|
Als ik de echte Untitled no.18 terug wil hebben, moet ik weten waar het momenteel is. Emma Duiker heeft me op haar pc laten zien waar het schilderij overal gehangen heeft(Emma vindt dat kunst niet moet worden tentoongesteld, maar moet teruggegeven worden aan het volk).
Dus zag ik als enige oplossing, haar computer hacken. Natuurlijk kan ik dat niet, dus ik moet iemand zoeken die me kan helpen. Ik begon op het internet te zoeken, en al snel vond ik mensen die kunnen hacken. Ik zag op een internetsite een telefoonnummer van een hacker staan, en belde hem op. Een jongen nam op en ik begon mijn verhaal te doen. waar hij moest op lachen 
Die jongen wou het niet doen, dus ging ik opnieuw opzoek. Zo belde ik mijn oudste zoon op. die me kon vertellen dat een oudere broer van een klasgenoot van hem, dat wel kon. Dus ik zocht contact met hem.
boek fragment ( pagina's 55-57) :
[...]
"Ergens op een Hyvespagina trof hij zomaar een telefoonnummer aan. Een jongen nam op. Verhooff deed in telegramstijl zijn verhaal. Of het joch iemand wist die voor hem in de computer van een particulier wilde inbreken? Daar moest de jongen smakelijk om lachen."
[...]
" 'Ik bedoel, voor wat jij vraagt komen hackers hun bed niet uit.' "
[...]
"Nijdig beëindigde verhooff het telefoongesprek."
[...]
"Verhoof belde zijn oudste zoon op zijn mobieltje."
[...]
" 'Thomas. Kun jij...kun jij hacken?'
Stilte. Hij hoorde zijn zoon aarzelen.
'Nee. Hoezo?'
'Wie ken jij die dat wél kan? En dan bedoel ik niet zomaar een beetje voor de lol probéren te hacken. Maar gewoon, echt, hacken.'
Na wat heen en weer gepraat kwam Thomas met een naam. De oudere broer van een klasgenoot. Ene Samuel, broer van ene David.
'Doe me een plezier, en nodig David én Samuel namens mij uit, hier in het museum. Vanavond nog.' "
|