We bussen naar Sigiriya met een formule 23 piloot aan het roer. Dat is de klasse van de schildpadden. Zelfs een brommerke pruttelt ons voorbij met een flauw rooksliertje. Wellicht nam zijn vrouw vanmorgen afscheid met een : wees voorzichtig he schatteke ! We kiezen voor de beklimming van een verderop gelegen tweede rotsheuvel. We laten de door Unesco beschermde Sigiriya rock aan de honderden pelgrims en toeristen. Ons ingangsticket kost minder dan een tiende dan dit van de wereldberoemde heilige rots. Aan de Pidurangala tempel schuiven ook enkele bedevaarders aan met bloemen en fruit. Deze offerandes verhuizen naar een oranje getooide monnik die in een grot aan een altaar kalasjnikov ratelend met de goden brabbelt. Die zullen alvast geen honger lijden... Over hoge trappen bereiken we een liggende Boeddha in oude baksteen. Hij heeft geen honger zeker ? We dwarsen voet voor voet een steile rotskloof. Daar blokkeert een reus uit Wales. Hoogtevrees doet hem bevend om hulp bedelen. Aangezien onze hoogheid nog in zijn stenen bed ligt, schiet ik erop af en haal hem uit zijn netelige positie. De beloning op de top is enorm. Beneden onder ons strekt een wijdse jungle zich mijlenver uit tot een mistige wazigheid aan de einder. Hier en daar parelt een meertje dorstlessend op een immense schildersdoek van verscheidene tinten groen door elkaar geklad. Enkele regendruppels bewijwateren dit groots mystiek spektakel. En daar, niet veraf, torent Sigiriya rock als het hoogtepunt van Sri Lanka in statige hoogheid uit boven de nog natte groene olieverven van de jungle...