Vele andere reis-, jeugd- en poezenverhalen vinden jullie via mijn home-blog www.laathi.be
14-06-2010
7. De jongste generatie ontdekt de oorsprong van melk.
7. De jongste generatie ontdekt de oorsprong van melk.
Nadat we de sleutel van ons huisje hadden verkregen konden we terug ongestoord in het Ecomusée gaan rondwandelen.
Zelfs de hotelkamers zijn hier in de stijl!
Authentieke gebouwen uit de Elzas zijn hier heropgebouwd, net zoals in Bokrijk. Oude, vervallen huizen die gedoemd waren om afgebroken te worden, werden liefdevol gedemonteerd door vrijwilligers en hier terug ineengepuzzeld. Voor elk huis staat een foto van hoe het er vroeger in zijn oorspronkelijke staat en omgeving uitzag.
Kachels in alle vormen en maten...
Er is een marktplaats nagebouwd, en er zijn straten en paadjes waaraan een 70-tal vakwerkhuizen liggen. Ze worden overdag bewoond door diverse ambachtslui die beroepen uitoefenen uit vervlogen tijden. Een zadelmaker, een pottenbakker, een smid, een wagenmaker, een klompenmaker, iedereen heeft hier zijn huisje annex atelier. Al die oude gereedschappen kan je bekijken en de mensen doen niet liever dan alle mogelijke vragen beantwoorden.
In de boerderij werd ondertussen aan jonge kinderen uitgelegd dat de melk van de koe voortkomt, en niet uit een brickpack, en ze keken gefascineerd en verbaasd toe hoe het dier gemolken werd.
We wipten ook even in de smidse binnen (met oordoppen op volle kracht) om de smid aan t werk te zien. Maar dat was voor mij weinig indrukwekkend, dat had ik mijn vader ooit nog zelf zien doen.
De bewoners dragen kledij van de vorige eeuw, wat het allemaal nog levensechter maakt. Een heel mooi moment was toen de boerin de ganzen ging voeren. Ze liepen haar na als een kleine kudde. Iets verder lag een koppel dikke zwarte zwijnen te soezen in de zon terwijl hun drie babys als jonge honden in de weide speelden. Ze namen stro in hun muil en probeerden het busseltje van mekaar af te pakken. Prachtig om zien! Zon levensvreugde! Als je dan bedenkt dat haast alle andere varkens van deze wereld op rasters staan en in metalen hokken moeten opgroeien
Alle vakwerkhuisjes zijn deze maand versierd met bloemen en dat maakt het allemaal nog kleurrijker en fotogenieker. Maar het letterlijke hoogtepunt vond ik toch al die ooievaarsnesten op de daken.
Tijdens onze wandeling kwamen we regelmatig een man met een zeer speciale verrekijker tegen. Hij bestudeerde de vogels, zoomde in op hun poot, en noteerde alle gegevens over de status van het dier.
Tegen zes uur waren we helemaal alleen op t domein en konden we in alle rust naar ons bungalowtje wandelen. Zalige momenten om daar even in de stilte van de natuur voor ons deurtje te kunnen zitten schrijven.
s Avonds zaten we met amper vier gasten in t enorme restaurant (het leek wel een refter, ik zou hier echt niet in de vakantieperiode willen komen als t hier vol zit ) en kregen een succulente streekmaaltijd opgediend. Heel wat anders dan de kale kip van gisterenavond. We zaten nog geen minuut aan tafel of er brak een daverend onweer los. Het leek wel of het plots nacht geworden was. Ik zag ons na de maaltijd al terug peddelen naar ons huisje Maar na een uurtje werden de hemelsluizen onverwacht dichtgedraaid en werd het weer gewoon licht!
Het buitje...
... en iemand zijn uitgeregende permanent...
De ooievaars zaten als natte verfomfaaide bundels op de nokken hun pluimen te herschikken. Hier was werk aan de winkel, ze zagen er uit als knotsgekke figuren uit een Disney-film. Onder de prachtige wolkenhemel waren plassen ontstaan waar de eenden vrolijk in kwamen ronddartelen. Zelfs de koeien in de weide zagen er als nieuw uit.
Nu typ ik mijn laatste zinnen voor vandaag in de duisternis voor ons huisje, het wordt tijd om naar binnen te gaan want de muggen beginnen op te duiken rond mijn oplichtend scherm. Tijd om de verzameling nieuwe steentjes die ik vanmorgen gekocht heb te gaan bewonderen Hopelijk weer geen uren aan een stuk
Binnenkort aflevering 8!
13-06-2010
6. De tafelmanieren van ooievaars.
6. De tafelmanieren van ooievaars.
Paul had gelukkig wél de volledige uitleg kunnen volgen en die hielp me snel uit mijn waanidee. De bagage van de vogels was baguegage, het ringen van de pasgeborenen dus! Dit gebeurt tussen de leeftijd van 4 en 6 weken, omdat ze voor die tijd te klein zijn, en daarna al beginnen rond te huppelen. Sauter dus. Dat had dan weer tot het misverstand van cigogne sautée kunnen leiden, maar ik was ondertussen al wel slimmer geworden.
Plots dook er via een klein weggetje een grote camion op met achteraan een hoogtewerker. Met het nodige lawaai welteverstaan. De mannen installeerden de kraan, haalden een ooievaarsjong uit een nest en brachten het mee naar beneden om de bezoekers te tonen hoe het ringen in zijn werk gaat. Het, toch al flink grote, dier werd op de grond gelegd en kreeg een zak over zijn hoofd waardoor het heel rustig bleef liggen. Met een tang werden er twee ringen aangebracht. Eén metaalkleurige ring, het oude model, en aan de andere poot een moderne ring waarop vier letters staan die makkelijk leesbaar zijn met een verrekijker. De ringen worden zo bevestigd dat ze de gewrichten van het dier niet kunnen hinderen bij hun bewegingen of bij hun groei. Het werkje gebeurde op enkele minuten maar de man gaf er een uitgebreide uitleg bij. Heel interessant.
Irma : "Aiaiai... Gisterenavond kregen ze 'poulet sans sauce'... Ik vrees dat het vanavond 'cicogne sautée' gaat worden..."
Het ringen van de dieren in de andere nesten gebeurde op de daken zelf. De mannen stuurden de capsule van de hoogtewerker zo dicht mogelijk bij een nest, legden een zak over de jongen, en binnen de minuut waren de ringen rond hun bovenbeen aangebracht.
Ooievaar : "Wat komt ge hier doen met dat ringetje? Wilt ge u verloven met mij?!! Ziet ge dan niet dat ik al getrouwd ben?! Ik heb zelfs al vier klein mannen!"
Wel een raar contrast, zon eeuwenoud dorp waar dan plots een hoogtewerker ten tonele verschijnt. Het project wordt gesponsord door de electriciteitsdistributiemaatschappij. Het heeft als doel de dieren beter te kunnen opvolgen en de populatie weer te laten uitbreiden.
De ooievaars overwinteren in Spanje of vliegen hooguit tot in Afrika. Eigenlijk houden ze halt waar voldoende voedsel is, want koude of regen kan hen niet echt deren. Sinds 1974 is de populatie in de Elzas opgelopen van 8 koppels tot nu al 280 geregistreerde koppels. In de rest van Frankrijk leven er ook nog een 200-tal gekende paartjes. Een zeer succesvol project dus.
De man vertelde heel boeiend en plastisch. Ma ooievaar gaat eten zoeken, vliegt naar huis en doet een kotske middenin het nest (Over tafelmanieren wordt hier niet gesproken.) De jongen moeten dan om ter snelst aan het prakje zien te komen. Aangezien ooievaars om de twee dagen een ei leggen zit er een groot verschil tussen de eerst- en de laatsgeborene. De kleinste raakt het moeilijkst aan eten en verhongert vaak. Maar opgeruimd staat netjes : ma vreet het lijkje dan wel op. Ooievaars zijn vleeseters. Gek op pieren, kikkers, insecten, en een sappige vis gaat er ook wel in.
De eerste weken na hun geboorte kweken de jongen enkel vet en pluimen om hen te beschermen tegen vocht. Pas later groeien de bek en de poten. Na een jaar krijgt de bek zijn rode kleur.
Baby Ooievaar : "Oh ma! Uw bekske ruikt toch weer zo lekker naar halfverteerde vis!..."
Ma Ooievaar : "Allez vooruit, ik zal eens kijken wat voor smakelijks ik weer voor u kan ophoesten..."
De tong van de dieren is heel kort, ze pikken hun eten op en slikken het onmiddellijk door. Vandaar dat een van de belangrijkste doodsoorzaken weggeworpen elastiekjes zijn. De dieren aanzien ze als wormen en slikken ze argeloos in. Een ander groot risico dat ze lopen is door eten te gaan zoeken op vuilnisbelten, daar lopen ze vanzelfsprekend ziekten op.
Alle jongen worden tegelijk aangeleerd hoe te jagen, hoe voedsel te zoeken. Het lijkt wel alsof ze samen naar één en dezelfde school gaan. In de herfst vertrekken ze ook allemaal samen.
Na het ringen gingen we op een terras iets drinken en kwamen op het geweldige idee om in het park te blijven slapen. We boekten alvast een kamer want we hadden al lang door dat we ons hier langer dan één namiddag konden amuseren. Nu we alvast wisten waar we gingen slapen konden we stressloos verder door het park wandelen.
In de volgende aflevering meer aandacht voor de huisjes en hun inrichting!
12-06-2010
5. Over ooievaars en hun bagage.
Woensdag, 9 juni. Elzas, Ecomusée. 5. Over ooievaars en hun bagage. Glansrijk overslapen want ik rekende op de dakwerkers om me te wekken en vandaag bleek er geluidloos geschilderd te worden. Van een misrekening gesproken. Er bestaan geen zekerheden meer. Desalniettemin was het een korte nacht want ik kreeg gisterenavond maar niet genoeg van t ronddwalen in mijn kleine versteende boomstukjes Uren liggen turen. Elk klein steentje heeft in gedachten al een naam gekregen. De Geboorte van een Sterrennevel, De Inca Koning, Waterwereld, Regenboog over de Eerste Dageraad, De Betoverde Waterlelie, De Moeder van de Zon, Exodus, Maan IJs, Verboden Landkaart,
Irma : "Tja,... 'Regenboog bij de eerste dageraad'... Ik zie het er niet direct in... Maar als zij 't zegt zal 't wel zijn zeker?..."
Irma : "Oh pardon! Wilt gij misschien nog wat met uw steentjes spelen ma?"
Irma : "Ja ma. Ja. Tuurlijk. Inderdaad! Dit is óverduidelijk 'De Toegang van de Hel'. Of anders 'Kameel in een Oosterse Weide' natuurlijk... Ik zie er zelfs 'Het Vijgenblad van Eva' in..."
Mijn fascinatie voor de mini-steentjes was zo groot dat we na t ontbijt terug naar Mireille en Philippe reden om er nog wat bij te kopen. Ze waren heel blij ons reeds terug te zien en wilden alweer onmiddellijk een lunch laten aanrukken. We hebben die wijselijk afgeslagen want ons ontbijt had amper zijn weg naar onze maag gevonden, en we hadden voor deze dag ook nog andere plannen.
Desalniettemin zijn we er toch weer een uur blijven rondhangen. Danièle vind het heerlijk om mee fotos te arrangeren voor Irma-verhalen en de keuze uit de kleine steentjes-manden was natuurlijk ook weer niet gemakkelijk. De kleine brokjes boom, van ongeveer 3 tot 5 cm doorsnede, worden aan 5 of 10 euro verkocht, ten bate van het mangrovebos dat ze aanleggen in Indonesië. Voor elke gespendeerde euro wordt 1 nieuwe mangrove-boom aangekocht en geplant in Medan. Plezant : mooie dingen kopen en ondertussen nog aan liefdadigheid doen ook. Ik heb me dan maar eens goed laten gaan en zelf voor de financiën voor de aanplanting van een klein bosje gezorgd.
Irma : "Gaat dat hier nog lang duren? Ik zou wel eens een mals sappig levend boomke willen zien eigenlijk. Liefst eentje met wat boterbloemen eronder... En ge moet niet altijd aan onze pa vragen of hij deze een schoontje vindt want hij ziet 'Apocalyps na de Noen' en 'Zonnedauw op de Buitenste Planeet' toch niet..."
Irma : "Ma alstublieft! Waarom koopt ge niet ineens de hele mand seg!..."
Philippe, een bedeesd man door zijn gehoorproblemen, is zo begeesterd geraakt door mijn enthousiasme voor zijn stenen dat hij me nog twee prachtige exemplaartjes uit zijn privé-collectie kado gaf. Mijn geluk kon niet op. Ook hij begon nu te vertellen wat hij allemaal in zijn stenen zag... Dat hij maar oppast, of hij wil binnenkort zijn koopwaar niet meer verhandelen.
Een zeer zeldzaam groen steentje uit de privé-verzameling van Philippe.
We besloten de medium-size stenen plaat die we gisteren gekocht hadden toch ook alvast mee te nemen in plaats van haar over twee maand mee te laten verzenden samen met onze keukentafel. Zo kan ze deze zomer al lekker thuis aan de muur hangen. Al de bagage, en de plaat die we gisteren ingeladen hadden, terug uit de koffer genomen en daarna beide platen voorzichtig boven mekaar gelegd. Alles door Philippe zorgvuldig afgedekt, en dan al onze bagage daar terug bovenop gestapeld. De koffer ging nog net dicht.
Irma : "Allez komaan, kust nu voor de zevende keer iedereen nog eens, en vergeet de hond vooral niet, en laat ons dan vertrekken!"
Irma : "En nu naar iets met échte bomen of ik neem de eerste trein terug naar huis."
Irma : "Dáár pa! Daar moeten we naartoe! Dat ziet er tenminste op de kaart al groen uit! Allez! Pak uw autosleutel. Ah nee, die hebt ge voor deze auto niet meer nodig..."
Na een meer dan hartelijk afscheid togen we op weg naar ons volgende doel : het Ecopark van de Elzas. Een soort Bokrijk. Het ligt slechts op 15 km van het atelier van de Goldsteins dus we waren er op een kwartiertje. We wisten niet goed wat te verwachten, maar het werd een reuze meevaller! Het bleek een enorm domein en er was amper volk. Buiten het klepperen van de ooievaars, die haast op elk dak een nest hadden, en de geluiden van de neerhofdieren en vogels was er niets te horen.
Het marktplein in het Ecomusée.
Op de grote marktplaats, omringd door oude Elzasser-huizen werd een voorstelling gehouden van hoe het vervoer vroeger gebeurde. Met ezels en paarden en karren. Boeiend. Tot er plots achter me een pauw opdook en ik omhoog vloog door zijn schrille kreet. Doppen in dus, en niks meer van de uitleg kunnen volgen.
Als bonusmeevaller was het vandaag het moment dat er iets met de ooievaars ging gebeuren. Ik had door mijn doppen heen iets verstaan van aujourdhui cest le moment quand on fait le bagage des cigognes Pardon? Gingen ze nu een show houden met ooievaars die als bagage een baby in hun bek dragen?!! Dat kon toch niet waar zijn?! Dat zou toch pure dierenmishandeling zijn! En dat in een eco-park!
In de volgende aflevering de "bagage" van de ooievaars!
Elke boom is apart. De tinten en de tekeningen zijn kompleet anders, afhankelijk van de metalen en mineralen die erin terecht gekomen zijn. De plaatsen waar de takken zaten zijn ook heel opmerkelijk, die zijn totaal verschillend van kleur en tekening dan het hart van de boom.
Een klein boompje...
Géén auracaria maar de doorsnede van een versteende palmboom.
Het ontstaan van dit versteend hout is een indrukwekkende geschiedenis. We moeten maar liefst 200 miljoen jaar terug gaan in te tijd, toen de continenten nog één geheel vormden. We komen terecht in een reuze woud van araucaria - de voorganger van onze coniferen - een tropische boomsoort die snel groeide. Waarschijnlijk door een aardbeving, waren de bomen in een moeras terechtgekomen waar ze achteraf bedolven werden door dikke lagen as van vulkaanuitbarstingen, rijk aan allerlei ertsen en mineralen. Met het moeraswater drongen deze diep door in het hout en schonken het al de kleuren. Bij de volgende aardbeving zakte de grond met de bomen, en kwamen ze op de bodem van een zee te liggen. In de volgende miljoenen jaren werden ze bedekt door een dikke laag van kalk en schelpjes. Nadat de aarde opnieuw opgestuwd werd kwamen de bomen relatief dicht aan de oppervlakte liggen, een plek die vervolgens een woestijn werd. Het gebied wat we nu kennen als Arizona De kalklaag sleet gelukkig zeer traag weg en beschermde de versteende bomen tegen erosie door de natuurelementen en de hoge temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Dat maakt deze plek zo uniek op aarde.
De echt dikke bomen worden enkel in een paar Europese ateliers verzaagd en in New York. In Arizona kunnen ze alleen dunne schijven de baas. En ze zijn er dan nog niet echt handig in. Vandaar dat de bomen naar Frankrijk vervoerd worden, daar bewerkt worden en dan weer over heel de wereld verpreid raken.
In het Nationaal Park Petrified Forest van Arizona is het ten strengste verboden om ook maar het kleinste stukje steen mee te nemen, maar de eigenaars van de gebieden rond het park hebben reeds decennialang vergunningen om in hun grond naar de bomen te delven en ze te verkopen. Het park tracht nu de omliggende delvingsgebieden op te kopen maar de eigenaars vragen er fortuinen voor. Het wordt dus afwachten tot de licenties verlopen zijn en het hele gebied terug bij mekaar kan gevoegd worden.
Dit heeft zijn voor- en nadelen. Het is goed dat de bomen door iedereen bezocht kunnen worden. Maar aan de andere kant - als ze gewoon open en bloot in t Nationaal Park liggen - zijn ze aan alle weersomstandigheden onderhevig. Grote hitte overdag en s nachts barre koude. Ooit, ooit, gaan ze aan die temperatuursschommeling tenonder, want ze horen eigenlijk thuis diep in de bodem van de aarde, waar ze ontstaan zijn.
Alleszins, ik ga mijn ijzersterke platen koesteren met de grootste zorg. God weet wie er, misschien honderden of duizenden jaren na mijn dood, nog van gaat kunnen zitten genieten? Ik ben uiteindelijk maar een nietige passant in hun leven.
Na een heerlijke dag namen we afscheid van Danièle en Philippe en laadden we alvast de kleinste plaat versteend hout in onze auto. Op de terugweg van het atelier reden we langs de kleine wegen om wat oude vakwerkhuisjes te zien. We vonden ze wel maar ze waren niet bijster fotogeniek. Overal geparkeerde autos, verkeersborden, glascontainers, stellingen Ze worden tegenwoordig ook in de gekste kleuren geschilderd. Het oude vale geel is vervangen door Wibra-groen, purper, knalblauw, zelfs roze Niet tof om te fotograferen.
Zelfs op de landwegen werd er zo snel gereden dat het niet te doen was om uit te stappen en fotos te nemen. Er zijn geen voetpaden, de autos vertragen niet, en de bermen zijn steil. Om over het lawaai van de passerende wagens nog te zwijgen. We zijn dan maar rustig terug naar ons hotel gereden.
Onderweg vroeg ik Paul of we straks onze stenen plaat uit de auto gingen pakken en mee naar onze kamer nemen. Zijn ogen kregen plots het formaat van kleine pizzas en dat maakte me duidelijk dat hij niet echt ingenomen was met het idee om het ding van veertig kilo voor 1 nacht twee verdiepingen naar boven te sleuren. Begrijpelijk wel. Onze tweehonderd miljoen jaren oude boomschijf mocht dus blijven slapen in onze twee jaar oude nieuwe auto.
Het diner viel tegen. Fransen schijnen nog steeds niet te snappen dat mensen groenten eten en niet alleen sla. Ik heb dus een droge kippenpoot met kurkdroge rijst naar binnen gewerkt en Paul een soort soepvlees zonder soep. Niet direct een maaltijd om van wakker te liggen, dus na t eten nog even buiten gezeten en dan maar naar onze grote zolder getrokken en ben ik beginnen wegdromen bij de kleine steentjes die ik gekocht had.
Irma : "Toch wel schoon eigenlijk... Maar 't worden wel héél kleine tafeltjes. Vergeet die pot choco van de Aldi, als er een zoutvat op kan staan zal 't veel zijn..."
Dertig jaar geleden, in het National Park Petrified Forest in Arizona, zag ik al die versteende bomen liggen. Mijn ma en ik waren er op slag verliefd op. Toen had ik nooit kunnen dromen dat ik zelf ooit zon uniek ding zou bezitten. Maar ja, wat is in dit geval bezitten? Ik leef misschien nog 5 of nog 35 jaar en deze kunstwerken van moeder natuur kunnen evengoed nog eens miljoenen jaren meegaan. Voor die boomschijven ben ik nog minder dan een ééndagsvlieg. Misschien zelfs maar een miljoenste seconde-vlieg.
Wil je meer over de versteende bomen lezen kijk dan op de site van de Goldsteins :
Af en toe gingen we even in de tuin wandelen, en ik besloot te poseren bij een araucaria die Danièle en Philippe als voorbeeld hadden aangeplant. Wist ik toen veel hoe die boom er moest uitzien! Ik laat Irma dus poseren bij een solitair boompje dat midden in de tuin stond. Vervolgens zette ik me er zelf bij. Tot plots Paul opmerkte : Dat ziet er nu eigenlijk toch wel een heel gewoon boomke uit. Zijt ge wel zeker dat ze deze bedoelden?... Ik keek eens rond en zag niet direct andere indrukwekkende bomen staan, dus voor de zekerheid ging Paul het binnen maar even aan Danièle vragen. Hilarisch moment! Had ik toch wel zitten poseren onder de verkeerde boom! Ik zie het me na de reis thuis al op mijn blog zetten : Irma onder de araucaria en daarna de mails van mijnbloglezers : Zijt ge zeker dat dat geen gewoon kastanjeboomke of zoiets is waar ge onder zit? Wat zou ik weer glanrijk de mist in zijn gegaan...
Irma : "Ma! Ma-a!! Dit is hem niet! Echt niet!"
Irma : "Ma! Luister naar me! Ge maakt u kompleet belachelijk! Dit is de verkeerde boom!" Laathi : "Zwijg en poseer. Wat kent gij nu van bomen! Graseter."
Irma : "Maar kijk dan eens naar boven!!! Ge ziet toch dat dat een loofboom is en geen conifeer!" Laathi : "Kijk naar de lens verdomme of ge ziet niets anders dan uw dubbele kinnen op de foto!"
Het araucaria-boompje was klein, stond helemaal aan de zijkant van de tuin, maar was wel zeer speciaal. Het leek meer op een soort cactus dan een boom. De harde, puntige blaadjes waren messcherp. Deze plant zag er alleszins veel voorhistorischer uit dan diegene waaronder ik voordien had zitten poseren.
Irma : "Oef. Als ge als schaap iets aan een steenezellin wil wijsmaken... Niet simpel."
De "blaadjes" van de araucaria.
Na deze grappige verpozing gingen we terug naar de toonzaal.
Een tafelblad was betrekkelijk snel gekozen. Dat was op twee uur gepiept. Er waren nog twee schijven van de boom die ik destijds op de Cocoon-beurs in Brussel gezien had op voorraad. Alleen was het nog een heel gedoe om te beslissen welk onderstel we voor de keukentafel gingen voorzien. Maar er waren nóg twee andere schijven waar mijn hart van op en neer sprong. Eentje hing aan de muur en een ander stond als salontafelblad geëxposeerd.
Toen ik bij de Goldsteins aankwam vond ik het op één of andere manier immoreel of oneerbiedig om zon oud en uniek stuk natuur als tafel te gebruiken. Ik zag op zon natuurwonder nu niet direct een pot Nutella staan, laat staan een pot choco van de Aldi. Maar aan de andere kant, als je t als tafelblad gebruikt, dan zit je er echt wel met je neus op en kunnen je ogen en geest helemaal in die magische wereld verdwalen. Uiteindelijk is zon steen enorm sterk en onbekrasbaar, je kan ze alleen met diamantschijven bewerken. Zelfs een kattenagel kan er geen onheil mee aanrichten. Dus heb ik vrij snel van mijn hart een steen gemaakt en me over mijn morele bezwaren heen gezet. Mijn keukentafel zou in t vervolg een 200 miljoen jaar oude versteende boom zijn.
Irma : "Ma? Ge gaat toch geen geld uitgeven aan een dode boom??? Ge hebt er een levende in uw hofke staan!!!"
Irma : "En trouwens, dit geval als tafelblad?... Er zit verdorie een gat in! Enfin ja, dat is misschien wel gemakkelijk dan kunt ge de restjes van uw eten daar naartoe vegen en dan vallen die ineens op de grond voor de katten. Ik voel het al aankomen... ons huishouden gaat er nu nóg een beetje "Boer Sjarel"-iaanser aan toe gaan..."
Morgen deel 4 van de trip, over het ontstaan van deze wonderlijke natuurlijke kunstwerken. (Ik splits het verhaal van ons 4-daags tripje maar in vele kleine hoofdstukjes omdat ik me te ziek voel om veel te bloggen. )
2. Een geruisloze duik in het zéér verre verleden.
Om 8 uur werd ik wakker. Vanuit mijn dakramen kon ik niet zien wat er gebeurde maar het leek wel of ze ergens heipalen in de grond aan t rammen waren. Ik wou buiten, op t binnenkoertje achter het hotel, wat knus gaan zitten schrijven maar wat bleek er stond een container, en daar knalden ze vanop t dak de oude dakpannen in. Ze zaten hier volop in een verbouwing
Thuis zijn ze al een jaar de omliggende straten van ons huis aan t openbreken, met geweldig veel lawaai, en nu was ik hier ook in een bouwwerf terecht gekomen Doppen in dus.
Surprise!Alweer een bouwwerf!
In de ontbijtzaal zaten we alleen en was het stil. Een frans ontbijt is natuurlijk altijd een mager beestje, maar hier kenden ze, buiten een stukje stokbrood met confituur, toch ook al kaas, yoghurt en ontbijtgranen.
We vergaten onze rustige voormiddag in t hotel en repten ons zo snel mogelijk naar ons doel : het atelier van de versteende bomen van Danièle en Philippe Goldstein. Tot mijn grote vreugde waren we er helemaal alleen! We wandelden met de eigenaars door de tuin waar de onbewerkte bomen lagen te wachten op hun behandeling.
Een brokje boom van 4000 kilogram....
Ruwe brok versteend hout.
In het atelier kregen we te zien hoe de enorme blokken steen verzaagd en gepolijst werden. Indrukwekkend. Het zagen gebeurt door een getande metalen lus van 100 meter lang. Het ijzeren lint loopt door een trog met pasta en word dan door de steenbrok getrokken, onmiddellijk daarna wordt de draad onder stromend water gepoetst. Dit allemaal aan een snelheid van 50 kilometer per uur. De machine waarrond het lint draait staat helemaal achter in de tuin zodat het lint telkens droog en afgekoeld is als het terug aan de steen komt. Een flinke brok doorzagen kan uren duren, soms wel een dag als het een harde boom is. Heel belangrijk is dan ook een zaaglint te nemen dat niet gaat versleten zijn alvorens heel de boom doorgezaagd is. Dit werk vergt een enorme nauwkeurigheid, een goede inschatting. En veel ervaring.
Het was enorm boeiend om zien, om te horen ook natuurlijk, maar met de doppen tot zo ongeveer in mijn hersenen gepropt was het haalbaar om wat fotos te maken.
Links op de achtergrond het wiel waar het zaaglint rondloopt. Bovenaan de foto zie je het zaaglint van en naar het atelier lopen.
De boom wordt stevig vastgecementeerd alvorens gezaagd te worden.
Metalen "zaaglinten" in diverse stadia van slijtage. Met de oudere linten kunnen nog bomen van een kleinere diameter doorgezaagd worden. Niets wordt verspild. Hier wordt ecologisch gewerkt.
Polijstmachine. Met diamantschijven.
Danièle en Philippe waren onmiddellijk verliefd op Irma, en ik op hun geweldige golden retriever Eldo. Een reuze beest dat toch nog zijn puppy-tederheid en manieren bewaard had. Een knuffel van formaat die nog altijd liefdevol met mon petit chien betiteld werd.
Danièle laat Eldo kennismaken met Irma. Of vice versa.
Aangezien het opendeurdagen waren stonden er veel schijven uitgestald. Ik keek mijn ogen uit. Ik had minstens 10 paar ogen te weinig. Elke minuut dat je naar zon plaat staart ontdekt je nieuwe details. Ik denk dat je na jaren nog nieuwe ontdekkingen zal doen.
Schijf van ongeveer 80 cm doorsnede. Die toen nog niet wist dat ze hier nu bij mij aan de muur zou hangen.
Enkele details...
We voelden ons onmiddellijk comfortabel bij mekaar omdat we dezelfde ecologische levensvisie delen en, ongelofelijk maar waar, omdat Philippe ook tinnitus en hyperacusis heeft.
Op de middag lieten ze pizzas halen, iets wat je lekker met je handen kan eten en waar geen bestekgerammel aan te pas komt. Ik voelde me helemaal thuis. Ik heb zelfs het dessert links laten liggen omdat ik toen al weer lang en breed voor die schijven steen lag. Minutieus bestuderen haalt niets uit want je blijft details ontdekken. Er gingen letterlijk werelden voor me open. En steden, en bruggen en bossen en draken en onweerswolken en schepen en watervallen en cactusvelden en weiden en meren en stromen Mijn fantasie schoot op hol. Zelfs Danièle die al 30 jaar in deze branche zit had er nooit al die dingen in gezien. Ik kroop van schijf naar schijf in opperste vervoering. Als weegschaal ging dit wel een héél moeilijke keuze worden
Na het eten, popelend om terug foto's van de stenen te kunnen gaan nemen...
We zijn dan ook 7 ½uur ter plaatse gebleven. Babbelend, kijkend, dollend met Irma en Eldo, mijn blog bekijkend, hun ecologisch project bewonderend Van alles wat verkocht wordt gaat een deel naar hun goed doel : een mangrovebos dat ze in Indonesië heraanplanten, nadat het door de tsunami vernietigd was, zodat de mensen terug vissen en krabben kunnen vangen. En dan vertelden wij weer over ons dorpje in Sri Lanka dat we een beetje uit de nood waren gaan helpen door ter plaatse waterpompen, kippen en draad te gaan kopen om de boeren te helpen. (De vissers kregen na de tsunami van iedereen hulp, maar de landbouwers niet.) Kortom, we hadden 1001 zaken om over te praten.
Aangezien Philippe aanvoelde dat ik even verliefd was op zijn 200 miljoen jaar oude boomschijven, kreeg ik een massa informatie. Hij haalde er een vergrootglas bij (bijna een microscoopje) en leerde me hoe ik de fijnste details kon opzoeken. Zo toonde hij me zelfs de cellen van de oorspronkelijke boom. Uniek!!! Het lijken wel plekjes kikkerdril. Soms groen, soms geel, dan weer rood. Ik wou snel een plakkertje kleven op dat plekje om het later terug te vinden, maar al gauw had ik de techniek te pakken om zelf die cellen te ontdekken. Je krijgt het gevoel alsof je door een enorme wereld waart met een piepklein verlicht vergrootglasje. De tocht eindigt niet, je dwaalt en verdwaalt en dwaalt af, en ontdekt elke keer een andere kleur en tekening, of brokjes agaat die diep in de steen onder een doorschijnende laag verborgen zitten. Je komt dan terecht in meertjes waarin je een heus onderwaterleven kan onderscheiden. Met mijn fantasie toch.
Ik kan hierover blíjven vertellen, maar dat is voor een volgende aflevering. Op het einde van het reisverhaal maak ik, voor de liefhebbers, ook een uitgebreid fotoalbum!
08-06-2010
1. Drie vrouwen wijzen de weg.
Elzas, Brunstatt, Le Relais De Brunstatt. Maandag 8 juni.
1. Drie vrouwen wijzen de weg.
Het nemen van de EEG op maandagmiddag was een groot succes. Ik had mijn ogen zelfs zo goed stil gehouden tijdens t eerste deel van het onderzoek, dat het tweede deel - waarin mijn ogen open moesten blijven - niet eens meer nodig was. De man die me behandelde wist ook heel goed waarover het ging. Hij stelde zinnige vragen. Eindelijk. (OK, de klassieke vragenlijst - die ik nu voor de derde keer moest invullen, of ik nu al dan niet zelfmoord van wanhoop ga plegen enzo - moest ik ook weer invullen natuurlijk. Het wordt saai.) Maar met deze mens kon je zinnig praten. Hij was ook heel eerlijk. Ze hadden nog niemand met hyperacusis genezen. Ook de oorzaak was niet bekend. Maar er was hoop. Bij de echte pechvogels verergert het, bij anderen blijft het hetzelfde, maar bij sommige mensen verdwijnt het. Waarom? Joost mag het weten. Hopelijk hoor ik bij die laatste categorie.
Ik durfde het zelf al niet meer te vragen, maar deze mens stelde spontaan voor om volgende week een half uur vroeger te komen om een bijkomende test te doen in verband met mijn nek. Het was duidelijk dat hij snapte waar het over ging. Eindelijk verliet ik eens een ziekenhuis met wat hoop.
En toen begon ons vakantie-experiment
Maanden geleden had ik op de Cocoon-beurs in Brussel een stand gezien met versteend hout. De exposanten hadden toen voorgesteld om eens naar hun atelier in de buurt van Mulhouse te komen, om hen te bezoeken tijdens de opendeur-dagen. Een uitnodiging die ik toen gretig had aangenomen. Vorige week viel, totaal onverwacht, hun brief in de bus.
Het leek een ideale gelegenheid om eens 4 dagen met de nieuwe auto (My little tank, dus) naar Frankrijk te gaan om te zien of ik zo'n tripje nog aan kan. We vroegen aan de eigenaresse van het versteende bomen-atelier om in hun buurt een héél stil hotel voor ons te boeken. En, o mirakel, bleek haar man óók aan tinnitus en hyper-acusis te lijden! Dus die mensen wisten alles van stille hotelletjes en restaurants.
Maandag pakten we dus ons boeltje in en reden onmiddellijk na het onderzoek (met een vettig kopke van het EEG-plaksel nog in mijn haren), richting Elzas.
De Vel Satis, hoe lelijk hij dan ook moge zijn (dat poepeke!! Niet te geloven! Die ontwerper moet op dat moment echt zat geweest zijn om zoveel schuine en scheve lijnen aan mekaar te breien), rijdt heel stil, is enorm comfortabel en heeft een glazen dakje. De zetels zijn breed, je kan ze in alle mogelijke en onmogelijke standen zetten en vindt er altijd wel je draai.
Van mijn chauffeur mag ik geen kwaad woord meer zeggen van "My little Tank" want hij is er dolgelukkig mee. Hij vind hem zelfs mooi...
De rit viel reuze mee. Door het glazen dak zag ik de prachtigste wolkenpartijen. Mijn favorieten : schapenwolkskes. Ik lag heerlijk weg te dromen en me te verliezen in al hun vormen. Ik zie daarin altijd heelder werelden, en dieren, en wezens... Prachtig. Alles ging zo goed in mijn kop dat we zelfs stilletjes konden meezingen met liedjes op onze favoriete CD. Vanaf het moment dat we de Franse grens overschreden begonnen we de liedjes zin na zin in t frans te vertalen. Hilarisch! En een ongelofelijk goede training om de taal wat bij te werken. Natuurlijk werden sommige zinnen ineens vertaald als : Jai pas compris, maar wel gezongen op de juiste toon natuurlijk. Kortom, t was geestig. Net een echte reis.
De Vel Satis heeft een geweldig goede ingebouwde gps, maar echtgenoot had er nog zijn eigen losse gps boven gezet omdat die de flitspalen aangeeft. Op de duur moesten we even de autostrade verlaten om te gaan tanken en voerden we benzinestation in in die laatste. Vanaf dan begonnen ons twee Hollandse madammen door mekaar te praten. Madam Vel Satis probeerde ons krampachtig te bekeren om terug te rijden en onze route verder te zetten. Ons Trees sprak haar constant tegen in een poging ons naar dat tankstation te krijgen. Het leek wel of we ineens met zijn vieren op reis waren.
Modern times. t Is toch wel speciaal.
De auto bleek dan nog relatief weinig te verbruiken ook. Weeral een meevaller. Na het tanken snoerden we Trees de mond en mocht Madam Vel Satis ons terug op t juiste pad leiden, wat ze ook feilloos deed. Alles ging prima.
Totdat we twee uur later onderweg aan een parking met franse toiletten stopten. Ik hurkte neer boven het gat in de grond en tot mijn onstelling begon er ineens water te spuiten. Met volle kracht. Ik zat precies boven de Niagara! Machteloos met mijn broek op mijn knieën. In wankel evenwicht Probeer dan maar uw vingers in uw oren te steken, want uw oordoppen uit uw verfrommelde broekzak peuteren gaat op dat moment helemaal niet Ik had nog nooit zon hypermodern gat-in-de-grond gezien! In de achterste muur bevond zich blijkbaar een electronisch oog dat het commando spoelen geeft zo snel het iets ziet. Mijn poep dus. Wie komt op zon idee?!! Een toilet moet spoelen ná de werkzaamheden, toch niet terwijl ge bezig zijt! Het water stroomde rond mijn schoenen! Ja, van Modern Times gesproken
Ik kwam de toiletten uitgestrompeld met natte voeten en een kop vol gedaver en geruis. De hel was weer losgebroken. Vanaf dan werd de reis jammer genoeg voortgezet met doppen in de oren. Ik was van dat stomme onverwachte watergeluid kompleet dol gedraaid en kon niet eens meer tegen het lawaai van de auto op de autostrade. Wezenloos heb ik de rit uitgezeten. Triest.
Electriciteitspylonen als dreamcatchers... Maar mijn droom was voor vandaag alweer gevangen...
Bij valavond kwamen we in onze Auberge bij Mulhouse aan. Een rustig hotelletje waar we zelfs het geluk hadden dat er die avond Thaise gerechten op de kaart stonden. Het begon hoe langer hoe meer op een echte reis te lijken! Onze stille kamer bleek een suite onder de nok van het dak. Knus maar zonder veel daglicht.
Tijdens het aperitief zaten we op de binnenkoer nog even in een tuinsalonnetje in het gezelschap van een schitterende poes, Chanel. Ik voelde me al direct thuis. Het lieve dier kwam knuffelen en flodderen. Toen kwam er een meisje aangelopen dat met de poes wou spelen, maar omdat het beestje niet direct reageerde, grabbelde ze in haar handtas, haalde haar sleutelbos boven en begon de poes te lokken met het gerinkel... Hier moesten de doppen dus alweer totaal onverwacht bovengehaald worden. Het leven van een hyperacusis-mens zit echt wel vol verrassingen. Meestal geen prettige.
Het avondmaal viel goed mee. Een klein restaurant met haast geen gasten en heel zachte muziek. Zalig. Ik plantte me strategisch in een hoek zodat ik mogelijk gekletter kon zien aankomen. Mijn dopjes binnen handbereik. En dan maar hopen dat, als er zich plots lawaai aandient, ik niet in mijn haast de kurk van Paul zijn wijnfles in mijn oor prop. Ik heb dat namelijk per vergissing als eens met een sigaret gedaan. Gelukkig met de filterkant. Na een lekker diner genoten we nog even op het terrasje met een feeëriek zicht op een kerktorentje waarnaast twee ooievaars nestelden. Prachtig. De Elzas ten voeten uit.
Het bedje bleek heerlijk en het werd een stille nacht.
We dachten te ontwaken door het sprookjesachtige geklepper van deze ooievaar. Maar dat loopt enigszins anders. Dat lezen jullie wel in aflevering twee...