|
Onze vakantie zit er weer op. Tijd om even terug te blikken...
Montenegro, letterlijk vertaald als Zwarte Berg, stond al eventjes op onze wishlist. Te ver om onze Fons van stal te halen, dus werd ons andere transportmiddel bij uitstek, den bekende Ier, geboekt. De zaterdag nog even een bbq voor papa georganiseerd, de zondagavond landden we al netjes op tijd in hoofdstad Podgorica. We besloten deze terzijde te laten liggen en hadden via het hotel vervoer geregeld naar Vizpazar. Een dorpje zo uit een ver verleden geplukt, maar oh zo mooi gelegen aan de rand van Lake Skadar. Het ligt op de grens van Montenegro en Albanië en is met zijn 370 km2 het grootste meer van de Balkan. De eigenaar van hotel Pelikan nodigde ons direct uit voor een pintje en een ... promotiepraatje. Ach, we laten ons maar doen, op elk hoek staat wel een of andere gast, boottochten aan te smeren, en de prijs zal zowat op het zelfde neerkomen zeker. We zijn op vakantie he, relax. We maken nog even een wandelingetje naar de ruïne van een fort (Besac) die ze stilletjes aan aan het renoveren zijn en genieten van het uitzicht. 's Avonds eten we verse vis uit het meer en slenteren er nog wat rond. Maar verder kan je er niet zoveel beleven. Het hoogtepunt is wel de boottocht van 2 uur op het meer. We hebben een boot voor ons eigen, en genieten van de stilte, het uitzicht op de omringende bergen, de waterlelies die hier en daar al bloeien, de visjes die voorbijschieten en die ene pelikaan die zich van zijn beste kant laat zien. Wow, we zijn onder de indruk. De rest van de dag is het genieten van een drankje en wat rondhangen. De volgende dag doen we een ferme wandeling , zoeken en vinden een cache op een punt waar we weer een prachtig zicht hebben. Die avond smullen we van de heerlijk malse inktvis. Vizpazar was top, alhoewel je hier ook niet zo heel lang moet verblijven. Het is er piepklein en eenmaal je het meer hebt gezien, is er verder niet zoveel meer te beleven.
Dus, op naar de volgende bestemming, Budva. We nemen een bus tot Podgorica en dan terug een bus naar Budva. De weg er naar toe is al een belevenis op zich. Je moet de bergen over en ziet dan al een hele tijd Budva in de diepte schitteren en het na elke bocht een stukje dichterbij komen. Deze keer slapen we in hotel Olive. De ligging is perfect, op zo'n 10 minuutjes stappen van de zee. De kamers zijn ruim en proper en je kan er ontbijten of even relaxen in de mooie tuin die vol oude olijfbomen staat. Budva is een populaire badplaats aan de Adriatische zee. Het heeft een oude autovrije stadskern omringt door een middeleeuwse stadsmuur, je kan er dwalen in de smalle straatjes en enkele kerkjes bezichtigen. Er is een lange boulevard waar er altijd volk is, het ene restaurant naast het andere, kraampjes met kleren, bars, discotheken, ... Pas als het donker wordt komt dit pas echt tot leven. Overdag gaan we vooral wandelen oa naar een oude ruïne en naar een orthodox klooster. De temperaturen maken het ons soms lastig, vooral bergop is het puffen geblazen. 's Avonds eten we met zicht op zee en slenteren ook nog even langs de vele marktkraampjes.
De derde dag daar nemen we de bus naar Kotor. De rit neemt maar een half uurtje in beslag en de weg daarnaartoe is maar saai. Wanneer we echter uit de tunnel komen en Kotor binnenrijden, moet ik even naar adem happen. De schoonheid van de omringende bergen ontroeren me , raar maar het is zo, en dan hebben we de baai zelf nog niet gezien. Eerst zwoegen we de weg op naar ons appartement voor een week in de wijk Skaljari. We krijgen een korte uitleg van de heer des huizes, (mevrouw spreekt geen woord Engels) en we installeren ons stekje. Daarna gaan we terug naar beneden, op verkenning. Kotor is een oude haven, handelstad gelegen aan de baai van Kotor, een diepe inham, fjord, van de Adriatische zee. De oude omwalde stad is zeker een bezoek waard, er zijn talrijke kerkjes, vele restaurantjes, terrasjes, nauwe steegjes, leuke souvenierswinkeltjes, ... En natuurlijk is er de baai zelf. Elke dag ligt er wel een of ander cruiseschip voor anker. Een stuk ervan kan je autovrij wandelen langs een pad, je kunt een boottocht maken naar kleine eilandjes in de omgeving. We bezochten ook Tivat , een andere stad aan de andere kant van de fjord. Daar settelen de iets meer gegoede burgers zich in de nieuwgebouwde luxeflats, de haven ligt dikbezaaid met de meest luxueuze jachten en je kan er zonnebaden op verschillende strandjes, ligstoelen, handdoeken, parasols, alles is er voorhanden. Als je er voor betaald natuurlijk. Voor die iets meer durvers, kun je vanaf de oude stad ook de talrijke trappen nemen naar een kerkje en vandaaruit nog verder naar de restanten van een fort. Hoogtevrees mag je niet hebben, een goeie conditie is een meerwaarde, maar je ziet zowat elke leeftijd omhoog trekken, ook degenen met sandaaltjes of sletsen aan. Ik stop op ongeveer twee derde van de tocht, ik maak een lichte uitschuiver, wat niet veel voorstelde maar door de arm-en schouderpijn dat ik al enkele weken heb, is mijn vertrouwen weg. Marnix gaat uiteindelijk alleen verder en even laten gaan we gezamenlijk terug naar beneden, ik met een heel bang hartje, maar het lukt natuurlijk wel. Jammer.
We gaan ook een dagje naar Dubrovnik in Kroatië. De busreis ernaartoe duurt wat langer dan voorzien, mede door de strenge grenscontrole waar we allemaal van de bus moeten en één voor één onze pas moeten gaan tonen. En dit zowel aan de Montenegrijnse grens als aan de Kroatische. Maar de welbekende stad is de moeite waard, al zien we er maar een klein stukje van. Ooit komen we er misschien nog eens terug.
De week gaat snel voorbij, het uitzicht van op ons terrasje, het lekkere eten, de goedkope wijn, de zon, de natuur, we zullen het niet zo vlug vergeten...
.png)
|