Foto
Inhoud blog
  • uitstapjes voor kinderen
  • Zegelsem, kasseidorp
  • Zottegem: Egmontstad
  • Ouwegemse fluitjes
  • Zwalm-Roborst: waterkers
  • Etikhove: Valerius De Saedeleer
  • Geraardsbergen: mattentaarten
  • Erfgoeddag 2015
  • Oudenaarde: 150 jaar Slag bij Tacambaro
  • Geneesheiligen.
  • Ronde van Vlaanderen
  • Mullem
  • Padden, paddentrek, paddenoverzet
  • Ronse: Sint-Hermescrypte
  • Abraham Hans
  • Korsele, de Geuzenhoek
  • Oudenaarde: Tacambaroplein
  • Steenbakkerijen aan de Boven-Schelde
  • Ename: PAM
  • Jotie T' Hooft
  • De Dulle Griet
  • Oudenaarde: Pamele
  • Leupegem: Nonnenmolen
  • Ronse: Bommelsfeesten of Zotte maandagsfeesten
  • Kerstmis
  • Oudenaarde, brouwerijen Smisje en Cnudde
  • Oudenaarde: brouwerijen Roman en Liefmans
  • Jan De Lichte
  • Sint-Lievens-Houtem-Winterjaarmarkt
  • Jacht in de Vlaamse Ardennen
  • Halloween
  • Oudenaarde, stad onder vuur
  • Oudenaarde: wandtapijten & zilvercollecties
  • Bruggen in Oudenaarde
  • Offerfeest bij de moslims.
  • Fiertel - Fietel - Fierter
  • Kluisbergen-Kluisbos
  • Radio Brouwer: Pierre & Pierre
  • Kadeefeesten-Oudenaarde
  • Oudenaarde: Adriaen Brouwer & bierfeesten
  • Mater: Sint Amelberga
  • Zingem-reus Wannes Laps
  • Santiago de Compostela: camino Rita en Pierre
  • Ronse: Muziekbos.
  • Kerselare: Mariabeeldje, krokodil, kerselaartje
  • Kerselare: kapel, lekkies, auto-en motowijding.
  • Wortegem: jenever en feesten.
  • Dikkelvenne: bronnendorp
  • Kruishoutem: Gulden Eifeesten.
  • Edelare: het Kezelfort.
  • Leupegem: het Schipperskerkje.
  • Nokere koerse.
  • Gavere: 23 juli 1453-slag bij Gavere
  • Ename: archeologische site
  • Parike: Walmke Brand
  • Geraardsbergen: krakelingen & Tonnekensbrand
  • Oudenaarde: Hanske De Krijger
  • Elst: geutelingen
    De Roose Pierre-Veldstraat 56-9890 Gavere-GSM 0475560729-de_roose_pierre@hotmail.com
    MET PIERRE OP STAP, DOOR DORP EN STAD !
    Live op zaterdag (13u30)-Radio Brouwer 106.3 FM Oudenaarde
    09-05-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Etikhove: Valerius De Saedeleer


    ETIKHOVE...KUNSTENAARSDORP



    Etikhove is een dorpje in de Vlaamse Ardennen, is deelgemeente van Maarkedal.

    Het wordt al in de 12de eeuw genoemd onder de naam 'Attingohova' en later als 'Atickhove'.

    Die naam is een samenvoeging van de woorden 'attinga' en 'hofa', Germaans, wat betekent als 'hoeve van de lieden van de Germaanse koning Atto'.

    Kunstenaarsdorp

    Tussen 1926 en 1937 verbleven er in Etikhove talrijke kunstenaars.

    Schilders, schrijvers, cineasten en kunstcritici kwamen naar Etikhove om de patriarch Valerius De Saedeleer te ontmoeten.

    Herberg 'Auberge De Vos'

    De artiesten vergaderden en logeerden in de herberg 'Auberge De Vos' en de verschillende wanden werden erin 1920 beschilderd met ludieke taferelen door o.a. Ramah, Jean Milo, Paul Haesaerts, Paul Maes en Edgard Tijtgat.

    Op de schoorsteenmantel was een landelijke scène geschilderd met op de voorgrond de buste van een naakte vrouw met een weelderige bloemenruiker en iets verder een zittende man met geruite broek achterste voren op een koe. Een werk van Ramah.

    Op de zijwanden staat een jazzscène met accordeon-, saxofoon-en mandolinespeler geborsteld door Paul Haesaerts.

    Op een andere wand staat een bruidspaar afgebeeld.



    Al deze fresco's werden in 1972 herontdekt. Ze zaten al jarenlang onder het behangpapier.

    Het café noemde toen 'Bij Sjuule' en werd bewoond door Zulma Paeme.

    Een deskundige van het Ministerie van Nederlandse Cultuur kwam de kunstwerken onderzoeken.

    Reactie van Zulma Paeme: " Wat ne mens op zijn oude dagen nog allemaal moet meemaken, straks overleef ik het niet meer. 't Was toch veel beter dat ik hier rustig mijnen ouden dag kon slijten. Waarom laten ze ons niet met rust en laten ze die "peeties" niet onder het papier zitten. Ze zitten er nu al zolang onder."

    Nadat het café zijn deuren sloot, bleef het gebouw nog enkele jaren dienstig voor de gemeente als vergaderruimte en opslagplaats.

    Later werd het verbouwd tot kapperssalon en gingen de muurschilderingen onherroepelijk verloren.

    Een jammerlijke definitieve verarming voor Etikhove.

    Het enige wat overbleef is een uithangbord, geschilderd door Ramah, dat momenteel in het Administratief Centrum van Maarkedal hangt.



    Valerius De Saedeleer of Valery Victor Emilianus Maria De Saedeleer



    Geboren te Aalst op 4 aug. 1867 / Overleden te Leupegem op 16 sept.1941 / Begraven te Aalst.


    Biografie en rondzwervingen van de dolende zwerver Valerius De Saedeleer

    Als zoon van een zeepzieder Ludovicus Jacobus De Saedeleer en Johanna Catharina Borreman werd Valerius in de volkse wijk De Kat in Aalst geboren.

    Zonder veel succes poogde zijn vader hem in het familiale bedrijf (een klein zeep-en sodafabriekje) in te schakelen.

    Zonder iemand te raadplegen schreef hij zich aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten in Aalst en later in Gent, waar hij George Minne leerde kennen, waarmee hij levenslange vriendschap kon opbouwen.

    Uiteindelijk zou hij nauwelijks twintig jaar oud het ouderlijke huis ontvluchtten, en trok hij naar Brussel, waar hij in het atelier van Franz Courtens, een populaire landschapschilder, in de leer ging.

    De Saedeleer zou meer dan vijftien jaar onder de hoede van Courtens werken. Hij leerde er snel en al doende alle knepen van het schilderen.

    Van groot belang was zijn huwelijk in 1889 met zijn jeugdvriendin Clementina Limpens, een kruideniersdochter uit Erembodegem.

    Samen zouden ‘Clemmeke’ en ‘Valleke’ vele omzwervingen kennen.

    Met hun bruidschat gekregen van haar vader startten ze een kruidenierswinkel in Blankenberge, maar zeer snel gaat de zaak op de fles.

    Ze gaan wonen in Wenduine, Damme, Gent en Afsnee, vooraleer ze een stek vonden in Sint-Martens-Latem .



    Het was wellicht de vooruitziende Albijn van den Abeele die hen in 1893 naar het dorp wist te halen.

    Maar het onrustige >Gent trok aan, en samen met Minne verdiepte hij zich in het socialisme en anarchisme.

    In 1898 keerden ze terug naar het dorp Sint-Martens-Latem, in de bocht van de Leie, in het centrum van het dorp.

    De zwerver bleef bijna tien jaar in het dorp.

    Als schilder kwam hij op dat ogenblik nauwelijks aan de kost.

    De Saedeleer probeerde te overleven met een kippenkwekerij, een opzet dat evenmin succesvol was.

    Belangrijk is de psychologische loutering die De Saedeleer in het dorp onderging. Mentoren zoals George Minne en Karel van de Woestijne speelden daarin zeker een rol.

    Anderzijds ontdekte hij via zijn Latemse vrienden ook de Middeleeuwse kunst.

    Zeker vormde de tentoonstelling van de Vlaamse Primitieven in 1902 een bijzondere aanzet voor een artistieke ommekeer.

    ‘Valleke’ kwam in Latem tot inkeer. Misschien dankzij Minne kreeg hij stilaan de kans om zijn werk in het circuit van de internationale avant-garde te tonen; de Berlijnse, Münchense en Weense Secession brachten zijn werk.

    Hij was een spilfiguur in de Eerste Latemse School.

    1902: De schilders van Latem aan de Leie: v.l.n.r. Hector Van Houtte, Georges Minne, Gustaaf Van De Woestijne, Valerius De Saedeleer, Karel Van DeWoestijne en Abbijn Van den Abeele.


    Familie De Saedeleer in hun atelier te St.-Martens-Latem

    De louterende invloed van Latem ten spijt, voerde zijn zwerversbloed De Saedeleer in 1908 alweer naar andere oorden.

    Van 1895 tot 1898 verbleef hij in Lissewege, op een boerderij langs de Ter Doeststraat.

    Ze kweekten kippen om in leven te blijven en in hun levensonderhoud te voorzien.

    Hier begint hij terug te schilderen, maar zijn werken gaven hem een gevoel van ontevredenheid. Hij zal zelfs later proberen om deze werken terug te kopen en te vernietigen.

    Enkele jaren later trok het heuvellandschap rond Tiegem, in de Vlaamse Ardennen, hem aan.

    Op de kam van een heuvel liet hij zich een huis bouwen, ‘Ten Berge’. Hij verbleef er van 1908 tot 1914.

    In de directe omgeving vond hij zijn vrienden, de schrijvers Stijn Streuvels en Hugo Verriest terug.

    Hij stelt alom tentoon en verkoopt vlot zijn werken.

    Ook het museum van Gent en het stadsbestuur van Aalst kopen werken aan.

    In 1913 neemt hij met enkele werken deel aan de Wereldtentoonstelling van Gent. Eén van de getoonde werken ('Werken in Vlaanderen') wordt er aangekocht door koning Albert I.



    Valerius in 1913 te Tiegem

    De oorlogsjaren vluchtte de familie De Saedeleer met zijn gezin naar Engeland en verbleef er in het Welshe Rhyd-y-felin (Wales).

    Zijn oorlogswerk kende een bescheiden succes in Groot-Brittannië.

    In februari 1916 kreeg hij zelfs de kans om in Aberystwyth een individuele tentoonstelling in te richten.

    Via Gustave van de Woestyne kwam hij in contact met het Nederlandse echtpaar De Graaff-Bachiene.

    De verzamelaars die werk van Constant Permeke, Van de Woestyne en Minne in bezit hadden zouden ook schilderijen van De Saedeleer aankopen.

    Vlak voor zijn terugkeer naar België organiseerde de Burlington Gallery in 1921 een tentoonstelling van zijn werk.

    Terug in België vestigde De Saedeleer zich in Etikhove (van 1921 tot 1937), in de omgeving van Oudenaarde.

    Samen met zijn vrouw Clementina 'Clemmeke' en zijn vijf dochters nam hij zijn intrek in een villa op de Etikhoofse heuvel De Bossenare.

    Deze woning was omstreeks 1900 gebouwd door de familie Thienpont.

    Valerius noemde deze woning 'Villa Tynlon', als herinnering aan 'Tyn-y-lon', het 'huis aan het einde van de weg' in Wales, waar hij voorheen verbleef.



    Vandaag noemt de villa nog steeds 'Villa Tynlon'.

    Zijn voornaamste gasten waren er schrijver Felix Timmermans en dichter Paul Van Ostayen, met wie hij veel op uitgebreid cafébezoek in herberg De Vos alias bij Sjuule op het dorpsplein ging.

    Hij werd er ook spoedig omringd door een groep jonge kunstenaars, o.a. Luc en Paul Haesaerts, Ramah, George Creten, Jean Milo, Jan De Cooman Paul Maas, Edgard Tytgat, Leo Piron, Charles Leplae...

    Er ontstonden vaak samenkomsten en geanimeerde discussiegesprekken rond pot en pint.

    De meeste van zijn schilderijen waren landschappen uit de Vlaamse Ardennen.

    In de jaren 1930 overleed zijn echtgenote en verdween De Saedeleer van het artistieke toneel. Ook zijn gezondheid ging achteruit en kreeg zelfs enkel lichte hartaanvallen te verwerken.

    Teruggetrokken in de Vlaamse Ardennen zou hij nog een keer naar buiten treden.

    De Brusselse Galerie Dietrich organiseerde in 1940 een overzichtstentoonstelling van zijn werk.

    Hij trok in 1937 naar Leupegem en ging er inwonen bij een van zijn dochters in de villa 'Ten Berge', langs de flanken van de Edelareberg.

    Hij blijft er langzaam doorwerken in zijn gekende en geliefde stijl.

    Hij ontvangt er de Staatsprijs voor Plastische Kunsten, als ultieme bekroning van zijn loopbaan.



    Op 16 september 1941, overleed De Saedeleer in Leupegem.

    In hetzelfde jaar verdwenen dus twee tenoren van de eerste groep van Sint-Martens-Latem; in februari was George Minne gestorven in het ‘Witte huis’ te Sint-Martens-Latem.

    Hij werd begraven in Leupegem, maar 2 jaar later heeft men zijn stoffelijke resten overgebracht naar zijn geboortestad Aalst, zoals hij zelf net voor zijn overlijden gewenst had.

    Daar is hij, onder ruime belangstelling, bijgezet in een monumentaal grafmonument opgericht door het stadsbestuur.

    Op 23 april werd, in het kader van de heraanleg van de Oude Vismarkt te Aalst een De Saedeleer-standbeeld van de hand van Marc De Bruyn ingehuldigd. Een monumentale bronzen figuur staat er nu tussen het Stadsarchief en het Stedelijk Museum Aalst, waar een volledige zaal gewijd is aan de landschapsschilderijen van deze Aalstenaar.



    Dochters: Maria en Elizabeth De Saedeleer

    Tijdens hun verblijf in Wales hadden de dochters Maria en Elizabeth kennis gemaakt met het wandtapijtweven.

    Begin 1925 ontstond in Etikhove de 'Société de Tapis d'Art de Saedeleer et Co'.

    Het weefatelier bevond zich halverwege tussen het dorpsplein en villa Tynlon.

    De opening (1926) werd er gevierd met een 'varkenskermis'.

    De dochters maakten wandtapijten naar ontwerpen van Edgard Tytgat van de Latemse School.

    In 1927 ging Elizabeth les geven (weefopleidingen) in de Textielkunstafdeling van het Hoger Instituur voor Sierkunsten te Brussel.

    Hierdoor viel het atelier in Etikhove stil.

    Heel wat kunstenaars hebben destijds ontwerpen gemaakt voor de tapijten van Elizabeth De Saedeleer.

    Onder hen Gustave Van de Woestijne, Albert Van Huffel, Jules Boulez, Jozef Peeters, Paul Haesaerts, Edgard Tytgat, Charles Leplae, Ossip Zadkine, Marc Chagall, Frans Masereel, Sonia Dalaunay, Tsugouhari Foujita, Leon Spilliaert en uiteraard vader Valerius en Elizabeth zelf.

    Vorming en oeuvre Valerius De Saedeleer

    Valerius kreeg zijn eerste artistieke vorming aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten van Théodore-Joseph Canneel (Belgisch kunstschilder).

    Na enkele omzwervingen kwam de twintigjarige De Saedeleer onder de vleugels van de landschapschilder Franz Courtens.

    Zijn lange periode bij Courtens werkte echter contraproductief. In plaats van een eigen stijl te ontwikkelen produceerde hij slechts imitaties van het pasteuze realisme van Courtens.

    Sint-Martens-Latem vormde een keerpunt in zijn oeuvre.

    Onder de invloed van de diep doordachte wereld van beeldhouwer George Minne en de lessen van mentor Karel van de Woestijne, onderging zijn werk een grote verandering.

    Plots kreeg hij oog voor het weidse landschap.

    Zijn landschappen zijn niet langer begrensd.

    Hij schilderde voornamelijk de Leiestreek en de Vlaamse Ardennen en was één van de belangrijkste figuren van de eerste groep van de Latemse School.

    Vanaf 1904 kwam de verfijning van de Vlaamse Primitieven in zijn schildertechniek, dan volgde de invloed van Breughel.

    Wat Brabant voor Bruegel was, werd de streek rond Tiegem voor De Saedeleer.

    De natuur kreeg bij hem de voorkeur boven de mens. Vooral zijn schilderijen van sneeuwlandschappen.



    Schilderijen

    'Entrée de village' werd geschilderd in juni 1896, in opdracht van Louis Dhondt, secretaris-brouwer te Lissewege. Dit schilderij is in het bezit van het Groeningemuseum, het stedelijk museum voor Schone Kunsten te Brugge.

    Het schilderij 'Einde van een sombere dag' bevindt zich in het Museum voor Schone Kunsten te Gent, het schilderij 'Onweer boven Sint-Martens-Latem' in het MSK te Gent en ook in het museum Dhondt-Dhaenens, een kunstmuseum in Deurle, worden doeken van De Saedeleer bewaard.

    In het museum Galerie Oscar De Vos te St.-Martens-Latem bevinden zich de schilderijen: 'Leielandschap', 'Leiezicht' en 'Veldwerk Vlaanderen'.

    Ook het Stedelijk Museum 't Gasthuys te Aalst beschikt over een grote verzameling werken (14 schilderijen, 3 tekeningen, een reeks etsen en brieven.

    De Saedeleer vandaag in Etikhove



    Het voormalige gemeentehuis van Etikhove, rond 1905 opgetrokken in neotraditionele stijl, werd beschermd in 2010.

    Begin jaren ’90 werd een nieuwbouw toegevoegd aan het oude gemeentehuis. Het nieuwe administratief centrum van Maarkedal werd genoemd naar Valerius De Saedeleer.

    Bij de inhuldiging op 20 mei 1994 werd in de inkomhal een borstbeeld van De Saedeleer geplaatst, naar ontwerp van de beeldhouwer Georges Grard.

    Op 2 oktober 2011 werd in de tuin van het woonzorgcentrum Ter Gauwen het monumentale kunstwerk Valerius Erectalius van kunstenaar Tim Volckaert uit Oudenaarde ingehuldigd.

    Het werk is een eerbetoon aan De Saedeleer en bevindt zich aan de voet van de Bossenare. Ga je deze heuvel op, kom je uit bij Villa Tynlon, waar De Saedeleer woonde en werkte en waar Tim Volckaert enkele jaren eerder ook reeds een kunstwerk realiseerde.

    Beide werken verwijzen naar elkaar en naar De Saedeleer.

    In Etikhove is het Centrum voor Kunst en Kunstambachten dat door zijn dochter Elisabeth ter nagedachtenis aan haar vader werd gesticht in 1970.

    Postkaarten

    'In het spoor van Valerius' 29 postkaarten met 16 werken van Valerius De Saedeleer uit zijn Etikhoofse periode

    Erfgoedwandeling Valerius De Saedeleer

     6km start: Etikhove-dorp

    Op zondag 19 oktober 2014 (De dag van de Trage Wegen) werd de erfgoedwandeling 'Valerius De Saedeleer' officieel geopend.

    Deze wandeling brengt je langs plaatsen die een link hebben met het verblijf van het gezin De Saedeleer in Etikhove: Villa Tynlon, het voormalige weefatelier, het huisje dat in veel van zijn werken opduikt, ...

    Boek 'Valerius De Saedeleer...achterna' van auteur Jozef Bourdeaudhui



    Op vrijdag 26 september 2014 werd het boek “Valerius De Saedeleer … achterna” van auteur Jozef Bourdeaudhui, ondervoorzitter van de Heemkundige Kring Businarias uit Maarkedal, voorgesteld.

    Dit gebeurde tijdens de maanden september en oktober 2014 in het teken van kunstschilder Valerius DeSaedeleer en dit in het kader van het Leader-project (Europees subsidiëringsprogramma voor plattelandsontwikkeling).

    De feestelijkheden begonnen zondag met een varkenskermis op het Etikhoveplein.

    ‘Hij organiseerde zelf een varkenskermis op 2 september 1926, ter gelegenheid van de opening van het weefatelier. Het aantal genodigden werd geschat op meer dan 400. Op het menu stond wat destijds in elk huisgezin op tafel kwam op kermiszondag: rauwe ham, varkensbouillon, ribbetjes en filetgebraad of koteletjes.’

    (NB: Valerius hield van drank en eten,vooral varkensvlees. Hij kon niet wachten op het feesteten, dus at hij in Auberge De Vos al een broodje met ham op voorhand.)

    Ook werd het Valeriusbier voorgesteld. Een lekker tarwebiertje.

    In zijn voorwoord schrijft ereburgemeester van Maarkedal, Peter Thienpont: "Het boek dat u gaat lezen, leert Valerius kennen zoals hij geleefd heeft. U wordt meegevoerd langs zijn vele woonplaatsen, u kijkt mee in zijn onmiddellijke omgeving: zijn groot gezin, zijn vrienden, zijn kennissen, zijn mecenassen en sponsoren en u leest mee in zijn persoonlijke briefwisseling."

    Hoe het boek aanschaffen?

    Deze heemkundige biografie over Valerius De Saedeleer en zijn omgeving telt 320 bladzijden, bevat meer dan 300 foto's, en is gedrukt in kleur op glanzend papier en voorzien van een harde omslag. Het formaat is 21 x 29,7 cm.

    Het boek kan worden besteld door overschrijving van 40€ op rekening nummer BE80 7475 1604 5077 (KREDBEBB) van de Heemkundige Kring Businarias Maarkedal met vermelding "boek De Saedeleer".

    Het boek kan dan afgehaald worden in het documentatiecentrum in de Maalzaakstraat te Maarkedal (Etikhove) elke zondagvoormiddag tussen 10 en 12 uur, of bij de auteur na telefonische afspraak (055-316894 055-316894).

    Indien U het boek toegestuurd wenst te krijgen komen er 10 € portkosten bij, dus totaal 50 €.


    02-05-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geraardsbergen: mattentaarten



    Voor Geraardsbergen heeft de letter 'M' een speciale betekenis:

                           Muur (de beruchte 'col' voor wielerliefhebbers)

                           Mariaheiligdom (kapel met Zwarte Lieve Vrouw op de top van de Oudenberg of Muur)

                           Manneken-Pis (de oudste burger van ons land - 1459)

                           Mastellenworp (de jaarlijkse Krakelingenworp)

                           Marbol of Marktbron (de oudste gotische fontein van onze provincie)

                           Muurke (krachtig Geraardsbergs biertje)

                           Mattentaarten

    Iemand op bezoek of op doortocht in de omgeving van Geraardsbergen kan onmogelijk deze streek verlaten zonder te hebben geproefd van de heerlijke 'mattentaarten'.

    Deze lekkernij is een uniek streekproduct dat tot over onze grenzen een zeer goede faam bezit.




    Wat?

    Mattentaarten zijn kleine of grote ronde taartjes die bestaan uit bladerdeeg (taartbodem en -bovenkant) opgevuld met een mattebrij (een mengsel van mat, bereid uit volle melk en karnemelk, eieren en amandelen). Door de luchtgaten in het bladerdeeg aan de bovenkant van de taart komt een beetje matte. Dus...een soort kaastaartje.



    De 'mattentaartenstad' = Geraardsbergen.

    De 'mattentaartengemeente' = Lierde.


    Oorsprong van het woord 'mattentaart':

    Hoewel men over de oorsprong van de mattentaart weinig weet, is men er bijna zeker van dat de geschiedenis van de mattentaart terugkeert tot in de middeleeuwen.

    Reeds in de middeleeuwen (13de eeuw) is er in een troubadourslied sprake van 'mattes' of 'mattons'.

    Het woord kwam toendertijd voor in oude dialecten uit Duitsland, Frankrijk en Vlaanderen.

    Met deze benamingen bedoelt men steeds geronnen of gestremde melk, het voornaamste bestanddeel van de mattentaart.

    Men gebruikte matte om sauzen van te maken en nadien om taarten mee te bereiden.


    Ontstaan van matte:

    Men kan aannemen dat de mattentaart aanvankelijk op de hoeve ontstond.

    Daar bestond van oudsher naast de traditie van eigen brood-en banketbereiding, de noodzaak een valorisatie te zoeken voor gestremde melk.

    Het grote probleem op een hoeve was het bewaren van de melk !

    Tot en met de 19de eeuw beschikten enkel kloostergemeenschappen en kastelen over koelkelders om verse produkten enige tijd te bewaren.

    De doorsnee boer had deze mogelijkheid niet.

    Daarom liet men de rauwe melk (zoetemelk) schiften in matte en wei:  de melk werd gekookt, gestremd door toevoeging van zure karnemelk (= kaas of vet uit de melk halen) en daarna uitgelekt in neteldoeken.

    De wei die wegvloeide diende als voedsel voor de dieren.

    Met de benaming 'matte' bedoelt men geronnen of gestremde melk, het voornaamste bestanddeel van mattentaarten.

    De kwaliteit van de matte wordt bepaald door de kwaliteit van de melk. De bodemgewassen in de streek van Geraardsbergen-Lierde (klavergroei) spelen dus indirect een rol bij de productie van de mattentaart.

    _____

    De uitgelekte wrongel (dit is gestremde melk of matten) werd gemalen en gemengd met suiker, eierdooiers en amandelen. Zo bekomt men de vulling van de mattentaarten. Deze mattebrij (vulling) werd uitgerold op vierkante deeglapjes, die overhoeks gevouwen werden, en gebakken in de oven.


    Voor wie/wat werden destijds mattentaarten gebakken?

    Waarschijnlijk waren de hoevebewoners de leveranciers van mattentaarten aan de kasteelheren. Deze dronken bij hun gastronomische eetmalen de beste wijnen en eindigden met de fijnste mattentaarten !

    Mattentaarten waren ook populair op bruiloften. Dit blijkt uit het beroemde schilderij Boerenbruiloft van Pieter Breughel de Oudere (1565-1566). Hier zie je hoe ook de boeren, dus niet alleen kasteelheren, ook genoten van de mattentaarten.



    De mattentaart, zoals we die vandaag kennen, was de lekkernij bij uitstek op kermissen in westelijk Brabant, noordelijk Henegouwen en de Denderstreek vanaf 18e - begin 19e eeuw.


    Kermis Geraardsbergen....een Geraardsbergenaar vertelt uit zijn jeugdtijd...

    Dagen voor de kermis werd de schapenmelk al samen gespaard. Dan de dag ervoor werd de schapenmelk in de grootste kom gemengd met rauwe botermelk. Men liet alles warmen en men roerde tot alles stremde en de matte begon te vormen. Als dat koud was werd er een propere handdoek over een stermijn (vergiet) gelegd boven een emmer en daar werd de brei dan met een pollepel in overgeschept. Dat werd dan boven de wasbak aan een van de haakskens opgehangen om te versijpen. 's Anderendaags werd dan die matte door de 'Passe-Vite' gedraaid en gemengd met eierdooier,een paar druppels amandelolie en kristalsuiker en gekneed tot een malse paste. Daarna kwam het tot schuim geslagen eiwit erbij. De bladerdeeg dat een hele nacht in de kelder had gelegen werd terug bovengehaald en met de houten deegrol uitgerold op de tafel. Een greep bloem werd erop en eronder gestrooid en alles weer samengevouwen en verder gerold tot een flinterdun velletje. Dan werden de kleine ijzeren platinnekens met een borsteltje ingevet met boter en samen tot een vierkant op tafel geplaatst. Het malse dunne vel deeg werd erover gelegd en in de schotelkens geduwd. In elk platinneke werd er dan een pollepel van die matte gelepeld. De overschot van het deeg werd dan weer bijeengekneed om er het vel (voor bovenaan)uit te rollen. Met een schaar werd er in het midden een knip gegeven. Ondertussen werd de cuisinière goed aangestookt met de twee ovens dicht. Als alles warm genoeg scheen, werden de platinnekens erin gezet en kon het wachten beginnen. Na een hele poos werd de oven geopend en werd er met een breinaald in het mattetaartje gestoken om te zien of de matte droog was. En dan maar wachten op kermiszondag...


    Broederschap van de Geraardsbergse Mattentaart

    =een vereniging opgericht door de bakkersbond in 1978.

    Het is een vereniging van bakkers, die in samenwerking met het stadsbestuur en alle vrijwilligers, wil waken over de kwaliteit en de verspreiding van de mattentaart.

    De voorzitter noemt men de 'Prince'.

    Jaarlijks organiseert deze vereniging de 'Dag van de Mattentaart'.

    In 2000 kreeg de broederschap de vermelding in het 'Guiness world record book' met de grootste mattentaart ooit gemaakt.




    Europese erkenning

    Na een 4 jaar durende procedure heeft de Europese Unie de Geraardsbergse mattentaart officieel erkend als Europees streekproduct.

    Daarmee is de Geraardsbergse mattentaart het eerste Vlaamse streekproduct met Europese erkenning en bescherming.

    De Geraardsbergse mattentaart krijgt als allereerste Vlaams streekproduct een Europees label van “Beschermde Geografische Aanduiding”

    Geraardsbergse mattentaarten kunnen nu dus nog enkel gemaakt worden in de stad Geraardsbergen en zijn deelgemeenten en in de aangrenzende gemeente Lierde met zijn deelgemeenten.

    De melk, zowel als de matten, moeten afkomstig zijn van hoeves uit dit omschreven gebied. Dit geldt echter niet voor de boter en de bloem voor de vervaardiging van het bladerdeeg.

    De bereiding van de mattenbrij gebeurt door matten, eieren, suiker en eventueel een kleine hoeveelheid amandelextract te mengen. Taartvormpjes bekleed met bladerdeeg worden gevuld met de mattenbrij en afgedekt met een nieuwe laag bladerdeeg. Deze wordt dichtgevouwen en bestreken met eiwit.Tot slot wordt bovenaan in de mattentaart een knip gegeven. Al deze werkzaamheden moeten binnen het geografisch omschreven gebied gebeuren. Dat geldt niet voor het bakken.

    Afgewerkte, niet gebakken maar diepgevroren Geraardsbergse mattentaarten mogen aan bakkers of gespecialiseerde zaken buiten het omschreven gebied worden geleverd, waar ze dan vers gebakken worden voor verder consumptie.

    -Streekproduct

    Streekproducten zijn zoveel meer dan een heerlijke verwennerij.

    Achter elk product schuilt een fascinerende geschiedenis.

    Van Griekse olijven, Schotse zalm, een lokaal streekbier of een Geraardsbergs mattentaartje…ze hebben allemaal een verhaal dat moet verteld worden.

    Dit label is in het leven geroepen om zeker te zijn dat deze kostbare producten niet zouden verdwijnen. Dit label geeft de producent de kans om zijn product buiten de streek te promoten en ervoor te zorgen dat u ze (h)erkent als streekproduct.

    Eveneens is de kwaliteit gegarandeerd.

    Aan welke criteria moeten deze producten voldoen?

    1. Zij worden bereid met grondstoffen uit de streek. Soms zijn de streekeigen grondstoffen niet meer voldoende voorradig, bijvoorbeeld mosterdzaad of boekweit. Deze mogen dan ingevoerd worden. Traditionele bereidingen met uitheemse ingrediënten zoals amandelen, cacao, koffiebonen, specerijen,…, komen ook in aanmerking.

    2. Deze producten worden door de lokale bevolking of door een breder publiek aanvaard als een traditioneel streekeigen product. Europa spreekt van producten met faam. Zulke producten zijn dan meestal ingeburgerd door traditionele naamgeving, vorm, gebruiken, …

    3. Traditionele streekproducten worden naar ambachtelijke wijze vervaardigd volgens de streektraditie. Productiemethodes evolueren maar de producenten kiezen er wel voor om typische handelingen te behouden.

    4. De traditionele streekproducten worden bereid in hun streek van oorsprong. Soms is het moeilijk om de productie van een streekproduct in de streek te behouden, de producenten met een Vlaams of Europees erkend product kiezen echter voor een productie in eigen streek.

    5. Traditie betekent een langdurige of historische bekendheid als streekspecialiteit. Om erkend te worden moeten de producenten minimaal 25 jaar bestaan.

     Indien een oude bereidingswijze terug opgenomen wordt, bijvoorbeeld bij de ontdekking van een vergeten bierrecept, kan dit product ook naar een erkenning dingen.


    Feestelijkheden:

     'Dag van de Mattentaart'

    Jaarlijks wordt er in de maand augustus (1ste zondag) door de 'Broederschap van Geraardsbergse Mattentaarten' de 'Dag van de Mattentaart' georganiseerd.

    Plaats=Marktplein Geraardsbergen.

    Tijdens deze dag is er een kapittelzitting tijdens dewelke nieuwe leden opgenomen worden.

    Ook worden er doorlopend mattentaarten gebakken.

    Op een groot podium kan je tal van Vlaamse artiesten zien optreden.

    's Avonds om 20u is er de mattentaartenworp.

    De 'Mattentaartentocht'

    Jaarlijks wordt er in de maand april, op een zondag, de Mattentaartentocht georganiseerd door de Padstappers uit Geraardsbergen.

    Het is een wandeltocht door het mooie Geraardsbergen en zijn deelgemeenten.

    Je kunt starten tussen 7u en 15u. en kiezen tussen verschillende afstanden: 6-8-12-16-21-32-43km

    Dit jaar was het reeds de 32ste Mattentaartentocht (19 april 2015).

    De Mattentaartenstoet

    In Goeferdinge, een deelgemeente van Geraardsbergen gaat al meer dan 30 jaar jaarlijks op de 2de zondag van juli de Mattentaartenstoet door de straten en komt deze aan nabij de kerk.

    Deze folkloristische Mattentaartenstoet beeld het ontstaan van de mattentaart uit. Beginnende bij het zaaien van het graan, het oogsten ervan, melken van de koe, malen van het graan, tot aan het bakken en eten van de lekkernij.

    Na aankomst van deze stoet aan het podium staan de prominenten van Geraardsbergen klaar om over te gaan tot de Gouden Mattentaartenworp.

    Er worden zowat 500 mattentaarten (verpakt in plastic zakjes uiteraard) de toeschouwende menigte in gegooid. In één van deze overheerlijke taartjes zit een briefje gebakken en wie deze tevoorschijn tovert krijgt een uniek gouden halsmedaillon ten waarde van ongeveer 360 Euro (afhankelijk van de goudprijs).


    Ambachtelijk

    Alleen de 21 bakkers uit de regio Geraardsbergen-Lierde mogen de label voeren.

    Zij mogen de Geraardsbergse Mattentaart uitvoeren naar andere verkoopspunten buiten de regio, ook in rauwe toestand (=niet gebakken).

    De matten mogen alleen geproduceerd worden in de hoeven (die moeten voldoen aan de HACCP normen) van de regio en moeten van de hoeven rechtstreeks aan de bakkers leveren.

    Een voorbeeldje: Ambachtelijke Mattentaartenbakkerij Nevens

    Bereiden van mattentaarten Pascal Nevens: https://www.youtube.com/watch?v=2kXfB9UdTpo

                                                                          http://www.een.be/programmas/dagelijkse-kost/meester-mattentaart

    Bakkerij Nevens Pascal opende voor het eerst zijn deuren op 1 oktober 1986. Deze brood- en banketbakkerij werd opgericht door Pascal Nevens en Wendy Colpaert. Deze personen zijn al sinds hun 14 lentes actief in de bakkerijsector en waren dus niet aan hun proefstuk toe. Ze kenden een onnoemelijk succes met hun ambachtelijke Geraardsbergse mattentaarten en groeiden tot op heden uit tot een succesvolle ambachtelijke bakkerij. Intussen is het een echt familiebedrijf waar eveneens de 2 dochters actief zijn.

    Je kan ze vinden op talrijke wekelijkse markten, jaarmarkten, kerstmarkten, beurzen en evenementen. Hun gamma bestaat tevens ook uit fruitflappen, berlijnse bollen, roomhoorntjes, kokosrotsjes, muffins, cakes, cuberdons, rijsttaarten, flantaarten,fruittaarten,...

    Zij zijn ook elk jaar van de partij op OpenBedrijvendag. Je kan ook hun onlangs gerenoveerde bakkerij een bezoek brengen in groepsverband (Min. 20 personen). Hierbij kan je het bereidingsproces van de Geraardsbergse Mattentaart van het begin tot het einde volgen. Zij staan niet alleen garant voor kwaliteit maar ook voor originaliteit.


    Postzegel

    In 1985 is door de posterijen een postzegel uitgegeven waarop de beeltenis van de Mattentaart is afgebeeld met vermelding 'Broederschap van de Geraardsbergse Mattentaart'.

    Een primeur...voor het eerst in België prijkte een streekproduct op een postzegel.


    Bierviltje

    In 1984 werd door de 'Broederschap van de Geraardsbergse Mattentaart' een bierviltje uitgebracht met daarop de mattentaart te zien en dit ter promotie van de 'Dag van de Mattentaart'.


    Lied:

    Over de Geraardsbergse Mattentaart werd zelfs een plaatje uitgebracht, met als titel: 'Wat een natte Mattetoarte', een hulde gezongen door 'Maurice de warme bakker'.


    Gedicht:

    Mattentaart https://www.youtube.com/watch?v=MDbO6TI5hXM

    goud kranst de tafel

    een krokant manteltje

    glimt als een tepelhof

    tussen duim en wijsvinger

    betast ik de korst

    vanwaar die hongerige dorst?


    zacht beet nemend

    proef ik de wellust van

    amandelzoete weemoed

    engelenspijs? nee toch

    jij smeuïg taartje, jij

    luchtig vleiend allegaartje


    Vlaams genoegen

    -van knapperig vaag tot

    tongwervelend gretig-

    spreidt een vragende glimlach

    rond halfvoldane mond

    net of één stuk niet volstond


    ik laat de smaak

    spreken als woorden

    en schreeuw heerlijkheid uit

    Walen watertanden:

    chez ma tante de Grammont

    on mange la tarte à maton

                    Marleen De Smet


    Het recept ( +- 5 mattentaarten)

                                                                                http://koken.vtm.be/recept/mattentaart

    Benodigdheden:

              - ronde bakvormpjes of 1 grote ronde bakvorm - 2,3 liter verse hoevemelk - 1,2 liter verse karnemelk - 4 eieren - 235 gram suiker - een paar druppels vanille- en amandelextract of 80 gram gemalen amandelen

    Bereiding van de matten:

    - Breng de hoevemelk aan de kook - Als deze kookt onmiddellijk de karnemelk toevoegen - Op een hoog vuur ongeveer 15 minuten roeren tot de melk stremt - Van het vuur nemen en in een neteldoek laten uitlekken gedurende 1 nacht. -’ s Anderdaags neemt men het uitgelekte vulsel (ook “bolle” genaamd) uit het neteldoek. - voeg aan deze bolle de eierdooiers, het opgeklopte eiwit, de suiker en de amandelen en het vanille-extract toe.

    Afwerking:

    - breng in de vormpjes een fijne bladerdeeg. Druk deze goed aan. - vul de vormpjes nu met het vulsel. - Leg opnieuw een fijne bladerdeeg over de vormpjes. Verwijder het deeg rond de vormen zorgvuldig met een mes. - Bestrijk de bladerdeeg nu met eiwit om het deeg een mooie kleur te geven. - Maak met een schaar in het midden van de vorm een kruisvormige insnijding. Niet te groot. Deze insnijding zorgt ervoor dat tijdens het bakken de damp weg kan, zodat er in het vulsel geen holtes ontstaan. - Zet in de oven op 225 ° gedurende ½ uur.

                                              Smakelijk !!!


    Besluit:

    Michel Christiaens weigert mattentaarten te eten !

    Hij is kwaad omdat men in Geraardsbergen spreekt/schrijft over MATTENtaarten...

    Matten is het meervoud van mat, dus hetgeen men aan de deur legt om de voeten af te vegen.

    En...daar wordt geen taart van gemaakt, maar wel van MATTE !!! Dus moet men spreken/schrijven over  MATTEtaarten en niet over matteNtaarten !!!

    Zolang Geraardsbergen die niet verandert, weigert Michel Christiaens mattetaart te eten !


    Maar...

    Wie Geraardsbergen bezoekt, die moet zeker één van de terrasjes aandoen of een bakkerij binnenlopen en genieten van hun trots, of je dit doet met een kopje koffie of een lekkere pint, het doet er niet toe, de stad bezoeken als toerist en de mattentaart (of mattetaart) niet proeven is als Parijs bezoeken en de Eiffeltoren niet zien.


    25-04-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Erfgoeddag 2015


    Zondag 26 april 2015 vieren we voor de 15de keer ERFGOEDDAG, de feestdag voor al wie cultureel erfgoed een warm hart toedraagt.

    Je wordt als gast uitgenodigd bij musea, archieven, erfgoedbibliotheken, heemkundige kringen, socioculturele verenigingen, restauratoren en tal van andere deelnemers...

    Je wordt een dag lang in de watten gelegd van 10u tot 18u en alle activiteiten zijn gratis !

    Saai? Integendeel ! Heel wat organisaties doen op Erfgoeddag een extra inspanning om het iedereen, van klein tot groot, naar de zin te maken.

    OUDENAARDE: 'ONDERSTROOM-CULTUURDAG VOOR IEDEREEN'

    Oudenaardse verenigingen, kunstenaars, muzikanten en andere creatievelingen tonen zich van hun beste kant midden in het stenen erfgoed van Oudenaarde, dankzij 'Onderstroom', een initiatief van de Oudenaardse Cultuurraad.

    Verspreid over 11 locaties kan de bezoeker 30 kleine voorstellingen, min-concerten, demonstraties, tentoonstellingen en zelfs een 'geefmarkt' meemaken.

    Het parcours leidt je langs een aantal ongekende erfgoedplekken van de stad.

    Programma: (alle voorstellingen zijn gratis)


    Oud OLV Hospitaal:


    Het hospitaal werd in de 13de eeuw gesticht.

    Het was oorspronkelijk buiten de stadspoorten gelegen en was een toevluchtsoord voor pelgrims en reizigers.

    Na de sloop in 1382 verhuisde het naar de huidige plaats en ging men zich wijden aan ziekenzorg.

    Dit complex pand is het resultaat van verschillende bouwfasen gaande van de 15de tot de 19de eeuw.

          -Stedelijke Academie voor Muziek en Woord (SAMW) - 16u: 'Niets is wat het lijkt' - Koor met orkest, afgewisseld met toneelstukjes

          -Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst Oudenaarde (KABK) - tentoonstelling

          -Creaclub Ziekenzorg, Mater-Welden-Oudenaarde - demonstraties pyrografie en schilderen

          -Davidsfonds, Oudenaarde -(cultuur)quiz

          -Radio Brouwer -Live reportages + wandelend reporter

          -Stichting De Mol - theatervideo's en fototentoonstelling - een terugblik op 20 jaar theater

          -Pasar - wandeling langs voetwegen met verhalen -14u30/15u15/15u45

          -Mexicaanse artiesten uit Tacambaro - tentoonstelling


    Walburgakerk -vrij bezoek


    De collegiale Sint-Walburgakerk met haar majestueuze toren domineert de stad.

    Van de vroeggotische kerk, waarvan de bouwwerken aanvingen in de eerste helft van de 12de eeuw, rest nu nog slechts het koor in Doornikse kalksteen.

    In de 15de eeuw werd beslist de kerk te herbouwen in Brabantse gotiek maar men voltooide slechts de toren en de benedenkerk.

    In 1534 werden de werken stopgezet.

    Het resultaat is een schitterend spel van Doornikse en Brabantse gotiek.

    Het interieur had echt te lijden onder de beeldenstorm in 1566.

    De kerk is bijzonder rijk aan beelhouwwerk, polychrome beelden, schilderijen en wandtapijten en huisvest ook de Oudenaardse beiaard.


    Markt


    De Markt van Oudenaarde is met zijn laatgotische stadshuis, zijn prachtige Sint-Walburgakerk en zijn vele historische gevels één van de mooiste centrale pleinen van Vlaanderen.

          -Podium: Oudenaards harmonie orkest 15u/16u: concert mix pop, rock, klassiek, film


    Begijnhof


    Oorspronkelijk verbleven de Oudenaardse begijnen achter de Sint-Walburgakerk.

    In 1449 kregen zij een nieuw onderkomen op de huidige plaats.

    Begijnen waren geen nonnen. Zij legden geen eeuwige kloostergeloften af. Wel moesten zij ongehuwd zijn, een gelofte van kuisheid afleggen en konden zij de beschikking houden over eigen bezit.

    Het laatste begijntje stierf in 1960.

          -KVLV Gewest Oudenaarde -demonstraties, workshops, tentoonstelling

          -Kapel: Jotie 'T Hooft poëzieprijs - voordracht gedichten & muziek

          -Theater Stam ism Creafant - 14u30/15u30/16u30: Beeldend verteltheater 'Kletsnatte letters'


    Abdij Maagdendale


    De Cisterciënzerabdij Maagdendale werd vanaf 1234 opgetrokken in Pamele, op een steenworp van de Onze-Lieve-Vrouw van Pamelekerk en het Zwartzusterklooster.

    Het was een van de belangrijkste vrouwenabdijen in Vlaanderen.

    De abdij kreeg het zwaar te verduren tijdens de bombardementen van de Fransen in 1684 en tijdens de Franse Revolutie.

    De gebouwen kregen een passende herbestemming als Stadsarchief en Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst.

          -Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst Oudenaarde (KABK) - tentoonstelling

          -Geschied-en Oudheidkundige Kring ism Archief Oudenaarde - 'Archief boven water'-Een blik op het stadsarchief

          -Theater Tomat - 14u30/15u/15u30/16u/16u30 - Toneelstukje van Tsjechov


    Zwartzusterklooster


    Het Zwartzusterklooster werd opgericht in Pamele, langs de rechteroever van de Schelde, naast de Onze-Lieve-Vrouw van Pamelekerk.

    Opvallend is het tabernakel van het altaar. Het is gemaakt van ebbenhout, ivoor en schildpad en geeft een rijke indruk.

    De zomerkeuken, helemaal bekleed met figuratieve wit-blauwe Delftse steentjes, is zeker ook de moeite waard.

    De zusters leefden volgens de regels van de H. Augustinus en stonden in voor ziekenverzorging en onderwijs.

    Nu doet het gebouw dienst als kleuterschool.

          -Tabita-koor -zang: religieuze en populaire liederen - 15u/16u

          -Koninklijke Toneelvereniging De Pelikanen - volks blijspel 14u30/15u30/16u30: 'Leentje uit het hemelrijk.'


    Pamelekerk


    Langs de rechteroever van de Schelde stichtte de heer van Pamele rond 1100 het middeleeuwse stadje Pamele, dat pas in de 16de eeuw bij Oudenaarde gevoegd werd.

    De vroeggotische Onze-Lieve-Vrouw van Pamelekerk domineert de omgeving.

    De bouwwerken die in 1234 begonnen, werden in een periode van 30 jaar voltooid.

    Aan de buitenzijde van de kooromgang verbergt een bronzen plaat de authentieke inscriptie van de naam van de bouwmeester en de bouwdatum: Arnulf van Binche, 1234. Dergelijke vermelding is zeer zeldzaam in ons land.

    Opmerkelijk is een laatgotisch en een renaissance praalgraf van de baronnen van Pamele en hun echtgenotes.

          -Dolce Via - swingende, dynamische en feel-good koormuziek - 14u30/15u

          -vrij bezoek kerk


    Huis De Lalaing


    Deze statige herenwoning dankt zijn naam aan Philips de Lalaing, heer van Schorisse en stadsgouverneur, die er woonde in de 16de eeuw.

    Het huis de Lalaing is mogelijk de geboorteplaats van de onechte dochter van Karel V: Margaretha van Parma.

     In de grote, ommuurde stadstuin waar het heerlijk wandelen is, kan je ook een meer dan 150 jaar oude Ginkgo Biloba boom bewonderen.

    Het conservatie- en restauratieatelier Oudenaardse wandtapijten is voortaan ondergebracht in het MOU, tweede verdieping. Op dit ogenblik wordt het huis de Lalaing gerestaureerd.

    VASA vzw, met onder meer een weefatelier van wandtapijten is nog steeds gehuisvest in Huis de Lalaing.

          -Litoziekla - open repetitie musical 14u30/15u/15u30/16u/16u30

          -Vasa - tentoonstelling: grote kunst voor kleine kenners


    Gerechtsgebouw


    Het gerechtsgebouw van Oudenaarde staat op de plaats van het vroegere klooster van Sion.

    In 1745 werd dat klooster verwoest door een brand. Alleen de kerk van het klooster bleef bewaard. Dat werd geïncorporeerd in de gevangenis.

    Het eerste Oudenaardse gerechtshof dateert van 1824.

    Het gebouw werd echter verwoest tijdens de Eerste Wereldoorlog.

    Het huidige gerechtshof in neogotische stijl werd gebouwd tussen 1922 en 1925 naar een ontwerp van architect Henri Valcke.

    Het bouwwerk is geïnspireerd op de Brabantse gotiek.

          -Curieus Oudenaarde en linx+ - tentoonstelling 'Nelson Mandela'

          -Kunstenaar Hans Claus - schilderijen en beelden

          -Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst Oudenaarde (KABK) - tentoonstelling


    Liedtskasteel


    Na de afbraak van de stadsversterkingen werd een deel van de vrijgekomen gronden (Eindries) verkocht aan de vooraanstaande familie Liedts.

    Charles Liedts, een belangrijke Belgische jurist en staatsman, liet er rond 1860 een buitenverblijf bouwen.

    Charles’ zoon, Amedée Liedts, verbouwde het oorspronkelijke pand en liet zijn initialen in de vensterramen aanbrengen.

    De kinderloze Amedée schonk het “Kasteel Liedts” met de bibliotheek, de kunstverzamelingen en de tuin in 1907 aan de stad op voorwaarde dat de begrenzing van het “Park Liedts” nooit zou wijzigen en dat ook de volkstuintjes bleven bestaan.

          -August Vermeylenfonds + Vrijzinnig Centrum Liedts - 'Geefpark'


    BrandWoeker


      OUDE BRANDWEERKAZERNE

    Het beheer van deze locatie werd toegewezen aan de dienst cultuur: zij doen er dan ook alles aan om deze infrastructuur stap voor stap op te knappen en zo onder de best mogelijke omstandigheden ter beschikking te stellen van het grote publiek.

    Aangezien de garages van de brandweerkazerne erg ruim zijn, kunnen in de BrandWoeker naast tentoonstellingen of vergaderingen ook zeer diverse en meer grootschalige activiteiten plaatsvinden.

          -Rundfunk - Oudenaards muziekgroepje met jazz, blues, funk en fusion - 14u30/15u/15u30/16u/16u30

          -Heemkring Westerring - film herdenkingsplechtigheid 100 jaar Groote oorlog Ohiobrug - 14u30/15u/15u30/16u/16u30

          -Wereldfestival (Wereldsolidariteit, Oxfam Wereldwinkels, Oudenaarde Fairtrade) - infostand Gratis proeven van Fair Trade producten en terugblik op vele Wereldfeesten met de buren.

          -Kon.Harmonie St.Cecilia, Ename - harmonieconcert met populaire muziek - 14u30/15u30/16u30

          -Amazing Art Gallery -Videopresentatie 'Performing canvas' + muziek


    Wat is er nog te doen op erfgoeddag in de Vlaamse Ardennen?

    • Brakel, Kapel van de Zusters van Maria (Spoorwegstraat): tentoonstelling over Volksheiligen, bedevaarten (naar Sint-Apollonia in Elst tegen de tandpijn gaf aanleiding tot het bakken van geutelingen) en (paarden)processies (19de eeuw) in Brakel met foto's, kledij, vaandels en attributen. Oude verdwenen gebruiken zoals het aflezen van wratten en het afbinden van de koorts en oude nog bestaande gebruiken zoals het vuurfeest 'Walmke Brand'.

    • Geraardsbergen, Sint-Bartholomeuskerk (Markt): tentoonstelling 500 jaar Plaisance (=de eeuwenoude ommegang met tentoongesteld: het zilveren reliekschrijn van Sint-Bartholomeus en de stadsreuzen met hun kledij). Komen ook aan bod: het processielied en verhalen met anekdotes.

    • Geraarsbergen: Nieuwstraat nr13: Demonstratie van kantklossen en tentoonstelling van zwarte Chantillykant (of Geraardsbergse kant). Tussen 1840 en 1870 waren in Geraardsbergen meer dan 100 bedrijven actief in de productie van Chantillykant.

    • Herzele, Wattenfabriek, Solleveld: Expertenbeurs: Verzamelactie: Wat liet WOI na in Herzele?. Documenten en voorwerpen uit WO I worden verzameld en geindexeerd.

    • Kluisbergen, Home St.Franciscus, Kwaremontplein: Tentoonstelling ontvangen schenking van foto's, voorwerpen en documenten uit de studio van de Berchemse fotograaf Henri Declercq (1897-1972)

    • Kruishoutem, De Mastbloem, Waregemsesteenweg -17u: Filmvoorstelling: Wijk Marolle in weekdagpak. Beelden brengen het vroegere boerenleven nog in herinnering(slachten van het varken, boter maken)ook de smidse en het malen bij de molenaar. De film vertelt ook over de beroepen van de vele Marollenaars.

    • Lierde, Sint Janskerk, St.Jansplein: Tentoonstelling: Erfgoed van de vier Lierdse kerken: collectie gewijde vaten, gewaden, geleerde boeken en een uniek retabel.

    • Maarkedal, Maalzaakstraat 21: Verenigingen stellen zich voor en blikken terug naar de tijd van toen. Elke vereniging ging grasduinen in het eigen archief en zocht haar waardevolste erfenis.

    • Ename: Pam-museum, Zoektocht: Erf je rijk! Een zoektocht met opdrachtjes in het museum en de museumtuin.

    • Ename: Provinciaal Erfgoedcentrum: tentoonstelling die vertrekt van het interieur van Gust De Smet, maar kijkt ook binnen in ateliers van Raveel en andere kunstenaars.

    + tentoonstelling 'Erfgoedtestament van de Vlaamse Ardennen' (erfgoedrijkdom uit dertien gemeenten): bezoekers krijgen o.a. een 18de-eeuwse bijbel uit de protestantse gemeenschap van Horebeke te zien, ze leren meer over het geheime recept van Wortegemse jenever en komen alles te weten hoe de werktafel van een handschoenmaakster uit Zwalm eruit zag. De 13 gemeenten: Horebeke, Wortegem, Zwalm, Oudenaarde, Kluisbergen, Kruishoutem, Maarkedal, Brakel, Geraardsbergen, Lierde, Herzele, Zottegem en Ronse.

    • Ronse: St.Hermeskerk: Concert met de Missa ‘Vous ne l’aurez pas’ van Cypriaan De Rore

    • Ronse: De Ververij, Wolvestraat: Lezing + tentoonstelling Cypriaan De Rore en zijn muzikaal oeuvre De Rore (geboren te Ronse in 1515) was één van de belangrijkste componisten van de 16de eeuw en was vooral een componist van madrigalen. Dit zijn meerstemmige vocale composities met een niet-religieuze tekst. Hij was kapelmeester aan het hof van Ferrara (Italië), verbleef in München, Beieren en Ronse, verwierf een positie aan het hof van Parma (Italië) en werd kapelmeester aan de San Marcobasiliek in Venetië. Hij overleed in 1565.

    • Wortegem-Petegem: domein de Ghellinck: Tentoonstelling:collectie van de heemkundige kring Bouveloo. De dialectspecialist leert ons mooie dialectwoorden. Je leert er een bijna verdwenen volksspel 'Kallestuiven' of je gaat op pad met een fotozoektocht.

    • Zottegem: De Hoevebrouwers, Gentsesteenweg: Via geocaching: Zoektocht Zottegem ... nog niet zo gek! Een zoektocht naar het collectief geheugen, waarin verborgen en vergeten verhalen in het straatbeeld centraal staan. Ook een tentoonstelling van de Hoevebrouwers, een sfeerbeeld van een café 100 jaar geleden. In een quiz wordt je kennis van het rijke (brouwerij) verleden getest.

    • Zwalm: IJzerkotmolen: Culinaire wandeling door grootmoeders keuken. Herbeleef de unieke smaak van grootmoeders keuken uit de gulle hand van de Zwalmstreek en stel je eigen receptenboekje samen.


    OPENBAAR VERVOER  



    De Lijn schenkt elke Erfgoeddag-bezoeker een gratis duo-dagpas. Knip de gratis duo-dagpas van De Lijn uit het nationale Erfgoeddagblad, geef hem op zondag 26 april aan je bus- of trambestuurder en ontdek de fraaiste cultureel-erfgoedcollecties op Erfgoeddag. Zo kan je niet enkel alle deelnemende erfgoedorganisaties en -instellingen bezoeken, maar reis je er ook nog eens gratis naartoe. En weer terug natuurlijk, zonder enige vorm van parkeer- of filestress. Voor meer info over de dienstregeling, surf naar www.delijn.be of bel De LijnInfo op 070 220 200.



    Het Weekendbiljet: de voordelige formule om te sporen tijdens het weekend. Met het NMBS-Weekendbiljet geniet je tijdens de weekends een korting van 50% op je heen-en-terugreis in 1e of 2e klas. Je bepaalt zelf de dag van de heenreis (op vrijdag vanaf 19 uur, op zaterdag of op zondag) en je kiest wanneer je terugreist (op vrijdagavond, op zaterdag of op zondag tijdens hetzelfde weekend). Je koopt je biljet via de Mobile Ticketing (NMBS app), online op www.nmbs.be, aan de automaten of gewoon aan de loketten in het station. Surf naar www.nmbs.be voor meer info over het productaanbod van de NMBS.


    18-04-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oudenaarde: 150 jaar Slag bij Tacambaro


    OUDENAARDE
    Een stukje geschiedenis: 150 jaar SLAG BIJ TACAMBARO

    1864

    Maximiliaan van Oostenrijk, gehuwd met Charlotte, dochter van koning Leopold I, vertrekt naar Mexico om daar als koning van het Tweede Mexicaanse keizerrijk te regeren.

    Dit was een opdracht van de Franse keizer Napoleon III.

    Dit roept heel wat weerstand op, zowel in België als bij de Mexicaanse republikeinse bevolking. Die schaarden zich achter de Mexicaanse vrijheidsstrijder Juarez.

    Troepen vrijwilligers verzamelen en worden opgeleid in Oudenaarde (in de abdij van Maagendaele) als lijfwacht voor het keizerlijk paar. 1500 soldaten van overal verzamelden er.

    Aangekomen in Mexico worden ze, tegen de regels in, betrokken bij militaire acties, waaronder deze van 11 april 1865.

    In de vroege ochtend barst er in het Mexicaanse stadje Tacambaro een hevige strijd uit tussen de troepen van de Mexicaanse republikeinen en een klein legioen (250) Belgische vrijwilligers, dat heldhaftig weerstand biedt.

    De Belgische vrijwilligerstroepen delven het onderspit. Doden (20), gewonden en krijgsgevangenen zijn te betreuren. Ook veel vrijwilligers uit Oudenaarde sneuvelden er.



    Later werd Maximiliaan er vermoord en keerde prinses Charlotte naar België terug om bijkomende steun te zoeken, maar die vond ze niet.

    1867

    Beeldhouwer Guillaume Geefs creëert ter nagedachtenis een monument op het pas aangelegde plein aan de Meinaert, dat wordt omgedoopt tot 'Tacambaroplein'.

    Een mysterieus beeld van een liggende treurende vrouw, leunend op een wereldbol, met een rouwkrans in haar hand en een melancholische blik in de verte, richting Mexico.

    Een paar namen en teksten, gebeiteld in de stenen van het monument, verwijzen naar de Slag bij Tacambaro.

    Een monument onthuld voor de gesneuvelden in Tacambaro, Mexico.

    Oudenaarde in Tacambaro, Mexico



    150 jaar na de slag bij Tacambaro heeft een afgevaardigd Oudenaards team (burgemeester De Meulemeester, schepenen Carine Portois, John Adam en diensthoofd Eva Roels van de toeristische dienst) er een boodschap van vrede gebracht.

    Oudenaards burgemeester Marnic De Meulemeester heeft in de Mexicaanse stad Tacambaro de Codallos het Oudenaardeplein ingehuldigd.

    Ook werd er een monument voor de gesneuvelden voorgesteld en de burgemeester mocht er de eerste steen leggen.

    De vluchten zijn betaald door de stad Oudenaarde, het verblijf door Tacambaro, Mexico.

    De samenwerking met de Mexicaanse stad zal de komende maanden nog verder uitgewerkt worden.

    In het weekend van 25 en 26 april komt een Mexicaanse delegatie alvast al naar Oudenaarde om hier de Slag bij Tacambaro te herdenken.

    Activiteiten t.g.v. '150 jaar Tacambaro:

    1) TENTOONSTELLING van 25 april tot 31 mei 2015 in de exporuimte, voorkant stadhuis:
    '150 jaar Slag bij Tacambaro-Het publieke geheim van Oudenaarde.'

    Tentoonstelling waarbij je alles te weten komt over gesneuvelden uit Oudenaarde aan de hand van brieven, foto's, tekeningen en andere archiefdocumenten.

    dagelijks van 10u tot 18u (maandag gesloten) - ingang gratis


    2) zaterdag 25 april 2015:

    10u15: OPTOCHT vanop de Markt met muzikale begeleiding en vaandeldragers

    MILITAIRE PLECHTIGHEID op het Tacambaroplein

    De plechtigheid zal bijgewoond worden door een delegatie uit Mexico, waaronder de Mexicaanse ambassadeur, de burgemeester uit Tacambaro en de gouverneur uit de provincie Michoacàn en door lokale en nationale prominenten.

    NEERLEGGING BLOEMEN en KORTE CEREMONIE

    11u: ACADEMISCHE ZITTING & RECEPTIE in de volkszaal van het stadhuis.(reservatie noodzakelijk)

    Gastsprekers:

    -dhr. MICHEL PROVOST ( kunstenaar, auteur en tekenaar van het naslagwerk 'Tacambaro: de heroïsche campagne van de Belgische vrijwilligers in Mexico') . Hij maakte er een levenswerk van om zich te verdiepen in het verhaal over de vrijwilligers die in dienst van de Belgische Charlotte naar Mexico trokken.

    -dhr. MICHIEL BAUTERS (historicus die een studie maakte over de herdenkingsmonumenten op het Tacambaroplein). Hij kan ons verklaren waarom in Oudenaarde de herinnering aan de Mexicaanse veldtocht nog leeft.

    Muzikale omlijsting: multi-instrumentalist LUIZ MARQUEZ (Mexico)




    3) vrijdag 24 april 2015: van 14u tot 20u

        zaterdag 25 april 2015: van 10u tot 18u

        zondag 26 april 2015: van 10u tot 18u

    FIESTA EUROPAMARKT:

    een meerdaagse markt waaraan marktkramers uit heel Europa deelnemen.

    De Fiesta Europamarkten kennen een groeiend succes in Vlaanderen en daarbuiten.



    Zij brengen meestal specialiteiten, souvenirs, streekproducten mee uit hun land of regio. Het aanbod is zeer gevarieerd van Oostenrijkse mosterd tot Pyreneeënkaas, Engelse fudge, Hongaars Artisanaat, streekgerechten, wijn,...

    Het evenement brengt 'Europa' op een aangename manier onder de aandacht.

    Op zondag is er een extra inbreng met streekproducten uit de Vlaamse Ardennen. Locatie: Kleine markt.

    Ook de vzw Oudenaarde en Zustersteden zal aanwezig zijn met producten uit de zustersteden: Arras (Frankrijk), Begen-op-Zoom (Nederland), Castel Madama (Italië), Coburg (Duitsland) en Hasting (Engeland).

    Uitzonderlijk zullen ook Mexicaanse marktkramers aanwezig zijn en Mexicaanse animatie.


    4) zondag 26 april 2015: 14u & 15u: STADSWANDELING:


     een gids neemt je op sleeptouw naar het Tacambaroplein en vertelt je over het tragische verhaal dat geleid heeft tot de Slag bij Tacambaro.

    Aansluitend neemt hij je mee naar het MOU-museum, waar je meer verneemt over de herkomst van chocolade (een 17de eeuws luxeproduct). De wieg van chocolade en de cacaoboon wordt immers gesitueerd in o.a. Mexico. De eetcultuur en etiquette wordt uit de doeken gedaan.

    Start aan Toerisme Oudenaarde - reservatie noodzakelijk-


    5) zondag 26 april 2015: 18u in de BrandWoeker. - inkom: 5 euro JAZZCLUBCONCERT MET LUIZ MARQUEZ TRIO (=Luiz Màrquez, Renato Màrquez en José Luis Montiel)



      Muziek van de Mexicaanse multi-instrumentalist Luiz Màrquez met traditionele Meso-Amerikaanse instrumenten zoals de huéhuetl, de teponaztle, schildpadschalen, zeeslakkenhuizen, ocarina's en diverse fluiten, ook westerse instrumenten als de saxofoon, de gitaar en basgitaar en de viool.


    6) vrijdag 24 april 2015: van 14u tot 18u zaterdag 25 april 2015: van 10u tot 18u zondag 26 april 2015: van 10u tot 18u EXPOSITIE: AQUARELLEN uit MEXICO

     Mexicaanse schilders stellen tentoon in het OLV Hospitaal - gratis toegang - Door het Staatsministerie van Cultuur van Michoacan (Mexico) en de stichting IISBE A.C. een schilderswedstrijd voor olieverf georganiseerd voor professionele schilders van de staat, met als thema 'Reinterpretando Van Gogh'. Van de 67 deelnemers heeft de jury als winnend schilderwerk 'Molino de Trigo' van de schilder Tsade Jedael Trigo Magana uitgeroepen. Dit is een jonge schilder uit Tacambaro. Daarnaast selecteerden ze ook 16 andere schilderijen. Deze serie aquarellen (60 x 80cm) zijn uitzonderlijk te bezoeken in Oudenaarde.


                       


    7)
    Het MOU-museum van Oudenaarde en de Vlaamse Ardennen, in het stadhuis van Oudenaarde, is op erfgoeddag, zondag 26 april 2015, GRATIS te bezoeken.


    8)Historische stadswandeling WOI. Een gids brengt je door Oudenaarde met een wandelbrochure en samen met hem verken je het Oudenaardse oorlogsverleden. Deze boeiende wandeling vertelt je het verhaal van de stad tijdens Wereldoorlog I.

    Wandeling om 14u30-Reservatie noodzakelijk. (dienst Toerisme)

    Je kan ook wandelen zonder gids, enkel met de wandelbrochure. GRATIS op erfgoeddag.

                                                                                                       

    11-04-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geneesheiligen.


    GENEESHEILIGEN

    Vorige generaties deden regelmatig een beroep op heiligen.

    Deze waren bekend als helpers in nood, als beschermers van personen en verenigingen, ter heling van pijnen en kwalen.

    Zowat elke parochieheilige werd bovenaardse gaven toegedicht die de modale sterveling konden genezen of vrijwaren van ziekte en onheil.

    Men ging die heilige bezoeken, men ging bidden en aanroepen om genezing, men kocht zelfs medailles met geneeskrachtige werking, ook scapulieren dragen, men ging kaarsen branden, offers brengen (varkenskoppen voor de H.Antonius, roosjes voor de H.Rita, roestige spijkers voor St.Elooi, luierspelden voor de H.Erasmus, maar ook geld),...

    In de volksmond noemde men dit: 'De heilige gaan DIENEN'.

    Een geheel van kwakzalverij, bijgeloof, onwetendheid en religieuze devotie???

                                                 ********************************

    Als klein jongetje moest ik van moeder steeds de H.Antonius aanroepen als ik iets verloren was of iets niet onmiddellijk vond. Hij hielp ook om in een examen te slagen en zelfs om vlug werk te vinden en ... hij was specialist in het genezen van varkens!



    De H.Rita stond ook op de kast. Die moest aanroepen worden wanneer men geen raad meer wist. Zij weet alles af van de ellende en je kan haar gerust al je zorgen en problemen toevertrouwen. Zij verschaft je graag hulp en geeft je weer moed. Zij werd ook aanroepen bij huwelijksproblemen en kinderloosheid. Sint-Rita kende een ongelukkig huwelijk alvorens ze intrad in een klooster.



                        En hoe was het ooit in de Vlaamse Ardennen????

    ***************************************************************************

    OOIKE: Sint-Katharina : aanroeping ter genezing van alle soorten huiduitslag, vooral het 'Katharinawiel'

    Katharinawiel of Tinea corporis, ook wel bekend als Katrienewiel of ringworm, is een ringvormige huidinfectie, veroorzaakt door een schimmel.

    Waarom ringworm? Omdat het lijkt alsof er een worm onder de huid zit. De aandoening begint met een rode vlek die jeukt en als je krabt wordt dit een wondje die zich als een wiel zal beginnen uitzetten op je vel.



    aanroeping: Sint-Catharina van Alexandrië


    Catharina kwam volgens de oudste overlevering uit een roemrijk patriciërsgeslacht en was de dochter van Costus, de gouverneur van Alexandrië.

    Ze kende alle werken van Plato uit haar hoofd toen ze nog maar vijftien was.

    Ze was Jezus met hart en ziel toegedaan, en beloofde hem haar maagdelijkheid.

    Nauwelijks had ze dat gedaan, of keizer Maxentius werd verliefd op haar.

    Op haar weigering om na zijn echtgenote de tweede dame aan het hof te worden, wilde hij haar dwingen haar geloof af te zweren onder bedreiging met gruwelijke folteringen.

    Ook stuurde hij veertig heidense filosofen op haar af om haar te bekeren, maar in plaats van Catharina te bekeren tot het heidendom werden de geleerden tijdens de discussie met Catharina bekeerd tot het Christendom.

    Daarop wilde de keizer haar laten verpletteren met een rad waarop scherpe ijzeren punten waren gemonteerd.

    In plaats van Catharina brak echter het rad, getroffen door de bliksem.

    Hij wilde haar laten verbranden, maar het vuur waaide uiteen en verbrandde de beulen.

    Uiteindelijk lukte het dan toch haar te onthoofden. Uit haar halswond stroomde melk die de stad van de pest bevrijdde.

    Haar lichaam werd door engelen naar de Sinaïberg gebracht, waar het rond het jaar 800 door pelgrims teruggevonden werd. Het was nog steeds in goede staat.

    Naast de berg werd later het Katharinaklooster gebouwd.

    Zij was dus een martelares die geradbraakt werd. Daarom wordt ze altijd afgebeeld met een karrenwiel.

    behandeling katrienewiel nu: een anti-schimmel product (bvb. Nizoral)

    ***************************************************************************

    OUWEGEM: SINT-JAN DE DOPER: aanroeping ter genezing van de stuipen en de hoofdpijn.

    stuipen: plotselinge ongecontroleerde spiercontracties of gedragsveranderingen veroorzaakt door abnormale hersenactiviteit.

    Symptomen: bewusteloosheid, ritmische schokken met armen en benen, wegdraaien van de ogen.

    Koortsstuipen komt vooral voor bij kinderen tussen 6 maanden en 5 jaar.

    Epilepsie (vallende ziekte) zijn stuipen zonder koorts.

    aanroeping: Sint-Jan de Doper of Johannes de Doper


    Wij horen pas echt van Johannes, wanneer hij optreedt als doper bij de Jordaan en de nabijheid van het Rijk Gods aankondigt.

    Hij roept op tot bekering van het hart; en wijst zijn gelovige toehoorders erop dat geloven niet erfelijk is, maar bestaat in een relatie tussen God en ieder persoonlijk, waar ieder ook zijn of haar eigen antwoord op moet geven door middel van een passende levenswijze.

    Herodes laat Johannes arresteren, wanneer hij kritiek levert op diens relatie met Herodias, de vrouw van zijn broer.

    Vanuit zijn gevangenis laat Johannes een keer aan Jezus vragen of Hij nu werkelijk de Messias is.

    Spreekt daar twijfel of zelfs vertwijfeling uit? Had Johannes gehoopt dat Jezus als Messias hem zou komen bevrijden?

    Jezus laat aan Johannes antwoorden, dat hij op de tekenen van de Messiaanse tijd moet letten: doven horen, blinden zien, zieken worden genezen en aan armen wordt het Koninkrijk gegeven.

    En aan zijn toehoorders zegt Jezus, dat Hij in Johannes de Voorloper ziet.

    Het volk meende dat de Messias niet zou verschijnen, zonder dat Elia eerst zou terugkeren om voor Hem uit te gaan. Welnu, aldus Jezus, Elia ís teruggekeerd...

    En we herinneren ons dat Johannes destijds bij zijn optreden aan de Jordaan werd getekend, zoals Elia getekend wordt in de oude boeken: verblijvend in de woestijn; gehuld in een kleed van kameelhaar; een leren riem om zijn gordel; zich voedend met sprinkhanen en wilde honing.

    Herodes luisterde graag naar hem. Kennelijk liet hij hem geregeld uit zijn gevangenis halen en voor zich optreden?

    Of schreeuwde Johannes van onder uit zijn kerker zo hard dat het door het paleis schalde?

    Dat alles zal Herodias extra verontrust hebben. Zij grijpt dan ook de eerste de beste kans die haar geboden wordt.

    Als hun dochter Salome een verleidelijke dans opvoert bij een banket waar een aantal grootmogende heren bij aanliggen, belooft haar vader haar elke beloning die ze vraagt.

    Op aandringen van haar moeder vraagt ze het hoofd van Johannes de Doper op een schotel.

    Herodes zit ermee in, maar kan niet meer terug.

    Als Johannes' leerlingen ervan horen komen ze zijn lijk halen voor een eerbiedige begrafenis.

    behandeling stuipen nu: Bij koortsstuipen de onderliggende infectie behandelen met bv. een antibioticum of bij epilepsie een anti-epileptica-medicatie opstarten.

    ***************************************************************************

    WANNEGEM-LEDE: H.MACHUTUS: aanroeping ter genezing van de 'Koeke en 't hertegespan en oudeman'.

    Koeke: =de buikgangliëntuberculose; een buikziekte: de 'mesenteriale adenitis': tuberculeuse zwelling van de mesenteriale lymfklieren of gezwollen klieren in de onderbuik. Men voelt de gezwollen klieren met daartussen holtes. Lijkt op een Vlaamse wafel, vandaar het woord 'koeke'. Soms zijn het enkel maagkrampen, spijsverteringsklachten of darmflora.

    't Hertegespan: brandend maagzuur met spanningen ter hoogte van het hart; 'zenuwen aan 't herte'

    Oudeman: =kinderziekte met gezwollen en loodkleurig gelaat, droge huid van het aangezicht dat gerimpeld is als door ouderdom

    aanroeping: H.Machutus of Sint-Machuut of Malo:


      Sint Machuut, heilige man. Bevrijdt ons van koeke, hertegespan, oudeman en slappe leden.

    H.Machutus is ook bekend als de 'pisheilige' omdat hij ook aanroepen werd voor kinderen die 's nachts nog in bed plasten.

    Hij werd ook aanbeden tegen kinderlamheid. (zie foto: kleine jongen met krukken, die vraagt om genezing, aan de voeten van Sint Machutus.)


    Tussen de wijk Marolle en de bossen van Machelen aan de Leie (wijk 't Kruiske) woonde tussen de twee wereldoorlogen een oud vrouwtje, dat heinde en verre als specialiste voor de ziekte bekend was en optrad als 'dienster'.

    Daarom werd het vrouwtje 'Het koekewijveke van Kersoudem (Kruishoutem)' genoemd.

    Van overal kwam men om er het koekewijveke op te zoeken. Het vrouwtje reisde ook zelf naar de verschillende plaatsen waar haar hulp bij te bed liggende zieken werd ingeroepen.

    De diagnose van het wijveke was steeds: 'de koeke en 't hertegespan' en haar ingestelde therapie was eenvoudig een bedevaart naar een der voornaamste bedevaartsoorden: Bavikhove bij Kortrijk, Marke-Kerkem bij Oudenaarde of naar Wannegem-Lede.

    In deze laatste bedevaartsoord om de heilige Machuut te dienen.

    Er moesten regels gevolgd worden: de beevaarders moesten onpaar in aantal zijn en de reis was te voet af te leggen (hoe kwader de ziekte, hoe verder de reis).

    De bedevaartganger kocht doorgaans twee koeken, één om ter plekke te offeren aan de H.Machutus, één om thuis te verorberen.

    De pastoor gaf bovendien een wit lint mee met een litanie.

    Het lint moest om het lichaam worden gedragen tussen hart en buik tot het was versleten.

    Ook verkocht hij devotiemedaillons met tekst: 'H.Machutus, patroon van Wanneghem, bidt voor ons' (voorzijde) en 'H.Machutus, verlost en bewaer ons van de plaeg den koeke, hertegespan, slappe leden, enz.' (achterzijde)

    behandeling nu: koeke: een ontstekingsremmer tegen de infectie

                              't hertegespan: motiliumke

                              oudeman: een huidzalf

    ***************************************************************************

    WORTEGEM: ST.ROCHUS: aanroeping ter genezing van alle dierenziektes & ook tegen de pest

    dierenziektes: vooral bij honden

    Sint-Rochus:


    Rochus werd rond het jaar 1298 in de Franse stad Montpellier geboren. Hij was de zoon van vrome ouders die reeds vroeg stierven.

    Rochus gaf al zijn bezittingen weg aan de armen van de stad.

    Hij wilde voortaan zonder middelen door de wereld pelgrimeren en als eerste doel stelde hij zich Rome voor.

    Op weg naar de eeuwige stad openbaarde zich dat Rochus wonderlijke genezingen kon verrichten.

    Veel zieken die aan de pest leden werden door hem door het kruisteken genezen.

    Ook in Rome werden op deze wijze velen van hun ziekte genezen.

    Op zijn terugreis naar zijn geboortestad werd Rochus zelf ernstig ziek. Hij leed aan de pest.

    De legende vertelt dat Rochus zich in het bos in een hut in de buurt van de stad Piacenza vestigde om niemand te besmetten en daar in alle rust te sterven.

    Door een engel, die hem verscheen, kreeg hij weer moed.

    Dagelijks werd hem door een hond van een nabijgelegen edelboer een stuk brood gebracht.

    De edelboer vond het gedrag van zijn hond eigenaardig en besloot hem op een dag te volgen. Zo vond hij Rochus. Met zijn zorg kon hij herstellen.

    Gesterkt door gebed en voeding kon hij zijn terugreis weer opnemen.

    Hij had het plan genomen om te pelgrimeren naar Santiago.

    In zijn geboortestad Montpellier werd hij echter door niemand herkend. Hij werd zelfs vijandig bejegend en in een kerker geworpen omdat men dacht dat het een spion was (het was oorlogstijd).

    Gelaten liet hij alles over zich komen en droeg zijn lijden aan de Gekruisigde op. Hij bleef zwijgen over zijn werkelijke herkomst.

    Na meer dan vijf jaar gevangenis stierf Rochus op 32 jarige leeftijd.

    Pas toen hij gestorven was herkende men hem aan zijn moedervlek boven zijn been.

    behandeling dierenziektes nu: dierenarts

    behandeling pest nu: antibiotica

    ***************************************************************************

    OUDENAARDE: PAMELE: H. MACHARIUS: aanroeping ter genezing van besmettelijke ziekten (pest)

    H.Macharius van Antiochië of Macharius van Gent:


    Hij zou gevangengenomen geweest zijn door de Saracenen en een pelgrimstocht ondernomen hebben door Palestina, Epirus, Dalmatië, Beieren om uiteindelijk in Gent te belanden, waar hij door de benedictijnen van de Sint-Baafsabdij werd opgenomen.

    Na opgenomen te zijn in de Sint-Baafsabdij in Gent werd hij ziek.

    De pest brak uit in Gent en hij zou een visioen gekregen hebben dat er slechts een einde aan de pest zou komen wanneer hij zelf en zijn gezellen eraan zouden sterven.

    Hij zou zijn eigen dood voorspeld hebben op Witte Donderdag, 10 april, 1012 en op die dag overleden zijn, waarna de pest verdween.

    behandeling pest nu: antibiotica

    ***************************************************************************

    NOKERE: ST.URSMARUS: aanroeping ter genezing van vee: de koeplaag

    koeplaag: de gevreesde ziekte was MKZ (mond-en klauwzeer): de dieren krijgen blaren op de tong, uier en poten en ze vatten koorts, eten niet meer, verliezen gewicht en produceren minder melk.

    Dit was vroeger de meest besmettelijke en dodende veeziekte.

    St.Ursmarus: bijgenaamd 'de apostel van Vlaanderen'


    Geboren in 644, werd benedictijn.

    De H.Ursmarus overleed op 19 april 713 en zijn overblijfselen werden naar Binche overgebracht.

    In het begin van de achttiende eeuw werd de Nokerse veestapel geteisterd door de pest.

    De toenmalige pastoor Stephanus Lescuier koesterde een diepe devotie voor Sint-Ursmarus en trok in 1702 naar Binche om er diens gunsten af te smeken. Hij kwam terug met een relikwie van de heilige.

    Ook boer Charles Gistelinck moest lijdzaam toezien hoe de gevreesde ziekte lelijk huishield in zijn veestapel. Hij richtte zich tot Sint-Ursmarus en deed twee beloftes om het onheil te keren: hij zou zijn eerstvolgende zoon naar de heilige noemen, dus Ursmaar en een kapel ter ere van St.Ursmarus bouwen.

    En het wonder geschiedde !

    In de loop van dat jaar kwam er een einde aan de MKZ-epidemie ! En...de koeien genazen !!!

    Al spoedig kwam men van heinde en verre, zelfs vanuit de Walen, dienen tegen de 'koeploage'.

    behandeling nu: dierenarts : inenting tegen het MKZ-virus / bij groot aantal besmettingen: preventief doden (verdere verspreiding vermijden)

    ***************************************************************************

    BEVERE: ST.APPOLONIA: aanroeping ter genezing van tandpijn ook: hoofdkwalen en neusverstoppingen

    St.Appolonia van Alexandrië:


    Apollonia van Alexandrië was een heilige uit Egypte over wie vrijwel alles onzeker is.

    Haar moeder zou haar gekregen hebben na een vurig gebed tot de Heilige Maria.

    Ze zou geleefd hebben in de 3e eeuw en in het jaar 249 zou ze gevangen zijn genomen door de heidenen ten tijde van de Romeinse soldatenkeizer Decius, omdat ze haar geloof niet wilde afzweren.

    Ze zou toen omstreeks 50 jaar oud zijn geweest.

    In dit jaar werd het duizendjarig bestaan van het Romeinse Rijk gevierd, waarvan de christenen zich afzijdig hielden, wat aanleiding gaf tot rellen en onrust.

    Ze werd vreselijk gefolterd en bisschop Dionysius beweerde dat men bij haar alle tanden uit de mond heeft getrokken en haar kaakbeen verbrijzeld.

    Hierna zou ze levend verbrand worden maar, toen haar bewakers niet opletten, sprong ze zelf in het vuur.

    Haar verering verspreidde zich zeer snel door het Midden-Oosten en sedert de 16e eeuw ook naar West-Europa.

    De heilige Apollonia wordt vaak afgebeeld met een tang in de ene en een palmtak van de martelaren in de andere hand.

    In de tang zit vaak een tand of kies. Ze wordt aangeroepen bij kiespijn en is ook de patrones van de tandartsen.

    Haar feestdag is op 9 februari.

    behandelen tandpijn nu: tandarts

    ***************************************************************************

    ENAME: H.LAURENTIUS: aanroeping ter genezing van hoofd- en keelpijn

    H.Laurentius van Rome:


    Jaar: 258

    Omdat keizer Valerianus weet dat Laurentius als diaken weldoende is rondgegaan tussen de arme christenen, concludeert hij daaruit dat Laurentius veel geld en goederen tot zijn beschikking moet hebben.

    De keizer zet hem gevangen en eist veel geld.

    Als Laurentius verlof vraagt om het gevraagde op te halen, besteedt hij zijn tijd nuttig door alles wat er is aan de armen uit te delen.

    Als hij met lege handen, maar met een grote groep arme mensen terugkeert bij zijn rechters verklaart hij, wijzend op de stoet van mensen: "Zie daar de schatten van de Kerk."

    Omdat ze hem niet geloven, wordt hij gegeseld. Maar ook dat maakt hem niet loslippig.

    Dan wordt besloten hem op een rooster boven een vuur te folteren.

    Volgens een legende zou hij toen gezegd hebben: "Ik ben al gaar, keer mij om en eet me op."

    Mogelijk is hij tijdens deze foltering gestorven, maar waarschijnlijker is het dat hij tenslotte onthoofd is.

    behandelen nu: keelpijn: gorgelen met zout water; zuigtabletten; siroop; thee met honing; een luchtbevochtiger; paracetamol

    ***************************************************************************

    MOREGEM: O.L.VROUW TEN DOORN: aanroeping voor genezing van koorts bij zieke kinderen


                           

    De huidige kapel Onze-Lieve-Vrouw ten Doorn aan de Heerbaan in Moregem werd in 1806 in neoklassieke stijl in opdracht van kasteelheer Eugène Van Hoobrouck gebouwd.

    Het was zijn manier om Maria te danken voor de wonderbaarlijke genezing van zijn dochtertje Virginia.

    Eertijds was de kapel met doornbomen en door een lange beukendreef met het kasteel verbonden.

    Tot in 1946 werden hier kinderziekten "afgeknoopt". Lintjes, strikjes of delen van een kledingstuk van een ziek kindje werden aan de takken van de meidoornen vastgemaakt om genezing te bekomen.

    ***************************************************************************

    MATER: ST.AMELBERGA: genezing van de rode koorts

    LEDE: ST.DIONYSIUS: genezing schele hoofdpijn, hondebeten, syfilis, astma, longziekte

    MELSEN: ST.STEFANUS: genezing van zweren, gal-,nier- en blaasstenen

    KRUISHOUTEM: ST.ELIGIUS: genezing van steenpuisten, zweren en zenuwaanvallen

    ***************************************************************************

    Elke heilige zijn ziekte

    Waarom een bepaalde heilige met een bepaalde ziekte geassocieerd wordt, kan te maken hebben met:

    1) naamverwantschap tussen de naam van de heilige en de ziekte (Mammertus = mamma - borstziekten);

    2) de marteling of de dood van de heilige (Laurentius = op de rooster verbrand - brandwonden);

    3) de geboorte- of sterfplaats;

    4) plaats van verering (Geluwe voor geelzicht, Zulte voor zilte of nat eczeem);

    5) de heiligen, hun cultus en hun bedevaartplaatsen kunnen ook de voortzetting zijn van prehistorische of heidense goden of cultusplaatsen.

    Onze Mariaverering verenigt kenmerken van primitieve, Griekse en Keltische moedergodinnen.

    Meimaand = Mariamaand, was de maand van de Romeinse godin Flora van bloemen en planten.

    15 augustus was feestdag van een Keltische oogstgodin.

    Het liturgisch jaar komt overeen met de Keltische terugkerende jaarcirkel.

    Soms werden ziekten genaamd naar een heilige, zoals het "katrienewiel", een huidaandoening, naar de H.Catharina; de St. Vitusdans = neurologische aandoening met oncontroleerbare bewegingen (St. Vitus = Sankt Vith, Saint Guy).

    Sommige heiligen zijn de uitdrukking van zogenaamde "archetypen", welke in de menselijke geest ingebakken zijn, zoals de strijd tussen goed en kwaad, de held die de draak of de vijand verslaat om een maagd (St Joris) of een volk te redden, soms op risico van zijn eigen leven.



    Besluit:

    Veel geneesheiligen hebben hun functie vrijwel verloren, omdat de wetenschap inmiddels voor oplossingen heeft gezorgd.

    Vele ziekten die vroeger een dodelijke afloop kenden, kunnen heden vaak in een mum van tijd genezen worden: tuberculose, pleuritis, lepra, alle infectieziekten, enz...

    Maar als de medische stand toch geen soelaas kan bieden vragen veel gelovigen nog steeds hulp van een van de geneesheiligen.

    Al is het niet met de bedoeling om te genezen, misschien enkel om moed te putten om verder te leven.



    04-04-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ronde van Vlaanderen

    RONDE VAN VLAANDEREN



    zondag 5 april 2015: hoogdag in de Vlaamse Ardennen !!!

    Een woordje vooraf:

    Ronde van Vlaanderen...

    Een spektakel...

    Toeschouwers rekken de hals als struisvogels...

    Lenige durfallen hakken zich als slingerapen vast in verlichtingspalen...

    Kinderen dansen aan de hand van moeder alsof ze elektrisch zijn opgeladen...

    Motards keuvelen broederlijk met politiemannen met zweetvlekken onder de oksels...

    Vendelzwaaiers met de Vlaamse leeuw zoeken het oog van de televisiecamera's...

    Gemotoriseerde politiezwaantjes voorop...

    Het zoemend geluid van ontelbare fietsbanden over het wegdek...

    Het gejuich van de fans...

    Het uiteenstuiven van de toeschouwers, weg naar de volgende uitkijkpost...

    Een curieuze cocktail van sportfestijn, volksfeest, opwelling, lenteviering, opwinding...

    Zondag 5 april a.s. ...

    Een wielerhoogdag !!!

    Karel Van Wijnendaele, de geestelijke vader

    Geboren in 1882 als Karel Steyaert

    Overleden in 1961.

    Hij was een mislukt renner, maar ging zelf nog regelmatig naar koersen kijken.

    Hij kwam aan de kost als journalist voor enkele regionale bladen.

    In 1912 werd hem gevraagd of hij mee het blad 'Sportwereld' wilde oprichten. Karel zag dat wel zitten.

    In 1913 werd hij hoofdredacteur van de krant 'Sportwereld'.

    Ontstaan:

    Karel Van Wijnendaele zocht naar een formule om de oplage van de krant 'Sportwereld' de hoogte in te jagen.

    Daarom ging hij kijken bij de collega's van het Franse 'l'Auto'. Dit blad was medeorganisator van de Tour de France en sedertdien steeg de oplage van 'l'Auto' spectaculair.

    In 1913 maakte Karel zijn stoute plannen waar en mocht hij op 25 mei het startschot geven van de eerste Ronde van Vlaanderen met de legendarische woorden: 'Heeren, vertrekt'.

    1913: eerste Ronde van Vlaanderen

    Er waren amper 37 deelnemers, gevolgd door 5 volgwagens.

    Het parcours was 324 km lang en over barslechte wegen.

    De Ronde vertrok in Gent en ging over de kasseisteenwegen via Aalst, Oudenaarde, Kortrijk, Veurne naar de Noordzee, om dan via Roeselare, Brugge in Mariakerke (op de houten velodroom) te eindigen.



    Amper 16 coureurs haalden de finish.

    Paul Deman haalde het net voor zijn vriend Jozef Vandaele na meer dan 12 uur koers met een gemiddelde van net geen 27km/u.

    De eerste Ronde was alles behalve een succes, want een jaar later, in 1914, waren er slechts 10 renners aan de start.

    Wijziging parcours:

    Tijdens de eerste wereldoorlog werden geen rondes georganiseerd. Vele wielrenners bevonden zich aan het front of waren naar het buitenland gevlucht. Ook verboden de Duitsers alle sportmanifestaties.

    Het eerste jaar na wereldoorlog I (1919) kwam Van Wijnendaele met een nieuwe Ronde op de proppen. Ook de Kwaremont werd voor het eerst in het parcours opgenomen.

    De interessen voor de Ronde begon stilaan te groeien.

    Geleidelijk aan verschoof het parcours verder richting Vlaamse Ardennen.

    Vanaf de jaren 1930 tot 1950 waren de heuvels van de Vlaamse Ardennen in de Ronde vertegenwoordigd door de heilige drievuldigheid: Kwaremont (Kluisbergen) + Kruisberg (Ronse) + Edelareberg (Oudenaarde).

    In 1950 werd voor de eerste keer de Muur van Geraardsbergen beklommen.

    Pas na de dood van Karel Van Wijnendaele (1961) werd de Ronde helemaal de koers van de Vlaamse Ardennen.

    Men ging op zoek naar niet-geasfalteerde wegen, naar kasseien en die vond men nog in boerenwegen, kronkelpaadjes en taaie kuitenbijters in de Vlaamse Ardennen.

    In 2012 werd het parcours van de Ronde danig hertekend. Organisator Flanders Classics Wouter Vandenhaute schrapte de Muur van Geraardsbergen uit de koers en koos Oudenaarde als nieuwe plek van aankomst.

    Huldebeeld in Kwaremont & gedenkplaat in Torhout



    Geen mooiere plek voor een standbeeld van Karel Van Wijnendaele dan de top van de mythische helling Oude Kwaremont.

    Van Wijnendaele - 'Koarle' voor de vrienden - was de geestelijke vader van Vlaanderens Mooiste: in 1913 zette hij met de legendarische woorden 'Heeren, vertrekt!' voor het eerst de Ronde in gang.



    Op de Burg in Torhout, op de plaats waar hij jarenlang heeft gewoond, hangt aan het gerenoveerd pand een gedenkplaat ter ere van Karel Van Wijnendaele.

    Flandriëns



    In de jaren 1900 was Karel Van Wijnendaele manager van een troep renners. Hij werkte er onder de naam 'MacBolle'.

    In december 1913 maakten ze een opgemerkt debuut in de '24 uren van Brussel'.

    Renners als Lucien Buysse, Achiel Depauw, Libor Van de Velde en Ritten Van Lerberghe werden beroemd en berucht van Brussel tot Parijs en New York.

    Die renners werden in Franstalige kranten beschreven als 'rauw vleesetende mensen'.

    Voor de Vlamingen werden het 'flandriëns', een eretitel.

    Andere 'flandriëns' werden geboren: Rik Van Steenbergen, Rik Van Looy, Arthur Decabooter, Eddy Merckx, Johan Musseeuw, Peter Van Petegem, Nick Nuyens, Tom Boonen,...

    De 'oerflandriën'


    De 'oerflandriën' was de legendarische Albéric 'Briek' Schotte. Hij reed de Ronde twintig (!) keer en won ze in 1942 en 1948.

    Raar...hij stierf op 4 april 2004, op de dag dat de Ronde gereden werd.

    Dorp van de Ronde 2015

    Sedert het jaar 2000 schenken de organisatoren speciaal aandacht aan 'Vlaanderens mooiste' en duiden jaarlijks een 'Dorp van de Ronde' aan.

    In het 'dorp van de Ronde' vinden dan tal van feestelijkheden plaats. Daarbij wordt iemand of iets, dat gestalte gaf aan de Ronde van Vlaanderen, gehuldigd of herdacht.



    Voor 2015 is dit Zwevegem.

    Een hulde aan Marcel Kint een groot Belgisch wielrenner.

    Hij won Parijs-Roubaix, Omloop van België, Waalse Pijl, Ronde van Vlaanderen, verschillende ritten in de Ronde van Frankrijk, ook gele-truiger, Belgische kampioen en als hoogtepunt 'Wereldkampioen 1938'.

    Zijn bijnaam luidde 'De Zwarte Arend', een naam die hij kreeg van een bekend wielerverslaggever van de krant 'Les Sports', omwille van zijn macht die hij uitstraalde tijdens het koersen, zijn favoriete zwarte trui, zijn scherpe neus en gelaatstrekken.

    Ronde van Vlaanderen...meer dan een wielerwedstrijd !

    Rik Van Walleghem, directeur Centrum Ronde Van Vlaanderen, aan het woord:

    De Ronde van Vlaanderen is...

    -een traditie, meer dan een eeuw oud, doorgegeven van vader op zoon

    -media-aandacht: kranten, radio, televisie

    -het begin van de lente, het leven keert weer, we ontwaken uit de barre winter

    -strijd van de kleine mens tegen de weergoden

    -sensatie: het lijden, vallen van renners

    -passie. Je raakt aan de praat met om het even wie, zonder risico op ruzie. Iedereen is fan van de koers zelf.

    -een uitvergroting van het leven: er worden allianties gesmeed, combines uitgedacht, beloftes gedaan, er is verraad, hebzucht, vriendschap...

    -het decor van de Vlaamse Ardennen, het mekka van Vlaanderen voor de koers.

    NB: Wist je dat er over de Oude Kwaremont meer dan zestig koersen per jaar gaan !?

    Daags voor de Ronde...de Ronde van Vlaanderen voor wielertoeristen !!!

    De dag voor de Ronde van Vlaanderen rijden wielertoeristen hun Ronde van Vlaanderen.

    Zestienduizend wielertoeristen en mountainbikers leveren deze inspanning.

    Een wielertoerist aan het woord:

    "Op de Oude Kwaremont voelde ik elke individuele kassei, Op de Muur draaiden mijn ogen weg als ik na de eerste bocht het tweede, nog steilere stuk opdoemde. In Brakel huiverde ik toen er mij vier grijnzende gruwels voor de wielen werden geschoven: eerst de Leberg, dan de Berendries, dan de Valkenberg en uiteindelijk Ten Bosse.

    Maar dan kwam de ergste van allemaal...de Koppenberg, de molshoop van Melden, de beul voor elke wielertoerist: 550m kasseien, gemiddeld stijgingspercentage van bijna 12%, halverwege zelfs een stuk van 22%.

    Ik kreun... En dan... Oudenaarde...de aankomstlijn....moe, maar tevreden !"

    MEER DAN KOERS...

    Aankomstlijn: Minderbroedersstraat

    -Publiekstent Willy Naessens...iedereen welkom.

    -Jeugdzone met DJ en muziek en gigantisch groot scherm van 100 m2 (=het grootste in Europa)

    Centrum Ronde van Vlaanderen


                                                     

    In het CRVV beleef je de unieke sfeer van de Ronde.

    Je kruipt er in de huid van een renner, Je voelt er de nijdigheid van de hellingen, de onbarmhartigheid van de kasseien en ervaart wat het betekent om deel uit te maken van de Ronde.

    En...je kunt er zelfs winnen !

    Je kunt er honderden oude wielertruien, drinkbussen, affiches en foto's bewonderen.

    Uiteraard is Freddy Maertens jouw gastheer.

    In de brasserie 'De Flandrien' kan je genieten van een Flandrienbier of spaghetti of coupe Koppenberg en in de Rondeshop ontdek je allerlei rondeproducten zoals fietskledij, , ook wielerboeken, en toeristische fietskaarten.

    Markt:

    Publiekstrekker = rennersdorp

    Vanaf 10u30: presentatie en start van de Ronde van Vlaanderen voor vrouwen

    Aanwezig: reuzen van Eine en Volkegem / fietsorkest Chasse Patate

    Parkings

    De Responsible Young Drivers doen een anti-alcoholcampagne op de parkings.

    Dit is een alcoholcontrole op vrijwillige basis zonder boetes, enkel om de bestuurders van een wagen erop te wijzen dat alcohol niet thuishoort bij bestuurders.

    Slogan: 'Echte supporters bobben mee !'

    STRAFFE VERHALEN

    Henri Van Lerberghe, winnaar in 1919

    In 1919 was er een zekere Henri Van Lerberghe.

    Hij stond aan de start van de Ronde van Vlaanderen in volledige wieleroutfit, maar...was zijn fiets vergeten.

    Hij leende een fiets van iemand en iedereen lachte hem uit !

    Meteen ging hij er op zijn eentje vandoor en nam minuten voorsprong.

    Vlak voor hij de velodroom in Gent (Mariakerke) binnenreed voor de aankomst, stopte hij aan een café voor enkele biertjes.

    Zijn manager maakte zich ongerust en zette de renner terug op de fiets.

    Hij won de derde uitgifte en sprak het volk toe: "Ga maar naar huis, het peleton is zeker een halve dag achter !"

    Wereldkampioen voor 8 jaar !

    Marcel Kint werd wereldkampioen van 1938 te Valkenburg (NL).

    Als gevolg van het oorlogsgeweld (WO II) wordt het echter wachten tot in 1946 vooraleer een volgend wereldkampioenschap komt.

    In die tussenperiode mocht hij de regenboogtrui blijven dragen.

    Marcel Kint is hierdoor de langst regerende wereldkampioen wielrennen.

    Geraardsbergen en de Muur

    In het begin van de jaren zestig konden mensen die al over een TV beschikten, voor het eerst vanuit hun zetel van de laatste zeshonderd meter van de Ronde genieten.

    Enkele jaren later zouden ze de renners ook over de Muur zien rijden...alhoewel...

    De cameramannen gingen, in afwachting van de renners, een koffietje drinken in een café.

    Wat ze niet wisten was dat de renners in een razend tempo naar Geraardsbergen reden.

    Toen ze lawaai hoorden, sprintten ze nog naar buiten, maar de koplopers waren al voorbij.

    Dus...ook dat jaar bleef het verslag van de Ronde beperkt tot de laatste zeshonderd meter...


    Retro Ronde van Vlaanderen

    Eén weekend per jaar is er 'Retro Ronde van Vlaanderen'.

    Liefhebbers van koers, koersfiets en oude stijl kunnen dan hun hartje komen ophalen.

    Men komt er fietsen op oude velo's met pedalen om je voet in de haak te schuiven, met wollen koerstruitjes met flockletters of opgestikte merknamen, met broeken zonder zeem, met worsthelmpjes of met een 'claqueske' of gebreide handschoentjes.

    Parcours: 40km - 75km - 100km

    De afstanden van 75 en 100 km hebben 4 bevoorradingen. Je krijgt er geen energierepen, wel biscuits met confituur, peperkoek besmeerd met honing, sandwiches met kaas of worst, puur appelsap. Zelfs een borreltje of een hoorntje met schepijs komt er aan te pas.

    Dit jaar: Retro Ronde in Oudenaarde: op 13 en 14 juni 2015

    Info: http://www.retroronde.be



    Wist-u-datjes !

    • De langste editie vond plaats in 1913: 324 kilometer.

    • De traagste Ronde was in 1923: 26,223 km/u.

    • De snelste Ronde ooit was de editie van 2001: 43,580 km/u.

    • De jongste winnaar van de Ronde van Vlaanderen was Rik Van Steenbergen, in 1944 op 19-jarige leeftijd.

    • De oudste winnaar van de Ronde van Vlaanderen was Andrei Tchmil, in 2000, op 37-jarige leeftijd.

    • In de periode 1915-1918 werd er door oorlogsomstandigheden geen Ronde van Vlaanderen gefietst. Wel werd op 22 augustus 1915 een alternatieve Ronde gefietst op de wielerbaan van Evergem over 150 km. Leon Buysse won voor Oskar Goetgebuer en Albert Desmedt.

    • Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het verplicht met een vast verzet te rijden. Dit om concurrentievervalsing te voorkomen: door de hoge kosten van versnellingsapparaten konden niet alle renners er een veroorloven.

    • Aan de Paddestraat, een kasseiweg in Velzeke-Ruddershove, staat een monument voor de Ronde van Vlaanderen, waarop een erelijst met de winnaars is aangebracht voor elk jaar waarin de Ronde langs deze weg passeerde.

    • Er staat ook een monument in Meerbeke, de vroegere aankomstplaats, aan het begin van de Paddestraat in Velzeke en in Brakel (fel gekleurde fietsframes in een cilindervormig bouwsel).

    • In 2010 werden tijdens de Ronde opnames gemaakt voor De Ronde, een fictiereeks voor één van Jan Eelen die zich volledig afspeelt tijdens de Ronde van Vlaanderen.

    • De Ronde van Vlaanderen vormt samen met Milaan San Remo, Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije de 5 monumenten.

    • In het Vlaamse landschap kan je vreemde, kleurrijke rennersfiguurtjes opmerken. Dit hoort tot het origineel kunstproject 'De ontsnapping' van Erik Nagels. Tafelmodelletjes zijn te koop.

    • Het Centrum Ronde van Vlaanderen organiseert in 2015 geen 'Gouden Flandrien', maar wel het WK voor journalisten.


    28-03-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mullem
    MULLEM

    Mullem, het uniek dorp aan het einde van de wereld...

    Wie Mullem voor de eerste keer binnenkomt en halt houdt aan de kerk kan zijn ogen nauwelijks geloven: hier is de 19de eeuw blijven stilstaan !

    Het dorp staat in de lijst van de 50 mooiste dorpen van Vlaanderen.

    Mullem is een deelgemeente van Oudenaarde met ongeveer 672 inwoners en een oppervlakte van 3,23 km2.

    De naam Mullem gaat terug op het Germaanse 'muldo' (mulle aarde) en 'haima' (woning), wat 'woning in de weke gronden' betekent.

    Een verwijzing naar de omwalde motte of 't Kasteelke.

    Wat is er te zien?

    kerk te midden van het kerkhof, een dorpsplein met het voormalig dorpsschooltje, een kasteel verscholen in een park, enkele straatjes met prachtig bewaarde hoevetjes, enkele huizen en verder...de stilte, de rust, de natuur.

    Kerk: Sint-Hilariuskerk (12de eeuw) met vierkante toren opgetrokken in Doornikse hardsteen. De kerk is Romaans en vroeggotisch en binnenin zijn vooral een paar merkwaardige grafstenen het bekijken waard.


    patroonheilige: Sint-Hilarius: 
    Hij werd tot bisschop gekozen in 353 en later door de keizer van Rome, Constantinus II naar Phrygia vebannen omdat hij de bijzonderste tegenstander van het Arianisme (St.Anathanasius de Grote) niet wilde veroordelen op het concilie van Béziers. Na zijn terugkeer naar Poitiers bleef hij het Arianisme (ketterij die leerde dat Christus niet aan God gelijk was) bestrijden in Gallië.

    Kerkhof: gelegen rond de kerk

    dorpsplein met doodlopende kasseiweg: vandaar de naam 'Mullem...eind van de wereld'

    voormalig dorpsschooltje: Mullem heeft nu nog een kleuterschool in de vroegere meisjesschool. De jongensschool was een vermaard restaurant, nu een feestzaal.

    park + kasteel: Het 'kasteel Baron De Gerlache' of 'kasteel den Ast' is verscholen in een park. Hier woonde de familie Gaston De Gerlache, gedurende achttien jaar burgemeester van Mullem en zoon van Adrien De Gerlache, België's bekendste Zuidpoolreiziger.

    Het domein is niet toegankelijk.



    Het kasteel heeft een okergele muur met het 'kapelletje van de ast' (vroeger een Maria-bedevaartsoord), een uitkijktoren (WOI) en (vroegere) chicoreidrogerij of ast.

    De ingang van het kasteel (een breed sierlijk gietijzeren toegangshek) was tot aan de gemeentefusie op Mullem-dorp, aangezien zowel de baron als later de barones vele jaren burgemeester waren.



    straatjes: deze zijn in de dorpskern nog geplaveid met klassieke kasseistenen.

    hoevetjes: witgekalkt

    huizen: vele zijn okergeel geschilderd, de kleur van het wapenschild van de Heren van Mullem. Zij waren de eigenaars en bij verbouwing mocht de gevelkleur niet wijzigen.

    NB: Dit dorpje had dan wel een Heer, maar echt rijk was het niet !

    stilte: Mullem ligt wel aan de drukke weg Gent-Oudenaarde (N60), maar ligt ietwat afgelegen en is daardoor zeer rustig.

    natuur: natuurgebied: Rooigembeekvallei

    Terug in de tijd:

    Mullem zou ontstaan zijn in de Karolingische periode. (8ste eeuw)

    In de 11de eeuw was Mullem één van de 33 dorpen van de kasselrij Oudenaarde, was geen leengoed, maar een allodium of vrij eigengoed. Dat betekent dat de heren van Mullem hun goed van niemand in leen gekregen hadden, maar er steeds volledig bezitter van waren en er alle vormen van justitie en bestuur konden uitoefenen.

    De eerste heer van Mullem was hoogbaljuw van Oudenaarde.

    In 1326 ging de vrije heerlijkheid Mullem over naar de familie Cabilau, waarvan meerdere burgemeester werden van Oudenaarde.

    In 1617 kwam het goed door vererving naar hun opvolgers, de le Poyvre's.

    In 1816 belandde Mullem bij de baronnen de Nève de Roden.

    In 1847 bij de familie Wargny en via de familie van Oost naar de baron de Gerlache de Gomery. Deze was burgemeester van Mullem van 1952 tot 1970 en werd daarna,van 1970 tot 1977, opgevolgd door Mevr.de Gerlache de Gomery.

    Van de 15de tot de 18de eeuw (tussen 1850 en de tweede wereldoorlog) kende Mullem meer welvaart dankzij de vlasindustrie. Tachtig procent van de Mullemnaars verdienden hun dagelijks brood als spinner of wever.

    In de 19de eeuw verdween echter deze huisarbeid.

    Baron De Gerlache de Gomery

    In Mullem leefde Adrien De Gerlache, een ontdekkingsreiziger die wetenschappelijke onderzoekingen deed van de Zuidpool (1897-1899).

    Commandant Adrien De Gerlache leidde de expeditie van de 'Eerste Belgica'. Hij vertrok met dit stoomschip (gebouwd in 1884 in Noorwegen) op 16 augustus 1897 vanuit Antwerpen naar Antarctica.

    Het schip raakte vast (1898) in het ijs. Pas 13 maanden later kon het schip via een door de bemanning zelf gegraven kanaal losbreken.

    Op 5 november 1899 keerde het in Antwerpen terug.

    Zijn zoon Gaston De Gerlache leidde de expeditie van 1957-1959 en ontdekte eind 1957 een ontschepingsbaai in een nog onbetreden Zuidpoolgebied.

    Men noemde dit de Koning Leopold III-baai. Later bouwde men ook nog de Koning Boudewijnbasis.

    Baron Gaston De Gerlache de Gomery overleed in 2006.



    Ook zijn zonen: Bernard, Jean-Louis en François hebben op hun beurt wetenschappelijke zendingen naar Antarctica geleid.

    NB:

    In het kasteel De Gerlache zijn er voorwerpen bewaard die herinneren aan de expedities van vader en zoon: het servies en de zilveren koffiekan van de Belgica (onderzoeksschip), de sneeuwschoenen van Adrien De Gerlache, kaarten en boordinstrumenten, tot en met keizerspinguïn Hans, die Gaston van de zuidpool heeft meegebracht.

    Slag bij Oudenaarde 1708

    Toen in 1700 de Spaanse koning Karel II zonder troonopvolger stierf kwam het rijk in handen van Filips van Anjou, kleinzoon van de Franse koning, Lodewijk XIV.

    Daardoor ontstond in heel Europa een grote politieke crisis.

    De andere grootmachten, waaronder Engeland, vreesden het ontstaan van een Frans-Spaanse Europese supermacht en trokken ten strijde tegen Frankrijk.

    Dit conflict staat bekend als de Spaanse Successieoorlog die duurde van 1701 tot 1714.

    Verschillende confrontaties werden toen met hun enorme legers uitgevochten.

    Het treffen bij Oudenaarde op 11 juli 1708 was een van de belangrijke veldslagen.

    Bijna 180.000 soldaten stonden in de omgeving van Mullem, Huise, Heurne en Eine tegenover elkaar.


       John Churchill                                       Lodewijk XIV

    John Churchill, de hertog van Marlborough voerde het bevel over de geallieerde legers, ca. 80.000 man sterk.

    Tot de geallieerden behoorden naast Engeland, een aantal Duitse vorstendommen zoals Pruisen en Hannover, en de Zeven Verenigde Provinciën.

    Zijn belangrijkste ondergeschikte, tevens een goede vriend, was de aanvoerder van het keizerlijke leger, prins Eugenius van Savoye.

    De twee Franse aanvoerders daarentegen maakten constant ruzie: Lodewijk Jozef, hertog van Vendôme was een ervaren en door de wol geverfd krijgsman, terwijl de hertog van Bourgondië heel wat minder ervaring had. Hij dankte zijn positie aan het feit dat hij de kleinzoon was van de koning, Lodewijk XIV van Frankrijk.

    Het Franse leger, ca. 95.000 man sterk, had ongetwijfeld de bovenhand kunnen halen, maar door taktische blunders en de slechte verstandhouding tussen de twee bevelhebbers verspeelde het roemloos zijn kansen.

    Om een onduidelijke reden werd ongeveer de helft van het Franse leger in reserve gehouden en nam helemaal niet deel aan het gevecht. Tegen de avond moesten ze zich verslagen terugtrekken richting Gent.

    De Fransen verloren ongeveer 15.000 soldaten (waarvan 8.000 krijgsgevangenen) en 25 kanonnen, terwijl de Geallieerden minder dan 3000 man verliezen te betreuren hadden, waaronder slechts 175 Britse infanteristen.



    NB: de Kapellekensbaan:

    drie 'kapellen van de dode man' (Wannegem-Lede, Eine Doorn, Mullem N60) vormen een driehoek waarbinnen de Slag bij Oudenaarde zich heeft voltrokken.



    Televisie in Mullem

    In 1980 koos regisseur Bram Van Erkel het dorp en de dreef van Den Ast uit als locatie voor de verfilming van 'Een blijde dag', naar een novelle van Stijn Streuvels en met een scenario van Liberia Carlier.

    Drie jaar later bouwde televisieregisseur Dré Poppe het dorp om voor de opnamen van 'Daar is een mens verdronken', naar het boek van Ernest Claes en met een scenario van Pierre Platteau. Spelers als Jacob Beckx, Warre Borgmans, Jef Burm en Jo De Meyere maakten de cast, maar het dorp en 'De Kroon' vormden de hoofdelementen van het decor.

    Het hoogtepunt kwam er toen in 1985 de BRT de naturalistische roman 'Hard Labeur' (over het beenharde boerenleven) van de Mullemse auteur Reimond Stijns (1850-1905)verfilmde.

    Zeven zondagen na elkaar zaten alle Vlaamse kijkers voor hun TV te gruwelen en achteraf werden de wandaden van 'Speeltie' (Jo De Meyere) en 'Mie' (Chris Lomme) druk becommentarieerd.

    NB: Aan het oud-gemeentehuis van Mullem hangt, sinds 1987, een bronzen gedenkplaat Reimond Stijns en in 1988 werd het Reimond Stijnspad ingewandeld. Ook is er een straat naar hem vernoemd.


                                       vroeger: links de motte van het kasteeltje van Mullem (woning van de 'heren van Mullem') en daarna het schoolmeestershuis (geboortehuis Reimond Stijns) & rechts het dorpsschooltje

                                       nu: feestzaal 'Ter Motte'

    In 2008 was het pittoreske Mullemse dorpsplein weer het decor van een nieuwe film. Leerling-regisseur Hendrik Verthé nam er de absurde actiekomedie 'Jappegem' op. Hubert Daemen, Noureddine Farihi, Vic De Wachter en nog meer andere bekende televisiekoppen liepen een tijdje in Mullem rond, maar ook de Oudenaarse toneelgroepen Litoziekla (licht, toneel, muziek, klank) en Theater Stam werkten er aan mee.

    En wie herinnert zich de begingeneriek van 'Man bijt Hond' van vorige jaargang nog. De voorgevel van 'De Kroon' was erin te vinden.

    Jaarlijkse evenementen

    -januari: kerstboomverbranding

    -15 augustus: valiezekoers, een folkloristisch spektakel enig in zijn soort en met een weerklank ver buiten de streek. Dit wordt georganiseerd door de Mullemse jeugdgroep 'De Vliegende Arend'.



      De deelnemers dienen 6 ronden af te leggen op en rond het dorpsplein van Mullem. Elk jaar is de spectaculaire doortocht met een schans in de tent voorzien.

      Na elke afgelegde ronde dienen de kandidaten een kledingstuk aan te trekken uit hun valies. Pas nadat dit behoorlijk is gebeurd en ze een stempel van de jury gekregen hebben, mogen ze verdergaan.

      Wie als eerste de zes ronden aflegt, en de kledingstukken behoorlijk heeft aangetrokken, is de winnaar van de reeks.

      Voor de kinderreeks gelden er andere regels: het aantal ronden wordt beperkt en het parcours wordt een beetje aangepast.

      Daar niet iedereen over evenveel talent beschikt als Tom Boonen, vermelden we hierbij dat winnen slechts bijzaak is en dat het plezier altijd dient te overheersen.

      We blijven steevast trouw aan de Olympische gedachte “Deelnemen is belangrijker dan winnen”, al is een gezonde strijdlust onder de deelnemers natuurlijk altijd goed voor het spektakel!

      Reeksen: • Kinderreeks (van 9 tot 15 jaar)

                      • Snelheidsduivels mannen

                      • Snelheidsduivels vrouwen

                      • Tandems

                      • Kleine speciale fietsen

                      • Mastodonten onder de speciale fietsen

    -2de zondag van september: kermis: kaarting-rommelmarkt-aperitiefbar-eetfestijn-animatie-zielendienst-feest voor 55+ --> 12-14 september 2015

    -tweede Kerstdag: herdenking: vroeger moesten alle pachters op tweede Kerstdag hun jaarlijkse pacht bij de kasteelheer in 't Kasteel Den Ast, bij 'Peetje' Georges Van Oost, gaan betalen. De familie Van Oost bezat meer dan 130 eigendommen.

    Bezienswaardigheden

    Wachtbekkens: Omdat Mullem door de eeuwen heen vaak geteisterd werd door overstromingen, werden er aan de Molenbeek wachtbekkens aangelegd. Een gedeelte van het wachtbekken werd beplant met wilgen en ontwikkelt zich tot een moerasbos. Hier kunt u altijd wel een paar watervogels observeren.

    Het bos, de weiden, het moeras en de brede sloten beslagen in totaal een oppervlakte van 8,5 hectaren en kan maar liefst 25 miljoen liter water opslaan. Zo wordt de pittoreske dorpskern beschermd tegen het vernielende water.

    Er is ook een rietveld dat dienst doet als kleinschalige waterzuiveringsinstallatie voor het afvalwater van Huise. Het water wordt niet gezuiverd door het riet zelf, maar door micro-organismen die onderaan op de rietstengels en de wortels leven.

    Een prachtig natuurgebied, vol interessante fauna en flora.

    De Bekemolen: Op deze plek wordt al in 1250 een watermolen vermeld, die niet alleen graan maalde, maar ook olie sloeg. Hij werd in 1954 gesloopt.

    In 1903 werd vlakbij een stenen stellingmolen met ijzeren gaanderij gebouwd.

    De Bekemolen is dan ook een van de laatste historische windmolens die in Vlaanderen werden opgetrokken.

    Voor de bouw werden onderdelen hergebruikt van een in 1892 gesloopte houten staakmolen uit Knesselare.

    Omdat de windvang op deze plek niet echt toereikend was, heeft de molen nooit goed gefunctioneerd.

    In 1940 viel de maalbedrijvigheid stil. Enkele jaren geleden werden de wieken verwijderd.

    De 17-meter hoge molenromp werd een hele tijd geleden opgeknapt maar is inmiddels terug toe aan grondige restauratie en verdere afwerking. Hiertoe zijn er reeds plannen ingediend bij dienst Monumentenzorg.


    In de Kroon: is gelegen in de dorpskern en is een typisch landelijk café dat iedereen kent en er komt om iets te eten of te drinken.

    'In de Kroon werd reeds meermaals gebruikt als decor voor een verfilming. Zo was de voorgevel te vinden in de intro van 'Man bijt hond'. Ook 'Er is een mens verdronken', 'Basta' en 'Een blije dag' vonden de weg hierheen.Maar haar bekendheid dankt ze vooral aan de televisieserie 'Hard Labeur'.



    Motte-Motteheuvel-Mottekasteel: In de Middeleeuwen bouwde men in Mullem een 'motte'. Dit was een aangelegde heuvel, een echt labeurwerk.

    Men bracht met manden of draagberries (60 à 80 kg) aarde aan en bouwde zo een aarden ophoping of motteheuvel.

    In Mullem werd er een kasteeltje (Mottekasteel of 't Klein Kasteelke) opgebouwd, volledig omwald en met ophaalbrug.

    Na de eerste wereldoorlog maakte de in zijn tijd gekende architect Hoge er een rustieke villa van, gelegen in een mooi park.


    De rozentuin: Barones de Gerlache de Gomery (ook barones Lily van Oost) is in gans Europa gekend voor haar rozentuin.

    Zij heeft eigen soorten rozen die haar naam dragen, o.a. Lily van oost, President van oost, Lily de Gerlache...

    In 1996 waren bij een open tuindag meer dan 5000 bezoekers. Spijtig is er nu geen bezoek meer toegelaten!

    To do:

         -voor de fietsers: het fietsnetwerk van de Vlaamse Ardennen, tussen knooppunt 83 en 87 en de beklimming van de Kort Ast.

         -voor de wandelaars: de 'Rooigemsebeek Wandelroute' (ca 13 km)

                                           Reimond Stijnspad


    21-03-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Padden, paddentrek, paddenoverzet


    PADDEN-PADDENTREK-PADDENOVERZET



    De padden:

    Klasse:

    Padden behoren tot de klassen van de 'amfibia' (amfibieën):

                         -amfibie betekent 'dubbel-levend' of 'tweeslachtig': kunnen zowel in het water als op het land overleven; ademen door de longen of door de huid.

    De amfibieën worden verdeeld in drie groepen: -padden (wrattig, bobbelig, droog, klieren achter de ogen, korte achterpoten waardoor ze lopen)

                                                                                 -kikkers (glad, vochtig, geen klieren, lange achterpoten waardoor ze springen)

                                                                                 -salamanders

    Overwinteren:

    Padden overwinteren niet in het water. Ze kruipen voor hun winterslaap onder bladeren en takken of in holletjes onder de grond, diep genoeg om niet te bevriezen.

    Paddentrek of voorjaarstrek:

    Ze verlaten het winterverblijf als het warmer wordt (vanaf 6-7 graden 's nachts) en gaan allemaal tegelijk op weg om hun eieren af te zetten.

    Dit noemt men de paddentrek.

    De trek is het meest intensief als het regent.

    Meestal begint de trek vanaf de tweede of derde week van februari. De piek valt meestal in de tweede of derde week van maart. Einde maart is de paddentrek voorbij.



    Gevaar!

    Door ons dichte wegennetwerk moeten de padden tijdens hun voortplantingstocht vaak straten oversteken. Dat doen ze tijdens de schemering of de vroege nacht.

    Soms moeten ze op deze tocht ook een drukke weg oversteken en dan lopen ze grote kans overreden te worden.



    NB: een gewone pad heeft gemiddeld een kwartier tijd nodig om een weg van 7 meter te overbruggen !

    Naast het verkeer is er nog een ander gevaar: rioolputten. Deze putten zijn ware valkuilen voor de padden op trek.

    En...er zijn ook nog reigers, die de plastieken wand aflopen om de amfibieën uit de emmers te vissen. Vandaar dat 2 x per dag overzetten noodzakelijk is.

    Hulp van de mens:

    Om te voorkomen dat padden op een weg overreden worden heeft de mens op verschillende plaatsen:

         1)schermen langs de weg dwars op de trekrichting geplaatst met daarlangs op verschillende plaatsen een emmer ingegraven

                                     

      of

         2)tunnels onder de weg aangelegd.

                                                 

    De padden lopen langs het scherm op zoek naar een doorgang. Ofwel vinden ze een tunnel, ofwel lopen ze langs het scherm en vallen in een ingegraven emmer.

    's Avonds en/of de volgende ochtend worden de emmers naar de overkant van de weg gebracht en geleegd. Daar kunnen ze hun tocht weer verder zetten.

    De paring en bevruchting:

    Mannetjes starten hun trek naar de voortplantingspoelen vroeger dan de vrouwtjes, maar ze doen er langer over.

    Ze stoppen regelmatig onderweg om een partner te zoeken.

    Als ze onderweg een partner tegenkomen begint de paring.

    Het mannetje klimt bij het vrouwtje op de rug en laat zich zo naar het water dragen.

    Het mannetje heeft wrattige bultjes aan de duimen van de voorpoten, waardoor ze meer grip hebben. Zo'n houding of greep noemt men een 'amplexus' of 'dubbeldekker'.



    Als de padden bij het water aankomen, al dan niet geholpen door leden van de paddenwerkgroep, begint het vrouwtje met het afzetten van de eitjes. Het mannetje bevrucht deze meteen, buiten het lichaam van het vrouwtje.

    De eieren van de pad liggen in 'snoeren' (bij kikkers is dit 'dril')die vastgemaakt worden aan waterplanten.

    De beste plek is een hoekje waar de zon het water lekker kan verwarmen.

    Van eitje tot pad

    Door de warmte komen uit de eitjes de larven. Deze eten algen die zich in het water bevinden.

    Na een poosje krijgen de larven achterpootjes en later komen de voorpootjes. Tot slot verdwijnt het ‘staartje’ en zijn het kleine padjes.

    Dan kruipen de jonge padjes uit het water en stappen de grote wereld in.

    Ze zijn dol op kleine insecten, slakjes, vliegenlarven.

    Na enkele jaren zijn de padden geslachtsrijp en dan doen ze mee aan de grote voorjaarstrek.

    Na de voortplanting verlaten de vrouwtjes het water meestal onmiddellijk na het afzetten van de eieren, terwijl de mannetjes nog langer blijven in de hoop dat er nog verlaatte vrouwtjes bij het water aankomen.

    Wat is 'paddenregen'?

    Ergens in juli of augustus zien we het gevolg van de paddentrek: honderden padjes, kleine kruipertjes van amper één centimeter groot, komen uit het water.

    Het fenomeen is zo opvallend dat er een woord voor werd uitgevonden: de paddenregen.

    Trekperiodes:

    -voorjaarstrek naar voortplantingswateren (maart-april)

    -trek van volwassen dieren naar hun zomerbiotoop na de voortplanting

    -trek van jonge dieren naar hun zomerbiotoop (juni-september)

    -najaarstrek naar hun winterbiotoop (november-december)



    Waarom padden beschermen?

    Padden zijn nuttig -als insectenverdelgers

                                  -als voedsel voor o.a. reigers en ooievaars. Ze vertegenwoordigen een belangrijke plaats in de voedselketen (insekten-padden-reigers, ooievaars)!

                                  -tot slot worden er op sommige locaties zulke hoge aantallen amfibieën doodgereden dat de populaties van deze soorten dreigen te verdwijnen als er niet wordt ingegrepen.

    Paddenoverzetgroepen

        -plaatsen van waarschuwingsborden


        -opvolgen wanneer de padden wakker worden uit hun winterslaap

        -schoonmaken van amfibieëntunnels (2 x in het trekseizoen); uitspuiten en verwijderen van strooizoutresten.

        -jaarlijks (februari) de paddenschermen (50 cm hoog) plaatsen en de nodige emmers ingraven

    Opbouwen (degelijkheid loont!):

    o Met een schep dient er een sleuf van ongeveer 10 cm diep gemaakt te worden waarin vervolgens het scherm (totaal 50 cm) aan de onderkant wordt ingegraven zodat er ongeveer 10 cm in de grond zit en 40 cm boven.

    o Paaltjes worden op een regelmatige afstand van elkaar in de grond geslagen.

    o IJzerdraad dient over de paaltjes heen gespannen te worden.

    o Het scherm kan vervolgens met bindertjes aan het ijzerdraad worden bevestigd zodat het rechtop blijft staan. Zorg voor voldoende bindertjes omdat het scherm anders erg gevoelig is voor windvlagen.

    o Emmers dienen zeer zorgvuldig te worden ingegraven. § De rand van de emmers moet precies gelijk liggen aan het oppervlak van de grond.

                                                                                               § De emmers dienen precies tegen het scherm te worden geplaatst, 1 of 2 cm speling is al genoeg voor salamanders om erlangs te lopen!

                                                                                               § Zorg ervoor dat de grond aan alle kanten goed aansluit op de emmers zodat er geen ruimte tussen de emmers en de grond ontstaat hierin kunnen namelijk salamanders vallen.

                                                                                                 Indien er onverhoopt toch ruimte tussen de emmers en de grond zit dienen de emmers bij elke controle uit de grond te worden gelift om te zien of er zich dieren onder bevinden.

                                                                                               § Plaats in elke emmer een stok schuin tegen de wand zodat kleine knaagdieren zoals muizen en grote insecten de mogelijkheid hebben uit de emmer te klimmen.

                                                                                               § Prik/boor gaatjes in de bodem van de emmer zodat regenwater eruit kan lopen (anders kunnen dieren mogelijk verdrinken).

                                                                                                  Zorg dat ze voldoende groot zijn voor een goede waterafvoer maar te klein voor een kleine watersalamander om doorheen te kruipen.

                                                                                               § Vul de bodem van de emmer met wat bladstrooisel. Dit zorgt voor schuilgelegenheid voor opgesloten dieren.

                                                                                               § Op locaties waar roofdieren een mogelijk ernstige bedreiging voor opgesloten amfibieën vormen, kan boven de emmers een afdakje worden geïnstalleerd.

                                                                                               § Controleer de emmers dagelijks


    -dagelijks controleren en de padden uit de emmers nemen en veilig de weg overbrengen.

    -Leegmaken emmers: meestal tijdens de avondschemering (tussen 19 en 22u) Duurtijd: 6 weken/jaar

    -verwijderen van de schermen en emmers na de heentrek, om de terugtrek niet te hinderen.

    NB: Soms zijn er ook 'raapacties'. Dieren worden dan op en langs de weg verzameld.

    Voorbeelden natuurgroepen:

     -Natuurpunt = de grootste natuurvereniging in Vlaanderen met bijna 90.000 leden.

                              Hyla = de reptielen-en amfibieënwerkgroep van Natuurpunt.

    Sinds 2003 zijn er al meer dan 600.000 amfibieën overgezet door Hyla.

    Al in meer dan 100 Vlaamse gemeenten vinden er paddenoverzetacties plaats.



    Ze doen meer dan de paddenoverzet !!!

    o.a. natuurbeleid, natuurbeheer, natuurbescherming, aanleg en onderhoud van bossen, wandelpaden, fietsroutes, maken en plaatsen van bijenhotels, dierenaantallen tellen, aanleggen van poelen, mensen stimuleren om tuinvijvers aan te leggen, organiseren van infodagen en preventievergaderingen,...

    Kortom...ze beschermen planten, dieren en hun natuurlijke omgeving in Vlaanderen, zodat we nu en in de toekomst van de natuur kunnen genieten.

    RVLA - Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen


    Het regionaal landschap engageert zich om de natuurlijke troeven van de Vlaamse Ardennen te beschermen.

    Dat doen ze door overheid, bewoners en bezoekers van de streek te betrekken in projecten op het terrein die in een duurzame streekontwikkeling passen.

    Dit gebeurt vanuit het secretariaat in Ronse met een achtkoppig team van medewerkers.

    Er wordt gewerkt aan natuurbehoud, landschapsherstel en erfgoed, landschapsonderhoud, trage wegen en natuurrecreatie, woon-, speel- en schoolgroen.

    Rond deze thema’s wordt aanvullend veel gewerkt aan educatie en sensibilisatie.

    Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen streeft er naar de verschillende factoren in de streek op een positieve manier met elkaar in contact te brengen om te komen tot een dynamische ontwikkeling van de streek.

    Op die manier wil RLVA een organisatie zijn die bruggen bouwt tussen openbare besturen, verenigingen, recreanten en de bevolking.

    RLVA is immers een samenwerkingsverband tussen enerzijds de provincie Oost-Vlaanderen, 16 steden/gemeenten en anderzijds de belangengroepen uit de streek voor natuur en milieu, toerisme en recreatie, land- en tuinbouw, wildbeheer.

    Voor U gelezen:

    RVLA Gavere, Brakel, Zottegem, Zwalm en Ronsse werken samen om infoborden (met vermelding aantal overgezette amfibieën vorig en dit jaar) te plaatsen.

    Gavere plaatste de eerste borden langs de Ganzendam (Vurste) en de Kasteelstraat (Dikkelvenne)

    Bewoners van deze plaatsen + vrijwilligers gaan ze dagelijks overzetten ('s morgens om 7u - 's avonds om 21u)



    Hoe ziet een paddenoverzetactie eruit?

    Dagelijks: de 'vangst' controleren en veilig de straat overbrengen

    Maar er is meer: -de soorten amfibieën ontdekken, noteren en melden. Dit is een goede bijdrage aan het in kaart brengen van de amfibieënsoorten in Vlaanderen.

                               -aantallen doorgeven voor inventarisatie

    Soorten amfibieën bij overzetacties: meestal: gewone pad, bruine kikker, groene kikker, kleine watersalamander minder: rugstreeppad, heikikker, alpenwatersalamander zeldzaam: knoflookpad, boomkikker, vroedmeesterpad, geelbuikvuurpad, vinpootsalamander, vuursalamander, kamsalamander

    Help mee !!!

    Ieder jaar weer worden er tijdens de paddentrek schrikbarend veel padden en kikkers door het verkeer gedood.

    Wilt u graag iets doen om het aantal slachtoffers te verkleinen?

    Word dan vrijwilliger en sluit u aan bij een paddenwerkgroep in de buurt.

    De coördinator van de werkgroep zal een schema (beurtrol) opstellen met een wie zal waar en wanneer de ronde doen.

    Padden overzetten is aanstekelijk!

    In een grijs verleden, midden jaren ’70, sprongen enkelingen al op de bres om padden te redden. Beetje bij beetje kregen de redders van het eerste uur navolging.

    In 2000 werden op 53 plaatsen padden gered, in 2012 ging het al om 227 acties, verspreid over 104 (van de 308) Vlaamse gemeenten.

    Sinds 2000 worden alle overgezette (en platgereden) amfibieën keurig bijgehouden op de website van Hyla, de reptielen- en amfibieënwerkgroep van Natuurpunt.

    Tussen 2000 en 2012 werden in totaal 1.472.275 amfibieën levend de straat overgezet; 89.913 haalden de overkant niet.

    Padden spannen de kroon: in 13 jaar tijd werden 1.226.450 wrattige vrienden gered, goed voor 1.103 km pad!.

    Bruine kikkers staan op de tweede plek met 125.736 geredde beestjes.

    Nog een goeie raad !

    Bij padden zie je achter beide ogen een lange, gezwollen bult. Uit die bult of gifklieren kunnen ze een melkachtig, slecht smakend gif afscheiden.

    Dus...was je handen nadat je padden hebt overgezet !

    Bij mensen leidt rechtstreeks contact met paddenmelk of bufotoxine namelijk tot lichte huid-en oogirritaties.

    Een tweede goede raad !

    Help de padden de baan over, maar denk ook aan je eigen veiligheid. Draag steeds een fluo veiligheidshesje.

    Een derde goede raad !

    Niet enkel de dieren die onder wielen terechtkomen worden gedood, er vallen ook slachtoffers door de luchtverplaatsing die door voorbijrazend verkeer wordt veroorzaakt.

    Amfibieën worden door het enorme luchtdrukverschil omhoog geworpen en tegen de onderkant van de wagen aangekwakt. Vaak is die klap zo hevig dat ze meteen dood zijn.

    De impact hangt nauw samen met de rijsnelheid.

    Vanaf snelheden hoger dan 30 km/u maakt de aanzuigkracht al slachtoffers, zeker bij de kleinere en lichtere exemplaren.

    Dus...red een pad, verminder je snelheid !!!



                 Paddenoverzet Vlaamse Ardennen - coördinatoren

    VLAANDEREN: Coördinator: Verbelen Dominique,Torrekensstraat 41, 9820 Munte GSM: 0484 11 98 99 dominique.verbelen@natuurpunt.be


    Ronse: plaats van de overzet: Fiertelmeersstraat Paul Haustraete, Veemarkt 27, 9600 Ronsse GSM: 0473 687166 paul.haustraete@rlva.be

    Kluisbergen: plaats van de overzet: Paddenbroek Lietaer Thijs

    Maardekal: plaats van de overzet: Kokerellestraat Ludo Bauwens, Kokerellestraat 7, 9680 Maarkedal GSM: 0472 423553

    Brakel: plaats van de overzet: Dompels Paul Haustraete, Veemarkt 27, 9600 Ronsse GSM: 0473 687166 paul.haustraete@rlva.be

                 plaats van de overzet: Rovorst Filip Hebbrecht, Korsele 31, 9667 Horebeke GSM: 0490 0571833 filip.hebbrecht@pandora.be

                 plaats van de overzet: Spinele Lies Daneels, Tamelbroekstraat 11, 9660 Everbeek GSM: 0497 923925 lies.daneels@telenet.be

    Kruishoutem: plaats van de overzet: Meirestraat Frederic Piesschaert, Gentse Heerweg 48, 8790 Waregem GSM: 0472 525974 frederic.piesschaert@hotmail.com

                           plaats van de overzet: Wannegemledestraat

    Zingem: plaats van de overzet: Weitstraat Lucien Devaere, Weitstraat 21, 9750 Zingem Tel. 09 3843631 lucien.devaere@telenet.be

    Gavere: plaats van de overzet: Ganzendam (Vurste) Hennie De Schepper, Bukkestraat 6, 9890 Vurste GSM: 0472 784054 hennie.deschepper@ugent.be

                 plaats van de overzet: Kasteelstraat (Dikkelvenne) Peter Breyne GSM: 0478 562127 peter.breyne@inbo.be

                 plaats van de overzet: Evenakkerstraat De Witte Koen

    Zwalm: plaats van de overzet: Dries plaats van de overzet: Gaverbosstraat, S.Van De Veldestraat Minnaert Marc, Bruggenhoek 18, 9630 Zwalm Tel.: 055 497294 minnaert.marc@skynet.be

                 plaats van de overzet: Neerkouter Michel Debue plaats van de overzet: Oude Scheldestraat (Kaaihoeve) Jan Derwael, Oude Scheldestraat 15, 9630 Zwalm Tel.: 055 218155 jan.derwael1@telenet.be

    Zottegem: plaats van de overzet: De Vlamme (Erwetegem) Peter Eeckhout, De Vlamme, 9620 Zottegem peykie@gmail.com                  

                     plaats van de overzet: Pardassenhoek Paul Haustraete, Veemarkt 27, 9600 Ronsse GSM: 0473 687166 paul.haustraete@rlva.be

    Geraardsbergen: plaats van de overzet: Eesbeekstraat An Vanden Broeck, Nieuwenhovestraat 18, 9506 Nieuwenhove GSM 0478 281707

    Sint-Lievens-Houtem: plaats van de overzet: Bussegem Filip De Vos GSM: 0494 868918 filipdv@hotmail.com

                                        plaats van de overzet: Hauwerzele Christine Bonte, IJshoutestraat 9, 9520 Sint-Lievens-Houtem GSM: 0471 341827 bonte.christine@skynet.be

                                        plaats van de overzet: IJshoutestraat Leen Backaert, Marktplein 3, 9520 Sint-Lievens-Houtem Tel.: 053 607257 natuurenmilieu@sint-lievens-houtem.be


    14-03-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ronse: Sint-Hermescrypte


    RONSE: 11de eeuwse St-Hermescrypte



    Wat is een crypte?

    Een crypte is een ondergrondse ruimte in een kerkgebouw, veelal bedoeld als begraafplaats of om relikwieën van martelaren en andere heiligen tentoon te stellen.

    'Crypte' is een uit het Grieks afgeleid woord en betekent 'verborgen'.

    Sint-Hermescrypte, Ronse:

    De crypte is gelegen onder de laatgotische Sint-Hermeskerk (15de-16de eeuw).

    In de kerk, rechts vooraan, vind je het reliekschrijn (=versierde kist met relieken) van Sint-Hermes.

    Erboven staat een levensgroot ruiterstandbeeld van Sint-Hermes.


                             

    De crypte is eigendom van de Kerkfabriek, maar wordt beheerd door de dienst toerisme van de stad Ronse.

    Ze werd heringericht en op 25 april 2014 feestelijk heropend.

    De Sint-Hermescrypte is het pronkstuk van de stad Ronse.

    Uitzicht crypte:

    De Sint-Hermescrypte lijkt een beetje op een ondergrondse kathedraal met verschillende altaren en kapellen.

    Het wordt beschouwd als een van de mooiste cryptes van West-Europa.

    Ze werd ingewijd in 1089 als bewaarplaats voor de relikwieën van Sint-Hermes.

    Al in 860 kwam het schrijn met relieken van Sint-Hermes uit Aken in Ronse aan. De verhuizing was een beslissing van de Lotharingse keizer Lotharius en zijn opvolger Lodewijk II, onder wiens gezag Ronse toentertijd viel.

    In 880 moesten de lokale monniken de benen nemen voor de plunderende Noormannen. Ze brachten het schrijn in veiligheid in Keulen.

    In 940 kwamen de relieken voorgoed terug naar Ronse.

    De crypte is een uniek staaltje van architecturale eenheid.

    Het is een typisch verschijnsel van de Romaanse architectuur.

    Het kooreinde is een laatgotische uitbreiding uit 1511-1526.

    De muren zijn in baksteen of in hergebruikt afbraakmateriaal van het Romaanse koor.

    Romaanse architectuur is de benaming voor een stijlperiode in de architectuur in Europa die duurde van ca. 1050 tot ca. 1200

    Het elfde-eeuwse bouwwerk telt 32 zuilen (15 oorspronkelijke), heeft prachtige muren in natuursteen, een verborgen grafkamer, een waterput en 2 zijkamertjes die als badkamer voor de zieke bezoekers fungeerden.

    In de muren ziet men spitsbogige venstertjes, de beide originele toegangsdeuren vanuit de bovenkerk (thans grotendeels dichtgemetseld), de 3 nissen van de 'confessio' (bewaarplaats relieken Sint Hermes) in het midden van de achterwand.

    Tegenover de nis is een houten balk ingemetseld, met een rij ijzeren haken. Hier werden agressieve geesteszieken destijds vastgeketend tijdens hun belezing.

    Ook uit die tijd dateert de grote kapel aan de zuidzijde van het koor, waar nu een aantal archeologische vondsten opgesteld staan.

    Er zijn Romaanse gebeeldhouwde kapitelen en vondsten uit de Romeinse, Merovingische en Karolingische tijd.



    Gezien crypten begraafplaatsen van heiligen of van hun relieken zijn, is er tevens een grafruimte aanwezig. Talloze graven van de lokale adel zijn er te zien.

    De bedoeling was dat dezen in de nabijheid van de Heilige konden wachten op het Laatste Oordeel.

    Aanwezige voorwerpen: -de waag

                                                             

                                            -het registratieboek voor de pelgrim of het 'zottenboek'

                                            -infopanelen (in 4 talen voorzien: N-F-E-D)

                                            -de audiogids (in 4 talen voorzien: N-F-E-D).

    Vroeger?

    Tijdens de middeleeuwen was Ronse een belangrijk religieus centrum.

    Sint Hermes (afgebeeld als een Romeins officier op zijn paard) werd beschouwd als de patroonheilige van de ziektes van het hoofd, van lichte hoofdpijn tot volslagen krankzinnigheid.

    Patroonheilige van de zenuw-en geesteszieken.

    Men geloofde dat krankzinnigheid veroorzaakt werd door het bezeten zijn van de duivel.

    St-Hermes had de reputatie geesteszieken te kunnen genezen.

    Bedevaarders kwamen van heinde en verre om hulp en genezing te vragen.

    De crypte was dan ook een drukbezocht bedevaartsoord.

    In 1276 kwam de vieringtoren naar beneden en vlakken uit de kruisbeuken stortten in. Van de gewelven zijn enkel een paar vlakken in de noordelijke kruisbeuk bewaard.

    De pelgrim op zoek naar genezing.

    De pelgrim moest zich eerst registreren in het registratieboek voor de pelgrim of 'zottenboek' . Op die manier kreeg je een overzicht van wie er op bedevaart ging.

    Daarna ging hij naar de 'waag' of weegschaal, waar hij gewogen werd. Als vergoeding moest de pelgrim zijn lichaamsgewicht in natura betalen. Dat was eigenlijk hun 'toegangsgeld' voor de crypte.

    Dan begon het wandelen rond de begraafplaats (relieken) van de Heilige Hermes.

    Dan begaf zich naar één van de twee zijkamertjes (badkamers).

    De aanwezigheid van een waterput was essentieel, want water was symbool voor leven, kracht en genezing.

    In het zijkamertje werd de zieke gebaad met water uit de Sint-Hermesput, terwijl in de aanpalende zijkapel (badkapel) een 'badmis' gecelebreerd werd door een kapelaan.

    Pelgrimspel voor kinderen 1ste en 2de graad L.O.

    Je kan zelf pelgrim spelen in het boeiende bedevaardersspel.

    Er is een centraal speelbord met raadsels, geheimschrift, weetvragen, rebussen, indrukwekkende opdrachten en eigen creativiteit nodig om te genezen als pelgrim.

    Op een speelse manier wordt de opgedane kennis toegepast.

    Duur: 2 uur



    Bezoek:

    De crypte is toegankelijk via de Hermesstraat.

    Op jaarbasis komen er meer dan 5000 toeristen over de vloer.

    Info: Gids: dienst toerisme, Ronse.

    De Crypte is tot eind september alle dagen open van 14 tot 17 uur, behalve op maandag. Ronsenaars kunnen gratis een bezoekje brengen.

    NB: toegankelijk voor andersvaliden.


    Wie was Sint Hermes?

    Deze zou een hooggeplaatste Romeinse ambtenaar of stadsprefekt in Rome geweest zijn, die als martelaar voor zijn geloof gestorven zou zijn.

    De relieken van Sint Hermes werden in 860 van Aken naar Ronse overgebracht.



    Sint-Hermes wordt afgebeeld als ruiter en vaak in soldatenkleding met zwaard en helm.

    Aan zijn koord of ketting sleept hij de duivel achter zich aan omdat hij eens de duivel uitdreef bij een kind.

    De legende:

    De zoon van Hermes was zwaar ziek.

    Hermes bracht veel heidense godenoffers ter genezing van het kind.

    Niettegenstaande de vele offers die Hermes aan de goden bracht, genas hij niet, meer zelfs hij overleed.

    Zijn blinde voedster hekelde hem met al die afgoderij.

    Zij ging voor haar probleem (blindheid) hulp zoeken bij Paus Alexander I en deze gaf haar het zicht terug.

    Ook wekte hij het ondertussen overleden kind van Hermes weer tot leven.

    Als gevolg van al die mirakels liet Hermes zich door Alexander dopen en gaf ook aan al zijn slaven(1200) de vrijheid.

    Maar zowel Paus Alexander als Hermes werden echter gearresteerd.

    Tijdens hun gevangenschap werden ze bewaakt door officier Quirinus.

    Deze laatste beloofde zich te zullen bekeren als er een mirakel plaatsvindt.

    De dochter van deze officier leed aan een huidziekte en Paus Alexander wist haar hiervan te genezen.

    Ook zij bekeerden zich tot het christendom.

    Allen werden aangehouden door keizer Aurelianus en ter dood veroordeeld.

    Op het ogenblik van zijn onthoofding vraagt Hermes aan God om alle geesteszieken van de bezetenheid van de duivel te genezen.

    Deze zin staat gereproduceerd op één van de lange zijden van het huidige reliekschrijn waarmee men jaarlijks de fiertelommegang doet.

    Sint-Hermes-processie of fiertel.

    De naam 'fiertel' komt van het Latijnse 'feretrum', dat 'schrijn' betekent.



    De jaarlijkse processie heeft een lengte van ongeveer 32km en 600meter.

    Het schrijn met de relieken van de Sint Hermes wordt dan rond de grenzen van de stad Ronse gedragen, op een draagberrie door vier dragers van de Sint-Hermesgilde.

    Aan de kop van de stoet stapt de belleman, die met twee bellen de cadans aangeeft.

    De traditie wil dat iedereen die zich binnen de cirkel bevindt, zo beschermd wordt tegen geestesziekten.

    De processie zelf vindt plaats op de Drievuldigheidszondag. dus de zondag na Pinksteren.

    Het is een traditie waar jaarlijks meer dan 5000 enthousiaste Ronsenaars en sympathisanten aan deelnemen.

    De spotnaam van de Ronsenaren is 'slekkentrekkers' Rolling Eyes omdat de processie ter ere van Sint Hermes de 1ste km zeer traag gaat en de laatste km ook.

    NB: Op de steile helling richting Muziekbos (Louise-Marie) moeten de processiegangers enkele tientallen meters hardlopen !

           Op die manier wordt een incident uit 1724 herdacht toen struikrovers probeerden het schrijn te bemachtigen.

           De ruiters van Roborst konden toen wel de rovers op de vlucht jagen.

    Waarom een Sint Hermes-ommegang?

    Sint Hermes werd aanbeden ter genezing van allerlei geesteskwalen, gaande van hoofdpijn en depressie tot volslagen krankzinnigheid.

    In de middeleeuwen kwamen bedevaarders naar Ronse om genezing.

    Hun bedevaart was in de eerste plaats een lange voettocht, die soms maanden duurde. Minimaal een tocht van één dag was nodig!

    De Ronsenaar zelf kon dus aan Sint Hermes nooit om een genezing vragen, aangezien hun fysieke inspanning (minstens een dagtocht) ontbrak.

    Er bestaat een franstalig gezegde ¨Saint - Hermes guerit les fous des environs, mais laisse les Renaisiens tels qu´ils sont.¨

    Vertaling: "Sint Hermes geneest de zotten uit de omgeving, maar laat de Ronsenaars zot!"

    De tweede spotnaam ¨Ronsische Zotten¨ Rolling Eyes was geboren.

    Daarom maakten de Ronsenaars jaarlijks een dagtocht (32km) rond de stad, over de mooie, maar lastige heuvelrijen.

    Zo leveren zij toch een fysieke inspanning en kunnen ze als echte bedevaarders ook om genezing vragen. Very Happy


    07-03-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Abraham Hans


    ABRAHAM HANS



    -geboren te St.-Maria-Horebeke op 12 februari 1882

    -als zevende kind (van de dertien) van protestantse ouders, beiden afkomstig van Nederland

                                  vader: Bastiaan Hans, onderwijzer

                                  moeder: Boukje Edelenbosch

    Vader was hoofdonderwijzer in het protestantse schooltje op de Geuzenhoek (Korsele).

    De Horebeekse protestanten hadden het in die tijd verre van gemakkelijk om te overleven. Zij steunden elkaar.

    De jaarwedde bedroeg amper 1200 F. en om dit karig loon toch enigszins op te krikken had de protestantse kerkraad besloten dat ook de opbrengst van het gras en de twee notenbomen op het kerkhof tot het inkomen van Bastiaan mochten worden gerekend.

    Moeder Boukje hielp telkens er iets misliep bij een geboorte, stond zieken met raad en daad bij en zij durfde wel eens ongezouten de waarheid vertellen in gezinnen waarin de man het al te bont maakte.

    Zij leerde de jonge meisjes de knepen van het naaiwerk en werd daarom door iedereen 'de meesteresse' genoemd.

    Zij waren beiden dus zeer geliefd bij de plaatselijke bevolking.

    De boeren uit de wijk toonden hun sympathie en gaven hen bij het slachten van een varkens een 'zende'.

    Zij hielpen ook met het onderhouden van zijn tuin, zijn 'lochting'.

    -In 1887 verhuizen ze naar Roeselare

    Maar ten gevolge van de heersende schoolstrijd werd het protestantse schooltje door het tegenwerkend gemeentebestuur gesloten.

    Het gezin Hans verhuisde in januari 1887 naar Roeselare, want in Horebeke kon de kleine protestantse gemeenschap niet meer instaan voor het onderhoud van het grote onderwijzersgezin (toen reeds 10 kinderen !).

    Ze werden dus door armoede verdreven.

    Zij namen hun intrek in een huis in de Kunststraat bij de gezusters Julia en Sidonia Nono, kleermaaksters.

    Daar werd hun elfde kind geboren.

    Ze leerden er Hendrik Tant, een industrieel en protestant kennen en konden gaan wonen in één van zijn huizen in de Trakelweg, 'Tants reke' genoemd.

    Daar werden nog 2 kinderen geboren.

    Abraham ging naar de stadsschool en studeerde zeer flink.

    In 1894 was hij primus en kreeg de zilveren stadsmedaille voor zijn schitterende schoolprestaties.

    Daar maakten ze veel uitstapjes te voet en zo maakte Abraham kennis met het Vlaamse land.



    -Abraham volgt het middelbaar aan de Rijksmiddelbare school te Menen (Ecole Moyenne) en behaalt het diploma van onderwijzer aan de befaamde normaalschool 'Groen van Prinsterer kweekschool in Doetinchem, provinice Gelderland in Nederland. Hij geeft nadien les te Sluiskil, Roeselare, Sluis en Antwerpen.

    Abraham had tijdens zijn schooltijd veel heimwee naar zijn geliefd Vlaanderen en had steeds een zakje met Vlaamse aarde bij zich.

    Hij had een studiebeurs, waardoor hij kosteloos kon studeren en gratis verblijven in de kostschool.

    Tijdens de vakanties was hij bakkersknecht, want zijn vader had samen met twee vrienden een bakkerij overgenomen.

    Hij behaalt ondertussen ook aan de Gentse Rijksnormaalschool het diploma leraar Nederlands voor het middelbaar onderwijs.

    -huwt met Adriana Van der Meulen uit Sluis en vestigt zich in Kontich bij Antwerpen.

    -het gezin krijgt 4 kinderen

    Opvallend is dat Abraham regelmatig leed aan zenuwinzinkingen.

    Hij deed er ook meer dan lesgeven, want hij stelde lees-en kinderboekjes voor zijn leerlingen op, hij bedacht een schoolboek met stijl-en opsteloefeningen, evenals een liederenkrans met liedjes voor school en thuis.

    Hij was door zijn zwakke gezondheid veel afwezig en werd met ingang van 1 november 1914 ontslagen.



    -tijdens wereldoorlog I wijkt hij met zijn gezin uit naar het neutrale Nederland en wordt er oorlogscorrespondent bij het dagblad 'De telegraaf'

    Abraham Hans vluchtte met heel zijn gezin naar Nederland en werd er opgevangen door de familie van zijn echtgenote, eerst te Sluis en daarna te Vlissingen.

    Vanuit Sluis slaagde hij erin voortdurend in betrekking te komen met vluchtelingen uit de IJzerstreek en zo kon hij op de hoogte blijven van het verloop van de slag aan de IJzer.

    Hij gaf in die tijd veel voordrachten voor een publiek van vluchtelingen en geïnterneerden.

    Aan de landgenoten die te Vlissingen een onderkomen hadden gevonden gaf hij Engelse les.

    Ook had hij in Vlissingen een toneelvereniging gesticht.

    Sommige stukken schreef hij zelf en hij vertolkte ook af en toe zelf een rol.

    De laatste drie weken van de oorlog, na de bevrijding van Brugge op 17 oktober 1918, fietste hij , voorzien van een reispas, geheel West-Vlaanderen af.

    Van hetgeen hij toen meemaakte getuigt hij in 'De telegraaf'.

    Ook verzamelde hij fotomateriaal van de geleden verwoestingen en noteerde getuigenissen van oorlogsmisdaden.

    Later zal hij deze gegevens verwerken in zijn meesterwerken: 'Het bloedig IJzerland', 'De grote oorlog' en 'Ons heldenboek'.

    Zijn eerste bundel: 'Helden zonder zwaard.', vertellingen voor kinderen, verscheen.

    Later volgden historische romans voor de jeugd: 'Groeninghe' en 'Kassel'.

    -in 1919 keert hij terug naar Kontich en wordt journalist bij 'Het Laatste Nieuws' en schrijver van talrijke volksboeken

    Hij wordt voltijds journalist bij de krant 'Het Laatste Nieuws'.

    Voor grote mensen schreef hij 'Een heldenstrijd of de kapitein der Bosgeuzen', de geschiedenis van Sint-Maria-Horebeke.

    Dit verscheen zelfs als feuilleton in het dagblad 'Het Laatste Nieuws'.

    Ook startte zijn eerste naoorlogse feuilleton 'Het woud van Houthulst' in deze krant.

    Het schrijven bracht hem veel op en hij kocht in Kontich een fraaie villa die hij 'Houthulst' noemde.



    Hij is zijn geboorteplaats Horebeke nooit vergeten.

    Hij beschreef ze liefdevol in veel van zijn werken en hij keerde er steeds graag terug.

    Zo vertelt hij dat er bij hem thuis geen geld was om in vakanties in 'pension' te gaan aan de kust of in de Ardennen.

    Dus trok hij maar naar de boerderij bij boer Pieter Louis Blommaert in Horebeke.

    Daar mocht hij de koeien wachten en meehelpen.

    Hij vond het een genot op blote voeten te mogen rondlopen en te ravotten met kameraden.

    De donderdag mocht hij mee naar de weekmarkt te Oudenaarde.

    Ze vertrokken reeds om vijf uur samen met een hele groep van het gehucht Korsele.

    Hij moest dan helpen trekken aan een kruiwagen die de boer duwde en waarop zijn waren lagen.

    Het was lastig want de weg liep over Mater en Volkegem, dus dikwijls steil naar boven.

    Had men dorst dan gingen ze drinken aan een fontein.

    -In 1920 werd hij lid van het IJzerbedevaartkomité

    In die functie was hij betrokken bij de bouw van de eerste IJzertoren.

    Hij was ook medestichter van de Vlaamse Toeristenbond en vanaf 1928 lid van het Algemeen Bestuur.

    Op talloze samenkomsten van het Willemsfonds was hij een begaafd spreker.

    -vanaf 1922 verschijnt de wekelijkse kinderbibliotheek

    Hans had tijdens zijn reizen doorheen het Vlaamse land, verhalen en romans geschreven voor volwassenen, een paar kinderverhalen niet te na gesproken.

    Toch had hij reeds meermaals ondervonden dat vooral de jeugd nood had aan vlot leesbare en aantrekkelijke lectuur.

    En vooral, het mocht niet duur zijn want bij het doorsnee gezin was zeker geen geld om boeken aan te kopen, laat staan kinderboeken.

    Abraham Hans start daarom zijn monumentale "Kinderbibliotheek": wekelijks verschijnt een boekje van ongeveer 30 bladzijden, omwikkeld met een gekleurde kaft en het kost 60 centiemen. (zijn 'Hanskes')

    Zijn verhaal "Drie maanden onder de sneeuw", was meteen raak en werd verschillende malen herdrukt.

    -zijn succes duurt voort...onder pseudoniem (naamsvariant): Hans van Ho(o)renbee(c)k of Jan Verbeke of A.Van Vrijsbeke

    De jeugd had Abraham Hans ontdekt.

    In totaal zouden er tijdens het leven van Hans 865 werkjes verschijnen. Nadien zet zijn zoon Willem de traditie verder en wordt de totale kinderbibliotheek 1580 werkjes groot.

    Het grote succes van de A. Hans kinderbibliotheek trekt evenwel de aandacht van de katholieke overheid.

    Met lede ogen en met groeiende ongerustheid zagen zij dat de protestantse Hans het idool werd van de katholieke jeugd.

    Zijn boekjes werden op verschillende scholen verboden lectuur en wie betrapt werd op het stiekem lezen van een Hanske kreeg daarvoor een klinkende oorveeg als beloning.

    Op bepaalde scholen werden zelfs de ouders van het ernstige feit op de hoogte gebracht en in hardnekkige gevallen werd met wegzending van de school gedreigd.

    Een maatregel die ook toen voor gevolg had dat Hans nog meer werd gelezen.

    Verlichte geesten uit het katholieke milieu zagen na verloop van tijd ook wel in dat dit een foutieve redenering was en zij stichtten in 1930 eveneens een kinderreeks: de "Vlaamse Filmkens".

    Van formaat en uitzicht waren ze hetzelfde als de Hanskens.

    Zij kenden eveneens een groot succes.

    Stilaan echter begonnen de vervoermogelijkheden Hans parten te spelen.

    Verre streken bereizen met de fiets of met het openbaar vervoer waren wel niet de ideale reisgelegenheden om een vlugge verslaggeving te waarborgen.

    In 1928 besluit Abraham Hans dan ook een auto te kopen en zijn keus valt op een zwarte Ford, een robuuste auto in die tijd.

    Hij was te Kontich een van de eersten die er met een wagen rondtoerde.

    Ook zijn familie maakt gretig gebruik van dat vervoermiddel.

    Bij alle belangrijke gebeurtenissen in het land is Hans nu aanwezig.

    Voor "Het Laatste Nieuws" verslaat hij belangrijke assisenprocessen zoals van de moorden te Beernem, de bende Nauwelaerts, de bende Vanhoe-Verstuyft en vele andere.

    Eerst bezoekt hij de plaats waar de misdaad is gebeurd en waarheidsgetrouw beschrijft hij tot in detail het verloop van het proces en alhoewel hij de grootste moordenaars ontmoet en hun wandaden, beschrijft blijft hij een heftig voorstander van het afschaffen van de doodstraf in België.

    Bij het schrijverstalent van Abraham Hans kwam ook veel handelsgeest van pas.

    Immers, na het verschijnen van zijn romans in "Het Laatste Nieuws", werden zij door verschillende uitgeverijen op de markt gebracht.

    Zo zijn er: uitgeverij Hoste te Brussel, uitgeverij Lode Opdebeeck te Antwerpen, uitgeverij gebroeders Hans te Kontich, uitgeverij B.H.Hans Kontich en vanaf 1933 gaf Hans zelf een aantal volksboeken uit in zijn eigen uitgeverij A. Hans - Vandermeulen Kontich.

    Later verschenen talrijke heruitgaven bij: uitgeverij Wilco te Brussel, uitgeverij Innova te Gent, uitgeverij de Schorpioen te Strombeek-Bever en als laatste uitgeverij Helios te Kapellen.

    'De gek van de Molenberg'

    - eerst als feuilleton in Het Laatse Nieuws (1923), dan als roman in boekvorm uitgegeven. (1929)



    Het verhaal speelt zich grotendeels af te Sint-Maria- Horebeke, op de Geuzenhoek, waar protestanten verenigd zijn rond hun eigen kerk en waar Abraham Hans geboren werd.

    Eén van de verhaallijnen is de toen onmogelijke liefde tussen het protestantse meisje Naomi Willemsen en de rooms-katholieke student Frederik Woud.


    Abraham Hans schreef onder het pseudoniem Jan Van Contich 'De bende van Bakelandt', een wekelijkse bijlage bij Het Laatste Nieuws in de jaren '50.

    -hij overlijdt te Knokke op 6 juli 1939

    Het afsterven van familieleden en vrienden maakt hem moedeloos en levensmoe.

    Hij die altijd op de bres stond om anderen te bemoedigen kan het leven nog amper aan.

    In 1938 overlijdt zijn beste vriend en medejournalist Johan De Maeght.

    Het is een erg ontroerde Hans die bij het open graf de laatste woorden spreekt tot een echte vriend.

    Maar een veel groter verdriet overvalt Abraham Hans op 18 juni 1938.

    Zijn jongste dochter Mimi, zijn blij Marieke, overlijdt op 28 jarige leeftijd in een kliniek te Mechelen in het kinderbed samen met haar doodgeboren tweeling.

    Hans heeft de vroegtijdige dood van zijn dochter nooit kunnen verwerken.

    In zijn verblijf te Knokke, in villa Marion waar hij tevergeefs de vroegere rust trachtte te vinden, is hij op donderdag 6 juli 1939 om 2 uur in de namiddag overleden.

    Hans is zachtjes heengegaan, omringd door zijn geliefde vrouw en kinderen en met naast zich ook een vriend uit het volk.

    De badman Frans Vermeille was hem komen opzoeken en is aan de sponde gebleven van hem, die de eenvoudigen zo in zijn hart droeg en geheel zijn leven heeft gewijd aan de verheffing van het volk, zijn ontwikkeling en zijn welvaart.

    Op het nachtkastje naast zijn bed stond de foto van zijn dochter Mimi.

    Ongetwijfeld was zijn laatste blik voor haar.

    Op zaterdagmorgen is hij om 8 uur van Knokke overgebracht naar zijn woning in Kontich en in de namiddag is hij om 3 uur met een protestantse eredienst begraven.

    Op het kerkhof te Kontich rust hij er naast zijn dochter.



    Op de grafzerk staat een tekst uit de bijbel (2-Tim.4:7) waar Abraham Hans zo graag van hield:

                                            Ik heb de goede strijd gestreden.

                                            Ik heb de loop geëindigd.

                                            Ik heb het geloof behouden.

    Bibliografie:

    http://schrijversgewijs.be/schrijvers/hans-abraham/

    Abraham Hans Genootschap

    Deze in 1999 opgerichte werkgroep stelt zich tot doel de werken van de volksschrijver Abraham Hans en van zijn familie op te zoeken, te bewaren en eventueel terug uit te geven.

    De werkgroep functioneert onder het beheer van het Abraham Hansmuseum.




    Met een bijna complete verzameling van de werken van Abraham Hans aangevuld met talrijke foto's en documenten.

                                                                       Oost-Vlaanderen - Zwalm                                                 Antwerpen - Hove

                                                                                  wandeling                                                                       fietsroute

                                                                      Abraham Hans Pad (10 km)                                             Abraham Hansroute (40 km)

                                                                                    


    ABRAHAM HANSSTRAAT te HOREBEKE


                                                                                                                                                                                        

    28-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Korsele, de Geuzenhoek

    HOREBEKE -KORSELE-GEUZENHOEK

    Horebeke ligt in de Vlaamse Ardennen in de omgeving van Zwalm en bestaat uit de deelgemeenten Sint-Maria-Horebeke en Sint-Kornelis-Horebeke.

    Horebeke heeft een oppervlakte van 1121 hectare en is met zijn 2000 inwoners de kleinste Vlaamse fusiegemeente.

    De streek is bekend om zijn vergezichten, uitgestrekte weilanden, een aantal wind- en watermolens (zoals de Tissenhove- en Moldergemmolen).

    Maar de streek is vooral bekend om Korsele, de Geuzenhoek , die zich op een paar kilometer van de Horebeekse dorpskom bevindt, een gehucht in de deelgemeente Sint-Maria-Horebeke.



    Korsele noemt men de Geuzenhoek.

    De bewoners van de Geuzenhoek, trouwe calvinisten (protestantisten), zijn nakomelingen van van Jacob Blommaert.

    De Geuzenhoek , gesticht in 1554, staat als oudste protestantse gemeenschap van België bekend, heeft de oudste protestantse kerk van Vlaanderen en de enige met een protestantse begraafplaats erbij.

    In dit gehucht wonen ongeveer zo'n 200 mensen en één dominee.




    Woord vooraf

    In 1556 kwamen onze streken (Zuidelijke Nederlanden) onder het Spaans bewind, onder het bewind van Filips II, zoon van keizer Karel.

    Die periode is gekenmerkt met veel godsdienstoorlogen: katholieken tegen protestanten.

    Vele protestanten weken uit naar het noorden.

    Anderen die om hun geloofsovertuiging werden vervolgd, hielden zich onder meer in de Vlaamse Ardennen schuil. Men noemde deze bosgeuzen of wilde geuzen.

    Zij waren tegenstanders van de Spaanse koning Filips II en van het katholicisme.

    Zij bevochten de Spanjaarden.


    De Spaanse inquisitie

    Protestantse hervormers Maarten Luther en Johannes Calvin hebben al rond 1520 verschillende aanhangers in en rond Oudenaarde.

    Maar...de Spanjaarden treden keihard op tegen deze 'ketters'.

    Er bestond een Spaanse inquisitie.

    Dit is een rechtbank van de katholieke kerk belast met het opsporen van ketters en het opleggen van straffen aan ketters.

    De katholieke machthebbers verbranden of onthoofden hervormers. Sommigen gaan naar de Spaanse galeien. Vrouwen en kinderen worden als slaven verkocht.

    Uit angst voor de inquisitie vluchten sommige aanhangers het bos in.

    Zo ontstaan de bosgeuzen.

    (NB: er waren ook geuzen die zich verplaatsten over waterwegen en zeeën: de watergeuzen)

    Deze protestantste aanhangers leefden eeuwenlang teruggetrokken in de Vlaamse Ardennen, in plaatsen rond Oudenaarde:

    in Berchem, Etikhove, Kerkem, Leupegem, Maarke, Mater, Melden, Nukerke, Schorisse, Sint-Maria-Horebeke en Zulzeke.


    Jacob Blommaert


                                                        Geboren: 1534 te Pamele bij Oudenaarde

                                                        Gestorven: 1572

    Jacob Blommaert was één van de rijkste tapijtwevers in Oudenaarde.

    Hij was een beroemde rebellenleider en is aanhanger van de leer van Luther en Calvin.

    Hij behoorde tot de beruchte bosgeuzen, die regelmatig vanuit de dichtbegroeide Oost-Vlaamse bossen de Spaanse soldaten overvallen.

    Zij hadden angst voor de inquisitie.

    Hij is veruit de bekendste bosgeus...

    In die tijd ging het er soms geweldig aan toe.

    Op 30 mei 1566 rukt Jan Tuscaen, een hevige aanhanger van Calvin, rukte tijdens de mis in de kerk van Pamele, de hostie uit de handen van de pastoor en wierp ze op de grond terwijl hij riep: 'Ik kan die afgoderij niet langer verdragen!'.

    Hij werd aangeklaagd bij de onderbaljuw van Pamele en op 9 juni levend verbrand op de markt te Oudenaarde.

    Men is misnoegd. Kerken, kapellen en kloosters moeten eraan geloven. Beelden, schilderijen en andere kunstschatten worden vernield of geroofd.

    Jacob Blommaert verzamelt rond Etikhove een legertje van zo'n 400 man en verovert, op verzoek van Willem van Oranje (Willem de Zwijger), groot tegenstander van de Spaanse koning Filips II, Oudenaarde.

    Alles gebeurde in de vroege morgen.

    Aan de Baarpoort boden zich enkele kooplieden aan. Terwijl ze ingeschreven worden en de poort nog open is, lost een van hen een geweerschot waarop een aantal mannen uit een vlakbij gelegen schuur te voorschijn komen en de poort innemen.

    In korte tijd worden de vier andere stadspoorten, het gebouw van de stadswacht en het stadhuis ingenomen.

    Vier katholieke priesters en de gouverneur van Oudenaarde worden in de Schelde gegooid en verdrinken.

    De burgemeester en schepenen worden opgesloten.

    Hij vormt een nieuw bestuur met lutheranen, calvinisten en wederdopers.



    Einde regering Blommaert in Oudenaarde

    Slechts een week of zes regeert Blommaert over Oudenaarde.

    Onenigheid tussen de bewoners versnelt de ondergang wanneer Spaanse troepen onder leiding van de hertog van Alva in aantocht zijn.

    Zij nemen Oudenaarde in en Oudenaarde komt weer onder Spaans bestuur en katholiek bestuur.

    Jacob Blommaert en zijn bosgeuzen vluchten weg richting Zeeland.


    Dood Jacob Blommaert

    De Spanjaarden achtervolgen Jacob Blommaert en halen hem in.

    In Oostwinkel bij Eeklo, tussen Brugge en Gent, wordt hij op 4 oktober 1572 vermoord.

    De schuilplaats waarin hij zich bevindt wordt in brand gestoken.


    Korsele verder...

    Zijn legertje keert na omzwervingen terug in de omgeving van Oudenaarde en terroriseert de Spanjaarden vanuit de bossen bij Korsele.

    Eeuwenlang werd het protestantisme in Korsele als een vijandige leer beschouwd.

    Na het tolerantie-edict van keizer Jozef II kon de gemeenschap een kerkje (in 1795) bouwen.

    Een eigen kerkje, eigenlijk een aanbouwschuurtje van de boerderij Craeyenest. (nu: gemeenschapsruimte). Deze moest verborgen blijven voor de katholieken. Zonder kerktoren, zonder kerkklokken. Het zingen moest gedempt gebeuren.

    Meer dan vier eeuwen heeft deze kleine protestantse enclave rond het Vlaamse stadje Horebeke gruwelijke vervolgingen, armoede en discriminatie weten te overleven.

    Er volgde een korte periode dat België onder Nederlands bestuur viel na de val van Napoleon (1815-1830).

    Vooral dank zij steun uit Nederland, onder meer koning Willem I. Hij zwaaide vanaf 1815 ook de scepter over België.

    Geloof, predikanten en geld moesten langs smokkelroutes naar Horebeke gebracht worden.

    Men woonde er in schamele hutten in een dunbevolkt en moeilijk toegankelijk, moerassig gebied.

    Zij waren arm of onvoldoende ondernemend om de grote stap naar het vrije noorden te wagen en probeerden te overleven door vooral niet op te vallen en door zich af te zonderen.

    De veelal arme keuterboeren hielden 's nachts de wacht, want rooms-katholieken sneden de pezen van de paarden door.

    Kinderen liepen kans ontvoerd te worden naar kloosters.

    Pastoors namen verboden boeken in beslag.

    Katholieken zongen: 'Geus, geus, lange neus, lange tand, ge zijt in d'helle gebrand'.

    In 1820 komt er een protestants basisschooltje.

    Door ingrijpen van de Nederlandse koning Willem I kreeg de gemeenschap in Korsele (Geuzenhoek) in 1823 toestemming een eigen begraafplaats (de dodenhoek) in te richten.

    Hij draag 400 gulden uit de staatskas bij.

    Tot die tijd begroeven de dorpelingen hun doden in hun eigen tuinen, omdat ze op de katholieke begraafplaatsen niet welkom waren. Alleen een struik markeerde de plek, bang dat de katholieken het graf zouden schenden.



    In de muur ervan verwoordt een gedenksteen de dank: 'Zelfs na hun dood zorgt Willem I, koning der Nederlanden voor zijne onderdanen' staat er te lezen.



    NB: Korsele kent nu een 'Koning Willemdreef', een unicum in Vlaanderen.

    Sinds 1841 beschikt men over een pastorie, als woonst voor de predikant.

    In 1872 werd een echte protestantse kerk met toren en twee kerkklokken gebouwd (door onwetenden ook wel de 'tempel' genoemd).

    De zogeheten 'Nieuwe kerk'.

    Boven de ingang bevindt zich een uit steen gehouwen Bijbel.

    Binnen zijn er gebrandschilderde ramen met foute taferelen. Jarenlang hingen er gordijnen voor.


    Bezienswaardigheden in Korsele:

    -het pittoreske kerkhof met de reusachtige treurbeuk (Fagus sylvatica 'pendula'), wiens wortels enkele grafstenen omarmen. Omtrek: ong.5m.



    -het gedenkteken gewijd aan Willem I ('Zelfs na hun dood zorgt Willem I, koning der Nederlanden voor zijne onderdanen')

    -achter de beuk: de oude kerk

    -de stemmige protestantse kerk met boven het portaal een stenen bijbel.

    -het protestants historisch museum, gewijd aan volksschrijver en onderwijzer Abraham Hans(1882-1939). Enkel open op zon-en feestdagen.

      Dit is het vroegere schooltje, gesloten in 1982.


      Er wordt er vertelt over de geschiedenis van de protestantse gemeenschap in en rond Horebeke van 1550 tot heden.

     Ook de geschiedenis van de protestantse school van 1815 tot 1982.

     Ook over het leven en werken van de volksschrijver Abraham Hans (bekend van zijn meer dan 2500 'Hanskes')

    -het geboortehuis (de onderwijzerswoning) van Abraham Hans (in de Abraham Hansstraat)

    -de wandelpaadjes ('Kraaienveld-wandelroute' & 'Abraham Hanspad')

    -de Koning Willem-dreef


    Korsele: vergrijzing...

     -boerderijen zijn enkel nog woonhuis -ertussen: villa's. Ook van katholieken. Vroeger bestond het niet dat een protestant grond verkocht aan een katholiek. Nu wel.

    -gemengde huwelijken (protestant + katholiek)

    -Vroeger: één café. Toen hij verdween jubelde de dominee. Maar ondertussen drinkt men bier tijdens elke jaarlijkse barbecue.

    -Vroeger ging men bij elkaar op verjaardagvisite. Ook voorbij.

    -De protestanten van Korsele dronken ook geen koffie, enkel thee. Nu anders.

    -Vroeger kwam een keer per jaar, op 15 augustus, de broeders uit het Noorden op bezoek. Korsele hield zijn 'Zendingsdag'. Men verzamelde op de weide achter de pastorie voor zang en gebed. Nu bestaat 'Zendingsdag' nog wel, maar Hollanders komen niet meer. Eigenlijk worden die nu het 'Geuzenfeest' genoemd.

    -en...de jongeren trekken weg...

                                                                                                            ******************

    Korsele is stilaan een doorsnee Belgisch gehucht aan het worden...maar het verleden...blijft eeuwig bestaan!

    Korsele zal daardoor voor altijd 'de Geuzenhoek' blijven.


    21-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oudenaarde: Tacambaroplein

    OUDENAARDE: TACAMBAROPLEIN

    Het Tacambaroplein is een plein in de Belgische stad Oudenaarde.

    Samenstelling: 1) rotonde met parkeerplaatsen

                            2) westzijde: kant van Sint-Bernarduscollege en Landbouwinstituut - plein met parkeerplaatsen

                            3) oostzijde: parkgedeelte

    Ontstaan van het Tacambaroplein

    Vroeger was er rondom Oudenaarde een aarden stadsomwalling, maar vanaf 1290 werd deze vervangen door een stenen ommuring.



    (Stadsmuren liepen achter St.Walburga, achter O.L.Vrouw van Pamelekerk, tot voor park Liedts nu, tot Tacambaroplein nu. Peervormig.)

    In de 15de eeuw liet Jan zonder Vrees de Oudenaardse stadsomwalling versterken met 5 toegangspoorten en 24 torens.

    De 5 toegangspoorten waren: 1) de Beverepoort (aan Tacambaroplein nu) 2) de Einepoort 3) de Meerspoort (ten ZW van de Kleine Markt) 4) de Bergpoort (richting Edelare) 5) de Baarpoort (nu J.J.Raepsaetplein)

    In 1782 gaf Jozef II het bevel de stadsvesten te verkopen, met verplichting tot afbraak en opvulling.

    In 1861 legde men, op de plaats van de vroeger Beverepoort een nieuw rechthoekig plein aan: het Tacambaroplein.

    Op het Tacambaroplein: vier monumenten:

    • In het park ten oosten: Een herdenkingszuil voor Amerikaanse infanteriesoldaten die in de Eerste Wereldoorlog tijdens de Slag aan de Schelde op 1 november 1918 in Oudenaarde de Schelde overstaken. De bevrijding van Oudenaarde en van de Schelde.

    • Een oorlogsgedenkteken voor de slachtoffers van Wereldoorlog I in de vorm van een arduinen pijler met bekronend kruis en beelden van burger en soldaat. Vroeger stond dit beeld op de 'Kleine markt', nu voor de ingang van de landbouwschool.

    • Rechts tegen een vrijstaand muurtje werd een monument van de opgeëisten van 1928 geplaatst, afkomstig van de buitenmuur van het begijnhof.

    • Op de rotonde: Het monument van Tacambaro

    Monument van Tacambaro:

    Het monument van Tacambaro (midden op het Tacambaroplein) bestaat uit een liggende treurende vrouw die richting Mexico kijkt. Ze leunt op een wereldbol en legt een kroon neer op een graf.

    Het standbeeld is van Willems Geefs uit 1867.

    Het werd opgericht ter nagedachtenis van de slachtoffers tijdens de 'Slag bij Tacambaro'.



    Herkomst naam:

    Het Tacambaroplein is genoemd naar de plaats Tacàmbaro de Collados, 55 km ten zuidoosten van Pàtzcuaro in Mexico.

    Waarom de naam 'Tacambaro' ???

    Onze eerste koning van België was Leopold I van Saksen Coburg Gotha, was eerst gehuwd met Charlotte Augusta van Wales (Gr.Brittanie¨) en later met Louise Marie van Orléans.

    Bij zijn tweede vrouw kreeg hij zijn dochter Charlotte, geboren in 1840.


    Zij huwde met aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk.

    Frankrijk had in Mexico de hoofdstad en andere grote centra kunnen veroveren, maar het platteland bleef onder controle van de rebellen.

    Franse troepen vermochten hier niets tegen.

    In 1864 werd Mexico een keizerrijk en op aandringen van de Franse keizer Napoleon III werd aan Maximiliaan de keizerskroon van Mexico aangeboden, dit onder bescherming van Frankrijk en Oostenrijk.

    In Mexico werden ze keizerin Carlota en keizer Maximiliano genoemd.

    Een vergiftigd geschenk want Mexico was een gevaarlijk en onrustig gebied met veel revolutionisten. Velen weigerden Maximiliaan als keizer te erkennen.

    Slag bij Tacambaro

    Al snel na zijn troonsbestijging geraakte keizer Maximiliaan in zware moeilijkheden en werd hij geconfronteerd met een algemene opstand.

    Republiek Mexico begon een offensief (burgeroorlogen), de republikeinen voerden continu oorlog met de Franse troepen en het Franse leger wordt teruggetrokken.

    Keizerin Charlotte zoekt steun in Europa, maar iedereen weigert.

    In het begin van februari 1864 wendde keizer Maximiliaan van Mexico zich tot koning Leopold I van België met de vraag om hem 1000 soldaten ter beschikking te stellen.

    De koning kreeg geen toelating van het parlement, maar stuurde toch een expeditiekorps naar Mexico. Deze zouden fungeren als een soort Praetoriaanse garde voor keizerin Charlotte.

    Er werd verwacht dat er in Mexico financiële voordelen te rapen waren voor de Belgische industrie en handel, zeker wanneer het keizerrijk, met Belgische hulp, eenmaal gevestigd was.

    Het Belgische Legioen (vrijwilligers) werd georganiseerd in de streek rond Oudenaarde (kazerne op het Jezuiëtenplein) in oktober 1864 onder leiding van Luitenant-Generaal Chapelié, commandant van de Koninklijke Militaire School.

    Ze (1500 Belgische soldaten) vertrokken op 14 oktober 1864 onder massale belangstelling in het station van Oudenaarde.

    Op 3 april 1865 bezetten tweehondervijftig soldaten van het legioen van Belgische vrijwilligers de stad Tacámbaro de Collados.

    Onze troepen werden snel in gevechten betrokken.

    Onder de orders van majoor Tydgat trekken ze zich terug in de stad, meer bepaald in de kerk die ze ombouwen tot een versterking.

    Op 11 april worden ze aangevallen door de troepen van de juaristische generaal Nicolás Régules, die beschikt over een verpletterende numerieke meerderheid van 3500 republikeinen.

    Omsingeld langs alle kanten zullen de Belgen vijf uur lang proberen stand te houden tot de komst van versterkingen die pas vier dagen later komen opdagen.

    Zij moeten zich tenslotte overgeven. Het legioen verloor in één klap ongeveer een kwart van zijn slagkracht.

    Zwaargewond tijdens de gevechten, zal majoor Tydgat korte tijd daarna sterven.

    Zijn adjunct kapitein Ernest Chazal (de zoon van de Belgische minister van oorlog Félix Chazal), wordt eveneens gedood tijdens de veldslag.

    Op 16 juli 1865 behaalde het expeditiekorps onder leiding van luitenant-kolonel Alfred Van der Smissen alsnog een overwinning in La Loma de Tacámbaro.

    Maar uiteindelijk was een terugtocht noodzakelijk.

    De veldslag werd gewonnen door de republikeinen.

    Het Mexicaans keizerrijk verdween in 1867.

    Slag bij Tacámbaro


    Onderdeel van de Franse interventie in Mexico



    Belgisch legioen

    Datum 11 april 1865

    Locatie Tacámbaro, Michoacán, Mexico

    Resultaat: Republikeinse overwinning

    Strijdende partijen

    Mexico                                                                                               Tweede Mexicaanse Keizerrijk

                                                                                                  Belgische vrijwilligers

    Commandanten

    Nicolás Régules                                                                                          Majoor Emile Tydgat†

    Troepensterkte

    wsch 3500                                                                                                               250-300

    Verliezen

    onbekend                                                                                     250-300 gedood of gevanggengenomen

    1866: Charlotte terug naar België

    In augustus 1866 keerde Charlotte naar België terug. Ook Franse troepen trokken zich terug.

    Men verwachtte ook de terugkeer van Maximiliaan, die echter nooit plaats vond.

    Charlotte ging nog steun vragen in Parijs, bij Napoleon en ook in Rome, bij de paus. Maar deze ontmoetingen waren weinig succesvol.

    NB: Charlotte begon tekenen van paranoia te vertonen. Overal zag ze spionnen en verraders die haar wilden vermoorden. Ze vreesde voor vergiftiging en weigerde nog te eten.

    1867: dood keizer Maximiliaan

    Keizer Maximiliaan besloot zonder versterking de zaak recht te trekken, tevergeefs.

    Hij werd op 19 juni 1867 door opstandelingen in Mexico verslagen, ter dood veroordeeld en gefusilleerd voor een vuurpeloton van zeven man.

    Het definitieve einde van het keizerrijk.

    Keizerin Charlotte...weduwe

    Al gauw werd besloten Charlotte te sparen, het personeel mocht zelfs niet rouwen zodat de Keizerin geen argwaan zou krijgen.

    Een maand later liet Leopold zijn zus naar Laken terugkomen.

    Ondertussen bleef de keizerin in een kunstmatige roes, niet wetende van de geschiedenis.

    Na zeven maanden kreeg ze het nieuws te horen, hetgeen haar geestestoestand niet verbeterde.

    De keizerin kreeg vlagen van hysterie en woede, afgewisseld met heldere momenten.

    Volgens sommigen bleef zij tot haar dood volhouden keizerin van Mexico te zijn.

    "Haar bruidsjurk, verlepte bloemen en een gevederd Mexicaans afgodsbeeld hingen bij haar aan de muur. Volgens berichten bracht ze haar dagen door in gesprek gewikkeld met een levensgrote pop gekleed in een keizerlijk gewaad".

    Zij sprak deze pop aan met 'Max' en beweerde dat het het hart van Maximiliaan bezat.

    Algauw besefte de koning dat ze niet in Laken kon blijven, en stuurde haar naar het paviljoen in Tervuren onder toezicht van Dokter Antoine Hart.

    Op 3 maart 1879 brandde het paviljoen van Tervuren af.

    Niet ver van deze site zou Leopold II later het Koloniënpaleis bouwen.

    De keizerlijke arts Hart redde de keizerin, die de ernst van de zaak niet besefte.

    Daarna verhuisde Charlotte met haar hofhouding naar het kasteel Bouchout te Meise, waar zij tot haar dood bleef wonen.

    Als keizerin van Mexico bleef ze nog steeds de schoonzus van de Oostenrijkse keizer, hetgeen bij de Eerste Wereldoorlog een netelige situatie vormde voor koning Albert.

    De koningskinderen verbleven tijdens de Eerste Wereldoorlog in Engeland terwijl Koningin Elisabeth en Koning Albert in België bleven.

    De Keizerin bleef in haar kasteel.

    Aan de ingang hing een bord: Hier woont hare Majesteit de Keizerin van Mexico; schoonzus van zijne Keizerlijke Majesteit; Franz-Jozef, Keizer van Oostenrijk; Koning van Hongarije.

    De Duitse keizer gaf expliciet het bevel de schoonzus van de Oostenrijkse keizer te sparen.

    De Duitse troepen lieten de keizerin met rust, tot tevredenheid van de koninklijke familie.

    De koninklijke familie bleef zich bekommeren om de oude vorstin.

    Ze kreeg veel aandacht van haar neven en -nichten: prinses Clémentine en prins Boudewijn, maar ook prinses Louise en prinses Henriëtte vergaten haar niet.

    Keizer Frans Jozef zou via zijn schoondochter aartshertogin Stefanie contact houden.

    Zij stierf in Meise op 19 januari 1927.

    Op haar graaf staat: Charlotte van België, Keizerin Carolota, prinses van België, prinses van Saksen-Coburg en Gotha, hertogin van Saksen, aartshertogin van Oostenrijk en keizerin van Mexico.

    Publieke schuilkelder WOII op Tacambaroplein

    Er bevindt zich een wit gebouwtje tussen het groen op de heuvel.

    Dit gebouwtje heeft een toegang (metalen poortje) die gaat naar een schuilkelder.

    Enkel het toegangsgebouwtje, enkele luchtschachtjes en een deksel van de nooduitgang, verraden nu nog de aanwezigheid.



    Het werd opgetrokken als bescherming van de bevolking nadat België al onder Duitse bezetting was en tegen mogelijke vijandelijke luchtaanvallen en bombardementen.

    De exacte periode waaruit de kelder dateert is moeilijk te achterhalen. Men denkt dat het van Belgische makelij is.

    De structuur is volledig opgetrokken uit baksteen in combinatie met assestenen.

    Hierdoor zal het de inzittenden niet beschermd hebben tegen inslagen van bommen, wel tegen rondvliegend puin en scherven van bommen in de directe omgeving.

    Dus een soort scherfvrije ruimte.

    Monument in Leopoldsburg

    Er bevindt zich ook een Tacámbaromonument in Leopoldsburg.

    Deze zuil is zes en een halve meter hoog en draagt de namen van de gesneuvelden van de veldslagen Tacámbaro, Loma en Morelia.

    De twee arenden die het monument versierden, verdwenen tijdens de eerste wereldoorlog.

    Bij de restauratie van het monument in 2001, werden replica's van de arenden op het monument geplaatst.

    Het monument werd opgericht in 1867 en in alle stilte ingewijd wegens de grote opwinding door de expeditie in België veroorzaakt.

    Dit monument wordt 'de zuil van Mexico' genoemd.



    Gedenkbordje in Mexico

    In Mexico zelf herinnert slechts een gedenkbordje aan één van de huizen aan het Zocalo van Tacambaro aan de slag aldaar.

    De Mexicanen zingen nog altijd het lied ADIOS MAMA CARLOTA. Dit is een satirisch lied over Charlotte, geschreven door Vicente Riva Palacio, wiens vader advokaat van Maximiliaan was.

                  https://www.youtube.com/watch?v=KOI4B_SGiuA

    25 april 2015:
    =herdenking 150 jaar 'Slag bij Tacambaro'

    inrichting van: KKROVA of Koninklijke Kring Reserve Officieren Oudenaarde en Vlaamse Ardennen

    (opgericht in 1957, vereniging van officieren)

    met: -militaire herdenkingsplechtigheid

            -academische zitting


    Wil je nog meer weten???? zie:

    https://www.youtube.com/watch?v=URJ3LS8JV3s



    14-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Steenbakkerijen aan de Boven-Schelde

    Terug in de tijd...STEENBAKKERIJEN

       ...een typerende activiteit voor onze regio, aan beide oevers van de Schelde...

                STEENBAKKERS AAN DE BOVENSCHELDE

    Er liggen langs de Schelde meerdere uitgestrekte putten. Het is wat de klei-ontginningen van de steenbakkerijen hebben achtergelaten.

    De Scheldemeersen zijn van oudsher bekend om hun ambachtelijke steenbakkerijen die zich over het ganse grondgebied langs de Schelde uitstrekten.

    Ze waren gespecialiseerd in de vermaarde handgevormde Scheldesteen.

    Zo vonden we vroeger steenbakkerijen in Oudenaarde, Eine, Heurne, Zingem, Meilegem, Asper, Gavere, Semmerzake, Dikkelvenne, Vurste, Eke, Zevergem, ....

    Een beetje geschiedenis:

    -De eerste gebakken stenen zijn gevonden in Mesopotamië en dateren van ongeveer 5000 voor Christus.

    -In Europa werd baksteen voor het eerst door de Romeinen op grote schaal gemaakt en gebruikt. Na het vertrek van de Romeinen raakte de techniek echter weer in onbruik.

    -In de 13de eeuw (bij ons) begonnen benedictijnse monniken ( o.a. van de abdij van Ename) met het bakken (met hout) van Scheldesteen.

     Men sprak dan van kloosterstenen of kloostermoppen. Maar...er was weinig behoefte aan baksteen.

    -Pas in de middeleeuwen 14-15de eeuw nam het gebruik van baksteen sterk toe omdat men de bouw van houten huizen verbood vanwege het brandgevaar in de steden.

    -In de 16de eeuw begon men te bakken met steenkool.

    -In de 18de-19de eeuw verschenen de meeste steenbakkerijen langs de Schelde. Daar vond men de geschikte Scheldeklei.

     Het waren hoofdzakelijk familiale bedrijfjes. Men had na de Tweede Wereldoorlog veel baksteen nodig voor de wederopbouw.

    -Vanaf 1960 was de Scheldeklei uitgebakken en kreeg men ook concurrentie van grote moderne steenovens (streek van Boom). De steenbakkerijen langs de Schelde werden gesloten.

    Het maken van Scheldesteen vroeger:

    -De graver graaft de vette laag klei in de Scheldemeersen uit.

    -De moddermakers (ook morremakers) vermengen de klei met zand en water. Zo bekomt men een slappe brei of kleideeg. Dit doet men ofwel met de handen, ofwel met de voeten.



    -De aanvoerder voert de kleideeg naar de vormtafel.

    -De modderoplegger legt de kleideeg op de vormtafel.

    -De vormer maakt de vorm. Hij gooit wat zavel (of zand) in een houten vorm, afdraagvormen (2 of 4 stenen), zo kan de klei er later gemakkelijk uitglijden. Dan ploft hij de kleideeg in de vorm en duwt de hoeken goed vol. De overtollige klei aan de bovenkant strijkt hij weg.



           NB: de vormtafel wordt af en toe eens verzet om de afstand van de afdragers te beperken. Dit noemt VERZET. Dan worden steeds alle vormen grondig gekuist.

    -De afdragers (jongens/meisjes 11-14 jaar) dragen de vormen weg naar de lagerhuizen en kantelen ze op de droogplaats zodat de kleistenen er uitgleden. Zo worden de stenen in de zon voorgedroogd.



    -Na enige dagen zijn de stenen droog genoeg en worden ze rechtgezet (gestapeld) in lage huizen, afdaken, droogloodsen of hammen. De wind kon er overal doorheen en het drogen verliep optimaal. Rieten matten houden de hevige winden tegen.

           NB: Soms werkten er ook jonge gasten minder dan 14 jaar (niet toegelaten). Als er plots inspectie was, dan rolde men de jonge gasten in een rieten mat, zodanig dat de inspectie ze niet vond.

    -Na 2/3 weken begint het bakken. De veldoven wordt dichtbij de Schelde gebouwd.


    De buitenzijde van de oven in wording werd altijd eerst opgezet met oude stenen en daartussen werd dan op de bodemlaag afwisselend een laag gedroogde stenen gelegd en daarop een laagje brandkolen (antraciet) gestrooid. Dit werd herhaald en zo werden er dagelijks vier lagen te bakken stenen boven elkaar opgezet.

    Zij krijgen de hulp van 2 zetters, 2 kantstaanders, 14 aanvoerders, 1 brander (giet kolen tussen de stenen) en 1 plakker (plakt de wanden dicht met mortel).

    De buitenkant van de opgezette vier lagen werd op het einde van de dagtaak door de plakkers met verse klei dichtgestreken zodat het vuur naar boven kon stijgen. Temperaturen van 1000° C konden bereikt worden.

           NB: een oven bevatten een half miljoen stenen ! Om het uitwaaien te voorkomen spant men aan de windkant zeilen rond de oven.

    Om bovenop de oven te werken had men door de helse hitte klompen en twee tot drie broeken nodig.

    De veldoven vormde één grote kubus. Na 10 dagen hard labeur was de oven af.

    -Eens de oven uitgebrand was (na 2/3 weken), waren de stenen gebakken. Men had dan veldstenen of Scheldestenen.

    Boten kwamen op de Schelde aanmeren vlak voor de oven.

     Met kruiwagens voert men de stenen over een plank in de boot.

    Naarmate de stenen geleverd moesten worden, werd de oven afgebroken en de stenen naar hun bestemming gebracht.

                           


                                         Loonboekje Gustave Westerlinck, Merelbeke 1921 - 840 F voor 80.000 stenen te maken.

    Soorten ovens:

    1. veldoven
    Een groot rechthoekig bouwwerk met dikke muren waartussen de bakstenen in rijen worden gestapeld. Daartussen werd er gestookt. Aan de onderzijde waren er openingen om het vuur te voeden. De opbouw duurde 3 à 4 weken; het bakproces duurde lang.

    2. ringoven
    Rond-ellipsvorijg gebouw met een rondgang met poorten naar 12- 24 kamers, die onafhankelijk van elkaar kunnen worden gestookt. Kamers worden voorverwarmd, andere gaan naar temperaturen van meer dan 1000° C, andere worden afgekoeld. Er is een doorlopend steenbakproces mogelijk.

    3. tunneloven
    Dit was een lange tunnel van 100m lang en 3m breed, waar de stenen op ovenkarren werden ingebracht. Aan het eind van de tunnel waren de stenen, na 88 uren, gebakken.

                                               

    Het maken van baksteen nu:

    De productie van bakstenen gebeurt nu volautomatisch.

    Bij het produceren van bakstenen zijn er 5 hoofdbewerkingen (net als vroeger):

    1. ontginning: Een bagger graaft de klei op tot op een diepte van 7m. Vervolgens vervoeren transportbanden die klei tot in de fabriek.

    2. kleivoorbereiding: De meng-en persmachines kneden en malen, waarna de klei gaat rijpen in een silo.

    3. vormgeving: In de doseermachines voegt men water en toeslagstoffen toe en men gaat nog eens extra kneden en pletten door 2 walswerken. Dan wordt de klei in een lange streng door de pers geduwd en in stukken gesneden met een staaldraad.

    4. drogen: Een elektrische wagen (tram) voert de stenen naar de drogerij waar ze in droogkamers of droogtunnels kunnen drogen. Een droogcyclus duurt 2 tot 5 dagen.

    5. bakken: Een gerobotiseerde zetmachine plaatst de stenen op de ovenwagen en zo worden ze gebakken in een tunneloven (150 à 200m) op aardgas. Een bakcyclus (verwarmen, bakken en afkoelen) duurt36u tot 3 dagen. Na het bakken zet een losmachine de stenen op een positioneerband, waarna de producten automatisch op palets worden geplaatst.

    Na het toevoegen van correcte identificatiegegevens en het voorzien van krimpfolie met logo, kunnen de palets met heftrucks naar de stockeerplaats worden gevoerd.

    Monument in Meilegem: Een madelon en figuur naar Michel Baele.

    Site 'Steenbakkers aan de Bovenschelde'-Semmerzake & steenbakkersmonument:

    Opening site: zondag 9 september 2012 tgv Open Monumentendag 2012.

    Onder het afdak is een reeks foto's aangebracht over de geschiedenis van de steenbakkerij. Je kan er als wandelaar of fietser gerust even verpozen.

    ligging: aan de Grotenbroekstraat en de Louis De Meesterstraat te Semmerzake

    De locatie is vrij toegankelijk en je kan er als wandelaar of fietser gerust even verpozen.

    In de 'droogloods' kan je heel wat vernemen betreffende de harde stiel van de steenbakker.

    Steenbakkersmonument

    Het monument is een vroegere steenvormmachine, een 'Madelon' (een machine waarmee baksteenvormen op gemechaniseerde wijze werden gemaakt) en omvat ook een hoek van een veldoven en droogplaats.

    Het monument brengt hulde aan seizoensarbeiders die in steenbakkerijen gingen werken in Brussel, Wallonië of Noord-Frankrijk.

           NB: In Vlaanderen was er weinig werk, dus armoede troef. Eens de verbindingen (o.a. door het aanleggen van een spoorweg, einde 19de eeuw) beter waren trokken velen als forenzen of seizoensarbeiders naar andere oorden.

                   De madellon werd zo ooit als trofee meegebracht naar huis. Deze steenpers kreeg een mooie rustplaats op een sokkel van authentieke scheldestenen.



    De Pinte-Zevergem...infobord

    Ook De Pinte bracht in 2014 het stukje geschiedenis 'steenbakkerijen' op de voorgrond door het plaatsen van een permanent infobord dat passanten op de hoogte brengt van de verdwenen industrie in deze regio.

    Dit opvallend landmark werd geplaatst aan de visvijver in Zevergem, de kleiput van de voormalige steenbakkerij. Deze ligt langs een drukbezochte wandel-en fietsroute.

    Het is het bewijs van wat lange tijd de belangrijkste nijverheidstak van Zevergem was.

    De Zevergemse Scheldesteen was van heinde en verre gekend omwille van zijn goede kwaliteit.

    Er werd ook de link gelegd met de regionale steenbakkersnijverheid in Eke, Gavere, St.Martens-Latem.

    Verhalen:

    Ongelukkige campagne seizoenarbeider.

    Seizoenarbeid was geen werk van doetjes...

    In de zomer van 1942 was de toen 15-jarige Valère Moerman uit Melsen een van de ongelukkige seizoenarbeiders.

    Midden in de Tweede Wereldoorlog...

    Valère zit met zijn vader Jules in Marly, een dorpje aan de rand van Valenciennes.

    Ze werkten er in de steenbakkerij van meneer Baucheron, meer bepaald in de aanmaak van de stenen.

    Vader Jules vult de mallen en bedient de pers, terwijl Valère de verse bakstenen opvangt en weg legt.

    Maar om 14u die dag loopt het toch fout... Lag het aan de hitte, de vermoeidheid of overmoed???

    Valère wil nog snel, voor de pers in gang wordt gezet, de overtollige klei rondom de mallen weghalen, maar de pers haalde zijn vingers in. Een verschrikkelijke schreeuw.

    Jules brengt zijn zoon naar dokter Harbonnier van Marly, die zich genoodzaakt zit de vingertop van zijn linkermiddelvinger te amputeren.

    Valère is voor 40 dagen werkonbekwaam en wordt voor 3% invalide verklaard. Meer dan een maand geen loon en voor altijd geblesseerd aan zijn hand.

    Wat nu gedaan?

    Dankzij de sociale strijd aan het einde van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw kon Valère rekenen op een vergoeding.

    Hij verdiende toen zo'n 17.000 frank per jaar. Daarvan kreeg hij voortaan jaarlijks 3% ter compensatie (510 F).

    Victor Das over het werk en verblijf als seizoenarbeider in steenbakkerijen

    De week na Pasen vertrokken ze, vader Victor en zijn zonen, naar Glain, Roccourt en Vottem.

    Ze bleven er tot half september. Ongeveer een half jaar !

    Soms werd ze betaald per duizend stenen (10 F), soms per uur (vader: 4F/u - zonen: 2F./u). Jaar: 1934.

    Het werk begon om 4 uur en duurde tot 's avonds 10 uur.

    's Morgens kreeg men boterhammen met siroop erop.

    's Middags waren er voor elk twee eieren met spek.

    Ze verbleven in houten barakken. Hun bed was gemaakt van een houten bak waarop een strozak gevuld met gekapt stro werd gelegd.

    's Zondags werd er gewerkt tot 's middags. In de namiddag mochten ze dan als ontspanning naar de markt.

    STEENBAKKERIJEN NOG IN WERKING:

    Oudenaarde: steenbakkerij Vande Moortel

    Opgericht in 1864 door de familie Vande Moortel. Zaakvoerder nu: Peter Vande Moortel.

    Aanvankelijk was de steenbakkerij in Zwijnaarde gelegen, want vroeger werd er verhuisd naar plaatsen waar klei voor handen was. Als de klei op was werd er verder getrokken.

    Sinds 1960 is de steenbakkerij in Oudenaarde gelegen met er rechtover een eigen groeve en een eigen laadkade.

    Soms wordt ook klei aangevoerd.

    Door de jaren heen werd er sterk geïnvesteerd in de kwaliteit en in de capaciteit.

    Momenteel produceert de steenbakkerij 85.000.000 stenen per jaar. Per dag ongeveer 220.000 stenen.

    Een deel daarvan is bestemd voor export naar de buurlanden en afzetmarkten zoals Oostenrijk, Zwitserland, Japan, Tsjechië en Amerika.



    Steenbakkerij Danneels, Steenweg te Eke

    Opgericht in 1918 (door Van Lierde-Vandenberghe) in de Scheldemeersen nabij de brug over de Boven-Schelde en in 1920 overgenomen door de familie Danneels.

    Nu onder leiding van Philippe Danneels.

    Steenbakkerij te Ninove & oude steenbakkerij in Herzele (Sint-Lievens-Esse)

    De oude steenbakkerij (een ringoven) in St.Lievens-Esse is eigendom van de familie Hove die in het nabijgelegen Ninove een gelijkaardige steenbakkerij in werking heeft.

    De oven in Ninove is één van de drie resterende ambachtelijke steenbakkerijen in Vlaanderen.

    De oven in Sint-Lievens-Esse is uit gebruik genomen in de jaren 1980.

    Het gebouw is echter in uitzonderlijk goede staat en wordt, samen met de omliggende terreinen, door Arpia vzw gepacht.

    Hier werden vroeger bakstenen gemaakt met leem uit de onmiddellijke omgeving.


                          

    Uitdrukkingen:

    Geboren met een baksteen in de maag. =als grootste wens hebben een eigen huis te bouwen of altijd zijn huis aan het verbouwen

    Een baksteen op de tong hebben. =steeds maar spreken over bouwen en over huizen

    Zinken als een baksteen =niet kunnen zwemmen; direct zinken

    Het regent bakstenen =een hevige hagelbui

    Schuren met baksteen en zand =psalmen zingen

    Steen des aanstoots. =iets waaraan men zich ergert.

    Steen en been klagen. =luid en heftig klagen.

    Steenrijk =uitzonderlijk rijk.

    Een steentje bijdragen =ergens een bijdrage aan leveren.

    Uit dezelfde klei gebakken zijn =dezelfde afkomst hebben



    07-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ename: PAM

    ENAME

    ...een stukje geschiedenis:

    Door het Verdrag van Verdun in 843 werd het grote eenheidsrijk van Karel de Grote opgesplitst in drie delen:

         -West-Francië (ongeveer het latere Frankrijk)

         -het Middenrijk dat zich uitstrekte van Friesland tot centraal Italië

         -Oost-Francië (ongeveer het latere Duitsland).

    De politieke kaart herschikte zich en vanaf 925 kwam het Franse en het Duitse Rijk aan de Schelde tegenover elkaar te staan.

    De Schelde werd de grens tussen het Franse koninkrijk en het Duitse keizerrijk.

    Om de westgrenzen van zijn rijk te beschermen, richtte de Duitse keizer Otto II (973-983) drie belangrijke versterkingen op langs de rechteroever van de Schelde.

    Samen met Antwerpen en Valenciennes, werd Ename in 974 gesticht als hoofdplaats van een markgraafschap, een strategisch gelegen grensgebied dat de verdediging van de rijksgrens moet verzekeren.

    Ename verdedigde van 974 (tot 1050) de belangen van de Ottoonse keizers.

     Kaart van Europa omstreeks 1000

    De Enaamse Ottoonse burcht werd in ca. 974 opgetrokken.

    Bouwheer was Godfried van Verdun, bijgenaamde de gevangene, grondlegger en markgraaf van Ename.

    Rond die burcht ontwikkelde zich spoedig een handelsnederzetting die van hogerhand steun kreeg.

    Er werd markt gehouden, tol geheven en een haven uitgebouwd.

    Ename kende een hoge bloei: getuige de aanwezigheid van twee stadskerken, respectievelijk aan Sint-Salvator en Sint-Laurentius toegewijd.

    In een document, dat bekend staat als de Auctarium Affligemense, werd Ename omstreeks 1005 beschreven als de belangrijkste vestiging in het hertogdom Lotharingen.


     Reconstructie van de handelsnederzetting in Ename

    De versterkte burcht bestond uit een donjon, een omwalling, een paleisgebouw en één of meerdere houten gebouwen, en werd omstreeks het jaar 975 gebouwd.

    De donjon (of meestentoren) had muren van 3 m dik en was 25 tot 30 m hoog. In die tijd kan een dergelijke donjon als een meesterwerk van constructie beschouwd worden.

     De burcht van Ename

    In 1033 echter werd de versterkte burcht van Ename ingenomen en verwoest door Boudewijn IV, graaf van Vlaanderen, wiens troepen de Schelde overstaken om het Ottoonse rijk aan te vallen.

    In 1047 nam zijn zoon Boudewijn V definitief bezit van Ename, waarbij hij de plaats een totaal andere bestemming gaf.

    Om de locatie elk militair belang te ontnemen, stichtte zijn vrouw er een benedictijnenabdij, de Sint-Salvatorabdij, bovenop de overblijfselen van de vroegere grensstad.

    Alleen de Sint-Salvatorkerk, de officiële kerk van de Ottoonse nederzetting, bleef overeind.

    Ook de Sint-Laurentiuskerk, in de landbouwnederzetting een paar honderd meter verder, bleef intact.

    De kooplieden en de ambachtslui verlieten de plaats en zochten een nieuw onderkomen in de pas gestichte stad Oudenaarde, een paar kilometer verder aan de andere kant van de Schelde.

    In de daarop volgende eeuwen bleef de abdij van Ename het centrum van het leven in het dorp.

    Boeren en werklieden vestigden zich rondom de abdij, en genoten een zekere voorspoed door te werken voor de abdij.

     De abdij van Ename omstreeks 1663

    Tijdens de godsdienstoorlogen (1570-1590) werd de abdij verlaten en grotendeels afgebroken.

    Abt de Loose liet ze terug opbouwen in 1657.

    Dit bleef zo tot 1794 wanneer de revolutionaire regering van Frankrijk de abdij van Ename voorgoed liet sluiten.

    De gebouwen werden afgebroken door de Parijse firma Paulée en de stenen verkocht, onder meer om huizen in Ename mee te bouwen.

    Slechts twee gebouwen bleven overeind.

    Het jongste gebouw van de abdij - de proosdij gebouwd in 1768 - werd omgevormd tot buitenverblijf door de vooraanstaande familie van Hoobrouck de Fiennes.

    Het prestigieuse abtsgebouw werd omgebouwd tot paardenstallen.

    Op het eind van de 19de eeuw verviel het buitenverblijf tot ruïne, en werden de gebouwen gesloopt, zodat alleen nog weiden en tuinen overbleven.

    Ename: PAM
          PROVENCIAAL ARCHEOLOGISCH MUSEUM


    Ligging:

    Een museum, gevestigd in het centrum van Ename, in de schaduw van de Sint-Laurentiuskerk.

    Lijnwaadmarkt 20 te Oudenaarde-Ename.

    Ontstaan:

    Het gebouw, 19de eeuws, is gekend als Huis Beernaert.

    In de bijgebouwen werden in een breigoedfabriekje onder andere handschoenen gemaakt.

    Het werd aangekocht door de Provincie Oost-Vlaanderen om er het museum van het archeologisch park onder te brengen.

    In de drie zijden van de tuinmuur werden openingen aangebracht die zich respectievelijk richten naar:

         de Sint-Laurentiuskerk (uit de Ottoonse periode -947/1047-met de oudste in Vlaanderen bewaarde wandschilderingen)

         de archeologische site (restanten van de vroegmiddeleeuwe burcht en benedictijnenabdij)

         het Bos 't Ename (fauna en flora ontdekken met behulp van het 'bosrugzakje')

    In de tuin werd een beeldengroep in brons geplaatst van de hand van Dirk De Middeleer uit Sint-Lievens-Esse.

    Het museum opende zijn deuren op 11 september 1998.

    Wat?


    1. Film: 'Een plaats in de tijd'

    Een film breng je in contact met Ename, vroeger en nu: het bos 't Ename, de St.Laurentiuskerk, de archeologische site en het PAM-museum.

    Ename het dorp aan de oevers van de Schelde...

    2. Tijdslijn



    o De Tijdslijn laat de mensen de puzzel van het verleden (vanaf de vroege middeleeuwen tot vandaag) met interactieve presentatietechnieken samenstellen. Het museum wil de bezoekers zo goed mogelijk met het verleden laten kennismaken via multimedia, films en "hand on"(via klikken op scherm onderaan).

    o Je ziet er de stad en de abdij verrijzen. De ruïnes van het benedictijnenklooster worden dankzij een vernuftig computersysteem voor de ogen van de bezoeker heropgebouwd.

    o Prachtige archeologische vondsten worden er tentoongesteld en de vindplaats wordt aangeduid op het grote scherm.

    3. Feest van 1000 jaar



    o Tijdens feestdis van 1000 jaar vertellen heren, knechten, abten, lekenbroeders, gravinnen en archeologen aan een tafel over hun leven.

    o 1000 jaar geschiedenis van een kleine gemeenschap aan de boorden van de Schelde.

    o 24 verschillende personen (poppen) doen hun verhaal:

    Godfried van Verdun (10de eeuw), een grafdelver & gravin(12de eeuw), een zieke monnik & de abt van Strijpen(14de eeuw), een visser & keukenhulp(15de eeuw), een pastoor (16de eeuw), abt de Loose & een tuinman (17de eeuw), een hond (18de eeuw), een burgemeester (19de eeuw), een steenbakker (20ste eeuw), een archeoloog (21ste eeuw),....

    4. Archeologie van een banket



    Kinderen kunnen zich, verkleed als monniken, inleven in de tijd van de monniken.

    Ze kunnen er koken en eten zoals vroeger in de abdij.

    5. Archeologisch verhaal & labo



    o Het archeolabo laat de bezoekers met de wetenschap, onderzoekstechnieken en -methodes kennismaken. Je kan er leren over de verschillende wetenschappelijke methodes.

    o Ook kinderen kunnen zich uitleven, dankzij het archeolabo waar ze zelf vondsten kunnen onderzoeken.

    Belangrijk tentoongesteld stuk: de kromstaf van Ename

    Dit is een fragment van een 11de eeuwse ivoren kromstaf dat gevonden werd in de inmiddels verdwenen Sint-Salvatorabdij.

    De Salvatorfiguur (Jezus Christus als verlosser) draagt Joodse kledij, een verwijzing naar de oorsprong van het christelijk geloof.

    In zijn linkerhand draagt hij een rijksappel, symbool van de macht, versierd met een kruis dat aangeeft dat Christus over de wereld heerst.

    Onderaan wordt een draak door Sint-Salvator vertrappeld, symbool voor het kwade in de wereld.

    Dit wordt in het antieke latijn aangeduid als 'calcatio', een woord dat op de staf is vermeld.


    Bijkomende activiteiten:

    Naast het vaste museumaanbod zijn er tijdens het jaar op verschillende tijdstippen allerlei activiteiten, al dan niet mee georganiseerd met de hulp van lokale verenigingen.

     Een korte opsomming:de jaarlijkse Museumnacht, de tweejaarlijkse openluchttentoonstelling Ename Actueel, de concerten in de Sint-Laurentiuskerk, ...

    In 2015:

    zondag 26 april 2015: Erfgoeddag 2015: thema 'Erf'

    Erfgoeddag gaat dit jaar voor de 15e keer door en pam Ename is opnieuw van de partij.

    Onder de noemer "voor elk wat wils" bieden we zowel een intellectuele prikkel (een razend interessante lezing) als een doeactiviteit aan voor families of kinderen (een zoektocht).

    Waar zij het gaan over hebben?

    Over de erfenis van Karel de Grote en de invloed daarvan op het ontstaan van Europa.

    Een serieuze erfenis, jawel. Eentje die we vandaag allemaal nog ervaren.

    De lezing:

    Wat heeft Karel de Grote met Ename te maken?

    Zijn erfenis is van een immense invloed geweest op het Europa dat we vandaag kennen en waarin ook Ename een rol speelde.

    De verdeling van zijn rijk ligt mee aan de basis van Europa’s eeuwenlange verdeeldheid maar staat ook aan de wieg van het ontstaan van de Europese Unie.

    Van 15 uur tot 16 uur, inschrijving verplicht via de museumbalie.

    De zoektocht:

    Een zoektocht met opdrachtjes in het museum én de museumtuin.

    Een reeks speelse familieportretten van de geschiedenis van Europa vermomd als zoektocht.

    Vind je ene, dan ligt de volgende klaar. Soms een weetje, soms een opdracht.

    Erf je eigen rijk!

    Doorlopend van 14 uur tot 17 uur.

    Het museum zelf is te bezoeken van 9.30 uur tot 17 uur.

    Alle activiteiten en de toegang tot het museum zijn die dag uitzonderlijk gratis!

    zaterdag 11 juli 2015: Museumnacht Nox.x 2015

    Museumnacht:

    In 2015 is het intitiatief aan zijn veertiende editie toe.

    Het is ondertussen uitgegroeid tot een vaste waarde als cultuurevenement in onze regio.

    NOX.X speelt zich af rond 3 elementen: woord, muziek en beeld.

    Elke vorm van kunst komt in aanmerking, gebracht door zowel kwaliteitsvolle lokale groepen als internationaal gerenomeerde gezelschappen.

    De vereniging stelt zich tot doel cultuur in het algemeen toegankelijker te maken.

     De vereniging tracht dit doel te bereiken door o.a.:

         • Het betrekken van de plaatselijke leefgemeenschap bij de uitbouw, de organisatie en de activiteiten in Ename.

         • het integreren en stimuleren van allerlei vormen van levende cultuur in het kader van de uitbouw, de organisatie en de activiteiten in Ename.

         • het organiseren, coördineren en stimuleren van aanverwante culturele en sociaalculturele activiteiten.

    Het programma start om 20 uur en gaat door tot middernacht.

    1 juli t/m 31 aug. 2015 : Uit met Vlieg

    13 sept. 2015 : Open Monumentendag


    Bezoek:

    Het museum is doorlopend open van dinsdag t.e.m zondag: 9.30 uur - 17 uur.

    Gesloten op maandag en van 25 december tot en met 2 januari.

    ***********************

    Pam Fietsroute (32 km)

    Ter gelenheid van het Erfgoedweekend op 27 april 2003 stelde pam Velzeke/Ename een fietsroute van 32 km samen.

    Ze verbindt beide locaties van het pam met elkaar.

    Onderweg vind je een aantal bezienswaardigheden en natuurlijk veel mooie natuur.

    Ze doorkuist de Vlaamse Ardennen en passeert de dorpskernen van Roborst, Sint-Denijs-Boekel, Mater, Ename en Munkzwalm.

    Startplaats: Provinciaal Archeologisch Museum Ename


    30-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jotie T' Hooft


    Jotie T'Hooft


    Johan Geeraard Adriaan T'Hooft, roepnaam: Jotie T'Hooft

    geboren te Oudenaarde (Sint-Elisabethhospitaal) op 9 mei 1956

    gestorven te Brugge op 6 oktober 1977

    21 jaar oud !!!

    =Vlaams neoromantisch dichter en schrijver

    --------------------------------

    Geboorte

    Op 9 mei 1956 werd Johan Geeraard Adriaan T'Hooft geboren in het Sint-Elisabethhospitaal in Oudenaarde.....roepnaam: Jotie T'Hooft.

    Hij was de eerste en enige zoon in een doorsnee familie.

    Zijn vader was onderwijzer in een lagere school te Brussel.

    Zijn moeder, die goed overweg kon met naald en draad, verdiende zo een frank bij.

    Kort na de geboorte kreeg de moeder van Jotie een hevige rugpijn die haar na verloop van tijd bedlegerig maakte.

    Hierdoor werden Jotie's grootouders bij zijn opvoeding ingeschakeld.

    Zijn jeugd

    Al heel vlug bleek Jotie een uitzonderlijk taalvaardig kleutertje te zijn.

    Toen hij op driejarige leeftijd samen met zijn klasgenootjes een bezoek bracht aan een boot, sprak de juffrouw over de keuken van de boot. Hij merkte haar echter op dat er op een boot geen keuken maar een kombuis is.

    Op driejarige leeftijd maakte Jotie al kennis met de dood. Peter Elektriek, zijn grootvader langs moeder zijde, overleed toen aan een hartaanval.

    Jotie's vader vertelde hem dat grootvader op een verre reis vertrokken was. Jotie reageerde dat grootvader geluk had...dat hij zich nu om niets en niemand meer hoefde te bekommeren.



    Toen Jotie tien jaar was verzamelde hij schedels van dode dieren en schelpen.

    Schelpen waren voor hem de huizen van dode dieren.

    Hij was aanvankelijk een voorbeeldige jongen met uitstekende schoolrapporten.

    Toen hij 12 jaar was werd hij ingeschreven in het Onze-Lieve-Vrouwcollege te Oudenaarde, de 'grote jongensschool'.

    Hij kende er ernstige aanpassingsproblemen en kreeg er een opstandig gedrag.(voorbeeld: haar te lang...dus kaal knippen !)

    De leerstof vond hij niet langer interessant. Hierdoor behaalde hij ook zwakke resultaten.

    Hij was lid van de KSA en velen keken naar hem op. Hij was erg sociaal (gaf stapritme aan met blokfluit) en behulpzaam (droeg rugzak van een vriend bovenop de zijne).

    Hij stak liever zijn tijd in het lezen van boeken met filosofische inslag.

    Omdat zijn vader bibliothecaris was, kreeg hij gemakkelijk boeken voor volwassenen in handen. De boeken kwamen bij hen thuis toe, moesten er genummerd worden en voorzien van een fiche.

    Hij zocht zijn toevlucht in de literatuur (zijn lievelingsauteurs: Franz Kafka, Hermann Hesse), poëzie, muziek (David Bowie, Nico, Frank Zappa, Lou Reed).

    De verruiming van zijn muziekkeuze ging gepaard met de ontdekking van drugs. Zijn drugsexperimenten waren eindeloos.

    Op zijn veertiende was hij al verslaafd. Naast het gebruik van de meest extravagante verdovende cocktails werd Jotie ook LSD-tripper, blower en speedfreak.

    De zesde (nu de eerste) Latijnse slaagde hij nog net. In het vijfde jaar haalde Jotie geen vijftig procent meer. Zelfs een bisjaar lukte niet.

    En...wegens slecht gedrag werd hij van de school verbannen.

    In zijn spreekbeurt had hij het over strips en deelde strips uit vol ... porno !

    Hij kwam in Gent terecht. Daar ging het van kwaad naar erger. Hij werd voor de tweede maal van een school verbannen.

    Om aan de kost te komen werkte hij in die periode als fabrieksarbeider, kok, barman, schoorsteenveger, enz..., allemaal jobs die hij na korte tijd voor bekeken hield.

    Drugs en dichten werden Jotie's leven. Ook alles wat met sex te maken had nam een groot deel van zijn tijd in beslag.


    In Oudenaarde lag hij op de tong want hij was anders dan anderen. Hij deed zelfs nagellak op de vingers. Zijn leeftijdsgenoten werden van hem weggehouden. Er werd over hem geroddeld en iedereen keek hem vol afschuw aan.

    Op 17-jarige leeftijd verliet hij het ouderlijk huis. Hij had veel communicatie-moeilijkheden met zijn ouders.

    Hij ging in Gent op kamers wonen om de kunstacademie te volgen. Van de geplande studies kwam niks terecht.

    Hij kwam in het drugsmilieu terecht, waar hij zijn geldnood trachtte op te lossen door drugs te verkopen en allerlei baantjes aan te nemen. Eén van zijn bijverdiensten was freelance popjournalist.

    Ook liep hij er zijn drugmaatje Chapo tegen het lijf. Het duo stortte zich in een avontuur dat rond buitensporig druggebruik en sex draaide.

    Desondanks bleef hij massa's gedichten produceren.

    Uit 'Poezebeest': Liefde en ellende.

    Brood van weken oud heb ik geweekt in water

    en opgegeten, terwijl de kou aan mijn tenen

    knaagde. Met naalden heb ik in mijn bloed

    gewoeld en gezocht. En niets gevonden.

    Ik heb op straatstenen geslapen met honger

    die door niets nog gestild kon worden

    leek het wel.

    In nachten, nat en donker, was ik alleen

    en mijn stem hoorde niemand. Ziektes

    hebben mij bezocht in de jaren, ik wou

    vluchten in de dood.

    Maar niets was erger dan nu, ik wou

    dat je bij me kwam en in mijn ogen keek.

    Wanneer Chapo, die er zelfs nooit naar school was geweest, door zijn ouders werd weggeplukt, bleef Jotie alleen achter en viel hij in een diep dal.

    Eind 1973 nam hij slaappillen in en probeerde zelfmoord te plegen door zich te kerven met scheermesjes.

    Deze zelfmoordpoging mislukte en zijn ouders haalden hem terug naar Bevere. Daar kende hij een periode van relatieve rust.

    De rust werd echter brutaal verstoord... In 1974 werd T'Hooft (18 jaar) bij een razzia door de politie opgepakt wegens drugbezit.

    Hij werd ter beschikking van de jeugdrechter gesteld en werd doorverwezen naar het verbeteringsgesticht van Ruiselede.

    In de zeven weken dat hij daar verbleef werd Jotie volledig gekraakt. Die periode weerhield hem echter niet van gedichten te schrijven.

    Uit 'Poezebeest': In het gedicht.

    De wanden zijn wit en de psychiaters

    verdacht vriendelijk. Er is hoop

    op genezing, maar ik heb nog niemand

    zien weggaan, of hij kwam terug.

    Dagen dat ik op weg naar mijn eigen kamer

    verdwaal wisselen zich met dagen

    waarop ik de wereld doorschouw als een kristal.

    Soms word ik krijsend wakker.

    Soms word ik afgevoerd en verdoofd,

    soms vastgebonden.

    Er zijn momenten waarop ik eeuwenlang

    mijmerend volmaakt gelukkig ben:

    wanneer ik dan mijn handen op aarde leg

    zijn het kleine handen.

                                

    Na zijn invrijheidstelling (hij had de jeugdrechter beloofd dat hij via de examencommissie zijn diploma zou halen) trok Jotie opnieuw naar Gent en verviel er in zijn oude levensstijl.

    Hij ontmoette Ingrid Weverbergh, een dochter van Julien Weverbergh , uit diens eerste huwelijk en werd er smoorverliefd op.

    Jotie (19 jaar) en Ingrid traden op 29 augustus 1975 in het geniep in het huwelijk. Hierdoor viel de controle van de jeugdrechtbank weg.


    Zijn schoonvader, Julien Weverbergh, directeur van uitgeverij Manteau, bezorgde hem niet alleen werk als lector bij uitgeverij Manteau, maar zorgde er ook voor dat zijn eerste bundel Schreeuwlandschap in 1975 gepubliceerd werd.

    Hiermee maakte Jotie zijn eerste officiële entree in het literaire wereldje.

    20 jaar: Zijn tweede dichtbundel Junkieverdriet werd bekroond met de prestigieuze Reina Prinsen Geerligsprijs.

    Fier verklaarde Julien Weverbergh dat Hugo Claus de keizer was maar Jotie T'Hooft de treurige prins, Vlaanderen grootste poète maudit, icoon van de zwarte romantiek, Rimbaud van de Vlaamse poëzie.

    Het druggebruik overheerste echter meer en meer zijn leven en maakte een ander mens van de zachtaardige T'Hooft.

    En wat dan?

    Op een dag zal ik weg zijn en

    wat dan? Verdwenen zonder een

    teken te geven of te nemen en

    het puin dat ik achterlaat is

    niet langer lachwekkend.

    Want wie zoals ik nooit heeft

    gebouwen laat niets achter dan

    verwachting en verwarring en

    wat dan?

    Wellicht in uw herinnering zal ik

    stollen verstijven, niet lang meer

    blijven maar verbleken tot verleden

    en wat toen? Te doen?

    'Het was raar' zult gij zeggen 'hij speelde

    met woorden als geen ander maar wat

    heeft dat te betekenen.' Zo bleek zal

    ik zijn...

    In u...

    En wat dan?

    In een vlaag van onbezonnenheid verduisterde Jotie een cheque van de uitgeverij.

    Toen dit werd ontdekt kreeg hij zijn ontslag bij Manteau en ondernam hij zijn tweede zelfmoordpoging.

    Ditmaal zoop hij een fles whisky leeg en spoot zich een oplossing van valiumtabletten in de aders. Opnieuw werd hij gered.

    Hij leefde verder van een werkloosheidsuitkering, van hier en daar wat redactiewerk dat zijn schoonvader hem alsnog toevertrouwde en vooral van geld dat hij verdiende met het dealen van drugs.

    Op een avond, in zijn herstelperiode, vroeg hij zijn moeder in alle ernst: "Moe, als jij wil leven, dan leef jij. Wel, ik wil doodgaan, waarom mag ik dat dan niet?"

    Op een dag liet hij thuis als afscheidsgroet een briefje achter met de mededeling dat hij om twee uur vetrokken was en niet meer zou terugkeren.

    Hij vertrekt definitief naar Brussel.

    Hij ging, samen met Ingrid, er leven op een appartement dat hij, in de geest van zijn doemdenken ( depressief), volledig zwart schilderde.

    Overmatig speedgebruik kwamen aan bod.

    Toen hij tot overmaat ook nog eens zijn vrouw begon te slaan, verliet Ingrid Weverbergh haar man.

    Dit was het nakende einde.

    De doodsdrift van T'Hooft won het uiteindelijk.

    In de nacht van 5 op 6 oktober 1977 (hij was toen 21 jaar) diende hij zichzelf in een kleine kamer van een drugsvriend in Brugge een overdosis cocaïne toe en pleegde zo zelfmoord.

    Op de muur stonden enkele laatste afscheidswoorden (vermoedelijk voor zijn ex) :


    Er lagen twaalf afscheidsgedichten op de schoorsteenmantel, met de toestemming voor Julien Weverbergh om ze postuum te publiceren.

    Voor zijn zelfmoord zette hij het nummer 'The End' van The Doors op.

    De tekst van dit lied gaat over onderwerpen als liefde, drugs en uiteindelijk de dood, allemaal elementen die een grote rol in T'Hoofts leven speelden.

    T'Hooft werd begraven op het kerkhof in de Dijkstraat te Oudenaarde. Een sober graf met nog geregeld attenties van bewonderaars...

    Uit: 'Junkieverdriet': EENHOORN

    Here, zonder naam en zonder gezicht

    Zie vanuit den hoge

    Op uw droeve eenhoorn neer

    Die danig hunkert naar uw licht.

    Die sierlijk door de wouden dwaalt

    Maar bladeren geen voedsel vindt.

    Die voor de poort der doden draalt,

    Allen bladeren op uw wind.

    Here, zonder handen, zonder stem

    Snij de lichtlans van zijn voorhoofd

    En vang hem in uw stalen klem

    Voor de wereld hem de glans ontrooft.

    Lok hem langs de stapsteen sterven,

    Niet als anderen domweg gedoofd

    Maar rein, vrij van bederven

    Langs de kruisweg waar hij in gelooft.



    Na zijn dood vond men in zijn Brusselse woning, gedichten op de zwart geverfde muren gekleefd, die de dichters definitieve afscheid van het leven aankondigden.

    De thema's in zijn poëzie

    Jotie T'Hooft is in de eerste plaats een neoromantisch dichter en de thema's in zijn werk zijn dan ook de thema's uit de neo-romantiek: het onvervulbare verlangen, de spanning tussen ideaal en werkelijkheid, de droom, het ontvluchten van de werkelijkheid, het verlangen naar zuiverheid...

    De belangrijkste thema's bij Jotie T'Hooft, zijn die zaken die een rechtstreekse vlucht vormen voor het bestaan: druggebruik, dood en zelfmoord, erotiek en seks, het onvervulbare verlangen, de spanning tussen ideaal en werkelijkheid, de droom, het ontvluchten van de werkelijkheid, het verlangen naar zuiverheid...

    Reeds in zijn jeugdjaren is T'Hooft gefascineerd door de dood.

    Deze fascinatie, in combinatie met de eigen doodsdrang, vormen de rode draad in het hele leven en werk van Jotie T'Hooft en komen in talloze van zijn gedichten naar voren, niet het minst in de gedichten die hij net voor zijn dood schreef, met de regel "Ik ben wereld, in mij is onstuitbaar de doodsbloem ontloken" als perfecte samenvatting van deze thematiek.

    Nauw aansluitend bij deze doodsdrang, is het thema van vervreemding en desoriëntatie.

    Jotie T'Hooft is een vreemde op deze wereld, voelt zich hier niet thuis en zoekt op allerlei manieren naar een vlucht uit deze wereld om thuis te komen in zijn eigen innerlijke wereld.

    Ook de verwijzingen naar het verloren paradijs en de onschuld van de kindertijd moeten in dit licht gezien worden.

    Werken Poëzie

    • Schreeuwlandschap (1975)

    • Junkieverdriet (1976) ---> bekroond met Reina Prinsen Geerlinsprijs

    na zijn dood:

    • De laatste gedichten (1977)

    • Poezebeest (1978)

    • Heer van de Poorten (1978)

    • Verzamelde gedichten (1981)

    • Verzameld proza (1982)

    • Vier brieven (1985)

    • De beste gedichten van Jotie T'Hooft (1992)

    • Heer van de Poorten en andere verhalen (1993)

    • In bossen op eenzame plekken (1995)

    • In mij is onstuitbaar de doodsbloem ontloken (1997)--->uitgebracht t.g.v. 20 jaar overlijden

    • Een pijl in het niet (1997)

    • Jotie T'Hooft, verzameld werk (2010)

    • Ik heb geen woorden meer (2011)

    Proza

    • Heer van de poorten (1978 - verhalen)

    • Verzameld proza (1982)

    Literatuur

    • Een zeer treurige prins, uitvoerige biografie van de hand van Jean-Paul Mulders en Annick Lesage (1e en 2e druk uitgeverij Manteau, 3e druk Poëziecentrum Gent)

    • "Jotie T'Hooft : een witboek"

    Jongerencentrum (Jeugdcentrum) Jotie T'Hooft

    =de plek voor kinderen en jongeren in de stad Oudenaarde.

    Daar opereert de jeugddienst, Oudenaarde met:

    -activiteiten in de schoolvakanties (o.a. speelpleinwerking, tienerwerking,...)

    -evenementen voor kinderen en jongeren (o.a.de kadeefeesten, buitenspeeldag,...)

    -ondersteuning en begeleiding voor de jeugdwerkinitiatieven

    -een heleboel acties en initiatieven die belangrijk zijn in het leven van kinderen en jongeren (o.a. fuiven, speelstraten, vrijwilligerswerk, jobstudenten, workshops voor jongeren...)

    Er is ook een uitleendienst, een verhuur van zalen in het jeugdcentrum voor vergaderingen, workshops, vormingen...

    Kortom...als jongere kan je met heel wat vragen terecht in het jeugdcentrum of op www.jotie.net

    Jaarlijkse hommageavond

    Elk jaar rond de datum van het overlijden van de Oudenaardse dichter Jotie T'Hooft, organiseert Jong Groen, Oudenaarde een hommageavond.

    Op het programma staan muzikale en poëtische optredens.

    Deze hommage start steeds om 20u aan het graf van Jotie in de Dijkstraat en wordt voortgezet in het Jeugdcentrum Jotie in de Hofstraat.

    Jotie T'Hooft poëzieprijs

    Tot 29 januari 2015 kan je inschrijven voor de Jotie T'Hooft Poëzieprijs.

    In verschillende leeftijdscategorieën zijn geldprijzen en boekenbonnen te winnen.

    Deelnemen gebeurt in 3 categorieën:

    -van 0 tot 14 jaar

    -van 15 tot 18 jaar

    -vanaf 19 jaar

    De tien beste gedichten per categorie worden in een bundel gepubliceerd.

    Elke deelnemer mag maximum drie originele Nederlandstalige gedichten inzenden.

    Opsturen naar: Jotie T'Hooft Poëzieprijs Gentstraat 115 - Oudenaarde


    Afsluiter:

     JAFT eert Jotie T'Hooft met een ontroerend nummer: https://www.youtube.com/watch?v=ouw2C7sbtB4

    Gedichten in de uitzending: te beluisteren op YouTube

    JOTIE T'HOOFT: JUNKIEVERDRIET

          https://www.youtube.com/watch?v=r9aqviEfJHI

    JOTIE T'HOOFT: DOODSHOOFD

          https://www.youtube.com/watch?v=AHNCIgqOe2U

    JOTIE T'HOOFT: EN WAT DAN?

         https://www.youtube.com/watch?v=6z4AXGxLvC4

    JOTIE T'HOOFT: EENHOORN

         https://www.youtube.com/watch?v=cdeK2L6u8Hc

    JOTIE T'HOOFT & JAFT

         https://www.youtube.com/watch?v=ouw2C7sbtB4



    24-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Dulle Griet




    'DE DULLE GRIET' gaat vandaag NIET over ..

    -het schilderij van Pieter Breugel de Oude 'Dulle Griet'

    -het biertje van de Scheldebrouwerij te Meer, het 'dulle grietje'

    -het boek 'Dulle Griet' van Riana Scheepers of Geert De Kockere

    -het Suske & Wiske-stripalbum van Willy Vandersteen

    -de volksdansgroep 'Dulle Griet'

    -het viswijvenkoor 'De dulle grieten' uit Nederland

    -het praatcafé 'De Dulle Griet' op de Vrijdagmarkt in Gent

    -het Dullegriet-museum in Peer

    -...

    maar WEL over...

    DULLE GRIET

          of GROTE GRIET

                  of GROTE KANON

                           of DEN GROTEN ROODEN DUYVELE

                                          of RODE DUIVEL


    Wat?

    De Dulle Griet is een smeedijzeren groot rood kanon van Westerse makelij , gemaakt tijdens de 15de eeuw (1431).

    Het is 5,025 meter lang, weegt 12.500 kg ( of 2 grote olifanten + 1 kleintje) .

    (NB: kleur=rood ---> om indruk te maken op de vijand, deze af te schrikken en te hopen op een vlugge overgave !)

    Het bestaat uit 2 delen: de kamer en de loop.

    De (kruit)kamer:

    De kamer bestaat uit gesmede banden. Dus niet gegoten!

    Op het achterdeel (aan de trommel van de kamer) zie je eigendomsmerktekens van Filips de Goede in gegraveerd:

                             -het Bourgondisch St.-Andrieskruis met in de hoeken de vuurslag en vuursteen (vlam van de liefde) van het Gulden Vlies (gesticht in 1430)

                             -het wapenschild dat de hertogen van Bourgondië sinds 1430 voerden met gouden leliebloemen, diagonale banden, leeuwen


                                        NB: dit wapenschild liet FDG ook slaan op zijn munten ( 'stuivers')

                             -de persoonlijke handtekening van Filips de Goede


    De loop ( + de mond):

    De loop bestaat uit 32 lange ijzeren staven die met 42 gesmede hoepels worden samengehouden.

    Ook rond de dikke basismantel van de kruitkamer werden 19 hoepels gesmeed. (te vergelijken met een vat wijn)

    Het kanon kon stenen projectielen verschieten met een diameter van 64 cm (kaliber 64)en een gewicht van 295 kg.

    Afkomst?

    De Dulle Griet zou vervaardigd zijn rond 1431 door Jean Cambier, de grote wapenleverancier van de Bourgondische hertog Filips de Goede.

    Waarschijnlijk gebouwd in Bergen (Henegouwen).

    Diezelfde Cambier bouwde later ook de veel kleinere tweelingzussen van de Dulle Griet:

                                -de Mons Meg (vandaag in het kasteel van Edinburgh in Schotland)

                                en

                                -het Baselkanon (vandaag in het museum van Edingburgh in Schotland).

    NB: Gent beweert dat de Dulle Griet werd gemaakt in hun opdracht, wat velen betwijfelen om reden van te kostelijk voor de stad Gent.

    Het was de grootste smeedijzeren bombarde van Westerse makelij die ons uit de Middeleeuwen bewaard is gebleven met een vuurmond van ongewone grootte, die zo'n aanzienlijke technische en financiële investering noodzakelijk maakte dat ze de mogelijkheden van zelfs de rijkste steden en lokale of regionale heren ver te boven ging!

    Filips de Goede daarentegen was verwikkeld in de Honderdjarige oorlog, eerst tegen Frankrijk en na 1435 tegen Engeland.

    Een wapen als de 'Dulle Griet' paste dus perfect in de lange termijnpolitiek van deze Bourgondische hertog. Gebruik van het kanon over een lange periode!

    Van waar die naam 'Dulle Griet'?

    1) Dulle Griet is namelijk afgeleid van het Duitse 'Hölle Gerat', wat 'hels geschut' betekent. Of van 'Höllisches Gerät' wat 'duivels tuig' betekent.

    2) Gent zegt dat de naam door hen gekozen werd en afkomstig is van Rietgracht of Grietgracht. Rietgracht (ook Grietgracht genoemd) is een in de 13de eeuw gegraven waterloop in Gent.

        Deze liep bijna volledig rond Gent. Nu nog weinig restanten ervan te vinden.

    3) Er wordt ook gezegd dat “Dulle Griet” vewijst naar Gravin Margareta van Constantinopel die om haar boze aard door het ontevreden volk de “booze” of “dulle Griet” werd genoemd.

    Dulle Griet in Oudenaarde

    Van 1449 tot 1453 was er de Gentse Opstand, een opstand van Gent tegen Filips de Goede.(Hertog van Bourgondië en graaf van Vlaanderen)

    Bij het beleg van Oudenaarde (1452) (strijd Gentenaars tegen leger Bourgondische hertog Filips de Goede) werd 12 of 13 dagen lang één van de grootste artillerieduels van die tijd uitgevochten.

    Het kanon de Dulle Griet werd zelfs meegesleept uit Gent met de bedoeling Oudenaarde te beschieten vanop de Edelareberg.

    Dus beweren zij dat Dulle Griet door hen in Oudenaarde achtergelaten werd. Zij moesten vluchten(en hun artillerie achterlaten op de oevers van de Schelde) en werden in de Slag bij Gavere door het Bourgondische leger overmeesterd.

    Maar... ze hadden het kanon reeds eerder (1436) uit Oudenaarde naar Gent gesleept, nadat het door het leger van de Bourgondische hertogen er achtergelaten werd.

    Reden: het woog teveel om terug mee te nemen !!! En...onbruikbaar !!!

    Dus stond het nu terug in Oudenaarde !!!

    1578...waarom een tweede verhuis van Dulle Griet van Oudenaarde in Gent?

    In de 16de eeuw had Keizer Karel de stad Gent gestraft door haar versterkingen te slopen en verdedigingsmiddelen in beslag te nemen.

    Probleem, want eind de 16de eeuw hadden de Gentenaars kanonnen en schietgeweren nodig om zich te verdedigen tegen de Spanjaarden.

    Die wilden van de Gentenaars katholieke kneusjes maken.

    Dus trokken de Gentenaars erop uit, op zoek naar alles wat schiet, ontploft of in de richting van de Spanjaarden gegooid kon worden.

    In Oudenaarde vonden ze wat ze zochten: een gróót róód kanon....de Dulle Griet.

    Het kanon werd in 1578 in Oudenaarde met een grote hijskraan en met man en macht, maar vooral met véél moeite in een boot gehesen en naar Gent gevoerd, samen met een ander wapentuig.

    Eindbestemming was het St. Pietersplein, maar daar is het kanon nooit gearriveerd. Het werd gelost aan 'tCuupgat (Cugat of 't Kuipke) bij de Freermineuren'.

    Resultaat van Dulle Griet tijdens het gevecht tegen de Spanjaarden?

    Het kanon heeft welgeteld één kogel uitgespuwd. Daarna zwaaiden de katholieke-kneusjes-in-spe heftig met de witte vlag in de richting van de Spanjaarden.

    De kogel ligt nog steeds op de plaats waar hij toen geland is: onderaan het kanon.

    En het kanon zelf, dát had de geest gegeven. Het bleek onbruikbaar te zijn!



    Waar bevindt het zich nu?

    Het kanon Dulle Griet bevindt zich op de weg van de Vrijdagsmarkt naar de Lange Munte, langs het water, op het Groot Kanonplein in Gent.

    Deze plaats was vroeger een aanlegplaats waar de goederen voor de Vrijdagmarkt gelost werden.

    Discussie... Gentenaars beweren dat ze hun kanon eerlijk terugvonden in Oudenaarde en dat ze het terug meegekregen hebben van de Oudenaardisten.

    Maar Oudenaarde beweert: het werd eerst achtergelaten door de Bourgondische hertog en later door de Gentenaars...dus...oorlogsbuit...eigendom Oudenaarde... dus hebben de Gentenaars het kanon gestolen !!!

    En nu?

    Het kanon is in de loop van de jaren zo’n 250 kilogram lichter geworden door het afroesten.

    Het is opnieuw in de originele kleur geschilderd (rood) om verder roesten tegen te gaan.

    De houten schragen waarop het vroeger rustte werden in 1783 vervangen door drie arduinen voetstukken, versierd met festoenen.

    En een plastic plaat moet ervoor zorgen dat het kanon niet meer gebruikt wordt als blikkenvanger, vuilbak of om erin te kruipen (weddenschap studenten) of zelfs als slaapplaats voor dronken studenten.

    Beschermd monument

    Sinds 1943 is de Dulle Griet een beschermd monument. Dit wil zeggen dat het niet mag gesloopt worden.

    20.03.2010: Bomspotters maken kernbom van Dulle Griet

    In 210 werd het Dulle Grietkanon door kunstenaar Jonas Vereecke en leden van de groep 'Bomspotters van Vredesactie' omgebouwd tot een 'kernbom'.

    Hij plaatste een raketstaart aan de kamer van het kanon en de loop werd verlengd met een zwart-rode kernkop.



    Waarom daar?

    Omdat volgens de legende de Dulle Griet nooit een kogel heeft afgeschoten.

    Ook in België liggen er kernwapens die nooit werden ingezet. Een overblijfsel uit de Koude Oorlog.

    Hun actie was een oproep om deze eindelijk eens te laten verdwijnen.

    De bomspotters probeerden de voorbijgangers te motiveren voor een Europese actie (3 april 2010) aan diverse kernwapenbasissen.

    Discussie sleept aan ! In het jaar 2000... Het getouwtrek rond de Dulle Griet.

    Het Oudenaardse gemeenteraadslid Giovanni Van Cauwenberghe (VLD) meende dat de Dulle Griet thuishoorde op de Grote Markt van Oudenaarde, en niet op het GentseGrootKanonplein.

    De steenbombarde, geproduceerd in opdracht van een met dadendrang behepte hertog Filips de Goede, was rond 1436 in Oudenaarde achtergelaten en in Gent verzeild geraakt.

    In 1452 werd het gevaarte door de opgewonden Gentenaars naar Oudenaarde versleept om er de brave inwoners van dit rustig Scheldestadje mores mee te leren.

    Maar vooraleer met de Dulle Griet een schot kon worden gelost, werden de belegeraars door Bourgondische troepen van voor Oudenaarde verjaagd.

    Het Groot Kanon werd door de Gentse milities inderhaast achtergelaten, en naderhand vond de vuurmond een onderkomen in de Oudenaardse Lakenhalle.

    Tot de Gentse calvinistische bewindvoerders in 1578 hun Oudenaardse collega's verplichtten de bombarde weer afte staan en het gevaarte opnieuw naar Gent werd overgebracht.

    Veeleer om symbolische redenen dan andere, want het militaire belang van het wapen was zo goed als nihil.

    Sporen van dit transport uit 1578 zijn terug te vinden in zowel de Oudenaardse als de Gentse stadsrekeningen.

    Maar over een verkoop of een officiele schenking van de bombarde aan Gent treft men in de archieven niets aan.

    En dus, besloot VanCauwenberghe, is de Dulle Griet nog steeds eigendom van Oudenaarde, want oorlogsbuit na de smadelijke aftocht van de Gentenaars in 1452.

    Het ondernemende gemeenteraadslid had voor het Groot Kanon zelfs al een plaatsje voorzien op de net heraangelegde Grote Markt van Oudenaarde.

    Maar dat was uiteraard buiten de voormannen van de Stroppendragersgilde en van Dekenij Vrijdagmarkt gerekend.

    Die schoten in aktie en verzamelden op enkele weken tijd 878 handtekeningen van Gentenaars die zegden nooit te zullen aanvaarden dat het Groot Kanon aan Oudenaarde zou worden afgestaan.

    De petitie werd eind september aan burgemeester Frank Beke overhandigd.

    Die stelde hen gerust: de stad zou de Dulle Griet, 12.250 kg. Gents patrimonium, onder geen beding laten vertrekken.

    Gentse politici beklommen de barricades.

    Schepen Marina Hoomaert (SP) zegde een Dulle Griet te zijn, kandidate-gemeenteraadslid Catharina Seghers (VLD) evenzeer, en SP-schepen Daniel Termont zag ook al een gelijkenis tussen zichzelf en het Groot Kanon.

    Wir sind alle grosse Kanonen, was het ordewoord onder de Gentse politieke elite.

    Tegen een dermate sterke en eensgezinde Gentse verdediging kon het kleine Oudenaarde uiteraard niet op.

    Oh mijn dulle dulle griet
    een groter kan bestaat er niet
    de oudenardisten roepen altegaar
    uw thuis is hier en niet aldaar
    vroeg of laat komen we je halen
    om je terug naar oudenaarde te dragen
    zeg vlug adieu aan Gent en wees heel blij
    op onze markt maakten wij een plaatsje vrij !

    17-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oudenaarde: Pamele


    OUDENAARDE: PAMELE

    Raar !!!

    Enerzijds hebben we Oudenaarde-centrum met zijn talrijke prachtige gebouwen...

    Anderzijds hebben we (ver van het centrum, over de Schelde -rechteroever) ook verschilllende prachtige gebouwen:

    O.-L.-Vrouw van Pamelekerk (1234):
                                                     & ernaast: Zwartzusterklooster
    Abdij Maagdendale: (ooit één van de belangrijkste vrouwenabdijen in Vlaanderen)
    Huis de Lalaing: de vermoedelijke geboorteplaats van de onechte dochter van Karel V: Margaretha van Parma.
    Waarom staan die prachtige gebouwen niet in het centrum???

    Reden: in de middeleeuwen was hier een onafhankelijk stadje... PAMELE.

    Pamele was de thuishaven van kloosterlingen, de Bourgondische hertogen, baronnen, tapijtwevers en protestanten en kende een woelige en rebelse geschiedenis.


    Ontstaan van het stadje Pamele...

    Pamele werd gesticht omstreeks 1100 en in 1110 was het reeds een 'burgus' of stadsagglomeratie met haar eigen stadsrechten (keure) vanaf 1166. ( Oudenaarde kreeg pas in 1190 zijn eigen stadsrechten.)

    Dit stadje werd in leven geroepen door de heren van Oudenaarde, die vanaf de 12de eeuw de titel voeren van heer, dan beer(grote heer) en later van baron van Pamele.

    Zij creëerden Pamele om de grondprijs te laten stijgen en om rechten te kunnen innen.


    Situering:

    Pamele hoorde toe aan het Land van Aalst (een graafschap gelegen tussen de Schelde en de Dender) en aan het bisdom Kamerijk(Cambrai). Het maakte dus deel uit van het keizerlijk Vlaanderen of ook Rijks-Vlaanderen genoemd.


    Ontwikkeling en fusie:

    Het ontwikkelde zich als een zelfstandige stadskern op de rechteroever van de Schelde en was eigendom van de Heren van Pamele.

    Daarnaast was er ook de stedelijke kern Oudenaarde.

    Pamele kreeg een eigen parochiekerk en in 1166 bezat het een eigen magistraat van gezworenen (eigen bestuur) die jaarlijks rond Lichtmis door de heer vernieuwd werden.

    Pamele dat reeds in 1166 een geschreven recht bezat, kreeg in 1226 van Oudenaardes beroemdste heer Arnulf IV van Pamele hetzelfde recht als dat van Oudenaarde.

    Hij streefde naar gelijkheid tussen de stad Oudenaarde en de stad Pamele.

    In 1593 werd de eenmaking (fusie) van Pamele en Oudenaarde een voldongen feit. Oudenaarde was een dubbelstad.

    Het archief van de heerlijkheid Pamele werd naar het stadhuis van Oudenaarde overgebracht.

    Pamele bleef enkel nog een rustige wijk van Oudenaarde.


    Nieuw Oudenaards wapenschild

    Vroeger had Oudenaarde gewoon een vlaamse leeuw als wapenschild en Pamele had horizontale rode strepen (en een beer?).

    Deze versmelting is terug te vinden in het wapenschild van Oudenaarde: bij de samenvoeging van de twee steden heeft men de Vlaamse leeuw (Oudenaarde) en rode dwarse strepen (Pamele) in het wapenschild gezet.


    Kasteel van Pamele

    In de huidige Kasteelstraat (LO-achter De Rantere) stond er in de 12de eeuw een donjon.

    Deze toren werd, begin 13de eeuw, gesloopt en vervangen door een trapeziumvormig omgracht feodaal kasteel met verschillende uitspringende torens, met elkaar verbonden door een muur.


    Dit kasteel werd bewoond door de heren van Oudenaarde-Pamele.

    Deze burcht werd in 1786 gesloopt.

    NB: In 2005 waren er archeologische onderzoeken voorzien in de bouwvergunning voor het nieuwe Woon-en Zorgcentrum dat op de plaats van het 19de eeuws klooster van de Zusters van Barmhartigheid en het kasteel van de heren van Pamele in de Kasteelstraat werd opgetrokken. Archeologen hebben er de fundamenten van een enorme ronde hoektoren blootgelegd. Deze behoorde tot het 13de eeuwse kasteel van de heren van Pamele.


    Heren van Pamele

    De Heren van Pamele behoorden tot de toparistocratie en waren huisvrienden van de graven van Vlaanderen.

    De belangrijkste heren van Pamele:

    Arnulf IV van Oudenaarde:

    1187-1242

    heer van Oudenaarde, Vloesberg en Lessen noemde zich als eerste 'heer van Pamele'

    Onder hem werd het kasteel van Pamele gebouwd, eveneens het klooster van Maagdendale en de eerste steen voor de kerk van Pamele.

    Hij liet het leven in 1242 tijdens een gevecht samen met de Franse koning tegen de Engelsen.

    Zijn overblijfselen werden begraven in de abdij van Ename.

    zijn zoon: Jan I van Oudenaarde:

    1220-1293

    burchtheer van Oudenaarde, heer van Pamele en Rozoy

    In het Rijksarchief van Gent is een cijnsboekje (Vieil Rentier) aanwezig.

    Dit bevat alle inkomsten van de Heer van Pamele: o.a. pachten, molens, tolrechten op het Spei (stuwsluis), cijnzen, boeten en inningen bij verkopen van grond, ...

    Jan II van Pamele:

    1352-1378

    Hij hield er een uitbundige levensstijl op aan en gaf veel geld uit aan zijn ridderschap: veel deelnames aan riddertornooien, aankopen van paarden, kledij, valkenjacht, ...

    Hij liet grote verbouwingswerken uitvoeren aan het kasteel, maar hij heeft er zelf niet veel kunnen van genieten want hij overleed kort na de voltooiing van de werken in 1378.


    Amper 4 eeuwen stadsbestuur en toch prachtige gebouwen !

    1) O.-L.-Vrouw van Pamelekerk
    Bronzen plaat aan de buitenzijde: bouwmeester(opdrachtgever): Arnulf van Binche (heer van Pamele)

                                                          bouwjaar: 1234 (einde bouw na 30 jaar, een recordtempo!)

    De kerk is in kalksteen uit de Doornikse steengroeven (aangevoerd via schepen) en vertoont alle hoofdkenmerken van de scheldegotiek: een dubbele overlangse galerij of doorgang in de dikte van de langsmuren (liet toe om rond de kerk te gaan), een achtkantige vieringtoren, een grondplan in de vorm van een Latijns kruis, dubbele hoge en spitsboge torenvensters, hoektorens en een puntgevel met monumentale vensters.

    In het begin van de 14de eeuw werden zowel de westgevel als de dwarsbeuk voorzien van grotere hooggotische ramen.

    In de 16de eeuw kreeg de zuidzijde twee kapellen in Brabantse gotiek, opgetrokken in Balegemse zandsteen.

    Opmerkelijk is een laatgotisch en een renaissance praalgraf van de baronnen van Pamele en hun echtgenotes.

    De overige interieurstoffering is hoofdzakelijk neogotisch.

    In deze kerk werd de buitenechtelijke dochter van keizer Karel V en Johanna van der Gheynst gedoopt. Ze werd Margaretha genoemd en werd later als Margaretha van Parma landvoogdes van de Nederlanden.

    Deze kerk heeft veel geleden tijdens de beeldenstorm.

    Tijdens de Franse periode werd ze zelfs gedegradeerd tot kolenmagazijn.

    In 1918 tenslotte werd ze beschadigd door de beschietingen van de ernaast gelegen Scheldebrug.

    Niet te bezoeken, maar zeker vermeldenswaard is dat deze kerk volledig haar authentiek dakgebinte uit de 13de eeuw bewaard heeft, een enig-machtige constructie, een woud van balken.

    Probleem... Het stabiliteit van het kerkgebouw heeft te maken met de drassige grond rond en onder haar funderingen.

    De Schelde vloeit amper een paar meter van haar noordwestelijke gevel.

    Vooral aan de binnenkant van het transept en het priesterkoor is de verzakking duidelijk te zien.

    Momumentenzorg van de provincie Oost-Vlaanderen controleert de stabiliteit regelmatig.

    Sint-Macharius Kinderfeest:

    De tweede zondag van september viert Pamele het St.-Macharius-Kinderfeest.

    Er wordt processie gehouden met het reliekschrijn en tijdens de eucharistie worden de kinderen gezegend en Machariusbroodjes gewijd.

    Na de eucharistie volgt de uitdeling van de gewijde broodjes. Nadien volgt een happening op het kerkplein.

    Alle kinderen vanaf de wieg tot 12 jaar worden er met hun ouders verwacht.

    2) Abdij van Maagdendale
    De Cisterciënzer-vrouwenabdij Maagdendale werd vanaf 1234 opgetrokken in Pamele, op een steenworp van de Onze-Lieve-Vrouw van Pamelekerk en het Zwartzusterklooster.

    Het was een van de belangrijkste vrouwenabdijen (Cisterciënzerinnen) in Vlaanderen.

    De gronden waren een geschenk van Arnulf IV, baron van Pamele.

    Van het immens grote complex blijft nog een 13de-eeuwse basilicale abdijkerk, een 17de-eeuws abdissenhuis (1663-1664) met een L-vormige vleugel en een poorthuis (1621) over.

    De abdij kreeg het zwaar te verduren tijdens de bombardementen van de Fransen in 1684 en tijdens de Franse Revolutie.

    Ze deed in de 18de-19de eeuw dienst als legerkazerne.

    Abdijkerk

    De 13de-eeuwse kerk werd gebouwd volgens het concept van de cisterciënzerorde met invloeden van de Scheldegotiek.

    Het had oorspronkelijk een driebeukig schip maar de zijbeuken werden in 1745 gesloopt.

    Het interieur heeft mooie net- en stergewelven.

    Abdissenhuis

    Dit is het enig resterend kloostergebouw in traditionele bak- en zandsteenstijl.

    De toegang in de oostelijke vleugel is verfraaid met een rijk gesculpteerd half-reliëf van het H. Bernardus die de scapulier ontvangt van O.L.Vrouw.

    Het interieur bevat een mooie pandgang en een 17de-eeuwse monumentale eiken trap.

    De gebouwen kregen een passende herbestemming als Stadsarchief en Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst.

    3) Huis de Lalaing
    Deze statige herenwoning dankt zijn naam aan Philips de Lalaing, heer van Schorisse en stadsgouverneur, die er woonde in de 16de eeuw.

    Het huis de Lalaing is mogelijk de geboorteplaats van de onechte dochter van Karel V: Margaretha van Parma.

    In de 18de eeuw kreeg de straatgevel en ook het interieur een grondige aanpassing in rococostijl met toevoeging van diverse versieringen in de eerste helft van de 20ste eeuw (Chinees salon, enkele schoorstenen, grote trap bij inkom).

    In de grote, ommuurde stadstuin waar het heerlijk wandelen is, kan je ook een meer dan 150 jaar oude Ginkgo Biloba boom bewonderen.

    Het conservatie- en restauratieatelier Oudenaardse wandtapijten is voortaan ondergebracht in het MOU, tweede verdieping.

    Er zijn demonstraties op dinsdag- en donderdag namiddag.

    Op dit ogenblik wordt het huis de Lalaing gerestaureerd.

    VASA vzw, met onder meer een weefatelier van wandtapijten is nog steeds gehuisvest in Huis de Lalaing.

    VASA vzw werkt intensief aan de promotie van cultuur en erfgoed van de stad Oudenaarde en de Vlaamse Ardennen.

    Ontdek hun activiteiten, waaronder een ambachtelijk weefatelier.

    4) Zwartzusterklooster (Klooster van de Zwarte Zusters)
    Het Zwartzusterklooster werd opgericht in Pamele, langs de rechteroever van de Schelde, naast de Onze-Lieve-Vrouw van Pamelekerk.

    Het gebouw werd opgericht in de 13de eeuw, maar men heeft pas vanaf 1684 preciezere gegevens.

    Toen werd Oudenaarde zwaar geteisterd door een belegering, waarbij diverse kloosters in de vlammen opgingen of zeer ernstig beschadigd werden.

    Het complex dat men nu nog ziet is het resultaat van talrijke herstellingen en verbouwingen die op deze gebeurtenissen volgden.

    Het geheel heeft een L-vormige aanleg en is samengesteld uit diverse vleugels.

    Opvallend is het tabernakel van het altaar. Het is gemaakt van ebbenhout, ivoor en schildpad en geeft een rijke indruk.

    De zomerkeuken, helemaal bekleed met figuratieve wit-blauwe Delftse steentjes, is zeker ook de moeite waard.

    De zusters leefden volgens de regels van de H. Augustinus en stonden in voor ziekenverzorging en onderwijs.

    Nu doet het gebouw dienst als kleuterschool.

    5) Fontein Louise-Marie:


    Deze fontein werd opgericht in 1852 naar ontwerp van stadsarchitect Ch. Vanderstraeten ter ere van de eerste, in 1850 overleden Belgische koningin Louise Marie.

    De fontein verving de zogenaamd "fontein Pierlepyn" of het "fonteintje van Pamele" opgericht in arduin in 1717 en wederopgebouwd door de architecten Ph. Van der Meersch en A. Van den Hende in 1778.

    Fontein met drie arduinen bekkens boven elkaar en in het midden een achtkantige pijler en fraaie gietijzeren beeldengroepen en een ijzeren bekroning.

    Bronzen gedenkplaatjes, onder andere met vermelding "A L.M. Louise Marie d'Orléans, Reine des Belges", zijn aangebracht op de centrale achtkantige sokkel.

    Vier tritons met een dolfijn in de armen in het eerste achthoekige bekken, vier figuren in het tweede ronde bekken.


    Pamele vernieuwt!

    Voor het project Scheldeboorden / Scheldekop kreeg het stadsbestuur van de Vlaamse regering een subsidie van 3 miljoen euro.

    Dergelijke subsidie wordt toegekend aan projecten die een hefboomfunctie hebben in een buurt, wijk of stadsdeel en zo voor een nieuwe dynamiek kunnen zorgen.

    Het project Scheldekop is een degelijke hefboom voor de hele wijk Pamele en is een verknopingselement tussen de verschillende stadsdelen.

    Aansluitend bij het project Scheldeboorden zijn in 2012 en 2013 vijf straten heraangelegd in Pamele onder de noemer 'Pamele vernieuwt!' en werden bijhorende rioleringsweken uitgevoerd.

    Het gaat om de Baarstraat, de Louise-Mariekaai, de Doornikstraat, het J.J. Raepsaetplein en Remparden.

    Ook een gedeelte van de Bergstraat werd onder handen genomen.


    Confrérie van de Pamelieters

    Leden van de plaatselijke confrérie in Pamele worden de Pamelieters genoemd.


    09-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Leupegem: Nonnenmolen


    LEUPEGEM: NONNENMOLEN

    Soorten molens:

    aangedreven door spierkracht van lopende mensen = tredmolen en handmolen

                         door spierkracht van dieren = rosmolen (ros=paard)

                         door wind = windmolen

                         door stromend water = watermolen

    Molens in Oudenaarde:




                           Tissenhovemolen                                                                                         Bekemolen                                                                           Oyssche(Oosse)molen

                                    Mater                                                                                                    Mullem                                                                                Toysschemole,Welden

                            houten staakmolen                                                                            stenen stellingmolen (windmolen)                                                       boerderijmolen

                           (op staak,60-80 cm dik,                                                                            met stelling (=onderbouw)                                                       verbonden aan boerderij

                                 rechtopstaand)                                                                                     (hoog boven de huizen)                                                                    watermolen

                                 windmolen                                                                                            met ijzeren gaanderij

                                                                                                                                                 niet te bezoeken


            

                               Zwadderkotmolen, Mater                                                                                                                            Nedermolen, Melden

                                      oliemolen                                                                                                                                               olie-en korenmolen

                                     watermolen                                                                                                                                                 watermolen


     Nonnenmolen, Leupegem


    ligging: Watermolenstraat 3 te Oudenaarde-Leupegem

    bouwjaar: 1296 / 1586

    type: bovenslag watermolen -grootste watermolen in Vlaanderen, aangedreven door water van de Maarkebeek

    functie: korenmolen - vroeger ook olie-en schorsmolen, nu nog dubbel waterrad

    eigenaar: Carlie De Maeseneire (molenaar) en zij vrouw Nicole Vandeputte, De Pinte


    geschiedenis:

    De Nonnenmolen kent een lange geschiedenis.

    Vroeger lieten mensen er olie persen, lieten boeren hun graan malen, ging men in de herberg drinken, eten en zelfs slapen en kwamen passanten er werk zoeken als knecht.

    Bij akte van 6 september 1296 kochten de nonnen van het klooster van Maagdendale te Oudenaarde de molen aan. Dat verklaart ook de molennaam. Deze molen was gekend als graan-en oliemolen.

    Destijds waren hier drie molens op de Maarkebeek: een schors-, een olie- en een graanmolen.

    Enkel de graanmolen(Nonnenmolen) bestaat nog: de middelste van de drie.

         NB: schorsmolen=eikenschors fijn malen om er run van te maken dat gebruikt werd om van huid leer te maken.

                 oliemolen=uit lijn-of koolzaad olie persen voor gebruik in lampen, in zepen of als bakolie

                 graanmolen=malen van de korrels van graan(gerst, tarwe, haver, rogge) tot meel voor gebruik als voedsel (brood)

    In 1580, tijdens de opstand of de troebelen, werden de molens vernield, samen met de rest van het dorp.

    In 1586 volgde de heroprichting als graan- en oliemolen.

    In de 19de eeuw werd het houten raderwerk vervangen door een ijzeren en werd een ringmuur gemetseld rond de asput.

    De molen werd in 2000-2001 gerestaureerd en is vandaag maalvaardig. Het onderslagrad werd vernieuwd. Het ijzeren bovenslagrad bleef er vervallen bij.

    Om uiteindelijk zuivere bloem te malen, is nog verdere renovatie nodig.

    De prestigieuze watermolen: enig in zijn soort en grootste van Vlaanderen.

    Het heeft namelijk twee waterraderen: een onderslagrad en een bovenslagrad. Zo kon zowel bij hoog als bij laag water gemalen worden.

    Dit maakt de molen enig in Vlaanderen.

    Het is de Maarkebeek die zorgt voor de aandrijving van de molen.

    In 1990 werd de molen (met inbegrip van het molengebouw, het sluiswerk, de waterraderen en de bakoven) geklasseerd als beschermd monument.


    Legende:

    De legende wil immers dat de Nonnenmolen via een onderaardse gang met de Abdij van Maagdendale in Oudenaarde verbonden is.

    2010-Leupegem...waterschade

    Aan de molen is een stuwcomplex. Zowel aan het waterrad als aan de bypass zijn schotbalken voorzien waarmee het waterdebiet kan worden geregeld.

    Op 18 november 2010 stonden alle schotbalken open, maar toch overstroomde Leupegem volledig.

    Men kreeg 1,20m water binnen in de taverne.

    Reden: te smalle doorgangen van de Maarkebeek onder de N60 en de Berchemweg.

    Volksverhalen:

    De spokende nonnen van de Nonnenmolen…

    Vroeger als er veel water was, stak de molen het water naar boven in een vijver. Nu: voetbalplein en Lammekeswijk van Leupegem.

    Er was ook een plek waar geen water opkwam. En daar....

    Er liepen daar ’s nachts 2 nonnen buiten in het wit, om twaalf uur ’s nachts. Ze liepen gewoon daar rond.

    Een knecht uit Kruishoutem werd er regelmatig tijdens het naar huisgaan, gevolgd door die spokende nonnen.

    Na verschillende keren durfde hij er niet meer passeren en maakte hij steeds een omweg.

    Ook anderen zijn gevolgd geworden door die spokende nonnen en meestal diegenen die graag één of meerdere pinten dronken...

    Men zegt dat de naam Nonnemolen daarvan voorkomt.

    Dansende kaarsen...

    Op een zekere keer was de mulder (molenaar) bezig met te malen en plots zag hij kaarsen dansen. Ze gingen de voordeur binnen en de achterdeur buiten.

    Hij dacht: “Ik ga eens naderbij.” Hij keek en het waren allemaal nonnen die met een kaars binnen gingen, er iets lekkers aten en terug buiten gingen…

    De dikgewreten molenaar met honger...

    De mulder had honger en ging binnen in de keuken en zag dat de tafel zeer mooi gedekt was met borden en met verscheidene kaarsen.

    Hij zei: “Jamaar, als de tafel hier mooi gedekt is, ‘k ga mij bijzetten… ‘k Mag toch hé?”

    Hij zag niemand, maar wel riep een stem: “Jaja, eet maar zoveel ge wilt.”

    Dus at hij zoveel hij kon, zijn buik stond op springen...maar toen hij buitenkwam kreeg hij plots terug honger...alsof hij in dagen niets gegeten had !!!

    Het botermaken...

    De nonnen hier op de molen waren soms bezig met boter te maken en normaal is dat men een karn en een staf.

    Maar op een dag maakten zij boter met behulp van een wegwijzer.

    Ze zetten die wegwijzer scheef in die karn en zo maakten ze boter. Hun boter werd betoverde boter.

    Einde van de spokende nonnen...

    Een man uit Etikhove moest er 's nachts passeren met paard en koets om de dokter te halen voor zijn vrouw die moeder moest worden.

    Hij werd tegengehouden door de spokende nonnen en beloofde hen een kapelletje te bouwen als hij zonder problemen mocht passeren.

    Zo gebeurde het en sindsdien was het gedaan met de spokende nonnen ...

    Taverne

    Acht jaar geleden werd de molenaarswoning ingericht als weekend-taverne, met mogelijkheid tot bezichtigen van de molen.

    In de jaren 1700 was er ook een herberg.

    Nu mikt men hoger, met een nieuwe formule: verhuur voor feesten, bijeenkomsten en wandel-of fietsevenementen.

    Zij mikken vooral op wandelaars en fietsers:

    Met start en aankomst aan de Nonnenmolen:

    wandelen:

          -1) Nonnenmolen-Edelareberg-Ladeuze-Nonnenmolen 6km

          -2) Nonnenmolen-Melden-Koppenberg-Nonnenmolen 7,5km

          -3) Nonnenmolen-Volkegem-Nonnenmolen 11km

    fietsen:

          -Nonnenmolen-Maarkevallei-Nonnenmolen 20km

    Oudenaardse Molenroute

    De molenroute laat je kennis maken met het buitengewoon interessant molenpatrimonium van Oudenaarde en voert je langs de 6 Oudenaardse wind-en watermolens.

    Met de bus en gids... vertrek en aankomst: Markt Oudenaarde

    afstand: 40 km

    info: dienst toerisme, stad Oudenaarde


    03-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ronse: Bommelsfeesten of Zotte maandagsfeesten


    RONSE: het evenement van de Vlaamse Ardennen:

    BOMMELSFEESTEN of ZOTTE MAANDAGFEESTEN



    De feestdagen zijn net achter de rug en dat betekent tijd voor de eerste carnavalsstoet in België: de 65ste Bommelsfeesten in Ronse.

    Ronse is, samen met het naburige Zottegem, de enige plaats in België waar carnaval gevierd wordt in de eerste week van januari. Het is dus in wezen een wintercarnaval.

    Ronse is op 10, 11 en 12 januari in handen van de zogenaamde Bommels*. Zij zijn dan drie dagen "baas" van de stad, en ontvangen de stadssleutels van de burgemeester.

    (*Bommels of bonmoss of bonmons of bonmoh of bonmo = Picardisch en betekent 'Vrolijke vrienden'.)

    De Bommelfeesten staan onder leiding van het koningspaar + de hofnar + het koninklijk hof.

    Het feest begon eigenlijk al eind november !!!!! Verkiezing Koning - Koningin 2016 (29/11/2014 om 20:00 uur in zaal COC te Ronse!)

    Zoals ieder jaar, hebben we alsook dit jaar mogen genieten van spannende verkiezingen!!!

    De avond ging van start nadat de officiëlen en de juryleden hadden plaatsgenomen aan de voorziene jurytafel.

    Hierop volgde een “autopresentatie” gebracht door alle kandidaatkoppels waarbij zij zichzelf op een leuke en ludieke wijze moesten voorstellen.

    Na deze proef volgden nog 4 behendigheidsspelen waarbij niet alleen handigheid maar ook het neerzetten van een vlugge tijd een grote rol speelden. Deze spelen veranderen elk jaar en kunnen zowel tegen elkaar als individueel moeten worden afgelegd. Dit jaar was het: eenhoorn, bikkelen, balletjesdragen en balonnenprik.

    Alle proeven, inclusief een publieksstemming per SMS, stonden onder het toezicht van een gerechtsdeurwaarder.

    Verkiezingen die er toe geleid hebben, dat we met enige trots de Koning en Koningin 2016 kunnen voorstellen als: Werner en Sandra !!!!!!!!

    Zij vervangen de huidige Koning en Koningin Axel (De Bock) en Daphne (Van Driessche).


    >

    Dit jaar: 65 jaar Bommelsfeesten: een briljanten jubileum !!!



    In 2015 viert Ronse de Briljanten editie van de Bommelsfeesten (65 jaar).

    De Stedelijke Raad der Bommels en de stad Ronse willen voor deze verjaardagseditie het decor en/of podium vernieuwen.

    Het nieuw podium zou opgebouwd worden rond de “Obelisk”. Vroeger stond het publiek samengepakt in de hoek voor het stadhuis.

    Op die manier willen de organisatoren de feestelijkheden nog meer centraliseren op de Grote Markt en dichter bij de feestvierders brengen.

    Die obelisk wordt volledig aangekleed. Nu is men volop bezig met er stellingen rond te zetten.

    Ook de Grote Markt zal verder feestelijk opgemaakt worden.

    Geschiedenis: Herkomst:

    Lang geleden vierden onze voorouders elk jaar een heidens feest: Het Germaans (heidense) Joelfeest. Dit feest duurde 12 dagen.

    De Bommelfeesten zijn de springlevende voortzetting van dit volksgebruik waarvan we sporen terugvinden tot in het jaar 1359!

    Op de avond van de dertiende dag na de winterzonnewende, op zogenaamde Dertienavond, werd in vrienden- en familiekring feest gevierd. Tijdens dat feest werd bepaald wie van het gezelschap de koning en wie de zot(nar) zou zijn. De Koning had de macht over de nar en kon er allerhande zotheden mee uithalen. Op Zotte Maandag kregen alle mensen die op Dertienavond de zot hadden moeten spelen, de gelegenheid om vrienden en familie beet te nemen. Ze liepen "verkeert ofte vermomd" rond, trokken van huis tot huis en werden getrakteerd met 'kuirten drank'. "Bommel lopen" betekent trouwens gemaskerd rondlopen. Vandaar: de Bommelsfeesten.

    1913...alles draaide toen rond 'koningen' (bommels liepen individueel door de stad)...er was een overeenkomst tussen de syndicaten en de federatie van de textielindustrie dat men op Zotte Maandag maar tot 16u moest werken. In het toenmalige bekende restaurant 'Lison' kon men een 'menu des Rois' bestellen en in de meeste toenmalige cafés stond er een 'koningskaarting' op het programma.

    Het moderne concept van de Bommelfeesten ontsproot aan de Ronsische stadsbeiaardier Ephrem Delmotte, die in 1950 de zogenaamde Zote Mondaag stichtte. Op 9 januari van dat jaar reed de eerste Bonmonsstoet. Dit zonder koning ! De clowneske, folkloristische figuren die aan deze optocht deelnamen werden, in de tongval van Zuid-Oost-Vlaanderen, Bonmoss genoemd, wat later werd "gekuist" tot Bommels.

    In 1951 werd voor het eerst een koning gekozen: Roger I , alias Roger Boursier, bijgenaamd 'Mamber', bijgestaan door een hofnar (Ephrem Delmotte). Er werd een vijf meters hoge troon opgetrokken voor de 'Koning van de Bonmos'. Na het drinken van een coupke champagne gaf 'Mamber' een toespraak in het Nederlands, het Frans en het Ronsies. Hij vroeg ook een koningin !

    Het Koninklijk Bommelshofs groeide...

    In 1952 een koningin (die zich per helikopter bij haar gemaal kwam voegen op de grote markt), in 1953 een prins en in 1954 een prinses. Ondertussen waren er ook veel 'pagekies' bijgekomen.

    Op 11 januari 1959 werd naar aanleiding van 10 jaar Zotte Maandagstoet een monument opgericht aan het station van Ronse. Het is een beeldje van de "Ronsese zot", ontworpen door Florent Devos.

    In 1961 gingen de feesten niet door, omwille van sociale onrust in België en stakingen tegen de Eenheidswet.

    Sinds 1976 worden de namen van alle Bommelskoningen en -koninginnen sinds 1950 bijgehouden op de Zottenmuur in Ronse.

    Met de komst van Yves De Wolf in de Raad der Bommels (1999) werd er gekozen voor een vaste hofnar uit eigen kring zoals in de beginperiode van Zotte Maandag. Yves bleef deze functie uitoefenen tot zijn verkiezing als voorzitter van de Raad der Bommels (2009). Zijn plaats werd ingenomen door Raadslid Christophe Desmet: de huidige hofnar.



    ********************

    NB: Een (HOF)NAR is van oorsprong de officiële grappenmaker aan het hof van een vorst of bij een rederijkerskamer. Een nar was soms een mismaakte en/of zwakzinnige dwerg die de spotlust opwekte maar ook soms intellectueel met politieke invloed. De nar kleedde zich vaak in een voor hem gemaakt pak, voorzien van zogenaamde narrenbellen. Soms droeg hij een staf en/of narrenkap. Hij mocht zeggen wat hij wilde tegen de heersende opvattingen in, zonder dat hij ervoor gestraft werd !

    ********************

    De titel van prins en prinses werden afgeschaft en de titels van erejonker en eredame werden in het leven geroepen.

    Ook verdween de metershoge troon en spraken de excellenties hun onderdanen toe vanop het balkom van het stadhuis of vanop een podium voor het stadhuis.

    Nu bestaat het huidig koninklijk hof uit: een koningspaar, een erepaar, enkele pagekies, een hofnar en het 'jeugd-prinsenpaar'.

    Programma: BOMMELSFEESTEN 2015

    Vrijdag is het al prijs

    Eigenlijk begint alles al op vrijdagnamiddag. In de werkplaatsen van de Bommelverenigingen worden scholen uitgenodigd om de praalwagens in primeur te bezichtigen. 's Avonds verzamelen de verenigingen om elkaar een goed Bommelweekend toe te wensen. Op dat moment zijn de praalwagens te bezichtigen, en worden de allerlaatste details uitgewerkt (nog een likje verf hier, een kroontje daar,…).

    Zaterdag 10 januari 2015: BOENKE DEROP

    's ochtens ontvangen de Koning en de Koningin hun genodigden voor het traditionele ontbijt.

    10 uur: Kroningsoptocht met hulde aan het Bommelsbeeld ('Den Bonmo') op het Churchilplein.



    Daarna gaan de koning en koningin hun naamplaatje bevestigen aan de Zottenmuur (ontworpen door Jacques Vanderwattyne, folk-art-kunstenaar) aan de hoek van Oude Vesten en Elzelestraat.



    De Zottenmuur (Bommelsmuur) is een gevel waarop allerlei kleurrijke bommelfiguren + naamplaatjes zijn aangebracht met op een sokkel het borstbeeld van Ephrem Delmotte, de stichter van de Bommelsfeesten en componist van het 'Lied der Bonmoss'.


    Dit beeld is ontworpen door de Ronsese kunstenaar-beeldhouwer wijlen Florent Devos en dateert van 1995. Het is een 'muzikaal' monument, want je kan één van de vier knoppen indrukken en één van de vier composities van Ephrem Delmotte horen: 1) het Bommelslied 2) de vier reuzen van Ronse 3) si vous saviez... 4) echo. Het beeld werd in 1997 door de Delmotte stichting geschonken aan het stadsbestuur.

    11 uur: Machtsoverdracht en overhandiging van de scepter door de voorzitter van de Bommelsraad en de sleutels van het stadhuis door de burgemeester aan het koningspaar. Grote Markt, podium.

    Het uittretend koningskoppel wordt opgenomen in de Orde der Koninklijke Bommels en de marktkramers brengen hulde aan het nieuwe vorstenpaar.

    Daarna is er een ludieke academische zitting in de trouwzaal van het stadhuis met receptie.

    15 uur: Rond 15u00 brengt het Koninklijk Hof, vergezeld van enkele leden van de Raad, een bezoek aan het OCMW rusthuis De Linde. Een ideale gelegenheid om ouderen nog in contact te laten komen met de Bommels.

    18 uur: GROTE BOMMELSSTOET’ met start: Neerhofstraat, voorafgegaan door de publiciteitscaravan. =BRILJANTEN (65ste) BOMMELSSTOET.

    Reuzen, Thebaanse Trompetten, Bonmosgroepen (bommelsgroepen), carnavalsorkesten, fanfares, majorettes, praalwagens en honderden ‘bonmos’ (bommels) trekken door de centrumstraten. Deelname van Ronsische groepen, aangevuld door talrijke Belgische en buitenlandse groeperingen.

    Rond 19u30 volgt de apotheose op de grote markt. Na de optredens voor de eretribune, de toespraak van de Koning en de Koningin, het zingen van het lied van de Bonmoss, volgt (20u30) de caramellenworp met de 'Gouden Bonmo' (=de Gouden Bommel).

    Er is een subliem optreden voorzien van SWOOP.

    21u: Een prachtig muzikaal vuurwerk, ons aangeboden door het stadsbestuur, zal als slot de hemel met een vurige gloed vullen. Duurtijd: 20 minuten.

    De eerste 'Bonmosnacht' kan beginnen...met de inname van de textielstad door de bonmoss...

    Zondag 11 januari 2015: KIDSDAG

    14u30: Bal der Bommelkies (=gemaskerd bal voor de bommokies (kinderen)) Een feestnamiddag voor de jongste Bommels vol kinderanimatie. Locatie: COC, Nieuwebrugstraat, Ronse

    De kleinsten krijgen een sport-en spelnamiddag met verkiezong van een Bommelprins en -prinses, gekozen uit de deelnemende kinderen (geboren in 2005).

    'Zotte' maandag op 12 januari 2015: EES OEZEN DAAG !

    14u: Op Zotte Maandag gaat in de namiddag het traditionele 'Zotte Maandagbal' door.

    Vroeger sprak men over het Bal van de 'derde leeftijd'...maar nu is het bal voor 'alle' leeftijden! Met Yves Segers (hit: 'Ik schreeuw het van de daken') en Dennie Christian (hit: 'Rosaaaamuundeee').

    Tijdens het bal wordt de 'Schuunsten Bonmo' (Schoonste Bommel) verkozen.

    23u: Verbranding van de 'zatten bommel' (Bommelspop) op de grote markt. Het Bommelslied weerklinkt (compositie van Delmotte) en het is tijd voor de Bommelkoning en -koningin om de sleutel van de stad terug te overhandigen aan de burgemeester.

    Maar leute en plezier gaan verder...

    Bekroning:

    De Bommelfeesten werden bekroond tot 'Immaterieel Cultureel Erfgoed Vlaanderen', wat betekent dat het iets is door mensen doorgegeven en wat moet bewaard blijven.

    In de Vlaamse Ardennen werden ook bekroond: Houtemse Jaarmarkt, de Krakelingen en Tonnekensbrand in Geraardsbergen, de fiertelommegang van Ronse, het vinkenzetten in Vlaanderen, ...


    Succes toegewenst aan de organiserende vereniging : 'Stedelijke Raad der Bommels', Ronse

                                                                                                            

    Afsluiter: Bommelslied of Lied der Bonmoss ( 2'29" ) https://www.youtube.com/watch?v=DmUon3VyeSQ

    Tekst:

    Wij zijn hier al te gader, zo blij en ook zo vrij

    Wan 't is weer Zotte Maandag, die feestdag vieren wij.

    We zijn toch Rons'se zotten en drinken grote potten

    Anders zijn wij de Bonmoss niet, die kennen geen verdriet.

    refrein:

    Vi-van onzen Vorst ! Ja, die koning willen wij,

    Vi-van onzen Vorst met hem zijn wij zo vrij !

    Vi-van onzen Vorst met hem zingen wij blij

    Leve de Bonmoss van alhier, die zijn altijd op de zwier.

    En vi-van het goê bier !

    Ter informatie:

    Verkeerssituatie

    Voor de avondstoet van de 65° Bommels zal de Zonnestraat van het rond punt aan de Neerhofstraat richting Wijnstraat vanaf 18 u. gesloten zijn voor alle verkeer. In de Neerhofstraat, een deel van de St.-Cornelisstraat, in de Jan van Nassaustraat tussen de Kasteelstraat en de St.-Cornelisstraat en in de A.L. Van Hovestraat zal vanaf 15 u. parkeerverbod gelden. In deze straten wordt de stoet opgebouwd. Op de parking aan het Aimé Delhayeplein ter hoogte schrijnwerkerij De Wolf zal vanaf 16 u. parkeerverbod gelden. Daar wordt de publiciteitscaravaan opbouwd. In het centrum, langs de straten waar de stoet zal voorbij komen, is een parkeerverbod van kracht vanaf 16 u.

    Parcours van de stoet

    16u00 : vorming van de stoet in de Neerhofstraat, St.-Cornelisstraat, Jan van Nassaustraat en A.L. Van Hovestraat

    17u45 : vertrek publiciteitscaravaan vanaf het A. Delhayeplein

    18u00 : vertrek stoet uit de Neerhofstraat richting Wijnstraat

    • Wijnstraat • Franklin Rooseveltplein • St.-Martensstraat • Cypriaan de Rorestraat • Priesterstraat • Hospitaalstraat • Grote Markt • Zuidstraat • de Malanderplein • Joseph Ferrantstraat • Ijzerstraat • Winston Churchillplein • Stationsstraat • Jean Baptiste Guissetplein • Abeelstraat • Franklin Rooseveltplein • Peperstraat • Grote Markt (aankomst)

    Parkeren :

    Waar kan je dichtbij het parcours van de stoet parkeren : • parking station : de hele avond bereikbaar komende uit de richting Oudstrijderslaan • parking Veemarkt : de hele avond beschikbaar • parking Delhaize : bereikbaar via de Zonnestraat - A. Delhayeplein tot 18u00 • parking Portois : bereikbaar via Elzelestraat - Oude Vesten en via Elzelestraat - Olifantstraat • parking Joseph Ferrant : (nabij COC) bereikbaar tot 18u30 via Olifantstraat en Nieuwebrugstraat • parking Emmaüs (oude Belgacom) bereikbaar via Oudstrijderslaan en Ferrantstraat tot 18u15 • Nieuwebrugstraat • Ninovestraat, St.-Pietersnieuwstraat, Glorieuxlaan


    13-12-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerstmis


    Kerstmis (veelal zo aangeduid door Rooms-katholieken)

                                                     kerst(feest) (veelal zo aangeduid door protestanten)



    oorsprong kerstmis:

    Hoewel het misschien raar klinkt, moeten we eerst stellen dat kerstmis in de eerste periode van het christendom helemaal niet bestond.

    Er werd door de christenen die de eerste 200 jaar na Christus leefden geen kerst gevierd.

    Er was in die tijd niemand die zich bezig hield met ‘het kindje Jezus’ of de ‘geboortedag’ van Jezus. Het was niet eens de gewoonte om een verjaardag te vieren.

    Voor christenen en Joden was het daardoor helemaal ondenkbaar om een dergelijk feest te vieren.

    Verschillende elementen in de wijze waarop men Kerstmis viert gaan terug op Germaanse tradities.

    De Germanen vierden rond Midwinter (21 december) reeds midwinterfeesten of joelfeesten of winterzonnewende . Deze feesten waren dankfeesten om hetgeen ze het voorbije jaar hadden gekregen. Ze duurden 13 dagen en 12 nachten (van 24 december tot 6 januari).

    Er werd gedurende deze periode niet gewerkt, maar wel enorm veel gegeten, gedronken en lawaai gemaakt. Dit lawaai was bedoeld om de boze geesten, die tegen het einde van het jaar tevoorschijn kwamen, te verjagen.

    Tijdens het feesten brandden er voortdurend enorme vreugdevuren waarop brandoffers werden gebracht aan de goden, de godinnen, schimmen en doden.

    De dorpen werden versierd met groenblijvende takken en twijgen. Deze takken werden als symbool van vruchtbaarheid gezien en ze verdreven ook heksen, geesten en ziekten.

    Op datum van 25 december werd rond de Middellandse Zee de zonnegod of lichtgod vereerd.

    In Egypte noemde men die Ra en in Griekenland Helios.

    Kerstmis op 25 december?

    In de vierde eeuw (381) zorgde keizer Constantijn de Grote ervoor dat Kerstmis op 25 december zou worden gevierd.

    Jezus zou op 25 december van het jaar 1 geboren zijn.

    De Kerk maakte op deze manier handig gebruik van de enorme populariteit van de joelfeesten om het Christendom verder te verspreiden.

    25 december....raar....want Jezus werd waarschijnlijk niet geboren op 25 december, want het weiden van schapen rond die periode (gras schaars) was in Palestina een zeldzaamheid en ook was het nooit in die periode en in die streek zo koud dat herders en schapen onderdak zochten in een stal temidden de weiden. Ze verbleven reeds lang bij de herder in de stallen thuis.

    Men beweert dat de christelijke kerk de bestaande feestelijkheden als uitgangspunt voor de geboorte van Jezus heeft gebruikt.

    Dit feest paste goed binnenin die periode van heidense feesten.

    De Kerk paste zich dus aan aan de heidense rituelen!

    Ook het jaar 1 schijnt niet te kloppen, want Herodes zou 4 jaar vroeger gestorven zijn !

    Aan te nemen: geboorte in het begin van de herfst ongeveer 6 (7) jaar voor onze jaartelling.

    kerststal of kerstgrot?

    Een traditie laat de geboorte plaatsvinden in een grot.

    Dit gegeven gaat terug op Justinus de Martelaar (± 150 na Christus) die schreef: "Omdat er voor Jozef niets te vinden was om de nacht door te bren¬gen, ging hij maar zolang een grot binnen dichtbij Bethlehem". Justinus baseert zich op Jesaja (33,16): "Hij zal wonen in een hoge spelonk van een sterke rots".

    In het Nabije Oosten werden in die tijd en later grotten inderdaad als stal gebruikt (voor het uitrusten van een lange schaapsherderdag).

    Er bestonden zelfs hele woonhuizen en zelfs dorpen die in rotsen uitgehakt waren.

    De kerststal zoals wij die kennen heeft zijn oorsprong bij Franciscus van Assisi (1181 – 1226).

    Franciscus liet in 1223 een stal bouwen middenin de bossen van Greccio(Italië).

    Het idee komt voort uit de vertalingen van het evangelie volgens Lucas, waarin staat dat Jezus in een kribbe gelegd werd, omdat er geen plaats was in de herberg.

    Hij zorgde ervoor dat er een os en een ezel kwamen en vroeg een boer uit het dorp om Jozef uit te beelden, een boerin zou voor Maria staan en hij legde een klein kind in een voerbak. Hij maakte iets wat we nu een levende kerststal noemen.

    Op kerstnacht droeg hij daar de H. Mis op, het hele dorp kwam kijken en iedereen was diep onder de indruk.

    Het gevolg was dat de mensen meer en meer met kerst het geboorteverhaal op deze manier ook in huiselijke kring uitgebeeld wilden hebben.

    Ze sneden hun beeldjes van hout of ze boetseerden ze van klei en zo heeft de huidige kerststal vorm gekregen.

    kerstbeelden:



    kindje Jezus: wit, symbool van licht en onschuld

    Jozef: staf met lelie (valkuil), soms ook lantaarn (licht)

    Maria: blauwe mantel (hemel, reinheid, zondeloosheid) en witte hoofddoek (maagdelijkheid)

    3 herders (verschillende leeftijd): symbool van de gelovige mensheid, van jong tot oud

    3 koningen (afkomstig van de hele wereld): symbool van heidenen die uit alle windstreken van de wereld komen: Europa (goud-paard), Azië (mirre-kameel), Afrika (wierook-olifant)

    engel: kwetsbaarheid

    schapen: symbool van de mensen (soms ook zwart schaap---iedereen welkom)

    os: symbool voor kracht (tegen heidendom)

    ezel: symbool voor wijsheid (stoot zich geen 2x tegen dezelfde steen)

    herkomst kerstboom

    Het gebruik van een kerstboom met pakjes, was al meer dan 1000 jaar voor Christus in gebruik bij de heidense godsdiensten.

    Al ver voor de geboorte van Jezus Christus hakte men in het bos rond 25 december een dennenboom, sloeg er een kruis onder zodat hij bleef staan, versierde de boom en plaatste hem op het dorpsplein. De midwinterboom.

    De meeste mensen toen kenden het gebruik om geluk 'af te kloppen' op hout. Hout aanraken of op hout kloppen is al eeuwen een occult gebruik om geluk te onttrekken aan bomen of boomgeesten.

    Door de groene kleur (spar) een heel jaar te behouden, gaf hij tijdens de donkerste dagen van het jaar de hoop dat alle kleur eens zou terugkomen.

    Ook dacht men dat er in de bomen geesten zaten en dat zij tevreden gesteld moesten worden.

    Waarschijnlijk hadden daardoor de Germanen voor de kerstening rond de tijd van winterzonnewende (het joelfeest of Yule) ook een altijd groene boom in huis of op het erf.

    Vanwege deze heidense wortels heeft de Rooms-katholieke Kerk de boom lange tijd geweerd uit het christendom.

    Luther verklaarde begin zestiende eeuw de kerstboom (spar) tot symbool van de H.Drievuldigheid (driehoekige vorm). De top was God de Vader, de onderste punten waren God de Zoon en de H.Geest.

    Eerst stond de boom alleen in de kerken; eind 19e eeuw haalde men hem, allereerst in protestantse landen, alsnog de huiskamer binnen.

    De kerstboom herinnert de christen volgens Luther aan de boom in het paradijs; de kerstboomballen aan de vruchten waarvan Adam en Eva aten. De piek in de boom staat voor de ster die de Wijzen de weg wees naar de geboorte¬plaats van Jezus; soms wordt de piek daarom door een ster vervangen.

    De kerstboom werd ook geïnterpreteerd als voorafbeelding van het hout van het kruis van Christus.

    Pas in de 17e eeuw begonnen rijkere mensen in Duitsland met het ter gelegenheid van kerstmis binnenshuis plaatsen van bomen, spoedig gevolgd door de rest van Europa.

    In de 19e eeuw waarschuwde het Vaticaan nog tegen het "heidense" gebruik van de invoering van de kerstboom in Italië.

    Pas sinds 1982 staat er in het Vaticaan ook een kerstboom.

    De kerstboom is tegenwoordig hèt symbool van onze westerse kerstviering, waarbij licht en sfeer, glinsterende versiering en kerstgeschenken onder de boom centraal staan.

    NB: De kerstboom is een spar, en geen dennenboom !

    kerstballen



    Blinkende voorwerpen bezitten vanouds in het volksgeloof een onheil afwerende kracht.

    De traditie dat blinkende voorwerpen zoals kristallen of glazen spiegels heksen kunnen afweren is dus al oud.

    Heksen zijn bang voor hun eigen spiegelbeeld en dat geldt zeker, wanneer dat beeld nog extra verwrongen wordt door een bolronde bal van zilverglas, die een 'heksenbal' genoemd wordt.

    Het doel van het ophangen van kerstballen is een, voorbijgaande boze geest die een mogelijk gevaar vormt voor de harmonie in huis, af te leiden.

    De kerstman

    Wie kent die witbaardige, goedgemutste, in rood fluweel gehulde dikbuik niet die al hóhó roepend met zijn arreslee voorbij raast?

    Toen de Nederlanders naar Amerika emigreerden, stichtten zij in 1611 de vestiging Nieuw Amsterdam. Deze vestiging werd nog geen veertig jaar later verkocht voor een appel en een ei en is nu over de hele wereld bekend als New York.

    De Nederlanders brachten Sint Nicolaas mee (onze Sinterklaas dus) en hebben de Amerikanen hem geadopteerd. Hij werd zelfs de beschermheilige van New York.

    Vanaf 1773 maakte men van Sint-Nicholaas stilaan St.er Klaas, later St.A.Claus, naar Santa Claus.

    In 1821 schreef Clement Moore zijn bekend gedicht 'It was the night before Christmas'.

    Hierin laat hij SanteClaus (St.Nick) met een arrenslee getrokken door acht vliegende rendieren (bekendste: Rudolf met de lichtgevende rode neus) rondreizen, laat hem door de schoorsteen kruipen om de kousen van de kinderen met speelgoed te vullen. Zijn aanstekelijk lach, klinkend als hohoho, galmt door de duisternis.

    De kerstman ontstond dus in de ons bekende vorm in de Verenigde Staten, eind negentiende eeuw en raakte door de reclame van Coca-Cola wereldwijd verspreid.

    Zo kan het zijn dat in beeltenissen de kerstman nog een groen pak droeg, terwijl de Amerikaanse Santa Claus tegenwoordig uitsluitend rode met witte kleding draagt (zoals het logo van Coca Cola). Coca Cola is ook verantwoordelijk voor een televisiereclame die ieder jaar in december wordt uitgezonden over de hele wereld, en die als geen ander het kerstgevoel weet weer te geven.

    Het is ook zeker niet zo, dat de Kerstman over de hele wereld verspreid rood met witte kleding draagt.

    De Kerstman draagt in veel landen nog blauwe, gouden of groene (of nog een andere kleur) kleding.



    Wat betekent de kerstman in de rest van de wereld?

    Denemarken

    Deense families worden bezocht door de "Julemand" die ook een zak draagt en getrokken wordt door rendieren. Zijn helpers zijn de "Julenisser", de elfjes die op de zolderkamer wonen en die dol zijn op kinderen en dieren. Op kerstavond wordt daarom een bakje zoete pap op de zolderkamer gezet om de Julenisser gunstig te stemmen en ze hopen dat het leeg is de volgende morgen.

    Zweden

    Zweedse kinderen wachten ongeduldig op "Jultomten". Dat is een kabouter wiens slede getrokken wordt door de "Julbocker", dat zijn de geiten van Thor. Hij is in rood gekleed en draagt een dikke zak op zijn rug.

    Fins Lapland

    De Finse Lappen hebben geluk. Zij wonen namelijk vlak bij de kerstman (denken ze!). Hun kinderen zijn opgegroeid met bezoeken aan de goede oude man met de witte baard. Eerder werd gezegd dat de kerstman op de noordpool woonde maar in 1925 brachten de kranten groot nieuws. De grasetende rendieren konden helemaal niet leven op de Noordpool. Vandaar dat de goede oude man in Fins Lapland woonde, in de 'orenberg' om precies te zijn. De oren die uit de berg staken, waren die van de kerstman, zodat bij naar alle kinderen in de wereld kon luisteren. Hij hoorde het dus als er iemand niet zoet was. Binnen in de berg woonden ook zijn helpers, de drukke elven. Zij waren zeer verstandig en hielpen de kerstman, die in Finland "Joulupukki" heet, speelgoed te ontwerpen dat kinderen en volwassenen bestellen per email of sneeuw-mail. Maar men zegt ook dat hij sinds 1950 een paar kilometer ten noorden van Rovaniemi in Fins Lapland zou verblijven. Daar waar de weg van Rovaniemi naar Sodankylä de noordpoolcirkel (napapiiri) snijdt, vind je het dorp van de Kerstman, met zijn kantoor en een klein winkelgallerijtje.

    Duitsland

    In Duitsland spreken we van Christkind (kerstekindje) en die brengt cadeautjes op kerstmisavond. Hij rijdt op een muilezel en komt binnen door sleutelgaten. Vaak is het Christkindlein ook een in wit gekleed meisje. In Duitsland worden de legenden rond Sint Nicolaas, Santa Claus en Christkindl echter door mekaar gehaald. Hier reist Sint Nicholaas ook rond met een helper die gekend is onder de naam Knecht Ruprecht, Krampus, of Pelzebock, een soort zwarte piet dus.

    Oostenrijk en Zwitserland

    In deze alpenlanden brengt "Christkind" de geschenken. Net zoals in Duitsland is in sommige steden "Christkind" een mooi meisjesengeltje dat uit de hemel gezonden werd om geschenken te brengen.

    Verenigd Koninkrijk

    Engelse kinderen wachten op "Father Christmas" die voor hun voorvaderen Kerstmis zelf was.

    Frankrijk

    Ook in Frankrijk werden de geschenken gebracht door Père Noël of het kerstkindje zelf.

    Italië

    Hier krijgen de kinderen ook geschenken op driekoningendag maar de schenker heet hier "La Befana". La Befana is een soort goedaardige heks. Zij weigerde naar Bethlehem te gaan met de drie wijze mannen wanneer zij haar deur voorbijkwamen omdat ze niet klaar was met vegen. Nu gaat ze van deur tot deur in de hoop dat ze het Kerstekindje kan vinden. Overal waar ze komt, laat ze een geschenk achter.

    Rusland

    Hier werden de cadeautjes oorspronkelijk gebracht door Baboesjka (van die poppetjes, ja). Het verhaal gaat dat Baboesjka (grootmoeder) drie rijk geklede reizigers onderdak, eten en een warm bed gaf. Achteraf bleken het de drie wijzen te zijn die onderweg waren naar Bethlehem. Baboesjka ging hen achterna met een mand zwart brood en cadeautjes voor het kindje. Toen zij daar aankwam, was iedereen echter al vertrokken. Ze legde haar giften in de kribbe en ging terug naar huis, waar zij al snel door engelen werd gehaald. Maar in Rusland is de huidige kerstman gekend onder de naam "Father Frost" (Vadertje Winter). Gewoonlijk wordt hij getekend vergezeld van zijn kleindochter, het sneeuwmeisje "Snegurochka" met een eeuwig groene boom in een traditionele Russische slee. De Russische kerstman wordt eerder geassocieerd mer nieuwjaar dan met kerstmis.

    Ghana

    In de Afrikaanse republiek Ghana komt "Father Christmas" uit de jungle.

    Brazilië

    In Brazilië heet hij "Grandpapa Indian" of "Vovo Indo" en brengt hij ook geschenken.

    China

    In China heet de kerstman "Dun Che Lao Ren" wat eigenlijk "Oude Kerstman" betekent. Hij brengt geschenken aan goede kinderen.


    OUDENAARDE kerstmarkt & ijspiste

    -Grote Kerstmarkt (op de volledige markt: 40-tal chalets & grote kerstboom) + ijspiste

                  vrijdag 12 dec., zaterdag 13 dec. & zondag 14 dec. 2014

                  attractie: de prachtige parade van de MOV (Materse Oldtimer Vrienden) met hun verlichte tractoren

    -Kleine Kerstmarkt (gedeelte markt: 16 chalets) + ijspiste

                  vrijdag 19 dec., zaterdag 20 dec. & zondag 21 dec. 2014 vrijdag 26 dec., zaterdag 27 dec. & zondag 28 dec. 2014

    NB: de ijspiste blijft open tot zondag 4 januari 2015



    Kerstwensen:

    De typische katholieke kerstwens is "Zalig kerstfeest" of "Zalige Kerstmis". Protestanten en niet-gelovigen brengen vaker met de minder gedragen woorden "Prettige kerstdagen", "Fijn kerstfeest" of "Vrolijk kerstfeest" hun kerstwensen over. Andere protestantse groepen gebruiken ook de meer gedragen tekst "Gezegend kerstfeest".




    Foto


    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!