Alhoewel zijn korte conference over de vrijheid van meningsuiting misschien anders doet vermoeden, is Maassen geen stand-up comedian die iedere avond zijn commentaar op de actualiteit paraat heeft en nu dus de commotie om de Mohammed-spotprenten op de hak neemt. Met zijn scherpe monologen creëert Maassen tijdsbeelden die verder gaan dan de waan van de dag.
Bij hem geen valse sentimenten, geen nikserige privé-anekdotes verpakt in dertien in een dozijngrappen, afgevuurd in salvos en met onzekere hand gemikt op de vette lach, zoals bij veel collega-comedians. Hij staat als komiek samen met Freek de Jonge in de Nederlandse theaters op eenzame hoogte en dat toont hij in Tegen beter weten in.
Maassen roept vragen op en schetst zo trefzekere tijdsbeelden zonder de actualiteit echt te beroeren. Hij hekelt religies en de door winst en comsumptiezucht gedreven maatschappij. Als je in onze cultuur het woord reclame vervangt door het woord propaganda, dan worden opeens de contouren zichtbaar van een totalitair regime.
Maassen is superieur omdat hij zijn vragen en statements verpakt in trefzeker getimede, uiterst originele en vaak intelligente grappen. Hij zoekt niet naar de vette lach, maar dwingt die simpelweg af door de originaliteit van zijn humor. Als de lach is weggeëbd is er vaak nog de waarheid van de grap die pijnlijk naschrijnt. Op het toneel staat het huisraad van zijn overleden ouders als decor uitgestald.
Het decor zal hem vaak op de dood brengen. Sterfelijkheid vormt in de voorstelling een belangrijke rode draad en de intensiteit en de voelbare noodzaak waarmee hij erover vertelt, maken van Tegen beter weten in een aangrijpende, persoonlijke voorstelling. Ik ben nu wees, constateert Maassen zonder een greintje pathetiek.
Zijn superioriteit maakt dat Maassen zelfs de zwaarste onderwerpen kan aansnijden zonder dat zijn voorstelling onder het gewicht ervan bezwijkt.