De man nam plaats naast me op de bank in het park. Zwaar zuchtend keek hij af en toe mijn richting uit, zodat ik het gevoel kreeg dat hij iets op zijn lever had. En ja hoor, toen ik eventjes meevoelend knikte, begon hij zijn verhaal. Eigenlijk praatte hij niet echt tegen mij, het klonk meer alsof hij hardop mijmerde. Misschien dat mijn stille aanwezigheid hem wel troostte. 'Veertig jaar... veertig jaar ben ik met dat mens getrouwd geweest. Steeds heeft ze me uitgescholden. Doe dit niet, laat dat... er kwam geen einde aan. Na jaren had ik me aangewend om niet meer te luisteren naar wat ze zei. Ik gaf enkel maar nietszeggende antwoorden en knikte maar eens. Ze merkte het zelfs niet . Terwijl ze dacht dat ik in het schuurtje bezig was, ging ik een partijtje biljarten. Tot ze plots zwaar ziek werd, je weet wel, dat woord dat men niet uitspreekt. De dokters zeiden dat ze het niet lang meer ging maken. Ik deed mijn plicht en bezocht haar dagelijks in het ziekenhuis. Maar zelfs daar bleef ze mij met scheldnamen om de oren slaan. ...Het was verschrikkelijk...' Hier zweeg de man even. Een eenzame traan dobberde tergend langzaam haar weg tot in de stoppels van zijn drie dagen oude baard. Ja, het zal je maar overkomen!
'Jaja, twee jaar heeft die ellende geduurd. Toen ze eindelijk opkraste voelde ik mij plots zo opgelucht! Als een vrije vogel in de lucht. Na een tijdje maakte ik zelfs al eens een afspraakje. Ik kon uitgaan waar, wanneer en met wie ik wilde. Ik genóót. Maar na evenveel teleurstellingen als afspraken, begon ik mij te realiseren dat de ideale vrouw, zoals ik mij die voorstelde, gewoon niet bestond... Tenminste niet in mijn omgeving. Ik had er genoeg van en bleef weer aan huis. Ik kwam de deur niet meer uit.' Wat kon je daarop zeggen, zo'n doffe ellende! Samen bekeken we de eendjes aan de waterkant. Dan ging de man verder: 'Maar weet je wat ik nu het ergste vind? Nee hé, dat zal je nooit raden... Ik wenste hé, ik wenste dat plots de telefoon zou gaan. En als ik dan de hoorn opnam en haar vervloekte stem zou horen die me uitschold dat ik alweer te laat was voor het eten... dan hé, dan haastte ik mij met plezier naar huis, zo snel ik maar kon!'
De telefoon rinkelde in het plaatselijke politiekantoor en de agent die opnam, luisterde aandachtig. Ondertussen maakte hij enkele aantekeningen op een blocnote die voor hem lag. Met het afgescheurde blaadje in de hand begaf hij zich naar inspecteur Frank Baals en dropte het vóór zijn neus. 'Dode gevonden op de campus, chef, ene zekere Tony Swerts, eerstejaars. Heeft gisteren meegedaan aan de ontgroening en werd vandaag dood aangetroffen, buiten op een bank.' Baals had als bijnaam 'de slaver', afgeleid van 'slavendrijver'. Gewoon omdat hij met een lachend gezicht kon verkondigen dat er overuren moesten geklopt worden. Iemand die hem niet kende, verwachtte dat hij een mop ging vertellen. Maar zijn medewerkers wisten maar al te goed wat het betekende als hij op zo'n bepaalde manier, met zijn hoofd een beetje schuin, zei: 'mannen...' . Dan konden ze hun afspraken voor die avond wel vergeten. Hij nam de nota aan en wierp er een vluchtige blik op. 'Oké, er naartoe. Borgs trommel jij enkele agenten op en zorg er voor dat de plaats wordt afgezet, vóór alle sporen zijn uitgewist door nieuwsgierigen, als het al niet zo ver is! Jij komt ook mee met mij!' Kris Borgs zuchtte. 'Oké, chef!' Hij had er een hekel aan om met de baas mee te rijden omdat die het vertikte een dienstwagen te nemen. Enkel zijn eigen aftandse, bijna antieke Opel, van een onbestemde kleur blauw, vond in zijn ogen genade. Dat de anderen het ding smalend een vierwielig roestmonster noemden, liet hem koud. Hij had voor het werk geen statussymbolen nodig.
Op de campus aangekomen, zag hij onmiddellijk Eric Daniels en zijn 'snuffelhonden' (op twee benen) die de plaats al hadden afgezet en nauwkeurig naar sporen zochten. Eric die hem zag aankomen zei: 'Daar heb je de slaver en zijn rammelkar!' 'Hoy, Eric, al iets gevonden?' 'Niets speciaals, de directeur heeft al iedereen uit de buurt gejaagd en wacht op je in zijn kantoor met een paar gasten die er gisteren bij waren. Heeft zeker veel politiefilms gezien.' grinnikte de aangesprokene. Baals wierp een blik op het lijk in de plastiekzak en ging het gebouw binnen. Op een bank zaten enkele jongeren die hem wat schichtig aankeken. Nadat hij de directeur had begroet, besloot hij met het jonge meisje te starten. Ze zag erg bleek en was zeker van streek. Hij dacht dat hij met haar best de vaderlijke toer op kon gaan.
'Zo meisje, vertel mij eens hoe je heet en wat er gisteren gebeurd is.' 'Hanny Vanseer, mijnheer, ik ben... was de vriendin van Tony.' Hier begon ze plots te snikken, maar na een strenge blik van de man nam ze zich bijeen. 'Gisteren was er een ontgroeningsceremonie. Twee jongens moesten elk een ganse fles Jenever leegdrinken. Ik zei nog tegen Tony: niet doen! Maar hij wilde niet luisteren en noemde mij een flauwe trut. Dan ben ik weggegaan en toen ik na een tijdje terugkwam, lag Tony stomdronken op de bank. Ze kregen hem niet wakker en besloten hem daar te laten liggen, voor als hij soms... je weet wel.' 'Bleef je lang weg? En waar waren de anderen ondertussen?' 'Ik bleef niet zo lang weg, misschien een uur. De anderen probeerden hem wakker te krijgen, maar hij reageerde niet.' 'Bemerkte je iets abnormaals?' 'Nee, hij snurkte wel erg hard en ik ben dan een deken gaan halen omdat het wat fris was en heb hem daarmee toegedekt. Dan ben ik gaan slapen.'
Het verhoor van de vijf anderen bracht ook niet meer aan het licht. In grote trekken vertelden allen hetzelfde als het meisje. Rechercheur Borgs had alles genoteerd en samen overliepen ze nog eens het lijstje. 'Dit is bitter weinig. We zullen op de autopsie moeten wachten. Zogauw we de juiste doodsoorzaak hebben, kunnen we hier mee verder. Het was voor die gast misschien een overdosis. Hoe halen ze het in Godsnaam in hun stomme koppen! Een ganse fles Jenever!' Hij klakte met zijn tong en schudde afkeurend het hoofd. Buiten dwaalden ze nog wat rond over het terrein. Baals staarde een ogenblik nadenkend naar de nu lege bank en het platgetrapte gras errond. Dit zou nooit veranderen, in zijn tijd waren er ook al ongelukken gebeurd bij die flauwe kul. Op dit gebied leefden ze eigenlijk nog in de middeleeuwen. Met een diepe zucht ging hij er vandoor.
Enige tijd later kreeg Baals het rapport van de autopsie. Borgs was het persoonlijk gaan ophalen bij pathologie om het zo snel mogelijk in handen te hebben. Hoogst aandachtig begon Baals er in te lezen, tot hij op een gegeven moment zachtjes tussen zijn tanden floot. Dit was hoogst interressant! 'Kris, we gaan dadelijk naar de campus, die gasten nog eens tussenpakken, nu hebben we een been om op te staan!' De directeur stond er op om persoonlijk de bewuste getuigen op het appèl te roepen en stelde zijn bureau ter beschikking. Toen Baals het meisje zag was hij ervan overtuigd dat ze op het punt stond om in te storten. Hij sprak haar streng aan. 'Wel Hanny, is er niet iets dat je vergeten bent te vertellen?' Ogenblikkelijk barstte ze in tranen uit en verklaarde hortend: 'Het is mijn schuld... ik heb hem vermoord... het is mijn schuld dat hij dood is.' Baals keek haar een ogenblik verbaasd aan. 'Ah ja? Verklaar je eens nader?' 'Tony was erg bang voor wat ze met hem gingen doen... en daarom heb ik hem twee Valiums gegeven. Ik kon toch niet weten dat hij Jenever moest drinken... heeft hij een hartstilstand gehad ofzo?' Stilzwijgend nam hij haar even op, terwijl hij diep in gedachten verzonken met zijn vingers door zijn dunne haar streek. 'Neen, ik kan je verzekeren dat hij daaraan niet gestorven is.' Hij liet haar buiten wachten en riep de jongens samen binnen. Even speelde hij de truc van het grote zwijgen, terwijl hij met zijn balpen tegen zijn tanden tikte, kwestie van hen een beetje nerveus te maken. Dan viel hij bars met de deur in huis. 'Nu wil ik eens exact weten hoeveel flessen Tony Swerts van jullie heeft moeten drinken?' Ze keken elkaar wat schichtig aan en de moedigste zei: 'Een fles, mijnheer... ' 'Ach zo!... en welke idioot heeft hem nog meer drank in zijn keel gegoten toen hij al bewusteloos was?' Hij genoot een beetje sadistisch van de ontreddering die op hun gezichten verscheen. 'Ik kan jullie namelijk vertellen dat er bij de autopsie een grote hoeveelheid drank in zijn longen is gevonden. Iemand die bewusteloos is, slikt namelijk niet en daardoor loopt de vloeistof rechtstreeks in de longen. Wat Hanny voor snurken hield was die jongen zijn doodsreutel. Hij is gewoon gestikt, of mag ik zeggen: verdronken? Jullie worden alle vijf in voorlopige hechtenis genomen, tot de zaak opgehelderd is. Kris, zorg jij eens voor vervoer?' Met een imponerende klap sloot hij het dossier.
't Gebeurt wel eens dat ik aan 't fantaseren sla en mij zo voorstel hoe het had kunnen zijn als ik op een andere plaats, in een andere tijd was geboren.Bijvoorbeeld in Parijs..., Zo iets artistieks... Een artiestencafé, aan de piano een verlopen, vale figuur met roodomrande ogen. Ja, drank en sigaretten, een echte kettingroker. In zijn mondhoek bengelt een stompje van een zelfgerolde sigaret, waarmee hij, voordat ze vanzelf uitdooft, onmiddellijk weer een andere aansteekt. De asbak vóór hem walmt na van de peuken die daar achteloos in belanden. Zijn knokerige bruingevlekte vingers glijden strelend over de vergeelde toetsen. Met gesloten ogen luistert hij naar de klanken van de oude melodieën die hij als bij wonder uit de kreupele piano weet te ontfutselen. Niemand luistert, maar hij laat zich daardoor niet van de wijs brengen.
Zijn gedachten zijn ver van hier, in een ander land, waar hij ooit zijn glorietijd beleefde. Toen was hij beroemd, toen luisterde iedereen ademloos wanneer hij voor het voetlicht zijn geliefde muziek voor een uitverkochte zaal liet weerklinken.
Dan komt er iemand het rokerige lokaal binnen. Alhoewel ze toch een opvallende figuur is, kijken slechts enkelen verveeld en zonder interresse op. Haar make-up is eigenlijk veel te zwaar voor dit uur van de dag en ook al een beetje doorgelopen. Haar grote droeve ogen passen wel bij haar kleine smalle lippen, die nooit glimlachen. Zwart carré kapsel, zwarte rolkraag-pull zonder mouwen, kort spannend tricot rokje en zwarte netkousen, met onder de knie een flinke haak. Op onvaste benen en hoge hakken begeeft ze zich wiegend naar de toog. Daar vraagt ze 'un petit rouge' en slentert dan met het glas in de hand naar de pianist. Ze kent zijn muziek en begint zacht mee te neuriëen, ondertussen steun zoekend tegen de gammele piano. De man opent zijn ogen en geniet van de onverwachte aandacht. Met één hand bied hij haar een sigaret aan en terwijl hij haar van vuur voorziet, haken hun blikken heel even in elkaar, op het ogenblik dat ze zich voorover buigt. Wat later waagt ze zich er aan om de tekst mee te zingen. Het publiek is van geen belang, alleen zij beiden bestaan, zij samen... een toonbeeld van vergane glorie. Misschien groeit hier nog wat moois, gedeelde ellende is minder zwaar met twee. De patron brengt voor elk nog een glas wijn en een baguette met Camembert, waar ze samen van eten. Ze voelen zich eigenlijk een beetje gelukkig. Beiden weten wel dat de ontnuchtering nog zal volgen, maar hopelijk vandaag nog niet.
Ik betrap er mij op dat ik een liedje van 'Piaff' aan 't zingen ben, zo ging ik mee in mijn fantasie. Och ja, zo slecht heb ik het eigenlijk toch niet, maar af en toe moet ik mijzelf daaraan herinneren.
De volgende keer kan ik misschien een 'Hells-Angel' worden, met een echte 'Harley' Een lederen vest met franjes, een pothelm op, lederen laarzen en dan... vroemmm...
Voor zover ze zich kon herinneren, had haar moeder ook altijd huisdieren gehad. Konijnen, kippen en kanaries, vooral katten, soms wel tien ineens. Met al die poezennamen was er ook een grapje ontstaan; (een kat reageert op alles, als het maar met eten te maken heeft.) Er werd gewoon geroepen: poezeloezemienesoese... en alsof het een toverwoord was, kwamen ze allemaal gezwind aangestormd.
Later, in haar eigen gezin, was er ook plaats voor dieren. Niet zóveel tegelijk, maar een kat of een hond of een papegaai, zelfs een pratende Beo hadden ze gehad en een handtamme kanarie. Toen zij en haar man uiteen gingen, liet ze haar kleine bruine hondje achter omdat dat de beste oplossing was. Hij had een tuin nodig en geen kleine studio waar amper plaats was. Niet lang daarna kreeg ze te horen dat ze het beestje hadden laten inslapen. Omdat ze geen afscheid had kunnen nemen, kwetste het haar enorm. Haar hart werd er kil van, heel bewust nam ze afstand van knuffels en warme gevoelens. Natuurlijk ging het niet alleen om het hondje, maar dit was de druppel die de emmer deed overlopen. Dieren strelen deed ze niet meer, ze had daar geen behoefte meer aan. Was ze verbitterd? Zelf wist ze het ook niet zo goed.
Haar zoon die ook alleen woonde, had zo'n zwart-wit poezebeest. De dag dat hij plots naar het ziekenhuis moest, stelde zich het probleem dat die kat verzorgd moest worden. Ze nam het dier in huis omdat ze het toch niet kon laten verhongeren. Ze hield helemaal niet van de kat, overal vond ze haren en ze moest de deur van het terras dichtlaten, zodat hij niet zou kunnen ontsnappen. De geur van de kattenbak hing haar de keel uit en zelfs het propere kattenzand rook zo chemisch... Het toppunt was dat de kat krabte als ze haar wilde strelen. Dus de dag dat het dier terug naar baasje mocht, voelde ze alleen maar opluchting dat ze er van af was. Nog dagenlang bleef ze witte haren verwijderen en als souvenir bleek dan nog haar zetel serieus beschadigd te zijn aan de onderkant, dus hopelijk hoefde die kat nooit meer terug te komen. Dan kwam er weer een ander dier logeren. Haar vriendin ging voor een weekje naar zee en bracht de cavia met zijn hele hebben en houden naar haar. Dit kon zo erg niet zijn, dacht ze, zo'n grote bak, dat zat wel veilig. Het pittige diertje was heel handtam en erg aanhankelijk. Eigenlijk een grappig ding, goudbruin, met een witte rozet op zijn kopje, waaronder twee pientere oogjes haar nieuwsgierig aankeken. Ze vond het toch een beetje bedenkelijk toen haar vriendin vroeg om het caafje voldoende te knuffelen.
Omdat ze haar best wilde doen, nam ze het 's avonds toch maar op haar schoot. En terwijl ze behoedzaam het fluwelige pelsje streelde, kroop het genoeglijk tot in haar hals en begon daar kleine likjes en knuffeltjes te geven, ondertussen kirrende en knorrende geluidjes makend. Eigenlijk geurde het lekker naar hooi en houtkrullen. Ze voelde de warmte van het kleine lijfje door haar bloes tot op haar huid. Op dat ogenblik leek er in haar iets te breken en welde er een snik in haar keel. Wenen deed ze sinds lang niet meer, haar tranen waren zowat opgedroogd, maar een lang vergeten gevoel kwam naar boven.
Nadat de cavia terug naar haar baasje was, miste ze de geluidjes waarmee ze de hele voorbije week verwelkomd was geweest als ze in de keuken kwam. Toen nam ze een beslissing; ze wilde een cavia! In de bib haalde ze boekjes om goed op de hoogte te zijn over het verzorgen en zelfs over het karakter van de cavia. Heel interressante dingen kwam ze daarmee aan de weet.
Ja, ze zouden veel voor elkaar kunnen betekenen, beiden hadden ze evenveel behoefte aan warmte en vriendschap...
Het lijkt wel of ik iets heb met varende schepen. Heel toevallig. Gisterenavond trokken we (dat is de hele toneelgroep) naar Maastricht. We gingen poepchique dineren op een varend schip. Parking vinden ging heel snel, in de ondergrondse. Maar ik dacht dat alleen hier bij ons zoveel bouwwerven zijn. Dan is het in Maastricht nog erger. Vind daar je weg maar. Er is altijd wel iemand die de voorhoede neemt. Regelmatig werd er geroepen: nee, terug, het was rechts... of nee, het was toch links. Dan kwamen we aan de Maas en zagen van ver al de feestelijk verlichte schepen liggen. De hele bende er naartoe. Jawadde! Coffeeshops! Ik moet hier geen tekeningetje bij maken, dat was ook duidelijk als je zag wie daar rondhingen. Okee, brug over en ja daar was het. We zouden al smullend varen tot in Luik en terug. Een slaperige reiger op een staketsel keek ons verveeld na, daar had je weer van die gekken die zijn rust verstoorden. Het eten in buffetvorm was uitstekend. Een zelfzingende dj met synthesiser kreeg al snel de sfeer erin. Een paar meezingers en we waren al vertrokken. Ik heb altijd gedacht dat Hollanders vrij plezante mensen zijn. Maar de afkeurende blikken die de andere opvarenden ons toewierpen spraken boekdelen. 'Wat een zootje, die Belgen, zijn zeker al straalbezopen' Ook toen we met een ander schip aan onze zijde in de sluis lagen, waren er maar weinigen die terugzwaaiden. Maar we lieten het niet aan ons hart komen. Omdat ik alleen maar water en koffie drink, heb ik geen kater, maar ik vrees dat de meesten van de groep het anders ervaren vandaag. Ik heb me wel goed laten gaan in het eten, en vandaag moet ik dat compenseren. De hele dag alleen maar water en appelsienen. Awel, ik ben toch weer een plezante ervaring rijker. Volgend jaar zullen ze wel weer iets anders verzinnen om ons te verrassen. Fijn...
Al ooit een vakantie doorgebracht op een binnenschip? Ik wel! Een vrachtschip omgebouwd tot klein varend hotel, 'De vier Vaargetijden' genoemd. Er zijn maar vier kajuiten, zodat er hoogstens plaats is voor acht gasten. Daarmee hou je een familiale sfeer. Je wordt er verwend door het schipperskoppel die beiden een vaarlicentie hebben. Ik geloof zelfs dat ze de titel van kapitein mogen voeren. Het is gewoon zááálig, het weer was ook fantastisch. Ja, de zomer van 2003. Ik kreeg sms' jes van het thuisfront: we kunnen niet slapen, het is hier 36gr. terwijl daar op het water niets van te merken was. De bedden waren opgemaakt met heerlijk frisse witte lakens. Elke kajuit had ook zijn eigen douche en toilet. Meer heb je niet nodig. 's Morgens als we lekker uitgerust in de woonruimte kwamen, stond het ontbijt al op ons te wachten, de schipperin was al naar de bakker geweest om verse broodjes. Je kon het niet bedenken of het stond wel op tafel. En had je extra wensen dan werd daar ook in voorzien. Nooit eerder in mijn leven was ik zo verwend en in de watten gelegd als op dat schip. Na het ontbijt werd er meestal gevaren en tegen de middag stond er weer een eetfestijn in buffetvorm gereed. Beneden kon je je bord volscheppen en dat boven op het dek, aan de grote daarvoor voorziene tafel gaan opsmikkelen. Ondertussen zag je het landschap aan je voorbijglijden. We hebben ook aan de wal gelegen, drie dagen in Brugge en twee dagen in Gent, net toen daar de 'Gentse Fiesten' bezig waren. Fietsen waren er ook aan boord, dus keuze genoeg. Er lagen stadsplannen gereed en uitgestippelde routes, aan alles was gedacht. Heel mooi was ook de afvaart van de Leie. Achter elke bocht werd je verrast door ongelooflijk mooie villa's . Nooit eerder zag ik zoveel verschillende stijlen. Waar ik ook onder de indruk van was: de sluizen en de bruggen! Al die mensen die voor die ophaalbruggen moesten wachten tot wij daar voorbij waren. Wij in onze dekstoelen als koningen. We hoorden soms wel eens: oh... die zitten daar fijn! Misschien ook wel met een beetje afgunst. 's Avonds weer een rijkgedekte tafel, onze kokkin verraste ons telkens weer met de meest fantastische gerechten.
Veel te snel waren die dagen voorbij, ik hoop het nog eens te mogen meemaken. Ze doen ook andere routes.
Nog eens bedankt lieve mensen voor die fijne vakantie!
Onlangs zag ik een natuurfilmpje over hoe dieren de tijd beleven op verschillende manieren. Ik vond het fascinerend. Voor de schildpad gaat de tijd zo langzaam dat hij meestal niets gezien heeft als er iets gebeurt. Een sperwer ziet alles heel snel, omdat zijn leven er kan vanaf hangen hoe hij reageert. Dat gaat van verdediging tot voedsel ontdekken. Een vlieg is ook heel snelziende. Probeer er maar eens een te pakken met een hand. Dat zal moeilijk lukken. Maar met twee handen , elk uit een andere richting komend heb je al meer kans.
Mensen beleven de tijd ook op een verschillende manier en dat heeft dan meestal met leeftijd te maken. Ik las eens een vertaling uit het Chinees en dat ging ongeveer zo: De tijd is als een rivier, Een kind loopt snel en steekt het water voorbij. Eens volwassen blijft men gaan aan dezelfde snelheid als het water. Een oudere mens blijft achter en ziet het water voorbij stromen.
Ooit had ik iemand aan de deur die vroeg achter een vroegere bewoner. Gelukkig wist ik wie hij bedoelde en zei dat die persoon er al lang niet meer woonde. Heel verwonderd zei de man: maar veertig jaar geleden woonde hij hier toch nog! Als je jong bent dan lijkt 'binnen 40 jaar' nog heel ver, maar als de jaren al voorbij zijn...
Op TV: het is relatief rustig gebeleven in Parijs. Net of ze bedoelen: wat jammer! Horden journalisten die daar staan met de cameras in aanslag. Ja oké, het is hun broodwinning. Maar hopen dat er iets gebeurt? Het is zoals enkele jaren geleden, bij de landing van legertroepen op een strand. De eersten die daar stonden waren de journalisten. (in een land in volle oorlog) Zo konden we alles live meemaken. En in Parijs worden die twee jongens die (vrijwillig) in die elektriciteitskabine kropen, vereerd als slachtoffers, bijna als helden. Maar vergeten ze dan de echte reden: ze waren tenslotte op de vlucht voor de politie. En als je niets misdaan hebt, waarom zou je dan vluchten??? En dan die mentaliteit, 'het is toch normaal dat ze gaan stelen, ze willen ook mooie kleren en een GSM' Het is echt beangstigend dat zoiets als normaal wordt beschouwd, bangelijk!
Hier heb je ook wel van die toestanden. Er zijn ècht mensen die niet willen werken. Ik ga daar nu niet over uitweiden, maar ik weet dat het bestaat. Er zijn werklozen die met de duurste auto's rondrijden. Hoe komen ze er aan? Velen zijn ook bekend bij de politie, maar wat wordt er aan gedaan?
Hoe ze al deze problemen gaan oplossen, ik weet het niet hoor...
Ik heb al heel mijn leven een hekel aan de zondagen. Vraag me niet waarom, ik heb er geen zinnige verklaring voor. Waarschijnlijk zal de reden wel te vinden zijn in mijn verleden. Maar sinds ik naast een bouwwerf woon, ben ik blij als het einde van de week er aan komt. Ik zal het hier niet hebben over het lawaai de hele dag. Maar voor het ogenblik zijn ze bezig een straat af te werken. Dat betekent dus de hele dag blokken en stenen zagen en slijpen, of hoe dat stoffferige gedoe ook moge heten. En denk maar niet dat die snuiters iemand ontzien. Oh neen! Ze hebben een sadistische grijns op hun tronies als ze erin slagen iemand onder het stof te zetten .
Vandaag nog was ik er getuige van hoe een immense stofwolk een verhuiswagen binnenvloog, waar mensen net bezig waren hun meubels uit te laden. Door de dag kan ik dus ook niks openzetten, het is gewoon niet te doen. Mijn ramen zitten onder het stof, maar omdat ik niet het type ben dat nutteloos werk doet, wacht ik daarmee tot ze hun laatste steen gelegd hebben.
Dus als het vrijdagavond wordt en ze hun schup afkuisen om huiswaarts te trekken, naar moeder de vrouw, zucht ik van opluchting.
Ik zou het vroeger nooit geloofd hebben dat ik ooit nog eens blij zou zijn met het weekend voor de deur, zo zie je maar, zeg nooit... nooit.
Vorige zondag naar een sieradenbeurs geweest. Bij het binnenkomen had ik iets van: zo klein? We gaan hier rap alles gezien hebben. Ik verwachtte kant en klare versierselen, maar de eigenlijke bedoeling was: hoe worden ze gemaakt, die frulletjes en spulletjes. Ik wist niet dat er zoveel verschillende soorten parels en bolletjes en allerlei andere dingen bstonden. Alles was netjes gerangschikt in vakjes en dan maar je ogen uitkijken. De materialen gingen van plastiek, steen, metaal, glas, parels, porselein naar weet ik veel wat nog allemaal. Er waren zelfs porseleinen bolletjes in Delftsblauw. Men kon er ook dingen kopen die al afgewerkt waren. In feite vielen de prijzen ook onverwachts nog mee.
Maar de meesten waren er toch op uit om zelf iets ineen te steken. Op een speciaal bord, met allerlei cijfers en letters op, en gangetjes en uitsnijdingen, kon je een halssieraad samenstellen zodat je dan al zag wat het eindresultaat ging zijn. De lengte kon je kiezen en dan van kleine bolletjes naar groot, met misschien nog andere dingetjes ertussen. Ik ben niet zo'n verzamelaar van die dingen. Ik koop wel eens wat en dan vergeet ik meestal om het te gebruiken. Tot ik bij een opruimbeurt dan plots erop uitkom ... ah ja... dat heb ik ook nog. Toch liet ik mij verleiden om een hangertje te kopen in glas. Mijn keuze viel vooral op het grote oog, waar alle koordjes doorheen kunnen. Maar ik vond het toch geslaagd. Het was iets met pauwenveertjes in kleur op een zwarte achtergrond.
De verkoopster legde mij uit dat het niet zomaar glas was, neen, het was Venetiaans glas. Als extra kreeg ik van haar nog de hele uitleg hoe ze het maakte. Er was iets met zilverpapier en dan het warme glas daarover uitstrijken en de verschillende kleurtjes erin verwerken. Aan zo één stukje had ze ongeveer een half uurtje werk .
Wat later die avond ging ik aan het denken, (dat komt bij mij wel eens met wat vertraging.) Zij maakte dat... hier ergens of aan de kanten van Maastricht... hoe... hoe kon dat dan Venetiaans glas zijn?
Ben vorige week aangaande een huurderscongres in Geel beland. Ik ga daar nu niet over uitweiden. Maar na de middag stond er een wandeling op het programma, onder begeleiding van een gids. Een enthousiaste verteller, ik had uren naar hem kunnen luisteren. De bedoeling was dat we uitleg kregen over de geschiedenis, waarom er in Geel geesteszieken verblijven. Het verhaal gaat heel ver terug in de tijd, het begon bij de H. Dimpna. Zij werd vermoord door haar krankzinnige vader en zo is de traditie gestart. Mensen begonnen op bedevaart te gaan voor genezing, en op de duur werd het gastenhuis, dat in hun opvang voorzag te klein. Daardoor werd er in de omgeving navraag gedaan om deze pelgrims onderdak te verlenen. Velen stemden daarin toe en alhoewel er officieel maar een kort verblijf voorzien werd, bleven veel van deze mensen in opvanggezinnen wonen, sommigen zelfs voor hun hele leven. De inwoners van Geel groeiden op met deze traditie en zo gebeurde het ook dat sommigen na de dood van hun ouders de 'gasten' bij hun in huis namen. De jonge mensen op de dag van vandaag zijn hier minder toe geneigd. Maar toch zijn er nog veel van deze patiënten die leven zoals het vroeger al was.
Het is toch fantastisch hoe zoiets kan groeien, eigenlijk door toedoen van goedwillende mensen. Ze zijn gewoon bewonderenswaardig.
De man was verzot op TV-reclame. Met de afstandsbediening in de hand, zapte hij van de ene zender naar de andere, uit angst om ergens een reclamespotje te missen. Met grote ogen nam hij alles in zich op. Maar daar bleef het niet bij, hij leefde ook volledig naar hetgeen hem aangeraden werd. 's Morgens waste hij zich met de zeep vol vochtinbrengende crème en schoor zich met het scheeraparaat dat een huid achterlaat als een babykontje. Zijn tandpasta was er een tegen tandbederf in drie kleuren.. Het hemd dat hij aantrok, witter dan wit, gewassen met een ietsie-pietsie poeder. Dan at hij zijn havervlokken, verrijkt met vitamines en dronk het fruitsap van de kampioenen. 's Middags frietjes waarvan je vergat te praten. Zo ging het dag in dag uit. De TV schreef hem voor hoe hij moest leven, maar hij genoot er van.
Tot op een rampzalige dag de kabel uitviel, een grote onvoorziene panne, welke zo snel nog niet opgelost zou zijn. Van 's morgens vroeg zat hij al voor zijn toestel, met de afstandsbediening in de hand, wachtend tot het eerste beeld zou verschijnen. Eten deed hij niet, want misschien was er ondertussen alweer iets nieuws op de markt, dat hij moest uitproberen.
Maar het scherm bleef donker... De arme man wond zich vreselijk op, hij miste de regelmaat waar hij al die tijd naar geleefd had.
Uren later kreeg hij een hartaanval en zakte langzaam achterover in zijn zetel...
Gelukkig had zijn vrouw een verzekering voor hem afgesloten bij de maatschappij die alles regelt en betaalt...
Je komt van een land dat ik niet ken. De taal die je spreekt is zo anders. Toch zijn je gedachten zoals de mijne. De woorden die je spreekt, begrijp ik, want ik heb hetzelfde geleerd.
Vandaag reiken we elkaar de hand, opdat er vrede over de wereld zou zijn.
De man deed geen vlieg kwaad, maar toch werd hij argwanend bekeken. In zijn manische periodes zette hij zijn Elvis-bril op en met zijn bakkebaarden en zijn lang loshangend haar waande hij zich ' the King himself' . Eigenlijk was er ook wel enige gelijkenis met zijn beroemde voorganger, zelfs de liedjes waar hij urenlang naar luisterde, kende hij vanbuiten. Hadden ze Elvis maar de wereld laten regeren, dan was alles beter geweest. De man begreep de mensen niet, of was het andersom? Zagen ze dan niet dat de wereld naar de knoppen ging? Waarom overal oorlog en ellende terwijl de oplossing zo voor de hand lag? Met muziek in je hart werd je toch een beter persoon?
Door het vele denken over alle mogelijke wereldproblemen vergat hij te zien dat er ook nog goede dingen bestonden. Na een tijdje kwam het depressieve weer naar boven en treurde hij om zijn twee kinderen die hij niet mocht zien omdat hij zo'n rare kwast was. Hij gaf altijd de anderen de schuld van zijn ellende en begreep niet dat hij zelf de grote reden was. Maar wie zou het verstaan hebben als hij geprobeerd had uit te leggen over de duivelse chaos in zijn hoofd welke zijn leven tot een hel maakte. Het enige verweer dat hij voor zichzelf had was de vlucht uit de werkelijkheid. Dan doolde hij maar rond en wenste zichzelf dood, omdat dat het enige was dat hij nog wensen kon. Regelmatig werd hij opgenomen en als er dan na een tijdje wat beterschap te bespeuren viel, mocht hij weer onder de mensen komen. Maar de verscheurende pijn van het bestaan bleef in zijn hart knagen en knagen. Met jonge mensen had hij graag contact, in hun gezelschap voelde hij zich goed. Zijn aanwezigheid tussen jongens van zestien wekte in dit Dutroux-tijdperk wel enige argwaan. Maar het was helemaal niet wat het misschien wel leek. Als hij zo'n jongen een colaatje trakteerde, was het enige wat hij deed: zich inbeelden dat hij daar zat met zijn eigen zoon en genoot er in stilte van. Een andere plaats waar hij regelmatig te vinden was: een terras, vanwaar hij heimelijk naar de winkel kon kijken waar zijn knappe dochter werkte als verkoopster, zodat hij af en toe een glimp van haar kon opvangen. Maar het bracht hem geen troost, de pijn in zijn hart groeide alleen maar.
Toen hij opgepakt werd met een speelgoedrevolvertje achter zijn broeksriem, was hij er zich niet van bewust in welke gevaarlijke situatie hij had kunnen geraken, indien iemand zich door hem bedreigd had gevoeld. Tegen de twee 'blauwjassen' die plots naast hem opdoken, zei hij met een onschuldige grijns dat hij alleen maar de reactie van de mensen had willen zien. De geschrokken blikken rondom hem hadden heel even gezorgd voor een gevoel van macht.
Die dag werd hij voor de laatste maal opgenomen, er was met hem niets aan te vangen. De woede welke diep in hem gebroeid had, vond nergens nog een uitweg. Ondanks al de medicatie die hem werd toegediend, kregen ze hem niet in slaap. Die toestand hield enkele dagen aan. Hij was gewoon bang om niet meer wakker te worden als hij zich liet gaan. Dan werd hij plots rustiger. Nadat ze hem geholpen hadden met douchen, wilde hij ook wel iets eten, daarna ging hij naar bed. Het leek of hij gewoon de strijd opgaf.
Toen is hij zachtjes ingeslapen en vond de rust waar hij zo naar verlangd had, voor altijd. Net zoals zijn grote idool Elvis in de film 'Flaming Star' trok hij naar het verre land achter de bergen waar rust en vrede is en waar niemand nog eenzaam is. Hopelijk komen ze elkaar daar ooit eens tegen, de twee Elvissen... wie weet... misschien.
Opgedragen aan F. voor een betere wereld. Overleden 14 juni 1999.
Af en toe steek ik wel eens een dvd'tje in mijn pc. Maar ik heb nog steeds mijn goeie ouwe video. Ik ben niet zo'n filmfreak, het zijn meer klassiekers die mijn aandacht krijgen en houden.
Zo is voor mij de beste film aller tijden: Gejaagd door de wind. Het zijn vooral de kleuren en de achtergronden die mij fascineren. Ik weet dat er veel trucage gebruikt is, maar het was wel 1939!! Die kleuren van de luchten, ik denk niet dat ze zoiets een tweede maal gemaakt hebben. Ja en de film zelf... elke keer als de laatste zin van Reth Butler klinkt... Frankly my dear, i dont give a damn. (mijn Engels is niet zo goed ) Dan heb ik zoiets van: neen niet weggaan, het verhaal is niet af...
Nog een van de besten is: The deer hunter. Prachtige muziek, en die sfeer! En als op t laatste dat hert gespaard wordt... ontroerend. Ik hou ook van: Once upon a time in the West, ja ik weet het is een spaghetti-western, maar ik vind dat daar soms zo'n spanning kan opgebouwd worden, terwijl er zo weinig gebeurt. Sergio Leone en Morricone, de perfecte combinatie. Niet te vergeten: Grease! Gezien in de bioscoop en minstens een uur aangeschoven. Ik word gewoon blij van die muziek. Als kind heb ik Bambi gezien, onvergetelijk! Ik vermoed dat ik ook niet de enige geweest ben die tranen gelaten heeft als de moeder van Bambi wordt doodgeschoten. Zelfs nu kan het mij nog ontroeren.
Ik kan ze hier niet allemaal opnoemen maar wie ik niet mag vergeten is natuurlijk: Sissi... de drie delen. Ik ben ook in Wenen geweest en kan mij die keizerin alleen maar voorstellen in de gedaante van Romy Schneider... onvergetelijk. Bij een bezoek in de opera ben ik eventjes de met rood fluweel beklede loge ingeglipt, om een beetje de sfeer uit de film op te snuiven. Maar als je de paleizen daar ziet was die tijd toch niet zo luxueus als ze ons willen laten geloven. En de echte Sissi was ook niet zo braaf als in de film.
De laatste bioscoopfilm die ik heb gezien was : I walk the line, over het leven van Jonnhy Cash. De acteur met de moeilijke naam die ik niet kan onthouden, zingt echt en goed. Het lijkt wel een reïncarnatie van Cash. .
Ooit hoop ik nog eens de Doornvogels te kunnen uitkijken, net zoals die boeken die ik opnieuw wil lezen of die schilderijen die ik nog plan... Ik ben nog wel effe bezig.
In mijn herinnering heb ik haar nooit ouder weten worden, dat is zo als je een klein meisje bent. Maar ik weet nog goed die zomer bij mijn oma op vakantie, ik was toen een uk van zes. Ze woonde in een oud hoevetje, met witgekalkte muren en groene luiken. Die zie je nu alleen nog maar in Bokrijk of op oude postkaarten. Mijn opa had een groot groentenveld, waarvan ik mij eigenlijk alleen de aardappelen nog herinner. Maar zíj had een eigen bloementuintje, in bonte kleuren, met bloemensoorten die nu misschien al uitgestorven zijn. Maar ik zie ze nog vóór mij en als ik mijn ogen sluit kan ik ze precies nog ruiken. De zomers roken toen ook anders dan nu. Rond het tuintje was er een omheining met een houten poortje. Dat had zo zijn reden: in het midden stond er een ouderwetse waterput. En dat was mij goed ingepeperd: ik mocht daar niet komen want dat was veel te gevaarlijk voor kleine meisjes. Wanneer zij erbij was, mocht ik wel eens in de diepte kijken, terwijl zij de emmer liet zakken en dan draaiend aan een piepend hengsel weer ophaalde, gevuld met kristalhelder water. En of dat diep was, echt geheimzinnig .
Naast het huis lag er een grote weide met wuivende graanhalmen, opgefleurd door blauwe korenbloemen, vuurrode klaprozen en grote witte margrieten, met lieve gele hartjes. Nergens ter wereld ga je zoiets nog vinden . En wanneer de boer dan met zijn volk het koren kwam maaien met een grote zeis, en de schoven graan rechtop stonden om te drogen in de zomerzon, liep ik met de kinderen uit de buurt over de stoppels, wat soms wel een beetje pijn deed. Maar dat kon de pret niet deren.We speelden verstoppertje tussen de graanbussels en negeerden de prikkende haartjes van het koren dat onder onze kleren kroop en daar een enorme jeuk veroorzaakten.
Wat mij het meeste is bijgebleven van geuren en smaken, dat is misschien wel de limonade die oma zelf maakte van rode besjes, aangelengd met ijskoud water uit de fameuze put. Ook de komkommers en de boontjes die op tafel kwamen groeiden in haar tuintje. Op zondag was er peperkoek. Een grapje van oma waar iedereen bereidwillig aan meedeed, was de vraag of je een stuk wilde om met één hand of met twéé handen vast te houden. Koos je voor het eerste dan kreeg je een dik stuk, terwijl het andere een flinterdun schijfje opleverde.
Ik wist niet dat ik bij oma logeerde omdat mijn vader toen niet lang meer te leven had. Zelfs nadat het zover was, werd ik niet ingelicht. Mijn Peter werd ingeschakeld om samen met mij een brief te schrijven naar 'Jesuke' , omdat mijn papa zoveel pijn had en hij beter in de hemel zou zijn. Ik kreeg zelfs antwoord en dacht dat ik het zo goed gedaan had. In mijn fantasie zag ik mijn vader, (die ik alleen maar ziek had gekend) met een zilveren vliegtuigje naar de hemel opstijgen. Zo'n klein vliegtuigje van de kermis. Toen ik na een tijdje terug thuis was, vertelde ik het aan mijn moeder, die hartverscheurend begon te wenen. Plots kreeg ik het gevoel dat ik schuldig was aan haar verdriet. Het was heel verwarrend, waar was het fout gegaan?
Nu, na al die tijd zijn de schuldgevoelens er niet meer, maar ik heb nog steeds het gevoel dat ik geen afscheid heb kunnen nemen van mijn vader. Ik neem niemand iets kwalijk, maar het blijft een gemis, diep in mij. Al die mensen van toen zijn er ook niet meer en ik weet zeker dat ze het met de beste bedoelingen zo gedaan hebben.
Zoals elk jaar werden we door de voorzitter van onze toneelvereniging vergast op een verrassingsavond. We gingen weer eens ferm feesten. Kwestie van het moreel op te krikken. Waar we voor gewerkt hadden, werden we ook voor beloond. Met twee gehuurde luxe monovolumes, reden we naar een onbekende bestemming. Even leek het wel de minder-mobielen-centrale, richting Antwerpen. Het gebouw waar we halt hielden was een Club in een afzichtelijke schreeuwerige kleur groen. En dan kwam het uur van de waarheid: een etentje met tussendoor een travestietenshow! Even had ik nog gehoopt dat we naar het liveoptreden van André Rieu gingen, maar dus niet. Dit was niet echt de verrassing welke ik zou gekozen hebben, maar een gegeven paard mag je niet in de bek kijken (of zoiets). En in het leven moet je eens alles gezien hebben, toch? Een struise potsierlijke 'dame' verwelkomde ons in het sappige 'Antwaarps' en leidde ons naar onze plaatsen. Er was een podium met wijnrode gordijnen en een catwalk tot in de zaal. De raarste kitscherige dingen bekleedden de muren. Grote schilderijen van dames met slangachtige benen en tentakels, met gekleurde nepjuwelen beplakt. Eigenaardige lusters moesten iets oosters voorstellen. Ik kwam gewoon ogen te kort om alles te zien.Ook een beetje door het halfduister dat de sfeer er moest inbrengen. (misschien ziet het er bij daglicht wat schraal uit?) Zelfs de toiletten leken op 'cabardoesjkes', zou ik even later ontdekken. Eigenlijk zat er veel volk in de zaal, zo'n 300 mensen. En het gekke was dat er een groot aantal hier hun vrijgezellenavond kwamen vieren, mannen èn vrouwen. Nadat het voorgerecht was opgediend, waar we wel heel lang op hadden moeten wachten, begon de show. Heel even leek het of we in de Moulin Rouge zaten. Grote vrouwenfiguren in de meest fantastische glitterkostuums in schreeuwerige kleuren en immens hoge pluimencreaties, brachten een playback van toepasselijke liedjes. Er was een 'dame' welke werkelijk als zodanig had kunnen doorgaan, met een heel mooi figuur en dito gelaat. Natuurlijk hadden ze ook gezorgd voor een tegenstelling met een dikke puntige buik en een kinnebak gelijk een paard, niet te vergeten een scheve mond (al of niet gespeeld) En toen zij dan ook in tutu over het podium huppelde, was het hilarische beeld compleet . Toen 'shaking Tina Turner' aan de beurt was, stonden er achter in de zaal twee obers met evenveel bravoure net dezelfde danspassen te showen. Het talent schuilt soms in een klein hoekje. Jammer dat de artiesten niet echt zongen, maar chapeau voor het hoge showgehalte en de glamour en de glitter van de prachtige kostuums. Al valt eten bij zo'n verlichting niet echt mee. Bij het spooklicht van de flikkerende laserstralen is het niet zo simpel een 'chateaubriand' te snijden. Er zat ook nog een koordje rond dat eerst wegmoest eer je aan je vlees kon. Als je dan goed oplette, zag je af en toe wat je aan het doen waart. Door het geflikker leek het of er leven in je stuk vlees zat. Je mes mocht ook niet uitschampen, want dan zat je schoot onder de roomsaus. Nu ben ik echt geen liefhebber van saus, maar als die veilig in mijn bord blijft is er geen probleem. Tijdens het dessert kregen we het laatste gedeelte. Met de gebruikelijke moppen over domme blondjes, het koningshuis, de Hollanders en natuurlijk de Limburgers. Sommige wat plat, maar eerlijkheidshalve moet ik toch bekennen dat er verrassend goede bij waren. Tot slot deden alle 'madammen' hun pruik af en... weg was de magie door die kale hoofden. Dan werd het ook duidelijk dat ze maar met vier waren, terwijl het geleken had dat er een ganse groep aan het werk was geweest, door het snelle omkleden en steeds wisselende pruiken. Toen de 'hoofdmadam' het publiek bedankte en met een snik en een traan in haar stem vertelde, hoe ze soms bespot en gediscrimineerd worden om hun 'anderszijn' , werd het even stil in de zaal. Dan viel het mij plots op dat ze geen grapjes gemaakt hadden over zichzelf, daar waren ze blijkbaar nog niet aan toe. Ooit zouden ze het misschien nog leren wat een kracht er in zit als je met jezelf kan lachen. Tot dan was het zoals de bekende clown met de tranen.
Hello Dolly... komaan meisjes... the show must go on...