Twee bussen trekken op onze reiskaart een streep van Dambulla naar Kandy. Vanaf dit stadje treinen we onmiddellijk door naar Hatton, in de bergen weggedommeld. Een donker ventje in grauw hemd en vuilgekleurde rok biedt roepend een mand kroketten aan, zich in allerlei bochten wringend tussen rechtstaande treinreizigers derde klasse. De gebakken lekkernijen worden in een puntzak gedraaid van volgekribbelde blaadjes uit een oud wiskunde-schoolschrift. Voor wie niet graag sommen maakt wikkelt onze venter ze in gazettenpapier. Moest er nu nog een sudoko instaan zou ik niet twijfelen... IJzer krest als onze boemel een lange klim aanzet. Schokkende natuurbeelden... Veroorzaakt door de heen en weer wiebelende languitgerekte dronken trein. Cederwouden schommelen glooiend over de hellingen. In Hatton snellen we ons naar de derde en laatste bus voor vandaag. Weeral rechtstaan verdraaid. Dan krijgen we lekkerbekkend een van de mooiste landschappen voorgeschoteld van dit exotisch eiland. Enkele uitgevingerde meren stuwen kilometers ver theeplantages hogerop. Hier en daar enkele kokospalmen en eucalyptussen, of diep weggedoken, een koloniale plantagevilla. Langs de afgrond, overal symphonisch afgezoomd met weelderig boeiende trompetbloemen, slingert de bus ons naar Adams Peak, de hoogste berg van dit land op 2200 m boven de spiegel van de Indische Oceaan. De schuilplaats voor zondige Eva en haar vent na verdrijving uit het aartsparadijs. Ons klimdoel. Daar wacht een nooit geziene kermis. Overmorgen is het Poya, volle maan. Deze wordt uitgebreid gevierd in het boeddhisme. Een dag later is het 4 februari, onafhankelijkheidsdag, een nationale feestdag. Bijgevolg zitten alle herbergen in het Singalese Betlehem overvol. Nergens nog een kamer vrij... Maar daar is ons moeke. Een zilverwit oud vrouwtje van gerimpeld donker leder, in een lang licht gewaad, daagt uit de massa op en vraagt me : you want room ? Jaknikkend sleeptouwt ze me mee en zorgt voor een piepkleine kamer achter de gelagzaal van een eethuiswinkel. Brenda , zo heet ons lievevrouwke, spreekt tamelijk vlot Engels, want ze is vroeger nog nanny geweest voor Engelse plantageuitbaters.