24 April, eindelijk was het zover, de kabouterwriemeldag. De
dagen voorafgaand aan deze zaterdag waren Shiara en ik nog druk bezig geweest
met inkleuren, afdrukken, opzoeken, knutselen en contacteren. Hier volgt een
korte opsomming van onze activiteiten, het komt van ons lijstje dat constant
werd aangepast tijdens de laatste weken:
-Mutsen maken
-kabouters afprinten
-plaatjes inkleuren
-plaatjes voor bos plastificeren
-schemas afprinten
-mails sturen
onaar
ouders van onze miniemen
onaar
helpers
onaar
andere ploegen
onaar
kookploeg
onaar
jeugd evenementen cel
-script toneeltje schrijven
-verkleedkleren zoeken
-mail sturen voor schmink
-bijeenzoeken van materiaal voor paddenstoelen
-controleren van materiaal op AKC
Zoals ik reeds aangaf werd dit lijstje een echt werkinstrument,
het werd constant heen en weer gemaild. Ik geef hier dan ook de versie weer van
de laatste week. We hadden er dus voor gezorgd dat alles perfect in orde was. De
laatste week kregen we echter nog slecht nieuws. Er werd namelijk op AKC een Bloso-examen georganiseerd, waar Shiara ook aan deelnam. Dit was een examen
waarbij trainers een modeltraining moesten geven. Dit zorgde voor meerdere
problemen, deze mensen hadden immers niet alleen heel veel materiaal nodig,
maar daarnaast ook kinderen om training aan te geven. Dit betekende dat naast het geplande voorbereidingswerk er nog een aantal extra taken bijkwamen.
Alsof dat nog niet genoeg was, zat onze fotograaf vast in Egypte door een
vulkaanuitbarsting, dus moesten we de ouders inschakelen voor deze taak. Samen
kwamen we echter snel tot mogelijke oplossingen.
De helpers kwamen om 13u 15 en de andere ploegen om 13u 45.
Onze miniemen werden al op de terreinen van AKC verwacht om 9u 45, dus ik was
reeds om 9u op de club. Ik hoopte dat ik zodanig alles op tijd zou kunnen
opzetten, want om 14u startte de kabouterwriemel. Maar doordat de trainers bijna
al het materiaal reeds in gebruik hadden, zag ik het even niet meer zitten. De
planning was helemaal in de war. Wat we normaal gezien heel rustig hadden
kunnen opstellen, moest nu heel snel gebeuren. Doordat de kindjes reeds van s
morgens op de club waren, moesten ze natuurlijk middageten. Deze kindjes zijn
tussen 4 en 7 jaar en vinden hesp en choco een droom combinatie, hier was dus
ook enige assistentie vereist. Vervolgens moesten we ons (te) snel omkleden om
vervolgens de andere ploegen de juiste documenten en mutsen te geven.
Uiteindelijk kwam alles wel op zijn pootjes terecht, maar het moest heel snel
gaan, wat een onaangenaam gevoel gaf. Gelukkig waren de helpers op voorhand
reeds uitgebreid gebrieft zodat ze wisten wat hun te doen stond.
Toen het wriemelwerk echter daadwerkelijk van start ging,
liep alles op rolletjes. De kindjes keken aandachtig naar het toneeltje en
gingen mee in het verhaal. De helpers speelden hun rol in het verhaal perfect
mee. De kinderen kregen allemaal een kaboutermuts op en waren voorbeeldige
kaboutertjes. Op het einde van de middag hadden alle kabouterkorfballertjes de
code ontcijfert en de schatkist met plopkoeken gevonden. Daar werden ze nog
eens voor beloond door AKC, ze kregen allemaal een lekkere portie
kabouterpopcorn. De trainers van de andere ploegen kregen een document om te
polsen naar hun opmerkingen over de wriemeldag. Dit is een officieel document
dat we vervolgens dienden over te maken aan de korfbalbond. De reacties waren
zeer positief:
-Zeer goede
wriemeldag, de verschillende opdrachten duurden net lang genoeg en werden goed
uitgelegd.
-Tot in de puntjes
verzorgd, zoiets hebben we op geen enkele andere club al meegemaakt!
Mijn doel was om aan mezelf te bewijzen dat ik georganiseerd
genoeg was om een evenement te organiseren. Of ik in mijn opzet geslaagd ben en
hoe het hele ZEP-proces verlopen is, bespreek ik hier.
Het was mijn bedoeling om samen met heel AKC een
goede wriemeldag te organiseren. Onder een goede wriemeldag versta ik een dag
waarop kinderen met veel plezier korfballen en andere activiteiten uitvoeren.
Een dag waarop alle medewerkers weten wanneer ze wat met wie moeten doen. Een
dag waarop andere trainers ook een leuke tijd hebben met hun miniemen. Dit
wilde ik allemaal bereiken, terwijl ik extra aandacht besteedde aan mijn
werkpunt. Hoewel er veel flexibiliteit van ons gevraagd werd, door de extra
activiteiten die georganiseerd werden op AKC, was het toch een geslaagde dag.
Iedereen was op tijd en voerde de taken correct uit en de miniemen en andere
coachen hadden een leuke dag. Ik wou er zeker van zijn dat ik niets zou
vergeten, aangezien dit een moeilijk punt was voor mij. Toen ik s avonds de dag
nog eens in mijn hoofd herbeleefde, kwam ik tot de aangename conclusie dat ik
schijnbaar niets vergeten was. Dit staat echter in schril contrast met het
gevoel dat ik had vlak na de wriemeldag. Alles was opgeruimd, de kindjes waren
naar huis en ik had een slecht gevoel. Ik kon dit gevoel niet plaatsen, alles
was immers goed gelukt. Ik weet nu nog steeds niet waarom ik toen zo negatief
dacht, want als ik nu terug denk aan de wriemeldag, geeft dit een heel goed en
leuk gevoel. Zelfs toen ik van verschillende mensen felicitaties kreeg voor de
fantastische dag bleef het negatieve gevoel aanwezig. Het slechte gevoel ging
weg toen we op het einde van de dag met alle jeugdleiders samen een ijsje in de
zon zaten te eten. Ik kan geen andere verklaring bedenken dan vermoeidheid. De
dagen voorafgaand aan de wriemeldag hadden we veel trainingen en had ik ook
veel schoolwerk, daarbij kwamen nog de laatste voorbereidingen voor het
wriemelen, druk dus. Ondertussen is er dus helemaal geen sprake meer van een
negatief gevoel, enkel een euforisch. Ik heb aan mezelf kunnen bewijzen dat
ik wel degelijk georganiseerd te werk kan gaan. Misschien nog belangrijker
is dat ik mijn bedoelingen ook op een georganiseerde manier aan anderen heb
kunnen overbrengen. Dit vind ik vooral belangrijk met het oog op lesgeven, want
dit zag ik als een groot probleem. Dit aspect alleen al zorgt voor een extreem
goed gevoel. Ik besef wel dat ik nog lang niet aan het einde van dit proces ben
gekomen, ik heb enkel een stap in de juiste richting genomen. Doordat mijn
agenda ordelijker is, ben ik me meer bewust van mijn verantwoordelijkheden en
krijg ik een overzichtelijke planning. Ook tijdens de examens zorgde dit voor
een gevoel van zekerheid, doordat ik alle leerstof goed had ingepland en ik
wist dat ik het kon halen. Ik ben tijdens de wriemeldag niets vergeten, ik had
aan alles gedacht. Maar één van de belangrijkste leerpunten van dit hele proces
is dat ik de juiste mensen moet durven vragen om hulp. Niet alleen om mij te
controleren, zoals ik in het begin deed, maar omdat ik betere resultaten behaal
door afspraken te maken. Dit is iets wat ik vroeger nooit kon doen, omdat ik
helemaal geen overzicht had over mijn verschillende taken. Je moet eerst perfect
weten wat er nog juist gedaan moet worden, voordat je gericht met andere mensen
kan afspreken en hierdoor verantwoordelijkheden kan delen.
Wanneer ik dus over mijn eindreflectie nadenk, heb ik
volgende gevoelens en bedenkingen aan het einde van dit deel van het proces
(dat nog lang niet is afgerond). In het dagelijkse leven had ik veel problemen doordat
ik erg veel vergat of zaken door elkaar haalde. Ik was steevast onderweg zonder
gsm en vergiste me van uur voor een afspraak. Dit uitte zich ook in mijn
schoolwerk en vooral dit zat me dwars. Wanneer ik namelijk voor mezelf nadacht
over mijn beste leerkrachten, waren dit ook steeds de meest gestructureerde.
Doordat ik zelf een tekort had aan organisatie, merkte ik dat ik bij hen het
meeste houvast had. Vanaf de identificatie van het werkpunt, volgde er een
lange weg tot aan het organiseren van een korfbaltornooi voor meerdere ploegen.
Bij aanvang van het proces zag ik op tegen die dag. Hoe ging ik ooit aan alles
denken, en mijn bedoelingen op een goede manier duidelijk kunnen maken aan
andere mensen?
Ik startte bij mijn agenda en examenplanning, maar dit gaf
geen grote resultaten. Ik merkte hierbij wel dat ik eerder angstig stond ten
opzichte van veranderingen en dat dit onterecht was. Van dat gevoel ben ik nog
steeds niet af, maar ik weet al wel dat ik het ervaar, wat toch ook een stapje
voorwaarts is. Vervolgens ging ik een stap verder in het organiseren van mijn
agenda, ik stelde een aantal standaard lijstjes op. Ook dit had wel enig
effect, maar het gevoel dat ik onvoldoende controle had, bleef hardnekkig
aanwezig. Het meeste vooruitgang maakte ik na de vorige ZEP-bijeenkomst, toen
ik opnieuw ging reflecteren over mijn reflecties. Ik merkte dat de voorgaande
activiteiten steeds wel voor een vooruitgang zorgden, maar niet in die mate
waarop ik gehoopt had. Door mijn verwachting bij te stellen, kreeg ik een
positiever gevoel over het proces. Deze positieve instelling resulteerde in
stijging van mijn zelfvertrouwen. Doordat ik meer geloofde in een positief
eindresultaat ging alles net iets gemakkelijker. Ik was ook voor een deel
verlost van de angst om de controle te verliezen. Ik legde me neer bij het feit
dat het mogelijk is dat ik nog steeds zaken zou vergeten, maar dat dit niet het
einde van de wereld betekende. Raar genoeg zorgde het feit dat ik minder bang
was om iets te vergeten ervoor dat ik ook daadwerkelijk minder vergat. Wanneer
het warhoofd in mij toch nog eens de kop opstak, focuste ik hier minder op. Een
andere heel belangrijke stap voor mij was het conflict dat ik had met Shiara.
Doordat ik enkel bezig was met wanhopigvasthouden aan controle, gaf ik haar het gevoel dat ze niet betrokken
was. Na het conflict had ik aanvankelijk nog even veel angst om de controle te
verliezen, maar dit veranderde al snel. Ik leerde dat je met de juiste mensen
verantwoordelijkheden kan delen en dat je hierdoor juist meer controle krijgt
in plaats van minder.
Hoe gaat dit mij nu helpen in
de klas? Ik ga bewust veel werk moeten steken in mijn lesvoorbereidingen, dit
vergroot mijn zelfvertrouwen. Niet alleen de schriftelijke voorbereiding, maar
ook de mentale. Ik moet een les trachten te overlopen in mijn hoofd aan de hand
van mijn gestructureerde voorbereiding. Vervolgens moet ik hulp vragen aan
iemand die ik vertrouw, zodat ik er zeker van ben dat ik een eerlijke mening
krijg. En vervolgens de lessen waar ik onzeker van ben eens repeteren. Ik moet
hierna luisteren naar de feedback en vervolgens de positieve aspecten nog eens
extra belichten voor mezelf. Dit resulteert hopelijk in een georganiseerde les,
zonder angst om de controle te verliezen. Ik hoop dat zo geleidelijk aan mijn
zelfvertrouwen toeneemt en dat een aantal activiteiten, die bijdragen tot
gestructureerd les geven, evolueren in automatismen. Ik wil echter ook
benadrukken dat ik mij er ten volle van bewust ben dat ik nog lang geen
gestructureerde leerkracht ben, maar dat ik wel reeds een stap dichter ben. Dit
zal altijd wel een moeilijk punt blijven voor mij, waar ik mij steeds bewust
van moet zijn. Misschien ben ik niet langer een verstrooide Picasso, maar een kabouterfotograaf.
Omdat mijn hersenspinsels nu meer duidelijke fotos weergeven, hoewel ze nog
steeds niet reuze zijn.