Foto
Inhoud blog
  • uitstapjes voor kinderen
  • Zegelsem, kasseidorp
  • Zottegem: Egmontstad
  • Ouwegemse fluitjes
  • Zwalm-Roborst: waterkers
  • Etikhove: Valerius De Saedeleer
  • Geraardsbergen: mattentaarten
  • Erfgoeddag 2015
  • Oudenaarde: 150 jaar Slag bij Tacambaro
  • Geneesheiligen.
  • Ronde van Vlaanderen
  • Mullem
  • Padden, paddentrek, paddenoverzet
  • Ronse: Sint-Hermescrypte
  • Abraham Hans
  • Korsele, de Geuzenhoek
  • Oudenaarde: Tacambaroplein
  • Steenbakkerijen aan de Boven-Schelde
  • Ename: PAM
  • Jotie T' Hooft
  • De Dulle Griet
  • Oudenaarde: Pamele
  • Leupegem: Nonnenmolen
  • Ronse: Bommelsfeesten of Zotte maandagsfeesten
  • Kerstmis
  • Oudenaarde, brouwerijen Smisje en Cnudde
  • Oudenaarde: brouwerijen Roman en Liefmans
  • Jan De Lichte
  • Sint-Lievens-Houtem-Winterjaarmarkt
  • Jacht in de Vlaamse Ardennen
  • Halloween
  • Oudenaarde, stad onder vuur
  • Oudenaarde: wandtapijten & zilvercollecties
  • Bruggen in Oudenaarde
  • Offerfeest bij de moslims.
  • Fiertel - Fietel - Fierter
  • Kluisbergen-Kluisbos
  • Radio Brouwer: Pierre & Pierre
  • Kadeefeesten-Oudenaarde
  • Oudenaarde: Adriaen Brouwer & bierfeesten
  • Mater: Sint Amelberga
  • Zingem-reus Wannes Laps
  • Santiago de Compostela: camino Rita en Pierre
  • Ronse: Muziekbos.
  • Kerselare: Mariabeeldje, krokodil, kerselaartje
  • Kerselare: kapel, lekkies, auto-en motowijding.
  • Wortegem: jenever en feesten.
  • Dikkelvenne: bronnendorp
  • Kruishoutem: Gulden Eifeesten.
  • Edelare: het Kezelfort.
  • Leupegem: het Schipperskerkje.
  • Nokere koerse.
  • Gavere: 23 juli 1453-slag bij Gavere
  • Ename: archeologische site
  • Parike: Walmke Brand
  • Geraardsbergen: krakelingen & Tonnekensbrand
  • Oudenaarde: Hanske De Krijger
  • Elst: geutelingen
    De Roose Pierre-Veldstraat 56-9890 Gavere-GSM 0475560729-de_roose_pierre@hotmail.com
    MET PIERRE OP STAP, DOOR DORP EN STAD !
    Live op zaterdag (13u30)-Radio Brouwer 106.3 FM Oudenaarde
    07-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mater: Sint Amelberga
    MATER


    Mater is een prachtig en rustig dorpje gelegen in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen, in het hartje van de Vlaamse Ardennen en is de grootste deelgemeente van Oudenaarde.

    Uitzicht Mater:

    Buiten de dorpskern bestaat Mater hoofdzakelijk uit landerijen, weiden en akkers, die alle op een zeer heuvelachtig glooiend terrein gelegen zijn.

    Jaarlijks: doortocht Ronde van Vlaanderen Om deze reden (heuvelachtig), en omdat veel wegen nog met kasseien zijn aangelegd, is de Abeelstraat in Mater een vast onderdeel van de Ronde van Vlaanderen.





    Dorpskern:

    Het dorp heeft een groot plein, het Matersplein, waaraan de 18e-eeuwse Sint-Martinuskerk gelegen is. Achter de kerk bevindt zich een ten dele veel oudere kapel, die aan de Materse patroonheilige Sint-Amelberga gewijd is. Deze bidplaats die de heilige Sint Amelberga tijdens haar verblijf in de 8ste eeuw zou hebben opgericht, zou lange tijd de enige kerk van Mater geweest zijn.

    SINT-AMELBERGA


    Wie was Amelberga? ***Mirakels ***!!!

    Amelberga stamde uit een adellijke familie uit het zuiden van België.

    De familie had ook een landgoed in Temse en Mater.

    Amelberga was als kind al erg vroom en zij werd naar het klooster van haar tante Landrata in Bilzen gestuurd.

    Het leven in het klooster beviel haar zeer en ze wilde niets liever dan intreden en haar leven wijden aan de hemelse bruidegom.

    Maar de mooie en slimme Amalberga was een gewilde huwelijkskandidate.

    Niemand minder dan de Frankische hofmeier Pepijn van Herstal ging met haar ouders onderhandelen over een huwelijk met zijn zoon, de latere Karel Martel.

    Karel Martel heerste later over een rijk dat onder meer Frankrijk en België omvatte.

    Ook hijzelf deed haar verscheidene huwelijksaanzoeken die steevast geweigerd werden.

    Ondanks de druk van haar ouders hield Amalberga voet bij stuk, ze wilde niet trouwen maar haar leven toewijden aan Christus.

    Karel Martel kon het moeilijk verkroppen dat hij een blauwtje had gelopen en toog met een stelletje vrienden naar het klooster van Munsterbilzen.

    Zodra Amalberga merkte wat haar afgewezen minnaar van zins was, liet ze snel haar haren knippen en trok ze een habijt aan.

    Maar Karel Martel was verblind, hij trok zich niets aan van het asielrecht dat zegt dat iemand in een kerk zijn toevlucht zoekt niet mag lastig gevallen worden.

    Hij liep naar het altaar en wilde Amalberga de kerk uitsleuren, het meisje kon zich losrukken, waarbij hij haar schouder ontwrichtte en ze haar arm brak, en vluchtte weg de velden in en zo verder naar het Westen.

    MIRAKELS:

    ***In de omgeving van Tienen werd ze tegen gehouden door een bende woeste runderen, het leek wel alsof ze door de duivel bezeten waren. Amelberga hief haar kruisbeeld op en verjoeg alzo de wilde beesten. Daarna vluchtte ze samen met haar broer verder tot in de streek van Mater, waar haar ouders een landgoed bezaten.

    ***Hier genas ze op wonderbare wijze de moeder van priester Benignus, reeds meer dan veertig jaar ziek.

    ***Nog verder vluchtend kwam ze aan de oever van de Schelde. Hier scheen ze haar vlucht te moeten staken want ze kon de brede rivier niet over. Terwijl ze aan de oever stond kwam er echter een grote steur aangezwommen die haar teken deed om op zijn rug te gaan staan. Zo kwam ze de rivier over en ontsnapte definitief aan Karel Martel.

    ***Amalberga ging op een familielandgoed wonen in het huidige Mater. Op het landgoed was er echter geen bron. Eens was er een hele tijd grote droogte. Een boer had op zijn akker een waterput waar velen, ook Amalberga, kwamen water putten. De boer was echter een vrekkig man, en toen er droogte heerste verbood hij aan iedereen om nog water te putten. Amalberga ging naar de Schelde nam er wat water in een kan en gooide het water wat later op een droge plek van haar landgoed door een zeef. Terstond ontsprong er op die plaats een bron. Amalberga gaf iedereen toestemming om hiervan water naar believe te gebruiken. Als straf zou de bron van de gierigaard even later volledig opdrogen.

    ***Eens streek er een grote zwerm trapganzen neer op de akkers van de boeren en dreigden de oogst te vernietigen. De boeren riepen de hulp in van Amalberga, deze bezwoer ze voor altijd de streek te verlaten.

    ***Sint-Amelberga is de beschermheilige en ze wordt geacht Mater te beschermen tegen ziekten en hagelslag. Dat heeft weer te maken met het feit dat op een zomeravond een zwaar onweer boven Mater hing dat de oogst dreigde te verwoesten. De boeren smeekten Sint-Amelberga om bijstand en de oogst bleef gespaard

    Om aan de opdringerigheid van Karel Martel te ontsnappen vluchtte ze verder naar Temse en leidde er een leven van gebed en boete. Ze stierf er in 772 op 82-jarige leeftijd.

    Volgens de legende werd ze begraven in de abdij van Munsterbilzen.

    Later werd haar stoffelijk overschot overgebracht naar de Blandijnberg in Gent. Pas in 1073 werden haar relikwieën plechtig bijgezet in de St Piertersabdij van Gent.

    2 maart 2012...Nog een mirakel van Sint-Amelberga????

    Twee keer een flinke portie geluk. Niet alleen waarschuwde klokkengelui voor een brand in de kerk in Mater (4u 's nachts-stookolieruimte), de vlammen doofden ook nog eens vanzelf, nog voor de brandweer ter plaatse was.

    NB: In de kerk is in elk geval geen brandalarm of een rookdetectie aanwezig om de klokken aan te sturen.

    ‘Dit moet wel de hand van onze patrones Sint-Amelberga zijn', klinkt het in het dorp.

    Hut Amelberga en St.-Amelbergakapel:

    Om zich te beschermen tegen Karel Martel hield zij zich, volgens sommige bronnen, regelmatig schuil in een klein hutje op de plaats waar nu de Sint-Amelbergakapel zich bevindt.

    Sint-Amelbergakapel:

    Het zou verschillende keren verwoest zijn door de Noormannen in de 9de eeuw.

    In 1566 werd de kapel door de beeldenstormers geplunderd.

    In 1592 deed de kapel dienst als schuur.

    In 1597 begon men met restauratiewerken.

    In 1699 werd het klokje, dat er nu nog steeds hangt, in het torentje opgehangen.

    De kapel werd in de vroege 20ste eeuw verder grondig gerestaureerd.

    Verhaal van het klokje:

    Aan het klokje is ook een merkwaardig verhaal verbonden.

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het door de Duitsers niet gevonden om zoals vele andere klokken gesmolten te worden. Men beweert dat het klokje werd verborgen in de tuin van het voormalige klooster.

    Verering:

    Vandaag wordt Sint-Amelberga vereerd als onze beschermheilige en aanroepen tegen de vallende ziekte, oog- en keelkwalen en hagelslag, tegen koorts en stuipen.

    De Amelbergaprocessie

    Tot de plaatselijke tradities behoren de Amelbergaprocessie (10/7) en de Fiertel (21/9).

    De processie is in wezen een jaarlijkse ommegang ter ere van Amelberga, die in vroeger tijden bedoeld was om een vruchtbare oogst af te smeken.

    Men voert soms aan dat de enige keer dat de oogst in Mater volledig mislukte, in 1888, te wijten was aan het feit dat dat jaar de processie niet had plaatsgevonden.

    Heden ten dage is de ommegang, die traditioneel te paard verloopt, een lokale toeristische trekpleister.

    Deze gaat steeds door op 10 juli, de overlijdensdag van Amelberga.

    Die ommegang verwijst ook naar een andere legende volgens dewelke Karel Martel, weer eens op zoek naar Amelberga, door de pastoor de verkeerde kant opgestuurd werd.

    Hiernaar verwijzend vraagt de kapitein van de ruiters elk jaar toestemming aan de pastoor om het dorp te mogen betreden


    Voorbereiding van het feest op 10 juli:

    Elk jaar worden de Maternaren tot de processie uitgenodigd door een folkloristische gekostumeerde groep: een trommelaar, een fluitist (fijfelaar) en een nar, die van huis tot huis trekken en dit vergezeld van een kassier.


    Het ritueel gaat volgens een bepaald stramien:

    1)de kassier gaat het trio vooraf en belt aan bij de woning.

    Nadat de bewoners de deur geopend hebben spreekt de kassier steeds dezelfde woorden uit, zijnde: "Wij komen U uitnodigen tot het feest van de Heilige Amelberga, gelijk alle jaren."

    2)Intussen speelt de fijfelaar(fluitist) een melodie naar keuze, begeleid door de trommelaar en begint de nar te dansen.

    3)Nadat de melodie ten einde is zegt de kassier: "Ge zijt allemaal verwacht, een goede feeste en tot volgend jaar."

    4)Hierop kunnen de bewoners een gift in de "sacoche" steken en wordt hen, tegen betaling, een vaantje aangeboden.


    Dit is langs beide zijden bedrukt met een beeltenis van de Heilige Amelberga met een kromstaf in de linkerhand en met een stramijn in de rechterhand.

    Het uitnodigen tot het feest zou ook verwijzen naar het vroegere, waarbij de boeren aangespoord werden om tegen 10 juli hun paarden te tuigen.

    Deuntjes en dansje zouden een herinnering opwekken aan het spel en de dans van de harlekijn aan het koninklijk of prinselijk hof van Karel Martel.

    De fijfelaar en trommelaar gaan gekleed in een Brabantse kiel, halsdoek van rode kleur met zwarte bollen rond de nek en een zwarte pet.

    In de drie dagen dat zij bij mensen aanbellen, leggen ze ongeveer 70 km af. Dagelijks van deur naar deur van 7u tot 21u.

    Onderweg worden ze geregeld uitgenodigd om binnen een drankje te nemen, maar slechts af en toe kunnen ze op zo’n aanbod ingaan.

    De melodieën:

    Het repertorium bevat een 8-tal melodieën. Bronnen en opzoekingen door het instrumentenmuseum wezen uit dat sommige melodieën sterk verwant zouden zijn met Spaanse (16de-17de eeuw) en afkomstig zijn uit de eenmansfluit.

    Danspassen:

    De danspassen uitgevoerd door de nar zijn ook eigenaardig te noemen, in die zin dat de benen afwisselend kruislings over elkaar worden geplaatst.

    Bij de dagen van de uitnodiging danst de nar ter plaatse, terwijl deze op 10 juli achterwaarts uitgevoerd worden.

    Einde uitnodiging door kwartet op 9 juli:

    Op 9 juli, wanneer het trio het dorp nadert, beginnen om19u en 20u de klokken te luiden samen met het afvuren van 9 kanonschoten.

    Dit alles herhaalt zich om 21u en op het ogenblik dat het trio het laatste huis aandoet.

    De Materse muziekmaatschappij brengt melodieën ten gehore vanop de kiosk op het Matersplein.

    Het afvuren van de vuurmonden en het klokkengeluid gaat ook gepaard met het luiden van het kleine Sint-Amelbergaklokje, dat zich in de gelijknamige kapel bevindt en dat met de hand wordt bediend.

    Ophalingen:

    Iedere avond worden de giften door de leden van de ruitermaatschappij geteld.

    Vroeger diende dit geld voor de behoeftigen, nu dient het grootste deel om de ommegang te bekostigen.

    Apotheose op 10 juli:

    Op 10 juli is er de apotheose van het feest met de traditionele ommegang, waarop ieder jaar een 300-tal paarden aanwezig zijn.

    Van heinde en verre komt men naar Mater, niet alleen paardenliefhebbers, ook mensen welke komen ter verering van de heilige.

    Het feest begint al omstreeks 5u 's morgens, dan worden de inwoners gewekt door 9 kanonschoten en klokkengeluid.

    Dit herneemt zich om 6u30.

    Hiermee wil men de boeren en bezitters van een paard erop attent maken dat ze dienen wakker te worden.

    Vervolgens gaan de bedienaars van de kanonmonden hun morgenmaal nuttigen om tegen 6u hetzelfde nogmaals te herhalen.

    Omstreeks 8u gaan de ruiters van Mater de kapitein van de Koninklijke Ruitersmaatschappij Sint-Amelberga ten huize afhalen.

    Ook het folkloristisch gezelschap is aanwezig en geeft aan de kapitein een vaantje.

    De optocht begint.

    Op dit moment gaan er terug drie kanonschoten af.

    Aan de kerk krijgen ze het gezelschap van de plaatselijke muziekvereniging en van ruiters en rijtuigen uit tal van omliggende gemeenten.

    Er wordt een H.Mis opgedragen en de gelovigen ontvangen de zegen met de relikwie van de Heilige Amelberga.

    Terzijde van de Sint-Amelbergakapel geeft de pastoor de zegen met de reliek aan het folkloristisch gezelschap, dan aan het muziek-en trommelkorps van Mater, aan de kapitein en zijn twee luitenants en verder aan al de ruiters van Mater en al de ruiters van de omliggende gemeenten.

    Men vraagt aan de pastoor de toestemming om het dorp te mogen betreden, wat uiteraard geen probleem is.

    Dit gebruik zou verwijzen naar het feit dat Karel Martel, alhier op zoek naar de Heilige Amelberga, door de inwoners op een dwaalspoor gebracht werd zodat de Heilige Amelberga in de mogelijkheid was te vluchten naar Temse.

    De kapitein en de luitenanten doen nu een rondrit om de kerk en keren terug bij hun manschappen.

    Bij de terugkomst van de kapitein aan het kapelletje heft de muziekvereniging het Belgisch volkslied aan en worden opnieuw negen kanonschoten afgevuurd.

    Daarna beginnen fijfelaar en trommelaar een melodie te spelen.

    De stoet zet zich in beweging om via de Sint-Amelbergakouter tenslotte rond de kerk drie ronden te rijden (stapvoets, in draf en in galop) onder de tonen en het geroffel van muzieken trommelkorps.

    Terwijl de ruiters rond de kerk rijden wordt het beeld onder begeleiding van de pastoor, fijfelaar, nar en trom de kerk binnengebracht en vangt de kerkelijke dienst aan (10u30).

    Na de hoogmis heeft er in de Kantschool een receptie plaats met uitreiking van prijzen aan de verschillende deelnemende ruitersmaatschappijen.

    De gelovigen gaan tussendoor voor en na de hoogmis, de reliek van Sint-Amelberga vereren in de kapel en ontsteken er ter harer ere een kaars.

    Het echte feest is na de ommegang... dan duikelt iedereen de herbergen binnen, en drinkt iedereen met iedereen.

    Het is gezellig en aangenaam, want Maternaars die hier al jaren weg zijn, komen op St Amelberga terug naar Mater, en de vriendschap wordt hernieuwd en gedoopt... in bier.

    De dag na het feest De dag na het feest begint het octaaf.

    Dan wordt elke dag de H.Mis opgedragen in de kapel.

    Het octaaf wordt besloten met een processie door de Sint-Amelbergakouter, terwijl men een lofdicht zingt ter ere van Sint-Amelberga, van 53 strofen.

    De processie eindigt in de kapel met de verering van de reliek.

    Deze bedetocht is voorheen in verval geraakt, maar in 1924 door E.H. Ivo Botteldooren van Mater terug ingevoerd.

    Sedert enkele jaren wordt de voettocht voorafgegaan door de ruiters van Mater.


    De Fiertel (21/9) is een gebruik dat afstamt van Prosper de Maeght, een 19e-eeuwse inwoner van Eine, en bestaat uit een karavaan van komische taferelen, uitgebeeld op karren die met tractoren van straat naar straat getrokken worden.

    Gewoonlijk worden deze sketches door plaatselijke inwoners zelf geschreven.


    TE NOTEREN IN DE AGENDA: MATER - 10 JULI (vroege voormiddag) - AMELBERGAPROCESSIE =een lokale toeristisch trekpleister in onze Vlaamse Ardennen!!!


    24-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zingem-reus Wannes Laps
    ZINGEM REUS WANNES LAPS 



    Wereldrecord aanwezige reuzen

    Een tijd geleden, om precies te zijn in september 2012, was ik, samen met duizende anderen, aanwezig in Deurne bij Antwerpen.

    Daar deed men een poging om het wereldrecord van het grootst aantal aanwezige reuzen in één stoet te breken. En of ze daarin slaagden...meer dan 300 reuzen.

    Wannes Laps

    Maar plots werd mijn aandacht getrokken door een reus afkomstig uit Zingem en luisterend naar de naam Wannes Laps, de enige reus in België zonder kleren maar een doorzichtig, gevlochten exemplaar uit wilgentenen of wissen !

    De begeleiders droegen bundeltjes wilgentenen met zich mee, grondstof waaruit de reus ondermeer gevlochten werd.

    Bouw van de reus Wannes Laps

    Enkele dagen later nam ik contact met de heemkundige kring Huizingouw in Zingem, waar men mij wist te vertellen dat hun reus Wannes Laps gebouwd werd door één van hun leden, door dhr.Lucien Devaere.

    Hij koos voor het mandenvlechten die door zijn uitbeelding de plaatselijke geschiedenis levendig zou houden.

    Wannes Laps is een totaal gevlochten reus van 4,6 m hoog, een wannenlapper en kent tot zover zijn weerga niet.

    Vooral de gelaatstrekken van de reus die enkel uit vlechtwerk vervaardigd zijn, trekken de aandacht.

    Hij wordt voortbewogen al rollend.

    Hij werkte eraan van april tot eind september 2009 in het atelier van dhr Pol Vermeulen, gepensioneerd rotanmeubelmaker, die de materialen bamboe, rotan en wilgentakken schonk.

    Dit zijn de basismaterialen van de Zingemse mandenvlechters.

    Een nieuwe wannenlapper was geboren...

    Want inderdaad...die Zingem zegt...zegt mandenvlechters: wannenmakers, wannenlappers, wannenleurders...

    wannenmakers=makers van wannen

    wannenlappers=herstellers van beschadigde of versleten wannen

    wannenleurders=verkopers van wannen

    Zingem is bekend om zijn vroegere wannenmakers, wannenleurders en wannenlappers, zijn manden-en zetelmakers en sedert kort zijn rieten en rotan meubelen.

    Een typische Zingemse nijverheid dus.

    Wissen:

    Men plantte langs de Scheldemeersen (=vochtige gronden), in 3 m brede bedden (grachten), talrijke rijen jonge scheuten die uitgroeiden tot grote wissenstruiken, die elk jaar hun wissen leverden.

    Wanneer in november de bladeren van de wissen begonnen te vallen, werden ze gekapt door de wissenkapper, in bundels opgebonden en met karren naar huis uitgevoerd.

    De tjokken bleven over en daarop zouden volgend jaar de nieuwe wissen groeien.

    Thuis werden de wissen geschud, d.w.z. naar hun lengte verdeeld en in voren, modderige kuilen, geplaatst.

    Na de winter werden de pakken uit de grond getrokken en het wissen schellen of wissen bleken kon beginnen.

    Ik herinner mij dat ik als klein jongetje, een rasechte Zingemnaar, moest meehelpen tijdens het wissen schellen. De wis moest door een streep, eerst met het gat en dan met de top, getrokken worden. Wij werden betaald volgens het aantal geschilde bundels. De geschilde bundels werden dan te drogen gesteld en verder verwerkt. Met honderden op een boerderij, wissen schellen om ter meest en dit alles voor een klein, klein centje...

    besluit:

    Wissen: zijn de buigzame twijgen die de mandenvlechters gebruikten om wannen, manden en korven in alle vormen te vervaardigen.

    wannemakers maken van wissen een wan

    Lang geleden maakten de Zingemse wannenmakers tijdens de winter grote waterdichte wannen.


    Een wan werd gebruikt:

    1)om letterlijk het kaf van het koren te scheiden

    Een wan is een grote, platte, ovalen mand waarmee het kaf van het koren werd gescheiden. Eenvoudig door het graan op te gooien en in de wan terug op te vangen; de wind blies het kaf weg.

    Simpel, misschien, maar erg arbeidsintensief.

    Logisch dus dat met de mechanisatie van de landbouw – eerste de wanmolen (eind 19de eeuw), later de dorsmachine en de pikdorser – de wan in een hoek werd gegooid en geen mens nog zijn boterham kon verdienen met het herstellen (“lappen”) of het maken van wannen en bij uitbreiding van alle manden.

    2)om meel in te scheppen

    3)om paarden eten te geven. = de paardenschotels (30 cm doormeter)-deze dienden als maat

    De buigzame wilgentwijgen of wissen uit de Scheldemeersen werden hiervoor gebruikt. Men noemde het het onkruid van de Scheldemeersen.

    's Winters maakte de wannenmaker al de nodige onderdelen van de wan.

    De oren en schenen maakte hij uit wilgenhout. Eerst plooide hij de groene wilgenstok op een 'koe' (=ronde balk) en stak die dan in een 'muizenbreidels' (=ijzeren ogen) om die te laten drogen.

    Men maakte ook een aantal beugels gereed, wilgenhouten stokken met scherpe punten, die rond de wan werden gelegd.

    Het wannenmaken begon na de winter.

    Eerst maakte hij het kruiske door twee gekruiste schenen van ongeveer 25 cm lengte met fijne wissen samen te vlechten. Na vier keer rondgevlochten te hebben, klopte hij 4 schenen bij en vlocht deze weer toe, enz. Het eerste vlechtwerk van een halve meter doormeter werd 'mondje' genoemd.

    Dan legde hij een beugel boven en een beugel onder de uiteinden van de schenen en vlocht ze met die uiteinden vast.

    Dan aanspannen en de oren tussen het vlechtwerk kloppen. Uiteindelijk alles opkuisen.

    NB: Tijdens het maken van de wan zat de wannenmaker in de wan zelf en draaide erin rond tijdens het afmaken.

    wanneleurders

    In de vorige eeuw gingen de wannenleurders op tocht.

    Zij vertrokken voor het oogstseizoen, met hun alaam op zak, een zestal wannen over de schouder en een dikke stok in de hand.

    De andere wannen werden hun per spoor nagestuurd, naar hun 'logement'.

    Andere Zingemse wannenleurders trokken of duwden te voet hun lange steekkarren vol wannen en manden van dorp tot dorp om te verkopen (vooral aan landbouwers) en de oude wannen te herstellen. Vandaar de naam wannenlapper.

    Later kochten ze echter paard en kar en trokken heel Vlaanderen en Brabant door en zelfs tot in Nederland en in Frankrijk.

    NB: Het eigenaardige was dat de wannenlapper zelf geen wannen konden maken en dat de wannenmakers op hun beurt niet de handigheid hadden om oude wannen te herstellen !

    Eind september kwamen ze terug van hun tochten en vierden uitbundig hun thuiskomst ter gelegenheid van de feestdag van de patroonheilige van de paroche Sint Bavo, de kermis, de eerste zondag na 1 oktober, afgekort ook Bamis genoemd en door het enthousiasme historisch uitgegroeid tot de Wannenlapperskermis.

    uitbreiding naar rieten en rotan meubelen

    Dit ambacht, het wannemaken en mandenvlechten, werd later uitgebreid met het maken van rieten en rotan meubelen.

    riet=stengel van de rietplant, nu ingevoerd uit Indonesië , China en Japan

    rotan=stengel van palmsoorten, nu ingevoerd uit Zuitd-en Oost-Azië

    Dit gebeurde toen de oorlog 1914-18 aan de gang was en men geen zetels meer kon invoeren uit Nederland.

    De fijne mandenmakers beproefden het nu om zelf zetels te maken, eerst alleen met wissen, daar de invoer van riet wegens de oorlog onmogelijk was.

    Na de oorlog werd de buitenlandse handel weer normaal en konden ze ook alle soorten riet aankopen en hun zetels verwerken.

    De zetelmakerij nam in de jaren 1925-1930 op Zingem een geweldige uitbreiding. Stielmannen schakelden dus over van het wannenmaken, naar het mandenmaken en later naar het zetelmaken.

    Ook verdrong de riet-en rotannijverheid meer en meer de wissennijverheid.

    Doopsel reus Wannes Laps

    Onze reus Wannes Laps werd op 4 oktober 2009, tijdens de oktoberkermis (hoe kan het ook anders) na een feestelijke optocht door de Zingemnaren gedoopt.       


                                                                                    

    Peter is Pol Vermeulen en meter Kathleen Hutsebout, de huidige burgemeester

    Hij staat symbool voor de onverzettelijkheid van de Zingemnaar, voor hij die ondanks moeilijke tijden moedig verder doet.

    dooprituelen en -activiteiten

    De reus werd opgehaald in het geboortehuis Nederzwalmsesteenweg 37, magazijn van de Peter, gewezen Rotanmeubelmaker, en stoetsgewijze door het dorp, onder massale belangstelling, naar het Erfgoedhuis Adelgoed Ommegangstraat 31 gebracht waar hij gedoopt werd met Valierbier van de Gaverse Brouwerij Contreras ter gelegenheid van de historische Wannenlapperskermis, die steeds plaats heeft op de eerste zondag van de maand oktober.

    De feestelijkheid wordt jaarlijk overgedaan , op 2 oktober 2014 voor de zesde maal.

    Reus Wannes Laps is zelfs ingeschreven in geboorteregister.

    Extra's voor het doopselfeest !

    Bij die gelegenheid creëerde meester-bakker Redgy Taerwe een nieuw brood, door de Heemkundige Kring tot 'wannenlappersbrood' gedoopt...een klein broodje voor de echte fijnproever, en ... nog steeds doorlopend verkrijgbaar in de bakkerij Taerwe. De broodjes zijn zacht van deeg, blond van kleur en op smaak gebracht met diverse zaden.

    Slager Rik vulde dit aan met een zeer smakelijke 'wannenlapperspaté' !!! De paté is ondermeer bereid met donker Enamebier, pruimen, ajuin en hazelnoot. 'Zeer smaakvol en licht verteerbaar. Het steekt niet rap tegen!' laat de heemkring weten !

    En er was ook 'wannenlapperssoep' !!!

    Er is meer in Zingem

    Na het eten van al dat lekkers raad ik u aan op stap te gaan in en rond Zingem, volgend de 10 km lange 'Wannenlappers wandelroute'.

    De route start aan het gemeentehuis van Zingem, loopt voorbij het Meuleken 't Dal, één van de kleinste staakmolens van Oost-Vlaanderen, verder langs onverharde voetwegennaar het hartje van de Scheldemeersen en het natuurreservaat 'De Weiput'. De wandelkaart is verkrijgbaar bij de plaatselijke toeristische dienst en is ook te downloaden naar uw gps-toestel.

    Alvast veel wandelplezier!!!

    Een aanvullertje:

    Thuis, na een fikse wandeling, de zetel in met een kleine novelle 'De zwerftocht van een wannenlapper.' van de gekende Zingemse auteur Jacques Hoste.

    Alvast ook veel leesgenot !!!

    Bijnaam Zingemnaren = de wannenmakers


    16-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Santiago de Compostela: camino Rita en Pierre



    http://www.bloggen.be/ritapierre




    http://www.bloggen.be/ritapierre1


    10-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ronse: Muziekbos.
    WANDELEN DOOR DE VLAAMSE ARDENNEN

    Ronse wordt aan verschillende zijden omgeven door deze prachtige heuvels. Onder andere de Kluisberg, de Hotondberg, de Hembelberg en de Muziekberg zijn de letterlijke getuigen van dit geologisch verleden en geven Ronse een uniek panorama.


               MUZIEKBOS =plaats waar sommigen inspiratie vonden, o.a. Valerius de Saedeleer (schilderijen) & Herman Teirlinck (romans) & de dichters Pol de Mont en Omer Wattez.


    Ligging: In het noordoosten van Ronse ligt het Muziekbos. Het ligt op het grondgebied van de gemeente Ronse, ten zuiden van het dorp Louise-Marie, middenin de Vlaamse Ardennen. Nog duidelijker: rijden van Oudenaarde via rijksweg N60 naar Ronse. Juist voor de Kruisstraat (begin 'Kruisies') links af de Ommegangstraat in en nog ongeveer 1,5km verder....het MUZIEKBOS. Het muziekbos is gelegen op de Muziekberg, hoogte 150m boven de zeespiegel.


    Herkomst naam:

    Men zegt: In het Muziekbos in Ronse en Maarkedal hoor je de ruisende melodie van de bladeren ritselen in de wind. Poëten spreken over het zachte muziekspel van de wind in de bomen. Wel 'muzikaal', maar niets te maken met de herkomst van de naam !!!

    De naam Muziekbos heeft oorspronkelijk niks met muziek te maken.

    Er zijn verschillende mogelijkheden:

    1) "Muz" is Keltisch voor "moeras", een drassig stukje grond dat tussen vijvertjes of watertjes ligt.

    2) Onder de Romeinen noemde men die plaats de Muzenberg omdat de Muzen(=godinnen van kunst en wetenschappen) daar verbleven.

    3) Hier verbleef de heer Danielken, een middeleeuwse minnestreel.


    Ontstaan:

    Drie miljoen jaren geleden lagen deze heuvels nog als zandbanken aan de kust van een ondiepe en tropische zee. Het noorden van ons land was één ondiepe tropische zee met kuststrook ter hoogte van onze huidige taalgrens. Er waren hier en daar stukjes grond tussen watertjes die erg drassig of moerassig gebied waren (MUZ). Toen het kouder werd en de zee zich terugtrok, bleven uit deze zandbanken de getuigenheuvels over. Kenmerkend: de roestige ijzerzandstenen in de wegen. Deze getuigenheuvels strekken zich uit tussen West-Vlaanderen en Hageland en worden de Vlaamse Ardennen genoemd. De Muziekberg is zo'n getuigenheuvel.


    Beheer:

    Het domein is momenteel 110 hectaren groot en wordt beheerd door het agentschap voor Natuur en Bos, kortweg ANB genoemd.


    Bewegwijzerde paden:
    voor de wandelaars:

    Het ANB ontwikkelde twee (korte) bewegwijzerde wandelingen doorheen het Muziekbos, het Boshyacintenpad en het Geuzentorenpad. Met de Muziekboswandelroute (11 km-begint aan de kerk van Louise-Marie) en de Taalgrenswandelroute verken je ook de ruimere omgeving. Speciaal voor kinderen werd er een educatief Bosleerpad uitgewerkt.

    voor de fietsers en mountainbikers: Fietsers vinden hun gading langs de bewegwijzerde Hermesroute en langs andere paden in het bos waar dit toegelaten is.

    Er zijn zelfs routes voor paardrijders voorzien.


    Speelzones:             


    In het Muziekbos is het verboden de aangeduide paden te verlaten.

    Opdat kinderen toch kunnen ravotten in de natuur, legde het Agentschap voor Natuur en bos in het Muziekbos twee speelzones aan:

    één voor -12-jarigen

    één voor +12-jarigen.





    Kamperen:

    In de zone voor paalkamperen (één van de eerste in Vlaanderen) kan je in de volle natuur, maar netjes volgens de regels, kamperen.

    Paalkampeerterrein Muziekbos ligt langs een onverharde weg (afgesloten voor gemotoriseerd verkeer) waarover enkele wandeltrajecten lopen. Dit is een populair recreatief gebied, er is dus enig passerend zacht vekeer van wandelaars, mountainbikers en ruiters kort bij de bivakzone, wat je zeker zal merken op mooie dagen.

    Er zijn hier ook 3 houten tentplatformen geplaatst, gemaakt van FSC-gelabeld hout. Tussen de planken van het platform zijn kepernagels aangebracht en rond het platform is een staalkabel gespannen. Met deze aanhechtingspunten moet het mogelijk zijn je tent stormvast op het platform te plaatsen.

    Je kan natuurlijk ook je tent prikken op de grasgrond.

    Reserveren is niet mogelijk.

    Je kan er gratis verblijven voor max. 48 uren.

    Er is een paal met waterpomp (grondwater) en een logboek om er je wensen en klachten in te noteren.

    Het is uitdrukkelijk verboden om vuur te maken op bivakzone Muziekbos!


    Fauna en flora

    Fauna (dierlijk leven):

    Het Muziekbos kan al heel wat verschillende diersoorten op haar palmares schrijven. Misschien ontdek je een boomklever die langs een stam naar boven of naar beneden klimt?

    Of hoor je de zwarte specht roffelen?

    Waar het bos overgaat in een open landschap, is de kans groot dat je een buizerd ziet rondcirkelen.

    Langs de bosrand fladderen vlinders als gehakkelde aurelia, dagpauwoog en bont zandoogje.

    En in het oudste deel van het bos zie je met wat geluk nog net een schichtige ree in het struikgewas wegvluchten.

    's Nachts hoor je het geluid van de bosuil.

    Flora (bloemen en planten)

    Met de heraanplant na de kaalslag van de Eerste Wereldoorlog speelt de beuk nu de eerste viool in het Muziekbos.

    De beuk laat met zijn dichte kruin echter weinig licht door. Hierdoor is plaatselijk de ondergroei in het bos beperkt.

    Gelukkig zijn wilde hyacint, kleine maagdenpalm en daslook elk voorjaar hier een kleurrijke uitzondering op.

    Het Muziekbos is op haar mooist in de maanden april en mei, dan zorgen de boshyacinten of blauwe kousjes voor een prachtig tapijt.

    NB: Gerichte uitdunningen en kappingen in bepaalde zones van het bos zullen het Muziekbos op termijn omvormen tot een gemengd loofbos met beuk, kers, eik en es. Dit type bos laat een gevarieerde struiklaag en een rijke ondergroei toe, wat de soortenrijkdom ten goede komt.

    Uniek in het Muziekbos zijn de wilde mispels, die -en dit is bijzonder zeldzaam in Vlaanderen- er zich ook nog verjongen. De wilde mispel is een doornige struik met grote roomkleurige bloemen, die kort bloeien in de eerste helft van mei. De appelvormige vrucht smaakt melig en wrang. Ietwat overrijp is de vrucht geschikt om er lekkere gelei van te maken. Vroeger maakte men ook wandelstokken van de takken van de wilde mispel.


    Geuzentoren

    Op het hoogste punt van het bos staat de Geuzentoren, een ronde toren met kantelen opgetrokken in ijzerzandsteen uit de streek. Door romantische zielen "de Geuzentoren" gedoopt.


    Het werd gebouwd door M. Scribe in 1864.

    De toenmalige eigenaar van het bos liet zich wellicht meeslepen door de mode van de tijd om vaak bizarre of romantische bijgebouwtjes op te trekken "Follies" genaamd, een modeverschijnsel dat vanuit Engeland overwaaide.

    Dit gebouwtje had echter wel degelijk een functie.

    Het werd geregeld beklommen door de eigenaar om van het omliggende landschap te genieten.

    Aangetrokken door Cécile Ameye van het Nitterveld kwamen hier omstreeks de eeuwwisseling geregeld kunstenaars van de natuur genieten". Valerius De Saedeleer en Herman Teirlinck vonden hier hun inspiratiebronnen.

    Ook Omer Wattez, leraar uit het naburige Schorisse en Antwerpse dichter Pol De Mont kwamen hier regelmatig wandelen.


    Ontstaan naam 'Vlaamse Ardennen':

    Na een inspirerende wandeling in het bos in 1888 stonden Omer Wattez en zijn vriend en dichter Pol De Mont op de Geuzentoren het landschap te bewonderen.

    Pol De Mont riep toen uit: ‘Hoe schoon hier !!! Maar dat zijn hier de Vlaamse Ardennen!’

    Sedert dan werd dit het koosnaampje voor deze streek.


    Tumulus of prehistorische grafheuvel:

    Op een boogscheut van de Geuzentoren vind je een prehistorische grafheuvel (tumulus) uit het Bronstijdperk.


    Centraal in de heuvel bevond zich de grafkamer.

    Hier werden twee urnen met verbrande beenderen van een man en een vrouw, assen en steenkool gevonden.

    Andere vondsten:

    -uit de periode 10000 voor Christus: stekers en klingfragmenten (kling=lemmet van zwaard, sabel, degen of bajonet)

    -uit de Romeinse tijd: munten -->gevonden in 1836

    Info:

    Een geleid bezoek aan de Geuzentoren en de grafheuvel kan je aanvragen via toerisme@ronse.be of 055 23 28 16.


    Mythen en sagen:

    Over het muziekbos gaan veel sterke verhalen.

    Sommige daarvan zijn waar. Bijvoorbeeld dat Caesar en Keizer Karel er geweest zijn.

    De raadselachtige sfeer van het Muziekbos weerspiegelt zich ook in de talrijke mythen en sagen die zich in het bos afspeelden.

    Zo zou Richard Wagner, Duits musicus-componist, zich voor zijn bekende romantische opera Thannhäuser geïnspireerd hebben door de sage op Heer Daneelken of Danielken, die zich in een spelonk onder de Muziekberg liet verleiden door Holda.

    Een andere legende heeft het over een Woudorgel dat 's nachts wondere koraalgezangen laat horen.

    En uiteraard heeft ook dit bos weerwolven en heksen gehuisvest. De weerwolf was er zelfs een ware plaag en jaagde de kabouters, dwaallichten en elfen de stuipen op het lijf.

    In de gevel van chalet Boekzitting (bistro) kan je zowaar een votiefbeeld van een weerwolf bewonderen.

    NB: 'Boekzitting' komt van 'beuk' (boom), een vierschaar, vroeger rechtspraak met 'boete zitten'.

    Van de heks Tanneken werd gezegd dat de duivel door haar mond praatte en dat ze op St-Jansavond in 1665 op de Muziekberg twee of drie ketels verdoemde zielen had gekocht, met wie ze zich amuseerde.

    Wil je meer weten over de mythen en sagen in het Muziekbos?

    Ga dan op stap in het Muziekbos onder begeleiding van een stadsgids.


    Keramiekhof:

    Het Keramiekhof is een vakantiehuis voor 6 personen. Marleen en Michel verwelkomen je met open armen. Je kan er genieten van de rust, maar ook van een workshop keramiek. Je kan er klei op een draaischijf bewerken.


    Kapelstraat: Bedevaartsoord bij Gerda Breda.

    Daar kan je de acht kapelletjes van O.L.Vrouw van Zeven Weeën aanschouwen. Deze staan in de tuin van Gerda.

    Alles begon in de 19de eeuw met Francis Verschelden, een boerejongen, die als textielarbeider naar Ronse moest gaan werken. Hij was nogal snugger en ontdekte een systeem waarmee men het productieproces kon versnellen. Hij werkte zichzelf op, richtte een fabriek op en werd industrieel.

    Tegenslag: hij kreeg tyfus.

    Hij was zeer godvruchtig en beloofde bij zijn genezing een bedevaartsoord te bouwen.


    Erkenning:

    Het Muziekbos is erkend als:

    -Europees Natura 2000-gebied (=beschermd natuurgebied in de Europese Unie)

    en maakt deel uit van het:

    -Vlaams Ecologisch Netwerk of VEN (=gebieden met natuurbehoud en milieubeheer)


    Modern gastheerschap

    De nieuwe infoborden aan de Koekamerstraat en de Boekzitting aan het Muziekbos zijn uitgerust met een QR-code.

    Dit zijn de eerste borden van het Agentschap voor Natuur en Bos die met dit technologische snufje uitgerust zijn.

    Gebruikers van een smartphone kunnen, mits de installatie van een programma dat QR-codes kan lezen, nu de uitgebreide info op www.natuurenbos.be/muziekbos ter plekke raadplegen.

    In de toekomst worden de nieuwe infoborden hiermee steevast uitgerust. Hiermee maakt het Agentschap voor Natuur en Bos, met de meest moderne technologieën, werk van een gedegen gastheerschap in haar domeinen.

                                                                        


    ASBESTSTORT BIJ MUZIEKBOS RONSE ACTIEGROEP VZW Louise Marie De bestendige deputatie van Oost-Vlaanderen gaf recent de vergunning om asbestafval te storten in Louise Marie, een schilderachtig dorp, pal aan het Muziekbos te Ronse in de Vlaamse Ardennen. Dit is onaanvaardbaar. Je kan er alles over lezen op : http://stopasbestinlouise.blogspot.com/ WAAR ZWERFT ER NU ASBEST? De provincie Oost-Vlaanderen heeft een asbeststort goedgekeurd in een van de mooiste plekjes van de Vlaamse Ardennen, een natuurgebied dat zowel Vlaams als Europees beschermd is, vlakbij het Muziekbos met omwonenden en tal van wandel- en fietsroutes. Tijdens het storten (gewoon in de zandputten dumpen) zulllen er onvermijdelijk asbestvezels vrijkomen die zwaar kankerverwekkend zijn en longvlieskanker veroorzaken. Het is onbegrijpelijk dan men een asbeststort op zo'n plaats goedkeurt. De volksgezondheid is blijkbaar niet van belang en een beschermd natuurgebied wordt probleemloos tot asbeststort gebombardeerd. Gelukkig zijn er heel wat mensen in beroep gegaan en het stort werd voorlopig geschorst! Duizenden mensen tekenden de petitielijst. Dat kan nog steeds op de blog van Louise Marie tegen asbest! Binnenkort moet minister Crevits beslissen. We kunnen maar hopen dat de minister haar gezond verstand laat spreken en dat het asbeststort in Louise Marie niet doorgaat. Volgens het provinciebestuur kan een asbeststort blijkbaar overal; daarom het asbestspel. Jeugdauteur Brigitte Minne overhandigde op 12/8 /2013 in naam van alle leden van vzw Louise Marie een virtueel potje asbest aan Filip Meirhaege! Filip Meirhaege schonk dit op 13/8 op 4FM en Radio 2 aan iemand anders. Het is de bedoeling om het potje zo vlug mogelijk door te geven want zo'n giftig geschenk wil een mens niet houden. Als minister Crevits beslist, komt het stort in de tuin of het huis van de persoon die als laatste het potje in zijn bezit heeft. Het asbestspel is spannender dan Russische roulette! Meld op volgende link de geheime code als je in het bezit bent van het asbestpotje of volg het traject: http://groups.google.com/group/louisemarietegenasbest?hl=nl Een asbeststort...en...dat dan ook nog eens in een natuurgebied dat zelfs Europese bescherming geniet! Uitnodiging: zondag 18 mei: verhalenwandeling in het Muziekbos Deze wandeling start aan de kerk van Louise-Marie. Kom ontdekken welke mythen, sagen en legenden er rond het Muziekbos bestaan. Van een weerwolvenplaag, heksen, kabouters, dwaallichten en elfen tot unieke Geuzentoren. Wist je trouwens dat op deze mysterieuze plek de naam: "Vlaamse Ardennen” zijn ontstaan? De gids neemt je op pad in de prachtige bos. Vertrekuur: 14 uur Vertrekpunt: De kerk van Louise Marie, De Saletteplein, 9680 Maarkedal Prijs: 3 euro per persoon ter plekke te betalen aan de gids. Vooraf inschrijven is verplicht, de plaatsen zijn beperkt. Inschrijven via toerisme Ronse : toerisme@ronse of 055/232 816 Duur: ca. 2 uur


    03-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerselare: Mariabeeldje, krokodil, kerselaartje
    KERSELARE 
     

    Kerselare is een gehucht van Edelare, buurgemeente van Volkegem en deelgemeente van Oudenaarde, gelegen langs de drukke weg N8 Oudenaarde-Brakel-Geraardsbergen en op de Edelareberg.

    Kerselare= Germaans toponiem afgeleid van kirisia (kers) en hlaeri (bosachtig, moerassig terrein).

    Met zowat 50.000 bezoekers is Kerselare één van de drukst bezochte bedevaartsoorden in Vlaanderen.

    Allerlei kraampjes met religieuze voorwerpen en lekkernijen voor de bedevaarders staan er op het binnenterrein voor de kapel in de meimaand, de Mariamaand, opgesteld.


    Een bedevaartsoord ter ere van Onze-Lieve-Vrouw:

    Ontstaan: Alles begon rond het miraculeus beeldje van Onze-Lieve-Vrouw van Kerselare...


    Pastoor van Volkegem, Rogier van Brakel had een houten Mariabeeldje, een laatgotisch Mechels sculptuurtje van de Mechelse St.Lucasgilde, waarschijnlijk te dateren tussen 1400 en 1440. Maria draagt haar kindje in beide armen. Hoogte: 30 cm.

    Hij plaatste het beeldje in 1441 in een nis in de voorgevel van zijn pastorie.

    Na zijn dood in 1452 liet Catherina van Brakel het beeldje ophangen in een kerselaar te Edelare.

    Velen kwamen er bidden en wisten zich verhoord.

    Nadien zouden bij het beeld enkele mirakels gebeurd zijn en dat was de aanleiding om op de plaats van de kerselaar een (houten) kapel te bouwen.

    In 1455 brandde de kapel volledig af, alles was verwoest en lag in as, behalve het Mariabeeldje.

    Het Mariabeeldje werd een echte 'hit'.

    Er kwam een nieuwe kapel. Na de inwijding van de kapel op 3 mei 1460 startte toen de traditie om in de meimaand dagelijks een misdienst te houden. Op die manier werd tegelijkertijd de aanzet gegeven voor het ontstaan van een bedevaartsoord.

    De talrijke mirakelen, toegeschreven aan O.-L.-Vrouw van Kerselare, werden opgetekend in een Mirakelenboek.

    In 1600 was dit boek in de kapel aanwezig met toen al tussen de 300 en 400 geloofwaardige mirakels erin vermeld !!!


    ---------> De Oudenaardse zilversmid Van den Hende bouwde een 30cm hoog nikkel beeldje en verborg het houten beeldje erin, enkel het hoofdje van Maria zichtbaar door een klein venstertje.

    Dit is nog steeds te bezichtigen in de moderne betonnen kapel.



    Waarom 'O.L.Vrouw van Kerselare'?

    Men spreekt van O.L.Vrouw van Kerselare omdat daar in Kerselare, O.L.Vrouw aanbeden wordt.

    Zo ook: O.L. Vrouw van Oostakker, O.L.Vrouw van Scherpenheuvel, ...

    Het gaat overal wel over dezelfde Maria !


    Jaarlijkse traditie:

    Vroegere jaren kwamen koningen, keizers en prinsen naar Kerselare op bedevaart. Meestal kwamen ze er voor ze op veldslag of op oorlog trokken.

    Zo ook in 1513 kwam Maximilianus, keizer van Oostenrijk, met zijn volledig leger bidden en aan Maria vragen om de stad Doornik te kunnen overmeesteren. Zijn wens geschiedde !!!

    Van ver komen bedevaarders bidden in de kapel van Kerselare, de bedevaarten groeiden en tot op heden bleef Kerselare een druk bezochte bedevaartplaats.

    Jaarlijks, maand mei, komen verschillende groepen van ver en te voet, naar Kerselare. Men kan er na afspraak, een eigen viering hebben met erna de Mariaverering met het miraculeus beeldje.

    De verering met het beeldje schept een verbondenheid met de lange geschiedenis van bede- vaarten in Kerselare, met Onze-Lieve-Vrouw en met haar Zoon.

    Het bedevaartsoord Onze-Lieve-Vrouw van Kerselare wordt beheerd door de parochie Pamele- Oudenaarde.


    De kapel: imposant modernistisch bouwwerk

    In de jaren zestig was niet iedereen even opgezet met het bouwwerk. Velen hadden het moeilijk met de moderne bouwstijl, die doet denken aan werken van Le Corbusier. Maar tegenwoordig is iedereen in Kerselare trots op de unieke kapel.

    De architect van de huidige kapel is Juliaan Lampens, bekend om zijn minimalistische gebouwen in gewapend beton.

    In 1963 werd het gebouw geklasseerd als erfgoed. En terecht, want het is een prachtig staaltje architectuur.

    Aan de voorkant is een gigantische betonnen luifel. Voor de rest bestaat de gevel bijna volledig uit glas. Als je wilt kan je de diensten dus van buiten meevolgen.

    De ingang ligt aan de achterkant, waar je ook een gang vindt waar je een kaarsje kunt branden.

    De kapel is opgetrokken uit gewapend, ruw beton en glas. Binnenin zijn de muren ongeschilderd, zonder decoratie. De volledige kerk is zeer sober. Ook het glas heeft zijn effect. Dit zorgt ervoor dat het binnen ook het buiten is. Hierdoor is het contrast minder groot.

    Later werden, tegen de wil van de architect, zitbanken en echte glasramen geplaatst. Volgens de architect was het aspect van een sobere en minimalistische kapel verdwenen!

    Doordat beton leeft, is het glas verschillende keren gebarsten.


    Een krokodil in de kapel...een originele decoratie !!!


    Een beetje legende...

    Joos de Joigny, baron van Pamele, leefde in de zestiende eeuw.

    In 1570 trok hij naar Jeruzalem waar hij onderweg, vermoedelijk in Egypte, door een krokodil werd aangevallen. Hij bad tot Onze-Lieve-Vrouw van Kerselare en overwon de krokodil.

    Uit dankbaarheid en als souvenir bracht Joos de Joigny de dode krokodil mee naar Oudenaarde en hing ze op in de kapel van Kerselare.

    De gebalsemde krokodil werd in de negentiende eeuw vervangen door een beschilderd houten exemplaar van beeldhouwer Van biesbroeck.

    Het echte exemplaar is te bezichtigen in de universiteit van Gent.


    Aanvulling: Nog andere krokodillen in andere kerken:

    In de St.Wulfronkapel te Abbeville (Somme) Frankrijk is een opgevulde krokodil die in de 15de eeuw door een pelgrim van overzee (H.Land) werd meegebracht. Ze is er opgehangen samen met een schildpad. Aan het portaal 'Puerta del Lagarto' van de kathedraal in Sevilla (Spanje) hangt een houten krokodil als herinnering aan een krokodil die de sultan van Egypte aan koning Alfons X in 1260 schonk.


    Het smeedijzeren kerselaartje in de kapel...            


    In de kapel bevindt zich een smeedijzeren kerselaartje waarvan niemand de herkomst kent.

    Wel weet men dat er op de plaats waar de eerste kleine kapel die afbrandde stond er vroeger een kerselaar stond.

    Het is dus best mogelijk dat men toen, om de band met de oude boom te behouden, aan een smid de opdracht gaf een boompje te smeden.

    Het is echter ook mogelijk dat een bedevaarder, die een gunst verkregen had door voorspraak van de H.Maagd, het boompje als ex-voto aan de kapel schonk.

    Men vermoedt dat het boompje dateert uit de eerste helft van de 16de eeuw.

    Opvallend is ook dat op de talrijke medailles die van in het begin te Kerselare bij grote bedevaarten werden geslagen, een kerselaartje te zien is.

    Wat ook...het kerselaartje was en is een symbool, het handelsmerk van de Kerselarekapel.


    Lange ommegang Kerselare

    Langs unieke rustige wandelwegen met eindeloze vergezichten over de Vlaamse Ardennen, staan 15 arduinen kapelletjes. Elk kapelletje stelt een van de blijde, droeve of glorievolle mysteries van de rozenkrans voor. Tussen twee staties is er iedere keer de tijd om een tientje te bidden en om af en toe een Onze-Lieve-Vrouwelied te zingen. De lange ommegang bedraagt circa 3km. De 15 kapelletjes werden in 2008 vernieuwd met 15 arduinen kapelletjes.

    Het zogenaamd pomphuisje, een wit bakstenen gebouwtje in de vorm van een kapel, vroeger met strodak nu met leien, heeft op de achtergevel een arduinen statie van de lange ommegang van 1953.

    Kleine ommegang Kerselare

    De kleine ommegang voert de bedevaarders door het domein rond de kapel. Zeven bas-reliëfs in kunstrotsen (rotstaferelen) -1960- stellen de zeven weeën van de H.Maagd voor. Aan elke kapel wordt 1 onzevader en 7 weesgegroeten gelezen. => 7 smarten van de H.Maagd Maria.

    Op het voorplein: bij de aanvang van het ommegangspad, staat een Piëta van graniet op een hoge sokkel vervaardigd door de Gentse beeldhouwer Bert Servaes.


    Kerselarelied of Kevelaerslied:

    Sinds eeuwen zingen de pelgrims bij het beëindigen van de Lange Ommegang of van een plechtige dienst, het Kerselarelied.

    De oorsprong van deze melodie is niet met zekerheid gekend. Zeker is wel dat dit lied ook in andere bedevaartsplaatsen wordt gezongen, o.a. in Nederland en ook in Kevelaer in Duitsland.

    Kevelaer is een gekend bedevaartsoord in de Duitse deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen, gelegen in het district Kleef op 6km van de Nederlandse grens.

    Het bedevaartsoord Kerselare is wel 100 jaar ouder dan Kevelaer.



    26-04-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerselare: kapel, lekkies, auto-en motowijding.


    KAPEL van KERSELARE


    21 februari 1961:

    Pastoor Standaert van Edelare heeft net de kapel bezocht en staat buiten wat te praten bij de koster. Voorbijgangers merken op dat er rook uit het dak opstijgt. De brandweer wordt onmiddellijk verwittigd, maar het is al te laat. Na een paar minuten slaan de vlammen door het dak en brandt heel het dak als een toorts. Het torentje ploft naar beneden en boort zich in de grond. Alles was één ruïne !!!


    Noodoplossing:

    Op het pleintje wordt een tent geplaatst en van 1961 tot 1964 gaan alle H.Missen door in de tent.


    Een nieuwe kapel...een wedstrijd.

    Er wordt beslist om een nieuwe kerkt te bouwen en daarom wordt een wedstrijd uitgeschreven voor het beste ontwerp. Tien maquettes worden tentoongesteld.

    De gelovigen krijgen zelfs inspraak en mogen uitmaken wat ze het beste vinden. Hierdoor worden drie ontwerpen weerhouden.

    Op de vergadering van de kerkfabriek van 8 oktober 1964 krijgen de architecten Langaskens en Lampens de opdracht toegewezen.


    Het bouwplan:

    Het uiteindelijke bouwplan herleidde de kapel tot een elementaire constructie, rekening houdend met de specifieke vereisten van een bedevaartsoord.

    Het werd een moderne architectuur opgetrokken uit ruw zichtbeton (met ter plaatse gestorte verticale betonplaten met een zichtbare structuur van de houten bekisting) en glas.

    De muren, de dakconstructie, de vloeren, de preekstoel, de biechtgelegenheid, de draaideuren, de zitbanken, het altaar, het doksaal en de trap zijn in beton !

    Gevolgen:

    De draaideuren hebben nooit gedraaid en aan de zitbanken scheurden de dames hun kousen ! Binnenin bleven de muren ongeschilderd, zonder decoratie. De volledig kerk is hierdoor zeer sober.

    Ook het glas heeft zijn effect. Dit zorgt ervoor dat het binnen ook het buiten is.


    De werken:

    De werken werden gestart op 14 oktober 1963.

    Op 30 april 1965 werd de eerste eredienst door pastoor Hye opgedragen in de nog niet volledig afgewerkte kerk.

    Bij de opening werd een mis, gecomponeerd door Norbert Rouseau, door de dansgroep Hoste uit Gent gedanst.


    Talrijke wijzigingen:

    De pastoor van Pamele, E.H.Van Overstraete, liet ontworpen glasramen van Maurice Nevens afwerken door Herman Mortier. Deze werden opgehangen op het doksaal en brachten toch wat kleur en vreugd in de grijze ruimte.

    Ook liet hij de grafstenen van de twee laatste kapelaans links en rechts boven de deur ophangen, werd de vloer voor het altaar bedekt met een vast tapijt en liet hij een sprekend kruisbeeld voor het altaar plaatsen.

    De betonnen zitplaatsen werden vervangen door houten zitplaatsen.

    Verder werd een Mariabeeld in witte steen, gehouwen door Jos De Decker, boven op de preekstoel geplaatst. Aan de wand werden de vaandels van de Maria-Congregaties gehangen. Op de betonnen muur achter het altaar werd een kleurig tafereel aangebracht door Maurice Nevens, dat de historische oorsprong van Kerselare uitbeeldt.

    Een kleine krokodil, geschonken door EH De Wolf, pastoor te Waarbeke, kwam aan de zijwand en ook het kaarsenkamer-gedeelte werd opgefrist met twee fraaie bas-reliëfs in kunststof van beeldhouwer-bronsgieter DeBruyne uit Aalst.

    Dit alles was wel tegen de zin van architect Juliaan Lampens die hier helemaal niet mee kon lachen, want het aspect van een sobere en minimalistische kapel was verdwenen.

    Hij weigerde dan ook er ooit maar 1 voet binnen te zetten. Maar...


    KERSELAREKAPEL IS AAN DRINGENDE RENOVATIE TOE!

    Reeds jaren zien de inwoners van Kerselare en omgeving hun betonnen kapel meer en meer door erosie aftakelen. Schilfers vallen naar beneden, het betonijzer komt bloot te liggen met verregaande roestvorming tot gevolg.

    Met de bedevaartskapel is het erg gesteld! Een grondige renovatie is meer dan nodig.

    Een team startte in 2009 , onder leiding van ingenieur-architect Freddy De Schacht, de voorbereidingen tot restauratie en alles in overleg met de Vlaamse Gemeenschap, de provincie, de diensten van de stad en de kerkfabriek van Pamela.

    Want de kapel is sedert 2009 een beschermd monument. Geen gemakkelijke klus.

    Aan gespecialiseerde laboratora werden onderzoeksopdrachten gegeven en bij deskundigen advies ingewonnen.

    Om verdere scheurvorming te voorkomen besliste men om enkele stutten aan te brengen onder de luifel, dwarsbalken van het dak werden gestut. Geen leuk zicht, maar veiligheid krijgt voorrang!

    Maar wanneer wordt de kapel nu eindelijk gerestaureerd? 

    Nog veel, veel onderzoeken en studies zijn er nodig, maar alles gaat de goede richting uit. Zo zouden ze dit jaar nog een voorontwerp willen klaarkrijgen.

    Een positief puntje: alle partijen zijn het project goed gezind !

    Een nadelig puntje: onderzoeken en erelonen kosten veel geld ! Giften zijn dus meer dan welkom ! (NB: vanaf 40€ gift ontvangt u een fiscaal attest)


    MEIMAAND=MARIAMAAND=BEDEVAARTSMAAND In Kerselare komen in de maand mei duizende bedevaarders om O.L.Vrouw te eren door gebeden, door gezangen en litanieën. Vele kaarsen worden aangestoken bij haar beeld. Het Kerselarelied of Kevelaerslied zal weergalmen in de Vlaamse Ardennen. En toch is er meer... Niet vergeten: de lokale snoepjes: de lekkies !!! (een soort babelutten.) te proeven in de artisanale suikerbakkerij 'Jan van Gent'


                                                                                                                                           


    Jan van Gent=een 200 jaar oud familiebedrijf waar lekkies op een traditionele manier gemaakt worden.

    en ...gedroogde wijting (vis uit de familie van de kabeljauwen) en... een bezoekje aan de historische cafés (bewaard als bouwkundig erfgoed):

    'In Sint Hermes' en 'In den temmen duvel' en 'Jan van Gent'.

    Café 'In St.Hermes', voorheen ook 'Den ouden Landsman' is een dubbelhuis met lijstgevel van vijf traveeën en twee bouwlagen onder leien zadeldak (voorheen strodak). Vermoedelijk begin 20ste eeuw. Vroeger slechts één bouwlaag hoog. Binnen: volledig bewaard café-inrichting met toog, buffet, stoelen, banken, tafels en mooie cementtegelvloeren, schouw met bordenrek en moerbalk met versierd uiteinde en jaartal 1760, vermoedelijk van de vroegere één bouwlaag hoge woning. In rechter aanbouwsel: een plattebuiskachel.

    Café 'In dun temmen duvel' begin 20ste eeuw, voor WO I., met aangebouwde manège. Gekend door de motorrijders van de wijding die er kunnen parkeren op de binnenkoer. de artisanale suikerbakkerij 'Jan van Gent'


    Café, tea-room, brasserie 'Jan van Gent'                                                                              


    Van vroom zijn krijgt een mens honger.

    Als je op je wandel- of fietstocht (de kapel ligt langs het parcours van de ronde van Vlaanderen) je picknick vergeten zou zijn, heb je eigenlijk geluk !

    Want dan heb je het perfecte excuus om je op de lekkernijen van suikerbakkerij Jan Van Gent te storten.

    De suikerbakkerij ligt op luttele meters van de kapel, en de geur van wafels en snoepgoed hangt er overal in de lucht.


    Ontstaan: Jan van Gent was oorspronkelijk een rondreizend kraam dat op Vlaamse kermissen en bedevaarten peperkoek en snoepgoed te koop aanbood. Het begon allemaal bij de vroegere uitbater Max Comsael. Die komt uit een familie van suiker- en wafelbakkers. Zijn voorouders waren dus foorkramers, en ze waren wereldberoemd in België door hun lekkernijen.

    Max liet destijds het nomadisch bestaan als foorkramer achter zich en vestigde zich in Kerselare met de zaak 'Jan van Gent'.

    Binnen in de zaak zie je nog steeds de restanten van de kermistraditie. De vele foto’s en het decor ademen geschiedenis. Max is eigenlijk al op pensioen, maar is persoonlijk wafels blijven bakken en snoep draaien tot 2012. Dan bestond het huis 200 jaar en dan heeft hij zijn zaak overgelaten.

    Hij was een kunstenaar in het suikerbakken.

    Maar geen nood, Jan Van Gent blijft een familiebedrijf. Zoon Frederik en dochter Mary-Anne werken allebei in de suikerbakkerij.

    Men maakt er nog altijd snoepgoed op traditionele wijze. Artisanale suikerbakkerij.


                                       


    Lekkies worden gemaakt van suiker.

    Vier verschillende soorten suiker worden in koperen potten gekookt tot 140 °C, uitgegoten op marmer en vervolgens afgekoeld tot 75°C .

    De brij wordt aan een haak uitgerekt en getrokken (om er lucht in te brengen) en dit tot de beige kleur van de snoep verschijnt. (=trekken aan de haak).

    Daarna wordt de brij door een machine gedraaid om de kenmerkende vorm te krijgen.

    Eens afgekoeld, klopt men de vormen die dan vallen in de nodige lekkievorm.

    Op aanvraag kunnen groepen het wonderlijke procedé aanschouwen, hoe suiker wordt omgevormd op traditionele manier tot lekkernijen als lekkies (babelutten uit Oudenaarde), Oudenaardse bierbollen , ambachtelijke nougat of vlierbollen.

    Een demonstratie van ongeveer 30 minuten met achteraf een gratis proevertje.

    Je wordt al gelukkig door er gewoon aan te denken.


    Herkomst naam 'Lekkies':

    Familie van Max Comsael stond vroeger op de foor in Gent en ze verkochten er de 'Gentse babbelaars' (babeluten). Zij brachten die mee naar Kerselare, maar de verkoop had geen succes.

    Dus wat deden ze...ze bedeelden ze gratis aan de bedevaarters.

    Deze riepen naar de anderen: "Kom, kom, lekken, lekken,lekken..."

    Vandaar de naam lekkies.


    200 jarig bestaan in 2012 en 2 nieuwigheden!

    Ter gelegenheid van hun 200ste verjaardag pakten ze uit met:

    1) de Oudenaardse Babbelaar: een variant van de lekkie, maar iets malser en een zachte koffiesmaak.

    NB: dit werd ondertussen de basis voor een nieuwe jenever: de babbelaarsjenever

    2) de Jan van Oudenaarde: een lekker blond biertje van hoge gisting met moutige smaak, bittere afdronk en zeer rijk hoparoma, gebrouwen door de brouwerij Slaapmutske uit Lochritie. Alcoholpercentage = 8%


    Hoogtepunt in de meimaand: 62ste A U T O - M O T O W I J D I N G:

     29 mei 2014

    Sinds 1953 komen elk jaar talrijke auto's, vrachtwagens en moto's (ook fietsen) op Hemelvaartdag, naar Kerselare voor de wijding.

    Eén in de voormiddag (10u) en één in de namiddag (15u). Deze heeft plaats om 10 uur en om 15uur, iedere keer voorafgegaan door een Eucharistieviering in de kapel.

    De auto-motowijding is een organisatie van de parochie Edelare en het Autowijdingscomité.

    Deze auto-motowijding van Kerselare is de grootste van ons land. Elk jaar worden meer dan 1500 voertuigen gewijd !

    Elke aanwezige op de auto-motowijding krijgt een wijdingvlagje.

    Gebed bij de autowijding:

    Lieve Vrouwe van Kerselare Wij zijn naar U toe gekomen om U te groeten en om uw zegen te vragen over ons leven. Wij geloven dat Gij een liefdevolle moeder voor ons wilt zijn, bij U mogen wij ons veilig voelen, want Gij beschermt ons tegen alle gevaren en bedreigingen. In onze dagen hebben wij vele mogelijkheden om op tocht te gaan, wij komen met onze voertuigen tot bij U, Wil ons beschermen tegen eigenwaan maak ons bedacht op alle tochtgenoten die wij op onze weg ontmoeten. Leer ons met wijsheid op tocht te gaan, ondersteun onze stuurvaardigheid, help ons de motorkracht beheersen, en er zo mee om te gaan dat het voor ons een veilige hulp is tot ontmoeting met medemensen. Maria, wees voor ons een middelares, die ons begeleidt op onze levenstocht en die onze aandacht wekt voor de vele wegwijzers die ons worden aangereikt door Jezus Christus onze Heer. Maria vraag aan Jezus dat Hij onze gids wil zijn langs de weg en dat Hij ons veilig thuis laat komen. AMEN


    Slotwoordje:

    Laat ons in de meimaand op bedevaart gaan naar Kerselare en op een terras te Kerselare samen genieten...in de rechterhand een Jan van Oudenaarde...in de linkerhand een lekkie...op de tafel een paternoster of rozenkrans...en...als we te laat thuiskomen...hopen op een mirakel...van... O.L.Vrouw van Kerselare!


    19-04-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wortegem: jenever en feesten.
    WORTEGEM  JENEVER


    Wortegem-Petegem


    -het dorp van Willy Naessens & Mario De Clercq -de meest westelijke gemeente van de Vlaamse Ardennen. -het is geen dorp, het zijn vijf dorpen aan het begin van de Vlaamse Ardennen: Wortegem, Ooike, Petegem, Elsegem en Moregem. -een lukrake fusie van vijf dorpen die voor de fusie niet allemaal evenveel met elkaar te maken hadden. -in het midden van de gemeente ligt een heuvelrug.

    Een deel van het grondgebied (Wortegem en Ooike) watert af naar de Leie. Daar spreekt men een dialect dat neigt naar het Waregems. De andere helft (Petegem, Elsegem en Moregem) daar loopt het water naar de Schelde en spreken de inwoners met een Oudenaardse tongval. -bij de fusie een naam geven als Groot-Wortegem was geen aanrader. Elke helft kreeg een deel van de fusienaam, vandaar de dubbele naam ...Wortegem-Petegem.


    d'Oude Stokerij:



    Wie van Wortegem–dorp naar Waregem rijdt, komt aan de overbekende afspanning “d’Oude Stokerij” (een vroegere plaatselijke landbouwstokerij) voorbij, gelegen op een helling, ook ''t Stokerijtje' genaamd. Dit is een vroegere landbouwstokerij of distilleerderij (=bedrijf waar men alcoholische dranken stookte) uit 1752. Daar, zeggen sommigen, ligt het prille begin van de Wortegemse citroenjenever, kortom de Wortegemsen. Daar werd destijds de Wortegemsen gemaakt. Nu is het een café waar je één van de 300 ambachtelijke streekbieren kunt proeven.

    De naam Wortegem wordt vooral geassocieerd met Wortegemsen, de citroenjenever.


    Etiket:

    Het etiket van de literfles is het beeld van deze oude landbouwstokerij.


    Ontstaan van de Wortegemse citroenjenever:

    Het ontstaan van de citroenjenever was eigenlijk een toevalstreffer.

    Een middeleeuwse huisvrouw experimenteerde met jenever, citroen en wat suiker.

    Zonder het te beseffen had zij een unieke borrel, die in een mum van tijd door velen werd gesmaakt.

    Wat in de vroege Middeleeuwen nog clandestien en in donkere kamertjes gebeurde, evolueerde algauw tot een echte ambacht.

    NB: Echte Wortegemnaren maken hun citroenjenever zelf met jenever van dertig graden, suiker en troebel citroensap. Ook in het gemeentehuis gebeurt dat, waar de concièrge voor recepties de drank mengt.



    Recept:

    Mijn moeders recept: laat de citroenschillen 14 dagen trekken in de jenever in een luchtdicht gesloten bokaal. Kook na die twee weken het sap van 2citroenen, alsook hun schil samen met de suiker, gedurende 5 minuten . Laat dit geheel koud worden. Voeg er dan de jenever bij. Giet dit alles door een neteldoek en bewaar dit in flessen. Deze jenever kan je na een weekje al drinken, doch als je een paar maanden kunt wachten is hij nog veel beter van smaak.

    Elke Wortegemnaar heeft zijn eigen huisrecept, dat hij uiteraard als het enige echte beschouwt en zorgvuldig geheim houdt om het ooit, net voor zijn laatste ademtocht, aan zijn nageslacht door te geven.

    Recept van een Wortegemnaar: 1 fles graanjenever van 700 ml - 30° vers geperst sap van 3 biologisch geteelde citroenen 21 suikerklontjes of 8 soeplepels kristalisé suiker

    Doe alle ingrediënten in een steriliseerbokaal (dat sluit zeker goed af) en schud tot alle suikerklontjes zijn opgelost. Serveer de drank ijskoud, dus bewaren in de koelkast.

    In tegenstelling tot vele andere citroenjenevers wordt Wortegemsen dus niet verkregen door citroenschillen op jenever te laten intrekken, maar wel door het toevoegen van de citroenpulp.

    Je herkent Wortegemsen aan zijn natuurlijk bezinksel van vruchtenpulp. Dus eerst schudden voor gebruik.

    Door de bereiding volgens een eeuwenoud, uniek recept zonder toevoeging van kleurstoffen, kunstmatige zoetstoffen of artificiële aromatiserende stoffen, verkrijgt Wortegemsen zijn origineel en authentiek karakter.


    geschiedenis & commercialisering

    Wortegemsen Albert Kint

    Wortegemsen werd pas in 1978 door de familie van Albert Kint gecommercialiseerd en werd in november 1978 de eerste fles op de markt gebracht.

    Het bedrijf was de eerste producent van citroenjenever.

    De productie kende haar hoogtepunt in de jaren '90 met een verkoop van 500.000 liter per jaar.

    Het basisproduct werd elders aangemaakt maar de productie en de toevoeging van de citroenpulp gebeurde bij Albert Kint in Waregem.

    Een variant - die verdeeld werd via de Aldi - werd onder de naam Waregemsen aangemaakt.

    Tot voor de overname werd het bedrijf geleid door Yvan en Fernand Kint, twee zonen van stichter Albert Kint.


    Overname door Jeneverstoker Filliers

    In februari 2009 verkocht de familie Kint zijn jenever aan de concurrent Graanstokerij Filliers uit Bachte-Maria-Leerne,nabij Deinze, zelf een producent van allerlei fruitjenevers.

    Ondertussen was de productie van de Wortegemsen - mede door de concurrentie van de andere fruitjenevers - gedaald tot 250.000 liter per jaar.

    Dankzij de overname werd Filliers leider op de Belgische markt van de jenevers.


    Familiebedrijf Filliers:

    Het is al vijf generaties een familiebedrijf.

    Ferdinand Filliers stookte in de 19de eeuw reeds jenever op zijn landbouwstokerij in Bachte-Maria-Leerne. Hij had daar ruimte genoeg om graan te kweken en haalde zijn water uit de Leie.

    In 1863 werd de volledige boerderij in de as gelegd door een brand.

    Kamiel Filliers blies de zaak van zijn oom terug leven in en richtte in 1880 het bedrijf Filliers op.

    Hij zette een graanstokerij bij zijn boerderij en het eigen gekweekte graan werd er verwerkt tot jenever. De landbouwstokerij groeide uit tot een modern bedrijf.

    Momenteel wordt het geleid door Bernard Filliers.

    De aandelen zijn in zijn handen en in die van de erfgenamen van de verongelukte Jan Filliers (+Egypte, okt 2008).


    Hoe wordt jenever geproduceerd?

    De basisgrondstof is het (tarwe)graan, maïs, rogge en (gerst)mout.

    Na het fijnmalen door de hamermolen start het stookproces (koken) waarbij in de beslagzetting het zetmeel bij een aangepaste temperatuur naar (maltose)suikers omgezet wordt.

    Aan het beslag wordt gist (=gisten) toegevoegd, suikers zetten zich om in (ruwe) alcohol en koolzuurgas.

    Daarna destilleren:

    In de stookkolom wordt het eerste distillaat – ruwnat – verkregen dat rijk is aan graanaroma's. (=graandistillaat of moutwijn). Dit product wordt geleverd aan talrijke binnen-en buitenlandse merken.

    Bij de tweede distillatie wordt deze ruwstook verder verfijnd. Dit vormt een essentiële stap. De meesterstoker maakt hierbij de scheiding tussen kop (overloop), hart (middenloop) en staart( naloop). Dit geheim wordt al van generatie op generatie overgeleverd.

    Het verkregen distillaat wordt verder op fust gerijpt gedurende minstens 3 jaar voor de whisky en 5 tot 8 jaar voor de oude jenever.


    Met 'Mojito' en 'Cactus' mikt Filliers op een warme zomer

    Wortegemsen Mojito

    Deze jenevercocktail wordt bij voorkeur ijskoud geserveerd met crushed ice en een rietje. Geniet van deze verfrissende Belgische limoen-munt cocktail!

    Wortegemsen Cactus

    Deze verrassende cocktail wordt bij voorkeur ijskoud geserveerd met ijs. Geniet van deze verfrissende Belgische cactuscocktail!

    Onder het merk Wortegemsen brengt Graanstokerij Filliers uit Deinze dus ook de ‘Cactus’ en ‘Mojito’ jenevercocktails op de markt. Filliers speelt daarmee in op de stijgende vraag naar exotische drankjes en zomerse cocktails.

    “Na de overname van Wortegemsen vorig jaar was het moment aangebroken om het merk te dynamiseren en een andere, voornamelijk jongere, doelgroep aan te boren”, aldus Bernard Filliers. “De ‘Cactus’ en de ‘Mojito’ zijn immers een mooie aanvulling op de gekende traditionele citroenjenever van Wortegemsen

    De Wortegemsen Mojito is een ready-to-drink cocktail en een smaakvolle mix van jonge moutwijn, versgeplukte limoenen, verse muntblaadjes en echte citruspulp.

    De ‘Cactus’ is een ready-to-drink cocktail op basis van tequila. Beide cocktails drink je best ijskoud met ijsblokjes of crushed ice.

    De lancering van beide cocktails werd bijzonderwarm onthaald in de distributiesector. Nagenoeg alle grote ketens hebben een of beide jenevers in hun gamma opgenomen.

    De marktintroductie wordt in de warenhuizen ondersteund door in-store promotiemateriaal zoals displays en wobblers, en met degustaties.

    De productie van de ‘Cactus’ en de ‘Mojito’ gebeurt op de site van Deinze.

    Het productieproces volgt dan ook dezelfde stijl en traditie als bij de andere jenevers.

    Zo delen de ‘Mojito’ en de traditionele Wortegemsen dezelfde citroenpulp als basis.

    Deze uitbreiding van het gamma past perfect in de strategie van Filliers om jaarlijks met nieuwe producten en smaken op de markt te komen.

    Zo komt er in juni nog een Filliers Cuberdon op de markt en tegen Vaderdag 2 nieuwe whisky’s, namelijk de Goldlys Sherry Wood en de Rye & Malt.

    Met deze continue innovaties bevestigt Filliers zijn status van marktleider en trendsetter op de Belgische markt.





    En...uiteraard...Wortegemse jenever drinken, waar kan dit beter dan ...in Wortegem zelf, op de jaarlijkse 'Wortegemse Feesten' in de maand mei: twee weekends van plezier in de kleine dorpskern.


    zaterdag 10 mei 2014: nacht van de DJ's met Gunther D, TLP, Les Mecs, No Trixx, DJ Michiel Cnudde, DJ Jam, ...

    zondag 11 mei 2014: genieterkestocht door het landelijke Wortegem - start: tent, Processiestraat, Wortegem tussen 14 en 15u.



    zaterdag 17 mei 2014: Euro Gastro - eten, eten, eten...met 1 Wortegemse inbegrepen!!! = doorlopend buffet van typische Europese en Wereldse gerechten: soepen, salades, sausjes, koud buffet, diverse warme vis-en vleesgerechten, desserts --25 €-- Gastland: Brazilië en dansgroep Terra Brasil

    zondag 18 mei 2014: dolle dorpsrit Wortegem: een rondrit met oldtimer in en rond Wortegem - 8u30 gemeentehuis: ontbijt - 9u30: vertrek straattheater met clowns, the strong lady, acrobaten, fakiers, grimestand, poëtisch kapsalon, glittertattoo's, dansschool Kreadance DiVa,... rommelmarkt citroenworp : 19u: Alle stoere mannen uit Wortegem en omstreken verdringen zich op een veldje onder een hoogtewerker om plastic citroenen te vangen, onder het goedkeurende oog van hun trotse wederhelft. Elke citroen is een prijs waard, maar slechts eentje is de gouden citroen . Wie die vangt, krijgt zijn lengte in flessen Wortegemsen, waarmee hij prompt kan tonen of hij wel een genereuze winnaar is. Afsluiten doen we met de vedettenparade met o.a. Willy Sommers, Robby Longo, Swoop, ...


      

    En wie helemaal niet houdt van feesten of jenever kan ook altijd terecht in café d'Oude Stokerij om er een lekker streekbiertje te proeven en een konijnebok van 13 kg te bewonderen !!.



    12-04-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dikkelvenne: bronnendorp

    naar de poort van de Vlaamse Ardennen... Dikkelvenne, het bronnendorp, behoort tot de oude nederzettingen langs de Schelde.


    In 817 ten tijde van Karel De Kale, kleinzoon van Karel De Grote was er al sprake van Ticlevinni, het huidige Dikkelvenne en dit zal wel te danken zijn aan de aanwezigheid van een Benediktijnerabdij (gesticht door Hildward , ook Hildeward of Hilduard, een rondreizende missiebisschop-tweede patroonheilige).


    GAVERE-DIKKELVENNE

    “Dicla” zou kleine dijk betekenen, en “tichel” en “venne” zouden de typische eigenheid van de bodem oproepen.

    In Dikkelvenne bevinden zich opwellende bronnen waarvan sommige 230 meter diep liggen en bijzonder zuiver water leveren.

    Dikkelvenne is dan ook bekend als het 'Bronnendorp' in de regio.

    Dikkelvenne staat ook synoniem voor rijk geschakeerde landelijke schoonheid: de eindeloze natte weiden, de optocht van de populieren, het kasteelpark Baudries, en de Rotse, als een van de sterkste getuigenheuvels die de Vlaamse Ardennen aankondigen.

    Het heeft een oppervlakte van 8,95 km² en telde op 31 december 2012 : 2.118 inwoners.

    legende Christiana:

    Christiana (° 715 - 749) was een Schotse prinses (dus van koninklijke bloed)en liet zich, na contact met een katholiek geloofsprediker, dopen. Om te ontkomen aan vervolgingen verliet ze het land en voer ze de Schelde af. Zij meerde aan te Dikkelvenne om er de oeverbewoners te bekeren.

    Toevallig zat Dikkelvenne zonder water. De prinses tikte op "De Rotse" - het oude hart van Dikkelvenne - en onmiddellijk borrelde er water op. Ze herhaalde hetzelfde op nog andere plaatsen in de buurt, het bronnendorp was geboren.

    De bron wordt geneeskracht toegekend en is symbolisch voor het bronnendorp Dikkelvenne.

    De overlevering wil dat de gulle wateraders, die al lang onder de grond zaten, pas gingen opborrelen na de miraculeuze doortocht in de streek van de heilige Christiana.

    De H.Christiana werd dan ook de beschermheilige van Dikkelvenne.

    kapel Sint-Christiana


           


    Dankbaar bouwde men, in 1895, ter ere van hun redster de Sint-Christianakapel. Een schenking van graaf Karel en gravin Maria De Spangen. Deze kapel, in neogotische stijl, bevindt zich op de wijk De Rotse. De eerste zondag na de sterfdag van de H. Christiana (+ 27 juli 749) is er een noveen in de kapel. fontein Sint-Christiana: Op die plaats stond tot 1824 de kerk van Dikkelvenne. Eerst ingestort en daarna afgebrand. Een steen staat op de plaats van de voormalige kerk toegwijd aan de H.Petrus.


                                                                                          
    Deze steen bevindt zich op de achterkant van een kapelletje aan de ingang van het parkje. Vooraan komt er water uit... de St.Christiana-fontein. De bron wordt geneeskracht toegekend en is symbolisch voor het bronnendorp Dikkelvenne Zowel de kapel als de fontein bevinden zich in het Sint-Christianapark.


    intermezzo: !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

    NB: De fontein werd beroemd door een uitzending op tv (in een realisatie van de Gaverse cineast John Erbuer) met Urbanus in scoutskledij met kleine scoutjes marcherend door Dikkelvenne en halthoudend aan de Sint-Christianakapel met bron en zingend ‘wij zijn de mannen die de gas doen branden’

    Laat ons even ontspannen en samen luisteren... You Tube:          https://www.youtube.com/watch?v=CUGmHwI6XMU

    Resultaat van het waterdrinken: de kleine scoutjes werden groot en Urbanus heel klein ! Maar ze bleven optimistisch en marcheerden al zingend verder.
                                                                                                                                                                                              


    Het echte verhaal... bronnen

    Aan de voet van de steilrand, die de overgang vormt van de Scheldevallei naar het hoger gelegen plateau, komen verschillende bronnen voor.

    Deze bronnen danken hun bestaan aan de aanwezigheid van hellingen met doorlatende, watervoerende lagen afgewisseld met slechtdoorlatende lagen in de ondergrond.

    De hellingen bestaan hier uit een doorlatende afzetting van een zandlaag met plaatselijke zandsteenbanken en daaronder een slechtdoorlatende kleilaag. Eens het water tot op de kleilaag is doorgedrongen, zoekt het zich een weg langs de helling van de laag.

    Wanneer deze kleilaag aan de oppervlakte komt in de steilrand (het dagzomen van de kleilaag), kan het water naar buiten treden en ontstaat er een bron.

    HET BRONNENDORP

    Tot enkele jaren terug waren er in Dikkelvenne nog drie waterbedrijven.

    Naast de Christiana Bronnen waren er nog de Reina Bronnen en Pura Bronnen. Dikkelvenne is hierdoor dan ook bekend als het 'Bronnendorp' in de regio.

    Her en der, tijdens een wandeling in de natuur, zie je straaltjes water al zigzaggend hun weg zoeken naar wie weet waar.

    Pura Bronnen:

    Eind 2003 sloot het bedrijf Pura Bronnen uit de Toekomststraat in Dikkelvenne (Gavere) definitief de deuren. Gustaaf Van Den Bossche (80), de laatste directeur van het bedrijf dat bronwater en limonade produceerde, hield het voor bekeken. Zijn zoon baat in Dendermonde een wijnhandel uit. Er is geen opvolger.

    Pura Bronnen werd in 1945 opgericht.

    In de topjaren gingen er tien miljoen flessen per jaar de deur uit.

    Reina Bronnen:

    Vroeger noemde dit 'Dick-bronnen'. Dit ging in 2001 failliet. De concurrentie van grotere exploitaties en supermarkten deed hen de das om.

    Christiana Bronnen:

    Gelegen in de Rotsestraat te Dikkelvennen.

    Het waterbedrijf Christiana Bronnen, van de familie Leyman uit Dikkelvenne, bestaat 93 jaar.

    Roni Leyman, zaakvoerder en derde generatie, vult elke dag natuurlijk mineraal water af uit de natuurlijk opwellende bron die 230 meter diep ligt.

    geschiedenis:

    In 1921 begon de familie Leyman in het gehucht 'Rooigem' een limonadefabriek, met de benaming 'Type Bronnen'.

    Toen de broers Leyman uit elkaar gingen, richtte grootvader Remi Leyman een eigen limonadebedrijf op in het gehucht De Rotse in Dikkelvenne.

    Op zekere dag wandelde 'peetje' langs De Rotse en hij zag een bron in een weide. Hij kocht de bron van de eigenaar van de grond. Deze bron lag aan de steile Scheldemeersen-talud, waar nu het waterbedrijf staat.

    Gezien de bron zich in de directe omgeving bevond van de Heilige Christianafontein en -bron, gaf grootvader zijn waters de naam Christiana Bronnen.

    Even verderop staat de kapel van de H. Christiana.

    De Christiana bronnen worden sinds 1939 ontgonnen door de familie Leyman.

    buis uit de muur

    Wie aan het bedrijf voorbijkomt in de Rotsestraat, ziet het water nog uit een buis uit de muur komen. De buurtbewoners komen hier nog dagelijks water halen met een kan of emmer. Ze gebruiken het om er koffie mee te zetten of te gebruiken in het huishouden. Het water dat er uitkomt, is de overloop van het water uit de bron.

    gepersonaliseerde flessen en glazen

    Roland Leyman, vader van Roni, is fier dat zijn zoon de zaak verder uitbaat. 'Roni bottelt nog dagelijks onze waters, bruisend, licht bruisend en niet bruisend. Hij koos ervoor om onze producten in gepersonaliseerde flessen op de markt te brengen. Voor restaurants wordt het bronnenwater in speciale flessen gebotteld. Restauranthouders kunnen zelfs de naam van hun zaak laten drukken op onze etiketten. Daarbij kunnen zij ook de mooi ogende glazen, met blauwe voet en 'Christiana Bronnen' erop, aan de tafel gebruiken.'


                          


    afzetgebied:

    Dit gaf een nieuwe élan aan de Christiana Bronnen, waardoor ze vandaag de producten over heel België mag leveren.

    Christiana water en limonade kan je niet in het grootwarenhuis kopen, enkel bij de plaatselijke winkelier of bij de bron zelf. Het hoofdaandeel gaat wel naar Oost- en West-Vlaanderen.

    De waters van de Christiana Bronnen zijn ook opgenomen als streekproducten van de Gaverse Confrérie van tantes en nonkels van Valeir. Daar staan ze tussen de Valeirbieren, van brouwerij Contreras, die op enkele honderden meters van hun bedrijf ligt.

    erkenning & kwaliteit

    De producten zijn ook erkend door de Hoge Gezondheidsraad. De kwaliteit van het water is zeer belangrijk. In Dikkelvenne ligt het vol met bronnen. Tien meter verder kan het water totaal anders smaken.

    Bijkomende bezienswaardigheden in Dikkelvenne:

    St.Petrus (Pieter) kerk

    Kasteel Baudries

    Het kasteel Baudries ook wel Beau-dries of Dickelvenne genaamd, is een kasteel in Dikkelvenne, in de gemeente Gavere. De geschiedenis van dit omwalde kasteel gaat terug tot de middeleeuwen. Het behoorde toe aan verschillende rijke families, onder meer Marchant d'Ansembourg. In de 18de eeuw werd het huidig uitzicht bepaald, in rococo stijl. In de 19de eeuw onderging het belangrijke wijzigingen in opdracht van graaf d'Ansembourg. Het interieur is versierd met rococo-lambriseringen. Kasteel en bijhorend park zijn beschermd en zijn af en toe open voor bezoek. Het kasteel was eigendom van graaf Louis de Lichtervelde (1889-1959), die het naliet aan zijn dochter gravin Geneviève de Lichtervelde (1921-2011) en haar echtgenoot jonkheer Philippe Piers de Raveschoot (1913-1999). Er wonen geen nakomelingen meer en het kasteel is te koop aangeboden.

    Tarandusmolen

    De Tarandusmolen staat aan de Provinciebaan in Dikkelvenne (Gavere). De herkomst van de naam ‘Tarandus' is onzeker. De stenen windmolen werd gebouwd in 1771. In de Eerste Wereldoorlog raakte de molen erg beschadigd, waarna hij in 1933 werd hersteld. Rond 1950 viel de molen stil. De drie steenkoppels werden rond 1975 verwijderd. De windmolen werd in 1986 beschermd als monument. Toch is de molen de laatste decennia sterk in verval geraakt. In 2011 werd de molen ontmanteld en voorzien van een noodkap.


    05-04-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kruishoutem: Gulden Eifeesten.

                                                  Kruishoutem
    staat sinds oudsher bekend als de ‘eiergemeente’ van België: eieren waren altijd een van de belangrijkste exportproducten, en in het begin van de jaren 50 stond de gemeente aan de spits van de Europese eierhandel.

       
                                                                                                                                                                                                                                                     


    Ontstaan:

    1) In 1670 verleende de Franse zonnekoning Louis XIV aan Kruishoutem het privelege een jaarmarkt met neerhofdieren, hoornvee en landbouwproducten te houden. Dit was de eerste stap om kopers en verkopers samen te brengen onder de bescherming van een magistraat. Zo ontstond de wekelijkse dinsdagmarkt, die als eiermarkt bekend werd in binnen- en buitenland. In 1841 werd die dinsdagmarkt speciaal voor landbouwproducten gehouden en later kreeg het verhandelen van eieren de bovenhand. Na de Tweede Wereldoorlog groeide Kruishoutem tot het centrum van de eierhandel in West-Europa uit. Zo werden in de jaren zestig zelfs meer dan 70 miljoen eieren aangevoerd.

    2)In 1952: twee inwoners van Kruishoutem waren 100 jaar:

       

    Marie De Stoop, bijgenaamd Mie (4 juli 1852 tot 22 juli 1953)


    Zij woonde in een kleine woning van de hoeve 't Neerhof, die afhing van het kasteel Ayshove.
    Zij was de jongste van een gezin van zeven kinderen, waarvan er vier vroegtijdig stierven.
    Zij verloor ook vroeg haar ouders.
    Zij verdiende haar kost als naaister.


                                            Petrus Michels, bijgenaamd Pier (14 februari 1851 tot 1 oktober 1951)


    Petrus Michels woonde in de Hedekensdriesstraat. Deze straat gaat over in de Ommegangstraat. Deze locatie wordt in de volksmond het Hoge genaamd.

    Reuzen:

    Het schepencollege met burgemeester Vergaert, schepenen De Winne en De Baere en secretaris D’Huyvetter zouden de honderdjarigen nog langer laten 'leven' en lieten daarom twee reuzen bouwen.

    De kostprijs voor de twee reuzen wordt geraamd op 20.000 frank.

    Ze noemden ze: Mie, de boterboerin of correct: Marie van 't Neerhof, dochter van vader Cies van de Hoogmolen en van moeder Siska van 't Waterkot.

                              Pier, de eierboer of correct: Pier van 't Hoge, zoon van vader Jan van 't Stropershof en van moeder Wanne van 't Hazeveld.

    Elke reus: hoogte: 4,25m - gewicht: 50kg - diameter: 1,60 m

    Alhoewel reuzen maar gemaakt worden na het overlijden van de eeuweling, heeft Marie De Stoop haar evenbeeld kunnen aanschouwen !!! Petrus echter niet meer.

    NB: De reuzen Mie en Pier kregen later 3 kinderen: Meleke (de spinster), Casteur (de veeboer) en Vergeke (de werkster). Ook deze 3 reuzen waren gemodelleerd op Kruishoutemnaren die de gezegende leeftijd van een eeuw hadden bereikt: Melanie Van Den Berghe, Remi Casteur en Vergenia De Waele. Deze laatste werd 108 jaar, nog steeds de oudste Kruishoutemnaar ooit. De reuzen van Kruishoutem zijn gedragen reuzen. Zij hebben geen wielen.



    Groot volksfeest:


    Om de twee honderdjarigen te eren en om de traditie van de jaarmarkt in stand te houden, richtte men een groot volksfeest in de laatste week van augustus 1952: de 'Nationale week van de Kip en het Ei'.

    De aankondiging van dit feest werd reeds in april 1952 afgekondigd met volgend bericht:

    ”Wij, Burgemeester, Schepenen en andere wethouders van Kruishoutem, welke in de overoude tijden Graafschap van Kruishoutem heette, berichten aan alle inwoners dat in de Zomer van 1952, bij de wil en de toelating van God in onze gemeente zullen geboren worden twee schone en liefelijke reuskens, een jongen en een meisje, welke zelfs van Brussel tot de zee nooit te zien waren. Zij zullen gekerstend worden op den 24 Oogst en zullen in ’t H. Doopsel de namen Pier en Mie ontvangen. Er wordt nog aan toegevoegd dat op diezelfde dag de reuskens zullen in ’t huwelijk verbonden worden, iets wat sedert heugelijke tijden ’t gebruik was in al de reuzenfamilies van de wereld. En omdat alle lieden, vaders en voorvaderen, eierboeren zijn geweest en voor eeuwig blijven zullen, zijn ook de reuskens van plan diezelfde dag de ommegang te doen en iedereen eieren aan te bieden samen met die hennen en kiekens die zulke eieren leggen en ook de haan ten teken van deugdelijkheid van die eieren. Wij vermelden nog dat al wie van onze dierbare ingezetenen wensen peter en meter te worden van onze geliefde en vermaarde reuzen, hetzij getuigen te wezen bij hun huwelijk, zich onverwijld mogen bekend maken op het Gemeentehuize van Kruishoutem. Deze geste kan alleen geschieden tegen betaling van een behoorlijke bijdrage volgens hun goeddunken en vermogen. Gegeven op ’t Gemeentehuis van Kruishoutem de 14de dag van April 1952”


    Het feest...31 augustus 1952

    Op 31 augustus 1952 ging een grote stoet uit met als eindpunt de markt, waar Pier en Mie gedoopt en in de echt verbonden werden en dit in aanwezigheid van talrijke naburige reuzen.

    Zo waren volgende reuzenfamilies aanwezig op de aanstelling:

    Hanske De Krijger en gemalin (Oudenaarde) Djoos vanter Stroelbeke, Petronella vande Roo Zee en dochter (Leupegem) Sarel en Tiele (Louise Marie) Tonus en Tonia (Gavere) Fransoo en Adele (Zulte) Pie, Mie en Pia (Nederbrakel) Dokus en Isabella (Evergem) Wannes en Wanne (Ninove) Jef Tomat, Mie en 2 kinderen (Lebbeke) Goliath, Petronella en 2 kinderen (Oostakker) Jan en Mie (Merelbeke), Karel en Ida (Lovendegem) Philippo en Isabella (Overmere) Poliet en Liza (Wetteren) Julius en Cesarine (Schellebelle-Serskamp) Markies en Markiezin (Lede) Albrecht en Isabella (Gent).

    Diezelfde dag was er ook een eierworp vanuit de kerktoren. (Eerst voorzien vanuit een helikopter, maar het bedrijf had juist zijn vliegend curiosum van de hand gedaan !)

    Deze feesten waren de aanzet tot het organiseren van de latere feesten "Op zoek naar het Gulden Ei", welke thans nog doorgaan onder de naam 'Gulden Eifeesten', vanaf 1955 jaarlijks op het paasweekend.

    Aanvankelijk ging het om een evenement van één dag onder de slogan Op zoek naar 't Gulden Ei.

    De Eifeesten groeiden later uit tot een feestweekend.

    In 1963 werd de eerste Eikoningin verkozen, drie jaar later volgde de eerste Eistoet en in 1976 gingen wij op zoek naar de eerste Eierboer.

    Het Gulden Eicomité zat nooit om een stunt verlegen. Enkele opmerkelijke prestaties, zoals het wereldrecord van de grootste omelet in 1970, de recordpoging eierwerpen in 1987 en een eiertapijt van bijna 14.000 eieren in 1988, blijven in het geheugen gegrift.


    HET REUZENLIED

    Bij de aanstelling van Pier de Eierboer en Mie de Boterboerin, werd eveneens een speciaal reuzenlied geschreven. Een familielid van René Dhuyvetter, namelijk Cyriel De Baere stond in voor de tekst van dit reuzenlied.

    Cyriel De Baere was letterkundige en volkskundige. Hij werd geboren in Baasrode in 1884 en overleed in Beringen op 14.10.1961. Tijdens zijn jeugdjaren, van 1886 tot 1906 verbleef hij te Kruishoutem.

    Uit blijk van bijzondere waardering voor de verdiensten van dr. Cyriel De Baere, werd hem op 2april 1956 het ereburgerschap van de gemeente geschonken. Een straat werd ook naar hem genoemd (Cyriel De Baerestraat)

    Hij schreef een aantal werken over de reuzen: o.a. “Onze ommegangsreuzen” en “Onze Vlaamsche reuskens”. Als dank voor het ereburgerschap, en zijn liefde voor de reuzen in ’t algemeen en de Kruishoutemse reuzen in het bijzonder, zetten hem er toe aan om een reuzenlied te schrijven.

    PROGRAMMA 60ste GULDEN EIFEESTEN
    vrijdag 18 april:

    11u: Boekvoorstelling:' Het ei van Kruishoutem' - Locatie: Mastbloem Een culturele en culinaire reis door de eiergemeente van België ! Met de 60ste jubileumeditie van de Gulden Eifeesten in het vooruitzicht vond het gemeentebestuur het tijd om ‘Kruishoutem en het ei’ voorgoed te verenigen in een boek.

    21u: Paasfuif in de feesttent

    zaterdag 19 april:

    8u: Uitzending Radio 2 "En nu serieus" met Christel Van Dijck en Jan Verheyen Locatie: Mastbloem

    20u: Verkiezing Eierboer in de feesttent Een leuke avond waar humor, spontaniteit en show centraal staan. De kandidaten doen naast hun voorstelling een aantal ludieke praktische proeven al of niet met deelname van hun supporters. Het hoogtepunt wordt bereikt wanneer ze hun eigen act mogen brengen. De Eierboer wordt eigenaar van een prachtige prijs en een vliegtuigreis naar een zonnige bestemming, verblijf met twee personen voor een week op basis van all inn.

                                               


    zondag 20 april:

    14u: Pur Natur Kindernamiddag: Verkiezing Eierprins- Eiprinsesje

    15u30: Pur Natur: Mini-Eierworp: hier leren de kleintjes vanaf de1ste kleuterklas tot het zesde leerjaar hoe ze later het "Gulden Ei"kunnen vangen!

    20u: Verkiezing Eikoningin in de feesttent Het showaspect werd de laatste jaren verder uitgewerkt, actie van bij het begin tot in de finale. Naast hun voorstelling hebben de kandidates een aantal choreografiën ingeoefend. Er is ook een défilé in sportieve kledij en bruidskledij. De kandidates brengen natuurlijk hun act waarbij spontaniteit en show centraal staan. De Eikoningin wordt definitief eigenaar van een Personenwagen geschonken door het eicomite in samenwerking met een garage.

                                                               


    maandag 21 april:

    9u: Mastbloem: Pur Natur Gulden Ei Ontbijt Een gratis uitgebreid ontbijt voor 300 personen waar natuurlijk het eitje, naast veel ander lekkers, centraal staat.

    15u: Folklorestoet waarin diverse verenigingen zullen deelnemen.

    16u: jong geweld in de feesttent: Covergroep: The Upcats

    18u: Gulden Eierworp: 800 eitjes dwarrelen door de lucht aan kleurrijke parachutes. Ze worden boven de menigte gedropt vanuit een klok die neerdaalt uit de kerktoren. Een heus spektakel, enig en uniek in België! In de eitjes zitten er geldprijzen alsook naturaprijzen. Het Gulden ei bevat een geldprijs van 125 euro.

                                               


    19u: feesttent: Covergroep: Nightlife 20u: feesttent: Covergroep: The Dirty Daddies

    22u: reuzevuurwerk

    dinsdag 22 april:

    14u: feesttent: Volksfeest: met Wendy Van Wanten


    29-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Edelare: het Kezelfort.
                      OUDENAARDE - EDELARE KEZELFORT



    Ligging:

    Vandaag nemen we de fiets, rijden de Edelareberg of Kerselareberg op (het hoogste punt van Edelare), vroeger Kezelberg (een berg vol kiezelstenen of kezel of kezer) genaamd.

    Gemiddeld: stijgingspercentage 4 %

    Afstand: 1.52 km

    Hoogte start: 15 m

    Hoogte top: 77 m

    Hoogteverschil: 62 m

    Maximum: 7 % stijging

    We komen aan het KEZELFORT, een militair bouwwerk en één van de oudere forten van Vlaanderen.

    geschiedenis:

    Pol Borremans (gewezen leraar geschiedenis en actief lid van de Simon Stevinstichting en de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Oudenaarde) weet ons in zijn boek 'Het Kezelfort van de Vesting Oudenaarde' te vertellen dat vroeger elke aanval op Oudenaarde gebeurde van de hoogten op de Molenkouter in Bevere en de Kezelberg in Edelare.

    Wij (Zuidelijke Nederlanden) behoorden rond 1800 tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en kregen regelmatig aanvallen door Frankrijk o.l.v. Napoleon.

    Op 18 juni 1815 had de Slag bij Waterloo plaats, wat het einde van de napoleontische oorlogen betekende.

    Na de slag bij Waterloo was in het Congres van Wenen beslist tot de bouw van de Wellingtonbarrière.

    De Wellingtonbarrière is een reeks versterkingen die na de val van Napoleon onder impuls van de Hertog van Wellington tussen 1815 en 1830 gebouwd werden in het zuiden van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden als versterking tegen Frankrijk. Hierbij werden voornamelijk oudere vestingen volledig vernieuwd: vesting van Dendermonde, de Citadel van Gent, de Ieperse vestingen, de Kazematten van Menen, en ...andere nieuw opgebouwd.

    Bouw Kezelfort.

    In 1822 werd, onder het Hollands bewind (tijdens Verenigd Koninkrijk der Nederlanden = van 1815 tot 1830, de periode waarin het huidige België en Nederland één staat vormden onder koning Willem I.) door Hollandse vestingsbouwers het Kezelfort gebouwd op de Edelareberg, dicht bij de Schelde en strategisch gelegen om de stad Oudenaarde te beschermen tegen vijandelijke legers en de Schelde in de gaten te houden.

    De bouw duurde 3 jaar.

    Het moest voorkomen dat de Fransen nog van op de Kezelberg Oudenaarde zouden kunnen beschieten.

    Uitzicht fort:

    Het fort is gebouwd uit kareelstenen (rode bakstenen), gemaakt in de Scheldemeersen van Melden en Leupegem en staat op een fundering van Doornikse hardsteen.

    De wallen en de flanken waren ingericht voor het geschut.

    Onder de wallen bevonden zich twee bomvrije kazernes en een kruitmagazijn.

    Om de metselwerken van voldoende water te voorzien zijn 3 waterputten gebouwd, maar gauw bleek dat meer water nodig was. 70 ton water werd dagelijks vanuit de Schelde naar boven gebracht.

    Aanvankelijk werden 70 arbeiders ingezet om het fort te bouwen, snel groeide dat aan tot meer dan 1.500 man.

    Het Kezelfort was een vijfhoekig symmetrisch fort met vooraan een muur van 15 stenen dik, een uitkijktoren en plaats voor veel kanonnen.

    Willem I der Nederlanden kwam op 27 juni 1823 de Oudenaardse werken inspecteren en zag dat het goed was. Prompt liet hij 12 tonnen bier en boterhammen met kaas aanrukken om allen die eraan werkten te bedanken.

    Ruim 600 mensen vonden werk bij de bouw van het fort

    Uniek in Vlaanderen:

    Uit het fort vertakken zich een twintigtal luistergalerijen die een 'tegenmijnsysteem' vormden. Dit is uniek in Vlaanderen. Vauban (architect van Lodewijk XIV) had een eigen belegeringssysteem ontwikkeld. Bondig gezegd betekende dit, dat sapeurs met veel geduld parallelle ondergrondse en bovengrondse grachten groeven (une sape). Uiteindelijk kwamen ze aldus onder de muren van de vesting terecht.

    In Fort Kezel heeft men dit belegeringssysteem omgekeerd en er een volledig verdedigingssysteem van gemaakt.

    Volgens de H. Gils is dit een Fort met een volledig tegen-mijnsysteem een unicum in Vlaanderen dat waard is als historisch erfgoed bewaard te worden.

    Resultaat:

    Opvallend is dat het centrum van Oudenaarde nooit meer beschoten is geweest vanaf het Kezelfort, maar wel nog tweemaal vanaf de Molenkouter in Bevere. Onder andere door de Gentenaars, met hun superkanon 'De Dulle Griet'. Dit kanon kon per schot 300kg stenen wegschieten. Dit kanon staat nu tentoon op de Vrijdagmarkt te Gent.

    Andere functie:

    Na de onafhankelijkheid van België in 1830 werden die 18 barrièreforten nog bemand tot 1853 maar het leger spitste zich dan toe op andere taken.

    Het fort is nooit gebruikt als fort, maar de Duitsers hielden er, tijdens de twee wereldoorlogen, hun schietoefeningen vooraleer ze naar het front in de Westhoek vertrokken.

    Er is het verhaal van een Duits soldaat die weigerde naar het front te gaan vechten. Die soldaat is dicht bij de ingang van het fort tegen de muur gezet en in het bijzijn van zijn makkers gefusilieerd.

    Tijdens de tweede wereldoorlog werd het fort voor het laatst gebruikt door inwoners van Oudenaarde en diende als schuilplaats voor meer dan 1.300 Oudenaardisten. Een plaats (bomvrije onderaardse gangen) om te ontsnappen aan de bombardementen door de Duitsers op Oudenaarde.

    Verkoop & afbraak:

    Het Kezelfort werd verkocht met de verplichting dat alle metselwerken boven de grond (militaire uitkijkposten) zouden worden afgebroken. Alle eiken deuren van het fort en het veel gebruikte arduin zijn door de eigenaars van het domein weggehaald en heel waarschijnlijk verkocht. Enkel de ondergrondse gangen zijn nog toegankelijk.

    Bouw toren met belvedère:

    Op het domein heeft de familie Thienpont in 1892 een neogotische toren met belvedère gebouwd dat dienst doet als vakantiehuis maar dat heeft niets te maken met het oorspronkelijke fort. Deze toren torent hoog boven de Edelareberg uit en is een uitstekende uitkijkpost over de Scheldevallei.

                                                      

    Bezoek:

    De resten van het Kezelfort bevinden zich dus op privé-terrein, zodat het niet vrij bezocht mag worden. Gelukkig zijn er veel geleide wandelingen met bezoek aan het fort. Tijdens de saladekermis van Edelare en de jaarlijkse open-monumentendag ben je echter steeds welkom, uiteraard onder begeleiding van gidsen! Dus...vooraf inschrijven !

    Een zaklamp is aan te raden en bovendien handig om de donkere gangen te ontdekken.

    Het vakantiehuis met toren van de familie Thienpont kan niet bezocht worden, zelfs niet bij begeleide bezoeken.

    Voor wandelaars:

    De naam van de Bierbrouwerroute verwijst naar de talrijke brouwerijen en is tevens een eerbetoon aan de Oudenaardse kunstschilder Adriaen Brouwer (1605-1638). Het is een herwerking van het vroegere Adriaan Brouwerpad van de plaatselijke VTB-VAB-afdeling en het traject loopt door de mooiste plekjes van Oudenaarde en doet de deelgemeenten Edelare, Mater en Volkegem aan.

    Het vernieuwde traject bestaat uit twee lussen (groen en blauw) van elk 12 kilometer, die je kan combineren tot één lange wandeling. Deze wandeling passeert langs het Kezelfort. Wat te zien?



    Er is een gangennetwerk onder de grond, een  fortmuur met toegangsdeur. Vier schietgaten in de soms 3 m dikke muren. Onder de grond bevinden zich nog ruim 3 kilometer gangen en deze vormen een ideale overwinteringsplaats voor vleermuizen.


    Vleermuizen                                       


    Het Kezelfort is één van de belangrijkste overwinteringsplaatsen voor vleermuizen in Vlaanderen.

    In de gangen heerst een constante temperatuur 's zomers en 's winters van 9 à 10 graden, vandaar dat vleermuizen het als winterverblijf ingepalmd hebben. Het is één van de weinige plaatsen buiten de Antwerpse fortengordel waar grote aantallen worden waargenomen. In totaal werden reeds 11 soorten waargenomen.

    De grootste aantallen worden ingenomen door baardvleermuis en watervleermuis.

    De vleermuizen werden er voor het eerst geteld in 1973 en de aantallen worden sindsdien jaarlijks, eind januari geteld en opgevolgd.

    In de jaren ’70 crashten de aantallen: op enkele jaren tijd daalde het aantal overwinterende dieren van ongeveer 160 tot slechts 30 exemplaren. De laatste jaren hebben de aantallen zich hersteld maar de meest bedreigde soorten zoals de vale vleermuis, meervleermuis en mopsvleermuis zijn verdwenen.

    De Ingekorven vleermuis, een andere sterk bedreigde soort, wordt er gelukkig wel nog jaarlijks aangetroffen.

    Beschermd natuurreservaat voor vleermuizen.

    Jammer genoeg is het Kezelfort (in privébezit), beschermd als natuurreservaat voor vleermuizen maar niet als monument.

    Er zijn dus geen subsidies om het gebouw in stand te houden...


    22-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Leupegem: het Schipperskerkje.

                                                 LEUPEGEM

    Het wapen stamt uit 1818. De zon betekent de binnenkomst in de 19é eeuw De zonnebloem en de haan staan symbool voor de agricultuur. Vandaar ook de "Zonnebloemstraat "in Leupegem .


    Het schipperskerkje van Leupegem:   Een heel opmerkelijk oud gebouwtje in Leupegem: het Schipperskerkje of ook Kalkhuisje of Thiendenschuur genoemd.



    Waar?

    Om het schipperskerkje te vinden ga je het smalle straatje rechtover de Sint-Amanduskerk van Leupegem in , na 200 meter bereik je het kerkje aan je linker kant. Het smalle wegje leidt je ook naar een prachtig aangelegd natuurgebied " Het Spei " met het 8 hectaren groot Speibos met de vele gemarkeerde wandelpaden.

    NB: De naam "spei " verwijst naar een vaargeul met sluis die hier vroeger aanwezig was , een stuk oude Scheldearm (200 m) is nog niet gedempt.

    Het bezoek van het schipperskerkje kan je combineren met een deugddoende natuurwandeling .

    Uitzicht?

    Het gebouw is opgetrokken in blauwe Doornikse hardsteen tijdens de 11de of 12de eeuw .

    Het heeft een rechthoekige aanleg (20x9 meter) en wordt door zware, lage steunberen of drummen gestut . In de noordelijke langszijde is een brede toegang die de hele hoogte van de muur inneemt . Het steile dak(zadeldak) heeft puntgevels die grotendeels van baksteen zijn .

    In de gevel langs de straatkant vormen de muurankers het jaartal 1722.

    Hoe oud?

    Alle kenners zijn het er over eens dat het gebouw dagtekent van de XI of XII eeuw. Hiervoor steunen ze zich vooral op het bindmiddel (mortel) en de gebruikte steen.

    De "Ontdekker" Hector Vandevelde (1889-1946)

    Toen zijn huisdokter begin 1919 Hector Vandevelde aanraadde om gezondheidsredenen "op den buiten" te gaan wonen, verliet Leons vader het centrum van Oudenaarde (Hoogstraat) en kwam zich in mei 1919 vestigen te Leupegem, toen nog een buitendorp met veel open ruimte en veel groen.

    Sociaal voelend als hij was, wist hij zich vrij spoedig in het lokaal sociaal leven in te burgeren. Maar niet alleen de mensen kregen z'n aandacht, ook in de gemeente zelf en haar omgeving stelde hij belang, getuige de verschillende brochures die hij daarover schreef.

    De man trof, wandelend door het dorp, een oud gebouw aan. Via deze ruïne ging hij belangstellen in het verleden van de gemeente. Hij ging aan het zanten van inlichtingen over de geschiedenis, over de inwoners, over hun zeden en gebruiken. Hij nam nota's en werkte die in 1937 tenslotte uit tot een boek dat hij de naam gaf "Leupegem door de eeuwen heen".

    Daarin schreef hij onder meer: "Dit eigenaardig gebouw is het oudste van Leupegem en het ware wenselijk dat de Commissie voor Monumenten het klasseerde om het verder van verval te bewaren."

    Herkomst en functie?

    Dit gebouw was jarenlang een mysterie !!!

    1)In de volksmond ging het gebouw in de jaren 1930 door als een voormalige (nood)kerk of kapel , gebouwd door schippers in de vroege middeleeuwen ( 12de eeuw) . Hector Vandevelde schreef een boek:'Leupegem door de eeuwen heen.' -1937- Hij meende dat de schippers aan de Schelde hier een kerkje bouwden om er te bidden tijdens het wachten op een voldoende hoog waterpeil. Mogelijk een restant is van een eerste parochiekerk van Leupegem, zo schreef zijn zoon Paul in zijn eindwerk van de humaniora. Een kruis in de oostelijke gevel kan verwijzen naar tijdelijke religieuze functie. Al durfden de aanhangers van de parochiekerktheorie dat betwijfelen. De oudste kerk van Leupegem bevond zich immers verder naar het noorden, aan de overkant van de straat Armenlos.

    2)In 1645 was het gebouw als kalkhuis of kalkschuur gekend (kalkopslagplaats) Het getuigt van het belang van de kalkhandel over de Schelde vanuit het Doornikse. Vanaf de 17de eeuw werd hier kalk opgeslagen die vanuit de streek rond Doornik werd aangevoerd voor de bemesting van de akkers en de bouwnijverheid. De zware steunberen aan de zijkanten van het gebouw moesten de zijwaartse druk van de opgeslagen kalk opvangen. In 1722, het jaartal dat in de gevel verankerd zit, werd het gebouw gebruikt door Daniel Blommaert en J. Lestienne, twee kalkhandelaars uit het Doornikse

    3)Later blijkt het steeds een handelsfunctie te hebben gehad (opslagplaats). Tot in de twintigste eeuw stroomde de Schelde nog tot in de onmiddelijke nabijheid van het gebouw zodat een handelsfunctie als de meest waarschijnlijk moet worden beschouwd . Het dempen van de oude scheldearmen gebeurde in twee fases , namelijk in 1912 en 1925 . Ook het ontbreken van vensteropeningen kunnen verwijzen naar handelsfunctie.

    4) Prof. Dr A.l.J. Van De Walle (die de opgravingen in Ename startte) opperde in de jaren '50 van vorige eeuw dat het gebouw mogelijk ooit als tiendenschuur dienst deed. Ondermeer in de jaren 1950 werd een theorie gelanceerd , die de constructie als een soort vroegmiddeleeuwse tiendenschuur beschouwde (12de en 13de eeuw) Waarschijnlijk diende het gebouw voor de verzending van die tienden . Vandaar ook soms de naam 'Thiendenschuur'.

    5)Volgens Geert Berings in zijn boek 'Landschap, geschiedenis en archeologie in het Oudenaardse' (1989) zou het gebouw een restant kunnen zijn van een woning van een plaatselijke heer in de Karolingische tijd of toch voor de 12de eeuw . Een soort versterkte herenwoning of een zaalgebouw, deel uitmakende van de versterkte woning van de plaatselijke heer.

    Conclusie:

    Niemand kan bewijzen dat het vroeger dit of dat was, maar enerzijds houden de negatieve argumenten zo weinig steek en zijn anderzijds de pro-argumenten zo duidelijk qua bouwdatum, ligging, richting en ingang dat alvast Leon er meer en meer van overtuigd is dat het "Schipperskerkje" een ruïne is van de eerste parochiekerk van Leupegem.

    Eigenaar?

    De eigenaar was het armenbestuur van Leupegem. In 1965 werd Leupegem in een fusiebeweging bij Oudenaarde gevoegd en het gebouw werd overgedragen door de Leupegemse Commisie voor Openbare Onderstand aan een voorloper van het OCMW dat er nu nog eigenaar van is.

    Bezoek?

    In ieder geval is het een heel oud en markant gebouw dat het bezoeken waard is , maar dat kan dan alleen op een open monumentendag .Anders kan het gebouw bekeken worden vanaf de straatkant.

    Een ding is spijtig , de zuid-oostkant is overwoekerd door klimop die tot op het dak groeit. Het gebouw is dringend aan restauratie toe !

    Beschermd monument

    Het gebouw intrigeerde Hector Vandevelde hij ging op zoek naar historische gegevens over dit gebouwtje. Hij wist zich gesteund door aanmoedigingen van collega-oudheidkundigen en probeerde om het gebouw te laten klasseren. In september 1939 kwam de " clasering " op de agenda van de Provinciale Commisie voor Monumentenzorg, maar helaas werd de vergadering door de oorlogs-omstandigheden afgelast. Na de oorlog bleek gans de bundel van de geplande bijeenkomst spoorloos verdwenen. Wanneer Hector Vandevelde in '45 overleed, scheen alle hoop op bescherming verdwenen.

    Niet voor lang echter, zoon Leon werd gecontacteerd in de jaren '50 door de Provinciale Commissie voor Monumenten en landschappen. Mede dankzij zijn historische aantekeninggen belande het gebouw op 22 september 1958, tijdens de Expo 58, uiteindelijk toch op de lijst van beschermde monumenten.

    Restauratie?

    Het schipperskerkje in Leupegem, daterend uit de elfde eeuw en daarmee meteen één van de oudste gebouwen van de stad Oudenaarde, is in een erbarmelijke staat. Het kerkje, dat zich rechtover de parochiekerk bevindt, is nochtans als monument beschermd.



    Sinds 1958 ondernam men herhaaldelijke pogingen om het gebouw minstens bouwkundig gezond te maken.

    In 1990 leek er eindelijk schot in de zaak te komen. Er werd een samenwerkingsovereenkomst gesloten met het OCMW en het stadsbestuur om het " schipperskerkje " als eigendom over te dragen aan het provinciebestuur die de kosten van de restauratie op zich zou nemen. De provincie zou het gebouw vervolgens ter beschikking stellen van het Leupegemse vereningsleven als een soort cultuurheem. Dit ging echter niet door omdat de provincie het project beoordeelde als " te kleinschalig ".

    Vanaf 1990 hing de Heemkring Leupegem dikwijls aan de alarmbel voor het " kalkhuis ".

    In 2003, bij het verdwijnen van de heemkring was er echter nog geen resultaat geboekt.

    22 juni 2009 - Het OCMW van Oudenaarde heeft beslist om het beschermde schipperskerkje in Leupegem te restaureren. In een eerste fase werd gestart met enkele onderhoudswerken en met de opkuis van de verwaarloosde site. Intussen werd een restauratiedossier opgestart.

    Maar ondertussen zijn we in het jaar 2014 aanbeland en is er van restauratie nog altijd niets te merken.


    15-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nokere koerse.

                                 NOKERE KOERS

              'NOKERE KOERSE' VAN VLAAMSE KERMISKOERS TOT INTERNATIONALE SEMI-KLASSIEKER.





    De wedstrijd voor beroepsrenners in Nokere, de enige die de fusiegemeente rijk is, is sinds z'n ontstaan uitgegroeid van kermiskoers naar internationale semi-klassieker, waarnaar elke wielerfanaat ieder jaar opnieuw verlangend uitkijkt. Door de vlotte organisatie, een pak deelnemers en de massale publieke belangstelling groeide de oorspronkelijke kermiskoers na 60 jaar uit tot een rasechte Vlaamse semi-klassieker.

    Wat is 'Nokere Koerse'?

    Journalist Marc Dheedene verwoordde het in 1977 als volgt : "Nokere Koerse is een mini-uitgave van de Ronde van Vlaanderen en van de Waalse Pijl. Smalle wegen tussen rustige velden met kloeke boerderijen, verbaasde koeien en wegspurtende varkens, kasseien, wind en populieren. Een sereen Vlaams landschap waarin een veelkleurige rennersbende zich briesend en vloekend een weg baant".

    Hoe het allemaal begon : Jules Lowie
                    

    Jules Lowie, geboren te Nokere op 6 oktober 1913, was een Belgische wielrenner. Hij begon zijn carrière in 1935 en beëindigde deze in 1947. Dus slechts 12 jaar !

    Hij begon zijn carrière bij Genial-Lucifer, reed in 1942 voor Groene Leeuw, maar reed vanaf 1940 tot 1947 bij Mercier-Hutchinson.

    In 1935 werd hij als neo-prof meteen 7de in de Ronde van Vlaanderen, 3de in het bergklassement van de Ronde van Frankrijk en eindigde hij 5de in de algemene stand.

    In 1938 eindigde hij in la Grande Boucle als 7de. Datzelfde jaar won hij Paris-Nice en won ook de 2de etappe in Parijs-St.Etienne.

    In Paris-Roubaix van 1943 reed hij als eerste de vélodrome binnen, maar sneuvelde op een leeglopende tube achter Marcel Kint. Datzelfde jaar won hij ook de 3de etappe van de omloop van België.

    Hij overleed in Deinze op 2 augustus 1960. Hij was amper 46 jaar !

    Op zijn bidprentje staat: "Zo was hij als renner in zijn loopbaan : de nooit versagende helper, die alleen maar wilde delen in de roem van zijn meester."

    Uitslagen:

    1934 3e in Eindklassement Ronde van België, Onafhankelijken, België 1934 3e in Kampioenschap van Vlaanderen - Koolskamp, België 1934 3e in Hamme, België 1935 3e in 13e etappe deel a Tour de France, Nîmes (Languedoc-Roussillon), Frankrijk 1935 4e in 18e etappe deel b Tour de France, La Rochelle (Poitou-Charentes), Frankrijk 1935 5e in Eindklassement Tour de France, Paris (Ile-de-France), Frankrijk 1935 3e in Bergklassement Tour de France, Paris (Ile-de-France), Frankrijk 1937 3e in Paris - Brussel, België 1938 3e in 2e etappe Paris - Nice, Saint-Étienne (Rhone-Alpes), Frankrijk 1938 3e in 5e etappe Paris - Nice, Nice (Provence-Alpes-Cote d'Azur), Frankrijk 1938 1e in Eindklassement Paris - Nice, Frankrijk 1938 2e in 15e etappe Tour de France, Aix-les-Bains (Rhone-Alpes), Frankrijk 1940 2e in Ransart - Beaumont - Ransart, België 1940 3e in Kortrijk (b), België 1941 2e in Hansbeke, België 1941 3e in Kessel-lo, België 1941 2e in Ronse (b), België 1941 3e in Sint-Maria-Lierde (a), België 1942 2e in Kruishoutem (a), België 1942 1e in Sint-Martens-Lierde, België 1942 1e in Valkenburg, Nederland 1942 3e in Desselgem (a), België 1943 1e in 2e etappe Omloop van België, België 1943 2e in Eindklassement Omnium de la Route, Namur (Namur), België 1943 3e in 3e etappe Omnium de la Route, Namur (Namur), België 1943 2e in 2e etappe Omnium de la Route, Namur (Namur), België 1943 2e in Paris - Roubaix, Frankrijk 1943 1e in Merelbeke (b), Merelbeke (Oost-Vlaanderen), België 1943 3e in Merelbeke (a), Merelbeke (Oost-Vlaanderen), België 1944 1e in Olsene, België 1944 1e in Ruiselede, België 1944 3e in Sint-Niklaas, Criterium, België 1945 3e in Omloop van België, België 1945 1e in Nederzwalm, België 1945 3e in Circuit des régions frontalières Mouscron, België 1945 2e in Saint-Étienne, Frankrijk 1946 2e in 3e etappe Bordeaux - Grenoble, Montpellier (Languedoc-Roussillon), Frankrijk 1946 2e in Ename, België

    Supportersclub:

    In 1938 was er in Nokere reeds een fanclub opgericht voor de lokale renner Jules Lowie

    Kermiskoersen

    Door de Duitse bezetting werden tijdens de Tweede Wereldoorlog de meeste internationale wielerwedstrijden, zoals de Tour de France, niet gereden. Lokale organisatoren doken in het gat en begonnen met kermiskoersen. Zo ook in Nokere... Sportvereniging 't Levende Sport, Nokere

    Op nieuwjaarsdag 1944 wordt de sportvereniging 't Levende Sport boven de doopvont gehouden. De vereniging (gegroeid uit de fanclub van Jules Lowie) stelt zich tot enig doel jaarlijks een wielerwedstrijd te organiseren, een eerbetoon aan wielrenner Jules Lowie.

    Eerste kermiskoers in Nokere.

    Op 26 april 1944 schrijven niet minder dan 82 renners zich in voor de eerste Nokere Koerse, toen nog "de Grote Prijs Jules Lowie". August De Baere, die pas later het bestuur zal vervoegen, vertelt over deze eerste editie: "Wanneer wereldkampioen Marcel Kint ons belde om te vragen wat hij als startpremie in Nokere kon krijgen, moesten we hem antwoorden : "Niets". Toch kwam hij aan de start, reed bijzonder sterk en won.

    "Nokere Koerse" veroorzaakte een massale volkstoeloop. Tal van fabrieken stonden hun werknemers een dag vrijaf toe, boeren gaven elkaar rendez-vous op de koerse. Het inkomgeld bedroeg toen amper 10fr.

    In 1945, precies één jaar min één dag na de overwinning van Marcel Kint mag niemand minder dan Briek Schotte (zie foto) de lauwerkrans in ontvangst nemen.


    In 1946 kwam Jules Lowie als vijfde over de eindmeet van zijn eigen Grote Prijs; het jaar daarna zou hij na een zware val de fiets aan de wilgen hangen.

    In 1947, bij de vierde editie van "De Grote Prijs Jules Lowie" toont Berten Sercu zich de sterkste van 132 deelnemers.

    10 jaar sportvereniging 't Levende Sport, Nokere

    Op de viering van het tienjarig bestaan , in 1953, verheugt het bestuur zich over de aanwezigheid van diverse personaliteiten uit de wielerwereld. Niemand minder dan Karel Van Wijnendaele, de stichter van de Ronde van Vlaanderen, en Jules Lowie 'himself' zijn van de partij.

    Ter gelegenheid van dit lustrum wordt voor het eerst ook een wedstrijd voor beginnelingen georganiseerd. Tien jaar na zijn overwinning wordt Briek Schotte eervol tweede.

    In 1958 toont "El Toro" Arthur De Cabooter zich als echte Flandrien meester over een peloton van 91 vertrekkers.

    De aanleg van de "macadamweg" tussen "de Konijntjes en den Nieuwhoek" staat de organisatie van een wedstrijd in 1959 in de weg.

    " 't Levend Sport" verdwijnt, "Nokere Sport" komt.

    Gebeurtenissen in het begin van de jaren zestig brengen grondige wijzigingen met zich mee. Op 29 november 1962 dient de vereniging bij het gemeentebestuur een aanvraag in voor de organisatie van een "Koers voor Bromfietsen" op 1 mei 1963. Blijkbaar waren de meningen over het initiatief verdeeld.

    Als gevolg hiervan komt het tot een breuk binnen de bestuursploeg.

    Het gemeentebestuur weigert de aanvraag en dringt in zijn antwoord aan op "verruiming of vernieuwing van het bestuur".

    Door dit incident zal de vereniging bijna dertig jaar later de titel "Koninklijke" aan haar neus zien voorbij gaan.

    Wanneer in 1963 " 't Levende Sport" beslist er een punt achter te zetten, staat "Nokere Sport" reeds klaar om de fakkel over te nemen.

    De koers werd 'Nokere Koerse' genoemd.

    In 1966 wint Jaak De Boever , hij herinnert het zich alsof het gisteren was. "Op het fietspad naast de kasseiweg tussen Wortegem en Nokere kon ik in mijn eentje het tempo opdrijven. Jean Stablinsky, de oud-wereldkampioen, sakkerde en smeekte om hulp om het gat dicht te rijden. Het was verloren moeite".

    Rik Van Looy ontbreekt op de erelijst; toen hij in 1969 op weg was naar een bijna zekere zege, werd hij uit de koers gezet, omdat hij van ploegmaat Henri ‘Ritten’ De Wolf een wiel had aangenomen.

    Stoute tongen beweren dat Eddy Merckx ooit vóór café ’t Handelshuis aan de start stond. Dat is een fabeltje. Wel waar is dat zijn fameuze Bruine Garde, de Molteni’s, o.a. in 1971 op het appel waren. Toen won Eddy’s eerste luitenant, Herman Van Springel.

    Ook "Flandrien" Roger De Vlaeminck strijdt in 1972 op de kasseien van "Nokere Berg" om de zege.

    De deelname van Tourwinnaars Lucien Van Impe (meerdere keren), Bernard Thévenet (1976 en 1977), vijfvoudig tourwinnaar Bernard Hinault (1980)en Greg Lemond (1983) waren historische momenten.

    In 1994 won Aspernaar Peter De Clercq.

    Talrijke keren wordt in Nokere ook gestreden om de titel "Kampioen van Oost-Vlaanderen".

    Naar de UCI-kalender en de start vanuit Oudenaarde.

    Een goed onderbouwd dossier en ontelbare uren lobbywerk werpen hun vruchten af. Vanaf 1999 wordt Nokere Koerse een internationale 1.4 UCI-wedstrijd. Steeds meer buitenlandse renners laten zich inschrijven voor wat ooit als 'kermiskoers' van start ging. Niet alleen de pers, ook de internationale koerscommissarissen laten zich eens te meer lovend uit over de organisatie. Nokeraars hadden niets anders verwacht. Wie dacht dat de bestuursploeg hiermee aan het einde van z'n Latijn was, had buiten de waard gerekend.

    Ieder jaar opnieuw barst het kleine Nokere de dag van de 'koerse" uit zijn voegen. Ploegen, sportbestuurders, media en de ontelbare supporters, ze waren intussen te talrijk geworden om ze nog langer 'onder de kerktoren" te huisvesten. Zelfs in de herbergen was al lang geen plaats meer ..

    Andermaal ziet het bestuur het groots. In 2000, na onderhandelingen met sponsors, gemeente- en stadsbesturen wordt beslist Nokere Koerse te laten van start gaan op de Markt in Oudenaarde. Dit betekent voor deze parel van de Vlaamse Ardennen een extra troef en voor Nokere nog meer internationale uitstraling. Het unieke Oudenaardse stadhuis fungeert als ontvangstruimte voor de officials en ploegleiders. Ook het parcours wordt gewijzigd.

    Wanneer de renners voor het eerst de kasseien van de Nokeredorpstraat trotseren, hebben ze er al een ronde van 45 km door de Vlaamse Ardennen op zitten. Het succes kan niet uitblijven.

    In 2002 wordt Nokere Koerse op de UCI-kalender opgewaardeerd van 1.4 naar 1.3. 

    In 2005, wordt Nokere Koerse zelfs 1.1, waarmee Nokere Koerse behoort tot de top 8 van de Belgische wielerwedstrijden. Niemand van de schrijvende noch beeldende pers laat nog verstek gaan voor deze klassieker. Nokere Koerse is een feest voor de gewone man en de genodigden van de sponsors.

    Nokere Koerse, op zijn manier, het kleine Waregem Koerse.

    In 2011 gaat Nokere Koerse van start in Ronse. Het kostenplaatje voor het organiseren van een professionele wielerwedstrijd gaat elk jaar naar omhoog. Het bestuur gaat dan ook graag in op het bod van de Stad Ronse om Nokere Koerse binnen te halen als startplaats. Daarmee profileert Ronse zich nog meer als wielerstad.

    WINNAARS:

    De namen van vele winnaars doen nu nog een belletje rinkelen, ook bij de jongere wielerliefhebbers.

    Een greep uit de rijke zegelijst: ‘Zwarte Arend’ Marcel Kint (1944), ‘IJzeren’ Briek Schotte (1945), ‘Tic Tac Pontiac’ Wim Van Est (1952), Arthur ‘El Toro’ Decabooter (1958 en 1965), Kruishoutemnaar en Vuelta winnaar Frans De Mulder (1963), huidig adjunct-koersdirecteur Jaak De Boever (1966), dubbel Ronde van Vlaanderen winnaar Walter Godefroot (1967), ‘Monsieur Bordeaux-Paris’ Herman Van Springel (1971), tweevoudig wereldkampioen Freddy Maertens (1974), ex-kasseilegger en wereldkampioen Gerrie Knetemann (1981), pistier Etienne De Wilde (1987), Aspernaar Peter De Clercq (1994), olijke Jo Planckaert (1995), ‘three times (and) a lady’Hendrik Van Dijck (1996, 1997 en 2000), spurtbom Leon Van Bon (2007), en tenslotte Olympisch en wereldkampioen ploegenachtervolging op de baan Graeme Brown (2009).  

    En reeds voor de 69ste maal !!!

    Vorig jaar moest de wedstrijd wegens de slechte weersomstandigheden afgelast worden.

    Nu ziet het er heel wat beter uit met ook zeven World Tourploegen aan de start. En een parcours om U tegen te zeggen: Van de Grote Markt in Ronse gaat het via een grote lus langs Kluisbergen, Avelgem, Tiegemberg, Waregem en Wortegem, om zo na 80 km Nokere te bereiken, waar nog eens acht plaatselijke ronden (elk 15km) wachten op en rond Nokereberg. Een goed gebalde en pittige finale is dit !

    INKOMSTEN ALLERLEI !!!

    1)EIGEN CHAMPAGNE !!!


    Nokere koerse-Danilith Classic heeft ook dit jaar zijn eigen champagne. Een champagne met een eigen etiket en capsule en er zijn maar 1000 flessen beschikbaar. Veel verzamelaars zijn daar tuk op. De totale opbrengst van de verkoop ervan gaat naar de clubkas.

    2)VIP: Wil je er op 19 maart 2014 bij zijn als VIP, dan kan je een VIP-formule bestellen. Je krijgt er een 5-gangenmenu aangeboden en een gala-optreden van Laura Lynn.

    3) SPONSORING: zie affiche & NIEUWE NAAM: (sedert vorig jaar) Nokere koerse - Danilith classic en een nieuw logo !!!

    Het team Danilith (woningbouw)-Delmulle, Wortegem-Petegem is al 25 jaar trouwe hoofdsponsor van Nokere koerse. Dergelijke trouw verdient een eervolle vermelding. Dank zij een enorme financiële inspanning (=budget verdrievoudigd) werd die beslissing genomen.



    4) FEEST IN NOKERE: inkomgelden Ticketing-systeem: Inkom: € 5 ...een habbekrats.

    Op de flanken van de Poggio van Nokere staan de toeschouwers - rijen dik en pintje in de hand - de renners luidkeels aan te moedigen. De dorstige kelen lopen vol, de tapkranen leeg. Braadworsten geuren, bookmakers roepen, coureurs wroeten. Het samengaan van sportieve hoogstandjes, commerciële contacten en volksvermaak - dit alles op mensenmaat - is een garantie voor blijvend succes.

    Op naar de volgende editie!



    08-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gavere: 23 juli 1453-slag bij Gavere
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

                                         GAVERE

                                         Halfweg tussen Gent en Oudenaarde ligt Gavere.

    Keizer Karel V verhief het Land van Gavere in de 16e eeuw tot prinsdom aan de Schelde.




    Burchtmonument



    Als je naar deze gemeente Gavere rijdt, de Scheldebrug overbent, wordt je aandacht ongetwijfeld getrokken op links, op een burchtmonument, een aandenken aan een vroegere waterburcht aan de Schelde. Dit burchtmonument, in grijsblauwe Doornikse steen, werd onthuld op 18 juni 1994.

    Waterburcht

    Deze burcht werd gebouwd kort na 1048 dicht bij de Scheldeoever en bewoond door de Heren van Gavere. De heren van Gavere waren één van de oudste, vermogende en beroemdste geslachten van het graafschap Vlaanderen. Zij hadden zich gevestigd in Gavere en bewoonden er de waterburcht aan de Schelde. Zoals vele oude adellijke geslachten zouden de heren van Gavere verwant zijn aan Roland, een neef van Karel de Grote. Ze behoorden zo tot de hoogste adel van Vlaanderen

    De heren van Gavere slaagden erin hun gebieden uit te breiden en hun gezag aan de kleinere heren uit de omgeving op te dringen. Hun bezit reikte van het huidige Groot-Gavere tot de parochies Hermeigem, Meilegem, Munkzwalm, Nederzwalm, Paulatem, Sint-Denijs-Boekel, Sint-Maria-Latem, Wassene, Welden, de heerlijkheden Vinderhoute en Merendree en het graafschap Evergem. Ook in Henegouwen en het huidige Frans-Vlaanderen wisten de heren van Gavere machtsposities te verwerven via huwelijken en allianties.

    De heren van Gavere luisterden naar de naam Raas (I -jaar 1000- t.e.m. VIII -jaar 1300-).

    Op de achterkant van het monument vind je een bronzen 'zegel' die verwijst naar de beroemde heren Raas van Gavere.

    NB: =>In Gavere is er de Raas van Gaverestraat

            =>spotnaam Gaverlingen = de 'Koldragers', in de volksmond de 'Dikke Nekken'. Omdat er veel mensen zich hautain gedroegen, gelijk de heren van Gavere met col en plastron.

    Burchtmonument: opschrift ! 'Slag bij Gavere - 23 juli 1453-'

    Heemkundige Antoine Desmet Wij gingen naar meer uitleg op zoek en belandden bij heemkundige dhr Antoine Desmet, auteur van het boek 'De Slag bij Gavere'. Geschiedenis Dus terug naar...23 juli 1453... In 1449 kwamen de Gentenaars in opstand tegen de hertog van Bourgondië, Filips de Goede. Aanleiding: de hoge belastingen in hun stad.

    NB: Filips de Goede zat steeds in geldnood !!!

    Gent=de volrijkste, machtigste en grootste stad der Nederlanden

    Filips de Goede=de Grote hertog van het Westen!!!

    Begin juni 1453 besloot de hertog voorgoed met zijn lastigste tegenstrever (Gent) af te rekenen. Filips de Goede (1419-1467) en zijn zoon Karel hadden een beroepsleger (met sterk geoefende Bourgondische ridders) van 30.000 man verzameld en sloeg zijn kamp op nabij de waterburcht van Gavere en slaagden er al vlug in de waterburcht van Gavere te bezetten. Deze burcht was al 2 jaar bezet door een vijftigtal Gentenaars, maar enkele van hen slaagden erin ‘s nachts door de omsingeling te breken en Gent te bereiken. De Gentenaren vormden een leger vergelijkbaar qua aantal, maar zonder ervaring. De Bourgondische troepen namen stellingen in -met de zon in de rug!- op de weidse hoge kouters en in de kleine bosjes tussen de dorpen Semmerzake, Gavere en Vurste. Hun voorhoede zou de vijand tot de strijd dwingen nog voor deze zich goed en wel in slagorde had kunnen stellen. Na 3 uren wandelen in de brandende zon kwamen de Gentenaars op de vechtplaats aan, maar de winstkansen van de Gentenaars werden echter onmiddellijk gefnuikt toen hun artillerie werd vernietigd door een explosie. Een onervaren Gents wapenmeester liet per ongeluk een vonk vallen in het buskruitpoeder! Er ontstond paniek in de Gentse rangen!!! De Bourgondische ruiterij kon de vijandelijke linies doorbreken en versloeg de Gentenaars in de drassige Scheldemeersen te Semmerzake bij Gavere. Sommige Gentenaars vluchtten naar hun moederstad, maar velen werden ingehaald en afgemaakt of verdronken in de Schelde. Hun bloed kleurde de Schelde rood . Meer dan 15000 Gentse krijgers sneuvelden.

    Een Gentse keurgroep van ca.1000 man hield echter stand en trotseerde de vijandelijke stormloop nog uren maar ook zij werden tot de laatste man afgemaakt. Hun heroïsch verweer heeft evenwel Gent ongetwijfeld van de plundering en van de totale ondergang gered. Reeds ‘s anderendaags legde de hertog aan de Gentenaren zeer zware vredesvoorwaarden op. De politieke macht van de Arteveldestad over Vlaanderen was definitief gebroken.

    De Slag bij Gavere mag daarom een mijlpaal worden genoemd in de geschiedenis van Vlaanderen. Na deze slag onderwierp Gent zich door de ondertekening van de Vrede van Gavere aan de hertog van Bourgondië.

    De Gentenaars worden, en dat al sinds 1453, nog altijd niet graag herinnerd aan de Slag bij Gavere

    Slagveld='Rode Zee'

    Het slagveld kreeg in kronieken en historische documenten de naam ‘Rode Zee', door het vele bloed van de vele gesneuvelde Gentenaars.

    Dhr Desmet: ‘Ik hoop dat de ‘Rode Zee' snel een archeologische site wordt. Ik ben ervan overtuigd dat daar nog pijlen liggen van boogschutters en wapens van Gentenaars en Bourgondiërs. Misschien botsen we dan op sporen die direct verwijzen naar het bewuste jaar 1453...'

    Gentse krijger Valeir...monument

               

    In het parkje voor het Gemeentehuis Gavere herinnert het beeld van een Gentse treurende krijger aan deze voor Gent en West-Europa zo belangrijke krachtmeting. Het is een meesterwerk van de Gentse beeldhouwer Frans Tinel en het voetstuk is in Doornikse kalksteen, afkomstig van de resten van de Gaverse burcht. Het werd hier plechtig ingehuldigd op 9 augustus 1953.

    In de voet werd volgende tekst gebeiteld: Slag bij Gavere 23 juli 1453 Zij gaven hun leven voor vrijheid en volk

    Een Gentse krijger, iemand die als soldaat meevocht in de Slag bij Gavere...in de volksmond 'Valeir' genoemd, staat er met versteende blik en wat sip kijkend te staren. Valeir staat voor elke Gavernaar en hij is als dodenmonument nog een tastbare herinnering aan de Slag bij Gavere.

    Dit beeld is in Gavere beter bekend als " VALEIR VAN DE MOART ".

    De volksnaam “Valeir van de moart” en “Valeir” ontstond vanuit een zekere “gelijkenis” met Valeir Stevens, een Gaverse schrijnwerker.

    NB: Op 12 september 1954 werd ook in Semmerzake, op een hoek van het kerkhof, een herinneringsmonument onthuld. Het ontwerp hiervan is van architect André De Martelaere. Op de bronzen plaat die het werk is van de Gentse beeldhouwer Geo Vindevogel staat het volgende: "Op 23 juli 1453 in de velden van Semmerzake gaven duizenden Gentenaars hun leven voor de gemeentelijke vrijheden uit "Hou ende Trou"."

    Zijn beste vriend Valeir kijkt starend naar zijn vriend Flupke Fonteine, de monumentale in Doornikse hardsteen opgetrokken fontein aan het einde van de markt, die de datum 1781 draagt en gevoed wordt door de St.Amandus-bron.

    Toen het scheldedorp Gavere in 1726 grotendeels door brand werd vernield, besloot men na herhaald aandringen tot het bouwen van een fontein. Zij zou hulp bieden bij nieuwe branden en de inwoners van drinkbaar water voorzien. Louis Montoyer, bouwmeester in dienst van het Oostenrijks Gouvernement, tekende in 1780 het plan. Op de achterzijde van de fontein staat de datum 1781. Op twee zijden in een medaillon staan de letters S.P.Q.G. (= “Senaat en het Gaverse volk”).

    In 1983, na een flinke restauratie, greep er zelfs een fonteinfeest plaats. Sinds haar oprichting loopt de fontein winter en zomer en komen er dagelijks inwoners zich bevoorraden. Maar drinkbaar is dit helder water helaas niet meer. Een speciaal monument dat je maar in weinig gemeenten ziet.

    De marktfontein werd in 't Spelleke van Goavre tot leven gebracht en heeft de naam "Flupke Fonteine".

    't Spelleke van Goavre



    Flupke en Valeir zijn dan ook de twee centrale figuren in ''t Spelleke van Goavre', een satirisch poppenspel dat eind januari, vroeger in café De Halve Maan en nu in zaal 't Senter van Goavre op de Markt, wordt opgevoerd.

    Plaatselijke toestanden en gebeurtenissen worden er met humor, met satire en scherpe speldenprikjes aangehaald. Ieder Gavers voorval komt aanbod, zeker de Gaverse politici!!!

    Valeir van de moart wordt gespeeld door Mathieu De Clippele en Flupke Fonteine door Guy Van Hove.

    Reeds 25 'Spellekes van Goavre' werden opgevoerd.

    Of laat ons een Gaverling aan het woord: "Mee Flupke Fonteine en Valeir van de Moart, daddes poppekasse van de bovenste planke veur gruute menschen die ne kier wiln lachn mee de stuten van nen andren of van ulder eigen zelve."


               

    t Spelleke van Goavre’ bestaat dit jaar een kwarteeuw en dat zal niet ongemerkt voorbijgaan, want het Davidsfonds Gavere bracht een jubileumboek uit: "25 jaar 't Spelleke van Goavre"

    Maar...einde nabij!? zij zijn van plan om hiermee te stoppen!!!

    Beiden blijven wel Valeir en Flupke, figuren die in Gavere regelmatig in levende wijze te zien blijven op evenementen.

    Ondertussen werd er op Facebook reeds een pagina opgericht onder het motto: 'Spelleke van Goavre must go on.'

    Een stukje folklore...blijft het of niet...de toekomst brengt het antwoord!!!

    DVD

    Wie Valeir en Flupke nog eens aan het werk wil zien in 't Spelleke van Goavre zal naar de bibliotheek in Gavere moeten. De meeste van de 25 spellekes werden op DVD gebrand en blijven zo bewaard voor de geschiedenis.

    Valeir leeft in Gavere !

    Verder zijn er in Gavere allerlei Valeir-activiteiten; er is zelfs een Valeir-fietsroute (42 km) en Valeir-bieren (brouwerij Contreras, Gavere): Valeir blond, valeir donker, valeir divers en valeir extra. • En voor de vrouwen... Op basis van Valeir Blond en koffie-extract wordt een bier-koffielikeur met een alcoholpercentage van 18% gemaakt: Valeir Coffee.

    NB: ook het Valeirkeswater bestaat !!! Er zijn ook lekkere Valeir-koekjes en Valeir-pralines . Ook zijn beste vriend Flupke heeft producten op naam: Flupkoekjes en Flupchocolade. (Bakkerij Kris Demeyer, Gavere).

    Er is ook de... Confrérie van de nonkels en tantes van Valeir. =een feitelijke vereniging opgericht in april 1994, die de streekproducten van Gavere en het plaatselijk toerisme promoot. Deze vereniging is lid van de Hoge Raad voor Vlaamse Gastronomische Confrérieën. Hun jaarlijkse vaste bijeenkomst noemt 'het kapittel' en heeft plaats het laatste weekend van oktober of het eerste weekend van november, een gelegenheid waarop men telkens nieuwe tantes en nonkels, zelfs kozijns en neven, aanstelt.

    Andere evenementen: -aanwezig op markten en plaatselijke kermissen met standen met streekproducten -bijwonen van kapittels bij andere confrérieën (binnen-en buitenland) -inrichten van degustatieavonden (o.a. Maatjesfestijn) Slot:

    Voor de geocachers zijn er twee interessante geocachings die de inhoud van vandaag perfect samenvatten: -De Rode Zee met wandeling en zoekopdracht in Semmerzaakse kouters -Flupke en Valeir met wandeling en zoekopdracht in Gavere beiden verwijzend naar de tijd van toen!!!

    Met in de mand vele Valeir-koekjes en Valeir-bieren verlaten we welgezind Gavere, het prinsdom aan de Schelde.


    01-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ename: archeologische site

                                                      ENAME

    =een klein dorpje dat uitgroeide tot een dorp dat ver buiten de provincie, ver buiten ons land, gekend is als een toeristische trekpleister !

    Er zijn in Ename 4 historisch belangrijke plaatsen:

    1) OPENLUCHTMUSEUM of ARCHEOLOGISCHE SITE of RUINES VAN DE BENEDICTIJNENABDIJ

    Waar?

    Deze bevindt zich in de weiden langs de rechteroever van de Schelde, in een meanderbocht en heeft een oppervlakte van ongeveer 8 ha.

    Wie?

    Een groot team (15 mensen) staat in voor het verwijderen van aarde of graven van putten, aangevuld door opgravingen, zeven, wassen, nummeren, herstellen, catalogiseren en onderzoeken. In dit team zijn archeologen, antropologen en arbeiders, de meesten verbonden aan het IAP (Instituut voor het Archeologisch Patrimonium), de stad Oudenaarde en/of de Provincie. Meer dan 20 jaar opgravingen...

    Wat te zien?

    De opgegraven overblijfselen van de vroegmiddeleeuwse burcht, de handelsnederzetting en de benedictijnenabdij situeren zich hier. Alle funderingen van de abdij zijn prachtig gerestaureerd. We kunnen ons een goed beeld vormen over het kader waarin de mensen leefden van de 10de tot de 18de eeuw.

    Geschiedenis:

    De geschiedenis van deze abdij gaat terug tot het Verdrag van Verdun in 843. Het grote rijk van Karel de Grote werd, na de dood van zijn zoon Lodewijk de Vrome, opgesplitst in drie delen: West-Francië (later Frankrijk), het Middenrijk of Francië Media (Vlaanderen) en Oost-Francië (later Duitsland). De Schelde functioneerde toen als scheidingslijn tussen Vlaanderen (een leen van Frankrijk toen) en het Duitse keizerrijk. Dus tussen Media en Oost. Langsheen de Schelde werd een burcht gebouwd die de graaf van Vlaanderen en de Fransen over de rivier moest houden, wanten beiden toonden belangstelling voor de gebieden ten oosten van de Schelde. Men spreekt van 'Ottoonse burcht'. Vanwaar komt die naam? Deze Enaamse burcht werd ca.974 opgetrokken door markgraaf Godfried van Verdun (ook Godfried de Gevangene) en zijn vrouw Mathildis van Saksen en dit in opdracht van de Duitse keizer Otto II. Er kwam ook een burcht in Antwerpen langs de Schelde en in Valenciennes langs de Schelde. In Ename kwamen soldaten en kooplui. Een handelsnederzetting ontstond. Maar...tevergeefs ...want de burcht werd meer dan eens verwoest.

    Maar...vanwaar die Benedictijnenabdij?

    In 1047 nam graaf Boudewijn IV van Vlaanderen de burcht en het havenstadje in bezit. =einde aan een ongeveer 75 jaar durende belangrijke militaire rol voor Ename als keizerlijke grenspost aan de Schelde. Van 1063 tot 1795 vestigden de Benedictijnenmonniken (12 monniken + 1 abt) zich in de burcht en bouwden ze het om tot een abdij, een benedictijnenklooster, de St-Salvatorabdij. Hun opdracht: bidden + werken.

    Wat zijn Benedictijnen?

    Benedictijnen waren volgelingen van de zesde-eeuwse monnik Benedictus van Nursia (Midden-Italië). Hij schreef de Regel, waarin hij het leven in gemeenschap beschreef (o.a. de organisatie van de kloosters, de dagindeling, de onderlinge verhoudingen tussen de abt en de monniken, de dagelijkse maaltijden, de arbeid, ...) Die Regel wordt nu nog in benedictijnenabdijen gevolgd.

    Einde van de abdij...

    Regelmatig werd de abdij vernield, ook tijdens de Beeldenstorm. Na de Franse Revolutie schafte men alles af, werden de gebouwen met de grond gelijk gemaakt en de abdij werd een steengroeve !


    Hoe maken ze complexe en slechts gedeeltelijk bewaarde archeologische resten begrijpbaar voor een ruim publiek?

    Op het eerste zicht zien de bezoekers enkel en alleen een labyrint van deels bewaarde architecturale restanten. Dit zijn overblijfselen of funderingen van de Benedictijnenabdij. De overblijfselen van de vroegmiddeleeuwse handelsnederzetting (975-1050) zijn niet meer zichtbaar.

    Computertechnologie...EEN WERELDPRIMEUR !!!

    Om de bezoeker een levendig beeld te geven van het vroegere leven op de site, werd een nieuwe presentatietechniek ontwikkeld, Tijdsvenster genaamd.

    Wat is het Tijdsvenster?

    In september 1997 werd het systeem, Tijdsvenster genaamd, voor het eerst geïnstalleerd op de site van Ename. Een Tijdsvenster bestaat uit een videocamera, een computer, twee grote schermen en een aanraakscherm. De camera is gericht op een bepaald deel van de archeologische site (bijvoorbeeld de funderingen van de Benedictijnenkerk of Sint-Salvatorkerk). De computer reconstrueert op de funderingen de vroegere kerk en toont dit op een scherm. Hetgeen men ziet is de kerk: half-doorzichtig en driedimensioneel. Verder is er gesproken uitleg, zijn er animatiesequenties van de reconstructies en beelden van de opgravingen en vondsten wat samen een duidelijk en levendig beeld van de evolutie van de archeologische site doorheen het laatste millennium.

    Op die manier krijgen de mensen een beeld van de kerk en leren ze meer over de site en de mensen die er leefden.

    De behuizing biedt het systeem en de bezoekers bescherming tegen slecht weer.          

    Het oorspronkelijke concept van Tijdsvenster, ontworpen door John Sunderland, André De Clercq (Barco) en ir. Daniël Pletinckx, werd technisch uitgewerkt door IBM. De opdracht voor dit project werd gegeven door het Provinciaal Bestuur van Oost-Vlaanderen, en het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium van de Vlaamse Gemeenschap was verantwoordelijk voor de wetenschappelijke gegevens waarmee de computerreconstructies werden aangemaakt.


              

    Voorziene uitbreiding:

    Binnenkort worden bijkomende systemen geïnstalleerd op verschillende plaatsen rondom de opgravingen, om de bezoekers een zo volledig mogelijk beeld te geven van de geschiedenis van de site.

    Vanaf 2013: een vernieuwd tijdsvenster!

    Een aanraakscherm laat de gebruiker toe te kiezen uit programma's die verschillende aspecten van de Sint-Salvatorkerk belichten, zoals de inplanting, de historische evolutie, het archeologisch onderzoek. Spectaculair zijn de reconstructies. Men kan daarbij kiezen uit verschillende tijdsvakken. Wanneer men kiest voor de reconstructie in een bepaald tijdsvak, kan men rond en in de (virtuele) kerk lopen, en het interieur ervan zien. Aan de hand van een multimediavoorstelling met foto's, plattegronden en tekeningen krijgt men bovendien een beeld hoe men tot deze reconstructie is gekomen.

    Abdijleven:

    Wie de site van Ename onder bekwame begeleiding bezoekt, wordt zeker attent gemaakt op de haarden die zich op verschillende plaatsen in de abdij bevonden. Rond 1180 leverden een twintigtal boeren uit Hellebecq (Henegouwen) regelmatig karrevachten hout die moesten afgeleverd worden op de herenhoeve van de monniken. Later, vanaf eind 12de eeuw, heeft de abdij geprobeerd om meer en meer zelf gronden te verwerven. Soms kregen ze ook grond cadeau van de graaf van Vlaanderen. Daar werd dan turf gestoken dat diende voor de verwarming. Veel warmte gaf dit echter niet !

    TOEKOMST: HERAANLEG VAN DE ABDIJTUINEN + ABDIJGRACHTEN

    Omwille van de wetenschappelijk belang van de site Ename, werd de beslissing genomen om een terrein van ca. 6 ha vrij te houden voor later archeologisch onderzoek. Toekomstige wetenschappers krijgen op die manier de gelegenheid om ten minste een deel van de site te kunnen onderzoeken. Het grootste gedeelte van dit gebied strekt zich uit ten zuiden van de abdij waar de middeleeuwse tuinen gesitueerd waren. Historische tuinen uit de Karolingische periode tot de 18de eeuw zullen hier aangelegd worden. De abdijgrachten zullen eveneens gereconstrueerd worden. middeleeuwse groententuin 18de-eeuwse geometrische tuin Middeleeuwse kruidentuin Hoogstam-boomgaard Kweekvijvers voor vis


                        

    Onderscheidingen:

    Sinds de inhuldiging in september 1997, viel het Tijdsvenster te Ename reeds tweemaal in de prijzen. Het project ontving in januari 1998 de Gouden Scarabee voor de beste archeologische presentatie in de Benelux, en werd in september 1998 bekroond met de Vlaamse Monumentenprijs 1998.

    BEZOEK

    Het archeologisch park is dagelijks gratis toegankelijk. Het tijdsvenster in het archeologisch park is open tijdens het toeristisch seizoen. (1 april tot 31 oktober) Geopend: dinsdag t.e.m. zondag : 9.30 uur - 16.30 uur SPONSOR: De benedictijnenmonniken begonnen in 1063 aan de eerste brouwactiviteiten in de abdij. Er werd zelfs verwezen naar hopvelden in de buurt van Oudenaarde. Dit avontuur was van vrij korte duur, want tijdens de Franse Revolutie werd alles met de grond gelijk gemaakt.

    Met de paters verdween dus ook het abdijbier... of toch niet... Op de site van de ruïne staat inmiddels een museum waarvan Brouwerij Roman sinds 1990 zogenaamde lekensponsor is. Ter gelegenheid van een openluchtspektakel in de ruïnes in 1990, brouwde Brouwerij Roman voor het eerst een dubbel-en tripelbier onder de naam 'Ename'. Later, in 1997, kwam er ook een blonde versie bij en in 2002 een Ename Cuvée 974 (=stichtingsdatum van Ename). Op die manier neemt Brouwerij Roman actief deel aan de culturele activiteiten rond de Enaamse ruïne en draagt ze haar financieel steentje bij.

    Er is echter meer in Ename !!!

    2)PAM of provinciaal archeologisch museum Ename

    In Ename bevindt zich ook het provinciaal archeologisch museum of pam Ename.          

    Het 'Provincaal Archeologisch Museum' (pam) Ename is gevestigd in het historische Huis Beernaert, naast de Sint-Laurentiuskerk en werd geopend in september 1998. Alles wat men vond op de site is hier terug te vinden. Je ontdekt het museum als individuele bezoeker met of zonder audiogids, je wordt er een echte tijdsdetective, je ziet de oude abdij of het dorp verrijzen met een druk op een knop, ... Beleven, leren, ontspannen, je laten verrassen... Het kan allemaal in Ename ! Je kan er zelfs koken en eten zoals vroeger in de abdij ! Ook is er een speciale zaal met feesttafel, met daarrond verschillende mensen uit Ename. Deze kunnen terug tot leven komen en vertellen dan hun verhaal uit hun tijd. M.a.w. een belevingsmuseum.

    NB: Het pam Ename werd genomineerd voor de Museum of the Year Award 2001 Het museum zelf is heel sterk gelinkt aan verschillende locaties in Ename (de archeologische site, de kerk, het bos) maar ook aan haar inwoners. Naast het vaste museumaanbod zijn er tijdens het jaar op verschillende tijdstippen allerlei activiteiten, al dan niet mee georganiseerd met de hulp van lokale verenigingen. Een korte opsomming:de jaarlijkse Museumnacht, de tweejaarlijkse openluchttentoonstelling Ename Actueel, de concerten in de Sint-Laurentiuskerk, ... Unieke tentoonstelling (10 mei-30 november 2014) "De erfenis van Karel de Grote (814-2014)" kadert in een Europees project, "Cradles of European Culture", een samenwerkingsverband van 26 erfgoedinstellingen, musea en universiteiten uit 10 landen.


    Bezoek Het museum is doorlopend open van dinsdag t.e.m zondag: 9.30 uur - 17 uur. Gesloten op maandag en van 25 december tot en met 2 januari.

    3)Sint-Laurentiuskerk

    Deze kerk is het enige gebouw in Ename uit de 10de eeuw, uit de Ottoonse periode, dat overeind gebleven is ! Het is een vroegromaanse kerk gebouwd in Ottoonse stijl. Herman van Verdun, toen markgraaf van Ename, liet de kerk bouwen om aan de Duitse keizer zijn trouw te tonen. Een kerk van meer dan 1000 jaar oud !!! Binnenin prachtige Byzantijnse fresco's en opvallend: 2 koren. Een Duits en een Italiaans koor. Reden: Otto II, de Duitse keizer, verbleef veel in Italië.

    4) Bos 't Ename

    Het bos was in het verleden verbonden met de havenstad Ename en later met de abdij. De moeite waard voor natuurliefhebbers en wandelaars, met nu nog altijd zichtbare sporen van eeuwenlange menselijke bedrijvigheid.


    22-02-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Parike: Walmke Brand
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


                               VUURFEESTEN



    GERAARDSBERGEN:

    Na de Krakelingenstoet, de zegening van de krakelingen, het visjesdrinken en de krakelingenworp volgt ’s avonds traditioneel de Tonnekensbrand.

    Wat mogen we ons daar bij voorstellen?

    Tonnekensbrand, een vuurfeest Om klokslag 20 u wordt op de top van de Oudenberg een 'stropop' (=een met stro omwikkelde mast) aangestoken. Het licht en de warmte van het vuur zorgen dan voor een heel bijzondere sfeer. Terwijl het vuur brandt, wordt ook gevolksdanst. Dit jaar: volksdansen door de volkskunstgroep Nele uit Grimbergen. Op de Oudenberg worden dan brandende fakkels aan de omstaanders uitgedeeld en die brengen het vuur naar de Markt, waar de kermismolens op volle toeren draaien. Zij brengen het vuur zo naar het centrum van de stad.

    Symboliek-Herkomst Tonnekensbrand? ---> diverse sagen:

    Sage 1: Drie broers die woonden in Assche, Hunnegem en Pamel (Ledeberg) hadden veel ruzie met hun buren. Ze sloten een overeenkomst om elkaar te helpen in geval van nood door op een heuvel rond Geraardsbergen een vuur aan te steken. Dit werd jaarlijks herdacht: aansteken van een pekton, drinken van wijn, eten van brood met zout (=beeld van blijvende vriendschap) en koeken werpen naar het vok (meeeten was akkoord gaan met het contract)

    Sage 2: herinnering aan de vermenigvuldiging van de broden uit het Evangelie: Jezus spijsde 5000 man met 5 broden en 2 vissen

    Sage 3: volk rondom de stad stak vuren aan als het zich voorbereidde op een strijd

    Sage 4: overblijfsel van een heidens offerfeest bij de Kelten. In oorsprong werd met dit gebruik de winterkou verjaagd, om zo de lente te verwelkomen. en om een goede oogst te bekomen . Die gunst werd gevraagd aan Ceres, de godin van de oogst, bij de Kelten. Zij vereerden vuur en zon als afgoden. Er waren vreugdevuren en er werd wijn gedronken met visjes uit de bron om ook de watergodin te vieren.

     NB: jaren later bekeerde het volk zich tot het christendom, maar paus Gregorius de Groote vroeg om niet te ruw te handelen tegen die feesten, maar alles te bewaren en te verchristelijken.

    Vuurfeesten in de deelgemeenten van Geraardsbergen:

    In de omliggende gemeenten wordt de Tonnekensbrand met een kleiner vuur beantwoord. Dit jaar wordt vanuit niet minder dan zes deelgemeenten een vreugdevuur gedeeld: Grimminge Moerbeke Schendelbeke Viane Waarbeke-Nieuwenhove Zarlardinge. =beantwoorden van Tonnekensbrand op de Oudenberg, Geraardsbergen.

    Vuurfeesten in de aanpalende dorpen:

                                  PARIKE

    Parike is een dorp gelegen in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen, in de Vlaamse Ardennen en is een deelgemeente van Brakel.

    Parike ligt langs de gewestweg Brakel-Geraardsbergen en de verkeersdrukte langs die weg heeft ervoor gezorgd dat het gehucht in de tweede helft van de 20ste eeuw zienderogen is gegroeid.

    Parike heeft een oude geschiedenis. De eerste bronnen dateren van 866. Toen was de nederzetting niets meer dan een veredelde straat, enkele woningen langs een weg. Parike beleefde zijn zwartste dag in 1453 toen het door de Gentenaars werd platgebrand. Net als Geraardsbergen was Parike in opstand gekomen tegen de Bourgondische hertog Filips De Goede. Het is aan dit voorval dat Parike zijn bijnaam 'Het verbrande dorp' te danken heeft.

    Oorsprong van de naam Parike

    Iemand met veel fantasie dacht dat de naam Parike voortkwam van 'pa' en 'rike', dus iets van 'een rijke pa'.

    Volgens ene Gysseling gaat de naam waarschijnlijk terug op de naamgeving van een nederzetting 'Parnankom' uit de tijd voor de Germanen.

    Anderen legden een verband met het Indo-Europees: par of per of perk. Dus zou Parike dan 'een door sparren of balken afgesloten ruimte' betekenen.

    Walmkenbrand:

    Nu kennen we Parike vooral als het dorp van Walmkenbrand. De laatste zondag van februari (dit jaar 23 februari) ontsteken de Parikenaars een groot vuur op de Molenberg. De mensen willen op rituele wijze de natuur voorbereiden op de nieuwe landbouwactiviteiten: het ploegen en het zaaien, om zo een goede oogst te bekomen en uiteindelijk om hongersnood te voorkomen. Met het feest gaven ze ook uiting aan hun vreugde en opluchting omdat de winter op zijn einde liep en de lente, het licht, op komst was. Voor een bevolking die hoofdzakelijk van de landbouw leefde en geen gedrukte kalender had, was dit het sein dat het werk op het veld stilaan kon hervat worden.

    Het hoofddoel van de Walmkebrand is enerzijds het lokaal gemeenschapsgevoel te stimuleren en anderzijds het vroegere gebruik in ere te herstellen binnen het kader van de erkenning als Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap en van de opname van het feest op de Representatieve lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid van Unesco.

    Als het Tonnekensbrand in Geraardsbergen in de fik gaat dan wordt dat vanuit Parike beantwoord met het Walmkenbrand. Altijd leuk, zo'n fik.

    Bovendien wordt er door de menigte rond het vuur gedanst en gezongen: HET WALMKENBRAND-LIED:

                                             Walmke, walmke brand, Zeven zakken op 't dagwand. Veel koren, weinig kruid met Pasen is de vasten uit.

    Verduidelijking van het lied:

    Maar...wat is 'een walmke'??? Een walmke is een brandende fakkel (strobundels aan hopstaken gebonden)

    Wat is 'een dagwand'??? Een dagwand is een oude oppervlaktemaat. Het is de oppervlakte die door een boer met een ploeg getrokken door een os in één dag kan geploegd worden. Het is ongeveer een derde van een hectare.

    Wat is 'kruid'??? Met kruid wordt hier onkruid bedoeld. Van Walmke brand naar...

    Het walmkebrandpad

    Een wandeling van 12km langs landelijke wegen in en rond Parike. Parkeer de wagen aan de Sint-Lambertuskerk, want daar start de wandeling. De route wordt uitgegeven door VVV Brakel, is duidelijk bewijzerd, maar kan ook gedownload worden voor het GPS-toestel.

    Is deze wandeling te lang...geen nood...

    Parike nodigt uit op 23.02.2014: Nodig: aangepaste kledij en schoeisel een gegidste winterwandeling langs rustige wegen, een fakkeltocht, met om 20u het aansteken van het vuur 'Walmke Brand'; sfeervolle muziek, een hapje en een drankje en uiteraard ook een gezellige babbel.

    Of wil je er nog vroeger bij zijn:

    Om 8u30 's morgens wordt de stapel reeds rechtgezet. Helpende handjes zijn steeds welkom!!!


    DEFTINGE

    Deftinge is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Lierde. Het dorp telt ongeveer 2.000 inwoners. Het dorp ligt in de Denderstreek en de Vlaamse Ardennen, in een sterk golvend landschap met hoogtes die variëren van 30m tot 70m. Ook in Deftinge wordt er zondag een vreugdevuur aangestoken, achter de kapel van het Muizenhol op het kruispunt van de Ottergemstraat met de Kruisstraat. Daar schiet men zondag eerst een vuurpijl af die 80 meter hoog gaat. De Deftingenaars willen het Tonnekensbrand zelfs de loef afsteken door met een kraan een vuurkorf hoger te hijsen dan het vuur in Geraardsbergen.

    Andere vuurfeesten te Schendelbeke, te Zarlardinge, te Waarbeke:



                              

    15-02-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geraardsbergen: krakelingen & Tonnekensbrand
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

              GERAARDSBERGEN: oude volksgebruiken !



    Op één en dezelfde dag, namelijk zondag 23 februari 2014, viert Geraardsbergen, gelegen aan de Dender en tegen de Oudenberg (met de Muur), tweemaal feest:

    1) Krakelingen (met de historische stoet en de krakelingenworp)

    2) Tonnekensbrand




    'Eeuwenoud dubbelfeest'... hoe oud?

    De oudst bewaarde stadsrekening is van 1393 en vermeldt reeds de onkosten voor het vuurfeest Tonnekensbrand, dat toen ook al door het stadsbestuur georganiseerd werd en toen reeds een oud gebruik genoemd werd. Sindsdien vinden we de bewijzen van zowel Krakelingen als Tonnekensbrand ononderbroken terug in de stadsrekeningen, met uitzondering van de godsdienstoorlogen in de 16e eeuw en de Eerste en Tweede Wereldoorlog.

    Sage omtrent de oorsprong van het Krakelingenfeest

    Sedert het begin van de 19e eeuw wordt gewag gemaakt van een historische sage rond de oorsprong van het Krakelingenfeest. Toen Geraardsbergen in 1381 door het leger van de graaf van Vlaanderen, onder leiding van Walter van Edingen, omsingeld werd en met uithongering bedreigd, zou het stadsbestuur een list bedacht hebben om aan de bezetting te ontkomen: de laatste resten brood en haring werden als "teken" van overvloed over de stadsmuur gegooid en de belegeraars dropen ontmoedigd af... In de historische stoet wordt deze sage getoetst aan de historische realiteit, die voor Geraardsbergen veel minder fraai was: de stad werd in een mum van tijd ingenomen en verwoest. De sage blijft evenwel hardnekkig verder leven. Feit is dat datzelfde jaar (eind 1381) Walter van Edingen gedood werd door de Gentenaars, aangevoerd door een Geraardsbergenaar!!! Loontje komt om zijn boontje...

    Zo’n krakeling, wat is dat eigenlijk?

    Krakelingen worden ook wel mastellen genoemd. Het zijn kleine, ronde broodjes waar in het midden een gaatje in zit. Krakelingen maken is behoorlijk arbeidsintensief en vraagt wel enige vaardigheid. Om de typische vorm te bekomen moet het deeg namelijk op een bepaalde manier gemanipuleerd worden. Door op de juiste manier aan beide kanten de wijsvinger in het deeg te steken en daarna een draaibeweging te maken, krijg je de karakteristieke opening in het midden. De krakeling is dus een ringvormig broodje van 10 cm diameter.

    Deze vorm verwijst naar een cultusbrood, dat de cyclus van de seizoenen of van het leven symboliseert.

    NB: spotnaam inwoners Geraardsbergen: Geraardsbergse Mastelleneters

    Historische stoet

    Op zondag 23 september om 15 u start aan de Romaanse kerk van Hunnegem een historische stoet met:

    1) als ene deel de 25 eeuwen geschiedenis van Geraardsbergen

    2)als ander deel een jaarlijks ander centraal thema. Dit jaar: WO I 'Geraardsbergen anno 1914'


    Meer in detail:

    Deel 1: 25 eeuwen geschiedenis van Geraardsbergen: Voorop lopen de deken en het stadsbestuur in historische kledij. De circa 1000 figuranten zijn grotendeels lokale vrijwilligers die, al dan niet in school- of verenigingsverband, zich jaarlijks inzetten voor de uitbeelding van de historische stoet. Hierin treden historische feiten (Keltische elementen en de nederlaag van Geraardsbergen tegen het leger van de graaf van Vlaanderen o.l.v. Walter van Edingen) in dialoog met de sagevorming rond de oorsprong van de feesten.

    Deel 2: thema WO I 'Geraardsbergen anno 1914': Alle overlevende oorlogshelden van toen hebben intussen het tijdelijke voor het eeuwige ingeruild, sommigen namen de ellende van de loopgraven mee in stilzwijgen, anderen getuigden en overtuigden dat ‘nooit meer oorlog’ het enige antwoord kon zijn. Als eerbetoon aan al die moedige mensen, soldaten en burgers koos men voor dit thema.

    Bijkomende aktiviteit:

    Klaprozen voor vrede Klaprozen voor Vrede vzw is een vrijwilligersorganisatie die het vredesproject van keramiste Anita Huybens verder zet. Vrijwilligers maken klaprozen in keramiek en staan ook in voor de verkoop ervan. De creaties zijn gedurende de hele maand februari te bewonderen in verschillende etalages in het handelscentrum van Geraardsbergen, en zijn ook te koop . Een belangrijk onderdeel van hun engagement bestaat er eveneens in het publiek te sensibiliseren voor de problematiek van oorlog, geweld en verminking. De klaproos verwijst naar de gesneuvelden van de eerste wereldoorlog. Een veld keramieken klaprozen dat tijdens een evenement wordt opgesteld, is dus niet alleen een artistiek project maar het is eveneens een krachtig symbool voor het protest tegen de waanzin van oorlog en de gevolgen ervan.

    De integrale opbrengst van de verkoop van de klaprozen gaat naar twee organisaties: grote klaprozen (50 €) worden verkocht ten voordele van het ontmijningsproject van Apopo (training van Afrikaanse reuzenhamsterratten om landmijnen op te sporen); de verkoop van de kleine klaprozen (15 €/stuk of 45 €/trio) helpt de Palestijnse Circusschool te financieren (aankoop van materiaal , vervoer van de kinderen en het materiaal, installaties , organisatie van jaarlijks zomerfestival en -tournee op de westelijke Jordaanoever).

    U kan de klaprozen aankopen in het Toeristisch Infokantoor De Permanensje, Markt

    Tolk gebarentaal voor Krakelingenstoet

    Ook dit jaar is de stoet toegankelijk gemaakt voor mensen met een auditieve beperking.

    De commentaar bij de stoet zal getolkt worden door een tolk Vlaamse gebarentaal. Op die manier wil het stadsbestuur er voor zorgen dat ook doven en slechthorenden zich makkelijk kunnen inleven in de stoet.

    Vanaf 15u zijn plaatsen voor mensen met een auditieve beperking voorbehouden aan het podium voor het stadhuis op de Markt.

    Wat na de stoet?

    Na de stoet trekken de druïden, de deken, het stadsbestuur, de broodmandendragers en duizenden toeschouwers naar de top van de Oudenberg (110 m).

    In de kapel bidt de deken (de geestelijke overheid) ,samen met het stadsbestuur (de wereldlijke overheid), tot O.L.Vrouw in de Oudenbergkapel en zegent er de ‘krakelingen’.

    Daarna is het tijd voor het visjesdrinken. Dat houdt in dat de deken, de burgemeester, de schepenen en de gemeenteraadsleden in het gezelschap van de druïden een slok wijn (=symbool van feestvreugde en verbroedering) drinken waar een visje in zwemt (=symbool van het nieuwe leven). Daarbij wordt een brede beker uit zilver gebruikt, die al 400 jaar oud is.

    Dit laatste gebruik werd in 1997 door de dierenrechtenorganisatie Gaia aangeklaagd maar het stadsbestuur werd door de diverse gerechtelijke instanties in het gelijk gesteld.

    En daarna de... Krakelingenworp (in de volksmond "Mastellenworp")

    De menigte neemt plaats rond het podium en het stadsbestuur gooit dan van op het platform krakelingen naar de toeschouwers. Het zijn circa 10000 gemaakt volgens het aloude recept door de plaatselijke bakkers. Bedoeling is om zoveel mogelijk krakelingen te vangen. Maar... Eén aanwezige wint ook de Gouden Krakeling.

    Hoe zit dat precies?

    De Gouden Krakeling is gouden juweel in de vorm van een mastel. Om het sieraad te winnen moet je die ene krakeling vangen waar een officieel documentje in verstopt zit. Dit document wordt voor de worp door de stadssecretaris opgesteld en in twee geknipt. Vervolgens maakt men in één van de 10.000 mastellen een opening en stopt men daar één van de papiertjes in. Die mastel gaat daarna weer bij alle andere krakelingen. Het is dus zeker niet zo dat het broodje dat recht geeft op de Gouden Krakeling door de stadssecretaris zelf naar de menigte wordt gegooid. Als dat het geval zou zijn, zou iedereen namelijk in zijn/haar buurt willen staan. Om ervoor te zorgen dat niemand kan vals spelen, houdt de schepen van Feestelijkheden de andere helft van het document op zak. Zo kan na de worp gecontroleerd worden of beide helften wel echt bij elkaar passen.

    De Gouden Krakeling werd voor het eerst uitgereikt in 1968. Een plaatselijke juwelier had het jaar daarvoor zelf aangeboden om het sieraad te schenken.

    Sinds 1990 wordt het juweel ieder jaar door een andere lokale juwelier ontworpen en vervaardigd.

    Na de Krakelingenworp volgt ’s avonds traditioneel de Tonnekensbrand.

    Tonnekensbrand, een vuurfeest.

    Wat mogen we ons daar bij voorstellen?

    Om 20 u wordt op de top van de Oudenberg een stropop (=een met stro omwikkelde mast) aangestoken.

    In oorsprong werd met dit gebruik de winterkou verjaagd, om zo de lente te verwelkomen. Het licht en de warmte van het vuur zorgen dan voor een heel bijzondere sfeer. Terwijl het vuur brandt, wordt ook gevolksdanst.

    In enkele omliggende gemeenten wordt de Tonnekensbrand met een kleiner vuur "beantwoord".

    Op de Oudenberg worden dan brandende fakkels aan de omstaanders uitgedeeld en die brengen het vuur naar de Markt, waar de kermismolens op volle toeren draaien. Zij brengen het vuur zo naar het centrum van de stad.

    Symboliek-Herkomst Tonnekensbrand?

    ---> diverse sagen:

    Sage 1: Drie broers die woonden in Assche, Hunnegem en Pamel (Ledeberg) hadden veel ruzie met hun buren. Ze sloten een overeenkomst om elkaar te helpen in geval van nood door op een heuvel rond Geraardsbergen een vuur aan te steken. Dit werd jaarlijks herdacht.

    Sage 2: herinnering aan de vermenigvuldiging van de broden uit het Evangelie: Jezus spijsde 5000 man met 5 broden en 2 vissen

    Sage 3: volk rondom de stad stak vuren aan als het zich voorbereidde op een strijd

    Sage 4: overblijfsel van een heidens offerfeest (om een goede oogst te bekomen) aan Ceres, de godin van de oogst, bij de Kelten. Zij vereerden vuur en zon als afgoden. Er waren vreugdevuren en er werd wijn gedronken met visjes uit de bron om de watergodin te vieren.

    NB: jaren later bekeerde het volk zich tot het christendom, maar paus Gregorius de Groote vroeg om niet te ruw te handelen tegen die feesten, maar alles te bewaren en te verchristelijken.

    Een grootschalig evenement zoals het Feest van Krakelingen en Tonnekensbrand organiseren lukt natuurlijk niet zonder geld.

    Moet het Krakelingencomité in de loop van het jaar veel tijd steken in het zoeken naar middelen?

    Nee, op dat vlak hebben we gelukkig de volle steun van het stadsbestuur van Geraardsbergen. Voor de kosten die de organisatie van het feest met zich meebrengt, kan een beroep gedaan worden op de stadskas.

    Zelf zetten alle leden van het Krakelingencomité zich trouwens 100 procent vrijwillig in en werken dus allemaal volledig onbezoldigd.

    Goed om weten...

    Het Feest van Krakelingen en Tonnekensbrand staat sinds 2008 op de Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed Vlaanderen en werd in 2010 door Unesco opgenomen op de Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid.

    KRAKELINGENLIED:

    'Mastellen zan rondellen' - componist: Alain Mertens - Le grand Sextuor ------> te beluisteren: op YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=6G9vsAV5qaM

    Te onthouden:

    Tonnekensbrand hoort thuis in een bredere traditie van voorchristelijke vuurfeesten en vormt het laaiende orgelpunt van het hele Krakelingengebeuren. Vanaf 19.30u kan je op de Oudenberg genieten van volksdansen door volkskunstgroep Nele (Grimbergen). Om klokslag 20u wordt een pekton aangestoken om de nieuwe lente te verwelkomen. In de omliggende gemeenten wordt de Tonnekensbrand met een kleiner vuur beantwoord: Walmkebrand. Dit jaar wordt vanuit niet minder dan zes deelgemeenten een vreugdevuur gedeeld: Grimminge, Moerbeke,Schendelbeke, Viane, Waarbeke-Nieuwenhove, Zarlardinge. Ook in de aanpalende dorpen Deftinge en Parike zal een gelijkaardig Walkesbrand doorgaan. Op de Oudenberg worden brandende fakkels aan de omstaanders uitgedeeld. Deze brengen het vuur naar het stadscentrum, waar de kermismolens op volle toeren draaien.


    08-02-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oudenaarde: Hanske De Krijger
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

                          OUDENAARDE: de oudste inwoner: HANSKE DE KRIJGER

    Inleiding: Waar? Wie?

    Vroeger liep ik school aan het destijds genoemde O.L.Vrouwecollege in Oudenaarde. Dagelijks passeerde ik het stadhuis en dagelijks werd mijn aandacht getrokken op dat ventje bovenaan. Al vlug wist ik dat dit Hanske de Krijger was en dat Hanske de Krijger bij Oudenaarde hoort zoals de zon bij de maan hoort en alle Oudenaardisten nauw aan het hart ligt. Meer echter niet... Nu ik groot ben ben ik gaan uitzoeken wie dat gouden fiere mannetje, boven op de kroon van de belforttoren van het stadhuis, eigenlijk is en ontdekte ik al vlug dat hij verbonden is met heel wat vertellingen.

    Zo vertelt één van de legendes:

    Op een zekere dag wou keizer Karel de stad Oudenaarde met een bezoek vereren. De stad was feestelijk versierd en het volk was in dichte drommen afgezakt. Een edelman die veel gelijkenis met de keizer vertoonde, werd per vergissing door de stadswachten aangemeld. De schepenen die de stoet opwachtten bij de stadspoort, begeleidden de heer naar het stadhuis. Maar toen de keizer zelf voor de poorten verscheen, was er niemand om hem te verwelkomen. De keizer nam deze onhoffelijkheid niet erg kwalijk, maar om aan het voorval te herinneren deed hij boven het stadswapen een bril aanbrengen. Een ander verhaal doet de ronde: Toen keizer Karel V Oudenaarde bezocht had de zestiende-eeuwse vaandeldrager en stadswachter Hanske de Krijger die op uitkijk stond hem niet zien aankomen. Hanske de Krijger zou toen in slaap zijn gevallen omdat hij te veel Oudenaards bier had gedronken. Bijgevolg stond de keizer voor gesloten poorten. De keizer zou de stad aangeraden hebben een bril te kopen voor de stadswachter, vandaar de bril in het logo en wapenschild van Oudenaarde.

    Iets meer over het beeld...

    Wat ook...de Oudenaardse zilver-en goudsmid Blansterins {Blanstrein} vervaardigde in 1530 het mooie beeld van Hanske de Krijger, de volksheld van de stad Oudenaarde en men plaatste het, in 1538, bovenop de belforttoren van het stadhuis (boven de stenen versie van Karels keizerskroon), zodanig dat hij voortaan, vanop het hoogste punt van de stad, alles goed kon opvolgen. Het beeld is 2m hoog en in het brons vervaardigd en met bladgoud belegd. Hij draagt het historische kostuum van een Spaanse soldaat, een 16de eeuwse militaire klederdracht. In zijn rechterhand draagt hij het stadsvaandel met wapenschild van de stad.

    Waarom een Spaans uniform?

    In de 16de eeuw had keizer Karel een zeer groot koninkrijk. Men zei: 'In zijn rijk gaat de zon nooit onder!' (Als het in Madrid nacht is, dan is het in de Filipijnen dag.) Hij is opgegroeid in de Nederlanden, maar wist zijn rijk verder uit te breiden. Zijn zoon Filips II groeide op in Spanje, vandaar dat men spreekt over de Spaanse Nederlanden. Vandaar ook veel aanwezigheid van Spaanse krijgers in onze streken.

    Waarom kwam keizer Karel V zoveel naar Oudenaarde?

    Keizer Karel was een vrouwengek. In Oudenaarde kwam hij vooral voor de weversdochter Johanna Van der Gheynst. Hij kreeg er een dochter bij: Margaretha van Parma. Deze groeide tot haar 10de jaar op in Oudenaarde, daarna in Italië. Omdat zij onze taal goed kende werd ze later door haar broer Filips II van Spanje aangesteld als landvoogdes der Nederlanden.

    Restauratiewerken:

    Meermaals werd Hanske de Krijger voor een restauratiebeurt van zijn kroon gehaald: in 1656, in 1697, in 1772, tijdens de herstellingen van 1840 tot 1852, maar... op de eerste zondag van de maand maart in het jaar 1897 meldde het Zondagsblad van Oudenaarde het volgende: ...Een algemene kreet van afkeuring uitte zich bij onze weldenkende burgerij... Zondagmorgen laatst zijn in de nacht kleingeestige kluchtigaards de afsluiting en de ladders van de stellingen, geplaatst rond de stadhuistorn, opgeklommen en hebben zij het vermaarde standbeeld van Hanske de Krijger met een masker, lompen en een strooien hoed gekleed... Ze hebben waarschijnlijk gedacht: het is morgen karnaval en heel de stad zal om onze klucht kunnen lachen, doch hun werk was een waar fiasco ! De deftige burgerij sprak er schande over...een openbaar gebouw zo beschimpen. Onze politie heeft onmiddellijk opdracht gegeven de vermomming te doen wegnemen. Menig Oudenaards geschiedkundige heeft het standbeeld dat op ons stadhuis prijkt, beschreven en bij alle Oudenaardisten is Hanske ten alle tijden in verering geweest. Daarom is het te hopen dat het stadsbestuur de stellingen zal doen wegnemen totdat de herstelling aan de toren begint, opdat dergelijk werk niet meer zou gebeuren... Een gewaarschuwd man is er twee waard! 's Morgens toen de mensen van de vroegmis kwamen, zagen zij pas hoe Hanske getooid was. Sommigen schaterden het uit ... anderen slaakten een kreet van verontwaardiging.

    Het wapenschild:

    Het wapenschild draagt zogezegd de legendarische bril die moest toelaten om de vorst beter te zien bij zijn bezoek aan de stad. Over de bril in het wapenschild en in de stadsmerken beweren sommige schrijvers dat dit absoluut niets te maken heeft met keizer Karel, maar dat de bril een eenvoudige vervorming is van de gotische hoofdletter A in de stadsnaam Audenaerde, vroeger geschreven met beginletter A.

    De spotnaam van de Oudenaardisten = de brillendragers !!!???

    Sommigen beweren dat de spotnaam van de Oudenaardisten de brillendragers is, alhoewel anderen zich houden aan de spotnaam 'Boneknagers'. Vroeger was het de gewoonte dat op kermissen en ommegangen er verkopers van geklakte bonen rondliepen. Deze verkopers roosterden de avond ervoor gedroogde erwten en boontjes op een metalen bakplaat op de stoof. De gedroogde erwten werden opgewarmd tot ze “klakten” dus openbarsten van de warmte. Deze werden verkocht aan 25 centiemen per bekertje geklakte bonen, dat men in de vestzak goot. Men zou het kunnen vergelijken met de hedendaagse kermiskraampjes op de kermis, die nu gepofte maïs verkopen in tipzakjes. Het was voor ons toen een heerlijke lekkernij bij gebrek aan beter. Vele van die verkopers waren afkomstig van Oudenaarde...vandaar...BONEKLAKKERS, soms ook zelfs BONEKNAGERS genoemd.

    Toerisme Vlaamse Ardennen heeft nu zelfs een fietsroute uitgestippeld “ De Boneklakkersroute”.

    Hanske de Krijger blijft leven in Oudenaarde...

    Wat ook...Hanske de Krijger is en blijft de bekendste en oudste lieveling van Oudenaarde, een volksheld en het embleem van de stad. Zijn naam vind je dan ook op verschillende plaatsen in de stad...zo is er de wandelclub Hanske de Krijger, een charmekaffee Hanske de Krijger in de Einestraat nr3, een WTC Hanske de Krijger, een muziekkorps KSA Hanske de Krijger, het Provinciaal Instituut Vlaamse Ardennen richtte vorig jaar zelfs een internationale scholenwedstrijd Hanske de Krijger in, er was ook een Hanske de Krijger-kapperwedstrijd, een Hanske de krijger-bon of cadeaubon waarmee je bij elke Oudenaardse handelaar terecht kunt er is ook een geocaching, zich coördineren met behulp van een wandel-GPS onder de naam 'Onder het oog van Hanske de Krijger' (=een rustige rondgang in en om de stad Oudenaarde die u zal leiden langs enkele historische en culturele locaties) en zelfs...een heuse eigen website Hanske de Krijger.

    Toekomst...

    Het stadsbestuur, Oudenaarde overweegt om de bril van Hanske de Krijger binnenkort te vervangen door corrigerende en gekleurde contactlenzen... Een goed zicht door stadswachter Hanske de Krijger op de stad Oudenaarde blijft dus zeker en vast verzekerd !!!

    Uit de krant van 2011:


    Radio Brouwer en de Bonenklakkersprijs:


    De Bonenklakkersprijs 2011 gaat naar Radio Brouwer, de Oudenaardse lokale stadszender die vorige jaar haar dertig jarig bestaan vierde. De Bonenklakkersprijs is een symbolische prijs die JongCD&V Oudenaarde al sinds 1984 jaarlijks uitreikt aan een Oudenaardse vereniging, organisatie of initiatief die/dat op cultureel, sociaal of maatschappelijk gebied gezorgd heeft voor extra uitstraling van de stad tijdens het voorbije kalenderjaar. Radio Brouwer werd op 25 juni 1981 gesticht met als doel een informatie-, cultuur-, en ontspanningsmedium te bieden aan de bevolking van de Vlaamse Ardennen. In het begin werd illegaal uitgezonden, met enkele inbeslagnames van het zelf gemaakte radiomateriaal en correctionele straffen voor de medewerkers tot gevolg. Later werden de vrije radio’s gelegaliseerd. Vandaag de dag is Radio Brouwer nog de enige overblijvende lokale stadsradio. Men heeft er veel aandacht voor sportnieuws, met op zondagnamiddag live verslaggeving van op de voetbalvelden in de Oudenaardse regio. Verder belicht de radiozender op zaterdagnamiddag de actualiteit uit de streek en brengen zij thematische programma’s zoals Accordeon Centraal. Naast radio maken organiseert Radio Brouwer ook evenementen, o.a. “The big rally event” en tal van concerten en vedettenparades.

     


    01-02-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Elst: geutelingen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

                                                         ELS: GEUTELINGENDORP 

    Wanneer?

    Het weekend na de feestdag van de H.Apollonia (9 februari) worden in de Zwalmstreek, vooral in Elst, Etikhove, Louise-Marie en Munkzwalm, geutelingen gebakken.


    Geutelingendorp?

    Het dorp Elst was echter de eerste om de geuteling ook buiten de regio te promoten. Vandaar dat Elst de titel kreeg van 'geutelingendorp'.

    Wat is een geuteling?;            

    De geuteling werd door Isidoor Teirlinck beschreven als: ' Koek die de vorm en de grootte van eenen pannekoek heeft; doch door middel van eenen langsteligen lepel op den gereinigden vloer van den heeten oven gegoten en niet in de pan gebakken wordt.


    Hoe ontstaan?

    Voor het ontstaan van de geutelingen moet men, volgens de overlevering, terug tot in de 16de eeuw. Toen de Nederlanden bezet werden door de Spanjaarden, waren er ook in onze streek troepen van Alva gekazerneerd. Na verloop van tijd geraakten die door hun voorraad maïs heen, zodat die hun befaamde gerecht 'tortilla's' niet meer konden bereiden. De legeraanvoerders gaven aan onze lokale bevolking bevel om met tarwebloem iets te maken dat min of meer op tortilla's leek. De geuteling was geboren !

    Bereiding?

    De traditie zegt dat een goed beslag (of temper voor geutelingen), niet te dun en niet te dik, enkel door oude boerinnen gemaakt kan worden. Als jongere boerinnen het vroeger al eens probeerden, behekste hun oudere collega het beslag, zodat het te dun uitviel en tussen de voegen van de oventegels liep.

    Met de hand roert men volgende ingrediënten tot een luchtige deeg: 5 kg zeer fijne tarwebloem met laag asgehalte 6 l uierverse melk 40 eierdooiers uit kakelverse eieren (zeer bepalend voor de kwaliteit van de geuteling) 350 gr bakkersgist 1 koffielepel zout 1/2 glas water een snuifje kaneel (voor het aroma) het tot sneeuwschuim opgeklopte wit van de eieren. Het aldus bereide deeg laat men goed rijzen. Een perfecte gisting duur 15 à 20 minuten.

    Belangrijk: eens het deeg voldoende gerezen is, moet die zo vlug mogeijk gegoten worden. Deeltje per deeltje gaat daarna in de oven, waarvan het vuur minstens 500 graden heet moet zijn en links en rechts warm wordt gehouden door een wilgenhoutvuur. Het gebak wordt als het klaar is, uit de oven gehaald met een lange 'ovenpale'( of schup) en op stro gelegd om af te koelen. Het stro geeft aan de geuteling zijn speciale geur. De opgeblazen geuteling kan hierdoor aan alle kanten uitblazen en terug ineenzakken tot zijn uiteindelijke wat verschrompelde vlakke vorm.

    Zo'n bakte is goed voor zo'n 100 à 120 geutelingen. Per bakbeurt mogen er zo'n 8 tot 10 worden gegoten.

    d'Ieste Geute?

    Op zondag 26 januari 2014 zal sterrenchef Peter Goossens de eerste geuteling gieten in Brakel-Elst. Dit wordt d'Ieste Geute genoemd. Peter Goossens wist ons te vertellen dat een geuteling het lekkerst smaakt als hij ingesmeerd is aan zijn bruinste kant met boter en bestrooid met een laagje kandijsuiker.

                         

    H.Apollonia?

    De H.Apollonia is de patroonheilige van Elst.


    Zij werd in 249 na Christus in Alexandrië op de brandstapel gebracht omwille van haar christelijke geloofsovertuigingen. Voordien hadden beulen haar tanden uitgeslagen. De H.Apollonia werd alzo de patrones van de tandartsen en vroeger vereerd en aanbeden tegen tandpijn.. Alhoewel ... in Elst zegt men het heel anders: Wie een hete geuteling eet in Elst, is een gans jaar gevrijwaard van tandpijn.

    Vanwaar komt de naam 'geuteling'?

    Het woord 'geuteling' komt zo goed als zeker van geut of geute. Dit stemt overeen met de inhoud van een pollepel, die bevestigd wordt aan een lange gietstok en die gebruikt wordt om het opgerezen deeg of beslag in de oven te brengen. De 'geute' wordt net middenop een oventegel uitgegoten, opdat het deeg niet zou uitlopen in de voegen en de geuteling niet gaaf zou blijven, zoals de regels het voorschrijven.

    Orde van de Geuteling?

    In 1985 hield men in Munkzwalm 'de Orde van de Geuteling' boven de doopvont. Bedoeling was jaarlijks personen, die zich verdienstelijk maakten in de lokale toeristische branche, te bekronen als 'ridder in de orde van de Geuteling'.

    Geutelingenfeesten?

    Tot de jaren '30 was het bakken van geutelingen een gebruik dat bij de vele huisarbeiders in de Vlaamse Ardennen voorkwam. Rond Maria Lichtmis maakte ieder een ketel deeg en trok ermee naar de dichtbijzijnde oven , waar een soort pannenkoeken werden gegoten op de gloeiende stenen van de houtoven. Vervolgens werd het lekkers in gezelschap verorberd. De kelen werden gespoeld met een fles jenever (Balegemsen). Met de teloorgang van de huisarbeid verdwenen de geutelingen in de goot...tot de plaatselijke jeugd in de jaren zeventig de typische pannenkoeken nieuw leven inblies. Nog eens tien jaar later werd het Geutelingencomité opgericht. De jaarlijkse Apolloniakermis (in de maand februari) werd steevast de Geutelingenfeesten genoemd.

    Programma?

    Op 2 en 9 februari 2014 is het ovenmuseum open van 13u30 tot 17u. Er is deskundige uitleg over de geschiedenis van de geuteling. Je kan er kijken hoe de geuteling gebakken wordt. Je kunt er geutelingen proeven en uiteraard ook kopen. Maar het echte geutelingenfeest begint pas op... zaterdag 15 februari 2014 zijn er de 'geutelingenwandeltochten' in samenwerking met Dwars Door Brakel. Wandelen door de natuur van Elst en omstreken via 3 lussen van ongeveer 6km.Vanaf 20u zijn er in de verwarmde tent live-optredens van verschillende bekende vedetten:Bart Kaëll, Paul Severs, Swoop, Matthias Lens, Leentje, Dietwin de Jodelaar, e.a. Op zondag 16 februari 2014 is er een feestnamiddag met live muziek en om 16u de geutelingenworp (via elevator met kraanbaak). Het feest gaat door 's avonds en tot diep in de nacht met optredens van Willy Somers.

    Sluiting ovenmuseum?

    Op zondag 23 februari 2014 is het ovenmuseum voor de laatste keer dit jaar in werking. Kortom: kom dan voor de laatste keer dit jaar naar Elst kijken hoe de geutelingen gemaakt worden en uiteraard ook proeven van de geutelingen. Naar 't schijnt zijn de laatste geutelingen altijd de beste geutelingen met 100% garantie van geen last meer van tandpijn!!! Alle Elstenaars en de H.Apollonia verwachten u ! Smakelijk !


                



    Foto


    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!