Dit verhaal is eigenlijk een droom die ik jaren geleden heb gehad en omdat ik het zo gedetailleerd kon onthouden heb ik hem uitgeschreven.
De eerste alinea volgt, om verder te lezen kun je de pdf downloaden.
Ze
liep met haar zusje langs een van de straten van de stad aan de rand
van een groot meer. Vanaf hier hadden ze een mooi uitzicht over het
meer, terwijl er aan hun andere hand meer dan zat winkel etalages te
bezichtigen waren. De bomen die aan de andere kant van het meer
oprezen waren bedekt met kleine lichtjes en houten constructies. Hier
woonde hun volk, midden in het bos. Ze woonde zowel in de bomen als
op de bosgrond en hadden overal kleine gebouwtjes neer gezet om aan
hun voorzieningen te voldoen.
De
twee zussen liepen over het pad dat een lichte bocht maakte en daarna
vrij stijl naar beneden afliep, dichter naar de oever van het meer.
Ze moesten hier achter elkaar gaan lopen omdat het pad te smal was
geworden.
In
de bocht van het pad, dat ze net voorbij waren gegaan had een klein
hutje gestaan. Ze wisten dat daar twee heksen woonde. Niet zo zeer
kwaadaardig, maar anders dan andere.
Uit
dit hutje kwamen nu de twee vrouwen gezet met achter hun een slanke,
vrij knappe jonge man.
Ze
namen alle drie plaats op een klein platform net boven het meertje en
begonnen wapens bij elkaar te zoeken om mee te oefenen.
De
twee zussen keken elkaar even aan en maakte toen dat ze aan de rand
van het platform kwamen om toe te kijken.
Het
gevecht begon zoals elk gevecht begon. De oudste van de twee heksen
had een lange stok vast met aan het uiteinde twee enorme ramshorens.
Ze zwaaide er wild mee rond in een poging de jongen tegenover haar te
raken. Hij had een zelfde stok in zijn hand, maar gebruikte deze voor
de verdediging en hield hem in het midden met twee handen vast zodat
hij de slagen van de vrouw kon afweren.
Eerste alinea van "Schelpen", om verder te lezen download de PDF
Schelpen
Steeds sneller en sneller zwom ze naar het water oppervlak. Toen ze het eindelijk bereikte schoot ze een stukje uit het water en zonk weer terug. Voorzichtig zwom ze naar de kust, zichzelf steeds achter de rotsen verbergend. In de verte en hoog boven haar hoorde ze de meeuwen die haar vrolijk groette. Daar is hij. Een lange donkere jongen kwam vanachter de duinen het strand op wandelen. Hij had een handdoek onder zijn ene arm en een stoeltje onder de andere, die uitpuilde van de spullen die hij erin had gelegd. Hij keek om zich heen om te controleren dat er niemand anders was. Legde toen zijn handdoek neer en stalde zijn stoeltje met spullen uit. Hij trok zijn shirt over zijn hoofd en dook het water in. Mel dook ook onder en volgde hem, zichzelf nog steeds verstoppend achter rotsen en wier. Om de zoveel minuten zwom hij weer naar boven om adem te halen. Hij had hier al gezwommen sinds hij alleen de afstand van huis naar het strand kon afleggen. Hij kon goed zwemmen en lang onder water blijven. Toen hij het kustzand voorbij was en het koraal bereikte zwom hij naar boven en nam een grote hap lucht. Hij dook diep en hield zich vast aan een rots. Zoekend keek hij om zich heen. Mel wist precies wat hij zocht. Ze ontdekte de schelpen niet zo ver bij haar vandaan. Ze had de parels in de schelp nooit zo bijzonder gevonden, maar ze wist dat dat niet voor hem gold. Met haar hand reikte ze naar de dichts bijzijnde schelp.
De eerste alinea uit het verhaal "Woestijn wolf". Om verder te lezen download de PDF.
Herkenning
Ze
reden over een klein smal weggetje te midden van een groot veld. In
de verte kon je het dorp waar het voertuig vandaan kwam nog zien.
Vooruit was er niets te zien behalve het eindeloze veld en heel in de
verte een vage goud gele gloed die het begin van de woestijn
aankondigde. Het warme zand, dat nu in de schemer zijn hitte afgaf,
aan de steeds kouder wordende lucht, leek bijna te gloeien.
De
wagen bestond uit een 6 tal paarden die het voort trokken over de
zanderige weg. Daar achter een kleine wagen waar de bestuurder en een
8 tal andere stevige mannen zaten. Ze praten en lachten onder het
genot van een aantal zakken wijn en water. Het waren nomaden, gehard
door het leven in de woestijn. In de bewoonde wereld werden ze
beschouwd als buitenstaanders, niet welkom in de steden noch de
dorpen. Velen van hen hadden een gevangenis straf boven hun hoofd
hangen andere enkel een geldboete. Ze waren naar de woestijn gevlucht
en hadden zich aangesloten bij de nomaden die daar al woonden, stuk
voor stuk veroordeelde.
Achter
de eerste wagen hing een veel grotere constructie op wielen. Een
enorme kooi, twee keer zo lang als de eerste wagen en hoog genoeg om
in te kunnen staan. Hij was speciaal gebouwd voor het vervoer van
groot vee zoals kamelen, koeien of paarden, maar deze mannen
gebruikte hem daar niet voor. Hun tocht naar het dorp was niet
geweest voor dieren, maar voor mensen. Vrouwen om specifiek te zijn.
In
het nomadenkamp was een groot te kort aan vrouwen aangezien deze niet
snel naar de woestijn trokken, laat staan de wet overtraden en werden
veroordeeld. Om toch de nodige vrouwen in het kamp te verkrijgen
trokken de nomaden met kleine groepen naar de omliggende dorpen. Soms
overvielen ze een slavenmarkt, soms een klein dorp dat ze
toevalligerwijs tegen kwamen. Ze ontvoerde de vrouwen en namen ze mee
naar de woestijn. Daar werden ze te werk gesteld in alle mogelijke
beroepen die de nomaden van hen nodig hadden. Veel vrouwen zouden het
eerste jaar niet overleven, maar de enkele die dat wel deden
verbleven meestal de rest van hun leven in het kamp.
Deze
keer was hun buit groot geweest, een 12 tal jonge vrouwen zaten dicht
opeen in de kooiconstructie. In het begin hadden ze gegild en
geschreeuwd, maar nu, na uren rijden waren ze stil geworden. Om de zo
veel tijd kregen ze water en iets te eten, verder werden ze met rust
gelaten.
De eerste alinea uit het verhaal "Ongeluk?". Om verder te lezen download de PDF.
Dag 1.
Hij opende langzaam zijn ogen. Zijn
zicht was wazig en dubbel, hij was duizelig en had het gevoel dat hij
elk moment kon gaan overgeven. Waar was hij? Wat was er gebeurt? Het
waren zijn eerste gedachtes, vreemd genoeg stelde het hem gerust
zichzelf te horen denken. Er was niets mis met zijn hersenen. De riem
die hem vastbond aan zijn stoel sneed pijnlijk in zijn keel, wat hem
bewust maakte dat hij op zijn zij lag. Zijn linker arm zat tussen de
autodeur en zijn lichaam geklemd en hij realiseerde zich nu dat hij
met zijn hoofd op de ruit moest liggen. Met zijn rechterhand zocht
hij het slot van de gordel die hem tot nu toe op zijn plek had
gehouden, en knipte die los. Meteen trok de zwaartekracht zijn
bovenlichaam naar beneden en eindigde hij onhandig tussen het stuur
en de deur in. Een pijnscheut door zijn rechterbeen motiveerde hem
echter wel om verder op te staan. Met een bonzend hoofd en pijnlijke
lichaamsdelen wist hij de auto uit te kruipen via het gat dat de
uitgeslagen voorruit had achtergelaten. Nadat hij een paar meter van
het ingedeukte hoopje metaal was gekropen probeerde hij wankelend op
te staan, maar zijn rechterbeen leek überhaupt niet meer op zijn
commandos te reageren. Het verdroeg geen enkel gewicht en bij elke
beweging die hij maakte verkrampte hij van de pijn. Toch wist hij met
wat moeite overeind te komen, zen keek achterom.
Zijn auto lag op zijn kant met de
motorkap gedeeltelijk om een dikke boom geklapt. Nu herinnerde hij
zich het licht van de andere auto weer, hoe hij hem had geprobeerd te
ontwijken. Het was toen nog donker geweest, wat hem vertelde dat hij
een hele tijd buiten westen moest zijn geweest. Hij vroeg zich direct
af waarom niemand hem had geholpen en keek om zich heen, op zoek naar
de andere auto. Maar de weg was leeg, er was niemand, zelfs niet het
kleinste bewijs dat er ooit een andere auto ook verongelukt was.
Wel zag hij een boerderij niet ver bij
hem vandaan. Daar kon hij hulp krijgen, want zijn hoofdpijn was er
niet minder op geworden nu hij rechtop stond en hij werd om de zoveel
tijd overvallen door een vlaag van misselijkheid. Langzaam vooruit
komend, hinkte hij in de richting van het huis.
De eerste allinea uit het verhaal "De Zigeuner". Om verder te lezen download de PDF.
Verboden Voorspelling
Een lege pagina. Dezelfde lege pagina
als gister en de dag daarvoor. Steeds als ze haar pen op het papier
zette kwam er niets, niets alsof al haar gedachtes dan ineens van de
voorgrond van haar geest waren verdwenen. Meer dan eens had ze er
uren naar zitten staren, haar pen punt net boven het papier, wachtend
op de eerste gedachte die haar te binnen zou schieten. Het eerste
beeld, meer had ze niet nodig, maar het beeld bleef weg, haar
gedachtes stil.
Al vaak was ze opgeschrokken uit een
halve droom, zo ver gingen haar gedachtes als de pen niet in de buurt
van het papier was, en schoot ze terug in de schrijfhouding om alles
een vorm te geven. Maar elke keer was het te laat geweest.
Ze vroeg zich even af of het de
bedoeling was dat ze niets zou tekenen. Of het de bedoeling was dat
het vel blanco bleef, net zo blanco als de ideeën over de toekomst.
Maar dat zette ze snel weer van zich af. Als dat waar zou zijn zou
dat wel eens haar dood kunnen beteken. Of in ieder geval zou haar
leven een stuk minder comfortabel worden.
Ze boog zich opnieuw over het papier,
deze keer sloot ze haar ogen en maakte haar gedachte nog leger dan ze
al waren. Ze dwong haar geest nog maar aan een ding te denken, een
persoon. Zijn gezicht verscheen voor haar geestesoog, zijn haren,
zijn mond, zijn ogen. Ze voelde de kriebeling ergens ver weg, alsof
er een kleine gedachte, te klein om direct te zien, in haar opkwam.
Het verstopte zich voor haar bewustzijn, maar ze wist zeker dat het
er was. Opnieuw concentreerde ze zich op zijn ogen, en opnieuw voelde
ze de kriebeling. Ze greep ernaar, probeerde het te pakken te krijgen
en bewust te maken, maar het glipte weer weg. De derde keer dat ze
zich op zijn ogen concentreerde gebeurde er niets. Teleurgesteld
opende ze haar ogen.
Geschrokken hapte ze naar adem. Het vel
papier voor haar was niet langer blanco. Twee enorme ogen, precies
zijn ogen, keken haar aan. Ze kon zich niet herinneren haar hand te
hebben bewogen, ze kon zich niet herinneren de pen te hebben bewogen.
Onderzoekend keek ze naar de twee getekende ogen. Was er iets aan
veranderd, waren ze anders dan zij zich herinnerde. Ze zocht elk
detail af, elke rimpel, elke getekende lijn, maar vond niets. Nee,
het waren dezelfde ogen als de ogen die ze 3 dagen geleden had
gezien. Op de een of andere manier was het niet de bedoeling dat ze
deze ogen in de toekomst zou zien.
Even kort iets over mezelf en waarom ik hier dit blog ben gestart.
Ik schrijf al kleine verhalen sinds ik goed en wel kan schrijven denk ik. Natuurlijk zagen die verhalen er in mijn kindertijd heel anders uit dan nu. wat echter blijft is dat ik nooit een cursus of iets dergelijks heb gevolgd; met als resultaat dat ik niet heel erg goed ben. Ik ben me er ook erg van bewust dat de inhoud van mijn verhalen soms wat eentonig is, maar he welk verhaal is tegenwoordig nu nog echt helemaal origineel.
Ik ben dus dit blog begonnen omdat ik denk dat ik ondertussen voldoende zelfvertrouwen bijeen geschraapt heb om een aantal van mijn kleine creaties bekend te maken voor vreemden zoals jullie. Ik zal misschien niet heel frequent iets posten, dat is erg afhankelijk van hoeveel inspiratie ik heb en dat wil nog wel eens verschillen, maar ik zal ook wat oude verhalen posten om in ieder geval de eerste weken eens door te komen
De verhalen die ik schrijf zijn kleine romans die hopelijk aan het einde de twee geliefden bij elkaar brengt. Hier en daar zal er een erotische tint in het verhaal te vinden zijn. We mogen allemaal wel eens dromen van de prins op het witte paard die ook tussen de lakens een held blijkt te zijn, toch?