Stilaan het jaar naar zijn einde gaat, Donkere dagen belasten ons gemoed. Een hunkering naar licht ontstaat, Bij alles wat je laat of doet.
*** Dit is de tijd van emoties en weemoed, Vergeten dingen worden naar boven gehaald, Goed beseffend waarom ons hart pijn doet, Ook waar ons kunnen heeft gefaald. *** Dan komt het Jesus-Kind als symbool van licht, Daar waar de sterre bleef stille staan. Dan sluit er weer een jaar achter ons dicht, en vangt een ander vol nieuwe moed aan.
'Neen,' kreunde Anita inwendig, niet haar man, niet Peter, het kon niet waar zijn. Haar vriendin moest zich vergist hebben. Anne had Peter gezien in een café met een andere vrouw, terwijl hij haar duidelijk kuste. En zoals het een 'goede vriendin' betaamt, had ze niet nagelaten het Anita te vertellen. De vrouw had er moeite mee om dit zomaar te aanvaarden. Ze zou Peter om een verklaring vragen en misschien zou het iets heel onschuldig zijn. Dan zou hij haar in zijn armen nemen en haar troosten. Hij had zeker een goede uitleg voor hetgeen haar vriendin meende gezien te hebben. Ja, praatte ze zichzelf moed in, zo zou het waarschijnlijk aflopen. Toen Peter thuiskwam zag hij onmiddellijk haar roodbehuilde ogen en meteen voelde hij zich slecht op zijn gemak. Wat had ze nu alweer? 'Hallo liefje, daar ben ik!' Ze keek hem even aan en barstte in tranen uit. 'Oh Peter, het is verschrikkelijk, ik hoop dat het niet waar is. Blijkbaar heb jij een verhouding met een andere vrouw. Ik wil dat je me niets voorliegt.' De man schrok zichtbaar. 'Maar liefje hoe kom je daarbij?' 'Het doet er niet toe, maar iemand heeft jullie samen gezien in een café en nu eis ik een verklaring van je!' Zijn gedachten gingen bliksemsnel, hier moest hij zich een weg uit vinden. Plots kreeg hij tranen in zijn ogen en begon zachtjes te huilen. 'Ik weet het, ik ben fout. Maar je moest eens weten hoezeer het me spijt. Die bewuste dame was iemand van kantoor die net een scheiding achter de rug heeft. Ze wilde gewoon maar even praten om haar hart te luchten. Ze was zo van streek dat ze mij om de hals viel. En toen heb ik haar uit medelijden gekust. Ik weet, ik had dat niet mogen doen, maar het ging zo snel dat ik de tijd niet had om er over na te denken.' 'Is het echt waar zo gegaan?' 'Ik zweer het je Anita, je weet toch dat jij de enige vrouw in mijn leven bent! Zeg dat je me vergeeft.' De vrouw aarzelde nog steeds, maar hij zag er zo oprecht uit dat ze ineens overtuigd was. 'Oké, maar je moet me beloven dat zoiets niet meer voorvalt.' 'Ja, ja! Ik beloof je alles wat je maar wilt, als je mij maar gelooft. Zonder jou zou ik niet kunnen leven, dat weet je toch?' Hij nam haar liefhebbend in zijn armen en kuste haar vurig. Met een tevreden zucht liet ze hem begaan. Zie je wel, zou ze tegen Anne zeggen, het was een ongelukkige vergissing. Even later trok Peter de voordeur achter zich dicht en kon de grijns op zijn gelaat niet onderdrukken. Hij moest voorzichtiger zijn! Morgen zou hij met Sandra ergens heen gaan waar niemand hen kende. Wat een geluk dat zijn vrouw zo goedgelovig was, erg handig!...
Tegenwoordig vind je te pas en te onpas overal kerstmarkten. Maar een aantal jaren geleden was dat zo niet. We wilden er ook wel eens een bezoeken en besloten om naar Monschau te rijden. Je hoefde alleen maar te weten welke de adventszondagen waren en dan kon je er naartoe. Het was een heel eind rijden, maar dat hadden we er voor over. De grote pret begon al wanneer je nog boven op de berg, als een sprookje het stadje daar beneden in de vallei zag liggen en meteen ontdekte dat je al in de file stond. Maar geen nood, het was nog niet donker en dat moest het toch zijn, wilde je tenvolle van de kerstverlichting kunnen genieten. Na zo'n drie kwartier aanschuiven, uiteraard in een slakkengangetje, waren we àl aan de parking. Dan mocht je zeker niet zo vermetel zijn van te denken: ik rij door, ben ik dichter bij het centrum, daar hangt onherroepelijk spijt aan vast! Want degenen die het ooit geprobeerd hebben, rukten zich even later de haren uit het hoofd van spijt en ellende. Als je dat waagde reed je beslist vast of verloren in een doodlopend straatje, zonder kans om de wagen te keren. Ze zijn nu nog steeds mensen aan 't zoeken die spoorloos verdwenen zijn. De enige mogelijkheid om je wagen kwijt te geraken was dus de parking oprijden en na een keer of zes dezelfde ronde te hebben gedaan, kon je het geluk hebben dat er net iemand wegreed. Dan snel parkeren, op voorwaarde dat niet een ander net vóór je neus met ware doodsverachting je plaats inpikte. Het verdere stuk legden we dan tevoet af. Was het glad? Geen probleem, want dan gleden we gewoon tot daar, het was heel erg bergaf. Even later stonden we dan voetje voor voetje te schuifelen tussen de massa. Bleek dat al die mensen uitgerekend vandaag besloten hadden om de kerstverlichting te komen bewonderen zeker, op onze dag! Aan de kraampjes werd glühwein en heerlijk ruikende Bockworst verkocht. Maar wij konden alleen maar watertandend de voorstuwende mensenmassa volgen. Slaagden we er toch in om aan de drom te ontsnappen en een worst bemachtigen, dan waren er weer problemen om die te verorberen. Want net op het ogenblik dat je wilde toehappen, liep er gegarandeerd iemand tegen je aan. Natuurlijk een kwak mosterd op je jas of in de hals van degene die het geluk had net vóór je te staan. Koffiehuizen waren er ook genoeg. De geurtjes van appelgebak en onbereikbare bakjes troost zweefden je rond de neusgaten. Maar ideeën daarover, vergeet het maar! Als er ergens ter wereld de kerstzin: 'er was geen plaats meer' van toepassing was, dan wel hier! Moegeschuifeld, maar niet echt voldaan, gingen we terug naar de parking. Ondertussen was er een laagje sneeuw gevallen, dus werd dat even zoeken naar de juiste auto. Dan namen we weer plaats in de file, maar in de andere richting. Ja zo'n bezoekje aan Monschau is de moeite waard... je moet het toch eens gezien hebben. Maar de volgende die dat nog in zijn hoofd krijgt... gaat wel zonder mij!
Vrijdag belt mijn zoon: jij wilde toch een nieuwe driezit kopen, vandaag heb ik vrij, ik kom je halen, we gaan samen. Ik ben geen perfectionist, maar hou er niet van om zo overvallen te worden, terwijl ik eigenlijk mijn dag al gepland heb. Er komt iets van een protest in mij op, maar hij heel kordaat: ja zeg, het is vandaag dat ik vrij heb en jij kan je toch wel aanpassen? Een beetje beschaamd geef ik onmiddellijk toe dat hij gelijk heeft. Hmm... hier moet ik nog wat aan werken. Uit ondervinding weet ik dat hij niet te veel winkels zal willen aflopen en dus kies ik voor een plaats waar er drie meubelzaken dicht bijeen liggen. Het eerste wat opvalt is dat je een driezit alléén maar heel moeilijk kunt krijgen. Ofwel is het 3-2, of 3-1-1. Ik ben in het bezit van 2-1-1, en sinds mijn verhuis heb ik meer plaats en wil ik dus 's avonds languit tv kijken. Maar omdat alles nog in goede staat is, moeten de twee kleine zeteltjes blijven. De kleur is blauw, dus moet ik ook nog iets vinden dat er bij past. Ik zie al snel mijn goesting: wit leder met smalle zijkanten. Maar ja, een zetel te veel. Na veel wikken en wegen zegt mijn zoon plots: maar als we nu eens deelden, ik zou wel een tweezit willen en dan heb jij de andere. Dat lijkt me een uitstekend idee, maar dan komt de aap uit de mouw, voor hem niet dat witte leder, de kussens zijn te mals. Ja nu zijn we nog niks verder. Nog wat rondkijken. Niks gebloemd, geen ruiten, de prijs moet ook binnen de perken blijven. Dan vinden we iets wat voor alle twee aanvaardbaar is. Een soort omgekeerd leder, lichtgrijs, maar... bestaat niet in die combinatie. De mevrouw heeft enkele verdiepingen lager een ander grijs staan, nee tè donker. Dan maar het lichte beige, mooi, past bij mijn blauw. Ik heb nog een hele verzameling kussentjes in blauw en beige, dus oké. Kussentjes in een salon vind ik zálig. Dan duurt de uitleg nog even dat de driezit naar mij moet en de andere naar mijn zoon. We gaan tevreden naar huis. Daar begin ik te schuiven en plaats te maken want ze komen op zaterdagvoormiddag al leveren. En natuurlijk, héél voorspelbaar, ik begin te meten. Ik kom tot de conclusie dat ik ze alle twee kan zetten. Telefoontje naar mijn zoon. Ja hij had het al halvelings verwacht, maar vindt het niet erg, hij kan altijd nog een 2-zit vinden (die vind je namelijk wèl apart) De mannen die 's morgens komen leveren snappen gelukkig onmiddellijk hoe de vork in de steel zit. Terwijl ze naar beneden zijn met de lift om de andere zetel te halen, krijg ik een lumineus idee! Ik bel mijn zoon: zeg, als ik nu die blauwe 2-zit van mij eens naar jou laat brengen? Het leveren is toch al in de prijs, en dan kan jij effe verder tot je er zelf een koopt. Hmm... ja misschien geen slecht idee... ja doe maar. De twee verhuizers hebben daar geen probleem mee en doen gewoon wat hen gevraagd wordt. Eigenlijk kunnen dingen toch wel gek lopen. Als ik nu alleen was geweest had ik die witte lederen genomen. Maar ik vind deze ook mooi. En nu kan ik kiezen hoe ik 's avonds tv kijk. Op mijn zij of op mijn rug met mijn knieën omhoog.
Klinkt dit verhaal een beetje prettig gestoord en ingewikkeld? Dan kan ik je verzekeren dat het in 't echt nog véél erger was!
* Eigen record: het meest uit openbare bibliotheken gestolen boek is het 'Guiness Book of Records'. * Foute bijbel: in 1805 verscheen er een druk van de bijbel waarin een foutje was geslopen in het gebod: 'Gij zult geen overspel plegen'. Het woordje 'geen'was weggevallen. * Goede diamant: een prima methode om de echtheid van een diamant te beproeven, is er op te ademen. Een echte diamant beslaat nooit. * Slimme stieren: stieren doen het maximaal zeven keer na elkaar met dezelfde koe. Daarna willen ze een andere sekspartner. * Oeps: vanaf je geboorte verlies je gemiddeld 500 hersencellen per uur. Gedurende een leven verdwijnt aldus 10% van de hersencellen. Gelukkig zijn er meer dan 100 miljard en worden kapotte gerepareerd. Ruimte dus voor nieuwe gedachten. * Wakker: het wereldrecord wakkerblijven bedraagt elf dagen. * Changez: oesters worden meestal als mannetje geboren en wisselen daarna meestal van geslacht.
Gisterenavond naar een filmvertoning geweest, naar aanleiding van een project om ziekenhuizen in Congo te steunen. Het heet ' ziekenhuis voor ziekenhuis' en de bedoeling is dat een Belgisch ziekenhuis een partnerschap aangaat met een ziekenhuis in het zuiden. Concrete acties zijn: financiele steun voor infrastructuur, aangepaste aparatuur, vorming aan medisch en administratief personeel.
Het was eigenlijk een documentaire film, gemaakt van aan de monding van de rivier tot aan de bron ervan. Voor de rivier uitmondt in de oceaan is ze op sommige plaatsen 30 km breed. En als je op het laatste aan de bron komt is het maar een kleine plas, onopvallend, tussen de bomen van het oerwoud.
Maar wat daar tussen ligt en de manier hoe de mensen daar leven is heel beklijvend. De rivier is voor hen het enige transportmiddel dat ze hebben, alhoewel ze niet overal bevaarbaar is. Hun schepen (eigenlijk wrakken) bestaan uit een aantal doorgeroeste vlotten aan elkaar vastgemaakt, geduwd door iets met een motor. Maar stel u de hierbij grootte van een dorp voor. Terwijl ze onderweg zijn gaat het leven gewoon verder. Hun hele hebben en houden wordt meegenomen. Ze zitten opeen gepakt in de meest schrijnende omstandigheden, en de dieren die ze bijhebben, zijn er nog slechter aan toe. De kapitein (?) gebruikt vaarkaarten uit de tijd van Livingstone, ze vallen gewoon dooreen. Hij heeft zelf wat kaarten getekend om sommige eilanden die er nog niet opstonden ook kenbaar te maken. Vooraan staan mannen met peilstokken om de diepte te meten, zodat ze tekens kunnen geven om niet vast te geraken op een zandbank. In het beste geval is dat 2 meter of iets meer, maar het kan ook één meter zijn. Je zou hier denken aan een GPS, maar er is niets grappigs aan. Er worden ook oudere beelden getoond uit de tijd dat de blanken Congo leeghaalden van alle rijkdommen. Nu is daar niets meer van over. In enkele openluchtmijnen zie je kinderen met de blote handen in zand en stenen wroeten om nog wat stukjes mineraal te vinden, wat het ook moge wezen. Als ze dan een potje vol hebben, kunnen ze er wat geld voor krijgen. Het zijn kleine kinderen met rode bloeddoorlopen ogen, omdat het stof erin prikt, maar ze blijven graven, want hun moeders moeten eten kunnen kopen.
Er is een man die zich herinnert hoe ze gefeest hebben, toen er pylonen geplaatst werden voor elektriciteit. Dat was 15 jaar geleden, maar ze wachten nog steeds op de kabels. Aan weerszijden van de rivier staan ruïnes van paleizen, ooit gebouwd door de machthebbers van het land, maar nu alweer overwoekerd door het oerwoud. Zij hebben hun zakken gevuld, maar de armen worden steeds armer, zeker na al die oorlogen. Een rebellenleider mag aan het woord. Wat die man vertelt, daar kan je geen enkele zinnige betekenis aan geven. Hij gebruikt teksten uit de bijbel om zijn woorden kracht bij te zetten, maar het is duidelijk dat hij zelf niet verstaat waar hij over praat. Oorlog is oorlog en dan is alles gepermitteerd! Wordt er verkracht? Eerst gebaart hij van krommenaas, maar dan zegt hij dat het erbij hoort. In de ziekenhuizen zie je verkrachte vrouwen en kinderen, verminkt naar lichaam en geest door de afschuwelijke dingen die ze hebben doorstaan. Er is ook nog veel bijgeloof en tovenaarsgedoe. Bij gebrek aan beter klampen ze zich daar aan vast. Ze kennen het niet anders, maar daardoor zijn er ook veel onnodige sterfgevallen.
Een kerkdienst voor de rijkeren, een predikant, op zijn Amerikaans, in een duur pak, jaagt de mensen angst aan door te verkondigen, dat hoe meer dollars ze schenken, hoe meer kans ze hebben om gezegend te worden. Met de nadruk op het geld. Hij houdt er een zak vol aan over. En toch wordt er in al deze ellende nog veel gelachen en gezongen. Het is hun uitlaat, met hart en ziel zingen, even al het leed kunnen vergeten.
Het is eigenlijk een prachtig land maar met weinig of geen toekomst. 's Nachts spoken de beelden nog door mijn hoofd. Wat blijft is een gevoel van schaamte, omdat alles in de wereld zo slecht verdeeld is.
Aangevraagd door Philou: maak met 15 beetje prettig gestoorde woorden, een even prettig gestoord verhaal.
Het was al heel laat toen Phil richting naar huis ging na een zware kroegentocht. Zijn twee vrienden was hij kwijtgeraakt, maar dat was niet zo erg. Hij zette zijn kraag recht omdat het wat fris was. Aan de Tolpoortstraat stond die rosse madelief. Ze stond daar wel meer, maar nu was er iets eigenaardigs mee. Ze sleepte namelijk een scheepsanker mee. Zou ze zwakzinnig geworden zijn? Phils nieuwsgierigheid was onmiddellijk gewekt, maar om niet op te vallen ging hij gewoon rechtdoor, ondertussen een liedje van Vaya Con Dios fluitend. Vooral niet opvallen. Toen hij de hoek om was, schoof hij voorzichtig langs de muur terug. Hij zou haar volgen, hij moest te weten komen waarom ze dat scheepsanker meesleurde. Tot zijn verwondering ging ze de zijdeur van de videotheek binnen, waarschijnlijk woonde ze daar boven. Hij stond even stil en krabte eens in zijn haar, had hij nu zijn inbrekersgerief maar bij. Maar dan merkte hij dat de deur niet in het slot gevallen was. Voorzichtig sloop Phil de donkere trap op. Plots stond ze vóór hem. Euh... ik... euh... ik wilde alleen maar weten waarom jij met dat anker rondzeult, hakkelde hij nerveus. Kom binnen, zei ze, ik zal het je uitleggen. Zie je hier die bult op mijn rug? Dat is een gedrocht van een steenpuist. Dat ding veroorzaakt bij mij ijzertekort, ondanks dat ik zevengranenbrood met brontosaurusburgers eet. En omdat dat anker uit ijzer bestaat, knabbel ik daar op zoveel als ik kan, en soms komt er ook een stukje vanaf. Maar nu dat jij hier bent kan je me misschien helpen. Als jij nu eens met die kaasboor die steenpuist opensteekt, dan ben ik er vanaf. Wie?... Ik?... Hij was een beetje geschrokken maar omdat hij medelijden had met haar, besloot hij haar te helpen. Toen hij de kaasboor in de puist stak, sprong ze onmiddellijk open met een ssplashhh, .. het bloed en de etter spatten in het rond, en toen hij de smurrie uit zijn haar schudde, viel zijn blik op het plafond. Waaw!! Net echt! Hij had het altijd geweten dat de horrorfilms zó gemaakt werden. Knap! Maar wacht eens... shit!... dit wàs echt. Aan zijn voeten lag de madelief te kreunen in een plas bloed. Oei... die ging hier haar laatste adem uitblazen. Phil.. zei ze fluisterend, ik moet je een geheim vertellen. Hij verstond haar met moeite en boog zich over haar heen. Phil... ik ben tante Claudine... Tante Claudine? ... hoe... maar dan ben jij op het verkeerde blog! Neen, ik ben ook jouw tante, familiebanden zijn soms ingewikkeld. Haar stem klonk zwakker en zwakker. Phil begon te wenen want hij was altijd een blèter geweest. Ach tante had ik je maar eerder leren kennen, snik, snik... Maar hoe ga ik dat hier straks uitleggen als jouw kaars uit is? Och zeg maar dat het euthanasie was, kon ze nog net rochelend uitbrengen. Hij moest hier weg, maar hoe? Hij zou best de kruipkelder nemen, dat viel het minste op. Nog even keek hij achterom en verdween dan snikkend in de donkere nacht.
Een professor in de wiskunde stuurde een fax naar zijn vrouw: - Geliefde vrouw, ik hoop uit de grond van mijn hart dat je je niet gekwetst of beledigd zult voelen, maar je bent nu 54 jaar oud en ik heb bepaalde behoeftes die jij me niet langer kunt geven. Voor de rest ben ik heel gelukkig dat jij mijn vrouw bent. Wees dus niet boos, als ik je zeg dat ik momenteel in het Grand Hotel ben met mijn 18-jarige assistente. Ik zal vóór middernacht thuis zijn. Je man.
Als de professor het hotel verlaat, ontvangt hij aan de balie een fax van zijn echtgenote met het volgende:
- Geliefde man, jij bent ook 54 jaar oud en wanneer jij deze fax ontvangt, zal ik in het Breakwater Hotel zijn met de 18 jaar oude zwembadjongen. Aangezien je een goede wiskundeleraar bent, weet je zelf ook wel dat 18 vaker in 54 kan dan 54 in 18... Je hoeft niet op te blijven!!!
De man nam plaats naast me op de bank in het park. Zwaar zuchtend keek hij af en toe mijn richting uit, zodat ik het gevoel kreeg dat hij iets op zijn lever had. En ja hoor, toen ik eventjes meevoelend knikte, begon hij zijn verhaal. Eigenlijk praatte hij niet echt tegen mij, het klonk meer alsof hij hardop mijmerde. Misschien dat mijn stille aanwezigheid hem wel troostte. 'Veertig jaar... veertig jaar ben ik met dat mens getrouwd geweest. Steeds heeft ze me uitgescholden. Doe dit niet, laat dat... er kwam geen einde aan. Na jaren had ik me aangewend om niet meer te luisteren naar wat ze zei. Ik gaf enkel maar nietszeggende antwoorden en knikte maar eens. Ze merkte het zelfs niet . Terwijl ze dacht dat ik in het schuurtje bezig was, ging ik een partijtje biljarten. Tot ze plots zwaar ziek werd, je weet wel, dat woord dat men niet uitspreekt. De dokters zeiden dat ze het niet lang meer ging maken. Ik deed mijn plicht en bezocht haar dagelijks in het ziekenhuis. Maar zelfs daar bleef ze mij met scheldnamen om de oren slaan. ...Het was verschrikkelijk...' Hier zweeg de man even. Een eenzame traan dobberde tergend langzaam haar weg tot in de stoppels van zijn drie dagen oude baard. Ja, het zal je maar overkomen!
'Jaja, twee jaar heeft die ellende geduurd. Toen ze eindelijk opkraste voelde ik mij plots zo opgelucht! Als een vrije vogel in de lucht. Na een tijdje maakte ik zelfs al eens een afspraakje. Ik kon uitgaan waar, wanneer en met wie ik wilde. Ik genóót. Maar na evenveel teleurstellingen als afspraken, begon ik mij te realiseren dat de ideale vrouw, zoals ik mij die voorstelde, gewoon niet bestond... Tenminste niet in mijn omgeving. Ik had er genoeg van en bleef weer aan huis. Ik kwam de deur niet meer uit.' Wat kon je daarop zeggen, zo'n doffe ellende! Samen bekeken we de eendjes aan de waterkant. Dan ging de man verder: 'Maar weet je wat ik nu het ergste vind? Nee hé, dat zal je nooit raden... Ik wenste hé, ik wenste dat plots de telefoon zou gaan. En als ik dan de hoorn opnam en haar vervloekte stem zou horen die me uitschold dat ik alweer te laat was voor het eten... dan hé, dan haastte ik mij met plezier naar huis, zo snel ik maar kon!'
De telefoon rinkelde in het plaatselijke politiekantoor en de agent die opnam, luisterde aandachtig. Ondertussen maakte hij enkele aantekeningen op een blocnote die voor hem lag. Met het afgescheurde blaadje in de hand begaf hij zich naar inspecteur Frank Baals en dropte het vóór zijn neus. 'Dode gevonden op de campus, chef, ene zekere Tony Swerts, eerstejaars. Heeft gisteren meegedaan aan de ontgroening en werd vandaag dood aangetroffen, buiten op een bank.' Baals had als bijnaam 'de slaver', afgeleid van 'slavendrijver'. Gewoon omdat hij met een lachend gezicht kon verkondigen dat er overuren moesten geklopt worden. Iemand die hem niet kende, verwachtte dat hij een mop ging vertellen. Maar zijn medewerkers wisten maar al te goed wat het betekende als hij op zo'n bepaalde manier, met zijn hoofd een beetje schuin, zei: 'mannen...' . Dan konden ze hun afspraken voor die avond wel vergeten. Hij nam de nota aan en wierp er een vluchtige blik op. 'Oké, er naartoe. Borgs trommel jij enkele agenten op en zorg er voor dat de plaats wordt afgezet, vóór alle sporen zijn uitgewist door nieuwsgierigen, als het al niet zo ver is! Jij komt ook mee met mij!' Kris Borgs zuchtte. 'Oké, chef!' Hij had er een hekel aan om met de baas mee te rijden omdat die het vertikte een dienstwagen te nemen. Enkel zijn eigen aftandse, bijna antieke Opel, van een onbestemde kleur blauw, vond in zijn ogen genade. Dat de anderen het ding smalend een vierwielig roestmonster noemden, liet hem koud. Hij had voor het werk geen statussymbolen nodig.
Op de campus aangekomen, zag hij onmiddellijk Eric Daniels en zijn 'snuffelhonden' (op twee benen) die de plaats al hadden afgezet en nauwkeurig naar sporen zochten. Eric die hem zag aankomen zei: 'Daar heb je de slaver en zijn rammelkar!' 'Hoy, Eric, al iets gevonden?' 'Niets speciaals, de directeur heeft al iedereen uit de buurt gejaagd en wacht op je in zijn kantoor met een paar gasten die er gisteren bij waren. Heeft zeker veel politiefilms gezien.' grinnikte de aangesprokene. Baals wierp een blik op het lijk in de plastiekzak en ging het gebouw binnen. Op een bank zaten enkele jongeren die hem wat schichtig aankeken. Nadat hij de directeur had begroet, besloot hij met het jonge meisje te starten. Ze zag erg bleek en was zeker van streek. Hij dacht dat hij met haar best de vaderlijke toer op kon gaan.
'Zo meisje, vertel mij eens hoe je heet en wat er gisteren gebeurd is.' 'Hanny Vanseer, mijnheer, ik ben... was de vriendin van Tony.' Hier begon ze plots te snikken, maar na een strenge blik van de man nam ze zich bijeen. 'Gisteren was er een ontgroeningsceremonie. Twee jongens moesten elk een ganse fles Jenever leegdrinken. Ik zei nog tegen Tony: niet doen! Maar hij wilde niet luisteren en noemde mij een flauwe trut. Dan ben ik weggegaan en toen ik na een tijdje terugkwam, lag Tony stomdronken op de bank. Ze kregen hem niet wakker en besloten hem daar te laten liggen, voor als hij soms... je weet wel.' 'Bleef je lang weg? En waar waren de anderen ondertussen?' 'Ik bleef niet zo lang weg, misschien een uur. De anderen probeerden hem wakker te krijgen, maar hij reageerde niet.' 'Bemerkte je iets abnormaals?' 'Nee, hij snurkte wel erg hard en ik ben dan een deken gaan halen omdat het wat fris was en heb hem daarmee toegedekt. Dan ben ik gaan slapen.'
Het verhoor van de vijf anderen bracht ook niet meer aan het licht. In grote trekken vertelden allen hetzelfde als het meisje. Rechercheur Borgs had alles genoteerd en samen overliepen ze nog eens het lijstje. 'Dit is bitter weinig. We zullen op de autopsie moeten wachten. Zogauw we de juiste doodsoorzaak hebben, kunnen we hier mee verder. Het was voor die gast misschien een overdosis. Hoe halen ze het in Godsnaam in hun stomme koppen! Een ganse fles Jenever!' Hij klakte met zijn tong en schudde afkeurend het hoofd. Buiten dwaalden ze nog wat rond over het terrein. Baals staarde een ogenblik nadenkend naar de nu lege bank en het platgetrapte gras errond. Dit zou nooit veranderen, in zijn tijd waren er ook al ongelukken gebeurd bij die flauwe kul. Op dit gebied leefden ze eigenlijk nog in de middeleeuwen. Met een diepe zucht ging hij er vandoor.
Enige tijd later kreeg Baals het rapport van de autopsie. Borgs was het persoonlijk gaan ophalen bij pathologie om het zo snel mogelijk in handen te hebben. Hoogst aandachtig begon Baals er in te lezen, tot hij op een gegeven moment zachtjes tussen zijn tanden floot. Dit was hoogst interressant! 'Kris, we gaan dadelijk naar de campus, die gasten nog eens tussenpakken, nu hebben we een been om op te staan!' De directeur stond er op om persoonlijk de bewuste getuigen op het appèl te roepen en stelde zijn bureau ter beschikking. Toen Baals het meisje zag was hij ervan overtuigd dat ze op het punt stond om in te storten. Hij sprak haar streng aan. 'Wel Hanny, is er niet iets dat je vergeten bent te vertellen?' Ogenblikkelijk barstte ze in tranen uit en verklaarde hortend: 'Het is mijn schuld... ik heb hem vermoord... het is mijn schuld dat hij dood is.' Baals keek haar een ogenblik verbaasd aan. 'Ah ja? Verklaar je eens nader?' 'Tony was erg bang voor wat ze met hem gingen doen... en daarom heb ik hem twee Valiums gegeven. Ik kon toch niet weten dat hij Jenever moest drinken... heeft hij een hartstilstand gehad ofzo?' Stilzwijgend nam hij haar even op, terwijl hij diep in gedachten verzonken met zijn vingers door zijn dunne haar streek. 'Neen, ik kan je verzekeren dat hij daaraan niet gestorven is.' Hij liet haar buiten wachten en riep de jongens samen binnen. Even speelde hij de truc van het grote zwijgen, terwijl hij met zijn balpen tegen zijn tanden tikte, kwestie van hen een beetje nerveus te maken. Dan viel hij bars met de deur in huis. 'Nu wil ik eens exact weten hoeveel flessen Tony Swerts van jullie heeft moeten drinken?' Ze keken elkaar wat schichtig aan en de moedigste zei: 'Een fles, mijnheer... ' 'Ach zo!... en welke idioot heeft hem nog meer drank in zijn keel gegoten toen hij al bewusteloos was?' Hij genoot een beetje sadistisch van de ontreddering die op hun gezichten verscheen. 'Ik kan jullie namelijk vertellen dat er bij de autopsie een grote hoeveelheid drank in zijn longen is gevonden. Iemand die bewusteloos is, slikt namelijk niet en daardoor loopt de vloeistof rechtstreeks in de longen. Wat Hanny voor snurken hield was die jongen zijn doodsreutel. Hij is gewoon gestikt, of mag ik zeggen: verdronken? Jullie worden alle vijf in voorlopige hechtenis genomen, tot de zaak opgehelderd is. Kris, zorg jij eens voor vervoer?' Met een imponerende klap sloot hij het dossier.
't Gebeurt wel eens dat ik aan 't fantaseren sla en mij zo voorstel hoe het had kunnen zijn als ik op een andere plaats, in een andere tijd was geboren.Bijvoorbeeld in Parijs..., Zo iets artistieks... Een artiestencafé, aan de piano een verlopen, vale figuur met roodomrande ogen. Ja, drank en sigaretten, een echte kettingroker. In zijn mondhoek bengelt een stompje van een zelfgerolde sigaret, waarmee hij, voordat ze vanzelf uitdooft, onmiddellijk weer een andere aansteekt. De asbak vóór hem walmt na van de peuken die daar achteloos in belanden. Zijn knokerige bruingevlekte vingers glijden strelend over de vergeelde toetsen. Met gesloten ogen luistert hij naar de klanken van de oude melodieën die hij als bij wonder uit de kreupele piano weet te ontfutselen. Niemand luistert, maar hij laat zich daardoor niet van de wijs brengen.
Zijn gedachten zijn ver van hier, in een ander land, waar hij ooit zijn glorietijd beleefde. Toen was hij beroemd, toen luisterde iedereen ademloos wanneer hij voor het voetlicht zijn geliefde muziek voor een uitverkochte zaal liet weerklinken.
Dan komt er iemand het rokerige lokaal binnen. Alhoewel ze toch een opvallende figuur is, kijken slechts enkelen verveeld en zonder interresse op. Haar make-up is eigenlijk veel te zwaar voor dit uur van de dag en ook al een beetje doorgelopen. Haar grote droeve ogen passen wel bij haar kleine smalle lippen, die nooit glimlachen. Zwart carré kapsel, zwarte rolkraag-pull zonder mouwen, kort spannend tricot rokje en zwarte netkousen, met onder de knie een flinke haak. Op onvaste benen en hoge hakken begeeft ze zich wiegend naar de toog. Daar vraagt ze 'un petit rouge' en slentert dan met het glas in de hand naar de pianist. Ze kent zijn muziek en begint zacht mee te neuriëen, ondertussen steun zoekend tegen de gammele piano. De man opent zijn ogen en geniet van de onverwachte aandacht. Met één hand bied hij haar een sigaret aan en terwijl hij haar van vuur voorziet, haken hun blikken heel even in elkaar, op het ogenblik dat ze zich voorover buigt. Wat later waagt ze zich er aan om de tekst mee te zingen. Het publiek is van geen belang, alleen zij beiden bestaan, zij samen... een toonbeeld van vergane glorie. Misschien groeit hier nog wat moois, gedeelde ellende is minder zwaar met twee. De patron brengt voor elk nog een glas wijn en een baguette met Camembert, waar ze samen van eten. Ze voelen zich eigenlijk een beetje gelukkig. Beiden weten wel dat de ontnuchtering nog zal volgen, maar hopelijk vandaag nog niet.
Ik betrap er mij op dat ik een liedje van 'Piaff' aan 't zingen ben, zo ging ik mee in mijn fantasie. Och ja, zo slecht heb ik het eigenlijk toch niet, maar af en toe moet ik mijzelf daaraan herinneren.
De volgende keer kan ik misschien een 'Hells-Angel' worden, met een echte 'Harley' Een lederen vest met franjes, een pothelm op, lederen laarzen en dan... vroemmm...
Voor zover ze zich kon herinneren, had haar moeder ook altijd huisdieren gehad. Konijnen, kippen en kanaries, vooral katten, soms wel tien ineens. Met al die poezennamen was er ook een grapje ontstaan; (een kat reageert op alles, als het maar met eten te maken heeft.) Er werd gewoon geroepen: poezeloezemienesoese... en alsof het een toverwoord was, kwamen ze allemaal gezwind aangestormd.
Later, in haar eigen gezin, was er ook plaats voor dieren. Niet zóveel tegelijk, maar een kat of een hond of een papegaai, zelfs een pratende Beo hadden ze gehad en een handtamme kanarie. Toen zij en haar man uiteen gingen, liet ze haar kleine bruine hondje achter omdat dat de beste oplossing was. Hij had een tuin nodig en geen kleine studio waar amper plaats was. Niet lang daarna kreeg ze te horen dat ze het beestje hadden laten inslapen. Omdat ze geen afscheid had kunnen nemen, kwetste het haar enorm. Haar hart werd er kil van, heel bewust nam ze afstand van knuffels en warme gevoelens. Natuurlijk ging het niet alleen om het hondje, maar dit was de druppel die de emmer deed overlopen. Dieren strelen deed ze niet meer, ze had daar geen behoefte meer aan. Was ze verbitterd? Zelf wist ze het ook niet zo goed.
Haar zoon die ook alleen woonde, had zo'n zwart-wit poezebeest. De dag dat hij plots naar het ziekenhuis moest, stelde zich het probleem dat die kat verzorgd moest worden. Ze nam het dier in huis omdat ze het toch niet kon laten verhongeren. Ze hield helemaal niet van de kat, overal vond ze haren en ze moest de deur van het terras dichtlaten, zodat hij niet zou kunnen ontsnappen. De geur van de kattenbak hing haar de keel uit en zelfs het propere kattenzand rook zo chemisch... Het toppunt was dat de kat krabte als ze haar wilde strelen. Dus de dag dat het dier terug naar baasje mocht, voelde ze alleen maar opluchting dat ze er van af was. Nog dagenlang bleef ze witte haren verwijderen en als souvenir bleek dan nog haar zetel serieus beschadigd te zijn aan de onderkant, dus hopelijk hoefde die kat nooit meer terug te komen. Dan kwam er weer een ander dier logeren. Haar vriendin ging voor een weekje naar zee en bracht de cavia met zijn hele hebben en houden naar haar. Dit kon zo erg niet zijn, dacht ze, zo'n grote bak, dat zat wel veilig. Het pittige diertje was heel handtam en erg aanhankelijk. Eigenlijk een grappig ding, goudbruin, met een witte rozet op zijn kopje, waaronder twee pientere oogjes haar nieuwsgierig aankeken. Ze vond het toch een beetje bedenkelijk toen haar vriendin vroeg om het caafje voldoende te knuffelen.
Omdat ze haar best wilde doen, nam ze het 's avonds toch maar op haar schoot. En terwijl ze behoedzaam het fluwelige pelsje streelde, kroop het genoeglijk tot in haar hals en begon daar kleine likjes en knuffeltjes te geven, ondertussen kirrende en knorrende geluidjes makend. Eigenlijk geurde het lekker naar hooi en houtkrullen. Ze voelde de warmte van het kleine lijfje door haar bloes tot op haar huid. Op dat ogenblik leek er in haar iets te breken en welde er een snik in haar keel. Wenen deed ze sinds lang niet meer, haar tranen waren zowat opgedroogd, maar een lang vergeten gevoel kwam naar boven.
Nadat de cavia terug naar haar baasje was, miste ze de geluidjes waarmee ze de hele voorbije week verwelkomd was geweest als ze in de keuken kwam. Toen nam ze een beslissing; ze wilde een cavia! In de bib haalde ze boekjes om goed op de hoogte te zijn over het verzorgen en zelfs over het karakter van de cavia. Heel interressante dingen kwam ze daarmee aan de weet.
Ja, ze zouden veel voor elkaar kunnen betekenen, beiden hadden ze evenveel behoefte aan warmte en vriendschap...
Het lijkt wel of ik iets heb met varende schepen. Heel toevallig. Gisterenavond trokken we (dat is de hele toneelgroep) naar Maastricht. We gingen poepchique dineren op een varend schip. Parking vinden ging heel snel, in de ondergrondse. Maar ik dacht dat alleen hier bij ons zoveel bouwwerven zijn. Dan is het in Maastricht nog erger. Vind daar je weg maar. Er is altijd wel iemand die de voorhoede neemt. Regelmatig werd er geroepen: nee, terug, het was rechts... of nee, het was toch links. Dan kwamen we aan de Maas en zagen van ver al de feestelijk verlichte schepen liggen. De hele bende er naartoe. Jawadde! Coffeeshops! Ik moet hier geen tekeningetje bij maken, dat was ook duidelijk als je zag wie daar rondhingen. Okee, brug over en ja daar was het. We zouden al smullend varen tot in Luik en terug. Een slaperige reiger op een staketsel keek ons verveeld na, daar had je weer van die gekken die zijn rust verstoorden. Het eten in buffetvorm was uitstekend. Een zelfzingende dj met synthesiser kreeg al snel de sfeer erin. Een paar meezingers en we waren al vertrokken. Ik heb altijd gedacht dat Hollanders vrij plezante mensen zijn. Maar de afkeurende blikken die de andere opvarenden ons toewierpen spraken boekdelen. 'Wat een zootje, die Belgen, zijn zeker al straalbezopen' Ook toen we met een ander schip aan onze zijde in de sluis lagen, waren er maar weinigen die terugzwaaiden. Maar we lieten het niet aan ons hart komen. Omdat ik alleen maar water en koffie drink, heb ik geen kater, maar ik vrees dat de meesten van de groep het anders ervaren vandaag. Ik heb me wel goed laten gaan in het eten, en vandaag moet ik dat compenseren. De hele dag alleen maar water en appelsienen. Awel, ik ben toch weer een plezante ervaring rijker. Volgend jaar zullen ze wel weer iets anders verzinnen om ons te verrassen. Fijn...
Al ooit een vakantie doorgebracht op een binnenschip? Ik wel! Een vrachtschip omgebouwd tot klein varend hotel, 'De vier Vaargetijden' genoemd. Er zijn maar vier kajuiten, zodat er hoogstens plaats is voor acht gasten. Daarmee hou je een familiale sfeer. Je wordt er verwend door het schipperskoppel die beiden een vaarlicentie hebben. Ik geloof zelfs dat ze de titel van kapitein mogen voeren. Het is gewoon zááálig, het weer was ook fantastisch. Ja, de zomer van 2003. Ik kreeg sms' jes van het thuisfront: we kunnen niet slapen, het is hier 36gr. terwijl daar op het water niets van te merken was. De bedden waren opgemaakt met heerlijk frisse witte lakens. Elke kajuit had ook zijn eigen douche en toilet. Meer heb je niet nodig. 's Morgens als we lekker uitgerust in de woonruimte kwamen, stond het ontbijt al op ons te wachten, de schipperin was al naar de bakker geweest om verse broodjes. Je kon het niet bedenken of het stond wel op tafel. En had je extra wensen dan werd daar ook in voorzien. Nooit eerder in mijn leven was ik zo verwend en in de watten gelegd als op dat schip. Na het ontbijt werd er meestal gevaren en tegen de middag stond er weer een eetfestijn in buffetvorm gereed. Beneden kon je je bord volscheppen en dat boven op het dek, aan de grote daarvoor voorziene tafel gaan opsmikkelen. Ondertussen zag je het landschap aan je voorbijglijden. We hebben ook aan de wal gelegen, drie dagen in Brugge en twee dagen in Gent, net toen daar de 'Gentse Fiesten' bezig waren. Fietsen waren er ook aan boord, dus keuze genoeg. Er lagen stadsplannen gereed en uitgestippelde routes, aan alles was gedacht. Heel mooi was ook de afvaart van de Leie. Achter elke bocht werd je verrast door ongelooflijk mooie villa's . Nooit eerder zag ik zoveel verschillende stijlen. Waar ik ook onder de indruk van was: de sluizen en de bruggen! Al die mensen die voor die ophaalbruggen moesten wachten tot wij daar voorbij waren. Wij in onze dekstoelen als koningen. We hoorden soms wel eens: oh... die zitten daar fijn! Misschien ook wel met een beetje afgunst. 's Avonds weer een rijkgedekte tafel, onze kokkin verraste ons telkens weer met de meest fantastische gerechten.
Veel te snel waren die dagen voorbij, ik hoop het nog eens te mogen meemaken. Ze doen ook andere routes.
Nog eens bedankt lieve mensen voor die fijne vakantie!
Onlangs zag ik een natuurfilmpje over hoe dieren de tijd beleven op verschillende manieren. Ik vond het fascinerend. Voor de schildpad gaat de tijd zo langzaam dat hij meestal niets gezien heeft als er iets gebeurt. Een sperwer ziet alles heel snel, omdat zijn leven er kan vanaf hangen hoe hij reageert. Dat gaat van verdediging tot voedsel ontdekken. Een vlieg is ook heel snelziende. Probeer er maar eens een te pakken met een hand. Dat zal moeilijk lukken. Maar met twee handen , elk uit een andere richting komend heb je al meer kans.
Mensen beleven de tijd ook op een verschillende manier en dat heeft dan meestal met leeftijd te maken. Ik las eens een vertaling uit het Chinees en dat ging ongeveer zo: De tijd is als een rivier, Een kind loopt snel en steekt het water voorbij. Eens volwassen blijft men gaan aan dezelfde snelheid als het water. Een oudere mens blijft achter en ziet het water voorbij stromen.
Ooit had ik iemand aan de deur die vroeg achter een vroegere bewoner. Gelukkig wist ik wie hij bedoelde en zei dat die persoon er al lang niet meer woonde. Heel verwonderd zei de man: maar veertig jaar geleden woonde hij hier toch nog! Als je jong bent dan lijkt 'binnen 40 jaar' nog heel ver, maar als de jaren al voorbij zijn...
Op TV: het is relatief rustig gebeleven in Parijs. Net of ze bedoelen: wat jammer! Horden journalisten die daar staan met de cameras in aanslag. Ja oké, het is hun broodwinning. Maar hopen dat er iets gebeurt? Het is zoals enkele jaren geleden, bij de landing van legertroepen op een strand. De eersten die daar stonden waren de journalisten. (in een land in volle oorlog) Zo konden we alles live meemaken. En in Parijs worden die twee jongens die (vrijwillig) in die elektriciteitskabine kropen, vereerd als slachtoffers, bijna als helden. Maar vergeten ze dan de echte reden: ze waren tenslotte op de vlucht voor de politie. En als je niets misdaan hebt, waarom zou je dan vluchten??? En dan die mentaliteit, 'het is toch normaal dat ze gaan stelen, ze willen ook mooie kleren en een GSM' Het is echt beangstigend dat zoiets als normaal wordt beschouwd, bangelijk!
Hier heb je ook wel van die toestanden. Er zijn ècht mensen die niet willen werken. Ik ga daar nu niet over uitweiden, maar ik weet dat het bestaat. Er zijn werklozen die met de duurste auto's rondrijden. Hoe komen ze er aan? Velen zijn ook bekend bij de politie, maar wat wordt er aan gedaan?
Hoe ze al deze problemen gaan oplossen, ik weet het niet hoor...
Ik heb al heel mijn leven een hekel aan de zondagen. Vraag me niet waarom, ik heb er geen zinnige verklaring voor. Waarschijnlijk zal de reden wel te vinden zijn in mijn verleden. Maar sinds ik naast een bouwwerf woon, ben ik blij als het einde van de week er aan komt. Ik zal het hier niet hebben over het lawaai de hele dag. Maar voor het ogenblik zijn ze bezig een straat af te werken. Dat betekent dus de hele dag blokken en stenen zagen en slijpen, of hoe dat stoffferige gedoe ook moge heten. En denk maar niet dat die snuiters iemand ontzien. Oh neen! Ze hebben een sadistische grijns op hun tronies als ze erin slagen iemand onder het stof te zetten .
Vandaag nog was ik er getuige van hoe een immense stofwolk een verhuiswagen binnenvloog, waar mensen net bezig waren hun meubels uit te laden. Door de dag kan ik dus ook niks openzetten, het is gewoon niet te doen. Mijn ramen zitten onder het stof, maar omdat ik niet het type ben dat nutteloos werk doet, wacht ik daarmee tot ze hun laatste steen gelegd hebben.
Dus als het vrijdagavond wordt en ze hun schup afkuisen om huiswaarts te trekken, naar moeder de vrouw, zucht ik van opluchting.
Ik zou het vroeger nooit geloofd hebben dat ik ooit nog eens blij zou zijn met het weekend voor de deur, zo zie je maar, zeg nooit... nooit.
Vorige zondag naar een sieradenbeurs geweest. Bij het binnenkomen had ik iets van: zo klein? We gaan hier rap alles gezien hebben. Ik verwachtte kant en klare versierselen, maar de eigenlijke bedoeling was: hoe worden ze gemaakt, die frulletjes en spulletjes. Ik wist niet dat er zoveel verschillende soorten parels en bolletjes en allerlei andere dingen bstonden. Alles was netjes gerangschikt in vakjes en dan maar je ogen uitkijken. De materialen gingen van plastiek, steen, metaal, glas, parels, porselein naar weet ik veel wat nog allemaal. Er waren zelfs porseleinen bolletjes in Delftsblauw. Men kon er ook dingen kopen die al afgewerkt waren. In feite vielen de prijzen ook onverwachts nog mee.
Maar de meesten waren er toch op uit om zelf iets ineen te steken. Op een speciaal bord, met allerlei cijfers en letters op, en gangetjes en uitsnijdingen, kon je een halssieraad samenstellen zodat je dan al zag wat het eindresultaat ging zijn. De lengte kon je kiezen en dan van kleine bolletjes naar groot, met misschien nog andere dingetjes ertussen. Ik ben niet zo'n verzamelaar van die dingen. Ik koop wel eens wat en dan vergeet ik meestal om het te gebruiken. Tot ik bij een opruimbeurt dan plots erop uitkom ... ah ja... dat heb ik ook nog. Toch liet ik mij verleiden om een hangertje te kopen in glas. Mijn keuze viel vooral op het grote oog, waar alle koordjes doorheen kunnen. Maar ik vond het toch geslaagd. Het was iets met pauwenveertjes in kleur op een zwarte achtergrond.
De verkoopster legde mij uit dat het niet zomaar glas was, neen, het was Venetiaans glas. Als extra kreeg ik van haar nog de hele uitleg hoe ze het maakte. Er was iets met zilverpapier en dan het warme glas daarover uitstrijken en de verschillende kleurtjes erin verwerken. Aan zo één stukje had ze ongeveer een half uurtje werk .
Wat later die avond ging ik aan het denken, (dat komt bij mij wel eens met wat vertraging.) Zij maakte dat... hier ergens of aan de kanten van Maastricht... hoe... hoe kon dat dan Venetiaans glas zijn?
Ben vorige week aangaande een huurderscongres in Geel beland. Ik ga daar nu niet over uitweiden. Maar na de middag stond er een wandeling op het programma, onder begeleiding van een gids. Een enthousiaste verteller, ik had uren naar hem kunnen luisteren. De bedoeling was dat we uitleg kregen over de geschiedenis, waarom er in Geel geesteszieken verblijven. Het verhaal gaat heel ver terug in de tijd, het begon bij de H. Dimpna. Zij werd vermoord door haar krankzinnige vader en zo is de traditie gestart. Mensen begonnen op bedevaart te gaan voor genezing, en op de duur werd het gastenhuis, dat in hun opvang voorzag te klein. Daardoor werd er in de omgeving navraag gedaan om deze pelgrims onderdak te verlenen. Velen stemden daarin toe en alhoewel er officieel maar een kort verblijf voorzien werd, bleven veel van deze mensen in opvanggezinnen wonen, sommigen zelfs voor hun hele leven. De inwoners van Geel groeiden op met deze traditie en zo gebeurde het ook dat sommigen na de dood van hun ouders de 'gasten' bij hun in huis namen. De jonge mensen op de dag van vandaag zijn hier minder toe geneigd. Maar toch zijn er nog veel van deze patiënten die leven zoals het vroeger al was.
Het is toch fantastisch hoe zoiets kan groeien, eigenlijk door toedoen van goedwillende mensen. Ze zijn gewoon bewonderenswaardig.