|
...We spelen met de kaarten. Op zaterdagavond durven we dat al eens doen. Een mens mag toch zijn vertier hebben, hé.
'Mag ik iets vies zeggen?' vraagt de jongste. Dat mag. Zo puriteins zijn we nu ook weer niet en we hebben al gegeten.
'Op het werk had ik een klant, een ietwat oudere man, die voor een vacature kwam. Ik bood hem zoals het hoort een glas water waarna het sollicitatiegesprek begon.
Na het gesprek ging ik aan mijn pc zitten en dronk ik een slokje van mijn bekertje tot ik tot mijn grote ontsteltenis bemerkte dat ik aan het drinken was van het glas van de sollicitant...'
Lagen zijn valse tanden er nog in? Had hij erin gerocheld? Dat waren de eerste vragen die bij ons opkwamen.
'Neen! Maar ik vond dat gewoon...bah...'
Wij vonden dat niet zo vies.
'Hij had wel last van zijn rug', voegt ze er met veel zin voor drama aan toe.'
Net als jullie, beste lezers, snappen we het verband niet maar we gaan wel plat van het lachen.
Die avond verliest ze zwaar bij het spelletje. Ze lacht een beetje groen.
Toch het water?
dc
|