|
Bevolking. - Volgens Alph. Wauters had Lippeloo in 1435 maar 27 woningen ; in 1480, maar 18 ; in 1525, 21. In 1570 en 1574 had Lippeloo 100 communicanten ; in 1599 maar 50 ; die vermindering, die overal ten plattenlande waargenomen wordt, is te wijten aan den oorlog en de beeldstormerij. De doopregisters van 1598 tot 1607 vermelden, in 't geheel, 58 doopen, wat een gemiddeld aantal van bijna 6 per jaar geeft.
Op 1 Februari 1930 telt de parochie 132 bewoonde huizen en 700 inwoners. De uitgestrektheid is 414 hectaren.
Lippeloo bevatte vroeger 327 1/2 bunders en 95 roeden grond ; daarvan waren omtrent 203 bunders bouwland ; 23 bunders bosch ; 67 1/2 bunders heide ; 33 1/2 bunders weide. Al de heiden zijn thans in vruchtbare gronden veranderd.
De bevolking van Lippeloo legt zich toe op den landbouw. Voor 1900 hield zij zich voornamelijk bezig met het kweeken van aardappels, rogge en vlas, alsook met het fokken van vee. Thans houdt zij zich ook bezig met het winnen van asperges, vroege erwten en andere groenten, alsook met het kweeken van pluimvee. Buiten de verschillige kleine kweekerijen munten uit de kweekerij van 't hof te Melis en die van het Gravenkasteel.
De gesproken taal der gemeentenaren gelijkt veel op die van het noordwesten van Brabant.
Uit: de geschiedenis van Lippeloo, JA Van Elsen, 1932
18-05-2006, 00:00 geschreven door lippelo 
|