Het leven zoals het zou moeten zijn. Ik hoop om elke lezer te kunnen blijven boeien met mijn verhaal. Mocht er iemand menen zich te herkennen in een bepaalde figuur, dan nmoet hij/zij zich vereerd voelen dat ik mij laat inspireren door zijn/haar persoon. Alvast veel leesplezier, en spaar me niet van uw welgewaardeerde opmerkingen of suggesties.
02-01-2013
1 Januari, IK ONTWAAK IN EEN NARE DROOM...?!
Deze morgen werd ik wakker met een kloppende hoofdpijn! Het bonsde in mijn hoofd alsof iemand op een tamtam roffelde... Ik schudde met mijn hoofd om het gedreun te verdrijven, maar het geroffel verdween niet. Het getrommel leek zich alleen maar te verplaatsen naar de buitenkant van mijn kokende hersenpan. Het gebonk weerklonk nu ook in mijn oren, mijn trommelvliezen registreerden de onophoudende kadans van een opzwepend ritme dat me langzaam maar zeker meer en meer overweldigde en me meenam in die eindeloze hartklop, ja, zich meester maakte van mijn bewustzijn! Ik geraakte meer en meer in de ban van dat geluid, het bracht me in een soort van extase die me steeds verder meenam in een nieuwe wereld, een nieuwe dimensie, een nieuwe realiteit. Achter mijn gesloten oogleden verdween het duister van de diepe, droomloze slaap na het buitensporig feest voor de jaarwende en begon er een lichtschijnsel zich te manifesteren, een lichtpuntje dat eerst zwak, dan al maar helderder begon te schijnen tot het op zeker ogenblik brandend mijn ogen deed tranen. Tenslotte opende ik mijn oogleden een voor een, eerst mijn linkeroog, dan mijn rechteroog. Eerst zag ik niks. Alleen een verblindend wit, een soort van melkachtige nevel waardoor na een poosje zich allerlei schimmen en schaduwen leken te manifesteren. Tussen de drumslagen door hoorde ik nu ook stilaan andere geluiden, hoge kreten die een ritmische melodie zongen en daarnaast aanvullend handgeklap. Langzaam maar zeker kregen de vage gedaantes vaste vorm aan te nemen en begon het gordijn voor mijn ogen zich op te trekken. Groot was mijn verbazing toen ik niet de vaste contouren van mijn slaapkamer ontwaarde! Ik lag niet langer in de vertrouwde gezelligheid van mijn bed op mijn grootstadflatje in die buitenwijk van het kuststadje aan de Noordzee. Nee, ik lag op een veldbed onder een grauw-wit canvasdoek van een half-open tent, met uitzicht op een adembenemend schouwspel. Voor mij ontrolde zich een wijds landschap van verre bergen, daarvoor een uitgestrekte vlakte van half-verdroogde grasvelden waar hier en daar een boom wat schaduw afwierp. Hoog in het zenith stond een heldere zon onbarmhartig te schijnen en deed de lucht trillen boven de in een waas gehulde kim. Rond de tent stonden enkele ameloze hutjes scheefgezakt in een halfrond, in het midden waarvan een kleurrijk uitgedoste bende zwarten stond te dansen op het ritme van Afrikaanse trommels, geroerd door een stel uitgelaten drummers die de kadans steeds meer opdreven. Ernaast stonden enkele vrouwen met bloot bovenlichaam een lied te zingen met schelle kreten en hoge uithalen waarmee ze de dansers aanspoorden tot een steeds driestere dans.
Onder mijn schedeldak trok de pijn van de kater stilaan weg toen ik mij begon te realiseren wat er zich voor mijn ogen afspeelde! Dit kon toch niet waar zijn? Droomde ik nog? Draaide de alcoholdemon mij een loer? Wat gebeurde er met mij? Langzaam poogde ik me op te richten van het veldbed, mijn ledematen wogen als lood, het blod kolkte door mijn aderen. Mijn hart ging nog razender te keer dan dat stelletje drummers op hun tamtams! Zwaaiend richtte ik me op. Ik was naakt! Mijn haren plakten om mijn kop, aaneengeklit door zweet, resultaat van het overmatig alcoholverbruik - of moet ik zeggen 'misbruik' - op die eindejaarsfuif bij Freddy, mijn maatje van al zo lang geleden. Ik had Freddy leren kennen op kantoor, in dat luizige administratief centrum in de hoofdstad. We werkten er allebei als opsteller voor een telecommunicatiebedrijf dat toendertijd het monopolie bezat voor de markt in ons koninkrijkje. Zo 'n 30 jaar was dat nu al weer geleden...
Op een morgen, ik zat al achter een berg dossiers weggedoken toen plots de deur van het kantoor openzwaaide en de bureauchef, mijnheer Oerlemans op zijn typisch plechtstatige wijze binnenschreed met in zijn kielzog een guitig snaak, zijn pet op een oor, op zijn neus een ziekenbondbrilletje met van die duimdikke glazen als de onderkant van steriliseerbokalen. Zijn ogen waren hierdoor onwerkelijk groot en keken onverschrokken rond door het kantoor, van bureau naar bureau, alle opstellers taxerend op hun waarde. Mijnheer Oerlemans schraapt zijn keel voor hij het woord nam. Met een barse stem verklaarde hij :" Mijne heren, ziehier onze nieuwe medewerker Freddy Devos. Ik hoop dat jullie hem vlug zullen wijs maken wat zijn taak zal zijn, als klein radertje in die grootse machine die ons bedrijf is! Mijnheer Devos, veel succes in uw verdere loopbaan, ik hoop dat u zich snel zult weten in te schakelen in dit kantoor. Mocht u problemen hebben, dan staat mijn deur altijd voor u open." En daarmee was de kous af, Freddy was in het kantoor en mijn leven binnengetreden! Die middag, tijdens de lunchpauze gingen we samen wat drinken bij Suzy, in het volkscafe schuinover het Gare de l'Ouest, waar ook menig postbode een pintje kwam pakken. Het was er steeds gezellig druk en in de winter serveerde Suzy er altijd zelfgemaakte soep of hutsepot. Al vlug was het ijs gebroken. Freddy werkte zich vlug in en we werden beste maatjes vooral toen bleek dat hij ook aan de kust geboren en getogen was. We waren allebei jong en levenslustig, en korte tijd later namen we een halve dag vrij om de hoofdstad te verkennen. Niet alleen kroegen en drankgelegenheden genoten onze belangstelling. Musea en belangwekkende historische gebouwen wisten ons evenzeer te boeien. Na deze gezellige namiddag besloten we om regelmatig op zwerftocht te trekken door de vele pitorreske wijken van de hoofdstad. De mengelmoes van oude gebouwen en nieuwerwetse buildings, met in de achterafstraatjes de opeenvolging van kleinburgerlijke residenties en arbeiderswijken waar de oorspronkelijke bewoners vreedzaam samenleefden met nieuw-aangekomenen, weggetrokken uit hun verre thuisland, op zoek naar een nieuwe, betere toekomst voor zichzelf en hun kinderen, er op rekenend dat zij hier de kans zouden krijgen om hun ellendige leventje te vergeten! Die wirwar van culturen, talen en eniteiten wist ons telkens weer te verrassen en te boeien. Zo verliepen de dagen in hun eindeloze ritme; dagen werden maanden; maanden werden jaren. En Freddy en ik bleven boezemvrienden en lotgenoten door dik en dun.
Op een zonnige namiddag richtten we onze schreden naar Tervuren. Met de tram van aan de Cinquantenaire bolden we door de verschillende wijken steeds verder weg van het drukke centrum. Eerst passeerden we nog de bourgeoisiewijken en daarna de volkswjken. Dra dokkerde het trammetje door de brede lanen van de luxueuze villawijk aan de rand van het Zoniënwoud, waar het ene protserige woonhuis naast het andere uitzonderlijke bouwsel de rijkdom en hoogdunk van de bewoners etaleren. Meestal hebben ze hun kapitaal en welstand verwezenlijkt in de tijd van de Industriële Revolutie en het kolonialisme. Hun rijkdom vergaarden ze met de enorme winsten die hun internationale bedrijven wisten te maken met de vruchten van de kolonie en de internationale handel die dit teweegbracht. Aan het eindpunt stapten we af en kuierden verder, tot aan het Nationaal Museum voor Midden Afrika. Het bouwwerk werd gerealiseerd in opdracht van onze vorst, koning Leopold II, die eigenaar was van Congo-Vrijstaat. Later zou hij het land als kolonie schenken aan België, maar toen had hij zich een fortuin weten te vergaren met de exploitatie van het land en zijn bewoners. Ja, hij had er in het Oosten de Arabische slavenhandelaars verdreven, maar wat was er in de plaats gekomen? Een niets-ontziende kolonisatiepolitiek ten voordele van zijn eigenaar en zijn buitennissige projekten in België, waarmee hij ons land een grote rol wlde toebedelen op het internationale forum. Het doel heiligde de middelen; en in die tijd was dat naar de gangbare opinie lovenswaardig. Om zijn realisaties een goed cachet te geven besloot de vorst dat er een museum moest komen waar hij aan zijn volk kon tonen wat en waar hij al die dingen haalde waarmee hij ons land op een hoger niveau wilde tillen. Dit resultaat gingen Freddy en ik dus bezoeken. De lokroep van het Zwarte hart van Afrika kreeg ons in de ban!