|
Stamcelonderzoek staat nog maar aan het begin
Vorige maand was er veel commotie rond de bekendmaking dat een Amerikaans biotechbedrijf erin geslaagd was menselijke embryo's te klonen. De onderzoekers hadden niet een mens gekopieerd, ze hadden via menselijke huidcellen stamcellen gekweekt, een procedure die 'therapeutisch klonen' wordt genoemd. Stamcellen zijn cellen die zich onder invloed van specifieke groeifactoren kunnen ontwikkelen tot elk willekeurig celtype of weefsel. Het onderzoek naar stamcellen geldt als heel belangrijk voor de ontwikkeling van de medische wetenschap. In de toekomst zouden via therapeutisch klonen ziektes als Parkinson, suikerziekte en Alzheimer genezen kunnen worden.
Biologen die zich met stamcelonderzoek bezighouden, weten veel van muizen maar weinig van mensen. Dat is bijzonder jammer want het blijkt dat er wat betreft de stamcellen groot verschil bestaat tussen muizen en mensen. Proefdiermuizen met suikerziekte, Parkinson of de bloedziekte hemofilie zijn in de laboratoria prachtig genezen met nieuwe cellen die uit stamcellen waren opgekweekt. Maar volgens de onderzoekers zal het nog zeker tien jaar duren voordat een begin van resultaat bij mensen is bereikt.
Dat heeft verschillende oorzaken. Om te beginnen is het bepaald niet eenvoudig om uit embryo's menselijke stamcellen te isoleren. Er zijn maar een paar bedrijven in de wereld die het kunnen. In Nederland werken onderzoekers met stamcellen die uit Australië worden geïmporteerd. Een dure business. Embryonale stamcellen worden 'gewonnen' uit embryo's van 4 tot 7 dagen oud. De embryo's bestaan dan uit een hol balletje van ongeveer honderd cellen, met op één plaats een verdikking. Daarin bevinden zich de stamcellen. Deze ongespecialiseerde cellen beginnen zich na de zevende dag te ontwikkelen.
Een tweede probleem is het gebrek aan kennis over die ontwikkeling. Embryonale stamcellen zijn bijzonder omdat ze pluripotent zijn: zij kunnen zich nog specialiseren tot alle weefsels van ons lichaam. Maar stamcellen groeien langs verschillende stadia - via zogenoemde voorlopercellen - uit tot volwassen stamcellen, die daarna weer verder groeien tot weefselcellen. Om op die groei enige invloed te kunnen uitoefenen moet je weten hoe die voorlopercellen van de verschillende weefsels eruitzien. Op dit moment hebben de onderzoekers daar nog maar een heel beperkt beeld van.
Het derde struikelblok voor de experimentele toepassing van de stamceltherapie op de mens is de vermenging met dierlijk materiaal tijdens de kweek. De stamcellen hebben een voedingsvloeistof nodig om in leven te blijven en ook nog 'buurcellen' (feeder-cellen) die moeten voorkomen dat ze zich op eigen houtje gaan specialiseren. Zowel voor de voedingsvloeistof als voor de feeder-cellen moeten de onderzoekers zich op dit moment verlaten op dierlijk materiaal, van runderen en van muizen. Er bestaan nog geen geschikte menselijke equivalenten.
Het gebruik van dierlijk materiaal is voor het vergroten van de kennis rond de stamcellen niet zo'n punt. Maar als je denkt aan het gebruik van stamcellen voor therapieën wel. Het is zelfs verboden om stamcellen die op die manier ontwikkeld zijn te gebruiken voor experimenten met transplantaties bij mensen. Want in dat dierlijke materiaal zouden virussen kunnen zitten die voor mensen fataal zijn. Hetzelfde probleem doet zich voor bij xenotransplantatie: het transplanteren van een dierlijk orgaan in een mens.
Er bestaat een tweede vorm van stamcelonderzoek die mogelijk sneller resultaten bereikt. Daarbij gaat het om volwassen stamcellen, die weliswaar al ettelijke ontwikkelstadia hebben doorlopen, maar nog altijd multipotent zijn, dat wil zeggen dat ze nog tot verschillende weefseltypen uit kunnen groeien. Dit soort stamcellen blijven altijd opgeslagen zitten in de weefsels van ons lichaam.
Normaal gesproken liggen deze cellen stil, waarschijnlijk doordat ze van omgevingscellen signalen krijgen dat het niet nodig is om zich verder te ontwikkelen. Maar zodra in het lichaam iets beschadigd raakt, kunnen ze in actie komen. Onderzoekers zijn er inmiddels in geslaagd verschillende van deze volwassen stamcellen te isoleren en er experimenten mee uit te voeren. Het gaat er natuurlijk om dat ze te weten komen welke stimulansen er nodig zijn om bepaalde soorten weefsel zich te laten ontwikkelen.
Maar ook hier houden de onderzoekers zich op de vlakte als het gaat om de snelheid waarmee zij resultaten kunnen bereiken. Stamcelonderzoek mag dan hét wetenschapsnieuws van 2001 zijn geweest, geduld is geboden. Emeritus-hoogleraar dr. Dirk van Bekkum, die betrokken is bij onderzoek met volwassen stamcellen, zei in NRC Handelsblad: ,,Als ik mijn geld erop moet zetten, zou ik één gulden op de volwassen stamcel en één gulden op de embryonale stamcel zetten.''
"NRC Handelsblad "
04-06-2007, 08:51 geschreven door Yoeri 
|