Fysich niet zwaar, geen lange trektochten.
Inhoud blog
  • Anecdote 8: Die verdomde Rio Machado
  • foto 29: soms is het niet gemakkelijk.
  • foto 28: Let op voor de "peixe cachorra".
  • foto 27: deze spin is zeer gevaarlijk.
  • foto 25: kamp klaarmaken
  • foto 26: de jaguar is altijd aanwezig.
  • foto 24: Piranhas eerst.
  • foto 23: stroomopwaarts
  • Indianenhoofdman koelbloedig afgemaakt.
  • Inentingen en medicatie
  • foto 22: De onzichtbare zanger van het Amazonewoud.
  • Anekdote 3: Eerste kennismaking met de Pantanal
  • Anekdote 2: De specialist-castreerder.
  • Anekdote 1: Vissen in de Rio Perdido.
  • Foto 20: Waardevolle boomstammen liggen te rotten.
  • Foto 13: Geen elektriciteit ? Dan maar sidderaal !!
  • Foto 12: Hotel met sterretje minder.
  • Interessante boeken.
  • Is er nog illegale houtkap en hoeveel?
  • Aangepast schoeisel en beste kleding.
  • Foto 17: Garçon, nog een beetje rijst aub.
  • Wat staat er dagelijks op het menu?
  • Maak zelf het ideale muskietennet.
  • Anekdote 5: Ontmoeting met de zwarte apen.
  • Keuze tussen tent en hangmat
  • Foto 15: Op weg naar avontuur.
  • Welke zijn de bezigheden tijdens de expeditie?
  • Wat wordt er gedaan in geval van nood?
  • Foto 16: Recept gevraagd voor meerval of piranha.
  • Welke vissen zijn de lekkerste?
  • Foto 19: Kamp opbreken, 't is tijd om te vetrekken.
  • Foto 18: Bespied vanop de oever.
  • Foto 14: Overleg met Xavantes - hoofdman.
  • Zijn er nog oeverbewoners op die afstand?
  • Welke vogels worden meestal waargenomen?
  • Bange dieren in de jungle: tapirs en capibaras.
  • Anekddote 6: Waarom Nivaldo zo erg beefde.
  • Zijn er gevaarlijke dieren in het woud?
  • Anekdote 4: Op zoek naar de jaguar.
  • foto 9: Rusten op een labyrint van plankwortels.
  • De waarheid over de Piranhas.
  • Buiten de piranhas, andere gevaren in de rivier.
  • Wat wordt er meegenomen op de expeditie?
  • foto 11: Jacuzzi in het Amazonewoud.
  • foto 10: Koffiepauze.
  • foto 8: kampplaats
  • Gevaren tijdens de expeditie: de spinnen.
  • Foto 7: Parkieten op de kleilaag.
  • foto 6: Kamperen op de oever.
  • foto 5: Soms halen we de boot uit het water.
  • Gevaren tijdens de expeditie: de insekten; teken, dazen en mieren
  • Gevaren tijdens de expeditie: de insekten: bijen, muskieten en muggen.
  • Gevaren tijdens de expeditie: verdwalen en stroomversnellingen.
  • foto 4. Ochtendnevel over de rivier zal snel opgelost worden door de zon.
  • Foto 3. Bevrijd van de brandende zon, 's avonds nog even op visvangst
  • Foto 2. Stroom met versnellingen
  • Foto 1. Stroom met versnellingen
  • Anekdote 7: We dronken de Ayahuaska.
  • Hoe wordt een nieuwe expeditie voorbereid?
  • Hoe was het in het verleden?
  • foto 21: de toekan waakt.
    Foto

    Volledige vrijheid in het grootste regenwoud ter wereld.

    Mijn favorieten
  • reisverhalen-zuidamerika.pagina.nl
  • reisverhalen start.be
  • Prikpagina reisverhalen
  • Brazilië.startpagina.be
    Foto
    Foto
    Foto
    Expeditie in het Amazonewoud
    Rivierafvaart over meer dan 800 km. Ook mogelijk in 2014. Neem contact op.
    Always possible in 2014
    15-01-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.foto 21: de toekan waakt.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    10-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hoe was het in het verleden?

    Eric Lornoy werkte jaren geleden in Brazilië. In tegenstelling tot de meesten, die vooral de stranden opzochten, was hij meer geïnteresseerd in de natuurstreken van dit uitgestrekt land. Het Braziliaanse Portugees was voor hem geen probleem.

    Na enkele tochten naar de Pantanalstreek had hij reeds een grote vriendenkring opgebouwd onder de plaatselijke bevolking. Woudlopers en indianen leidden hem tot in de verste uithoeken van dit dierenparadijs. Kamperen en slapen in hangmatten was er natuurlijk steeds bij. Men kan zich moeilijk voorstellen hoeveel geluiden er 's nachts zijn waar te nemen. Heerlijk!

    Eenmaal de Pantanalstreek, na meer dan tien tochten, geen nieuwigheden meer bood, ging zijn interesse uit naar het Amazonewoud.

    Vandaag de dag onderneemt hij ieder jaar minstens één expeditie naar het grootste regenwoud ter wereld. De laatste jaren vanuit België. Na meerdere verkenningstochten is hij doorgedrongen tot ver in het Amazonewoud. Steeds begeleid door plaatselijke bewoners zijnde: rubbertappers, goudzoekers, vissers, indianen.... De streken die hij verkent bevinden zich ver van de toerisrische centra zoals Manaus.

    Meestal worden rivieren afgevaren. De zijrivieren van de Rio Madeira zijn de interessantste. Stroomversnellingen en kleine watervallen worden overwonnen. De rivieren zijn rijk aan kleilagen in de oevers. Vele krombekken zijn hierop verlekkerd en zijn daarom massal aanwezig.  Ara's (rode en gele), papegaaien en parkieten. Een zeer kleurrijk spektakel telkens zo'n groep opvliegt. Ook andere wilde dieren komen meer voor dan op andere rivieren. Dit komt omdat de rivier zo wild is en geen oeverbewoners telt. Eric spreekt met ervaring vermits hij reeds meer dan 15 rivieren heeft afgevaren.

    Om de onvermijdelijke onkosten te delen, worden soms expedities ondernomen in kleine groepen (maximaal 5 man). Al deze expedities worden ingericht zonder winstbejag; iedere deelnemer betaalt zijn deel in de onkosten en dit ter plaatse.

    Het spreekt vanzelf dat er geheel vrijblijvende vergaderingen zullen gehouden worden alvorens de deelnemers kunnen toegelaten worden.
    Zulke expedities zijn geen toerisrische uitstappen doch ook geen vermoeiende trektochten.
    Wanneer de teamorders opgevolgd worden, zijn de gevaren zo goed als nihil en de ongemakken veroorzaakt door de muskieten worden tot een minimum herleid.




    11-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hoe wordt een nieuwe expeditie voorbereid?

    Een nieuwe expeditie voorbereiden is niet altijd eenvoudig vooral omdat men van op afstand moet handelen.
    Eerst en vooral hou ik rekening met de plaatselijke bewonders die ik goed ken en waarvan ik weet dat ze te vertrouwen zijn. Ik ken hun mogelijkheden en de streek die zij als hun broekzak kennen. Neem van mij aan dat verdwalen in het Amazonewoud het ergste is dat men kan overkomen.
    Ik ga steeds uit van een mogelijkheid waarvan  ik vermoed dat ze te verwezenlijken is met de middelen en de personen waarover ik beschik.
    Vanwege mijn zeer grondige geografische kennis van het Amazonewoud en mijn grote ervaring wat expedities betreft (reeds meer dan 20 expedities), kan ik de moeilijkheden inschatten. Rest mij alleen nog mijn begeleiders (indianen, rubbertappers, vissers....) te overtuigen en zich klaar te stomen voor de trektocht. Er mogen nooit vele dagen van voorbereiding ter plaatse verloren gaan. De tijdsspanne voor vertrek moet klein gehouden worden. Daarom moeten de gidsen alles zoveel mogelijk klaar hebben. Dit is het grootste probleem waarmee ik te maken heb vermits de woudlopers niet kunnen lezen of schrijven. Zij begrijpen ook het belang niet van een goede voorbereiding. Zij hebben tijd in overvloed en  geen geld om iets uit te geven.
    Van zodra ik een vertrekdatum ken, breng ik hen via via hiervan op de hoogte. Een kwestie van hen tenminste thuis aan te treffen zodra ik toekom. In het andere geval is het mogelijk dat zij voor dagen op jacht of visvangst zijn. A propos, ik heb soms een week nodig om er te geraken!
    Mijn vrienden zorgen dan ter plaatse voor de nodige bootjes, kleine motoren en isomo-kisten om zo veel mogelijk ijs mee te nemen. Dit ijs zorgt voor de tijdelijke koeling van voedsel (vlees, boter, vis). Drank wordt gekoeld maar niet voor de ganse duur van de expeditie. Onderweg wordt water van bronnetjes gezocht en behandeld met chloorpilletjes.


    15-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Anekdote 7: We dronken de Ayahuaska.

    De Rio Purus is één van de grootste zijrivieren van de Amazone. Een kalme rivier zonder stroomversnellingen laat staan watervallen. Kenmerkend voor deze rivier zijn de grote lussen die ze maakt. De stroom meandert op grote schaal. Af en toe is het mogelijk om een lus “af te snijden”. Men wandelt door het oerwoud en na enkele honderden meters bereikt men terug de rivier terwijl de boot er gemakkelijk drie kwartier over doet. Soms verkort de rivier zichzelf en laat dan een stuk rivierarm als een meer achter. Deze stukken rivier hebben dus geen stroming meer en vormen de ideale broedplaats voor de muggen waaronder de malariamug, anopheles genaamd. Wanneer het bij hoge waterstand toch nog eens gebeurt dat de rivier haar achtergelaten stuk terug opeist en bijgevolg het stilstaande water opnieuw in de stroming neemt, dan kan men zeker zijn van malariabesmetting.

    Enkele jaren geleden besloot ik om deze Rio Purus gedeeltelijk af te varen. Mijn vriend Karel vergezelde me. Hij was naar eigen zeggen een ervaren avonturier en had al veel meegemaakt. We vertrokken vanuit Boca do Acre, het laatste dorpje dat nog te bereiken was met de bus. Boca do Acre ligt aan de samenvloeiing van de Rio Acre met de Rio Purus, vandaar de naam.

    Ik zou voor een week bij een familie rubbertappers verblijven. In ruil voor mijn verblijf zou ik alle onkosten op mij nemen zijnde: de brandstof en een ruime voedselvoorraad voldoende voor de ganse familie.

    Zoon Antonio zocht me op in het hotel. Hij was een blanke jongen van ongeveer achttien. Hij woonde met zijn ouders en andere familieleden op een dag varen stroomopwaarts. We maakten ons allerminst zorgen ook al was zijn houten bootje slechts voorzien van een benzinemotor van vijf pk. We zouden ’s morgens vroeg afvaren om in één dag de tocht te voltooien.

    We deden de aankopen ’s avonds nog om ’s anderendaags geen tijd te verliezen.

    De volgende morgen werd alles keurig aan boord gebracht door enkele jonge dragers. De oever ligt daar immers een vijftiental meter boven de waterspiegel en de afdaling was zeer glibberig.

    Het bootje was van hout maar zag er stevig uit. We hadden niets te vrezen.

    Antonio hielp ijverig om alle bagage en voedselvoorraad netjes in evenwicht te plaatsen. Zijn ouders zouden ook meevaren. Geen probleem, dacht ik, die konden er nog wel bij.

    Het duurde echter en zowel Antonio als ik werden zenuwachtig. Zouden we er wel geraken met zo een kleine motor, vijf man en stroomopwaarts? Er aan denkend dat het vanaf zes uur pikdonker wordt in het Amazonewoud.

    Eindelijk kwamen ze toe. Maar het is niet waar zeker?! Zij waren met zijn zessen!! Dus in ’t totaal met negen man! Dat zou nooit gaan in zo’n bootje met een motortje van vijf pk en dan nog stroomopwaarts! Ik had al veel meegemaakt maar dit tartte alle verbeelding.

    Ook Karel keek me ongelovig aan. Bij iedere man die aan boord kwam, zakte het bootje verder weg. Het water kwam tot enkele vingers van de rand. Iedereen was aan boord. De tocht kon beginnen.

    Toen het bootje met een kleine vaart de kade achter zich liet, was het al zover. Het water stroomde met grote geulen in de boot. Er was vooraan in de boeg een gapende opening van meer dan een vinger. Normaal bleef de boot hoog genoeg boven het wateroppervlak maar de lading die onze boot moest vervoeren was volgens mij zelfs nog te veel voor twee van zulke bootjes.

    Rustig begon ik mijn laarzen uit te trekken want zwemmen met plastieken laarzen valt niet mee.

    Karel zat al bijna in zijn zwembroek. Hij overdreef feitelijk en had geen rekening gehouden met de gretigheid van de muskieten. Ze lustten hem rauw! Het probleem is dat men die muskieten niet voelt bijten. Zelfs toen ik hem er op wees dat de muskieten aan het feesten waren, maakte Karel geen aanstalten om dit te verhinderen. Hij stelde het waterprobleem in de boot boven de beten van de muskieten die hij toch niet voelde. Later zou blijken dat dit een grote vergissing was.

    Aan de watertoevoer werd aanvankelijk weinig aandacht geschonken. Achteraan in het bootje zat toch twee man constant water te scheppen met grote blikken. Een beetje water dat door de spleten in de boot vloeit, is dagelijkse kost, zeiden zij. Volgens mij kon dit echter nooit goed aflopen en zouden we binnen de kortste keren zinken.

    We waren nog geen honderd meter ver toen er terug werd aangelegd. De lading werd herplaatst. Ook de medepassagiers werden een andere plaats toegekend. Het gewicht werd meer naar achter geplaatst zodat de neus van de boot hoger uit het water kwam. De spleet vooraan werd ook zo goed mogelijk gedicht met klei van de oever.

    Ditmaal was de watertoevoer veel minder. Achteraan stond de waterspiegel nu tot op maximale hoogte. Er mocht echt niets gebeuren.

    In ieder geval waren we ditmaal definitief vertrokken. Van vooruitgang werd niet gesproken. Het was een slakkengang. Nooit zouden we onze eindbestemming bereiken op één dag al wist ik zelf niet hoe ver het was. Ik was er nog nooit geweest.

    Voor het eerst reisde ik op evenaarhoogte. We wisten ons tegen de felle zon goed te beschermen. Ook Karel had vlug ingezien dat hij zich tegen madame soleil moest beschermen. De muskieten hadden hun werk echter al gedaan. Nu begon Karel in te zien welk onheil was aangericht. Ieder vrij plekje werd nu behoedzaam afgeschermd.

    Wat hadden we voorzien voor die eerste dag om te eten? Niets! Gelukkig had ik een pakje koekjes gekocht. De rest van de voorraad bevatte rijst, bonen, groenten… Geen mondvoorraad. Het was niet nodig, had men gezegd.

    Ik deelde de koekjes uit en offerde me op. Ik nam er geen. In de ijsbak was gelukkig voldoende water. Ook de boter en een diepvrieskip voor de eerste dag, hadden we bij het ijs gestopt. Af en toe at ik een beetje gezouten boter. Dit zou me wel voldoende energie geven om de dag door te komen. Ik zag hier geen probleem in. Een lekker avondmaal zou dit alles snel doen vergeten.

    Ik maakte me verder niet meer ongerust en genoot ten volle van het natuurschoon. Het viel me wel op dat er bijna geen vogels te zien waren. In tegenstelling tot de zijrivieren van de Rio Madeira. Deze rivieren zijn veel wilder met de stroomversnellingen. Er woonden daar ook geen oeverbewoners. De oevers van de Rio Purus zijn niet zo steil en vormen in de binnenkant van de bochten echte stranden. Deze in het droge seizoen vrijgegeven vlakke oevers worden bewerkt als akkers. De oeverbewoners planten hier vooral maïs, bonen, meloenen en dergelijke. Ze moeten er natuurlijk voor zorgen dat de oogst binnen is vooraleer de rivier opnieuw deze akkers overspoelt. Dit alles maakt dat hier veel meer oeverbewoners leven dan op de zeer steile oevers van het Madeira bekken. Een gevolg hiervan is dat de wilde dieren en vogels veel zeldzamer zijn.

    Tegen de middag brandde de zon er op los. Normaal wordt er dan even halt gehouden, iets gegeten en geschuild voor de zon. Niets van dat. Ik zag de bezorgdheid op de gezichten van de medereizigers. Dit voorspelde niets goeds. We zouden er nooit geraken; dat stond vast.

    Af en toe werd een stuk rivier afgesneden door te voet door het oerwoud te trekken. De boot kon dan iets sneller vooruit. Het was interessant want zo konden we rustig kennis maken met het omringend woud.

    Verrassend hoe snel we terug aan de rivier kwamen. Deze maakte geweldige lussen; zo wordt de rivier ook getekend op een landkaart. Telkens deed de boot er gemakkelijk een half uur langer over.

    Tegen een uur of vier kwam dan de “coup de theatre”. De kleine motor wilde niet meer mee. Die had er blijkbaar genoeg van.

    Hoezeer Antonio ook probeerde, de motor zweeg. Ik zat vooraan de boot en kon me, vanwege de lading, niet gemakkelijk met de zaak bemoeien al had ik wel mijn idee wat er haperde.

    Als men ziet hoe ze daar omspringen met de benzine, dan is het niet verwonderlijk dat het vuil zich opstapelt en na een tijdje de carburator verstopt. Dat was volgens mij de oorzaak.

    Na een tijdje zat Antonio onder het zweet en vond ik de tijd gekomen om met raad bij te staan.

    Luchtfilter er af en druppelsgewijs benzine toevoegen langs de vrijgekomen opening. Het was het proberen waard. En het lukte ook nog! Weliswaar was de gasregeling nu onmogelijk. Enkel vol gas en druppelen was de boodschap.

    Wat een gesukkel! En dit op het uiteinde van de wereld! Ik kon mijn verstand niet verder op nul zetten; het stond al lang onder nul!!

    Karel had last van de muskietenbeten. Kwam dan het probleem met de motor er nog bij. Ik zag aan zijn gezicht dat het meer avontuur was dan hij gewend was. Hij fluisterde voortdurend:” Het is niet te doen, het is niet te doen.”

    Tegen de zessen valt de zon zienderogen en op vijf minuten is het donker in het Amazonewoud. Dit was me niet onbekend maar ik bevond me op onbekend terrein en rekende op mijn vrienden. We konden onmogelijk verder. De uitstekende boomstammen in de rivier vormden een echt gevaar en het gesukkel met de motor kregen we er nog boven op.

    Er werd aangelegd aan een strand waarop gewassen waren aangeplant. Hier moest dus wel iemand wonen. Wellicht achter het riet dat in de duisternis kon onderscheiden worden.

    Antonio, Karel en ik zouden er op uit trekken. De rest zou “overnachten” op de boot. Ik vroeg niet hoe ze dat zouden klaarspelen.

    In de duisternis moesten we eerst nog op zoek naar de hangmat, slaapzak en muskietennet.

    De stroperslamp was alweer uiterst nuttig. We ploeterden door het slijk van de oever en vonden redelijk vlug een paadje dat door het grote rietveld leidde. Vervolgens kwamen we op  een akker. Volgens mij waren het kleine meloenplantjes. We deden ons best om ze niet te beschadigen.

    Toen begon er plotseling een hond te blaffen. Ik verwittigde Antonio, die als eerste ging, om uit te kijken dat dit beest hem niet zou aanvallen. Tegelijk wisselden we van lamp. Mijn stroperslamp was een echte Mag-Lite met lang handvat. Een tik hiervan zou de hond wel uitschakelen.

    Gelukkig bleek het dier geketend. En ondertussen was iedereen wel gewekt of beter, gewaarschuwd. Het was nog maar 19h. Niets van dit alles. Er kwam geen beweging in de centrale hut op palen. Ik vond het maar goed. Ik was doodmoe en wou zo vlug mogelijk in de hangmat. De hond konden we sussen en het schamele afdak voor onze hangmatten werd duidelijk in de schijnwerpers. Het bevond zich op een twintigtal meter van de paalwoning.

    Het bleek alles behalve gemakkelijk om er drie hangmatten in op te hangen. De structuur had ook zijn beste dagen gehad.

    Ik hielp eerst Karel. Dit was zijn eerste nacht in de hangmat. Hij had dit wellicht anders voorgesteld.  

    Antonio had ondertussen een pak rommel verplaatst zodat ook ik mijn bedstee kon ophangen. Het afdak kraakte op al zijn vestingen toen ik me langzaam in de hangmat liet glijden. Ik vroeg Antonio nog snel om het muskietennet er gewoonweg los over te gooien. Het was beter dan geen. Lang heb ik niet meer nagedacht over de gebeurtenissen van de dag; ik sliep vrij vlug.

    Rond de vijven werden we gewekt door Antonio. Er was nog veel werk aan de winkel. De motor moest hersteld worden anders zouden we die dag nog niet aankomen.

    We ruimden snel op. Nog steeds was er geen levende ziel te bespeuren in en rond de woning. Het zal een eeuwig raadsel blijven wie er daar woonde. Indianen of rubbertappers?

    Bij de boot was iedereen ijverig bezig alles netjes te plaatsen. Zouden die allen in de boot geslapen hebben? Dat zou ik wel eens willen gezien hebben. Ik stelde geen vragen maar zag dat de motor het terug deed. Ook hierover heb ik geen vragen gesteld. We konden verder en dat was het bijzonderste.

    Ook deze dag bleven we zonder fatsoenlijk voedsel. Waren die mensen dat gewoon? Ik begreep er niets van en nam af en toe een streepje gezouten boter. Dit zou mij wel de nodige energie geven. Karel at de laatste koekjes. Hij reclameerde ook niet al zag ik dat hij afzag met de muskietenbeten.

    Uiteindelijk verliep alles “normaal”, al moeten we de uiterst trage snelheid onder normaal beschouwen.

    In de namiddag werden we van ver reeds verwelkomd door een roeiboot vol jongeren en kinderen. We waren bijna op onze bestemming; je kon dat zo merken;

    Nog een half uurtje later zagen we op de oever een groep mensen die ons toewuifden. We hadden het gehaald!! Nu nog goed eten en alles is terug in orde.

    We werden werkelijk feestelijk onthaald. Er was zelfs een ganse paalwoning voor ons voorbehouden. Wat een luxe! Op het uiteinde van de wereld.

    Eenmaal geïnstalleerd, vroeg ik te drinken. De bak met ijs was nu in het bezit van moeder kokkin. Ik kon er niet meer onbeperkt bij. Gulzig dronk ik twee glazen fris water. Man lief, wat was het daar warm. Het was mijn eerste tocht op evenaarsniveau en dat was te voelen.                                                                                                                                                                                     

    Het avondmaal liet ook op zich wachten en dat was er te veel aan. Mijn darmen begonnen te reclameren. Ik wist hoe laat het was. Diarree!! Dat moest er nog bijkomen.

    Ik nam onmiddellijk mijn medicamenten, vroeg wat zout en dronk, dronk, dronk. Ditmaal speelde ik op zeker en ontsmette het water met chloortabletten. Ook de zakjes electrolyten van Care Plus bewezen hun dienst. Dit is een soort zoutoplossing die uitdroging tegengaat en toch nog voeding bevat. Zeer zeer nuttig in tropische gebieden bij diarree.

    Was het water de oorzaak of de boter tijdens de twee dagen? Feit is dat ik de volgende twee dagen in de hangmat heb gelegen.

    Karel voelde zich ook niet goed. Hij was ondertussen nog allergischer geworden aan muskieten en zag ze overal. Hij wilde al na één dag terug naar de bewoonde wereld.

    Dat nooit! Ik was gekomen om een week bij de rubbertappers te verblijven en dat zou zo ook gebeuren. Spijtig miste ik door mijn diarree een wel bijzondere belevenis.

    We werden uitstekend ontvangen door de familie rubbertappers. Er was zelfs een paalwoning speciaal voor ons voorbehouden. Er was dus plaats genoeg om de hangmatten op te hangen.

    Zoals vermeld, verbleef ik bijna twee volle dagen in mijn hangmat. Ik wilde zo snel mogelijk terug de oude zijn en dat kan alleen door uit de zon te blijven, geen lichamelijke inspanningen te doen en veel te drinken. Er bestaan speciale elektrolyten oplossingen om dehydratatie tegen te gaan. Nu behoren die steevast tot mijn medicijnvoorraad. Tot dan toe had ik nog nooit een diarree aanval gekend en bijgevolg had ik de zout- en mineraaloplossing niet bij.

    De familie rubbertappers waren aanhangers van de “Ayehuaska” drinkers. Dit is voor hen een godendrank getrokken uit twee planten van het woud. Een liaan (banesteriopsis caapi) en een lage plant (psychotria viridis). De drank wordt bereid door ceremonieel deze planten te kappen, te pletten en uiteindelijk uit te dampen. Die keer woonden we de fabricatie niet bij. Ik was te ziek en Karel had het te druk met de muskieten.

    Toch woonde hij ’s avonds een plechtigheid bij waarbij deze godendrank genuttigd werd. Uren aan één stuk werd er gezongen en uiteindelijk werden de drinkers beloond met heftige visioenen. Ik hoorde enkel het gezang vanuit mijn hangmat; al was ik er graag bij geweest.

    De volgende ochtend vertelde Karel mij dat hij ook niet gebleven was tot het einde. Bij het zien van al deze toch “speciale” gedragingen, was hij er niet gerust in gebleven.

    Ik liet het er bij en wist dat ik zou terugkeren om dit alles van dichterbij mee te maken.

    Verder brachten we nog enkele mooie dagen door op deze “seringal”, wat rubberfarm betekent.

    Het jaar daarop keerde ik al terug. Ditmaal vergezeld van twee “echte” avonturiers. Zij waren in ieder geval beter voorbereid en gehoorzaamden wat de bescherming tegen de muskieten betreft.

    Alles verliep deze keer vlot. Ook ditmaal bereikten we de seringal niet op één dag maar we overnachtten bij vrienden. Er waren ditmaal geen problemen geweest met het overladen van de boot en de motor hield het uitstekend. De boot was deze keer ook een stuk groter.

    De tweede dag werden we van ver verwelkomd door de jongeren van de familie. Ze kwamen ons tegen gevaren in kleine kano’s.

    Deze keer zouden we de fabricatie van de “godendrank” bijwonen en zelfs een handje toesteken. De liaan “jagube” werd al zingend geplet en vervolgens gedurende twee dagen uitgekookt. Daarna werd de “rainha”plant toegevoegd. Alles nog filteren en klaar is de drank.

    Vol spanning woonden we de ceremonie bij. Het avondmaal werd uitgesteld en rond de zevenen werd het gezang aangeheven. Jong en oud was aanwezig. De ayehuaska werd door iedereen gedronken in gewone bekers. Wij deden voor de anderen niet onder en dronken het bittere spul. Na enkele uren zang werd de drank nogmaals aangeboden. Nu kon het spel echt beginnen. Regelmatig zagen we iemand het terrein van de plechtigheid verlaten. Precies dronken. Onmiddellijk ging een “nuchter” iemand van de familie hem achterna om te kijken of er geen moeilijkheden zouden komen. Op de vlucht slaan en verdwalen behoort tot de mogelijkheden.

    Ik begon alles pas te begrijpen toen de vlammen van het houtvuur ineens veel groter leken. Jaja, er kwam nog meer op me af. Visioenen!!! Ik had het wel kunnen denken dat dit geen berkensap was zoals wij dachten. De kracht van dit drankje lag in hogere sferen. Als ik wilde zou ik draken kunnen zien of engelen.

    Ik hield me echter kalm en zag dat mijn vriend Jan ook met het hoofd in zijn hand zat. Mijn tweede vriend Jean had het erger te pakken en verliet in loopdraf het terrein. Ik zag dat men hem achterna zat en berustte in de toestand.

    Het was een belevenis. Jean had veel gezien, zei hij. Draken en gevaarlijke dieren. Hij was eigenlijk niet goed gezind. Ik had hem moeten verwittigen, zei hij. Maar ik wist het zelf niet!! Kijk voor meer details op: http://www.archipress.org/edizine/harner/harner.htm

    Eind goed, al goed. Bij onze terugkomst in de hoofdstad Rio Branco van de deelstaat Acre, bezochten we een interessant museum. Daar werd verteld over het drinken van de Ayahuaska. Ik noteerde dan ook graag de Latijnse namen van de planten waarvan de godendrank werd gemaakt.

    Sinds het drinken van de Ayahuaska voel ik me veel beter.


     

     

     

     

     

     

     

     


    17-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Foto 1. Stroom met versnellingen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto 1

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Foto 2. Stroom met versnellingen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto 2

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Foto 3. Bevrijd van de brandende zon, 's avonds nog even op visvangst
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto 3

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.foto 4. Ochtendnevel over de rivier zal snel opgelost worden door de zon.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto 4

    18-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gevaren tijdens de expeditie: verdwalen en stroomversnellingen.

    Bijna iedereen denkt dat zulke expedities in het Amazonewoud erg gevaarlijk zijn. Het tegendeel is echter waar. U begeven in ons dagelijks verkeer is veel gevaarlijker. Natuurlijk bestaan de levensgevaarlijke gifpijlkikkers en zwarte weduwen of andere levensgevaarlijke spinnen. Men kan dit echter vergelijken met het verongelukken in het verkeer onder een Ferrari FXX. Dit blijkt al heel wat moeilijker te worden.
    Er zijn echter gevaren en daarom zullen hierna de voornaamste gevaren beschreven worden en wel in volgorde van belangrijkheid.

    1. Verdwalen in het oerwoud.
    Dit mag vooral niet onderschat worden. Het regenwoud is in tegenstelling tot wat velen denken goed tot zeer goed toegankelijk. Enkel de lianen, die dikwijls opkrullen alvorens hun weg opwaarts te vinden, kunnen een ernstig obstakel vormen. De plantengroei bestaat uit bomen die opschieten naar het licht toe. De begroeiing onderaan is praktisch onbestaande. Dit maakt dat men niet hoeft te hakken om zich een weg te banen. De weg terug is bijgevolg zo goed als onherkenbaar. En zich richten op de zon is al even moeilijk omdat deze niet zichtbaar doorheen het gesloten bladerendak. Zelfs ervaren indianen, woudlopers en rubbertappers wagen zich nooit verder dan de gehoorafstand van de rivier. Althans op onbekend gebied.
    Wat te doen bij verdwalen?
    Toch trachten de zon te zien ofwel hopen dat men een bron of klein beekje kruist. Men heeft dan niet alleen het broodnodige drinkwater, men kan het water ook volgen zodat men terug de rivier bereikt.
    Uiteraard is gebruik maken van een kompas de oplossing. Dit wordt echter nog al eens vergeten.

    2. Stroomversnellingen.
    Vele zijrivieren van de Rio Madeira vertonen stroomversnellingen. Tijdens het droge seizoen worden deze stroomversnellingen beter zichtbaar doch tevens verraderlijker door de lage waterstand. Puntige rotsen en stenen liggen tot juist onder het wateroppervlak. Ervaren en geoefende ogen zijn in staat om deze gevaarlijke punten te herkennen en bijgevolg ook te ontwijken.
    Soms is het echter onmogelijk een stroomversnelling per boot te nemen. De boot moet dan uit de rivier getrokken worden. Vervolgens wordt die langs de oever en door het woud tot na de stroomversnelling gebracht. Een zeer vermoeiende opdracht vermits de oever soms tot meer dan zeven meter hoger ligt. Hieraan wordt dikwijls een ganse dag besteed.
    Het spreekt dus van zelf dat er nogal eens getracht wordt de boten doorheen de stroomversnelling te loodsen met behulp van koorden. In dit geval worden enkel de motoren, voedsel en bagage langs de oever verder gebracht. Het gebeurt dat boten onherroepelijk worden beschadigd en zelfs geheel stukgeslagen.
    Daarom onderschatten sommige woudlopers deze gevaren en trachten met de boot de stroomversnelling te nemen enkel gebruik makend van roeispanen. De gevolgen zijn soms dramatisch. In 1908 heeft president Ted Rooseveld op deze manier enkele van zijn gidsen verloren. Het weze wel opgemerkt dat zij in die tijd onmogelijk hun boten konden verplaatsen via de oever vanwege het gewicht.


    20-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gevaren tijdens de expeditie: de insekten: bijen, muskieten en muggen.

    3. De insekten.
    In tegenstelling tot wat velen denken, zijn de insekten veel gevaarlijker en vooral lastiger dan de andere wilde dieren in het Amazonewoud. Dit komt omdat de insekten wel degelijk aanvallen en de andere wilde dieren zich steeds uit de voeten maken zolang ze niet bejaagd of in het nauw gedreven worden. In volgorde van gevaar zal hier een beschrijving volgen.

    a) De wilde bijen.
    Al of niet van Afrikaanse afkomst; het zijn uiterst gevaarlijke beestjes. Wanneer men bij het doorkruisen van het woud een bijennest stoort, wordt men zowieso achtervolgd door de bijen. Men moet zeer veel geluk hebben om dan aan de zeer pijnlijke steken te ontsnappen. Om zich een weg te banen moeten dikwijls takken of stammetjes weggeduwd worden. Wanneer het nest hieraan bevestigd is zal men dit vlug voelen.
    Belangrijke tip: wordt men door bijen of wespen achtervolgd, loop dan door een zo dicht mogelijk begroeid struikgewas of bos. De weggeduwde takken met bladeren zijn een echte gesel voor deze diertjes en ze zullen de achtervolging snel staken. Langs open wegen of paadjes zullen de bijen of wespen u zeer gemakkelijk kunnen volgen en ook steken als ze kunnen. Bij indianen uit het Amazonewoud heb ik het belang van deze tip aan de lijve kunnen ondervinden.

    b) De muskieten en muggen.
    - De muskieten zijn niet echt gevaarlijk doch wel zeer vervelend tot zeer lastig. Gelukkig krijgt men er niet zoveel mee te doen zolang men vaart. Dit komt omdat de kleine windverplaatsing door het varen, reeds voldoende is om deze kleine insekten in hun normale gedrag te hinderen. Van zodra men echter aan wal gaat of de boot verankert aan de oever (om te vissen bijvoorbeeld) is er geen houden meer aan. De muskietendruk heeft hoogtes en laagtes. Bij het opkomen van onweer en tegen het vallen van de duisternis kan het soms zo erg zijn dat men best beroep doet op hulpmiddelen zoals zijnde: plastiek wegwerphandschoenen en een speciaal voor het hoofd ontworpen muskietennet. Het spreekt vanzelf dat alle andere lichaamsdelen zorgvuldig bedekt moeten zijn door één of ander kledingstuk. Stel je voor: in de tropen en ingepakt van kop tot teen!!!
    De muskieten worden weinig afgeschrikt door muggenmelk. Vooral de kleinste muskieten zijn een echte kwaal. De beten ervan zijn niet alleen pijnlijker maar deze kleintjes worden niet weerhouden door een klassieke klamboe, soms ten onrechte "muskietennet" genoemd. Het weze ook opgemerkt dat men niet voelt wanneer de muskieten op u neerstrijken. Eenmaal men ze gewaarwordt, is het te laat en is de beet zichtbaar aan een klein bloedplekje op de huid. Om deze zeer kleine kwelduivels af te weren heeft men een zelfgemaakt muskietennet nodig van afgedankte fijnmazige gordijnen. Zulk muskietennet wordt dan zorgvuldig boven de hangmat of binnentent gehangen.
    De beten van de muskieten zijn minder erg dan die van de muggen of teken, in die zin dat zij sneller verdwijnen op voorwaarde dat er geen wondje overblijft na het krabben. Dit laatste is dan weer moeilijker te vermijden omdat de jeuk erger is dan bij andere insektenbeten.
    Laat ons ten slotte nog vermelden dat de muskieten volledig verdwijnen zodra de duisternis invalt. Pas dan kan er gebaad worden in de rivier, al besteed men er niet veel tijd aan vanwege de muggen die dan hun intrede doen en men er toch niet altijd gerust in is door de aanwezigheid van piranhas, sidderalen en staartroggen. Over de kaaimannen gaan we het dan niet hebben. Het "gevaar" van deze waterdieren wordt later beschreven.
    - Onder de muggen bestaan ook vele variëteiten. De meest beduchte is de malaria-mug ook anofeles-mug genoemd. Gelukkig is zij ook niet altijd aanwezig en moet zij daarenboven zowel van het vrouwelijke geslacht zijn alsook reeds besmet met het malaria-virus. Dit wil zeggen dat zij reeds eerder een besmet persoon heeft bezocht.
    De aanwezigheid van de malaria-mug is ook sterk afhankelijk van andere omstandigheden. De belangrijkste zijn: veel regen, overstromingen. Er  bestaan meren of vroegere stukken afgesloten rivierarmen die zodanig veel water ontvangen dat zij tijdelijk terug met de rivier verbonden worden. Dan is het werkelijk oppassen geblazen voor malaria-besmetting. De junlge-bewoners voelen dit goed aan doch blijven hieraan blootgesteld. Zij beschikken niet over de medicamenten die malaria kunnen voorkomen. Bij een zoveelste malaria-besmetting zijn zij aangewezen op kinine-medicamenten bekomen in één of andere hulppost van een nabijgelegen dorpje.
    Voor de westerlingen zijn er uiteraard medicamenten die preventief werken zoals Lariam en Malarone. Ze zijn echter duur en sommige kunnen ongelukkige nevenwerkingen vertonen. Daarenboven wordt de laatste tijd beweerd dat malaria te genezen is. Natuurlijk is het beter te voorkomen dan te genezen. Ieder heeft hierover zijn mening. Persoonlijk betrouw ik op de tips van de plaatselijke bevolking en dit heeft tot gevolg dat ik meestal trek zonder medicatie althans wat malaria-preventie betreft.


    21-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gevaren tijdens de expeditie: de insekten; teken, dazen en mieren

    c) De teken, mieren, dazen en vliegen.
    Teken komen niet veel voor in het Amazonewoud. Ik zal ze toch behandelen vermits ze veel voorkomen in de streek Mato Grosso en bijgevolg ook in de Pantanal.
    De grootste teken zijn als een kruisspin, de kleinste als een donderbeestje. Dat teken soms dagenlang in of op uw huid verblijven is mij onbekend. Eenmaal ze gebeten hebben, zoeken zij terug de natuur op. Zo heb ik het althans ervaren. Of de Braziliaanse teken ook de ziekte van Leme kunnen veroorzaken, lijkt mij onzeker. Honderden beten heb ik reeds overleefd zonder enig teken van verlamming. De beten veroorzaken een zodanige jeuk dat niet krabben onmogelijk is. De open wondjes die dan ontstaan moeten gereinigd worden met zuivere alcohol om verdere komplicaties te vermijden. De brand die de alcohol op de wondjes veroorzaakt  is een verademing in vergelijking met de jeuk. Zijn deze tekenbeten dan niet te vermijden? Heel zeker en wel op volgende wijze.
    De teken verblijven op de grassen en opschietend onkruid. Ze wachten op een voorbijganger. Trek daarom een broek aan van fijne kunststof (om ze het vasthechten te bemoeilijken) en plooi de pijpen over plastieken of lederen laarzen. Plaats daarenboven een zweetband over de bovenrand van de laarzen. Deze zweetband hoeft u eerst in te wrijven met mazout, benzine of simpelweg een aanmaakblokje op basis van petroleum. Alzo wordt vermeden dat de meereizende teken één of ander lichaamsdeel bereiken.
    Let op bij het zittend rusten. Plaats uw arm of elleboog niet op uw bovenbenen. Alzo zouden de teken onmiddellijk een weg vinden naar armen, borst of bovenlichaam. Verander ook dadelijk van broek zodra u bij de tent, hangmat of andere slaapplaats aankomt. Hang ze aan een tak of wasdraad en geef er een flinke mep op met een stok. Werp ze vooral niet op uw bed. Anders zal u 's nachts nog verder kunnen genieten van uw dagtocht.
    Wordt u toch verrast en bemerkt u dat uw armen of andere lichaamsdelen flink voorzien zijn van rondlopende teken; grijp dan drastisch in. Was deze lichaamsdelen met zuivere benzine. De teken zijn nog niet verankerd en zullen hierdoor gedood worden. Een kwartier later kan men alles wassen met zeep. A propos: wilt u nog weten hoe men deze lievertjes noemt in het Portugees? "Carapatos" is het antwoord.

    Mieren komen veel voor in het regenwoud en er zijn veel soorten.
    De meest spectaculaire mieren zijn de zogenaamde "trekmieren". Gelukkig worden zij wat mieren betreft niet het meest aangetroffen.. Deze mieren komen in zo'n grote groep voor dat zij alles wat ze op hun weg tegenkomen eenvoudigweg verwoesten. Ik heb ze eenmaal bezig gezien en de bende brengt een krakend geluid voort. Het was me niet duidelijk hoe dit geluid veroorzaakt werd vermits me weinig tijd werd gelaten om op te hoepelen. Daarenboven was het ook nog nacht. Lees de anecdote 3 "eerste kennismaking met de Pantanal". Men zegt dat sommige vogels de voorttrekkende groep trekmieren volgt om alle vluchtende insekten te verorberen. Mijn beeld van deze trekmieren: mieren bewegend als levende matrassen!!
    Andere kleurrijke mieren zijn de zogenaamde "parasolmieren" (formiga sauba of ecodoma cephalotes). Deze zijn veel voorkomend en zijn in staat op korte tijd één of meerdere bomen geheel kaal te wreten. Vele door deze mieren bezochte bomen overleven de wraatzucht van de mieren niet. De mieren snijden de bladeren in stukjes en dragen deze naar hun nest onder de grond. Deze mieren vallen goed op omwille van de bewegende groene stukjes blad op de zwarte bodem van het woud. Het stukje blad is veel groter dan de mier zelf. Het is alsof ze een groot regenscherm dragen; vandaar de naam "parasolmieren". Allen volgen zij dezelfde weg naar hun nest, soms op enkele honderden meter van de uitverkoren boom gelegen. In het nest onder de grond worden de bladeren verzameld en de schimmel die na een tijdje verschijnt, dient als voedsel voor de mieren. Merkwaardig wordt vastgesteld dat zij kieskeurig zijn en niet de eerste de beste boom als slachtoffer uitkiezen. Er weze ook opgemerkt dat vele bomen uit het Amazonewoud een soort latex afscheiden als bescherming tegen zulke plagen. De monden van mieren en rupsen worden door deze latex dichtgeplakt. De bekendste latex afscheidende boom is de "hevea brasiliensis" of simpel rubberboom genoemd. De meest nuttige boom voor de mens in het woud samen met de grote "castanha de Para", gewoon kastanjeboom genoemd.
    De mieren waarmee we het meest in kontakt komen in het Amazonewoud zal ik gemakkelijkshalve "hangmat-mieren" noemen. Ter plaatse worden zij "formiga tachi" genoemd. Vele bomen in het regenwoud worden behuisd en ook beschermd door mieren. Het bekendste geval is dat van de "cecropea", een snelgroeier onder de bomen.Wanneer er in het oerwoud een opening in het bladerendek ontstaat door het vallen van een grote boom, wordt deze opening vlug opgevuld vermits het zonnelicht nu tot de bodem kan doordringen. Vooreerst zijn het de snelgroeiers die overheersen; later (na ongeveer 15 jaar) worden zij letterlijk in de schaduw gezet door de grotere bomen van het woud. De snelgroeier (tot twee meter per jaar en maximum lengte ongeveer 10 m.) cecropea heeft holle takken. In deze holtes wonen mieren. Zij leven van de afgescheiden suikers door de boom en als wederdienst, beschermen zij de boom tegen alle indringers. Indringers of belagers kunnen zijn: insekten en vlinders die er hun eitjes willen achterlaten en "epifieten" (dit zijn planten die op een andere plant leven zonder daarom te parasiteren). De mens wordt ook als belager aanzien wanneer hij er zijn hangmat wil aan bevestigen. Deze mieren zijn alles behalve aangenaam als slaapgezel. Ik kan u verzekeren dat er van slapen niet veel in huis komt wanneer zij ook uw hangmat als verblijfplaats gekozen hebben. Daarom wordt er steeds goed uitgekeken bij het ophangen van de hangmat. Veiligheidshalve wordt er een reepje stof eerst in de motorolie gedompeld en nadien geknoopt aan het touw tussen de boom en de hangmat. Dit dient als barrière die door de mieren niet overschreden wordt. Het aanmaakblokje op basis van petroleum kan hier ook zijn nut bewijzen.
    Ten slotte behandelen we de grootste mieren ter wereld namelijk de "tucangiro" ook "tucandeira" genoemd. Deze mieren zijn wel twee centimeter lang en hebben geweldige scharen of kaken. Hun beet is dan ook zeer pijnlijk. Normalerwijze heeft men niet veel last van deze insekten. Ze zijn goed zichtbaar en zoeken de mens niet op. Onder de mieren beschouw ik deze dan ook als de minst gevaarlijk.

     

     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.foto 5: Soms halen we de boot uit het water.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto 5

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.foto 6: Kamperen op de oever.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto 6

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Foto 7: Parkieten op de kleilaag.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto

    22-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gevaren tijdens de expeditie: de spinnen.

    De spinnen spreken tot de verbeelding van velen. Hoe het er in werkelijkheid aan toe gaat, zal ik hier beschrijven.
    Uiteraard komen er veel spinnen voor in het Amazonewoud. Sommige zijn zelfs levensgevaarlijk giftig; andere dan weer spectaculair groot. Wat de giftige tot zeer giftige betreft: ik heb er nog nooit kontakt mee gehad, al moet ik toegeven dat ik niet alle spinnen kan identificeren. De grote vogelspin, ook tarantula genoemd, komt wel regelmatig voor. Al deze spinnen worden gefotografeerd en voor de rest met rust gelaten ook al bevinden zij zich op de kampplaats en zelfs in de boom waaraan de hangmat wordt bevestigd. Een reuzespin op de buitenzijde van de binnentent komt regelmatig voor! Er worden hoe dan ook geen spinnen gedood, zelfs niet de meest giftige!! Spinnen vallen niet aan en zullen enkel bijten ter verdediging of wanneer ze gekneld geraken. We zijn dan ook niet in het minst bezorgd om de spinnen. Er zijn andere prioriteiten.


    23-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.foto 8: kampplaats
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto 8

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.foto 10: Koffiepauze.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto 10.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.foto 11: Jacuzzi in het Amazonewoud.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto 11

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wat wordt er meegenomen op de expeditie?

    Van zodra vaststaat wat de expeditie zal inhouden, kan er gedacht worden aan hetgeen zal worden meegenomen. Als er meerdere stroomversnellingen zullen moeten genomen worden, zullen de boten eerder van lichte makelij zijn. Daarenboven zal ook het aantal deelnemers hiervan afhangen. Vier personen is een absoluut minimum en dan gaan er twee lichte houten bootjes mee; type grote kano. Iedere boot is voorzien van een kleine motor ( 5 pk.) zodat niet veel benzine verbruikt wordt en er bijgevolg geen honderden liters brandstof zal moeten meegenomen worden zoals dat met grotere boten wel eens het geval is. In geval van motorpech kan de expeditie toch verder gezet worden door de tweede boot op sleeptouw te nemen. Het is slechts in uiterste nood dat de expeditie wordt afgebroken en de terugkeer wordt aangevangen. Aanhoudende koorts of ernstig ongeval is een mogelijk noodgeval.
    Vooreerst wordt de benzine ingeschat, aangekocht en geladen. Daarna gaan er zoveel mogelijk isomo-bakken mee, volgeladen met blokken ijs. Zelfs in evenaarsgebieden kan men ijs een veertiental dagen behouden. Dat zullen dan de laatste restanten zijn van de bij de start volgeladen bakken. Het ijs wordt steeds zorgvuldig afgesloten. Kleine stukken zullen uit de voorraadbakken gekapt worden en koelen de drank, het voedsel en de vis in wat wij koelkast heten.
    Vervolgens wordt het voedsel aan boord gebracht. Dit bestaat hoofdzakelijk uit rijst, bonen, spagetti en vlees. Blikken worden zo weinig mogelijk meegenomen vanwege het gewicht. Brood, eieren, fruit en verse groenten worden ook meegenomen en worden vooral gedurende de eerste dagen genuttigd. Deze produkten hebben immers een beperkte houdbaarheid. Wat de drank betreft: enkele brikken melk ( gesloten moeten die niet gekoeld worden ), enkele flessen frisdrank en ook enige blikken bier. Hoofdzakelijk wordt er poeder in fruitsmaak meegenomen. Hieraan zal later water uit de bronnetjes gevoegd worden. Gekoeld is dit een verfrissing!!!
    Dan komt de bagage aan boord. Alles wordt geminimaliseerd. Onderweg wordt er gewassen. Niet te vergeten natuurlijk: de hangmatten, zeilen, koorden en muskietennetten. Het visgerief moet er ook bij zijn.
    Junglemessen, sleutels en reserveonderdelen voor de motor en laat ons niet vergeten: snoep en klein speelgoed voor de indianenkinderen. Soms wordt er ook nog een fles genever aan toegevoegd. Deze is dan voor strenge indianenhoofdmannen. Deze fles(sen) wordt zonder meedeweten van de gidsen meegenomen. De meesten zijn daar zo verslaafd aan dat ze er niet aan kunnen weerstaan. Ze zijn dan onhandelbaar en de fles gaat in de ronde tot ze leeg is.
    Voilà, we kunnen vertrekken.
    Oh ja, de Care Plus producten niet vergeten. Die hebben mij al dikwijls hun nut bewezen.


    24-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Buiten de piranhas, andere gevaren in de rivier.

    De staartrog.
    De staartrog (arraia genoemd) is een platte vis met staart zoals die men ook aantreft in de zee. In deze staart zit een puntig hoornig mes, ongeveer 5 à 6 cm lang. Het mes is aan beide zijden voorzien van kleine weerhaken zodat de wonde bij het uittrekken van het mes fel vergroot wordt. Het risico van ontsteking in diepe wonde is reëel. Denk aan tetanos.
    Er worden  staartroggen gevangen met twee (zelf gezien) en  zelfs drie messen in de staart.
    Verder is de staartrog waardeloos wat voedsel betreft en wordt hij teruggezet. Vooral oppassen in ondiep water met slijkerige bodem; daar verblijft hij meestal.

    De sidderaal.
    De sidderaal is eveneens waardeloos als het op eten aankomt. Men vangt hem regelmatig zoals een paling. Het is gekend dat hij een elektrische schok kan veroorzaken. De eerste die de sidderaal beschreef was Alexander Von Humboldt (1769-1859). Een interessant verhaal. Hij was bij de Amazone-indianen op bezoek, toen deze hem vertelden over de gevaren van de sidderaal. Von Humboldt geloofde hen niet en beloofde zijn beste wapen te ruilen voor het bewijs van het bestaan van de sidderaal. Daarop joegen de indianen een groep paarden in een poel waarin sidderalen waren waargenomen. Von Humboldt geloofde zijn ogen niet. De paarden sloegen op hol en enkele kropen op hun knieën uit de poel om niet te verdrinken. Hij verloor zijn weddingschap en was de eerste om dit merkwaardig dier te beschrijven.
    De sidderaal is in sommige rivieren van het Amazonebekken veel aanwezig. Tijdens de meeste van mijn expedities werden sidderalen gevangen en teruggezet.

    De candiru.
    De candiru (soms canaru genoemd) is een zeer klein visje, enkele centimeter groot. Uiterst gevaarlijk bij het naakt zwemmen vermits het de kleine lichaamopeningen binnendringt en er zich vastzet. Het zou enkel in de kliniek kunnen verwijderd worden.
    Persoonlijk heb ik er nog niet mee te maken gehad. Het is wel zo dat bij navraag bij mijn gidsen en bezochte oeverbewoners zij allen het diertje goed kenden. Er zijn trouwens nog aanvaardbare redenen om niet naakt te zwemmen in de rivieren van het Amazonewoud.
    Tijdens mijn laatste expeditie (juni 2006) heb ik voor het eerst de candiru gevangen! En wel op volgende wijze.
    We hadden enkele zogenaamde "wachtlijnen" gehangen aan de overhangende takken. Dit gebeurt bij valavond vermits de piranhas anders onmiddellijk het aas roven. 's Nachts wordt er gekontroleerd. De gehaakte vissen zouden verorberd worden door de piranhas van zodra het dag wordt. Alzo slaagden we er in om enkele lekkere "pintado's" te vangen. Welnu, de kleine candiru is een parasiet en hecht zich op deze gevangen vis omdat die in zijn bewegingen belemmerd is. Bij het binnenhalen van deze pintado, werden ook twee candiru's hiervan het slachtoffer. Het lijken wel kleine aaltjes, 5 à 6 centimeter lang. Daar lag hij dus, de gevreesde candiru van het Amazonebekken!

    De kaaimannen.
    Kaaimannen of alligators komen in groot aantal voor zowel in de Pantanal als in het Amazonebekken. Ook hier zijn verschillende soorten aanwezig. De meest voorkomende is de "zwarte" kaaiman. Het zijn absoluut ongevaarlijke dieren. Ten minste bij het in acht nemen van enkele regels. Weerom is het zo dat de kaaimannen in de Pantanal soms in voedselgebrek komen en dan kunnen ze wel gevaarlijk worden. Ik heb zelf gezien dat een kaaiman uit de poel kwam om een hond die er te dicht passeerde aan te vallen. Kleine kinderen zouden ook alzo kunnen aangevallen worden.
    Wanneer men 's nachts kaaimannen benadert door ze te verblinden met een stroperslicht, moet men oppassen niet al te dicht te komen. Niet omdat ze zouden bijten, wel omdat ze hun staart naast hun lichaam houden en deze kunnen uitzwiepen. Moest zo'n staart onder uw kin terecht komen, kan u aan de terugtocht beginnen op zoek naar een tandheelkundige.
    Kaaimannen zijn de natuurlijke vijand van de piranhas. Ze vinden dat een lekkernij. In een gevecht met de anaconda of reuzewurgslang trekt de kaaiman wel aan het kortste einde; tenminste wanneer de anaconda de agressor is.

    De Anaconda.
    Zowel in de Pantanal als in het Amazonebekken voorkomend. De anaconda is ontegensprekelijk het sterkste dier in het oerwoud. Deze wurgslang kan tot meer dan tien meter lang worden en is een monster in het water. Kaaimannen, capibaras, alles wat zwemt is zij de baas. Er is in het water geen ontsnappen aan wanneer het menens is. Dit wil zeggen dat anacondas niet altijd aanvallend zijn, integendeel zelfs. Wanneer men ze zacht behandelt, kan men ze zelfs als huisdier houden. Als het menens is, zal men meestal het onderspit delven. Mijn eigen ervaring: de junglebewoners die ik bezoek hebben er allemaal een geweldige angst voor. Zelf heb ik er enkele ontmoet waarbij één zeer grote ( 8 meter) en op minder dan één meter afstand. Met één grote plens in het water was ze verdwenen. De anaconda verkiest moerasstreken.


     

     

     

     

     


    25-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De waarheid over de Piranhas.

    De Piranhas.
    Piranhas vinden we in alle rivieren van het Amazonebekken en in bijna alle rivieren van de Pantanal. Gelukkig zijn er nog enkele rivieren in de Pantanal en omgeving waar deze bloeddorstige vissen niet aanwezig zijn.
    Vele verhalen doen de ronde en vooral de film met deze vissen in de hoofdrol geeft een verkeerd beeld weer. Ik heb met deze vissen veel te maken gehad en zal daarom hier de volledige waarheid weergeven.
    Er zijn verscheidene soorten onder de piranhas. De gevaarlijkste is de "rode" piranha uit de Pantanalstreek. Deze is eerder klein van stuk maar kan geweldig te keer gaan. Het liefst verblijft hij in ondiep stilstaand water door de zon ontdaan van alle zuurstof. Deze stilstaande wateren zijn in feite min of meer grote meren die ontstaan wanneer het water zich terugtrekt in de bedding van de rivieren. Het droge seizoen is nu begonnen en zal maanden aanhouden. Op het einde van dit droog seizoen hebben de piranhas in die meren alles wat eetbaar is verorberd. Vanaf dan beginnen zij echt levensgevaarlijk te worden. Alles wordt nu onmiddellijk aangevallen; vis, vlees, mens en dier. Ze vertonen een ongelooflijke agressie. Van razernij storten zij zich op hun prooi. Eenmaal de gespannen rust verstoord, blijven de uitgehongerde piranhas ook mekaar aanvallen. De ene bijt in de staart van de andere omdat deze zich op een prooi stortte en bijgevolg niet goed oplette. Zo is een kettingreactie ontstaan die dagen kan duren.
    Mijn ervaring: zeer goed opletten en zich zeker niet begeven in zulke wateren. Stilstaande wateren zijn zowieso te mijden vanwege de vele mogelijke ziektekiemen.
    In de rivieren van het Amazonebekken komt vooral de "zwarte" piranha voor. Deze is veel minder agressief en wordt veel groter. De grootste zwarte piranha die ik al gevangen heb, woog tussen de 1,5 en de 2 kilo. Het zijn wel gevaarlijke heerschappen eenmaal gevangen. Ze stoten een geluid uit dat lijkt op:" Hug, hug". Een stylo wordt gewoonweg doormidden gebeten. Ze bezitten enorm sterke tanden in de beide kaken. De tanden in de onderkaak staan daarenboven naar achteren gericht om de prooi goed vast te houden. Deze kaak is ook enorm ontwikkeld. Zolang deze piranha echter met rust gelaten wordt, zal hij niet aanvallen zolang er maar geen bloed mee gemoeid is. Men kan gerust een verkwikkend bad nemen of zwemmen in de rivier terwijl men weet dat de piranhas op minder dan 30 meter afstand toekijken. Bebloed baden is zeker af te raden en langere tijd doodstil blijven liggen in de rivier is ook gevaarlijk.
    De kleinere piranhas uit de Pantanalstreek worden vooral afgekookt en met groenten gegeten. Niet speciaal lekker en veel graten.
    De grote piranhas uit het Amazonewoud zijn echt lekker, hebben veel vlees en kunnen goed gebakken alsook gefriteerd worden. Ze worden ook voor een goede prijs verkocht in de dorpjes of steden.
    Welk aas gebruikt men om de piranhas te vangen? Als ze aanwezig zijn, heeft men zowel succes met vlees als met vis aan de haak. Een inox onderdraad is nodig want ieder andere kunstoflijn wordt met het grootste gemak geknipt.
    Piranhas zijn een echte kwaal voor de vissers. Ze halen alle aas van de haken en snijden de lijnen stuk. Eenmaal ze weten waar de visser zijn lijnen heeft gehangen, zijn ze er niet meer weg te slaan en is verhuizen over een afstand van tenminste een halve dag noodzakelijk.


    26-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.foto 9: Rusten op een labyrint van plankwortels.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto

    28-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Anekdote 4: Op zoek naar de jaguar.

    Ook ditmaal was ik met José op pad. We voeren de Rio Miranda af richting Passo do Lontra. Wie de Patanal al eens bezocht heeft, zal deze namen zeker kennen.
    José was een ervaren jaguarjager. Ik had hem nochtans telkens gevraagd hiermee op te houden. Hij beloofde het iedere keer. Toen we deze tocht maakten, was hij niet meer op jaguarjacht geweest sinds ons laatste treffen. Het is ook te gevaarlijk geworden, zei hij. De vellen waren nog alleen in Paraguay te verhandelen en hij bezat geen transport. De controle aan de grens was zeer streng. En op mij hoefde hij niet te rekenen; dat had ik hem al duidelijk gemaakt. Voor de kost werkte hij nu op de fazendas; als zelfstandige weliswaar. José kapte waardevolle bomen met toelating van de eigenaar. Hij zaagde de boom ter plaatse in planken en balken. Dit werk deed hij met de kettingzaag!  Deze werden dan verdeeld, de helft was voor José. Hij moest nog wel het vervoer regelen. José kampeerde in het woud en keerde alleen naar huis om zijn mond- en benzinevoorraad aan te vullen. Ongeveer iedere drie weken.
    Op deze tocht zou hij me leiden naar een grot die hij ontdekt had tijdens een jacht op de jaguar. Hij alleen kende deze grot. Viermaal was hij er in afgedaald en tweemaal had hij er een jaguar gedood. De laatste was een kanjer van een roofdier; ongeveer 140kg zwaar.
    Twee dagen werd er gevaren door een prachtige natuur. Het aantal kaaimannen was niet bij te houden. Ook vele capibara’s en enkele herten zagen we op de oever wegvluchten. Hier konden we ook vele toekans, papegaaien en ijsvogels in het vizier krijgen. Om niet te spreken van de Jaburu, Anhuma, Mutum; grote vogels die meestal niet snel wegvliegen.
    De derde dag werd er aangemeerd aan een eiland. Een enorme heuvel, gevormd door grote stenen en rotsen, nam drie vierde van de oppervlakte van het eiland in. De begroeiing op deze heuvel beperkte zich tot een zeldzame boom; een arm dik.
    “We zullen wat moeten klimmen want de spelonk bevindt zich ongeveer halverwege de heuvelrug.”, zei hij. “We beginnen waar aan de voet van de heuvel zich een kleine stenenlawine heeft voorgedaan. Het is duidelijk; we kunnen niet missen.” vertelde hij.
    José ging voor. Ik zag onmiddellijk dat dit de biotoop bij uitstek van de jaguar was. Van aan de rivier tot aan de voet van de heuvel was het woud nogal open. Er groeide vooral de “bakuri”, een dikke lage palmsoort die voor veel lommer zorgt. De vruchten van deze boom zijn een lekkernij voor de pekari’s. Kleine varkens die steeds in groep verblijven en gevaarlijk zijn wanneer ze bejaagd worden. Het vlees van deze pekari’s is van uitstekende kwaliteit zowel voor mens als roofdier.
    Het hoger gelegen eiland met zijn rotsheuvel is een ideale schuilplaats voor de jaguar; vooral in het regenseizoen. Het water overspoelt dan de meeste graaslanden die de Pantanal uitmaken. Wilde varkens, reeën en tapirs zitten dan ook tijdelijk gevangen op dit eiland. Het is uitgestrekt genoeg om al deze dieren van voedsel te voorzien. Hetzelfde lot was ook de jaguar beschoren. Tijdelijk was zijn territorium beperkt.
    We waren er ditmaal tijdens het droge seizoen. De kans dat we de jaguar zouden aantreffen was veel kleiner dan tijdens het regenseizoen.
    José had het beginpunt van de beklimming vlug gevonden. Regelmatig bracht hij nog enkele merktekens aan op de bomen die zich op onze weg bevonden. Dat was altijd nuttig, zei hij en tegelijk kon hij zijn junglemes nog eens gebruiken..
    De beklimming  viel tegen. Het was niet steil maar de vele stenen en rotsen vormden serieuze obstakels. Men kon zich ook niet optrekken want de weinige bomen stonden toevallig nooit op de gevolgde route.
    We bereikten de spelonk ongeveer halverwege de heuvel. Ik schatte de opening op ongeveer een vierkante meter en de diepte op een tweetal meter. José vroeg om eerst af te dalen en even rond te kijken kwestie van veiligheid. Vervolgens zou hij mij helpen.
    Zoals verwacht was de jaguar dit keer niet aanwezig. Ik daalde ook af en onmiddellijk rook ik de gekende kattengeur. De jonge jaguars blijven lange tijd in dit hol, volgens José. Inderdaad, een ideale plaats om voor het nageslacht te zorgen. Na de diepe opening ging de spelonk over in een grote ruimte. We moesten ons flink bukken om deze hal te betreden. Enkele dikke knoken, op het eerste gezicht van een rund, waren het bekijken waard tijdens de verkenning van dit hol.
    Enigszins teleurgesteld (misschien opgelucht) keerden we op onze passen terug en klauterden we letterlijk uit de spelonk.
    Het afdalen van de heuvel over de rotsmassa was veel moeilijker dan verwacht. Het was telkens een huzarenstuk een vastliggende steen of rots te vinden om het evenwicht niet te verliezen.
     Tot datgene gebeurde wat gevreesd werd. Ik verloor het evenwicht en begon sneller af te dalen dan ik eigenlijk wenste. Ik moest kost wat kost afremmen, zoniet zou mijn ren in een val eindigen. Gelukkig struikelde ik langs één van die zeldzame bomen die de heuvel sierden. Zonder nadenken sloeg ik er mijn hand rond om alzo de val te vermijden.
    Ai! Dit had ik beter niet gedaan. De stam was bezet met kleine vlijmscherpe stekels die mijn hand doorboorden. Ik hield de boom stevig vast en dit was de oorzaak dat de puntige naalden diep in mijn hand doordrongen. Het bloedde hevig en de pijn was ook de moeite. Diepe wonden! Ik dacht onmiddellijk aan de tetanos-inenting. Goed ontsmetten was nu belangrijk. Een ontsteking van de hand in deze afgelegen streek moest zeker vermeden worden.
    Gelukkig bleef alles bij die pijn en kwamen de Care Plus producten goed van pas.
    De onvergelijkbare fauna en flora van de Pantanal was hèt (genees)middel bij uitstek om eventueel nog ergere pijn te harden.


    29-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zijn er gevaarlijke dieren in het woud?

    De wilde dieren in het Amazonewoud zijn alle ongevaarlijk in zoverre men ze met rust laat. Het is zeker niet zo dat in iedere boom een slang hangt en achter elke stam een jaguar zit te kijken. Al deze dieren zijn gelukkig nog voldoende aanwezig maar het Amazonewoud is zo immens groot en de dieren zijn zo schuw dat men veel geluk moet hebben om ze te kunnen bewonderen. Gelukkig is de rivier de uitgelezen plaats waar de meeste wilde dieren regelmatig komen drinken en baden. Steeds vooruitkijken met de verrekijker in aanslag is de beste methode om een glimp op te vangen van één of ander dier. Ook zetten we regelmatig de motor af en laten we ons meedrijven in de stroming om toch zo weinig mogelijk geluid te maken.
    Welke dieren kan men zien en met welke regelmaat?
    1) De apen.
    Apen ziet men regelmatig langs de oever. Vooral dan de bekende brulapen. Deze apen zijn echte vegetariërs. Ze zijn verlekkerd op de vele bloesems en jonge bladeren. Na het verorberen van hun maal liggen ze uren te slapen. Hun spijsvertering is net zoals de onze niet voorzien om zoveel cellulose te verteren. Ze hebben daar veel tijd voor nodig. Hun uitwerpselen zijn dan ook zo sterk in geur dat men al wandelend in de jungle hun aanwezigheid gemakkelijk kan waarnemen. Zeer impressionant is hun gebrul 's morgens. Precies alsof er een orkaan over het woud raast of op komst is. Bij onwetendheid, schrikt men wel op.
    Buiten de brulapen komen nog vele soorten apen en aapjes voor langs de rivier. Vermits ze in tegenstelling tot de vogels steeds in het lover van de bomen vertoeven, zijn ze niet gemakkelijk in het vizier te krijgen. De beste methode is te kijken naar onregelmatige en bruske beweging van de takken. Dit wordt meestal veroorzaakt door het springen van de apen.
    Apen vluchten niet en eenmaal opgemerkt kan men er langere tijd van genieten en ze zelfs zeer dicht benaderen. Soms wel tot in het woud, als men tenminste de oeverdam van 6 à 7 meter kan overwinnen.
    Conclusie: Apen zijn regelmatig te bewonderen en behoren tot één van de spektakels van de expeditie.

    2) De pekari's
    Pekari's zijn kleine wilde varkentjes die altijd in groep verblijven. Er zijn groepen gesignaleerd van meer dan 120 stuks. Ik heb met eigen ogen gezien hoe zo'n bende varkens in een maisplantage iedere nacht ongeveer één hectare verwoestte. Dit was natuurlijk niet in het Amazonewoud, doch het toont aan hoe schadelijk deze varkens kunnen zijn. In het Amazonewoud kunnen zij geen schade aanrichten. Ze staan hoog op het menu van de gevlekte jaguar. Het vlees van de pekari's is een delicatesse. Jagen op deze varkens is echter niet zonder gevaar. Deze dieren worden bejaagd met behulp van kleine hondjes die al blaffend het spoor van de bende varkens volgt. Het duurt echter niet lang of de varkens gaan zich tegen de hondjes richten en vormen daartoe een halve circel om ze alzo in te sluiten en vervolgens af te maken. De hondjes zelf zijn zo afgericht dat ze tijdig terugkeren naar de jagers. Alzo worden deze dan samen met de hondjes omsingeld. De helpers nemen vervolgens de hondjes onder de arm en evenals de jagers zoeken ze vlug hun heil op ongeveer één meter hoogte (boomtak, rots...). Dit is een plaats die onbereikbaar is voor de razende varkens. Hun nekharen komen rechtop en het geknars van hun tanden is ver te horen. Ze blijven in de omgeving ronddraaien en zijn bijgevolg een gemakkelijk doel voor de jagers. Kan men zich niet verhoogd opstellen, dan heeft men een groot probleem. De tanden van de pekari's zijn zeer scherp. Ze bijten niet doch rijten met hun tanden alles open waarmee ze in aanraking komen. Het zijn uiterst gevaarlijke dieren als ze bejaagd worden.
    Worden ze niet bejaagd, dan zullen ze altijd op de vlucht slaan ongeacht hoe groot de bende is. Slijkpoelen waar de pekari's een bad nemen zijn zeker niet moeilijk te vinden in de jungle.

    3) De katachtigen.
    Het meest tot de verbeelding sprekende dier van het Amazonewoud is zeker de jaguar. Men onderscheidt verschillende families. De gekendste is de gevlekte jaguar, "onça pintada" genoemd. Deze jaguar komt nog veel voor maar is één van de schuwste dieren uit de jungle. Bijna op iedere tocht worden verse sporen opgemerkt. Soms hoort men hem ook huilen. De jaguar wordt nog veel bejaagd. Er is geen ander dier dat zo gemakkelijk kan bejaagd en gedood worden als de jaguar. Men heeft alleen een hond nodig die opgeleid is en geen angst heeft van de kat. De meeste honden zijn echter zo bang voor de jaguar dat ze bij het horen van zijn gehuil eenvoudigweg in de armen springen van de begeleider.
    Een goed opgeleide hond gaat echter met veel goesting en geblaf het spoor van de jaguar achterna. De jager tracht al lopend de achterstand zo klein mogelijk te houden. Na een korte vlucht vindt de jaguar het genoeg en tracht hij de hond uit te schakelen. Hiervan profiteert de jager om erbij te komen en het dier vanop korte afstand af te maken. De jager loopt hierbij weinig gevaar omdat de jaguar al zijn aandacht gevestigd heeft op de blaffende hond. Zelfs al bevindt de jaguar zich in een boom, dan kan het geweer als het ware tegen zijn hoofd gehouden worden.
    Een bewijs dat het doden van een jaguar niet moeilijk is, volgt uit volgend verhaal. Tot niet lang geleden joeg men op de jaguar "à la zagaia". Men bevestigde een vlijmscherpe dolk aan het uiteinde van een bamboestok. De dolk moest aan beide zijden snijden. Men ging achter de jaguar aan met honden tot hij in een boom zijn toevlucht zocht. De jager daagde vervolgens de jaguar uit tot deze toesprong. Dit zou zijn laatste sprong worden vermits de jager tijdens de sprong de dolk in de borst van het dier plantte en hem vervolgens afmaakte.
    Er worden de dag van vandaag nog vele jaguars gedood. Premiejagers ontvangen van de benadeelde grootgrondbezitters een flinke beloning meestal onder de vorm van enkele koeien in ruil voor een jaguar. Vroeger werden ook de vellen voor veel geld verhandeld. De straffen hierop zijn nu echter zo zwaar dat deze handel zo goed als verdwenen is.
    Familie van de gevlekte jaguar is de zwarte jaguar. Het is een kleurmutatie. Bij de zwarte jaguar kan men het gevlekte patroon goed opmerken in de zwarte vacht.
    Er bestaat ook een zogenaamde "bruine" jaguar, "onça parda" genoemd. In feite is dit de poema; goed herkenbaar aan zijn veel kleinere kop. Deze katachtige is veel wreder dan de gewone jaguar en ook veel moeilijker te bejagen. Hij gaat veel langer op de loop en het boven beschreven scenario is hier niet van toepassing. De poema is bijlange niet zo frequent aanwezig als de gevlekte jaguar.
    Ten slotte is er nog de "jaguaterica", de bekende ocelot. Bekend is deze kleine kat (maximum 25kg tegen 140kg voor de jaguar) zeker. Spijtig is echter dat de ocelot met uitsterven bedreigd is. Het dier heeft dezelfde tekening als de gevlekte jaguar. Het vormt geen enkel gevaar noch voor de mens noch voor de andere dieren. De waarde van de vellen hebben er echter voor gezorgd dat de ocelot vandaag de dag met uitsterven bedreigd is.


    02-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Anekddote 6: Waarom Nivaldo zo erg beefde.

    Ik heb er steeds van gehouden om indianen te bezoeken. Het is echter niet zo eenvoudig als het wel lijkt. Overal waar ik kwam, nam ik contact op met mensen die indianen kenden. De meeste Brazilianen houden niet van de indianen. Zij beschouwen de indianen als minderwaardig en bevoordeeld door de regering.

    De FUNAI (fundaçao national dos indios) is het overheidsorgaan dat voor de indianen zorgt. Alzo bekomen de indianen alle medische assistentie, krijgen zij boten en brandstof, is er ondericht voor hun kinderen en zo meer.

    Dat is allemaal prima zonder twijfel.

    Soms bezoek ik ook Brazilianen die aan de rand van het indianenreservaat wonen. Zij vertellen me dan dat ze van ’s morgens tot ’s avonds moeten werken om te kunnen overleven in armtierige omstandigheden, zonder medische hulp noch scholen voor hun kinderen. Ze vragen me dan waar de rechtvaardigheid te zoeken valt. Ik heb het daar telkens moeilijk mee. Temeer omdat ik met deze Brazilianen gemakkelijk vriendschap smeed; iets wat met de indianen quasi onmogelijk is. Voor de indianen ben je en blijf je iemand die altijd maar geeft.

    De “vriendschap” is gebaseerd op het ruilen van voorwerpen. Het is ook moeilijk om iets te weigeren aan de indianen. Ze worden dan onmiddellijk boos. Dit is ook de ondergang geweest van kolonel Fawcett toen die in 1925 met zijn zoon en een vriend de Mato Grosso doortrok op zoek naar het “Eldorado”. Hij kende de gevaren van de jungle maar onderschatte de indianen. Hij trok door de streek van de gevreesde Xavantes. Onvermijdelijk was er een contact. Fawcett kon hun toestemming en tijdelijke hulp bekomen door enkele meegebrachte wapens te leveren. Kort daarop zagen de indianen de werking van het kompas en vroegen er meer over. Hierop maakte Fawcett een cruciale fout en schreef de werking van het kompas toe aan bovennatuurlijke krachten die hem hielpen door de jungle te trekken. De indianen waren er zo door geïntrigeerd dat ze het kompas wel wilden. Fawcett kon dit niet afstaan en moest weigeren. Enkele dagen later werden de drie verrast in hun kamp en vermoord. Het is nooit bewezen dat de Xavantes de daders waren. In de brief echter die Fawcett met de laatste indiaangids had weggezonden naar de bewoonde wereld, stond duidelijk dat hij en zijn metgezellen het moeilijk hadden met de insectenaanvallen en dat ze bij de Xavantes het oneens waren wat zijn kompas betrof. Hij wenste snel verder te trekken. 

    De expedities die nadien ondernomen werden om de dood van Fawcett en zijn gezellen op te helderen, hebben nooit een duidelijk antwoord gegeven. Het geval met het kompas blijft het meest logische.

    Welnu, het waren deze Xavantes die ik op één van mijn tochten zou bezoeken. Tot 1952 weigerden zij ieder contact met de blanken en zij deinsden er zelfs niet voor terug om een functionaris van de Funai en een pater om te brengen.

    De Xavantes, die ik bezocht, werden geholpen door een congregatie van Dom Bosco. Via via kreeg ik toelating om op de missie te verblijven en alzo de Xavantes te kunnen bezoeken.

    Ik was vergezeld door Ludwig, een man uit Izegem. Hij was boswachter in de Belgische Ardennen en wilde me graag vergezellen op die tocht.

    Het bezoek aan de Xavantes verliep bijzonder goed. Er werd aan ruilhandel gedaan en hoofdman Pedro leidde ons tot in de uithoeken van het reservaat. Prachtige trektochten.

    De man, die verantwoordelijk was voor het vee van de missie, heette Nivaldo. Ik schatte hem half in de dertig. We aten samen met het personeel van de missie en Nivaldo was ook steeds aanwezig. Toen ik hem vertelde dat we natuurliefhebbers waren, nodigde hij ons uit om ’s avonds de kaaimannen en capibara’s te gaan bekijken in een poel dichtbij zijn huis. Dat konden we natuurlijk niet afslaan.

    Met de jeep van de missie haalde hij ons op. Herhaaldelijk hoefde hij de poorten van de weilanden te openen. Dat kende ik al van op de fazenda van mijn vriend. Eigenaardig genoeg had hij hiervoor telkens een sleutel nodig. Dat was niet normaal. Toen ik hem vroeg wat de reden hiervoor was, zei hij dat de indianen specialisten waren in het stelen van vee. Daarom werden de poorten met sloten vergrendeld. Dit terwijl de indianen een reservaat van 250.000 hectaren ter beschikking hadden! Vroeger hadden de indianen ook een veestapel, zei hij, maar er werd teveel over geruzied en niemand had er controle over.

    Nivaldo woonde met zijn vrouw in een klein maar mooi huisje ver van de missie. Zijn vrouw vertrouwde me toe dat zij er eenzaam was en liever iets dichter bij de bewoonde wereld zou willen wonen. De kinderen, enkele knapen van 12 en 14 jaar, woonden bij haar ouders in het nabijgelegen dorp. Daar gingen ze naar school. Bij iedere vrije tijd echter kwamen zij naar huis want ze hielden van de natuur en het vee. Nivaldo was er terecht fier op en rekende al op hun constante hulp.

    Die avond waren de kinderen niet thuis. De vrouw praatte graag en profiteerde van onze aanwezigheid.

    Rond tien uur vertrokken we met de jeep. We reden naar een poel die gevormd was door een kleine betonnen stuwdam. Het was een drinkplaats voor het vee. Tegelijk werd de overloop gecentreerd in een buis en deze spuwde het water op een waterrad. Dit waterrad dreef op haar beurt een pomp aan die drinkbaar water leverde voor de woning van Nivaldo. Alles werkte uitstekend.

    De kaaimannen en capibara’s waarvan Nivaldo sprak, waren nergens te bespeuren. Was het nog te vroeg in de avond? Waren ze gevlucht door onze aanwezigheid? “Niets van dat alles”, zei Nivaldo, “ Er zijn er nooit veel geweest maar telkens ik hier kwam op dit uur, zag ik er; zowel kaaimannen als capibara’s”. We zagen ook geen sporen in het zand op de oevers.

    Ontgoocheld leidde Nivaldo ons naar de stuwdam op mijn vraag om het pompsysteem eens te bekijken. Beroepsmisvorming van een ingenieur.

    We liepen over de betonnen balk die als stuw diende.

    Toen gebeurde er iets. Nivaldo begon met zijn lamp hevig te trillen. Dit was het teken dat er iets te zien was. Bij stroperstochten ’s nachts wordt er nooit gesproken. Dit zou de dieren zeker verjagen. Daarom was trillen met de lamp het sein dat er moest gekeken worden.

    En ja hoor! Op nog geen meter afstand lag een grote anaconda uitgestrekt tegen de betonnen wand in het water. Manlief, wat een kanjer! En waar is de kop? Ik wilde die zien want ik wist dat die voorzien is van enkele sprietjes, precies antennetjes. Prachtig. Ik schatte de lengte op ongeveer vijf tot zes meter. Toen ik de kop van nabij bekeek, op minder dan halve meter afstand, trok Nivaldo me bij de schouder. “ Te gevaarlijk”, zei hij. “Dit is het sterkste dier in de jungle, zelfs een stier verliest van zulke slang wanneer die aangevallen wordt bij het drinken.”  Een enorme plens spatte op en de slang was verdwenen. We stonden daar precies alsof we gedroomd hadden.

    Het viel me op dat Nivaldo nog steeds stond te trillen op zijn benen. Hij leek erg aangedaan. En dat voor een man van de natuur die zo vertrouwd  was met de gevaren van het oerwoud.

    Ik vroeg hem wat er scheelde. Ik zei hem dat ik het abnormaal vond dat hij nog steeds zo stond te beven. Hij kon bijna niet gaan.

    “ Man”, zei hij, “Mijn bengels hebben hier verleden week nog lange tijd gezwommen!”

    Nu wist ik genoeg. Zwemmen in deze vijver in de aanwezigheid van zo’n monster! Geen enkele kans heb je hiertegen. Dan mag vaderlief nog met zijn jachtgeweer in aanslag staan.

    De aanwezigheid van deze anaconda was ook de reden dat we geen kaaimannen of capibara’s in het vizier kregen. Dat was de uitleg van Nivaldo althans. Ik betwijfelde dit omdat volgens mij de anaconda wel kaaimannen en capibara’s lust, maar niet in een dergelijk aantal.

    Op mijn vraag of hij deze anaconda wel zou krijgen, antwoordde hij :"Ik hou van de natuur en laat ze haar gang gaan."

    Enkele typische trekjes in zijn gezicht lieten verstaan dat het wel anders zou uitdraaien.

    Op één van mijn volgende tochten ga ik opnieuw op bezoek bij Nivaldo.


    08-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bange dieren in de jungle: tapirs en capibaras.

    1) De tapirs.
    De tapir is een dik rund. Hij is niet groot en kenmerkend is zijn verlengde bovenlip.
    Tapirs houden zeer veel van water. Baden in de rivier en vooral slijkbaden op de oevers zijn de geliefde bezigheden. Ze zijn echter zeer schichtig. Bij de minste onraad vluchten ze het woud in. Alhoewel het vlees meestal taai is, werden zij vroeger toch veel bejaagd. Vooral de loerjacht 's nachts werd veel toegepast door de indianen en rubbertappers. Men zocht naar een baadplaats op de oever en bevestigde enkele horizontale takken in een nabijgelegen boom. Deze takken deden dienst als zitplaats voor de jager. Hij wachtte het dier op tot het kwam baden.
    De tapir is een vegetariër. Wanneer de rivier echter haar laagste waterstand bereikt, komen er, zoals hoger reeds aangehaald, bepaalde kleilagen vrij die vooral begeerd worden door de krombekken zoals ara's, papegaaien en parkieten. De tapirs houden daar ook van en likken voluit aan deze kleilagen. Deze klei bevat allerlei mineralen nuttig voor alle dieren uit het woud. Misschien ook voor de mens??
    Tapirs zijn niet zeldzaam.

    2) De capibaras.
    Capibaras zijn de grootste knaagdieren ter wereld. Ze worden in het portugees "capivaras" genoemd. Komen veel voor; zowel in de Pantanal als in het Amazonewoud. Zij zijn de lievelingsprooi van de jaguar. Volledig ongevaarlijk.
    Bij het kamperen met een tent op de oever moet men op het volgende letten. Plaats de tent nooit op het zogenaamde "wildpad" naar de rivier. Dit pad is duidelijk herkenbaar als men opmerkzaam wil zijn. Dit is de weg die de capibaras volgen richting rivier. Ook wanneer zij op de vlucht zijn voor de jagende jaguar. 's Nachts zullen zij bijgevolg uw tent niet kunnen vermijden met alle gevolgen vandien. Capibara en jaguar op bezoek 's nachts is van het goede teveel!!


    09-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Welke vogels worden meestal waargenomen?

    Worden veel waargenomen.

    Rode en gele ara's. Prachtige vogels meestal in koppel vliegend. Soms ziet men ze met drie samen. Dit betekent dat het jong nog bij de ouders verblijft. Ara's koppelen voor het leven. In de vlucht en op afstand zijn ze goed te herkennen aan hun lange staart. Ze vinden dat de mens niet thuis hoort in het Amazonewoud en krijsen er op los dat horen en zien vergaat. Ze krijsen enkel wanneer ze in een boom hun toevlucht hebben gezocht. Ook bij het opvliegen laten zij hun stem horen. Doch eenmaal goed in de vlucht brengen zij geen geluid meer voort.
    Ara's houden vooral van kokosvruchten. De schaal van deze kleine kokosvruchten zijn bikkelhard. De ara's slagen er weliswaar in deze te verbrijzelen.
    De ara's zijn zeer begeerd door de indianen vanwege hun mooie pluimen.

    De ijsvogels zijn regelmatig te bewonderen. Deze vogels,"martim pescador" genoemd zijn meestal veel groter dan het ijsvogeltje dat in onze streken leeft. De ijsvogels hebben de heerlijke gewoonte dat ze de boot gedurende langere tijd volgen. Daartoe vliegen zij steeds langs de oeverstruiken een kleine afstand voor de boot. Dit herhaalt hij van zodra de boot opnieuw nadert. Van zodra hij echter het territorium van een collega-ijsvogel betreedt, keert hij terug met een grote bocht over de rivier.
     Prachtige vogels die zich goed laten bewonderen.

    Reigers, slangehalsvogels en aalscholvers kan men iedere dag zien en men heeft geen verrekijker nodig.

    Eenden en boskalkoenen blijven ter plaatse tot op schotafstand. Ze kennen de gevaren van de mens niet. Indianen en sommige rubbertappers maken hiervan gebruik om hun dagelijkse portie vlees aan te vullen. Een slechte gewoonte natuurlijk maar wie zal hen dit afleren? Ik moet wel toegeven dat het vlees van deze vogels zeer lekker is.

    Roofvogels ziet men ook regelmatig. Statig zitten ze in de toppen van de hoogste bomen. Ze wachten geduldig op een mogelijke prooi.

    Parkieten en papegaaien vormen altijd een kleurrijk spektakel. De parkieten vliegen steeds in groep. Hun gekwetter verraad de aanwezigheid. Ze vallen niet op vanwege hun schutkleur op de rug. Het is onbegonnen werk om ze allen te beschrijven. In ieder geval zijn ze allen zeer kleurrijk met groen als basiskleur.
    De papegaaien vliegen meestal in koppel. Ze zijn gemakkelijk te herkennen, ook op afstand. Ze slaan zeer snel met de vleugels en zijn erg gedrongen vogels. Ze behoren allen tot de "amazonepapegaaien" met de blauwvoorhoofdamazone als meest voorkomende. De slaapplaatsen van de papegaaien zijn altijd langs de oever. Dagelijks komen er vele honderden tot duizenden papegaaien tegen het vallen van de duisternis samen. 's Morgens vliegen ze terug naar hun voederplaats. Het opvliegen gebeurt onder hels gekrijs. Spektakel alom.

    Worden regelmatig doch iets minder waargenomen.

    Het verhaal over de kolibries.
    Er zijn meer dan honderd soorten kolibries. Het zijn de kleinste vogeltjes in de natuur. Zeer kleurrijk, met rechte of kromme snavel. Ze wegen slechts enkele grammen. Hun hartslag is zeer hoog en daardoor kunnen zij hun vleugeltjes zo snel bewegen dat zij de enige vogels zijn die kunnen achterwaarts vliegen. Het volgende is zeer opmerkzaam. De kolibries voeden zich met de nektar van bloemen. Dat is algemeen geweten. Minder bekend is dat de kolibries vooral aangetrokken voelen door RODE bloemen. Dit heb ik aan de lijve kunnen ondervinden. Op een mooie dag lag ik te rusten in mijn hangmat. Deze hangmat was opgehangen aan een boom met een roodkleurige koord, type wasdraad. Welnu, regelmatig kwam een kolibrie aan de rode koord voelen of dit geen nektar vrijgaf. Een belevenis. Het gaf me de gelegenheid deze kolibrie mooi op foto te zetten; iets wat in de natuur onbegonnen werk is. Opmerking: hoog in het Amazonewoud bevinden zich de epifieten (planten die leven op de takken en in de oksels van de takken zonder de boom nadeel te berokkenen zoals de parasieten). Eén van de bekendste epifiet is de bromelia. Deze mooie plant heeft een bloem in het hart van de plant. Waarom is de kleur van deze bloem rood? Antwoord, zie hoger.
    Ik heb het geluk gehad om eens eitjes van de kolibrie te kunnen bekijken. Een erwt groot.

    Alles over de toekans.
    Weerom hetzelfde: er zijn vele soorten toekans.
    Deze vogels zijn goed bekend omwille van hun grote bek. De mooiste toekans vindt men in de Pantanalstreek. Rood-zwart als hoodfkleuren en een mooie glanzende bek. In het Amazonewoud ziet men zowel grotere als kleinere toekans dan in de Pantanal.
    De toekan is heel goed te onderscheiden tijdens de vlucht. Hij vliegt en laat zich vervolgens even zweven. Het is alsof het gewicht van de bek hem tijdens de zweefvlucht onderuit haalt en hij daarom weerom moet gas geven om de dalende vlucht te herstellen.
    De toekan wordt niet door iedereen gewaardeerd in het Amazonewoud en zeker niet in de omgeving. Hij lust niet alleen vruchten maar rooft ook jonge vogels uit hun nest. Het geluid dat zij voortbrengen is precies een hol getok.

    Het verhaal van de hoatzin (Opisthocomus hoazin).
    De hoatzin is één van de meest merkwaardige dieren uit het Amazonewoud. Het is nog een vogel ook; één heel speciale!
    De hoatzin eet bijna alleen bladeren en dan is alles gezegd. Vermits dit bladgroen weinig voedingsstoffen bevat, moet hij er een groter volume van opnemen. Dat maakt dat zijn krop sterk ontwikkeld is maar dit komt ten koste van de borstspieren. Deze borstspieren zijn nodig voor het goed kunnen vliegen bij de vogels. De hoatzin kan bijgevolg bijna niet vliegen. Hij heeft ook moeilijkheden om al deze cellulose te verteren. Daarom vertoeft hij de ganse dag met een volle maag (dikke buik). Ja, hij kruipt als het ware van tak tot tak. Als hij toch opschrikt, vliegt hij amper enkele meter ver en kiest terug een struik om uit te rusten. Het is logisch dat de hoatzin vanwege de sterke geur van zijn uitwerpselen (door de fermentatie van het groen) een gemakkelijke prooi is voor predatoren. Hij heeft daar ook iets op gevonden. Het nest bouwt hij in een overhangende struik op de oever. Juist boven het water. Als de jongen "vlug" genoeg zijn, laten deze zich bij gevaar gewoon in het water vallen. Alzo slagen zij er in aan de agressor te ontsnappen. Tenminste als de piranhas niet op de loer liggen. De hoatzin jongeren slagen er wonderwel in terug in de struik te klimmen eenmaal het gevaar geweken is. Op mijn vraag of de hoatzin lekker in de pot is; komt het antwoord dat er beters is. Voor mij hoeven ze hem in ieder geval niet klaar te maken. In het portugees noemen ze hem "cigana" wat letterlijk vertaald "zigeuner" betekent. Goed gezien.

    De zwarte Hokko (Crax Alector)
    Een prachtige vogel; "mutum" genoemd in het Braziliaanse Portugees.
    Een soort boskalkoen, zeer gegeerd door de jagers, stropers en vissers vanwege zijn lekker vlees.
    De zwarte hokko vertoont zich meestal in koppel op de oever en is niet schichtig. Hij is goed te benaderen tot op schotafstand en is bijgevolg een  gemakkelijke prooi.

    Worden bijna nooit waargenomen, doch veel gehoord.

    Zowel overdag als 's nachts wordt gefluit of geroep van vogels waargenomen in het Amazonewoud. Merendeels is dit een verwittigingssignaal voor de andere dieren in het woud. Er bevinden zich indringers in onze omgeving. Dat is de boodschap die de meeste vogels willen doorzenden in de jungle. Het zou me te ver leiden om deze vogels te beschrijven. In alle eerlijkheid geef ik toe dat ik hierover niet de nodige kennis beschik.
    Er is wel één vogeltje dat zo een mooie en heldere roep voortbreng dat ik al alles geprobeerd heb om hem in het vizier te krijgen. Helaas! Ik ben er nog steeds niet in gelukt al weet en hoor ik telkens dat hij zich op korte afstand bevindt. Mijn vrienden woudlopers hadden mij reeds hierover ingelicht. Volgens hen zou het heel moeilijk zijn om deze kleine zanger te kunnen onderscheiden in het groene lover van de bomen. Zij vertelden me dat het om een klein groen vogeltje gaat. Ik beloofde hen reeds geschenken opdat ze me deze vogel zouden aanwijzen. Totnogtoe zonder resultaat. De volgende tocht misschien?
    Ik heb hem ook op mijn laatste expeditie (juni 2006) meerdere keren gehoord. Uiteindelijk ken ik zijn naam: grijskop-klauwiervireo, in 't latijn: vireolanius leucotis. Een foto, genomen vanuit een uitkijktoren, zal op deze site geplaatst worden. Alleen al omdat het onmogelijk is hem in het bladerendek te onderscheiden.
    Een tweede vogel die me tijdens de laatste expeditie met bewondering liet, is de trompetvogel. Het duurde wel eventjes vooraleer ik aan zijn naam kwam omdat ik de vogel alleen maar hoorde. En dan nog 's nachts! Een wondermooi koor dat een soort ballade brengt in verschillende zachte tonen. Van slapen is dan geen sprake. Door de beschrijving van mijn vriend-indiaan en het feit dat hij daar "jacami" werd genoemd, kon ik via een nederlands forum de naam achterhalen. Een wonderlijke belevenis diep in de jungle.




    11-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zijn er nog oeverbewoners op die afstand?

    De tijd dat men vanop de oever steeds gevolgd werd door indianen, met blaaspijpen gewapend, is gelukkig voorbij.
    De indianen, die nog niet met de beschaafde wereld in kontakt zijn gekomen, zijn zeer zeldzaam. Ze bestaan nog maar leven zo ver in de jungle dat men weken nodig heeft om ze te bereiken. Het is de laatste jaren ook niet meer de gewoonte om iedere "wilde" indiaan te bekeren. Integendeel! Deze die er nog zijn, worden beschermd tegen ieder kontakt met de moderne wereld.
    Ervaring heeft geleerd dat het nadelig is om de "wilde" indianen in kontakt te brengen met de "blanken". Vooral de overdracht van ziektes, veroorzaakt door virussen, heeft grote verliezen meegebracht onder de indianenbevolking. Deze hadden hiertegen geen antistoffen en het gebeurde meermaals dat tot 95% van de stam stierf bij overdracht van een virusziekte. In de jaren zeventig werd de Transamazonica aangelegd en kontakt met meerdere indianenstammen was onvermijdelijk. De gevolgen waren rampzalig voor de indianen. Een simpele ruil van een zakdoek voor een boog met pijlen, was voldoende om de stam uit te roeien. Men vertelt dat de regering dit allemaal zou gewild hebben om alzo moeilijke indianen uit de weg te ruimen. Ik twijfel hieraan zeer sterk. De regeringen onder de generaals in de jaren zeventig waren niet te vergelijken met de dictatoriale regeringen in de andere landen van Latijns America. Brazilië heeft de indianen altijd zo veel mogelijk beschermd. Bewijs hiervan zijn de resultatan van marechal Rondon, de oprichting van de S.P.I. en later de F.U.N.A.I. Corruptie onder de ambtenaren van deze instellingen is er wel altijd geweest.
    Sociale problemen zijn er ook veel geweest. Een voorbeeld.
    Bij de aanleg van de tweede grootste stuwdam ter wereld op de Tocantins (zijrivier van de Amazone) zouden miljoenen hectaren woud onder water komen te liggen. Enkele indianenstammen zouden hierdoor genoodzaakt zijn te verhuizen. Wereldwijd protest. Zelfs Belgische politici waren toen op de conferentie van Altamira aanwezig om dit protest te steunen. Vraag: moest de aanleg van deze stuwdam geannuleerd worden? Tientallen miljoenen Brazilianen zouden kunnen bevoorraad worden met hernieuwbare elektriciteit in ruil voor de verhuis van enkele tientallen indianen. Laat me nog opmerken dat deze laatsten vroeger allemaal nomaden waren en regelmatig een andere streek opzochten.
    Eén zaak heb ik met eigen ogen kunnen vaststellen. De indianen zijn zeker NIET diegenen die respect hebben voor alles wat leeft in het regenwoud. Zij ontbossen weliswaar niet maar alles wat leeft in het woud wordt door hen genadeloos afgeschoten. Zowel wilde dieren als vogels moeten eraan geloven. Voorbeeld: aap in de braadpan is voor hen een delicatesse!
    Goede raad: wil men vogels en wilde dieren ontmoeten en bekijken, ga dan zo ver mogelijk van een indianenreservaat. Hoe verder, hoe groter de kans op succes.


    12-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Foto 14: Overleg met Xavantes - hoofdman.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Foto 18: Bespied vanop de oever.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Foto 19: Kamp opbreken, 't is tijd om te vetrekken.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto

    13-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Welke vissen zijn de lekkerste?

    Het verhaal van de piranhas, sidderalen en staartroggen werd reeds behandeld. Welke vissen zijn "gewenst" en bijgevolg waardevol om te eten en eventueel te verkopen?
    De belangrijkste soort is de familie van de zogenaamde "leervissen". Zo genoemd omdat hun vel zonder schubben is en zo op leder lijkt.  Ze zijn beter bekend als meervallen. Ook in onze streken werden zij reeds ingevoerd doch ze blijven veel kleiner vanwege het kouder klimaat. Bijzonder lekker is het vlees. Zonder de minste graten en nooit te vet zoals bij de schubvissen wel eens het geval is. Deze meervallen zijn niet zonder gevaar. Bekend zijn hun sporen die bij de grote exemplaren tot echte messen zijn uitgegroeid. Zelf heb ik dit kunnen ondervinden. Toen een eerder kleiner exemplaar in de boot voor mijn voeten lag, wilde ik hem even ter zijde duwen. Mijn voet hiervoor gebruikend zou dit geen probleem mogen betekenen. De meerval besliste er echter anders over. Hij doorboorde mijn bot en verwondde de bovenzijde van mijn voet. Gelukkig was de vervaldatum van mijn ontsmettingsmiddel nog niet verstreken. 
    De meervallen van het Amazonewoud kunnen zeer grote afmetingen bereiken. Exemplaren van meer dan 200kg zijn gemeld. De grootste exemplaren die tijdens mijn tochten werden gevangen wogen tussen de 50 en de 100kg. Ook dit zijn mooie gewichten als men rekening houdt dat het zoetwatervissen betreft. Om enkele van deze vissen beter te kennen, kijk op: http://www.fishinginamazon.com/fish_species.htm en druk op: cachara, pintado, jau, pirarara en piraiba.
    Hoe worden zulke exemplaren gevangen? Natuurlijk niet met een simpele handlijn noch met de klassieke molen. De meeste worden gevangen met de zogenaamde nachtlijnen. Hiervoor worden nylonkoorden gebruikt een vinger dik. De bevestigde haak heeft eerder de vorm van een spekhaak en is een hand groot. Als aas wordt steeds een stukje vis gebruikt. Het gebeurt regelmatig dat de strijd door de vis gewonnen wordt en hij er in slaagt de haak te openen en zich hiervan te ontdoen.
    Bij een andere methode gebruikt de "visser" zijn werpnet. Vooreerst dient hij de vis te lokalizeren. Geoefende ogen kijken vooral in het schuimende ondiepe water in de stroomversnellingen. De reuzemeervallen zwemmen de rivieren op om voor het nageslacht te gaan zorgen. Hiervoor moeten zij dus alle watervalletjes en stroomversnellingen overwinnen. Het gebeurt dan ook dat deze vissen vermoeid tussen de rotsen even tot rust komen. De professionele vissers merken de vinnen op die af en toe boven het bruisende water uitsteken. Vervolgens benaderen zij de vis in hun kano en werpen het werpnet om de vis. Om geen verder ongeluk op te lopen wordt het werpnet via een koord dikwijls op voorhand aan een struik op de oever vastgemaakt. De strijd met de vis wordt soms nog versneld door hem enkele kogels door de kop te jagen.
    Ook alzo wordt de strijd beslecht wanneer de vis ter plaatse geharpoeneerd werd in plaats van het werpnet. Aan de harpoen wordt een koord met boei bevestigd zodat de vis gemakkelijk kan gevolgd worden en vervolgens met kogels afgemaakt.
    Mijn vraag:" Heeft dit nog iets met vissen te maken?".
    Eenmaal de vis gedood, wordt hij onmiddellijk van zijn ingewanden ontdaan en vervolgens meestal naast de boot gebonden om hem te vervoeren.
    Het gebeurt regelmatig dat bij aankomst de vis reeds werd verorberd door de piranhas. De kop blijft dan alleen nog over.
    Opmerking: Wij doen aan zulke slachtingen NIET mee. Ik geef hier echter de spijtige realiteit weer.
    De meervallen zijn zeer gewenst vooral vanwege hun graatloze vlees dat nooit te vet is. Dit laatste kan niet gezegd worden van de grote "schub"vissen.
    Schubvissen komen ook in alle soorten en maten voor in het Amazonewoud. Op één uitzondering na bereiken zij echter nooit de afmetingen van de leervissen of meervallen. Die uitzondering is de bekende "pirarucu", bij ons arapaima genaamd. Het is een schubvis met uitzonderlijke afmetingen. Drie meter is geen rariteit. De rariteit bestaat er in hem nog aan te treffen. De rivieren die ik afvaar behoren zeker niet tot zijn biotoop. Te veel stroomversnellingen en wild water. De arapaima houdt van rustig water. Diep of ondiep dat speelt voor hem geen rol. Deze vis is bijzonder kwetsbaar vanwege zijn afmetingen. Hij wordt hierdoor gemakkelijk opgemerkt. Ook is hij gemakkelijk te harpoeneren. Het vlees wordt meestal ingezouten en gedroogd. Vroeger werd dit gedroogd vlees veel meegenomen en opgediend op de passagiersboten die de verbinding maken tussen de dorpjes in het Amazonewoud. Het is alles behalve lekker en dan spreken we nog niet over de geur die zo een gezouten stuk arapaima verspreidt. De arapaima werd en wordt nog steeds gedood omwille van zijn afmetingen. Eén vis brengt veel gewicht op. Hij is nu echter zeldzamer geworden dan eender welke meerval.
    Mijn raad: Laat de arapaima met rust!!!
    Schubvissen kleiner dan de arapaima, doch lekker, zijn in overvloed aanwezig in het Amazonewoud. Hier moet onmiddellijk opgemerkt worden dat niet de mens de grootste vijand is van deze vissen doch eerder de veel voorkomende piranha. Een zeer lekkere schubvis is de "corvina", soms "pescada" genoemd.
    De schubvissen worden door de professionele visser ook met nachtlijnen gevangen. Voor de sportvisser is hij echter de populairste. Alle riviervissen leveren een gevecht dat niet te vergelijken is met onze zogenaamde wedstrijdvissen.
    Er wordt ook niet gevist met het klassieke dobbertje. Dit is niet te gebruiken in het woelige rivierwater. Er wordt gewoon gelet op de snokkende bewegingen van de lijn om de vis te verschalken. Het klassieke voederen zoals in België en Nederland nogal eens gebeurt, is ook daar zeer moeilijk uit te voeren. Het stromende water en de rotsige bodem staan een goede voedering in de weg. Trouwens; een aanbod aan visvoeders zoals bij ons gekend bestaat daar niet. Wil men toch voederen, dan moet men zelf alles aanmaken.
    Tijdens mijn tochten wordt er enkel gevist om het plezier van het vissen. Toch staat er bijna dagelijks vis op het menu.


    14-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Foto 16: Recept gevraagd voor meerval of piranha.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto

    16-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wat wordt er gedaan in geval van nood?

    Een zeer interessante vraag. Vooreerst moeten we definiëren wat een "noodgeval" is.
    Ik definieer een noodgeval als een toestand die uit de hand is gelopen en echt levensgevaarlijk wordt voor één van de expeditieleden.
    Hier denken we vooral aan een ongeval met breuken of verwondingen die zelf niet meer voldoende kunnen verzorgd worden. Een tijdelijke verzorging is altijd voorzien. Hiervoor worden de nodige medicamenten en verzorgingsmaterialen meegenomen.
    Een tweede noodgeval is een ziekte die door koorts wordt verraden. Koortswerende medicijnen zijn natuurlijk altijd aanwezig. Stopt de koorts na twee dagen niet; dan treedt de noodwerking in aktie.
    Laat het duidelijk wezen dat moedeloosheid en misnoegdheid niet als noodgeval beschouwd wordt.
    In een noodgeval wordt er onmiddellijk rechtsomkeer gemaakt door één van de boten. Er zal dan ook dag en nacht gevaren worden. Het is mogelijk de watervallen en stroomversnellingen 's nachts te nemen. Hier krijgen de sterke stroperslampen een nuttige toepassing. Deze worden altijd meegenomen om 's nachts wilde dieren te spotten. Natuurlijk blijft dit dan een serieuze onderneming. De meest ervaren gids zal mee terugkeren. In geval de boot minstens 4 man vereist om uit het water getild te worden, zal dit voorzien worden. Blijven er vervolgens te weinig leden over om de expeditie te vervolgen, zal deze beëindigd worden en zullen bijgevolg alle boten en expeditieleden terugkeren.
    Hoe lang duurt zo een versnelde terugkeer in het slechtste geval?
    Welnu, om vanuit de uiterste plaats terug te keren naar de "bewoonde" wereld heeft men ongeveer vier dagen en nachten nodig. Dan moet alles meezitten. Rekent men op vijf dagen en nachten, dan kan men zeker zijn op doktersbehandeling en ziekenhuisverzorging. Deze behandeling en verzorging zijn van zeer goede kwalitiet en bekwaam om voor alle medische gevallen een oplossing te vinden.

    Belangrijk: Het noodscenario is tot op heden nog NIET uitgevoerd. Ik heb reeds meer dan 20 tochten achter de rug en een ernstig ongeval is gelukkig nog niet gebeurd. Mijn ervaring in deze materie stel ik ten dienste van alle expeditieleden. Het is een must de teamorders op te volgen. Deze zijn van die aard dat de ongemakken, eigen aan zo een expeditie, tot een minimum herleid worden. Het is beter  voorkomen dan  genezen.
    Dit alles doet niets af aan de vrijheid waarvan de expeditieleden genieten. De kans dat een noodsituatie zich zal voordoen is zeer klein. Ondanks deze kleine waarschijnlijkheid wordt een uitvoering van het noodscenario steeds in overweging genomen.


    17-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Welke zijn de bezigheden tijdens de expeditie?

    Het spreekt vanzelf dat natuurexploratie de voornaamste bezigheid is tijdens zo'n expeditie. Denk nu vooral niet aan trektochten geladen met rugzak en gewapend met een junglemes. Ik ben geen gek! Dit is absoluut onbegonnen werk in zo een uitgestrekt regenwoud. Onze weg is de rivier en soms ook haar zijrivieren. Meestal laten we ons rustig meedrijven met de stroming en genieten we van fauna en flora zoals die zich aanbiedt. De verrekijker ligt steeds binnen handbereik en soms blijft die bijna de ganse dag in aanslag. Het enige waarvoor we bezorgd zijn, zijn de stroomversnellingen en de brandende zon. We laten ons zeker niet verrassen en riskeren geen zonneslag. Veelal wordt er gedurende de heetste uren van de dag geschuild op de oever terwijl de kok zorgt voor de inwendige mens. We drinken ook veel. Minstens vijf liter per dag wordt achterover gedrukt. Zolang er nog ijs is, lekker gekoeld. Ik kan u verzekeren dat men in dit evenaarsklimaat goed voelt hoe lang de frisse drank onderweg is van mond tot maag. 
    Soms worden er wel verkenningstochten gemaakt in het woud. Vooral wanneer er apen waargenomen worden. De oever mag dan geen obstakel vormen want die ligt soms wel acht meter hoger bij lage waterstand. We gebruiken steeds een kompas wanneer we ons verder dan de gehoorafstand van de rivier verwijderen.
    Vissen. Er wordt zoals elders vermeld enkel gevist om het plezier. Iedereen kan vissen zo lang hij wil, wanneer hij wil (overdag of 's nachts) en hoe hij wil ( handlijn, net of nachtlijn).
    Kajakken. Zij, die de rivier willen afvaren in een houten kano, hebben alles ter beschikking. Er hoeft wel vermeld dat de kano's niet van dezelfde kwaliteit zijn als hier. Het is trouwens geen wedstrijd. Ook tijdens het kajakken kan er aan natuurexploratie gedaan worden natuurlijk.
    Indianenbezoek. Er kan tijdens de expeditie een indianenstam bezocht worden. Ze behoren tot mijn vriendenkring. De tocht naar de nederzetting is via een junglepaadje en duurt ongeveer twee uur. Een zeer mooie jungletocht zonder dat er hoeft gekapt te worden. Meestal nemen we enkele kleine speeltjes mee voor de kinderen. Er kan dan ook naar believen gefotografeerd worden.
    Fotosafari. Het fototoestel blijft gedurende de ganse tocht binnen handbereik. Soms wordt er speciaal op uit getrokken om wilde dieren, bloemen of spektakelbomen te filmen. 
    Besluit. De expeditieleden hebben de volledige vrijheid te doen wat ze graag doen. In overleg met de andere leden kan iedereen zijn hobby uitoefenen zo lang hij wil. 
    Dit is wel het grootste voordeel dat deze tocht te bieden heeft.  


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Foto 15: Op weg naar avontuur.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto

    18-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Keuze tussen tent en hangmat

    Moet men kiezen tussen tent of hangmat, dan is de keuze snel gemaakt.

    Er zijn meerdere redenen om voor een hangmat te kiezen.

     Het gewicht. De laatste jaren wordt er voor reizen naar Brazilië slechts 20 kg toegelaten als bagage. Een tent zou al snel één vierde hiervan opeisen. De volgende reden is het eenvoudige ophangen van een hangmat. Op een vijftal minuten is alles klaar en kees. Bij het opstellen van een tent moet de ondergrond beter geruimd worden. De belangrijkste reden om te kiezen voor een hangmat, is het feit dat men veel frisser en ontspannen ligt in een hangmat dan in een tent. ’s Morgens druipt het gecondenseerde water letterlijk van de binnentent. Er is geen ventilatie! 's Avonds zweet men meer dan in een sauna en 's nachts wordt het te fris. Zeer onaangenaam. De weinige keren dat ik in een tent sliep, was ik blij dat ik een slaapmiddel bij me had. Aanvankelijk kende ik de voordelen van een hangmat niet. Eenmaal uitgeprobeerd, heb ik de tent als geschenk aan de indianen gegeven en slaappillen worden niet meer meegenomen.

    De hangmat wordt best ter plaatse gekocht. De kwaliteit is zeer goed en de prijs nog beter. Let op. Koopt men op straat, biedt dan af tot ongeveer op 50%.

    Waarop moet men letten bij het ophangen van de hangmat?

    Span de hangmat niet te zeer. Te horizontaal opgehangen hangmat leidt tot “hard” slapen. De hoogte speelt geen grote rol zo lang men niet de grond raakt natuurlijk. Een klein kussentje (eventueel uit het vliegtuig?!) is aangenaam alhoewel geen must. Leg een slaapzak open in de hangmat. Hoe warm het overdag en ’s avonds ook is, ’s nachts kan men niet zonder deken of slaapzak!!


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Anekdote 5: Ontmoeting met de zwarte apen.

    Enkele jaren geleden voer ik een zijrivier van de Rio Madeira af. Onze groep bestond uit drie gidsen, een kok en vier Belgen. Ik zelf en drie mannen uit het Gentse. We vormden een geweldige groep. De Gentenaars waren goed voorbereid voor hun eerste tocht in het regenwoud.

    Na één dag varen en genieten van de prachtige natuur, werden we voor het eerste probleem gesteld. De voedselvoorraad bleek niet te bevatten wat we ingekocht hadden. Hoe was dit mogelijk? Waar zijn de koekjes? Waar is de bakolie? Wat ontbreekt er nog?

    Bij lang nadenken bleek dat er een winkelkarretje niet langs de kassa gepasseerd was. Bijgevolg waren de producten uit dit karretje niet geleverd. De gekochte etenswaar werd door de supermarkt bij mijn vriend afgezet. Normaal wordt er vergeleken met het kasticket of alles aanwezig is. De levering gebeurde ’s avonds. Oververmoeid van de lange reis en van het over en weer geloop in tropische temperaturen, was ik al te bed. Mijn vrienden dronken erop los. Vanaf ’s anderendaags zou het serieuze werk beginnen.

    Wij allen vertrouwden erop dat de gekochte goederen zouden geleverd worden. Wat ook gebeurde. Alleen hadden we niet opgemerkt dat er een karretje niet langs de kassa gepasseerd was.

    Wat nu? Konden we deze goederen missen? We konden in ieder geval voor zulke stommiteit niet terugvaren. We zouden er teveel dagen door verliezen.

    Raf, één van mijn gezellen, bleef maar janken dat er ‘s morgens koekjes moesten zijn. Er was niets anders bij het ontbijt.

    Erger vond ik het gemis aan bakolie. Die moest er in ieder geval komen. Hoe zouden we anders de vis bakken? En het weinige vlees dat mee was gekomen?

    Toen Raf nogmaals zijn litanie over de koekjes wilde herhalen, beval ik hem op te houden. Er moest niet gejankt worden; er moest naar een oplossing gezocht worden.

    We zouden bij de weinige oeverbewoners die er in het begin van de tocht nog waren, navragen naar koekjes en olie. Voor een dubbele prijs zouden die dat wel verkopen.

    Zou al deze moeite dan toch geen succes hebben, dan zal het ontbijt moeten beginnen met rijst. ’s Middags rijst en ’s avonds ook nog een beetje rijst, kwestie van afwisseling. Gebakken vis is ’s morgens zeker zo goed als koekjes of jam. Mijn vrienden konden Raf kalmeren.

    Bij gebrek aan olie zouden we zowel de vis als het vlees roosteren op houtvuur. Dat waren de plannen.

    Gelukkig konden we de olie nog bemachtigen. De koekjes bleken een te grote luxe. Arme Raf!

    Gelukkig bleef de stemming goed. Er was veel te zien. Ara’s en papegaaien die van de kleilagen wegvlogen. Steeds wachtend tot de boot vlakbij was. Een prachtig schouwspel.

    We hadden het geluk die dag veel apen in het vizier te krijgen.

    Telkens we apen opmerken, blijven we natuurlijk aandachtig toekijken. Wanneer we bemerken dat de oever te beklimmen valt, aarzelen we niet en betreden alzo het woud. We kunnen de apen dan nog beter benaderen en zelfs tot onder de boom komen waarin zij rondspringen.

    Bij één van die spektakels, zei Adalto, de halfbloedindiaan, :” Opgepast, dit zijn “macacos pretos”, wat zwarte apen betekent. "Wanneer we die nog langer bang maken door op de stammen te kloppen, zullen zij met hun uitwerpselen gooien.”

    Zijn wijze woorden waren nog niet koud of pardoes; door het bladerendak zo’n dertig meter hoog kwam iets aangevlogen. Het toeval wilde dat dit pak uitwerpselen precies landde op het hoofd van mijn vriend. Men kan het zich niet beter voorstellen.

    De kreten die daarop volgden waren zowel van plezier als van ongeloof. Gelukkig had mijn vriend een petje op. Hij was snel om het te wassen in de rivier maar het mocht niet baten. De stank kon niet geweerd worden. Hij moest willens nillens op zoek naar een vervangend hoofddeksel.

    Dagenlang was dit nog het gespreksonderwerp nummer één.

    Het gebrek aan koekjes bij het ontbijt werd hierdoor volledig overschaduwd.

     


    19-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Maak zelf het ideale muskietennet.

    Het muskietennet is onmisbaar in het Amazonewoud. De klassieke klamboes, die hier te koop zijn, weerhouden wel de muggen en grote muskieten maar de kleine muskieten hebben vrije toegang. Daarom is het aangewezen om zelf het muskietennet te maken. Ga daarom op zoek naar fijnmazige gordijnen van grote vensters. Soms in de zogenaamde kringloopwinkels te vinden. Deze gordijnen hebben langs één zijde een loden koord ingewerkt om mooi strak te hangen. Dit is voor een muskietennet ook zeer nuttig.

    Men heeft twee gordijnen nodig met als afmeting: lengte = 3,8 tot 4,0 meter, breedte = 1,8 tot 2,0 meter. Het loden koord zit aan één zijde in de lengte natuurlijk. Deze twee gordijnen stikt men nu met behulp van een lint aan elkaar zodat men een vierkant bekomt met twee geloden overstaande zijden en midden een lint. Klaar is kees. Op naar de jungle nu. Neem nog een stevig touw en enkele wasknijpers mee.

    Bevestig de hangmat met een touw aan twee bomen, liefst op de gewenste hoogte. Boven de hangmat spant men nu zo strak mogelijk een soort wasdraad. Hierover zal nadien een afdekzeil gehangen worden. Denk eraan dat het regenwoud zijn naam niet gestolen heeft. Voor men aan het zeil toe is, wordt het muskietennet gehangen en wel zo dat het hoger genoemde lint precies op de wasdraad ligt. De twee loden zijden vallen tot op de grond. Alzo vormt het muskietennet een soort tent boven de hangmat. Aan beide zijden is het nog echter nog open. Hiervoor gebruiken we nu de wasknijpers. De lengte van het net is zo berekend dat de hangmat over de ganse lengte bedekt wordt en bijgevolg de zijkanten hermetisch kunnen gesloten worden met behulp van de wasknijpers.

    Vermits het net tot op de grond valt, is het niet toegankelijk voor de muggen. Al hun moeite zal tevergeefs zijn.
    Om er zelf nog onder te geraken, neem één van de loden zijden van de grond en zwiep deze zo snel mogelijk over uw rug. U staat nu aan de rand van uw hangmat. Ontdoe u van de overbodige klederen en duik erin. Slaapwel!

    Een variant op hoger beschreven methode en veel goedkoper, is de volgende:
    Schaf u een klassieke klamboe aan bestemd voor een tweepersoonsbed. Deze klamboe is bovenaan voorzien van een ijzeren ring die er voor zorgt dat de klamboe mooi open valt.
    Wenu, ontdoe de klamboe van deze ijzeren ring en men bekomt een lang rechthoekig muskietennet met één loden zijde. Wanneer deze rechthoek  voldoende lang is, kan men deze halveren. De twee halve stukken moeten toch een lengte van 3,8 tot 4,0 m hebben om de hangmat in zijn volledige lengte te overspannen. De hoogte zal wellicht geen probleem vormen.
    Dit is nu voldoende. Men spant over de hangmat de gekende "waskoord" (waarover eventueel ook een zeil kan gehangen worden) en bevestigt ieder stuk muggennet met wasspelden op de gespannen koord. De twee halve muggennetten vormen als het ware een tent over de hangmat. Deze tent wordt aan beide zijkanten gesloten met de resterende wasspelden en klaar is kees.
    Eenvoudig, goedkoop en efficiënt. 

     

     


    20-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wat staat er dagelijks op het menu?

    Ik vermoed dat deze vraag veel gesteld wordt, alhoewel dit voor mij zeker niet het belangrijkste is.
    We moeten om te beginnen onderscheid maken tussen het begin van de expeditie en het einde er van. Om twee redenen. Ten eerste hebben we in het begin van de expeditie nog een overvloed aan voorraad en dus keuze te over. Ten tweede bezoeken we in het begin van de afvaart nog enkele vrienden oeverbewoners terwijl op het uiterste punt van de afvaart we de zeldzame oeverbewoners reeds lang achter ons hebben gelaten.
    Wat heeft dit nu te maken met onze dagelijkse maaltijden?
    Welnu, bij een bezoek aan de oeverbewoners, leveren wij altijd het nodige voor de maaltijd. Dit wil zeggen: vis, rijst, bonen en groenten in blik. De vrouw des huizes is al te graag bereid om dit alles klaar te maken. De eigen familie eet namelijk mee en de restanten laten we ook ter plaatse. Die zijn voor de dag nadien. We zijn dan al lang vertrokken maar zorgen steeds dat er nogal wat overblijft. Rijst en bonen kosten weinig en hiervan doen we steeds een grote voorraad op bij vertrek. Bij een goede kokkin willen we graag terugkeren. Ik kan u verzekeren dat we dit als een  vijfsterrenhotel aanzien. Het verschil met de andere dagen wanneer er geen bezoek kan afgelegd worden, is veel te groot.
    Als er geen bezoek afgelegd wordt; wat dan?
    Nu moet u uw fantasie een beetje zijn gang laten gaan. Velen halen de beelden voor hun ogen uit de zovele safari-films. 's Avonds bij knetterend haardvuur in mooie blokhutten en in gezelschap van prachtige dames wordt de ene coctail na de andere gedronken. Allen in kaki gekleed. Wat een sfeer tijdens die expedities en safaries!! Gelukkig hebben wij dat ook! ...... In onze hangmat terwijl we dromen.
    Het is al een luxe als er een klein kampvuurtje op gas kan meegenomen worden. Anders moeten we op zoek naar droog sprokkelhout.
    Mijn vrienden woudlopers zijn echte specialisten in het bereiden van rijst en bonen. Voor hen is dat al voldoende. Ik eis echter dat er een stukje vlees of vis wordt bijgebraden. Veel wordt er gebarbecued in de gloeiende houtas. Er is geen verlichting, er zijn geen stoelen en de prachtige dames en frisse coctails blijven ook onvindbaar.
    Toch heeft dit alles zijn charme. Het gaat toch om een expeditie of niet?


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Foto 17: Garçon, nog een beetje rijst aub.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto

    25-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aangepast schoeisel en beste kleding.

    Wat schoeisel betreft, kan ik aanraden buiten de gewone loop- en wandelschoenen een paar halfhoge rubberen of plastieken botten mee te nemen. Eigenaardig genoeg zijn deze in Brazilië zeer moeilijk te vinden. Halfhoge botten hebben meerdere voordelen. Het bespaart in de bagage en vooral zijn ze gemakkelijker aan en uit te trekken. Bij lange botten is dat soms een lastige karwei en zeker wanneer men bezweet is. Waar halfhoge botten niet voldoen, zullen hoge botten ook te kort schieten.
    Botten zijn zowel nuttig in de Pantanalstreek als in het Amazonewoud. Maakt men in de Pantanal tochten waarbij de geëffende paden verlaten worden en waarbij men in contact komt met hoog gras en laag struikgewas, trek dan de broekspijpen over de botrand om alzo het invallen van de teken te vermijden. Neem voor deze gelegenheden één paar extra lange kousen mee. Anders zal de botrand voortdurend tegen uw kuiten wrijven en schuurwonden veroorzaken.
    In het Amazonewoud houdt men de broekspijpen beter in de botten en zijn deze vooral nuttig bij het in- en uitstappen van de boot. De aanlegstrook is immers altijd vol slijk en modder. In het woud zelf komt men af en toe ook op drassige stroken. Teken zijn hier eerder zeldzaam.
    Blootvoets lopen op de stranden in het Amazonewoud kan ook later (één tot twee weken) een kleine operatieve ingreep noodzakelijk maken. Oorzaak hiervan is het "bicho do pé", letterlijk "voetbeestje" vertaald. Een klein onschuldig diertje dat zich onder de eelthuid van de voet nestelt en daar zijn eitjes dropt. Nadien moeten deze dan met een naald of pincet nauwkeurig verwijderd worden. Vervolgens moet men dit wondje goed ontsmetten. Zich hierdoor zeker niet laten afschrikken; er zijn ergere zaken.
    Wat de kleding betreft, kan ik kort zijn: lichte en alles bedekkende kleding.
    De broek is best uit kunststof vervaardigd. De teken uit de Pantanal hebben hierop veel minder greep dan op een klassieke jeans bijvoorbeeld. 's Avonds zullen de muggen ook niet doorheen deze stof kunnen prikken. De jeansbroeken worden doorprikt, wees maar gerust.
    Voor het bovenlichaam zijn hemden met lange mouwen ideaal. Let op, vooral in het Amazonewoud, dat de mouwsplitten ook voorzien zijn van een extra knoopje anders is dit een toegang voor de muskieten.
    Voor beide landstreken geldig is het volgende. 's Avonds kan men de muggen verwachten. Trek daarom een vestje uit kunststof aan. U hebt dit wellicht bij als regenbeschermer. Soms zal men dan wel zweten maar het zal een opluchting zijn te voelen dat men van de muggenplaag af is. U hoeft nu nog enkel het gezicht en vooral de nek goed in te wrijven. Wrijf ook de nekrand van het vestje goed in met muggenmelk. Dit zijn de momenten dat u niet te gierig mag zijn met het muggenmelk; anders moet u het terug mee naar huis nemen.
    Algemene tip: neem kleding en kousen mee die u normaal zou van de hand doen. Gebruik ze nog eens en geef ze vervolgens aan de gidsen of gooi ze in het kampvuur. Alzo bespaart u bagage en in ruil kan u de gekochte hangmat mee naar huis nemen.
    Gaat u 's nachts de kaaimannen bekijken? Uiteraard, waarom bent u anders daar? Welnu er zijn plaatsen in de Pantanal en het Amazonewoud waar horden insekten, kevers en motten zich op de spotlamp storten. Een eenvoudige plastieken wegwerphandschoen kan er voor zorgen dat u met de glimlach uw stroperslamp in de hand houdt. Anderen zullen u dat benijden.


    27-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Is er nog illegale houtkap en hoeveel?

    Een vraag die iedere liefhebber van het Amazonewoud zich stelt en terecht. Het antwoord is triestig maar duidelijk: JA!

    Laat me eerst vermelden wat ik zelf heb gezien.

    1. Op een lange tocht bij mijn vrienden rubbertappers ver in het Amazonewoud, bemerkte ik een doorgang in het woud met diepe sporen van brede rubberbanden. Mijn vrienden vertelden me dat er illegale houtkappers aan het werk waren geweest. Huurlingen uit de staat Mato Grosso. Bij hun volgend bezoek aan de "bewoonde" wereld hebben de rubbertappers de IBAMA ingelicht. Dit is de instantie die instaat voor het behoud van de natuur in het algemeen in Brazilië. Vervolgens zijn de boswachters in actie geschoten  en zijn de houtkappers gevlucht; alles achter latend. De grote traktoren werden in het oerwoud verborgen. Toen wij ze gingen bekijken had de jungle ze reeds bedekt. Onderweg naar deze machines troffen we nog tientallen gekapte boomstammen aan; klaar om weggesleept te worden. Ik schatte de waarde op enkele honderd duizenden euros!! Ze liggen er nu nog te rotten. Het systeem werd me duidelijk. Er wordt partieel gekapt. Dit wil zeggen dat het waardevolle hout wordt weggehaald. Alzo wordt het heel moeilijk voor de boswachters om dit waar te nemen vanuit de lucht. Dit alles gebeurde in 2005.

    2. Ook in 2005 ondernam ik een expeditie langs een zijrivier van de Rio Madeira. Op een zekere dag, heel toevallig en nog niet zo heel ver van ons vertrekpunt, hoorde ik een hels lawaai van kettingzagen. De ganse dag van 's morgens tot 's avonds. We bleven speciaal ter plaatse op de oever om meer te weten te komen. Heel eenvoudig. De landloze boeren (movimento sem terra), een groepering die de laatste jaren een nachtmerrie vormt voor iedere eigenaar, waren bezig om buiten het zicht vanop de rivier (ongeveer 50 meter in het woud) het GANSE woud weg te zagen! Hun systeem is al even doordacht als verderfelijk. Op één bepaalde dag (misschien zelfs na informatie van een omgekochte informant) gaan alle hens aan dek. Alle kettingzagen, die de groep bezit, worden gebezigd de ganse dag door. Men weet, of rekent er op, dat de (zeldzame) boswachters die dag geen kontrole uitvoeren. Zodoende worden de houtkappers door het lawaai niet verraden. De weken daarop blijft alles muisstil. Er wordt dan in alle stilte verder gewerkt met bijlen en hakmessen. Toen we 's nachts een kijkje namen, waren we niet snel bekomen van de emotie. Vele hectaren Amazonewoud lagen reeds omgehakt. Enkele schuilhutten waren de enige getuigen. Toen we na de expeditie de instantie inlichtten, kwamen ze uit de lucht gevallen. Alsof dit niet vanuit de lucht kon waargenomen worden! Bij mijn terugkomst in België heb ik een brief gestuurd naar de hoofdinstanties in Brasilia. Nooit antwoord gehad.

     

    Verhalen die ik gehoord heb uit redelijk betrouwbare bronnen.

    Alle verhalen gaan over de indianenreservaten. Normaal zouden die het woord "reservaat" moeten waardig zijn. Spijtig is niets minder waar.
    Altijd komt hetzelfde terug: omkoping van de stamverantwoordelijke. Als omkoopmiddel wordt niet altijd geld gebruikt, dikwijls is het goedkope genever en soms zijn het wapens; beide ten zeerste verboden in het reservaat te brengen. Men kan u niet voorstellen hoe de meeste indianenhoofdmannen verslaafd zijn aan de "cachaça", de goede en goedkope suikerrietgenever uit Brazilië. Bijna alle reservaten werden reeds gezuiverd van waardevolle houtsoorten.
    Er doet zelfs een verhaal van een indianenhoofdman die als beloning een blanke vrouw wenste. Ik heb de vrouw gezien in zijn gezelschap. Of ze als ruilmiddel werd ingezet heb ik haar niet gevraagd.
    Besluit: indianenreservaten zijn voor het overgrote deel gezuiverd van waardevolle houtsoorten evenals van ALLE wilde dieren en vogels.

     


    28-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Interessante boeken.
    Hieronder staat een lijst van nederlandstalige boeken die een goed idee geven van het leven op de oevers van de rivieren in het Amazonewoud.

    Auteur: Antony van Kampen. Titels: "Het land dat God vergat", "Geschonden Eldorado" en " De Laatse Grens".
    Deze boeken zijn een ietsje verouderd doch heerlijk om lezen en nog steeds te verkrijgen als tweedehands, zelfs in trilogievorm.
    Auteur: Peter Flemming. Titel: Expeditie in Brazilië.
    Auteur: Claude Lévi-Strauss. Titel: Het trieste der tropen. Uitg. Atlas-Antwerpen.
    Auteur: Alain Gheerbrant. Titel: Naar de bron van de Amazone. Uitg. Standaart Uitg. Antwerpen

    04-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Foto 12: Hotel met sterretje minder.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Foto


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Foto 13: Geen elektriciteit ? Dan maar sidderaal !!
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto

    05-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Foto 20: Waardevolle boomstammen liggen te rotten.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen foto

    21-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Anekdote 1: Vissen in de Rio Perdido.

    Toen ik nog in Brazilië woonde, reisde ik regelmatig naar de staat Mato Grosso do Sul. Een vriend bezat in deze staat een zogenaamde fazenda. Hij was de eigenaar van een eerder naar Braziliaanse normen kleine boerderij. Er werd enkel aan veeteelt gedaan. De oppervlakte van zijn landerijen bedroeg ongeveer 4.000 hectaren en het situeerde zich op ongeveer 100 km ten zuiden van de gekende Pantanal.

     Deze Pantanal wordt verkeerdelijk nogal eens beschreven als een groot moeras. Dit is het eigenlijk niet. De Pantanal is een overstromingsgebied van de Rio Paraguay. Het verval van deze Rio Paraguay bedraagt slechts enkele centimeter per lopende kilometer! Tijdens het regenseizoen kan het door de zijrivieren aangebrachte water niet voldoende snel afgevoerd worden. Dit heeft als gevolg dat een grote streek onder water komt te staan. Deze streek is van nature uit een uitstekend graasland voor vee.  Telkens de lagere delen onderlopen, worden deze automatisch voorzien van de nodige bemesting.

    In de Pantanal bevinden zich bijgevolg enorme veeteeltbedrijven met oppervlaktes van soms meer dan 50.000 à 60.000 hectaren.

    De fazenda van mijn vriend werd doormidden gesneden door een prachtige rivier, “Rio Perdido” geheten. De “verloren rivier”, letterlijk vertaald, was een eerder snelstromende rivier, twintig à dertig meter breed en vooral ondiep. Om de honderd meter was er een stroomversnelling. Dit had als voordeel dat gemotoriseerde bootjes de rivier onmogelijk konden opvaren. Bijgevolg bleven de ongewenste vissers weg.

    De Rio Perdido mondt niet uit in de Rio Paraguay maar wel in de Rio Apa die over een grote afstand de grens vormt tussen Brazilië en Paraguay. Deze Apa is wel een zijrivier van de Rio Paraguay.

    Eigenaardig genoeg komen er geen kaaimannen noch piranhas voor in de Rio Perdido. Dit maakt van de rivier een echt paradijs om te baden. De rivier was ook visrijk. Vanwege de ondiepte op vele plaatsen en het heldere water, kon men scholen vissen zien. Vooral “curimbas” (prochilodus lineatus) waren aanwezig. Een vissoort die bijna niet met de haak te vangen is omdat ze enkel organisch materiaal van de bodem opzuigen. In de Pantanal heeft deze curimba-vis een grondsmaak. Het water stroomt er te traag zodat er veel slijkbezinksel op de bodem ligt. De curimba van de Rio Perdido is echter zeer lekker. Het water is helder en snelstromend. De bodem is bezaaid met rotsen en stenen. Deze zijn bezet met organische deeltjes die de curimba wel lust. Dus hier geen slijksmaak.

    De opzichter van de fazenda (mijn vriend-eigenaar woonde in Sao Paulo) heette Ernesto. Een echte woudloper van kinds af. Hij wist echter niet hoe die lekkere curimbas moesten gevangen worden. Ik zou hem helpen; dat wist ik zeker.

    Bij mijn eerste familiebezoek in België schafte ik me 50 m zogenaamd fazantennet aan met een hoogte van twee meter.

    Terug in Brazilië, bracht ik het nodige lood en kurk aan. Alzo bezat ik nu een ideaal visnet. Enkel de grootste curimbas konden hiermee weerhouden worden vanwege de grote mazen. Geen probleem; er waren er toch in overvloed.

    De Rio Perdido werd op een strategische plaats volledig overspannen door het in twee verdeelde net. Het andere deel zouden we van op een afstand slepen, tevens de ganse breedte van de rivier overspannend. We hadden de hulp ingeroepen van bevriende fazendas.

     Ernesto en ik bleven bij het vastgemaakte net om te kijken of dit door de stroming niet zou loskomen.

    Om me te beschermen tegen de zon en lastige insecten, kleedde ik me steeds met een hemd met lange mouwen.

    Wat gevreesd werd, gebeurde. De stroming rukte aan het net dat op de bodem los kwam. Ik zag dat ik moest ingrijpen en dook naar een diepte van ongeveer twee meter. Hierbij maakte ik een grove fout en begaf me aan de zijde van het net waar de stroming het net naar me toe stuurde. Ik wilde het losgerukte uiteinde van het net grijpen om het terug vast te hechten. De stroming zorgde er voor dat dit niet eenvoudig was. Ik klaarde de klus maar stelde toen vast dat er hemdsknopen verward zaten in het net. Natuurlijk kon ik me oprichten en het net oplichten. Het was echter onvoldoende om boven de waterspiegel uit te komen. Het net kwam niet los. Gelukkig was Ernesto niet ver uit de buurt. Hij had vlug door dat er iets aan de hand was. Zijn ingreep was kordaat; hij sneed het net stuk waar het mij hinderde.

    Die dag werd er niet meer gevist.

    Enkele dagen later was het wel bingo. Ongeveer honderd kilo grote curimbas werd afgevoerd.

    Bij gebrek aan diepvries werden de curimbas keurig ingezouten en nadien gedroogd ter conservering.

     

     

     

     

     

     

     

     


    23-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Anekdote 2: De specialist-castreerder.

    Tijdens mijn bezoeken aan de fazenda “Bela Vista”, gelegen in de staat Mato Grosso do Sul en eigendom van een vriend uit Sao Paulo, kwam meestal een oudere man op bezoek. Ik schatte hem rond de tachtig. Hij had zijn landgoed verkocht met de toelating om ter plaatse  te kunnen blijven wonen. Steeds bluffend dat er niemand beter kon castreren dan hij, hield hij niet op zijn mes vlijmscherp te houden met een speciale vijl. Hij kon er zich zelfs mee scheren.

    Op zekere dag begon hij aan zijn werk. Ditmaal zouden de mannelijke varkens aan beurt komen. Het waren volwassen varkens die op de fazenda van een gedeeltelijke vrijheid genoten. Ze werden  gevoederd en vervolgens overrompeld door enkele jongelingen. De oude man kweet zich dan voortreffelijk van zijn taak. De ballen werden vakkundig uit de balzak gesneden en vooraleer iemand er zich kon van meester maken, waren de honden er al mee weg.

    Het was een gehuil dat horen en zien verging. Temeer vermits er in de lege balzakken nog wat zout gedeponeerd werd. Dit zou alles wel ontsmetten, zei hij. Op mijn vraag hoelang deze ex-beren nog nodig hadden vooraleer het vlees zou vrij zijn van geuren allerlei, kwam het antwoord:” Nog ongeveer zes maanden”. En waarom werden de mannelijke varkens niet  vroeger gecastreerd zoals in België?  “De ballen zijn op volwassen leeftijd beter te onderscheiden” kwam er dan als antwoord. Eigenlijk was dit alles niets voor mij. Ik herpakte me met de gedachte dat de varkens aldaar een iets langer leven beschoren zijn dan in België.

    De oude man was fier op zijn resultaat. Ik vroeg hem of hij ook hanen kon castreren. Het was als een kwinkslag bedoeld maar in alle ernst antwoordde hij dit ’s anderendaags te bewijzen.

    Dit zou de filmopname van de reis (en van mijn leven) worden. Hanen castreren in de jungle!! Dit was het gespreksonderwerp van de avond. Ik droomde al van deelname aan filmwedstrijden. Ik vroeg me eigenlijk af of hij wel wist waar de balletjes van een haan zich bevinden.

    De dag daarop ’s ochtends zag ik hem hevig gesticulerend in discussie met Ernesto. Het bleek dat Ernesto weigerde zijn laatste hanen op te offeren voor de castratie-demonstratie. We hadden de dagen voordien reeds lelijk huisgehouden in het hanenbestand van de fazenda. Temeer ook omdat de vrouw des huizes reeds water op de houtvuur had geplaatst. Dit op aanraden van de oude man. Ik herinnerde er hem aan dat het de bedoeling was de hanen te castreren en dat ze in leven zouden blijven. Wat was de bedoeling met het kokend water?  Het hanencastratieproject werd naar latere datum verschoven. Bleek wel dat hij alles afwist van de balletjes. Zijn vader castreerde vroeger ook hanen, zei hij. Een klein sneetje achter de ribben was voldoende om met zijn vinger de balletjes van onder de ruggegraat naar buiten te halen om ze vervolgens weg te snijden en het sneetje terug te naaien. Daar ging mijn kwinkslag. Die man wist wel degelijk alles over hanencastratie!!! A propos: een gecastreerde haan heet "kapoen" in het Nederlands.

    De vrouw van Ernesto vertrouwde me toe dat de oude man op een beloning in de vorm van “pinga” rekende. Zoals steeds was het de goedkope genever die in zijn hoofd speelde. Hij wist dat ik minstens een fles had meegebracht zoals altijd trouwens. Het is nuttig als men eens iets speciaals wil.

    Tegen de avond gingen we vissen in de Rio Perdido. We hadden het vooral gemunt op de sterkste zoetwatervis ter wereld, de dorado van het Paraguaybekken (salminus maxilosus). Een goudkleurige roofvis die tot de verbeelding spreekt van iedere visser. Hij kwam nog regelmatig voor in de Rio Perdido. De rivier kon men niet opvaren vanwege de stroomversnellingen. Daarenboven kwam er haast nooit een visser op bezoek op de fazenda.

     De dorado vecht als geen andere. De vis springt dikwijls uit het water en tracht zich alzo van de haak te ontdoen.

    We waren met zijn vieren. De oude man was er ook bij. Hij loste me van geen vin. Het begon al stilaan op mijn heupen te werken.

    Eenmaal ter plaatse haalde Ernesto zijn werpnet boven. Hij was een echte krak in het werpen hiermee. Het duurde dan ook niet lang of de eerste aasvis werd in stukken gesneden. Iedereen nam zijn deel; de kop bleef voor de ouderling. Dit was het minst gunstige stuk. Daarenboven zou hij ter plaatse blijven vissen en daar zat toch geen dorado. Die plaats werd allereerst afgevist door de anderen. Daarop zetten de vissers het op een lopen. Ik had dit vroeger al opgemerkt. Voor men het weet zijn ze allen verdwenen. Na ongeveer een uurtje zijn ze er dan terug; de buit hoog opstekend. Ik was vast beraden me ditmaal niet te laten verrassen en ging snel in het wiel. Nu zag ik tenminste welke de geheimen van deze visvangst waren. Heel eenvoudig. De roofvis verschuilt zich liefst in de stroomversnelling. Het opgezweepte zand maakt het water troebel en de vissen ondervinden moeilijkheden in de waterwervelingen. De geschikte jachtplaats voor de dorado. Bijgevolg lopen de vissers van stroomversnelling naar stroomversnelling. Telkens laten zij het aas eventjes in het woelige water. Een jagende dorado kan hieraan niet weerstaan en stort zich dan met volle kracht op het aas.

     Die avond waren de visgoden mij weeral niet gunstig gezind. Het resultaat was zeer pover. De ene gevangen dorado werd met liefde teruggezet omdat hij te klein was.

    We hadden onze hoop gesteld op de anderen natuurlijk.

    Terug op de vertrekplaats aangekomen, zag ik de oude omringd door de anderen. Hij herhaalde meermaals zijn verhaal. Aan zijn voeten lag een kanjer van een dorado. Het monster woog wel 25kg ruw geschat. Zo een exemplaar had ik nog nooit gezien en ook Ernesto beschouwde dit als zeer uitzonderlijk.

    De oude man herhaalde dat hij veel geluk had gehad. Niet alleen om deze vis aan de haak te slaan dan wel om hem op het droge te krijgen.

    De plaatselijke vissers gebruiken nooit een visstok noch een werphengel met molen. Een sterke nylon lijn wordt opgerold op een plankje met inkepingen aan beide zijden. De lijn wordt ter plaatse afgerold en dan met zwaaiende beweging in het water gezwiept.

    Toen de reuze-dorado zich op het aas (de lelijke kop van de aasvis) stortte, reageerde de man gepast en de haak werd in de muil van de vis geslagen. Nu kon de strijd beginnen.

     Het is belangrijk een juist beeld te schetsen van de rivier met haar oevers. De rivier lag in haar laagste stand. Dit wil zeggen dat de oevers ongeveer vier à vijf meter hoger liggen. De oevers zijn ook niet loodrecht maar een beetje glooiend naar het water toe. Alles vol rotsen en stenen. Hier en daar heeft een zeldzaam boompje toch de mogelijkheid gezien om zich te wortelen in deze steenmassa.

    Welnu, de strijd was ongelijk tussen die man van tachtig en de krachtigste vis ter wereld. Hij begon dan ook snel aan hoogte te verliezen en schoof regelrecht over de steenslag richting rivier. Hij wou kost wat kost dit exemplaar niet verliezen. Er was niemand om hem ter hulp te komen. Er kwam dan hulp van boven af. Al schuivend richting water, was een klein boompje zijn redding. Hij sloeg er zijn arm rond en bleef vanaf dan hangen tussen vis en boom. Opgeven zou hij nooit, vertelde hij fier. Hij was iemand met karakter. Toch was hij blij toen men hem uit deze situatie bevrijdde.

    Er werd gelachen en nooit heb ik nog iemand gezien met de schouders zo ver achterover gedrukt.

    Ik voelde aan dat hij al een antwoord klaar had op mijn vraag wat hij met deze vis wilde aanvangen. Natuurlijk: de fles!!!

    Er werd “eerlijk” geruild; fles pinga tegen dorado al was deze laatste in eender welke stad wel twintig flessen waard.

    De volgende drie dagen hebben we de oude niet meer gezien. Ik begon me ongerust te maken en stuurde iemand om een kijkje te gaan nemen. Mijn veronderstellingen werden bevestigd. De fles was leeg en de man ook. Tijdens mijn volgende bezoeken heb ik de pinga steeds gerantsoeneerd ook al bleek dat voor sommigen een echte kwelling.

    De hanencastreerder leefde nog lang en gelukkig.

     

     


    24-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Anekdote 3: Eerste kennismaking met de Pantanal

    José was een echte jaguarjager. Toen de geasfalteerde verbindingsweg doorheen de Pantanal tussen Miranda en Corumba aangelegd werd, lagen de werken gedurende het regenseizoen volledig stil. Dit duurde vier tot zes maanden. De waardevolle machines moesten bewaakt worden. Dat was het werk van José Calheiros. Hij was afkomstig van Cearà, een staat uit het noorden van Brazilië. De “Cearenses” staan bekend als werklustige mensen. Zij, die honderd jaar geleden de rubberbomen “melkten” in de uithoeken van het Amazonewoud, waren hoofdzakelijk afkomstig uit Cearà. Op hen kon men vertrouwen.

     Mijn eerste verkenning van de zuidelijke Pantanal begon aan deze werkzaamheden. Twee vrienden vergezelden mij. We waren van plan de Pantanal te doorkruisen via de zandweg die Miranda met Corumba (op de grens met Bolivia) verbond. Het bleek een onmogelijke opdracht te worden. Zelfs mijn 4x4 was niet in staat al de hindernissen te overwinnen. Daarom gingen we op zoek naar hulp. José was toevallig thuis. Via de oude weg verder rijden was onmogelijk, zei hij, deze was op verscheidene plaatsen weggespoeld.

     Hij was een vriendelijk iemand die al vlug begreep dat er iets extras uit de bus zou vallen als hij met ons de jungle zou intrekken. Dat was boffen voor hem; ook zonder ons deed hij niets anders. Al vlug liet hij zijn trofeeën zien; meerdere jaguarvellen. Ik vertelde hem dat voor mijn part de dieren niet hoefden gedood te worden. Ik kwam om ze levend te bewonderen. We sloten snel een gemeende vriendschap die vele jaren zal standhouden.

    De eerste tocht, geleid door José, bracht ons zeer ver in de Pantanal. Hij wist nog een weg die lange tijd met mijn grote 4x4 kon bereden worden. Vervolgens ging het verder met een aluminium bootje dat op de bagagedrager werd meegevoerd. Een kleine buitenboordmotor van 5 pk deed de rest. We waren met zijn vijven; José met zijn zoon (10jaar) en ik met twee vrienden.

    We lieten de wagen bij een bruggetje over een zijrivier van de Rio Miranda. Veilig op een verhoogde plaats want we zouden een vijftal dagen op deze zijrivier verblijven. Het water in de Pantanal was nog aan het stijgen.

    De eerste kampplaats werd na een uurtje varen uitgekozen. Het was al namiddag en er was nog werk te verrichten. José glunderde al een tijdje. Regelmatig had hij zijn duim opgestoken. Toen hij “dorado” uitsprak, wist ik genoeg. Hij had al opgemerkt dat de koning onder de vissen van het Paraguaybekken aanwezig was. Ik had niets abnormaals gezien. Ik was blij; dit zou spektakel brengen.

    Bij het opstellen van de tent bemerkte ik dat we de tas met muggenmelk en andere medicamenten hadden vergeten . Muggenmelk was echt nodig; dat stelden we al vast van zodra we de oever betraden. Geen erg. Ik zal wel terugkeren en tevens de eerste nacht slapen in de wagen. Deze was voldoende ruim. De ramen waren van buiten beplakt met muggengaas. Ramen open en voldoende ventilatie; dat was luxueus slapen. In de tent zouden de achterblijvers die luxe niet kennen. Daarenboven waren ze van plan enkel de buitentent recht te zetten, kwestie van meer ventilatie. Een groot muskietennet erover en klaar is kees.

    Het was al donker  (vanaf 18h is het donker in Brazilië) toen ik aan de terugvaart begon. Het viel niet mee; in één hand de lantaarn en sturen met de andere hand. Ik had toen nog geen ervaring met nachtelijke boottochten in de Pantanal. Ik ga dan ook niet beschrijven welke horden insecten, motten, kevers en ander ongedierte op het licht afkwamen. Slechts één woord: afgrijselijk. Op sommige plaatsen zag ik niet verder dan enkele meters!

     Ik deed er veel meer over dan één uur en was blij dat ik zonder ongeval bij de wagen was aangekomen. Ik snakte naar nachtrust en die zou er snel aankomen.

    Ik installeerde me in de wagen en draaide de ramen open. Het was nodig. De wagen stond de ganse dag in de zon en het was er bijgevolg snikheet in. Het zou nu snel afkoelen met de ramen geopend. Ik had er al zo dikwijls in geslapen.

    Wat stelde ik echter vast? De tape die het muggengaas op de carrosserie plakte, was gelost! Door de grote vochtigheid plakte de tape niet meer.

    Het muggengaas bleef niet op zijn plaats en zakte weg. Ik probeerde opnieuw de tape aan te drukken; niets hielp. Het muggengaas werd tussen de deur boven het raam geklemd. Ditmaal was het gaas niet voldoende lang. Het zweet brak me extra uit. Wat nu gedaan? De ramen sluiten was uitgesloten; er moest kost wat kost geventileerd worden. Anderzijds zouden zonder muggengaas de insecten vrij spel krijgen. En daar had ik al een voorsmaakje van gehad. Ik wist aanvankelijk niet wat te doen en begon te panikeren.

    Toen greep ik naar de grove middelen; nam een dubbele dosis slaappillen en besprenkelde mijn ganse lichaam gretig met muggenmelk. Vervolgens draaide ik alle ramen open en schreeuwde naar de muggen dat ze konden komen. Ik herinner me alleen nog dat het stonk als de pest.

    ’s Morgens was ik snel om te controleren welke schade ik had opgelopen. Al bij al viel het nog mee. Ik had in ieder geval goed geslapen. Voor herhaling was het echter niet vatbaar. Snel voer ik terug. Er stond nog zoveel te beleven. En wie weet hadden de mannen wel geslapen.

    José stond al van ver te zwaaien. Hij wilde weg om te vissen. Hij wilde altijd per boot en die was nog in mijn dienst. Aas en visgerief had hij netjes in een tas. Ik ging niet mee want ik wilde mijn vrienden  zo snel mogelijk van mijn nachtelijke belevenissen laten genieten.

    José was ’s middags terug en riep dat hij best wat hulp kon gebruiken. Mijn god! Wat een vangst! Geen dorado’s maar grote pacu’s. De “pacu” (Colossoma mitrei) is familie van de piranha. Hij lust echter geen vlees noch vis. Het is een echte fruiteter. Soms eet hij ook de zoete bloempjes van bepaalde bomen die over de rivier hangen. Van zodra de bloempjes in het water vallen, zijn de pacu’s er niet meer weg te slaan. Ik wist dat José speciale tarwebolletjes kookte als aas voor de pacu. De pacu is een zeer lekkere vis al zijn de grotere exemplaren wel wat vet. En José had grote pacu’s gevangen. Hij vroeg nu hulp om ze schoon te maken.

    Allemaal goed en wel. De vraag is nu:” Wat gaan we met al die vis aanvangen?”

    “Verkopen”, antwoordde hij met een glimlach tot achter zijn oren. “Verkopen? Aan wie? En waar? Er is zelfs geen ijs om de vis te bewaren. Morgen vroeg is die al slecht.”, waren mijn opmerkingen. “Deze namiddag zal ik de vis meegeven naar het dorp. Ik ken iedereen die hier op de weg langs komt en ik kan ze vertrouwen. Ik zal zeggen waar ze de vis kunnen afleveren.” “Man toch, hier komt geen kat voorbij, al wacht ge daar acht dagen. De weg is verderop weggespoeld en daar is voorlopig geen doorkomen aan, dat weet ge toch.” Ik werd een beetje zenuwachtig. Hoe zal dat nu weer aflopen?

    Anderzijds was het zonde al die pacu’s te moeten wegwerpen. In het dorp zouden ze flink wat opbrengen.

    Na een flinke discussie, viel de beslissing. We zouden profiteren van deze “wonderbare visvangst”. We zouden alle hens aan dek halen en tot de namiddag allen op visvangst gaan. Het bleek niet zo moeilijk. De pacu’s lustten het aas van José maar al te graag. Soms vervormden onze eerder kleine bamboestokken tot een volledige cirkel. We hadden er plezier in en staken ook een handje toe in het schoonmaken van de vis.

    We hadden besloten de vis te gaan afleveren bij een “opkoper” die volgens José nog wat verder in de Patanal woonde. Terug naar het dorp was niet te doen. Te ver.

    Ook de opkoper bleek verder te wonen dan José had voorgehouden. Of had hij ons voorgelogen? Waarschijnlijk dit laatste. De Brazilianen kennende….

    Al vlug werd het donker (vanaf 18h in Brazilië) en de weg was in zo een slechte staat dat beschrijven onbegonnen werk is. Ik zette mijn verstand op nul. Niet nadenken of overwegen; gewoon verder ploeteren en bidden dat dit niet het einde zou betekenen van onze reis naar de Pantanal.

    Mijn gebed werd aanhoord en om ongeveer 22h kwamen we aan bij de opkoper. We hadden er vijf uur over gedaan! Niets liet vermoeden dat hij een opkoper was. We waren al blij een kaarslichtje waar te nemen.

    De verwelkoming was hartelijk. De man verkocht ook nog bier en frisdrank, gekoeld in een ijskast op gas. Ik had al vlug door dat het een ruilhandel zou worden, vis in ruil voor drank.

    Er werd afgedongen en geboden. José zou toch nog iets overhouden en wij konden onze (grote) dorst lessen.

    Omstreeks middernacht namen we afscheid en kon de lijdensweg terug beginnen. Althans voor mij want de anderen hadden hun roes al ingezet.

    Ook ditmaal bleven we gespaard van verder onheil. Een beloning waarschijnlijk voor de belofte dit nooit meer te doen. Omstreeks vijf uur in de ochtend viel ik languit neer in de tent. Ik vroeg niet van wie de bedstee was. Ik was nog juist in staat José een halt toe te roepen want ik hoorde hem nog zeggen dat de ochtendglorie de beste periode was om de dorado te verschalken. Dorado, pacu of piranha, het kon me niet schelen. Enkel een vis voor eigen gebruik mocht er nog gevangen worden. Voor de rest zal er aan natuurexploratie gedaan worden. Temeer daar de benzinevoorraad ook flink geslonken was. Dit was voor José het doorslaggevende argument om het bevel op te volgen.

    Het was middag toen ik ontwaakte. José was druk bezig. Ik hoorde dat hij het al maar had over “carne deliciosa”, “lekker vlees” vertaald.

    Was hij daar bezig met het villen van een ree!

    Ik wist zelfs niet dat hij stiekem een geweer (punt 22) had meegenomen. Ik ben altijd tegen het doden van wilde dieren geweest. José zei dat hij het geweer had meegenomen ter verdediging tegen gevaarlijke dieren. Hij mocht niet meer vissen, dan was hij maar op jacht geweest. “En”, zei hij, ”Er zijn verse sporen van een jaguar; ik zal ze tonen.” We gingen uiteraard kijken. De sporen waren duidelijk te onderscheiden maar of ze zo vers waren als José beweerde, betwijfelde ik. “Ik zal het bewijzen”, antwoordde hij. “Ik zal de slachtafval van de ree hier neerleggen, dan zult ge wel zien. Hieraan kan de jaguar niet weerstaan.”

    José probeerde ons schrik aan te jagen. Mijn vrienden begonnen al te beven. Ik stelde hen onmiddellijk gerust door te zeggen dat de jaguar misschien wel de afval zou opeten; het kamp zal hij niet benaderen omdat er al lang een houtvuur brandt en dat zal de volgende nacht ook zo blijven. Jaguars zijn als de dood voor brandgeur. De reden waarom vele pseudo-woudlopers onmiddellijk een vuur aanleggen zodra men aan land komt.

    De ochtend daarop liepen we vol spanning naar de plaats waar de jaguar zou geweest zijn. De verrassing was groot! Geen jaguar maar een massa trekmieren was door de slachtafval gelokt.

    Ongelooflijk hoeveel mieren! Matrassen.

    We maakten ons snel uit de voeten. Dat was nog eens een spektakel. Volgens José was de jaguar hiervoor ook  gevlucht.

    Eindelijk konden we  voor de rest van de dag aan natuurexploratie doen. Geweldig! Prachtig wat dit deel van de Patanal te bieden heeft.

    De reefilet werd die avond nog geroosterd. De rest werd ingezouten en opgehangen ver van de kampplaats. De mieren zouden dat vlees daar niet vinden.

    Ik kroop vroeg in de slaapzak. Ik zou mijn slaapachterstand eindelijk kunnen inhalen.

    Omstreeks drie uur ’s nachts werd ik gewekt door José. Of ik dat gekraak ook hoorde?

    “De mieren, de mieren !!!!”, riep hij. “We moeten ophoepelen vooraleer hier ongelukken gebeuren.” Hij voegde de daad bij het woord, wekte zijn zoon en begon al zijn zaken naar buiten te gooien.

    Inderdaad, de mieren waren tot op enkele meters van de tent genaderd. Er moest niet meer overlegd worden. Iedereen wist wat te doen. Ophoepelen, zo snel mogelijk. En dat alles om drie uur ’s nachts!!

     Ik kan u verzekeren dat het er soms wel plezanter aan toe gaat in hartje Pantanal.

    We bleven nog enkele dagen op een andere kampplaats.

    Als eerste tocht in de Pantanal kon dit wel tellen.

     

     

     

     

     

     


    08-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.foto 22: De onzichtbare zanger van het Amazonewoud.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Dit is de beruchte onzichtbare zanger van het Amazonewoud, de Grijskopklauwiervireo.
    Deze foto werd genomen vanuit een speciale uitkijktoren en met veel geduld.
    Hij komt regelmatig voor en fluit op zo'n dominante wijze dat het onmogelijk is hem te negeren. In het groene bladerendek is het echter onmogelijk hem te bewonderen.


    09-05-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Inentingen en medicatie

    Uiteraard kan ik hier enkel mijn eigen menig en ervaring meedelen.
    De medische achtergrond en detailbeschrijving laat ik over aan de Instituten voor Tropische Ziekten.
    Een onmisbare inenting alvorens het Amazonewoud te bezoeken is de vaccinatie tegen gele koorts. Gele koorts is dodelijk en niet te genezen.
    De vaccinatie geldt tien jaar. Soms kan deze in Brazilië zelf gratis verkregen worden vooral op de vlieghavens en in de busstations van de grote steden.
    Inenting tegen hepatitis A is interessant doch geen absolute must. Vaccinatie tegen hepatitis B is nog minder dringend.
    Wat malaria betreft.
    Voor de Pantanal streek is malaria prophylax niet nodig.
    Voor het Amazonewoud is een malaria preventie ten zeerste aangeraden.
    Vroeger dacht ik ook dat het overbodig was tot ik zelf met malaria te maken kreeg. Ik kreeg namelijk met de variant Plasmodium Vivax af te rekenen.
    Een nare ervaring en daarom neem ik vanaf nu altijd Malarone medicatie. Er zijn vier soorten malaria zijnde de gevaarlijke en soms dodelijke Plasmodium Falciparum, de Plasmodium Vivax, de Plasmodium Ovale en de Plasmodium Malariae. De drie laatst genoemde varianten zijn eenvoudig te genezen. Van regelmatige herhaling is volgens de artsen geen sprake. Ook ik heb nog geen herhaling van de malaria gekend.
    Welke medicatie?
    Er zijn twee gekende geneesmiddelen op de markt zijnde Lariam en Malarone. Beide niet goedkoop maar Malarone nog duurder dan Lariam.
    Het is geweten dat Lariam neveneffecten geeft. De meeste huisartsen beweren dat men dit kan uittesten door Lariam reeds één week voor vertrek te nemen en vervolgens te letten op de nevenverschijnselen. Dit is volgens mij een verkeerde redenering omdat de nevenverschijnselen van Lariam zich voor doen bij vermoeidheid EN een tegenvaller. Ook deze nevenverschijnselen heb ik aan de lijve ondervonden. Men begint werkelijk abnormaal te doen en heeft geen controle meer over zijn geestesgesteldheid. Een voorbeeld: iemand is vermoeid na een tocht, moet wateren en vindt niet onmiddellijk de opening in zijn broek. Met een schaar heeft hij vervolgens zijn broek open geknipt!
    Voordeel wat Lariam betreft: men hoeft maar één tablet per week in te nemen.
    Malarone moet men iedere dag innemen en tot vijf dagen na de tocht. Dit laatste had ik verwaarloosd met alle gevolgen vandien.
    Een interessante door Malarone zelf aangegeven methode, is de "noodgevallen methode". Dit wil zeggen dat men geen medicatie (dus geen profylax) neemt maar de nodige Malarone pillen wel bij zich heeft. Van zodra men (na minstens zeven dagen in het gebied want dat is de incubatieperiode) de minste koorts vaststelt die 24 uur aanhoudt moet men beginnen met de noodmediciatie. Die bestaat er in gedurende drie dagen vier Malarone pillen in te nemen en vervolgens de profylax verder te zetten. Om deze methode met geust gemoed te kunnen toepassen is het noodzakelijk een thermometer mee te nemen want een koorts van 38° is reeds voldoende om met de medicatie te beginnen.
    Het (grote) voordeel van deze methode is dat men niet onnodig de Malarone pillen gaat slikken.
    Let ook op: na thuiskomst moet iedere koortsaanval op malaria onderzocht worden!! Zelfs na één maand of veel langer. De meeste dodelijke aflopen zijn te wijten aan wat men noemt dokters delay. De (huis)dokter denkt niet onmiddellijk aan malaria en eerder aan een griepaanval. Hij stelt de behandeling dus uit met alle gevolgen vandien.
    Malarone zegt ook zelf dat deze medicatie niet erg genezend is voor de Plasmodium Vivax maar deze wel onderdrukt zolang de mediciatie genomen wordt. Eenmaal gestopt met de medicatie wordt de Plasmodium Vivax wel actief en dit meestal na ongeveer dertig dagen. Dit heb ik zelf aan de lijve ondervonden want toen ik deze malaria opliep had ik tijdens de tocht wel stipt de Malarone pillen genomen. En, inderdaad, na stipt dertig dagen begon het zweet mij uit te breken en de koorts liep hoog op. Bij een juiste medicatie op basis van kinine is men zeer snel terug de betere en is alles vlug vergeten.

    04-07-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Indianenhoofdman koelbloedig afgemaakt.

    Vertaling uit de krant "Folha de Rondônia" (Brazilië) van zaterdag 24 Juni 2006.
    Titel:" Indianenhoofdman met kogels afgemaakt."
    De hoofdman Deusmar Ferreira Saquirabiar, ook Damiao genoemd en één van de hoofdmannen van het indianenreservaat Mequéns dichtbij Alta Floresta in de staat Rondônia (Brazilië), werd gisteren ochtend vermoord met vier kogels in de borst op de parking van het busstation van de stad Pimenta Bueno (Rondônia).
    Damiao was vergezeld van een indiaanse. De vermoedelijke moordenaar werd gefilmd door de interne camera's van het busstation.
    De moordenaar benaderde Damiao en vroeg om een sigaret. Enkele seconden later werd Damiao bij zijn naam genoemd en kreeg vier kogels in de borststreek.
    De (illegale) houtwinning in het indianenreservaat Mequéns zou de aanleiding zijn tot deze moord.
    Het Amazonewoud aldaar bevat nog veel "cabreùva", een houtsoort van extreme kwaliteit die hoge prijzen behaalt op de internationale markt.
    Het reservaat was al geruime tijd winningsplaats voor illegale houtkap. Hoofdman Damiao had aan de houtkappers een ultimatum gesteld om het reservaat te verlaten met de dreiging alles over te laten aan de federale politie. Anderzijds was Damiao (samen met zijn zonen) ook verwikkeld in verscheidene twisten betreffende de opbrengst van de rijkdommen van het reservaat.
    Politiehoofd Arismar Araùjo verklaart dat de ganse ploeg onderzoekers van Pimenta Bueno met de zaak bezig is. Het gefilmde gebeuren wordt aan een gedetailleerd onderzoek onderworpen. Hij denkt dat de opheldering binnen enkele dagen een feit zal zijn.


    20-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.foto 23: stroomopwaarts
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    21-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.foto 24: Piranhas eerst.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    26-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.foto 26: de jaguar is altijd aanwezig.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.foto 25: kamp klaarmaken
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    27-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.foto 27: deze spin is zeer gevaarlijk.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.foto 28: Let op voor de "peixe cachorra".
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    28-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.foto 29: soms is het niet gemakkelijk.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    09-11-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Anecdote 8: Die verdomde Rio Machado
    Het is al weer twee jaar geleden. Ik schreef er niet eerder over omdat ik niemand wilde afschrikken om nog mee te gaan op expeditie.
    Ditmaal was ik alleen. Ik zou de rivier gaan verkennen verder dan we tot nog toe geweest waren. De waterval Sao Felix, op een zestal dagen afvaart, verhinderde dat er voorbij gevaren werd. De boten moesten ter plaatse uit het water gehesen worden en een 500m verder terug te water gelaten. De lage waterstand in de rivieren van het Amazone bekken is ideaal om dieren en vogels te zien. Dus ging ik steeds tijdens die periode. Het betekent ook dat de oevers tot meer dan 10m hoger liggen dan het water. Het is bijgevolg een helse arbeid om de boten alzo voorbij de waterval te krijgen.
    Mijn vriend Adalto was altijd bereid om mee te gaan en hij had het gerief, zijnde een grote en een kleine boot met bijbehorende motoren. Ik stond er op om met de kleine boot te gaan. Het zou zo al zwaar genoeg zijn om alles voorbij die waterval te sleuren. Daarenboven zouden we onderweg veel vissen om alzo zijn salaris wat op te drijven want ik kon hem slechts een kleinigheid per dag betalen. De benzine, het ijs, voedsel en drank zou ik ook op mij nemen. Ik drong er op aan om voldoende ijs mee te nemen zodat de vis voldoende lang zou kunnen bewaard blijven. Het zou trouwens minstens 7 tot 8 dagen duren alvorens we de gelegenheid zouden krijgen de vis aan de man te brengen.
    Zo gezegd zo gedaan. De kleine boot werd eigenlijk overladen met bagage, benzine, voedsel en vooral ijs. Adalto gromde voortdurend dat we er niet zonder kleerscheuren zouden geraken. Hij had ervaring te over. Hij wist dat de motor van slechts 5 pk het op sommige woelige plaatsen moeilijk zou krijgen. De Rio Machado is dan ook een zeer wilde rivier met vele stroomversnellingen en op sommige plaatsen zelfs echte watervallen. Adalto kende de rivier als geen ander. Al van kindsbeen af heeft hij deze rivier bevaren en bevist. Ik kon hem toch overtuigen dat het zo moest gebeuren. Er zat niets anders op. Met ons twee konden we enkel deze boot uit de rivier hijsen bij de waterval en de reis verder zetten. We moesten ook nog terug.
    Het zou allemaal wel meevallen. Zeker stroomafwaarts zouden we de boot in de stroming laten en zo de stroomversnellingen overwinnen. Bij de terugkeer zouden we slechts de helft of nog minder meenemen want stroomopwaarts met 5 pk is altijd een vraagteken.
    Het verliep aanvankelijk allemaal vlot zoals voorzien. Het water stond wel tot op enkele centimeter van de rand maar de stroming hielp goed.
    De eerste dag liep op zijn einde. Om zes uur is het pikdonker in het Amazonewoud. We zouden tijdig uitkijken naar een geschikte kampplaats want het ophangen van de hangmat met muskietennet neemt soms wat tijd in beslag. Dikwijls moeten we weerom die hoogte van de oever overwinnen.
    Ik weet niet waarom het veranderde maar bij het nemen van de laatste stroomversnellingen, had ik zo iets van :" Hé, dat loopt toch niet meer zo vlot als daar straks." Ik had er geen uitleg voor maar werd toch ongerust. Veiligheidshalve deed ik mijn reddingsvest om en dat was nuttig want plots gebeurde het. Bij de gekende stroomversnelling "24 deMaio", die in twee delen verdeeld was, ging het mis. Bij het uitkomen van de tweede stroomversnelling kreeg de motor geen voldoende kracht meer in de draaikolk. Het bootje ging niet meer vooruit. Adalto begreep ook vlug wat er aan de hand was en vroeg me of ik klaar was om te zinken. Ik knikte en greep mijn valies met de ene hand en mijn reistas met de andere. Al de rest  kon me gestolen worden. De boot werd door de waterkolken naar omlaag gezogen en het water overstroomde alles. Gelukkig werd ik buiten de draaikolken gedreven en kwam ik in de stroming terecht. Het ging snel en al vlug bevond ik me op meer dan honderd meter van de plaats van het onheil. De rivier nam me mee in de stroming en dreef me richting oever. Gelukkig want de valies en de reistas werden met de minuut zwaarder en zwaarder. Het water werd er door opgezogen. Het geluk was van korte duur want op enkele meter van de oever dreef de stroming mij weer richting midden van de rivier. Ik beschreef een cirkel. Het water was heerlijk warm maar toch was ik niet gelukkig met dit ongewild baden hartje Amazonewoud. Ik moest ingrijpen of ik zou mijn bagage verliezen aan het water. Ze werden loodzwaar. Toen ik voor de zoveelste keer op enkele meter van de oever kwam gedreven, greep ik in. Ik liet mijn reistas los en roeide met mijn hand zo veel ik kon. Al vlug moest ik de tas terug grijpen want die ging de verkeerde richting uit. Mijn ingrijpen werd beloond en ik kon enkele takken, die over de oever hingen, vastgrijpen en er mijn tas aan vasthaken. Nog steeds had ik geen vaste grond onder mijn voeten. Het was nog spartelen tot ik doorheen de takken de oever kon bereiken. De oever was er loodrecht en slechts een halve meter vlak kon mij van dienst zijn. Oef, ik heb het gehaald. Wat nu gedaan? Tussen de takken door zag ik dat Adalto druk bezig was om zijn boot terug drijvend te krijgen. Ook zag ik de isomo-ijsbakken voorbij drijven alsook de plastieken jerry-can met benzine. Enkele kartonnen dozen met voedselvoorraad werden door het water opgeslorpt.
    Snel begreep ik dat ik mijn reisdocumenten en papieren geld te drogen hoefde te leggen. Wat ik dan ook deed. Ik hing het merendeel in de takken van de overhangende struiken. De grote stam van een gevallen boom deed ook dienst als droogtafel. Vervolgens gooide ik mijn bagage open en hing de slaapzak en hangmat te drogen. Binnen het uur zou het duister worden en slapen in een natte hangmat en dito slaapzak is absoluut uit den boze. Onmogelijk deze zaken binnen het uur droog te krijgen ook al scheen de late zon nog fel. Ik moest een vuur aanleggen en dan zou het drogen misschien nog mogelijk worden. De natte aansteker deed nog wat tegen maar al gauw had ik een mooi vuurtje tegen de wand van de steile oever. Adalto had dit opgemerkt en kwam zich van de toestand vergewissen. Er was veel verloren maar toch had hij nog wat kunnen recupereren. De motor had hij gelukkig met een dik touw vastgesnoerd aan de boot zodat die wel in het water gelegen heeft maar toch niet verloren. Hij vertelde dat hij nog even zou op zoek gaan al roeiend om nog één en ander te recupereren. Ondertussen kon ik verder met het drogen. We zouden nog een half uurtje ter plaatse blijven en dan alles achter laten tot morgen. Enkel de documenten en het geld zouden we meenemen. Een half uurtje verder roeien en daar was een verlaten hut van de rubbertappers of indianen. Adalto wist waar en daar zouden we de nacht doorbrengen. De dag nadien zouden we dan de rest komen ophalen en te drogen leggen nabij die hut.
    Ik legde me neer bij zijn beslissing en vroeg toch om nog een halfuurtje te mogen drogen bij het vuur.
    Zo gezegd, zo gedaan. Adalto ging verder op zoek naar nog ronddrijvende goederen.
    Om het vuur wat aan te wakkeren zag ik tegen de steile wand van de oever een mooi stuk droog brandhout. Ik nam het stuk en trok het naar me toe. Dit had ik beter niet gedaan!! Een zwerm grote rode wespen kwam te voorschijn en viel me aan. "Miljaarde!!!!". Ik vloekte dat horen en zien verging want die wespen hadden mijn bijna kaal hoofd gevonden en staken er op los. Ik kon niet weg!! Langs de ene kant die steile oeverwand en langs de andere kant de rivier met de overhangende takken. Ik moest echter ingrijpen want dit zou ik niet lang volhouden. Ik had geen andere keuze dan mijn hoofd zoveel mogelijk boven het vuur te houden. Ik voelde mijn hoofdhaar verschroeien maar er zat niets anders op. Vol pijn heb ik vervolgens het vuur uiteen gestampt met mijn voeten zodat het vuur alle kanten opvloog. De opgelopen steken deden na vijf dagen nog altijd pijn. Al vlug kwam Adalto op mijn geroep en getier en kon ik terecht op de boot. Het geld en de documenten had ik mee. De rest bleef ter plaatse. We roeiden en peddelden verder stroomafwaarts. Hopelijk bevond die hut zich niet te ver want de duisternis zou spoedig vallen en ik had graag nog een beetje rondgekeken bij die hut. Zulke verlaten hutten waren de schuilplaats bij uitstek voor allerlei ongedierte en zelfs slangen. Ik had er genoeg van en moest ook nog zorgen dat er kon geslapen worden. Ditmaal zou het niet in een hangmat zijn maar op de grond en dan zonder muskietennet. Ik zou al blij zijn als we er droog zouden worden. Al de rest kon me op dat ogenblik gestolen worden.
    De hut werd redelijk vlug bereikt. Mijns insziens was het een verlaten verblijfplaats van de rubbertappers. Eerder een overdekte plaats waar de rubbertappers hun latex tot rubberballen verwerkten. Dat kon men zien aan de in de grond aangebrachte oven. Het dak was nog in goede staat. We zouden in ieder geval droog blijven; zelfs bij regen. Adalto begon met het aanleggen van een kampvuur. Voldoende dicht bij de open zijde van de hut. Dit zou de enige mogelijkheid zijn om het 's nachts wat warm te krijgen en langzaam op te drogen.
    De duisternis viel snel en ik was enkel geïnteresseerd in een slaapplaats. Adalto had ondertussen de motor van de boot genomen en begon met de demontage er van. Van eten werd niet gesproken. Er was trouwens niets.
    Ik zocht naar mijn trouwe "reisgezellen" die me altijd vergezelden. Enkele slaappilletjes voor in geval van nood. Dat was nu nodig en met smaak nam ik er enkele van. Ik zocht een pak droge bladeren in de hut om me wat toe te dekken en voor de rest zette ik mijn verstand op nul. Al de rest kon me op dat ogenblik gestolen worden.
    Ondanks mijn slaapmiddelen werd ik omstreeks 3 uur gewekt door een eigenaardig geluid. Maar ja, ik sliep al van 7 uur 's avonds. Hoera! Adalto had de motor terug aan de praat gekregen. Wat deed dat deugd, zeg. Het betekende dat we onze tocht zouden kunnen verder zetten en vooral niet zouden hoeven te roeien stroomopwaarts om mijn spullen terug op te halen. Dit kalmeerde me echt. Probleemloos sliep ik dan ook nog een poos dichtbij het vuur.
    Gelukkig kende ik geen nawerking van de slaapmiddelen. Ik begon fris en vol goede moed aan de nieuwe opdracht. Wat was er overgebleven van de voedselvoorraad? De kartonnen dozen waren uiteraard verdwenen. Ook het kookgerij, mijn verrekijker, mijn visgerij en de reistas van mijn vriend waren verloren. Dit was geen reden om terug te keren. We zouden wel zien hoe we dit zouden oplossen. Vooruit was de weg.
    Het professionele visgerief van Adalto was niet verloren en deed goed dienst. De goden waren ons de volgende dagen goed gezind. Na enkele dagen vissen waren de isomo-kisten gevuld. Voor de rest deed het ijs zijn werk. Nu moesten we deze waardevolle vis nog aan de man zien te brengen. We hadden hiervoor maximaal vier dagen de tijd. Zo lang zou het ijs het nog volhouden. De meegenomen hoeveelheid ijs kan normaliter een 15tal dagen standhouden behalve wanneer de kisten gevuld worden met vis. Dat gaat het smelten in versneld tempo.
    Uiteindelijk konden we de vis tijdig verkopen. Adalto kon ook zijn kledingvoorraad aanvullen. We keerden terug naar de rivier en verbleven nog meer dan 20 dagen in de jungle.
    Toen ik dertig dagen terug thuis was, werd ik ongerust. Ik kreeg koorts- en zweetaanvallen. Het zou toch niet waar zijn zeker dat ik malaria heb opgelopen? Ik had mijn malariaprofylaxe voor het eerst in meer dan 25 tochten correct genomen....op vijf pillentjes na. Deze moeten nog NA het verblijf in de jungle genomen worden. Ik had dit nagelaten omdat ik er eenvoudigweg geen meer had.
    Onderzoek van mijn bloed wees al snel uit dat ik de Pasmodium Vivax had opgelopen. Een eerder ongevaarlijke malaria-variant. De correcte medicatie maakten hieraan snel een einde en tot nu voel ik me beter dan gelijk wie.





    Foto

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Reisduur: 30 dagen. Totale kost: ongeveer 2200 euro, vluchten inbegrepen


    Verblijven onder indianen, rubbertappers en goudzoekers als hun vriend; da's pas tof !!!!


    Foto

    Mijn favorieten
  • reisverhalen-verzamelgids.nl
  • Netonline
  • reisverhalen ikwilreizen
  • wereldreisgids Willgoto
  • reizen - Zuid Amerika, startpunt
  • Brazilië favorietje
  • reisverhalen nationale mediasite nl

    Foto


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!