Om een onderwerp rustig te observeren moet er afstand zijn en verschil in hoogte. Bern voldoet aan die voorwaarden. Het is de perfecte plek om naar politieke poseurs en andere druktemakers in ons landje te kijken. Niet met het vizier op scherp maar mild gesluierd door melkglas. Bern met melk of Berne au lait, what’s in a name…
Hugo Bernolet
klik op de foto's om ze vergroot te bekijken. klik op foto bij vuil Franske voor nieuwe verhalen
21-02-2007
Als de Chinchilla song op de radio werd gedraaid...
Ik
heb het grapje wel honderden keren gehoord tijdens mijn legerdienst.
Telkens wanneer ik aan t zingen was: spijtig dat jij niet op de
radio zingt, dan kon ik m uitzetten. Ik moet er ook telkens aan
denken wanneer ik Helmut Lotti op de radio hoor. Wat zeg ik ? Aan
denken. Ik zet de radio uit. Niet dat Lotti geen mooie liedjes zingt,
ze zijn alleen niet meer op die manier herkenbaar. Van classics tot
crooners. Het erge is dat de mensen tegenwoordig niet meer de
originelen kennen en werkelijk geloven dat Helmut mooie liedjes
heeft. Van hèm.
Wanneer
illegale kopieën van originele nummers vernietigd worden, waarom
worden de vervalsingen van Lotti dan wel toegestaan? Hij is niet
minder dan er verantwoordelijk voor dat deze generatie moet opgroeien
met een slechte kopie. Lotti blijft tot het einde van zijn dagen een
soundmixshow in feestverpakking zonder bassen. Hij is een van de
Vlaamse mysteries. Samen met Eddy Wally om nog duidelijkere redenen
en Goedele Liekens. Waarom haalt de VRT die zelfbenoemde vakvrouw in
huis? Ik kan nog begrijpen dat politiekers aan haar mouw trekken.
Haar enige eigenschap maakt haar inderdaad geschikt voor de politiek:
ze kan als geen ander een gesprekspartner onderbreken om dan, zonder
adem te halen en steeds luider voortpratend, haar eigen stelling te
poneren. Vervelend zijn zonder te imponeren, zo zou je het kunnen
noemen.
En
dat brengt me feilloos terug naar de Chinchilla song. Voor de fans
van tien om te zien: we hebben het hier over een boek, niet over de
nieuwe hit van de laatste meidengroep.
In
de aanloop naar de boekenbeurs, wanneer anders, werd er nogal wat
drukte rond gecreëerd. De auteur zou in de gevangenis zitten. Kon
hij dan wel komen tekenen op de boekenbeurs? Goed bedacht, maar
minder volgehouden uitgevoerd. Want achter de auteur/moordenaar
gingen 2 vrienden schuil, die stonden te trappelen om in Humo zelf de
hype met een dubbelinterview op te mogen blazen. Niettemin had de
reclamestunt zijn werk gedaan. De chinchilla song was al op het
lijstje nog te lezen geraakt. Naast het het onverwachte
antwoord van Patricia de Marteleire (schitterend), de wereld is
een schouwtoneel van Walter Zinzen (boeiend), De bekoring
van Hans Münstermann (mooi), Moscou is een gekkenhuis van
Peter dHamecourt (nouja), De wandelaar van Adriaan Van Dis
(déjà vu); het derde huwelijk van Tom Lanoye (zijn beste) en
de helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst (het beste).
Ik
lees nogal wat en ben een bereidwillige lezer. Ik supporter onderweg,
heb begrip voor sommige beschrijvingen die het verhaal niet vooruit
helpen, maar het boek wel dikker maken, lees vaak tussen de vingers
en geloof Friedl als zij beweert het beste moet nog komen.
Omdat
ik selectief lees heb ik mij nog nooit geërgerd aan een boek. Tot ik
Chinchilla song las. Niet dat het slecht geschreven zou zijn, ook
niet omwille van de inhoud, of het verspringen in de tijd zonder
enige aanduiding is het hoofdpersonnage kind, oud of getrouwd -
ook niet omdat het voelbaar door 2 auteurs geschreven is. De heren
mogen dan wel beweren dat zij niet meer weten wie wat geschreven
heeft, maar dat is dan toch maar omdat zij dat niet meer willen
herinneren. Waar ik mij aan ergerde en bij momenten het boek daarom
wou weggooien, was de domme herhaling van hun stopzinnetje. Je zet de
radio uit, zoals gezegd, wanneer je een vervelend hitje voor de
zoveelste keer moet aanhoren. Wanneer de auteurs een pagina verder
hun geliefkoosde stopzinnetje herhalen, kun je dat niet uit het boek
scheuren. Je wil wel verder lezen, maar dat zinnetje staat je op de
duur voor ogen, waardoor je de rest van de tekst niet meer ziet. Of
je kijkt uit een ooghoek met gruwel al naar de rechterpagina, terwijl
je op de linker leest, onwillekeurig op zoek naar de volgende
herhaling van het stopzinnetje.
Op
de middelbare school hadden we broeder Nestor die elke zin eindigde
met het teloorgegane nietwaar. Als snotneuzen konden wij daar
mee lachen en zetten vlijtig streepjes. Maar nietwaar is
neutraal, past achter elke zin, doet er geen kwaad. Wat je niet kunt
zeggen van de stopzin van de heren: kun je nagaan. Het staat
zowel op het einde van vrolijke als van bittere zinnen. Het is
meestal, zo niet altijd, misplaatst. Ik ga geen voorbeelden geven,
want dan moet ik er terug doorheen en ik twijfel om te zeggen zoek
het zelf maar op.
In
ieder geval, volgens mij kan het niet dat beide heren het eens waren
over hun stoplap. Eén persoon kan zoiets bedenken, maar dat een
tweede dezelfde dwaze inval heeft is vrijwel uitgesloten of het zou
deel van een een-eiige tweeling moeten zijn, en dat is niet het
geval. Alvorens zij dezelfde trein naar Amsterdam namen waren de
heren nog onbekenden voor elkaar. Maar nog voor ze Amsterdam
bereikten hadden ze al aan elkaar ondermeer beloofd van voor altijd
samen door het leven te gaan, enzovoort, enzoverder (om zelf ook eens
een neutrale stoplap te gebruiken).
Ik
denk dat de sterkste van de 2 het idee heeft gehad en dat dan
opgedrongen heeft aan de andere. Daar moet toch over geruzied zijn
geweest. Onder elkaar en met de eindredacteur en de uitgever. Maar
omdat er geen degelijk tegenwerk was kon dit met voorsprong de
slechtste grap uit de Nederlandstalige literatuur worden. Nooit
eerder zag je de pointe van 247 paginas ver aankomen. Ik heb toch
vluchtig gekeken en meen dat het de eerste keer voorkomt op de
achtste pagina, onderaan: Uit deze mensen kom ik voort, kun je
nagaan. 247 paginas en talloze herhalingen verder eindigt
Chinchilla song met, oh gruwel, Kun je nagaan.
Speelt Clijsters dit jaar nog op de Open VLD?
De naam zegt niet alles, maar toch veel. Neem om te beginnen de naam van zijn bedenker: Meneer Slangen. Hij had al ns voor Verhofstadt gewerkt, vervelde en verleende adviezen aan de CD&V van gouwgenoot Jo Vandeurzen. Maar laat dat geen probleem zijn, slangen hebben een gespleten tong, dat is bekend. Het is ook geweten dat ze hun prooi kunnen hypnotiseren en berucht is het venijn in hun staart. Je kunt de naamsverandering van de VLD bekijken met die slangen-eigenschappen in het achterhoofd.
Het leek of iedereen die er iets over zou kunnen vertellen, gehypnotiseerd was. Zonder zich af te vragen of ze die nieuwe naam wel nodig hadden en of er geen addertjes (=kleine Slangen) onder het gras schuilden, waren ze opgetogen als blije kinderen die al wel mogen weten hoe de kleren van de keizer om te pronken bij de kiezer zullen heten.
Open VLD, mochten wij dan ook weten. In de week die vooraf ging mocht Verhofstadt hier en daar zeggen dat hij open een moderne en toegankelijke term vindt. Niemand zijn mond viel open. Iedereen weet dat Verhofstadt geprogrammeerd wordt en daarbij al eens foutjes gebeuren. Vooral in de timing. Al een geluk dat men hem niet liet zeggen: bij ons staat de deur altijd open, want de kans was groot dat daar toch iemand zou op vragen: Van de ingang of de uitgang? Geen partij die zo makkelijk mensen aan de deur zet als de Open VLD. Zou Slangen voor Open VLD gekozen hebben omdat deze partij er niet in slaagt de rangen gesloten te houden? Alles is nog open duidt evenmin op veel beginselvastheid en daar willen ze wel voor staan. In de zin van: Open Vld staat in deze open samenleving voor breeddenkend, modern, sportief, strijdvaardig. Met sportief denken we natuurlijk aan de gelijkenissen met de US open, de Australian Open en andere open tenniskampioenschappen. Net nu Kim Clijsters er mee stopt. Juju past om zovele redenen niet in het beeld van de VLD. Open of niet. In het tennis betekent Open, trouwens dat iedereen mag meedoen, omdat alleen met de aangesloten leden het maar een saaie bedoening dreigt te worden. Slangen maakt daar zeker van: omdat alleen de besten elkaar dan treffen.
Al goed dat ze voor Open VLD gekozen hebben en niet VLD open, wat Slangen misschien ook wel in het vuur hield. Dan zou hij iedereen eens goed laten lachen met de winkeliersmentaliteit van de VLD. Wij middenstanders houden de winkel altijd open. Tenzij kort na de middag, dan duiken we vaak in de chianti en pasta en zijn dan voor de tijd van een dutje gesloten.
VLD open zou je misleidend ook kunnen lezen als Vlaamse dopen. Dan toch venijn in de staart? Want hoe pijnlijk zou het geweest zijn als gezworen papenvreters belachelijk gemaakt worden met een ritueel waar de tsjeven voor eeuwig het patent op hebben? Natuurlijk zou Slangen in een kronkelende beweging de aandacht verleggen naar studentikoze schachtendopen. De hardwerkende Vlaming heeft vooraf gestudeerd, meneer, en weet wel wat van het leven. En de ouderen zullen blauwblauw hun yacht dopen, met een magnum champagne.
Neen, die Vlaamse dopen zit gevaarlijk dicht bij doping. En iedereen weet dat de keurtroepen van Verhofstadt fietsgekken zijn. Denk maar aan Dewaele, Tommelein, Vanhengel, Denys en anderen, die zich graag al fietsend op de mont Ventoux laten fotograferen. Men zou al vlug over de blauw gedopeerden van Verhofstadt spreken. Met uitzondering van André Denys hebben zij er wel de opgezwollen koppen voor. Als je ze bezig hoort lijken ze toch lichtjes aan de pep of minstens opgefokt door te veel gesneden brood.
VLD Blauw had een betere naam geweest.
Omdat je in de politiek kleur moet bekennen. Vld blauw had, mits goed gepositionneerd, een begrip kunnen worden, een keurmerk. Daar staan wij voor. Wij zijn niet langer een deel van paars. Wij zijn blauw. Iets lichter dan tevoren. De mooiste kleur die er is, geassocieerd met alles wat goed is, zalig, hoopvol, positief. Maar bij de VLD open doet Noel Slangen de deur toe en die is van bronsgroen eikenhout.
20-02-2007
Maak van die hoofddoeken toch geen hoofdzaak...
Nu ik bijna geen haar meer heb op mijn hoofd, mag ik zonder badmuts in het zwembad. Vroeger, toen mijn haren nog lang en belangrijk waren voor mijn imago, moest ik ze willens nillens in een idiote badmuts stoppen. Dat waren de spelregels. Zonder muts kwam je niet in het water. Zo werd ik ook een keer naar huis gestuurd omdat ik hippiegewijs op blote voeten naar school kwam. Het was nochtans geen uniformschool, maar het mocht niet. Uitgesloten. Of je werd uitgesloten. Als iedereen gaat doen waar hij of zij zin in heeft, zegden ze, is de samenleving zoek. Wie zijn eigen regels wil maken moet maar op een eiland gaan wonen. In een samenleving moet je de regels en overeenkomsten volgen. Zeker wie er later bij komt. Het is zo oud als Adam en Eva uit het aards paradijs. Ze konden alles hebben, zolang ze maar van die appelen bleven.
Regels komen uit de overlevering of groeien uit een consensus. Meestal zijn regels en overeenkomsten een afspiegeling van hetgeen in dat tijdsgewricht als een consensus over normen en waarden beschouwd kan worden. Voor de goede werking van een maatschappij, om het leefbaar te houden. Het is gezond dat die regels en reglementen voortdurend onder druk staan, dat de nieuwe tijdsgeest ze in vraag stelt en dat ze kunnen evolueren wanneer de algemene mening evolueert. Vroeger droegen de vrouwen hier ook een hoed of sjaal. En niet alleen in de kerk. Nu draagt alleen het koningshuis nog hoeden, met Fabiola op kop, als levende voorbeelden van mensen die niet evolueren.
Vroeger ging men volledig gekleed pootjebaden vanuit een cabine die tot aan de waterlijn werd getrokken. Ooit deed de minirok meer stof opwaaien dan nodig was om er een te naaien en waren hotpants ook in de populaire betekenis hot. Maar zie, in een slingerbeweging wordt de monokini tegenwoordig terug aangekleed.
Kleding heeft met identiteit te maken. Groepsidentiteit veelal. Wie een parka droeg zat in een andere groep dan zij die bomberjasjes droegen. Je had mods en rockers, Johnnys en Marinas, punkers en gothic. Alleen de jeans bereikt alle groepen van de bevolking. Een dress code staat niet alleen op dure uitnodigingen. Er zijn ook nu nog werkgevers die de lengte van het haar, de keuze van de kleding en het vuil onder de nagels van hun personeel controleren. Is dat erg? Een beetje maar.
Je weet dat wie bij Antwerp wil spelen, in rood en wit moet spelen. Zelfs de eerste burger van t stad, Patrick Janssens, zal daar niet in zijn GBA-uniformpje komen aandraven. Daarom blijft zijn slogan t stad is van iedereen overeind, want hij kent de regels van het spel, wat kan en niet kan. Met zijn managerskwaliteiten zal hij waarschijnlijk zeggen: mannen, iedereen krijgt speelkansen en uitzicht op een vast contract en ik ga voor betere speelpremies pleiten en voor betere accommodatie zorgen, maar vergeet niet: de liefdevolle kleuren van Antwerp zijn rood en wit, dus laat die mauve-witte outfit thuis. Wie dat dan niet doet zet zich buiten de club, zoals Laila Ekchouchou van de blijfvanmijnhoofdoek-club die kost wat kost de hoofddoek wil opdringen.
Janssens zou niet democratisch zijn als hij geen hoofddoeken aan zijn loketten wil? Mag een samenleving, een school, een sportvereniging of een bedrijf nog wel zijn spelregels bepalen, alstublieft? Het zijn de enkelingen die daar misbaar over maken die de democratie niet respecteren. Zij zetten de wereld op zn kop wanneer ze als minderheid even hun regels aan de goegemeente gaan opdringen. Wie ergens lid van wil worden respecteert eerst de reglementen alvorens zijn persoonlijke eisen te stellen. Het is de elementaire beleefdheid. Daar hoeft geen verdere uitleg bij.
Een stad besturen is geen sinecure. Zeker wanneer iedereen zijn eigen wetten maakt.
Iedere morgen maak ik met plezier een kleine wereldreis, die al kleur krijgt in de Driekoningenstraat. Ik ben altijd opnieuw gefascineerd door de chassidim Joden, met hun lange baarden, die als bij Tuizenfloot uitwaaieren als ze brommer rijden en zou het fijne willen weten van hun collectieve manie van hun hoeden met zakjes van de Carrefour of de Delhaize in te pakken wanneer er regen dreigt. In de Provinciestraat lopen Joden en Arabieren als mieren door elkaar en dichterbij de Carnotstraat lopen zwarte Afrikanen heupwiegend en vaak zingend door de straat. Zo verschillend van de kleine drukke stapjes van de Chinezen iets verderop in Chinatown. Ik kijk niet meer op van de totaal Noord-Afrikaanse Diepestraat waar het business as usual is, maar dan in slow motion. Ik schrik alleen wanneer ik via de de Plantin Moretus een binnenweg naar de Turnhoutsebaan neem, en de concentratie zwarte hoofddoeken zie van vrouwen die de kinderen naar Sint Agnes, een uniformschool van de nonnekens, brengen. In de blijde inkomstraat zowaar. Het lijkt wel of ze de school gaan overvallen.
Het ligt niet zozeer aan de zakkleding, want de chassidim vrouwen en kinderen lopen er evenmin getailleerd bij en dat vinden we hooguit weinig aantrekkelijk. De hoofddoek, en hoe die gedragen wordt, bepaalt die overweldigende impact. Zon hoofddoek verbergt niet alleen het haar, maar ook de hals, de oren, het voorhoofd. Het maakt de mensen moeilijk herkenbaar en dat ervaren we als onaangenaam in onze open samenleving. Je gezicht verbergen is tegen de regels. Vraag dat maar aan mensen die een baard en snor hebben. Je zou nu zeggen zo iets banaals, maar hoeveel keer wordt er niet gevraagd of je soms iets te verbergen hebt. Voorschriften, gebruiken, gewoonten. In een moskee doen we de schoenen uit, Amerikanen leggen hun linkerhand op de knie bij het eten, Italianen zijn gekrenkt als je met duim en pink naar hen wijst, want zo wijs je de duivel af en wij, wij hebben niet graag dat iemand zijn gezicht verbergt.
Je krijgt geen solidariteit door op de Groenplaats te protesteren. Solidariteit houdt in dat andersdenkenden met jou meedenken en dat was daar niet het geval. Ook de platform-tekst brengt jullie niet verder dan het argument dat wij moeten luisteren omdat jullie gelijk hebben. Met deze verkeerde signalen wordt de hoofddoek belangrijker dan bijvoorbeeld de gedragingen van jongens die meisjes uitschelden voor hoer en lastigvallen omdat zij zich integreren of, wat het ergste blijkt, verliefd worden op een gewone jongen van hier. Die intolerantie en inmenging in het leven van anderen wordt te weinig benadrukt omdat er zon breekpunt wordt gemaakt van die hoofddoeken. De hoofddoek zet een veel belangrijkere problematiek in de schaduw. Begrijpe wie kan.
In het interview met Joël De Ceulaer in het weekblad Knack vertelt de woordvoerster van blijfvanmijnhoofddoek dat ze de eerste 23 jaar van haar nog jonge leven geen hoofddoek heeft gedragen, maar dat ze er nu klaar voor is. Dus moet iedereen haar nù met die late bekering volgen? De jongedame Ekchouchou is dan wel hier geboren, maar is nog lang niet klaar om hier te leven. Het is voor haar uitgesloten dat ze verliefd zou worden op een man van hier. Haar man zal uit Marokko moeten komen. Mochten er kinderen van komen zullen die in het Arabisch opgevoed worden, met de kleding, de cultuur, de muziek en keuken van het thuisland. Dat die eventuele kinderen een leven overeenkomstig het tijdsbeeld zouden mogen kiezen wordt bij voorbaat uitgesloten. Laat staan dat zij mogen hopen op een beetje spontaan geluk. Open staan voor wat het leven te bieden heeft bijvoorbeeld. Met haar 26 jaar heeft Ekchouchou alvast een verzekering afgesloten die haar moet garanderen dat ze in Marokko begraven zal worden. Is het dan zo verwonderlijk dat wie dit allemaal leest zich afvraagt wat zij hier dan zit te doen? Daarnaast zijn er zovele sans papiers die hier in de korte tijd dat ze hier zijn, hun best doen om de taal te leren, werk te vinden en via de kinderen en de school behoorlijk inburgeren, om Belg te kunnen worden onder de Belgen in de hoop op een beter leven. En dan terug gestuurd worden.
Laat ons niet spreken over die verfoeilijke partij, die denkt dat zij over alles en nog wat het debat mogen claimen. Er zijn genoeg mensen, de overgrote meerderheid zelfs, die wel multicultureel kan denken, zonder vreselijke slogans, maar die zonder bijgedachten klaarheid wil. Zoals een ouder zijn kinderen opvoedt met duidelijke afspraken over wat kan en niet kan, moet een samenleving dat doen op een correcte manier op grotere schaal. En laat alstublieft de verlichting over de hoofddoeken en andere verstarringen neerdalen. Draag ze ondertussen thuis, draag ze in het openbaar in een vereenvoudigde vorm als een gewoon sjaaltje, een hoed, een pet, of vindt er een minder stringent alternatief voor zoals joodse vrouwen die geen pruik willen dragen, hun haar in een soort gehaakte lange muts steken, en voorhoofd, oren, nek en keel vrijlaten. Maar maak er vooral geen hoofdzaak van. Leer van elkaar, trouw onder elkaar, feest, lach en leef samen. Doe gewoon. Maar vergeet niet: wie bij Antwerp wil spelen doet dat in hun liefdevolle kleuren: rood en wit. Zo is dat en niet anders.