Wat een dag! En dit door maar gewoon een try-out te doen voor een citytrip. Shemmy en Lieke hadden een traject uitgedokterd om de vrijwilligers en eventueel andere toeristen, de schoonheid van Hawasa te laten zien. Sandra en ik, wij kregen dus de eer om ons oordeel te geven over deze trip.
De ''bajaj-tour'' begon bij de vismarkt, die elke dag in de voormiddag plaats heeft. Bij die vismarkt, moet je je geen markt voorstellen waar vis gekuist, verkocht en verhandeld wordt, dit gedeelte neemt maar een fractie in van wat de eigenlijke vismarkt hier is. Eerst over het overdekte gedeelte: de vis ligt er gewoon bij hoopjes op de grond terwijl de mensen er al dan niet blootvoets tussen lopen. Ook op de grond wordt de vis gekuist en alle vuiligheid komt op een hoop terecht. Soms wordt hij ook wel in bakken gedaan, maar vele daarvan heb ik niet gezien.
De vissershaven behoort ook tot de vismarkt en dit is geen verzameling van vissersbootjes maar een massa aan kinderen die de netten weer aan het oprollen zijn. Deze rollen ze dan gewoon weer uit en gooien ze in het meer om ze 's morgens weer op te halen, samen met de stomme vissen die zich hebben laten vangen. De meeste van deze vissen zijn Tilapia's. Vele vissers staan hun vissen schoon te maken aan de rand van het meer waardoor er een overvloed aan vogels is, die deze lekkere hapjes niet willen missen. Behalve maraboe's en meeuwen, zagen we er ook pelikanen en kleinere vogels die gespecialiseerd zijn in het vissen (die blijven zo een beetje ter plaatse hangen en duiken dan plots in het water). Dit was een plaats waar je uren zou kunnen genieten: terwijl je uitrust in het gras, tussen de maraboe's, naar al de bedrijvigheid van mens en vogels kijken. Eigenlijk is het hier echt een rustgevend vredig land! Ons bezoek aan de vismarkt sloten we af met de regionale specialiteit: schoongemaakte tilapia (slechts de ingewanden verwijderd) in olie gebakken, dan geroosterd en opgediend met een (harde) tarwekoek, de klassieke limoen en een pittig sausje. Bestek wordt er niet bijgegeven: je moet de visvan de graten pulken of rechtstreeks met je mond het vlees van de graten bijten. Heerlijk toch om zo primitief te kunnen eten, bovendien was het reuzelekker! Gelukkig kwamen ze acteraf rond met het klassieke waterkannetje met teiltje.
Daarna gingen we naar een koffiehuis waar ze, volgens Shemmy, de beste koffie van de hele wereld schenken. En inderdaad, de koffie was overheerlijk, dat in tegenstelling met het interieur, als je het zo kan noemen. Hier en daar een houten paal en plastiek zeildoeken die zowel voor muur als voor plafond moesten doorgaan. En toch was het er gezellig. Hier heeft een mens minder en minder nodig om gelukkig te zijn, maar het genieten neemt met de dag toe.
Volgende stop was een souvenirshop, waar ik hoopte mooie T-shirts te vinden, maar die waren er niet, dus maar wat andere prularia gekocht. Als je alles omrekent in euro, ben je geneigd de ganse winkel leeg te kopen!
De lunch namen we weer in iets typisch, Warza of zoiets genoemd. Daar voor de Orthodoxen , Protestanten en 'k weet niet wie nog, de vasten begonnen is, wordt er in de meeste eethuizen geen vlees meer geserveerd. De vegetarische injerra smaakte eigenlijk wel overheerlijk. Als bijhorende drank kregen we Tej of honingwijn. Sandra en ik hadden die al in Wondo Genet geproefd, maar ik neem aan dat dit voor nieuwelingen wel een aparte ervaring zal zijn.
Vooraleer ik met m'n verhaal verder ga, eerst een korte les in aardijkskunde. Hawasa ligt aan de voet van een berg, die je, als je jong en sportief bent en goed schoeisel aan hebt, kan gaan beklimmen. Het uitzicht schijnt er fantatisch te zijn, want je hebt een overzicht over gans Hawasa en ziet ook Bushulo dat aan de andere kant van de berg ligt. Wij reden met de bajaj om de berg heen naar Bushulo. Hier moet het aardsparadijs geweest zijn! Dit was een soort schiereiland in het Hawasameer waar een nog heel primitieve bevolking leeft. Zij hadden blijkbaar nog nooit een blanke gezien, want jonge meisjes kwamen aan mijn arm voelen of die ook wel echt van vlees en bloed was, kinderen speelden naakt in het meer, de kleintjes liepen gewoon in hun blootje rond en velen leven nog in ronde hutten met een strooien dak, zoals we vroeger wel eens op tv zagen. Ondanks onze slippers (we zouden toch bijna een ganse dag in de bajaj zitten) wilden we toch het hoogste punt van dit schiereiland bereiken. Het lukte...met veel moeite en hulp, weliswaar. Het was er zo vredig en stil. Enkel het geluid van de vogels (geen mariboe's!) was te horen en die zaten dan ook dicht bij ons, want wij waren ongeveer op dezelfde hoogte als de kruinen van de bomen waarop de ibissen zaten en de aalscholvers aan het hijgen waren. Er waren ook nog tal van andere, kleinere, mooiere en vinniger vogeltjes, maar die waren jammer genoeg, steeds vlugger dan ik en het fototoestel. Sandra wou hier al direct een huis gaan bouwen en ik ook moest ik nog veel jonger zijn en zo rijk als Sandra. Toch weet ik, dat dit de plek is, waaraan ik zal terugdenken bij het kleinste (of grootste) dipje dat ik heb. Tenslotte werden we uitgenodigd om koffie te drinken in zo'n strooien hut. Het verwonderde me echt hoe groot het daarbinnen was. Centraal staat een stevige paal die tot in de nok van het dak reikt. Halfweg zijn er kleinere paaltjes aan vastgemaakt die het dak verder ondersteunen. Het is een zeer inventieve constructie. De indeling binnenin is als volgt: de helft van de hut is voor de dieren, de andere helft wordt nog eens door een rieten wand in tweeen verdeeld, het ene deel is voor te slapen en het andere voor gasten te ontvangen. (Het kan misschien anders zijn of geweest zijn, maar zo denk ik het me in). Daar het buiten zonnig was en binnen donker zagen we aanvankelijk geen steek toen we binnenkwamen en dus ook niet wie of wat er zich in de hut bevond. We zaten op een klein krukje en plotseling voelde ik iets duwen in mijn rug. Ik draaide me om (mijn ogen waren ondertussen al een beetje aan het donker aangepast) en zag dat het een kalf was. Bij nader toezien, stonden er in die ruimte achter me, 2 volwassen koeien (of was er een stier bij?) en 3 kalfjes, die gelukkig alle vastgebonden lagen. Ik wou een foto nemen om aan te tonen hoe dicht ik wel bij dat kalf zat, en stak daarom m'n voet tussen zijn poten. Begon die toch wel te plassen, zeker! Tot grote hilariteit van allen deelde ik in de spatten. Ondertussen werd de (zoute) koffie geschonken en de kopjes moesten, zoals alles op de grond staan. Deze werden dan ook regelmatig omgestoten door de kippen die daarbinnen en buiten de vrije loop hadden.
Na deze unieke ervaring werd de bajaj-tour afgesloten en deze was zeker zijn 500 birr (20 euro) waard, want dit was echt wel de mooiste dag die ik hier meegemaakt heb.
En nog was het niet gedaan: zoals jullie al weten had ik op de markt de benodigdheden gekocht voor een koffieceremonie. Blijkbaar moet dat kannetje een speciale behandeling ondergaan vooraleer het kan gebruikt worden (eigenlijk denk ik dat het meer een ritueel is, dan dat het echt nodig is). Sandra had daarom een afspraak gemaakt met Estefano. Zijn moeder zou mijn keteltje inwijden. Na veel poes en pas, werd de koffie, om het eten af te sluiten, in mijn kannetje gemaakt. Eerst handjes wassen onder het kannetje boven het teiltje, dan spaghetti eten en cola met wijn drinken en tenslotte koffie uit mijn kannetje en gepofte mais.De koffie was heel lekker. Ik hoop maar dat ik hem thuis even lekker zal kunnen maken.
Om deze schitterende dag af te sluiten, had Shemmy ons nog uitgenodigd om op hyena-jacht te gaan.Volgens onze bajaj-man lopen er in een bepaalde wijk van Hawasa hyena's rond, zelfs tussen de huizen. Naar het schijnt, durven ze ook mensen aanvallen, de gemene beesten. Het is dan ook maar griezelig als je op de onverlichte banen zomaar mensen ziet lopen in het hyena-gebied. Wat Shemmy met die badjaj uithaalde, om toch maar hyena's te spotten, was onvoorstelbaar, Hij zwiepte van links naar rechts en omgekeerd, put in, put uit,over obstakels, enz. Soms dacht ik dat we zouden kapseizen. Maar Shemmy is echt wel een superchauffeur. Een groot succes was onze jacht niet, maar toch hebben we een hyena gezien, dus geloof ik wel dat er meerdere zijn.
Dit was echt een dag om van mijn hele leven niet te vergeten!
Alhoewel ik vandaag leuke plannen had, want ik had een volledig vrije dag, heb ik bijna de hele dag strijd geleverd met ..... de electriciteit en het internet. Ik zou deze voormiddag mijn blog over de belevenissen van maandag afwerken en 's namiddags een beetje gaan genieten aan het meer. Lieke wou graag meegaan en daarom hadden we afgesproken om 15u30, want we zouden eerst nog een paar boodschapjes doen.
Dus vol goede moed naar het internetcafe en ik stortte me enthousiast op m'n dagelijks huiswerk. Na een goed uurtje verwoed typen viel de electriciteit uit. Roef! Alles weg! Ik had het wel gesafed, maar enkel datgene wat er al opstond. Irm - Internet: 0 - 1.
Een hapje gaan eten bij Lewi en weer aan de slag! Opnieuw goed opgelet dat ik mijn kladversie niet vergat te safen, maar ik was zo enthousiast aan 't typen en het vlotte zo goed, dat ik vergat om regelmatig opnieuw te safen. En lap, weer scoorde internet: Irm - Internet: 0 - 2
Een biertje gaan drinken om me te troosten en gebeld naar Lieke om onze afspraak uit te stellen of eventueel af te zeggen, want ik wou en ik zou vandaag beslist klaar komen met mijn verslag! Ik ging aan m'n vertrouwde computer zitten, want die kende zo ondertussen al mijn geheimen, en nu moest die weer gaan dwarszitten. Er was een probleem met Word zodat ik maar niet naar mijn vertrouwde websites kon gaan. Na minstens een half uur proberen door mij en door alle experten daar aanwezig, uiteindelijk toch voor een ander machien gaan zitten. Eindelijk kon ik voor de vierde keer aan mijn zelfde, alhoewel, elke keer verandert er wel wat, relaas beginnen. Nu gingen ze mij niet meer liggen hebben: ik zou mijn ganse verdediging goed opstellen in de vorm van safen, safen en nog eens safen, en dit om de 5 regels.
En zowaar, mijn tegenstrever had al zijn krachten, om mij te dwarsbomen verspeeld, zodat ik een hatrick kon scoren! Irm - Internet: 3 - 2
Eindelijk, na zo veel pogingen, was mijn verslag over een fantatische dag (dat jullie ondertussen al gelezen hebben) klaar. 'k Hoop dat het al die moeite waard was!
's Avonds nog een pizza gaan eten met Sandra en alle ergernissen met een paar pintjes weggespoeld. Thuis gekomen, (sorry, in m'n pension) nog 7 kakkerlakken, die met hun poten in de lucht lagen te spartelen, uit hun leiden verlost en hen naar hun vaste begraafplaats gebracht.
Yadesa kwam me na het ontbijt ophalen om naar het busstation te gaan. De bussen staan er zoals verwacht, niet netjes naast, maar kriskras door elkaar. En daar liepen ze, mijn jongens, met hun fluo-jasje aan. Ze verkochten allerlei prularia: kauwgom, snoepjes,tissues, enz. De meesten van hen hadden alles netjes in een mandje gerangschikt, zodat je meer verleid werd om iets te kopen. Ik kocht van elk een pakje tissues aan 2 birr per stuk. Sommigen probeerden me te plagen en vroegen meer, maar werden onmiddellijk door andere verkopers op de vingers getikt.
Alleen Sammi en Tariku ontbraken, maar daar was een heel goede reden voor, die ik vlug te weten zou komen. Yadesa en ik gingen de twee jongens ophalen in de compound om ... naar de bank te gaan. Zij hadden zo hun best gedaan, dat ze genoeg geld verdiend hadden om een eigen rekening te openen. Allerlei formulieren moesten ingevuld worden, waaronder ze, als volwaardige burgers, hun handtekeneing moesten zetten. Ook in een groot boek, eigendom van de bank, moesten ze, als nieuwe rekeninghouder, naast hun naam ook hun handtekening zetten.Tenslotte kregen ze hun eigen spaarboekje waarin, behalve hun foto, ook het gespaarde bedrag genoteerd stond. Wat een groot moment voor deze jongens en ik ben blij dat ik hiervan getuige mocht zijn. Dit is echt hun eerste grote stap naar een sociaal leven! Proficiat aan Yadesa, maar vooral aan de jongens.
's Namiddags moesten Yadesa en ik een contract tekenen tussen CSCA en mij. Daarin belooft de organisatie dat het geld, dat ik hen geschonken heb (dank zij jullie) zal besteed worden aan de vooropgestelde opties en me feedback zal worden gegeven over de verdere ontwikkelingen en vooruitgang van de jongens. 't Ziet er naar uit dat wij, met ons geld hen een hele grote stap vooruitgeholpen hebben.
De tijd die me restte, wou ik m'n avonturen van maandag beschrijven, maar daar ben ik nog steeds niet mee klaar omdat ik om 19 u uitgenodigd ben op het afscheidsfeestje van Sulaikah en Anneloes, die morgen (woensdag) weer, tegen hun zin, naar Nederland vertrekken. Het was heel gezellig in een typische Ethiopisch restaurantje, zeker wanneer regelmatig de electriciteit uitviel. We waren met negenen, waarvan er maar 1 persoon was, die ik nog niet kende, Nu wel dus. Er werden twee reuze-injerra's besteld: een bajonet (vegetarisch) en een met goulash. Lekker en gezellig zo met de hand mogen eten. 'k Ga dat missen, denk ik. Sulaikah nam dan het woord om iedereen te danken en lof toe te zwaaien, dan was het de beurt aan Anneloes, verder aan Sandra, dan Lieke en zo verder tot iedereen aan de beurt was geweest. Ik zat er zo een beetje bij als vijfde wiel aan de wagen, want die acht anderen, kenden mekaar al een heel tijdje en hadden al veel samengewerkt. Toch vroeg Lieke me of ik ook nog iets wou zeggen, en dan heb ik, met mijn kramiekerig Engels, wat uit m'n mouw ('t was wel een korte) geschud. Maar toch kreeg ik zoals alle anderen een daverend applaus.
Shemmy voerde me later naar mijn pension en, gelukkig, had ik m'n KW (voor die ene avond dat het niet geregend heeft) in z'n badjaj laten liggen. Toen hij hem terugbracht had ik net de 10 kakkerlakken ontdekt die zich in m'n douche bevonden. Hij maakte er geen probleem van om ze alle te vermoorden, behalve ene die naar de slaapkamer ontsnapte. Hopelijk valt ie me niet lastig deze nacht en maakt hij ondertussen geen kindjes bij. Morgen spreek ik de huisbaas erover aan.
Om 8u afgesproken bij Lewe voor het ontbijt samen met Sandra, Tami, Sulaikah, Anneloes en ik. We zouden met een auto en chauffeur (of is het andersom?)door Tami gegidst worden ten noordoosten van Hawasa. De witte Toyota Corola, die er trouwens redelijk nieuw uitzag (maar het in werkelijkheid niet was), waarmee we de trip zouden maken, had veel bekijks, zeker nu er drie blanke vrouwen instapten. Al wie op dat ogenblik in de buurt van Lewe was, kwam ons uitwuiven.
Na een klein uurtje rijden met veel getoeter voor de koeien, de geiten, de paarden, de ezels met of zonder kar, de mensen met of zonder kar, de moto's, bajaj's en allerlei ander gemotoriseerd voertuig, en ondertussen zoveel mogelijk verkeersregels overtredend (witte lijnen zijn er tot versiering van het wegdek), zijn we toch ongehavend in het natuurreservaat ''Abiata Shala - Austrich Parc'' geraakt. Dit park, zoals uit de naam af te leiden valt, herbergt heel wat struisvogels, die volgens de gids zeker niet uit Australie zijn ingevoerd, maar hier hun natuurlijke biotoop hebben. Eerst ontmoetten we de vrouwtjes die, zoals in tegenstelling tot de mensenwereld, heel wat minder mooi zijn dan de mannetjes. Hun veren zijn in allerlei bruine tinten, vrij kleurloos dus. Dan zagen we een echt gezinnetje: vader, moeder en twee kleine kindjes. Volgens de gids gaat het er bij de struisvogels net zo aan toe zoals in een goed huwelijk bij onze mensensoort: trouw tot de dood ons scheidt, en als dat dan ooit gebeurt mag er na een zekere rouwperiode een nieuwe partner gezocht en gekozen worden. Als dat niet schoon is! De mannetjes hun veren zijn hoofdzakelijk zwart en wit, wat uiteraard heel wat mooier is dan het eentonige bruin van de wijfjes. En toch zagen we een mannetje een blauwtje oplopen: hij was verliefd (of zo iets in de aard) op zo'n lelijk vrouwtje, maar die moest van hem niet weten en rende zo hard ze kon (tot 60 km/u) van hem weg. 't Zal hem leren, de Don Juan! In dat park waren er, behalve struisvogels, ook wrattenzwijnen (zegden ze ons) maar die waren net naar bed (midden op de dag!). Af en toe zagen we ook gazellen, de mannetjes met hun hoorns en de vrouwtjes met hun wit kontje en hun grappig staartje. Ook waren er veel parelhoenen en nog vele andere prachtige, lelijke en speciale vogels. De begroeiing en dan vooral de bomen waren heel bijzonder. Het zijn zo van die typische Afrikaanse bomen, waar ik geen ander woord voor vind dan ''parasolbomen''. Wellicht hebben ze wel een Vlaamse of wetenschappelijke naam, maar die ken ik niet. Deze bomen hebben een relatief dunne stam (ongeveer 20 a 30 cm doorsnee), die op 1,5 a 2 m hoog begint te vertakken in waaiervorm, sommige speciale gevallen breiden zich maar naar 1 kant uit; bovenaan hebben ze echter alle een practisch horizontaal bladerdek, zodat ze door hun structuur heel wat schaduw kunnen bieden tegen de bijna loodrecht invallende zonnestralen. Ik geloof dat er zo bonsaiboompjes bestaan.
In hetzelfde reservaat, maar dan 9 km verder, konden we aan de rand van het ''Abiata Lake'' flamingo's gaan bekijken. Aboe, die ons ook in het park gegidst had, zou ons vergezellen. Dat was natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Een Toyota Corola is nl. niet gemaakt voor zes volwassen personen, zeker niet als men wil dat de blanke gasten achteraan comfortabel zouden blijven zitten. Alle combinaties werden uitgeprobeerd om die drie volwassen mannen voorraan in de auto te krijgen, tot onze grote hilariteit natuurlijk. Eerst ging de ene op de andere zijn schoot zitten, dan de andere op de ene zijn schoot, tenslotte hadden ze toch de minst oncomfortabele oplossing gevonden: de chauffeur bleef uiteraard op zijn plaats zitten, Aboe ging dan zoveel mogelijk naar links op de zetel zitten en Tami op een bil nog naast Aboe. Lang moesten ze echter zo niet blijven zitten, want het traject naar het meer was absoluut niet geschikt voor Toyota's, maar enkel en alleen voor een 4x4. Dus moesten beide gidsen uitstappen om de chauffeur aanwijzingen te geven om zo veel mogelijk putten, bulten en andere obstakels te ontwijken. Het was zoals een derny-wedstrijd tijdens de zesdaagse van Gent, maar in plaats van een fietser die achter een motor reed, was het nu een motor (met een auto rond) die achter twee voetgangers reed. Was de weg dan een beetje berijdbaar, moesten ze weer uitstappen om stenen en andere rommel van het wegdek te verwijderen. Langs het terrein stonden ook veel doornenstruiken met kanjers van doorns, zodat de wagen zeker niet zonder talrijke schrammen is thuisgekomen. Met veel horten en stoten en een chauffer met een lip tot op zijn schoenen, zijn wij (de auto niet) ongehavend tot aan de kustlijn van het meer geraakt. Het meer was nog een heel eind lopen, maar de chauffeur wou geen meter verder rijden. We liepen dwars door de savanne: overal droogte met hier en daar een sprietje groen, een enkel of meerdere parasolboompjes samen. Koeien en ezels graasden van het weinige groen, terwijl andere zich beschutten, in de schaduw van de parasolboompjes, voor de zon. We moesten ons maar inbeelden dat de koeien buffels waren en de ezels zebra's en we waanden ons op safari! Tijdens de lange wandeling vertelden de gidsen ( Aboe in het Amhaars en Tami in het Engels) dat dit meer het diepste is van gans Ethiopie (28 km diep) en dat er middenin een eiland is dat volledig de flamingo's toebehoort. Miljoenen zitten er en geen mens die er ooit geweest is. Aboe moet een beetje compassie gekregen hebben met ''mother'', zoals hij me noemde, zodat hij me de literfles water uit handen nam en me zijn andere hand reikte opdat ik niet zou struikelen. Eindelijk raakten we tot op zo'n 50 m bij de flamingo's. Wat een prachtige en sierlijke vogels zijn dat toch, vooral als ze in groep opvliegen! We kregen er maar niet genoeg van. Aboe, die de vogels al meerdere malen gezien had, was er vlugger op uitgekeken dan wij en ging dus terug naar de auto ... met mijn water. Toen we eindelijk terugkeerden naar de Toyota, kwam Aboe me tegemoet gelopen met heel veel schuldgevoelens ...en mijn water. We zouden nu de parkgids vlug terug naar zijn habitat brengen en dan gaan lunchen. Maar dat was zonder de Ethiopischse ............. gerekend! (Vul zelf maar in, want ik vind er geen woord(en) voor). Na een ganse tijd rijden onder dezelfde omstandigheden als de heenreis, maar niet langs hetzelfde traject, beseften we dat we hopeloos verloren gereden waren. De savanne is dan ook overal hetzelfde. Een gps of een kompas had ons wellicht op de goeie weg kunnen helpen, maar ja, als je die niet bij je hebt, komen die ook niet uit de lucht te vallen. Tot overmaat van ramp ketste er een niet te kleine steen tegen de onderkant van de wagen. Eerst Tami onderde wagen, dan Aboe en tenslotte toch maar verder met een sterk tegenpruttelende wagen. Geen huis, geen mens en zeker geen garage was er tot in de verste verte te zien. De motor maakte echt een eigenaardig geluid, maar als de nood het hoogst is, is de redding nabij. Ook zo in de savanne in Ethiopie. We zagen als het ware een menselijke gedaante in de verte, en dan nog een en nog een. We hadden de bewoonde wereld terug bereikt! Nu was het nog een fluitje van een cent om Aboe terug naar zijn vertrouwde park te rijden en daarna te gaan lunchen. Met een kuchende Toyota raakten we dan toch in de ''African Vacation Lodge''. Een super-de-luxe compleks bestaande uit allerhande huisjes die je kan huren voor 60 euro per nacht, een zwembad, een prachtig aangelegde tuin en zowaar een propere wc's waar je ook wc-papier ter beschikking had. Dit alles is gelegen aan het Longano-meer, het enige meer in Ethiopie waarin je als blanke veilig kan zwemmen. In alle andere meren of stilstaand water zit de bahlaria-bacterie, alleen hier niet. We namen een heel lekkere lunch (het was toen rond 15 uur) in een deel van het grote, prachtige restaurant en gingen dan eventjes langs het meer lopen. De luxe zou niet compleet zijn, moesten er geen rustplaatsen langsheen het water zijn. En ja hoor, om de 20 m lag er een 4-persoons-matras lekker overschaduwwd door een houten constructie. We lagen nog niet goed neer of men bracht ons al een hoofdkussen. Ik zou, na het vele wandelen, wel een dutje kunnen gebruiken, maar Sulaikah en Anneloes dachten er, in hun jeugdig enthousiasme, anders over.
Op het programma stond ook nog een bezoek aan Shashamene, het Rasta Faridorp bij uitstek, en Tami's tweede thuis. De tijd die we verloren hadden in de Savanne en de pissigheid van de chauffeur, liet ons slechts toe om een speciale 'juce' te gaan drinken in het cafe van Tami's Rasta-vriend. We zouden dan maar rechtstreeks naar Hawasa rijden en daar dan nog een hapje gaan eten. Maar dat was zonder de bijdrage van moeder natuur gerekend. Zij wou ook haar duit nog in het zakje doen om dit avontuur compleet te maken. Donder, bliksem en hevige stortregens werden ons deel. De chauffeur moest de wagen langs de kant zetten omdat hij niet wist hoe hij de damp aan de binnenkant van de voorruit kon doen verdwijnen. Als bescheiden Toyota-kenner heb ik dan dat stoer mannenvolk wat aanwijzingen gegeven zodat wij toch konden verder rijden met een nog steeds sputterende motor. Het begon ondertussen al stilaan te schemeren en donker en donkerder te worden, maar de lichten van de wagen werden niet aangestoken. Waarschijnlijk wist de chauffeur de knop daarvoor ook nog niet staan. Uiteindelijk toch veilig in Hawasa geraakt en samen met Lieke en Sandra nog lekker gegeten.
PS. Ik geloof echt dat deze blog behekst is, want ofwel viel de electriciteit uit, ofwel het internet, zodat, wat je nu gelezen hebt, de vijfde versie is.
Sorry, dat jullie de laatste dagen niks van me gehoord hebben, maar mijn inspiratiebron was op citytrip en bovendien wist ik eigenlijk niets interssants te vertellen. Maar ik probeer toch!
Deze morgen wou ik iets van kleren gaan kopen, want ik had toch wel een beetje te weinig voor mezelf in de koffer gestopt. Van winkel naar winkel gelopen, maar die meisjes en zelfs dames van hier zijn allemaal zo'n poppemiekes met maximum maatje 38. Uiteindelijk toch een legging (want hier laat haast niemand zijn benen zien- te lelijk zeker?-), met prachtige Afrikaanse kleuren, gekocht. In m'n pension mijn nieuwe (gedeeltelijke) outfit nog eens bewonderd en ja hoor, daar stond het zwart op wit: ''Made in China''. Gelukkig hebben ze ook mooie kleurencombinaties in China.
Verder nog wat rondgestruind langs allerlei verkopertjes of jongens die met een weegschaal voor hun voeten, ook een birr willen bijverdienen, of anderen die alleen met hun hand open wat willen krijgen, enz... Raar maar waar, ik begin al van dit land en zijn chaos te houden. Om over te steken, op een zebrapad, (die zijn er hier echt wel!), moet je tussen de ezels, paarden, auto's, moto's, bajaj's en nog ander gemotoriseerde voertuigen laveren. Hoe saai is het bij ons waar alle vervoer stopt voor een zebrapad, niks spannends aan! Hawasa is bovendien een van de weinige steden waar er verkeerslichten zijn. Ik denk echter dat die alleen maar dienen om de stad een beetje op te fleuren. Alleen als het echt heel, heel druk is, worden de lichten gerespecteerd. Als je dat vergelijkt met het verkeer bij ons: allemaal braafjes in dezelfde rij blijven, signaleren als je van richting zou willen veranderen. Griezelijk ordelijk, toch? Hier wordt de voorrang bepaald door getoeter en geroep. Toch veel spannender? En ik heb hier nog geen enkele aanrijding, zelfs geen hele lichte, weten gebeuren. 't Zijn hier dan allemaal wel supergoede chauffeurs, zeker?
Zondag, 23 februari
De dag ingezet met iemand gelukkig te maken. Mooi, he? Gisteravond vond ik in m'n koffer toevallig nog een stel nepjuweeltjes. Ik dacht onmiddellijk aan het schoe-shine-meisje, wiens kroeskopje ondertussen veranderd was in een reeks hele fijne vlechtjes, netjes naast elkaar. Ze was er dol-, dolblij mee, vooral de oorhangertjes met het roze pareltje(?) stonden haar beeldig! Met een prulletje kan je die kinderen echt gelukkig maken!
Daarna met Yadesa naar de dagelijkse markt geweest, omdat je alleen daar de ganse santeboetiek kan kopen voor een koffieceremonie, en ooit wil ik dat thuis toch wel eens proberen! Voor de rest was de martkt daar modderig (het regent hier bijna elke avond en/of nacht), wanordelijk en op sommige plaatsen ook heel vuil. De steeds maar overvliegende maraboe's maakten met hun gekrijs de boel er niet aantrekkelijker of vrolijker op!
's Namiddags om 11 uur, plaatselijke tijd, waren we uitgenodigd bij de straatkinderen. Zij zouden een koffieceremonie geven voor Sulaikah, Anneloes, Yadesa en mij. James (dit is niet zijn echte naam, want die kan ik niet uitspreken), de oudste en wijsste van de bende wijdde zich met veel overgave aan de ceremonie, terwijn Bereket, de andere oudere, het ontvangstcommite vertegenwoordigde. De zes anderen zaten braafjes naast elkaar op de matras. De ontvangst was echt tot in de puntjes verzorgd, zelfs met bijhorende koekjes en een soort eetbare graantjes. Abaydne bracht de sfeer er in door op een doosje te beginnen tokkelen en roffelen, wat de anderen spontaan uitnodigde om te beginnen dansen. Tenslotte kwam de kers op de taart uit een zak die Yadesa bij zich had. Hierin zaten allemaal sweetshirts, de ene met, de andere zonder kap. Na wat duw-, trek- en ruilwerk had iedereen toch wat hij wou.Ook Sulaikah en Anneloes genoten en hadden weer een pak nieuwe gegevens voor het project waarmee ze bezig zijn. Ik was vooral heel blij mijn kinderen nog eens gezien te hebben, want nu het school is, hebben ze nog extra lessen niet echt nodig.
Ik wou echt wel eens weten wat de plannen waren van CSCA (Concern for streetchildren association) met het geld dat jullie zo gul geschonken hebben.
In volgorde van belangrijkheid had CSCA volgende opties: 1) Sociaal/psychologische training voor 8 (ex-)straatkinderen 2) Training voor de leerkrachten en de schooldirectie van de straatkinderen 3) Verkooptraining en aanschaf van materialen zodat ze meer inkomsten krijgen voor hun eigen levensonderhoud 4) Aankoop van bedden 5)Aankoop van 2 televisietoestellen 6) zes maanden huur voor de accomodatie van 8 de kinderen
Om alle opties te verwezenlijken was er niet genoeg geld. Dit ligt zeker niet aan jullie, want CSCA had nog nooit zo'n groot bedrag in 1 keer gekregen. Wat voor mij als eerste optie afviel, was de TV's (ik hoop dat jullie daarmee akkoord zijn), want ook straatkinderen worden alleen maar lui door een ganse dag voor tv te hangen. Als tweede vond ik de bedden niet zo strikt noodzakelijk, want de meesten hier slapen op (een matras op) de grond. Dan bleven er 4 opties over, waarvoor net genoeg geld was.
Sociaal/psychologische training voor de ex-straatkinderen. Dit is het meeste nodig, want een klein misverstand of iets dergelijks is soms voldoende om hen weer de straat op te jagen. Dat hebben ze bij deze organisatie al ondervonden, want aanvankelijk zorgden ze voor 10 straatkinderen en daarvan zijn er 2 terug de straat opgegaan. Ze moeten echt een soort brainwashing krijgen om in te zien dat een sociaal leven waardevoller is dan een straatleven.
Training voor leerkrachten en schoolhoofden van de kinderen Mocht er onvoldoende geld geweest zijn, had ik deze optie ook laten vallen; ik heb het tenslotte ook gratis gedaan. Maar wellicht hebben straatkinderen een andere aanpak nodig dan gewone kinderen. Zij kennen echt geen enkele vorm van discipline.
Verkooptrainingen aankoop van materialen voor de kinderen zodat ze meer inkomsten krijgen voor hun eigen levensonderhoud Hier hoeft geen verdere uitleg bij, vermoed ik. Hopelijk komen er enkele goede huisvaders en/of handelaars uit voort.We kunnen maar hopen!
Zes maanden huur voor de accomodatie van 8 kinderen. Hun huisjes heb ik al in een van m'n vorige blogs beschreven. Voor die beide k(r)otjes moeten ze 250 euro huur betalen voor 6 maanden.
Murphy zal zich vandaag wel in de handen gewreven hebben! Eerst was er het tekort aan benzine. Shemmy had van deze ochtend 4 uur tot 10 uur bij de pomp staan aanschuiven om aan benzine te komen, deze kost hier voor 't ogenblik +30 birr per liter, dat is meer dan 1 euro! Voor deze mensen een fortuin, als je bedenkt dat een koffie hier 2,5 birr (0,1 euro) kost. Bijgevolg rijden er ook haast geen bajaj's en zal alles te voet moeten gebeuren. Dus niet te ver uit de buurt gaan en maar wat gaan prutsen op internet. En ja, ook het internet lag voor 't grootste deel van de dag plat, zoals ze dat bij ons zeggen. Hoe het in het Amhaars klinkt, zou ik eens moeten vragen, maar eigenlijk wil ik het niet weten. Vandaag heb ik me dus bezig gehouden met wachten en proberen en opnieuw proberen en dan weer wachten. Ik had dus ook veel tijd om na te denken en om de blog nog iets of wat interessant te maken, zal ik jullie wat vertellen over het Ethiopisch geld, dat zoals practisch alles hier, onvoorstelbaar ................. is. (Vul later zelf maar in.)
Vermits je je in Belgie geen Ethiopisch geld kan aanschaffen, was het eerste wat ik deed, in Adis Abeba, geld uit de muur proberen halen. Ja, proberen, want de meeste bankautomaten zijn meestal leeg. Alleen op de grote banken kan je iets of wat vertrouwen. Na enkele pogingen eindelijk een bank gevonden die bereid was ons te bevoorraden. En er komen zo van die schone, splinternieuwe, gladgestreken briefjes van honderd uit het gleufje, dat je vol goeie moed wil gaan shoppen (alhoewel dit helemaal niet mijn ding is). De eerste keer dat ik zo'n briefje van honderd uitgaf, schrok ik me bijna een ongeluk. Het wisselgeld dat ik terugkreeg op mijn mooi gladgestreken biljet, was als het ware een hoop vodden, een en al vuiligheid, en stinken!!! Ik denk dat sommige briefjes al een eeuwigheid meegaan, want sommige zijn echt tot op de draad ( als ze uit draden zouden bestaan) versleten. En dan de kleur: briefjes van 10 en 1 birr zijn mettertijd van hetzelfde soort bruin, zodat je het onderscheid alleen kan zien aan de grootte of door een dubbele bril op te zetten om de cijfers te kunnen lezen, briefjes van 20 en 5 birr zijn ook bruin maaar met eem blauwe schijn. Alleen de briefjes van 50 birr zijn oranje en iets of wat leesbaar. Wat ze echter alle gemeen hebben (de nieuwe briefjes uiteraard niet) is dat ze verschrikkelijk stinken. Dit is een geur die overal blijft hangen: in je geldbeugel, je handtas, je kamer, eigenlijk is die geur overal aanwezig. Het zal de Afrikaanse geur zijn, zeker? Maar ik ben er ondertussen al een beetje aan gewoon, en beloof op mijn eerste communie-zieltje om thuis eerst een uitgebreid bad te nemen vooraleer ik onder de mensen kom. In bijlagen kan je het verschil zien tussen een nieuw, een gewoon en een tot op de vouw versleten briefje. Je kan ook een muntje zien van 1 birr, waarvan het materiaal allicht meer waard is dan de munt zelf. Daarom is het misschien zo uitzonderlijk dat je een muntje als wisselgeld krijgt. Maar als ze op deze weg verder gaan, en de briefjes tot 20 birr vervangen door muntjes, krijgen ze hier misschien nog proper geld en een aangenamere geur.
Om voor je ontbijt zes keer omhelsd te worden, door vreemden, daarvoor moet je in Ethiopie zijn! Op weg naar Lewe om mijn klassieke juce te nemen, was er eerst de krantenjongen (vriend van Sandra en nu dus ook van mij), dan Sandra zelf en m'n beide buurmeisjes en tenslotte de kleine shoe-shine-boy die me telkens om de nek komt vliegen en overlaadt met kusjes, net zoals zijn zusje die nog volgde. Een dag kan niet mooier beginnen! Nu, omhelzen is in Ethiopie niet zo ongewoon: Iedereen, zowel vrouwen als mannen onderling en gemixt, stoten hun rechterschouder tegen elkaar aan als teken van begroeting. Echt vreemden, geven gewoon een hand. Later kwam Yadesa me ophalen om naar een andere en waarschijnlijk ook armere school te gaan, want hij ging eerst de krijtjes, die Fien me meegegeven had, afgeven bij de directeur. Op weg naar het klasje van Acharafi (een van de straatkinderen), viel me het vele lawaai op, dat uit de verschillende klaslokalen kwam. Ondertussen zaten vier leraars en een lerares lekker te keuvelen op een bankje in de schaduw. Acharafi bleek niet aanwezig te zijn, want zijn leraar was ziek. De andere klasgenootjes maakten zich niet druk om de afwezigheid van Acharafi, noch van hun leraar en deden gewoon waar ze zin in hadden. Naar het schijnt worden leerkrachten hier niet door de staat betaald (waardoor of door wie dan wel weet ik niet) en een zieke leraar wordt dus niet vervangen. Tegen de zin van Yadesa in, wou ik toch even het klasje binnengaan. Alle zwartjes stormden naar voor bij het zien van die ene witte. En zie, ik was het nog niet verleerd: met wat klanken en gebaren van ''mijnen t wege''(sorry 'k weet niet hoe je dat juist moet schrijven, maar 'k vind dat het mooi klinkt), gingen ze allen braafjes terug op hun plaats zitten. Yadesa stond versteld! Ik maakte een foto van ze, zwaaide eens en nam nog een foto terwijl ze terugzwaaiden. Deze school, met de paars-gele uniformen, was dus zeker geen voorbeeldschool. Het schooldomein was ook veel kleiner en minder verzorgd dan de vorige school. Inmiddels had ik een restaurant ontdekt waar je draadloos op het internet kon. Vol goeie moed ging ik met mijn tablet, dat ik de nacht tevoor gans de tijd had laten opladen, naar het restaurant. Jammer, jammer, er bleek op 't ogenblik, zoals op vele andere ogenblikken, geen internet beschikbaar. Koppig als ik ben, toch maar m'n tablet aangezet en tot mijn ontzetting verscheen de melding dat ik mijn toestel dringend moest opladen!? Bleek naderhand dat ik de oplader van mijn (gestolen) fototoestel op de tablet had aangesloten. Morgen dus opnieuw proberen!
Vandaag zou Shemmy me komen ophalen om naar een school gaan en daar samen met Massai (die ook leraar is) een les bij te wonen. Terwijl we naar het klaslokaal gingen, kwamen er een heel pak kleutertjes op me af die wilden ervaren hoe een witte hand, arm of hele lichaam aanvoelde. Ze drumden, pakten me vast, omhelsden me, enz... Ze waren minstens met 20. Massai was zo lief om er een foto van te maken, die ik jullie zeker niet wil onthouden. Het voelde zo goed aan!
Dan naar een klasje van de eerste graad waar een wiskundeles zou gegeven worden, evenwel in het Amhaars. Van de uitleg verstond ik geen jota, maar dat het wiskunde was, kon ik opmaken uit de figuren die de leraar (met witte jas aan) op het bord tekende: een rechthoek die hij in 2 verdeelde en als de kinderen gesnapt hadden, dat dit 1/2 was, werd de rechthoek nog eens in de andere richting gehalveerd, zo begrepen de kinderen ook wat 1/4 was. Later gebeurde dezelfde werkwijze, maar dan met een cirkel. De bankjes waren zeer primitief, het ene met splinters, het andere met stukken er uit en ze waren bovendien wel op een zeer eigenaardige manier opgesteld. Alle kinderen moesten zijdelings naar het bord en naar de leraar kijken op een paar uitzonderingen na: een kindje dat duidelijk niet mee kon, en tot ergernis van de anderen voortdurend zat te zingen en... wij. Desondanks waren alle kinderen heel enthousiast, leergierig en gedisciplineerd. Ondertussen was Yadesa erbij gekomen en lieten ze me samen (Massai en Yadesa) het domein van de school zien. Dit was enorm uitgestrekt met veel groen en enorm veel gebouwen (alle gelijkvloers): vele klaslokalen, een bibliotheek, een chemiegebouw, een sanitaire blok voor de jongens en een voor de meisjes, enz... . Ik denk dat deze school, met de leerlingen in hun lichtblauwe uniformpjes wel een voorbeeld-school is.
Dan wou ik even met Yadesa bespreken wat hij met de rest van de kledij ging doen, die nog in zijn koffer zat, want de jongens hadden slechts een t-shirtje, een sportbroekje en een rugzakje gekregen. Uit het slechte Engels dat Yadesa sprak, heb ik toch begrepen dat straatkinderen alles behalve gewone kinderen zijn die op straat leven! Zij hebben een wel heel aparte mentaliteit: ze hebben bijna niets nodig, dus 1 kledingstuk is genoeg. Geef je hen een tweede, dan gaan ze dit verpatsen of gooien hun vorige weg. Nu begrijp ik dat, nadat ze elk hun witte t-shirtje gekregen hadden, devolgende dag weer in hun lompen liepen. De witte t-shirt werd bewaard om naar school te gaan. Ze geven er ook niet om of er iets vuil is, als ze dan iets anders krijgen of kunnen pikken, gooien ze het vuile weg. Fien had 3 voetballen voor hen meegegeven, maar slechts een is er in gebruik en wordt bewaard door Yadesa, want anders vind een of ander kind toch de gelegenheid om hem te gaan verkopen. De wereld van de straatkinderen is een wereld waar wij echt niet bijkunnen!
Ik had me al afgevraagd (en jullie misschien ook) wat er met het geld zou gebeuren dat jullie zo royaal geschonken hebben. Ik dacht zo: ik koop voor elk van hen een paar sportschoenen, zodat ze niet op hun blote voeten moeten voetballen. Dit bleek echter geen goed idee, want de meesten zouden die schoenen toch proberen te verkopen om wat extra geld te hebben. Morgen gaan we bespreken (Lieke, Sandra, Yadesa en ik) wat het beste en meest urgente is wat we met het geld kunnendoen . In elk geval is het heel zeker dat het allemaal naar het welzijn van de kinderen zal gaan. Ik hou jullie op de hoogte!
Nu zou ik toch echt eens goed willen vloeken en dat ga ik nu ook doen: potvernondepillepotjes....dju! Bijna gans m'n blog afgewerkt en den elektriek valt uit. Nog niet wetende hoe ik hier op een vreemde computer moet saven, kan ik dus opnieuw beginnen. Bij deze:
Na twee weken vakantie is hier de school weer begonnen. De ene week hebben ze les van 8u tot 12u30, de andere week van 12u30 tot 17u. Ik had Yadesa gevraagd of ik enkele lessen kon bijwonen en zijn ''Yes, yes, mama'' resulteerde er in dat hij me om 11u is komen ophalen om een paar scholen te bezoeken. Na toestemming van de directeur in de eerste school, mocht ik eventjes binnenpiepen in de klas waarin Sammy, Adunga en Abaidne zaten, en ook stiekem een fotootje maken. De kinderen hadden een lichtblauw uniform: de meisjes een lange rok, de jongens een lange broek en beiden een vestje in dezelfde kleur. Ik vond dit zo tof omdat je daardoor geen onderscheid kon maken tussen arm en rijk. Dit zouden ze overal moeten verplichten!!! Op weg naar de tweede school leerden we een ander uniform kennen: zwarte lange rok of broek (het eerste voor de meisjes, het tweede voor de jongens), daarboven een paarse trui met V-hals met daarin een witte chemisier. Dit was echt klasse, daarom vermoedde ik ook dat deze kinderen tot een private school behoorden. Aangekomen aan de laatste school, troepten er enkele meisjes samen, die heel graag samen op de foto wilden. Ze droegen een paarse broek of rok (de eerste nu voor de jongens en de tweede voor de meisjes) met daarboven een geel hemdje of bloesje. Dit was ook een school voor straatkinderen. Maar van foto's maken, was geen sprake, want Yadesa had me het fototoestel uit handen genomen. Als de kinderen wat te opdringerig werden, raapte hij een stok of iets dergelijks op van de grond en sloeg en joeg hij de kinderen daar mee weg. Hier had ik toch wel moeite mee, maar naar het schijnt is dat hier de gewoonte. Yadesa stelde dan voor om te gaan lunchen. Hoewel ik geen honger had en de injerra had afgezworen, leidde hij mij toch een restaurant binnen. Hij bestelde een maaltijd voor 1 persoon met brood, later vroeg hij er nog een stuk opgerolde injerra bij. Ik nam alleen een flesje cola en... 2 piepkleine stukjes brood en dito vlees. Wanneer alles op en betaald was (rara door wie), tracteerde hij me op een koffie in het ondertussen gekende koffiehuis. Hij wou dan, opdat ik zeker niet werkloos zou worden, de jongens na hun schooltijd nog een uurtje les zouden krijgen. Daarmee was ik het absoluut oneens maar hij wist wel beter. Ik had m'n lesmateriaal uiteraard niet bij me, dus moesten we eerst naar het pension om het op te halen. Dat was een heel eindje lopen, maar hij had de bajaj 's morgens al betaald en allicht uit vrees, dat hij nog eens zou moeten betalen, gingen we te voet. We gingen langs allerlei binnenwegeltjes, naar mijn pension. Ik dacht dat ik alles al gezien had, maar dat had ik ferm mis: Mannem staan gewoon ongegeneerd op straat te pissen; 2 mannen liggen, broederlijk naast elkaar, in een soort baal op straat te slapen; twee, in lompen geklede vrouwen, zittend langs de kant van de weg, geven hun baby de borst.Vanzelfsprekend heb ik hiervan geen foto's genomen, wel van enkele dagelijkse sfeerbeelden. Terug bij de jongens, waren ze natuurlijk allemaal de straat al op om allerlei spulletjes te verkopen die hun wat geld zouden opleveren.
Terwijl ik bij een biertje bij Lewe mijn ervaringen aan 't opschrijven was, kreeg ik gezelschap van mijn voormalige bodygard. Ik tracteerde hem op een drankje en hij vroeg me of ik voor hem boeken van Wiskunde, Biologie en Chemie wou kopen, met daarbij een ganse uitleg over zijn studies, graduaat en nog vanalles wat ik niet verstond. (Mijn Engels is niet al te best, maar het zijne zeker niet).Eerder had hij me al een sportbroek gevraagd van 250 birr, maar daarvoor heb ik wijselijk aan Yadesa gevraagd of hij geen sportbroekje over had, dat te groot was voor de jongens. Daarmee was meneer de sportman niet te vreden, het moest langer zijn en rood in plaats van groen; maar 't was te nemen of te laten en hij nam. En nu vroeg hij die boeken. Ik heb hem voor eens en (naar ik hoop) voor altijd duidelijk gemaakt dat ik niet totdie rijke blanken behoor waarvoor alle zwarten ons aanzien..Ik vertelde hem ook dat ik geld had moeten lenen om de reis te bekostigen (zij maken ons tenslotte ook van alles wijs), en dat alles wat ik weggeef, gekregen heb van vrienden en familie. 'k Ben benieuwd of ik hem nog ga zien. Ik vrees ervoor, maar vind het absoluut niet erg.
Vandaag zou Yadesa mijn gids zijn! Hij kwam me ophalen om 15 uur met de Shemmy-taxi (Shemmy is de juistere naam van Jimmy) om naar een park te gaan dat langsheen het Awasa-meer ligt. (Hawasa en Awasa zijn twee van de meerdere benamingen voor een zelfde plaats. Gek volk: voor straten te benoemen vinden ze geen woorden, maar ze hebben er des te meer om plaatsen en steden een naam te geven.)
Tijdens de, zoals gewoonlijk, zigzaggende, rit zagen we voor ons een aantal witte, opgefleurde wagens rijden. Die bleken een trouwpartij aan te kondigen. In al de wagens zat er op de rechter-achterdeur, waarvan het venster uiteraard helemaal open was, een inlandse schone met een prachtige feestjurk aan, met de rug naar buiten en wuivend naar alles wat ze voorbij reden. De eerste wagen was van het bruidspaar. Die herkende je doordat de bruidegom op de rechter- en de bruid op de linkerachterdeur zat, beiden met de rug naar buiten en het gezicht lachend naar elkaar, terwijl ze samen het bruidsboeket, boven het dak van de wagen, vasthielden. Om alles goed te kunnen zien, moesten we voor de stoet kunnen geraken. Links voorbijsteken bleek onmogelijk, rechts ook niet, dan maar langs het voetpad tot voor de bruidswagens proberen te komen. Super-driver Shemmy slaagde daar vanzelfsprekend in en het eigenaardigste is dat iedereen dat maar doodnormaal vond. Je kan je niet voorstellen welke kapriolen die banjajdrivers uithalen: ze slaan al rijdend een praatje met een collega of een motaar die naast hen rijdt, ze roepen naar iedereen die ze kennen, ze maken grappen met hun passagiers achter hen, enz... Eigenlijk doen ze vanalles behalve op de weg letten. Zo moeten ze vaak hun stuur plots omslaan of op de rem gaan staan om een aanrijding, met al wat er op straat loopt of rijdt, te vermijden. Ongelukken heb ik echter nog niet gezien!
Ongehavend kwamen we eindelijk aan bij het park en het eerste wat we zagen waren... die afschuwelijke maraboes, maar toch waren ze mooi en sierlijk in al hun lelijkheid. Verder zagen we nog vele aapjes, van piepklein aan moeders buik hangend tot relatief klein. De grootste aap zal zo'n 50 to max. 60 cm groot geweest zijn (zonder staart dan). Ze kwamen ook uit je hand eten op voorwaarde dat je terplaatse iets lekkers voor hen gekocht had. Ook de Ethiopische ganzen zagen we nu van dichtbij en dat zijn echt wel prachtige beesten, met een speciale tekening! Nog tal van onbekende vogels waren er te zien de ene nog mooier dan de andere. (Als ik weer thuis ben, schaf ik me zeker een boek aan over Afrikaanse vogels.) Omdat het park zo mooi is qua ligging als qua structuur, is het heel druk bezocht en worden er veel feestelijkheden gehouden. Zo zagen we meerdere, met bloemen en balonnen versierde plaatsen, sommigen met glazen voor champagne of iets dergelijks, anderen hielden het soberder. Op alle versierde plekken was een soort troon gemaakt voor bruid en bruidegom. Hierop zou de bruiloft bezegeld worden en konden de festiviteiten beginnen In het park stonden ook eeuwenoude bomen waarvan de stammen elk een heel speciaal patroon vertoonden en de wortels grotendeels boven de grond liepen; het was dus oppassen om niet te struikelen. Niet alleen de genodigden voor de trouwerijen bevolkten het park, maar ook nog tal van andere bezoekers. Dit park nodigt dan ook uit om een zondag te komen luieren, picknicken of met familie of vrienden te komen keuvelen. Je hebt er zon en schaduw, een prachtige lokatie, een uniek uitzicht en de exotische dieren (voor hen natuurlijk niet) die je gezelschap houden. Ik zou hier ook wel eens een zondag met een boekje willen komen genieten, maar om tot rust te komen zou ik toch wel eerst zwart moeten worden met een schoon kopje kroeshaar, ook zwart of misschien wel grijs.
Na deze indrukwekkende natuurwandeling (de batterij van de camera was ook voldaan!) kwam Shemmy ons ophalen om naar ''onze jongens'' te gaan kijken die trainden met hun splinternieuwe echte voetbal, die Fien me meegegeven had en met de blauwe en groene shortjes ,die uit mijn koffer kwamen.Ongelooflijk hoe enthousiast ze waren om met een echte voetbal (en geen bolletje vodden, aan elkaar genaaid tot een bal) te kunnen spelen, de meesten op hun blote voeten. Moest ik iets van voetbal kennen, zou ik zeggen dat er heel wat talent tussen liep en dat het me niet zou verbazen als er binnen enkele jaren een Ethiopier, waarvan ik alleen de voornaam en het gezicht ken, in onze contrijen aan de bak zou komen. Zelfs in de regen speelden ze verder, terwijl wij, ondertussen met z'n zessen, stonden te schuilen onder het afdak (1 bij 2 m) van een winkeltje.
Nog wat gegeten en nagekaart met Sandra, Anneloes en Sulaikah. Het was toen 9 uur en m'n ogen vielen bijna dicht. In het pension gekomen, nog een telefoon van mijn ventje gekregen, terwijl hij aan 't aperitieven was voor zijn biefsteak-friet. Ik nam dan maar een slaapmutsje en dook onder het laken. Hoe vermoeiend toch kan een rustdag zijn!
Na een gezamenlijk ontbijt met mijn nieuwe buurtjes, in verschillende banken geprobeerd om nog geld af te halen. Dit bleek uiteindelijk alleen te kunnen in de Dashenbank aan de Piazza. Van de eerste keer een bajaj genomen die de goeie richting uitging (ik leer hier alle dagen bij!), maar toen ik wou betalen vroeg hij 10 birr, terwijl het normale bedrag 2 of 3 birr is, naargelang de afstand. In al mijn goedheid heb ik hem tenslotte 4 birr (0,04 euro) gegeven. Terug in Menaheria (voor 2 birr!) wou ik als lunch eens iets typisch Ethiopisch eten.Ik verstond de naam niet, ze konden me niet uitleggen uit welke ingredienten het bestond, maar konden me wel verzekeren dat het heel lekker was. En dat heb ik geweten! Ik kreeg me daar een kanjer van een injerra op mijn bord, met daarop 5 vleesbereidingen (waaronder een met rauw vlees, wat ik wijselijk niet aangeraakt heb) en nog een soort zure kaas. Het was zo'n massa dat ik er geen vierde van heb opgegeten. Om 15 uur, 9 uur plaatselijke tijd, want ze beginnen hier de uren maar te tellen van het ogenblijk dat de zon opkomt, nl. 6 uur. Ik zit hier nu dus voor de computer om 5 uur (11 op mijn uurwerk en 9 uur bij jullie).
Yadesa zou me een ganse(?) namiddag gezelschap houden om me Hawassa beter te leren kennen. Ooit had ik eens gezegd dat ik jammer genoeg geen foto's had kunnen nemen van de nijlpaarden, omdat de batterij van het fototoestel al zijn krachten had verspeeld aan de vogeltjes. Dus wij naar het meer. Een nieuwe ontmoeting met de maraboes en een wandeling langs de meest toeristische kant van het meer, bracht ons langs een boom, waar Yadesa inklom om een foto van de stoere macho te laten maken, een eindje verder moest ik nog een foto nemen terwijl hij op een, met kroonkurken belegd, stoeltje ging zitten, en dat ging zo maar door tot het lichtje van de batterij weer begon te knipperen! Het aantal foto's zou vanaf nu sterk gelimiteerd worden. We vonden een bootje met een zeer vriendelijke schipper die ons opmerkzaam maakte op alles wat we zelf niet zagen: twee zwemmende kinderen midden in het meer, een drijvende visarend die later heel indrukwekkend opvloog, enz... Uiteindelijk raakten we met een nog steeds behulpzame batterij bij de nijlpaarden, die langs alle mogelijke perspectieven gefotografeerd werden. De schipper voer later nog een eindje verder naar een vogelreservaat langs de rand van het meer: duizenden vogels van allerlei pluimage troepten daar samen, vlogen op, duikten, zwommen,.. het was indrukwekkend! Wel jammer dat ik zuinig moest zijn met de foto's. De stuurman wou me een mooie herinnering bezorgen en een foto nemen van mij op de boeg van het schip. En wat denk je? In een mum van tijd zat Yadesa naast me om ook maar op de foto te staan. Ik heb dan aan Yadesa zelf gevraagd een foto van me te nemen met een wapperend Ethiopische vlag boven me. Wat maar matig gelukt is. Net voor het aanleggen zag ik nog twee prachtige blauwe vogeltjes, maar de camera weigerde dienst!
Van de grote dorst dan een biertje (ik) en een limonade (hij) gaan drinken in een typisch restaurantje vlakbij. M'n dorst was niet gelest met een biertje, dus nam ik nog een tweede, hij had liever een geroosterde vis, die hij (al smakkend) met veel smaak leegpulkte. Het fototoestel had nog een laatste stuiptrekking en vereeuwigde Yadesa met de vis.
Weer met de bajaj naar Menaheria, waar hij me uitnodigde op nog een ''machiato ranger'' (soort straffe capucino). Na de lekkere koffie bleef het mapje met de rekening maar op de tafel liggen, zodat ik, uit eerlijke schaamte, ook dat nog betaalde. In de loop van de dag zei hij de wijze woorden: ''Alle Ethiopiers denken dat de blanken allemaal rijke mensen zijn en proberen daar zoveel mogelijk munt uit te slaan." Wat bij deze bewezen was.
Ondertussen had de injerra van 's middags me er de ganse namiddag op attent gemaaktdat hij niet zomaar een gewone injerra was, maar wel een heel speciale, zodat ik aan 2 cola's en 2 immodiums genoeg had als avondeten. Ik denk dat ik in 't vervolg, zoveel mogelijk, de injerra-kelk aan mij laat voorbijgaan.
Nadat ik Yadesa verzekerd had, dat er nog 2 volle koffers met kleren voor de kinderen gingen nakomen, kreeg hij het toch over zijn hart om me een 3/4 broekje, dat te klein was voor de jongens, terug te geven. Ik wist dat ik Asrad (the Shoe-shine-boy) er heel blij mee zou maken. Weer naar de klas, bestaande uit veel rommel, een bankje en twee matrassen, om de jongens nog wat meer lettertjes te leren schrijven. Wie klaar was mocht, volgens mijn nieuwe methode, zoveel kleurtjes nemen als hij wou om de lettertjes in te kleuren. Ze vonden het super-leuk om de letter W op te vullen met de kleuren vam de Ethiopische vlag. Dan weer een beetje ernstiger: ze moesten al de letters van het alfabet opschrijven en als beloning zouden ze een ballon krijgen. Weer een nieuw feest, echter niet voor Adunja, die zijn alfabet niet wou afmaken. Ondertussen had Yadesa het fototoestel uit m'n tas genomen en liet zich weer maar eens gaan met foto's nemen. Ik vermoed dat hij de meeste foto's van zichzelf neemt, want elke avond, als ik de foto's bekijk staan er minstens tien van hem op. Tenslotte was de les afgelopen en bij het naar buiten komen zagen we op de compound een paar schapen lopen en een lammetje. Bruik wou graag op de foto met het lammetje in zijn armen en plots kwam ook Adunja er bij staan MET een ballon,die hij stiekem uit mijn tas moet gejat hebben. Hij wou ook op de foto met de ballon, maar dat weigerde ik pertinent, zelfs op aandringen van Yadesa. 's Namiddags kennis gemaakt met de Nederlandse meiden, Anneloes en Sulaikah (die hetzelfde pension bewonen als ik), tijdens een drankje samen met Sandra en Lieke. Zij gaan een boek schrijven waarin ze verschillende Afrikaanse landen vergelijken. Na het avondeten, samen met mijn nieuwe buurtjes, nog eens langs de schoenpoets-familie gegaan. Asrad was de koning te rijk met zijn nieuwe wiite broek, voorlopig toch nog wit!
Lekker lang geslapen niettegenstaande mijn maag zich gisteravond niet akkoord verklaarde met het blik tonijn. Een paar pilletjes Gaviscon hebben de problemen dan maar opgelost. Na mijn favoriete ontbijt: mixed juce, ben ik samen met het zusje van Asrad (het schoenpoetsertje) een paar slippers gaan kopen van 150 birr die ik voor 100 birr mocht hebben. Voor 4 euro kon ik dat meisje toch niet steeds op haar blote voetjes laten lopen! Het waren dan ook echte meisjesslippers met een vlindertje op. Het kind kon haar geluk niet op, en ik ook niet. Dan weer naar de compound, dit is een gemeenschap van woningen rond een bepaald stukje grond, waar verschillende families samenwonen en die hun huizen, hun dieren, hun wc's(?) en alle andere faciliteiten delen. Een van die huizen is voor de straatkinderen. Gelukkig was Tariku, na zijn uitbrander van gisteren er toch weer bij en had ondertussen ook z'n nieuwe kleren gekregen. Sammi toonde fier zijn rode rugzakje waarin hij zijn spullen bewaarde. Wat letter- en rekenoefeningen en 't was hen vlug beu. Foto's en filmpjes nemen (met het fototoestel dat ze uit mijn tas gehaald hadden) was veel interessanter! De ondertussen verdwenen Yadesa dan maar gebeld om me te komen ophalen, want ik had om 12u30 (6u30) lokale tijd een afspraak met Sandra. Alleen zou ik me hier (voorlopig toch nog) compleet verloren lopen. Alle straten kunnen ingedeeld worden in 3 soorten: enkele zeldzame grote geasfalteerde banen waarop er veel verkeer kriskras door elkaar rijdt; dan iets meer grotere straten, waarvan de voetpaden en de baan belegd zijn met dezelfde kleine kasseitjes (geen wonder dat zowel auto's als voetgangers het onderscheid niet kunnen maken) maar het meeste zijn er de onverharde wegen waarop het verkeer bestaat uit voetgangers, ezels met vracht, paardenkoetsen met mensen en af en toe een bajaj. Het leuke(?) is, dat geen enkele straat een naam heeft. Wil je met de bajaj ergens naar toe, dan moet je de wijk noemen, op de piloot z'n rug kloppen als ie moet stoppen en verder maar te voet of met de paardenkar verder tot je aan de juiste straat komt. Het andere leuke is dat alle onverharde ''straten'' op elkaar gelijken! Het enige voordeel is, dat het vervoer hier spotgoedkoop is.
Maar nu terug naar mijn relaas: Het was vandaag de officiele opening van het winkeltje van Estefano's moeder. Daar gaat ook een heel verhaal aan vooraf: vader overleed (sorry voor de fout in de blog van maandag)) toen het jongste dochtertje 2 jaar was. Als kostwinner moest moeder op een koffieplantage gaan werken waardoor ze verschillende maanden per jaar van huis weg was. De jongens waren al groot genoeg om zich te beredderen, wat ze als tieners ook deden, maar het kleine meisje werd dan eens door de grootmoeder, dan eens door de tante, enz... opgevangen. Zij wou nu uiteindelijk zo graag bij haar moeder komen wonen, zodat de beide jongens en enkele vrienden er voor gezorgd hebben dat moeder een winkeltje kon runnen waarmee ze hoopt de kost te verdienen voor haar en haar dochtertje. Wat een mooi verhaal, niet? Wij waren dus uitgenodigd op de officiele opening van het nieuwe winkeltje. Het was schattig ingericht met allerlei noodzakelijke levensmiddelen waaronder ook een voorraad plastiek bloemen. Sandra had vanuit Nederland een stel vlaggetjes, ballons, snoep, enz... meegebracht om alles nog wat meer op te fleuren. De ballonnen werden opgeblazen en samen met de vlaggetjes onder het afdak opgehangen. Het gaf alles nog een meer feestelijk uitzicht! Ondertussen was mama binnen in het huis al koffiebonen aan 't branden. En zoals gevreesd (na onze lunch) kwam het kannetje met het teiltje (niet alleen natuurlijk) om de handen te wassen, de plastieken borden en de injerra met schapenvlees in citroensaus. Echt wel lekker, maar niet voor Sandra, want zij is vegetarier. Op een mum vam rijd kwam er een tweede gerecht, nu met alleen maar groenten (uit het winkeltje), die iedereen ook eens moest proeven. De lekkere (zelfgebrande) koffie en de, met op hetzelfde vuurtje) gepofte mais, maakten de feestelijkheden compleet.
We gingen te voet naar de wijk Menaheria, waar ik mijn pension heb, het internetcafe is (waarop ik mijn blog van woensdag zou schrijven) en de bus zou stoppen waarmee Lieke met nog twee Nederlandse meisjes, zou aankomen. 's Avonds wou ik, zoals een groot meisje eens een stapje in de wereld zetten en op mijn eentje wat gaan kopen in de supermarkt. De eerste bajaj die ik bestelde was al op een verkeerde plaats, want vandaar reden ze alleen maar richting Alamura en ik moest richting Piazza zijn. Uiteindelijk de goeie bajaj genomen en voor 3 birr (0,12 euro) werd ik naar de Piazza gebracht. Daar moet ik met mijn ogen toe voorbij de supermarkt, waar ik moest zijn, gelopen hebben.Verder en verder gelopen en geen supermarkt meer gevonden, tot iemand me aansprak met de vraag of ie me kon helpen. Ik herkende de jongeman als vriend van Asrads grote broer. Hij bracht me uiteindelijk naar de supermarkt, ging met me mee met de bajaj naar Menaheria en begeleide me tot aan het pension, omdat het volgens hem veel te gevaarlijk is voor zo'n jong meisje als ik alleen op straat te lopen! Wat zijn het toch vriendelijke mensen, die Ethiopiers!
Om 8u30 wakker geklopt (bellen bestaan hier nl. niet) door Yadesa met een grote koffer. Ik moest me quick quick wash wash wash om de kleren uit de tweede koffer te gaan ophalen bij Sandra en naar Yadesa's huis te brengen. De kleren zouden 's namiddags aan de kinderen verdeeld worden. Samen met de secretaresse van CSCA, die ons ondertussen vervoegd had, gingen we, weer in een ander typisch etablisement, ontbijten: Injerra met daarop (pikante) injerra. Onderweg naar de ''compound'' merkte Yadesa een van de jongens, Tariku, op die de schoenen van een andere jongen aan 't verpatsen was (het zijn en blijven (voorlopig toch nog) straatkinderen). Hij schoot zich er met veel gebrul en geroep naar toe, gaf hem wat klappen rond zijn oren en nog een schop onder de kont. Dan weer maar lettertjes gaan leren schrijven. De eerste die klaar was kreeg van Yadesa 4 kleurpotloden, de tweede 3 en de laatste 2, dit om de nageschreven letters in te kleuren. De laatste was Bruik, hij wou niet meer verder doen omdat hij maar 2 kleurtjes gekregen had. Ik knuffelde hem eens goed en om mij plezier te doen wou hij tenslotte verder meewerken. Ik vond dat hij nu wel een extra kleurtje verdiend had voor zijn goede wil, maar dit kreeg hij niet van Yadesa. Tijdens de lunch heb ik hem (Yadesa) eens goed mijn gedacht gezegd: dat ik het absoluut oneens was met zijn manier van werken, want ik vond dat iedereen, die zijn best deed recht had op een beloning en niet alleen de slimsten of de rapsten; en dat, zolang ik hen les gaf, het op mijn manier zou gebeuren. Uiteindelijk stemde hij toe, al zag ik wel dat het toch een beetje tegen zijn zin was. Zo, dat was ik dan ten volle uit!
's Namiddags was het groot feest: de kinderen zouden hun nieuwe kleren krijgen! Yadesa had ondertussen (een deel van) de spullen in een zak gestopt en die brachten we dan naar de plaats waar de kinderen zich verzameld hadden. Ze waren er allemaal, ook de twee ouderen, behalve dan Tariku, die ontbrak. Eerst nog een foto genomen in hun dagelijkse plunje en dan kon het feest beginnen: t-shirts, jeansbroeken, onderbroeken, petjes en rugzakjes (van Plusmagazine) werden uitgedeeld. Ze waren zo enthousiast, dat ze applaudisseerden bij elk stuk dat uit de zak kwam. Je zag het geluk zo van ze afspatten zodat ook mijn dag ( en ook de volgende en de volgende en...) niet meer stuk kon. Messai ( nog een van de projectleiders) vertelde hen hoe ze voor hun kleren moesten zorgen. Ik suggereerde dat ze elk hun naam op hun zak kregen en hun eigen kleren in hun eigen rugzakje stopten, maar of dit door de projectleiders goed vertaald en/of opgevolgd zou worden, bleef tenslotte een grote vraag. Ze hadden, wonder boven wonder, elk hun stapeltje gekregen spullen netjes bij elkaar gelegd, maar dan begon de grote chaos met al het oude uit en het nieuwe aan te trekken. Zo fier als een gieter, maar dan een hele fiere gieter, stonden ze daar na een poosje met hun witte t-shirt, hun blauwe jeans en hun petje, bij de ene schots en bij de andere scheef op het hoofd en met het rugzakje over de schouders, om op de nieuwe foto te staan. Ze konden er maar niet genoeg van krijgen om foto's te nemen. In alle mogelijke houdingen en combinaties werden er van en door iedereen foto's genomen, steeds met hetzelfde toestel. Gelukkig maar dat een batterij ooit leeg geraakt! 's Avonds nog een nieuwe verrassing: als avondeten had ik spaghetti met tonijnsaus besteld. Ik kreeg een bord spaghetti, wat tenslotte logisch was, brood en... een ongeopend blikje tonijn! Raar volk, die Ethiopiers!
Vandaag, na 15 jaar, nog eens les gegeven. Heel moeilijk: een klasje van 3 die Engelse letters moesten leren schrijven, eerst over de voorgedrukte stippellijnletters en dan proberen ze zelfstandig schrijven. Voor hen best moeilijk! Na 4 letters oefenen waren ze het al beu en kreeg ik het ''lumineuze'' idee hen het kaartspel te leren kennen, niet wetende dat ze, als straatkinderen, de tijd doodden met kaartspelen. Ik leerde hen het verschil tussen klaveren, ruiten, harten en schoppen en de waarden van de prentjes, iets wat ze duidelijk nog niet kenden. We speelden dan een spelletje ''om ter meeste slagen''. Ze begrepen het spel maar al te goed en konden in een mum van tijd valsspelen als de besten. Tijdens het terugkeren naar het pension, was er plots veel tumult, geschreeuw en gezang op straat: een pick-up, volgeladen met mensen en gevolgd door nog een hele stoet mensen. Dit bleek een begrafenis. Hoe stil en ingetogen het er bij ons aan toe gaat, zo luid en levendig is het hier. Na de lunch liet ik mijn schoenen, die zo smerig waren van de uitstap van gisteren, poetsen door een van de straatjongetjes. Hij bleek 12 jaar, maar zag er pas 7 a 8 uit. Zoals gewoonlijk, nam ik de lunch bij 'Lewe' en het erbij geserveerde brood, stopte ik in mijn handtas. Na mijn huiswerk in het internetcafe gaf ik het brood aan het schoenpoetsertje. Dat ventje was zoo gelukkig! In de late namiddag ging ik, samen met Yadesa, naar het huis van Lieke en Sandra: eerst een ritje met de bajaj en dan weer een ervaring rijker, met een paardenkar (paarden vervoeren mensen en ezels goederen heb ik ondertussen begrepen). We waren voor het avondeten uitgenodigd bij Estefano, ook een van de projectleiders. De woonkamer was heel gezellig ingericht: verschillende comfortabele zitplaatsen, een salontafel, een tv met bibberend beeld, een klein bankje van 10 cm hoog waarop de koffiekopjes klaar stonden, heel veel religieuze symbolen en afbeeldingen en... een kerstboom op de kast. We werden daar getracteerd op een typische maaltijd: eerst als aperitief (en later ook bij en na het eten) wiijn met cola, gepresenteerd in een met (nep-)goud versierde karaf; terwijl de wierook, in een speciaal daarvoor bedoeld potje, stond te branden, liet de mama ons aan de vers gebrande koffiebonen ruiken; de dochter kwam rond met het klassieke kannetje en teiltje voor de handwassing en van de mama kregen we elk een (plastiek) bord om op onze schoot te zetten; de aangeboden injerra moesten we zelf op het bord openrollen en daarop werden dan enkel;e scheppen sterk gekruide bieten, een sausje van sjemberra en roerei geserveerd. Gans de familie: vader, moeder, zus en broer keken toe hoe we van de maaltijd genoten zonder er zelf iets van te gebruiken. Na het eten werd ons verse koffie met gepofte mais aangeboden. Terwijl we nog een glaasje cola-wijn dronken, schepte mama uit een grote ton, die in de slaapkamer ernaast stond, een kannetje water om daarmee, gehurkt, de kopjes om te spoelen om ons nog een koffie te kunnen aanbieden. Wat een gastvrijheid toch, die mensen!
Dinsdag 11 februari: tweede lesdag.
Pas gewassen , nog niet gekleed en een sms-je van Yadesa die vroeg of ik samen met hem wou koffie gaan drinken (bye, bye ontbijt!). Dan naar het compound voor mijn tweede les, nu aan de andere groep. Tijdens het wandelen liepen er 2 kinderen van 6-7 jaar, met lompen die letterlijk stijf stonden van de gorigheid, voor ons. Naast een groentenwinkeltje zochten ze in de vuilbak naar bananen, die net niet of toch wel, rot waren. Een eindje verder zagen we ze er gretig van smullen. De kinderen moesten ook letters leren schrijven, maar nu liet ik hen ze inkleuren. Dit was een feest voor hen! Sammy was al vast besloten om schilder te worden. Ik wou hen beter leren begrijpen, want het zijn tenslotte geen gewone kinderen ( zij wilden bv. de kleurpotloden niet weergeven, maar met een list lukte het uiteindelijk wel), daarom wou ik dat ze mij hun kaartspel leerden en dat was een soort 'wiepen'. Door de kleurtjes had ik al een plaatsje in hun hart gekregen! Ik trakteerde Yadesa op de lunch: hij mocht de plaats kiezen, ik zou betalen. In een gezellig restaurantje, waar ze constant verse koffie brandden en schonken, betaalde ik met plezier de rekening: 2 cola's, 2 spaghetti's, 2 koffie voor 100 birr (= 4 euro), fooi inbegrepen. Na m'n huiswerk in 't internetcafe, m'n andere schoenen laten poetsen en m'n polshorloge weggegeven aan de broer van het schoenpoetsertje. Toen ik 's avonds na het eten nog eens langs het poetsertje passeerde, kwam ie naar me toegelopen en omhelsde me heel hartelijk! Ik hou van deze mensen!
Om 8 uur kwamen Sandra en Tami me ophalen om na een uurtje rijden met de bus in Wondo Genet aan te komen, Tami's thuisdorp. Wondo Genet betekent eigenlijk 'groen paradijs', indertijd door Haile Selasie zo genoemd omdat het zo groen is en heel uitgestrekt. De busreis op zichzelf was al een belevenis: zo'n 30 zitplaatsen met hoofdsteun, die al dan niet verdwenen of loszittend was.We hadden als enige blanken veel bekijks, vooral het vrouwtje dat voor me zat was me voortdurend, maar vriendelijk aan 't aanstaren. Ze zei iets in het Amhaars tegen me wat Tami vertaalde als: ''Je lijkt als 2 druppels water op mijn moeder''. Nu wist ik wel dat ik in Belgie enkele dubbelgangers had, maar dat mijn genen tot in Ethiopie zouden reiken vond ik toch wel heel eigenaardig. Aangekomen in Wondo Genet, zijn we daar het ontbijt gaan gebruiken: een eierkoek, ditmaal, tussen een sandwich met wat pikante groenten er bij. De meeste klanten echter hadden als ontbijt stukjes vlees, samen met het traditionele vuurtje en de onontbeerlijke injerra op een schaal op tafel gezet. Sommigen baden eerst samen of zegenden het voedsel alvorens te beginnen eten. Daarna reden we verder met de 'bajaj' of tuktuk, wat eigenlijk een omgebouwde motor is: hetzelfde stuur, vooraan 1 wiel, achteraan 2, verder is er aan de voorkant een plastiek ruit (met ruitenwisser) bevestigd en rondom werd een stalen frame bevestigd waarvan de boven- en achterzijde bedekt is met al dan niet versierde plastiek. De geplastifieerde gordijnen aan de zijkanten wapperen er lustig op los als ze niet opgerold rond een van de metalen stangen gedraaid werden. Wat alle bajajs en autobussen gemeen hebben is de overvloed aan religieuze symbolen, teksten en afbeeldingen; en dat ze doorgaans meer volk meenemen dan er plaatsen zijn. De bajaj bracht ons in de buurt van Tami's huis.De woonkamer was ongeveer 3 op 5 meter, met daarin een relatief grote tafel, een bank met en een zonder leuning, en nog een soort vitrinekast. Terwijl Tami, tussen alle rommel de sleutel van 'zijn kast' zocht, kwamen zijn broertje van 15, zijn kleine zusje en twee dochtertjes van zijn grote zus (allen ongeveer van dezelfde leeftijd)ons gezelschap houden, ook zijn puppy 'Eco' mengde zich in het gezelschap en trok alle aandacht (vooral de mijne) naar zich toe. Eindelijk werd de wel zeer belangrijke sleutel gevonden en kon de kast worden geopend. Die kast was een onderdeel van de vitrinekast van 50 op 50 op 50 cm, ordeloos volgestouwd met van alles en nog wat er in. Terwijl hij een proper t-shirt aan zou trekken wou ik eventjes gebruik maken van 'het toilet'. Zijn zusje ging me dit tonen: ze leidde me buiten het huis, buiten de schutting langs een soort moestuin naar een hok opgebouwd uit dunne boomstammetjes en/of dikke takken. Het toilet zelf was zoals een van de wanden, maar dan op de grond en met een uitsparing in het midden, dat het wc-gat moest voorstellen. Het gat was allicht veel te klein gemaakt in verhouding tot de behoefte, want de stront droop in allerlei geuren en kleuren langs de stammetjes; mijn plasbehoefte verdween als bij toverslag! Zelfs Eco, die me vergezeld had, was er vies van. Het volgende bezoek was aan zijn grote zus die sinds 2 maand een derde dochtertje had. Het hele gezelschap vergezelde ons opnieuw. Ik had een van de babypakjes uit mijn gift-koffer meegenomen en een van de mooiste beertjes van Karin. Mama trok de baby het pakje onmiddellijk aan en met het beertje erbij hebben we (zeker voor hen) prachtige foto's genomen, die we gaan proberen laten afdriukken in Hawasa om hen te kunnen bezorgen. Terug naar de 'hoofdstraat' om een bajaj op de kop te kunnen tikken. Bij het woord hoofdstraat hoef je je gewoon een wat bredere weg voor te stellen, ook onverhard met putten en bulten en uitstekende grotere en kleine stenen. Met de bajaj reden we de bergen in: geen hoofdstraat meer, maar wel een parcours dat zelfs voor de moeilijkste motocross zou afgekeurd worden! Van de ene put naar de andere bult, hotsend en botsend over de uitstekende stenen, volle gas geven om door een modderpoel of een riviertje te rijden, ondertussen toeterend in de bochten en om mensen, koeien, ezels, geiten en/of andere tuktuks voorbij te steken. Onvoorstelbaar!!! In de hoogte aangekomen merkte ik waarom deze plaats Wondo Genet (groen paradijs) genoemd wordt. Het was er prachtig! We wandelden door een bos waar nog een grote varieteit aan vogels zat en door een weide waarop de geiten het rijk voor zich hadden. Na enig (veel) klauterwerk kwamen we bij de warmwaterbron. Het water is er 85 graden, je kan er letterlijk eieren in koken! Het dampt en stoomt overal waar het water verder naar beneden stroomt. Wij gingen ook naar beneden, maar dan langs een mimder warme, doch (voor mij) moeilijkere weg, niet echt iets voor 'oude' mensen. We passeerden de 'heilige wasplaats', waar het water van de bron een poeltje vormt en waarin de lokale bevolking in het hete water hun ziel en lichaam kwamen zuiveren, meestal gebruik makend van zeep. Om verder naar beneden te raken moesten we af en toe een bergriviertje oversteken, dit gebeurde op plaatsen waar er hier en daar wat stenen boven het water (soms maar een heel klein beetje) uitstaken. Na een paar geslaagde oversteken liep het toch uiteindelijk mis. Tami hielp me telkens om de sprong of de grote stap van de ene naar de andere steen te maken, maar een steen was toch niet groot genoeg om zijn en mijn voet te herbergen zodat we beiden (ik natuurlijk eerst) het evenwicht verloren en in het stromende water terecht kwamen. Gelukkig bleef alles boven de knieen droog. Met sjokkende schoenen nog verder naar beneden tot aan het zwembad, dat met water van de bron gevuld wordt. Dit is hier dan ook de enige (betalende) attractie in de hele weide omgeving. Het omkleden gebeurt in een gemeenschappelijke zaal, een voor de mannen en een voor de vrouwen, kleren en spullen worden in een lokkertje gestoken, dan verplicht gaan douchen onder het hete water dat rechtstreeks van de bron komt en nog steeds 40 tot 50 graden is. Elke doucheruimte (een voor de mannen en een voor de vrouwen) bestaat uit 3 mini-watervallen (te vergelijken met een volledig openstaande kraan, maar dan met een nog veel groter debiet), waaronder veel mensen gebruik maken om hun haar en/of zichzelf te wassen. Het zag er letterlijk 'zwart van het volk', want dit is voor de meeste mensen uit de weide omgeving de enige gelegenheid om een douche te nemen en dan nog een warme ook! Het zwembad zelf is als een groot lauw bad (op donderdag, wanneer het water op woensdag ververst werd, is het een heet bad) en het zag er al even 'zwart van het volk' als onder de douche, de enige witte stippen tussen al dat zwart waren Sandra en ik. Na een viertal baantjes gezwommem te hebben, ging ik me, zoals de meesten, op de rand van het bad zetten met de voetjes in het water. Of ik nu aan het grote bad zat of aan het kleinere warmere (wordt meer ververst dan het grote) bad, na een paar minuten kreeg ik telkens gezelschap van een vriendelijke Ethiopier ( telkens een van de weinigen die Engels spreken) die me allerlei vragen stelde: waar ik vandaan kwam, wat ik deed in hun land en of ik het daar leuk vond. De ouste zwarte in al die drukte was minstens 25 jaar jonger dan ik! Vandaar waarschijnlijk dat ik zo'n aantrok had.
Na de zwempartij gingen we vooraleer te gaan lunchen, nog een vriend van Tami gaan bezoeken, wiens vrouw een maand geleden bevallen was. We moesten en zouden daar bij hen lunchen! Na onze handen gewassen te hebben onder een kannetje en boven een teiltje dat het water opving, werd ons een injerra geserveerd met daarop gebakken en lekker gekruid kippenvlees en ook zelf gemaakte kaas. Uit beleefdheid zouden we ons deze middag wel volstouwen, want die andere lunch was ook al besteld! Na het eten, want zoals je ondertussen weet, wordt er met de handen gegeten kwamen het kannetje en het teiltje weer, maar nu met zeep er bij. Verder naar de plaats waar we echt zouden gaan lunchen: een van de lekkerste Ethiopische specialiteiten: rauw vlees! Bij het binnenkomen zagen we, zoals in een echte ouderwetse slagerij, de stukken os aan haken hangen. Daar worden dan biefstukken van gesneden en rauw, met veel limoen, een pikant sausje en de nodige injerra op een schotel aan tafel gebracht, samen met enkele vlijmscherpe messen. De traditie wil dat je het vlees eerst bevochtigd met limoen (dat doodt naar het schijnt alle bacterien), dan het vlees in grote of kleine stukken snijdt, naargelang je voorkeur. Voor mij werd het vlees, na het vakkundig snijden door Tami, nog eens extra met limoen ingestreken. Dan de injerra samen met het vlees in de pikante saus gesopt en zo het mondje binnen.
Als laatste gingen we een ''tech'' proeven (spreek uit als tetch indien je het ooit zou nodig hebben): dit is ''honingwijn''. Ik weet niet waarvan (allicht van honing) en hoe het gemaakt wordt , maar het is wel lekker! Het smaakt een beetje als sinaasappelsap, maar naar het schijnt kan je, na er meerdere van gedronken te hebben, wel zat van worden. Het speciale is de plaats en de manier waarop het geserveerd wordt: Je gaat zitten op een lange bank en voor je staat een smalle tafel (ong. 20 cm breed) met opstaande randen van dezelfde lengte van de bank. Met iets als een plastieken ronde gieter wordt de tech in mini-karafjes gegoten en daaruit dan ook gedronken. Die tent of eerder een stal zat vol zwarte mannen (sommigen met meerdere techs achter de kiezen) en twee vrouwen, die dan ook nog blank waren: iedereen zonder uitzondering zat naar ons te staren als naar het achtste wereldwonder. Tijdens het eindje lopen naar de plaats waar we een bajaj konden nemen, kwamen we nog allerlei raar volk tegen: 2 mannen in een lang kleed met een machete en honderd meter verder nog 2 mannen, ook in het lang, met een speer! In welke tijd leven ze hier toch? Met de bajaj langs de super-motocross-piste naar de bushalte. We hadden net dezelfde bus als bij de heenreis, maar nu was de bus volgestouwd met dubbel zoveel mensen als er zitplaatsen waren. Gelukkig verminderde het aantal passagiers bij elke stopplaats, want het lawaai, de drukte en de stank was soms niet te harden.
Wat me van deze dag het meest is bijgebleven is niet hetgene wat ik beleefd heb, maar de armoede die ik heb gezien. Dit had ik me nooit kunnen voorstellen! Kinderen van 3,4 jaar, in vieze lompen gekleed, met een bussel hout of bladeren op hun rug gebonden; kinderen van 6,7 jaar die op een kar, gemaakt van enkele dunne boomstammen met 2 wielen, ezels mennen, hun kar al dan niet volgeladen; huizen gemaakt van enkele dunne boomstammen, golfplaten en wat plastiek; zelfs nog van die ronde hutjes met strooien dak, al worden de meeste nu alleen nog gebruikt als keuken of dierenstal; kinderen en mensen die zelfs niet in lompen lopen, maar in flarden van kleren. De bedelende kinderen werden weggemept met een stok of een doek (ik ben zelf eens moeten wegspringen of ik deelde in de brokken). Je ziet zo van die kindertjes met grote dikke snottebellen die zo smerig zijn dat ze de vliegen niet voelen die op hun gezicht kruipen. Het is gewoon hartverscheurend! Ik denk dat deze dag me het meest zal bijblijven van m'n ganse Afrika-reis!
PS. Foto's komen waarschijnlijk morgen bij de blog. Het ergste krijgen jullie niet te zien, want ik was zelf zo gegeneerd dat ik geen foto's durfde te nemen.
Lekker uitgeslapen tot 9 uur (7 uur bij jullie). Tijdens de lunch kreeg ik van Yadesa een telefoontje of ok met hem wou gaan koffie drinken. Hij bracht me naar een typisch koffiehuis (meer een barak) waar de grond bestrooid was met gras en waar er alleen maar lokale koffie gedronken en qat gekauwd wordt. Samen met Lieke em Sandra gingen we later naar de straatkinderen die een film zouden bekijken op Lieke's laptop.Taruk (een van de kinderen) had voor ons sjemberra (een soort linzen) gebakken en koffie gemaakt. Een andere jongen, Samuel, was zo fier op zijn vorderingen in het schrijven, dat hij dit absoluut aan Lieke wou tonen, Taruk wou dan, na de koffie z'n rekenvaardigheid demonstreren en de film werd weer opgeborgen. Dit was een echte rustdag!
Zaterdag 8 februari: Het meer van Hawasa
Na het traditionele ontbijt zijn we (Sandra en ik) met een echte vogelliefhebber en ook gids, Tamirat of kortweg Tami met eem bajaj naar het Hawasameer gereden. Het eerste wat we zagen waren de imposante maraboe's: grote vogels (iets groter dan een ooievaar maar dan veel en veel lelijker) met eem lange afhangende keelzak, een kale nek en afschuwelijke kop. De mannetjes herken je aan een soort rode blaas in hun nek. Als ze dan al eens vliegen, want meestal lopen ze, hebben hun vleugels een spanwijdte van meer dan 2 meter. Verder hebben we langs een paadje, dat langs het meer liep, gewandeld om vogels te spotten. Bijna bij elke stap zagen we nooit geziene (tenzij in een documemtaire), prachtige vogels van allerlei grootte en kleuren. Ik probeerde enkele foto's te maken, maar heb al vlug de camera aan Timi gegeven die meer vogels opmerkte dan wij en er dan ook prachtige foto's van maakte. Tijdens onze wandeling werden we begeleid door het geroep van vis-arenden. Het volgende punt op het programma was een ' een injerra' maken. Injerra is een typisch Ethiopisch product dat wordt gemaakt van 'teff '. Dit is een soort graan dat alleen maar hier groeit, op een primitieve manier wordt gedorst en geplet en later vermengd met water. Deze vloeistof ondergaat enkele processen tot er een soort pannenkoekendeeg met de vloeibaarheid van melk. In de typische injerra-bakkerij stonden zo verschillende tonnen met deze melk klaar, langs de muur stond het ene oventje naast het ander waarin voortdurend vers hout gestopt wordt. Bovenop elk oventje ligt een grote ronde plaat die telkens opnieuw met zand wordt schoongemaakt en dan ingewreven wordt met een of andere vetstof. In cirkels, van buiten naar binnen, wordt dan met een soort gietertje de deegvloeistof op de gloeiende plaat gegoten. Alles wordt gedurende ongeveer 1 minuut afgsloten met eem strooien deksel en de injerra is klaar. Deze wordt dan, met een rond strooien matje van de plaat genomem en te drogen gelegd. Naar het schijnt kan dit dagen bewaard worden, maar wordt elke dag een beetje zuurder. Dan was het onze beurt om onze eigen injerra te maken: de smaak was wel goed maar hij was meer dan het dubbele te dik. Met onze zelf-gemaakte injerra trokken we naar een typisch restaurantje om daar de lokale gerechten te eten. Zoals wij met alles petatten eten, eten ze hier met alles injerra. Het verschil met ons is ook dat ze alles met de handen eten, daarom worden vlees en groenten steeds klein gesneden. Met een glaasje wijn met cola ( want de wijn alleen is niet te drinken) werden we uitgenodigd op de koffieceremonie: de groene koffiebonen worden in een schaaltje op een traditioneel vuurtje gezet ( als ik de woorden vind om het te beschrijven, laat ik het zo vlug mogelijk weten) van zo' 20 cm hoog. De bonen worden, onder voortdurend roeren, verhit tot ze bijna verbrand zijn en de kleur krijgen van onze koffiebonen. Dan worden ze in een hoge mortier gedaan en met een zware ijzeren staaf geplet.Ondertussen werd het water, dat in een typische koffiepot gegoten werd, op hetzelfde vuurtje verhit en gekookt. Beide processen waren ongeveer gelijktijdig klaar. Met een lepeltje werd de geplette bonen in het kannetje gedaan terwijl het water verder kookte. Dit brouwsel werd ons geserveerd in kleine kopjes (zonder oortje) met veel suiker. Echt wel lekker! Terug naar het Hawassameer voor een boottocht. Terwijl we de goedkoopste schipper uitzochten, passeerden we een plek waar allerlei lage groene begroeiing stond. Daarin zagen we wel een honderdtal ibissen, waarvan er enkel opvlogen als we er voorbijkwamen, ook een koe en een geit. Grappig! Het bootje, dat Tami uiteindelijk had uitgekozen, voerde ons langs het resort van Haibrei Selasie (de beroemde loper), waar nu een groot sportcentrum is met SPA met alles er op en er aan. Uiteindelijk voeren we naar een van de mooiste plekken die ik ooit ervaren heb: midden op het meer, met hier en daar wat groen de volledige stilte, behalve het geluid van enkele waadvogels en het gebrul van een familie nijlpaarden. Indrukwekkend!!! Op de terugvaart moest Tami het roer voor een tijdje overnemen zodat de schipper de boot kon leeghozen, er stond ondertussen zo al een 20 cm water in. Toch veilig en wel weer aan wal geraakt waar de maraboes ons stonden op te wachten. We gingen er in de buurt nog iets drinken waar we de lokale bevolking gefrituurde vissen zagen leegpulken met hun handen. Sommigen maakten eerst een paar kruistekens over de vissen, anderen hadden de binnenzijde van hun handen zwart geschilderd en hun nagels rood gelakt (mannen!). Raar volkje die Ethiopiers! Na nog een lekkere afsluiter (goulash van vis) weer naar mijn pensionnetje waar ik de belevenissen van de dag zou schrijven. Pech: geen electriciteit! Dan maar met de zaklamp mijn huiswerk gemaakt. Wanneer ik zo halfweg was ging het licht weer aan. Was het maar uitgebleven! Toen het weer licht was zag ik dat een kakkerlak, ter grote van een veldmuis, me al de ganse tijd gezelschap had gehouden. De jacht werd geopend en na een tijdje had ik hem toch te stekken: voorzichtig met toiletpapier opgepakt en doorgespoeld in het toilet, alleen de kakkerlak, want het papier hoort in het vuilbakje!
Het verslag van zondag komt morgen, want nu moet ik gaan 'werken'. Ik zou het hewel leuk vinden dat je via e-mail af en toe eens commemtaar geeft op mijn blog, die kan ik dan hier lezen.
Deze morgen om 7 uur (5 uur Belgische tijd) weer vol goede moed het bed uit. Na de evenwichtsoefeningen op het toilet en een koude douche (= af en toe een paar druppels) emotioneel afscheid genomen van mijn medebewoners, de familie kakkerlakken. Koffer gepqakt, bed opgemaakt en prachtige sprei er weer opgelegd, tekst voor blog verder afgewerkt tot Sandra me kwam ophalen om samen te gaan ontbijten. Ons ontbijt: roerei en brood (geen vork, mes noch lepel). Zoals elke goede Ethiopier gebruiken we alleen ons rechterhand om te eten, dus met de rechterhand een stuk brood afbreken, dat in je ei soppen en dan samen de mond in. Gelukkig is er dan ook in elke eetgelegenheid de mogelijkheid om je hand achteraf te wassen.
Rond 10 uur kwam Lieke me ophalen om kennis te maken met Yadesa, de projectleider van CSCA (concern for streetchildren association): een zeer lieve, vriendelijke en supergemotiveerde schriele Ethiopier die (voor mij althans) zeer moeilijk Engels praat. Hij gaf me een beetje uitleg over de organisatie en wat er van mij verwacht werd. Gelukkig vertaalde Lieke alles, zodat ik toch ongeveer wist waarover het ging: hun project loopt voorlopig over 8 straatkinderen (mettertijd hopen ze er meer en meer aan te kunnen) die nu in 2 huizen wonen (4 en 4). Al die kinderen brachten bijna hun ganse leven op straat door (sommigen 3, anderen meer dan 7 jaar). Ze kauwden Quat ( de lokale drug), hadden geen normen noch manieren, kortom hun enige doel was te overleven. Yadesa zou me dus aan die kinderen voorstellen en de kinderen aan mij. We wandelden langs allerlei armoedige wijken waar ik als een rariteit beschouwd werd. Die kleine zwarte krullebolletjes kwamen me elk een voor een een handje geven alsof ik een buitenaards wezen was dat ze even konden aanraken. Mijn hart smolt!!! Toen we aan het eerste huis aankwamen bleken Yadesa's leerlingen er niet te zijn, wel hun buren, waaronder 3 hummeltjes die gefascineerd waren door het Kipling-aapje dat aan mijn handtas hing. Toevallig had ik voor ik vetrok ( intuitie?) 3 kleine beertjes (van Karin) in m'n handtas gestopt. Ik gaf hen er elk eentje. Ze waren dolgelukkig, dat zag je aan hun lach van oor tot oor en de glinstering in hun oogjes. Dan maar naar het tweede huis (= 1 kamer van 2 op 3 m), daarin stonden behalve een hoop rommel, 2 stoelen en een bankje. Op het bankje namen de 4 jongens plaats, wij op de stoelen. Je zag gewoon aan die jongens, hun houding en hun blik, dat ze al het een en ander achter de rug hadden. Op een teken van Yadesa, stonden ze een voor een recht, kwamen voor me staan gaven ze me een hand en zeiden hun naam. Wat een discipline en beleefdheid, ongelooflijk! De oudste van de 4 was een briljant student, sprak het beste Engels en vertelde dus iets meer over zichzelf: hij voelde zich zeer gelukkig nu hij niet meer op straat hoefde te leven. Hij was dan ook het grote voorbeeld voor de andere drie. Terug onderweg naar het eerste 'home', passeerden we langs het huis van Yadesa, hij zou me wat didactisch materiaal meegeven. Zijn huis was precies even groot als dat van de jongens: er stond een oude valies in als kleerkast, 1 stoel waarvan hij de rommel wegnam opdat ik zou kunnen zitten, nog wat rommel hier en daar, en 2 dunne matrassen op de grond. En toch was hij fier op zijn huis! We gingen terug verder naar het eerste huis waar de jongens er nu wel waren. Het scenario met de straatkinderen was ongeveer hetzelfde als bij de andere vier, alleen zaten hier de 4 jongens op de grond en wij op het bankje. Bij het buitenkomen stonden daar opnieuw die 3 ukkepukjes, nu met hun knuffeltje dicht tegen zich aan. Ik denk dat ze zoiets nog nooit gezien hadden. Volgende keer neem ik nog wat meer mee voor die schatjes!
Ondertussen was Sandra het pension voor me gaan regelen en hebben we met Jimmy en zijn tuktuk, mijn spullen naar mijn nieuwe verblijf gebracht: veel kleiner maar veel properder! Hier zou ik me de komende vier weken wel goed voelen. 's Avonds nog iets gaan drinken met Lieke, Sandra en Yadesa en de eerste Afrikaanse regenbui meegemaakt: Er kwam per vierkante decimeter meer water uit de lucht als uit 10 douchekoppen samen!
Gisterenmorgen vertrokken in Schiphol rond 11u om via een tussenstop in Istambul om 1u10 (plaatselijke tijd) aan te komen in Adis Ababa. Nog maar eens een grondige controle voor we de luchthaven verlieten en daar moet het gebeurd zijn: Mijn fototoestel was via de hand van een plichtsbewuste doeanier, uit mijn rugzak verdwenen. Ik werd er me pas van bewust toen ik, na een overnachting in Adis, deze morgen een paar foto's wou nemen. Aan de luchthaven werden we opgehaald door Estefan met een chauffeur: het was echt een staaltje van Ethiopische efficientie om 4 grote koffers, 2 grote rugzakken en 4 personen in en Lada (zoals alle taxi's daar) te krijgen. Met open kofferdeksel en veel gerammel kwamen we aan in een grote bouwwerf, waartussen ergens ons hotel lag. De volgende dag, vandaag dus, zagen we hoe het verkeer daar in Adis was: een grote chaos: verkeersregels zijn er om genegeerd te worden, kan je niet links voorbijsteken dan doe je het maar rechts, kortom: wie het luidst claxoneerde geraakte het vlugst vooruit. Was het een drukte van jewelste in de stad, de 5 uur durende busrit naar Hawassa was een heel andere ervaring, alleen het getoeter was een constante. Op de doorgaans 2-vaksbanen met af en toe een (overbodige) wegmarkering, een zachte berm of gracht langs beide zijden, was de weg echt voor iedereen. Om maar op te noemen van groot naar klein: autobussen, primitieve overvolgeladen vrachtwagens, minibusjes (meestal Toyota's}, taxi's (zoals eerder gezegd allemaal blauwe Lada's), heel zelden een gewone auto, veel batcha's of tuktuk's (3-wiel taxi's), ezels met volgeladen kar, volgeladen ezels zonder kar, kudden koeien al dan niet begeleid, hetzelfde voor de ezels, eenzame koeien en ezels, soms ook wat paarden en een zeldzame vogel ( ik denk een secretarisvogel), honden en uiteraard ook een massa mensen. Dit alles loopt en rijdt er kriskras door elkaar op de baan zodat er voortdurend moet getoeterd worden om de weg vrij te maken of anders te stoppen of om te rijden om een aanrijding met een of ander levend schepsel te vermijden. De busrit eindigt uiteindelijk bij valavond in Hawasa. Drommem jonge gasten staan te drummem om je koffers te mogen dragen en daarna de nodige birrs in ontvangst te nemen. Na kennismaking met Lieke en Jimmy met zijn tuktuk brachten ze me naar de studio waar ik zou verblijven. Op het eerst zicht leek het niet ongezellig: een 2-persoonsbed met prachtig versierde sprei, een glazen tafeltje, een sofa, een tv-kastje zonder tv, een nachttafeltje, een hoekje dat als keuken dienst *kon* doen met een wasbak met een kraan waar geen water uitkwam en tenslotte DE badkamer: onvoorstelbaar! Het toilet had een deksel en een bril, beiden onafhankelijk van elkaar en van het toilet zelf, zodat elke boodschap meer op een evenwichtsoefening leek, verder moest je eerst een kraantje opendraaien en het volledige bovenste deel van de voorraadbak optillen om te kunnen doorspoelen; er was ook een lavabo met een loszittende kraan waar geen water uitkwam, verder was er nog een douche (= omhooghangende kraan) zonder enige afscherming maar des te meer schimmel met enkel koudwater. Ik dacht dat ik alles aankon, maar toen na de vermoeiende reis 's avond de lamp het ook nog eens begaf (alleen het licht in de badkamer werkte nog), werd het me toch allemaal een beetje te veel! Ik dacht bij mezelf: waar ben ik in 's hemels naam aan begonnen, terwijl ik het thuis zo gemakkelijk had. Een telefoon naar Lieke om 's anderdaags naar het pension te verhuizen , een goed potje huilen en een slaapmiddeltje hebben me dan toch geholpen om de nacht door te komem en er weer met volle moed tegenaan te gaan.