Een zondagse rommelmarkt hééft toch iets. Als je het even nuchter bekijkt, wat de ene niet meer nodig heeft of beu is, blijkt voor de andere dan weer een koopje. Soms net dat ene waar hij al heel lang naar zocht. Meestal ga je er ook naartoe met het idee: ik ga me niet laten verleiden om iets te kopen, hoe mooi of hoe goedkoop het ook mag zijn. En dan blijkt daar plots iemand te staan die ergens een zolder ofzo heeft leeggemaakt. Hopen beeldjes, ingepakt in kranten met het jaartal: 1986. Ze worden allemaal verkocht aan tien cent per stuk, das voor niets! Ik heb een sterk vermoeden dat er ook waardevolle exemplaren tussen staan. Maar gelukkig ben ik het 'beeldjesverzamelenstadium' al lang voorbij. Dus niks voor mij. Tot ik iets anders zie... porseleinen poppen... waar ik wel een hele verzameling van heb. Ik weet, ik heb mij al lang voorgenomen om er geen meer te kopen omdat ik geen plaats meer heb. Maar misschien... als ik ze een beetje samenduw... Het zijn poppen van een betere kwaliteit en na wat bieden kan ik er een krijgen voor vier euro... Ze is zo mooi, met een gestreept bloesje en broekje met pijpjes in wit en rose. Daarover een jeansrokje en sokjes met witte kant en kleine rose schoentjes aan haar poppevoetjes. Haar kapsel is volledig in orde, want dat is belangrijk, de lange krullen mogen niet uitgekamd zijn. Het gezicht telt ook, er moet expressie te zien zijn. Zij heeft een heel verwonderde blik. Natuurlijk kan ik niet weerstaan... en nu staat ze bij mij, tussen een bruid in vol ornaat en een ballerina in rose tutu. Vanonder haar wilde krullenkapsel kijkt ze mij aan. Misschien toch verwonderd omdat ze in mijn kast geraakt is. 't Zou kunnen dat ik volgende zondag ga kijken of die andere poppen er nog zijn. Maar ja, ik heb geen plaats meer... toch?
Tien jaar geleden werd Dutroux gesnapt. Niemand die zal zeggen: Dutroux? Wie is dat? Geen mens zal dat vergeten. Ook niet het ogenblik dat je op de radio hoorde: Dutroux is ontsnapt. Ik weet nog exact waar ik mij op dat ogenblik bevond. Namelijk in de 'Casa', en het was vol ongeloof dat ik het bericht hoorde. Een wildvreemde vrouw die langs mij doorkwam keek al even ontzet als ik. Dit had geen woorden nodig, terwijl onze blikken elkaar kruisten, dachten we hoogstwaarschijnlijk net hetzelfde. Heel even schoot mij nog iets door mijn hoofd van een aprilgrap, maar dat was al een tijdje voorbij, dus...
Deze morgen op de radio ook nog dit: Kofi Annan verklaart dat er morgen om 7h een 'staakt 't vuren' is. Goed nieuws natuurlijk, maar begrijpe wie kan, zou het allemaal zo simpel zijn? Wat doen ze ondertussen? Nog rap een paar mensen neerschieten? En enkele raketten opsturen? Ja want morgen liggen die daar toch maar te liggen...
Vandaag voor de eerste maal gaan turnen, hier in 't gebouw. Dat was ook de reden dat ik hier wilde wonen, alles bij de hand. Ik wist niet hoe intens het ging zijn, dus had ik maar een handdoekje meegenomen voor als er zou gezweet worden. En ik had het nodig! Dat is wat een mens moet hebben, wat beweging, eens zweten, een beetje conditie opbouwen. Er werd ook meer gelachen dan wat anders, zo hoort het ook, plezant moet het blijven. Ter compensatie is er deze namiddag ijssalon, (verloren caloriëen weer terug). Ik heb vorige week een bonnetje voor het ijs gewonnen door mee te spelen met de drie wijzen, waar ik als tweede ben geeindigd.
In Maasmechelen werd een inbreker op heterdaad betrapt, en eens goed afgerammeld. Ik weet ook alleen maar wat ze op TV getoond hebben. Iedereen liet verstaan: ik zou hetzelfde gedaan hebben. Ik kan me wel voorstellen wat een spanning het moet meebrengen wanneer er dagelijks in de buurt ingebroken wordt. Zelfs de politie verklaarde dat ze meer hadden moeten doen (!). Terwijl ze ondertussen hun woorden al terugtrekken. (op het matje geroepen?) Het kan zijn dat de dader (die hier dan het slachtoffer geworden is, of hoe zit dat?) het kan zijn dat hij door een andere oorzaak dan de slagen overleden is.
Het is verkeerd, van twee kanten bekeken.
Maar veronderstel nu eens dat je zo'n man, zo'n verslaafde, die gaat inbreken om het geld dan weer aan drugs uit te geven, zèlf in je familie hebt. Hij is altijd iemands zoon of broer of neef... of misschien zelfs vader... Hoe sta je daar dan tegenover. Ben je dan ook onverschillig... hij heeft het zelf gezocht...
Ik kan alleen maar zeggen als de wereld zo wordt, dan ben ik bang... misschien nog meer dan van inbrekers.
Op de camping in Ault was er op zaterdagavond ook wat animatie voorzien. Bijvoorbeeld een concert van de plaatselijke fanfare. Die vertrokken dan in groot ornaat in het centrum, en kwamen zo spelend de berg af tot aan de camping. Maar omdat het zomer was en dus warm, werd er onderweg op tijd bijgetankt. Tegen dat ze ter plaatse waren, ging er in de bochten wel eens ene bijna het decor in. Maar dat lag natuurlijk aan de weg die nogal kronkelend was. De dirigent liep voorop, zwaaiend met zijn stokje. Hij keek niet achterom, ze zouden wel volgen. De man had iets stralends, wat hem een hoog knuffelgehalte gaf. Zijn Einstein-kapsel, met lichtjes grijzende manen, wapperend in de zeewind. Hij deed dit duidelijk met plezier. Dan namen ze plaats op de gereedstaande stoelen en deden hun best om het publiek te behagen met hun muziek. Natuurlijk werden ze op tijd voorzien van hun natjes en droogjes. Af en toe klonk er wel iets buiten de maat of te vroeg of te laat. Maar niemand die zich daaraan stoorde.
Héél laat werd de aftocht geblazen. Aan de andere kant gingen ze de berg weer op zodat ze terug in het dorp konden geraken. Dat ging al minder vlot. De blazers klonken al lang niet meer zuiver, sommigen deden zelfs niet meer mee en er werd al wat meer zweet afgeveegd. Het kan nog wel een tijdje geduurd hebben eer iedereen terug thuis was.
Maar... gelukkig waren er onderweg nog véél... kapellekes...
Ik wil graag nog wat verder gaan op (brood) een eerder stukje. De brandweer van Ault had eens op een zondagnamiddag een demonstratie gepland. Wegens hun jaarlijks feest. In het midden van het marktplein stond er een grote brandstapel gereed. Ze gingen eens aan de mensen laten zien hoe bekwaam hun mannen wel waren. (en snel!) Het aansteken van het vuur wilde niet zo vlotten, omdat de wind van de verkeerde kant kwam. Maar toen dat tenslotte lukte, kregen de mannen een geweldig applaus, wat ze buigend in ontvangst namen. Het leek wel een film van Louis De Funés. Dan loeide het alarm en kwam de brandweerwagen, (die net achter de hoek stond) vliegensvlug aangereden. Met piepende banden maakten ze eerst een ereronde. Dan begonnen ze na veel geprutsel, met hun ouderwetse spuitdingen het vuur te blussen. Niks te vroeg, want anders was het misschien vanzelf uitgegegaan. Zo hadden ze hun ding weer gedaan tot het volgende brandweerfeest.
Maar op een drukke dag hebben we ze eens echt in actie gezien, de helden. We hadden een wandeling gepland in de hoofdstraat, (er was er maar een, die dan ook nog doodliep.) Zodat je de mensen die naar een parkeerplaats aan 't zoeken waren, na een tijdje weer zag langskomen. Vanuit de verte zagen we de grote brandweerladder tegen de muur van een hotel staan. Natuurlijk, wij dichterbij zoals goede toeristen om niks te missen. Omdat we geen vuur of rook zagen, was het niet zo direct duidelijk wat er aan de hand was. Maar dan hoorden we het verhaal: twee dames, moeder en dochter die samen in het hotel logeerden, hadden daar 's middags gegeten. Dan was de moeder een beetje op bed gaan liggen omdat ze zich niet zo goed voelde en had de binnendeur gesloten. Na een tijdje begon de dochter zich toch ongerust te maken over de oude dame, maar ze kreeg geen gehoor en vermits de deur gesloten was, kon ze ook niet binnen. Het ergste vrezend had ze dan maar de ambulance gebeld. Maar omdat die niet zo gauw een oplossing zagen, haalden ze de brandweer erbij. Met groot kabaal, zoals het hoort, meldden ze zich. De grote ladder werd uitgeschoven tot aan het terras van de bewuste kamer. Na een tijdje over en weer geroep, werd er dan uiteindelijk toch beslist wie de taak op zich zou nemen om naar boven te klimmen. De dappere man klom over het terras en keek door het raam, terwijl hij luidop verslag uitbracht van wat hij daarbinnen zag. De bewuste dame lag op het bed maar reageerde niet, zelfs niet als hij stevig op het glas bonkte. Onder aan de ladder stond de commandant die bevelen naar zijn ondergeschikte riep. Hij moest dan maar het raampje van de badkamer inslaan om zo naar binnen te kunnen. Maar om daar te geraken moest hij even een gevaarlijk maneuver uitvoeren. Heel even hing hij daar tussen hemel en aarde.(blijkbaar dacht niemand er aan om de ladder te verplaatsen) Hij kreeg een luid applaus van het publiek toen hij met een hamertje klingelend het raampje stuksloeg en naar binnen klom. De spanning was te snijden, iedereen wachtte bang af. Dan plots ging de terrasdeur open en een stralende jongeman kwam naar buiten met aan zijn arm een wankelende vrouw, die lijkbleek zag van het verschieten. Je zal daar maar na een heerlijk flesje wijn aan tafel, je middagdutje gaan doen en vast slapend wakkergemaakt worden door een onbekende jonge brandweerman. Het applaus was oorverdovend en de man nam buigend de hulde in ontvangst, dat had hij toch maar goed opgelost. De vrouw moest erbij gaan zitten want ze beefde op haar benen.
Ze vroeg wat er aan de hand was, en wat deed al dat volk daar, was er misschien ergens brand?...
Ik herinner mij dat er vroeger bij ons thuis schaak gespeeld werd. Mijn mama was daar vrij goed in. Als kleine uk van zes, kon ik geboeid kijken naar een spel dat soms wel vrij lang duurde. Op een dag verraste ik iedereen door te vragen of ik mocht meedoen. Glimlachend werd mij verteld dat dit toch geen spel was voor kleine meisjes. Maar na lang zagen en zeuren mocht ik laten zien wat ik ervan had opgestoken. Vol ongeloof moesten ze toegeven dat ik het spel meester was. Ik had zolang geobserveerd tot ik alle zetten kende. Nu ga ik niet vertellen dat ik een schaakwonder geworden ben ofzo, eerlijk gezegd heb ik er niet veel aan gedaan. Maar zovele jaren later toen ik alleen kwam te staan, (ik kende nog niet zoveel nieuwe mensen), kocht ik mij zo'n schaakcomputer. Alhoewel ik vind dat dat kleine ding niet zo snel aan een computer doet denken. Na mijn werk zat ik dan wat te schaken en daardoor leerde ik ook veel bij. Ik besloot dan aan te sluiten bij een schaakclub, want ik wilde wel bij een hobbyclub. Na een testje werd ik goed bevonden om mee te doen aan de competitie waar ze al een tijdje mee bezig waren. Ik veronderstel dat door mij te verslaan ze nog wat extra punten konden verdienen ofzo. Eigenlijk was het wel een beetje spijtig dat ik daar de enige vrouw was. Buiten enkele oudere mannen waren de meesten studenten. Al dadelijk ergerde ik mij aan hun manier van spelen. Het ging daar vooral om tijd. Ze kwamen even een zetje doen, duwden de klok af en gingen ergens kletsen. Op die wijze had ik problemen om mij fatsoenlijk te concentreren. Eerlijk gezegd vond ik het ook niet zo fijn om daar in mijn eentje op dat bord zitten te staren, en ook een beetje arrogant van die gasten dat ze er zo zeker van waren dat ze mij konden verslaan. Tot op een keer mijn tegenspeler het bord ondersteboven keerde omdat ik zijn dame onschadelijk had kunnen maken, waardoor zijn koning ook in een delicate positie kwam te staan. Ik was geschrokken door zijn reactie, maar het werd nog erger. Hij begon te vloeken en beweerde dat hij maar best van een brug kon gaan springen. Blijkbaar had deze zet hem veel punten gekost. Maar ik vroeg mij al onmiddellijk af waar het plezier van het spelen was, zoals ik mij herinnerde van vroeger, rustig, zonder klok, genietend (vooral!) Natuurlijk ben ik ermee gestopt, op die manier hoefde het voor mij niet meer. Het was ook een beetje pijnlijk genant.
Binnenkort ga ik hier scrabbelen, hopelijk gaan ze ook niet spelen alsof hun leven ervan af hangt...
Ik heb de indruk dat niemand kan slapen met deze plakkerige, zwoelerige, zweetuitlokkerige atmosfeer. Niet direct een moment om dichterlijke gevoelens te koesteren. (kunnen hersenen eigenlijk uitdrogen?) Het lijkt er anders wel op, als ik zo in mijn eigen hoofd wat rondkijk.
Het gebeurt wel als ik niet kan slapen dat ik enkele spelletjes 'spider solitaire' speel. Gewoon de gemakkelijkste vorm, verstand op nul, je hoeft immers toch niet na te denken. En daarbij win je dan ook meestal, waarna er een spetterend vuurwerk losbarst. Eigenlijk onnozel, maar... dat zal dan waarschijnlijk ook de bedoeling zijn. Zo zie je toch maar weer dat alles in het leven zijn nut heeft.
Al was het maar om een nietszeggend stukje te kunnen schrijven...
Voila, even uit de running geweest, wegens verhuis. (driemaal oeff!!!) Ben er weer, nog veel werk maar het voornaamste is achter de rug. Ik haat verhuizen en hopelijk hoeft het nooit meer! Het blijft puffen en blazen, 't is ook nooit goed. Maar ja, dat is toch eigen aan de mens.
Wat wij 'Frans brood' noemen, daar hoef je in Frankrijk niet naar te vragen. Dat kennen ze niet. Ze hebben ontelbare soorten brood met de raarste benamingen. Maar hun dagelijkse kost is toch wel de 'baguette'. We gingen vroeger wel eens op vakantie naar Le Treport, dat ligt op de grens Picardie-Normandie. Toen nog niet zo toeristisch bekend en dus heerlijk. Alhoewel het maar zo'n 400 km van hier ligt, kan je daar wel spreken van een microklimaat. En de charme van de streek is de spontaniteit van de bewoners. Als je maar Frans spreekt, ben je een van hen. Je zou de mentaliteit daar kunnen vergelijken met de jaren vijftig. Iedereen praat met iedereen en vooral als je een hondje hebt, word je gedurig aangesproken. Honden worden daar ook ongelooflijk verwend, want de meesten worden door hun baasje gedragen. Ze zijn zelfs zo lui dat ze niet eens blaffen. Of het aan de goede lucht ligt of omdat ze 's morgens vroeg al met baasje in de bar zitten (aan de Pastis), wie zal het zeggen. Maar het ging over de baguette. Iedereen loopt daar rond met zijn brood (onverpakt). Er gebeurt ook vanalles mee. Ik denk niet dat er een enkel brood ter bestemming geraakt zonder dat er stukken af zijn. De koper lust wel het kapje, dat lekker krokant smaakt. De hond krijgt natuurlijk ook een stukje, door zijn bedelende blikken. Dan de baby in de buggy, zo heeft die ook zijn bezigheid. Onderweg gaat er nog een stukje af voor de meeuwen, die met hun doordringend geschreeuw de aandacht vragen. Het brood maakt nog andere dingen mee. Als iemand zijn schoenveter moet binden, legt hij de intussen al korter geworden baguette even op de grond. Het meest ongelooflijke was wel: achter in de auto, op de hoedenplank, de hond netjes naast de daar uitgestalde broden. De vrouwen van het dorp gaan ook gewoon naar de bakker in hun schort, wat voor ons bijna onvoorstelbaar is. En dan de discipline die ze daar opbrengen. Zonder een enkele uitzondering gaat iedereen daar in de rij staan, geduldig zijn beurt afwachtend. Dit zal je hier nergens zien. (vraag maar aan Hill, die kent daar alles van. De arme man heeft daar zelfs trauma's aan overgehouden!) Aan het brood wordt dus niet zoveel zorg besteed, maar koop eens patisserie, die wordt ingepakt in een doosje met als toemaatje nog een strikje errond.
Ach ja, onlangs heb ik gehoord dat alles daar begint te vervallen. De krijtrotsen en de Engels-aandoende huizen zijn stilaan voor de sloop. De jonge mensen willen niet meer uitvaren met de vissersboten. Ze zoeken werk op andere plaatsen.
Jammer dat je niet een beetje van die sfeer in een doosje kan bewaren, en even snuiven wanneer je er behoefte aan hebt.
Wat heb ik nu gehoord? Jeannine Bisschops en Jonny Voners zouden uit elkaar gaan. Ik ben er niet goed van. Ik weet wel dat het in de mode is om uiteen te gaan. Maar er zijn toch altijd uitzonderingen waarbij je verwacht dat het gewoon niet kan. Sommige mensen horen gewoon bij elkaar en toch... Het is net hetzelfde alsof Nicole en Hugo zouden scheiden. Dat zijn zo van die koppels net als siamese tweelingen. Ik ben ervan gepakt, al weet ik niet goed waarom. Het geeft mij een gevoel alsof er geen enkele constante meer bestaat op het gebied van samenzijn. Ook zo bij Tom Cruise en Nicole Kidman. Dat was zo'n modelkoppel. Ik heb steeds gedacht dat die twee terug samen gingen komen.
Ik ben waarschijnlijk te gevoelig en te romantisch. Alweer een zeepbel die uiteenspat. Ik zal het toch eens moeten afleren...
Toch een mooi idee, een concert voor verdraagzaamheid onder alle mensen? Al die grote namen die daaraan willen meewerken. Maar ik snap het niet zo goed, wat heeft in Godsnaam de politiek daarmee te maken? Omdat je achter het idee staat ben je dan plots rechtser of linkser? We zitten echt wel in een tijd dat daar eens wat aandacht aan mag besteed worden. Zelfs de voorbije zondag op het grote voetbalfeest, werd er vanaf het podium meermaals aan herinnerd dat het vooral een feest moest blijven. Al waren de meeste aanwezigen Italianen, wellicht zaten er ook wel enkele Franse supporters tussen. Het grote scherm stond er voor iedereen. Er werd gevraagd dat men zijn waardigheid zou bewaren, wat de einduitslag ook mocht zijn. Dat was toch hetzelfde als verdraagzaamheid. Lieve mensen zangers en zangeressen, doen jullie je ding maar. Er zijn waarschijnlijk meer mensen die voor zijn dan tegen. Ik zal er in elk geval van genieten met volle teugen.
Wegens onvoorzien omstandigheden moet ik aan het vorige stukje een eindje bijbreien. Tot mijn grote verbazing is het geblutste, verroeste, gekrompen, vervloekte, ellendige paaltje in de rootenstraat plots verdwenen. Je kan je daar wel vanalles bij fantaseren, maar wat zou er echt mee gebeurd zijn? Zou de verzekering iemand ingehuurd hebben om het onding stiekem te laten verdwijnen? Of heeft iemand die onbekend wenst te blijven, het meegenomen na de zoveelste aanrijding, als aandenken om later aan zijn kleinkinderen te tonen. Zien jullie? Deze bluts was van opa zijn camion en deze streep ook. Misschien heeft de gemeente wel bedreigingen ontvangen om het ding uit te graven. Je weet maar nooit of daar geen maffia-baas in 't midden van de nacht zijn dure bumper heeft op stuk gereden. Het zou ook kunnen zijn dat er deze keer een zware pletwals langsgekomen is, boem ...patat... vlak erop... weg paaltje.
Maar een simpele uitleg kan ook zijn dat het arme paaltje van schaamte om zoveel heisa, gewoon vanzelf in de grond gekropen is...
Het is plezant om in het centrum te mogen wonen. Je hebt alles dichtbij, de bushalte voor de deur, met verwarmde bushokjes. Maar het is niet zo simpel als het lijkt. In die hokjes liggen meestal wel daklozen te slapen, languit op de banken, genietend van de gratis warmte. (ik schreef dit stukje al in de winter) En ondanks het rookverbod, dat duidelijk aangegeven is, gelukzalig paffend. Ze hebben zelfs een systeem ontdekt om eens uit te luchten, met een rietje blokkeren ze de automatische deursluiting, zodat deze blijft openstaan. weg warmte, foetsie...alsof het niks kost. Dit maakt dat de echte busreizigers (waarvoor deze schuilhuisjes toch bedoeld waren) buiten blijven staan. Vooral als het donker is. Onze voetpaden houden ook wel eens verrassingen in. Het is helemaal niet aan te raden om tijdens het stappen omhoog te kijken, neen dat vooral niet doen. Iedereen houdt beter zijn ogen zedig naar beneden gericht om zijn voeten in 't oog te houden. Dat is echt wel nodig hoor! Die mooie rode klinkers gaan op sommige plaatsen een eigen leven leiden. Waar je het niet verwacht komen ze eens naar boven piepen, zodat je er gemakkelijk over kan struikelen. Sommige verdwijnen gewoon in het niets. Ik denk niet dat het wandelende stenen zijn, maar eerder dat ze meegenomen worden door mensen die bezig zijn een oprit aan te leggen bij hun thuis. Als je bij elke wandeling enkele stenen meeneemt, krijg je heel goedkoop een mooie oprit (of afrit, 't is maar hoe je het bekijkt). Het is net zoiets als zegeltjes van de winkel sparen, gelijk dat vroeger was. Maar er is nog veel meer! Aan de ingang van de stationsstraat, bevonden zich witte stippellijnen op de weg. Alhoewel ze geschilderd leken te zijn, waren ze uit kunststof en staken enkele centimeters boven de grond uit. Mensen dat daar over gestruikeld zijn! Meer dan een keer heb ik de honderd gebeld om een slachtoffer van zo'n valpartij te komen ophalen. Er lag eens een mevrouw op straat met een hoofdwonde waar het bloed uitsijpelde. Dan moet je wel de ambulance bellen. Niet zoals dat verwijfde mannetje dat daar stond te zuchten: 'ik kan daarr nie tegen... al da bloed! Ik ga flauwvallen!' Maar toch ging hij dichterbij, zakdoek tegen de mond om toch maar niets van het spektakel te moeten missen. Als iedereen zo reageert! Ik zei: 'mijnheer, als er met u zoiets gebeurt, wil u ook geholpen worden!' Maar onlangs moet er een belangrijk persoon over gestruikeld zijn, want de witte stippen zijn weg, foetsie... gewoon verwijderd. Op diezelfde plaats staat er ook zo'n paaltje dat in de grond zinkt, zodat de straat kan afgesloten worden. Maar het blijft een stukje boven het wegdek uitsteken, ideaal... om over te vallen. Zelfs Rick De Leeuw (die op gedichtendag over de markt liep) schrok zich een hoedje toen hij op zo'n ding trapte. We hebben het allemaal op TV mogen zien, toen hij vroeg wat dat in Godsnaam was, hij kende dat niet. Er zijn ook al enkele auto's geweest die onzacht in aanraking kwamen met het paaltje, dat ongehoorzaam omhoogschoot, vlak in de motor. In de Rootenstraat, daar staat misschien wel het meest beruchte paaltje. Ongeveer een keer per maand rijdt daar wel een vrachtwagen tegenaan, zodat de verzekeringen het ding hoogstwaarschijnlijk al vervloekt hebben. Het wordt gewoon weer teruggezet, maar is ondertussen al zo versleten dat het al heel diep in de grond zit. Trappen zijn hier ook genoeg, ze zijn als paddestoelen uit de grond gegroeid. Waar we vroeger te maken hadden met lichte hellingen, verrezen plots die trappen. In het begin amper herkenbaar, de mensen vielen daar met bosjes tegelijk. De gipsindustrie moet het gemerkt hebben, dat kan niet anders. Tegenover het grootwarenhuis heb je ook zo 'n trap. De bedoeling zal geweest zijn om die te gebruiken als tribune wanneer er een stoet langskomt. Maar er is geen rekening gehouden met de vele bejaarden die net daar wonen. Om de straat over te steken moeten ze een heel eind omgaan als ze de trap willen vermijden, tot aan het zebrapad en dan weer terug aan de andere kant van de weg. Ik heb ooit een oude dame op handen en voeten die trap zien afdalen, het bespaarde haar wel zo 'n 300 meter gaan. Van waar ik woon heb ik ook een goed uitzicht op de rotonde die niet voor niks 'Place misère' genoemd wordt. De fontein die eerst met veel tralala geopend was, is afgesloten omdat ze het vertikte om zich te laten regelen. Het leek wel een 'kat en muisspelletje'. Als de ene kant wat meer water kreeg, ging het aan de andere kant lager. Het water liep overal... behalve waar het moest. Je zou waarempel al aan 'verborgen camera' gedacht hebben. Ach maar al bij al, als ik zo mijn bedenkingen maak, dan moet ik toch bekennen... mijn stad, ik hou van u, ik hou van u...u...u...
Nog niet zo lang geleden stak kardinaal Danneels een belerend vingertje omhoog met de vraag: 'Waar waren wij toen Joe werd vermoord voor zijn mp3 spelertje? Zijn de mensen zo onverschillig geworden, dat ze gewoon doorlopen als er een jonge man in de bloei van zijn leven wordt neersgestoken, in volle dag vlak in het zicht van de passanten?
Neen, de mensen zijn niet onverschillig, maar gewoon bang. Sommige jongeren geven je een gevoel van onveiligheid. En de arme man die, met de bus op weg naar zijn werk, zich wel moeide met een stel amokmakers? Hij betaalde gewoon met zijn eigen leven. Hopelijk worden de daders snel gevonden. Laat ze de wetten maar aanpassen en een nultolerantie invoeren. Het schijnt bij sommige jongeren de gewoonste zaak van de wereld te zijn dat verbale agressie samengaat met klappen uitdelen en erger. Vanuit mijn raam (4e verd ) zag ik eens op het voetpad twee groepjes van zo'n man of zes elkaar kruisen. Onverwachts begonnen ze op elkaar te kloppen, en het duurde maar heel even en toen vervolgden ze gewoon hun weg alsof er niets was gebeurd.
De wereld is echt waar om zeep en het zal er niet op beteren...
Een lege cavia-bak, dat werkt deprimerend. H. heeft ook een caafje en heeft last van allergiën. Dus ga ik haar adopteren. (het caafje, niet H.) Eigenlijk heeft het beestje vele namen, maar ik noem haar Pinky. Natuurlijk kan ze mijn Babe niet vervangen, die was uniek, net zoals Pinky ook uniek is. Ze is bruin met een ondeugend wit kruintje net in 't midden van haar oortjes. Als dat kruintje mooi open staat heeft ze wel wat weg van stripheld Jommeke. Ze is ook heel slim want ze weet heel goed dat ze kan bedelen door mooi op haar achterste pootjes rechtop te staan. En wie kan daaraan weerstaan? Ze is hier al eerder op vakantie geweest, dus we kennen elkaar al. We gaan zeker de beste vrienden worden.
Ik kan alleen maar hopen dat ze wat langer mag leven dan Babe...