met verspreidde boomgroepen. Gelijkende Soorten: Kaukassch Korhoen,Auerhoen.