Een paar jaar geleden opperde madame dat ze in de living liever glasgordijnen zou zien dan die beige zonwerende paneelgordijnen. Mijnheer stelde zich ontvankelijk op en liet madame gordijnenwinkels afschuimen. Het werd een lange speurtocht. Want het mochten geen klassieke glasgordijnen worden. Daarvoor was het interieur te modern. Op zekere dag viel haar oog op Chinese paneelgordijnen: verticale panelen glasgordijn van ongeveer 40cm breed met horizontaal latjes in verwerkt. Ze was er op slag verliefd op en sprak er met mijnheer over. Hij was niet laaiend enthousiast maar legde zich bij madames keuze neer.
Madame is niet iemand die impulsief koopt. Weken, maanden bleef ze dromen van die Chinese glasgordijnen en afwegen of ze wel degelijk tot een mooier en gezelliger interieur zouden bijdragen. Het ging tenslotte om een aanzienlijk kapitaal. Tot vorige maand, toen was voor haar de kogel door de kerk: ze zou die Chinese louver drapes gaan bestellen. Miek en Cook waren die avond op bezoek en madame vertelde over de komende vernieuwing. Mijnheer zei: Ik ben er eigenlijk niet voor te vinden, maar je doet maar.
Gordijnen kopen zonder mijnheers instemming? Nee. Dan mag ze nog zo vrijgevochten zijn, dat doet ze niet. Ze lag er wel niet de hele nacht van wakker, maar het hield wel geruimte tijd haar gedachten bezig. De avond daarop stelde ze een compromis voor: het bestaande systeem behouden (= verticale lamellen van 15 cm) maar dan in wit, doorschijnend glasgordijn. Daar kon mijnheer zich in vinden. Dat liet ze niet meer koud worden. De dag nadien ging ze de bestelling plaatsen.
De glasgordijnen lamellen zijn vandaag toegekomen. Madame wachtte geen moment om ze op te hangen. Ze werkte zonder opzien; wou het geheel pas zien als alle lamellen opgehangen waren. Toen kwam le moment suprême: het moment dat ze van op afstand het effect van de gordijnen wou monsteren. Het was alsof ze plots voor een authentieke Rubens stond: zo intens genoot ze. Het was op zn Eddy Wallys: gezegd: fantastisch, geweldig en waaw!Dat gefilterd licht, die floue tuin, dat verzacht interieur madame was zo zielsblij als een kleuter met de klokken van Rome. En als kers op de taart: mijnheer vond het ook mooi.
Ze ging vanmorgen met de rapte de zwenkparasol ineen steken. Slechts 5 vijzen, daar draait madame haar hand niet voor om. Het montageplan was wel van Ikea-duidelijkheid, maar dat zou wel lukken.
Voet en staander met vier vijzen aan mekaar vastmaken was in een wip geflikt. Dan moest de parasol in zijn geheel over de staander geschoven en vast gevezen worden. Nog steeds geen enkel probleem. Maar daarna begon het circus. Hold crank F with one hand, move plastic part H to Point E with another to fasten umbrella. Probeer dat koeterengels maar eens te begrijpen! En de tekening die er naast stond, was al even duidelijk. Dan maar op het gevoel gewerkt. Madame duwde crank F omhoog en plots begon de parasol zijn vleugels te spreiden, terwijl dat volgens het plan pas de volgende stap was. Tegelijkertijd dreigde de hele santenkraam om te vallen. Daar stond ze dan die reuzenvleermuis in evenwicht te houden. Ze draaide nog eens aan een wieltje met als gevolg dat de parasol nog verder open ging. Wat nu? Zo blijven staan tot mijnheer thuis kwam, lag nogal moeilijk. Die was voor twee dagen op teambuilding. Ze moest iets verzinnen. Het enige dat ze kon doen was die parasol uit de houder liften, op de grond leggen en dan uitzoeken hoe het mechanisme werkte. Ze schroefde, trok en zwoegde tot het spul op de grond lag. Het zeildoek, met een middellijn van ongeveer 3 meter, bedekte het hele terras. Zo kon ze verdomme nergens aan! Ze ijsbeerde een paar keer rond die platte parasol en besloot toen hem terug in de staander te hijsen. Ze trok en tilde het gevaarte uit zijn horizontale positie. Het was alsof ze Nessie uit zijn Loch opviste zo zwaar. Ze beefde van t kracht zetten en na enkele mislukte pogingen slaagde ze er uiteindelijk in om de paal terug in de houder te mikken. Handmatig de baleinen samen persen lukte niet. Er restte niets meer dan wat met het zwengeltje te spelen. En kijk, op een zeker moment verslapte de parasol. Snel greep ze een koord, snoerde de parasol vast en siste: Gedaan met je foefjes! Jij blijft dicht!
Toch gaf ze niet op. Die parasol moest en zou functioneren. Ze testte diverse keren het zwengeltje uit en kwam tenslotte tot de constatatie dat het hele gevaarte aan een dun koordje wiebelde. Dat zat volgens haar vrouwelijke logica niet pluis. En inderdaad, toen ze dat bakbeest nog eens neerhaalde in gesloten toestand deze keer merkte ze dat de top van de parasol in een houder moest geklikt worden. Dat stond nochtans niet op het montageplan!!!
De slapstick madames gevecht met de zwenkparasol heeft 2,5 uur geduurd. Indien gefilmd, versneld afgedraaid en begeleid met tingeltangel zou men zweren dat het een Buster Keaton film was.
Eeuwen lang zijn lelieblanke maagden bezongen geweest als ultieme schoonheden. Tegenwoordig noemt men hen bleekscheten. Madame is zo een van dat wit kaliber. Met als gevolg dat 10 min. blootstelling aan de zon volstaan om haar gekookte-kreeftenrood te kleuren. Ze houdt ontzettend veel van licht en zonneschijn; ze kan er enorm van genieten, maar dan wel van uit een beschaduwd plekje. In de tuin zit ze dan ook steevast onder de notenbomen of onder de parasol. De huidige parasol dateert evenwel nog uit de jaren stillekes. Je weet wel, zon lullig ding dat enkel recht blijft in een tafel met in 't midden een vagina. Om onder die parasol, die qua oppervlakte niet meer is dan een paraplu in t kwadraad, de zon te blijven ontwijken, moet madame voortdurend de stoelendans doen. (Ole Galilei!) Maar aan al die ongemakken komt nu een einde. Madame heeft vanavond van Broer en Schoonzus een grote zwenkparasol gekregen. Vanaf morgen kan ze op een en dezelfde tuinstoel in de schaduw blijven zitten met een huid zo lelieblank als teer velijn.
Vraagstuk: De afstand van de woning van Broer en Schoonzus tot aan de woning van madame is 25 km. Broer vertrekt te voet om 10u en stapt tegen een gemiddelde snelheid van 6 km per uur. Onderweg picknickt hij. Schoonzus vertrekt met de auto om 13u20 en houdt zich aan de snelheidsregels. Wie arriveerde eerst? (Voor de oplossing klik hier)
Schoonzus moest wel met de auto komen. Ze had voor mijnheer en madame verjaardagscadeautjes bij. Broer zou nogal gepuft hebben moest hij ze te voet meegebracht hebben. Madame kreeg nl. een hortensia en mijnheer een weigela. Madame was ontzettend blij met die twee mooie aanwinsten voor de tuin. s Avonds gaf ze hen meteen een zonnige staanplaats.
Het werd een gezellige babbelnamiddag waarbij de weetjes over de familie geüpdatet werden. Zo van: Moesje verhuist eind juni, tante zus is geopereerd, neef zo is nog eens terug naar Mexico geweest, enz. Allemaal schijnbaar triviale nieuwtjes maar toch wetenswaard omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Nog eens bedankt voor de bloemen, Broer en Schoonzus. Ook vanwege mijnheer. Hij vond het bijzonder attent.
Gisteren, meteen na het ochtendgloren, begon madame het terras te hogedrukreinigen. Heerlijk was het, zon hele voormiddag in het zonnetje kledderen met water en van onder het vuil blank beton te voorschijn toveren. Het slijk spatte daarbij op zodat ze er uiteindelijk als een vieze mud-woman uitzag en zelf aan afspuiten toe was. Maar dat hoorde er bij. Geef kinderen en/of madames die nog kinderlijk kunnen genieten zand en water en ze amuseren zich kostelijk.
s Avonds werd het blanke terras ingehuldigd met een zalige maaltijd, waar madame haar ziel zou voor verkopen: du pain, du vin et du ...
Het begon vorige dinsdag. Toen mijnheer en madame die dag opstonden, lag het huis vol schuimige, slijmerige plasjes. Wel twintig! t Was braaksel van Woefke, dat was duidelijk. Maar zoveel en zo schuimend? Madame belde meteen de dierenarts. Die was helaas op ronde en dus legde madame het maar uit tegen de vrouw van de dierenarts. Die vermoedde dat het om wormen ging en suggereerde om Woefke te ontwormen en mocht dat niet helpen, vanavond was de dierenarts thuis. Woefke kreeg daarop onmiddellijk een ontwormingsmiddel toegediend. En dan werd het afwachten.
Alles verliep goed die dag. Woefke leek zich normaal te gedragen. Tot s anderendaags s morgens. Toen lagen er weer schuimplasjes. Wel veel minder dan de dag voordien. Hetzelfde scenario herhaalde zich dag op dag, telkens met minder plasjes. Maar vrijdagmorgen werd madame toch ongerust. Ontwormen kon toch zo lang niet duren!
Gisteravond stelde de dierenarts bij Woefke een maag- en darmontsteking vast. Hoogstwaarschijnlijk een meegebracht virus uit het woefkeshotel. Woefke kreeg meteen twee injecties, moet voor de maaltijd Primperan slikken en verder gedurende 10 dagen antibiotica nemen.
Diezelfde avond beleefden mijnheer en madame met Woefke nog bangelijke uren. Eenmaal thuis was ze onrustig en dizzy, alsof ze een halve fles whisky én zes blikjes Redbull leeggelebberd had. Ze nestelde zich in de zetel, sprong er 20 seconden later uit, legde zich op de vloer, stond na daarop weer op, deed een toer rond de living, ging weer liggen, stond op, liep buiten, kwam binnen, liep achterwaarts(!) terug buiten, kwam weer binnen, draaide rondjes enz, enz. Vermoedelijk een gevolg van de straffe pikuren. Maar wat het ook was, het bezorgde mijnheer en madame een klein hartje.
Vanmorgen gedroeg Woefke zich normaal. Hout vasthouden!
Is het de zon die zoveel werklust opwekt of heeft madame in Polen een fitvirus opgedaan? In ieder geval, ze is niet meer te stuiten. De godganse dag werkt ze als een paard. Ze loopt de benen vanonder haar lijf tot ze s avonds geen peup meer kan zeggen. Ze heeft haar zinnen gezet op een nette tuin en een bloemrijk terras. En wie haar kent, weet het: als ze iets in haar kop heeft, heeft ze het niet in haar staart. Ze heeft de gemetste plantenbak van het dakterras (circa 6 lopende meter!) een grote schoonmaakbeurt gegeven en klaar gemaakt voor nieuwe beplanting. Die bak grondig uitmesten was een titanenwerk, maar wel nodig. Allerhande zaadjes die vogeltjes aangebracht hadden, waren er wortel geschoten en uit de kluiten gewassen boompjes geworden. Het leek wel of er een bos op het dak aan t groeien was. En dan, nu haar vingernagels toch pekzwart zagen, nam ze het benedenterras onder handen. Ze toog naar de bloemenwinkel en bracht een koffer vol plantjes mee: geraniums, clematis, blauwe druifjes en diets meer. Vandaag potte en plantte ze tot voortuinperkje en gelijkvloersterras er fleurig uitzagen. Zelf zag ze er minder fleurig uit: zo zwart als een pot en bekaf. Ze had het gevoel dat haar benen tot aan haar knieën afgesleten waren. Maar als ze na een diep reinigende douche vanuit een luilekkere tuinzetel het terras overkeek, was ze in de zevende hemel. Toen mijnheer thuis kwam stond er romige courgettesoep te dampen op de tuintafel. Buiten eten, in een bloemrijke omgeving: oergezellig en de kroon op het werk!
Dat ze enkele dagen geleden de zoutmijn van Wieliczka gemist hadden, zat mijnheer en madame niet lekker. Op de terugweg besloten ze in de buurt van Krakow beter uit hun doppen te kijken. Madame zocht met spiedend oog naar alle borden met enige verwijzing naar sel, salt, saltz tot ze plots een bord zag met de letters Kopalnia Soli. Ze volgden de pijlen en na tien minuten zigzaggen, bereikten ze de zoutmijn.
De zoutmijn bezoeken vergde een goede fysieke conditie. Het begon al met een trap afdalen van om en nabij de 350 treden. Daarna leidde de gids zijn volgelingen door gangen, op trappen, in grotten, langs meertjes, op nog meer trappen, in onderaardse kapellen, kerken en zelfs in een restaurant. Naast aanschouwelijke voorstellingen over hoe het zout gekapt en vervoerd werd, waren er verrassend mooie beeldhouwwerken in zout te zien. De gigantisch grote onderaardse kerk waar nog iedere dag de mis gelezen werd - was het meest wonderlijke. (zie foto) Zoals in heel de mijn was er alles van zout: het altaar, de vloer, de kristallen luchters Bovendien was alles door mijnwerkershanden gecreëerd. Alleen mijnwerkers mochten/mogen er hun creativiteit botvieren. De achterwand van de ondergrondse kerk is nog niet afgewerkt. Die wacht nog op een kunstzinnige mijnwerker.
Na 2uur ronddwalen in de zoutmijn verlangden mijnheer en madame naar de openlucht. Om terug aan de oppervlakte te geraken was er gelukkig een lift. Nu ja, gelukkig Het was de oorspronkelijke mijnwerkerslift, met getraliede ijzeren bakken van vier verdiepingen. Was de eerste bak nokvol toeristen gestouwd, schokte de lift twee meter hoger en werd de volgende bak geladen. En dan ging het omhoog, kriepend en krakend. Madame kneep ze behoorlijk. Toch was het bezoek de moeite waard.
Ze zouden nog naar Praag rijden. Maar mijnheer en madame hadden geen goesting meer om zonder landkaart, met een GPS die weinig van zeggen was, via rotwegen naar Tsjechië te rijden. Ze hadden hun buik vol van banen met twee baanvakken met meer dan 10cm diepe spoorvorming, putten in de weg, en last but nog least van de ettelijke wegenwerken. In Polen waren gemiddeld om de 10 km wegenwerken aan de gang. Als ze nog een keer in Polen overnachtten, konden ze s anderendaags op comfortabele Duitse autostrades rijden en misschien die dag thuis geraken.
Ze vonden een motel in de buurt van Legnica: het compleet tegengestelde van het luxe hotel in Dresden. Op de kamer stonden twee britsen met lakens die net tot aan het hoofdkussen reikten; op de badkamer (met lavabo weliswaar) slechts één toiletartikel, nl. een plat geknepen bus handzeep. Enne madame heeft het niet tegen mijnheer gezegd, maar s morgens heeft ze in de badkamer een kakkerlak platgedrukt. Nu ja, het was maar voor een nachtje en het ontbijt was verzorgd en lekker. En de rekening viel mee (145 zlotis = ongeveer 37 euro).
Van Legnica naar huis was nog ongeveer 1000 km. Maar omdat op de Duitse autostrades weinig snelheidsbeperkingen zijn, waren mijnheer en madame nog voor het donker thuis. En hier eindigt de Poolse story. Inmiddels zijn mijnheer en madame het dagelijks leven weer gewend, al zinderen de herinneringen nog na.
Op dinsdag 3 april werden mijnheer en madame om 10u20 aan de toneelzaal van Przeworsk verwacht (zie foto). In de hall werden ze verwelkomd door Marta en de voltallige ploeg acteurs en actrices: jongens en meisjes van circa 16 jaar. Na een korte kennismaking werden ze naar de zaal geleid en kregen ereplaatsen aangewezen. Buiten alle verwachtingen in was het een mooie zaal, veel mooier dan onze doorsnee parochiezalen, met pluche zetels en opgaande rijen zoals in een cinemazaal. In een later gesprek met Marta vernamen mijnheer en madame dat ook tijdens het communisme de gemeenschap veel veil had voor het gemeenschapsleven.
De volgende 10 minuten dromden zowat 400 studenten en studentinnen Engels de zaal binnen. Om klokslag 10u30 begon de show. Mevrouw de directrice placeerde een Pools voorwoordje. Dan vertelden twee leerlingen om beurt in het Pools en het Engels over de korte inhoud van de komedie. En toen ging het doek open. Het decor was povertjes. Maar wat die pubers aan acteerwerk neerzetten, in de Engelse taal dan nog wel, chapeau! Een vol uur hielden ze iedereen in de ban. Aanvankelijk lachte het publiek niet veel. Maar naarmate het stuk vorderde brandde geregeld een bulderend schateren los. Vooral als er liefdesscènes geïnsinueerd werden of als er gekust werd, was de zaal loeiend enthousiast. Pittig detail: bij liefdesscènes werd decent het licht uitgedaan, waarop het jonge publiek massaal teleurgesteld reageerde. Sommigen hadden die censuur blijkbaar verwacht, want hier en daar flitsten in de zaal zaklampen aan.J De eindscène, waarbij de held de heldin met haar gat bovenop een pakje boter zet en daarna hartstochtelijk kust, bleef wel in beeld, waarop het publiek uit de bol ging.
Na de voorstelling werden mijnheer en madame uitgenodigd voor een diner. Voor hun buitenlandse gasten hadden de directrice, de onderdirecteur en Marta een exclusief restaurant uitgekozen: het restaurant van de camping Pastewnik . Het restaurant stond in een ranch met oude Poolse huisjes: zon beetje een mini-Bokrijk. Het interieur van het restaurant was authentiek antiek. Moderne apparatuur was er onopvallend in geïntegreerd. Zo stond bv. in het secretariaat de computer op een oude stoof. Mooi en heel apart!
En nog waren de egards niet gedaan. Mijnheer en madame mochten mee naar de school. Ze werden verzocht het gulden boek te tekenen en daarna werden ze naar een klas geleid, waar een dertigtal leerlingen Engels op hen wachtten. Toen mijnheer en madame binnen gingen stonden alle leerlingen beleefd recht en gingen pas zitten als de directrice er toelating voor gaf. Madame schrok ervan. Die discipline kende ze nog uit de tijd dat ze op pensionaat zat. Maar dat zoiets nu nog zwang was? Bij haar weten in Vlaanderen zeker niet meer! De leerlingen hadden een vragenlijst opgesteld: over toneel en cultuur in Vlaanderen, wat mijnheer en madame dachten van Polen, welke landen ze al bezocht hadden, enz. Voor hen was buitenlands bezoek écht bijzonder en het gaf hen de gelegenheid om hun Engels te toetsen. En zo verzorgden mijnheer en madame een geanimeerd uurtje Engelse les.
Marta was nog bereid om voor mijnheer en madame een begeleide stadswandeling te organiseren. Maar daar bedankten ze voor. Ze waren al zo onthutst over de eer die hen te beurt gevallen was, dat ze snakten naar wat privacy. s Avonds kwam Marta nog gezellig nababbelen. Dat Polen ontzettend lief en vriendelijk zijn, blijft voor eeuwig in madames geheugen gegrift.
Łańcut (spreek uit: Wangtsoet) was de eindbestemming van die dag. Vooraleer daar naartoe te rijden zouden mijnheer en madame eerst, op slechts 15 km van Krakow, de zoutmijn van Wieliczka bezoeken. Het mocht dan wel de grootste zoutmijn van Europa zijn, maar met die verdomd karige gegevens van de GPS vonden ze dat spul niet. Kregelig als ze toen waren, besloten ze dan maar in één trek door te rijden naar Łańcut. Het was een rit van slechts 185 km. Daardoor kwamen ze uren te vroeg in het gereserveerde motel aan. Het was toen gelukkig lekker weer buiten en het motel had een gezellige tuin. Enkele uren in het zonnetje relaxen deed toen deugd.
Tegen de avond arriveerde Marta. Wie is Marta? Wel, dat is de Poolse lerares Engels waarmee mijnheer en madame hadden afgesproken. Marta en madame hadden elkaar via het internet leren kennen. By mail had Marta opgetogen verteld over haar leerlingen die de Engelse vertaling van een toneelstuk van Vlaamse auteurs gingen opvoeren. Zij had zelf de regie gedaan. Het ene gemailde woord bracht het andere mee en mijnheer en madame werden uitgenodigd om als eregasten naar de voorstelling te komen kijken.
Marta verwelkomde mijnheer en madame met Poolse hartelijkheid, wat een totaal andere hartelijkheid is dan wat wij daaronder verstaan. Het is een vriendelijkheid die tegelijk respect inhoudt, een mix van beleefdheid en goedhartigheid. Heel aangenaam! Marta had voor haar twee Vlaamse gasten een celebrity programma opgesteld. Ze briefde hen die avond over wat hen te wachten stond en raadde hen bij haar vertrek aan om een wandeling te maken in het nabijgelegen park met kasteel.
Mijnheer en madame vonden de weg naar het park niet meteen. Ze moesten de weg vragen. Madame dook snel in haar boekje Pools op reis zodat ze aan tegen de eerste passant de hoogstnoodzakelijke woorden kon zeggen: Gdzie park Łańcut? (=waar park Łańcut) De gebaren waren duidelijk: altijd rechtdoor. J Het park was eerder een arboretum. Er stonden weinig bloemen, maar enorm veel knoestige oude eiken. Hier en daar ook jonge aangeplante bomen waarvan, volgens Marta, een stuk of zes door staatshoofden gepoot zijn. Het kasteel was wel indrukwekkend groot (zie foto) en deed madame op de een of andere manier aan De Schone Slaapster denken.
Over het motel wil madame nog iets kwijt. Het restaurant was pico bello, de kamer was netjes en lieflijk ingericht. Bij het binnenkomen viel evenwel een doordringend parfum op, alsof er reukkaarsen gebrand hadden. Maar nee, dat was een elektrisch ontgeurapparaatje. De geur was echter zo adembenemend (letterlijk te nemen) dat madame het toestel meteen uit de stekker trok. Fout! Want de dag nadien zweemde een putjesgeur in de kamer. Verder was er één ding te kort. Er was nl. geen lavabo. Boven de badkuip hing een spiegel en een rekje. t Was blijkbaar de bedoeling om je met het badwater te wassen. Dat was wel even op zn padvinders wassen.
Het lag in de bedoeling om de 530km lange trip Dresden-Krakow even te onderbreken met een tussenstop in Wroclaw en daar even te toeristen. Maar twee redenen strooiden roet in het eten. Ten eerste was Wroclaw een grootstad waar het zonder GPS moeilijk oriënteren was. Uiteindelijk geraakten ze toch in het centrum. Ze vonden zelfs parking. Maar t was betalende parking en ze hadden nog geen zlotis. Bovendien stond drie parkeerplaatsen verder de politie met argusogen te waken. Volgens de overlevering zijn Poolse politieagenten geen doetjes die zwichten voor een innocente glimlach. Dus dropen ze wijselijk af en hielden Wroclaw voor gezien.
In de late namiddag arriveerden ze in Krakow. Een hotel was snel gevonden. Alhoewel het hotel boog op drie sterren en een majestueuze entree had, was het comfort op de kamer nipt comfortabel. t Was er netjes, al het nodige was aanwezig, maar toch er hing een kazernesfeer die verdoezeld werd door een make-over van nieuw behang, lambrisering en gordijnen. Het geelgekleurd badwater verraadde de echte staat. Maar vermits mijnheer niet als een frisse Chinees uit bad kwam, was er geen reden tot klagen.
In Krakow was het aangenaam vertoeven. De oude stad was volledig omringd door een groene gordel van parken. Alle straten leidden naar de marktplaats die, zo bleek achteraf, de grootste markt van Europa is. Mijnheer en madame hadden er niet bij stilgestaan, maar het was die dag palmzondag: een dag waarop katholiek Polen feest viert. Het zag zwart van t volk op de markt. De terrasjes zaten overvol. Er was een paasmarkt aan de gang met kraampjes waar alle soorten snuisterijen verkocht werden. Veel mensen liepen rond met een boeket gedroogde bloemen, alsof men op 1 april het begin van de lente viert. Maar die droogbloemen waren, volgens later geraadpleegde bronnen, bij gebrek aan tropische planten het Pools substituut voor de palmen op palmzondag. Later vernamen mijnheer en madame ook dat het vele volk te maken had met Paus Johannes Paulus II. De dag nadien, op 2 april, om 21u37 - het exacte tijdstip van zijn overlijden - vonden in het hele land godsdienstige herdenkingen plaats.
In het midden van de markt stond een prachtig gebouw, een soort paleis. De deuren stonden open en mijnheer en madame stapten binnen. Het was een overdekte markt waar hoofdzakelijk souvenirs en prullaria verkocht werden. Maar dat interieur, jongens! Madame kon een oh! niet onderdrukken. Alle winkeltjes huisden in stalletjes van prachtig houtsnijwerk. De grootsheid van de kooplui uit de renaissance was tastbaar aanwezig.
Op de paasmarkt verorberden mijnheer en madame nog een Poolse braadworst en daarna slenterden ze naar het hotel. Er was nog enorm veel te zien in Krakau. Maar de vakantie was kort en er stond hen nog een avontuur te wachten: in Przeworsk (spreek uit: Psjevorsk).
Vandaag zouden mijnheer en madame eens aan de andere kant van de Elbe gaan neuzen. Voor ze aan de brug kwamen zag hun lodderig oog aan de linkerkant nog zwarte barokke gebouwen staan. Nou, nou, dat vergde onderzoek! En zo ontdekten ze bij toeval het mooiste laat barokke complex van Dresden, nl. De Zwinger - een majestueuze binnenplaats (oorspronkelijk gebruikt voor tornooien en feesten) omgeven door paviljoenen, trappen, torens, beelden, poorten, fonteinen, vijvertjes enz. Indrukwekkend! Het hoefde niet veel fantasie om er dames met hoepelrokken en parasols te zien flaneren. De noblesse was tastbaar. Madame had het gevoel dat ze er niet gewoon mocht stappen, maar dat ze moest schrijden.
Na het prinselijk flaneren in en rond de Zwinger zetten mijnheer en madame er weer een toeristentredje op. Ze kuierden over de brug en kwamen op een groene laan terecht, ruim en breed zoals de moderne pleinen aan de overkant, wat weer een majesteitelijk gevoel gaf. Aan de zijkanten weer overal winkels, maar kleiner en knusser deze keer. Tussen sommige winkeltjes waren mini shopping passages. In een van die passages zag madame plots twee musketiers lopen en achter een hoek verdwijnen. Oh vrouwelijke nieuwsgierigheid! Madame was niet meer te houden, ze wou die musketiers achterna. Met mijnheer in haar kielzog kwam ze op een groene binnenplaats met gezellig terras en antiek restaurantje. De ideale plaats voor een koffiepauze. De musketiers waren er ook. Ze zeiden iedereen een goedendag en liepen door. Madame was iets te laat om te kunnen vragen waarom ze als musketiers ronddwaalden. Dat zal dus eeuwig en altijd een vraagteken blijven.
Veel meer noemenswaardig leek er aan die kant van de Elbe niet meer te zien. Dan maar terug naar de oude stad. Op de brug vergaapten ze zich nog een tijdje aan een BMX showtje van de Dresdner jeugd. Al waren de stunts niet echt spectaculair de grootste crack kon na de schans een pirouette draaien; de meesten hielden het bij een arm en een been uitsteken was het best amusant. BMX fietsen en rollerskates, zo bleek later, waren erg populair bij de jeugd. Overal waren pleinen met schansen en oefenparcours aangelegd.
Van de stad hadden mijnheer en madame inmiddels een goed beeld kunnen vormen. Tijd nu voor een paar musea. Eerst naar het Verkeersmuseum, want autos en motoren zijn mijnheers stokpaardje. Vanwege de volledigheid (treinen, trams, autos, vliegtuigen, motos, fietsen - de afdeling boten was gesloten wegens vernieuwing) was de tentoonstelling van de grotere voertuigen ietwat beperkter dan verwacht. Wat niet wil zeggen dat het niet interessant was. Ruim twee uur vergaapten mijnheer en madame zich aan de archaïsche vervoermiddelen. Terwijl madame paf stond van de soms bizarre modellen, was mijnheer een en al interesse voor de destijds aangewende techniek. Mijnheer verliet het museum met een voldane zucht. Madame zuchtte ook, maar dan van vermoeidheid. Zon trappenhuismuseum kroop niet in haar kleren!
Vermoeide benen of niet, er was nog een museum dat hun nieuwsgierigheid wekte, nl. het Hygiënemuseum(dat zowat 1,5 km van de oude stad lag). Wat een hygiënemuseum inhield, was hun een raadsel. Was het een museum over wc-papier of over tandenborstels? Veel meer konden ze zich bij het woord hygiëne niet voorstellen. Het museum herbergde evenwel veel en veel meer. t Was trouwens een joekel van een museum (2500 m2). Qua grootte te vergelijken met ons museum van Schone Kunsten. Een kwelling dus voor de reeds vermoeide dij- en kuitspieren. Maar eens in het museum ruimden alle pijnen plaats voor interesse, bewondering en verbazing. Alles, maar dan ook alles wat met het menselijk lichaam te maken had, was er ruimtelijk, artistiek, aanschouwelijk en interactief voorgesteld. Anatomie, foetussen, seks, longen, borsten, voedsel, gevoel, gehoor, huid, microbes, cosmetica, hersenen Te veel om op te noemen. Het was onvoorstelbaar veelzijdig en interessant! Met goed ingevette en gemasseerde benen zou men er dagen kunnen spenderen. Maar voor madames wankele kniegewrichten werd het uiteindelijk te veel. Terwijl mijnheer de bijzondere tentoonstelling Tödliche Medizin (over de Holocaust) in zijn eentje bezocht, gunde ze haar benen wat rust. Er wachtte immers nog een fikse wandeling: eerst naar de oude stad voor een hapje en een drankje en daarna nog naar het hotel.
Voor hun laatste avondmaal in Dresden togen mijnheer terug naar het afgietsel van onze Brusselse rue des Bouchers. Ze opteerden die avond voor een restaurant met klasse en lieten zich verleiden door het uithangbord: Kunst Café Antik. De benaming kunst café klonk hen alleszins elitairder in de oren dan steak house. Het bijvoegsel antiek werd pas duidelijk toen ze binnen waren. Stel je een grote antiekwinkel voor, die uitpuilt van de porseleinen beeldjes, kristallen kroonluchters, bombastische kaders, Chinese vazen, antieke tafels en stoelen. Wel, temidden van die antiquarische snuisterijen mocht men aan de antieke tafels (die te koop waren) plaatsnemen en eten. Mijnheer en madame gaven er zowel hun ogen als hun maag de kost. In zon bizar restaurant hadden ze nog nooit gegeten.
Dat was de afsluiter van hun Dresdner avontuur. Morgen wacht hen een trip van 550 km naar het Poolse Krakow.
Moest men madame een autorit aanbieden van 3000 km zou ze beleefd bedanken. Kilometers vreten is haar ding niet. En toch was de 3000 km lange reis van oost naar west, dwars door Polen tot op zowat 130 km van Oekraïne, de moeite waard. Het werd een reis doorspekt van verrassingen, belevenissen en anekdotes. Temeer omdat mijnheer en madame geen landkaarten bij hadden. Waarom zouden ze? Ze hadden immers een GPS, voorzien van alle CDs van de Europese landen. Alleen in Polen gaf de GPS enkel de hoofdbanen aan. Zijstraten werden niet in kaart gebracht. Poolse adressen ingeven was dus ook uitgesloten. Vanaf de Poolse grens werd het dus plan trekken op grote schaal, zowel met de taal als met de geografie.
Dresden
Deze voormalige Oost-Duitse stad staat te boek als het Florence aan de Elbe. Madame is nog nooit in Florence geweest, maar heeft toch het flauw vermoeden dat die flatterende subtitel lichtjes overdreven is. Waarschijnlijk omdat wij Vlamingen rot verwend met kunststeden als Brugge, Gent, Antwerpen enz. Maar toch, de eerste impressies over Dresden waren niet zo verbluffend.
Mijnheer en madame hadden aan de GPS gevraagd om hen naar een Ibis hotel in de Pragnerstrasse te leiden. Mijnheer volgde stipt de aanwijzingen en reed klem midden in een bouwwerf. Met veel gesakker en enige rijvaardigheid manoeuvreerde hij de auto uit modder en braakafval. Inmiddels bleef de GPS volhouden dat de Pragnerstrasse daar om de hoek lag. Mijnheer draaide dan maar aan een volgende hoek af en kwam op een luchtig, hypermodern plein terecht, met recht voor zijn neus: drie Ibis hotels. Mooi zo. Ze hadden het gevonden. Alleen stond hun auto op dat moment potsierlijk, als enig voertuig, op een winkelwandelplein! Ja zeg! Een stomme Belg die daar verzeild geraakt is en wat dan nog? Madame liep snel het hotel binnen om te vragen of er nog een kamer vrij was. Helaas, geen plaats meer. Mijnheer sloop als het ware met de auto naar de andere kant van het autovrij plein. Daar stond nog een hotel. En ja, daar was nog een kamer vrij. Begrijpelijk. t Was een super-de-luxe en bijgevolg prijzig hotel. Maar dat kon mijnheer en madame niet schelen. Ze hadden onderkomen en genoten schaamteloos van de overtollige luxe waaronder een regenwouddouche.
Tijdens een avondwandeling naar de oude stad snoven ze de sfeer op. t Werd een mengelmoes van sferen. Eerst de prachtig aangelegde moderne pleinen met aan weerszijden een vertegenwoordiging van alle Europese winkelketels: Quelle, Media Markt, H&M, Hünkemöller enz. En dan plots, temidden van die luxe een enorm plein omgeven door Heras hekwerk, waarachter bulldozers alles kort en klein sloegen. Van dergelijke werven krioelde het in Dresden. Achter elke hoek, in elke straat waren prestigieuze nieuwbouwwerken of restauraties aan de gang, zodat Dresden een grote bouwwerf leek. Je kon er haast geen enkele foto maken of er stond een bouwkraan, sloopmachine of stelling op.
De oude, cultuurhistorische gebouwen hadden twee dingen gemeen: ze zagen pekzwart (pollutie?) en hadden allemaal minstens één schril gouden ornament. Waarom schril? Omdat het leek alsof in de goudverf een citroen was uitgeperst. Het was geler dan het warme (blad)goud dat wij kennen. Het blonk bovendien onnatuurlijk, ietwat plasticachtig. Madame huiverde er zowaar van. De historische gebouwen op zich waren nochtans indrukwekkend! En mooi! Daar zouden mijnheer en madame s anderendaags hun hart gaan ophalen. Eerst diende de innerlijke mens gesterkt.
Na een romantische wandeling aan de boorden van de Elbe, langs indrukwekkende gebouwen, daalden mijnheer en madame een statige trap af en belandden in een mini Rue des Bouchers vol restaurants. Ze nestelden zich op een terras onder een gasbrander en bestudeerden de spijskaart. Die bulkte van de exotische beesten: kangoeroe, krokodil, struisvogel, enz. Nee, dan maar liever vis, al bleek die volgens de beschrijving ook uit verre wateren te komen. Ze bestelden red snapper. Ze hadden geen idee of het een haring of een haai zou zijn. Maar aan de naam te horen leek het alleszins iets dat beter op je bord tegenkomt dan in zee. (Achteraf bleek het een soort roodbaars te zijn die tussen de 2kg en 15kg kan wegen.) Mijnheer bestelde zijn red snapper met rijst en ongedefinieerde kruiden; madame wou hem gebakken in bananenbladeren. Madames schotel was de meest extravagante. Onder een hoop onappetijtelijke, zwartgeblakerde blaren lag, als een parel in een oester, een homp blanke vis. Maar lekker dat dat was! Om duimen en vingers af te likken!
Het is bijna zover. De koffers staan klaar. Morgenvroeg vertrekken mijnheer en madame op cultuurstedentocht. Madames reisverslag mag je, net zoals de beruchte vijgen, na Pasen verwachten. Toedeloe!
Ofwel heeft mijnheer op zijn rittenkaart bij dokters en artsen extra bonussen gekregen, ofwel heeft hij in die mallemolen de floche gepakt. Hoe dan ook, deze week passeerde hij zo maar eventjes drie keer bij een medicus.
In opdracht van Elza De Leeuwin - zo noemen mijnheer en madame mevrouw de kortaangebonden oogarts had mijnheer drie maanden lang vitamines geslikt. Vorige maandag liet mijnheer nakijken hoeveel de vitamientjes tot verbetering van zijn zicht hadden bijgedragen. Elza keek diep in mijnheers ogen en constateerde: geen sikkepit verbetering. Daarop gaf ze mijnheer de opdracht om een CT-scan van de hersenen te laten maken meer bepaald van oog en omstreken.
En zo kwam het dat mijnheer vandaag weer in het ziekenhuis terecht kwam. Op de radiografie-afdeling deze keer. Hoewel er een afspraak was vastgelegd, moest mijnheer meer dan een uur wachten alvorens hij aan de beurt was - in zon piepklein kamertje, van amper 1m50 x 1m50, met als achtergrondmuziek het geluid van een machine die wegens defect een dun, hoog en snijdend alarm blies. Om zot van te worden! Enfin, mijnheers kop werd uiteindelijk gescand. De uitslag daarvan wordt naar oogarts en huisarts gestuurd. Das dus nog even wachten.
Ook vandaag, maar dan tegen de avond aan, had mijnheer een afspraak met de chirurg die de stembandenoperatie voltrokken had. De weggenomen vlek was onderzocht. Het verdict luidde: ernstige dysplasie met veel kans op een maligne ontaarding. Dat betekent dat mijnheers stembanden vanaf heden een regelmatige follow-up krijgen en dat hij niet meer mag roken en geen alcohol meer mag drinken. Dat was eventjes slikken. Twee geneugtes van het leven werden in één klap ten strengste verboden. Het is nu even moeilijk om met plezier uit te kijken naar het weekje vakantie dat overmorgen begint. Maar mijnheer en madame kennende wordt dat niettegenstaande de opgelegde restricties een ontspannende reis.
Oef! De pc van Schoonzus is terug in orde. Gisteren is Joost er het rommeltje, dat madame er gemaakt had, gaan opkuisen. En hij heeft dat zo gedegen gedaan dat Schoonzus nu terecht mag zeggen dat haar computer avant-gardistisch is uitgerust. Ze was nu zelfs blij dat madame er aan geprutst had. J
Het zou niet netjes zijn van madame om Joost zo maar te laten opdraaien voor madames miskleun. Voor wat hoort wat. Na zijn professionele hulp bij ongevallen, nodigde madame Knoopke en Joost uit voor een etentje in een restaurant met witte tafelkleden en waar bij elk bord drie gracieuze wijnglazen stonden. En mijnheer mocht ook mee natuurlijk. Het werd heerlijk bikken en smikkelen. Een paar flessen Pommard er bij en de avond kon niet meer stuk.
Broer had een mail gestuurd met als onderwerp: help mij, help mij uit de nood. De nood bestond er in dat de computer van Schoonzus kuren vertoonde. Ze kon haar mail niet meer binnenhalen, geregeld floepten pop-upjes met warnings aan. Kortom, het spookte in haar computer. Of madame eens niet kon langs komen. Onderaan Broers mail stond de onweerstaanbare noot: de koffie staat klaar. En dus toog madame naar Broer en Schoonzus om eventjes gauw die probleempjes te gaan oplossen. Ze wist in de verste verte niet waar het knelpunt zou kunnen liggen, maar als doorwinterde plantrekker zou ze wel snel gevonden hebben waar het schoentje wrong.
Na een half uurtje puzzelen kwamen alle mails van Schoonzus binnen gewapperd. Dat probleem was snel opgelost. Nu die pop-ups nog. Madame ging eens neuzen in het Control Panel. En wat vond ze daar? Een lijst van wel dertig gelijkaardig uitziende bestandjes. Op haar eigenste computer had ze zulke bestandjes nog nooit gezien. En zeker niet in die getale. Dat zijn de boosdoeners oordeelde ze en kickte prompt al die bestandjes er uit. Daarna rebooten en dan zou de computer wel verlost zijn kwaaltjes. Maar wat deed die computer? Die startte op met een Compacq scherm, daarna kwam het Windows scherm, toen kwam het Compacq scherm opnieuw, daarna het Windows scherm weer en zo tot in der eeuwigheid, amen. Ze was dus iets te drastisch te werk gegaan, want niet alleen de pop-ups bleven weg, alle andere programmas waren ook foetsie.
Window herinstalleren. Dat was het enige dat ze nog kon doen. Maar Broer en Schoonzus hadden geen software. Geen probleem, op zowat 500m van Broer en Schoonzus vandaan woont Madames initiële computergoeroe. Die zou de nodige software wel willen uitlenen. Het was zowat 3 jaar geleden dat madame vriend Goeroe en zijn vrouwtje nog gezien had, maar in nood kent men zijn vrienden. Met de belofte de software meteen na gebruik terug te brengen en daarna bij hen nog te blijven plakken, kreeg madame van haar Goeroe Windows XP mee. Ze installeerde het programma en kijk! Het werkte weer! Met dit verschil: spelletjes, word documenten ed. waren onvindbaar en internet kreeg ze niet aan de praat. Uiteindelijk heeft madame, met rode koontjes, Joost moeten inschakelen om morgen de verziekte boel te gaan genezen.
Bij haar vrienden Goeroe en vrouw heeft madame nadien drie uur nog gezellig zitten keuvelen. Het deed zo goed hen nog eens te zien en de wederzijdse nieuwtjes van de voorbije drie jaar de revue te laten passeren. Om 23u kwam ze thuis van een gevulde dag, waarop ze eventjes gauw Broer uit de nood ging helpen.
Om zes uur uit de veren. t Deed zeer. Maar het moest. Mijnheer werd om 7u30 in het hospitaal verwacht om de witte vlek op zijn stembanden te laten verwijderen. De administratieve rompslomp aan de balie verliep vlotjes en mijnheer kreeg meteen een kamer toebedeeld. Er was voor een tweepersoonskamer geopteerd, maar bij gebrek aan plaats kreeg mijnheer een persoonlijke suite. Nu ja, suite. Gezellig zijn de kamers in een kliniek niet bepaald. Overal overheerst het klinisch clean wit. Zelfs met roze en geel gespikkelde muren en dito streepjesgordijnen bleef het er streng steriel uitzien. Gelukkig zorgde het personeel voor de huiselijke sfeer. Alle verpleegsters die de revue passeerden waren stuk voor stuk lieve ladys. En dat waren er heel wat. Een voor de ontvangst, een om de bloeddruk te meten, een voor de paperassen en uiteindelijk - na twee uur wachten - twee die mijnheer kwamen halen. Ten vroegste binnen twee uur brengen we mijnheer terug, zeiden ze. Madame nam van de gelegenheid gebruik om een hapje te gaan eten. Daarna ging ze toch maar terug op de kamer wachten. En maar goed, want mijnheer arriveerde een kwartier vroeger dan voorspeld. Hij was nog slaperig, maar zei bij aankomst toch gauw dat alles in orde was. Daarna ronkte hij zalig verder. Ettelijke uen later mijnheer had toen zijn roes al uitgeslapen kwam de dokter. Alles ok. De vlek is weg en wordt onderzocht. Afspraak op mijn kabinet: aanstaande woensdag. Enne je mag spreken hoor, mijnheer.
Geen spreekverbod?! Dat had madame niet verwacht! Volgens de meeste internetsites over operaties aan de stembanden volgt na de ingreep minstens twee dagen spreekverbod. Madame had er zich in gedachten al zorgen over gemaakt. Mijnheer het zwijgen opleggen zou geen gemakkelijke opdracht geweest zijn. Hij is meestal een entertainende causeur. Wat niet wil zeggen dat madame haar zeg niet mag doen, hoor. Palaveren kunnen en doen ze allebei graag. Een zwijgkuur zou voor hen beiden een zware boetedoening geweest zijn.
De ingreep was dus al bij al een meevaller. Al klinkt mijnheers stem nog even haperend als voor de ingreep. Maar dat komt waarschijnlijk langzamerhand wel weer goed. Een ander positief gevolg is: mijnheer is gestopt met roken. Hij is al vier dagen rookvrij. De hardste noten zijn dus al gekraakt. Nog een beetje en mijnheer is weer zo vrolijk en vinnig als een kwinkelerende leeuwerik.
Het was weer tijd voor een grote opknapbeurt bij de kapper. En zoals steeds nam het enorm veel tijd in beslag. Zo maar eventjes 4 uur. Vier uur aan haar kop laten frunniken is voor madame een vier uur durende martelgang. Het frutselen evenals het lijdzaam ondergaan hing haar van begin tot einde de keel uit. Alleen het visioen van een prachtig eindresultaat, een plaatje van een kapsel, gaf haar de kracht om die klotebehandeling uit te zitten. Toen ze na het ondersteboven föhnen recht kwam en in de spiegel keek, sloeg het lieflijke visioen waarop ze vier uur gewacht had om in een nachtmerrie. De heks van Hansje en Grietje keek haar aan. Op haar hoofd stond een kapsel van het model takkenbosbezem: uitgewaaid trapeziumvormig, warrig, piekerig en kroezelig tegelijk. Er mankeerde alleen nog een zwarte punthoed, een haviksneus en een wrat. Is het goed zo? vroeg de kapper liefjes. Met de allergrootste moeite produceerde madame een opgewekt ja,ja. Had ze nee gezegd, moest de kapper van voor af aan herbeginnen en haar geduld was op. Ze sprong in de auto al had ze volgens haar uiterlijk beter op een bezemsteel gesprongen en reed naar huis. Ze griste de plantenspuit beet en sproeide haar haar kletsnat. Hocus pocus weg lelijke heks! Het daaropvolgende uur zag madame er uit als een verzopen kieken, maar daarna was ze weer een normale madame met sluik golvend haar en nonchalante bles. Wie er 94 euro voor over heeft om zich in een heks te laten veranderen, mag madame mailen. Ze bezorgt je het perfecte adres.
Op dit zalige ogenblik kijkt madame naar haar gerepareerd fototoestel. Het ligt als een relikwie op een fluwelen tafeldoek. Een half jaar heeft het geduurd om het toestel voor een zacht prijsje hersteld te krijgen. Het heeft irritatie, frustratie, gramschap en engelengeduld gekost. Maar daar ligt het dan, het als een feniks herrezen kleinood.
Alle eer van de reparatie komt een Duitse ebayer toe. Al moet gezegd dat de vorige helpende hand er ook bergen voor verzet had. De Duitse reddende engel was zo vriendelijk om het bij hem gekochte nieuwe display er in te monteren. Daarbij stelde hij vast dat het contact met de accuklep defect was. Met madames goedkeuring kocht hij dan het nodige vervangstuk en monteerde dat ook nog. En daarmee waren alle problemen opgelost. Het toestel was hersteld.
In de marge wil madame hier lof spreken over ebay. Al haar ebay aan- en verkopen leidden, op misschien ½ percentje na, tot bijzonder aangename contacten. Zowel in binnen- als buitenland. Ze beveelt kopen op ebay warm aan.
De lijdensweg is ten einde. Madame kan weer fotograferen. Wat ze in Polen ongetwijfeld uitbundig zal doen. Maar eerst naar de winkel voor een gepantserde beschermhoes voor haar camera. Een ezel stoot zich geen enz.
Simon – partner van Draakje Kwik - 1° zoontje van Simon Flupke - 2° zoontje van Simon
Meer familie Ma - moeder van mijnheer Bomma - schoonmoeder van mijnheer Broer - broer van madame Schoonzus - vrouw van Broer Directrice - 1° dochter van Broer en Schoonzus Moesje - 2° dochter van Broer en Schoonzus de Soep - zoon van Broer en Schoonzus
Cousine - 1° dochter van tante van madame
Medemensen
Polska – interieurverzorgster Jetje - tof blogmaatje Antoine - buurman, man van Maria Maria - buurvrouw, vrouw van Antoine
Tuinsmurf - de tuinman Ray - vriend regisseur
Beestenboel
Woefke – hond van mijnheer en madame Sloeber - Berner Sennen van Knoopke en Joost Stripke - Kat van Draakje