Götterdämerung van Richard Wagner zaterdagavond op regionale Duitse ARD-zenders
Zaterdag 21 augustus Het vierde onderdeel van de tetralogie Der Ring des Nibelungen van Richard Wagner (1813-1883), Götterdämmerung uit 1876, is te beluisteren via de Duitse ARD-radiozenders, zaterdag 21 augustus, 's avonds tussen 20:00 uur en 01:25 uur in de nacht op zondag 22 augustus, in een versie die tijdens de Bayreuther Festspiele wordt uitgevoerd. In het Festspielhaus dat Wagner op de Grüne Hügel heeft laten bouwen werd de première van dit stuk gegeven op 17 augustus 1876.
We kunnen luisteren naar koor en orkest van de Bayreuther Festspiele, welke zullen worden geleid door Christian Thielemann. Qua stemmenmateriaal kunnen we verwachten dat onder meer de tenor Lance Ryan, de basbariton Ralf Lukas, en de bas Eric Halfvarson zich zullen inzetten om dat gebeuren een extra muzikaal tintje te verlenen. Nadere informatie over dit muziekdrama is te vinden op de, redactioneel aan Cultuursfinx gelieerdesite Tempel van het Muziektheater, in een artikel, aldaar opgenomen op 13 juni 2008.
__________
Afbeelding: De tenor Georg Unger (1837-1887) als Siegfried tijdens de première in 1876 in Bayreuth.
Tags:Richard Wagner, 'Der Ring dfes Nibelungen', 'Götterdämmerung', Bayreuther Festspiele 2010, Christian Thielemann, Georg Unger, Festspielhaus Bayreuth
Linkshandigheid en creativiteit in Twenty minutes van BBC Radio 3
In de aflevering van het programma Twenty minutes dat op vrijdag 20 augustus tussen de beide onderdelen van het BBC Proms 2010-concert van die avond en dat is tussen 20:45 uur en 21:05 uur wordt het thema creativiteit van linkshandigen behandeld. In aansluiting daarop wordt in het tweede gedeelte van het concert, als eerste werk na de pauze het Concert voor de linkerhand van Maurice Ravel (1875-1937), uitgevoerd door het Philharmonia Orkest onder leiding van Esa-Pekka Salonen (geboren 1958); solistische medewerking zal worden verleend door de pianist Jean-Efflam Bavouzet (geboren 1962).
Ravel componeerde in 1931 dat concert voor de linkerhand van de Oostenrijkse pianist Paul Wittgenstein (1881-1967). Na zijn studie debuteerde hij in 1913. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was deze musicus militair en in die hoedanigheid was hij op patrouille bij de Poolse plaats Zamość. Bij die gelegenheid werd hij door een kogel van een sluipschutter in zijn rechterarm geraakt, waarna hij dat lichaamsdeel moest worden geamputeerd, en hij voor zijn spel op de zwarte en witte toetsen een internationale carrière in principe wel kon vergeten, doch daarin berustte hij niet, maar arrangeerde hij zelf tal van bestaande composities zodanig dat ze alleen met de linkerhand konden worden uitgevoerd, en hij toch kon blijven spelen. Diverse componisten hebben speciaal stukken voor hem geschreven: Benjamin Britten, Paul Hindemith en Richard Strauss. Maurice Ravel ging zo ver een heel concert te creëren. De pianist was hem weliswaar dankbaar, maar begreep er helemaal niets van en heeft het dan ook nooit zelf gespeeld.
Geheel anders is de situatie van linkshandigen die dit fenomeen vanaf hun geboorte meedragen, en die helaas ook in onze tijd niet zelden met achterdocht of zelfs verachting worden bekeken, aangezien zou iemand opvallend anders is, hetgeen al dan niet subliminaal als bedreigend wordt ervaren. Iemand die daarover, in tal van opzichten kan meepraten, is Rik Smits, die ovder het verschijnsel linkshandigheid een boek heeft geschreven dat in maart van dit jaar bij Nieuw Amsterdam Uitgevers is verschenen en al snel moest worden herdrukt.
Dezer dagen zal op deze site een bespreking worden gepubliceerd van Het raadsel van linkshandigheid.
Tags:linkshandigheid, creativiteit, Paul Wittgenstein, Maurice Ravel, 'Twenty minutes', BBC Radio 3, Rik Smits
'Cultura 24' herhaalt literaire ontmoeting met Alfred Kossmann (1922-1998)
In de serie Literaire ontmoetingen Het digitale televisiekanaal Cultura 24[1] biedt op donderdag 19 augustus 's middags tussen 16:00 uur en 17:00 uur een herhaling van een aflevering van de reeks letterenprogramma's van de Avro met als serietitel Literaire ontmoetingen, gepresenteerd door Hans Gomperts (1915-1998). In de aflevering in kwestie wordt de veelzijdige letterkundige Alfred Kossmann (1922-1998) voorgesteld. Deze auteur heeft zich geprofileerd als schrijver van verhalend proza, van beschouwende teksten, en als vertaler. In die laatste hoedanigheid heeft hij zich ontfermd over teksten van de negentiende eeuwse auteur Leopold, Ritter von Sacher-Masoch (1836-1895). Naar die man is, vanzelfsprekend op basis van de inhoud van diens literatuur, het begrip (seksueel) masochisme ontstaan uit de pen van de psychiater en seksuoloog Richard von Krafft-Ebing (1840-1902), in diens Psychopathia sexualis uit 1886.
Van Sacher-Masoch vertaalde Alfred Kossmann de 'langere novelle' Venus im Pelz uit 1870, onderdeel van de bundel Das Vermächtnis Kains. [2] Over de auteur van dat verhaal heeft Alfred Kossmann een biografisch essay geschreven fantasierijk getiteld Martelaar voor een dagdroom. [3]
__________
[1] Ongetwijfeld zal Cultura 24 deze 'ontmoeting' nog wel eens in de programmering opnemen.
[2] In 1969 verschenen bij de Arbeiderspers: Grote ABC 141.
[3] Uitgekomen in 1962 bij uitgeverij Ad. Donker te Rotterdam en uitgeverij Ontwikkeling te Antwerpen. De studie over de auteur in kwestie is aangevuld met twee verhalen van Sacher-Masoch: De capitulant en Het volksgericht. De studie is later als paperback, maar dan zonder die beide vertaalde verhalen, bij Querido verschenen (1970).
Tags:Alfred Kossmann, Leopold von Sacher-Masoch, Richard von Krafft-Ebing, Hans Gomperts 'Literaire ontmoetingen', Avro-tv
Jean-Luc Godard is met twee speelfilms in het Arte-programma van donderdag 19 augustus opgenomen
Pieter de dwaas
Als een schrijver heeft besloten zijn vrouw te verlaten en daarmee zijn burgerlijke bestaan op te geven voor een vrouw uit het verleden, weet hij letterlijk niet waar hij aan is begonnen. Die vrouw zorgt er echter voor dat hij terechtkomt in een web van leugens, lagen en listen tot en met moord. Dan blijkt eveneens dat de liefde tussen die beiden geen stand houdt. Regisseur Jean-Luc Godard (geboren 1930) realiseerde Pierrot le fou in de jaren 1965/66. Daarin treden in de voornaamste rollen op de Franse macho bij uitstek anno toen: Jean-Paul Belmondo (geboren 1933), alsmede de ex (1961-1967) van Godard: Anna Karina (geboren 1940), en verder Dirk Sanders (geboren ongeveer 1934).
De rolprent wordt onder meer beschouwd als een strikt persoonlijke afrekening van de regisseur, in verband met het mislukte huwelijk met Anna Karina, dat overigens ten tijde van het maken van de film nog geldig was.
Het werd een road movie, gelardeerd met zowel absurditeiten in politieke zin, alsook met momenten die de filmliefhebber in goede zin raken, hetgeen de vaart er qua verrassingen goed inhoudt. Voorop staat echter het verlies van emoties, en dat tekent het verhaal zodanig dat de tragiek binnen de menselijke elementen domineert. De Nederlandse Speelfilm Encyclopedie waardeert deze film met vier sterren als een meesterwerk. De rolprent wordt door Arte-televisie uitgezonden op donderdag 19 augustus tussen 20:15 uur en 22:05 uur. Een herhaling zal worden vertoond in de nacht van maandag 23 augustus op dinsdag 24 augustus vanaf 00:55 uur.
One Plus One De tweede film van Jean-Luc Godard die enkele uren later op dezelfde zender begint om 00:00 uur en duurt tot 01:40 uur in de nacht op vrijdag 20 augustus zal duren , bracht het in de Speelfilm Encyclopdie niet verder dan tweeënenhalve ster, hetgeen toch nog bovengemiddeld betekent. One Plus One is een Brits-Franse coproductie uit 1968. In deze film treffen we aan:Anne Wiazemsky (geboren 1947), naast Mick Jagger (geboren 1943) en Keith Richards (eveneens geboren 1943) en Brian Jones (geboren 1942), alsmede tal van anderen.
De rolprent is onder meer als collagefilm gekwalificeerd. Die bevat diverse, zeer uiteenlopende passages, zoals een wel heel wondervreemde boekhandelaar die uit Hitlers Mein Kampf voorleest en op grond daarvan als fanaticus wordt beschouwd. Ook worden enkele leden van de Black Panthers in hun doen en laten gevolgd. Grote attractie voor ook ruim vier decennia na het ontstaan van de film vele 'volgelingen' zijn de blikken die ons, voyeurs, worden gegund in een studio als de Rolling Stones het nummer Sympathy for the devil willen opnemen en daarmee zo lang doorgaan tot het resultaat naar tevredenheid is. Die onderdelen van de film hebben de benaming rockumentary gekregen en gelden als indrukwekkend.
De producent van One Plus One, Iain Quarrier, heeft een eigen versie van de film in roulatie gebracht onder de titel Sympathy fr the devil, met aan het einde die complete Stones-song.ean Luc-Godard was daarover zo ontstemd dat hij tijdens het London Filmfestival in 1968 die Quarrier ten overstaan van de toeschouwers te lijf gegaan is. Deze film wordt nog driemaal herhaald door Arte-televisie: in de nacht van vrijdag 27 op zaterdag 28 augustus, vanaf 03:00 uur, vervolgens in de nacht van dinsdag 1 september op woensdag 2 september, en dan nog in de nacht van zaterdag 5 september op zondag 6 september, weer vanaf 03:00 uur.
Documentaire Pjotr, brieven uit de Goelag deze week drie keer op digitaal kanaal Holland Doc 24
Brieven bij de vleet
Nadat Pjotr Aleksejev in 1937 te Leningrad werd gearresteerd in het kader van de extreem waanzinnige repressiegolf, ontstaan in het door daverende gekte uitzinnig getormenteerde brein van Josef Dzoegasjvili, bijgenaamd Stalin en tot acht jaar dwangarbeid werd veroordeeld, die hij in een werkkamp in de Oeral heeft moeten verrichten, hebben zijn vrouw en zijn dochters hem niet weergezien. Wel hebben ze een groot aantal brieven ontvangen, dat hij vanuit dat kamp heeft verstuurd.
De achterkleindochter van Pjotr Aleksejev is op zoek gegaan naar diens sporen in de Oeral, en hierbij is zij op de voet gevolgd door de Nederlandse documentairemaker Jan Jaap Kuiper. Het doel van de kleindochter, en daarmee van lieverlee ook van onze landgenoot, was de lotgevallen van Pjotr Aleksejev zo veel als maar enigszins mogelijk was te volgen.
Driemaal deze week
Tussen 00:00 uur en 00:27 uur in de nacht van dinsdag 17 op woensdag 18 augustus wordt het resultaat van het door Jan Jaap Kuiper verrichte werk als film, met de titel Pjotr, brieven uit de Goelag een bijdrage van de Humanistische Omroep vertoond via het digitale televisiekanaal Holland Doc 24. In de namiddag van woensdag 18 augustus wordt de documentaire herhaald op dezelfde zender, tussen 17:33 uur en 18:00 uur. Een tweede herhaling, nog deze week, zal worden uitgezonden op vrijdag 20 augustus, tussen 22:02 uur en 22:29 uur.
____________
Afbeeldingen
1. Stalin-slachtoffer Pjotr Aleksejev.
2. Documentairemaker Jan Jaap Kuiper.
Tags:Pjotr Aleksejev, Stalin, Goelag, documentaire, Jan Jaap Kuiper, Humanistische Omroep, Holland Doc 24
Zes jaar gevangenschap in de Colombiaanse jungle: Ingrid Betancourt
Haar eigen verhaal Het eerste Duitse publieke televisienet ARD/Das Erste zendt op dinsdag 17 augustus vanaf 22:45 uur tot 00:25 uur in de nacht op woensdag 18 augustus de actuele documentaire Gefangen im Jungle Die Entführung der Ingrid Betancourt. In die film vertelt de indertijd ontvoerde Ingrid, die sedert enige tijd weer vrij leeft, over wat ze gedurende die zes jaar van haar gevangenschap zoal heeft beleefd: aan den lijve ondervonden en geobserveerd.
Wereldnieuws
Hoewel de protagoniste van het verhaal met grote regelmaat wereldnieuws is geweest tijdens haar periode in gevangenschap, zal er toch nog wel heel wat te vertellen zijn dat niet in kranten heeft gestaan of via radio- en/of televisiejournaals is bekendgemaakt. Nu zal het verhaal, zij het subjectief, in de juiste volgorde met de voor de hoofdpersoon juiste accenten worden verteld. De film duurt zo'n honderd minuten en daarin zal de oorsprong van de plotselinge ontvoering zeker aan de orde komen, want wat bijna niemand meer weet, vooral doordat de nadruk in gevangenschap is komen te liggen op de respectieve actualiteit en niet op die omstandigheden welke de communistische guerillabweging FARC aanleiding hebben gegeven tot de ontvoering, Ingrid Betancout was kandidate voor het presidentschap van Colombia, en zij zocht nu juist de dialoog met de Farc.
Twee Russische muzikale grootheden op BBC Proms-concert maandagavond
Skrjabin en Stravinski Om half negen onze tijd begint op maandag 16 augustus het BBC Proms 2010-concert van die dag. Tot ongeveer kwart voor elf komen drie grote namen uit de historie van de Russische cultuur van de negentiende en de twintigste eeuw voorbij. Twee daarvan met mijlpalen uit de geschiedenis van de Russische muziek: Aleksandr Skrjabin (1872-1915) wiens Symfonie nr. 1, opus 26, geschreven in de jaren 1899-1900, zal worden gespeeld als eerste programma-onderdeel tussen 20:30 uur en 21:20 uur en Igor Stravinski (1882-1971), van wie De Vuurvogel, gecomponeerd in de jaren 1909-1910 tot klinken zal worden gebracht. De uitvoerenden die avond zijn het London Symphony Orchestra onder leiding van Valery Gergiev. In de compositie van Skrjabin treedt het koor van het Mariinsky Theater uit Sint Petersburg op, aangezien dat werk is geconcipieerd voor groot koor en orkest. Het geheel is een ode aan de kunst, hetgeen in de Russische tekst diverse keren is te horen: "Slava Iskoesstvo"(Hulde aan de kunst).
Boris Pasternak Tijdens de pauze die zo'n twintig minuten zal duren, komt in het BBC Proms Literary Festival de Russische schrijver en Nobelprijswinnaar Boris Pasternak (1890-1960) aan bod. Meer daarover op onze zustersite Tempel der Letteren.
In zijn jonge jaren heeft deze veelzijdige kunstenaar eveneens muziek gestudeerd en aardig wat gecomponeerd. Drie stukken daarvan werden enige decennia geleden reeds op het label Erasmus uitgebracht: Twee preludes en een sonate. Deze stukken worden aangevuld met Quatre morceaux opus 51 uit 1907 van Skrjabin, en twintig stukken: Visions fugitves opus 22 uit de jaren 1915-1917 van Sergej Prokofjev. (Erasumus-cd: WVH 091) _____________ Afbeeldingen 1. De Vuurvogel. 2. Boris Pasternak aan de piano (1907); foto overgenomen uit het tekstboekje van de Erasmus-cd.
Tags:Boris Pasternak, Russische letteren 20ste eeuw, BBC Proms Literary Festival, BBC Radio 3
Op zoek naar God kun je vreemde snuiters tegenkomen
Opgedrongen gemis Stelt
u zich eens voor: twee jonge vriendjes zitten in het bad en vermaken
zich daarbij kostelijk. Op een gegeven moment krijgt één van de twee
een beetje trek en besluiten ze buitenshuis een appel te plukken.
Nauwelijks hebben ze de huisdeur achter zich dichtgedaan of hun
aandacht wordt getrokken door een poster die iemand in de nacht op de
muur van het huisje had geplakt. Dan verbaast het niemand dat die jonge
wezens even verbaasd kijken. Dat overkwam de beide jonge vrienden
het biggetje en de egel. Daar stond te lezen: "Wer Gott nicht kennt,
dem fehlt etwas." Toen ze van elkaar hadden vastgesteld dat de ander
God niet kende, schrokken ze en besloten ze hem te gaan zoeken.
Onderweg Alle
dieren die de beide vriendjes onderweg zijn tegengekomen, hebben ze de
weg naar God gevraagd, maar geen van hen kon ze daarover meer
vertellen, totdat ze de vos tegenkwamen, die meldde dat hij wel eens
mensen had horen ruzie maken over God. En hij wees naar de Tempelberg
en zei dat daar diverse huizen gebouwd waren, maar dat de mensen het
niet eens konden worden in welk huis God nu precies woonde. "Als jullie
mij vragen is het beter om er niet heen te gaan, die lui daar boven
zijn tamelijk getikt." Big en egeltje waren weliswaar zeer dankbaar
voor de raad van de vos, maar ze waren zo nieuwsgierig dat ze de berg
toch beklommen, omdat ze simpelweg wilden weten wat hun nu precies
ontbrak. Bovenop de berg stnden enkele enorme huizen, dat ze dachten
dat die God wel heel groot moest zijn. Het formaat schrikte de kleine
egel wel wat af, maar de big vond dat ze geen half werk konden leveren.
Dus stapten ze op het eerste huis af. Daar stond een man met een heel
aparte hoed en lange zwarte lokken, die uitlegde dat het bewuste huis
een synagoge was, en hij, rabbi, kon dat allemaal precies weten. De
beide jonge dieren wilden nu wel heel graag eens met God kennismaken.
"Is hij thuis?" Maar de rabbi verklaarde dat ze alleen binnen mochten
als ze een Joodse moeder hadden.
Verder zoeken Toen
de beide vrienden beseften dat het met de rabbi en zijn Heer kwaad
kersen eten was, omdat God helemaal niet vriendelijk was, doch alleen
maar almachtig, begaven ze zich naar het volgende huis. Daar stond een
man met een lollig lila kapje op zijn hoofd en een heel apart gewaad
tot op de grond. Hij bleek een echte bisschop te zijn, dus moest hij
meer kunnen vertellen. Samen met hem gingen ze de kerk binnen, en daar
hoorden ze dat zonden met het bloed van Gods eigen zoon werd
weggewassen. "Gatsie," riep het egeltje. "Wassen doe je met zeep." Al
snel bleek evenzeer uit andere opvallende zaken dat ze ook daar hun heil niet zouden vinden, en dus vertrokken ze snel weer. Eigenlijk hadden ze niet veel zin meer om ook nog in het derde huis een kijkje te nemen. Doch om eindelijk aan de weet te komen wat hun onbtbrak,
liepen ze op het derde huis af. Daarvoor stond een men met een volle
baard en een doek op zij hoofd gevouwen. Hij leek een beetje op de oma
van de egel. En voor de derde keer stelde de egel de vraag over de
weg naar God. Aangezien deze man een mufti was, moest hij het toch wel
weten. "In deze moskee kunnen jullie Allah ontmoeten."Maar om Allah te leren kennen, moeten jullie Moslim worden . . . " Toen
ze eenmaal hadden geluisterd en beseft dat zulks ook vijfendertig keer
per week een wasbeurt betekende, leek ze dat niks. Daarop ontstak de
mufti in toorn en begon te bulderen over de hel en het eeuwige vuur
waarin ze zouden braden. De kleine egel leek het allemaal maar niks, en
mede daarom zei hij dat die Mohammed misschien helemaal geen profeet
was, maar de mensen gewoon voor de gek gehouden had. Dat was niet zo
slim van de kleine egel, want nu was niemand meer vriendelijk, en
kregen ze allerlei onhartelijks naar hun hoofd geslingerd. Snel gingen ze
daarom naar de uitgang, maar daar stonden
ook al de rabbi en de bisschop, die hen van godslastering
beschuldigden. Ze slaagden er uiteindelijk in weer thuis te komen en
daar kwamen ze tot de conclusie dat hun inderdaad al die tijd
iets had ontbroken: angst. Zolang ze God niet kenden, was er van angst
geen sprake geweest. "Die lui daar op de Tempelberg zijn werkelijk
getikt. Ik denk dat die Here God helemaal niet bestaat." En zij
concludeerden dat er op dat vreemde plakaat aan hun muur één woord
teveel stond.
Leerstuk met prachtige illustraties Zodra
kleine dieren, en in hun navolging kleine en grote mensen, op zoek gaan
naar een opperwezen, dat in de meeste landen van de westerse wereld met
het begrip God wordt omschreven, komen ze in situaties terecht, die een
vreemde draai aan hun dagelijks bestaan blijken te geven, en die hun
niet bepaald een verrijking van het bestaan voor ogen voeren, doch
alleen dwang, gedram, haat en nijd. Het
boek van Michael Schmidt-Salomon met schitterende tekeningen van Helge
Nyncke vormt een leerstuk voor iedereen, van alle leeftijden, die zich
niets wil laten wijsmaken. Het heeft in Duitsland vrij veel aandacht
gehad, onder meer door deelname van de auteur aan een gespreksronde
over de vraag of God nu(wel of niet) bestaat. Het is zo'n fraai,
verhelderend en voor jong en oud begrijpelijk, opbouwend werkstuk dat
er maar snel een Nederlandse versie moet worden gerealiseerd. De
illustraties nemen het grootste deel van het boek in beslag en dus is
een vertaling binnen een week geregeld.
Michael Schmidt-Salomon / Helge Nyncke: Wo bitte geht's zu Gott? fragte das kleine Ferkel Ein Buch für alle die sich nichts vormachen lassen. Hardcover, 36 pag., rijk geïllustreerd. Alibri Verlag, Aschaffenburg. ISBN 978-3-86569-030-2.
Wagners 'Tristan und Isolde' op 7 december 's avonds rechtstreeks uit Milaan op ARTE-televisie
Eenmalige uitzending Op vrijdag 7 december wordt via de Duits-Franse cultuurzender Arte [ NB ] uit de Scala van Milaan de opera Tristan und Isolde
van Richard Wagner uitgezonden. Deze voorstelling duurt van 19:00 uur
tot middernacht, en wordt tweemaal onderbroken door een pauze van
ongeveer een half uur: de eerste begint om 20:20 uur, de tweede om
22:15 uur. Koor en orkest van de Scala van Milaan worden gedirigeerd
door Daniel Barenboim. De hoofdrollen worden gezongen door Waltraud
Meier, sopraan en Ian Storey, tenor. Patricia Carmine tekent voor de
regie. Het is de ënscenering zoals die indertijd door Patrice Chéreau
is gerealiseerd. Ieder jaar wordt het operaseizoen in de Milanese
Scala geopend op 7 december, omdat dit de naamdag is van de
stadspatroon van Milaan, de heilige Ambrosius. Het is voor het eerst
dat de Bayerische Rundfunk, samen met Arte-televisie deze gebeurtenis
kan bijwonen. In tegenstelling tot menig andere muziekuitvoering zal deze uitzending niet worden herhaald.
Voorbereidingen in 1865 Nadat
Richard Wagner wat onenigheid met König Ludwig II had gehad, wilde hij
weten waar hij aan toe was, en schreef de majesteit daarom op 11 maart
1865 een brief waarin hij de vraag stelde of hij moest vertrekken dan
wel kon blijven. "Teurer Freund. Bleiben Sie hier, bleiben Sie hier,
Alles wird herrlich wie zuvor." De dag daarop begon Wagner met de
voorbereidingen voor de
première, samen met de toen negenentwintigjarige Ludwig Schnorr von
Carolsfeld en diens elf jaar oudere wederhelft Malvine. De echtgenote
van de dichter Georg Herwegh, die deze gebeurtenis heeft bijgewoond,
berichtte dat Wagner al snel tot de conclusie kwam dat dit het ideale
paar was voor de beide hoofdrollen. "Wenn eine Stelle besonders schon
gesungen war, so sprang Wagner auf und küsste lebhaft den Sänger oder
die Sängerin, stellte sich vor Freude auf den Kopf oder rannte in den
Garten und kletterte jubelnd auf einen Baum," heeft ze voor het
nageslacht bewaard.
"Onuitvoerbaar" Een
maand later, op 10 april werd dochter Isolde, kind van Richard Wagner
en Cosima von Bülow de latere tweede mevrouw Wagner geboren, en nog
op diezelfde dag begon de bedrogen echtgenoot Hans von Bülow met de
repetities van de muziek. Volgens de literatuur
had hij de directietechniek van de componist tot in detail overgenomen,
en hij voelde een diepe muzikale verwantschap, waardoor hij in staat
was, zelfs heel direct na een zware ziekte met
verlammingsverschijnselen, de orkestleden te enthousiasmeren voor deze
nieuwe klankentaal vol leidmotieven die als een spinnenweb dooreen
liepen. Iets dat tot dan toe nog niet eerder door een componist was
geëist. Een goede eerste uitvoering op de geplande datum, 15 mei,
scheen niets meer in de weg te staan, maar mevrouw Schnorr was op het
laatste moment hees geworden, waardoor de opvoering alsnog moest worden
afgezegd, hetgeen onmiddellijk ervoor zorgde dat de geruchtenstroom
weer op gang kwam met als hoofdmotief: "Tristan is toch onuitvoerbaar."
Dat irriteerde de overgevoelige, hypernerveuze koning, met als gevolg
dat Wagner wel even vreesde voor een nieuwe datum, maar de koning
besliste: 10 juni, en zijn wil geschiedde. Op 10 juni werd de
première toch nog in het Konigliche Hof- und Nationaltheater te München
gegeven. Het werd kwalitatief een enorm succes, ook volgens een deel
van de recensenten, die vornamelijk in uitersten dachten en voelden.
Maar hier en daar werd reeds direct herkend dat men een
'epochemachendes Werk' had bijgewoond, dat de tand des tijds eveneens
zou doorstaan. Al duurde het wel even voordat het publiek er ook mee
uit de voeten kon. Dat was echter al wel het geval bij de laatste van
de vier
voorstellingen, drie weken na de première. Wagner, von Bülow, het
orkest, maar vooral Ludwig Schnorr von Carolsfeld de Tristan, die onder
het gevleugelde woord Nomen est Omen zou
moeten worden gerangschikt. Drie weken later overleed hij en het is tot
op de huidige dag onduidelijk wat de preciese oorzaak is geweest. Ook
Ludwig II moet wel enthousiast zijn geweest, aangezien hij zijn
Raddampfer de raderstoomboot waarmee hij op de Starnberger See voer
de naam Tristan heeft gegeven. ___________ Afbeeldingen 1. Dirigent Daniel Barenboim. 2. Het echtpaar Ludwig en Wilhelmine Schnorr von Carolsfeld, gefotografeerd tijdens de generale repetitie van Tristan und Isolde in het voorjaar van 1865. 3. Dirigent Hans von Bülow wist het orkest te winnen voor de volstrekt nieuwe muziek van Wagners Tristan. 4. Ludwig II voor zijn raderstoomboot Tristan. (Detail uit een grotere afbeelding.) ____________ [ NB
] De Duitse radiozender NDR Kultur begint volgens de programmagidsen
reeds om 18:00 uur, maar volgens info van de zender zelf, gepubliceerd
op Iternet, begint het programma reeds om 16:55 uur. Het zou dus kunnen
zijn dat de televisie-uitzending via een zogenoemd uitgesteld relais
wordt gerealiseerd.
Multipercussionist Martin Grubinger met zijn geheel eigen, ritmisch-muzische wereldtaal
Ritmische wereldtaal "Am
Anfang war der Rhytmus," moet dirigent en pianist Hans von Bülow eens
hebben gezegd. Althans volgens dirigent Charles de Wolff, die met deze
woorden een concert inleidde dat veel slaginstrumenten zou laten
klinken. Als je het fenomeen ritme met 'scheppingsdrang' in verbinding
wilt brengen, valt er niet zoveel op die uitspraak aan te merken. Dat bleek weer eens in de NDR Talkshow,
die eens per twee weken op vrijdagavond tussen 22:00 uur en middernacht
op het derde Duitse televisienet Norddeutscher Rundfunk wordt
gepresenteerd en al een lang leven is beschoren, zij het met steeds
weer andere presentatoren. Al enkele jaren zijn de meeste van deze
uitzendingen echter nauwelijks meer dan vooral
gezelligheidsbijeenkomsten, waar een goede Schlagabtausch
zoals in vroeger jaren niet meer voorkomt, hetgeen de aantrekkelijkheid
in hoge mate heeft aangetast. Twee nogal narcistische presentatoren, de
al te veel op de Duitse treurbuis verschijnende quizleider Jörg Pilawa,
vanwege zijn aantrekkelijke uiterlijk geliefd bij alle sexen en
leeftijden, met aan zijn zijde de afgrijselijke, bekkentrekkende,
aalgladde Plaudertasche en Schreckschraube Julia
Westlake, die er in hoge mate mede voor heeft gezorgd dat ik die
praatparade al jaren in principe mijd. Tenzij ik van tevoren weet welke
waarlijk interessante figuur uit de wereld der cultuur als gast is
uitgenodigd. Zo iemand is de fenomenale slagwerker Martin Grubinger.
Enorme slagwerkbatterij Martin
Grubinger, een veelzijdige, jonge slagwerker met niet alleen een gulle
lach, maar ook een inmiddels internationale reputatie, was in de
uitzending van vrijdag 30 november niet alleen voor een praatje
aanwezig, maar ook voor een optreden. Samen met een vriend speelde hij
een deel van een eigen compositie, die als soundtrack in de nieuwste
film van Michael Verhoeven wordt gebruikt. Op de vraag of hij met dat vele slagwerk niet oorverdovend op de omgeving zou moeten werken, vertelde de sympathieke, slagvaardige
en humoristisch ingestelde jongeman dat hij ergens op het land in
Oostenrijk een grote ruimte had met in de naaste omgeving alleen nog
vijf boerderijen, met daartussen land waarop koeien grazen. De
gedachte, die bij velen overheerst dat die arme dieren daaronder te
lijden zouden hebben werd direct gelogenstraft door de mededeling van
de kant van de musicus dat nu juist veel koeien bij zijn studio komen
en naar binnen kijken als hij zijn studie- en repetitie-uren (negen à
tien per dag) daar doorbrengt en flink van leer trekt met zijn vele
stokjes en andere hulpmiddelen, die hem ten dienste staan om de
instrumenten goed, en op de juiste manier te raken. Het toont alleen
maar weer eens hoezeer nog altijd dieren en hun geheel eigen
intelligentie en interessen worden onderschat, juist door eenmaal
gepostuleerde vooronderstellingen als feiten aan te nemen.
Eeltvorming Die
vele oefening, welke zo'n tachtig concerten op tal van plaatsen op het
ondermaanse, en dat binnen één jaar tijd, tot gevolg heeft, is echter
niet alleen verantwoordelijk voor de kunst die daaruit is voortgekomen,
doch eveneens voor het vele eelt (Hornhaut) op
de handen en tussen de vingers van deze razend knappe kunstenaar. Zijn
uitspraak in de NDR Talkshow "Ik heb wel eens begrepen dat vrouwen erg
naar de handen van een man kijken bij hun keuze. Zo gezien kan in het
klooster gaan", zorgde, begrijpelijkerwijs, voor veel hilariteit. Inmiddels
is zijn ster niet alleen zo sterk rijzende dat deze jonge
'multipercussion artist' hoewel in 1983 geboren, maakt hij qua
uiterlijk niet de indruk dat hij ouder dan een jaar of zeventien is
keuzes zal moeten maken hoeveel uitnodigingen hij nog kan en welke
optredens hij kan realiseren. Hij ontving in 2006 de Leonard Bernstein
Award van het Schleswig Holstein Musikfestival. Zodra we
geluidsdragers van Martin Grubinger in handen krijgen, zullen we onze
lezers daarover nader informeren: hij is een heel bijzondere musicus en
een menselijk wezen dat via zijn muziek weet te activeren, en dat is de
ware opgave van alle kunsten en hun dienaren.
Dreigroschenoper van Kurt Weil in deels nieuw jasje zondagochtend op cultuurzender ARTE
Herhaling op 2 december Op dinsdag 27 november heeft de Frans-Duitse cultuurzender ARTE de Dreigroschenoper
gepresenteerd met de muziek van Kurt Weill (1900-1950), in de
enscenering van André Wilms, zoals die verleden jaar op de planken van
het Frankfurter Schauspiel op het programma stond. De
televisie-uitzending was een latertje: deze begon om kwart voor elf en
eindigde goed twee uur later. Al degenen, die de uitzending hebben
gemist, kunnen op zondagochtend 2 december de schade inhalen. De
voorstelling wordt dan herhaald tussen 9.50 uur en 12.00 uur. Deze
versie is een kleurrijk schouwspel vol vaart en aan de huidige tijd
aangepaste vondsten, die overigens behoedzaam worden ingelast of in
plaats van de vroegere tekst worden gesproken. De actualiteit daarvan
zal voornamelijk associaties inhouden voor degenen, die goed op de
hoogte zijn met het wel en wee van de dagelijkse (politieke) realiteit
in de Duitse Bondsrepubliek. Dat doet echter op geen enkele manier
afbreuk aan de kwaliteit, die op all fronten overheerst, zowel qua
enscenering die zich letterlijk op drie niveaus, hier en daar
tegelijkertijd, afspeelt alsook in de muzikale omlijsting door het
Ensemble Modern, gedirigeerd door Nacho de Paz, die in de orkestbak is
gekleed als circuskapelmeester.
Geen echte opera Een echte opera is dit stuk muziektheater niet ook al draagt het Engelse voorbeeld dat begrip eveneens in de titel The Beggar's Opera [1] , maar dat mag de pret niet drukken. Hoewel de schrijver van de Dreigroschenoper en de Dreigroschenroman [2], Bertolt Brecht
(1898-1956) en componist Kurt Weill zelf niet wars waren van tegendruk
ten aanzien van bestaande tradities, wordt in de huidige versie toch de
indruk gewekt dat men in het revue-element dat hier en daar op de
rand van de slapstick balanceert verder gegaan is dan in de
oorspronkelijke versie van 1928, en in de film met onder meer Ernst
Busch van 1931. Opvallend is dat de verscheurdheid van enkele
figuren, met op de eerste plaats Mrs. Peachum (een schitterende rol van
Karin Neuhäuser), en de ware gevoeligheden tegenover veel extraverte
emotie toch hun plaats behouden en ook als zodanig weer opborrelen en
voor het voetlicht worden gebracht.
Tal van versies In
de loop van acht decennia zijn diverse ensceneringen de revue
gepasseerd, waarvan die in de jaren vijftig opnieuw met de
Weill-weduwe (ze waren zelfs tweemaal gehuwd) Lotte Lenya reeds kort
daarna, met een nogal soap-achtige Johanna von Koczian als Polly
Peacum, veelal terecht als al te zoetsappig werd ervaren. Een
vergelijking van diverse uitvoeringen is mogelijk: de film uit 1931 is
nog beschikbaar, de versie van een halve eeuw geleden werd door CBS op
een dubbel-LP uitgebracht [3],
en via YouTube kan men nog fragmenten uit de film, uit de versie van
1962 de Seeräuberjenny-aria door Hildegard Knef (met haar
rauw-doorrookte stem) beluisteren, evenals enkele andere, al dan niet
furore gemaakt hebbende presentaties. Ook is er in1971 op het label
Joker een Italiaanse plaat uitgebracht waarop Brecht zelf de Moritat [4] van Mackie Messer zing, alsmede Das Lied von der Unzulänglichkeit des Menschen. En
voor degenen, die eventueel wel van de muziek van Kurt Weill houden,
maar niets op hebben met Brechts versie van de Driestuiversopera, is er
nog altijd de Kleine Dreigroschenmusik een suite uit de opera, die iets meer dan twintig minuten in beslag neemt.
Tijdloze tegenstellingen Wolfram Koch als Mackie Messer en de vele andere protagonisten in deze nieuwste versie van de Dreigroschenoper
maakt duidelijk dat er in wezen nog niet veel is veranderd. De
tegenstelling tussen arm en rijk wordt weer in ijltempo steeds groter,
en dat alleen als gevolg van een gering aantal machtigen in politiek en
industrie, die, om het nu enigszins algemeen te houden het eigenbelang
in de vorm van roem en/of bezit miljoenenvoudig belangrijker achten dan
de omstandigheden van een groot deel van de wereldbevolking. Wat in het
kader van John Gays bedelaarsopera gold en twee eeuwen later bij
het duo Weill/Brecht omtrent sterke tegenstellingen in een (grote)
stad, is nu in versterkte mate aan de orde in de tegenstelling tussen
het rijke westen en alle andere landen, die tesamen voor het gemak
worden aangeduid met Derde Wereld. En dus geldt nu nog even sterk de
laatste, gezongen, strofe:
Und die einen sind im Dunkeln Und die andern sind im Licht Und man sehet die im Lichte Die im Dunkeln sieht man nicht.
De
opvoering kan dan ook worden gezien als een (nieuwe) aanklacht tegen de
manipulaties van veel (Duitse) politici, die zich hebben geprofileerd
als huichelende halers, hebbers en houders, hetgeen helaas niet beperkt
is gebleven tot de éne partij, die daarvan al te vaak als enige is
beschuldigd. Kortom, er is niets nieuws onder de zon. Dat is op zich
deprimerend genoeg en hoeft niet uitsluitend te leiden tot loodzware
drama's. Dat kunnen geïnteresseerden op de televisiezender ARTE zelf
vaststellen als ze kijken naar de Dreigroschenoper. __________ [1]
John Gay (1685-1732), dichter en dramaturg, verwierf vooral bekendheid
door zijn Bedelaarsopera, die in 1728 voor het eerst werd opgevoerd. [2] Brechts Dreigroschenroman uit 1933, verwant met de eerdere Dreigroschenoper,
werd ook in het Nederlands uitgebracht: Driestuiversroman, vertaald
door Felix van Zijll, als nr. 51/52 van de serie Het Nederlandse
Boekengilde van De Nederlandsche Uitgeverij Baarn. In 2005 is het boek
opnieuw als 'hardback' uitgegeven door Het Parool. NB: De
titelpagina van de eerste vertaling meldt als voornaam Felix van Zijll;
in diverse latere publicaties wordt deze voornaam echter verbasterd tot
Felize, en ook vindt men voor dezelfde editie als vertalersnaam P.
Liedmeier. Er is dus in ieder geval sprake van één pseudoniem. Als
jaartal van deze eerste Nederlandse uitgave wordt 1939 wel consequent
vermeld. [3] In 1982 is deze
versie op dubbel-LP opnieuw door CBS in een cassette uitgebracht. Zeker
weet ik het niet, maar ik heb horen verluiden dat deze versie later ook
nog weer als cd-versie is verspreid. ___________ Afbeeldingen 1. De componist Kurt Weill heeft diverse theaterprojecten met Bertolt Brecht gerealiseerd, zoals Aufstieg und Fall der Stadt Mahogonny (1929) en Die sieben Todsünden (1933). 2. Bertolt Brecht, bij het toneelpubliek in veel delen van de wereld befaamd, doch zijn grootste kracht lag zonder twijfel in zijn lyriek. 3. Lotte Lenya, echtgenote van Kurt Weill was present in de eerste uitvoering van de Dreigroschenoper, in de film van enkele jaren later en in de 'revival' van 1958. 4. Deel van de Italiaanse grammofoonplaathoes met delen uit de Opera di 3 Soldi. Daarop ook Bert Brecht met zijn onafscheidelijke sigaar. 5. Voorzijde van de Nonesuch-LP uit 1974 met daarop onder meer Kurt Weills Kleine Dreigroschenmusik. 6. John Gay, de Engelse auteur van The Beggar's Opera, exact twee eeuwen eerder op de planken gebracht dan die van Weill/Brecht.
Een tijdloos stuk cultuurgoed Sedert
de laatste decennia van de zeventiende eeuw hadden componisten bepaald
geen onbekommerd leven. Meestal stonden zij als cantor, muziekdirecteur
of kapelmeester in dienst van een vorstenhuis, universiteit, school of
kerk. Naast de onderwijzende functie hadden ze tot taak met een
zogenaamd collegium musicum
composities van zichzelf en anderen ten gehore te brengen, en daarnaast
moesten ze gelegenheidswerken schrijven voor het hof, het openbare
leven of voor kerkelijk gebruik. Dat zulke musici door deze culminatie
van functies dikwijls onder zeer sterke (vooral tijd-)druk kwamen te
staan, ligt voor de hand. Het is dan ook nauwelijks verwonderlijk dat
velen van hen de toevlucht hebben genomen tot het opnieuw verwerken van
eerder gecomponeerde stukken of delen daarvan, die in een andere
context hun functie hadden vervuld. Zulk hergebruik wordt bestempeld
als parodie. Het meest saillante voorbeeld daarvan is het Weihnachtsoratorium van Johann Sebastian Bach uit 1734.
Vaste aanstellingen Reeds
als achttienjarige kreeg Johann Sebastian Bach in 1703 een vaste
aanstelling als organist te Arnstadt, een positie die hij vier jaar
achtereen zou blijven bekleden. Vervolgens zou hij gedurende bijna een
jaar dezelfde functie in Mühlhausen vervullen, om daarna bijna tien
jaar ― van 1708 tot 1717 als
kamermusicus en hoforganist in dienst van de hertog van Sachsen-Weimar
werkzaam te zijn. In augustus 1717 werd Bach benoemd tot
hofkapelmeester van Leopold von Sachsen-Anhalt-Cöthen. Met die vorst maakte hij reizen naar Dresden, Kassel en Karlsbad. In die tijd ontstonden onder meer de befaamde Brandenburgse Concerten, de Orkestsuites, alsmede Das Wohltemperierte Clavier. Na
het overlijden van zijn eerste vrouw, Maria Barbara, in juli 1720, trad
Bach in december van het daarop volgende jaar in het huwelijk met Anna
Magdalena Wilcken. Tijdens zijn verblijf in Cöthen ontstond ook de Johannes Passion, die op Goede Vrijdag 1723 voor het eerst in de Leipziger Thomaskerk werd uitgevoerd.
Thomascantor in Leipzig Kort
tevoren, in juni 1722, was de illustere Thomascantor Johann Kuhnau op
62-jarige leeftijd gestorven. Diens opvolging hield vele gemoederen,
tot ver buiten Leipzig, bezig. Ongetwijfeld vanwege de bijzondere
positie, die immers was gekoppeld aan het ambt van director musices, hetgeen
inhield dat iemand dan tevens de muzikale verantwoordelijkheid had voor
alle overige Leipziger kerken. Dit instituut had in meer dan zes eeuwen
een voortreffelije reputatie weten op te bouwen. Ook Bach meende,
daar beter op zijn plaats te zijn, omdat daar zoveel was gedaan voor de
ontwikkeling van de Duitse kerkmuziek. Toch wachtte hij een half jaar
alvorens te solliciteren, ook al stond van tevoren vast dat hij als
basisinkomen niet meer dan een kwart zou verdienen van zijn bezoldiging
in Cöthen. Bovendien had zijn vrouw daar een eigen inkomen als zangeres. Ondanks de vele bezwaren, die aan de functie schenen te kleven, bleken de voordelen ― zoals een universiteit waar zijn zonen zouden kunnen studeren ― de doorslag te geven. In
de tussenliggende periode was het stadsbestuur van Leipzig er niet in
geslaagd een geschikte opvolger voor Kuhnau te vinden, al hadden zich
niet de slechtste musici van die dagen aangediend. Uiteindelijk viel de
formele keuze op 22 april 1723 ten gunste van Bach uit.
Weihnachtsoratorium Met
de verhuizing naar Leipzig begon Bach aan zijn laatste en tevens
langste dienstverband, dat tot aan zijn overlijden op 28 juli 1750
voortduurde. In die tijd, met name in de periode 1729-1735, ontstonden
de grote koorwerken: de Matthaeus Passion in 1729, de Hohe Messe vier jaar later, de Zes Motetten en het Weihnachtsoratorium in 1734. Hoewel de benaming oratorium van
de componist zelf stamt, is de betiteling niet helemaal correct, omdat
er geen sprake is van een dramatische voorstelling van bijbelse
geschiedenis, maar van een episch-lyrisch verhaal over de geboorte van Jezus Christus, door middel van teksten
uit de Evangeliën van Lukas en Matthaeus, onderbroken door lyrische
passages van een schrijvende tijdgenoot, waarschijnlijk Picander, de tekstdichter van onder meer de Matthaeus Passion.
Zes Cantates Oorspronkelijk was het Weihnachtsoratorium
niet als een gesloten geheel geconcipieerd, maar is het ontstaan door
samenvoeging van zes cantates, die Bach in 1734 voor de gehele periode
van het Kerstfeest ― de drie kerstdagen: 24, 25 en 26 december, Nieuwjaarsdag, de daarop volgende zondag en Driekoningen ―,
om successievelijk tijdens de daarop betrekking hebbende
godsdienstoefeningen in de Thomaskerk te worden uitgevoerd. We kunnen
deze serie qua opzet derhalve wel als een liturgische, echter niet als
een artistieke eenheid beschouwen.
Parodieën Het meest bijzondere van dit Weihnachtsoratorium ligt
echter besloten in de omstandigheid dat Bach voor de zes onderdelen
ervan heeft geput uit eerder gecomponeerde stukken, met name drie
cantates, die voor wereldse aangelegenheden waren geschreven, zoals een
vorstelijke verjaardag. Misschien is het niet alleen de enorme tijd- en
werkdruk geweest die Bach ertoe heeft doen besluiten om in totaal 17
gedeelten uit de Cantates BWV 213, 214 en 215 over te nemen. Immers, de
eerdere gelegenheden waarvoor ze waren gecomponeerd, waren
eenmalig en voor een zeer beperkte kring van toehoorders. Bij een
componist van het kaliber van Papa Bach is het echt ondenkbaar dat
gebrek aan muzikale invallen de reden voor die parodieën zou zijn
geweest. Hoe het ook zij, Bach heeft op deze wijze in ieder geval
enkele heel bijzondere muziekstukken voor de totale vergetelheid
gespaard door ze, in min of meer aangepaste vorm, voor deze gelegenheid
over te nemen. Dat geldt met name voor de grote koren ter inleiding en
voor een aantal belangwekkende arias.
Harmonisch geheel Bij nadere beschouwing valt vrijwel nergens in dit Weihnachtsoratorium discrepantie te bespeuren tussen muziek en tekst, met één uitzondering wellicht: de tenor-aria Auf meinen Flügeln sollst du schweben
uit de Hercules-cantate heeft Bach zonder meer overgenomen in de vierde
cantate van het onderhavige oratorium als tenor-aria met de tekst Ich will nur dir zu ehren leben.
Daar kan alleen extreme tijddruk als geldig excuus worden aangevoerd.
Doch daartegenover staan enkele staaltjes van Bachs bijzondere
scheppingskunst: al direct in de eerste cantate vinden we de alt-aria Bereite dich Zion, afkomstig van de alt-aria Ich will dich ncht hören. Door enkele ware kunstgrepen is Bach erin geslaagd de afwijzing door geringe veranderingen ― onder meer door toevoeging van een oboe damore ― in een sfeer van blijde verkondiging te doen omslaan. In andere gevallen waren echter andere ingrepen nodig zoals transpositie ― wanneer een sopraanaria werd omgezet in een alt-aria ― of toevoeging van meerdere instrumenten, zoals in het slaapliedje voor de jonge Hercules, dat in het Weihnachtsoratorium een wiegelied voor de kleine Jezus wordt.
Universele schoonheid Ondanks
het feit dat dit oratorium voor een zeer beperkte periode in het
kerkelijk jaar bestemd is, kan men de muzikale schoonheid ervan
voortdurend absorberen. Het werk blijft één van de meest fascinerende
mijlpalen uit de muziekgeschiedenis. ___________ Afbeeldingen 1. Johann Sebastian Bach. Tekening van Jarko Aikens, Groningen 1985. Archief Heinz Wallisch. 2. Prins Leopold von Anhalt-Cöthen. 3.
De Evangelist Lukas. Illustratie overgenomen uit de Printbybel met 246
voorstellingen des Ouden & Nieuwen Testaments, A.D. 1698. reprint
van Foresta, Groningen, ca. 1976. 4. Christus geboren, in het Evangelie van Lukas, beschreven. Illustratie overgenomen uit de bovengenoemde Printbybel.
Piano Festival 2008 wordt in Nederland op 18 januari te Groningen geopend door Jonathan Biss
De jonge Amerikaanse pianist Jonathan Biss zal op 18 januari 2008 in de kleine zaal van het Cultuurcentrum De Oosterpoort het startsein geven voor het Nederlandse Pianofestival 2008 met een recital dat geheel en al bestaat uit Weense klaviermuziek: twee pianosonates van Ludwig van Beethoven en één van Franz Schubert, voorzover dat de ware Weense klassieken betreft. Maar daar tussenin presenteert deze opmerkelijke pianist een werk uit de (ten onrechte gekwalificeerd als Tweede) Weense School van het fin de siècle. Het gaat hier om de Sechs kleine Klavierstücke, opus 19, uit 1911, van Arnold Schönberg. (Meer info over dat Festival wordt later op deze plaats gepubliceerd)
Heldere historiografische analyses van Maarten van Rossem over de twintigste eeuw
Europese
geschiedenis van de twintigste eeuw
Vandaag verschijnt bij de nog jonge, maar zeer dynamische uitgeverij Nieuw
Amsterdam het nieuwste boek van de Nederlandse historicus Maarten van Rossem,
met de korte en krachtige titel Drie oorlogen. Een goed gekozen tijdstip
voor een boek dat als geschenk in de komende zes weken een goede en naar mijn
idee dankbare taak zal kunnen vervullen, mede door de veelzijdigheid, als Van
Rossems troost in duistere dagen. De auteur beschrijft in kort bestek het
relatief weinige wel en het al te vele wee in de geschiedenis van Europa
gedurende de twintigste eeuw. Dat nieuwe tijdperk is in Van Rossems optiek
begonnen met de aanval door de terrorist Gavrilo Princip nomen est omen
op de troonopvolger van de Donau-monarchie Franz Ferdinand en diens
wederhelft.
Kettingreactie
Hoewel achteraf nooit twee onvergelijkbare grootheden ter vergelijking naast
elkaar kunnen worden gelegd een voldongen feit enerzijds tegenover de
situatie zonder die gebeurtenis is het niet zo'n vreemde gedachte dat de
twintigste eeuw in ieder geval heel anders, en hoogstwaarschijnlijk minder
bloedig, zou zijn verlopen als deze fatale schoten op 28 juni 1914 te Sarajevo
niet zouden zijn gelost. De Eerste Wereldoorlog zou niet, en in ieder
geval niet op de voorgevallen wijze, hebben plaatsgegrepen. Realiteitszin
ontberende politici en op macht beluste militairen zouden ongetwijfeld minder
opgefokt zijn geweest, en de drang om een defensieve strategie om te zetten in
agressief optreden [1] zou zeker een andere dimensie hebben gehad,
waardoor in ieder geval de vraag gerechtvaardigd is of de ontwikkelingen tussen
1914 en 1918 in een andere constellatie eveneens zo desastreus zouden zijn
geweest. Waarschijnlijk niet, vooral omdat er geen, of in ieder geval veel
minder vernederende, vredesvoorwaarden van Versailles zouden zijn geweest, en
dat vormt aanleiding tot de aanname dat er voor die dolgedraaide en tot op het
merg gedegenereerde idioot Adolf Hitler niet zo'n prominente rol zou zijn weggelegd.
Hitler
"Hoewel . . . het communisme en het nationaal-socialisme in ideologisch
gedreven moordzucht niet essentieel van elkaar verschilden, is Hitler, meer dan
enige communistische leider, de incarnatie van het politieke kwaad van de
vorige eeuw geworden", schrijft Maarten van Rossem in het onderdeel met de
titel die de naam draagt van dat niet alleen politieke, maar (mede als gevolg
daarvan) menselijke, maatschappelijke en morele Kwaad. Daar valt geen speld
tussen te krijgen. Ook rekent Van Rossem en passent af met enkele vastgeroeste,
want affectieve, preoccupaties met betrekking tot de Autobahnen, die werkelijk
geen ander doel hadden dan voor het verkeer. Ook met betrekking tot het
overkoepelende concept dat de 'Entartete Anstreicher' zou hebben gehad houdt de
schrijver ons nog even enige, tot een andere conclusie leidende,
feitelijlkheden onder de neus. Heel veel toeval en tal van omstandigheden
hebben geleid tot de positie van de Führer, niet tot de daaraan, ondanks
alles en allen, ten onrechte toegeschreven kwaliteiten. Vooroordelen uit de weg
ruimen is weliswaar een heidens werk, maar wie daartoe steeds opnieuw een
poging waagt, verdient het dat zijn beschrijving daarvan serieus wordt genomen,
en een geïnteresseerde doet zulks door te lezen, en niet alleen door de woorden
en hun context door te nemen, maar ook al dat te vergaren (het aren lezen
achter de maaier) wat de grote lijnen in de ontwikkeling van de twintigste eeuw
voor ons overzichtelijk, en niet te vergeten, inzichtelijk maken.
Tweede Wereldoorlog In het hoofdstuk over de Tweede Wereldoorlog begint de auteur met de
explicatie dat vier verschillende deelconflicten, op nogal uiteenlopende
geografische locaties, tesamen het fenomeen vormden dat eerst Europa en
vervolgens de rest van de wereld tussen 1939 en 1945 en in tal van andere
vormen nog lang daarna in de greep zou houden. Ten eerste als gevolg van de
complexiteit en de 'veelzijdigheid', later als gevolg van het onvoorstelbare
leed dat zijn sporen tot in de huidige generaties op vele plaatsen ter wereld
heeft nagelaten en ook nog wel even blijft doorwerken.
Van Rossem is ook kritisch ten opzichte van de stelling, die van vele kanten is
geopperd, dat Duitsland gedoemd was die oorlog te verliezen. Nog afgezien van
allerlei kwesties van persoonlijk prestige en relatief onbereikbare
doelstellingen in die gegeven situatie, is het helemaal niet zo zeker dat die
stelling zoveel hout snijdt als dikwijls ook nu nog wordt aangenomen.
Ondanks de talrijke aspecten op het politieke, sociale en intermenselijke vlak
en toen nog veelvuldiger op dat van de onmenselijkheid die opnieuw een zeer
omvangrijk boek hadden kunnen opleveren, heeft Maarten van Rossem zich beperkt
tot een zeventig pagina's voor deze thematiek.
Koude Oorlog Die beide hoofdstukken
over de wereldoorlgen betreffen reeds eerder verschenen analyses van de
Europese geschiedenis in de eerste helft van de twintigste eeuw. Meer dan het
dubbele aantal bladzijden neemt het derde grote onderdeel van zijn boek in: de Koude
Oorlog, een hoofdstuk uit Van Rossems koker dat niet eerder is
gepubliceerd. In de Koude Oorlog kwamen de twee, in het laatst van de oorlog
tegen Hitler-Duitsland samenwerkende, grote mogendheden lijnrecht tegenover
elkaar te staan, hetgeen voor menigeen duidelijk werd toen de hoge heren elkaar
in Jalta hebben ontmoet. De strijd om de desnoods zeer foute Duitse
geleerden barstte los en heeft, tot ver na de directe afsluiting van de
gewapende vijandelijkheden, ook veel terechte irritatie en kritiek gegenereerd.
Dat die Koude Oorlog zoveel meer aspecten met zich meebracht, hebben tal van
lezers in de loop van hun bestaan via kranten, boeken en ethermedia meebeleefd,
in tegenstelling tot veel van de gebeurtenissen die in de beide eerste
afdelingen van het boek worden behandeld.
Helder betoog Maarten van Rossem heeft niet alleen een helder en tegelijkertijd, hoop ik,
voor menigeen verhelderend boek geschreven waarin verbanden worden gelegd,
welke meer duidelijk maken dan menig gecompliceerd college van boven de
materie staande geleerden. Voorts heeft hij afgezien van allerlei hoogdravende
taal, maar heeft hij de regels die daarvoor geleden in acht genomen, en
daarmede een beter product afgeleverd dan zo menig andere extreem geleerde
groot-mogol. Bovendien, en dat mag hier zeker niet onvermeld blijven, omdat het
een zeer schaars geworden fenomeen is: Van Rossem weet wanneer je hun
(datief) en wanneer je hen (accusatief altijd na een voorzetsel!)
dient te gebruiken. Alleen al daarom zou menig collega-scribent, journalist en,
ja ook, Neerlandicus deze tekst eens moeten bestuderen. Men kan er, door alle
boven aangestipte, positieve, elementen, van leren.
__________
[1] Dit werd echter door degenen, die de strategie hadden uitgedokterd,
in het geheel niet anders dan als defensief ervaren. Een vooral Duits fenomeen
dat zich tot op de huidige in het denken van bepaalde politici in die 'cultuur'
heeft gehandhaafd. De verregaand waanzinnige voorbereidingen die door een
aldaar (mede)regerende tijdbom de Minister van Binnenlandse Zaken, Wolfgang
Schäuble, een in meer dan één opzicht ernstig beschadigd wezen worden
getroffen voor een soort Vierde Rijk met een nieuwe Gestapo vanzelfsprekend
niet met die naam, maar wel met meer macht dan welk voorafgaand instituut in
die categorie, en opnieuw een eigen staat binnen de staat vormend worden door
de bedenker ook slechts ervaren als niets meer of anders dan
verdedigingsstrategieën in de strijd tegen het al dan niet vermeende alom
aanwezige terrorisme. Miljoenen Duitsers slikken dit conglomeraat van leugens
ook nu weer als Zuckerbrot voor zichzelf en de Peitsche voor de
boosdoeners. In ieder geval hebben ze, net als hun dienaren aan de
regeringstafel, op dat punt niets geleerd van de geschiedenis.
__________
Maarten van Rossem: Drie oorlogen. Een kleine geschiedenis van de twintigste eeuw. Amsterdam, november 2007; Nieuw Amsterdam, Uitgevers. 320 pag., paperback; ISBN 978-90-468-0321-9; Prijs 18,95.
Alternatieve 'Winterreise' op basis van de oude bekende van het vermaarde duo Müller/Schubert
Gedurfde
onderneming
Hoewel de officiële presentatie van een wereldprimeur, de nieuwe Winterreise-cd,
in Nederland pas op zaterdag 24 november in het Bethaniënklooster te Amsterdam
zal plaatshebben, is de wereldwijde verkoop van de compact disc op maandag 5
november gestart. Wat bij de eerste informatie, als je door de
platenmaatschappij wordt voorgelicht over het bestaan ervan, een tamelijk
gewaagde stunt schijnt ― delen uit de Liederencyclus Winterreise (opus
89, D 911 uit 1827) van Franz Schubert (1797-1828) ―, blijkt echter een
weldoordacht muzikaal concept: de bijbehorende teksten en de menselijke stem
zijn voor deze gelegenheid ingeruild voor een saxofoon; de pianopartij is
daarentegen wel gehandhaafd.
Veelzijdige poëzie
Voordat je het tweede nummer tot het einde toe hebt beluisterd, weet je dat het
experiment ― voorzover hat als zodanig mag worden gekwalificeerd ― als volkomen
geslaagd moet worden beschouwd, aangezien er in deze nieuwe combinatie niet
alleen een geheel eigen dynamiek is gecreëerd, maar Schuberts muzikale poëzie
overeind is gebleven. Die is niet alleen gegrondvest op diens eigen muzikale
genie, maar heeft de impulsen daartoe aangereikt gekregen van de tekstdichter
Wilhelm Müller (1794-1827) ― net als Schubert een jonggestorven kunstenaar. De
man is veelvuldig terzijde geschoven als een tweederangs dichter, maar dat
zulks ten onrechte werd gedaan ― en tot op de huidige dag klakkeloos wordt
nagekakeld en neergepend ―, blijkt alleen al uit de manier waarop hij veel kon
zeggen zonder dat het direct voor iedereen duidelijk was. Dat hij daarmee een
geheel eigen dimensie aan maatschappijkritische poëzie heeft meegegeven, is
niet door elke lezer, en evenmin door elke censor, op het eerste gezicht als
zodanig (h)erkend.
Eigen dynamiek De poëzie van Schuberts compositie
en de daaraan ― onverbrekelijk! ― verbonden sfeertekening van Müllers gedichten
is een geïntegreerd bestanddeel in de aanpak die saxofonist Yuri Honing, in
samenspraak met pianiste Nora Mulder, heeft gerealiseerd. De nostalgie van het
winterlandschap, de weemoed en het verlangen dat het Herenleed der beide
kunstenaars in de eerste decennia in de negentiende eeuw de mogelijkheid tot
een poëtisch amalgaam heeft geboden, hebben zij tot in het uiterste weten te
benutten.
Je mag, als uitvoerend musicus anno nu, dan ook niet door al te veel twijfel en
onzekerheid worden overmand als je eenmaal het plan hebt opgevat om juist die
mijlpaal uit de muziekgeschiedenis om te werken aan te passen, zeker niet als
je daarbij als einddoel voor ogen en oren houdt dat het oorspronkelijke werk
niet mag lijden, en je daarvoor zelfs meer interesse hoopt te genereren. Zon
niet bepaald gering, of simpel te realiseren, doel vereist dat je als musicus
van goeden huize komt.
Het betekent echter niet dat je als luisteraar ― bij alle waardering en
eventueel juiste, gevoelsmatige benadering van hetgeen een houtblazer beweegt,
niet alleen in de keuze zelf, maar tevens de plaats in te nemen van een
vocalist ― alles ook kunt verklaren, en dat leidde tot de rechtstreekse vraag
van deze zijde aan Yuri Honing met betrekking tot zijn keuze, 12 van de 24
onderdelen en de (hier andere) volgorde.
Nadere uitleg
Nadat ik de hele Winterreise had bestudeerd, heb ik een keuze gemaakt op basis
van expressie en tempo-variaties binnen de mogelijkheden van deze instrumentale
versies. Omdat de inhoud van de teksten mij bekend is en het spirituele
karakter ervan me na aan het hart ligt, heb ik deze in zijn algemeenheid
gebruikt als uitgangspunt voor de interpretatie.
Maar tekst laat zich niet uitspreken op een saxofoon en dus heb ik de titels
laten vervallen. De volgorde werd uiteindelijk bepaald door een muzikale
spanningsboog, gebaseerd op de instrumentale expressies, zonder rekening te
houden met de specifieke betekenis van de afzonderlijke werken.
Die honderd woorden verschaffen een duidelijke explicatie, welke niet alleen in
kort bestek de accenten daar legt waar ze horen, maar tevens van een zodanige
kwaliteit is dat ook niet muzikaal-geschoolden de inhoud ervan kunnen
begrijpen. Menig programma-toelichtende tekst in tal van concertprogrammas zou
er ook zo kunnen uitzien: zonder al te veel onnodig specialistische
muziektermen.
Beperking alsmeesterschap
Ook hier geldt ― hetgeen in de onderhavige interpretatie van de Winterreise
heel nadrukkelijk in het oor postvat ― dat de meester zich altijd weer bewijst
in de beperking, en, zeker in het kader van deze muziek, zelden in
aanvullingen, welke op geen enkele wijze toevoegingen zijn. Dat de verleiding
daartoe altijd weer dreigt toe te slaan, is een bekend gegeven, maar die
verleiding te kunnen weerstaan, is geen geringe opgave. Als je over dat
vermogen blijkt te beschikken en daarbij Schubert in zijn waarde laat door met
zon alternatief meer perspectief te bieden, dat ook nog eens voor de tot dan
toe met de Winterreise onbekende luisteraar kan leiden naar de Brunnen
vor dem Tore, is dat een onschatbare bijdrage aan het wezen van de muziek.
Het is eveneens het bewijs voor een sterk bewustzijn en een volgroeide, hier
meer dan alleen muzikale, persoonlijkheid, die het eigen fundament heeft gelegd
voor een groot scala aan mogelijkheden binnen de veelzijdige vormen van
schoonheid in deze muzische, en haar direct verwante vormen van, kunst.
Het resultaat Aan de twaalf stukken uit Die
Winterreise die de cd biedt, is nog een eigen interpretatie toegevoegd van Der
Tod und das Mädchen ― eveneens een compositie van Schubert. En daarin weet
het duo musici de onvermijdelijkheid van de naderende dood, en daarmee de
volstrekte uitzichtloosheid, beklemmend gestalte te geven.
Yuri Honing heeft een reputatie opgebouwd als een der vooraanstaande jazzmusici
van ons land, die tot dusver allerlei elementen van de pop- en de wereldmuziek
in zijn werk heeft opgenomen. Door de gekozen Schubert-juwelen in een ietwat
anders bekleed, luxe etui aan te bieden, heeft Yuri Mulder de eigen
capaciteiten van integratie en interpretatie in niet geringe mate vergroot.
Dat zou echter, in dit kader, niet gekund hebben zonder het ingetogen, en de
muzikale poëzie nadrukkelijk ondersteunende, spel van pianiste Nora Mulder.
Haar specialisme is hedendaags gecomponeerde muziek, heet het in de
toelichtende tekst. Schubert mag dan zon twee eeuwen geleden gecomponeerd
hebben, zijn muziek is hedendaags, in ieder geval in de interpretatie
van deze twee Nederlandse rasmusici.
Hoesteksten Achterop de uitklaphoes van de cd
staat, uitsluitend in het Engels, nog meer over Schuberts songbook en de
uitdaging, die dat werk bood voor een interpretatie met een sterk persoonlijke
signatuur, echter zonder improvisatie. Dat de historische samenwerking van
Müller en Schubert overeind gebleven is, heeft u inmiddels wel begrepen. Maar
dat in het geval van de uitvoering door Yuri Honing en Nora Mulder een nieuwe ―
en hier opnieuw: alternatieve ― reeks Lieder ohne Worte is gecreëerd,
wil ik ook nog wel even vermelden.
Het enig negatieve,
doch niet-muzikale of toelichtende, element aan deze cd is dat de
productiemaatschappij ons land als Holland kwalificeert, en dat getuigt helaas
van (veelal randstedelijke) hoogmoedsverplettering. In die regionen is het
kennelijk nog niet doorgedrongen dat ons land al bijna twee eeuwen (Koninkrijk
der) Nederland(en) heet ― [the] Netherlands, Niederlande, Pays Bas. Daaraan
valt niet te tornen.
____________ Winterreise. Muziek van Franz Schubert. Yuri Honing, sopraan- en tenorsaxofoon;
Nora Mulder, piano. Challenge Records for Jazz in Motion, JM 75368. Afbeeldingen:
1. Pianiste Nora Mulder en saxofonist Yuri Honing.
2. Franz Schubert, geschilderd in het jaar van de Winterreise (1827).
Het is een doek van Anton Depauly (1798-1866), en men is er niet zeker van of
het toch pas in de herfst van 1828 geheel gereed gekomen is.
3. Voorplat van de cd-hoes met daarin de alternatieve Winterreise van
Nederlandse bodem.
Jacques Offenbach â 'Les Contes d'Hoffmann' vanaf nu elf keer bij de Nederlandse Nationale Reisopera
Nieuweproductie Op zaterdag 3 november verzorgt de Nationale Reisopera de première van een nieuwe productie van Les contes dHoffmann,
opéra-fantastique in vijf bedrijven van Jacques Offenbach. De première
wordt gegeven in de Twentse Schouwburg te Enschede; de voorstelling
begint om 19.30 uur. De enscenering is van de Brit Laurence Dale, die
grote internationale faam als tenor heeft verworven. Bij de Nationale
Reisopera zong hij de titelrol in Monteverdis L Orfeo in
een regie van Erik Vos. Sinds het jaar 2000 heeft Dale zich
geprofileerd als een inventieve en creatieve opera- en
operetteregisseur. Hij regisseerde bij de Reisopera eerder de bejubelde productie L Opera Seria van Florian Gassmann. Ook de overige leden van het artistieke team van LOpera Seria zijn
terug. Decorontwerper Yannis Thavoris, kostuumontwerper Fabio Toblini
en choreograaf Daniel Esteve. Nieuwkomer is lichtontwerper Declan
Randall.
Oudebekenden Onder
de solisten bevindt zich een aantal bekenden van dit instituut. Zowel
de Zuid-Afrikaanse sopraan Sally Silver (die de drie vrouwelijke
hoofdrollen Olympia, Antonia en Giulietta voor haar rekening zal nemen)
als de Amerikaanse tenor Steven Tharp (Frantz/Pitichinaccio/Cochenille)
maakte eerder deel uit van de cast van LOpera Seria. Bariton Franco Pomponi, die eerder Golaud vertolkte in Pelléas et Mélisande,zingt
de vier booswichten Lindorf, Coppélius, Dr. Miracle en Dapertutto.
Tenor Gordon Gietz tenslotte zal de titelrol voor zijn rekening nemen.
Hij was bij de NRO enige jaren geleden te horen als Prologue en Peter
Quint in The Turn of the Screw van Britten.
Nieuwestemmen In twee rollen verwelkomt de NRO de nieuwkomers Judith Gennrich (Nicklausse) en Elizabeth
Sikora (de stem van de moeder van Antonia). De cast wordt aangevuld met
Nederlandse zangers. De jonge tenor Erik Slik maakt zijn
Reisoperadebuut en vertolkt Nathanaël. Bariton Mattijs van de Woerd,
die onder andere in LOpera Seria en King Priam te horen was zingt Schlémil en Hermann. Oudgediende Jacques Does interpreteert de rol van Crespel.
LescontesdHoffmann Dit
muziekdrama is een opéra fantastique in vijf bedrijven op tekst van
Jules Barbier naar het gelijknamige toneelstuk van Jules Barbier en
Michel Carré. De première op 10 februari 1881 van Les contes dHoffmann heeft Jacques Offenbach (1819-1880)
niet meer meegemaakt. In de nacht van 4 op 5 oktober 1880 was de
61-jarig, aan jicht lijdende, componist overleden, en bleef de
partituur onvoltooid. De erfgenamen hebben Ernest Giraud, die een
aantal jaren daarvoor ook Bizets Carmen had voltooid, de
opdracht gegeven om de partituur geschikt te maken voor opvoering. Daarmee werd Offenbachs meest geliefde werk tegelijkertijd ook zijn
meest onbekende. In een poging een dramatisch aantrekkelijke opera te
scheppen, hebben de meeste muziekuitgeverijen Jacques Offenbachs
oorspronkelijke ideeën niet of nauwelijks als uitgangspunt gekozen.
Tegenwoordig staat de wens, om zo getrouw mogelijk de ideeën van de
componist te verwezenlijken, hoog in het vaandel maar ook met de beste
wil ter wereld kan niet meer precies worden nagegaan hoever Offenbach
met zijn oerpartituur gekomen was.
Versie van Fritz Oeser De Nationale Reisopera kiest voor zijn productie de versie van Fritz Oeser uit 1977. Daarin vormen het eerste en vijfde bedrijf een raamvertelling waarin de Duitse
dichter, schilder en componist Ernst Theodor Amadeus Hoffmann
(1776-1822) wordt geportretteerd. Als flashbacks komen in
respectievelijk het tweede, derde en vierde bedrijf De verhalen over
diens drie grote liefdes ― de pop Olympia, de ziekelijke zangeres Antonia en de courtisane Giulietta ― worden gepresenteerd in flashbacks. De partijen worden in het Frans gezongen, die voor geïnteresseerden via boventitels zijn te volgen. De duur van de voorstelling, samen met de pauzes, bedraagt drie uur.
Vocale eninstrumentale uitvoerenden Koor van de Nationale Reisopera, Orkest van het Oosten; dirigent William Lacey Hoffmann ― Gordon Gietz Nicklausse ― Judith Gennrich Lindorf / Coppélius / Dr. Miracle / Dapertutto ― Franco Pomponi Cochenille / Frantz / Pitichinaccio ― Steven Tharp Olympia / Antonia / Giulietta ―Sally Silver La voix de la mère dANtonia ― Elizabeth Sikora Nathanaël ― Erik Slik Hermann /Schlémil ― Mattijs van de Woerd Crespel ― Jacques Does Spalanzani ― Harry Nicoll
Elf voorstellingenin vijf weken alle beginnen om 19:30 uur
Enschede, Twentse Schouwburg zaterdag 3 november Leeuwarden, De Harmonie dinsdag 6 november Sittard, Stadsschouwburg Sittard-Geleen donderdag 8 november Apeldoorn, Schouwburg Orpheus zaterdag 10 november Utrecht, Stadsschouwburg dinsdag 13 november Den Haag, Lucent Dans Theater vrijdag 23 november Drachten, De Lawei dinsdag 27 november Groningen, Stadsschouwburg zaterdag 1 december Rotterdam, Rotterdamse Schouwburg ― dinsdag 4 december Eindhoven, Parktheater ― donderdag 6 december Arnhem, Schouwburg ― zaterdag 8 december
Afbeeldingen 1. Gordon Gietz (Hoffmann) temidden van de poppen in Spalanzani's winkel, repetitie van een scène uit het tweede bedrijf van Les contes d'Hoffmann van Jacques Offenbach. (Foto Hermann & Clärchen Baus). 2. Gordon Gietz (Hoffmann) en Sally Silver (Giulietta) tijdens een repetitie van een scène uit het vierde bedrijf van Les contes d'Hoffmann van Jacques Offenbach. (Foto Hermann & Clärchen Baus). 3. De componist Jacques Offenbach. 4. De Duitse dichter en schilder Ernst Theodor Amadeus Hoffmann. 5. Gordon Gietz (Hoffmann) en Sally Silver (Giulietta) tijdens een repetitie van een scène uit het vierde bedrijf van Les contes d'Hoffmann van Jacques Offenbach. (Foto Hermann & Clärchen Baus).
Gudbergur Bergsson â IJslands meesterverteller en dito stilist
Klassiekevertellers
Aan het eind van de jaren zestig beklaagde een van de Nederlandse uitgevers ―
als ik het me juist herinner, was het Becht junior ― dat er geen vertellers meer zouden zijn in de inmiddels klassieke
zin, en zoals ze aan het einde van de negentiende en in de eerste helft van de
twintigste eeuw nog rijkelijk hadden bestaan. En hij voegde eraan toe dat echte
vertellers zich maar moesten melden: hij zou ze graag uitgeven. Sedertdien zijn
er echter altijd weer, ook in Nederland, boekenverschenen van ware vertellers, al schreven
dezen misschien niet allen volgens het aloude stramien. Kenmerk bij uitstek was
van oudsher, toen en nu, dat de schrijver erin moet slagen niet alleen de
aandacht van de lezer te grijpen en te boeien, maar deze tot op het laatst vast
te houden.
Onalledaagsniveau Hoewel de IJslandse
schrijver Gudbergur Bergsson inmiddels 75 jaar is, reeds een aardige
hoeveelheid boeken heeft gepubliceerd, en de laatste decennia is overladen met
internationale prijzen, is De Zwaan, uit 1991,zijn eerste boek dat, pas nu in het Nederlands
vertaald is, en in september is verschenen. Dat werd wel tijd ook, want een
verteller van zijn niveau is inderdaad niet alledaags. Bergssons beeldend
vermogen bestaat niet alleen in de verteltrant, maar eveneens in zijn virtuoze
taalgebruik vol magie en het gebruik van metaforen. Dat blijkt al snel
als het negenjarige meisje door haar moeder op de bus wordt gezet om de
zomermaanden door te brengen op een boerderij, waar ze zal moeten aanpakken;
een taakstraf, die de ouders hebben bedacht als reactie op enkele kleine
diefstalletjes, die ze heeft gepleegd. Ze hopen dat ze daar, in de natuur met
planten en dieren en andere fenomenen, die ze in de eigen omgeving nooit
meemaakt, beter het onderscheid leert maken tussen goed en fout. Doch
nauwelijks is ze in die omgeving aangekomen, of ze beseft, zodra ze met honden
en schapen wordt geconfronteerd, dat ze eigenlijk haar neus ophaalt voor harige
dieren. En binnen een etmaal, na de eerste nachtrust, is ze voor haar gevoel al
van zichzelf vervreemd en dringt het besef door dat ze eigenlijk liever wilde
wonen binnenin een koe, dat dier met die ritmisch zwiepende staart.
Confrontatie Direct op de eerste
bladzijde is het duidelijk dat de lezer een confrontatie moet aangaan met een
schrijver, die letterlijk en in overdrachtelijke zin iets te vertellen heeft,
maar de lezer wel de ruimte laat om zelf nog weer beelden te construeren, die
passen bij datgene wat net aan mededelingen, gevoelsuitingen, wensen en
verlangens in fraaie zinnen is voorbijgekomen. De Zwaan is een boek dat
niet alleen als verhaal kan worden ondergaan, maar dat nog meer te bieden
heeft, als de lezer zich laat verleiden tot participatie: een basisvoorwaarde,
die alle kunst van een hoger plan praktisch dient aan te dragen. Dat Bergsson
daarin een grootmeester is, blijft het gehele boek door boven elke twijfel
verheven. Zo signaleert hij dat het meisje nog niets heeft begrepen van intiem
intermenselijk contact en laat hij er geen twijfel over bestaan dat de manier
waarop haar een technisch aspect van seksualiteit wordt bijgebracht ongepast is: zonder het geringste zweempje erotiek, en mede daardoor op een onjuist
moment op een voor haar verkeerd begeleide manier: zo kan de knecht van de boerderij het niet laten haar, na uitleg over
de uiers en de spenen van de koeien, praktisch te informeren over de éénspenige
uier, die mannenmelk produceert.
Ook dit alles wordt als feitenmateriaal gepresenteerd in een tot in detail
beheerst spraakgebruik ― en daar moeten we de in alle opzichten constructieve
vertaling van Marcel Otten heel direct in betrekken ― en laat geen ruimte voor
een vlucht in de magie.
Introverteemotionaliteit
Anders ligt dat met de fantasieën waarin het meisje vlucht, omdat ze nog teveel
nieuws moet verwerken, waarop ze niet is voorbereid, en dat haar leeftijd en
het bijbehorende begripsniveau, ook emotioneel, te boven gaat. Mede daarom is
ze zo nadrukkelijk ontvankelijk voor de mythe van de zwaan, die in het meer
leeft en eertijds zelfs als clairvoyant werd geconsulteerd. Mede doordat ze
haar wel degelijk aanwezige emotionaliteit niet de vrije loop laat en zich introvert
gedraagt, wordt het verlangen steeds groter naar een ontmoeting met die zwaan ―
welke hier symbool staat voor vrijheid, ontsnapping aan het leven van alledag
en alles wat daaraan is gerelateerd.
Een roman als deze beleef je hier en daar meer als een film dan als een boek,
maar de vindingrijkheid qua taal en stijl laat je toch ook weer beseffen dat je
tot reeksen van prachtige zinnen geconstrueerd woordgebruik voor je hebt, en
dat de beelden niet alleen in de zinnen en tussen de regels staan, maar dat
Gudbergur Bergsson over de bijna magische kracht beschikt, het beeldend
vermogen van de lezer te ontketenen, nog weer veel meer dan de meeste andere
hedendaagse schrijvers met grote kwaliteiten.
Kanttekeningen De kritische afstand, die een recensent steeds in
acht dient te nemen, dwingttotnadenken over een dertien regels lang
geapostrofeerde alinea waarin Bergsson de gedachten van het meisje letterlijk
vertelt, en dat had hij nu juist niet op deze manier moeten doen. Inhoudelijk
valt er niets in te brengen tegen de weergave van wat ze voelt, denkt en
ondergaat, maar de prachtige taal die de schrijver daarvoor presenteert, is
niet die van een negenjarig meisje. Het enige wat daaraan mankeert, is het feit
dat hij dit niet zelf vertelt.
De tweede opmerking betreft een vriendelijk, doch zeer dringend, verzoek aan
uitgeverij De Geus: bekijk eens, bloedserieus graag, of er in dat oeuvre van
Gudbergur Bergsson niet meer is dat voor een Nederlandse editie in aanmerking
komt. De auteur heeft ook poëzie en verhalenbundels op zijn naam staan. Daar
moet eenvoudigweg voldoende bij zijn dat binnen het Nederlandstalige
boekenaanbod een grote verrijking zou betekenen. De Zwaan is immers niet
een goedgelukte eersteling, doch oneindig veel meer. __________
Gudbergur Bergsson ―De Zwaan.Roman, uit het IJslands vertaald door Marcel Otten. 220
pag., gebonden met stofomslag. De Geus, Breda, september 2007; ISBN
978-90-445-0935-9. Prijs 19,90.
Pianist Jeremy Menuhin in de eerste helft van november met vier recitals op het vaste land
Drie concerten in Nederland, één in het Noord-Duitse Bremen De
pianist Jeremy Menuhin is in de eerste week van november voor drie
recitals in Nederland, direct daarna doet hij Bremen in Duitsland aan.
De vier concerten hebben alle hetzefde programma: twee Sonates van
Ludwig van Beethoven (1770-1827), vervolgens de fascinerende
toonschilderingen voor piano Estampes, uit 1903, van Claude Debussy (1862-1918), en dan worden de optredens besloten met een Sonate van Franz Schubert (1797-1828). Al eerder, dinsdag 30 oktober, komt deze pianist naar Nederland voor de opnamen van het televisieprogramma Vrije Geluiden
dat op de ochtend van zijn eerste optreden, op zondag 4 november, zal
worden uitgezonden op Nederland 1, tussen 10:30 uur en 11:30 uur. Maar
diezelfde morgen zit deze zelfde musicus ook nog vanaf 10:00 uur
rechtstreeks in het programma Spiegelzaal van Hans van den Boom op Radio 4, vanuit het Concertgebouw in Amsterdam.
De concerten zullen worden gegeven op: Zondag 4 november, aanvang 14:15 uur, te Amsterdam, in de Amvest Zaal van de Beurs van Berlage op het Damrak. Dinsdag 6 novemer, aanvang 20:15 uur, te Groningen, Kleine Zaal van Cultuurcentrum De Oosterpoort. Donderdag 8 november, aanvang 20:15 uur, te Zutphen, in de Rabobank Buitensociëteit. Zaterdag 10 november, aanvang 20:15 uur, te Bremen (BRD) in Die Glocke,Domsheide. ___________ Afbeeldingen 1. Pianist Jeremy Menuhin. 2. Voorzijde Cultuurcentrum De Oosterpoort te Groningen.
Cherubini's opera Medea van de Nederlandse Reisopera zaterdagavond op NLâRadio 4
In onze reactie op de Medea-voorstelling
zoals die in september en de eerste helft van oktober in twaalf
Nederlandse theaters is gepresenteerd door de Nationale Reisopera,
hebben we reeds gewezen op de uitzonderlijke kwaliteiten die in
werkelijk alle elementen van deze productie aanwezig waren. Alle
oogstrelende en daaraan gekoppelde details zult u moeten missen als u
naar de radio luistert, maar degenen, die deze Medea
niet hebben gezien, maar wel van opera houden, willen we aanraden, op
zaterdagavond 20 oktober te luisteren naar deze versie, welke wordt
uitgezonden in de NPS-programmareeks Opera Live,
vanaf 19:02 uur op Radio 4. Het betreft hier een opname die werd gerealiseerd tijdens de première op 8 september 2007 in de Twentse Schouwburg te Enschede. Weliswaar duurt dat programma tot elf uur
in de avond, maar de voorstelling die, als gevolg van de enorme spanningsboog in de progressie van de handeling, geen pauze verdraagt, duurde al
met al nog geen twee uur. Dat betekent dat er meer zal worden geboden
tijdens die radio-uitzending. Wie weet wat voor verrassends ― eventueel
met betrekking tot deze opera, de uitvoering in kwestie en/of de
protagonisten onder de zangers ― u daar nog te wachten staat. __________ De foto van Hermann und Clärchen Baus toont een scene uit Medea.