Gisteren avond vertrokken er hier een paar bussen die
mensen van de camping ergens naartoe bracht.
Rond middenacht kwam er al een groep met autos met veel kabaal
terug. Een goed uur later arriveerde nog
een zatte troep die het nodig vond op een boot hier vlak bij verder te drinken
en luid mee te zingen met de muziek die enkele malen danig hard werd
gezet. Gelukkig heeft het niet te lang
geduurd en was het niet zo warm als enkele weken geleden zodat we met de ramen
dicht konden slapen en het geluid gedempt werd.
Deze morgen was op die boot natuurlijk alles zo dood als een pier en
lagen die nog in hun nest te sti
. . Wij
vertrokken om 09:05 uur, een kwartier later dan de Gulliver. Na een uur
arriveerden we aan S-Fankel. Hier werd
de sluis voor ons onmiddellijk klaar gemaakt en konden we dadelijk binnen. In deze sluis staan drijvende bolders maar
dat had ik te laat gezien.

Zicht op de Reichsburg, de haven, smalle straatjes en het
marktplein in Cochem.
Ze staan
ook maar aan stuurboordkant in de sluis en wij zijn gewend met de bakboordzijde
aan te meren. Onderweg was het rustig,
maar een vrachtschip en twee passagiersboten gekruist. Net voor Cochem kruisten we nog twee jachten
en een snelle motorboot. Aan de
linkeroever in Cochem liggen alleen de aanlegsteigers voor de passagiersboten.
We hadden eerst aangelegd aan de rechteroever maar daar dansten we telkens er
een boot passeerde nogal op en neer.
Nadien bleek dat iets verder een kaaimuur was waar je kon achter liggen
en we hebben dat dan maar gedaan. Namiddag ben ik met de trein de auto gaan
ophalen in Traben-Trarbach. Het ritje
met de trein duurde een half uur met één overstap in Bullay naar het moderne
boemeltreintje tussen Bullay en Traben-Trabach. De terugrit met de auto viel tegen. De GPS stuurde mij langs alle kleine wegen en
daar was het een drukte met de kampeerautos die hier overvloedig aanwezig
zijn. Annie was ondertussen de stad ingegaan (en de weg terug gevonden ook nog,
maar het is hier ook niet zo groot)
|