For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
11-12-2008
Hildegard von Bingen
Hildegard von Bingen werd geboren in 1098 in Bermersheim bij Alzey, niet ver van Mainz in Duitsland, als tiende en laatste kind van Graaf Hildebert von Bermersheim en Mechild von Merxheim. Tiendoffer In die tijd was het gebruikelijk, dat het tiende kind werd opgedragen aan de kerk een soort tiendoffer. Behalve dat dit beschouwd werd als een eerbetoon aan God, was het ook een praktische oplossing voor een probleem waar zulke grote gezinnen in die tijd voor gesteld stonden, want ook voor adellijke families was het een hele toer zoveel monden te voeden.
Bij haar geboorte werd Hildegard dus al aan de kerk opgedragen. Het meisje kreeg op driejarige leeftijd visioenen van lichtgevende voorwerpen. Kennelijk reageerde haar omgeving hier niet onverdeeld positief op, want al snel begreep Hildegard dat niet iedereen dergelijke dingen zag en verborg haar gave verder voor haar omgeving.
Omdat Hildegard bij haar geboorte was opgedragen aan God brachten haar ouders haar op 8-jarige leeftijd naar het Benedictijns klooster Disibodenberg, nabij Bingen. Aan de buitenkant van het klooster is een "kluis" aangebracht voor vrouwen - in dit geval vrouwen van adel die een religieus leven leiden, maar alleen in de kerk mogen komen bidden. In de kluis is de zalige Jutta van Spanheim, een tante van Hildegard, leidster van de gemeenschap. Regel van Benedictus Haar bestemming is een bestaan volgens de Regel van Benedictus. Samen met nog een ander meisje van haar leeftijd wordt Hildegard opgenomen in deze kluis. Het zijn een paar simpele vertrekken met een kleine ommuurde tuin. De deur wordt letterlijk achter hen dichtgemetseld.
Onder het toeziende oog van Jutta (zij was gravin), leerde Hildegard lezen en schrijven, kreeg zij les in Latijn en werd zij ingewijd in het kloosterleven. Zij heeft geleerd bijbelteksten te interpreteren en de liturgie te bestuderen. Toen Jutta in het jaar 1136 stierf werd Hildegard gekozen tot Abdis van het klooster. Al snel stond het klooster in groot aanzien in de wijde omtrek.
In 1141 kreeg Hildegard echter een visioen dat de loop van haar leven zou veranderen. Een visioen van God schonk haar plotseling inzicht in de betekenis van religieuze teksten en droeg haar op om alles wat ze in haar visioenen waarnam op te schijven.
In 1150 stichtte Hildegard een nieuw vrouwenklooster op de Rupertsberg bij Bingen aan de Rijn in Duitsland, naar welk klooster zij al haar activiteiten verplaatste. Later stichtte zij een ander klooster in Eibingen. Veelzijdige vrouw Hildegard von Bingen was een veelzijdige vrouw; ze was een genie. Ze schreef medische boeken, componeerde meer dan 80 liederen, kende de werking van wijn en van kruiden, was paranormaal begaafd, preekte en ontving een aantal belangrijke visioenen. Zij werd oprecht geëerd door alle groten der aarde vanwege haar oprechtheid. Zij predikte boete en bekering en ontzag daarbij niemand. Raadsvrouwe Zowel het gewone volk alsook de clerici en de adel kregen haar oprechte mening te horen. Daarom ook werd zij door vorsten, bisschoppen en koningen om raad gevraagd. Voor iedereen had zij een duidelijk en oprecht antwoord klaar.
Ze stichtte na de zoveelste aanvaring met het kerke-lijke gezag, gewoon haar eigen klooster. Een spiritueel en daadkrachtig mens. Arts Meer dan dertig jaren leidde zij het klooster in Bingen. Zij schreef als eerste arts haar bevindingen neer. Problemen over gezondheid en ziektebeelden kwamen in grote oplage in omloop. Zij was een mystica en deze ervaringen schreef zij, met behulp van een latinist, neer (Liber Scivias).
Ook in geloofszaken wist zij met veel overgave een duidelijk antwoord neer te leggen. Vooral haar werken over de heilige Drie-eenheid zijn van onschatbare waarde gebleken. Zij was goed bevriend met de H. Bernardus van Clairvaux en wordt gezien als de stichteres van de gemeenschappelijke onderzoeken in Duitsland. Kennis overbrengen En opmerkelijk was ze, want in een tijd waarin zeer weinig vrouwen schreven, en de vrouwen die de schrijfkunst machtig waren vaak niet verder kwamen dan wat gekunstelde suikerzoete rijmpjes, produceerde Hildegard, ook bekend als de Sibille van de Rijn, belangrijke theologische werken en visionaire geschriften.
Onverwoestbaar was haar inzet om al haar kennis aan anderen over te brengen getuigen de geschriften over religieuze zaken (Liberdivinorum operum en liber vitae meritorum) maar ook natuurwetenschappelijk (liber subtilitatum diversarum naturarum).
Ze was een kenner van de genezende krachten van natuurlijke objecten en schreef verschillende artikelen over het medicinale gebruik van planten, dieren en stenen. In haar denken speelt de leer van Aristoteles een grote rol: alles is opgebouwd uit de vier elementen aarde, water, vuur en lucht.
Op 17 september 1179, op 81 jarige leeftijd, overlijdt ze op de Rupertsberg. Getuigen zien op dat moment hoe vanuit de hemel een lichtschijnsel op haar sterfkamer valt. Ze werd begraven op het kloosterkerkhof van de Parochiekerk Eibingen in Duitsland.
Hildegard staat vandaag bekend als één van de belangrijkste figuren van de Middeleeuwen.
Nog steeds geldt zij als een van de meest bijzondere heiligen. Voor de muziekliefhebbers is het interessant te weten, dat Hildegard de eerste componist is waarvan een biografie bekend is. Met haar muziek was ze haar tijd ver vooruit. Hoewel Hildegard nog steeds niet is heilig verklaard (ze is wel al zalig verklaard, een stap die in de katholieke kerk vóór de heiligverklaring komt) wordt ze toch al regelmatig aangeduid als de Heilige Hildegard.
In 1998 werd de aandacht op Hildegard gevestigd door musicologen, geschiedkundigen en theologen, die vonden dat haar 900-ste geboortedag een goede aanleiding was voor hernieuwde aandacht voor deze opmerkelijke vrouw.
Bron: Wikipedia
Pater Damiaan De Veuster
Pater Damiaan De Veuster, Geboren als Jozef De Veuster, (Tremelo, 3 januari 1840 - Molokaï (Hawaï), 15 april 1889) was een Vlaamse Picpus-pater en missionaris, bekend voor zijn werk voor leprapatiënten.
Hij werd geboren op 3 januari 1840 als zevende kind in een boerengezin met acht broers en zussen.
Toen hij 15 jaar oud was ging hij in de graanhandel van zijn vader werken, maar hij wilde eigenlijk priester "voor Onze Heer en God Jezus Christus" worden. Hij ging naar het college van 's-Gravenbrakel, en trad vervolgens in bij de Congregatie van de Heilige Harten van Jezus en Maria in Leuven, waarbij hij de broedernaam Damiaan koos. Hij werd een broeder Picpus op 7 oktober 1860, in navolging van zijn broer. Geboortehuis in Tremelo Missionaris in Hawaï
Na zijn studies kreeg pater Damiaan toestemming om als missionaris te gaan werken op de Hawaï-eilanden. Hij vervulde daarmee de droom van zijn broer, die zelf niet kon gaan. Hij kwam aan in Honolulu op 19 maart 1864. Hij werd daar op 21 mei 1864 tot priester gewijd, en deelde zijn vreugde over de wijding tot instrument van "Hogepriester Jezus" mee aan zijn ouders in het verre Vlaanderen. Hij werkte in verschillende parochies op het eiland van Oahu.
In die tijd werden melaatsen van Hawaï samengebracht in een kolonie in het noorden van het eiland Molokaï. Ze kregen voedsel en andere voorzieningen, maar geen medische hulp. Damiaan vond dat ze tenminste een priester konden gebruiken, en vroeg toestemming aan zijn bisschop om naar Molokaï te gaan.
Op 10 mei 1873 kwam hij aan op Molokaï, waar op dat moment 600 lepralijders verbleven. Damiaan begon met de bouw van een kerk en de aanleg van wegen. Naast zijn werk als priester vervulde hij ook de rol van dokter, en hij maakte zelfs doodskisten en groef graven. Zijn komst was een keerpunt voor de kolonie: wetten werden nageleefd, er kwamen degelijke huizen en een school.
Orde van Kalakaua Koning David Kalakaua verleende aan Damiaan de titel "Knight Commander of the Royal Order of Kalakaua".
Toen prinses Lydia Liliuokalani de nederzetting bezocht om deze titel te overhandigen, werd ze geraakt door wat ze zag. Zij bracht de wereld op de hoogte van haar ervaringen, en van Damiaans werk. Hierdoor werd zijn naam bekend in de Verenigde Staten en Europa. Protestanten in Amerika brachten grote sommen geld bijeen voor de missie. De Kerk van Engeland zond voedsel, medicijnen en kledij.
In november 1884 werd bij hemzelf lepra vastgesteld. Met de hulp van vier anderen bleef Damiaan echter verder werken tot veertien dagen voor zijn dood op 15 april 1889. Hij stierf toen hij 49 jaar oud was.
Op 3 mei 1936 bracht het schoolschip Mercator de stoffelijke resten van Pater Damiaan over naar Antwerpen in aanwezigheid van koning Leopold III en kardinaal Van Roey. Zijn stoffelijk overschot werd overgebracht naar Leuven en er plechtig bijgezet op 5 mei 1936 in de crypte van de Sint-Antoniuskerk.
Zaligverklaring Op 4 juni 1995 werd hij door Paus Johannes Paulus II zalig verklaard tijdens een openluchtviering aan de Basiliek van Koekelberg. Na de plechtigheid werd een relikwie (rechterhand) van Pater Damiaan overgebracht naar Molokaï en uiteindelijk op 22 juli 1995 begraven in Kalawao op Molokaï.
Bron: wikipedia
Moeder Teresa
Moeder Teresa, Ze werd geboren in het toenmalige Ottomaanse Rijk en groeide op in een prominent Albanees-katholiek gezin.
In 1928 ging ze werken voor de Orde van de zusters van Loreto in Letnice. Door de orde werd ze naar Calcutta in India gezonden om lerares te worden. Zij koos daar de naam Moeder Teresa in verwijzing naar Teresia van Lisieux.
Zij legde in 1937 de religieuze belofte af en vertrok naar Calcutta in India om les te geven aan de welgestelde kinderen. Hier werd zij regelmatig geconfronteerd met de armoede die er in de stad heerste. Mensen die op onwaardige wijze op straat lagen te sterven werden door haar liefdevol verzorgd.
Ze vroeg aan de paus toestemming om haar werk in de sloppen te mogen voortzetten en in 1948 kreeg zij van paus Pius XII de toestemming om haar werk voort te zetten.
Zij stichtte de religieuze orde van de Missionaries of Charity (Zusters van de Naastenliefde). Zij namen zich tot taak te zorgen voor zieken, daklozen, armen en stervenden die alleen werden gelaten. Al spoedig meldde zich in 1949 de eerste zuster zich bij de poorten van het moederhuis. Drie jaren later werd het eerste hospice geopend in Calcutta.
In Calcutta zette zij een wereldwijd bekend werk onder armen op, dat zij tot kort voor haar dood leidde.
Ze stichtte de orde van de Missionarissen van Naastenliefde, een religieuze orde voor zusters in Calcutta.
In 1979 ontving zij voor haar werk de Nobelprijs voor de Vrede.
Op 5 september 1997 overleed moeder Teresa.
Moeder Teresa werd op 19 oktober 2003 door paus Johannes Paulus II zalig verklaard
Bron: Wikipedia
Giovanni Bosco
Giovanni Bosco, (Castelnuovo Don Bosco, 16 augustus 1815 - Turijn, 31 januari 1888) was een Italiaanse priester.
Hij werd geboren als zoon van een arme boer die met hard werken zijn kost verdiende. In 1817 stierf zijn vader.
Op negenjarige leeftijd had hij in een droom "de jeugd" als werkterrein gezien. Die droom is verschillende keren teruggekeerd.
De jeugdjaren van Don Bosco waren niet gemakkelijk. Toch kon hij in 1841 na zijn studie priester worden. Tijdens zijn priesterschap leerde Don Bosco de trieste levensomstandigheden van de jongens kennen in de voorsteden van Turijn. Jonge mensen doolden door de straten, werkloos, verloren, tot het ergste bereid. Don Bosco wou een eind te maken aan die sociale wantoestanden. Het begon met een ontmoeting met een ontmoedigde jongen. De jongen bracht na een goed gesprek vrienden mee. Zo groeide een centrum waar de jongens terecht konden.
Don Bosco probeerde goede arbeidsovereenkomsten af te sluiten tussen werkgevers, de jongens en hemzelf. Hij bouwde huizen, waar arme jongens konden uitgroeien tot geschoolde werkkrachten, eerlijke mensen en goede christenen.
Don Bosco liet zich niet meeslepen in de politieke en sociale twistpunten van die dagen. Hij streefde naar het onmiddellijk haalbare. Daarvoor had hij de steun en de medewerking van iedereen nodig. Dankzij de hulpmiddelen van velen heeft hij de armen goed gedaan.
Op aanraden van minister Rattazzi en Paus Pius IX stichtte hij de Salesianen van Don Bosco en de Zusters van Don Bosco. Zo groeide het werk van Don Bosco voor jongeren wereldwijd. In Vlaanderen kan men onderwijs volgen bij een twintigtal Don Bosco-instellingen waarvan er enkele aan de studenten slaapgelegenheid bieden. Men verblijft er op internaat. In Volendam (Nederland) staat het Don Bosco College, een scholengemeenschap die naar Giovanni Bosco is vernoemd.
In 1934 werd Giovanni Bosco heilig verklaard. Zijn sterfdag, 31 januari, is tevens zijn feestdag.
Bron: Wikipedia.
Theresia van Lisieux
Theresia van Lisieux, doopnaam: Thérèse Martin, kloosternaam: Thérèse de l'Enfant-Jésus et de la Sainte-Face (Alençon, 2 januari 1873 Lisieux, 30 september 1897) is een Franse heilige. Haar feestdag valt op 1 oktober.
Ze werd als Thérèse Martin geboren in Alençon.
Op haar tiende werd ze ernstig ziek totdat het Mariabeeld op 13 mei boven haar bed naar haar glimlachte, waarna ze volledig genas. Al op jonge leeftijd voelde ze dat het haar roeping was God te dienen. Ze was uitzonderlijk vroom, maar stond ook bekend om haar gevoel voor humor. Ze besloot in te treden bij de orde van de Ongeschoeide Karmelietessen in Lisieux (Normandië) waar twee zussen van haar, onder wie haar lievelingszus Pauline, al eerder waren ingetreden (een derde zus zou in 1894 ook volgen).
Op haar vijftiende trad zij met speciale toestemming van paus Leo XIII daadwerkelijk in bij de orde. In 1890 deed zij haar professie en in 1893 kreeg zij de zorg over de novicen toebedeeld. Zelf wilde ze geen non worden maar altijd novice blijven. Op aanwijzingen van haar zus, die op dat moment tevens overste was, begint zij in 1895 met het opschrijven van haar levensverhaal.
In 1896 werd tuberculose bij haar geconstateerd. Ze stierf op 24-jarige leeftijd aan de ziekte. Na haar dood vertelde een medezuster dat er 'niets bijzonders' over Theresia te vertellen was. Maar alhoewel haar korte leven zeer geleidelijk verlopen was, wist ze door haar diepe verbondenheid met Jezus het geloof heel dichtbij te brengen en zeer intens te vertellen. Dit is mede de reden dat haar autobiografie, Histoire d'un âme (Het verhaal van een ziel), uit een drietal manuscripten samengesteld en bewerkt door haar zuster Agnès de Jésus, zeer populair is en in 40 talen is vertaald.
Op 29 april 1923 werd Theresia zalig verklaard. Haar heiligverklaring volgde op 17 mei 1925.
In 1997 werd Theresia, als derde vrouw in de geschiedenis, door paus Johannes Paulus II tot kerkleraar uitgeroepen.
Haar leven is in verschillende boeken beschreven. Een bekende uitspraak van haar is: "Ik wil het rozen [=zegeningen] laten regenen op aarde". Daarom wordt ze afgebeeld als karmelietes met rozen in de hand. Ze werd de patrones van missionarissen en het missiewerk. Ze is ook patrones van Frankrijk en Rusland. Over Theresia van Lisieux zei Titus Brandsma:"Veelal verwacht men van een heilige iets bijzonders, iets dat van het gewone afwijkt, iets dat men de poëzie van een heiligenleven zou kunnen noemen. En nu ziet men het zo prozaïsch gewoon, dat men er uiterlijk de heilige niet in ziet. Maar dat is juist de ware heiligheid"
Om Theresia te onderscheiden van Theresia van Avila wordt zij ook wel "kleine Theresia" genoemd. Aan de rand van de stad Lisieux is ter ere van Theresia een enorme basiliek gebouwd, die door vele pelgrims en toeristen wordt bezocht
Bron: Wikipedia
De Heilige Vincentius a Paulo
De Heilige Vincentius a Paulo (Pouy bij Dax, 24 april 1581 - Parijs, 27 september 1660) is een Franse heilige, ordestichter en organisator van caritatieve werken.
De heilige Vincentius a Paulo werd geboren in 1581 in het stadje dat sinds 1828 St. Vincent de Paul heet. In 1600 werd hij priester gewijd. Vanaf 1605 verbleef hij in Rome waar hij in de handen viel van Turkse zeerovers die hem in Tunis als slaaf verkochten. In 1607 wist Vincent te ontvluchten van de slavenhandelaars.
In 1612 werd hij pastoor in Clichy en een jaar later huiskapelaan en leraar van de gegoede familie Gondi. In 1617 stichtte hij een vrouwenvereniging die zich bezighield met de zorg voor armen en zieken.
In 1619 kreeg hij de moeilijke taak op zich om als hoofdaalmoezenier te gaan zorgen voor de galeislaven. Hij voelde zich met deze mensen, die onmenselijk hard moesten werken op de galeien, zeer verbonden en hij deed er alles aan om hun lot enigszins te verbeteren. Ook trok hij van parochie naar parochie en preekte hij er gedurende drie dagen om de gelovigen de kans te geven orde op hun geloofszaken te stellen, de zogenaamde volksmissies. Tevens verbeterde hij de organisatie en opleiding van de priesters.
In 1625 stichtte hij de missie congregatie van de Lazaristen, die in verre landen het evangelie prediken. En in 1633 stichtte hij een zustercongregatie: "de dochters van Liefde", die nog altijd een erg grote congregatie is, ook in Nederland, waar ze gewoonlijk de zusters van Schijndel worden genoemd.
Van 1643 tot 1652 was hij lid van een raad die onder andere medezeggenschap had bij het benoemen van bisschoppen. Maar hij werd door kardinaal Mazarin uit die raad gezet omdat hij het niet eens was met diens politieke invloed, die er onder andere voor zorgde dat Mazarin aan de macht kwam. Hij stond koning Lodewijk XIII bij aan diens sterfbed.
Hij stierf in Parijs op 27 september 1660. Hij zei tegen zijn volgelingen: "Ik geef je als klooster de straat, als cel de ziekenkamers, als kapel de parochiekerk, als slot de gehoorzaamheid en als sluier de ingetogenheid." En ook: " Je verliest er niets bij zusters, wanneer je het gebed of de Eucharistie moet verlaten om naar de armen te gaan, want je gaat naar God als je de armen gaat dienen."
Bron: Wikipedia
De heilige Rita werd in 1381 geboren te Rocca Porena in Italië
De heilige Rita werd in 1381 geboren te Rocca Porena in Italië. Dit dorpje ligt op vijf kilometer afstand van Cascia.
Op 14-jarige leeftijd werd zij uitgehuwelijkt. Zij wilde echter kloosterlinge worden maar was zo gehoorzaam dat ze niet tegen de wil van haar ouders in ging. Haar echtgenoot was een bruut, doch ze stelde zich niet teweer en bad slechts voor zijn zielenheil. Nadat deze man vermoord werd zwoeren haar beide zoons bloedwraak. Maar Rita bad tot God dat ze liever had dat haar zoons zouden sterven dan hun snode plannen uitvoeren. Haar beide zoons stierven inderdaad, waarna Rita vrij was om tot het klooster toe te treden. Dit was het Maria Magdalenaklooster te Cascia. Volgens de legende werd haar de toegang tot driemaal toe geweigerd, maar verschenen in een nachtelijk visioen Johannes de Doper, Augustinus en Nicolaas van Tolentino die haar naar het klooster begeleidden, waarvan de poorten zich vanzelf openden.
Zij voelde zich religieus sterk aangetrokken tot het lijden van Christus. Op Goede Vrijdag 1442 zou zij aan het voorhoofd gestigmatiseerd zijn door een doorn uit Christus' doornenkroon, een wond die niet meer heelde.
Een tweede mirakel vond plaats tijdens haar ziekbed in 1447, toen ze aan een verwante die haar bezocht vroeg om een roos voor haar te plukken. Hoewel het winter was, vond deze toch een roos en bracht die aan Rita. Kort daarop stierf zij. Dit is de reden dat op 22 mei, haar sterfdag, aan Rita gewijde rozen bij de zieken worden gebracht.
Tien jaar later werd haar lichaam opgegraven en het bleek nog geheel intact te zijn. Het werd opgebaard in een glazen sarcofaag in de kerk van Cascia.
Rita werd door paus Urbanus VIII zalig verklaard in 1628. Haar heiligverklaring volgde in 1900 door paus Leo XIII.
De devotie voor de heilige Rita werd vooral verspreid door de Augustijnen, waaronder vooral de priorin Maria Teresa Fasce genoemd moet worden, die leefde van 1881 tot 1947. De heilige Rita staat bekend als patrones voor hopeloze gevallen. Ze wordt onder meer aangeroepen bij examenvrees en bij pokken.
Bron: Wikipedia
De heilige Pater Pio van Pietrelcina
De heilige Pater Pio van Pietrelcina O.F.M.Cap. (Pietrelcina, 25 mei 1887 - San Giovanni Rotondo, 23 september 1968) was een Kapucijner pater.
Zijn burgerlijke naam was Francesco Forgione. Francesco had vanaf zijn vroege kinderjaren reeds mystieke ervaringen, die hij als heel gewoon ervoer.
In 1903 trad hij in in de Kapucijner Orde en in 1910 ontving hij de priesterwijding. Vanaf 1903 tot 1910 verbleef Pater Pio O.F.M.Cap. in Benevento wegens zijn voortdurende slechte gezondheid; in 1916 werd hij naar San Giovanni Rotondo verplaatst, waar hij zou blijven tot zijn dood in 1968.
In 1918 had hij zichtbare stigmata, die gedurende zijn verdere leven zouden bloeden, waardoor hij volgens sommigen op mystieke wijze met Christus' lijden verbonden was. Men verhaalt dat hij door zijn zwakke gezondheid en de stigmata zijn verdere leven veel pijn heeft moeten verdragen en dat hij zijn lot droeg voor de bekering van ongelovigen en zondaars. De stigmata zijn niet onomstreden, de katholieke traditie leert dat deze spontaan optredende wonden een bovennatuurlijk verschijnsel zijn.
Reeds tijdens zijn priesterlijk leven werd Pio als een heilige vereerd, hoewel vele bisschoppen hem tegenwerkten. Opvallend was dat hij uren- tot dagenlang de biecht hoorde van vele duizenden gelovigen en heel langzaam en in zijn geest verzonken de H. Mis opdroeg. Beperkingen en straffen verdroeg hij met veel geduld en gehoorzaamheid. Tijdens het biechthoren was hij heel streng voor iedereen, ook in de kerk eiste hij van iedereen eerbiedigheid zowel in kleding als in houding. Hij kon streng tekeer gaan tegen gelovigen die in de biecht zonden trachtten goed te praten en ook tegen vrouwen die in minirokjes of mannenkleding de kerk betraden. Door kinderen raakte hij altijd vertederd. Ondanks de weerstand van vele bisschoppen verwierf Pater Pio uiteindelijk de gunsten van Paus Pius XII; reeds stroomden van alle landen bedevaartgangers naar Pater Pio toe en werden vele wonderen gemeld. Vele Italiaanse politici voegden zich zelfs bij de bedevaartgangers.
Paus Johannes Paulus II heeft Pio heiligverklaard. Pater Pio kenmerkte zich door grote getrouwheid aan de voorschriften van de Rooms-Katholieke Kerk, maar de liturgische vernieuwingen, het verdwijnen van het Latijn en de versterkte opkomst van het neo-modernisme veroordeelde hij telkens opnieuw. Op de vraag wat Pio van het veranderingsgezinde Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) vond, kreeg kardinaal Bacci een ferm en afwijzend antwoord: "Ik heb genoeg van dat concilie!" De invoering van de geheel herziene Nieuwe Mis zou Pater Pio niet meer meemaken. Hij was zelf altijd strikt bij de Tridentijnse ritus en het Latijn gebleven.
Pater Pio leefde sterk vanuit de eindtijd-verwachting en waarschuwde voor komende rampen en oorlogen, vooral echter voor een komende massale geloofsafval. Niet in de laatste plaats om zijn liefde voor de traditionele Rooms-Katholieke leer en liturgie, is Pater Pio geliefd als heilige in traditionalistische en conservatieve kerkelijke kringen, en ook ver daarbuiten. Ook drong hij aan op het gezamenlijke en individuele bidden van de rozenkrans.
Na een lang onderzoek werd hij in 1999 zalig en in 2002 heilig verklaard. In de kloosterkerk van de Kapucijners in Meersel Dreef (Hoogstraten-België) bevindt zich een heiligenbeeld van Pater Pio. In deze kerk wordt hij bijzonder vereerd en talrijke bewonderaars/pelgrims bezoeken deze plaats om hem te gedenken en tot hem te bidden.
H Franciscus van Assisi
Franciscus van Assisi (Assisi (Umbrië), 1181 - aldaar, 4 oktober 1226) leefde als religieus, werd de stichter van de kloosterorde van de Franciscanen of Minderbroeders, en werd heilig verklaard door paus Gregorius IX op 16 juli 1228.
In 1181 wordt Franciscus in Assisi geboren. Zijn vader Petrus van Bernardone is een lakenkoopman en op het moment van zijn geboorte is de vader voor zaken in Frankrijk. Zijn moeder geeft hem de naam Giovanni (Johannes). Zijn vader geeft hem bij thuiskomst de naam Francesco (Fransman).
In zijn jeugdjaren leefde hij -volgens zijn eerste biograaf Thomas van Celano- als een wildebras. Die stelde dat zo voor om het contrast bij zijn bekering beter uit te laten komen. Waarschijnlijk was Franciscus echter ook in zijn jeugd al een creatief en fijngevoelig mens. Hij wijdde zich aan de liefde, streefde naar de ridderslag en gedroeg zich bij tijd en wijle als minnezanger of troubadour.
Na een veldslag tussen zijn geboorteplaats Assisi en de stad Perugia in 1202 werd hij gevangengezet. Daarop volgde een periode van ziekte. Weer aan de beterende hand werd Franciscus bijzonder getroffen door het leed van de melaatsen, die in zijn tijd volledig uit de samenleving werden verstoten. Volgens zijn Testament bracht de Heer hem in hun midden en bewees hij hun barmhartigheid. Naar aanleiding daarvan bekeerde hij zich tot een leven van armoede, gebed en dienstbaarheid aan de armen, ontevreden over de leegheid van zijn leven. Later, in 1205, kreeg hij een visioen in het kerkje van San Damiano. Hij wist zich aangesproken door de daar afgebeelde Gekruisigde: 'Franciscus, ga en herstel mijn huis'. Hij trok zich als een kluizenaar terug in de eenzaamheid en wijdde zich aan de melaatsen, het herstellen van kerkjes en aan het gebed. Zelf wilde hij de allerarmste zijn, en hij bedelde zijn dagelijks voedsel bij elkaar, daarvan delend met anderen die nog minder hadden dan hij. Vanaf dat moment werd zijn enige geliefde 'Vrouwe Armoede'. Zijn vader, die van mening was dat zijn zoon tot de rang van dorpsgek vervallen was, probeerde hem met dreiging en verleiding terug te laten keren naar een werelds leven. Uiteindelijk legde Franciscus in de lente van 1205 tijdens een scène op het plein bij de bisschop zijn kleren aan de voeten van zijn vader (die ze immers betaald had), en wijdde zich toe aan God met de woorden: "Nu kan ik werkelijk zeggen: Onze Vader in de hemel", waarop de bisschop zijn mantel om hem heen sloeg. Als Bernardus van Quintavalle en Petrus Cattani zich in 1208 bij Franciscus willen aansluiten, raadplegen zij met zijn drieën het evangelieboek van de kerk van Sint Nicolaas om te ontdekken hoe hun leven eruit moet zien. Zij stuiten daarbij op drie teksten:
"Als je onverdeeld goed wilt zijn: ga alles verkopen wat je hebt en geef het aan de armen en je zult een schat in de hemel hebben.
Kom dan om mij te volgen." (Mt 19,21)
"Neem niets mee voor onderweg, geen stok, geen reistas, geen brood en geen geld, en ook geen extra kleren." (Lc 9,3)
"Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen en dagelijks zijn kruis opnemen en mij volgen."
Dat is wat zij vervolgens naar vermogen doen, en daarmee is de franciscaanse beweging begonnen. In hetzelfde jaar 1208 gaf de abt van het Benedictusklooster op de Monte Subasio het kerkje van Portiuncula in het dal bij Assisi in bruikleen aan Franciscus om het tot het centrum van zijn nieuwe beweging te maken.
Franciscus was de belichaming van een nieuw persoonlijk gekleurd soort vroomheid binnen het christendom, waarbij de ontwikkeling van het individu en diens persoonlijke gaven en talenten van grote betekenis waren. Tegelijk hechtte hij grote waarde aan het behoren tot een groep gelijkgezinde gezellen, een broederschap, waarin men in elkaars noden en behoeften kan voorzien. Franciscus schreef aan het einde van zijn leven een lofzang op de natuur, het Zonnelied. Hierin bezingt hij 'de dingen van de hemel' - broeder zon en zuster maan en de sterren -, 'de dingen van de aarde' of de vier elementen - broeder wind en zuster water, broeder vuur en zuster aarde -, en tenslotte de levensweg van de mens. Franciscus zag het op zich nemen van wat het leven te dragen geeft als een van de manieren om dichter bij Christus te komen. Wanneer hij opmerkte 'draag uw kruis', bedoelde hij 'neem uw lot op u', 'draag uw deel van het lijden'. Franciscus wees niet alleen het lijden niet af, hij hechtte ook grote waarde aan de natuur, die hij een prachtige weergave vond van hoe de Schepper voor ons zijn wil, en ons draagt en in leven houdt. Dat gebeurt door de afwisseling van ieder weer zoals Franciscus in zijn Zonnelied zingt.
Rond 1219-1220 ontstonden er problemen in de broederschap. Franciscus, die in het Midden-Oosten verbleef, keerde daarom terug naar Italië en legde het ambt van minister-generaal van de broederschap neer. Petrus Cattani volgde hem op, en na diens dood broeder Elias Bombarone. Franciscus schreef intussen een nieuwe regelredactie, waarbij hij naar eigen zeggen van de vele kruimels één hostie wilde maken (met andere woorden: hij maakte er een meer geordend geheel van). Op 29 november werd de nieuwe orderegel door paus Honorius III met een pauselijke bulle bekrachtigd. Op 24 september 1224 had Franciscus stigmata. In de winter of lente daarna zong hij voor het eerst zijn bekende Zonnelied. Hij stierf op de vooravond van 4 oktober 1226.
Franciscus werd begraven in de kerk van San Giorgio in Assisi. In dezelfde kerk sprak paus Gregorius IX twee jaar later zijn heiligverklaring uit. Op verzoek van de paus ging broeder Elia, de algemeen overste van de franciscanen, over tot de bouw van de Sint-Franciscusbasiliek boven zijn graf. De dag volgend op zijn sterfdag (4 oktober) is zijn feestdag, en is in 1929 ook Werelddierendag geworden. Binnen de orde ontstaat na de dood van Franciscus een hevige strijd over hoe de Franciscanen behoren te leven. Aan de ene kant staan de conventuali', die de regel interpreteerden op de wereldlijke pauselijke manier, die het armoede ideaal vrijwel schrapte uit de regel. Aan de andere kant waren er de spirituali, die duidelijk de richting van de armoede op gingen, geheel tegen de wens van de paus in. De voorstanders van beide bewegingen hebben in de loop van de jaren na zijn dood veel levensbeschrijvingen over Franciscus geschreven, waarin ze hem uitspraken en ideeën toeschreven die in overeenstemming was met hun overtuigingen. Met als gevolg dat men niet meer wist tot welke Franciscus zich te richten. Tijdens het generale kapittel in 1260 werd Bonaventura aangesteld om een officiële biografie te schrijven. Dat lukt en deze Legenda Maior werd 1263 ter goedkeuring voorgelegd aan het generale kapittel en goedgekeurd. Het kapittel van 1266 verbood de broeders nog andere levensbeschrijvingen over de heilige te lezen en droeg allen op alle andere geschriften te vernietigen.
Er zijn geen betrouwbare afbeeldingen beschikbaar die Franciscus tonen zoals hij was. Wel is er in ieder geval één fresco bekend die tijdens zijn leven gemaakt is. De maker heeft Franciscus echter waarschijnlijk nooit gezien. Deze fresco bevindt zich in het klooster van San Benedetto in Subiaco. Thomas van Celano beschrijft Franciscus als klein en schriel met een slordige baard en slechte ogen.
De belangrijkste gebeurtenissen in Franciscus' leven
1181/1182 Franciscus wordt geboren in Assisi
1202 Hij trekt mee ten strijde tegen Perugia. Franciscus wordt krijgsgevangen.
1203 Franciscus' vader koopt hem vrij en lange tijd ligt hij ziek thuis.
1204 Het bewijzen van barmhartigheid aan melaatsen brengt een ommekeer in zijn leven.
1205 Het kruis van San Damiano spreekt hem aan.
1209 Hij hoort het Evangelie van de uitzending van de apostelen en herkent hierin het levensprogramma waarnaar hij op zoek was
1210 Paus Innocentius geeft Franciscus en zijn eerste elf gezellen mondeling toestemming te leven volgens het evangelie
1212 Clara volgt Franciscus
1219 Franciscus gaat met een kruistocht mee, maar ongewapend. Zo bezoekt hij de sultan
1221 Zo'n 5000 broeders zijn aanwezig op het generaal kapittel (de algemene vergadering van de broeders)
1223 De leefregel van de minderbroeders wordt door de paus schriftelijk met een bulle bevestigd
1224 Op de berg La Verna zou Franciscus de wondtekenen van Jezus ontvangen hebben in zijn eigen lichaam (de zogenaamde Stigmatisatie)
1226 Franciscus sterft op 4 oktober in Portiuncula, in het dal bij Assisi
1228 Op 16 juli verklaart Paus Gregorius IX Franciscus heilig
Hoewel Franciscus van Assisi geen geestelijke was, begon hij te prediken en verzamelde al vrij snel een aangroeiende groep getrouwen om zich die leefden volgens de regel die Franciscus opstelde. Waar hij aanvankelijk als kluizenaar ging leven en door veel mensen verguisd werd, verkreeg hij in 1209 van paus Innocentius III toestemming om samen met deze getrouwen een nieuwe orde te stichten. Strikte armoede was zeer lang het kenmerk van de orde der Franciscanen. Dat hield in dat de broeders niet alleen afstand deden van persoonlijk, maar ook van gemeenschappelijk bezit. Temidden van de andere kloosterorden werden ze door Franciscus de mindere broeders, Minderbroeders, genoemd. Toen zijn medebroeders eens een klein huisje hadden gebouwd om tenminste enige bescherming tegen wind, regen en zon te hebben, klom Franciscus op het dak en begon pannen naar beneden te gooien tot ze beloofden het huis weer af te breken. Elke vorm van bezit was Franciscus een gruwel. Hierdoor werd het noodzakelijk om het noviciaatschap in het leven te roepen. De nieuwe broeders werden niet meteen minderbroeders, maar moesten een jaar in het noviciaat om hun vrome bedoelingen te bewijzen. De volwaardige broeders hadden hun kappen vast zitten aan hun pij, de novicen moesten een losse kap dragen.
De broederschap breidt wegens zijn grote succes onder de leken uit over europa, ook geleerden voelen zich aangetrokken tot deze nieuwe spirituele weg. De broeders wonen samen in een ruimte die ze locus noemen, wat letterlijk plaats in het Latijn betekent. Het was een grote cirkel waar een gracht omheen werd gegraven. In de ring werd een heg geplaatst. In het midden werden cellen geplaatst waar de broeders konden bidden. De broeders sliepen op de koude grond en heel soms als het echt koud was op hooi, met daarover een doek. Vanuit hier vertrokken de broeders om te bedelen en te prediken. Er werd van je verwacht als broeder om ook zelf contact te zoeken met god. De manier om dit te doen was geënt op de Heremitische traditie, die Franciscus zelf bewonderde en vaak naleefde. De richtlijnen die voor de broeders werd aangehouden is eveneens afkomstig uit de evangeliën. In Lucas 10:38 komt Jezus op bezoek bij Maria en Marta. Maria gaat aan de voeten van Jezus zitten en luistert naar het verhaal van Jezus. Marta zorgt ondertussen voor de twee. Zo gaat het ook bij de minderbroeders. In afzondering, op zoek naar God zijn ze in drie of viertallen. twee sluiten zichzelf dagenlang af om er te bidden tot god en naar hem te luisteren, terwijl de andere twee als Marta voor hen zorgen. Eenmaal per jaar word een generaal kapittel gehouden waar eerst de gebeurtenissen worden besproken, maar later, als de broederschap steeds groter word, en Franciscus minder controle kan uitoefenen over al die mensen die zich bij hem aansluiten worden de kapittels steeds meer gebruikt om bepaalde regels op te stellen. Sommige van de nieuwe broeders interpreteren de manier van leven volgens Franciscus in de ruime zin. De grote toestroom van de vele nieuwe leden, de mobiliteit van de broeders alsmede het feit dat de controle alleen plaatsvindt binnen het netwerk van de persoonlijke relaties tussen de broeders, maken het moeilijk, vrijwel onmogelijk om te komen tot een homogene gelijkwaardige broederschap, die allen hetzelfde ideaal nastreven.
De vrouwelijke tak van de Franciscanen werd gesticht door de heilige Clara van Assisi, van wie Franciscus veel hield, omdat ze de heilige armoede net zo was toegedaan als hijzelf. Vandaar dat een gedeelte van de vrouwelijke volgelingen van Franciscus bekend staat als de Clarissen. Het is de tweede orde, omdat zij na die van de broeders werd gesticht.
Later stichtte Franciscus nog een derde orde. Deze bestaat intussen deels uit zusters franciscanessen en franciscaanse broeders, en deels uit 'leken', overeenkomstig de oorspronkelijke bedoeling. Tegenwoordig staat de laatste bekend als de Orde van Franciscaanse Seculieren (O.F.S.), eerder als Franciscaanse Leken Orde (F.L.O.). Bron: Wikipedia
VERVOLG LAATSTE DAGEN laatste deel
WAARTOE DIENT DE WETENSCHAP
DAT WIJ IN DE LAATSTE DAGEN
LEVEN , ONS TE BEWEGEN ?
Hoe zult u reageren op het bewijsmateriaal dat wij
in de laatste dagen leven ?
Beschouw het volgende eens ;
Als er een uitermate verwoestende storm ophanden
is , treffen wij zonder uitstel
voorzorgsmaatregelen .
Welnu , wat de bijbel voor dit huidige samenstel
voorzegt , dient ons tot actie te bewegen
( Mattheus 16 : 1 - 3 ) .
Wij kunnen duidelijk zien dat wij in de laatste
dagen van dit wereldsamenstel leven .
Dit dient ons ertoe aan te zetten de veranderingen
aan te brengen die nodig zijn om Gods
gunst te verwerven ( 2 Petrus 3 : 3 10 - 12 ) .
Doelend op zichzelf als de bewerker van redding
laat Jezus de dringende aansporing weerklinken
Schenkt ...aandacht aan uzelf , dat uw hart nooit
bezwaard wordt met overmatig eten en
overmatig drinken en zorgen des levens ,
en die dag plotseling in een ogenblik , over
u komt als een strik .
Want hij zal komen over allen , die op de gehele
aardoppervlakte wonen .
Blijf dan wakker , te allen tijde smekend
dat gij erin moogt slagen te ontkomen aan al
deze dingen die stellig gaan geschieden ,
en te staan voor het aangezicht van de
ZOON des mensen . ( Lukas 21 : 34 - 36 ) .
SISI .
VERVOLG LAATSTE DAGEN .
HOE WETEN WIJ DAT DE
VOORGEZEGDE KENMERKEN VAN
DE LAATSTE DAGEN BETREKKING
HEBBEN OP ONZE TIJD ?
Op zichzelf genomen zouden sommige kenmerken van
de profetieén die een beschrijving van de laatste dagen
geven , misschien betrekking kunnen hebben op
andere periodes van de geschiedenis .
Maar wanneer ze gecombineerd worden , duiden de
voorgezegde aanwijzingen heel specifiek
op onze tijd .
Ter illustratie ; De lijnen waaruit iemands vingerafdruk
bestaat , vormen een patroon dat van niemand anders
kan zijn .
Zo hebben ook de laatste dagen hun eigen patroon
van onderscheidende kenmerken of gebeurtenissen .
Deze vormen een vingerafdruk die tot geen enkele
andere tijdsperiode kan behoren .
Beschouwd in samenhang met de bijbelse indacties
dat Gods hemelse koninkrijk thans regeert ,
verschaft het bewijsmateriaal een solide basis voor de
conclusie dat wij inderdaad in de laatste dagen leven .
Bovendien zijn er duidelijke bijbelse bewijzen dat
het huidige goddeloze samenstel binnenkort
vernietigd zal worden .
WORDT VEVOLG .
SISI
VERVOLG LAATSTE DAGEN .
HOE ZAL HET HUIDIGE
GODDELOZE SAMENSTEL EINDIGEN ?
REAGEER GUNSTIG OP HET
BEWIJSMATERIAAL .
Hoe zal dit samenstel eindigen ?
De Bijbel voorzegt een grote verdrukking die zal
beginnen met een door het politieke element van
deze wereld ondenomen aanval op Babylon de
Grote , het wereldrijk van valse religie (Mattheus 24 : 21 ;
Openbaring 17 : 5 , 16 ) .
Jezus zei dat gedurende deze periode de zon
verduisterd zou worden , en de maan haar licht
niet zou geven , en de sterren van de hemel zouden
vallen , en de krachten der hemelen geschokt
zouden worden ( Mattheus 24 : 29 ) .
Dit zou op letterlijke hemelverschijningen
kunnen duiden .
In elk geval zullen de schijnende lichten van de
religieuze wereld ontmaskerd en geélimineerd worden .
Dan zal Satan , die Gog van het land Magog
wordt genoemd , verdorven mensen gebruiken
om een grootscheepse aanval op Gods volk
te doen .
Maar Satan zal geen succes hebben , want God
zal hen redden ( Ezechiél 38 : 1 , 2 , 14 - 23 ) .
De grote verdrukking zal haar hoogtepunt bereiken in