Diabetespatiënten moeten meermaals per dag insuline inspuiten. Insuline
is een hormoon dat afgescheiden wordt door de ß-cellen van de pancreas.
Insuline regelt het glucose metabolisme.
Men kan de insulines indelen volgens hun werkingsduur.
Snelwerkende insuline Deze
insuline begint te werken na 20 à 30 minuten en werkt gedurende 6 tot 8
uur na injectie. De maximale werking is 1 à 3 uur na de injectie (vb.
Actrapid®, Regular Humuline®). Deze insuline is helder. Bij een
behandeling met deze insuline zijn meerdere injecties per dag nodig.
Tussenmaaltijden zijn aan te raden, omdat deze insulines enkele uren na
de maaltijd nog steeds een belangrijke werking hebben.
Utrasnelwerkende insuline Deze
insuline begint te werken 10 à 15 minuten na de injectie en werkt
gedurende 2 à 5 uur later. De maximale werking is 30 à 70 minuten na de
injectie (vb. Humalog, Novorapid). Deze insuline is eveneens helder. Bij
de behandeling met dit soort insuline zijn steeds meerdere injecties
per dag nodig. Er zijn verschillende combinaties mogelijk. vb. Bij ontbijt: Humalog + traagwerkende insuline Bij middageten: Humalog Bij avondeten: snelwerkende insuline Bij het slapengaan: traagwerkende insuline Tussenmaaltijden
zijn niet nodig omdat deze insuline zeer snel uitgewerkt is. Indien er
toch een tussendoortje genomen wordt, kan men best vooraf een kleine
hoeveelheid ultrasnelwerkende insuline spuiten. Behandeling met dit soort insuline vraagt een goed inzicht in de wisselwerking tussen insuline en activiteit.
Traagwerkende insuline Deze
insuline begint te werken na 2 à 3 uur en werkt gedurende ± 22u na de
injectie (vb. Insulatard®, Humuline NPH®). Deze insuline is troebel. Het
is een snelwerkende insuline, waaraan een bindingsmiddel is toegevoegd,
waardoor ze trager in de bloedbaan komt en dus trager werkt. Deze
insuline moet steeds tot een homogeen mengsel gerold worden vooraleer
in te spuiten. Bij pengebruik verkrijgt men een homogeen mengsel door
de pen op en neer te kantelen.
Ultra-traagwerkende insuline Deze
insuline begint te werken na 2 à 4 uur en werkt gedurende ± 24u (vb.
Ultratard®). Deze insuline is troebel (gebonden aan een overmaat van
bindmiddel waardoor ze nog veel trager gaan werken). Deze insuline moet steeds tot een homogeen mengsel gerold worden vooraleer in te spuiten. Ze bestaat niet in penvullingen.
Gemenge insuline Deze
insuline begint te werken na 20 à 30 minuten en werkt gedurende 24u
(vb. Mixtard®). Deze insuline is troebel. Het is een mengsel van een
hoeveelheid snelwerkende insuline en een hoeveelheid traagwerkende
insuline: vb. Mixtard 30/70 (30% snel / 70% traag) - Humuline 20/80
(20% snel / 80% traag).
De insulinepen Bij
het pensysteem maakt men gebruik van een dagelijkse injectie
langwerkende insuline, vòòr het slapengaan (± 22u) en 3 injecties
snelwerkende insuline vòòr de belangrijke maaltijden (ontbijt,
middageten, avondeten).
Voordelen betere regeling van de bloedsuiker meer zelfstandigheid meer levensvrijheid nauwkeurige dosering (per 1 Eenheid) Er
bestaan verschillende soorten pensystemen, maar het basisprincipe
blijft gelijk: met een doseerknop wordt het juiste aantal Eenheden
ingesteld. Door de knop naar beneden te drukken wordt de dosis
ingespoten.
De injectieplaatsen van de pen Men
moet steeds loodrecht inspuiten in een huidplooi. Wanneer men moeilijk
een huidplooi kan maken, mag men schuin inspuiten, na advies van uw
dokter of diabetesverpleegkundige.
snelwerkende insuline: 's morgens: buik 's middags: buik 's avonds: buik (inspuiten in de buik = snelle opname van de insuline) traagwerkende insuline: voor slapengaan: dij
Aandachtspunten
Vóór elke inspuiting: Ga bij elke inspuiting na of er insuline uit de
pen komt. Stel de pen in op het minimum aantal eenheden, en herbegin zo
nodig. Ga bij elk gebruik na of de juiste insuline gebruikt wordt.
Na elke inspuiting: Bewaar de pen nooit in de koelkast. Het inspuiten
van koude insuline doet meer pijn. De in gebruik zijnde insulinevulling
mag maximum 1 maand gebruikt worden. Bescherm de pen tegen stof en vuil.
De naald: Gebruik dezelfde naald maximaal 4 maal. Gooi ze nadien onmiddellijk weg in een naaldcontainer.
Reserve insuline: Bewaar steeds 1 reserveflacon insuline in uw etui. Leg de voorraad van insuline steeds in de koelkast.
Patroon: 1,5 ml patroon: werp het patroon weg wanneer de rubber afsluitdop de gekleurde ring van de vulling bereikt 3 ml patroon: werp het patroon weg wanneer men kan aflezen dat de inhoud minder is dan de te injecteren dosis.
De wegwerpinsulinepen (vb. Novolet, Humaject) De meeste insulinesoorten zijn eveneens verkrijgbaar in voorgevulde wegwerppennen. Deze pennen zijn per 2 Eenheden doseerbaar.
Voordelen Handig : men moet geen patroontjes verwisselen Steeds reservepen (voordeel bv. op vakantie) Nuttig wanneer men slechts voor een korte periode insuline moet gebruiken (bv. tijdens zwangerschap)
Nadelen Ecologisch veel afval Minder nauwkeurige dosering : per 2E i.p.v. per 1E
De insulinespuit Er zijn spuitjes die 30, 50 of 100 E insuline kunnen bevatten. De techniek van inspuiten is dezelfde als deze met de pen.
Gebruik voor elke injectie een nieuwe spuit. Herkap niet en gooi de spuit onmiddellijk in de naaldcontainer
Ontsmet steeds de rubberen dop van de flacon waar je insuline uit
optrekt (met een alcohol- doekje). Schrijf steeds de datum van opening
op de flacon. Gebruik de flacon maximum 1 maand Tips om gemakkelijk de juiste hoeveelheid insuline uit de insulineflacon te trekken:
Spuit een hoeveelheid lucht in de flacon (= het aantal in te spuiten
eenheden). Het optrekken van de insuline gaat dan gemakkelijker.
Controleer na het optrekken van de insuline of er geen luchtbellen in
de spuit zitten. Luchtbellen kan men verwijderen door met de vingers
lichtjes tegen de spuit te tikken. De luchtbellen komen naar boven en
kunnen uit de spuit gespoten worden. Voor het mengen van de
insulines (snel + traagwerkende insuline) wordt eerst de heldere of
snelwerkende insuline, daarna de troebele of traagwerkende insuline
opgetrokken. Indien men eerst de troebele of traagwerkende insuline zou
optrekken, kan de flacon met heldere insuline ook troebel worden.
Immers aan het puntje van de naald hangt onvermijdelijk een klein
druppeltje troebele insuline. Prikt men nadien in de flacon met heldere
insuline dan mengt deze druppel troebele insuline zich met de heldere
insuline. Na verschillende keren zal de heldere insuline ook troebel
worden. Er zijn dan twee flacons trage of troebele insuline. Omgekeerd
kan dit niet. Troebele insuline wordt nooit helder. Het is daarom ook
aangewezen het opgetrokken mengsel van insuline onmiddellijk toe te
dienen.
De subcutane insulinepomp Bij
sommige patiënten schommelen de glycemiewaarden zo erg, dat klassieke
insulinebehandelingen niet volstaan. Hiervoor heeft men een andere
oplossing: continue toediening van insuline via een insulinepomp
(C.S.I.I. = Continue Subcutane Insuline Infusie). De bedoeling is een
zo goed mogelijke imitatie te krijgen van de reële insulinebehoefte (=
basale insulinebehoefte). Dit geeft enerzijds een continue onderhuidse
insulinetoediening en anderzijds een supplementaire toediening van
insuline bij de maaltijden (= bolusinjectie). Door het gebruik van de
insulinepomp wordt de patiënt meer onafhankelijk, maar ook meer
verantwoordelijk voor zijn glycemieregeling. Het is van groot belang
dat een patiënt die een insulinepomp heeft, in staat is tot
zelfcontrole, de pomp zelfstandig kan bedienen en voorschriften
nauwkeurig kan en wil opvolgen. Een insulinepomp wordt soms ook
voorgeschreven aan vrouwen met zwangerschapswens die zowel een tijdje
voor de conceptie als tijdens de hele zwangerschapsduur perfect moeten
geregeld zijn.
De inplant insulinepomp Deze
behandeling is zeer uitzonderlijk en wordt alleen toegepast wanneer
alle andere behandelingsmethodes onmogelijk zijn (bv. in geval van
perifere resistentie voor insuline). Een insulinepomp wordt
operatief ingebracht in de buikholte. De insuline die vrijkomt, wordt
op deze manier peritoneaal opgenomen. De intraperitoneaal vrijgekomen
insuline komt vrijwel onmiddellijk in de portale circulatie terecht. Het
reservoir dat speciale insuline van 400E/ml bevat, moet alle 2 à 3
maanden opnieuw gevuld worden in steriele omstandigheden. De bediening van de pomp gebeurt door middel van een afstandsbediening. Het
werkingsprincipe komt overeen met een subcutane pomp, d.w.z. enerzijds
een continue insulinetoediening en anderzijds bolustoediening bij de
maaltijden. Zelfcontrole, discipline en educatie blijven even belangrijk als bij een subcutane pomp.
De huidplooi Insuline
wordt onderhuids ingespoten. Het is de bedoeling dat de insuline vanuit
het onderhuids weefsel in de bloedvaten wordt opgenomen. Onderhuids
weefsel heeft men op vele plaatsen van het lichaam, maar niet alle
plaatsen zijn even geschikt. Insuline kan best ingespoten worden ter
hoogte van : voor- en zijkanten van de dijen de buitenkant van de bovenarm de buik behalve rond de navel en de taillelijn
Aandachtspunten: Maak een goede huidplooi tussen duim en wijsvinger. Trek de plooi lichtjes naar boven.
De huidplooi moet goed losliggen, dwz. de plooi moet als het ware
heen en weer kunnen schuiven. Zo bevat de huidplooi enkel de huid en
vetweefsel. Als je de huid en de spier vasthebt, kan je de huidplooi
niet heen en weer schuiven. Als je te diep inspuit, spuit je in
de spier. Hierin liggen bloedvaatjes. De kans is groter dat men de
insuline dan in het bloedvat spuit. De ingespoten insuline zal hierdoor
veel sneller werken, met als mogelijk gevolg een glycemieontregeling.
Dit wordt voorkomen door een goede losse plooi te maken. Bij te oppervlakkig inspuiten van de insuline, krijg je een papel ter hoogte van de huid.
In het algemeen kan men stellen dat het gebruik van zo kort mogelijke
pennaaldjes aanbevolen is. Bij gebruik van 5 mm naaldjes is het maken
van een huidplooi zelfs overbodig.
De inspuiting De injectie moet op een steriele manier gebeuren. De injectie moet in de onderhuid gebeuren.
Ontsmet steeds de plaats waar geprikt wordt. Gebruik hiervoor altijd
een alcoholdoekje. Ontsmet steeds ruimer dan de plaats waar je gaat
prikken (± 15 sec.). Laat de ontsmettingsstof drogen. Maak met de ene hand een goede huidplooi, neem in de andere hand de pen of spuit vast. Dit vraagt wel wat oefening.
Druk met een vrij snelle beweging de naald loodrecht in de huidplooi.
Veel pijn doet dit niet daar de naalden heel fijn zijn (houd de
huidplooi vast). Trek na de inspuiting de naald pas uit de huid
nadat je tot 10 geteld hebt. Zo krijgen de laatste druppeltjes ook nog
de kans zich in het vet te verspreiden. Masseer de
inspuitplaats niet. De insuline moet traag vanuit de huid naar het
bloedvat worden opgenomen. Komt er bloed na de inspuiting, dan werd
mogelijk een bloedvat aangeprikt. Ontstaat er een papel na de
inspuiting, dan werd de insuline te oppervlakkig gegeven. Gebruikte naalden of gebruikte spuitjes werpt men in een naaldcontainer.
Prik per spuitmoment in dezelfde lichaamszone, maar wissel in die
zone steeds van plaats en gebruik per week de linker- of de
rechterzijde. Na de toediening van snelwerkende (heldere) insuline wacht men best niet te lang om te eten (maximum 15 tot 20 min).
Mogelijke problemen
Blauwe plekken of pijn : meestal veroorzaakt door een foutieve techniek, met name het bewegen van de spuit of de pen tijdens de inspuiting.
Het onmiddellijk verschijnen van een witte blaar : de injectie was niet diep genoeg. (Tip : maak steeds een goede huidplooi)
Roodheid, jeuk of bultjes
: jeuk, roodheid of bultjes op de plaats van de injectie, lijkend op
insektebeten. Dit duidt op een mogelijke overgevoeligheid voor iets in
de injectie. Het kan soms 24 à 48 u duren voordat een dergelijke
reactie optreedt. Meld dit aan de arts.
Putjes in de huid
: deze ontstaan door een verlies aan weefsel op de injectieplaats.
Injecteren op die plaats is vaak pijnloos. Hierdoor heeft men de
neiging daar opnieuw te spuiten. Dit verergert echter de
situatie.Vermijd deze prikplaats geruime tijd. Gebruik dagelijks een
andere injectieplaats binnen een bepaalde lichaamszone en gebruik een
juiste techniek.
Vetbultjes : deze ontstaan door
te vaak op dezelfde plaats te spuiten en/of een verkeerde techniek te
gebruiken. Deze ontstaan langzaam en kunnen vrij groot worden.Vermijd
deze prikplaats geruime tijd.Gebruik dagelijks een andere
injectieplaats binnen een bepaalde lichaamszone en gebruik een juiste
techniek.
Controleer steeds de injectiezone vooraleer te
injecteren. Bij problemen meld je dit best aan de dokter. Best gebruik
je deze probleemzone niet tot de symptomen verdwenen zijn. Gebruik
steeds een juiste techniek en vergeet nooit te ontsmetten. Juiste techniek: - loodrecht - huidplooi - zelfde lichaamszone; dagelijks roteren
De voorraad insuline wordt het best in de groentelade van de koelkast
bewaard. In geen geval mag de insuline diepgevroren worden. Leg de
insuline tijdig op kamertemperatuur. Insuline koud inspuiten is
pijnlijk. De insuline die in gebruik is, wordt op kamertemperatuur
bewaard. Gebruik een aangeprikte flacon nooit langer dan één maand.
Naast de (humane) insuline, bestaan er ook zg. insulineanalogen. Dit
zijn via recombinant DNA technieken aangepaste vormen van humane
insuline die niet meer dezelfde structuur hebben als humane insulines.
In vergelijking met humane insulines hebben ze een aantal voordelen.
Ultrakortwerkende insuline (Humalog®, NovoRapid®) Deze
insulineanalogen worden veel sneller in het bloed opgenomen. Ze kunnen
onmiddellijk voor de maaltijd worden ingespoten en bereiken een half
tot anderhalf uur na inspuiten een piek.
Langwerkende insuline (Lantus®, Levemir®) Lantus?(insuline
aspart) heeft een piekloos werkingsprofiel van 24 uur en voorziet in de
basis insulinebehoefte. Deze insuline wordt gecombineerd met de
gebruikelijke maaltijdgebonden inspuitingen, maar mag ook in combinatie
met orale antidiabetica toegediend worden. Ongeveer anderhalf uur tot
twee uur na de inspuiting begint Lantus te werken. Daarna stijgt de
werking van de insuline naar een stabiel basisniveau. De inspuiting kan
op elk tijdstip van de dag, maar eens het tijdstip gekozen, moet dit
steeds op hetzelfde moment gebeuren. Levemir® is een analoog met
lange werkingsduur. Het effect van de insuline is dus minder variabel
van injectie tot injectie. De gelijkmatige verlengde werking leidt ook
tot het minder vaak optreden van nachtelijke hypoglycemieën. Vooral
kan het een uitkomst zijn voor mensen met sterk wisselende nuchtere
bloedglucose waarden, of met hoge nuchtere bloedglucose spiegels
ondanks goede waarden s nachts. Deze preparaten mogen niet
intraveneus, maar uitsluitend onderhuids ingespoten worden. Het
hypoglykemiërend effect treedt pas anderhalf uur tot 4 uur na de
subcutane inspuiting op, is maximaal na 8 uur en duurt ongeveer 20 tot
24 uur. Insuline glargine wordt trager geresorbeerd wat toelaat de
concentratiepiek te vermijden.
Mengsel (Novomix® 30) Novomix®
30 (bifasiche insuline aspart) is een insuline analoog en staat voor
30% uit opgeloste insuline aspart en voor 70% uit insuline aspart
gebonden aan een eiwit in kristallijnen vorm.
auteur/bron :
UZ Gasthuisberg, Dienst Endocrinologie
Insuline is een hormoon dat ervoor zorgt dat de glucose de lichaamscellen in kan komen en dat de productie van glycogeen stimuleert, een van de belangrijkste brandstoffen voor fysieke inspanningen.
Cellen op zoek naar suiker
Insuline werd zeventig jaar geleden ontdekt. Sindsdien houdt dit hormoon de fysiologen in de ban. Vooral de omstandigheden waarin de pancreas of alvleesklier de stof in het bloed afscheidt blijft ze boeien. We weten dat dit proces zich voordoet telkens als we hebben gegeten, vooral zoete dingen. Enkele minuten na elke maaltijd kan de concentratie plasma-insuline tien keer hoger liggen dan ervoor. Daardoor kunnen suikers massaal de cellen binnen komen. De insuline helpt zo de voorraden glycogeen weer aan te vullen. Die stof wordt door de specialisten in sportfysiologie de brandstof van de fysieke inspanning genoemd.
Een andere piste
Zo loopt het bij het merendeel van de mensen. Bij sporters speelt nog een ander mechanisme mee. Het regelmatig trainen creëert een sterke behoefte aan suiker. Na een maaltijd of tussendoortje wacht de cel niet tot er insuline vrijkomt om opnieuw suikers te krijgen. Ze gaat op eigen houtje aan de slag en bedient zich van het aanwezige calcium dat bij de contractie van de spieren uit het sarcoplasmatisch reticulum vrijkomt. Dat mechanisme is van grote waarde voor de sporters. Die kunnen zo sneller reageren op het krimpen van hun energievoorraden zonder te hoeven wachten tot er insuline vrijkomt. Ze vullen hun voorraden glycogeen in de spieren en de lever spontaan aan met het oog op de prestaties die ze nog moeten leveren. Maar ze zijn niet de enigen die voordeel kunnen halen uit dit flexibele mechanisme. Dat mechanisme blijkt ook heel waardevol te zijn in de behandeling van mensen met diabetes. Kenmerkend voor deze ziekte is dat het lichaam te weinig insuline aanmaakt. Om verschillende redenen, die het gevolg zijn van erfelijke factoren en/of de leefstijl, kan de pancreas de behoefte aan insuline niet meer dekken. In dat geval moet het hormoon worden toegediend via inspuitingen.
Maar ook sport kan, althans gedeeltelijk, hulp bieden. Verschillende wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat de hoeveelheid via injecties toegediende hormonen kan worden verlaagd als patiënten vaak na jaren stilzitten weer aan sport gaan doen. Om die reden raden diabetesspecialisten hun patiënten nu sterk aan om te sporten. Of hoe lichaamsbeweging insuline kan vervangen.
Te weinig slaap zorgt voor een toename in een eiwit dat honger stimuleert.
Kinderen
hebben meer kans op overgewicht door hun genen, door de partnerkeuze
van hun ouders en de stijgende leeftijd van hun moeder.
Borstvoeding kan leiden tot overgewicht, onder andere door de vervuilende stoffen die in de moedermelk zijn geraakt.
Bij mannen is een buikomtrek van meer dan 100 cm gevaarlijk.
Roken onderdrukt het hongergevoel. Door te stoppen met roken, kom je bijna als vanzelf bij.
Beweging is belangrijk maar het is niet voldoende.
Ook gezond eten is een belangrijke, maar niet de enige factor.
Obesitas
is dé killer van deze tijd. Er lijden zoveel mensen aan overgewicht dat
artsen paniekerige berichten de wereld in sturen en het mantra is
bekend: gezonder eten, meer bewegen! Een nieuwe studie van
vooraanstaande wetenschappers duidt echter andere oorzaken aan.
Gewichtstoename kan evengoed te wijten zijn aan de temperaturen in onze
huizen of vervuilende stoffen en medicijnen. Het is niet dat gezond
eten en veel bewegen onbelangrijk zijn, het zijn alleen niet de enige
oorzaken. De tien belangrijkste oorzaken op een rijtje gezet.
1) Te weinig slaap Vermoeide
mensen grijpen sneller naar eten. Dat komt omdat slaapdeprivatie de
hoeveelheid ghrelin, een eiwit dat de voedselopname stimuleert, in het
bloed doet toenemen terwijl de hoeveelheid leptin, het eiwit dat de
hoeveelheid lichaamsvet reguleert, afneemt. De voorbije vijftig jaar is
het aantal uren dat mensen slapen gedaald met twee uur, van negen naar
zeven.
2) Vervuiling Synthetische
chemicalliën, zoals bijvoorbeeld in plastic, kunnen het lichaam
binnendringen via de voedselketen en de werking van hormonen
beïnvloeden of zelfs tegenwerken. Hoe meer van deze vervuilende stoffen
in ons lichaam, hoe dikker we worden. Zo zijn er stoffen die de werking
van de mannelijke hormonen verhinderen, waardoor het vet zich
opstapelt. Babys ontsnappen er niet aan: moedermelk is al even
vervuild. Sinds 1972 verdubbelt de vervuiling elke vijf jaar.
3) Comfortabele temperaturen In
de winter hebben we het graag warm, in de zomer willen we airco. De
gemiddelde huistemperatuur is gestegen van 13°C naar 18°C in de laatste
dertig jaar. Dat heeft als gevolg dat het lichaam de calorieën om af te
koelen of te verwarmen niet opgebruikt en ze omzet in vet.
4) Niet roken Het
is een cliché, maar mensen die roken komen minder aan en ze verdikken
eens ze stoppen met de kankerstok. De reden is dat nicotine honger
onderdrukt. De cijfers liegen er niet om: stoppen met roken verklaart
een kwart van het toegenomen overgewicht bij de mannen en een zesde bij
de vrouwen tussen 1978 en 1990.
5) Medicatie Antidepressiva,
anticonceptie, medicatie voor diabetici, hoge bloeddruk,
spiersamentrekkingen.. deze medicijnen bevatten bètablokkers die kunnen
leiden tot een gemiddelde gewichtstoename van ongeveer 1,5 kilo.
6) Verouderen Ook
het natuurlijke verouderingsproces zorgt voor een gewichtstoename. Bij
vrouwen heet dat de blokjaren met twee cruciale fases. De eerste
periode met gewichtstoename is na de 35ste verjaardag, de tweede na de
menopauze en dat allemaal door hormonale en metabolische veranderingen.
De mannen verdikken vooral in de buikstreek, met de ontwikkeling van de
zogenaamde bierbuik. Een buikomtrek van meer dan 100 centimeter
verhoogt de kans op diabetes. Tegelijk moet er ook rekening gehouden
worden met een neveneffect: de leeftijdsgroep 35-44 is enorm
toegenomen, dus ook de kans op het voorkomen van overgewicht is
toegenomen.
7) Leeftijd van de moeder De
kans op verdikken stijgt met 14,5 procent per vijf jaar dat de moeder
veroudert. Dat zou kunnen zijn omdat kinderen bij het ouder worden
minder proteïnen binnenkrijgen of omdat de leeftijd van de moeder bij
de geboorte gewoon al hoger is.
8) Laag geboortegewicht Babys
met een laag geboortegewicht halen hun tekort snel in en misschien
wel te snel, waardoor de kans op overgewicht toeneemt. Ook moeders die
een te laag geboortegewicht hadden, hebben meer kans op diabetes, wat
het de kans op overgewicht voor hun kinderen weer verhoogt. Ook
overvoede babys lopen een groot risico op overgewicht.
9) Genen De
Body Mass Index is gedeeltelijk erfelijk en dat komt vreemd genoeg
omdat mensen die meer wegen meer kinderen ter wereld brengen. Meer
kinderen uit dikke ouders, betekent meer mensen die voorbestemd zijn om
dik te worden.
10) Partnerkeuze van de ouders Soort
zoekt soort zegt men wel eens en dikke(re) mensen zoeken dikke(re)
partners uit. Ook dit verhoogt de kans om kinderen met genen die hen
voorbestemmen voor zwaarlijvigheid.
Mensen die aan sport doen zijn zich er over het algemeen goed van bewust
dat ze om hun motor te laten draaien brandstof en water nodig hebben. Jammer
genoeg onderschatten ze vaak het belang van de andere voedingsstoffen.
Weinig sporters letten erop of ze wel genoeg mineralen binnenkrijgen. Dat
is nochtans essentieel. Magnesium is bijvoorbeeld onontbeerlijk voor de
productie van energie in het lichaam. Bij een tekort aan magnesium gaat het
lichaam in een lagere versnelling en voelt de betrokkene zich de hele dag door
abnormaal moe. Zulke situaties zijn schering en inslag bij sporters die aan een
krachttraining beginnen. De herhaling van intensieve inspanningen zorgt voor
een aanzienlijk verlies van magnesium via het zweet en de urine. Als de sporter
in kwestie er niet op toeziet dat de verliezen telkens worden gecompenseerd,
zit hij voor hij er erg in heeft met een tekort. Ook de hoeveelheid zink in het
lichaam krijgt te lijden bij een intensieve spieractiviteit. Hetzelfde geldt
voor tal van andere mineralen en vitamines. Het is een beetje te vergelijken
met een werk in een fabriek, waar de afwezigheid van één post soms volstaat om
het hele productieproces stil te leggen. Hier wordt de eiwitsynthese onmogelijk
zodra een van de schakels in het proces, hoe klein ook, ontbreekt. Vandaar het
belang om fruit en groenten te eten die rijk zijn aan micronutriënten.
Bouwstoffen
In de voeding van sporters horen voorts ook alle stoffen die als
bouwmateriaal fungeren in de steunweefsels die bij het sporten extra belast
worden, zoals de pezen en het kraakbeen. Water, kalk, silicium, mangaan enz
zijn hier onontbeerlijk. En dan is er nog het meest problematische geval: dat
van de vetzuren. Vet heeft in het sportmilieu een slechte reputatie. Elke
sporter zal vet mijden uit angst om bij te komen. Dat geldt voor de sporters
die een uithoudingssport beoefenen (fietsen, lopen, enz.), zowel als voor de
rest. Onderzoekers die bij rugbyspelers een biologische balans opstelden kwamen
ernstige tekorten aan essentiële vetzuren op het spoor. Als gevolg daarvan
verliezen de celmembranen hun vloeibaarheid, waardoor ze de schokken minder
goed kunnen opvangen. De spiervezels worden extra belast en worden brozer, en
soms ziet men dan ook dat het herstelvermogen van de spieren aan het eind van
een training niet meer voldoende is. Bij de atleet manifesteert zich dat in
zware benen, soms zelfs in spierpijn die pas na enkele dagen verdwijnt. Gaat
hij toch door met trainen, dan forceert hij zich en loopt hij uiteindelijk
blessures op. Die zwakte van zijn spieren interpreteert hij dan als brute pech,
een speling van het lot. Nochtans volstaat het soms gewoon dat hij zijn
eetgewoonten herziet om het probleem op te lossen.
Het ideale menu voor sporters is een gevarieerd dieet op basis van
volwaardige voedingsmiddelen, bij voorkeur seizoensproducten uit de streek. Dat
geeft meteen ook de garantie dat ze vers zijn.
Slotsom: wie zijn boodschappen op de markt doet, bespaart zich misschien
een omweg langs de apotheek.
stevia / een plant met een sterk zoete smaak ter vervanging van suiker ?
Stevioside, de belangrijkste zoetstof uit de blaadjes
van de Stevia plant, smaakt ongeveer 300 keer zoeter dan tafelsuiker.
Er is dan ook maar een heel kleine hoeveelheid van nodig om
iets zoet te maken. Gezien het voorkomen van diabetes en obesitas
pijlsnel stijgt, kan stevioside een goed alternatief zijn
voor suiker. De behandeling van deze ziektes wordt in België
op 5 miljard euro geschat. In 2000 heeft de Europese Commissie
het gebruik Stevia en stevioside echter verboden omdat er
nog niet voldoende studies zijn over de veiligheid. Onder
leiding van professoren Jan Geuns en Johan Buyse van de K.U.Leuven
publiceren internationale Stevia-onderzoekers nu een boek
waarin ze bevestigen dat het gebruik van stevioside als zoetstof
volstrekt veilig is.
De voordelen van stevioside als zoetstof
zijn talrijk: het is 100% natuurlijk, stabiel, bevat geen
calorieën, reduceert tandbederf en het kan worden gebruikt
door diabetici, fenylketonurie-patiënten (een stofwisselingsziekte
die een streng dieet vereist; deze patiënten mogen bijvoorbeeld
geen aspartaam - een kunstmatige zoetstof ter vervanging van
suiker - gebruiken), mensen met overgewicht, en natuurlijk
ook door iedereen. Hoge concentraties stevioside verlagen
de bloeddruk bij hypertensie, terwijl de biochemische parameters
van het bloed niet veranderen. Er werden nooit nadelige effecten
waargenomen, en het nemen van stevioside had geen invloed
op de mannelijke potentie. Daarenboven bezitten hogere steviosideconcentraties
mogelijkheden voor de behandeling van type 2 diabetes.
In Brazilië, Korea en Japan zijn Stevia en stevioside
toegelaten. In de Verenigde Staten zijn ze toegelaten als
dieetsupplement. Inspelend op de vraag van de Europese Commissie
naar meer onderzoek richtten de Leuvense professoren Jan Geuns
(Laboratorium voor Functionele Biologie) en Johan Buyse (Laboratorium
voor Fysiologie en immunologie der huisdieren) in 2003 het
European Stevia Research Centre op aan
de K.U.Leuven om het onderzoek rond Stevia en stevioside
beter te coördineren. Het onderzoekscentrum wil onder
meer een Europees kwaliteitslabel voor stevioside
ontwikkelen opdat de Europese ban op stevioside op termijn
kan opgeheven worden.
In april 2004 organiseerde het European Stevia Research Centre
een eerste internationaal symposium aan de K.U.Leuven over
de veiligheid van stevioside. Zowel buitenlandse specialisten
als onderzoekers van de K.U.Leuven gingen onder meer in op
de effecten van stevioside bij type 2 diabetes en bij gezonde
vrijwilligers. Het algemene besluit van het symposium was
dat het gebruik van stevioside als zoetstof volstrekt veilig
is. Daarbij verwijzen de onderzoekers ook naar het jarenlange
gebruik in bovengenoemde landen. Onder de redactionele leiding
van Jan Geuns en Johan Buyse verschijnt nu het boek Proceedings
of the first symposium on the Safety of Stevioside
met de handelingen van de studiedag.
Opgenomen uit de website van KU Leuven.
Persoonlijke nota : Stevia zaadjes kunne vrij worden gekocht in de AVEVE winkels, afdeling zaden en granen, en kan makkelijk worden binnen gekweekt in een bloempot.
Doorbraak in onderzoek suikerziekte - Sporten kan patiënt helpen
Er is een doorbraak in de
bestrijding van diabetes type-2, de zogenaamde ouderdomsdiabetes.
Dominique Hansen, kinesist in het Virga Jesseziekenhuis van Hasselt,
heeft ontdekt dat de combinatie van ontstekingen en een verlaagde
vetverbranding suikerziekte veroorzaakt. Hij gelooft dat een intensief
trainingsprogramma veel patiënten kan helpen. Een wereldprimeur.
Sporten kan patiënt helpen
Het
doctoraat van Hansen betekent een doorbraak voor de behandeling van
suikerziekte. De resultaten van zijn onderzoek worden binnenkort
gepubliceerd in een wereldvermaard medisch tijdschrift.
Professor dr. Romain Meeusen (VUB),
dr. Luc Van Loon (Universiteit Maastricht) en Dr. Paul Dendale (Virga
Jesse) stonden mee aan de wieg van dit baanbrekend werk. "Het grote
verschil met eerdere studies is dat wij ook gewerkt hebben met magere
mensen die diabeteslijder zijn", aldus onderzoeker Hansen. "Daardoor
ontdekten we dat er een wisselwerking is tussen de aanwezigheid van de
tot nu toe onbekende ontstekingsstof Interleukine 6 - dat ontstekingen
in het lichaam veroorzaakt - en de verlaagde vetverbranding in het
spierweefsel."
"Het gevolg is
dat we suikerziekte kunnen bestrijden door medicatie, aangepaste
voeding of training. Wij kiezen voor de laatste optie omdat we de
spieren waarin de verlaagde vetverbranding gebeurt en de ontstekingen
optreden, in beweging willen krijgen. Als we hierin slagen, hebben we
een mechanisme klaar om suikerziekte succesvol te behandelen. De eerste
resultaten zijn bijzonder hoopgevend."
Ik ben diabetes1 sinds verleden jaar door het wegnemen van mijn alvleesklier, overwoekerd door kanker.
I was stervende en heb Hem de gelofte gedaan, als hij mij redde, ik in return andere mensen zou helpen.
Na 7 maand Gasthuisberg ben ik eindelijk naar huis mogen gaan. Nog steeds héél zwak en ziek vd chemo's en de suikerziekte die we niet onder controle kregen. Het gaat nu wat beter ... dus ik zet mij in voor het volgende :
Als je met een diabetes "probleem" zit, krijg je heel erg de neiging je op
te sluiten, in een andere wereld te gaan leven omdat je dingen niet aankunt of
durft - bij mij bv. ben ik nog steeds heel bang met de auto te rijden...of
alleen te gaan winkelen... een hypo komt zo snel.
Sinds begin verleden jaar heb ik via internet kontakt met de USD (Union
Sport et Diabète) uit Frankrijk/Zwitserland. Deze groep promoot heel sterk de
gedachte dat diabetes je niet mag weerhouden te léven (ipv te overleven), en dat
het beoefenen van sport heel gunstig is voor diabetes patienten. Deze groep
heeft mij in mijn moeilijkste periodes heel erg gesteund en aangemoedigd... mij
er dus doorgesleept. Begin juni had ik het voorrecht uitgenodigd te worden
met mijn gezin op hun jaarlijkse bijeenkomst (3-daags - Pinksteren) in Houlgate
bij Deauville. Een week-end met ontdekking van nieuwe - alsook minder bekende -
sporten, uitreiking van sponsorprijzen aan mensen die door hun exploten als
ambassadeurs van de stichting een grote bijdrage betekenen enz. Zoals Kevin, 11
jaar, T1, die dit jaar zijn (niet zieke) vader gaat begeleiden voor een trip van
1500 km op de fiets.... Ga eens hun site bezoeken, en laat hen een tof berichtje na : ze zijn het zeker waard !
Ik ben zo onder de indruk, dat ik besloten heb USD België (Unie Sport
en Diabetes) te helpen lanceren en te beheren. Er is reeds ettelijke jaren
geleden een tentatief gedaan door een diabetoloog uit Brussel, maar door gebrek
aan tijd is het afgeknapt.
Doel is dus sport te promoten bij diabetes patienten door regelmatige
happenings (bv een rallye per fiets door het Pajottenland, een
ontdekkingswandeling waar dan ook, watersporten in Hofstade, of de barrage de
l'eau d'heure enz...) Onderliggend doel is de isolatie - voor wie het wil - te
bestrijden, tesamen iets doen. We zullen puur met lidgelden (we denken aan 25
/jaar) en sponsoring van de medische/farmaceutische en sportieve wereld moeten
werken, het is niet makkelijk om subsidies te bekomen, nietwaar ? Met die sponsoring denken we aan het tussenkomen in de kosten voor de aktiviteiten, zodat het financieel haalbaar is voor de mensen. We houden er ook aan dat die aktiviteiten tevens toegankelijk zijn voor het gezin van de patient.
DUS, we zoeken : LEDEN om mee te doen, MEEWERKENDE V RIJWILLIGERS om ons te helpen met het organiseren : mensen uit de medische/paramedische en sportieve wereld zijn zeer welkom ! SPONSORS en DONATIES... IDEEEN voor happenings... We hebben een voorzitter (ikzelf), een penningmeester, een Onder-voorzitter (huisdokter). We hebben nog een secretaris nodig : iemand gedreven, liefst zelf met diabetes.
Help ons ! Als je zel niet wil meedoen, kun je misschien naar ons linken, en onze link ook doorgeven ? Een website is ook in aanmaak.
Resultaten van studies over het beoefenen van sport bij diabetes-patienten
Neen, uw blog moet niet dagelijks worden bijgewerkt. Het is gewoon zoals je het zélf wenst. Indien je geen tijd hebt om dit dagelijks te doen, maar bvb. enkele keren per week, is dit ook goed. Het is op jouw eigen tempo, met andere woorden: vele keren per dag mag dus ook zeker en vast, 1 keer per week ook.
Er hangt geen echte verplichting aan de regelmaat. Enkel is het zo hoe regelmatiger je het blog bijwerkt, hoe meer je bezoekers zullen terugkomen en hoe meer bezoekers je krijgt uiteraard.
Het maken van een blog en het onderhouden is eenvoudig. Hier wordt uitgelegd hoe u dit dient te doen.
Als eerste dient u een blog aan te maken- dit kan sinds 2023 niet meer.
Op die pagina dient u enkele gegevens in te geven. Dit duurt nog geen minuut om dit in te geven. Druk vervolgens op "Volgende pagina".
Nu is uw blog bijna aangemaakt. Ga nu naar uw e-mail en wacht totdat u van Bloggen.be een e-mailtje heeft ontvangen. In dat e-mailtje dient u op het unieke internetadres te klikken.