Voor mijn eerste activiteit heb ik gekozen voor een boek over een blinde jongeman die het aandurft om een lerarenopleiding secundair onderwijs te gaan volgen in Brussel. Zal hij slagen in zijn opzet? Met welke problemen krijgt hij te kampen? Geeft hij ons een betere kijk op de wereld van de blinden? Op deze, en vele andere vragen, hoop ik een antwoord te krijgen via het boekIk zie het wel, Blind door het leven, van Steven Bladt & Jan Smeyers uitgegeven bij uitgeverij Van Halewyck in Leuven in 2007.
Dit boek beschrijft ondermeer hoe Steven Bladt, blindgeboren, op zijn zestien jaar de beslissing neemt om de laatste twee jaar van zijn secundaire schoolopleiding te gaan volgen op een school van zienden, en dat met GON-begeleiding. Tijdens deze twee moeilijke jaren wordt hij bijgestaan door Jan Smeyers, zijn 61-jarige buurman zonder de minste opleiding in het begeleiden van blinden.
Daarna neemt Steven de moedige beslissing om een lerarenopleiding secundair onderwijs te gaan volgen in Brussel. Een groot deel van het boek is gewijd aan de vele problemen waarmee het duo te kampen krijgt tijdens deze opleiding, gaande van mobiliteitsproblemen, het omzetten van de cursussen naar braille, het geven van stagelessen,
Het boek bestaat uit vijftien hoofdstukken: in elk hoofdstuk komt eerst begeleider Jan aan het woord en krijgen we daarna de visie van Steven op de gebeurtenissen. Deze aparte manier van aanpak geeft een beter inzicht in de wereld van blinden.
Met het potlood in aanslag voor het aanduiden van interessante passages heb ik dit boek gelezen op twee avonden. Bij het beëindigen van het boek blijken de meeste bladzijden voorzien van potlood- aanduidingen zodat ik een schifting moet doorvoeren. Uiteindelijk is het de bedoeling enkele van deze passages te overlopen. Hierbij houd ik niet altijd rekening metde chronologie van de feiten. Om duidelijk aan te geven wanneer ik werk met citaten uit het boek, plaats ik die citaten steeds in vette druk. Mijn persoonlijke bedenkingen geef ik aan in groene druk. Soms plaats ik ook links om een bepaald onderdeel uit te diepen.
Vooral de eindtermen tijd- en ruimte bewustzijn en ethisch en maatschappelijk bewustzijn zijn belangrijk voor deze opdracht:
BLINDEN
6 MAATSCHAPPELIJK EN ETHISCH BEWUSTZIJN, WEERBAARHEID EN VERANTWOORDELIJKHEID
PAV 3 ET 31:De leerlingen zijn gemotiveerd om te zorgen voor de eigen gezondheid en het eigen welzijn en dat van anderen.
VOE 3 GEZONDHEIDSEDUCATIE 9: De leerlingen dragen zorg voor zichzelf en voor anderen rekening houdende met thematieken zoals jeugdbeleid, ouderdom, sociale achterstelling en handicaps.
Inleiding
Een groot probleem voor blinde scholieren bestaat in het omzetten van hun cursussen in braille. Begeleider Jan bouwde hiervoor een netwerk van vrijwilligers op die de cursussen gingen omzetten in een braillevriendelijk digitaal bericht. Deze vrijwilligers hoeven zelf geen braille te kennen, maar houden rekening met enkele basisregels.
Enkele typische kenmerken van een digitale braillevriendelijke versie zijn:
-De volledige tekst wordt links uitgelijnd
-Er wordt nergens ingesprongen
-de meest eenvoudige opmaak wordt toegepast: geen vet, geen cursief, geen onderlijning, geen kaders
-iedere zin en iedere titel eindigt steeds met een leesteken
(p.8)
Vanzelfsprekend hebben Jan en Steven bij het schrijven van dit boek zelf rekening gehouden met deze basisregels van een digitale braillevriendelijke tekst. Nergens zijn er grotere titels te bespeuren, nergens een spoor van onderlijning, cursief of vet. Nu pas besef ik dat ik me daar zelf geen rekening mee gehouden heb! Die vette druk hoort niet thuis in een digitale braillevriendelijk tekst! Ik had beter bij het begin van het citaat begin citaat getypt, en bij het einde einde citaat. Oeps, ik ga weeral in de fout want ook aanhalingstekens zijn uit den boze in een digitale braillevriendelijke tekst. Dit alles om aan te tonen dat er toch wel wat denkwerk komt kijken bij deze omzetting. En dan te weten dat er enkele leerkrachten van Steven tijdens de lerarenopleiding bij het uitschrijven van hun cursussen rekening hielden met deze regels. Bewonderenswaardig!
Hoofdstuk 1. Kennismaking
Met wat vingerknippen kan ik aan de echo horen waar de deuren van een lokaal zijn.(p.13)
In de basisschool heb ik het brailleschrift geleerd. Met de vingers van mijn rechterhand voel ik waar de letters staan, met de wijsvinger van mijn linkerhand voel ik de braillepunten. Ik ben dus een linkshandige braillist. (p.14)
Dit is wel heel nieuw voor mij, te weten dat we ook bij de blinden spreken van rechts- en linkshandige.
Tijdens het vijfde en zesde middelbaar verbleef ik als interne leerling in een blindeninstituut, maar ik volgde de lessen in een school voor zienden met GON-begeleiding. (p.14)
Ik had er problemen mee dat mijn studierichting werd bepaald in functie van de brailleboeken die op dat moment voorhanden waren en dan nog liet het braillemateriaal op zich wachten. (p.15)
Dit citaat toont aan dat er voor het ministerie van Onderwijs nog heel wat werk aan de winkel is, betreffende de onderwijsmogelijkheden voor slechtzienden en blinden.
Met de computer gaat er voor blinden een hele wereld open. De computer kan, als hij voorzien wordt van de gepaste software, de teksten voorlezen. Een scherm hoeft voor mij natuurlijk niet en een muis kan ik niet gebruiken. Onder het klavier heb ik een toegevoegde brailleregel waarop ik de tekst kan lezen en de positie van de cursor op het voor mij onzichtbare scherm kan voelen. Als er aan mijn computer een brailleprinter aangesloten is, dan kan ik de teksten ook in reliëfschrift uitprinten. (p. 16)
Het volgende filmpje geeft een betere kijk op wat een brailleleesregel precies is.(ook Steven Bladt komt in dit fragment voor)
Om te weten welke kleur een voorwerp heeft, kan ik mijn sprekende kleurendetector gebruiken. Maar veel heb ik daar niet aan. Ik weet toch niet welke kleuren bij elkaar passen en kan me er niks bij voorstellen. (p.17)
Al die apparatuur noemt men compensatietechnieken. Zo bestaat er nu een specifieke gps, een notitietoestel, een sprekende rekenmachine, een sprekende weegschaal, een koortsthermometer met brailleaanduiding, een sprekende gsm, Met Dexia kan ik zelfs blindvriendelijk bankieren. Voor alles heb ik een plaats en dat lukt best. (p.18)
Uit de bovenstaande citaten kunnen we opmaken dat Steven wel degelijk gebruikt maakt van alle hulpmiddelen die er voorhanden zijn voor een blinde in de 21ste eeuw.
Hoofdstuk 2. Gewapend door de stad met Steven Bladt
In dit hoofdstuk krijgen we een kijk op de minutieuze voorbereiding van Steven en Janop het zelfstandig afleggen van en naar de ziende school.
Bij langere, eentonige trajecten geeft een specifieke hindernis de bevestiging van de juistheid van de gevolgde route Ergens in Stokkel was er een haag die veel zachter aanvoelde dan de andere hagen op onze weg, die allemaal gelijk waren. Wij noemde ze de sensuele haag en die haag heeft haar rol trouw vervult. (p. 23-24)
Bij dit hoofdstuk heb ik een interessante link gevonden naar Youtube dat perfect schetst welke problemen een blinde kan tegenkomen op zijn traject. Uit dit filmpje leer je dat blinden hun witte stok vooral gebruiken om met het tikgeluid een echo te verkrijgen zodat ze zich beter kunnen oriënteren in een omgeving.
Zou ik gezien hebben, dan was ik waarschijnlijk blinder voor de wereld dan ik nu ben! (p.27)
Voor blinden heeft de metro het voordeel dat hij aan iedere halte duidelijk stopt en door de typische deurgeluiden krijgen ze hiervan de bevestiging. De tram stopt niet aan alle haltes en durft onderweg, gehinderd door het verkeer, ook al eens stoppen waar geen halte is. (p.29)
Dit zou ik perfect in de klas kunnen gebruiken met de inleidende vraag: stel dat je blind was, waarmee zou je je dan het liefst verplaatsen, de bus of de metro? In eerste instantie zou je geneigd zijn te kiezen voor de bus omdat je daar nog het persoonlijk contact hebt met de bestuurder.
Probeer je eens voor de geest te halen welke extra voorzieningen een metrostation en metrostel heeft voor blinden. Bij mijn laatste bezoek in Londen merkte ik op dat elk station waar het metrostel stopt wordt omgeroepen, er is natuurlijk ook het beroemde Mind the gap, er liggen tegels met reliëf aan het perron,
Blinden zien geen computerscherm, hoeven zelfs geen computerscherm. Ze begrijpen niet wat je bedoelt met een pijltje dat naar boven of naar beneden gaat, je kan evengoed spreken over een pijltje dat vooruit- of achteruitgaat. En dat als je onderaan het lijstje bent, automatisch weer bovenaan herbegint hoe kan dat nu? Waar zienden een verticale rij zien en spreken van boven en beneden, ervaren blinden blijkbaar gewoon een cirkel. (p.31)
Mijn contacten met slechtzienden zijn niet altijd denderend. Slechtzienden zien te veel om echt blind te zijn en daardoor vinden zij vaak dat blinden moeilijk doen. (p.37)
Ook in andere teksten die ik heb gelezen komt deze visie naar boven, namelijk het grote verschil tussen blinden en slechtzienden. Elk vragen ze een aparte begeleiding, hebben hun eigen noden en wensen. Voor volgende week heb ik als opdracht een interview met een blinde. Ik ga ook eens bij hem polsen of hij ook grote verschillen ziet (wat een foute woordkeuze!) tussen blinden en slechtzienden.
Hoofdstuk 4. De ziende school
Dit hoofdstuk laat doorschemeren dat de GON-begeleiding toch nog niet helemaal op punt staat.
De leerkrachten deden hun best om de studie voor Steven haalbaar te maken en gaven hem vaak een andere opdracht als het braillemateriaal nog niet voorhanden was. Steven was echter niet gelukkig met deze herhalende privébehandelingen; hij wilde zich integreren in de ziende wereld. Door onder andere de praktische beperkingen van de GON-begeleiding lukte dat niet zo best. (p.40)
Stel je even voor dat je kind blind is, ga maar eens op zoek naar een basisschool voor blinden en slechtzienden in Limburg.
Volgend citaat uit het boek doet me dan ook spontaan vragen stellen naar onderwijskansen voor slechtzienden en blinden in onze samenleving:
Steven droomde ervan Communicatiebeheer te studeren om journalist te worden. De toenmalige GON-begeleider nam hiervoor contact op met een school in Mechelen. De hogeschool wou Steven enkel als vrij student inschrijven omdat deze studies heel visueel gericht zijn en het programma moeilijk aan zijn handicap kon worden aangepast. (p.45)
Hoofdstuk 5. Op weg naar de hogeschool
Fragment uit de krant opgenomen in het boek:
Samen met zijn gepensioneerde buurman Jan Smeyers (61) heeft Steven al tientallen keren het traject afgelegd van Meise naar de campus van de Katholieke Hogeschool Brussel, nabij het Zuidstation. Daar studeert Steven straks voor regent Nederlands Engels godsdienst. In een gewone school, tussen ziende leerlingen. Als ik mijn cursussen inscan op mijn computer, kan ik ze lezen dankzij de braille-omzetting. (p.50)
Als pedastudent had men aan Steven een kamer toegewezen op de meest strategische plaats van de campus, kort bij de cafetaria, kort bij de verschillende leslokalen, kort bij de gang van de docenten. (p.58)
Ik heb nu begrepen waarom men in landelijk gebied best de stoeprand als gidslijn gebruikt en in de dorpen en steden best de kant van de huizen. Vanuit mijn stoepervaringen bekeken zijn er in landelijk gebied geen echte rijen huisgevels, bijna ieder huis heeft daar blijkbaar een tuin of een oprit. (p.61)
Met dit fragment zou je in een les over blinden heel wat kunnen aanvangen. Stoepranden versus huisgevels. Wat als inwoners hun wekelijkse zak met huisvuil buitenzetten? Dat moet pas echt een hel zijn voor blinden!
Hoofdstuk 6. De hogeschool
Jan, vergeet het licht niet uit te doen. Dat moment deed me pijn omdat ik toen extra geconfronteerd werd met de donkere realiteit waarin ik Steven achterliet. Was me dat even schrikken en slikken! Iemand in volle duisternis achterlaten, dat doet men toch niet en toch was het zijn wens, want het lichte gezoem van de tl-lampen stoorde hem. (p.65)
De computer en de bijpassende brailleapparatuur van Steven kosten overigens bijna tienduizend euro en er dient dus voorzichtig mee te worden omgesprongen. (p.66)
Bij mijn zoektocht op Youtube naar een passend filmpje botste ik op dit pareltje. Het laat zien hoe men op een Nederlandse school van blinden met deze kinderen omgaat. Ik krijg de indruk dat de Nederlanderswel verder staan in hun begeleiding van blinden. In het filmpje krijg je ook een duidelijk voorbeeld van een jonge blinde die last heeft van blindisme (zie verder bij de citaten van dit hoofdstuk). Ik vraag me af hoe ze de blinden trainen om dit blindisme onder controle te krijgen?
Moeilijke of nieuwe woorden worden bij voorkeur, liefst onopvallend, even gespeld terwijl men ze bijvoorbeeld op het bord schrijft. Blinden komen erg weinig in contact met geschreven tekst, ze lezen immers vaak hun teksten op de computer via spraaktechnologie. (p.67)
Veel blinden hebben last van blindisme. Blinden worden vaak gekweld door een teveel aan energie, dat ze niet kwijt geraken via hun ogen, wat bij zienden wel gebeurt. Hierdoor maken blinden soms ongecontroleerde bewegingen als ze lang moeten stilzitten: permanent wiebelen op de stoel, het hoofd ongecontroleerd draaien, het oogboren (met de vingers in de ogen wrijven) (p.67)
Bij gesprekken weten blinden nooit wie eventueel meeluistert en daarom blijven ze meestal erg op de vlakte. .. Rondlopen of van plaats veranderen is ook een afrader omdat de blinde dan geen overzicht meer heeft van wie waar zit. De situatie wordt dan voor hem onduidelijk. (p.68)
De onderstaande tips lijken zo eenvoudig en evident, maar worden zelden toegepast in contact met blinden.
Tips voor de medestudenten van Steven:
-Een blinde persoon kan je het best aanspreken door onmiddellijk te zeggen wie je zelf bent en hem niet te doen raden wie het wel zou kunnen zijn.
-Groeten door de hand te geven blijft aanbevolen, eventueel vermeld je dat je een hand geeft.
-Begeleiden kan je het best doen door bij het stappen gewoon een verticaal hangende arm te presenteren.
-De plaats van een stoel of een ander meubel kan het best worden aangegeven door de hand van de blinde op het meubel te leggen.
-Bij het serveren van een pint de hand van de blinde nemen en op het glas leggen.(p.70)
Hoofdstuk 7. Zeven
In dit vooral technisch hoofdstuk gaan de schrijvers dieper in op het omzetten van cursussen naar brailleschrift.
Alvorens echter omzettingen aan een omzetcentrum kunnen worden toevertrouwd, moet eerst nog worden nagevraagd of reeds een of meer van de benodigde boeken of cursussen door een omzetcentrum ooit al zijn omgezet. Als dat het geval is, kunnen de betreffende boeken bij dat omzettingscentrum worden aangekocht tegen de enkel-afdruk-prijs. (p.79)
Het omzetten van een cursus naar braille is uiteindelijk noch een mysterie noch een moeilijkheid. Het is gewoon een attente sociale klus. Dankzij de computers is de conversie van het ziende schrift naar braille sterk vereenvoudigd. (p.80)
Om een digitale tekst naar een braillevriendelijke versie om te zetten moet men het brailleschrift niet eens kennen, er komt zelfs helemaal geen braille aan te pas. (p.81)
Onder de slogan Zeven op zeven voor Steven hebben we op 7 september 2002 met meer dan twintig personen een heel volume aan cursussen gebruiksklaar gemaakt!
De omrekening in het onderstaande citaat doet een mens wel even nadenken! Zonder hulp van een leger vrijwilligers is het haast onmogelijk voor een blinde om verder te studeren.
Per brailleblad ontvangt een erkende omzetfirma een vergoeding van 1,28 euro. Volgens die berekening had onze omzetbeweging naar braille een globale waarde van circa 42.000 euro. (p.86)
In feite had ik er letterlijk en figuurlijk nooit zicht op of mijn brailleverzameling compleet was. In zon brailleboek kan men ook nooit eens iets bijschrijven of wegknippen en, als dat al zou kunnen, dan was de boodschap dat we de boeken netjes moesten houden: Ze moeten volgend jaar ook nog dienen! (p.90)
Tast eens diep in je zakken en ga op zoek naar een muntstuk van 2 euro. Vorig jaar was het precies 200 jaar geleden dat de uitvinder van het brailleschrift, Louis Braille werd geboren en daarom bracht men in 2009 muntstukken uit met zijn beeltenis en de letters l en b in brailleschrift.
Ben je daar? Lees daar nu enkel de opbouw van het brailleschrift en de logische opstelling in groepen. Grote uitvinders houden het meestal eenvoudig, niet?!
Hoofdstuk 8. Begeleiding
Het pedagogische team van Steven is een zeer waardevolle steun geweest bij de studiehulp. Het begon met extra verduidelijkingen van de cursussen tot zelf het geven van extra lessen. Doorheen die lessen hebben de teamdocenten ontdekt dat Steven nood had aan meer structuur voor zijn cursussen. Dus werd een cursus in de computer nu een pas in plaats van een bestand. In die cursusmap werd die hoofdstuk een apart bestand. (p.96)
er nooit over nagedacht dat een student met sterke visuele beperkingen enkel de cursussen letter per letter kan lezen, geen enkel visueel overzicht per blad heeft, nog niet eens de hele cursus kan doorbladeren en zelf geen markeerstift kan gebruiken. (p.96)
Bij dit probleem sta je als ziende natuurlijk niet stil. Stel je maar eens voor dat je je op een examen moet voorbereiden zonder dat je het belangrijkste hebt kunnen aanduiden, of zonder dat je nog even snel de hoofdpunten kan overlopen.
De GON-organisatie heeft budgettair slechts vier uur per week ter beschikking. Voor blinden is dat veel te weinig. (p.103)
Hoofdstuk 9. De stages
Steven gaf stuk voor stuk aan hoe hij die les wou aanpakken in de klas. Eerst in grote lijnen, nadien steeds meer in detail. Zo bouwden we samen de daarbij passende Powerpoint op. Steven kon immers niet op het bord schrijven. (p.114)
Bij die allereerste stageles had Steven een T-shirt aan van het passende skatemerk Blind. En die opdruk is toen bij de leerlingen zeker niet onopgemerkt gebleven. (p.118)
Liep een oefening naar zijn einde, dan kon Steven het typische geluid waarnemen van een potlood dat op de werktafel werd gelegd.Dat was exact het signaal voor Steven om het lesverloop verder te zetten. (p.131)
Uit het volgend citaat blijkt dat Steven ook af en toe zijn twijfels had over de haalbaarheid van zijn opleiding.
Na iedere stageperiode stelde ik me enorm veel vragen. Ik durf er niet aan te denken welke energie we in elke les hebben gestopt. Kan mijn begeleiding zoveel werk blijven opbrengen? Op wie ga ik later als leerkracht kunnen terugvallen? Wie gaat mij begeleiden als ik afgestudeerd ben? Zelfs al komen de uitgevers van schoolboeken met Powerpoints aandraven, dan blijft het de vraag of heel die opgave realistisch is? Heeft dat nog zin? Hoe is mijn eerste GON-begeleiding ooit op het gedacht gekomen mij de lerarenopleiding binnen te loodsen? (p.134)
Ik heb veel bewondering voor de moed en inzet van Steven, maar ik vrees dat lesgeven op langere termijn aan zienden niet is weggelegd voor blinden.
Hoofdstuk 10. Groeien
Celestin ligt zo aan de basis van wat uiteindelijk het freinetonderwijs is geworden. In feite lagen hun functiebeperkingen aan de basis van hun creativiteit. De kracht van de beperkingen ligt in de creativiteit die ze opwekken. (p.140)
Een mooie gedachtegang!
Van het geven van cognitieve lessen (teacher-centred) hebben we samen geleerd over te schakelen naar communicatieve lessen (learner-centred). In het onderwijs voor volwassenen heeft Steven die doorbraak gemaakt. (p. 141)
Waar hebben we dat nog gehoord?
Hoofdstuk 11. Het project
In het derde opleidingsjaar moeten alle studenten een project verwezenlijken Het aanleren van compensatietechnieken aan leerlingen met functiebeperkingen. Het project kon worden uitgevoerd in de basisschool van Kasterlinden te Sint-Agatha-Berchem. (p.151)
Steven genoot van die lessen in het buso. Dat is zijn domein, dat is zijn wereld. Steven was zijn leerlingen overduidelijk zeer genegen. Mede dankzij die ervaringen heeft Steven een voor hem nieuw talent ontdekt: lesgeven aan blinden. (p.155)
Het wordt duidelijk dat Steven veel vertrouwen puurt uit het lesgeven aan soortgenoten. Hij krijgt ook een voorbeeldfunctie voor zijn studenten, die zich op hun beurt optrekken aan de prestaties van hun leerkracht.
Door zowel in de blinden- als in de ziendenwereld geleefd te hebben, zit ik nu in een unieke positie: er zijn voor de blinden in de wereld van de zienden. Ik ben blind, ik hoor bij de blinden. Nu ik zover ben doorgedrongen in de wereld van de zienden, hoop ik ooit de kans te krijgen de blinden in de wereld van de zienden te vertegenwoordigen. (p.156)
Hoofdstuk 12. Inclusie
Steven slaagde in zijn eerste jaar voor de helft van de vakken. Het volgend jaar begon hij dapper aan een bisjaar en dit keer slaagde Steven verdiend.(p.164)
Ooit ben ik in het woordenboek het woord inclusie gaan opzoeken. Daar wordt dat woord onder andere verklaard als ingesloten worden en als synoniem stond ook aangegeven alles inbegrepen. (p.170)
Hieronder alweer een mooie gedachtegang van Steven. Hij heeft geen functiebeperkingen, maar geniet van functieverschuivingen. Het woord zelfbeklag hoort duidelijk niet thuis in de woordenschat van Steven!
Vroeger noemde men mij een gehandicapte, want volgens de norm miste ik iets! Recenter is de terminologie zich wat discreter gaan aanpassen en heb ik nu functiebeperkingen. In feite heb ik geen functiebeperkingen, maar geniet ik van functieverschuivingen. Wat ik niet zie, ruik, voel en hoor ik des te beter. (p.170)
Hoofdstuk 13. Het eindwerk
Steven is inderdaad goed geplaatst om een eindwerk te maken rond het thema GON.
Het GON, hoe heb ik het ervaren? Steven zat in de unieke functie om zon thema aan te pakken. (p.173)
Het volgende citaat spreekt boekdelen!
Ik was pas afgestudeerd toen er in mijn brievenbus een brief stak die was opgemaakt in het schrift voor zienden. Volgens mijn omgeving was het een belangrijke brief, want de afzender was niemand minder dan de Federale Overheid. Deze zeer formele brief die rechtstreeks in verband stond met mijn functiebeperkingen, kon ik niet persoonlijk lezen. Ik voelde me miskend. (p.181)
Hoofdstuk 14. De blinde realiteit
Blindgeborenen begrijpen niet dat zienden nooit de achterkant van iets kunnen zien. Draait men een ding om, dan komt de achterkant vooraan en dan zien de zienden weer niet de voorkant, die dan immers de achterkant is geworden. Omdat blinden rondom kunnen horen, en voelen, kennen ze die visuele beperking niet. (p.186)
Na een boek dat volledig in het teken staat voor meer zelfstandigheid voor blinden, is Steven voldoende intelligent om tot volgende conclusie te komen:
Mijn inziens is het de uitdaging om een gulden middenweg te vinden tussen autonomie en begeleiding. Als blinde zal je hoe dan ook altijd beperkingen hebben en je zal altijd mensen nodig hebben. (p. 190)
Hoofdstuk 15. De vzw Braille op blad
Op 21 augustus 2006, kort nadat Steven afstudeerde, richtten Steven en ik de vzw Braille op blad op.(p.193)
Uiteindelijk eindigt Steven met de titel van zijn boek!
Met mijn leerkrachtopleiding als basis zou ik iets speciaals kunnen en zelf moeten doen. Of ligt mijn toekomst elders?Ik zie het wel! (p.207)
Op Youtube vond ik een interview met Steven Bladt in het programma Persvers over leven met een handicap. (vooral het tweede deel van het eerstefilmpje is interessant)
Tot zover mijn bespreking over het boek van Steven Bladt en Jan Smeyers. Het is wat langer uitgevallen dan oorspronkelijk gepland, maar het boek was dan ook bijzonder leerrijk en inspirerend. Omdat ik maar niet genoeg kan krijgen van dit onderwerp heb ik voor volgende week een interview met een blinde man op het programma staan!
Even voorstellen: Mijn naam is Maxim De Greef en ik ben een derdejaarsstudent aan de lerarenopleiding PHL te Hasselt, richting Pav/Geschiedenis.
Gedurende tien weken ga ik trachten gaten te dichten in mijn achtergrondinformatie. Hierbij ga ik vooral op zoek naar onderwerpen waar ik weinig of niets van weet. Boeken, filmen, tentoonstellingen, interviews, lezingen, reportages, Geen middel laat ik onbenut om mijn algemene kennis op te krikken.
SO FASTEN YOUR SEATBELTS! En bereid je voor op een ... cultuurschok!