We hebben twee vermoeiende dagen achter de rug. Een beklimming geprangd tussen twee lange dagreizen. Bekaf zoeken we een guesthouse in Nuwara Eliya. We slapen eerst klokje rond van zeven tot zeven... De weersvoorspelling is zeer accuraat en vandaag trekken de hemelsluizen ongenadig open met ware tropische stortbuien. We hebben onze schuilhut goed uitgekozen voor enkele partijtjes rummikub. Onze kuiten met wat restjes klimmerskramp protesteren niet. In de namiddag trachten we levensmiddelen in te slaan tussen de vlagen door. Aan een eetkarretje langs de drukke hoofdbaan wordt de neus geprikkeld. Een Singalese Jeroen Meeus bakt allerlei deegwaren in pruttelende olie. We knabbelen een samossa smikkelend naar binnen en bestellen prompt nog wat donloddi, verpakt met een Engels dictee blaadje uit een schoolschrift... Nuwara Eliya werd pas einde 19de eeuw uit de grond gestampt door de Engelsen en ligt op 1900m hoogte. Hier zochten de kolonisten verademing op in de tropen. Het is hier inderdaad heel wat frisser en vochtig koud. Heel vruchtbaar ook. Nuwara Eliya is een groene stad met bloemenpark, sportvelden en een golfterrein. We nemen hier voor enkele dagen koeler onderdak. En de bakken moessonwater blijven maar neergutsen. Zie ik daar in de verte niet Noah opduiken uit de mistsluiers boven het meer met zijn oude barkentijn ?