Abbaye Saint-Joseph de Clairval 21150 Flavigny sur Ozerain France. email : abdij@clairval.com
Brief van 11 juli 2012, feest van Sint-Benedictus, Patroon van Europa
Dierbare Vrienden,
«Het priesterschap is de liefde van het Hart van Jezus», was de heilige pastoor van Ars gewoon te zeggen. «Deze ontroerende uitdrukking stelt ons in staat voor alles met liefde en erkentelijkheid gewag te maken van het groot geschenk dat de priesters zijn, niet alleen voor de Kerk, maar ook voor de mensheid zelf», schreef Benedictus XVI. Om deze erkentelijkheid te vergemakkelijken nodigde de Heilige Vader ons uit onze blik te richten op de vele prachtige priesterfiguren: «Wat voor de Kerk vooral van nut kan zijn is niet zozeer het nauwgezet openbaar maken van de zwakheden van haar dienaren, maar een hernieuwd en blijmoedig bewustzijn van de grootheid van Gods gave in de concrete vorm van schitterende figuren van grootmoedige herders, van religieuzen die branden van liefde voor God en voor de zielen en van verlichte en geduldige geestelijke leidsmannen» (16 juni 2009). Heilige Giovanni Battista de Rossi is een van die heilige priesters die Christus aan zijn Kerk heeft gegeven. Giovanni Battista de Rossi, negende en laatste kind van een eenvoudig gezin, werd geboren op 22 februari 1698, in Voltaggio (Ligure, Italië). Een van zijn ooms is capucijner monnik in Rome, en een van zijn neven, Lorenzo de Rossi, kanunnik van de Santa Maria in Cosmedine, een van de mooiste kerken van Rome. Na een verblijf van drie jaar als page in een adellijke familie van Genua, gaat Giovanni Battista naar Rome waar zijn oom kanunnik hem inschrijft in het Romeins College van de paters jezuïeten. De jongeman is een briljant student en valt ook op door zijn actieve godsvrucht. Zijn beminnelijkheid, zijn manier de dingen vriendelijk te zeggen en een zekere blijmoedigheid maken dat de jongens alles van hem accepteren: hij zet ze aan te gaan bidden of arme zieken te bezoeken. Wanneer zijn vader vroegtijdig komt te overlijden, in 1710, wenst zijn familie dat hij naar huis komt om de leiding over de familiezaken op zich te nemen, maar hij kiest ervoor zijn filosofie- en theologiestudie aan het Romeins College voort te zetten want hij merkt dat hij priesterroeping heeft.
De liefde die transformeert
Het ascetisch leven dat hij leidt is intens, maar het ontbreekt hem aan leiding van een wijs man en langzaamaan begint hij zwijgzaam en gesloten te worden; degenen met wie hij vroeger graag veel omging verwijderen zich van hem. Op een dag, wanneer hij in de jezuïetenkerk de mis bijwoont valt hij flauw. De buitensporige penitentie die hij zich oplegt, vooral op het gebied van voeding, hebben zijn gezondheid ernstig ondermijnd en deze zal voortaan zwak blijven: hij lijdt aan maagpijnen en aanvallen van epilepsie. Hij kan zijn studie niet meer met regelmaat voortzetten. Hij zal later begrijpen dat de liefde en niet de buitensporige verstervingen de harten transformeert. «Leer van mijn ervaring, geeft hij seminaristen als raad, dat je niet blindelings moet vertrouwen op eigen oordeel, maar de raad moet inwinnen van een biechtvader alvorens aan een bepaalde oefening te beginnen». Bewust van zijn intellectuele vermogens zal hij in deze beproeving een fijngevoelige attentie zien van God om hem af te brengen van de hoogmoed die hem parten was gaan spelen toen hij aan de hogere studies begon. Hij zal bescheiden opmerken: «Als ik in mijn academische successen niet was tegengehouden zou ik ook zijn bezweken voor de verleiding van de hoogmoed en de ambitie.» Giovanni Battista gebruikt de krachten die hem resten om de lessen van de paters dominicanen te volgen, lessen waarin de leer van de heilige Thomas van Aquino centraal staan, waarvan hij de smaak te pakken krijgt en die hij zijn leven lang aan seminaristen zal aanbevelen. Hij wordt op 8 maart 1721, met leeftijdsdispensatie, priester gewijd. Zijn eerste wens is zelf de weg naar heiligheid te bewandelen alvorens te proberen er anderen mee naar toe te trekken. Iedere ochtend als hij opstaat, zit hij een uur te mediteren waarbij hij voornamelijk steunt op het Evangelie en vervolgens beveelt hij God zijn werk en de noden van de zielen aan. s Avonds besteedt hij nog een half uur aan stil gebed dat voornamelijk op het leven van de heiligen is gebaseerd. Hij beoefent met ijver het breviergebed en moedigt zijn confraters aan dit niet uit te stellen tot de vrije tijd aanbreekt, maar de verschillende officies zoveel als mogelijk te bidden op de uren die daarvoor zijn aangewezen. Wanneer hij kanunnik wordt zal hij blijk geven van grote trouw aan het koorgebed van het Heilig Officie. «Een fundamentele prioriteit in het bestaan van een priester is het verkeer met Onze-Lieve-Heer. Dat wil zeggen tijd hebben voor gebed. Heilige Carolus Borromeus zei altijd: Je zal niet voor de ziel van anderen kunnen zorgen als je die van jezelf laat verkommeren. Uiteindelijk zal je niets meer doen, zelfs voor de anderen niet. Je moet tijd voor jezelf hebben om bij God te verkeren. Ik zou dus het volgende willen benadrukken: hoe groot het aantal verplichtingen dat zich ophoopt ook moge zijn, de ware prioriteit blijft iedere dag een uur, zou ik zeggen, de tijd vinden om in stilte voor en bij de Heer door te brengen, zoals de Kerk ons dat voorstelt te doen met het brevier, met de gebeden van de dag, om aldus onszelf altijd opnieuw innerlijk te verrijken, om terug te keren binnen de straal waarin de Heilige Geest waait» (Benedictus XVI, 6 augustus 2008). Deze oordelen over het gebed zijn nuttig voor alle gelovigen, zoals Benedictus XVI er de jongeren aan herinnerde tijdens zijn reis door het Verenigd Koninkrijk (18 september 2010): «Iedere dag moeten we kiezen voor de liefde en daarvoor hebben we hulp nodig, hulp die van Christus komt, van het gebed en de wijsheid die we vinden in zijn Woord, en van de genade die Hij ons verleent in de sacramenten van zijn Kerk. Dit is de boodschap die ik vandaag met jullie wens te delen. Ik nodig jullie uit elke dag in jullie harten te zoeken naar de bron van de waarachtige liefde. Jezus is altijd daar en wacht stil af tot wij bij Hem komen en naar zijn stem luisteren. In de intimiteit van jullie harten roept Hij jullie om met Hem tijd door te brengen in gebed. Maar dit soort van gebed, het ware gebed, vereist discipline, zij veronderstelt dat wij dagelijks momenten van stilte weten te creëren...»
Dichtbij de schaap- en de koeherders
De ijver van de eerwaarde Giovanni Battista de Rossi voor de zielen is aanzienlijk toegenomen sinds hij tot priester is gewijd. Tweemaal per week gaat hij naar het Forum waar de schaap- en de koeherders bijeenkomen die de beesten naar de markt brengen. Met goedheid en geduld onderricht hij hen in de geheimen van het geloof. Het hospies van Santa Galla is eveneens een gunstig terrein voor de ontplooiing van zijn ijver die dateert van 1650 ten gunste van de armen en om eenieder een dak aan te bieden die er geen heeft, is hij ook de spil van een vrome unie van geestelijken die zich wijden aan de opvang van verlaten kinderen om die te onderrichten in de christelijke leer. Dit werk wordt weldra zijn lievelingswerk. Hij zal er zich negenenveertig jaar met hart en ziel voor inzetten. Na raadpleging van zijn biechtvader, pater Galuzzi, jezuïet, en na langdurig gebed, richt hij een soortgelijk hospies op voor de opvang van arme vrouwen die nog meer gevaar lopen wanneer ze onbeschermd op straat blijven. Uit bescheidenheid laat hij de titel van officieel directeur van het huis over aan pater Galuzzi en belast zichzelf met de geestelijke en wereldse taken. Ter herinnering aan de pijnen die Onze-Lieve-Heer in de gevangenis te verduren heeft gehad in de Lijdensweek, gaat hij op bezoek bij de gedetineerden. Wanneer men hem vragen stelt over zijn motivatie, antwoordt hij: «Ik doe dit om ze uit de innerlijke hel te halen waar ze in zitten; wanneer hun geweten eenmaal is verlicht, wordt het verdriet gevangen te zitten lichter te aanvaarden en komen ze op die manier zover dat ze dat verdriet verdragen ter vergeving van hun zonden.» Voor de vrouwelijke gevangenen krijgt hij gedaan dat er voor hen een speciale afdeling komt die wordt beheerd door vrome, liefdadige vrouwen. «De priester neemt als Christus de menselijke ellende in zich op, draagt haar met Zich mee, gaat naar de lijdende mensen toe, zorgt voor hen, en niet alleen uiterlijk, maar hij belast zich ook met hun innerlijk, neemt in zich zelf het lijden van zijn tijd, van zijn parochie en van de personen die hem zijn toevertrouwd op» (Benedictus XVI tegenover de geestelijkheid van Rome, 18 februari 2010).
Een zeer waardevolle gave
«Een goede herder, zo zei de pastoor van Ars, een herder naar het Hart van God, dat is de grootste schat die de Goede God een parochie kan geven en een van de waardevolste gaven van de goddelijke barmhartigheid.» Als het priesterschap een van de kostbaarste gaven van de goddelijke barmhartigheid is, vraagt het in ruil om steun van de kant van de gelovigen, zoals de eerbiedwaardige Paus Johannes Paulus II benadrukte: «De hulp die de verschillende leden van de Kerk elkaar bieden is bijzonder belangrijk... Het is een hulp die het mysterie van de Kerk, Moeder en Opvoedster, openbaart en tegelijk verwerkelijkt. De priesters en religieuzen moeten de lekengelovigen helpen bij hun vorming... De lekengelovigen zelf kunnen en moeten op hun beurt de priesters en de religieuzen helpen op hun geestelijke en pastorale weg» (apostolische exhortatie Christifideles laici, n. 61, 30 december 1988). Opdat deze hulp vruchtbaar en wijs zou wezen is het van belang dat de gelovigen een juiste voorstelling hebben van het priesterambt zoals dat onder de heilige priesters die de Kerk ons als voorbeeld geeft tot uiting komt. In 1737 overlijdt don Lorenzo en Giovanni Battista erft zijn plaats als kanunnik, maar aanvaardt die slechts op bevel van zijn biechtvader. Hij verkoopt het luxueus huis van zijn neef en verdeelt de opbrengst ervan onder de armen en vervolgens vestigt hij zich in de buurt van de kerk op een soort van zolder die van de communauteit is, met de bedoeling beter te kunnen deelnemen aan het koorofficie en de verplichtingen van zijn ambt beter te kunnen nakomen. In de kerk bevindt zich een wonderdadige afbeelding van de Heilige Maagd voor wie Giovanni Battista een grote devotie koestert; hij draagt er altijd een reproductie van bij zich. Onder zijn invloed voegen de kanunniken aan hun Officie de litaniegezangen voor de Heilige Maagd toe. Hij houdt ook veel van het rozenkransgebed en hij verspreidt het gebruik driemaal het Weesgegroet te bidden, s ochtends en s avonds, in de hoop de uiteindelijke volharding te verkrijgen. Deze devotie levert verrassende resultaten en authentieke bekeringen op. In 1739 suggereert een vriend van hem dat hij meer goed zou kunnen doen als hij werd gemachtigd de biecht af te nemen van hen die op het appel ontbreken. Hij sputtert een tijd tegen, met alle argumenten die blijk geven van zijn nederigheid, maar uiteindelijk geeft hij toe op aandrang van een bisschop bij wie hij na een ziekbed is gaan aansterken. Voorzien van deze goddelijke machtiging wordt hij alleen nog maar actiever. s Morgens begint de Mis met vertraging doordat hij eerst alle boetelingen die zich melden wil hebben gehoord, al moet hij soms nuchter blijven tot het middaguur. s Avonds gaat hij gewoon door met biechthoren. Soms voert deze bediening hem naar gevangenissen of ziekenhuizen, op zoek naar hen die het meest zijn verlaten. Hij wordt zozeer gezocht en in beslag genomen door de boetelingen dat Paus Clemens XII hem vrijstelt van zijn koorverplichtingen wanneer hij moet biechthoren. Benedictus XIV zal deze vrijstelling bevestigen en haar altijddurend maken. Deze vrijstelling wordt de aanleiding van een pijnlijke vervolging: een uitgesproken zure kanunnik beweert overal dat deze door bedrog is verkregen, dat het een grof schandaal is dat de regelmatige aanwezigheid in het koor, eerste canonieke plicht, verstoort. De heilige is er ziek van, maar zal zijn criticaster altijd liefdevol blijven bejegenen. Korte tijd later wordt de criticaster op zijn beurt ziek. Giovanni Battista brengt hem een paar keer een bezoek en bereikt dat hij te zijnen aanzien van mening verandert; de zieke vraagt hem zelfs zijn geestelijke leidsman te worden en sterft een vredige dood.
De meest directe weg
In de biecht legt hij een grote zachtmoedigheid aan de dag, want hij is van oordeel dat dit een belangrijke voorwaarde is, wil de boeteling niet aarzelen oprecht al zijn zonden te biechten. «Voorheen wist ik niet wat de meest directe weg naar de hemel was, maar nu ben ik ervan overtuigd dat een goede biecht die weg is», zal hij eens verklaren. In dezelfde geest zal Paus Johannes Paulus II tegenover jonge priesters verklaren: «Het sacrament van vergeving is noodzakelijk voor diepgaande gemeenschap met God... Wij zullen nooit heilig genoeg zijn om deze sacramentele zuivering niet meer nodig te hebben... Van biecht tot biecht zal de boeteling steeds diepgaander de gemeenschap met Onze Lieve en Barmhartige Heer ervaren, tot aan volledige identificatie met Hem toe» (28 maart 2004). In wanhopige gevallen doen de andere biechtvaders een beroep op Giovanni Battista de Rossi want God heeft hem het talent gegeven de woorden te vinden die de zielen ontvankelijk maken voor de genade van God. Een ernstig zieke stalknecht weigert te biechten met als reden dat zijn slechte gewoonten te diep zouden zijn ingeworteld. Wanneer Giovanni Battista aan zijn ziekbed wordt geroepen heeft hij het geluk dat hij tot inkeer komt. De heilige probeert ook waar mogelijk verstoorde huwelijkse situaties weer op orde te brengen. Met zijn krachtige, overredende aansporingen in de biechtstoel bereikt hij mooie resultaten: men ontvangt het sacrament van het huwelijk en onwettig samenwonenden gaan definitief uit elkaar. Voor het welzijn van de boetelingen weigert hij daarentegen zonder pardon de absolutie aan hen die het ontbreekt aan berouw of weigeren de volgende gelegenheid tot zonde te vervallen uit de weg te gaan of niet proberen zich de onontbeerlijke middelen te verschaffen om het zondigen te laten. «Priesters zouden zich er nooit bij neer mogen leggen dat hun biechtstoelen niet meer worden bezocht noch genoegen mogen nemen met de vaststelling dat de gelovigen dit sacrament niet meer in ere houden. In de tijd van de Pastoor van Ars in Frankrijk werd er niet gemakkelijker of veelvuldiger gebiecht dan in onze dagen, het feit in aanmerking genomen dat de storm van de Revolutie lange tijd de godsdienstuitoefening had verstikt. Maar hij heeft op alle mogelijke manieren zijn best gedaan... zijn parochianen de zin en de schoonheid van de sacramentele boetedoening te laten herontdekken door te laten zien hoezeer zij een wezenlijke vereiste is voor de aanwezigheid van God in de Eucharistie. Op die manier wist hij het getij te keren. Door langdurig in de kerk te zitten, voor het tabernakel, bereikte hij dat de gelovigen hem begonnen na te volgen door er ook heen te komen om Jezus bezoek te brengen, in de wetenschap dat ze er ook hun pastoor aan zouden treffen, bij wie ze een luisterend oor en vergeving konden vinden» (Brief van Benedictus XVI aan de priesters, 16 juni 2009). In 1748 vestigt kanunnik Giovanni Battista de Rossi zich, vanwege zijn talrijke gezondheidsproblemen, in de priestergemeenschap van de Santa Trinità dei Pellegrini, maar zet zijn priesterambt voort in de Santa Maria in Cosmedine, in het bijzonder op marktdagen waarop boeren die hun producten zijn komen verkopen van de gelegenheid gebruik maken om te biechten. Giovanni Battista de Rossi geeft eveneens blijk van een grote ijver om priesters te hulp te komen in hun geestelijk leven en hij doet zijn best de vriendschappen met priesters goed te onderhouden. Hij waakt ervoor de naastenliefde geen geweld aan te doen wanneer hij spreekt over andere geestelijken en leden van de hiërarchie. Zijn levendig temperament wordt vaak zwaar op de proef gesteld door mensen die op dat gebied weinig fijnzinnig zijn. «Trouw aan uw roeping vereist moed en vertrouwen, maar de Heer wil ook dat u uw krachten weet te verenigen; wees vol toewijding jegens elkaar, door elkaar broederlijk te steunen. De ogenblikken van gezamenlijk gebed en studie, het delen van de eisen die het leven en het priesterlijk werk aan u stellen zijn een noodzakelijk onderdeel van uw leven. Hoe heerlijk is het wanneer u elkaar in uw huis ontvangt met de vrede van Christus in uw hart! Hoe belangrijk is het elkaar onderling te helpen door gebed en raad en nuttige inzichten!» (Benedictus XVI in Fatima, 12 mei 2010).
Beter dan een goede vasten
Giovanni Battista de Rossi wenst in de Vasten een catechese voor volwassenen te organiseren want hij is van oordeel dat «catechese meer waard is dan een goed in acht gehouden vasten». De zorg van de Kerk voor het catechismusonderricht blijft actueel. In zijn voorwoord voor de catechismus die is uitgegeven ter gelegenheid van de Wereld Jongeren Dagen in Madrid (augustus 2011), nodigt de Heilige Vader de jongeren uit om «de catechismus met enthousiasme en volharding» te bestuderen. De jeugd, zo zegt hij, «is niet zo oppervlakkig als men denkt; de jongeren willen weten wat het leven echt is. Het voorliggende boek is spannend want het gaat over ons eigen lot en gaat ons dus allemaal rechtstreeks aan». Daar voegt hij aan toe: «Deze catechismus praat jullie niet naar de mond. Hij maakt het jullie niet gemakkelijk. Hij vraagt jullie namelijk om een nieuw leven te gaan leiden... Je moet weten wat je gelooft; je moet je geloof net zo goed kennen als een IT-specialist zijn computersysteem... Ja, jullie moeten nog veel dieper in het geloof geworteld zijn dan de generatie van jullie ouders dat was. Want jullie moeten de uitdagingen en verleidingen van deze tijd krachtig en vastberaden aankunnen. Jullie hebben Gods hulp nodig, anders droogt jullie geloof op als een dauwdruppel in de zon. Met Gods hulp hoeven jullie niet toe te geven aan consumptiegedrag, verdrinkt jullie liefde niet in de zee van pornografie, wees trouw aan de zwakken onder ons en laten jullie slachtoffers van misbruik en geweld niet in de steek.» Giovanni Battista de Rossi is geen vermaard prediker, maar de zielen zijn gevoelig voor zijn richtlijnen. Na een voorbereiding in gebed, zet hij duidelijk de geloofswaarheden uiteen en past zijn onderricht daarbij aan zijn gehoor aan. Zijn voorbeelden haalt hij in het algemeen uit het leven van de heiligen. Hij is bedroefd als hij oppervlakkige preken hoort, of geleerde theologische verhandelingen die voor de gelovigen ontoegankelijk zijn. Het liefst spreekt hij in zijn preken over de goddelijke barmhartigheid, een voorbeeld dat zal worden opgevolgd door de Pastoor van Ars die «in zijn tijd het hart en het leven van zoveel mensen heeft kunnen omvormen, omdat het hem is gelukt hun de barmhartige liefde van de Heer te laten zien. Ook in onze tijd is een dergelijke verkondiging en een dergelijk getuigenis van de waarheid van de liefde zeer hard nodig: Deus caritas est (1 Joh 4, 8)» (Brief van Benedictus XVI aan de priesters, 16 juni 2009). Giovanni Battista stelt alles in het werk om zo fijngevoelig als mogelijk te hulp te schieten bij allerlei vormen van armoede, met name onder gezinnen die have en goed hebben verloren en bij wie hij discreet op bezoek gaat. Hij probeert de genegenheid van de joden van Rome te winnen door hun zieken medische hulp te verschaffen. Hij is echter ook buiten de muren van de stad actief. Hij gaat voor kortstondige missies naar het platteland en geeft de dorpelingen de gelegenheid bij een vreemde priester te biechten, in de wetenschap dat men in de kleine plattelandsparochies vaak aarzelt zijn ernstige zonden bij de eigen pastoor te biechten. Giovanni Battista voelt zich ook aangetrokken tot de verre missies en met name die in India. Maar men verzoekt hem de biechtstoelen en ziekenhuizen van Rome als zijn missiegebied te willen beschouwen. Op verzoek van zijn superieuren belast hij zich ook met het apostolaat van buitengewoon biechtvader en retraiteprediker in religieuze communauteiten.
Volledige zekerheid
Tijdens de laatste twee jaren van zijn leven heeft hij voortdurend koorts. In augustus 1762 is zijn gezondheid dermate verslechterd dat zijn vrienden hem ertoe bewegen in de streek rondom het Nemimeer nieuwe krachten op te doen. Daar krijgt hij weer met hevige aanvallen van de epilepsie uit zijn jeugd te kampen. Half oktober keert hij terug naar Rome en komt zijn ziekenkamer bijna niet meer uit. Het spijt hem dat hij niet meer in actie kan komen: «Voortaan deug ik nergens meer voor!» Maar wanneer zijn vrienden hem komen bezoeken is hij degene die weer nieuwe moed geeft, zo groot is zijn geestelijke vreugde. Op 8 september 1763 laat hij zich naar de Santa Maria in Cosmedine vervoeren om er Maria Geboorte te vieren. Tegenover zijn confraters zegt hij: «Bid voor mij. Ik zal hier niet meer terugkomen: dit is het laatste feest dat ik met jullie vier.» Op de ochtend van 27 december vindt men hem op de grond gelegen, ten prooi aan een hevige aanval van epilepsie. Hij komt pas de volgende dag weer tot bewustzijn. Men brengt hem dan de Heilige Teerspijze; tijdens het dankgebed is hij van stille vreugde vervuld: meerdere mensen zijn ervan overtuigd dat hij toen een moment van extase beleefde. Dan ontvangt hij de Ziekenzalving. Tot de verrassing van iedereen verbetert zijn gezondheid en kan hij meerdere malen de heilige mis vieren. Maar weldra kan hij onmogelijk meer de Mis vieren noch het Heilig Officie bidden. Zijn laatste troost is het bidden van de rozenkrans. Zijn biechtvader die hem aanspoort de dood te aanvaarden antwoordt hij: «Ik zie de dood in alle rust en zonder vrees onder ogen; ik ben van mening dat het gevoel van volledige zekerheid een bijzondere genade van God is en ik hoop dat Onze-Lieve-Heer me dat gevoel in het laatste uur in zijn grote liefde en vanwege de naastenliefde die ik koester voor zijn armen zal vergunnen.» Een van de keren dat hij het bewustzijn verloor neemt een vriend hem de rozenkrans uit de handen; wanneer hij weer bijkomt en spreekt, beklaagt hij zich eerst over deze daad als ging het om diefstal. Na vele smartelijke uren sterft hij vredig op 23 mei 1764, in de leeftijd van 66 jaar. Laten we met onze Paus Benedictus XVI aan Maria, de Onbevlekte Moeder vragen dat «de Kerk moge worden vernieuwd door heilige priesters, van aanzien moge veranderen door de genade van Hem (Christus) die alles nieuw maakt» (Fatima, 12 mei 2010), en vaak deze aanroep herhalen: «Heer, geef ons priesters, Heer, geef ons heilige priesters!»
Dom Antoine Marie osb
DE GESCHIEDENIS VAN DE HEILIGE COMMUNIERITUS.
DE
GESCHIEDENIS VAN DE HEILIGE COMMUNIERITUS.
E.H. P. van de Kerckhove.
Inleiding. Getuigenissen van Kerkvaders, de communieritus.
Bij Zijn agonie (d.i.
doodsangst) in de Hof van Olijven zei Jezus tot Zijn apostelen: Mijn ziel is bedroefd tot de dood toe. Vragen
we ons af waarom Jezus ziel bedroefd was vlak voor het Offer dat Hij zou
brengen aan het kruis. Het antwoord is dat Jezus droefheid er was omwille van
onze zonden waarvoor Hij heeft geleden. Om
onze zonden werd Hij doorboord. (cfr. Jes.) en niet om Zijn eigen zonden,
want die had Hij niet begaan.
Bij het begin van de
traditionele Mis (Mis in de bijzondere vorm of volgens de ritus van 1062) maakt
de priester een kruisteken en zegt dan de woorden: Introibo ad altare Dei. Ad Deum qui laetificat
juventutem meam., d.i. Ik zal opgaan
naar het altaar (het Huis) van God. Naar God, die de blijdschap is van mijn
jeugd. Het huis van de Heer was in het Oude Testament de tempel van Jeruzalem.
De Heilige Mis weerspiegelt de structuur en de bouwstructuur van de tempel en
van de tempelliturgie. Het opgaan naar het Huis van de Heer kan men vergelijken
met de treden of trappen van het binnengaan in het mysterie van het Heilig
Misoffer dat de priester opdraagt.
De priester bidt daarin de Psalm JUDICA ME (Ps. 42). Deze psalm
werd eerst als
privégebed gezegd, als voorbereiding op de Heilige
Mis. In de liturgie van de Mis kwam deze psalm voor vanaf de 10de
eeuw. De keuze van deze psalm was zeer geschikt. Psalmen 42 en 43 zijn zeer
geschikt als voorbereiding van het Misoffer. De psalmen, die één geheel vormen,
werden in de tempel van Jeruzalem gezongen door tempelzangers op het plein waar
men zich verzamelde om de offerdiensten te vieren.
Sommige verzen van Psalm 42 zijn reeds zeer
geschikt in de context van de voorbereiding van de Heilige Mis: Mijn ziel, wat zijt ge bedroefd Mijn ziel
is bedroefd. Daarom denk ik aan U in het land van Jordaan en Hermon. Waarom ga
ik in rouw door de druk van mijn vijand? Psalm 43 is het vervolg: Schaf mij recht tegen een goddeloos volk.
Gij zijt mijn toevlucht, oh mijn God. Waarom ga ik in rouw onder de druk van
mijn vijand? Zend mij Uw Licht en Uw Waarheid. Ze zullen mij leiden en mij
voeren naar de Heilige berg en Uw woontent.
Dit is de context van de
voorbereiding van de Heilige Mis, een allusie op de Calvarieberg. Door Zijn
Offer op Calvarie is Jezus voor ons de hemelse tabernakeltent binnengegaan,
niet door het bloed van bokken en stieren, maar met Zijn eigen Bloed (cfr.
Hebr.). Dan zal ik naar Gods altaar
gaan, naar de God van mijn jubelende vreugde en ik zal met de citer U loven,
mijn Heer en mijn God.
Na deze Psalm JUDICA ME
heeft men het CONFITEOR, een belijdenis van de fouten en men vraagt om
vergeving. Die traditie ontstond in de 11de eeuw en het is vooral
Cluny dat deze hervorming verspreidde in Italië. Wij hebben de gewoonte om voor
de Heilige Communie een tweede maal het
CONFITEOR te bidden. De gelovigen belijden hun schuld en vragen om
vergeving. Deze gewoonte ontstond eerst in de abdijen in de 12de eeuw
waar men zich voorbereidde op een vurige H. Communie door een akte van berouw
in de vorm van het CONFITEOR. Deze gewoonte is nadien overgegaan in de
parochiekerken. Eigenlijk zou het ook zeer gepast zijn om nogmaals de Psalm
JUDICA ME ervoor te bidden. Deze Psalm drukt zeer goed de gevoelens van
droefheid uit omwille van onze zonden en de gevoelens van vreugde omwille van
de bevrijding, want door de vergeving van de zonden die we bekomen hebben in de
absolutie door de priester aan het altaar, zijn we bevrijd en we drukken onze
jubelende vreugde uit in de psalm. Men zou voor de H. Communie dezelfde
ordening kunnen volgen als aan het begin van de H. Mis.
Het ECCE AGNUS DEI en het DOMINE NON SUM DIGNUS gaan
onmiddellijk vooraf aan de Heilige Communie. Deze gebeden zijn van de 16de
eeuw. De Hymne AGNUS DEI voor de Heilige Communie
van de priester is veel ouder. De invoering van deze Hymne onze Heilige Mis zou zijn beïnvloed door Syrische
monniken die de gewoonte hadden ze te reciteren in hun liturgie. De aanroeping Ecce agnus Dei, ecce Qui tollis peccata mundi, is gericht
tot Christus Die Slachtoffer is in het Eucharistisch Offer. Deze manier van
bidden is ook afkomstig uit het Oosten en was onbekend in Rome, waar men de
gewoonte had te bidden tot God maar niet tot de geslachtofferde Christus (cfr.
Jungmann, vol III, p. 261).
Het
LAM GODS drukt uit:
1. De onschuld van Christus. Als God had Christus
een geweldige afkeer van alles wat zonde is. Hij is de tegenpool van de zonde.
2. Het Offer van Christus. Als Lam offert Hij Zich
als Slachtoffer aan God.
3. Christus, ons Paaslam. Het paaslam van de Joden
is de voorafbeelding van Jezus Christus. Paulus schrijft: Pascha
nostrum Christus est immolatus.Het
Paaslam is de samenvatting van de persoon en de zending van Christus.
Deze beschouwingen zijn van
belang voor de Heilige Communie. Wij willen ook op Jezus Christus gelijken.
Door de H. Communie ontvangen wij de genade om Hem meer lief te hebben en Hem
beter na te volgen en Hem vooral na te volgen in Zijn Onschuld en in Zijn Offer
als Slachtoffer voor de zonden. Tot de oudste voorschriften in verband met de
Heilige Communie behoren de regels die de apostel Paulus geeft in 1 Kor. 10-11.
In
1 Kor. 10,15 schrijft Paulus: Ik
spreek tot verstandige mensen. Vorm uw eigen oordeel over wat ik ga zeggen. Paulus
wil zeggen: Jullie hebben verstand. Gebruik het dan ook ! 1 Kor. 10,16: De beker van de zegening (d.i. de
Eucharistische beker met het Heilig Bloed), die
we zegenen, geeft ons gemeenschap met het Bloed van Christus. Het brood dat we
breken (d.i. het Eucharistische Brood van het Heilig Lichaam), geeft ons gemeenschap met het Lichaam van
Christus. Ik heb deze woorden exegetisch uitgelegd in het artikel over de
werkelijke tegenwoordigheid.
In
1 Kor. 11,22 schrijft Paulus i.v.m. de Maaltijd des Heren (d.i. de
Eucharistie die reeds in de apostolische tijden een eigen ritus werd, los van
het laatste Avondmaal): Zoals jullie nu samenkomen,
kan er geen sprake zijn van de Maaltijd des Heren. Ge kunt toch thuis eten en drinken?
Paulus wil hier juist zeggen dat de Maaltijd des Heren geen gewone maaltijd
is als elke andere Vervolgens verwijst Paulus naar de Traditie: Zelf heb ik van de Heer de overlevering
ontvangen, die ik op mijn beurt heb doorgegeven. Dat de Heer op de nacht dat
Hij werd overgeleverd Paulus gaat dan verder met de instelling van de
Heilige Eucharistie. De Eucharistie werd in de apostolische tijd een aparte
ritus, met woorden en handelingen, de Maaltijd des Heren genoemd. Vanaf het
einde van de 1ste eeuw wordt Eucharistia de technische term voor
deze Maaltijd des Heren.
Vanaf
1 Kor. 11,26 gaat het over de Communie: Wie op onwaardige wijze (Gr. anaxiôs onwaardig) het Brood eet of uit de Beker van de Heer
drinkt, bezondigt zich aan Lichaam en Bloed van de Heer. Dit wil
zeggen dat Paulus en zijn gemeente geloofden in de werkelijke tegenwoordigheid,
en dat geloof had Paulus van de Traditie. Iedereen
moet zichzelf onderzoeken alvorens te communie te gaan. Wie eet en drinkt
zonder het Lichaam te onderkennen (Gr. diakrinô onderscheid maken,
oordelen, beslissen; het gaat over een beoordelen met het verstand in
het licht van de Traditie, bron van Openbaring. Geloven is toch met het
verstand aanvaarden van wat God heeft geopenbaard en wat de Kerk voorhoudt te
geloven ), die eet en drinkt zijn eigen
vonnis. Dit is een zeer sterke passage!
Paulus
raadgevingen over heiligheid en devotie waarmee gelovigen de Heilige Communie
moeten ontvangen, weerklinken nog doorheen de Oudheid in de geschriften van Kerkvaders
en van Pausen tot op heden. Joh. Crysost. Hom.
In Nativ. 7; Hom. 82,6; Sermo 34; Cyr. Van Jer. Catech. Mystag. 5,21; Tertull. De
Corona 3,4; Origenes In Exod. Hom.
13,3; Hiëron. In Psalm 147,14;
Romeinse Catech. Deel II; Johannes-Paulus II Ecclesia de Eucharistia We overdrijven nooit in onze eerbied voor
het Heilig Sacrament; Benedictus XVI Sacr.
Carit.).
Kerkvaders
riepen vaak op om niet het minste partikel van de geconsacreerde hostie te
laten verloren gaan. Sint Efrem van Syrië getuigt van hetzelfde geloof. De
extreme zorg die werd besteed aan de Heilige Eucharistie was een universeel
fenomeen in de Kerk. Vandaar ook tongcommunie en het gebruik van een
communieschaal.
Handcommunie
is na het Concilie ingevoerd, maar dit ging gepaard met een geest van
oneerbiedigheid en zelfs misprijzen voor de Heilige Eucharistie! Handcommunie,
zoals die nu wordt bedreven, is in strijd met de Oudheid waar men, met beide
handen, een troon maakte en hostie (vanuit de bovenste hand) met de mond nuttigde.
De
moderne cultuur begrijpt niet veel meer van de aanbidding van de Ene, Ware God.
We zijn toch in het internettijdvak en we sturen satellieten de ruimte in. Een
echte tele-tijdmachine heeft men nog niet kunnen maken en terugkeren in de tijd
kan men niet, maar moest men kunnen terugkeren in de tijd van de Kerkvaders,
dan zouden we kunnen zien dat de Heilige Communie nog iets heel anders was voor
de Kerk dan nu in de moderne Kerk waar men moderniteit zoekt en oecumenisme met
allerlei christelijke groeperingen die geen of weinig geloof hebben in de
werkelijke tegenwoordigheid en waarbij men de Kerk wil openstellen voor de
moderne cultuur die niet eens meer God wil erkennen, laat staan dat men Hem
zou erkennen onder de Heilige Gedaanten.
De
vrucht van de invoering van de handcommunie na Vaticanum II is een verminderd
geloof in de werkelijke tegenwoordigheid. Een terugkeer naar een praktijk die
zou bestaan hebben in de eerste eeuwen, is niet zonder gevaar voor het geloof
gebleken (1).
(1) Nota: Paus Pius XII waarschuwde in zijn encycliek Mediator Dei tegen het gevaar om alles
terug te voeren tot de Oudheid. Met hart en ziel terugkeren tot de bronnen van
de Liturgie is zeker wijs en lofwaardig omdat de studie van deze tak van de
wetenschap, door terug te grijpen naar haar begin, er niet weinig toe
bijdraagt, de betekenis van de feesten, de ceremoniën en teksten dieper en
nauwkeuriger te doorvorsen. Daarentegen is het niet wijs en niet lofwaardig
alles, tot elke prijs, tot de Oudheid terug te voeren. Zo zou van de rechte weg
afdwalen wie het altaar zijn oude vorm van tafel zou willen teruggeven. Die
manier van denken en handelen, laat die overdreven en ongezonde zucht naar de
Oudheid opleven die de impuls gaf aan de onwettige synode van Pistoia (1786:
deze synode wilde één altaar per kerk, de invoering van de volkstaal en de
afschaffing van de privémissen. Pius VI veroordeelde de synode met de bulle Auctorem Fidei). Evenzeer streeft zij
ernaar (deze wijze van denken) de veelvuldige dwalingen weer in het strijdperk
te brengen die tot het bijeenroepen van vermelde synode hebben geleid.
Ook Paulus VI, in zijn encycliek Mysterium
Fidei waarschuwde ertegen omdat de doctrinaire context van nu niet meer
hetzelfde is als vroeger. De invoering van nieuwe formuleringen of
uitdrukkingen, die weliswaar in teksten van Kerkvaders en concilies voorkomen,
die nu in éénzijdige zin worden gebruikt zonder onderwerping aan de doctrine
waarmee ze een ondeelbare eenheid vormen. Wat de paus zegt van formuleringen,
kan ook gezegd worden van het liturgisch ritueel
Van de nieuwe,
postconciliaire Mis, gaat een protestantiserende invloed uit waardoor men in
de praktijk meer het protestantisme benadert dan in de Heilige Mis uit de
eerste eeuwen. In de eerste eeuwen was het geloof in de werkelijke
tegenwoordigheid zeer levendig! De bedoeling van de Liturgiehervormers zal
wellicht geweest zijn een oecumenische ritus van de Mis uit te werken, maar
men kan de vraag stellen of men zich wel voldoende rekenschap gegeven heeft van
de gevolgen dat dit zou hebben voor het geloof. Men beoordeelt een boom toch
naar zijn vruchten!
Vroeger gebruikte men ook
een Hostie die niet brokkelde, juist om te vermijden dat er geconsacreerde
partikels zouden verloren gaan. Een van de redenen waarom gelovigen vroeger
niet in de hand mochten communiceren is dat het gevaar van profanatie werd
uitgesloten.
Sommigen beweren dat
gedurende de eerste 1000 jaar van de Kerk, of nog langer, het in Oost en West
gebruikelijk was om de communie op de hand te geven. Kardinaal Danneels, in een
brief van 28 maart 1994, schrijft zelfs dat het maar vanaf het Concilie van Trente was dat de communie op de tong
gegeven werd!! Niets is minder waar! Ik geef hieronder een samenvatting.
De communie werd gedurende de eerste eeuwen (de eerste
700 jaren) toch algemeen op de hand gegeven. Hierover zijn talrijke
getuigenissen zowel in Oost als in West, van Egypte en Noord-Afrika, tot
Antiochië, Klein-Azië en Europa. In de 4de eeuw ontstond het gebruik
de rechterhand te bedekken met een doekje en dan, zoals voorheen, de Heilige
Communie rechtstreeks met de mond te nuttigen vanuit de rechterhand. Ook werd
aan de gelovigen gevraagd hun handen te wassen in een speciaal aan de ingang
van de kerk geplaatste waterbron (thalassa genaamd). De uiterlijke reinheid
symboliseert ook de innerlijke zuiverheid waarmede men communiceert. Het was
onder de Joden een gebruik om een ritueel bad te nemen voor het vieren van het
Paasmaal als teken van zuiverheid waarmee men het offerlam wilde nuttigen. Van
die rituele reiniging blijft het Lavabo
van de priester over tijdens de offerande van de Heilige Mis.
Maar men zou de Kerk van
de eerste eeuwen groot onrecht aandoen, schrijft O. Nussbaum, wanneer de
uitdeling van de Eucharistie in de handen van de gelovigen met een gebrek aan
eerbied of een niet overtuigd geloof in de werkelijke tegenwoordigheid zou
geassocieerd worden! (2)
(2) Nota: O.
Nussbaum, Die Handkommunion, 1969, Köln, p. 22: Man würde der Kirche jener Zeit grosses Unrecht antun, wenn man die
Austeilung der Eucharistie in die Hand der Laien mit einer noch mangelhaften Ehrfurcht
vor dem Leib des Herrn oder sogar mit einem nicht konsequent durchdachten
Glauben an die permanente Realpräsenz des Herrn in den eucharistischen Gestalten
zu erklären suchen würde.
De
vermaning om met reine handen te communiceren als teken van innerlijke reinheid
en de grote zorg om niets van de Heilige Eucharistie te laten verloren gaan bij
het communiceren, bewijst het tegendeel (cfr. Cyrillus van Jeruzalem, Catecheses). Men dacht er toen nog niet
aan om misbruiken tegen de Heilige Eucharistie te bestrijden door een verbod
van handcommunie. Wat telde was de innerlijke gesteldheid van zuiverheid en
geloof bij diegenen die de Heilige Communie ontving.
Dit
was een beknopte schets van hoe de communie werd ontvangen in de eerste eeuwen.
Maar men moet vooral onthouden wat de geest was waarin de Communie ontvangen
werd. Hoe dan ook, vanaf de 9de eeuw veranderde de communieritus
zowel in Oost als in West. Het Concilie van Rouen (878) verbood de communie op
de handen van de leken te geven. Deze communieritus werd reeds in de 6de
eeuw toegepast, maar dat was toen eerder uitzonderlijk.
Paus
Agapitus (+ 536) gaf de Heilige Communie
op de tong van een doofstomme en uit de Vita
Gregorii (ca. 872 geschreven) weten we dat paus Gregorius de Grote
(Pontifex 590-604) de H. Communie op de tong gaf in Rome. De synode van Cordoba
(839) verbood de Heilige Communie
op de hand te ontvangen. Communie op de tong was in die tijd reeds gebruikelijk
in Spanje. Het oudste decreet hierover uit Gallië is uit 878 (Rouen). Ook in de
Oosterse Kerken werd handcommunie verboden. Men kan stellen dat tongcommunie
algemeen gebruikelijk werd in de Kerk einde 9de begin 10de
eeuw!
Wat was de reden van de ommezwaai?
Echter, de Instructie bevat nog een
toevoegsel: Daar waar zich reeds de
praktijk van de handcommunie heeft gevestigd, vertrouwt de Heilige Stoel aan
de bisschoppenconferentie de taak toe om de omstandigheden te beoordelen, op
voorwaarde dat gewaakt wordt over de eerbied en dat geen valse opinies over de
Eucharistie ingang zouden vinden. Op het moment van het verschijnen
van de Instructie had de handcommunie nog bijna nergens ingang gevonden
(behalve op enkele plaatsen in Nederland en in Duitsland waar men ermee
begonnen was in flagrante ongehoorzaamheid aan de H. Stoel!). In de
daaropvolgende jaren werd de handcommunie overal toegelaten (6 juni 1969 Franse
bisschoppenconferentie)!!
Handcommunie werd na het
Concilie overal ingevoerd, maar dit ging gepaard met oneerbiedigheid, zelfs met
misprijzen van de Eucharistie en met algemene afvalligheid van het geloof in de
werkelijke tegenwoordigheid. Misbruiken allerhande ontstonden: geconsacreerde
hosties werden op de grond gegooid, zelfs verkocht. Dergelijke profanatie
vermijden was juist één van de redenen waarom men in de Middeleeuwen
tongcommunie heeft verplicht gesteld. Men heeft zich geen rekenschap gegeven
van de gevolgen en van de historische redenen die eertijds geleid hebben tot
het invoeren van de Heilige Communie
op de tong (o.a. het reële gevaar van profanatie en heiligschennis!). Men wilde
terugkeren tot een praktijk die zou bestaan hebben in de eerste eeuwen maar men
gaf zich geen rekenschap van de gevolgen die dit kon hebben en men vergat de
vermaningen tot eerbied en het diepe geloof dat bij de christenen van de eerste
eeuwen veel sterker was dan in deze tijd!
In onze tijd van crisis en
theologische verwarring had men m.i. juist handcommunie niet mogen invoeren.
Het is pastoraal niet verantwoord. De actieve deelname van de gelovigen komt ná
de deelname aan het geloof van de Kerk en de actieve deelname van de gelovigen
is gericht op de grotere eer en glorie van de Heer Jezus Christus in de
Liturgie. Deze eer en glorie van Jezus Christus is wel erg ver zoek geraakt in
de Liturgie van Na Vaticanum II.
Met de handcommunie heeft
met niet een oude ritus heringevoerd die zou bestaan hebben, maar een ritus
nagebootst van de protestanten. Men kan gewoon stellen dat de ritus van de
handcommunie, zoals die nu overal wordt uitgevoerd, geen ritus is van vroeger
van de Katholieke Kerk, maar gewoon een protestantse ritus. Zoals de nieuwe
ritus van de Heilige Mis versus populo (d.i. naar het volk
gericht) geen ritus is van de vroegere Katholieke Kerk, maar gewoon een
protestantse ritus. Nooit ofte nimmer zijn dat liturgische principes geweest
van de Katholieke Kerk, maar wel protestantse uitvindingen. Handcommunie was
niet Luthers maar eerder Calvinistisch. Handcommunie en de Heilige Mis naar het volk zijn
protestantse ritussen die om oecumenische redenen in de hervormingen van na
Vaticanum II zijn ingevoerd in het Kath. Misritueel; deze hervormingen zijn in
strijd met Vaticanum II.
Ik ben ervan overtuigd dat
men door terug te keren naar de Heilige Communie
op de tong ook zal terugkeren naar een groter geloof in het gewijde
priesterschap. Zou de postconciliaire Kerk daar eens willen aan denken? De
priester is toch geen gewone leek! Hij is bemiddelaar tussen God en de mensen.
Paus Benedictus XVI
schrijft in Sacramentum
Caritatis: De Eucharistie ontvangen, betekent: Hem
aanbidden Die we ontvangen. De houding van aanbidding is van oudsher geknield
en in de mond, niet op de hand, terwijl men de handen in gebed vouwt of in
kruisvorm voor zich houdt. Tot deze houding wil de paus ons terugbrengen.
De huidige positie van de Heilige Stoel i.v.m. hand- en
tongcommunie is duidelijk uit enkele documenten. O.a. een brief van het Officie
van 7 oktober 1996 aan Mgr. R. Laise, bisschop van San Luis (Argentinië), die
in zijn bisdom terug tongcommunie invoerde tegen de beslissing in van de
Argentijnse bisschoppenconferentie: Door
de Traditie van de tongcommunie in uw bisdom te herstellen, hebt U gehandeld
conform het Recht van de Kerk en is op geen enkel wijze de kerkelijke communio
geschaad. Iedere bisschop kan in zijn bisdom zulke beslissing nemen ALS
HIJ MAAR VAN GOEDE WIL IS!
Paus Benedictus XVI deelt
zelf de Heilige Communie
uit in Rome op de tong aan gelovigen die hierbij geknield zijn (hiervan bestaan
fotos). Deze praktijk zal in de toekomst terug de algemene praktijk worden.
Handcommunie is in de Kerk een indult geweest en is het nu nog. Tongcommunie
is nog altijd de algemene regel. Daaraan wil de paus ook herinneren.
Tongcommunie drukt ook beter het geloof uit in de werkelijke tegenwoordigheid
en draagt meer bij tot de devotie van de gelovigen. Pastoraal dus reden
genoeg om terug te keren naar de oude praktijk van tongcommunie, vooral in onze
tijd van culturele zinloosheid.
Nota over
de veelvuldige H. Communie.
De
Communie neemt haar normale plaats in de H. Mis in. De H. Mis vindt haar
voltooiing in de Communie van de gelovigen; de Communie, d.w.z. de sacramentele
deelname aan het Offer op het altaar. Daarom gaat de Heilige Mis bijwonen ook samen met de H. Communie ontvangen.
Oorspronkelijk
werd de Communie ook dagelijks ontvangen. Hiervan getuigen de Handelingen der
apostelen in Jeruzalem (Hand. 2,46:
Dagelijks gingen ze naar de tempel en braken thuis het Brood). Maar men
communiceerde ook één keer per week, de eerste dag van de week (d.i. onze
zondag cfr. Paulus in Troas Hand.
20,7). Ook de Didachè en Justinus (I
Apol. Kap. 67) spre
Een spiritueel roosje uit mijn doosje,
Een spiritueel roosje uit mijn doosje,
Draag mij als een
zegel op uw hart,
als een zegel aan uw
arm:
want sterk als de dood
is de liefde ( Hoogl. 8, 6 )!
Als ik een kleurpotloodje was, dan tekende ik het hart van
mijn dromen.
Omlijnde het met de fijnste roosjes, in alle kleuren van de
regenboog.
In sierlijke letters schreef ik het dan vol met de naam, Jezus.
Jezus is de Zoon van God, geboren uit de Heilige Maagd
Maria.
Jezus is het vleesgeworden Woord, in geloof, hoop en liefde.
Jezus is de Verlosser, stierf op het kruis, om ons te redden
van de dood.
Jezus is de Weg, de Waarheid, het Leven, om lief te hebben.
Jezus is de Vrede, om nederig en zachtmoedig door te geven.
Jezus is de Vreugde, om jubelend met anderen te delen.
Jezus is de Vriendschap, die voelbaar is in heel de
samenleving.
Jezus is de Glimlach, de Traan, van ieder mensenkind.
Jezus is de Zieke, de Stervende, die vraagt om een stil
gebed.
Jezus is de Eenzame, de Verstotene, om hem te omarmen en te
troosten.
Jezus is de Stilte in de nacht, de Blijdschap in de nieuwe
dag.
Jezus is het Geluk, in samenzijn met man, kinderen en
kleinkinderen.
Jezus is de Heer en Meester, een Vriend, die hart en ziel
doorgrondt.
Jezus is de Liefde, die mij meer bemint dan ik mezelf
beminnen kan.
Jezus is de Dankbaarheid, die onuitwisbaar leeft in mijn
hart.
Jezus, Gij zijt het kleurig getekende Hart van mijn dromen.
Een onaantastbaar Hart, waarin de Liefde voor eeuwig koning
is.
Verenigd in de Krans van Rozen, de Moederlijke zegen van
Maria.
Lea.
Juni 2012.
Vergadering S.G.A.G.
Vergadering S.G.A.G.
Zaterdag 30 juni 2012.
Cultureel Centrum
Hasselt
Detmoldzaal gelijkvloers.
Programma:
-14.00 u rozenhoedje
-14.30 u conferentie door Dr; L. Kiebooms.
Pluralisme en abortus, van dulden tot verplichting,
na informatie: instemmen of voorkomen?"
-16.00 u koffiepauze
-16.30 u mogelijkheid tot vragen stellen
-16.45 u slotgebed
AANDACHT
De vergadering van
volgende maand is op
29 september 2012.
Verantwoordelijke
uitgever: A. Spaas
Luikersteenweg 281,
3500 HASSELT (011/271445)
Penningmeester: L. Vos S.G.A.G.
Visésteenweg
159, 3770 RIEMST (012/453764)
Rekening: BE68.1032.2438.6734
BIC: NICABBEBB
(Voor wie ons wil
steunen).
BELGIE-BELGIQUE
P. B.
3770 RIEMST
12/2635
Afgiftekantoor
3770 RIEMST
P2A8750
S.G.A.G.
Studiegroep Actueel Geloofsleven
Schaapsdries 28 B 3600 GENK
Afdeling Thomas Moregenootschap Limburg
Maandblad:
Verschijnt niet in JULI en AUGUSTUS.
Nummer 275juni
2012.
Ik ben geheel de Uwe.
De vroegere Oostelijke gebedsrichting in de Liturgie.doc
Voorafgaandelijke mededeling.
UITNODIGING
VOOR DE PLECHTIGE HEILIGE MIS (Latijns ritueel 1962)
Ter gelegenheid van het 20 JARIGE PRIESTERJUBLEUM van
E.H. P. van de Kerckhove op Zondag 1 JULI om 10.30 uur.
In de kapel van Kasteel Slotendries (Oostakker-Lourdes).
(naast
het restaurant Boerenhof. Ruime parkeergelegenheid).
Na de H. Mis: receptie voor alle aanwezigen in restaurant
Boerenhof.
Wie een steunbijdrage wil storten kan dit doen op rekening
BE31.4466.6510.1155 KREDBEBB
t.n.v. VAN DE KERCKHOVE PETER
Goedlevenstraat 139
BE 9041 OOSTAKKER
Nederland: ING Bank (postgiro) 7016956
t.n.v. Peter van de Kerckhove
met telkens
de mededeling: jubileum.
Met
het ingezamelde geld wil E.H. van de Kerckhove graag een monstrans en zes grote
kandelaars laten vergulden.
Bezinning
- De wonderbare visvangst: Duc in
Altum
E.H.
P. van de Kerckhove.
Jezus
onderrichtte de menigte vanuit de boot van Petrus en ging dan met Zijn
apostelen op het meer met de netten. Duc in altum, zei Jezus. Dit
betekent niet werp uw netten uit, maar wel leidt ons naar volle zee, waar
het meer op zijn diepste is, dus een paar kilometer van de oever. Werp hier uw
netten uit voor de vangst, zei Jezus. Petrus aarzelde eerst: Heer, de hele
nacht hebben we gewerkt en niets gevangen. Maar hij gehoorzaamde dan toch. Op
Uw woord zal ik de netten uitwerpen. En hier gebeurt een mirakel. Het mirakel
van de wonderbare visvangst. Petrus wierp zich voor Jezus voeten en zei: Ga
weg van mij, ik ben een zondig mens. Vrees niet, zei Jezus, gij zult
voortaan mensen vangen.
Vandaag bezinnen we ons over wat het
betekent:
1. Werken met Jezus., d.i. werken
met goede bedoeling.
2. Werken zonder Jezus., d.i.
werken met slechte bedoeling.
1. Werken met Jezus is werken in staat
van genade. Zelfs de kleinste handelingen zijn op die manier heilig als ze
gedaan worden uit liefde en in eenheid met Jezus. Het is werken volgens de Wil
van God en volgens Zijn geboden door te gehoorzamen aan de legitieme geboden
van legitieme herders, eerst en vooral de Opperherder die Christus is! De
Opperkapitein van de boot, dat is Jezus Christus en Zijn plaatsvervanger is
Petrus. Petrus die, zoals we vandaag zien, een les in nederigheid ontvangt van
de Heer en die zich zo klein voelt bij het zien van de miraculeuze visvangst
dat hij beseft hoe zwak en zondig hij is. Hij zal trouwens de Heer later ook
nog driemaal verloochenen en daarna ook vol berouw wenen om zijn verraad. Petrus
was iemand die teveel op zijn eigen natuurlijke krachten vertrouwde en dan af
en toe besefte dat hij niets kon zonder de genade van de Heer. Zo had hij de
hele nacht gewerkt, maar op Uw woord, Heer, zal ik de netten uitwerpen, zoals
God het wil!
Werken
met Jezus is werken in nederigheid. Ik ben een zondig mens, zei Petrus. Maar toch
gehoorzaam ik aan U, Heer, ook al ben ik zondig en zwak. Soms weersta ik niet
aan de bekoring en zondig ik, maar dan vraag ik berouwvol om vergeving. Dan
komt de Heer Jezus met Zijn vergeving en Hij geneest ons. Hij doet zelfs
mirakels. De wonderbare visvangst was er om Petrus en zijn metgezellen aan te
moedigen en te overtuigen dat God grote werken zal doen door de apostelen, als
ze nederig zijn. Als Petrus zegt: Ik ben een zondig mens., dan geldt dit
uiteraard ook voor de andere apostelen.
Dus
leert het Evangelie ons dat nederigheid de voorwaarde is om te werken voor
Christus en Zijn Kerk. En we moeten niet werken voor pure, materiële winst of
uit pure pretentieuze ambitie om te slagen zonder aan de Heer glorie en eer te
bewijzen. Op Uw woord zal ik mijn netten uitwerpen., zei Petrus. Dus met mijn
kracht maar vooral met Uw Kracht, die staat voorop. Op Uw woord , met Zijn
Woord heeft God de wereld geschapen, met Zijn Woord waarmee Christus de zee en
de wind beveelt, met Zijn Woord verdrijft Hij boze geesten Zijn Woord is de
uitdrukking van Zijn Wil. In het Onze Vader bidden we toch: Uw Wil geschiede.
Jezus is Gods Zoon. Zijn Wil geschiede op aarde en aan ons is het om Zijn Wil
te volbrengen uit liefde en met volle overgave en vertrouwend op Zijn
grootmoedigheid en Zijn barmhartigheid. Voor wie Hem trouw dient en Hem daarbij
dient met de vreze des Heren, dit is zoveel als nederigheid, is er een
prachtig resultaat. Wij zien niet altijd onmiddellijk het resultaat, de
wonderbare visvangst is een voorbeeld van zovele wonderbaarlijke resultaten die
we toch zien in de geschiedenis en het leven van de apostelen. Paulus, de
grootste apostel aller tijden, schreef: Niet ik ben het die werk, maar Gods
genade met mij. Kijk maar naar zovele heiligenlevens, o.a. Moeder Theresa van
Calcutta die zich zo vernederd heeft dat zij de stervende mensen van de straat
ging halen. Dit is toch een grote les voor de kerkelijke
hoogwaardigheidsbekleders. Johannes Paulus I was zo een nederige herder. Toen
hij audiëntie gaf op woensdagnamiddag, was de audiëntiezaal nooit zo vol
geweest als toen onder zijn kort pontificaat. Maar hij werd opgeruimd door
andere krachten die werken zonder Jezus, of zelfs tegen Jezus Christus. Dat is
nu punt twee van onze bezinning.
2. Werken zonder Jezus. Dat is
hetzelfde als werken tegen Hem, want wie niet met Hem is, is tegen Hem, dat is
duidelijk. Er zijn krachten, en ook in de Kerk zit het vergif van de
vrijmetselarij, die het werk van Christus en van Zijn heiligen trachten tegen
te werken en ongedaan te maken. Alle middelen worden aangewend. Er zijn
natuurlijk ook onze eigen zondige neigingen die ons tegenwerken, maar er zijn
ook de mondaine krachten in de Kerk en daarbuiten. De tegenwerking komt soms
van hogerhand maar ook soms van ondergeschikten. De vrijmetselarij is de meest
geraffineerde kracht en deze neemt allerlei vormen aan. Zelfs in de
traditionele milieus zitten vrijmetselaars. Het is een geheime sekte die een
masker opzet maar die in werkelijkheid de belangen dient van de Antichrist (de
vrijmetselarij is de sekte van de Antichrist cfr. Leo XIII).
Werken
zonder Jezus Christus is werken in de duisternis. Vele mensen werken in de
duisternis. Ze zien het Licht wel, maar ze aanvaarden het niet. Ze doen liever
wat duister is en slecht omdat ze liever hun eigen wil doen dan de Wil van God.
Ze zitten ook in de Kerk, diegenen die werken zonder Jezus; die liever hun
eigen egoïsme dienen dan God te dienen en die liever het slechte voorbeeld
volgen dan Jezus na te volgen. Er zijn er die proberen de Kerk ten gronde te
richten met allerlei middelen. Ze proberen goede priesters te boycotten op
geraffineerde manier. Maar onthoudt: Het Woord van God kan niet gebonden
worden. Ook al zet men mij in de gevangenis, mijn geschriften, mijn meditaties,
mijn artikels en mijn preken en boeken zullen blijven circuleren en er zullen
andere, goede priesters zijn. Er zijn slechte priesters ook, maar er zijn er
toch ook nog een paar goede.
Werken zonder Jezus is werken voor een
puur aardse beloning of om hier en nu geëerd te worden door de mensen. Dat is
werken uit eigen pretentie, voor pure aardse genoegdoening. In het liedje zingt
men: Hoe schoon ook de wereld, de purperen hei, dat is hier op aarde de hemel
voor mij. Maar dat is maar een manier van spreken, want de hemel op aarde
bestaat niet. Het aards paradijs is verleden tijd.
Werken
zonder Jezus is zijn tijd verliezen met allerlei beuzelpraat, nutteloze en
ijdele discussies en ruzie en twist waardoor ook veel mensen van de Kerk
verwijderd worden en verstrooid worden. Wie niet met Mij verzamelt, die
verstrooit., zegt Jezus. Werken zonder Jezus is werken uit pure hoogmoed, een
beetje zoals sommige Farizeeën in Jezus tijd. Jezus heeft die Farizeeën
gestigmatiseerd en verweten, zelfs in het openbaar: schijnheiligen;
witgekalkte graven, van buiten mooi wit maar van binnen vol rottigheid. Hij
heeft ze zelfs verweten voor moordenaars die Zacharias, zoon van Barachias
(Mat. 23,35), hebben vermoord tussen de tempel en het altaar. Werk dus met
Jezus en ge zult beloond worden, maar niet altijd op aarde. Werk zonder Jezus
en ge zult beloond worden op aarde, geëerd door de mensen, maar ge zult niets
ontvangen in de hemel. Werken zonder Jezus is werken zonder Liefde voor
Christus, werken voor eigen glorie. Dat levert niets op en Gods wonderlijke
genadewerking blijft steriel. Waarom ontvangen zoveel christenen de H. Communie
zonder vrucht en wordt er niets van Gods genadewerking gerealiseerd in het
dagelijkse leven en in de goede werken? Men ziet het ook goed nu. In tijden
van economische crisis is de naastenliefde bij velen aan het afkoelen. Werken
zonder Jezus is werken uit haat, uit persoonlijke vergelding. Het zijn vaak
diegenen die hoge functies bekleden die de kleine mens verguizen en kleineren,
zeker als ze in hun hoge pretentie geraakt worden zoals ook de Heer Jezus de
Farizeeën raakte.
Conclusie: Het is nodig te
werken met Jezus en dus te werken uit nederigheid voor de glorie van God, tegen
onze eigen pretentie. Dan zal God ook uw werken belonen, reeds hier op aarde
maar vooral in het hiernamaals. Uw loon zal u zeker niet ontgaan, een
vernedering, een ziekte, een complot tegen u, elke goede daad die je stelt.
Alles wat men doet uit nederigheid en liefde voor God zal beloond worden in de
hemel. Amen.
DE VROEGERE
OOSTELIJKE GEBEDSRICHTING IN DE LITURGIE.
E.H. P. van de Kerckhove.
1.
Inleiding. 2. Liturgische betekenis van het Oosten. 3. Beschouwingen over de
Oostelijke richting van het gebed uit het boek Zum Herrn hin (1987) van Mgr. Klaus Gamber.
1. Inleiding. Zowat overal
draagt de priester de H. Mis op met zijn gezicht naar het volk gericht (versus
populum). De mensen zien dan beter wat
er gebeurt., zo wordt ons verteld. Dit is een voorwendsel. Is het waar dat
de mensen dan beter zien wat er gebeurt? Diegenen die op de achterste rijen
zitten in de kerk zien er toch niet veel van. Voor diegenen die achteraan
zitten maakt het toch geen verschil of de priester nu met zijn gezicht naar het
volk staat of met zijn rug naar het volk. Het zijn toch maar de mensen die op
de eerste rijen zitten die alles zien. Het doel van deze hervorming was de
leken actiever betrekken bij de liturgie. Maar dan moest bij de liturgische
rituelen een liturgische instructie ingelast worden, een soort van mondeling
commentaar in de viering zelf.
Er
zit echter meer achter deze hervorming. Achter deze hervorming schuilt een
foute interpretatie van de gebeurtenissen op het Laatste Avondmaal en een
nieuwe idee van de Mis als maaltijd. De maaltijdgedachte van de H. Mis wordt
sterk geaccentueerd o.i.v. het oecumenisme met de protestanten.
Luther
beschouwde de H. Mis als een gemeenschappelijke maaltijd zoals het Laatste
Avondmaal en zo redeneerde hij: De voorganger zit toch ook voor de aanwezige
disgenoten versus populum Maar dat is juist fout! In de Oudheid en dus ook
bij het Laatste Avondmaal zaten de disgenoten aan dezelfde kant van de tafel!
In zijn boek Der Geist der Liturgie(Herder 2000) herneemt paus Benedictus XVI veel van de kritiek van
de kardinalen Ottaviani en Bacci als hij zich erover beklaagt dat in de Nieuwe
Mis de priester een liturgische animator wordt. Alles draait rond de animator
die het liturgisch gebeuren animeert en de gelovigen amuseert. De paus spreekt
zelfs over een one man show. God wordt de grote afwezige in zulke
vieringen.
In
de christelijke Oudheid was het liturgisch principe versus orientem (d.i. naar het Oosten). Tijdens het Eucharistisch Hooggebed
stonden priester en gelovigen met het gezicht naar het Oosten. Noch Evangelie,
noch de Traditie kennen misvieringen versus populum.
De
Heilige Mis is een offer, ze is de hernieuwing van het Kruisoffer van Jezus
waardoor we gered zijn en dat voor ons een bron is van alle genade. Dat leert
ons de Traditie en Jezus Zelf leert ons dat. Het is de Offergedachte die voorop
staat en dat is de reden waarom de priester gedurende eeuwen, naar het Kruis
gericht, de Heilige Mis opdroeg, met zijn rug naar het volk en met zijn gezicht
naar de Heer (ad Dominum) d.w.z. naar
het kruis of naar Christus, afgebeeld in de absis van het koor in de basilieken
gedurende de eerste eeuwen.
2. De liturgische betekenis van het
Oosten. In het Oosten lag
volgens Genesis het aards paradijs dat Adam en Eva door hun zonde hadden
verloren. In de Marcusliturgie roept de diaken eis anatolèn naar het Oosten!
waarbij alle gelovigen zich oostwaarts keren voor het Eucharistisch gebed. In
het Oosten lag dus het aards paradijs dat een voorafbeelding was van ons
toekomstig vaderland in de hemel. De Heer Jezus is ook opgestegen ten hemel in
het Oosten (op de Olijfberg, ten oosten van Jeruzalem). Daar werd bidden naar
het Oosten hetzelfde als bidden tot de Heer (ad Dominum). Vanuit het Oosten
verwachten we de wederkomst van Jezus Christus zoals de Heer Zelf het heeft
gezegd: Zoals de bliksem uitschiet uit
het Oosten en licht tot in het Westen, zo zal het zijn met de komst van de
Mensenzoon. Dan zal het Teken van de Mensenzoon (d.i. het kruis) aan de hemel verschijnen De engelen
zegden aan de apostelen op de dag van de hemelvaart: Deze Jezus, Die nu ten hemel is opgestegen, zal op dezelfde wijze
terugkeren. Men verwachtte dus Jezus wederkomst vanuit het Oosten. De
oostwaartse gebedsrichting tijdens de Eucharistie onderstreept de eschatologische
dimensie van het Eucharistisch gebeuren. Het is jammer dat de nieuwe
Misliturgie dit niet meer benadrukt in het misritueel, wat uiteraard niet wil
zeggen dat de eschatologische dimensie totaal ontbreekt in de nieuwe Mis.
Het principe van de oostwaartse
gebedsrichting werd ook gevolgd in de oude Doopliturgie. De Apostolische
Constituties verwijzen erbij naar het Oude Testament waar in de Tempelliturgie
de priesters en levieten lof zongen, gericht naar de opgaande zon. Het lichaam
van de gedoopte is als een tempel van de Heilige Geest en de gedoopte moest een
Onze Vader bidden in oostwaartse richting, naar de opgaande zon. De opgaande
zon werd geassocieerd met de hemel en met Christus Die verrezen is en ten hemel
opgestegen.
De
verrezen Christus, waarmee de gedoopte bekleed was, is als de ZON, de zon van
het heil (sol salutis). Christus is als de ondergaande zon in het dodenrijk
afgedaald. Hij is nedergedaald ter helle voor de verlossing van de
rechtvaardigen van het Oude Testament. De ondergaande zon wordt vergeleken met
Christus nederdaling ter helle. De verrezen Christus is als de SOL INVICTUS.
De opgaande zon wordt vergeleken met de verrezen Christus! Vermits Jezus
Christus verrezen is op de eerste dag van de (Joodse) week, d.i. onze zondag,
komen we als gelovigen ook op deze dag tezamen om te bidden.
Op
de dag van de zon is Jezus Christus uit de doden verrezen., schrijft Justinus.
Daarom komen wij als gelovigen samen om op deze dag te bidden. (ook Ignatius
van Antiochië en Clemens van Alexandrië). Christus is het grote Licht dat de
gedoopten verlicht (Akten van Thomas). Het ontvangen van het doopsel is dan ook
een afleggen van de duisternis om bekleed te worden met het kleed van de
onsterfelijkheid of van de verlichting; in de kunst voorgesteld als de zon,
symbool van Christus. Ambrosius, Augustinus en Hiëronymus noemen in hun
geschriften en preken de verrijzenis een zonsopgang.
De
sol invictus van de Grieks-Romeinse
Oudheid was een heidense voorstelling van de zonnegod. De zon die opgaat in het
Oosten en ondergaat in het Westen, de zon die nooit door de duisternis wordt
overwonnen, komt iedere dag op. Het is een teken van opstanding en overwinning.
In de Misliturgie stonden de
christenen op zondag en Pasen met het gezicht oostwaarts gericht en automatisch
dacht men daarbij aan de verrezene Christus, de zon van de Gerechtigheid. De
beelden van de oude zonnecultus werden op een christelijke manier
geïncultureerd. Christus is de ware Zon, Christus is de Sol Salutis!
In
het Laudengebed van maandag bidden wij de hymne van Ambrosius over Christus,
Die de splendor paternae gloriae is.
Schittering
van de Glorie van de Vader. Licht dat Licht voortbrengt,
Licht
van Licht en bron van verlichting, dageraad die de dag verlicht.
Schitterend
Licht van de Heilige Geest, verlicht onze harten.
De uitdrukking sol salutis (d.i.
zon van heil) is een liturgische uitdrukking. Zoals de kelk van eeuwig heil
in de Heilige Mis, zo is de sol
salutis Christus, Die ons heil heeft gerealiseerd door Zijn dood en vooral
door Zijn opstanding. Want als Christus niet verrezen is, dan zijn wij nog in
onze zonden., schrijft Paulus. De sol salutis is de gekerstende versie van de
antieke zonnecultus. In het Laudengebed van zaterdag tijdens de vasten bidden
we de hymne: O sol salutis
intimis Iesu refuge mentibus, dum nocte pulsa gratior Orbi dies renascitur.
3. In dit artikel geef ik een
overzicht van de beschouwingen van Mgr. Klaus Gamber uit zijn boek: Zum Herrn hin(d.i. Naar de Heer gericht): Vragen rond de Oostelijke
oriëntatie van Kerkgebouw en gebed (Pinksteren 1987; Franse uitgave
door les Editions Madeleine, le
Barroux; Nederlandse vertaling door Una
Voce Nederland) Mgr. Klaus Gamber was een internationaal bekend liturgist
(1919-1989) en was erelid van de pauselijke academie voor liturgie.
In
het voorwoord op zijn boek schrijft Mgr. Gamber dat hij persoonlijk de
invoering van het altaar versus populum en de richting van het celebreren
naar het volk toe als veel problematischer beschouwt dan de invoering van het
nieuwe Missaal. Aan de grondslag van deze nieuwe opstelling van de priester aan
het altaar het gaat om een nieuwigheid en niet om een terugkeer naar een oude
praktijk; de oude praktijk was immers versus orientem ligt EEN NIEUWE NOTIE
VAN DE MIS ALS GEMEENSCHAP VAN EUCHARISTISCHE MAALTIJD.
Versus orientem, d.i. naar het
Oosten. Vanaf het Dignum et Justum est van de
Prefatie stonden celebrant en volk naar
het Oosten gericht (hè anatolè) vanwaar de wederkomst van Christus verwacht
werd (Zoals de bliksemschicht uitschiet
uit het Oosten en licht tot in het Westen, zo zal het zijn met de komst van de
Mensenzoon). De Didaskalia I,57 en
de Apostolische Constituties II,57
spreken erover. De priester stond alleen met zijn gezicht naar het volk om het
volk te zegenen.
Een
historische reis doorheen de primitieve en Middeleeuwse kerken van Klein-Azië,
Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten levert als resultaat op dat het
principe versus orientem op de meeste plaatsen werd gevolgd. Over het bijzondere
geval van enkele Romeinse Basilieken heb ik het later.
In
de gemeenschappelijke Traditie met het Oosten gold ook in het Westen altijd als
wezenlijk dat, zoals eertijds het binnenste heiligdom in het Tempelcomplex van
Jeruzalem, de altaarruimte van de ruimte der gelovigen was afgezonderd. De
vandaag veel misbruikte stelling dat het altaar het middelpunt moet zijn is
fout, zo dit als plaatsaanduiding begrepen wordt. Jazeker, het altaar is het
centrum van de gewijde handeling, maar er is ook een strikte scheiding tussen
altaarruimte en kerkschip. Deze scheiding is er gekomen toen de mensenmassas
de Kerk instroomden; dus op zijn laatst na het jaar 300. Er werden koorhekken
opgericht en gordijnen aangebracht; een altaarbaldakijn en een baldakijn aan de
pergola van het koorhekken, dat in de kleinere kerken slechts uit een houten
dwarsbalk bestond. Dit gebeurde vanuit het bewustzijn dat het Mysterie dat op
het altaar werd voltrokken, behoed moest worden, dat men het niet direct aan de
blikken van de gelovigen moest blootstellen.
De
byzantijnse ikonostase is niets anders dan de verdere ontwikkeling van het
vroegchristelijk koorhek. Aan de altaarbaldakijn hing in de jonge kerken,
behalve een kroonluchter, een gouden of zilveren vat, meestal in de vorm van een
duif, waarin de Heilige Eucharistie voor ziekencommunie werd bewaard, voorloper
van ons tabernakel. Reeds vroeger gebruikte men voor dit doel een kastje dat,
overeenkomstig de Oudtestamentische Ark van het Verbond, gemaakt was van
acaciahout en met bladgoud was bekleed. Het vaatwerk stond altijd op het altaar
of in een nis aan de achterkant daarvan. Daaruit ontwikkelde zich het
altaartabernakel van metaal.
Nog
in de 13de eeuw spreekt Durandus in zijn Rationale Divinorum over
de opstelling van de arca op het altaar waarin het Lichaam des Heren samen met
de relikwieën bewaard worden. De huisvesting van het Eucharistisch Brood in
een sacramentshuisje aan de linker koorwand is daarentegen jonger en was
hoofdzakelijk tijdens de gotiek gebruikelijk. Het bewaren daarvan op het altaar
is uiterst zinvol. Niettemin is tegen het bewaren van de Heilige Eucharistie op
een andere waardige plaats in de kerk niets in te brengen.
Aan
de wand van de absis, waar zich de troon van de bisschop en de zetels van de
priesters bevonden, beeldde men bovenaan, tot de 5de eeuw, alleen
maar het kruis af, of aanvullend bij het kruis, de onderrichtende Christus in
de kring van de apostelen. Ook later, in het Avondland en algemeen tot in de
gotiek, de in de mandorla (aureool) tronende Christus, omgeven door engelen en
de vier dieren van de Apocalyps. In de rij daaronder beeldde men de Moeder Gods
af, de apostelen en andere heiligen. DE GELOVIGEN KEKEN TIJDENS DE VIERING VAN
DE HEILIGE EUCHARISTIE NAAR DE AFBEELDING VAN DE IN DE HEMEL TRONENDE CHRISTUS.
Een lege absiswand, zoals in de moderne Godshuizen, was vroeger ondenkbaar. In
de kerken van het Avondland ging de blik van de vierenden omhoog, naar het
beeld van de verheerlijkte Zoon Gods of naar het Kruis, teken van onze
verlossing. De blik van de celebrerende priester was tijdens het Offer eveneens
gericht naar het Oosten, naar het Kruis en naar het beeld van de verheerlijkte
Christus en NIET NAAR DE MEEVIERENDE GELOVIGEN zoals dat nu, tijdens het
celebreren versus populum, het geval is.
VRAGEN EN ANTWOORDEN.
1.
Hoe was de situatie in de 1ste eeuw?
Men
moet een onderscheid maken tussen de vieringen van de agapè, of broederlijke
maaltijd, en de eigenlijke Heilige Eucharistie. In de eerste eeuwen, toen het
aantal gelovigen nog klein was, heeft men bij de agapè, in trouwe navolging
van het Laatste Avondmaal, dezelfde tafelschikking gehanteerd als toen. Dit
tonen verscheidene vroegchristelijke huiskerken aan. Hier vinden we in het
midden van het vertrek een stenen bank in de vorm van een halve cirkel die aan
15 tot 20 personen plaats bood. In de steden, waar het aantal gelovigen groter
was, moest men hiervoor verschillende tafels opstellen. Aan de ene tafel zaten
de bisschop en de presbyters, aan de andere tafels, de gelovigen. Terwijl men
bij de gemeenschappelijke maaltijd aan de tafels zat, stond men voor de viering
van de Heilige Eucharistie op en posteerde zich achter de aan het altaar
staande celebrant. De richting van de celebrant was Oostwaarts (versus
orientem), en niet versus populum.
In
de volgende ontwikkelingsfase werd de agapè gesupprimeerd (4de
eeuw) en verdwenen de tafels. De gelovigen zaten nu op banken die tegen de wand
van de kerk opgesteld stonden. De houten altaartafel werd een stenen
constructie. De zitplaats van de bisschop in de basilieken was een
semicirkelvormige bank en er was een preekstoel (cathedra). Deze stonden in de
absis of in het middenschip. Het altaar stond vrij maar werd later dieper in de
absis geplaatst. Toen (einde 4de eeuw) werden celebraties versus
populum onmogelijk. In Afrika en Spanje werd het altaar meer naar het midden
van het middenschip gebracht. In de Afrikaanse kerken vond men een
mozaïekplatform voor het altaar om de plaats van de celebrant aan te duiden,
die naar de absis gericht stond. Dit is een archeologisch bewijs dat de priester in de Christelijke Oudheid
niet naar het volk gericht stond.
2.
Hoe kan men tegen de moderne manier van celebreren zijn? Deze wijze van
celebreren werd toch voorgeschreven door Vaticanum II en is overal ter wereld
ingevoerd!
Eerst dient er gezegd te worden dat
celebreren met het gezicht naar het volk toe tot aan Vaticanum II niet was
toegelaten. Het werd, vooral in Missen met jongeren, door bisschoppen
stilzwijgend geduld; o.a. in Duitsland in de jeugdbeweging van de
twintigerjaren begon men ermee met kleine groepjes. Een groot voorvechter
hiervan was Romano Guardini bij zijn Eucharistievieringen op het slot
Rothenfels. De Liturgische Beweging (vooral Pius Parsch) propageerde dit gebruik
eveneens. Het genoemde streven werd tenslotte goedgekeurd in de Instructie Inter Oeucumenici van de Congregatie
van de Riten in 1964. Hierin werd
verordend: Het is goed als het
hoofdaltaar vrij staat van de muur, opdat men er zonder moeilijkheden kan rond
lopen en opdat daaraan de Heilige Mis met het gezicht naar het volk kan
gecelebreerd worden; en het altaar moet zo zijn opgesteld dat het werkelijk het
middelpunt vormt waar de aandacht van de gelovigen zich als vanzelf op richt. Dat
de altaren versus populum bijna overal ter wereld zijn ingevoerd, is helaas
juist. Maar in eigenlijke zin
voorgeschreven zijn ze niet. In de Orthodoxe kerken van het Oosten houdt
men tot op den dag van vandaag aan het vroegchristelijk gebruik vast, nl. dat
de celebrant, samen met de gelovigen, het gezicht naar de absis gericht houdt. Dit
geldt zowel voor de kerken van de Byzantijnse ritus (Grieken, Russen, Bulgaren,
Roemenen, Serviërs, ) als voor de Oud-oriëntaalse ritussen (Armeniërs,
Syriërs, Kopten, ).
3. In de
vroegchristelijke Basilica stond het altaar in het midden van de absis van het
priesterkoor, en de dienstdoende priester stond daarachter met het gezicht naar
het volk gericht. Op het altaar stonden kruis, noch kandelaars. Pas in latere
tijd werd het altaar naar zijn huidige plaats aan de wand verschoven (cfr. A. Neugart:
Handbuch der Liturgie 1926). IS
DAT JUIST?
Juist
is wel dat zich in de eerste eeuwen de zitplaatsen van bisschop en priesters
tegen de wand van de absis bevonden. In Griekse kerken was deze plaats niet
zelden door meerdere treden sterk verhoogd, zodat de op de troon zittende
bisschop door allen kon worden gezien en tijdens de preek, die hij vroegervan hieruit hield, beter kon worden gehoord. De middelste zetel
was altijd voor de bisschop gereserveerd. Juist is ook dat oorspronkelijk noch
kruis, noch kandelaars, noch lezenaar met Missaal op het altaar stonden, maar
slechts de kelk en de pateen met de offergaven. Met bloemen tooide men wel de
vloer van de kerk, nooit het altaar zelf. De altaren waren in regel ook klein
(één vierkante meter). Een klein, massief stenen altaar bevindt zich in de
kruisgang van de Dom van Regensburg. In deze Domkerk staat echter een groot
altaar (2,10 op 2,40
meter) uit de 5de eeuw, een zgn. Confessio,
d.w.z. dat het bij een martelaarsgraf gestaan heeft. Daarom is het ook zo enorm
groot. Wat de opstelling van de priester betreft in de vroege Kerk, vermeld ik
de uitspraak van pater Jungmann S.J., auteur van het bekend Missarum Solemnia die hij in 1967 deed: DE VAAK
HERHAALDE BEWERING dat het oudchristelijk altaar regelmatig uitgaat van een met
het gezicht naar het volk gerichte eredienst, IS GEBLEKEN EEN LEGENDE TE ZIJN.
Pater
Jungmann waarschuwde er ook voor uit het pleiten voor het voksaltaar een
absolute eis en tenslotte een mode te laten ontstaan, waaraan men zich
genadeloos onderwerpt. Als hoofdreden voor de eenzijdige voorkeur om met het
gezicht naar het volk gericht te celebreren, geeft hij aan: HET BETREFT DE VANDAAG ZO GELIEFDE EN VAAK
EENZIJDIGE NADRUK OP HET MAALTIJDKARAKTER VAN DE HEILIGE EUCHARISTIE.
Ook
de toenmalige kardinaal J. Ratzinger, nu paus Benedictus XVI, heeft in
toenemende mate voor het gevaar gewaarschuwd de Liturgie uitsluitend te zien
onder het aspect van broederlijke maaltijd.
4.
Celebreert de paus ook niet, sedert onheuglijke tijden, met het gezicht naar
het volk en bevindt zich in de Sint-Pietersbasiliek te Rome niet, zoals in de
meeste moderne kerken, een altaareiland of een altaar op podium?
Deelnemers
aan pauselijke HH. Missen viel het vroeger op dat de paus niet, zoals elders in
de christenheid, voor het altaar maar wel daarachter zijn plaats heeft. Sommige
liturgisten trokken daaruit de verkeerde conclusie dat hier de
vroegchristelijke positie van de celebrant met het gezicht naar het volk
behouden werd. Het gaat hier echter ook om de naar het Oosten georiënteerde
gebedsrichting. De absis van de Sint-Pieter te Rome ligt niet, zoals bij de
meeste Basilieken, op het Oosten maar wel naar het Westen gericht. In de moderne,
na Vaticanum II gebouwde kerken, vinden we, evenals in de Sint-Pieter, een
eilandaltaar. Het gaat hier meestal om een gedesoriënteerd altaar in de
ruimte, omgeven door rijen zitplaatsen van gelovigen en het is ook moeilijk een
geëigende plaats te vinden voor een altaarkruis, dat nochtans vereist is
volgens de nieuwe liturgische voorschriften. In de Mijn heer, mijn God. Ik geloof dat U zijt één God
in drie personen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Ik geloof dat God de Zoon voor ons mens geworden is en
aan het kruis is gestorven. Dat U het goede loont en het kwade straft.Ik geloof alles wat U geopenbaard hebt en
dat de HeiligeKerk ons voorhoudt te
geloven. Dat
geloof ik vast, omdat U het hebt gezegd, U die alles weet en waarheid spreekt.
Heer vermeerder mijn
geloof!
Akte van hoop
Oneindig goede God, ik hoop, door alle verdiensten van Jezus Christus, van
U te verkrijgen:
De eeuwige zaligheid en alle genaden, die ik daarvoor nodig heb om het te
verdienen. Dat hoop ik met een vast vertrouwen, omdat U het beloofd hebt, U die
Almchtig zijt, oneindig goed voor ons en getrouw in Uw beloften.
Heer, versterk mijn hoop!
Akte van Liefde
God van liefde, ik bemin U boven alles uit geheel mijn hart, geheel mijn
ziel en uit al mijn krachten, omdat U oneindig goed en beminnelijk zijt. Uit
liefde tot U bemin ik ook alle mensen zoals mijzelf.
Heer, geef mij steeds meer liefde! ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
O Maria, zonder zonden ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot U
nemen!
TOEVAL... OF BESTAAT TOEVAL NIET?
TOEVAL...OF BESTAAT TOEVAL NIET?
John Lennon zei
enige jaren geleden: Het christendom loopt op zijn eind.Wij Beatleszijn meer beroemd dan Jezus.Enige
tijd nadien werd hij door 6 schoten gedood!
Tancredo Neves
(President van Brazilië) zei : Alsik
500.000 stemmen haal bij de verkiezingen, zal zelfs God mij niet kunnen
weerhouden van het presidentschap. Hij
haalde 500.000 stemmen, maar hij werd door ziekte geveld, en stierf de dag voor
hij de eed zou afleggen als president.
Cazuzza (Braziliaans dichter en
zanger) zei gedurende een show in Rio de Janeiro, terwijl hij een sigaret
rookte en de rook naar boven blies: God ... dat is voor jou...!
Hij stierf in de ouderdom van 32 jaar aan
longkanker, na een verschrikkelijke doodstrijd.
De man die de Titanic bouwde zei
ironisch: Zelfs God kan die boot niet doen zinken ...!Kapitein Smith herhaalde deze woorden aan de
tafel van zijn laatste avondmaal, aan boord van het schip...
Iedereen weet wat er nadien gebeurde.
Marilyn Monroe
(filmactrice) zei tot Billy Graham (beroemd prediker), toen deze haar zei dat
hij de Geest van God kwam brengen: Ik heb uw Jezus niet nodig...!Een week later werd zij in haar appartement
dood gevonden.
Bob Scott
(Zanger), zong in een van liederen: Hou mij niet tegen ik ga de ganse weg naar
beneden, naar de hel...! Enige weken
later vond men hem dood, gestikt in zijn braaksel.
In Caminas (Brazilie) zei een
moeder tegen haar dochter die aanstalten maakte om met vrienden uit te gaan met
de wagen: Dochtertje, wees voorzichtig, ga met God en dat Hij u beschermt.
De dochter antwoordde: De wagen is vol, er
is voor God alleen nog plaats in de koffer.
De wagen raakte betrokken in een
verschrikkelijk ongeval, de auto was onherkenbaar ... op de koffer na. Deze was
volledig intact gebleven.
De Duitse
weermacht soldaten droegen gedurende de Tweede Wereldoorlog een koppelriem met
als opschrift : God met ons. De geschiedenis heeft uitgewezen dat dit een
leugen was.
ONZE PAUS GEEFT ANTWOORD OP VRAGEN DIE VELEN ZICH STELLEN.
(Interviewboek Licht van de
wereld door P. Seewald, Adveniat, 2010)
1. Misbruikschandalen: De gedachte was dat de Kerk niet
een Kerk van recht maar van liefde moest zijn; zij mocht niet straffen. het
besef dat straffen een daad van liefde kan zijn, was verloren gegaan. Zelfs bij
oprecht goede mensen is in die jaren een opvallende verduistering van het
denken vast te stellen De waarheid, verbonden met liefde in de ware zin, is
boven alles verheven Waarom reageerde men vroeger vroeger niet op dezelfde
manier als wij tegenwoordig doen ? Ook de pers bracht zulke dingen voeger niet
ter sprake, het besef was toen anders
2. Hebt
u eraan gedacht om af te treden?: Bij groot gevaar mag je niet
weglopen. Het is dus beslist niet het moment om af te treden. Juist op zulke
ogenblikkenmoet je volhouden en de
moeilijke situatie beheersen ( p 45). Je zou kunnen denken dat de duivel
niets op heeft met het Jaar van de priester en daarom dat vuil over ons heeft
uitgestoten. Alsof hij de wereld wilde laten zien hoeveel smerigheid er juist
Bijvoegsel aan de Boodschap
van 25 juni
2012
ook onder priesters
voorkomt. Maar je zou ook anders kunnen denken en zeggen : de Heer wilde ons
testen en ons tot een dieper gaande reiniging oproepen .
Natuurlijk heeft
het geestelijk klimaat van de 70er jaren, dat zich al in de 50er jaren begint
af te tekenen, hiertoe bijgedragen. In die tijd hebben sommigen zelfs pedofilie
verdedigd als iets positiefs. Waar het om draaide was met name de stelling
die ook in de katholieke moraaltheologie is binnengedrongen dat er geen
absoluut kwaad bestaat. Kwaad is slechts relatief. Wat goed of slecht is
hangt af van de gevolgen .Goed en kwaad werden inwisselbaar, ze stonden niet
meer helder tegenover elkaar.
3. Economische
en financiële crisis: Natuurlijk, want
wij leven op kosten van de volgende generatie. Daaraan zie je de
onwaarachtigheid van onze levenswijze. Het is schone schijn waarin wij leven,
en wij doen alsof die grote schulden er gewoon bijhoren Naast specifieke
financiële plannen is er ook een globaal gewetensonderzoek nodig. De Kerk heeft
op dit punt een bijdrage proberen te leveren in de encycliek Caritas in
veritate
4. Bestaan
van God: Veel mensen leven tegenwoordig volgens het praktisch
atheïsme. Misschien is er wel iets of iemand, denken ze, die in een onheuglijk
verleden de wereld ooit een zetje heeft gegeven, maar daar hebben wij niets
meer mee te maken. Als die houding gemeengoed wordt, dan zijn er voor de
vrijheid geen criteria meer, dan is alles mogelijk en geoorloofd. Daarom is het
ook zo belangrijk dat de Godsvraag weer een centrale plaats krijgt. Het gaat
niet om een willekeurige God, maar een God die ons kent,ons aanspreekt en iets met ons van doen heeft
en die dan ook onze Rechter is
5. Sociale
druk om te denken zoals iedereen: Maar het is werkelijk zo dat
concrete vormen van doen en denken als de enig rationele, en daarom enig
menselijke worden gepresenteerd. Daaruit volgt een dwingende druk op het
christendom; eerst wordt het geridiculiseerd, want het hangt een verkeerde,
valse manier van denken aan, en vervolgens wil men het , uit hoofde van die ene
vorm van rationalisatie, de levensruimte ontnemen Het is heel belangrijk dat
wij ons tegen de verabsolutering van een bepaald soort rationaliteit verzetten.
Want dit is niet de rationaliteit als zodanig, maar de inperking van de rede
tot de inzichten van de natuurwetenschap, en het buitensluiten van alles wat
daar bovenuit gaat
6.Het geloof in combinatie met de echte,
de goede moderniteit : Op welke punten kan en moet het geloof de vormen en
uitdrukkingen van de moderniteit aannemen, en waartegen moet het geloof verzet
bieden ? Die enorme worsteling is momenteel voelbaar in heel de wereld Het
belangrijkste is dat wij zorgen dat mensen God niet uit het oog verliezen, dat
zij weten welke schat zij bezitten. En dat zij vervolgens zelf , uit de kracht
van het eigen geloof, de confrontatie aangaan met secularisme en de scheiding
der geesten teweeg brengen. Precies dat enorme proces is de grote opdracht die
wij op dit moment hebben .
7. Over
de erfzonde: De mens is structureel door de erfzonde bepaald. Dat
het heidendom in hem telkens weer de kop opsteekt, is een ervaring van alle
tijden. De erfzonde bestaat echt. Steeds opnieuw laat de mens het geloof los,
dan heeft hij weer aan zichzelf genoeg, wordt hij een heiden in de diepste
betekenis van het woord. Maar ook zien wij steeds opnieuw God terug in de mens.
Dat is de worsteling van heel de geschiedenis. Zoals Augustinus zei : de
wereldgeschiedenis is een strijd tussen twee vormen van liefde : de
eigenliefde, die leidt naar de zelfvernietiging van de wereld, en de
naastenliefde, die leidt naar zelfverloochening
8. Een
nieuw concilie nodig? Wij hebben in
totaal meer dan 20 concilies gehad, en er komt zeker ooit weer een nieuw
concilie. Op dit moment zie ik de voorwaarden daarvoor niet vervuld. Naar mijn
mening is de bisschoppensynode in deze fase een goed instrument Op dit ogenblik
hebben wij vooral geestelijke bewegingen nodig Zij maken Gods aanwezigheid weer
tot het wezenlijke punt.
9. Steeds
actief zijn?Niet opgaan in
activisme betekent aandacht houden voor consideratie, voor omzichtigheid,
beschouwing, om je heen kijken, tijd houden voor innerlijke afweging, voor het
bezien van en omgaan met de dingen, met God en over God. Niet denken dat je
onophoudelijk moet werken, is belangrijk voor ieder mens, voor iedere manager
en met name voor de paus. Hij moet veel overlaten aan anderen, zodat hij
innerlijk overzicht houdt en de innerlijke concentratie waarin het wezenlijke
kan oplichten Het is niet goed om alleen maar dossiers door te werken. Ik lees
er zoveel mogelijk.
Bijvoegsel aan de Boodschap
van 25 juni
2012
10. Paus
: een superster?Moet je je wel
voortdurend blootstellen aan de massa en je als een superster laten bekijken?
Dat is de vraag. Anderzijds, mensen willen nu eenmaal graag de paus zien Zo
moet je het dan maar aanvaarden en de loftuitingen niet op jezelf betrekken als
een persoonlijk compliment.
11. Het
gevoel opgesloten te zitten , een ommetje willen maken? Dat doe ik niet. Maar dat ik nu niet meer
gewoon een uitstapje kan maken, vrienden kan bezoeken, of gewoon thuis zijn,
net als vroeger weer in mijn huis in Pentling verblijven is wel een
verlies.
12. Geloof
en rede. God heeft nu een professor tot paus gemaakt. Ik denk
dat Hij dat element van reflectie op de voorgrond wil hebben, en vooral het
zoeken naar eenheid tussen geloof en rede.
13. Benoemingen. Ik neem pas
beslissingen als ik anderen veelvuldig geraadpleegd heb. En ik denk dat het in
de afgelopen jaren toch gelukt is, een reeks goede benoemingen te doen Beslissend is of hij de kwaliteiten bezit
en of hij een spiritueel mens is, iemand die echt gelovigen vooral moedig is.
14. Verdraagzaamheid en
waarheid t.o.v. andere religies. Wat betekent tolerantie ?Hoe
verhouden waarheid en tolerantie zich tot elkaar ?En vervolgens in verband daarmee de vraag of
tolerantie ook het recht inhoudt van godsdienst te veranderen. Dat is moeilijk
te aanvaarden voor de islamitische gesprekspartners.Zij zeggen : wie in de waarheid is gekomen,
kan niet meer terug
15. Hogere
eisen van het mens-zijn? Wij moeten weer
beseffen dat het iets heel bijzonders is mens te zijn, een grote uitdaging.
Daar hoort niet bij dat je je gewoon maar op de stroom laat meevoeren. Net zo
min als een levensinstelling die alleen maar uit is op comfort of de idee dat
wellness het hoogst bereikbaar geluk is. Het moet weer voelbaar worden dat wij
hogere eisen willen stellen aan het mens-zijn, ja, dat pas daardoor een hogere
vorm van geluk toegankelijk wordt
16. Vernieuwde
en vroegere vorm liturgie. Ik heb de
vroegere vorm vooral beter toegankelijk willen maken, om de innerlijke
continuïteit van de Kerk door de tijd heen te behouden. Wij kunnen niet zeggen
: voeger was alles verkeerd, nu is alles goed. Want in een gemeenschap waarin
niets belangrijker is dan bidden en Eucharistie vieren, kan iets wat vroeger
het allerheiligste was, niet volstrekt verkeerd zijn. Het ging mij om de
verzoening met ons eigen verleden, om de innerlijke continuïteit van het geloven en bidden in
de Kerk
17. Het
persoonlijk voorkomen : Ik heb tegen
mijzelf gezegd : ik ben zoals ik ben. Ik probeer niet iemand anders te zijn.
Wat ik geven kan, geef ik, en wat ik niet geven kan, probeer ik ook niet te
geven. Ik probeer niet mezelf anders voor te doen dan ik ben. Ze hebben mij nu
gekozen daar hebben ook de kardinalen schuld aan en ik doe wat ik kan.
18.Reacties media opheffing excommunicatie bisschop
Williamson.
Hier is kennelijk ik heb het ook in mijn brief daarna opgeschreven
een vijandigheid aan het werk die op zulke dingen zit te wachten, en abrupt
opspringt om erop los te slaan zodra de gelegenheid zich aandient. Aan onze
kant is de fout gemaakt dat er niet genoegonderzoek en voorbereiding is gedaan voor deze zaak.
19.Een tijdperk van evangelisatie? Wij moeten afwachten wat wij aankunnen en
tot stand kunnen brengen. Maar dat wij met frisse energie opnieuw aan de wereld
het evangelie moeten verkondigen, zodat het de wereld innerlijk raakt,en dat wij daarvoor heel veel energie moeten
verzamelen, dat alles hoort bij het programma dat mij is toevertrouwd .
20. Wetenschap
zonder God? Tegenwoordig denkt de mens dat hij alles zelf kan wat
hij vroeger alleen van God verwachtte. Die manier van denken houdt hij voor
wetenschappelijk. Daarbinnen lijkt alles wat met geloof te maken heeft
archaïsch, mythisch, behorend bij een beschaving uit het verleden. Godsdienst,
de christelijke godsdienst in ieder geval, wordt beschouwd als een relict uit
het verleden. Al in de 18-de eeuw beweerde de Verlichting dat ooit ook de paus,
(de dalai lama van Europa), zou moeten verdwijnenDe Verlichting zou deze mythische
overblijfselen definitief wegwerken De mens zoektniet meer het mysterie, het goddelijke, maar
hij denkt dat de wetenschap alles wat wij nu nog niet begrijpen ooit zal
ontraadselen. Het is alleen een kwestie van tijd. Dan beheersen wij alles.
Wetenschappelijkheid wordt daardoor het allerhoogste criterium De andere kant
is dat de wetenschap nu ook tegen haar grenzen aanloopt. Veel wetenschappers
zeggen dat het geheel toch ergens vandaan moet komen, en dat we die vraag
opnieuw moeten stellen. Dat brengt een nieuwe openheid voor het religieuze
mee.
Bijvoegsel aan de Boodschap
van 25 juni
2012
21. Veel
theologen en priesters zijn zo vervreemd geraakt van de fundamenten,dat een katholiek profiel vaak nauwelijks nog
herkenbaar is. Wat is er fout gegaan? Wel, dat zijn de eigen ontbindende krachten in de
menselijke ziel. En de wens om bij het publiek in de smaak te vallen. Of om een
niemandsland te vinden, waar je alles nog vrij vorm kunt geven Het kan gaan in
de richting van
politiek moralisme, zoals het geval is in de bevrijdingstheologie en in andere
experimenten; het christendom moet zo weer relevant en actueel worden. En het kan gaan in de
richting van psychotherapie en wellness, en dan wordt godsdienst
geïdentificeerd met een algemeen gevoel van welbevinden. In al deze gevallen
wordt de kern van het geloof zelf weggelaten. Wat overblijft zijn zelf ontworpen
projecten, die tot op zekere hoogte levenswijsheid inhouden, maar die geen
overtuigende gemeenschap met God tot stand brengen, en ook de mensen onderling
niet blijvend met elkaar kunnen verbinden.
22. Kerkelijke
media nemen slogans over van kritiek op de Kerk. Bisschoppen volgen adviseurs,
die hen aanraden zich niet te scherp te profileren. Problematisch voor een
nieuwe evangelisatie? Al die verschijnselen kun je alleen maar betreuren we
moeten echt zorgen dat dat gaat veranderen Wat is echt wezenlijk, dat is de
vraag. Dat betekent dat wij steeds weer terugkeren naar het evangelie en de
woorden van het geloof.
23. Hetniet kunnen communiceren van
echtgescheidenen. U hebt gezegd datover
die regel intensiever moet worden nagedacht. Natuurlijk moet
dat gebeuren. Er zitten twee kanten aan. Enerzijds weten we dat de Heer zegt :
een huwelijk dat in geloof is gesloten, kan niet worden ontbonden. Die woorden kunnen
we niet manipuleren. We moeten ze zo laten - ook al staan ze haaks op de
moderne levenswijze De crisis die wij op dit punt doormaken in de zich langzaam
ontbindende Westerse samenleving, beperkt zich dus niet tot de Westerse wereld.
maar om het monogame huwelijk daarom maar op te geven, of de inzet voor deze
samenlevingsvorm te staken, zou tegen het evangelie zijn .
24. Seksuele
ethiek en resultaten van enquêtes. Men zegt dat tegenwoordig bijna geen vrouw
nog als maagd het huwelijk ingaat Resultaten van
enquêtes over hoe mensen levenen wat
ze doen zijn op zichzelf geen criterium voor wat waar is en juist Als je
seksualiteit en vruchtbaarheid radicaal van elkaar losmaakt en dat doet de
anticonceptiepil dan wordt seksualiteit iets triviaals. Alle vormen van
seksualiteit zijn vervolgens gelijkwaardig Wij zijn zondaars. Maar als onze
hoge moraal niet nageleefd wordt, moeten wij dat niet beschouwen als een
pleidooi tegen de waarheid. We moeten zoveel mogelijk het goede proberen te
doen .
25. Protestanten
en ontvangen van de Communie? Ook de wereldorthodoxie leert dat alleen wie in volle
gemeenschap met de Kerk leeft, de H. Communie kan ontvangen .De Eucharistie is
niet zomaar een sociaal ritueel, waar mensen elkaar vriendelijk bejegenen, maar
een uitdrukking van wie wij zijn in het hart van de Kerk .
26. Priesterlijk
ambt ook voor gehuwden? Dat de
bisschoppen in onze verwarrende tijd daarover nadenken, kan ik begrijpen. Maar
vervolgens is het moeilijk te bedenken, hoe die twee systemen naast elkaar
zouden moeten bestaan Het celibaat , iets dat alleen te realiseren en te geloven
is, als God bestaat, en als ik daardoor voor het Rijk Gods opkom. in die zin is
het celibaat een bijzonder teken
27. Jezus
zou vrouwen niet geroepen hebben tot het priesterschap, omdat dat tweeduizend
jaar geleden ondenkbaar was. Dat is onzin, want
de wereld van toen was vol priesteressen. Alle godsdiensten hadden hun
priesteressen. De formulering van Johannes Paulus II is erg belangrijk : de
Kerk heeft generlei volmacht om vrouwen te wijden. de Heer heeft de Kerk een
vorm gegeven...is constitutief. De Heer wil iets voor ons, en daar houden wij
ons aan, ook wanneer dat deze cultuur en deze beschaving moeite kost en
ingewikkeld is. Overigens vervullen vrouwen zoveel belangrijke en
betekenisvolle functies in de Kerk .
28. Homoseksualiteit. Het gaat om de innerlijke waarheid van de
seksualiteit in de opbouw van het mens-zijn. Als iemand diep gewortelde
homoseksuele neigingen heeft men weet tot op heden nog niet of ze aangeboren
zijn, of in de vroege kinderjaren zijn ontstaan als zij in de persoon macht
uitoefenen, dan is dat voor zo iemand een grote beproeving, zoals ook andere dingen een mens
geweldig kunnen beproeven. Maar
Bijvoegsel aan de Boodschap
van 25 juni
2012
dat betekent niet
dat homoseksualiteit daardoor moreel goed wordt. Het blijft iets dat haaks
staat op Gods oorspronkelijke bedoelingen .
29. Ook
waarheid bij andere godsdiensten? Je moet twee dingen zeggen; Enerzijds:
Christus is de Zoon van God en in Hem is de gehele waarheid over God
geconcentreerd zichtbaar. Anderzijds: er
zijn ook in andere godsdiensten veel soorten van waarheid zichtbaar, ze hebben
fragmenten van de waarheid, sprankjes van het grote licht in zich.
30. Creatief
zijn en de liturgie Niet wij doen
iets, niet wij tonen onze creativiteit en wat wij zoal tot stand kunnen
brengen. Liturgie is geen show, geen toneelopvoering, geen spektakel de Ander
blaast er het leven in. Dat moet duidelijk overkomen De mens presenteert in de
liturgie niet zichzelf maar ze moet altijd bevatten wat ons vanuit het geheel
van het geloof van de Kerk, het geheel van haar traditie en het geheel van haar
leven wordt aangereikt en niet aan de mode van de dag ontleend is
31. Jezus
aanwezigheid in de Eucharistie. Als het waar is
en dat geloven wij dat Christus werkelijk aanwezig is in de Eucharistie, is
dat de allerbelangrijkste gebeurtenis, ... van de hele wereldgeschiedenis, de
beslissende kracht, die veranderingen kan voortbrengen Ik deel nu de Communie
uit op de tong en de gelovigen knielen daarbij. Daarmee wil ik de eerbied
bevorderen en de werkelijke aanwezigheid van Christus benadrukken. Vooral ook
omdat bij massale bijeenkomsten die wij kennen in de Sint-Pieterskerk en op het
Sint-Pietersplein het risico van oppervlakkigheid groot is. Ik hoorde dat er
ook mensen zijn die de hostie dan bijvoorbeeld in hun portefeuille steken en
als een soort souvenir meenaar huis
nemen iedereen gaat naar voren, en daarom ga ik ook. In die context wilde ik
een duidelijk teken stellen. Mensen moeten weten dat hier iets bijzonders
gebeurt. Hier is de Heer, voor Wie je neerknielt. Opgelet! Het is niet alleen
maar een sociaal ritueel waaraan je al dan niet kunt deelnemen.
32. Betekenis
Mariaverschijning in Fatima. Het geloof
ontvouwt zich. En daar hoort ook bij dat de Moeder Gods steeds sterker
binnentreedt in de wereld om ons de weg te wijzen, als licht dat van God
uitstraalt, als de Moeder door wie wij vertrouwd worden met de Zoon en de
Vader. Zo geeft God ons tekenen, zelfs in de 20-ste eeuw.
33. Betekenis
van het Jezusboek door de paus geschreven als collega-theoloog. Het is geen boek dat
uitgegeven is door het leergezag Ik wilde proberen een exegese, een
Schriftuitleg te ontwerpen, die niet vertrekt vanuit een positivistisch
historisme, maar die het geloof laat wegen in de exegese. Dat is in het huidige exegetisch
landschap natuurlijk enorm riskant Dat er in de mens Jezus Hij is echt mens
meer dan een mens aanwezig is. Niet een mens aan wie het goddelijke geleidelijk
is toegevoegd dankzij latere mythevorming- nee, in zijn persoon is al meteen
bij de eerste ontmoetingen en overleveringen iets te zien geweest dat alle
verwachtingen overtrof ik wilde laten zien dat de Jezus in wie wij geloven, ook
echt de historische Jezus is, en dat de figuur die de evangeliën ons schilderen,
veel realistischer en geloofwaardiger is dan de vele andere Jezusfiguren, die
ons steeds weer worden voorgehouden.
34. Waarom
wordt er in de verkondiging zo opvallend gezwegen over eschatologische themas(hel, vagevuur, antichrist, vervolging van de
Kerk in de eindtijd, wederkomst van de Heer)? Dat is een heel serieuze kwestie. Inderdaad
is onze verkondiging heel eenzijdig, ze is voornamelijk gericht op het
verbeteren van deze wereld, en de echt betere wereld wordt nauwelijks nog
genoemd. Op dit punt moeten wij ons geweten onderzoeken Die laatste dingen zijn
voor de moderne mens moeilijk te verteren. Ze lijken onwerkelijk. Liever hebben
de mensen concrete antwoorden, die de nood van het heden verlichten Er zal echt
een laatste oordeel plaatshebben. Eerst komt het in de vorm van een, laten we
zeggen, voorlaatste oordeel, een oordeel op het moment dat de mens doodgaat er
vindt werkelijk een oordeel plaats, de mensheid wordt opgedeeld, de
mogelijkheid van verwerping bestaat ook, de dingen zijn niet om het even.
Mensen denken tegenwoordig dat het niet zo een vaart zal lopen. Zo kan God toch
niet zijn. Maar nee: God neemt ons serieus. Het kwaad bestaat, en waar het nog
bestaat moet het veroordeeld worden Op eigen kracht kan de mens de geschiedenis
niet de baas Die krachten kunnen enkel voortkomen uit een ontmoeting met God.
Die morele krachten bieden weerstand. In die zin hebben wij God nodig, de
Ander, die ons helpt te zijn wat we uit onszelf niet kunnen zijn...Daar gaat
het om. Dat wij God waardig worden, en zo in het ware, eeuwige leven kunnen
binnengaan.
Paus Benedictus XVI. DOET DE KINDERDOOP DE VRIJHEID GEWELD AAN? ((13 juni 2012))
Paus Benedictus XVI.
DOET DE KINDERDOOP DE VRIJHEID GEWELD AAN?((13
juni 2012))
Doet de kinderdoop de vrijheid geweld aan? vraagt Paus Benedictus
XVI zich af: in tegendeel, hij is een anticipatie op de zin van het leven en
daardoor rechtvaardigt hij de gave van het leven.
Aan het slot van
zijn lange overweging over het doopsel, bij de opening van het Kerkelijk
Congres van het bisdom Rome, bleef Paus Benedictus XVI staan bij de vraag over
de kinderdoop.
Dit doopsel stelt
twee veel voorkomende vragen: Is de kinderdoop goed of zou het beter zijn
eerst het catechumenaat te volgen om te komen tot een doopsel dat goed begrepen
wordt? en Kunnen wij aan ons kind de godsdienst opleggen die het moet volgen
of niet? moeten wij het kind dat niet zelf laten kiezen?
Deze vragen tonen
volgens de Paus dat het christelijk geloof niet meer gezien wordt als het
nieuwe, het ware leven maar als een keuze tussen andere en zelfs een last
die men niet zou mogen opleggen zonder goedkeuring van de betrokkene.
Nochtans is de werkelijkheid
anders: het leven zelf wordt ons gegeven zonder dat wij konden kiezen of we
al of niet willen leven, inderdaad nooit werd aan iemand gevraagd: wilt ge
geboren worden of niet?.
Het leven zelf
wordt ons noodzakelijkerwijze gegeven zonder onze voorafgaande toestemming, het
wordt ons gegeven en wij kunnen niet vooraf beslissen of ik al of niet wil
leven.
Voor Paus Benedictus
XVI is de echte vraag dus: Is het juist in deze wereld het leven te geven
zonder toestemming gekregen te hebben wilt ge al of niet leven? Kan men
werkelijk het leven anticiperen, het leven geven zonder dat de betrokkene de
mogelijkheid had om te beslissen?
De gave van het
leven is mogelijk en juist alleen wanneer met het leven ook de waarborg
(gegeven wordt) dat het leven met al de problemen die de wereld kent, goed is,
dat het goed is te leven, dat dit leven goed is, dat het door God beschermd
wordt en dat het een echt geschenk is.
Trouwens, alleen de
anticipatie van de zin rechtvaardigt de anticipatie van het leven.
Daarom
rechtvaardigt (het doopsel) ook de anticipatie van het leven als waarborg van
het goede dat van God komt want het is de anticipatie van de zin, van het
ja van God die dit leven beschermt.
Zo is kinderdoop
niet tegen de vrijheid, integendeel de kinderdoop is noodzakelijk om ook de
gave van het leven te rechtvaardigen die anders betwistbaar zou zijn.
Alleen het leven dat in Gods hand ligt, in de handen van Christus, en
ondergedompeld wordt in de naam van de drie-ene God, is een goed dat zekerheid
biedt en dat men zonder scrupule kan geven.
De uitdaging voor de
gedoopte is dan in overeenstemming met deze gave te leven, werkelijk een
weg-na-de-doop te gaan, zowel de verzakingen als het ja aan God en zo goed
te leven.
Vert. Sorores Christi
Rome (ZENIT.org)
VATICAAN MAAKT HET PROGRAMMA JAAR VAN HET GELOOF BEKEND.
VATICAAN MAAKT HET PROGRAMMA
JAAR VAN HET GELOOF BEKEND
ROME (RKnieuws.net) - Rome heeft het programma
van het Jaar van het geloof bekendgemaakt dat van 11 oktober 2012 tot 24
november 2013 in
de ganse Kerk plaatsvindt. Paus Benedictus XVI kondigde het initiatief al op 11
oktober 2011 aan in zijn apostolische brief Porta Fidei. Met dit initiatief wil
de paus de gelovigen de gelegenheid bieden hun geloof te verdiepen, één van de
doelstellingen van zijn pontificaat.
Bij de
voorstelling van het programma zei Mgr. Rino Fisichella, voorzitter van de
pauselijke raad voor de nieuwe evangelisatie, dat we een algemene crisis
meemaken die ook het geloof raakt. Hij zei ook dat er een internetsite en een
gsm-applicatie komt om de manifestaties die in het kader van het Jaar van het
geloof plaatsvinden aan te kondigen.
De officiële
opening van het Jaar van het geloof vindt op donderdag 11 oktober in de
Sint-Pietersbasiliek in Rome plaats en valt samen met de 50ste verjaardag van
de opening van Vaticanum II. Dit samenvallen is een bewuste strategische keuze
van Benedictus XVI. Alle deelnemers van de synode over de nieuwe evangelisatie
en alle concilievaders die nog in leven zijn zullen de openingsplechtigheid
bijwonen.
Eén van de objectieven van het
Jaar van het geloof is van het Credo een dagelijks gebed te maken. Op 21
oktober zullen zes martelaren en belijders van het geloof, afkomstig uit de
vijf continenten, in Rome heilig verklaard worden. Op 25 januari 2013 komt er
in de Romeinse basiliek Sint-Paulus-buiten-de muren een grote oecumenische
viering. Op 2 juni 2013 Sacramentsdag zal
er in alle kathedralen en kerken ter wereld gelijktijdig stille eucharistische
aanbidding worden gehouden.
GEBED VOOR DE PRIESTERS.
GEBED VOOR DE PRIESTERS
Marthe Robin (Van wie het zaligverklaringsproces bezig
is) bad als volgt: O mijn God, houd alle priesters op Uw heilige weg, laat
niet toe dat de verleidingen van de wereld en de verlangens van het vlees ook
maar de minste aantrekking zouden hebben op hen. Maak dat ze allen meer en meer
apostelen zouden zijn, meer onwrikbaar in hun geloof, trouw aan hun bediening
en dat uw aanbiddelijke Wil steeds ten volle in hen zou verwezenlijkt worden. ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Lieve Gospa, U bent de
Moeder van de Hogepriester bij uitstek. Leg in ons hart dezelfde liefde die in
uw hart brandt voor uw uitverkoren zonen. Verander elke veroordeling in
voorspraak en elk wantrouwen in barmhartigheid!
VACANTIE EN HET POTLOOD.
Veel van onze mensen houden binnenkort
hun jaarlijkse vakantie. Niet alleen onze kinderen maar ook onze werkende
mensen en onze gepensioneerden. De vakantietijd is voor bijna iedereen een tijd
die anders is dan anders. Voor velen is het niet alleen een tijd om wat uit te
blazen en het wat rustiger aan te doen. De rust en het anders zijn van de tijd
laat mensen ook even stilstaan bij de grote lijnen van het leven. Niet voor
niets worden na een vakantietijd soms heel ingrijpende beslissingen genomen. De
tijd van rust laat mensen gemakkelijker de vraag stellen: Waar zijn we in ons
leven mee bezig ? Zie ik de grote lijnen van mijn leven nog ? Is er
voldoende aandacht voor mijn band met God, met mijn medemensen en met mijn
eigen ik ? Een eerlijk antwoord daarop laat mensen wel eens, na een
vakantietijd, een heel andere richting uitgaan in hun leven. Als ik iets aan
mijn parochianen zou mogen wensen als vrucht van hun vakantietijd is het dat
wel: kijk eens naar de grote lijnen van je leven voor je weer de drukte van het
werkjaar ingaat !
Een mooi verhaal wat ik daarbij ter
overweging wil meegeven is het verhaal van het jongetje die naar zijn oma keek
die een brief aan het schrijven was. Op een gegeven moment vroeg hij: Oma,
schrijf je een verhaaltje over wat wij samen hebben meegemaakt? Of schrijf je
misschien een verhaaltje over mij? Zijn oma stopte met haar brief, glimlachte,
en zei: Ik schrijf inderdaad over jou. Maar belangrijker dan de woordjes die
ik schrijf, is het potlood waarmee ik schrijf. Ik zou willen dat je later, als
je groot bent, net zoals dit potlood wordt. Het jongetje keek nieuwsgierig
naar het potlood, maar kon niets bijzonders ontdekken. Maar het is gewoon maar
een potlood! Het is maar hoe je er naar kijkt. Het potlood heeft vijf
bijzondere
dingen die jou - maar dan moet je ze
wel onthouden- tot iemand zullen maken die altijd in vrede met de wereld zal
leven ...
Ten eerste: Je zult misschien
grootse daden verrichten, maar je mag nooit vergeten dat er een hand is die jou
leidt. Deze hand noemen we God, en Hij zal je altijd leiden volgens Zijn Wil.
Ten tweede: Af en toe moet je
stoppen met schrijven, om de punt te slijpen. Daardoor heeft het potlood een
beetje pijn, maar het wordt er wel scherper van. Dus moet je wat pijn kunnen
verdragen, het maakt je tot een beter mens.
Ten derde: Als je met een
potlood schrijft, kun je altijd uitgummen wat je fout schreef. Corrigeren wat
we gedaan hebben is niet slecht, maar belangrijk, om rechtvaardig door het
leven te kunnen gaan.
Ten vierde: Het belangrijkste
van het potlood is niet het hout of de buitenkant, maar het grafiet dat erin
zit. Dus wees steeds bezorgd om wat er binnen in je gebeurt.
Ten slotte, het vijfde wat een potlood
bijzonder maakt: het laat altijd een spoor na. Besef goed dat alles wat je in
je leven doet, sporen zal achterlaten en probeer je daar bewust van te zijn.
Hoe is het met ons levenspotlood ? Maak er dit jaar een
mooie vakantietijd van !
Gebed voor hen die het scapulier dragen van onze Moeder Maria van de Berg Karmel.
Gebed
voor hen die het scapulier dragen
van onze
Moeder Maria van de Berg Karmel
Maria, Koningin en Moeder
van Karmel, Gij beschermt op een bijzondere wijze allen die uw heilig scapulier
dragen: neem ook mij onder uw moederlijke bescherming. Ik wijd mij geheel aan U
toe, en ik zal altijd uw heilig scapulier dragen, om telkens opnieuw mijzelf
eraan te herinneren, dat ik U ben toegewijd en als uw toegewijd kind wil
leven. Help mij door uw machtige voorspraak, om vroom, eenvoudig, liefdevol en
zuiver te leven en sta mij bij in het uur van mijn sterven. Amen.
DE TWAALF BELOFTEN. Van het Heilig Hart aan allen die het Heilig HART vereren.
DE TWAALF BELOFTEN
Van hetHeilig
Hart aan allen die het HeiligHART
vereren.
1. Ik zal hun alle genaden schenkendie zij in hun staat nodig hebben.
2. Ik zal vrede
brengen in hun huisgezinnen.
3. Ik zal hen
troosten in hun kwellingen.
4. Ik zal hun een
zekere toevlucht zijn in het leven en vooral bij de dood.
5. Ik zal
overvloedige zegen uitstorten over al hun ondernemingen.
6. De zondaars
zullen in mijn Hart de bron en een eindeloze oceaan van barmhartigheidvinden.
7. De lauwe zielen
zullen vurig worden.
8. De ijverige
zullen spoedig tot hoge volmaaktheid komen.
9. Ik zal de
plaatsen zegenen, waar de beeltenis van mijn Hart uitgesteld en vereerd wordt.
10. Aan allen, die
werken aan het heil der zielen zal ik degave schenken, de meest versteendeharten te treffen.
11. Zij, die deze
godsvrucht verspreiden,zullen hun naam
in mijn Hart schrijven en er nooit worden uitgewist.
12. Ik beloof u, in
de overmatige barmhartigheid van mijn
Hart dat mijn almachtige liefde aan allen die negen maanden achtereen de
eerste vrijdag te communie gaan de genade der eindboetvaardigheid zal
geven, dat zij niet in mijn ongenade zullen sterven, noch zonder hun
Sacramenten te ontvangen, en dat mijn Hart hun tot veilige schuilplaats zal
strekken in dit laatste uur.
LITANIE TOT HET HEILIG HART VAN JEZUS (goedgekeurd door paus Leo XIII)
Heer, ontferm U over ons
Christus, ontferm U over ons
Heer, ontferm U over ons
Christus, aanhoor ons
Christus, verhoor ons
God, hemelse Vader, ontferm U
over ons
God Zoon, Verlosser van de
wereld, ontferm U over ons
God, Heilige Geest, ontferm U
over ons
Heilige Drievuldigheid, één
God, ontferm U over ons
Hart van Jezus, de Zoon van de
eeuwige Vader, ontferm U over ons
Hart van Jezus, door de
Heilige Geest in de schoot van de Moedermaagd gevormd, ontferm U over ons
Hart van Jezus, wezenlijk
verenigd met het Woord van God, ontferm U over ons
Hart van Jezus, oneindige
majesteit, ontferm U over ons
Hart van Jezus, heilige tempel
van God, ontferm U over ons
Hart van Jezus, woontent van
de Allerhoogste, ontferm U over ons
Hart van Jezus, huis van God
en poort van de hemel, ontferm U over ons
Hart van Jezus, gloeiende oven
van liefde, ontferm U over ons
Hart van Jezus, schatkamer van
gerechtigheid en van liefde, ontferm U over ons
Hart van Jezus, vol goedheid
en liefde, ontferm U over ons
Hart van Jezus, peilloze
diepte van alle deugden, ontferm U over ons
Hart van Jezus, alle
lofprijzingen overwaardig, ontferm U over ons
Hart van Jezus, Koning en
middelpunt van alle harten, ontferm U over ons
Hart van Jezus, waarin alle
schatten zijn van wijsheid en van wetenschap, ontferm U over ons
Hart van Jezus, waarin de
Godheid in alle volheid woont, ontferm U over ons
Hart van Jezus, waarin de
Vader zijn welbehagen heeft gesteld, ontferm U over ons
Hart van Jezus, dat ons allen
deelgenoot hebt gemaakt van uw oneindige rijkdom, ontferm U over ons
Hart van Jezus, verlangen van
de eeuwige heuvelen, ontferm U over ons
Hart van Jezus, geduldig en
groot in barmhartigheid, ontferm U over ons
Hart van Jezus, mild voor
allen, die U aanroepen, ontferm U over ons
Hart van Jezus, bron van leven
en van heiligheid, ontferm U over ons
Hart van Jezus, verzoening
voor onze zonden, ontferm U over ons
Hart van Jezus, van versmading
verzadigd, ontferm U over ons
Hart van Jezus, om onze
misdaden gebroken, ontferm U over ons
Hart van Jezus, gehoorzaam
geworden tot de dood, ontferm U over ons
Hart van Jezus, met een lans
doorstoken, ontferm U over ons
Hart van Jezus, bron van alle
troost, ontferm U over ons
Hart van Jezus, ons leven en
onze verrijzenis, ontferm U over ons
Hart van Jezus, onze vrede en
onze verzoening, ontferm U over ons
Hart van Jezus, slachtoffer
voor de zondaars, ontferm U over ons
Hart van Jezus, heil van hen,
die op U hopen, ontferm U over ons
Hart van Jezus, hoop van hen,
die in U sterven, ontferm U over ons
Hart van Jezus, hoogste
vreugde van alle heiligen, ontferm U over ons
Lam Gods, dat de zonden van de
wereld wegneemt, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat de zonden van de
wereld wegneemt, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat de zonden van de
wereld wegneemt, ontferm U over ons.
Jezus, zachtmoedig en nederig
van Hart, Maak ons hart gelijkvormig aan uw Hart.
Laat ons bidden. Almachtige,
eeuwige God, sla uw blikken op het Hart van uw zeer beminde Zoon en op de
lofprijzingen en voldoeningen, die Hij U heeft gebracht in naam van de
zondaars. Laat U verzoenen en schenk vergiffenis aan ben, die uw barmhartigheid
afsmeken, in de Naam van dezelfde Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en
heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.
AKTE VAN TOEWIJDING AAN HET HEILIG HART VAN JEZUS.
Opgesteld door de Heilige Margaretha-Maria Alacoque.
Ik,
................................ schenk mij aan het Heilig Hart van Onze Heer
Jezus Christus, en wijd Hem toe mijn persoon en mijn leven, mijn werken en
moeilijkheden, mijn lijden en mijn smarten, zodat ik mij van geen enkel deel
van mijn wezen meer wil bedienen, tenzij om Hem te eren, te beminnen, en te
verheerlijken. Mijn onwederroepelijke wil is geheel aan Hem toe te behoren, en
alles te doen uit liefde tot Hem, uit ganser harte verzaken aan alles wat Hem
zou kunnen mishagen. Derhalve neem ik U, o Allerheiligst Hart, tot enig
voorwerp van mijn liefde, tot beschermer van mijn leven, tot verzekering van
mijn zaligheid, tot geneesmiddel van mijn krankheid en onstandvastigheid, tot
hersteller van al de missstappen van mijn leven, en tot veilig toevluchtsoord
in het uur van mijn dood.
Wees daarom, o Hart
vol van goedheid, mijn rechtvaardiging bij God de Vader, en wend van mij af de
slagen van zijn rechtmatige gramschap. O Hart vol liefde, op U stel ik al mijn
vertrouwen; want ik vrees alles van mijn boosaardigheid en zwakheid, maar ik
verhoop alles van uw goedheid en liefde.
Vernietig dan in
mij, alles wat U kan mishagen of weerstand bieden; dat uw zuivere liefde zo
diep in mijn hart zou worden gedrukt, dat ik U nimmer kan vergeten, noch van U
gescheiden worden.Ik smeek u, door uw
oneindige goedheid, maak dat mijn naam in uw Hart geschreven sta; want ik wil
al mijn geluk en geheel mijn roem stellen, in het leven en in hetsterven als de ootmoedigste dienaarvan uw Heilig Hart. Amen.