Dat ze enkele dagen geleden de zoutmijn van Wieliczka gemist hadden, zat mijnheer en madame niet lekker. Op de terugweg besloten ze in de buurt van Krakow beter uit hun doppen te kijken. Madame zocht met spiedend oog naar alle borden met enige verwijzing naar sel, salt, saltz tot ze plots een bord zag met de letters Kopalnia Soli. Ze volgden de pijlen en na tien minuten zigzaggen, bereikten ze de zoutmijn.
De zoutmijn bezoeken vergde een goede fysieke conditie. Het begon al met een trap afdalen van om en nabij de 350 treden. Daarna leidde de gids zijn volgelingen door gangen, op trappen, in grotten, langs meertjes, op nog meer trappen, in onderaardse kapellen, kerken en zelfs in een restaurant. Naast aanschouwelijke voorstellingen over hoe het zout gekapt en vervoerd werd, waren er verrassend mooie beeldhouwwerken in zout te zien. De gigantisch grote onderaardse kerk waar nog iedere dag de mis gelezen werd - was het meest wonderlijke. (zie foto) Zoals in heel de mijn was er alles van zout: het altaar, de vloer, de kristallen luchters Bovendien was alles door mijnwerkershanden gecreëerd. Alleen mijnwerkers mochten/mogen er hun creativiteit botvieren. De achterwand van de ondergrondse kerk is nog niet afgewerkt. Die wacht nog op een kunstzinnige mijnwerker.
Na 2uur ronddwalen in de zoutmijn verlangden mijnheer en madame naar de openlucht. Om terug aan de oppervlakte te geraken was er gelukkig een lift. Nu ja, gelukkig Het was de oorspronkelijke mijnwerkerslift, met getraliede ijzeren bakken van vier verdiepingen. Was de eerste bak nokvol toeristen gestouwd, schokte de lift twee meter hoger en werd de volgende bak geladen. En dan ging het omhoog, kriepend en krakend. Madame kneep ze behoorlijk. Toch was het bezoek de moeite waard.
Ze zouden nog naar Praag rijden. Maar mijnheer en madame hadden geen goesting meer om zonder landkaart, met een GPS die weinig van zeggen was, via rotwegen naar Tsjechië te rijden. Ze hadden hun buik vol van banen met twee baanvakken met meer dan 10cm diepe spoorvorming, putten in de weg, en last but nog least van de ettelijke wegenwerken. In Polen waren gemiddeld om de 10 km wegenwerken aan de gang. Als ze nog een keer in Polen overnachtten, konden ze s anderendaags op comfortabele Duitse autostrades rijden en misschien die dag thuis geraken.
Ze vonden een motel in de buurt van Legnica: het compleet tegengestelde van het luxe hotel in Dresden. Op de kamer stonden twee britsen met lakens die net tot aan het hoofdkussen reikten; op de badkamer (met lavabo weliswaar) slechts één toiletartikel, nl. een plat geknepen bus handzeep. Enne madame heeft het niet tegen mijnheer gezegd, maar s morgens heeft ze in de badkamer een kakkerlak platgedrukt. Nu ja, het was maar voor een nachtje en het ontbijt was verzorgd en lekker. En de rekening viel mee (145 zlotis = ongeveer 37 euro).
Van Legnica naar huis was nog ongeveer 1000 km. Maar omdat op de Duitse autostrades weinig snelheidsbeperkingen zijn, waren mijnheer en madame nog voor het donker thuis. En hier eindigt de Poolse story. Inmiddels zijn mijnheer en madame het dagelijks leven weer gewend, al zinderen de herinneringen nog na.
Op dinsdag 3 april werden mijnheer en madame om 10u20 aan de toneelzaal van Przeworsk verwacht (zie foto). In de hall werden ze verwelkomd door Marta en de voltallige ploeg acteurs en actrices: jongens en meisjes van circa 16 jaar. Na een korte kennismaking werden ze naar de zaal geleid en kregen ereplaatsen aangewezen. Buiten alle verwachtingen in was het een mooie zaal, veel mooier dan onze doorsnee parochiezalen, met pluche zetels en opgaande rijen zoals in een cinemazaal. In een later gesprek met Marta vernamen mijnheer en madame dat ook tijdens het communisme de gemeenschap veel veil had voor het gemeenschapsleven.
De volgende 10 minuten dromden zowat 400 studenten en studentinnen Engels de zaal binnen. Om klokslag 10u30 begon de show. Mevrouw de directrice placeerde een Pools voorwoordje. Dan vertelden twee leerlingen om beurt in het Pools en het Engels over de korte inhoud van de komedie. En toen ging het doek open. Het decor was povertjes. Maar wat die pubers aan acteerwerk neerzetten, in de Engelse taal dan nog wel, chapeau! Een vol uur hielden ze iedereen in de ban. Aanvankelijk lachte het publiek niet veel. Maar naarmate het stuk vorderde brandde geregeld een bulderend schateren los. Vooral als er liefdesscènes geïnsinueerd werden of als er gekust werd, was de zaal loeiend enthousiast. Pittig detail: bij liefdesscènes werd decent het licht uitgedaan, waarop het jonge publiek massaal teleurgesteld reageerde. Sommigen hadden die censuur blijkbaar verwacht, want hier en daar flitsten in de zaal zaklampen aan.J De eindscène, waarbij de held de heldin met haar gat bovenop een pakje boter zet en daarna hartstochtelijk kust, bleef wel in beeld, waarop het publiek uit de bol ging.
Na de voorstelling werden mijnheer en madame uitgenodigd voor een diner. Voor hun buitenlandse gasten hadden de directrice, de onderdirecteur en Marta een exclusief restaurant uitgekozen: het restaurant van de camping Pastewnik . Het restaurant stond in een ranch met oude Poolse huisjes: zon beetje een mini-Bokrijk. Het interieur van het restaurant was authentiek antiek. Moderne apparatuur was er onopvallend in geïntegreerd. Zo stond bv. in het secretariaat de computer op een oude stoof. Mooi en heel apart!
En nog waren de egards niet gedaan. Mijnheer en madame mochten mee naar de school. Ze werden verzocht het gulden boek te tekenen en daarna werden ze naar een klas geleid, waar een dertigtal leerlingen Engels op hen wachtten. Toen mijnheer en madame binnen gingen stonden alle leerlingen beleefd recht en gingen pas zitten als de directrice er toelating voor gaf. Madame schrok ervan. Die discipline kende ze nog uit de tijd dat ze op pensionaat zat. Maar dat zoiets nu nog zwang was? Bij haar weten in Vlaanderen zeker niet meer! De leerlingen hadden een vragenlijst opgesteld: over toneel en cultuur in Vlaanderen, wat mijnheer en madame dachten van Polen, welke landen ze al bezocht hadden, enz. Voor hen was buitenlands bezoek écht bijzonder en het gaf hen de gelegenheid om hun Engels te toetsen. En zo verzorgden mijnheer en madame een geanimeerd uurtje Engelse les.
Marta was nog bereid om voor mijnheer en madame een begeleide stadswandeling te organiseren. Maar daar bedankten ze voor. Ze waren al zo onthutst over de eer die hen te beurt gevallen was, dat ze snakten naar wat privacy. s Avonds kwam Marta nog gezellig nababbelen. Dat Polen ontzettend lief en vriendelijk zijn, blijft voor eeuwig in madames geheugen gegrift.
Łańcut (spreek uit: Wangtsoet) was de eindbestemming van die dag. Vooraleer daar naartoe te rijden zouden mijnheer en madame eerst, op slechts 15 km van Krakow, de zoutmijn van Wieliczka bezoeken. Het mocht dan wel de grootste zoutmijn van Europa zijn, maar met die verdomd karige gegevens van de GPS vonden ze dat spul niet. Kregelig als ze toen waren, besloten ze dan maar in één trek door te rijden naar Łańcut. Het was een rit van slechts 185 km. Daardoor kwamen ze uren te vroeg in het gereserveerde motel aan. Het was toen gelukkig lekker weer buiten en het motel had een gezellige tuin. Enkele uren in het zonnetje relaxen deed toen deugd.
Tegen de avond arriveerde Marta. Wie is Marta? Wel, dat is de Poolse lerares Engels waarmee mijnheer en madame hadden afgesproken. Marta en madame hadden elkaar via het internet leren kennen. By mail had Marta opgetogen verteld over haar leerlingen die de Engelse vertaling van een toneelstuk van Vlaamse auteurs gingen opvoeren. Zij had zelf de regie gedaan. Het ene gemailde woord bracht het andere mee en mijnheer en madame werden uitgenodigd om als eregasten naar de voorstelling te komen kijken.
Marta verwelkomde mijnheer en madame met Poolse hartelijkheid, wat een totaal andere hartelijkheid is dan wat wij daaronder verstaan. Het is een vriendelijkheid die tegelijk respect inhoudt, een mix van beleefdheid en goedhartigheid. Heel aangenaam! Marta had voor haar twee Vlaamse gasten een celebrity programma opgesteld. Ze briefde hen die avond over wat hen te wachten stond en raadde hen bij haar vertrek aan om een wandeling te maken in het nabijgelegen park met kasteel.
Mijnheer en madame vonden de weg naar het park niet meteen. Ze moesten de weg vragen. Madame dook snel in haar boekje Pools op reis zodat ze aan tegen de eerste passant de hoogstnoodzakelijke woorden kon zeggen: Gdzie park Łańcut? (=waar park Łańcut) De gebaren waren duidelijk: altijd rechtdoor. J Het park was eerder een arboretum. Er stonden weinig bloemen, maar enorm veel knoestige oude eiken. Hier en daar ook jonge aangeplante bomen waarvan, volgens Marta, een stuk of zes door staatshoofden gepoot zijn. Het kasteel was wel indrukwekkend groot (zie foto) en deed madame op de een of andere manier aan De Schone Slaapster denken.
Over het motel wil madame nog iets kwijt. Het restaurant was pico bello, de kamer was netjes en lieflijk ingericht. Bij het binnenkomen viel evenwel een doordringend parfum op, alsof er reukkaarsen gebrand hadden. Maar nee, dat was een elektrisch ontgeurapparaatje. De geur was echter zo adembenemend (letterlijk te nemen) dat madame het toestel meteen uit de stekker trok. Fout! Want de dag nadien zweemde een putjesgeur in de kamer. Verder was er één ding te kort. Er was nl. geen lavabo. Boven de badkuip hing een spiegel en een rekje. t Was blijkbaar de bedoeling om je met het badwater te wassen. Dat was wel even op zn padvinders wassen.
Het lag in de bedoeling om de 530km lange trip Dresden-Krakow even te onderbreken met een tussenstop in Wroclaw en daar even te toeristen. Maar twee redenen strooiden roet in het eten. Ten eerste was Wroclaw een grootstad waar het zonder GPS moeilijk oriënteren was. Uiteindelijk geraakten ze toch in het centrum. Ze vonden zelfs parking. Maar t was betalende parking en ze hadden nog geen zlotis. Bovendien stond drie parkeerplaatsen verder de politie met argusogen te waken. Volgens de overlevering zijn Poolse politieagenten geen doetjes die zwichten voor een innocente glimlach. Dus dropen ze wijselijk af en hielden Wroclaw voor gezien.
In de late namiddag arriveerden ze in Krakow. Een hotel was snel gevonden. Alhoewel het hotel boog op drie sterren en een majestueuze entree had, was het comfort op de kamer nipt comfortabel. t Was er netjes, al het nodige was aanwezig, maar toch er hing een kazernesfeer die verdoezeld werd door een make-over van nieuw behang, lambrisering en gordijnen. Het geelgekleurd badwater verraadde de echte staat. Maar vermits mijnheer niet als een frisse Chinees uit bad kwam, was er geen reden tot klagen.
In Krakow was het aangenaam vertoeven. De oude stad was volledig omringd door een groene gordel van parken. Alle straten leidden naar de marktplaats die, zo bleek achteraf, de grootste markt van Europa is. Mijnheer en madame hadden er niet bij stilgestaan, maar het was die dag palmzondag: een dag waarop katholiek Polen feest viert. Het zag zwart van t volk op de markt. De terrasjes zaten overvol. Er was een paasmarkt aan de gang met kraampjes waar alle soorten snuisterijen verkocht werden. Veel mensen liepen rond met een boeket gedroogde bloemen, alsof men op 1 april het begin van de lente viert. Maar die droogbloemen waren, volgens later geraadpleegde bronnen, bij gebrek aan tropische planten het Pools substituut voor de palmen op palmzondag. Later vernamen mijnheer en madame ook dat het vele volk te maken had met Paus Johannes Paulus II. De dag nadien, op 2 april, om 21u37 - het exacte tijdstip van zijn overlijden - vonden in het hele land godsdienstige herdenkingen plaats.
In het midden van de markt stond een prachtig gebouw, een soort paleis. De deuren stonden open en mijnheer en madame stapten binnen. Het was een overdekte markt waar hoofdzakelijk souvenirs en prullaria verkocht werden. Maar dat interieur, jongens! Madame kon een oh! niet onderdrukken. Alle winkeltjes huisden in stalletjes van prachtig houtsnijwerk. De grootsheid van de kooplui uit de renaissance was tastbaar aanwezig.
Op de paasmarkt verorberden mijnheer en madame nog een Poolse braadworst en daarna slenterden ze naar het hotel. Er was nog enorm veel te zien in Krakau. Maar de vakantie was kort en er stond hen nog een avontuur te wachten: in Przeworsk (spreek uit: Psjevorsk).
Vandaag zouden mijnheer en madame eens aan de andere kant van de Elbe gaan neuzen. Voor ze aan de brug kwamen zag hun lodderig oog aan de linkerkant nog zwarte barokke gebouwen staan. Nou, nou, dat vergde onderzoek! En zo ontdekten ze bij toeval het mooiste laat barokke complex van Dresden, nl. De Zwinger - een majestueuze binnenplaats (oorspronkelijk gebruikt voor tornooien en feesten) omgeven door paviljoenen, trappen, torens, beelden, poorten, fonteinen, vijvertjes enz. Indrukwekkend! Het hoefde niet veel fantasie om er dames met hoepelrokken en parasols te zien flaneren. De noblesse was tastbaar. Madame had het gevoel dat ze er niet gewoon mocht stappen, maar dat ze moest schrijden.
Na het prinselijk flaneren in en rond de Zwinger zetten mijnheer en madame er weer een toeristentredje op. Ze kuierden over de brug en kwamen op een groene laan terecht, ruim en breed zoals de moderne pleinen aan de overkant, wat weer een majesteitelijk gevoel gaf. Aan de zijkanten weer overal winkels, maar kleiner en knusser deze keer. Tussen sommige winkeltjes waren mini shopping passages. In een van die passages zag madame plots twee musketiers lopen en achter een hoek verdwijnen. Oh vrouwelijke nieuwsgierigheid! Madame was niet meer te houden, ze wou die musketiers achterna. Met mijnheer in haar kielzog kwam ze op een groene binnenplaats met gezellig terras en antiek restaurantje. De ideale plaats voor een koffiepauze. De musketiers waren er ook. Ze zeiden iedereen een goedendag en liepen door. Madame was iets te laat om te kunnen vragen waarom ze als musketiers ronddwaalden. Dat zal dus eeuwig en altijd een vraagteken blijven.
Veel meer noemenswaardig leek er aan die kant van de Elbe niet meer te zien. Dan maar terug naar de oude stad. Op de brug vergaapten ze zich nog een tijdje aan een BMX showtje van de Dresdner jeugd. Al waren de stunts niet echt spectaculair de grootste crack kon na de schans een pirouette draaien; de meesten hielden het bij een arm en een been uitsteken was het best amusant. BMX fietsen en rollerskates, zo bleek later, waren erg populair bij de jeugd. Overal waren pleinen met schansen en oefenparcours aangelegd.
Van de stad hadden mijnheer en madame inmiddels een goed beeld kunnen vormen. Tijd nu voor een paar musea. Eerst naar het Verkeersmuseum, want autos en motoren zijn mijnheers stokpaardje. Vanwege de volledigheid (treinen, trams, autos, vliegtuigen, motos, fietsen - de afdeling boten was gesloten wegens vernieuwing) was de tentoonstelling van de grotere voertuigen ietwat beperkter dan verwacht. Wat niet wil zeggen dat het niet interessant was. Ruim twee uur vergaapten mijnheer en madame zich aan de archaïsche vervoermiddelen. Terwijl madame paf stond van de soms bizarre modellen, was mijnheer een en al interesse voor de destijds aangewende techniek. Mijnheer verliet het museum met een voldane zucht. Madame zuchtte ook, maar dan van vermoeidheid. Zon trappenhuismuseum kroop niet in haar kleren!
Vermoeide benen of niet, er was nog een museum dat hun nieuwsgierigheid wekte, nl. het Hygiënemuseum(dat zowat 1,5 km van de oude stad lag). Wat een hygiënemuseum inhield, was hun een raadsel. Was het een museum over wc-papier of over tandenborstels? Veel meer konden ze zich bij het woord hygiëne niet voorstellen. Het museum herbergde evenwel veel en veel meer. t Was trouwens een joekel van een museum (2500 m2). Qua grootte te vergelijken met ons museum van Schone Kunsten. Een kwelling dus voor de reeds vermoeide dij- en kuitspieren. Maar eens in het museum ruimden alle pijnen plaats voor interesse, bewondering en verbazing. Alles, maar dan ook alles wat met het menselijk lichaam te maken had, was er ruimtelijk, artistiek, aanschouwelijk en interactief voorgesteld. Anatomie, foetussen, seks, longen, borsten, voedsel, gevoel, gehoor, huid, microbes, cosmetica, hersenen Te veel om op te noemen. Het was onvoorstelbaar veelzijdig en interessant! Met goed ingevette en gemasseerde benen zou men er dagen kunnen spenderen. Maar voor madames wankele kniegewrichten werd het uiteindelijk te veel. Terwijl mijnheer de bijzondere tentoonstelling Tödliche Medizin (over de Holocaust) in zijn eentje bezocht, gunde ze haar benen wat rust. Er wachtte immers nog een fikse wandeling: eerst naar de oude stad voor een hapje en een drankje en daarna nog naar het hotel.
Voor hun laatste avondmaal in Dresden togen mijnheer terug naar het afgietsel van onze Brusselse rue des Bouchers. Ze opteerden die avond voor een restaurant met klasse en lieten zich verleiden door het uithangbord: Kunst Café Antik. De benaming kunst café klonk hen alleszins elitairder in de oren dan steak house. Het bijvoegsel antiek werd pas duidelijk toen ze binnen waren. Stel je een grote antiekwinkel voor, die uitpuilt van de porseleinen beeldjes, kristallen kroonluchters, bombastische kaders, Chinese vazen, antieke tafels en stoelen. Wel, temidden van die antiquarische snuisterijen mocht men aan de antieke tafels (die te koop waren) plaatsnemen en eten. Mijnheer en madame gaven er zowel hun ogen als hun maag de kost. In zon bizar restaurant hadden ze nog nooit gegeten.
Dat was de afsluiter van hun Dresdner avontuur. Morgen wacht hen een trip van 550 km naar het Poolse Krakow.
Moest men madame een autorit aanbieden van 3000 km zou ze beleefd bedanken. Kilometers vreten is haar ding niet. En toch was de 3000 km lange reis van oost naar west, dwars door Polen tot op zowat 130 km van Oekraïne, de moeite waard. Het werd een reis doorspekt van verrassingen, belevenissen en anekdotes. Temeer omdat mijnheer en madame geen landkaarten bij hadden. Waarom zouden ze? Ze hadden immers een GPS, voorzien van alle CDs van de Europese landen. Alleen in Polen gaf de GPS enkel de hoofdbanen aan. Zijstraten werden niet in kaart gebracht. Poolse adressen ingeven was dus ook uitgesloten. Vanaf de Poolse grens werd het dus plan trekken op grote schaal, zowel met de taal als met de geografie.
Dresden
Deze voormalige Oost-Duitse stad staat te boek als het Florence aan de Elbe. Madame is nog nooit in Florence geweest, maar heeft toch het flauw vermoeden dat die flatterende subtitel lichtjes overdreven is. Waarschijnlijk omdat wij Vlamingen rot verwend met kunststeden als Brugge, Gent, Antwerpen enz. Maar toch, de eerste impressies over Dresden waren niet zo verbluffend.
Mijnheer en madame hadden aan de GPS gevraagd om hen naar een Ibis hotel in de Pragnerstrasse te leiden. Mijnheer volgde stipt de aanwijzingen en reed klem midden in een bouwwerf. Met veel gesakker en enige rijvaardigheid manoeuvreerde hij de auto uit modder en braakafval. Inmiddels bleef de GPS volhouden dat de Pragnerstrasse daar om de hoek lag. Mijnheer draaide dan maar aan een volgende hoek af en kwam op een luchtig, hypermodern plein terecht, met recht voor zijn neus: drie Ibis hotels. Mooi zo. Ze hadden het gevonden. Alleen stond hun auto op dat moment potsierlijk, als enig voertuig, op een winkelwandelplein! Ja zeg! Een stomme Belg die daar verzeild geraakt is en wat dan nog? Madame liep snel het hotel binnen om te vragen of er nog een kamer vrij was. Helaas, geen plaats meer. Mijnheer sloop als het ware met de auto naar de andere kant van het autovrij plein. Daar stond nog een hotel. En ja, daar was nog een kamer vrij. Begrijpelijk. t Was een super-de-luxe en bijgevolg prijzig hotel. Maar dat kon mijnheer en madame niet schelen. Ze hadden onderkomen en genoten schaamteloos van de overtollige luxe waaronder een regenwouddouche.
Tijdens een avondwandeling naar de oude stad snoven ze de sfeer op. t Werd een mengelmoes van sferen. Eerst de prachtig aangelegde moderne pleinen met aan weerszijden een vertegenwoordiging van alle Europese winkelketels: Quelle, Media Markt, H&M, Hünkemöller enz. En dan plots, temidden van die luxe een enorm plein omgeven door Heras hekwerk, waarachter bulldozers alles kort en klein sloegen. Van dergelijke werven krioelde het in Dresden. Achter elke hoek, in elke straat waren prestigieuze nieuwbouwwerken of restauraties aan de gang, zodat Dresden een grote bouwwerf leek. Je kon er haast geen enkele foto maken of er stond een bouwkraan, sloopmachine of stelling op.
De oude, cultuurhistorische gebouwen hadden twee dingen gemeen: ze zagen pekzwart (pollutie?) en hadden allemaal minstens één schril gouden ornament. Waarom schril? Omdat het leek alsof in de goudverf een citroen was uitgeperst. Het was geler dan het warme (blad)goud dat wij kennen. Het blonk bovendien onnatuurlijk, ietwat plasticachtig. Madame huiverde er zowaar van. De historische gebouwen op zich waren nochtans indrukwekkend! En mooi! Daar zouden mijnheer en madame s anderendaags hun hart gaan ophalen. Eerst diende de innerlijke mens gesterkt.
Na een romantische wandeling aan de boorden van de Elbe, langs indrukwekkende gebouwen, daalden mijnheer en madame een statige trap af en belandden in een mini Rue des Bouchers vol restaurants. Ze nestelden zich op een terras onder een gasbrander en bestudeerden de spijskaart. Die bulkte van de exotische beesten: kangoeroe, krokodil, struisvogel, enz. Nee, dan maar liever vis, al bleek die volgens de beschrijving ook uit verre wateren te komen. Ze bestelden red snapper. Ze hadden geen idee of het een haring of een haai zou zijn. Maar aan de naam te horen leek het alleszins iets dat beter op je bord tegenkomt dan in zee. (Achteraf bleek het een soort roodbaars te zijn die tussen de 2kg en 15kg kan wegen.) Mijnheer bestelde zijn red snapper met rijst en ongedefinieerde kruiden; madame wou hem gebakken in bananenbladeren. Madames schotel was de meest extravagante. Onder een hoop onappetijtelijke, zwartgeblakerde blaren lag, als een parel in een oester, een homp blanke vis. Maar lekker dat dat was! Om duimen en vingers af te likken!
Het is bijna zover. De koffers staan klaar. Morgenvroeg vertrekken mijnheer en madame op cultuurstedentocht. Madames reisverslag mag je, net zoals de beruchte vijgen, na Pasen verwachten. Toedeloe!
Ofwel heeft mijnheer op zijn rittenkaart bij dokters en artsen extra bonussen gekregen, ofwel heeft hij in die mallemolen de floche gepakt. Hoe dan ook, deze week passeerde hij zo maar eventjes drie keer bij een medicus.
In opdracht van Elza De Leeuwin - zo noemen mijnheer en madame mevrouw de kortaangebonden oogarts had mijnheer drie maanden lang vitamines geslikt. Vorige maandag liet mijnheer nakijken hoeveel de vitamientjes tot verbetering van zijn zicht hadden bijgedragen. Elza keek diep in mijnheers ogen en constateerde: geen sikkepit verbetering. Daarop gaf ze mijnheer de opdracht om een CT-scan van de hersenen te laten maken meer bepaald van oog en omstreken.
En zo kwam het dat mijnheer vandaag weer in het ziekenhuis terecht kwam. Op de radiografie-afdeling deze keer. Hoewel er een afspraak was vastgelegd, moest mijnheer meer dan een uur wachten alvorens hij aan de beurt was - in zon piepklein kamertje, van amper 1m50 x 1m50, met als achtergrondmuziek het geluid van een machine die wegens defect een dun, hoog en snijdend alarm blies. Om zot van te worden! Enfin, mijnheers kop werd uiteindelijk gescand. De uitslag daarvan wordt naar oogarts en huisarts gestuurd. Das dus nog even wachten.
Ook vandaag, maar dan tegen de avond aan, had mijnheer een afspraak met de chirurg die de stembandenoperatie voltrokken had. De weggenomen vlek was onderzocht. Het verdict luidde: ernstige dysplasie met veel kans op een maligne ontaarding. Dat betekent dat mijnheers stembanden vanaf heden een regelmatige follow-up krijgen en dat hij niet meer mag roken en geen alcohol meer mag drinken. Dat was eventjes slikken. Twee geneugtes van het leven werden in één klap ten strengste verboden. Het is nu even moeilijk om met plezier uit te kijken naar het weekje vakantie dat overmorgen begint. Maar mijnheer en madame kennende wordt dat niettegenstaande de opgelegde restricties een ontspannende reis.
Oef! De pc van Schoonzus is terug in orde. Gisteren is Joost er het rommeltje, dat madame er gemaakt had, gaan opkuisen. En hij heeft dat zo gedegen gedaan dat Schoonzus nu terecht mag zeggen dat haar computer avant-gardistisch is uitgerust. Ze was nu zelfs blij dat madame er aan geprutst had. J
Het zou niet netjes zijn van madame om Joost zo maar te laten opdraaien voor madames miskleun. Voor wat hoort wat. Na zijn professionele hulp bij ongevallen, nodigde madame Knoopke en Joost uit voor een etentje in een restaurant met witte tafelkleden en waar bij elk bord drie gracieuze wijnglazen stonden. En mijnheer mocht ook mee natuurlijk. Het werd heerlijk bikken en smikkelen. Een paar flessen Pommard er bij en de avond kon niet meer stuk.
Broer had een mail gestuurd met als onderwerp: help mij, help mij uit de nood. De nood bestond er in dat de computer van Schoonzus kuren vertoonde. Ze kon haar mail niet meer binnenhalen, geregeld floepten pop-upjes met warnings aan. Kortom, het spookte in haar computer. Of madame eens niet kon langs komen. Onderaan Broers mail stond de onweerstaanbare noot: de koffie staat klaar. En dus toog madame naar Broer en Schoonzus om eventjes gauw die probleempjes te gaan oplossen. Ze wist in de verste verte niet waar het knelpunt zou kunnen liggen, maar als doorwinterde plantrekker zou ze wel snel gevonden hebben waar het schoentje wrong.
Na een half uurtje puzzelen kwamen alle mails van Schoonzus binnen gewapperd. Dat probleem was snel opgelost. Nu die pop-ups nog. Madame ging eens neuzen in het Control Panel. En wat vond ze daar? Een lijst van wel dertig gelijkaardig uitziende bestandjes. Op haar eigenste computer had ze zulke bestandjes nog nooit gezien. En zeker niet in die getale. Dat zijn de boosdoeners oordeelde ze en kickte prompt al die bestandjes er uit. Daarna rebooten en dan zou de computer wel verlost zijn kwaaltjes. Maar wat deed die computer? Die startte op met een Compacq scherm, daarna kwam het Windows scherm, toen kwam het Compacq scherm opnieuw, daarna het Windows scherm weer en zo tot in der eeuwigheid, amen. Ze was dus iets te drastisch te werk gegaan, want niet alleen de pop-ups bleven weg, alle andere programmas waren ook foetsie.
Window herinstalleren. Dat was het enige dat ze nog kon doen. Maar Broer en Schoonzus hadden geen software. Geen probleem, op zowat 500m van Broer en Schoonzus vandaan woont Madames initiële computergoeroe. Die zou de nodige software wel willen uitlenen. Het was zowat 3 jaar geleden dat madame vriend Goeroe en zijn vrouwtje nog gezien had, maar in nood kent men zijn vrienden. Met de belofte de software meteen na gebruik terug te brengen en daarna bij hen nog te blijven plakken, kreeg madame van haar Goeroe Windows XP mee. Ze installeerde het programma en kijk! Het werkte weer! Met dit verschil: spelletjes, word documenten ed. waren onvindbaar en internet kreeg ze niet aan de praat. Uiteindelijk heeft madame, met rode koontjes, Joost moeten inschakelen om morgen de verziekte boel te gaan genezen.
Bij haar vrienden Goeroe en vrouw heeft madame nadien drie uur nog gezellig zitten keuvelen. Het deed zo goed hen nog eens te zien en de wederzijdse nieuwtjes van de voorbije drie jaar de revue te laten passeren. Om 23u kwam ze thuis van een gevulde dag, waarop ze eventjes gauw Broer uit de nood ging helpen.
Om zes uur uit de veren. t Deed zeer. Maar het moest. Mijnheer werd om 7u30 in het hospitaal verwacht om de witte vlek op zijn stembanden te laten verwijderen. De administratieve rompslomp aan de balie verliep vlotjes en mijnheer kreeg meteen een kamer toebedeeld. Er was voor een tweepersoonskamer geopteerd, maar bij gebrek aan plaats kreeg mijnheer een persoonlijke suite. Nu ja, suite. Gezellig zijn de kamers in een kliniek niet bepaald. Overal overheerst het klinisch clean wit. Zelfs met roze en geel gespikkelde muren en dito streepjesgordijnen bleef het er streng steriel uitzien. Gelukkig zorgde het personeel voor de huiselijke sfeer. Alle verpleegsters die de revue passeerden waren stuk voor stuk lieve ladys. En dat waren er heel wat. Een voor de ontvangst, een om de bloeddruk te meten, een voor de paperassen en uiteindelijk - na twee uur wachten - twee die mijnheer kwamen halen. Ten vroegste binnen twee uur brengen we mijnheer terug, zeiden ze. Madame nam van de gelegenheid gebruik om een hapje te gaan eten. Daarna ging ze toch maar terug op de kamer wachten. En maar goed, want mijnheer arriveerde een kwartier vroeger dan voorspeld. Hij was nog slaperig, maar zei bij aankomst toch gauw dat alles in orde was. Daarna ronkte hij zalig verder. Ettelijke uen later mijnheer had toen zijn roes al uitgeslapen kwam de dokter. Alles ok. De vlek is weg en wordt onderzocht. Afspraak op mijn kabinet: aanstaande woensdag. Enne je mag spreken hoor, mijnheer.
Geen spreekverbod?! Dat had madame niet verwacht! Volgens de meeste internetsites over operaties aan de stembanden volgt na de ingreep minstens twee dagen spreekverbod. Madame had er zich in gedachten al zorgen over gemaakt. Mijnheer het zwijgen opleggen zou geen gemakkelijke opdracht geweest zijn. Hij is meestal een entertainende causeur. Wat niet wil zeggen dat madame haar zeg niet mag doen, hoor. Palaveren kunnen en doen ze allebei graag. Een zwijgkuur zou voor hen beiden een zware boetedoening geweest zijn.
De ingreep was dus al bij al een meevaller. Al klinkt mijnheers stem nog even haperend als voor de ingreep. Maar dat komt waarschijnlijk langzamerhand wel weer goed. Een ander positief gevolg is: mijnheer is gestopt met roken. Hij is al vier dagen rookvrij. De hardste noten zijn dus al gekraakt. Nog een beetje en mijnheer is weer zo vrolijk en vinnig als een kwinkelerende leeuwerik.
Het was weer tijd voor een grote opknapbeurt bij de kapper. En zoals steeds nam het enorm veel tijd in beslag. Zo maar eventjes 4 uur. Vier uur aan haar kop laten frunniken is voor madame een vier uur durende martelgang. Het frutselen evenals het lijdzaam ondergaan hing haar van begin tot einde de keel uit. Alleen het visioen van een prachtig eindresultaat, een plaatje van een kapsel, gaf haar de kracht om die klotebehandeling uit te zitten. Toen ze na het ondersteboven föhnen recht kwam en in de spiegel keek, sloeg het lieflijke visioen waarop ze vier uur gewacht had om in een nachtmerrie. De heks van Hansje en Grietje keek haar aan. Op haar hoofd stond een kapsel van het model takkenbosbezem: uitgewaaid trapeziumvormig, warrig, piekerig en kroezelig tegelijk. Er mankeerde alleen nog een zwarte punthoed, een haviksneus en een wrat. Is het goed zo? vroeg de kapper liefjes. Met de allergrootste moeite produceerde madame een opgewekt ja,ja. Had ze nee gezegd, moest de kapper van voor af aan herbeginnen en haar geduld was op. Ze sprong in de auto al had ze volgens haar uiterlijk beter op een bezemsteel gesprongen en reed naar huis. Ze griste de plantenspuit beet en sproeide haar haar kletsnat. Hocus pocus weg lelijke heks! Het daaropvolgende uur zag madame er uit als een verzopen kieken, maar daarna was ze weer een normale madame met sluik golvend haar en nonchalante bles. Wie er 94 euro voor over heeft om zich in een heks te laten veranderen, mag madame mailen. Ze bezorgt je het perfecte adres.
Op dit zalige ogenblik kijkt madame naar haar gerepareerd fototoestel. Het ligt als een relikwie op een fluwelen tafeldoek. Een half jaar heeft het geduurd om het toestel voor een zacht prijsje hersteld te krijgen. Het heeft irritatie, frustratie, gramschap en engelengeduld gekost. Maar daar ligt het dan, het als een feniks herrezen kleinood.
Alle eer van de reparatie komt een Duitse ebayer toe. Al moet gezegd dat de vorige helpende hand er ook bergen voor verzet had. De Duitse reddende engel was zo vriendelijk om het bij hem gekochte nieuwe display er in te monteren. Daarbij stelde hij vast dat het contact met de accuklep defect was. Met madames goedkeuring kocht hij dan het nodige vervangstuk en monteerde dat ook nog. En daarmee waren alle problemen opgelost. Het toestel was hersteld.
In de marge wil madame hier lof spreken over ebay. Al haar ebay aan- en verkopen leidden, op misschien ½ percentje na, tot bijzonder aangename contacten. Zowel in binnen- als buitenland. Ze beveelt kopen op ebay warm aan.
De lijdensweg is ten einde. Madame kan weer fotograferen. Wat ze in Polen ongetwijfeld uitbundig zal doen. Maar eerst naar de winkel voor een gepantserde beschermhoes voor haar camera. Een ezel stoot zich geen enz.
Uitgenodigd zijn voor een etentje bij Miek en Cook doet watertanden. Cook is de fijnste hobbykok in de familie en Miek is inmiddels ook onderlegd in de culinaire kookkunst. Het was in principe een zo maar etentje. Al had de vooropgestelde datum stiekem te maken met ETs verjaardag. Hij was nl. de dag voordien een jaartje ouder geworden. En om meerdere vliegen in één klap te vangen, werd mijnheer tegelijk met vaderdag-attenties bedacht. Daarmee was de feestelijke sfeer vastgelegd. Maar het meest feestelijke kwam op tafel.
Toen het voorgerecht voorgezet werd, viel madames mond open van verbazing. Wat een entree! Daar zouden Michelinscouts beslist 2 sterren aan gegeven hebben. Het was een schotel met zes gastronomische hapjes: een kreeftensoepje, tonijntartaar, zalmtartaar, omelet garnaal, haringeitjes en een macedoine van mango, uitjes en koriander met gebakken citroengarnaal. Madame zou er een bloemrijke, speekselactiverende spijskaartentekst kunnen van opstellen. Maar het hoeft niet meer. t Is op. En t was exquise!
Het hoofdgerecht was van een andere aard. Toen was gemoedelijkheid troef. Stoof- en kookpotten werden op tafel gezet en met gulle pollepel werden de borden gevuld met deegwaren en ossobuco. Zeg voortaan nooit zo maar ossobuco, of doe ossobucco nooit af als knokenstoofvlees. Zoals Cook het klaar maakt laat je alle tafelmanieren varen en lik je duimen en vingers af.
De ossobuco gezelligheid vloeide uit in een genoeglijk potje wiezen. Met zn vijven, wat bij het delen van de kaarten soms wel wat verwarring veroorzaakte. De grootste verwarring ontstond evenwel bij troel. Er was vooraf aangekondigd dat er blinde troel zou gespeeld worden - een systeem dat Cook en madame nog nooit gespeeld hadden. Bij blinde troel moet de vierde aas niet meteen uitgespeeld worden, maar mag hij tot een strategisch moment bijgehouden worden. Waaruit volgt, dat er geen troef is tot de vierde aas uit de pijp komt. Vreemd spel! Cook werd er zowaar kribbig van. J
Om af te sluiten kreeg madame een doggybag met ossobuco kluiven mee, zodat Woefke ook haar deel kreeg van het eetfestijn.
Woefke kreeg bij de dierenarts een dermate grondig onderzoek dat het te vergelijken was met een automobielinspectie. Alles werd op gebreken onderzocht. Nadien kreeg ze zo maar eventjes drie gaatjes in haar keuringsbewijs: oren ontstoken, nagels te lang en reumatische carrosserie. Tja, zoals bij een auto van 7 jaar begint er sleet op te komen en komen er kosten aan. De lange klauwen heeft de dierenarts bijgeknipt. De oorontsteking is binnen de week met een zalfje te verhelpen. Rest de reumatische aandoening. Daar was volgens de arts weinig aan te doen, tenzij levenlang pijnstillers slikken of cortisone spuiten. Maar voor die opties was noch hij, noch madame te vinden. En Glucosamine? vroeg madame, die zelf dagelijks een portie Glucosamine slikt om haar scharnieren te oliën. Of visolie? vroeg ze verder, de goede raad van Affodil indachtig (zie reacties op blog dd.15 maart) Ja, dat kon op lange termijn wel heilzaam zijn. Madame mocht haar gluco-tabletten met Woefke delen a 1/3 ratio. En nu ze weet dat Woefke, in symbiose met haar baasje, aan ouderdomskwaaltjes begint te lijden, gaat madame er bovendien voor zorgen dat Woefke dagelijks een portie Omega 3 vetzuren binnen krijgt, zodat hun beider carrosserie geen al te roestige oude dag tegemoet gaat.
Het is zowat 14 dagen geleden dat mijnheers stem begon te begeven. Inmiddels is het wat gebeterd, maar zijn stembanden krassen nog steeds als een mishandelde viool. Gisteren gebruikte mijnheer dan maar het vijfde stripje van zijn rittenkaart naar de dokter. Deze keer verwees de dokter hem door naar een specialist voor een laryngoscopie. Dat onderzoek vond deze namiddag plaats. Madame ging mee. Voor een onderzoek met zon onheilspellende geleerde naam liet ze hare mijnheer niet alleen gaan.
Eerst probeerde de neus- keel- en orenspecialist te zien wat er scheelde door een lampje in mijnheers keelschacht te laten afdalen. Maar dat mislukte. Mijnheer proestte en kokhalsde dermate dat de dokter geen glimp van de stembanden kon opvangen. Gelukkig had hij nog een andere methode, nl. met een flexibel kabeltje via de neus tot aan de stembanden afdalen. Dat verliep draaglijker. En bingo! Hij spotte het euvel. Op mijnheers linkerstemband zat een witte vlek. Vooralsnog nog een onschuldig poliepje. Maar net zoals lieve kindjes groot en stout kùnnen worden, kan dat poliepje een linke puist worden. Stoppen met roken was het eerste advies. Verder wordt mijnheer volgende donderdag in de kliniek verwacht. De NKO-specialist gaat het poliepje wegnemen. Aan zijn adem te horen wordt het een ingreep onder narcose maar zal mijnheer diezelfde dag de kliniek kunnen verlaten. Allee vooruit, nog even en mijnheer kan het weer met een gezonde mannelijke frequentie van 110 Hz uitleggen.
Omdat Woefke eerlang bij de familie Mopshond op pension gaat, moet ze bij de dierenarts een cocktail tegen allerlei ziektes laten inspuiten. Toevallig komt een bezoek aan de dierenarts goed uit. Sedert vorige week trekt Woefke af en toe een achterpoot in en hinkt/huppelt op drie poten. Dit fenomeen doet zich vooral s avonds voor. Als madame met Woefke gaat wandelen, vertrekt het beestje hinkepinkend. Maar na zon 100 à 200 meter wandelen loopt ze weer doodleuk op vier poten. Pijn lijkt ze niet te hebben. Madame heeft al overal zachtjes geknepen, doch nergens krijgt ze reactie. Nu had ze onlangs van een jongedame die in een testlaboratorium gewerkt had vernomen dat proefhonden meestal beagles zijn, omdat zij van alle hondenrassen de hoogste pijngrens hebben. Maar of hun salonbeagle in die statistieken thuis hoort, daar heeft madame sterke twijfels over.
Vanavond toog ze met Woefke naar de dierenarts. Toen ze voor het huis van de dierenarts arriveerde, was er alles stikdonker. De parking was niet verlicht; het huis was aardsdonker. Tiens! Vanaf 19.30u had de dierenarts toch spreekuur? En ja, het bordje voor het raam bevestigde dat. Madame nam haar GSM en belde de dierenarts. Misschien was hij ziek en werd ze doorverwezen naar een collega.
De vrouw van de dierenarts nam op en zei: Sorry, mijn man is niet thuis. Hij is naar Polen. Is het dringend?
Madame antwoordde: Nee, nee, mevrouw. Mijn hond hinkt een beetje en heeft injecties nodig. Ze moet binnen 14 dagen naar een hondenpension. Want wij vertrekken naar Polen!
Daarop volgde een geanimeerd telefoongesprek. Madame keerde nadien met hinkepinkend Woefke naar huis. Maar zaterdagnamiddag heeft ze een afspraak bij de dierenarts.
Madames aardrijkskundeknobbel is een futiel bobbeltje en bovendien is ze blond. Ze heeft dus niet echt de capaciteiten aan boord om reisagent te spelen. Maar ze heeft het voor mekaar! De planning van de aanstaande reis naar Polen staat op punt. En t wordt een snoepreisje! Boordevol kultuur! Ziehier een virtueel voorsmaakje.
Alvorens Polen in te duiken, bezoeken mijnheer en madame de Duitse stad Dresden, het Florence aan de Elbe. Daar trekken ze een volledige dag voor uit. Ze doen niets liever dan plaatselijke kultuur snuiven. En Dresden bulkt naar het schijnt van historische gebouwen en gezellige straten en pleinen.
Daarna rijden ze in een trek naar Lancut (Polen). Of in dat stadje veel te zien is, is nog onzeker. Maar het is enkel de bedoeling er een hotel te vinden, zodat ze s anderendaags niet ver moeten rijden. Via internet zijn mijnheer en madame nl. uitgenodigd in Przeworsk. (Madame heeft al verscheidene keren geprobeerd om dat woord uit te spreken, maar meer dan wat speeksel kwam er niet uit.) In Przeworsk bezoeken ze de school Szkół Ogólnokształcących i Zawodowych - doe geen moeite, madame krijgt die mondvol ook niet over haar lippen - en worden er getrakteerd op een diner en een toneelvoorstelling van de leerlingen Engels. Dat wordt heerlijk vertoeven in plaatselijk gezelschap.
Van Lancut is het slechts 172 km naar Wieliczka, vlak bij Krakow. Daar willen ze de befaamde zoutmijn bezichtigen. Nadien zoeken ze een hotel in het vlakbij gelegen Krakow en nemen ook daar een snuifje kultuur mee.
Vermits ze toch in de buurt zijn en aan een kultuurstedentocht bezig zijn, waarom dan niet eventjes een klein ommetje naar Praag, hè? Het is slechts 70km extra. Daar hoeven ze het ook niet voor te laten. Op de internetplaatjes lijkt Praag een prachtige stad. Heel romantisch. En omdat mijnheer die dag verjaart, droomt madame van een exquise verjaardagsdiner met een feeëriek Praag aan hun voeten.
Na twee nachten Praag trekken ze terug huiswaarts. Hoogstwaarschijnlijk geladen met een zware bagage aan kultuur.
s Avonds, als het nieuws gaat beginnen, staat Woefke te trappelen van ongeduld. Madame zet zich voor de buis, trekt haar pantoffels uit en daar is dan eindelijk Woefkes fel begeerde dessert: voetenkaas. Het klinkt misschien vies, maar als je ziet hoe verwoed en smakelijk Woefke madames voeten likt, zou je er zowaar zelf goesting in krijgen. Doordringende zweetvoeten heeft madame niet meer. Ooit gehad. Maar sedert ze niet meer de hele dag op de been moet zijn, is dat kwaaltje verleden tijd. Wat niet wil zeggen dat haar voeten niet meer transpireren. Voetzolen en handpalmen bevatten meer zweetklieren en laten dus altijd een geur- en vochtspoor na. Wat meebrengt dat in een tijdspanne van plusminus twee jaar, madames pantoffels toch nog van zweet doordrongen zijn. Met als gevolg dat Woefke zich nauwelijks kan bedwingen om na de voetwassing aan de ultieme snoepjes (=madames pantoffels) te beginnen. Al is het verzot zijn op pantoffels een lichte verbetering in vergelijking met haar vroegere manie. Toen ze nog een adolescentje was, was ze verzot op madames slipjes. Ze pikte ze in de slaapkamer, uit de wasmand, de wasmachine; ja ze friemelde ze zelfs met haar tanden door de luchtgaten van een gesloten wasmand. En had ze een slipje gepikt, rende ze er de tuin mee in en begroef het broekje ergens ten velde voor later gesmak en gesmikkel. Madame heeft er ooit één van teruggevonden. In flarden. Allemaal niks als het slipjes van de Hema waren, maar t waren verdorie broekjes van lingerie-setjes. Gezien Woefkes maniakaal geurgedrag, houdt madame steevast haar pantoffels in de gaten. Al begint ze te begrijpen dat de geur van haar pantoffels stilaan wel erg doordringend wordt. Hoog tijd om er nieuwe aan te schaffen. Dat heeft ze dan deze namiddag gedaan. En en passant nog een paar sierlijke zomerschoentjes meegebracht. Wie t lang heeft, laat het toch lang hangen, zeker.
Het voordeel van een gezapige leeftijd is dat je op ieder moment van de dag je jas kan aantrekken en van het weer profiteren. Zo ook madame. Vroeger, toen ze 100 uur per week werkte, had ze daar geen tijd voor. Zelfs met de kinderwagen even uit wandelen gaan, was toen niet mogelijk. Ze was toen zelfs ietwat jaloers op de jonge moeders die met hun kindjes uit wandelen konden. Die verloren tijd haalt ze nu weelderig in. Eerst paarde ze het nuttige aan het aangename. Terwijl ze boodschappen deed, haalde ze haar hart op aan de vrolijke voorjaarskleuren. En passant de auto even een carwashke geven en ook die glom van plezier. Daarna een extra wandeling met Woefke. En daarmee waren de eerste D-vitaminen binnen.
Simon – partner van Draakje Kwik - 1° zoontje van Simon Flupke - 2° zoontje van Simon
Meer familie Ma - moeder van mijnheer Bomma - schoonmoeder van mijnheer Broer - broer van madame Schoonzus - vrouw van Broer Directrice - 1° dochter van Broer en Schoonzus Moesje - 2° dochter van Broer en Schoonzus de Soep - zoon van Broer en Schoonzus
Cousine - 1° dochter van tante van madame
Medemensen
Polska – interieurverzorgster Jetje - tof blogmaatje Antoine - buurman, man van Maria Maria - buurvrouw, vrouw van Antoine
Tuinsmurf - de tuinman Ray - vriend regisseur
Beestenboel
Woefke – hond van mijnheer en madame Sloeber - Berner Sennen van Knoopke en Joost Stripke - Kat van Draakje