|
Eergisteren was het 25 mei en op die dag is mijn kleindochter Elke dertien geworden. Proficiat! Een belangrijke kaap overigens, die dertien. Te groot voor de poppen, te klein voor de kerels, zoals Paul van Vliet ooit dichtte:xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />
Meisjes van dertien - niet zo gelukkig Meisjes van dertien - er net tussenin Te groot voor de poppen - te groot voor de merels Te klein voor de liefde - te klein voor de kerels Nog nergens een vrouw - ja van boven voorzichtig Maar verder nog nergens - nog te dun en te spichtig Meisjes van dertien - droom er maar van Meisjes van dertien - giechel maar an!
Ik ben de mening toegedaan, mijn beste Elke, dat jij die kaap probleemloos zult omzeilen. Je hebt tenminste alles mee: een goed stel hersenen, een goede gezondheid en een knap voorkomen, je bent kunstzinnig en sportief, en gevoelig ongetwijfeld en... bescheiden. Zei ik dat je álles mee hebt? Misschien moet ik dat even corrigeren. Van één ding weet ik het niet zeker: dat onontbeerlijke beetje geluk, dat ieder van ons nodig heeft om van zijn leven een succes te maken. Welnu, dat beetje geluk kan ik je alleen maar toewensen en ik doe het dan ook bij deze, uit de grond van mijn hart, ter gelegenheid van je verjaardag. En een dikke zoen, ... als je daar al niet te groot voor bent.
En gisteren 26 mei was het precies één jaar geleden dat mijn schoonvader gestorven is. Hij heeft oma met nog iets meer dan drie jaar overleefd. Na haar dood heeft hij nog meer dan tweehonderd schilderijen gemaakt, en hij heeft gemusiceerd en proza en poëzie geschreven, ofschoon hij al ver in de tachtig was. Op deze zesentwintigste mei, pinksterzaterdag, was er in de kerk van Elsegem een mis ter nagedachtenis van vader Albert en moeder Margriet. Te midden van de feesttenten en de vrolijke kermismuziek, die ons via de open kerkdeur tegemoet kwam en het kerkorgel overstemde, had die mis iets héél bijzonders, iets attractiefs. Zou ons dierbaar overleden ouderpaar daar ook zo over gedacht hebben?
Wat er ook van zij: voor jou ziet de toekomst er alvast rooskleurig uit, vader Albert. Zal ik het nu maar verklappen? Er zijn plannen voor een soort museum, jou ter ere, ter ere van meester Albert, in het dorp waar jij en moeder geboren zijn en geleefd hebben tot en met de laatste dag van jullie leven. Jij, meester Albert, en niemand anders, bent de grootste Elsegemnaar aller tijden: je haalt het met een straat voorsprong op de grootgrondbezitters, de legergeneraals, de burggraven, de brouwers, de pastoors en de burgemeesters die Elsegem in de loop der eeuwen hebben bevolkt. Met dank aan de promotor van jouw museum, je trouwe leerling Albert Dhondt.
Het zal je ongetwijfeld plezier doen te vernemen dat we de dag besloten hebben met twee spelletjes kaarten: Julien en ik, tegen Carlos en Hendrik. Zou je geloven dat we er ons nog steeds wat onwennig bij voelen: kaartspelen zonder dat jij erbij bent. Julien en ik hebben allebei de spelletjes met brio gewonnen, of wat had je gedacht? Maar ach, waarom vertel ik je dit alles? Je hebt ongetwijfeld ons spel gevolgd vanuit de hemel en over onze schouders meegekeken. Dat deed je ook al, af en toe, tijdens je laatste levensjaar, toen je na één spelletje al zo moe was dat je liever je plaats afstond aan één van je kleinzoons. Zeer zeker zal je ook nú weer menigmaal je hoofd in vertwijfeling geschud hebben, want tegenover jou zijn wij in t kaarten nog steeds dezelfde stumperds gebleven als voorheen.
Vandaag tenslotte, 27 mei en kermiszondag: omas zevenentachtigste verjaardag. Vanaf je vierentachtigste verjaardag hebben we het niet meer samen kunnen vieren, omdat je lichaam toen al onder de aarde lag, op twintig passen van de kerkmuur. Terwijl je ziel daarboven is, in de hemel. Vanavond is er een groot vuurwerk op het kerkplein. Zachtjes zullen de vuurpijlen neerdalen op het kerkhof, en op jouw graf en dat van vader. Net voor ze de grond raken doven ze uit...
Ik wordt nu even heel weemoedig. Maar morgen ga ik wéér verjaardag vieren. Tony uit zijn bedje halen en hem een beetje knuffelen en stilletjes het gedichtje voorlezen dat ik drie jaar geleden voor hem geschreven heb.
|