Foto
TOESPRAAK VAN PATER PETAR
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7
  • Deel 8
  • Deel 9
  • Foto
    Foto
    Het  logo  van  het  Bisdom  Gent  van  MG.  Van  Looy
     
    Origen
    Quantcast
    Met hulp en medewerking van John Pont is dit blog gemaakt
    HOUD UW LAMPEN BRANDEND.
         Image and video hosting by TinyPic
    For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
     2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt
    Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois
    Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Wonder

    11-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.The Medjugorje Message.
    http://www.crownofstars.blogspot.nl/

    Klik hierboven.

    Zie dit prachtig stuk van Prof. Pater Dugandic.

    Vanwege Leny Rutgers - Naaykens.





    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Feest van Sint-Benedictus, Patroon van Europa.

     

    AVE MARIA.

    Abbaye Saint-Joseph de Clairval
    21150 Flavigny sur Ozerain
    France.
    email :
    abdij@clairval.com


    Brief van 11 juli 2012,
    feest van Sint-Benedictus, Patroon van Europa

    Dierbare Vrienden,


    «Het priesterschap is de liefde van het Hart van Jezus», was de heilige pastoor van Ars gewoon te zeggen. «Deze ontroerende uitdrukking stelt ons in staat voor alles met liefde en erkentelijkheid gewag te maken van het groot geschenk dat de priesters zijn, niet alleen voor de Kerk, maar ook voor de mensheid zelf», schreef Benedictus XVI. Om deze erkentelijkheid te vergemakkelijken nodigde de Heilige Vader ons uit onze blik te richten op de vele prachtige priesterfiguren: «Wat voor de Kerk vooral van nut kan zijn is niet zozeer het nauwgezet openbaar maken van de zwakheden van haar dienaren, maar een hernieuwd en blijmoedig bewustzijn van de grootheid van Gods gave in de concrete vorm van schitterende figuren van grootmoedige herders, van religieuzen die branden van liefde voor God en voor de zielen en van verlichte en geduldige geestelijke leidsmannen» (16 juni 2009). Heilige Giovanni Battista de Rossi is een van die heilige priesters die Christus aan zijn Kerk heeft gegeven.
    Giovanni Battista de Rossi, negende en laatste kind van een eenvoudig gezin, werd geboren op 22 februari 1698, in Voltaggio (Ligure, Italië). Een van zijn ooms is capucijner monnik in Rome, en een van zijn neven, Lorenzo de Rossi, kanunnik van de Santa Maria in Cosmedine, een van de mooiste kerken van Rome. Na een verblijf van drie jaar als page in een adellijke familie van Genua, gaat Giovanni Battista naar Rome waar zijn oom kanunnik hem inschrijft in het Romeins College van de paters jezuïeten. De jongeman is een briljant student en valt ook op door zijn actieve godsvrucht. Zijn beminnelijkheid, zijn manier de dingen vriendelijk te zeggen en een zekere blijmoedigheid maken dat de jongens alles van hem accepteren: hij zet ze aan te gaan bidden of arme zieken te bezoeken. Wanneer zijn vader vroegtijdig komt te overlijden, in 1710, wenst zijn familie dat hij naar huis komt om de leiding over de familiezaken op zich te nemen, maar hij kiest ervoor zijn filosofie- en theologiestudie aan het Romeins College voort te zetten want hij merkt dat hij priesterroeping heeft.


    De liefde die transformeert


    Het ascetisch leven dat hij leidt is intens, maar het ontbreekt hem aan leiding van een wijs man en langzaamaan begint hij zwijgzaam en gesloten te worden; degenen met wie hij vroeger graag veel omging verwijderen zich van hem. Op een dag, wanneer hij in de jezuïetenkerk de mis bijwoont valt hij flauw. De buitensporige penitentie die hij zich oplegt, vooral op het gebied van voeding, hebben zijn gezondheid ernstig ondermijnd en deze zal voortaan zwak blijven: hij lijdt aan maagpijnen en aanvallen van epilepsie. Hij kan zijn studie niet meer met regelmaat voortzetten. Hij zal later begrijpen dat de liefde en niet de buitensporige verstervingen de harten transformeert. «Leer van mijn ervaring, geeft hij seminaristen als raad, dat je niet blindelings moet vertrouwen op eigen oordeel, maar de raad moet inwinnen van een biechtvader alvorens aan een bepaalde oefening te beginnen». Bewust van zijn intellectuele vermogens zal hij in deze beproeving een fijngevoelige attentie zien van God om hem af te brengen van de hoogmoed die hem parten was gaan spelen toen hij aan de hogere studies begon. Hij zal bescheiden opmerken: «Als ik in mijn academische successen niet was tegengehouden zou ik ook zijn bezweken voor de verleiding van de hoogmoed en de ambitie.» Giovanni Battista gebruikt de krachten die hem resten om de lessen van de paters dominicanen te volgen, lessen waarin de leer van de heilige Thomas van Aquino centraal staan, waarvan hij de smaak te pakken krijgt en die hij zijn leven lang aan seminaristen zal aanbevelen.
    Hij wordt op 8 maart 1721, met leeftijdsdispensatie, priester gewijd. Zijn eerste wens is zelf de weg naar heiligheid te bewandelen alvorens te proberen er anderen mee naar toe te trekken. Iedere ochtend als hij opstaat, zit hij een uur te mediteren waarbij hij voornamelijk steunt op het Evangelie en vervolgens beveelt hij God zijn werk en de noden van de zielen aan. ’s Avonds besteedt hij nog een half uur aan stil gebed dat voornamelijk op het leven van de heiligen is gebaseerd. Hij beoefent met ijver het breviergebed en moedigt zijn confraters aan dit niet uit te stellen tot de vrije tijd aanbreekt, maar de verschillende officies zoveel als mogelijk te bidden op de uren die daarvoor zijn aangewezen. Wanneer hij kanunnik wordt zal hij blijk geven van grote trouw aan het koorgebed van het Heilig Officie.
    «Een fundamentele prioriteit in het bestaan van een priester is het verkeer met Onze-Lieve-Heer. Dat wil zeggen tijd hebben voor gebed. Heilige Carolus Borromeus zei altijd: “Je zal niet voor de ziel van anderen kunnen zorgen als je die van jezelf laat verkommeren. Uiteindelijk zal je niets meer doen, zelfs voor de anderen niet. Je moet tijd voor jezelf hebben om bij God te verkeren.” Ik zou dus het volgende willen benadrukken: hoe groot het aantal verplichtingen dat zich ophoopt ook moge zijn, de ware prioriteit blijft iedere dag een uur, zou ik zeggen, de tijd vinden om in stilte voor en bij de Heer door te brengen, zoals de Kerk ons dat voorstelt te doen met het brevier, met de gebeden van de dag, om aldus onszelf altijd opnieuw innerlijk te verrijken, om terug te keren binnen de straal waarin de Heilige Geest waait» (Benedictus XVI, 6 augustus 2008). Deze oordelen over het gebed zijn nuttig voor alle gelovigen, zoals Benedictus XVI er de jongeren aan herinnerde tijdens zijn reis door het Verenigd Koninkrijk (18 september 2010): «Iedere dag moeten we kiezen voor de liefde en daarvoor hebben we hulp nodig, hulp die van Christus komt, van het gebed en de wijsheid die we vinden in zijn Woord, en van de genade die Hij ons verleent in de sacramenten van zijn Kerk. Dit is de boodschap die ik vandaag met jullie wens te delen. Ik nodig jullie uit elke dag in jullie harten te zoeken naar de bron van de waarachtige liefde. Jezus is altijd daar en wacht stil af tot wij bij Hem komen en naar zijn stem luisteren. In de intimiteit van jullie harten roept Hij jullie om met Hem tijd door te brengen in gebed. Maar dit soort van gebed, het ware gebed, vereist discipline, zij veronderstelt dat wij dagelijks momenten van stilte weten te creëren...»


    Dichtbij de schaap- en de koeherders


    De ijver van de eerwaarde Giovanni Battista de Rossi voor de zielen is aanzienlijk toegenomen sinds hij tot priester is gewijd. Tweemaal per week gaat hij naar het Forum waar de schaap- en de koeherders bijeenkomen die de beesten naar de markt brengen. Met goedheid en geduld onderricht hij hen in de geheimen van het geloof. Het hospies van Santa Galla is eveneens een gunstig terrein voor de ontplooiing van zijn ijver die dateert van 1650 ten gunste van de armen en om eenieder een dak aan te bieden die er geen heeft, is hij ook de spil van een vrome unie van geestelijken die zich wijden aan de opvang van verlaten kinderen om die te onderrichten in de christelijke leer. Dit werk wordt weldra zijn lievelingswerk. Hij zal er zich negenenveertig jaar met hart en ziel voor inzetten. Na raadpleging van zijn biechtvader, pater Galuzzi, jezuïet, en na langdurig gebed, richt hij een soortgelijk hospies op voor de opvang van arme vrouwen die nog meer gevaar lopen wanneer ze onbeschermd op straat blijven. Uit bescheidenheid laat hij de titel van officieel directeur van het huis over aan pater Galuzzi en belast zichzelf met de geestelijke en wereldse taken.
    Ter herinnering aan de pijnen die Onze-Lieve-Heer in de gevangenis te verduren heeft gehad in de Lijdensweek, gaat hij op bezoek bij de gedetineerden. Wanneer men hem vragen stelt over zijn motivatie, antwoordt hij: «Ik doe dit om ze uit de innerlijke hel te halen waar ze in zitten; wanneer hun geweten eenmaal is verlicht, wordt het verdriet gevangen te zitten lichter te aanvaarden en komen ze op die manier zover dat ze dat verdriet verdragen ter vergeving van hun zonden.» Voor de vrouwelijke gevangenen krijgt hij gedaan dat er voor hen een speciale afdeling komt die wordt beheerd door vrome, liefdadige vrouwen.
    «De priester neemt als Christus de menselijke ellende in zich op, draagt haar met Zich mee, gaat naar de lijdende mensen toe, zorgt voor hen, en niet alleen uiterlijk, maar hij belast zich ook met hun innerlijk, neemt in zich zelf het “lijden” van zijn tijd, van zijn parochie en van de personen die hem zijn toevertrouwd op» (Benedictus XVI tegenover de geestelijkheid van Rome, 18 februari 2010).


    Een zeer waardevolle gave


    «Een goede herder, zo zei de pastoor van Ars, een herder naar het Hart van God, dat is de grootste schat die de Goede God een parochie kan geven en een van de waardevolste gaven van de goddelijke barmhartigheid.» Als het priesterschap een van de kostbaarste gaven van de goddelijke barmhartigheid is, vraagt het in ruil om steun van de kant van de gelovigen, zoals de eerbiedwaardige Paus Johannes Paulus II benadrukte: «De hulp die de verschillende leden van de Kerk elkaar bieden is bijzonder belangrijk... Het is een hulp die het mysterie van de Kerk, Moeder en Opvoedster, openbaart en tegelijk verwerkelijkt. De priesters en religieuzen moeten de lekengelovigen helpen bij hun vorming... De lekengelovigen zelf kunnen en moeten op hun beurt de priesters en de religieuzen helpen op hun geestelijke en pastorale weg» (apostolische exhortatie Christifideles laici, n. 61, 30 december 1988). Opdat deze hulp vruchtbaar en wijs zou wezen is het van belang dat de gelovigen een juiste voorstelling hebben van het priesterambt zoals dat onder de heilige priesters die de Kerk ons als voorbeeld geeft tot uiting komt.
    In 1737 overlijdt don Lorenzo en Giovanni Battista erft zijn plaats als kanunnik, maar aanvaardt die slechts op bevel van zijn biechtvader. Hij verkoopt het luxueus huis van zijn neef en verdeelt de opbrengst ervan onder de armen en vervolgens vestigt hij zich in de buurt van de kerk op een soort van zolder die van de communauteit is, met de bedoeling beter te kunnen deelnemen aan het koorofficie en de verplichtingen van zijn ambt beter te kunnen nakomen. In de kerk bevindt zich een wonderdadige afbeelding van de Heilige Maagd voor wie Giovanni Battista een grote devotie koestert; hij draagt er altijd een reproductie van bij zich. Onder zijn invloed voegen de kanunniken aan hun Officie de litaniegezangen voor de Heilige Maagd toe. Hij houdt ook veel van het rozenkransgebed en hij verspreidt het gebruik driemaal het “Weesgegroet” te bidden, ’s ochtends en ’s avonds, in de hoop de uiteindelijke volharding te verkrijgen. Deze devotie levert verrassende resultaten en authentieke bekeringen op.
    In 1739 suggereert een vriend van hem dat hij meer goed zou kunnen doen als hij werd gemachtigd de biecht af te nemen van hen die op het appel ontbreken. Hij sputtert een tijd tegen, met alle argumenten die blijk geven van zijn nederigheid, maar uiteindelijk geeft hij toe op aandrang van een bisschop bij wie hij na een ziekbed is gaan aansterken. Voorzien van deze goddelijke machtiging wordt hij alleen nog maar actiever. ’s Morgens begint de Mis met vertraging doordat hij eerst alle boetelingen die zich melden wil hebben gehoord, al moet hij soms nuchter blijven tot het middaguur. ’s Avonds gaat hij gewoon door met biechthoren. Soms voert deze bediening hem naar gevangenissen of ziekenhuizen, op zoek naar hen die het meest zijn verlaten. Hij wordt zozeer gezocht en in beslag genomen door de boetelingen dat Paus Clemens XII hem vrijstelt van zijn koorverplichtingen wanneer hij moet biechthoren. Benedictus XIV zal deze vrijstelling bevestigen en haar altijddurend maken. Deze vrijstelling wordt de aanleiding van een pijnlijke vervolging: een uitgesproken zure kanunnik beweert overal dat deze door bedrog is verkregen, dat het een grof schandaal is dat de regelmatige aanwezigheid in het koor, eerste canonieke plicht, verstoort. De heilige is er ziek van, maar zal zijn criticaster altijd liefdevol blijven bejegenen. Korte tijd later wordt de criticaster op zijn beurt ziek. Giovanni Battista brengt hem een paar keer een bezoek en bereikt dat hij te zijnen aanzien van mening verandert; de zieke vraagt hem zelfs zijn geestelijke leidsman te worden en sterft een vredige dood.


    De meest directe weg


    In de biecht legt hij een grote zachtmoedigheid aan de  dag, want hij is van oordeel dat dit een belangrijke voorwaarde is, wil de boeteling niet aarzelen oprecht al zijn zonden te biechten. «Voorheen wist ik niet wat de meest directe weg naar de hemel was, maar nu ben ik ervan overtuigd dat een goede biecht die weg is», zal hij eens verklaren. In dezelfde geest zal Paus Johannes Paulus II tegenover jonge priesters verklaren: «Het sacrament van vergeving is noodzakelijk voor diepgaande gemeenschap met God... Wij zullen nooit heilig genoeg zijn om deze sacramentele zuivering niet meer nodig te hebben... Van biecht tot biecht zal de boeteling steeds diepgaander de gemeenschap met Onze Lieve en Barmhartige Heer ervaren, tot aan volledige identificatie met Hem toe» (28 maart 2004). In wanhopige gevallen doen de andere biechtvaders een beroep op Giovanni Battista de Rossi want God heeft hem het talent gegeven de woorden te vinden die de zielen ontvankelijk maken voor de genade van God. Een ernstig zieke stalknecht weigert te biechten met als reden dat zijn slechte gewoonten te diep zouden zijn ingeworteld. Wanneer Giovanni Battista aan zijn ziekbed wordt geroepen heeft hij het geluk dat hij tot inkeer komt. De heilige probeert ook waar mogelijk verstoorde huwelijkse situaties weer op orde te brengen. Met zijn krachtige, overredende aansporingen in de biechtstoel bereikt hij mooie resultaten: men ontvangt het sacrament van het huwelijk en onwettig samenwonenden gaan definitief uit elkaar. Voor het welzijn van de boetelingen weigert hij daarentegen zonder pardon de absolutie aan hen die het ontbreekt aan berouw of weigeren de volgende gelegenheid tot zonde te vervallen uit de weg te gaan of niet proberen zich de onontbeerlijke middelen te verschaffen om het zondigen te laten.
    «Priesters zouden zich er nooit bij neer mogen leggen dat hun biechtstoelen niet meer worden bezocht noch genoegen mogen nemen met de vaststelling dat de gelovigen dit sacrament niet meer in ere houden. In de tijd van de Pastoor van Ars in Frankrijk werd er niet gemakkelijker of veelvuldiger gebiecht dan in onze dagen, het feit in aanmerking genomen dat de storm van de Revolutie lange tijd de godsdienstuitoefening had verstikt. Maar hij heeft op alle mogelijke manieren zijn best gedaan... zijn parochianen de zin en de schoonheid van de sacramentele boetedoening te laten herontdekken door te laten zien hoezeer zij een wezenlijke vereiste is voor de aanwezigheid van God in de Eucharistie. Op die manier wist hij het getij te keren. Door langdurig in de kerk te zitten, voor het tabernakel, bereikte hij dat de gelovigen hem begonnen na te volgen door er ook heen te komen om Jezus bezoek te brengen, in de wetenschap dat ze er ook hun pastoor aan zouden treffen, bij wie ze een luisterend oor en vergeving konden vinden» (Brief van Benedictus XVI aan de priesters, 16 juni 2009).
    In 1748 vestigt kanunnik Giovanni Battista de Rossi zich, vanwege zijn talrijke gezondheidsproblemen, in de priestergemeenschap van de Santa Trinità dei Pellegrini, maar zet zijn priesterambt voort in de Santa Maria in Cosmedine, in het bijzonder op marktdagen waarop boeren die hun producten zijn komen verkopen van de gelegenheid gebruik maken om te biechten. Giovanni Battista de Rossi geeft eveneens blijk van een grote ijver om priesters te hulp te komen in hun geestelijk leven en hij doet zijn best de vriendschappen met priesters goed te onderhouden. Hij waakt ervoor de naastenliefde geen geweld aan te doen wanneer hij spreekt over andere geestelijken en leden van de hiërarchie. Zijn levendig temperament wordt vaak zwaar op de proef gesteld door mensen die op dat gebied weinig fijnzinnig zijn.
    «Trouw aan uw roeping vereist moed en vertrouwen, maar de Heer wil ook dat u uw krachten weet te verenigen; wees vol toewijding jegens elkaar, door elkaar broederlijk te steunen. De ogenblikken van gezamenlijk gebed en studie, het delen van de eisen die het leven en het priesterlijk werk aan u stellen zijn een noodzakelijk onderdeel van uw leven. Hoe heerlijk is het wanneer u elkaar in uw huis ontvangt met de vrede van Christus in uw hart! Hoe belangrijk is het elkaar onderling te helpen door gebed en raad en nuttige inzichten!» (Benedictus XVI in Fatima, 12 mei 2010).


    Beter dan een goede vasten


    Giovanni Battista de Rossi wenst in de Vasten een catechese voor volwassenen te organiseren want hij is van oordeel dat «catechese meer waard is dan een goed in acht gehouden vasten».
    De zorg van de Kerk voor het catechismusonderricht blijft actueel. In zijn voorwoord voor de catechismus die is uitgegeven ter gelegenheid van de Wereld Jongeren Dagen in Madrid (augustus 2011), nodigt de Heilige Vader de jongeren uit om «de catechismus met enthousiasme en volharding» te bestuderen. De jeugd, zo zegt hij, «is niet zo oppervlakkig als men denkt; de jongeren willen weten wat het leven echt is. Het voorliggende boek is spannend want het gaat over ons eigen lot en gaat ons dus allemaal rechtstreeks aan». Daar voegt hij aan toe: «Deze catechismus praat jullie niet naar de mond. Hij maakt het jullie niet gemakkelijk. Hij vraagt jullie namelijk om een nieuw leven te gaan leiden... Je moet weten wat je gelooft; je moet je geloof net zo goed kennen als een IT-specialist zijn computersysteem... Ja, jullie moeten nog veel dieper in het geloof geworteld zijn dan de generatie van jullie ouders dat was. Want jullie moeten de uitdagingen en verleidingen van deze tijd krachtig en vastberaden aankunnen. Jullie hebben Gods hulp nodig, anders droogt jullie geloof op als een dauwdruppel in de zon. Met Gods hulp hoeven jullie niet toe te geven aan consumptiegedrag, verdrinkt jullie liefde niet in de zee van pornografie, wees trouw aan de zwakken onder ons en laten jullie slachtoffers van misbruik en geweld niet in de steek.»
    Giovanni Battista de Rossi is geen vermaard prediker, maar de zielen zijn gevoelig voor zijn richtlijnen. Na een voorbereiding in gebed, zet hij duidelijk de geloofswaarheden uiteen en past zijn onderricht daarbij aan zijn gehoor aan. Zijn voorbeelden haalt hij in het algemeen uit het leven van de heiligen. Hij is bedroefd als hij oppervlakkige preken hoort, of geleerde theologische verhandelingen die voor de gelovigen ontoegankelijk zijn. Het liefst spreekt hij in zijn preken over de goddelijke barmhartigheid, een voorbeeld dat zal worden opgevolgd door de Pastoor van Ars die «in zijn tijd het hart en het leven van zoveel mensen heeft kunnen omvormen, omdat het hem is gelukt hun de barmhartige liefde van de Heer te laten zien. Ook in onze tijd is een dergelijke verkondiging en een dergelijk getuigenis van de waarheid van de liefde zeer hard nodig: Deus caritas est (1 Joh 4, 8)» (Brief van Benedictus XVI aan de priesters, 16 juni 2009).
    Giovanni Battista stelt alles in het werk om zo fijngevoelig als mogelijk te hulp te schieten bij allerlei vormen van armoede, met name onder gezinnen die have en goed hebben verloren en bij wie hij discreet op bezoek gaat. Hij probeert de genegenheid van de joden van Rome te winnen door hun zieken medische hulp te verschaffen. Hij is echter ook buiten de muren van de stad actief. Hij gaat voor kortstondige missies naar het platteland en geeft de dorpelingen de gelegenheid bij een vreemde priester te biechten, in de wetenschap dat men in de kleine plattelandsparochies vaak aarzelt zijn ernstige zonden bij de eigen pastoor te biechten. Giovanni Battista voelt zich ook aangetrokken tot de verre missies en met name die in India. Maar men verzoekt hem de biechtstoelen en ziekenhuizen van Rome als zijn missiegebied te willen beschouwen. Op verzoek van zijn superieuren belast hij zich ook met het apostolaat van buitengewoon biechtvader en retraiteprediker in religieuze communauteiten.


    Volledige zekerheid


    Tijdens de laatste twee jaren van zijn leven heeft hij voortdurend koorts. In augustus 1762 is zijn gezondheid dermate verslechterd dat zijn vrienden hem ertoe bewegen in de streek rondom het Nemimeer nieuwe krachten op te doen. Daar krijgt hij weer met hevige aanvallen van de epilepsie uit zijn jeugd te kampen. Half oktober keert hij terug naar Rome en komt zijn ziekenkamer bijna niet meer uit. Het spijt hem dat hij niet meer in actie kan komen: «Voortaan deug ik nergens meer voor!» Maar wanneer zijn vrienden hem komen bezoeken is hij degene die weer nieuwe moed geeft, zo groot is zijn geestelijke vreugde. Op 8 september 1763 laat hij zich naar de Santa Maria in Cosmedine vervoeren om er Maria Geboorte te vieren. Tegenover zijn confraters zegt hij: «Bid voor mij. Ik zal hier niet meer terugkomen: dit is het laatste feest dat ik met jullie vier.» Op de ochtend van 27 december vindt men hem op de grond gelegen, ten prooi aan een hevige aanval van epilepsie. Hij komt pas de volgende dag weer tot bewustzijn. Men brengt hem dan de Heilige Teerspijze; tijdens het dankgebed is hij van stille vreugde vervuld: meerdere mensen zijn ervan overtuigd dat hij toen een moment van extase beleefde. Dan ontvangt hij de Ziekenzalving. Tot de verrassing van iedereen verbetert zijn gezondheid en kan hij meerdere malen de heilige mis vieren. Maar weldra kan hij onmogelijk meer de Mis vieren noch het Heilig Officie bidden. Zijn laatste troost is het bidden van de rozenkrans. Zijn biechtvader die hem aanspoort de dood te aanvaarden antwoordt hij: «Ik zie de dood in alle rust en zonder vrees onder ogen; ik ben van mening dat het gevoel van volledige zekerheid een bijzondere genade van God is en ik hoop dat Onze-Lieve-Heer me dat gevoel in het laatste uur in zijn grote liefde en vanwege de naastenliefde die ik koester voor zijn armen zal vergunnen.» Een van de keren dat hij het bewustzijn verloor neemt een vriend hem de rozenkrans uit de handen; wanneer hij weer bijkomt en spreekt, beklaagt hij zich eerst over deze daad als ging het om diefstal. Na vele smartelijke uren sterft hij vredig op 23 mei 1764, in de leeftijd van 66 jaar.
    Laten we met onze Paus Benedictus XVI aan Maria, de Onbevlekte Moeder vragen dat «de Kerk moge worden vernieuwd door heilige priesters, van aanzien moge veranderen door de genade van Hem (Christus) die alles nieuw maakt» (Fatima, 12 mei 2010), en vaak deze aanroep herhalen: «Heer, geef ons priesters, Heer, geef ons heilige priesters!»

    Dom Antoine Marie osb


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE GESCHIEDENIS VAN DE HEILIGE COMMUNIERITUS.

    DE GESCHIEDENIS VAN DE HEILIGE COMMUNIERITUS.

    E.H. P. van de Kerckhove.

     

    Inleiding. Getuigenissen van Kerkvaders, de communieritus.

     

    Bij Zijn agonie (d.i. doodsangst) in de Hof van Olijven zei Jezus tot Zijn apostelen: “Mijn ziel is bedroefd tot de dood toe.” Vragen we ons af waarom Jezus’ ziel bedroefd was vlak voor het Offer dat Hij zou brengen aan het kruis. Het antwoord is dat Jezus’ droefheid er was omwille van onze zonden waarvoor Hij heeft geleden. “Om onze zonden werd Hij doorboord.” (cfr. Jes.) en niet om Zijn eigen zonden, want die had Hij niet begaan.

     

    Bij het begin van de traditionele Mis (Mis in de bijzondere vorm of volgens de ritus van 1062) maakt de priester een kruisteken en zegt dan de woorden: “Introibo ad altare Dei. Ad Deum qui laetificat juventutem meam.”, d.i. “Ik zal opgaan naar het altaar (het Huis) van God. Naar God, die de blijdschap is van mijn jeugd.” Het huis van de Heer was in het Oude Testament de tempel van Jeruzalem. De Heilige Mis weerspiegelt de structuur en de bouwstructuur van de tempel en van de tempelliturgie. Het opgaan naar het Huis van de Heer kan men vergelijken met de treden of trappen van het binnengaan in het mysterie van het Heilig Misoffer dat de priester opdraagt.

     

    De priester bidt daarin de Psalm JUDICA ME (Ps. 42). Deze psalm werd eerst als

    privégebed gezegd, als voorbereiding op de Heilige Mis. In de liturgie van de Mis kwam deze psalm voor vanaf de 10de eeuw. De keuze van deze psalm was zeer geschikt. Psalmen 42 en 43 zijn zeer geschikt als voorbereiding van het Misoffer. De psalmen, die één geheel vormen, werden in de tempel van Jeruzalem gezongen door tempelzangers op het plein waar men zich verzamelde om de offerdiensten te vieren.

               

     Sommige verzen van Psalm 42 zijn reeds zeer geschikt in de context van de voorbereiding van de Heilige Mis: “Mijn ziel, wat zijt ge bedroefd … Mijn ziel is bedroefd. Daarom denk ik aan U in het land van Jordaan en Hermon. Waarom ga ik in rouw door de druk van mijn vijand?” Psalm 43 is het vervolg: Schaf mij recht tegen een goddeloos volk. Gij zijt mijn toevlucht, oh mijn God. Waarom ga ik in rouw onder de druk van mijn vijand? Zend mij Uw Licht en Uw Waarheid. Ze zullen mij leiden en mij voeren naar de Heilige berg en Uw woontent.”

               

    Dit is de context van de voorbereiding van de Heilige Mis, een allusie op de Calvarieberg. Door Zijn Offer op Calvarie is Jezus voor ons de hemelse tabernakeltent binnengegaan, niet door het bloed van bokken en stieren, maar met Zijn eigen Bloed (cfr. Hebr.). “Dan zal ik naar Gods altaar gaan, naar de God van mijn jubelende vreugde en ik zal met de citer U loven, mijn Heer en mijn God.”

               

    Na deze Psalm JUDICA ME heeft men het CONFITEOR, een belijdenis van de fouten en men vraagt om vergeving. Die traditie ontstond in de 11de eeuw en het is vooral Cluny dat deze hervorming verspreidde in Italië. Wij hebben de gewoonte om voor de Heilige Communie een tweede maal het CONFITEOR te bidden. De gelovigen belijden hun schuld en vragen om vergeving. Deze gewoonte ontstond eerst in de abdijen in de 12de eeuw waar men zich voorbereidde op een vurige H. Communie door een akte van berouw in de vorm van het CONFITEOR. Deze gewoonte is nadien overgegaan in de parochiekerken. Eigenlijk zou het ook zeer gepast zijn om nogmaals de Psalm JUDICA ME ervoor te bidden. Deze Psalm drukt zeer goed de gevoelens van droefheid uit omwille van onze zonden en de gevoelens van vreugde omwille van de bevrijding, want door de vergeving van de zonden die we bekomen hebben in de absolutie door de priester aan het altaar, zijn we bevrijd en we drukken onze jubelende vreugde uit in de psalm. Men zou voor de H. Communie dezelfde ordening kunnen volgen als aan het begin van de H. Mis.

               

    Het ECCE AGNUS DEI en het DOMINE NON SUM DIGNUS gaan onmiddellijk vooraf aan de Heilige Communie. Deze gebeden zijn van de 16de eeuw. De Hymne AGNUS DEI voor de Heilige Communie van de priester is veel ouder. De invoering van deze Hymne onze Heilige Mis zou zijn beïnvloed door Syrische monniken die de gewoonte hadden ze te reciteren in hun liturgie. De aanroeping “Ecce agnus Dei, ecce Qui tollis peccata mundi”, is gericht tot Christus Die Slachtoffer is in het Eucharistisch Offer. Deze manier van bidden is ook afkomstig uit het Oosten en was onbekend in Rome, waar men de gewoonte had te bidden tot God maar niet tot de geslachtofferde Christus (cfr. Jungmann, vol III, p. 261).

                Het LAM GODS drukt uit:

     

    1. De onschuld van Christus. Als God had Christus een geweldige afkeer van alles wat zonde is. Hij is de tegenpool van de zonde.

    2. Het Offer van Christus. Als Lam offert Hij Zich als Slachtoffer aan God.

    3. Christus, ons Paaslam. Het paaslam van de Joden is de voorafbeelding van Jezus Christus. Paulus schrijft: “Pascha nostrum Christus est immolatus.” Het Paaslam is de samenvatting van de persoon en de zending van Christus.

               

    Deze beschouwingen zijn van belang voor de Heilige Communie. Wij willen ook op Jezus Christus gelijken. Door de H. Communie ontvangen wij de genade om Hem meer lief te hebben en Hem beter na te volgen en Hem vooral na te volgen in Zijn Onschuld en in Zijn Offer als Slachtoffer voor de zonden. Tot de oudste voorschriften in verband met de Heilige Communie behoren de regels die de apostel Paulus geeft in 1 Kor. 10-11.

     

                In 1 Kor. 10,15 schrijft Paulus: “Ik spreek tot verstandige mensen. Vorm uw eigen oordeel over wat ik ga zeggen.” Paulus wil zeggen: “Jullie hebben verstand. Gebruik het dan ook…!” 1 Kor. 10,16: “De beker van de zegening (d.i. de Eucharistische beker met het Heilig Bloed), die we zegenen, geeft ons gemeenschap met het Bloed van Christus. Het brood dat we breken (d.i. het Eucharistische Brood van het Heilig Lichaam), geeft ons gemeenschap met het Lichaam van Christus.” Ik heb deze woorden exegetisch uitgelegd in het artikel over de werkelijke tegenwoordigheid.

     

                In 1 Kor. 11,22 schrijft Paulus i.v.m. de Maaltijd des Heren (d.i. de Eucharistie die reeds in de apostolische tijden een eigen ritus werd, los van het laatste Avondmaal): “Zoals jullie nu samenkomen, kan er geen sprake zijn van de Maaltijd des Heren. Ge kunt toch thuis eten en drinken?” Paulus wil hier juist zeggen dat de Maaltijd des Heren geen gewone maaltijd is als elke andere … Vervolgens verwijst Paulus naar de Traditie: “Zelf heb ik van de Heer de overlevering ontvangen, die ik op mijn beurt heb doorgegeven. Dat de Heer op de nacht dat Hij werd overgeleverd …” Paulus gaat dan verder met de instelling van de Heilige Eucharistie. De Eucharistie werd in de apostolische tijd een aparte ritus, met woorden en handelingen, de “Maaltijd des Heren” genoemd. Vanaf het einde van de 1ste eeuw wordt “Eucharistia” de technische term voor deze Maaltijd des Heren.

     

                Vanaf 1 Kor. 11,26 gaat het over de Communie: “Wie op onwaardige wijze (Gr. anaxiôs – onwaardig) het Brood eet of uit de Beker van de Heer drinkt, bezondigt zich aan Lichaam en Bloed van de Heer.” Dit wil zeggen dat Paulus en zijn gemeente geloofden in de werkelijke tegenwoordigheid, en dat geloof had Paulus van de Traditie. “Iedereen moet zichzelf onderzoeken alvorens te communie te gaan. Wie eet en drinkt zonder het Lichaam te onderkennen (Gr. diakrinô – onderscheid maken, oordelen, beslissen; het gaat over een beoordelen met het verstand in het licht van de Traditie, bron van Openbaring. Geloven is toch met het verstand aanvaarden van wat God heeft geopenbaard en wat de Kerk voorhoudt te geloven …), die eet en drinkt zijn eigen vonnis.” Dit is een zeer sterke passage!

     

                Paulus’ raadgevingen over heiligheid en devotie waarmee gelovigen de Heilige Communie moeten ontvangen, weerklinken nog doorheen de Oudheid in de geschriften van Kerkvaders en van Pausen tot op heden. Joh. Crysost. Hom. In Nativ. 7; Hom. 82,6; Sermo 34; Cyr. Van Jer. Catech. Mystag. 5,21; Tertull. De Corona 3,4; Origenes In Exod. Hom. 13,3; Hiëron. In Psalm 147,14; Romeinse Catech. Deel II; Johannes-Paulus II Ecclesia de Eucharistia – “We overdrijven nooit in onze eerbied voor het Heilig Sacrament; Benedictus XVI Sacr. Carit.).

     

                Kerkvaders riepen vaak op om niet het minste partikel van de geconsacreerde hostie te laten verloren gaan. Sint Efrem van Syrië getuigt van hetzelfde geloof. De extreme zorg die werd besteed aan de Heilige Eucharistie was een universeel fenomeen in de Kerk. Vandaar ook tongcommunie en het gebruik van een communieschaal.

     

                Handcommunie is na het Concilie ingevoerd, maar dit ging gepaard met een geest van oneerbiedigheid en zelfs misprijzen voor de Heilige Eucharistie! Handcommunie, zoals die nu wordt bedreven, is in strijd met de Oudheid waar men, met beide handen, een troon maakte en hostie (vanuit de bovenste hand) met de mond nuttigde.

     

                De moderne cultuur begrijpt niet veel meer van de aanbidding van de Ene, Ware God. We zijn toch in het internettijdvak en we sturen satellieten de ruimte in. Een echte tele-tijdmachine heeft men nog niet kunnen maken en terugkeren in de tijd kan men niet, maar moest men kunnen terugkeren in de tijd van de Kerkvaders, dan zouden we kunnen zien dat de Heilige Communie nog iets heel anders was voor de Kerk dan nu in de moderne Kerk waar men moderniteit zoekt en oecumenisme met allerlei christelijke groeperingen die geen of weinig geloof hebben in de werkelijke tegenwoordigheid en waarbij men de Kerk wil openstellen voor de “moderne cultuur” die niet eens meer God wil erkennen, laat staan dat men Hem zou erkennen onder de Heilige Gedaanten.

     

                De vrucht van de invoering van de handcommunie na Vaticanum II is een verminderd geloof in de werkelijke tegenwoordigheid. Een terugkeer naar een praktijk die zou bestaan hebben in de eerste eeuwen, is niet zonder gevaar voor het geloof gebleken (1).

    (1) Nota: Paus Pius XII waarschuwde in zijn encycliek Mediator Dei tegen het gevaar om alles terug te voeren tot de Oudheid. Met hart en ziel terugkeren tot de bronnen van de Liturgie is zeker wijs en lofwaardig omdat de studie van deze tak van de wetenschap, door terug te grijpen naar haar begin, er niet weinig toe bijdraagt, de betekenis van de feesten, de ceremoniën en teksten dieper en nauwkeuriger te doorvorsen. Daarentegen is het niet wijs en niet lofwaardig alles, tot elke prijs, tot de Oudheid terug te voeren. Zo zou van de rechte weg afdwalen wie het altaar zijn oude vorm van tafel zou willen teruggeven. Die manier van denken en handelen, laat die overdreven en ongezonde zucht naar de Oudheid opleven die de impuls gaf aan de onwettige synode van Pistoia (1786: deze synode wilde één altaar per kerk, de invoering van de volkstaal en de afschaffing van de privémissen. Pius VI veroordeelde de synode met de bulle Auctorem Fidei). Evenzeer streeft zij ernaar (deze wijze van denken) de veelvuldige dwalingen weer in het strijdperk te brengen die tot het bijeenroepen van vermelde synode hebben geleid.

     

    Ook Paulus VI, in zijn encycliek Mysterium Fidei waarschuwde ertegen omdat de doctrinaire context van nu niet meer hetzelfde is als vroeger. De invoering van nieuwe formuleringen of uitdrukkingen, die weliswaar in teksten van Kerkvaders en concilies voorkomen, die nu in éénzijdige zin worden gebruikt zonder onderwerping aan de doctrine waarmee ze een ondeelbare eenheid vormen. Wat de paus zegt van formuleringen, kan ook gezegd worden van het liturgisch ritueel…              

     

    Van de nieuwe, postconciliaire Mis, gaat een protestantiserende invloed uit waardoor men in de praktijk meer het protestantisme benadert dan in de Heilige Mis uit de eerste eeuwen. In de eerste eeuwen was het geloof in de werkelijke tegenwoordigheid zeer levendig! De bedoeling van de Liturgiehervormers zal wellicht geweest zijn een “oecumenische ritus” van de Mis uit te werken, maar men kan de vraag stellen of men zich wel voldoende rekenschap gegeven heeft van de gevolgen dat dit zou hebben voor het geloof. Men beoordeelt een boom toch naar zijn vruchten!

     

    Vroeger gebruikte men ook een Hostie die niet brokkelde, juist om te vermijden dat er geconsacreerde partikels zouden verloren gaan. Een van de redenen waarom gelovigen vroeger niet in de hand mochten communiceren is dat het gevaar van profanatie werd uitgesloten.

     

    Sommigen beweren dat gedurende de eerste 1000 jaar van de Kerk, of nog langer, het in Oost en West gebruikelijk was om de communie op de hand te geven. Kardinaal Danneels, in een brief van 28 maart 1994, schrijft zelfs dat het “… maar vanaf het Concilie van Trente was dat de communie op de tong gegeven werd”!! Niets is minder waar! Ik geef hieronder een samenvatting.

     

    De communie werd gedurende de eerste eeuwen (de eerste 700 jaren) toch algemeen op de hand gegeven. Hierover zijn talrijke getuigenissen zowel in Oost als in West, van Egypte en Noord-Afrika, tot Antiochië, Klein-Azië en Europa. In de 4de eeuw ontstond het gebruik de rechterhand te bedekken met een doekje en dan, zoals voorheen, de Heilige Communie rechtstreeks met de mond te nuttigen vanuit de rechterhand. Ook werd aan de gelovigen gevraagd hun handen te wassen in een speciaal aan de ingang van de kerk geplaatste waterbron (“thalassa” genaamd). De uiterlijke reinheid symboliseert ook de innerlijke zuiverheid waarmede men communiceert. Het was onder de Joden een gebruik om een ritueel bad te nemen voor het vieren van het Paasmaal als teken van zuiverheid waarmee men het offerlam wilde nuttigen. Van die rituele reiniging blijft het ‘Lavabo’ van de priester over tijdens de offerande van de Heilige Mis.

     

    “Maar men zou de Kerk van de eerste eeuwen groot onrecht aandoen”, schrijft O. Nussbaum, “wanneer de uitdeling van de Eucharistie in de handen van de gelovigen met een gebrek aan eerbied of een niet overtuigd geloof in de werkelijke tegenwoordigheid zou geassocieerd worden! (2)

    (2) Nota: O. Nussbaum, Die Handkommunion, 1969, Köln, p. 22: „Man würde der Kirche jener Zeit grosses Unrecht antun, wenn man die Austeilung der Eucharistie in die Hand der Laien mit einer noch mangelhaften Ehrfurcht vor dem Leib des Herrn oder sogar mit einem nicht konsequent durchdachten Glauben an die permanente Realpräsenz des Herrn in den eucharistischen Gestalten zu erklären suchen würde.“                                             

                    

                De vermaning om met reine handen te communiceren als teken van innerlijke reinheid en de grote zorg om niets van de Heilige Eucharistie te laten verloren gaan bij het communiceren, bewijst het tegendeel (cfr. Cyrillus van Jeruzalem, Catecheses). Men dacht er toen nog niet aan om misbruiken tegen de Heilige Eucharistie te bestrijden door een verbod van handcommunie. Wat telde was de innerlijke gesteldheid van zuiverheid en geloof bij diegenen die de Heilige Communie ontving.

     

                Dit was een beknopte schets van hoe de communie werd ontvangen in de eerste eeuwen. Maar men moet vooral onthouden wat de geest was waarin de Communie ontvangen werd. Hoe dan ook, vanaf de 9de eeuw veranderde de communieritus zowel in Oost als in West. Het Concilie van Rouen (878) verbood de communie op de handen van de leken te geven. Deze communieritus werd reeds in de 6de eeuw toegepast, maar dat was toen eerder uitzonderlijk.

     

                Paus Agapitus (+ 536) gaf de Heilige Communie op de tong van een doofstomme en uit de Vita Gregorii (ca. 872 geschreven) weten we dat paus Gregorius de Grote (Pontifex 590-604) de H. Communie op de tong gaf in Rome. De synode van Cordoba (839) verbood de Heilige Communie op de hand te ontvangen. Communie op de tong was in die tijd reeds gebruikelijk in Spanje. Het oudste decreet hierover uit Gallië is uit 878 (Rouen). Ook in de Oosterse Kerken werd handcommunie verboden. Men kan stellen dat tongcommunie algemeen gebruikelijk werd in de Kerk einde 9de – begin 10de eeuw!

     

    Wat was de reden van de ommezwaai?

     

    Echter, de Instructie bevat nog een toevoegsel: “Daar waar zich reeds de praktijk van de handcommunie heeft gevestigd, vertrouwt de Heilige Stoel aan de bisschoppenconferentie de taak toe om de omstandigheden te beoordelen, op voorwaarde dat gewaakt wordt over de eerbied en dat geen valse opinies over de Eucharistie ingang zouden vinden.” Op het moment van het verschijnen van de Instructie had de handcommunie nog bijna nergens ingang gevonden (behalve op enkele plaatsen in Nederland en in Duitsland waar men ermee begonnen was in flagrante ongehoorzaamheid aan de H. Stoel!). In de daaropvolgende jaren werd de handcommunie overal toegelaten (6 juni 1969 Franse bisschoppenconferentie)!!

     

    Handcommunie werd na het Concilie overal ingevoerd, maar dit ging gepaard met oneerbiedigheid, zelfs met misprijzen van de Eucharistie en met algemene afvalligheid van het geloof in de werkelijke tegenwoordigheid. Misbruiken allerhande ontstonden: geconsacreerde hosties werden op de grond gegooid, zelfs verkocht. Dergelijke profanatie vermijden was juist één van de redenen waarom men in de Middeleeuwen tongcommunie heeft verplicht gesteld. Men heeft zich geen rekenschap gegeven van de gevolgen en van de historische redenen die eertijds geleid hebben tot het invoeren van de Heilige Communie op de tong (o.a. het reële gevaar van profanatie en heiligschennis!). Men wilde terugkeren tot een praktijk die zou bestaan hebben in de eerste eeuwen maar men gaf zich geen rekenschap van de gevolgen die dit kon hebben en men vergat de vermaningen tot eerbied en het diepe geloof dat bij de christenen van de eerste eeuwen veel sterker was dan in deze tijd!

     

    In onze tijd van crisis en theologische verwarring had men m.i. juist handcommunie niet mogen invoeren. Het is pastoraal niet verantwoord. De actieve deelname van de gelovigen komt ná de deelname aan het geloof van de Kerk en de actieve deelname van de gelovigen is gericht op de grotere eer en glorie van de Heer Jezus Christus in de Liturgie. Deze eer en glorie van Jezus Christus is wel erg ver zoek geraakt in de Liturgie van Na Vaticanum II.

     

    Met de handcommunie heeft met niet een oude ritus heringevoerd die zou bestaan hebben, maar een ritus nagebootst van de protestanten. Men kan gewoon stellen dat de ritus van de handcommunie, zoals die nu overal wordt uitgevoerd, geen ritus is van vroeger van de Katholieke Kerk, maar gewoon een protestantse ritus. Zoals de nieuwe ritus van de Heilige Mis “versus populo” (d.i. “naar het volk gericht”) geen ritus is van de vroegere Katholieke Kerk, maar gewoon een protestantse ritus. Nooit ofte nimmer zijn dat liturgische principes geweest van de Katholieke Kerk, maar wel protestantse uitvindingen. Handcommunie was niet Luthers maar eerder Calvinistisch. Handcommunie en de Heilige Mis “naar het volk” zijn protestantse ritussen die om oecumenische redenen in de hervormingen van na Vaticanum II zijn ingevoerd in het Kath. Misritueel; deze hervormingen zijn in strijd met Vaticanum II.

     

    Ik ben ervan overtuigd dat men door terug te keren naar de Heilige Communie op de tong ook zal terugkeren naar een groter geloof in het gewijde priesterschap. Zou de postconciliaire Kerk daar eens willen aan denken? De priester is toch geen gewone leek! Hij is bemiddelaar tussen God en de mensen.

     

    Paus Benedictus XVI schrijft in “Sacramentum Caritatis”: “De Eucharistie ontvangen, betekent: Hem aanbidden Die we ontvangen. De houding van aanbidding is van oudsher geknield en in de mond, niet op de hand, terwijl men de handen in gebed vouwt of in kruisvorm voor zich houdt.” Tot deze houding wil de paus ons terugbrengen.

     

    De huidige positie van de Heilige Stoel i.v.m. hand- en tongcommunie is duidelijk uit enkele documenten. O.a. een brief van het Officie van 7 oktober 1996 aan Mgr. R. Laise, bisschop van San Luis (Argentinië), die in zijn bisdom terug tongcommunie invoerde tegen de beslissing in van de Argentijnse bisschoppenconferentie: “Door de Traditie van de tongcommunie in uw bisdom te herstellen, hebt U gehandeld conform het Recht van de Kerk en is op geen enkel wijze de kerkelijke communio geschaad.” Iedere bisschop kan in zijn bisdom zulke beslissing nemen ALS HIJ MAAR VAN GOEDE WIL IS!

     

    Paus Benedictus XVI deelt zelf de Heilige Communie uit in Rome op de tong aan gelovigen die hierbij geknield zijn (hiervan bestaan foto’s). Deze praktijk zal in de toekomst terug de algemene praktijk worden. Handcommunie is in de Kerk een “indult” geweest en is het nu nog. Tongcommunie is nog altijd de algemene regel. Daaraan wil de paus ook herinneren. Tongcommunie drukt ook beter het geloof uit in de werkelijke tegenwoordigheid en draagt meer bij tot de devotie van de gelovigen. Pastoraal dus reden genoeg om terug te keren naar de oude praktijk van tongcommunie, vooral in onze tijd van culturele zinloosheid.

     

    Nota over de veelvuldige H. Communie.

     

                De Communie neemt haar normale plaats in de H. Mis in. De H. Mis vindt haar voltooiing in de Communie van de gelovigen; de Communie, d.w.z. de sacramentele deelname aan het Offer op het altaar. Daarom gaat de Heilige Mis bijwonen ook samen met de H. Communie ontvangen.

     

                Oorspronkelijk werd de Communie ook dagelijks ontvangen. Hiervan getuigen de “Handelingen der apostelen” in Jeruzalem (Hand. 2,46: “Dagelijks gingen ze naar de tempel en braken thuis het Brood). Maar men communiceerde ook één keer per week, de eerste dag van de week (d.i. onze zondag – cfr. Paulus in Troas – Hand. 20,7). Ook de Didachè en Justinus (I Apol. Kap. 67) spre


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een spiritueel roosje uit mijn doosje,

    Een spiritueel roosje uit mijn doosje,

     

    “Draag mij als een zegel op uw hart,

    als een zegel aan uw arm:

    want sterk als de dood is de liefde” ( Hoogl. 8, 6 )!

    Als ik een kleurpotloodje was, dan tekende ik het hart van mijn dromen.

    Omlijnde het met de fijnste roosjes, in alle kleuren van de regenboog.

    In sierlijke letters schreef ik het dan vol met de naam, Jezus.

    Jezus is de Zoon van God, geboren uit de Heilige Maagd Maria.

    Jezus is het vleesgeworden Woord, in geloof, hoop en liefde.

    Jezus is de Verlosser, stierf op het kruis, om ons te redden van de dood.

    Jezus is de Weg, de Waarheid, het Leven, om lief te hebben.

    Jezus is de Vrede, om nederig en zachtmoedig door te geven.

    Jezus is de Vreugde, om jubelend met anderen te delen.

    Jezus is de Vriendschap, die voelbaar is in heel de samenleving.

    Jezus is de Glimlach, de Traan, van ieder mensenkind.

    Jezus is de Zieke, de Stervende, die vraagt om een stil gebed.

    Jezus is de Eenzame, de Verstotene, om hem te omarmen en te troosten.

    Jezus is de Stilte in de nacht, de Blijdschap in de nieuwe dag.

    Jezus is het Geluk, in samenzijn met man, kinderen en kleinkinderen.

    Jezus is de Heer en Meester, een Vriend, die hart en ziel doorgrondt.

    Jezus is de Liefde, die mij meer bemint dan ik mezelf beminnen kan.

    Jezus is de Dankbaarheid, die onuitwisbaar leeft in mijn hart.

    Jezus, Gij zijt het kleurig getekende Hart van mijn dromen.

    Een onaantastbaar Hart, waarin de Liefde voor eeuwig koning is.

    Verenigd in de Krans van Rozen, de Moederlijke zegen van Maria.

    Lea.

    Juni 2012.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vergadering S.G.A.G.

    Vergadering S.G.A.G.

    Zaterdag 30 juni 2012.

    Cultureel Centrum Hasselt

    Detmoldzaal – gelijkvloers.

     

     

                Programma:

    -          14.00 u rozenhoedje

    -          14.30 u conferentie door Dr; L. Kiebooms.

    “Pluralisme en abortus, van dulden tot verplichting,

    na informatie: instemmen of voorkomen?"

                     -      16.00 u koffiepauze

    -          16.30 u mogelijkheid tot vragen stellen

    -          16.45 u slotgebed

     

     

                                       AANDACHT

                            De vergadering van volgende maand is op

                            29 september 2012.

     

     

    Verantwoordelijke uitgever: A. Spaas

    Luikersteenweg 281, 3500 HASSELT (011/271445)

     

     

                                Penningmeester: L. Vos – S.G.A.G.

                    Visésteenweg 159, 3770 RIEMST (012/453764)

    Rekening: BE68.1032.2438.6734

                                                      BIC: NICABBEBB

    (Voor wie ons wil steunen).

     

     

     

     

     

    BELGIE-BELGIQUE

    P. B.

    3770 RIEMST

    12/2635

     

               Afgiftekantoor                                                                                                  

                3770 RIEMST                                                                                                   

                P2A8750                                                                                                        

     

       S.G.A.G.

                Studiegroep Actueel Geloofsleven

                Schaapsdries 28 – B 3600 GENK

                Afdeling Thomas Moregenootschap Limburg

                Maandblad: Verschijnt niet in JULI en AUGUSTUS.

                Nummer 275                                                   juni 2012.

                                   

     

     

     

     

    “Ik ben geheel de Uwe.”


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De vroegere Oostelijke gebedsrichting in de Liturgie.doc

    Voorafgaandelijke mededeling.

     

    UITNODIGING VOOR DE PLECHTIGE HEILIGE MIS (Latijns ritueel 1962)

    Ter gelegenheid van het 20 JARIGE PRIESTERJUBLEUM van

    E.H. P. van de Kerckhove op Zondag 1 JULI om 10.30 uur.

    In de kapel van Kasteel Slotendries (Oostakker-Lourdes).

    (naast het restaurant Boerenhof. Ruime parkeergelegenheid).

    Na de H. Mis: receptie voor alle aanwezigen in restaurant Boerenhof.

     

    Wie een steunbijdrage wil storten kan dit doen op rekening

    BE31.4466.6510.1155 – KREDBEBB

    t.n.v. VAN DE KERCKHOVE PETER

    Goedlevenstraat 139

    BE 9041 OOSTAKKER

    Nederland: ING Bank (postgiro) 7016956

    t.n.v. Peter van de Kerckhove

    met telkens de mededeling: jubileum.

    Met het ingezamelde geld wil E.H. van de Kerckhove graag een monstrans en zes grote kandelaars laten vergulden.

     

    Bezinning - De wonderbare visvangst: “Duc in Altum” 

    E.H. P. van de Kerckhove.

     

                Jezus onderrichtte de menigte vanuit de boot van Petrus en ging dan met Zijn apostelen op het meer met de netten. “Duc in altum”, zei Jezus. Dit betekent niet “werp uw netten uit”, maar wel “leidt ons naar volle zee”, waar het meer op zijn diepste is, dus een paar kilometer van de oever. “Werp hier uw netten uit voor de vangst”, zei Jezus. Petrus aarzelde eerst: “Heer, de hele nacht hebben we gewerkt en niets gevangen.” Maar hij gehoorzaamde dan toch. “Op Uw woord zal ik de netten uitwerpen.” En hier gebeurt een mirakel. Het mirakel van de wonderbare visvangst. Petrus wierp zich voor Jezus’ voeten en zei: “Ga weg van mij, ik ben een zondig mens.” “Vrees niet”, zei Jezus, “gij zult voortaan mensen vangen.

    Vandaag bezinnen we ons over wat het betekent:

    1. “Werken met Jezus.”, d.i. werken met goede bedoeling.

    2. “Werken zonder Jezus.”, d.i. werken met slechte bedoeling.

     

                1. Werken met Jezus is werken in staat van genade. Zelfs de kleinste handelingen zijn op die manier “heilig” als ze gedaan worden uit liefde en in eenheid met Jezus. Het is werken volgens de Wil van God en volgens Zijn geboden door te gehoorzamen aan de legitieme geboden van legitieme herders, eerst en vooral de Opperherder die Christus is! De Opperkapitein van de boot, dat is Jezus Christus en Zijn plaatsvervanger is Petrus. Petrus die, zoals we vandaag zien, een les in nederigheid ontvangt van de Heer en die zich zo klein voelt bij het zien van de miraculeuze visvangst dat hij beseft hoe zwak en zondig hij is. Hij zal trouwens de Heer later ook nog driemaal verloochenen en daarna ook vol berouw wenen om zijn verraad. Petrus was iemand die teveel op zijn eigen natuurlijke krachten vertrouwde en dan af en toe besefte dat hij niets kon zonder de genade van de Heer. Zo had hij de hele nacht gewerkt, maar “op Uw woord, Heer, zal ik de netten uitwerpen”, zoals God het wil!   

                Werken met Jezus is werken in nederigheid. “Ik ben een zondig mens”, zei Petrus. Maar toch gehoorzaam ik aan U, Heer, ook al ben ik zondig en zwak. Soms weersta ik niet aan de bekoring en zondig ik, maar dan vraag ik berouwvol om vergeving. Dan komt de Heer Jezus met Zijn vergeving en Hij geneest ons. Hij doet zelfs mirakels. De wonderbare visvangst was er om Petrus en zijn metgezellen aan te moedigen en te overtuigen dat God grote werken zal doen door de apostelen, als ze nederig zijn. Als Petrus zegt: “Ik ben een zondig mens.”, dan geldt dit uiteraard ook voor de andere apostelen.

                Dus leert het Evangelie ons dat “nederigheid” de voorwaarde is om te werken voor Christus en Zijn Kerk. En we moeten niet werken voor pure, materiële winst of uit pure pretentieuze ambitie om te slagen zonder aan de Heer glorie en eer te bewijzen. “Op Uw woord zal ik mijn netten uitwerpen.”, zei Petrus. Dus met mijn kracht maar vooral met Uw Kracht, die staat voorop. “Op Uw woord …”, met Zijn Woord heeft God de wereld geschapen, met Zijn Woord waarmee Christus de zee en de wind beveelt, met Zijn Woord verdrijft Hij boze geesten … Zijn Woord is de uitdrukking van Zijn Wil. In het Onze Vader bidden we toch: “Uw Wil geschiede.” Jezus is Gods Zoon. Zijn Wil geschiede op aarde en aan ons is het om Zijn Wil te volbrengen uit liefde en met volle overgave en vertrouwend op Zijn grootmoedigheid en Zijn barmhartigheid. Voor wie Hem trouw dient en Hem daarbij dient met “de vreze des Heren”, dit is zoveel als nederigheid, is er een prachtig resultaat. Wij zien niet altijd onmiddellijk het resultaat, de wonderbare visvangst is een voorbeeld van zovele wonderbaarlijke resultaten die we toch zien in de geschiedenis en het leven van de apostelen. Paulus, de grootste apostel aller tijden, schreef: “Niet ik ben het die werk, maar Gods genade met mij.” Kijk maar naar zovele heiligenlevens, o.a. Moeder Theresa van Calcutta die zich zo vernederd heeft dat zij de stervende mensen van de straat ging halen. Dit is toch een grote les voor de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. Johannes Paulus I was zo een nederige herder. Toen hij audiëntie gaf op woensdagnamiddag, was de audiëntiezaal nooit zo vol geweest als toen onder zijn kort pontificaat. Maar hij werd opgeruimd door andere krachten die werken zonder Jezus, of zelfs tegen Jezus Christus. Dat is nu punt twee van onze bezinning.          

     

                2. Werken zonder Jezus. Dat is hetzelfde als werken tegen Hem, want wie niet met Hem is, is tegen Hem, dat is duidelijk. Er zijn krachten, en ook in de Kerk zit het vergif van de vrijmetselarij, die het werk van Christus en van Zijn heiligen trachten tegen te werken en ongedaan te maken. Alle middelen worden aangewend. Er zijn natuurlijk ook onze eigen zondige neigingen die ons tegenwerken, maar er zijn ook de mondaine krachten in de Kerk en daarbuiten. De tegenwerking komt soms van hogerhand maar ook soms van ondergeschikten. De vrijmetselarij is de meest geraffineerde kracht en deze neemt allerlei vormen aan. Zelfs in de traditionele milieus zitten vrijmetselaars. Het is een geheime sekte die een masker opzet maar die in werkelijkheid de belangen dient van de Antichrist (de vrijmetselarij is de sekte van de Antichrist – cfr. Leo XIII).    

                Werken zonder Jezus Christus is werken in de duisternis. Vele mensen werken in de duisternis. Ze zien het Licht wel, maar ze aanvaarden het niet. Ze doen liever wat duister is en slecht omdat ze liever hun eigen wil doen dan de Wil van God. Ze zitten ook in de Kerk, diegenen die werken zonder Jezus; die liever hun eigen egoïsme dienen dan God te dienen en die liever het slechte voorbeeld volgen dan Jezus na te volgen. Er zijn er die proberen de Kerk ten gronde te richten met allerlei middelen. Ze proberen goede priesters te boycotten op geraffineerde manier. Maar onthoudt: “Het Woord van God kan niet gebonden worden.” Ook al zet men mij in de gevangenis, mijn geschriften, mijn meditaties, mijn artikels en mijn preken en boeken zullen blijven circuleren en er zullen andere, goede priesters zijn. Er zijn slechte priesters ook, maar er zijn er toch ook nog een paar goede. …     

                Werken zonder Jezus is werken voor een puur aardse beloning of om hier en nu geëerd te worden door de mensen. Dat is werken uit eigen pretentie, voor pure aardse genoegdoening. In het liedje zingt men: “Hoe schoon ook de wereld, de purperen hei, dat is hier op aarde de hemel voor mij.” Maar dat is maar een manier van spreken, want de hemel op aarde bestaat niet. Het aards paradijs is verleden tijd. …

                Werken zonder Jezus is zijn tijd verliezen met allerlei beuzelpraat, nutteloze en ijdele discussies en ruzie en twist waardoor ook veel mensen van de Kerk verwijderd worden en verstrooid worden. “Wie niet met Mij verzamelt, die verstrooit.”, zegt Jezus. Werken zonder Jezus is werken uit pure hoogmoed, een beetje zoals sommige Farizeeën in Jezus’ tijd. Jezus heeft die Farizeeën gestigmatiseerd en verweten, zelfs in het openbaar: “schijnheiligen; witgekalkte graven, van buiten mooi wit maar van binnen vol rottigheid.” Hij heeft ze zelfs verweten voor moordenaars die Zacharias, zoon van Barachias (Mat. 23,35), hebben vermoord tussen de tempel en het altaar. Werk dus met Jezus en ge zult beloond worden, maar niet altijd op aarde. Werk zonder Jezus en ge zult beloond worden op aarde, geëerd door de mensen, maar ge zult niets ontvangen in de hemel. Werken zonder Jezus is werken zonder Liefde voor Christus, werken voor eigen glorie. Dat levert niets op en Gods wonderlijke genadewerking blijft steriel. Waarom ontvangen zoveel christenen de H. Communie zonder vrucht en wordt er niets van Gods genadewerking gerealiseerd in het dagelijkse leven en in de goede werken? Men ziet het ook goed nu. … In tijden van economische crisis is de naastenliefde bij velen aan het afkoelen. Werken zonder Jezus is werken uit haat, uit persoonlijke vergelding. Het zijn vaak diegenen die hoge functies bekleden die de kleine mens verguizen en kleineren, zeker als ze in hun hoge pretentie geraakt worden zoals ook de Heer Jezus de Farizeeën raakte.      

                Conclusie: Het is nodig te werken met Jezus en dus te werken uit nederigheid voor de glorie van God, tegen onze eigen pretentie. Dan zal God ook uw werken belonen, reeds hier op aarde maar vooral in het hiernamaals. Uw loon zal u zeker niet ontgaan, een vernedering, een ziekte, een complot tegen u, elke goede daad die je stelt. Alles wat men doet uit nederigheid en liefde voor God zal beloond worden in de hemel. Amen. 

     

     

     

    “DE VROEGERE OOSTELIJKE GEBEDSRICHTING IN DE LITURGIE.”

    E.H. P. van de Kerckhove.

     

    1. Inleiding. 2. Liturgische betekenis van het Oosten. 3. Beschouwingen over de Oostelijke richting van het gebed uit het boek “Zum Herrn hin” (1987) van Mgr. Klaus Gamber.

     

                1. Inleiding. Zowat overal draagt de priester de H. Mis op met zijn gezicht naar het volk gericht (“versus populum”). “De mensen zien dan beter wat er gebeurt.”, zo wordt ons verteld. Dit is een voorwendsel. Is het waar dat de mensen dan beter zien wat er gebeurt? Diegenen die op de achterste rijen zitten in de kerk zien er toch niet veel van. Voor diegenen die achteraan zitten maakt het toch geen verschil of de priester nu met zijn gezicht naar het volk staat of met zijn rug naar het volk. Het zijn toch maar de mensen die op de eerste rijen zitten die alles zien. Het doel van deze hervorming was de leken actiever betrekken bij de liturgie. Maar dan moest bij de liturgische rituelen een liturgische instructie ingelast worden, een soort van mondeling commentaar in de viering zelf.

                Er zit echter meer achter deze hervorming. Achter deze hervorming schuilt een foute interpretatie van de gebeurtenissen op het Laatste Avondmaal en een nieuwe idee van de Mis als maaltijd. De maaltijdgedachte van de H. Mis wordt sterk geaccentueerd o.i.v. het oecumenisme met de protestanten.

                Luther beschouwde de H. Mis als een gemeenschappelijke maaltijd zoals het Laatste Avondmaal en zo redeneerde hij: “De voorganger zit toch ook voor de aanwezige disgenoten ‘versus populum’ Maar dat is juist fout! In de Oudheid en dus ook bij het Laatste Avondmaal zaten de disgenoten aan dezelfde kant van de tafel! In zijn boek „Der Geist der Liturgie“ (Herder 2000) herneemt paus Benedictus XVI veel van de kritiek van de kardinalen Ottaviani en Bacci als hij zich erover beklaagt dat in de Nieuwe Mis de priester een “liturgische animator” wordt. Alles draait rond de animator die het liturgisch gebeuren animeert en de gelovigen amuseert. De paus spreekt zelfs over een “one man show”. God wordt de grote afwezige in zulke vieringen.  

                In de christelijke Oudheid was het liturgisch principe “versus orientem” (d.i. naar het Oosten). Tijdens het Eucharistisch Hooggebed stonden priester en gelovigen met het gezicht naar het Oosten. Noch Evangelie, noch de Traditie kennen misvieringen versus populum.

                De Heilige Mis is een offer, ze is de hernieuwing van het Kruisoffer van Jezus waardoor we gered zijn en dat voor ons een bron is van alle genade. Dat leert ons de Traditie en Jezus Zelf leert ons dat. Het is de Offergedachte die voorop staat en dat is de reden waarom de priester gedurende eeuwen, naar het Kruis gericht, de Heilige Mis opdroeg, met zijn rug naar het volk en met zijn gezicht naar de Heer (“ad Dominum”) d.w.z. naar het kruis of naar Christus, afgebeeld in de absis van het koor in de basilieken gedurende de eerste eeuwen.

     

                2. De liturgische betekenis van het Oosten. In het Oosten lag volgens Genesis het aards paradijs dat Adam en Eva door hun zonde hadden verloren. In de Marcusliturgie roept de diaken “eis anatolèn – naar het Oosten!” waarbij alle gelovigen zich oostwaarts keren voor het Eucharistisch gebed. In het Oosten lag dus het aards paradijs dat een voorafbeelding was van ons toekomstig vaderland in de hemel. De Heer Jezus is ook opgestegen ten hemel in het Oosten (op de Olijfberg, ten oosten van Jeruzalem). Daar werd bidden naar het Oosten hetzelfde als bidden tot de Heer (“ad Dominum”). Vanuit het Oosten verwachten we de wederkomst van Jezus Christus zoals de Heer Zelf het heeft gezegd: “Zoals de bliksem uitschiet uit het Oosten en licht tot in het Westen, zo zal het zijn met de komst van de Mensenzoon. Dan zal het Teken van de Mensenzoon (d.i. het kruis) aan de hemel verschijnen …” De engelen zegden aan de apostelen op de dag van de hemelvaart: “Deze Jezus, Die nu ten hemel is opgestegen, zal op dezelfde wijze terugkeren.” Men verwachtte dus Jezus’ wederkomst vanuit het Oosten. De oostwaartse gebedsrichting tijdens de Eucharistie onderstreept de eschatologische dimensie van het Eucharistisch gebeuren. Het is jammer dat de nieuwe Misliturgie dit niet meer benadrukt in het misritueel, wat uiteraard niet wil zeggen dat de eschatologische dimensie totaal ontbreekt in de nieuwe Mis.

                Het principe van de oostwaartse gebedsrichting werd ook gevolgd in de oude Doopliturgie. De Apostolische Constituties verwijzen erbij naar het Oude Testament waar in de Tempelliturgie de priesters en levieten lof zongen, gericht naar de opgaande zon. Het lichaam van de gedoopte is als een tempel van de Heilige Geest en de gedoopte moest een Onze Vader bidden in oostwaartse richting, naar de opgaande zon. De opgaande zon werd geassocieerd met de hemel en met Christus Die verrezen is en ten hemel opgestegen.

                De verrezen Christus, waarmee de gedoopte bekleed was, is als de ZON, de zon van het heil (“sol salutis”). Christus is als de ondergaande zon in het dodenrijk afgedaald. Hij is nedergedaald ter helle voor de verlossing van de rechtvaardigen van het Oude Testament. De ondergaande zon wordt vergeleken met Christus’ nederdaling ter helle. De verrezen Christus is als de SOL INVICTUS. De opgaande zon wordt vergeleken met de verrezen Christus! Vermits Jezus Christus verrezen is op de eerste dag van de (Joodse) week, d.i. onze zondag, komen we als gelovigen ook op deze dag tezamen om te bidden.

                “Op de dag van de zon is Jezus Christus uit de doden verrezen.”, schrijft Justinus. “Daarom komen wij als gelovigen samen om op deze dag te bidden.” (ook Ignatius van Antiochië en Clemens van Alexandrië). Christus is het grote Licht dat de gedoopten verlicht (Akten van Thomas). Het ontvangen van het doopsel is dan ook een afleggen van de duisternis om bekleed te worden met het kleed van de onsterfelijkheid of van de verlichting; in de kunst voorgesteld als de zon, symbool van Christus. Ambrosius, Augustinus en Hiëronymus noemen in hun geschriften en preken de verrijzenis een zonsopgang.

                De sol invictus van de Grieks-Romeinse Oudheid was een heidense voorstelling van de zonnegod. De zon die opgaat in het Oosten en ondergaat in het Westen, de zon die nooit door de duisternis wordt overwonnen, komt iedere dag op. Het is een teken van opstanding en overwinning. In de Misliturgie stonden de christenen op zondag en Pasen met het gezicht oostwaarts gericht en automatisch dacht men daarbij aan de verrezene Christus, de zon van de Gerechtigheid. De beelden van de oude zonnecultus werden op een christelijke manier geïncultureerd. Christus is de ware Zon, Christus is de Sol Salutis!

                In het Laudengebed van maandag bidden wij de hymne van Ambrosius over Christus, Die de “splendor paternae gloriae” is.

    Schittering van de Glorie van de Vader. Licht dat Licht voortbrengt,

    Licht van Licht en bron van verlichting, dageraad die de dag verlicht.

    Schitterend Licht van de Heilige Geest, verlicht onze harten.

    De uitdrukking “sol salutis” (d.i. zon van heil) is een liturgische uitdrukking. Zoals de “kelk van eeuwig heil” in de Heilige Mis, zo is de “sol salutis” Christus, Die ons heil heeft gerealiseerd door Zijn dood en vooral door Zijn opstanding. “Want als Christus niet verrezen is, dan zijn wij nog in onze zonden.”, schrijft Paulus. De sol salutis is de gekerstende versie van de antieke zonnecultus. In het Laudengebed van zaterdag tijdens de vasten bidden we de hymne: “O sol salutis intimis Iesu refuge mentibus, dum nocte pulsa gratior Orbi dies renascitur.”

     

                3. In dit artikel geef ik een overzicht van de beschouwingen van Mgr. Klaus Gamber uit zijn boek: “Zum Herrn hin” (d.i. “Naar de Heer gericht”): Vragen rond de Oostelijke oriëntatie van Kerkgebouw en gebed (Pinksteren 1987; Franse uitgave door les Editions Madeleine, le Barroux; Nederlandse vertaling door Una Voce Nederland) Mgr. Klaus Gamber was een internationaal bekend liturgist (1919-1989) en was erelid van de pauselijke academie voor liturgie.

                In het voorwoord op zijn boek schrijft Mgr. Gamber dat hij persoonlijk de invoering van het altaar “versus populum” en de richting van het celebreren naar het volk toe als veel problematischer beschouwt dan de invoering van het nieuwe Missaal. Aan de grondslag van deze nieuwe opstelling van de priester aan het altaar – het gaat om een nieuwigheid en niet om een terugkeer naar een oude praktijk; de oude praktijk was immers “versus orientem” – ligt EEN NIEUWE NOTIE VAN DE MIS ALS GEMEENSCHAP VAN EUCHARISTISCHE MAALTIJD.

                “Versus orientem”, d.i. naar het Oosten. Vanaf het “Dignum et Justum est” van de Prefatie stonden celebrant en volk naar het Oosten gericht (hè anatolè) vanwaar de wederkomst van Christus verwacht werd (“Zoals de bliksemschicht uitschiet uit het Oosten en licht tot in het Westen, zo zal het zijn met de komst van de Mensenzoon”). De Didaskalia I,57 en de Apostolische Constituties II,57 spreken erover. De priester stond alleen met zijn gezicht naar het volk om het volk te zegenen.

                Een historische reis doorheen de primitieve en Middeleeuwse kerken van Klein-Azië, Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten levert als resultaat op dat het principe “versus orientem” op de meeste plaatsen werd gevolgd. Over het bijzondere geval van enkele Romeinse Basilieken heb ik het later.

                In de gemeenschappelijke Traditie met het Oosten gold ook in het Westen altijd als wezenlijk dat, zoals eertijds het binnenste heiligdom in het Tempelcomplex van Jeruzalem, de altaarruimte van de ruimte der gelovigen was afgezonderd. De vandaag veel misbruikte stelling dat het altaar “het middelpunt” moet zijn is fout, zo dit als plaatsaanduiding begrepen wordt. Jazeker, het altaar is het centrum van de gewijde handeling, maar er is ook een strikte scheiding tussen altaarruimte en kerkschip. Deze scheiding is er gekomen toen de mensenmassa’s de Kerk instroomden; dus op zijn laatst na het jaar 300. Er werden koorhekken opgericht en gordijnen aangebracht; een altaarbaldakijn en een baldakijn aan de pergola van het koorhekken, dat in de kleinere kerken slechts uit een houten dwarsbalk bestond. Dit gebeurde vanuit het bewustzijn dat het Mysterie dat op het altaar werd voltrokken, behoed moest worden, dat men het niet direct aan de blikken van de gelovigen moest blootstellen.

                De byzantijnse ikonostase is niets anders dan de verdere ontwikkeling van het vroegchristelijk koorhek. Aan de altaarbaldakijn hing in de jonge kerken, behalve een kroonluchter, een gouden of zilveren vat, meestal in de vorm van een duif, waarin de Heilige Eucharistie voor ziekencommunie werd bewaard, voorloper van ons tabernakel. Reeds vroeger gebruikte men voor dit doel een kastje dat, overeenkomstig de Oudtestamentische Ark van het Verbond, gemaakt was van acaciahout en met bladgoud was bekleed. Het vaatwerk stond altijd op het altaar of in een nis aan de achterkant daarvan. Daaruit ontwikkelde zich het altaartabernakel van metaal.

                Nog in de 13de eeuw spreekt Durandus in zijn “Rationale Divinorum” over de opstelling van de arca op het altaar “waarin het Lichaam des Heren samen met de relikwieën” bewaard worden. De huisvesting van het Eucharistisch Brood in een sacramentshuisje aan de linker koorwand is daarentegen jonger en was hoofdzakelijk tijdens de gotiek gebruikelijk. Het bewaren daarvan op het altaar is uiterst zinvol. Niettemin is tegen het bewaren van de Heilige Eucharistie op een andere waardige plaats in de kerk niets in te brengen.

                Aan de wand van de absis, waar zich de troon van de bisschop en de zetels van de priesters bevonden, beeldde men bovenaan, tot de 5de eeuw, alleen maar het kruis af, of aanvullend bij het kruis, de onderrichtende Christus in de kring van de apostelen. Ook later, in het Avondland en algemeen tot in de gotiek, de in de mandorla (aureool) tronende Christus, omgeven door engelen en de vier dieren van de Apocalyps. In de rij daaronder beeldde men de Moeder Gods af, de apostelen en andere heiligen. DE GELOVIGEN KEKEN TIJDENS DE VIERING VAN DE HEILIGE EUCHARISTIE NAAR DE AFBEELDING VAN DE IN DE HEMEL TRONENDE CHRISTUS. Een lege absiswand, zoals in de moderne Godshuizen, was vroeger ondenkbaar. In de kerken van het Avondland ging de blik van de vierenden omhoog, naar het beeld van de verheerlijkte Zoon Gods of naar het Kruis, teken van onze verlossing. De blik van de celebrerende priester was tijdens het Offer eveneens gericht naar het Oosten, naar het Kruis en naar het beeld van de verheerlijkte Christus en NIET NAAR DE MEEVIERENDE GELOVIGEN zoals dat nu, tijdens het celebreren “versus populum”, het geval is.

     

    VRAGEN EN ANTWOORDEN.

                1. Hoe was de situatie in de 1ste eeuw?

                Men moet een onderscheid maken tussen de vieringen van de “agapè”, of broederlijke maaltijd, en de eigenlijke Heilige Eucharistie. In de eerste eeuwen, toen het aantal gelovigen nog klein was, heeft men bij de “agapè”, in trouwe navolging van het Laatste Avondmaal, dezelfde tafelschikking gehanteerd als toen. Dit tonen verscheidene vroegchristelijke huiskerken aan. Hier vinden we in het midden van het vertrek een stenen bank in de vorm van een halve cirkel die aan 15 tot 20 personen plaats bood. In de steden, waar het aantal gelovigen groter was, moest men hiervoor verschillende tafels opstellen. Aan de ene tafel zaten de bisschop en de presbyters, aan de andere tafels, de gelovigen. Terwijl men bij de gemeenschappelijke maaltijd aan de tafels zat, stond men voor de viering van de Heilige Eucharistie op en posteerde zich achter de aan het altaar staande celebrant. De richting van de celebrant was Oostwaarts (“versus orientem”), en niet “versus populum”.

                In de volgende ontwikkelingsfase werd de “agapè” gesupprimeerd (4de eeuw) en verdwenen de tafels. De gelovigen zaten nu op banken die tegen de wand van de kerk opgesteld stonden. De houten altaartafel werd een stenen constructie. De zitplaats van de bisschop in de basilieken was een semicirkelvormige bank en er was een preekstoel (cathedra). Deze stonden in de absis of in het middenschip. Het altaar stond vrij maar werd later dieper in de absis geplaatst. Toen (einde 4de eeuw) werden celebraties “versus populum” onmogelijk. In Afrika en Spanje werd het altaar meer naar het midden van het middenschip gebracht. In de Afrikaanse kerken vond men een mozaïekplatform voor het altaar om de plaats van de celebrant aan te duiden, die naar de absis gericht stond. Dit is een archeologisch bewijs dat de priester in de Christelijke Oudheid niet naar het volk gericht stond.

     

                2. Hoe kan men tegen de moderne manier van celebreren zijn? Deze wijze van celebreren werd toch voorgeschreven door Vaticanum II en is overal ter wereld ingevoerd!      

    Eerst dient er gezegd te worden dat celebreren met het gezicht naar het volk toe tot aan Vaticanum II niet was toegelaten. Het werd, vooral in Missen met jongeren, door bisschoppen stilzwijgend geduld; o.a. in Duitsland in de jeugdbeweging van de twintigerjaren begon men ermee met kleine groepjes. Een groot voorvechter hiervan was Romano Guardini bij zijn Eucharistievieringen op het slot Rothenfels. De Liturgische Beweging (vooral Pius Parsch) propageerde dit gebruik eveneens. Het genoemde streven werd tenslotte goedgekeurd in de Instructie “Inter Oeucumenici” van de Congregatie van de Riten in 1964. Hierin werd verordend: “Het is goed als het hoofdaltaar vrij staat van de muur, opdat men er zonder moeilijkheden kan rond lopen en opdat daaraan de Heilige Mis met het gezicht naar het volk kan gecelebreerd worden; en het altaar moet zo zijn opgesteld dat het werkelijk het middelpunt vormt waar de aandacht van de gelovigen zich als vanzelf op richt.” Dat de altaren “versus populum” bijna overal ter wereld zijn ingevoerd, is helaas juist. Maar in eigenlijke zin voorgeschreven zijn ze niet. In de Orthodoxe kerken van het Oosten houdt men tot op den dag van vandaag aan het vroegchristelijk gebruik vast, nl. dat de celebrant, samen met de gelovigen, het gezicht naar de absis gericht houdt. Dit geldt zowel voor de kerken van de Byzantijnse ritus (Grieken, Russen, Bulgaren, Roemenen, Serviërs, …) als voor de Oud-oriëntaalse ritussen (Armeniërs, Syriërs, Kopten, …).

     

                3. In de vroegchristelijke Basilica stond het altaar in het midden van de absis van het priesterkoor, en de dienstdoende priester stond daarachter met het gezicht naar het volk gericht. Op het altaar stonden kruis, noch kandelaars. Pas in latere tijd werd het altaar naar zijn huidige plaats aan de wand verschoven (cfr. A. Neugart: “Handbuch der Liturgie” 1926). IS DAT JUIST?

                Juist is wel dat zich in de eerste eeuwen de zitplaatsen van bisschop en priesters tegen de wand van de absis bevonden. In Griekse kerken was deze plaats niet zelden door meerdere treden sterk verhoogd, zodat de op de troon zittende bisschop door allen kon worden gezien en tijdens de preek, die hij vroeger van hieruit hield, beter kon worden gehoord. De middelste zetel was altijd voor de bisschop gereserveerd. Juist is ook dat oorspronkelijk noch kruis, noch kandelaars, noch lezenaar met Missaal op het altaar stonden, maar slechts de kelk en de pateen met de offergaven. Met bloemen tooide men wel de vloer van de kerk, nooit het altaar zelf. De altaren waren in regel ook klein (één vierkante meter). Een klein, massief stenen altaar bevindt zich in de kruisgang van de Dom van Regensburg. In deze Domkerk staat echter een groot altaar (2,10 op 2,40 meter) uit de 5de eeuw, een zgn. Confessio, d.w.z. dat het bij een martelaarsgraf gestaan heeft. Daarom is het ook zo enorm groot. Wat de opstelling van de priester betreft in de vroege Kerk, vermeld ik de uitspraak van pater Jungmann S.J., auteur van het bekend “Missarum Solemnia” die hij in 1967 deed: “DE VAAK HERHAALDE BEWERING dat het oudchristelijk altaar regelmatig uitgaat van een met het gezicht naar het volk gerichte eredienst, IS GEBLEKEN EEN LEGENDE TE ZIJN.”

                Pater Jungmann waarschuwde er ook voor uit het pleiten voor het voksaltaar een absolute eis en tenslotte een mode te laten ontstaan, waaraan men zich genadeloos onderwerpt. Als hoofdreden voor de eenzijdige voorkeur om met het gezicht naar het volk gericht te celebreren, geeft hij aan: “HET BETREFT DE VANDAAG ZO GELIEFDE EN VAAK EENZIJDIGE NADRUK OP HET MAALTIJDKARAKTER VAN DE HEILIGE EUCHARISTIE.”

                Ook de toenmalige kardinaal J. Ratzinger, nu paus Benedictus XVI, heeft in toenemende mate voor het gevaar gewaarschuwd de Liturgie uitsluitend te zien onder het aspect van broederlijke maaltijd.

     

                4. Celebreert de paus ook niet, sedert onheuglijke tijden, met het gezicht naar het volk en bevindt zich in de Sint-Pietersbasiliek te Rome niet, zoals in de meeste moderne kerken, een altaareiland of een altaar op podium?

                Deelnemers aan pauselijke HH. Missen viel het vroeger op dat de paus niet, zoals elders in de christenheid, voor het altaar maar wel daarachter zijn plaats heeft. Sommige liturgisten trokken daaruit de verkeerde conclusie dat hier de vroegchristelijke positie van de celebrant – met het gezicht naar het volk – behouden werd. Het gaat hier echter ook om de naar het Oosten georiënteerde gebedsrichting. De absis van de Sint-Pieter te Rome ligt niet, zoals bij de meeste Basilieken, op het Oosten maar wel naar het Westen gericht. In de moderne, na Vaticanum II gebouwde kerken, vinden we, evenals in de Sint-Pieter, een “eilandaltaar”. Het gaat hier meestal om een gedesoriënteerd altaar in de ruimte, omgeven door rijen zitplaatsen van gelovigen en het is ook moeilijk een geëigende plaats te vinden voor een altaarkruis, dat nochtans vereist is volgens de nieuwe liturgische voorschriften. In de “Mijn heer, mijn God. Ik geloof dat U zijt één God in drie personen
de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Ik geloof  dat God de Zoon voor ons mens geworden is en aan het kruis is gestorven. Dat U het goede loont en het kwade straft.   Ik geloof alles wat U geopenbaard hebt en dat de Heilige  Kerk ons voorhoudt te geloven. Dat geloof ik vast, omdat U het hebt gezegd, U die alles weet en waarheid spreekt.

    Heer vermeerder mijn geloof!

     

    Akte van hoop


     

    Oneindig goede God, ik hoop, door alle verdiensten van Jezus Christus,
van U te verkrijgen:

    De eeuwige zaligheid en alle genaden, die ik daarvoor nodig heb om het te verdienen. Dat hoop ik met een vast vertrouwen, omdat U het beloofd hebt, U die Almchtig zijt, oneindig goed voor ons en getrouw in Uw beloften.

    Heer, versterk mijn hoop!



     

    Akte van Liefde

     

    God van liefde, ik bemin U boven alles uit geheel mijn hart, geheel mijn ziel en uit al mijn krachten, omdat U oneindig goed en beminnelijk zijt. Uit liefde tot U bemin ik ook alle mensen zoals mijzelf.

    Heer, geef mij steeds meer liefde!

    ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

    “O Maria, zonder zonden ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot U nemen!”






     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TOEVAL... OF BESTAAT TOEVAL NIET?

    TOEVAL...  OF BESTAAT TOEVAL NIET?

     

    John Lennon zei enige jaren geleden: “ Het christendom loopt op zijn eind.  Wij Beatles  zijn meer beroemd dan Jezus.”   Enige tijd nadien werd hij door 6 schoten gedood!

    Tancredo Neves (President van Brazilië) zei : “ Als  ik 500.000 stemmen haal bij de verkiezingen, zal zelfs God mij niet kunnen weerhouden van het presidentschap. “    Hij haalde 500.000 stemmen, maar hij werd door ziekte geveld, en stierf de dag voor hij de eed zou afleggen als president.”

    Cazuzza (Braziliaans dichter en zanger) zei gedurende een show in Rio de Janeiro, terwijl hij een sigaret rookte en de rook naar boven blies: “God ... dat is voor jou...!”

    Hij stierf in de ouderdom van 32 jaar aan longkanker, na een verschrikkelijke doodstrijd.

    De man die de Titanic bouwde zei ironisch: “Zelfs God kan die boot niet doen zinken ...!”  Kapitein Smith herhaalde deze woorden aan de tafel van zijn laatste avondmaal, aan boord van het schip...

    Iedereen weet wat er nadien gebeurde.

    Marilyn Monroe (filmactrice) zei tot Billy Graham (beroemd prediker), toen deze haar zei dat hij de Geest van God kwam brengen: “Ik heb uw Jezus niet nodig...!”  Een week later werd zij in haar appartement dood gevonden.

    Bob Scott (Zanger), zong in een van liederen: “Hou mij niet tegen ik ga de ganse weg naar beneden, naar de hel...!”   Enige weken later vond men hem dood, gestikt in zijn braaksel.

    In Caminas (Brazilie) zei een moeder tegen haar dochter die aanstalten maakte om met vrienden uit te gaan met de wagen: “Dochtertje, wees voorzichtig, ga met God en dat Hij u beschermt.”

    De dochter antwoordde: “ De wagen is vol, er is voor God alleen nog plaats in de koffer.”

    De wagen raakte betrokken in een verschrikkelijk ongeval, de auto was onherkenbaar ... op de koffer na. Deze was volledig intact gebleven.

    De Duitse weermacht soldaten droegen gedurende de Tweede Wereldoorlog een koppelriem met als opschrift : ”God met ons”. De geschiedenis heeft uitgewezen dat dit een leugen was.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ONZE PAUS GEEFT ANTWOORD OP VRAGEN DIE VELEN ZICH STELLEN.

    (Interviewboek ‘ Licht van de wereld’ door P. Seewald, Adveniat, 2010)

                        

     1. Misbruikschandalen : “ De gedachte was dat de Kerk niet een Kerk van recht maar van liefde moest zijn; zij mocht niet straffen. het besef dat straffen een daad van liefde kan zijn, was verloren gegaan. Zelfs bij oprecht goede mensen is in die jaren een opvallende verduistering van het denken vast te stellen…De waarheid, verbonden met liefde in de ware zin, is boven alles verheven…Waarom reageerde men vroeger vroeger niet op dezelfde manier als wij tegenwoordig doen ? Ook de pers bracht zulke dingen voeger niet ter sprake, het besef was toen anders…”

    2. Hebt u eraan gedacht om af te treden?  :  “ Bij groot gevaar mag je niet weglopen. Het is dus beslist niet het moment om af te treden. Juist op zulke ogenblikken  moet je volhouden en de moeilijke situatie beheersen…”( p 45). “ Je zou kunnen denken dat de duivel niets op heeft met het Jaar van de priester en daarom dat vuil over ons heeft uitgestoten. Alsof hij de wereld wilde laten zien hoeveel smerigheid er juist

     

     

    Bijvoegsel aan de Boodschap

            van 25 juni 2012

     

    ook onder priesters voorkomt. Maar je zou ook anders kunnen denken en zeggen : de Heer wilde ons testen en ons tot een dieper gaande reiniging oproepen…”.

    “ Natuurlijk heeft het geestelijk klimaat van de 70er jaren, dat zich al in de 50er jaren begint af te tekenen, hiertoe bijgedragen. In die tijd hebben sommigen zelfs pedofilie verdedigd als iets positiefs. Waar het om draaide was met name de stelling – die ook in de katholieke moraaltheologie is binnengedrongen – dat er geen absoluut kwaad bestaat. Kwaad is slechts ‘relatief’. Wat goed of slecht is hangt af van de gevolgen….Goed en kwaad werden inwisselbaar, ze stonden niet meer helder tegenover elkaar.” 

    3. Economische en financiële crisis: “ Natuurlijk, want wij leven op kosten van de volgende generatie. Daaraan zie je de onwaarachtigheid van onze levenswijze. Het is schone schijn waarin wij leven, en wij doen alsof die grote schulden er gewoon bijhoren…Naast specifieke financiële plannen is er ook een globaal gewetensonderzoek nodig. De Kerk heeft op dit punt een bijdrage proberen te leveren in de encycliek ‘ Caritas in veritate’ “

    4. Bestaan van God: “ Veel mensen leven tegenwoordig volgens het praktisch atheïsme. Misschien is er wel iets of iemand, denken ze, die in een onheuglijk verleden de wereld ooit een zetje heeft gegeven, maar daar hebben wij niets meer mee te maken. Als die houding gemeengoed wordt, dan zijn er voor de vrijheid geen criteria meer, dan is alles mogelijk en geoorloofd. Daarom is het ook zo belangrijk dat de Godsvraag weer een centrale plaats krijgt. Het gaat niet om een willekeurige God, maar een God die ons kent,  ons aanspreekt en iets met ons van doen heeft – en die dan ook onze Rechter is”

    5. Sociale druk om te denken zoals iedereen: “ Maar het is werkelijk zo dat concrete vormen van doen en denken als de enig rationele, en daarom enig menselijke worden gepresenteerd. Daaruit volgt een dwingende druk op het christendom; eerst wordt het geridiculiseerd, want het hangt een verkeerde, valse manier van denken aan, en vervolgens wil men het , uit hoofde van die ene vorm van rationalisatie, de levensruimte ontnemen…Het is heel belangrijk dat wij ons tegen de verabsolutering van een bepaald soort rationaliteit verzetten. Want dit is niet de rationaliteit als zodanig, maar de inperking van de rede tot de inzichten van de natuurwetenschap, en het buitensluiten van alles wat daar bovenuit gaat…”

    6.  Het geloof in combinatie met de echte, de goede moderniteit : “ Op welke punten kan en moet het geloof de vormen en uitdrukkingen van de moderniteit aannemen, en waartegen moet het geloof verzet bieden ? Die enorme worsteling is momenteel voelbaar in heel de wereld…Het belangrijkste is dat wij zorgen dat mensen God niet uit het oog verliezen, dat zij weten welke schat zij bezitten. En dat zij vervolgens zelf , uit de kracht van het eigen geloof, de confrontatie aangaan met secularisme en de scheiding der geesten teweeg brengen. Precies dat enorme proces is de grote opdracht die wij op dit moment hebben” .

    7. Over de erfzonde: “ De mens is structureel door de erfzonde bepaald. Dat het heidendom in hem telkens weer de kop opsteekt, is een ervaring van alle tijden. De erfzonde bestaat echt. Steeds opnieuw laat de mens het geloof los, dan heeft hij weer aan zichzelf genoeg, wordt hij een heiden in de diepste betekenis van het woord. Maar ook zien wij steeds opnieuw God terug in de mens. Dat is de worsteling van heel de geschiedenis. Zoals Augustinus zei : de wereldgeschiedenis is een strijd tussen twee vormen van liefde : de eigenliefde, die leidt naar de zelfvernietiging van de wereld, en de naastenliefde, die leidt naar zelfverloochening …” 

    8. Een nieuw concilie nodig?  “ Wij hebben in totaal meer dan 20 concilies gehad, en er komt zeker ooit weer een nieuw concilie. Op dit moment zie ik de voorwaarden daarvoor niet vervuld. Naar mijn mening is de bisschoppensynode in deze fase een goed instrument…Op dit ogenblik hebben wij vooral geestelijke bewegingen nodig…Zij maken Gods aanwezigheid weer tot het wezenlijke punt.”

    9. Steeds actief zijn?  “Niet opgaan in activisme betekent aandacht houden voor consideratie, voor omzichtigheid, beschouwing, om je heen kijken, tijd houden voor innerlijke afweging, voor het bezien van en omgaan met de dingen, met God en over God. Niet denken dat je onophoudelijk moet werken, is belangrijk voor ieder mens, voor iedere manager en met name voor de paus. Hij moet veel overlaten aan anderen, zodat hij innerlijk overzicht houdt en de innerlijke concentratie waarin het wezenlijke kan oplichten…Het is niet goed om alleen maar dossiers door te werken. Ik lees er zoveel mogelijk.

     

     

     

    Bijvoegsel aan de Boodschap

            van 25 juni 2012

     

    10. Paus : een superster?  “Moet je je wel voortdurend blootstellen aan de massa en je als een superster laten bekijken? Dat is de vraag. Anderzijds, mensen willen nu eenmaal graag de paus zien…Zo moet je het dan maar aanvaarden en de loftuitingen niet op jezelf betrekken als een persoonlijk compliment.”

    11. Het gevoel opgesloten te zitten , een ommetje willen maken?  “ Dat doe ik niet. Maar dat ik nu niet meer gewoon een uitstapje kan maken, vrienden kan bezoeken, of gewoon thuis zijn, net als vroeger weer in mijn huis in Pentling verblijven…is wel een verlies”. 

    12. Geloof en rede. “ God heeft nu een professor tot paus gemaakt. Ik denk dat Hij dat element van reflectie op de voorgrond wil hebben, en vooral het zoeken naar eenheid tussen geloof en rede.”

    13. Benoemingen. “ Ik neem pas beslissingen als ik anderen veelvuldig geraadpleegd heb. En ik denk dat het in de afgelopen jaren toch gelukt is, een reeks goede benoemingen te doen…”  “ Beslissend is of hij de kwaliteiten bezit en of hij een spiritueel mens is, iemand die echt gelovig  en vooral moedig is”.

     14. Verdraagzaamheid en waarheid t.o.v. andere religies. “  Wat betekent tolerantie ?  Hoe verhouden waarheid en tolerantie zich tot elkaar ?  En vervolgens in verband daarmee de vraag of tolerantie ook het recht inhoudt van godsdienst te veranderen. Dat is moeilijk te aanvaarden voor de islamitische gesprekspartners.  Zij zeggen : wie in de waarheid is gekomen, kan niet meer terug” 

    15. Hogere eisen van het mens-zijn? “  Wij moeten weer beseffen dat het iets heel bijzonders is mens te zijn, een grote uitdaging. Daar hoort niet bij dat je je gewoon maar op de stroom laat meevoeren. Net zo min als een levensinstelling die alleen maar uit is op comfort of de idee dat wellness het hoogst bereikbaar geluk is. Het moet weer voelbaar worden dat wij hogere eisen willen stellen aan het mens-zijn, ja, dat pas daardoor een hogere vorm van geluk toegankelijk wordt…”

    16. Vernieuwde en vroegere vorm liturgie. “ Ik heb de vroegere vorm vooral beter toegankelijk willen maken, om de innerlijke continuïteit van de Kerk door de tijd heen te behouden. Wij kunnen niet zeggen : voeger was alles verkeerd, nu is alles goed. Want in een gemeenschap waarin niets belangrijker is dan bidden en Eucharistie vieren, kan iets wat vroeger het allerheiligste was, niet volstrekt verkeerd zijn. Het ging mij om de verzoening met ons eigen verleden, om de innerlijke continuïteit van het geloven en bidden in de Kerk”

    17. Het persoonlijk voorkomen :   “ Ik heb tegen mijzelf gezegd : ik ben zoals ik ben. Ik probeer niet iemand anders te zijn. Wat ik geven kan, geef ik, en wat ik niet geven kan, probeer ik ook niet te geven. Ik probeer niet mezelf anders voor te doen dan ik ben. Ze hebben mij nu gekozen – daar hebben ook de kardinalen schuld aan – en ik doe wat ik kan”.

    18.  Reacties media opheffing excommunicatie bisschop Williamson. “ Hier is kennelijk – ik heb het ook in mijn brief daarna opgeschreven – een vijandigheid aan het werk die op zulke dingen zit te wachten, en abrupt opspringt om erop los te slaan zodra de gelegenheid zich aandient. Aan onze kant is de fout gemaakt dat er niet genoeg  onderzoek en voorbereiding is gedaan voor deze zaak”.

    19.  Een tijdperk van evangelisatie?  “ Wij moeten afwachten wat wij aankunnen en tot stand kunnen brengen. Maar dat wij met frisse energie opnieuw aan de wereld het evangelie moeten verkondigen, zodat het de wereld innerlijk raakt,  en dat wij daarvoor heel veel energie moeten verzamelen, dat alles hoort bij het programma dat mij is toevertrouwd” .

    20. Wetenschap zonder God? “ Tegenwoordig denkt de mens dat hij alles zelf kan wat hij vroeger alleen van God verwachtte. Die manier van denken houdt hij voor wetenschappelijk. Daarbinnen lijkt alles wat met geloof te maken heeft archaïsch, mythisch, behorend bij een beschaving uit het verleden. Godsdienst, de christelijke godsdienst in ieder geval, wordt beschouwd als een relict uit het verleden. Al in de 18-de eeuw beweerde de Verlichting dat ooit ook de paus, (de dalai lama van Europa), zou moeten verdwijnen  De Verlichting zou deze mythische overblijfselen definitief wegwerken… De mens zoekt  niet meer het mysterie, het goddelijke, maar hij denkt dat de wetenschap alles wat wij nu nog niet begrijpen ooit zal ontraadselen. Het is alleen een kwestie van tijd. Dan beheersen wij alles. Wetenschappelijkheid wordt daardoor het allerhoogste criterium…De andere kant is dat de wetenschap nu ook tegen haar grenzen aanloopt. Veel wetenschappers zeggen dat het geheel toch ergens vandaan moet komen, en dat we die vraag opnieuw moeten stellen. Dat brengt een nieuwe openheid voor het religieuze mee”.

     

    Bijvoegsel aan de Boodschap

            van 25 juni 2012

     

    21. Veel theologen en priesters zijn zo vervreemd geraakt van de fundamenten,  dat een katholiek profiel vaak nauwelijks nog herkenbaar is. Wat is er fout gegaan? “ Wel, dat zijn de eigen ontbindende krachten in de menselijke ziel. En de wens om bij het publiek in de smaak te vallen. Of om een niemandsland te vinden, waar je alles nog vrij vorm kunt geven…Het kan gaan in de richting van politiek moralisme, zoals het geval is in de bevrijdingstheologie en in andere experimenten; het christendom moet zo weer relevant en actueel worden. En het kan gaan in de richting van psychotherapie en wellness, en dan wordt godsdienst geïdentificeerd met een algemeen gevoel van welbevinden. In al deze gevallen wordt de kern van het geloof zelf weggelaten. Wat overblijft… zijn zelf ontworpen projecten, die tot op zekere hoogte levenswijsheid inhouden, maar die geen overtuigende gemeenschap met God tot stand brengen, en ook de mensen onderling niet blijvend met elkaar kunnen verbinden”.

    22. Kerkelijke media nemen slogans over van kritiek op de Kerk. Bisschoppen volgen adviseurs, die hen aanraden zich niet te scherp te profileren. Problematisch voor een nieuwe evangelisatie? “ Al die verschijnselen kun je alleen maar betreuren…we moeten echt zorgen dat dat gaat veranderen…Wat is echt wezenlijk, dat is de vraag. Dat betekent dat wij steeds weer terugkeren naar het evangelie en de woorden van het geloof”.

    23. Het  niet kunnen communiceren van echtgescheidenen. U hebt gezegd dat  over die regel ‘intensiever moet worden nagedacht’. “ Natuurlijk moet dat gebeuren. Er zitten twee kanten aan. Enerzijds weten we dat de Heer zegt : een huwelijk dat in geloof is gesloten, kan niet worden ontbonden. Die woorden kunnen we niet manipuleren. We moeten ze zo laten - ook al staan ze haaks op de moderne levenswijze…De crisis die wij op dit punt doormaken in de zich langzaam ontbindende Westerse samenleving, beperkt zich dus niet tot de Westerse wereld. maar om het monogame huwelijk daarom maar op te geven, of de inzet voor deze samenlevingsvorm te staken, zou tegen het evangelie zijn…”.

    24. Seksuele ethiek en resultaten van enquêtes. Men zegt dat tegenwoordig bijna geen vrouw nog als maagd het huwelijk ingaat… “ Resultaten van enquêtes – over hoe mensen leven  en wat ze doen – zijn op zichzelf geen criterium voor wat waar is en juist…Als je seksualiteit en vruchtbaarheid radicaal van elkaar losmaakt – en dat doet de anticonceptiepil – dan wordt seksualiteit iets triviaals. Alle vormen van seksualiteit zijn vervolgens gelijkwaardig… Wij zijn zondaars. Maar als onze hoge moraal niet nageleefd wordt, moeten wij dat niet beschouwen als een pleidooi tegen de waarheid. We moeten zoveel mogelijk het goede proberen te doen…”.

    25. Protestanten en ontvangen van de Communie? “ Ook de wereldorthodoxie leert dat alleen wie in volle gemeenschap met de Kerk leeft, de H. Communie kan ontvangen….De Eucharistie is niet zomaar een sociaal ritueel, waar mensen elkaar vriendelijk bejegenen, maar een uitdrukking van wie wij zijn in het hart van de Kerk…”.

    26. Priesterlijk ambt ook voor gehuwden?  “ Dat de bisschoppen in onze verwarrende tijd daarover nadenken, kan ik begrijpen. Maar vervolgens is het moeilijk te bedenken, hoe die twee systemen naast elkaar zouden moeten bestaan… Het celibaat…, iets dat alleen te realiseren en te geloven is, als God bestaat, en als ik daardoor voor het Rijk Gods opkom. in die zin is het celibaat een bijzonder teken” 

    27. Jezus zou vrouwen niet geroepen hebben tot het priesterschap, omdat dat tweeduizend jaar geleden ondenkbaar was. “ Dat is onzin, want de wereld van toen was vol priesteressen. Alle godsdiensten hadden hun priesteressen. De formulering van Johannes Paulus II is erg belangrijk : de Kerk heeft ‘generlei volmacht’ om vrouwen te wijden. de Heer heeft de Kerk een vorm gegeven...is constitutief. De Heer wil iets voor ons, en daar houden wij ons aan, ook wanneer dat deze cultuur en deze beschaving moeite kost en ingewikkeld is. Overigens vervullen vrouwen zoveel belangrijke en betekenisvolle functies in de Kerk “.

    28. Homoseksualiteit.  “ Het gaat om de innerlijke waarheid van de seksualiteit in de opbouw van het mens-zijn. Als iemand diep gewortelde homoseksuele neigingen heeft – men weet tot op heden nog niet of ze aangeboren zijn, of in de vroege kinderjaren zijn ontstaan – als zij in de persoon macht uitoefenen, dan is dat voor zo iemand een grote beproeving, zoals ook andere dingen een mens geweldig kunnen beproeven. Maar

     

    Bijvoegsel aan de Boodschap

            van 25 juni 2012

     

    dat betekent niet dat homoseksualiteit daardoor moreel goed wordt. Het blijft iets dat haaks staat op Gods oorspronkelijke bedoelingen “.

    29. Ook waarheid bij andere godsdiensten?  “ Je moet twee dingen zeggen; Enerzijds: Christus is de Zoon van God en in Hem is de gehele waarheid over God geconcentreerd zichtbaar. Anderzijds: er zijn ook in andere godsdiensten veel soorten van waarheid zichtbaar, ze hebben fragmenten van de waarheid, sprankjes van het grote licht in zich”.

    30. Creatief zijn en de liturgie   “ Niet wij doen iets, niet wij tonen onze creativiteit en wat wij zoal tot stand kunnen brengen. Liturgie is geen show, geen toneelopvoering, geen spektakel – de Ander blaast er het leven in. Dat moet duidelijk overkomen… De mens presenteert in de liturgie niet zichzelf…maar ze moet altijd bevatten wat ons vanuit het geheel van het geloof van de Kerk, het geheel van haar traditie en het geheel van haar leven wordt aangereikt en niet aan de mode van de dag ontleend is”

    31. Jezus’ aanwezigheid in de Eucharistie. “ Als het waar is – en dat geloven wij – dat Christus werkelijk aanwezig is in de Eucharistie, is dat de allerbelangrijkste gebeurtenis, ... van de hele wereldgeschiedenis, de beslissende kracht, die veranderingen kan voortbrengen…Ik deel nu de Communie uit op de tong en de gelovigen knielen daarbij. Daarmee wil ik de eerbied bevorderen en de werkelijke aanwezigheid van Christus benadrukken. Vooral ook omdat bij massale bijeenkomsten die wij kennen in de Sint-Pieterskerk en op het Sint-Pietersplein het risico van oppervlakkigheid groot is. Ik hoorde dat er ook mensen zijn die de hostie dan bijvoorbeeld in hun portefeuille steken en als een soort souvenir mee  naar huis nemen… iedereen gaat naar voren, en daarom ga ik ook. In die context wilde ik een duidelijk teken stellen. Mensen moeten weten dat hier iets bijzonders gebeurt. Hier is de Heer, voor Wie je neerknielt. Opgelet! Het is niet alleen maar een sociaal ritueel waaraan je al dan niet kunt deelnemen”.

    32. Betekenis Mariaverschijning in Fatima. “Het geloof ontvouwt zich. En daar hoort ook bij dat de Moeder Gods steeds sterker binnentreedt in de wereld om ons de weg te wijzen, als licht dat van God uitstraalt, als de Moeder door wie wij vertrouwd worden met de Zoon en de Vader. Zo geeft God ons tekenen, zelfs in de 20-ste eeuw”.

    33. Betekenis van het ‘Jezusboek’ door de paus geschreven als collega-theoloog. “ Het is geen boek dat uitgegeven is door het leergezag…Ik wilde proberen een exegese, een Schriftuitleg te ontwerpen, die niet vertrekt vanuit een positivistisch historisme, maar die het geloof laat wegen in de exegese. Dat is in het huidige exegetisch landschap natuurlijk enorm riskant…Dat er in de mens Jezus – Hij is echt mens – meer dan een mens aanwezig is. Niet een mens aan wie het goddelijke geleidelijk is toegevoegd dankzij latere mythevorming- nee, in zijn persoon is al meteen bij de eerste ontmoetingen en overleveringen iets te zien geweest dat alle verwachtingen overtrof…ik wilde laten zien dat de Jezus in wie wij geloven, ook echt de historische Jezus is, en dat de figuur die de evangeliën ons schilderen, veel realistischer en geloofwaardiger is dan de vele andere Jezusfiguren, die ons steeds weer worden voorgehouden”.

    34. Waarom wordt er in de verkondiging zo opvallend gezwegen over eschatologische thema’s  (hel, vagevuur, antichrist, vervolging van de Kerk in de eindtijd, wederkomst van de Heer)?  “ Dat is een heel serieuze kwestie. Inderdaad is onze verkondiging heel eenzijdig, ze is voornamelijk gericht op het verbeteren van deze wereld, en de echt betere wereld wordt nauwelijks nog genoemd. Op dit punt moeten wij ons geweten onderzoeken…Die laatste dingen zijn voor de moderne mens moeilijk te verteren. Ze lijken onwerkelijk. Liever hebben de mensen concrete antwoorden, die de nood van het heden verlichten…Er zal echt een laatste oordeel plaatshebben. Eerst komt het in de vorm van een, laten we zeggen, voorlaatste oordeel, een oordeel op het moment dat de mens doodgaat…er vindt werkelijk een oordeel plaats, de mensheid wordt opgedeeld, de mogelijkheid van verwerping bestaat ook, de dingen zijn niet om het even. Mensen denken tegenwoordig dat het niet zo een vaart zal lopen. Zo kan God toch niet zijn. Maar nee: God neemt ons serieus. Het kwaad bestaat, en waar het nog bestaat moet het veroordeeld worden…Op eigen kracht kan de mens de geschiedenis niet de baas…Die krachten kunnen enkel voortkomen uit een ontmoeting met God. Die morele krachten bieden weerstand. In die zin hebben wij God nodig, de Ander, die ons helpt te zijn wat we uit onszelf niet kunnen zijn...Daar gaat het om. Dat wij God waardig worden, en zo in het ware, eeuwige leven kunnen binnengaan”.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Paus Benedictus XVI. DOET DE KINDERDOOP DE VRIJHEID GEWELD AAN? ((13 juni 2012))

    Paus Benedictus XVI.

     

    DOET DE KINDERDOOP DE VRIJHEID GEWELD AAN?   ((13 juni 2012))

     

    Doet de kinderdoop de vrijheid geweld aan? vraagt Paus Benedictus XVI zich af: in tegendeel, hij is “een anticipatie op de zin van het leven” en daardoor “rechtvaardigt” hij de gave van het leven.

    Aan het slot van zijn lange overweging over het doopsel, bij de opening van het Kerkelijk Congres van het bisdom Rome, bleef Paus Benedictus XVI staan bij de vraag over de kinderdoop.

    Dit doopsel stelt twee veel voorkomende vragen: “Is de kinderdoop goed of zou het beter zijn eerst het catechumenaat te volgen om te komen tot een doopsel dat goed begrepen wordt?” en “Kunnen wij aan ons kind de godsdienst opleggen die het moet volgen of niet? moeten wij het kind dat niet zelf laten kiezen?”

    Deze vragen tonen volgens de Paus dat het christelijk geloof niet meer gezien wordt als “het nieuwe, het ware leven” maar als “een keuze tussen andere” en zelfs “een last die men niet zou mogen opleggen zonder goedkeuring van de betrokkene”.

    Nochtans “is de werkelijkheid anders”: “het leven zelf wordt ons gegeven zonder dat wij konden kiezen of we al of niet willen leven”, inderdaad “nooit werd aan iemand gevraagd: wilt ge geboren worden of niet?”.

    “Het leven zelf wordt ons noodzakelijkerwijze gegeven zonder onze voorafgaande toestemming, het wordt ons gegeven en wij kunnen niet vooraf beslissen of “ik al of niet wil leven”.

    Voor Paus Benedictus XVI is de echte vraag dus: “Is het juist in deze wereld het leven te geven zonder toestemming gekregen te hebben – wilt ge al of niet leven? Kan men werkelijk het leven anticiperen, het leven geven zonder dat de betrokkene de mogelijkheid had om te beslissen?”

    De gave van het leven “is mogelijk en juist” alleen wanneer met het leven ook “de waarborg (gegeven wordt) dat het leven met al de problemen die de wereld kent, goed is, dat het goed is te leven, dat dit leven goed is, dat het door God beschermd wordt en dat het een echt geschenk is”.

    Trouwens, “alleen de anticipatie van de zin rechtvaardigt de anticipatie van het leven”.

    Daarom “rechtvaardigt (het doopsel) ook de anticipatie van het leven als waarborg van het goede dat van God komt” want het is de “anticipatie van de zin, van het ‘ja’ van God die dit leven beschermt”.

    “Zo is kinderdoop niet tegen de vrijheid”, integendeel “de kinderdoop is noodzakelijk om ook de gave van het leven te rechtvaardigen – die anders betwistbaar zou zijn”. “Alleen het leven dat in Gods hand ligt, in de handen van Christus, en ondergedompeld wordt in de naam van de drie-ene God, is een goed dat zekerheid biedt en dat men zonder scrupule kan geven.”

    De uitdaging voor de gedoopte is dan “in overeenstemming met deze gave te leven”, “werkelijk een weg-na-de-doop te gaan, zowel de verzakingen als het ‘ja’ aan God en zo “goed te leven”.

    Vert. Sorores Christi

    Rome (ZENIT.org)


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VATICAAN MAAKT HET PROGRAMMA “JAAR VAN HET GELOOF” BEKEND.

    VATICAAN MAAKT HET PROGRAMMA

    “JAAR VAN HET GELOOF” BEKEND

    ROME (RKnieuws.net) - Rome heeft het programma van het Jaar van het geloof bekendgemaakt dat van 11 oktober 2012 tot 24 november 2013 in de ganse Kerk plaatsvindt. Paus Benedictus XVI kondigde het initiatief al op 11 oktober 2011 aan in zijn apostolische brief Porta Fidei. Met dit initiatief wil de paus de gelovigen de gelegenheid bieden hun geloof te verdiepen, één van de doelstellingen van zijn pontificaat.

    Bij de voorstelling van het programma zei Mgr. Rino Fisichella, voorzitter van de pauselijke raad voor de nieuwe evangelisatie, dat we een algemene crisis meemaken die ook het geloof raakt. Hij zei ook dat er een internetsite en een gsm-applicatie komt om de manifestaties die in het kader van het Jaar van het geloof plaatsvinden aan te kondigen.

    De officiële opening van het Jaar van het geloof vindt op donderdag 11 oktober in de Sint-Pietersbasiliek in Rome plaats en valt samen met de 50ste verjaardag van de opening van Vaticanum II. Dit samenvallen is een bewuste strategische keuze van Benedictus XVI. Alle deelnemers van de synode over de nieuwe evangelisatie en alle concilievaders die nog in leven zijn zullen de openingsplechtigheid bijwonen.

    Eén van de objectieven van het Jaar van het geloof is van het Credo een dagelijks gebed te maken. Op 21 oktober zullen zes martelaren en belijders van het geloof, afkomstig uit de vijf continenten, in Rome heilig verklaard worden. Op 25 januari 2013 komt er in de Romeinse basiliek Sint-Paulus-buiten-de muren een grote oecumenische viering. Op 2 juni 2013 – Sacramentsdag – zal er in alle kathedralen en kerken ter wereld gelijktijdig stille eucharistische aanbidding worden gehouden.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEBED VOOR DE PRIESTERS.

    GEBED VOOR DE PRIESTERS

     

    Marthe Robin (Van wie het zaligverklaringsproces bezig is) bad als volgt: “O mijn God, houd alle priesters op Uw heilige weg, laat niet toe dat de verleidingen van de wereld en de verlangens van het vlees ook maar de minste aantrekking zouden hebben op hen. Maak dat ze allen meer en meer apostelen zouden zijn, meer onwrikbaar in hun geloof, trouw aan hun bediening en dat uw aanbiddelijke Wil steeds ten volle in hen zou verwezenlijkt worden.
    ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
     

    Lieve Gospa, U bent de Moeder van de Hogepriester bij uitstek. Leg in ons hart dezelfde liefde die in uw hart brandt voor uw uitverkoren zonen. Verander elke veroordeling in voorspraak en elk wantrouwen in barmhartigheid!


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VACANTIE EN HET POTLOOD.

    Veel van onze mensen houden binnenkort hun jaarlijkse vakantie. Niet alleen onze kinderen maar ook onze werkende mensen en onze gepensioneerden. De vakantietijd is voor bijna iedereen een tijd die anders is dan anders. Voor velen is het niet alleen een tijd om wat uit te blazen en het wat rustiger aan te doen. De rust en het anders zijn van de tijd laat mensen ook even stilstaan bij de grote lijnen van het leven. Niet voor niets worden na een vakantietijd soms heel ingrijpende beslissingen genomen. De tijd van rust laat mensen gemakkelijker de vraag stellen: Waar zijn we in ons leven mee bezig ? Zie ik de grote lijnen van mijn leven nog ?  Is er voldoende aandacht voor mijn band met God, met mijn medemensen en met mijn eigen ik ? Een eerlijk antwoord daarop laat mensen wel eens, na een vakantietijd, een heel andere richting uitgaan in hun leven. Als ik iets aan mijn parochianen zou mogen wensen als vrucht van hun vakantietijd is het dat wel: kijk eens naar de grote lijnen van je leven voor je weer de drukte van het werkjaar ingaat !

    Een mooi verhaal wat ik daarbij ter overweging wil meegeven is het verhaal van het jongetje die naar zijn oma keek die een brief aan het schrijven was. Op een gegeven moment vroeg hij: “Oma, schrijf je een verhaaltje over wat wij samen hebben meegemaakt? Of schrijf je misschien een verhaaltje over mij?” Zijn oma stopte met haar brief, glimlachte, en zei: “Ik schrijf inderdaad over jou. Maar belangrijker dan de woordjes die ik schrijf, is het potlood waarmee ik schrijf. Ik zou willen dat je later, als je groot bent, net zoals dit potlood wordt”. Het jongetje keek nieuwsgierig naar het potlood, maar kon niets bijzonders ontdekken. Maar het is gewoon maar een potlood! Het is maar hoe je er naar kijkt. Het potlood heeft vijf bijzondere

    dingen die jou - maar dan moet je ze wel onthouden- tot iemand zullen maken die altijd in vrede met de wereld zal leven ...


    Ten eerste: Je zult misschien grootse daden verrichten, maar je mag nooit vergeten dat er een hand is die jou leidt. Deze hand noemen we God, en Hij zal je altijd leiden volgens Zijn Wil.


    Ten tweede: Af en toe moet je stoppen met schrijven, om de punt te slijpen. Daardoor heeft het potlood een beetje pijn, maar het wordt er wel scherper van. Dus moet je wat pijn kunnen verdragen, het maakt je tot een beter mens.


    Ten derde: Als je met een potlood schrijft, kun je altijd uitgummen wat je fout schreef. Corrigeren wat we gedaan hebben is niet slecht, maar belangrijk, om rechtvaardig door het leven te kunnen gaan.


    Ten vierde: Het belangrijkste van het potlood is niet het hout of de buitenkant, maar het grafiet dat erin zit. Dus wees steeds bezorgd om wat er binnen in je gebeurt.


    Ten slotte, het vijfde wat een potlood bijzonder maakt: het laat altijd een spoor na. Besef goed dat alles wat je in je leven doet, sporen zal achterlaten en probeer je daar bewust van te zijn.

    Hoe is het met ons levenspotlood ? Maak er dit jaar een mooie vakantietijd van !

    Gods Zegen, uw priester en pastoor                                                          A. Penne.
www.priesterpenne.be


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gebed voor hen die het scapulier dragen van onze Moeder Maria van de Berg Karmel.

    Gebed voor hen die het scapulier dragen

    van onze Moeder Maria van de Berg Karmel

     

    Maria, Koningin en Moeder van Karmel,
Gij beschermt op een bijzondere wijze
allen die uw heilig scapulier dragen:
neem ook mij onder uw moederlijke bescherming.
Ik wijd mij geheel aan U toe,
en ik zal altijd uw heilig scapulier dragen,
om telkens opnieuw mijzelf eraan te herinneren,
dat ik U ben toegewijd
en als uw toegewijd kind wil leven.
Help mij door uw machtige voorspraak,
om vroom, eenvoudig, liefdevol en zuiver te leven
en sta mij bij in het uur van mijn sterven.
Amen.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE TWAALF BELOFTEN. Van het Heilig Hart aan allen die het Heilig HART vereren.

    DE TWAALF BELOFTEN

    Van het  Heilig Hart aan allen die het Heilig  HART vereren.

     

    1. Ik zal hun alle genaden schenken  die zij in hun staat nodig hebben.

    2. Ik zal vrede brengen in hun huisgezinnen.

    3. Ik zal hen troosten in hun kwellingen.

    4. Ik zal hun een zekere toevlucht zijn in het leven en vooral bij de dood.

    5. Ik zal overvloedige zegen uitstorten over al hun ondernemingen.

    6. De zondaars zullen in mijn Hart de bron en een eindeloze oceaan van barmhartigheid  vinden.

    7. De lauwe zielen zullen vurig worden.

    8. De ijverige zullen spoedig tot hoge volmaaktheid komen.

    9. Ik zal de plaatsen zegenen, waar de beeltenis van mijn Hart uitgesteld en vereerd wordt.

    10. Aan allen, die werken aan het heil der zielen zal ik de  gave schenken, de meest versteende  harten te treffen.

    11. Zij, die deze godsvrucht verspreiden,  zullen hun naam in mijn Hart schrijven en er nooit worden uitgewist.

    12. Ik beloof u, in de overmatige barmhartigheid van mijn           Hart dat mijn almachtige liefde aan allen die negen maanden achtereen de eerste vrijdag te communie gaan de genade der eindboetvaardigheid zal geven, dat zij niet in mijn ongenade zullen sterven, noch zonder hun Sacramenten te ontvangen, en dat mijn Hart hun tot veilige schuilplaats zal strekken in dit laatste uur.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LITANIE TOT HET HEILIG HART VAN JEZUS (goedgekeurd door paus Leo XIII)

    Heer, ontferm U over ons

    Christus, ontferm U over ons

    Heer, ontferm U over ons

    Christus, aanhoor ons

    Christus, verhoor ons

    God, hemelse Vader, ontferm U over ons

    God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons

    God, Heilige Geest, ontferm U over ons

    Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, de Zoon van de eeuwige Vader, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, door de Heilige Geest in de schoot van de Moedermaagd gevormd, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, wezenlijk verenigd met het Woord van God, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, oneindige majesteit, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, heilige tempel van God, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, woontent van de Allerhoogste, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, huis van God en poort van de hemel, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, gloeiende oven van liefde, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, schatkamer van gerechtigheid en van liefde, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, vol goedheid en liefde, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, peilloze diepte van alle deugden, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, alle lofprijzingen overwaardig, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, Koning en middelpunt van alle harten, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, waarin alle schatten zijn van wijsheid en van wetenschap, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, waarin de Godheid in alle volheid woont, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, waarin de Vader zijn welbehagen heeft gesteld, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, dat ons allen deelgenoot hebt gemaakt van uw oneindige rijkdom, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, verlangen van de eeuwige heuvelen, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, geduldig en groot in barmhartigheid, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, mild voor allen, die U aanroepen, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, bron van leven en van heiligheid, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, verzoening voor onze zonden, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, van versmading verzadigd, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, om onze misdaden gebroken, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, gehoorzaam geworden tot de dood, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, met een lans doorstoken, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, bron van alle troost, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, ons leven en onze verrijzenis, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, onze vrede en onze verzoening, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, slachtoffer voor de zondaars, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, heil van hen, die op U hopen, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, hoop van hen, die in U sterven, ontferm U over ons

    Hart van Jezus, hoogste vreugde van alle heiligen, ontferm U over ons

    Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons Heer.

    Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons Heer.

    Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.

    Jezus, zachtmoedig en nederig van Hart, Maak ons hart gelijkvormig aan uw Hart.

    Laat ons bidden. Almachtige, eeuwige God, sla uw blikken op het Hart van uw zeer beminde Zoon en op de lofprijzingen en voldoeningen, die Hij U heeft gebracht in naam van de zondaars. Laat U verzoenen en schenk vergiffenis aan ben, die uw barmhartigheid afsmeken, in de Naam van dezelfde Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AKTE VAN TOEWIJDING AAN HET HEILIG HART VAN JEZUS.

    Opgesteld door de Heilige Margaretha-Maria Alacoque.

    Ik, ................................ schenk mij aan het Heilig Hart van Onze Heer Jezus Christus, en wijd Hem toe mijn persoon en mijn leven, mijn werken en moeilijkheden, mijn lijden en mijn smarten, zodat ik mij van geen enkel deel van mijn wezen meer wil bedienen, tenzij om Hem te eren, te beminnen, en te verheerlijken. Mijn onwederroepelijke wil is geheel aan Hem toe te behoren, en alles te doen uit liefde tot Hem, uit ganser harte verzaken aan alles wat Hem zou kunnen mishagen. Derhalve neem ik U, o Allerheiligst Hart, tot enig voorwerp van mijn liefde, tot beschermer van mijn leven, tot verzekering van mijn zaligheid, tot geneesmiddel van mijn krankheid en onstandvastigheid, tot hersteller van al de missstappen van mijn leven, en tot veilig toevluchtsoord in het uur van mijn dood.

    Wees daarom, o Hart vol van goedheid, mijn rechtvaardiging bij God de Vader, en wend van mij af de slagen van zijn rechtmatige gramschap. O Hart vol liefde, op U stel ik al mijn vertrouwen; want ik vrees alles van mijn boosaardigheid en zwakheid, maar ik verhoop alles van uw goedheid en liefde.

    Vernietig dan in mij, alles wat U kan mishagen of weerstand bieden; dat uw zuivere liefde zo diep in mijn hart zou worden gedrukt, dat ik U nimmer kan vergeten, noch van U gescheiden worden.  Ik smeek u, door uw oneindige goedheid, maak dat mijn naam in uw Hart geschreven sta; want ik wil al mijn geluk en geheel mijn roem stellen, in het leven en in het  sterven als de ootmoedigste dienaar  van uw Heilig Hart.  Amen.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.’DATUM KRUISIGING JEZUS BEKEND’

     (Bron: Ikon)  UTRECHT (RKnieuws.net) –

    De exacte datum waarop Jezus is gekruisigd, is bekend. Dat melden onderzoekers in academisch tijdschrift “International Geology Review” op basis van een geologische studie.

    Vrijdag 3 april in het jaar 33 zou de dag zijn waarop Jezus aan het kruis gestorven is.

    Website Christianpost.com brengt dit nieuws donderdag. Wetenschappers hebben deze datum vastgesteld door de bodem van en aardlagen onder de Dode Zee in verband te brengen met de tekst van Mattheus 27, waarin staat dat de kruisiging van Jezus gepaard ging met een aardbeving.  Al langer willen wetenschappers weten wat de precieze datum is van de dag waarop Jezus aan het kruis gehangen werd. De onderzoekers die 3 april 33 aandragen als exacte dag, melden dat zij eerder niet met zoveel zekerheid als nu een datum aan hebben kunnen wijzen.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ANGLICAANSE PRIESTERS WORDEN RK-DIAKEN.

    ANGLICAANSE PRIESTERS WORDEN RK-DIAKEN.

    LONDEN (RKnieuws.net) - Zeventien anglicaanse priesters, die zijn overgestapt naar de Rooms-Katholieke Kerk, zijn tijdens een plechtigheid samen tot katholiek diaken gewijd. Dat gebeurde tijdens de grootste wijdingsplechtigheid uit de moderne geschiedenis van de Rooms-Katholieke Kerk van Engeland en Wales.  De geestelijken treden samen toe tot het Ordinariaat van Onze-Lieve-Vrouw van Walsingham, dat werd opgericht voor ontevreden anglo-katholieken uit Engeland en Wales. De zeventien anglicanen maken gebruik van het aanbod van paus Benedictus XVI in ’Anglicanorum coetibus,’ (met behoud van hun tradities) over te stappen naar de katholieke Kerk.   Met de overstap doen zij afstand van hun vaste bezoldiging en hun pensioenrechten bij de Anglicaanse Kerk. De helft van de groep is gehuwd. Dankzij deze diakenwijding kunnen zij na een korte opleiding wellicht al in de zomer tot katholiek priester worden gewijd. Die priesterwijding, door de plaatselijke bisschop, vindt in aparte plechtigheden plaats.




    Foto

    Getuigenissen van de jongeren van Cenacolo
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7

  • Foto

    Foto

    Foto

    Godelieve heeft voor mij
    deze prachtige pps gemaakt
    waarvoor mijn dank





    Foto

    Schrijft u wat in mijn gastenboek
    klik dan op het boek boven




    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Klik op het plaatje en krijg een prachtige rondleiding door het Vaticaan
    Ieder nummertje is weer iets moois
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Foto

    Een interessant adres?


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!