Foto
TOESPRAAK VAN PATER PETAR
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7
  • Deel 8
  • Deel 9
  • Foto
    Foto
    Het  logo  van  het  Bisdom  Gent  van  MG.  Van  Looy
     
    Origen
    Quantcast
    Met hulp en medewerking van John Pont is dit blog gemaakt
    HOUD UW LAMPEN BRANDEND.
         Image and video hosting by TinyPic
    For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
     2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt
    Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois
    Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Wonder

    08-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.UW TROUWE LIEFDE.

    N. ( M ).

    02-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE MAANDAG.

    N. ( M ).

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Visions of the Holy Land (1)
     
    Visions of the Holy Land (1)

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)

    10 JUNI 1986.

    Vrede zij met je; ik heb voor je gebeden dat je zult ophouden te discussiëren dat je nooit vooruit zal helpen, noch zal het je iets opleveren; keer je tot God en steun op Hem; ere zij God; Daniël;

    12 JUNI 1986.

    Kom en bid; het einde van je leven is slechts het begin van de eeuwigheid; bemin God intens; geef God alles; leid een zuiver leven; aanbid God; vergeef; alles wat van betekenis is in je leven mot tot het goede leiden; Daniël;

    13 JUNI 1986.

    Vrede zij met je; wees goed; aanbid God waar je ook heengaat; aanbid God want Hij is goed; prijs de Messias; je zult voor God werken; elke manier van God aanbidden is goed; ga nu in vrede; Daniël;

    14 JUNI 1986.

    Vrede zij met je; heb Jezus nodig om je meer geloof te geven; deze gave werd door God gegeven; zeg een gebed; Daniël;

    Wordt vervolgd.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het eenzame en onbegrepen leven van Noach.

    Tekst - Genesis 6 : 3 & 13-14a

    ‘Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren. Daarom zeide God tot Noach: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen; want de aarde is door hen vervuld met wrevel; en zie, Ik zal hen met de aarde verderven. Maak u een ark !!´

    Schriftlezing : Genesis 6

    En het geschiedde, als de mensen op den aardbodem begonnen te vermenigvuldigen, en hun dochters geboren werden. Dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden. Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren. In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name. En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was. Toen berouwde het de HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart. En de HEERE zeide: Ik zal den mens, die Ik geschapen heb, verdelgen van den aardbodem, van den mens tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels toe; want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb. Maar Noach vond genade in de ogen des HEEREN. Dit zijn de geboorten van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten. Noach wandelde met God. En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth. Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht; en de aarde was vervuld met wrevel. Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde. Daarom zeide God tot Noach: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen; want de aarde is door hen vervuld met wrevel; en zie, Ik zal hen met de aarde verderven. Maak u een ark van goferhout; met kameren zult gij deze ark maken; en gij zult die bepekken van binnen en van buiten met pek. En aldus is het, dat gij haar maken zult: driehonderd ellen zij de lengte der ark, vijftig ellen haar breedte, en dertig ellen haar hoogte. Gij zult een venster aan de ark maken, en zult haar volmaken tot een elle van boven; en de deur der ark zult gij in haar zijde zetten; gij zult ze met onderste, tweede en derde verdiepingen maken. Want Ik, zie, Ik breng een watervloed over de aarde, om alle vlees, waarin een geest des levens is, van onder den hemel te verderven; al wat op de aarde is, zal den geest geven. Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten; en gij zult in de ark gaan, gij, en uw zonen, en uw huisvrouw, en de vrouwen uwer zonen met u. En gij zult van al wat leeft, van alle vlees, twee van elk, doen in de ark komen, om met u in het leven te behouden: mannetje en wijfje zullen zij zijn; Van het gevogelte naar zijn aard, en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard, twee van elk zullen tot u komen, om die in het leven te behouden. En gij, neem voor u van alle spijze, die gegeten wordt, en verzamel ze tot u, opdat zij u en hun tot spijze zij. En Noach deed het; naar al wat God hem geboden had, zo deed hij.

     

    Geliefde lezer, met de hulpe des Heeren wensen wij met enkele gedachten over het eenzame en onbegrepen leven van Noach te overdenken. En in deze overdenking willen wij zes gedachten telkens in ogenschouw houden, namelijk : Noach de man Gods’

     

    1. Een godvrezend man

    2. Een gehoorzaam man

    3. Een eenzaam man

    4. Een onbegrepen man

    5. Een prediker der Gerechtigheid

    6. Een bouwer van de Ark der behoudenis

    We verplaatsen ons in gedachten naar de tijd dat de eerst geschapen mensen zich begonnen te vermenigvuldigden, naar het gebod van de Heere(Gen. 1:28). Kaïn, die na zijn omzwervingen in het land Nod was gaan wonen, trouwde tenslotte met een zuster van hem, want in Genesis 5 vers 4, staat geschreven dat Adam nog (vele) zonen en dochteren gewon. Vanwege dat God de mens had bevolen zich te vermenigvuldigen, en er toen nog geen verbod was op het trouwen met een broer of zuster(Leviticus18), moet Kain wel met een zuster of een nicht van hem zijn getrouwd, vanwege dat er (nog) geen andere geslachten op aarde leefden, dan alleen de nazaten van Adam en Eva. Als we hier aan moeten twijfelen, dan moeten we tevens aan het gehele scheppingswonder Gods’ ook gaan twijfelen, hetgeen wij in der eeuwigheid niet zouden wensen. Volgens de Joodse historicus Flavius Josephus, was ‘het aantal kinderen, zoals de oude traditie schrijft, 33 jongens en 23 meisjes. Waarop deze hypothese is gebaseerd weten we niet, maar in ieder geval staat er dat Adam bij Eva, zonen en dochteren won, en hij de zeer hoge leeftijd van 830 jaar bereikte. Laten we hierbij ook niet vergeten dat ook Abraham met een halfzuster van hem trouwde. (Gen.20:12)

    Maar niet alleen de mensen hadden zich vermenigvuldigd, maar ook de zonden der mensen. Want in vers 11 en 12 lezen we : "Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht; en de aarde was vervuld met wrevel. Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde." De zonden en het kwaad der mensen waren opgeklommen voor het aangezicht des Heere. En dan lezen we meerdere malen, dat het den Heere HEERE berouwde den mens te hebben geschapen. "Toen berouwde het de HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart."(Gen. 6:6)

    De kanttekenaren van de SV merken hier het volgende over op :

    Dit is ook menselijker wijze van God gesproken, om ons te tonen dat God een groot mishagen aan den mens, uit oorzaak zijner boosheid, had. Verg. Jes. 63:10; zo wordt ook aan God droefheid toegeschreven, Ef. 4:30

    Als we dan de verwijsteksten erop naslaan, dan geeft dit, naar de mens gesproken, duidelijk aan hoe zeer Gods’ Heilige Geest, bedroefd werd door Zijn zondig schepsel, middels het kwaad der zonden. We hoeven hiermede beslist niet te denken, dat God van eeuwigheid niet geweten zou hebben, wat er in de tijd van Zijn schepsel zou worden, noch wat er van Zijn maaksel was te wachten. Anders moesten we gaan twijfelen aan Gods’ alwetendheid. Dat zij ons verre!! Maar het geeft ons eigenlijk meer aan hoe heilig den Heere in Zijn Goddelijke wezen was en is, en dat Hij geen gemeenschap kan hebben met de gruwelen van de mensheid. Want Gode zijn Zijn wegen van eeuwigheid bekend, en bij het wezen Gods’ is slechts sprake van berouw om onze zwakke menselijke natuur enigszins te onderwijzen in de heilige deugden van Zijn goddelijke heilige Wezen. Het onderwijst ons een weinig van Zijn heilige goddelijke aard, welke geheel zonder enige zonde is, en tegelijk geeft het de zondige geaardheid van de gevallen zondige mens aan. God kon daarom ook zonder een weg van recht en gerechtigheid, geen gemeenschap meer hebben met Zijn zondige maaksel.(Gen.6 : 3)

    Want bij God is geen sprake van berouw, zoals wij dit bij ons mensen kennen, noch is er bij Hem enige schaduw van omkering te herkennen. "Alle goede gave, en alle volmaakte gift is van boven, van den Vader der lichten afkomende, bij Welken geen verandering is, of schaduw van omkering." (Jacobus 1 :17)

     

    En, zo staat er verder geschreven, in Genesis 6 vers 7 :

    "En de HEERE zeide: Ik zal den mens, die Ik geschapen heb, verdelgen van den aardbodem, van den mens tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels toe; want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb."

    God had dus bij Zichzelf besloten, de mens en verder al wat ademde, te verdelgen van de aardbodem, en boodschapte deze ontzaggelijke boodschap aan Noach. Ontzaggelijk, geliefden. Noach kreeg hiermede het oordeel van de gehele mensheid aan te horen. Daarnaast kreeg Noach de goddelijke opdracht zich een ark te bouwen. En als we letten op wat er geschreven staat in 2 Petrus 2 vers 5, dan mogen we hier ook uit opmaken dat Noach tevens een goddelijke roeping ontving om de mensheid zijn oordeel aan te zeggen. ‘Den prediker der gerechtigheid’, schrijft Petrus in zijn tweede zendbrief.

    Deze godvrezende man, moest al bouwende aan zijn ark, dus het Woord Gods gaan prediken, maar wie heeft zijn prediking nu geloofd??(Jes.53:1) Wat zal deze man in eenzaamheid zijn onbegrepen paadje gelopen hebben. Vele mensen zullen gezien hebben, wat hij aan het bouwen was. Een ark der behoudenis, midden op het land waar geen plasje water noch enkel gevaar was of dreigde. En geliefde lezer, dan moet je dingen van God gezien en te horen hebben gekregen, die niet meer af te bidden zijn, en die anderen niet zien. Ik heb het weleens van Leen Potappel gelezen, een godvrezend man uit Zeeland die wel eens treffende uitspraken deed, zeggende : "dat een mens nooit tegen de oordelen Gods’ in moet/mag bidden, daar die mens anders God in alles tegen krijgt…" – deze uitspraak ben ik nimmermeer vergeten, en kwam weer bij me terug toen ik het eenzame en onbegrepen leven van Noach begon te overdenken. Wat zullen de mensen Noach bespot hebben, met het bouwen van zijn ark, en met de prediking van zijn woorden der Gerechtigheid. En wat zal deze man bij tijden verzonken zijn geweest met de aanvechtingen van het ongeloof. Want het leven des geloofs in Christus Jezus, is nooit zonder aanvechtingen, geliefde lezer. Wat kunnen we hier veel over lezen in de Psalmen Davids’, denk bijv. aan Psalm 35. Maar gelukkig behoefde Noach zichzelf niet op de been te houden, daar het geloof een gave Gods’ is. Neen geliefde lezer, het geloof van Noach, waarvan ook Paulus heeft getuigt in zijn zendbrief aan de Hebreen, lag eeuwig vast in God drie-enig. "Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren."(Hebr.11:13)

    De mensen zullen het hem spottend gezegd hebben : "Noach, wat maak je jezelf toch druk man!! Er is toch nog meer in het leven, dan alleen maar een ark te bouwen??"

    Anderen zullen hem hebben gezegd : "Maar Noach toch, als straks dat regenbuitje komt, zitten wij toch wel droog in ons zelfgemaakte huisje, hoor!!"

    En weer anderen, die zijn rechtvaardige woorden toch nog ietsje serieuzer namen, zullen hem gezegd hebben : "Noach, je kunt ons het toch niet kwalijk nemen, dat wij geen acht slaan op jouw woorden. Wij hebben immers niet gezien, wat jij gezien hebt. Zo gij geloof hebt, hebt het bij uzelven, Noach!! Wij zullen op onze manier toch ook eenmaal wel aan dat regenbuitje van Gods’ toorn, waar jij telkens over spreekt, denken te zullen kunnen ontkomen…"

    Dat is toch om moedeloos van te worden, geliefden. Je zou toch bij de pakken neer gaan zitten, met zulk een hoorders. Wat is het toch iedere keer weer een ontzaggelijke waarheid, geliefde lezers, wanneer Christus ons predikt in het evangelie van Johannes 20 : 29b "zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben." Christus predikt ons hier over het zaligmakende geloof in Hem, welke eigenlijk dezelfde prediking der gerechtigheid was, als de prediking die Noach, in de Naam van God, mocht prediken. Maar den mensen geloofden hem niet, is later gebleken. En toch konden de mensen die hem gehoord hebben, nooit meer zeggen dat ze ongewaarschuwd verloren zijn gegaan. Maar Noach had genade gevonden in de ogen van de Heere, en hierom sprak God tot Noach dat hij zich een ark moest maken. Weet u wat die woorden Gods’ : ‘maak u een ark’ geestelijk inhouden, geliefden lezer? Namelijk dit, dat er buiten de bewuste toegepaste kennis aan het volbrachte werk van Christus Jezus, geen enkele mogelijkheid tot behoud is, tegen de komende en dreigende toorn Gods’ over onze zonden. We laten tot bewijs van deze ontzaggelijke waarheid, enkele teksten volgen

    "Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem."(Joh.3:36)

    "En Jezus zeide tot hen: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten."(Joh.6:35)

    "Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet."(1 Joh.5:12)

    Nu, over dat ‘vlieden van de komende toorn Gods’ en over ‘het maken van een Ark’ wilden we met de hulpe des Heeren, overeenkomstig het leven van Noach, enkele dingen schrijven. Ik ken een man, welke in zijn leven ook zeer eenzaam en onbegrepen was, net als Noach. Nu zou deze man, als je het eerlijk aan hem zou vragen, zichzelf in de verste verte, nooit durven vergelijken met die godzalige Noach. Maar ik grijp dit beeld maar even aan, vanwege dat er vele trekken uit hun beider leven overeen komen. Deze man had in zijn leven lang lopen dwalen en dolen in de zuivere uitleg van de leer van Jezus Christus en Zijn apostelen. Door een wonder van Gods’ voorzienigheid werd hij hieruit verlost, en mocht hij een weinig licht in de Schriften krijgen, die van Hem getuigden. Het was of de ogen van zijn geestelijk verstand werden verlicht en geopend. Ondanks dat het waar is en blijft, dat een ieder van Zijn volk er hier op aarde maar ten dele van zal kunnen stamelen, zal kunnen schrijven, en maar ten dele zal weten en kennen, zie 1 Korinthe 13 : 9. Deze man had door het wonder van soevereine genade om niet, kennis en deel gekregen aan het Bloed van Jezus Christus. Hij had geestelijk mogen eten van Zijn verbroken Lichaam, en door het geloof, geestelijk mogen drinken van Zijn reinigende verlossende Bloed, in en door een weg van recht en gerechtigheid. Toen deze man uit zijn dwalingen verlost werd, heeft hij enkele maanden lang zijn werk niet naar behoren kunnen doen. Hij was verbijsterd, over hetgeen hij te zien had gekregen. Het was of deze man met de mokerslagen der waarheid, geveld werd, en voor een tijd compleet uitgeschakeld was geworden. Jeremia heeft hier het volgende over gezegd : "Is Mijn woord niet alzo, als een vuur? spreekt de HEERE, en als een hamer, die een steenrots te morzel slaat?"(Jer.23:29). Wat heeft deze man geweend over de dwalingen waarin ook hij lange tijd verkeerde. En wat had deze man een verdriet over de huidige prediking des Woords, welke schier niet zuiver meer te horen was. De waarheid was weg, bijna geheel weg, en dit werd ook de schuld van deze man. Want ook hij had (onwetend) meegedaan, om deze dwalingen, waarmee zijn arm vaderland geslagen is geworden, staande te houden. Ontzaggelijk, lezer!! En verder zag bijna niemand, wat hij te zien had gekregen. En vanwege dat deze man het grote gevaar van die leerdwalingen begon in te zien, begon hij, net als Noach, een ieder in zijn naaste omgeving te waarschuwen voor de dreigende komende gevaren, vanwege dat hij z’n naaste medereizigers niet over had voor het eeuwige verderf. Maar het was of hij tot doven en tot blinden sprak. Slechts enkelen begrepen wat hij bedoelde te zeggen, en namen het van harte ter harte. Anderen begrepen wel wat hij bedoelde te zeggen, maar namen de woorden van die man niet ter harte. Evenmin als de mensen die de prediking van Noach hoorden, noch ter harte namen.

    Maar wat was nu feitelijk de inhoud van de prediking van deze man, tot zijn kennissen en vrienden?? Verkondigde deze man dan een on-Bijbelse waarheid?? Was het dan een nieuwe leer, die hij onder de aandacht van velen probeerde te brengen. Welnee, geliefde lezers!! De waarheid die hij bracht was juist een Bijbelse waarheid zonder dwalingen, maar vanwege dat z’n kennissen en vrienden nog tot over hun oren in de dwalingen zaten, net als hij destijds, verstonden zij hem niet, noch namen ze zijn woorden ter harte. Nu roept iemand mij toe :"wel schrijver kunt u dan kortelings uit de doeken doen, waarin het woord van die man dan verschilde met dat van hen, die hem niet wilde horen, noch zijn woorden ter harte namen?" Dat zal ik proberen, geachte lezer, en dan wel aan de hand van de gelijkenis van ‘de verloren zoon’. Wel, nadat deze zoon zijn verkregen erfenis met de hoeren dezer wereld er door heen heeft gebracht, komt er een hongersnood, waardoor hij gebrek gaat lijden. En als deze zoon dan bij de varkens neder zit, en zijn buik wenst te vullen met dat zwijnenvoer, hetgeen hem niet wordt toegelaten, komt hij tenslotte tot zichzelven, met die woorden : "En tot zichzelven gekomen zijnde, zeide hij: Hoe vele huurlingen mijns vaders hebben overvloed van brood, en ik verga van honger! Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u; En ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden; maak mij als een van uw huurlingen."(Lukas 15:17-19)

    En dan maakt deze zoon de gang naar zijn lieve vader, die na zijn vertrek, nog dagelijks op de uitkijk staat in de hoop zijn zoon ooit nog eens terug te zullen zien. In de prediking des Woords, wordt deze gang vaak uitgebeeld als de toeleidende weg naar Christus. De vluchtweg naar die ene Vrijstad, waar Numeri 35 ook over spreekt, hetgeen ook geheel Bijbels is. En als die zoon dan terug komt bij zijn lieve vader, en hem in de armen valt met die kostelijke belijdenis, wordt die zoon eerst ontkleedt van zijn eigen kleed en daarna omkleed met een ander nieuw Kleed, hetgeen ziet op het Kleed der Gerechtigheid van het volbrachte werk van Christus, hetwelk is het beste Kleed. Waarna die zoon tevens een ring omkrijgt, hetgeen ziet op de verzegeling van zijn kindschap bij zijn vader. En dan zegt zijn vader het tegen allen: "En brengt het gemeste kalf, en slacht het; en laat ons eten en vrolijk zijn. Want deze mijn zoon was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden! En zij begonnen vrolijk te zijn."(Lukas 15:23-24)

    En nu ging het die man, waarover ik schrijf, om die bepaalde zinsnede :

    Want deze mijn zoon was dood, en is weder levend geworden !!!

    Hetgeen toch duidelijk ziet op : Sterven aan de Wet, en leven door het Evangelie!!

    Wanneer ontving die zoon nu het leven Gods’ uit en door het geloof in Christus Jezus? En wanneer werd nu die zoon geestelijk ingelijfd, door het zaligmakende geloof, in het dierbaar Lichaam van Christus Jezus?? Want, dit was eigenlijk het kardinale punt waar het uiteindelijk allemaal om ging!!!

    Ontving die zoon nu geestelijk het leven, op het moment dat hij tot zichzelven kwam, of op die toeleidende weg tot zijn vader, of op het moment dat hij werd ontkleed van zijn oude vieze eigen kleed en omkleed werd met dat beste Kleed??? Als we nu even mogen letten op de woorden van de apostel Paulus in zijn brief aan de Romeinen, met name het zesde hoofdstuk vers 7 en 8 :

    "Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonde. Indien wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven;"

    Want wij dienen toch altijd Gods’ Woord met Gods’ Woord te verklaren!!! Dan luidt weer de vraag aan hen, die deze eenzame man niet willen geloven :’Wanneer stierf nu die zoon de geestelijke kruisdood met Christus, waar Paulus vele malen over schrijft in zijn brief aan de Romeinen en de Galaten??’ Stierf die zoon nu die geestelijke kruisdood met Christus, op het moment dat hij tot zichzelve kwam, of op die toeleidende weg tot zijn vader, of op het moment dat hij werd ontkleed van zijn oude vieze eigen kleed en omkleed werd met dat beste Kleed??? Eigenlijk behoeven we geen antwoord meer te geven, want Gods’ Woord spreekt hier duidelijk genoeg over. Paulus schrijft hier over in Galaten 2 : 19-20 het volgende : "Want ik ben door de wet der wet gestorven, opdat ik Gode leven zou. Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft."

    Kijk geliefde lezer, wanneer we nu gaan stellen, zoals zovelen in onze dagen, dat deze zoon het leven Gods’ in Christus al had ontvangen, op het moment dat hij tot zichzelven kwam of toen hij nog wandelde op die toeleidende weg naar zijn vader, dan spreekt Gods’ Woord ons hierin tegen. Want Paulus zegt : "Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonde. Indien wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven;" En was die zoon op nu al gerechtvaardigd van zijn zonden, middels de omkleding van dat nieuwe beste Kleed, op het moment dat hij tot zichzelven kwam toen hij daar zat bij die varkens, of toen hij nog wandelde op die toeleidende weg naar zijn vader. Immers neen, toch?? Dan houd dit toch ook in, dat hij daar ook geestelijk de kruisdood met Christus nog niet was gestorven, en daar dus nog voor eigen rekening wandelde, nog geestelijk verkerende in het diensthuis der zonden, zonder enig geestelijk leven uit Christus aan zijn ziel te hebben??!! ‘Ja maar schrijver’, merkt iemand mij op, ‘toch ken ik mensen die een geestelijk (gebeds-)leven tot God gekend hebben, alvorens zij met God in Christus, op grond van zijn zoen- en kruisverdienste, gerechtvaardigd en geborgen waren in Zijn Bloed’. Ja natuurlijk, lezer!! Elk kind van God heeft daar kennis aan, want het gaat daar namelijk nooit buiten om. Denk aan christen uit Bunyans’ Christenreis. Deze man kreeg door Gods’ wraakoefende heilige Wet zijn schuld thuis, en opgebonden. Waarmee hem de rust in stad Verderf was opgezegd. En met dat pak op zijn rug, valt christen gedurig op zijn knieën voor God, en leest hij gedurig in dat Boek. Dat heilige Boek, wat slechten wijsheid leert…(Psalm 19:8) Christen krijgt zelf onderwijs op die weg tot dat Kruis, en heenwijzers, die hem vertellen waar het nog moet komen. En John Bunyan schrijft hier zelf over, in één van zijn geschriften, dat als christen, en hiermee doelde Bunyan destijds op zichzelf, was gestorven op het gelopen pad vóór dat Kruis, dan was het voor eeuwig een verloren zaak voor christen geweest. ‘Ja maar schrijver’, merkt iemand weer op, ‘als Gods’Geest een ziel gaat bearbeiden tot zaligheid, middels Zijn verdoemende, vloekende en dodende heilige WET, dan ligt het aan Gods’ kant toch wel al goed met die zondaar?’ Ik zeg, en roep u luidkeels : NEE !!! Het is zeker waar dat een verkoren ziel nooit meer verloren kan gaan, maar ik wil u tot onderwijs een paar dingen meegeven, tot een weinig overdenking:

    1. U kan en mag nooit rekenen met wat God van eeuwigheid besloten heeft. Een zondaar bij wie de rust is opgezegd, kan hier nimmer mee rekenen, noch vertroost mee worden. De enige troost ligt namelijk in het Bloed van Christus, en dien gekruist!! Maar tegenwoordig is men veelal getroost en uitgeholpen wanneer men een weinig zijn zonden gezien heeft en heeft leren bewenen voor God.

    2. Zolang die ontwaakte ziel nog niet geborgen is in het Bloed van Chrisus, ligt deze ziel nog dood en verdoemelijk voor God in zijn geboortebloed, en heeft die zondaar nog immer die bloedwreker op zijn hielen, want ik schreef u al eerder, het Recht moet zijn loop nog hebben. Het goddelijke Recht komt altijd voor de Liefde, ondanks dat die ontwaakte ziel al door die gesmaakte trekkende en lokkende liefde Gods’, menigmaal heeft mogen wenen in gebed aan en voor Zijn genadetroon. Die algemene liefde Gods’, welke de Liefde Gods’in Christus (nog) niet is, geeft die ziel menigmaal een betrekking tot die (nog) onbekende God in de Hemel.

    3. Gods’ barmhartigheid zegt : "Ik wil de zondaar, en zoek gemeenschap in Christus met die zondaar", maar Gods’ rechtvaardigheid zegt : "Er dient eerst betaald te worden aan Mijn Goddelijke heilige geschonden Wet en Recht, dewelke in Adam is geschonden. Hier over onderwijst ons de HC-onderwijzer in zondag 4 vraag 11. En lees dan vraag 12 – 13 – 14 - 15 nog eens erbij. Kijk, hier wordt zeer duidelijk gesproken over Gods’ heilig recht.

    4. En als een ontwaakte zondaar met deze zaken van doen krijgt, dan ziet hij geen Jezus, maar slechts een openstaande schuld die om wraak schreeuwt van het heilig Opperwezen. Zijn heilig Goddelijk recht moet voldaan worden. En van dat heilige recht is nu Zijn heilige volmaakte WET een afspiegeling. Want in een gericht wordt altijd recht gesproken naar de wetten van een land. In dat geval van dat hemelse Land, waar God den Heere den Bouwmeester van is.

    5. De ontwaakte ziel van die (nog steeds) voor God verdoemelijke en vervloekte zondaar, ziet slechts : ‘Sterven is God ontmoeten, en dat zal nooit gaan en kunnen…!! En na een weg van zichzelf een weinig proberen op te knappen, gaat de zondaar zien en leren, "uit en van u, geen vrucht meer in der eeuwigheid" – en vraagt zichzelf dan gedurig voor God af, in zijn binnenkamer : "Is er dan nog een Weg, tot ontkoming van die eeuwige dreigende vloek en toorn over mijn zonden…??(H.C. Zondag 5)

    6. En dan krijgt de ziel, op Gods’ bevel een heenwijzing naar Hem, in en door Wie het nu nog wel mogelijk is…(H.C. zondag 6) – maar hier is de ontwaakte zondaar nog immer getrouwd met haar eerste man, de WET in Adam, en ligt hiermede ook nog immer dood, naakt, vervloekt en verdoemelijk voor God. Want er heeft in het hart van die zondaar nog steeds geen voldoening plaatsgevonden krachtens toepassing, aangaande dat heilige eisende verdoemende recht Gods’.

    7. En dan… ?? Dan gaat God de Vader, op Zijn bestemde tijd en Wijze, de ontwaakte zondaar trekken en lokken tot Zijn heilig Goddelijke recht, middels Zijn trekkende liefdekoorden die uitgaan van dat recht. En hier staat de zondaar in zichzelf, geheel zwart van zonde voor Gods’ aangezicht, voelende de eis van dat recht drukken op zijn gemoed en consciëntie, en wordt inwendig gewaar niets meer te hebben tot voldoening en betaling van dat heilige Recht. De Wet vervloekt, verdoemt, en doodt dan de zondaar, waarna de zondaar als in een punt des tijds verloren gaat door dat recht, en vervolgens behouden wordt middels de tussentreding van Christus en dien gekruist. Deze tussentreding geschiedt middels de beloften van het heilig gepredikt of gelezen Evangelie, hetwelk dan Gods’ Geest gaat toepassen tot heil, vrede, redding en verlossing aan het hart/ziel van de ontwaakte zondaar. Nu pas is de zondaar in en uit Christus gerechtvaardigd, waarna de ziel direct het zaligmakende geloof in Hem krijgt ingestort middels de Liefde Gods’ die uitgaat van Goddrie-enig. En door dit geloof wordt de ziel ingelijfd in het verbroken Lichaam van Christus, hetgeen de ziel wederbaart tot een vernieuwd Leven uit Hem, hetwelk is genoemd : "De wedergeboorte". Dit nu alles is het zo vaak genoemde "sterven aan Gods’ heilige Wet, en Gode in Christus leven middels de beloften des Evangeliums." AMEN

     

    Kijk, en hoevelen voelen hier die ontzaggelijke waarheid nu niet van, maar willen er niet onder buigen, noch geestelijk bankroet mee gaan. Waarom toch?? Ik zal het u zeggen, geliefde lezer. Men wenst tegenwoordig geestelijk niet meer ontkleed te worden, noch met al het hunner overboord te gaan met Jona de profeet, om daar te vallen in de golven van Gods’ toorn over hun zonden. Maar men wenst tegenwoordig liever opgebouwd te worden met vermeende gekregen algemene genadekenmerken, dewelke wel uit de Geest kunnen zijn, maar welke niet uit Christus genomen zijn. En zo wordt telkens, in het spreken onder elkaar, of in de prediking, Gods’ heilig recht gebogen, omzeild en verkracht, geliefde lezer. En toch zou die onbegrepen eenzame man, zijn vrienden en kennissen niets anders liever toewensen, om toch eens met alles overboord te gaan, want achter dat geestelijke verlies, ligt namelijk die eeuwige Winst in Christus Jezus, die Vis, welke Jona’s redder was in die golven. Want daarover staat geschreven : "die zijn leven zoekt te behouden, die zal het verliezen, maar die zijn leven zal verliezen, om Mijnentwil, die zal hetzelve behouden." ‘Schrijver’, merkt iemand op, ‘hoe weet u dit toch allemaal van die eenzame man?’ Wel geliefde lezer, ik heb die eenzame man een beetje van naderbij leren kennen. Maar wat is toch die mens toch bevreesd om al zijn vermeende gekregen geestelijke goederen te verliezen, hetgeen geen enkele waarde heeft voor die nimmereindigende eeuwigheid!! Wat vreest toch die mens, waar hij nimmer bevreesd voor behoeft te zijn. En wat kan die mens toch liever vandaag verlost zijn van al zijn zgn. vrome geestelijke goederen, dan morgen. Maar die mens ziet het maar niet, en blijft daarom maar roeren in dat dode stinkende levenloze water, hetgeen voortkomt uit de bron van zijn eigen verdorven goddeloze bestaan voor God. En dit is eigenlijk meteen ook de reden waarom destijds de prediking van Noach, noch nu de woorden van die onbegrepen eenzame man, niet werd geloofd, geliefden.

    En daarom geliefde lezer, het moet ons van God in Christus geopenbaard worden. Christus roept die blindgeborene op tot het geloof in Hem, met die woorden : "Gelooft gij in de Zoon van God?" — waarop die blindgeborene Hem antwoordt, zeggende : "Heere, wie is Hij, opdat ik in Hem gelove…" – Ja geliefden, dat is toch wat. En Hij stond vlak voor hem!? Wat is toch die mens geestelijk blind, en eigenlijk een vijand van zijn eigen zaligheid. Maar ook zelfs na ontvangen genade moet Hij Zijn volk gedurig weer bij vernieuwing worden geopenbaard. Denk bijv. aan Maria Magdalena, wenende bij het graf van Jezus. "Ze hebben mijn Meester weggenomen", zegt zij tegen Hem, "zeg mij waar Gij Hem gelegd hebt, en ik zal Hem wegnemen" – en ook hier stond Hij voor die lieve wenende Maria, geliefden. Ook hier moest Hij Zich bij vernieuwing weer openbaren aan haar arme ziel, haar noemende bij haar naam, zeggende : "Maria…" – Kijk, en dan herkent ze Hem direct aan Zijn stem en spreken, en weent zij het voor Hem uit, zeggende : "Rabouni", welk is gezegd, "lieve Meester".

    Denk ook aan die broers van Jozef. Welk prachtig geestelijk beeld van het recht Gods’ des Vaders, ligt hier niet in. Die behouder des levens, Safnath Pahaneah, stond ook voor hen, maar zij kenden hem niet en zagen hem niet. Waarom niet? Wel er was nog geen plaats voor en de tijd was nog niet rijp genoeg. Ook Jozef stond voor hen, maar waarom kon Jozef zich nu nog niet aan zijn broederen openbaren.

    Wel geliefden, zij stonden (nog) niet schuldig aan zijn bloed!!

    Zij waren immers toch vrome broeders…En dan moest Jozef zich voor een tijdje van voor hun aangezichten verbergen, want het recht had zijn loop nog niet gehad. Het moest in het leven van zijn broederen nog passeren, geliefden. Want ook bij God, komt het recht altijd voor de liefde, lezers. Maar Jozef moest zich verbergen voor hun aangezichten, om te wenen vanwege de liefde die hij koesterde in zijn hart jegens zijn broeders, maar kon zich nog niet openbaren aan hen vanwege dat zijn vrome broeders ook niet met hun verrotte misdaden en vrome werken overboord wensten te gaan. Hier moet u geestelijk eens proberen een poosje bij stil te staan, geliefde lezer. Want nu de vraag aan u en mij geliefde lezer, heeft u al schuldig gestaan aan het onschuldig vergoten bloed van Christus Jezus?? Heeft u al schuldig gestaan aan zijn wonden, lezer, hetgeen u een evangelische droefheid in uw gemoed gaf voor God, waarmee ge u weg wilde wenen voor Hem? Kijk, en aan zulk een droefheid en benauwdheid, waar ook Psalm 116 van spreekt, ligt nu altijd een openbaring Gods’ in Christus aan verbonden, tot een verlossing van uw arme verloren goddeloze ziel voor God. En aan dit wenen zit immer een onberouwelijke bekering tot de zaligheid verbonden. En over dit evangelische wenen staat nu in Mattheus 5 geschreven : "Zalig zijn die treuren, want zij zullen vertroost worden" – Vertroost worden, waarmee geliefden? Wel, met de dierbare beloften des Evangeliums, en met het dierbare toegepaste hartebloed van Jezus Christus, waarin zij van hun drek en zonden worden gewassen tot reine maagden, en zij eeuwig en zeer liefelijk in Zijn liefdesarmen mogen vallen, om daar op dat lieve plekje voor God, dronken te worden gekust, waar ook Salomo in zijn Hooglied ons over schrijft, zeggende : "Hij kusse mij, met de kussingen Zijns monds" – "Mijn Liefste is rood, en blank, en draagt de banier boven tienduizenden…"

    Of wenst gij u nog op de been te houden voor God, met al uw vermeende gekregen verrotte goddeloze rijkejongelingsgoederen, een traantje hier en een dierbaar versje daar, een lief gebedje ginder en een toeknikje daar, hetgeen gij misschien ook nog aanziet als de dag der kleine dingen, en met welke gij u een Ark der Behoudenis zoekt aan te meten, die beslist geen stand zal houden tegen de toekomende toorn Gods’ over uw vele zonden, geliefde lezer. Ontzaggelijk!!! Geliefde lezer, op de weg naar Jezus gaat het beslist nooit buiten deze voornoemde zaken, maar als het nooit verder in uw leven komt als dat, werpt het dan maar voor de mollen en de vledermuizen, want goed doet ons geen enkel nut ten dage van Gods’ verbolgenheid, maar alleen de Gerechtigheid en het Bloed van Christus Jezus redt u van de eeuwige dood en verdoemenis. Dan hebt u werkelijk te vrezen dat het enkel maar gemene werkingen des Geestes zijn geweest, geliefden. Wat dan mede gelijk ook inhoud dat ge nog immer dood en verdoemelijk voor God bent, verkerende in uw diensthuis van zonde en ongerechtigheden.

    En nu het punt, geliefden, wat die eenzame man zo in zijn leven bij zijn vrienden en kennissen heeft gezien : "Er is zo weinig haast bij… !!" Haast en spoedt u dan, om uws levens’ wil. Wat wordt dit toch door zeer weinigen werkelijk in waarheid betracht. En wat zijn er toch ook weinigen die de gepredikte waarheden met Gods’ Woord onderzoeken, zoals de Bereers destijds mochten doen, aangaande de prediking van Paulus die toch meest in het bijzonder tot hen was gericht. Wat een lauwheid toch van rondom. "Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen." – zegt Christus ons bij monde van de apostel Johannes op Patmos. En toch waren er ook, die deze eenzame man naar zijn woord en uitleg gelijk gaven, maar deze zaken nooit ter harte namen, want hun werken waren niet overeenkomstig, geliefden. Want, wat zou er dan toch een geestelijk haasten en een geestelijk spoeden moeten bemerkt worden, om ons leven wil, geliefde lezer. Wat zou een mens dan niet met vele onopgeloste geestelijke vragen over de aarde gaan, zich afvragende :"Zou ik mezelf dan toch voor God bedrogen hebben?" — "Zou ik dan toch wel eens onwaardiglijk van Zijn verbroken Lichaam hebben gegeten, en me hiermede een oordeel hebben gegeten?" Zo’n mens zou toch geen rust meer moeten en kunnen hebben, noch naar zijn bedje durven gaan, al eer deze zaken voor hem opgelost waren?? Maar neen, geliefden. Helaas zeer weinig van dat al!! Het is al lauwheid wat de post schaft. Soms dacht die man wel eens, dat al deze dingen wel eens oordeel in onze tijd konden zijn. "Geslagen met een dwaling, die zij zullen geloven!!" (2 Thess. 2:11)

    Het deed deze eenzame man denken aan die gelijkenis van Christus uit Mattheus 21 :

    "Maar wat dunkt u? Een mens had twee zonen, en gaande tot den eersten, zeide: Zoon! ga heen, werk heden in mijn wijngaard. Doch hij antwoordde en zeide: Ik wil niet; en daarna berouw hebbende, ging hij heen. En gaande tot den tweeden, zeide desgelijks, en deze antwoordde en zeide: Ik ga, heer! en hij ging niet. Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods."(Matth.21:28-31)

    Leest u geliefde lezer, er zijn hoorders van de waarheid, maar ook daders. En hier schrijft de apostel Jacobus in zijn zendbrief over : "En zijt daders des Woords, en niet alleen hoorders, uzelven met valse overlegging bedriegende." (Jacobus 1:22) En wat schrijft de apostel Paulus ons hier over : "Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden;"(Rom.2:13)

    En nu roept iemand mij de volgende vraag in gedachte toe : "Wie zijn nu die daders der WET, en daders van het Woord Gods?? En wanneer word een mens nu zo’n dader der WET. Ik zeg u het eerlijk naar Gods Woord, dat zij die met Hem die kruisdood geestelijk hebben leren sterven, door vrije onuitspreekbare genade, in en door Hem, daders der WET en des Woords zijn geworden.Vanwege dat Hij de vervulde WET Gods’ voor Zijn volk is geworden.

    "Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest."(Rom.8:1) "Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft."(Rom.8:37)

    Geliefde lezer,

    "Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren. Daarom zeide God tot Noach: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen; want de aarde is door hen vervuld met wrevel; en zie, Ik zal hen met de aarde verderven. Maak u een ark !!"

    Maak u dan een Ark, en wordt behouden in het Bloed van Christus Jezus, alvorens die dreigende komende vloed van de toorn Gods’ over uwe zonden eens zekerlijk zal komen, en gij het misschien ten laatste onder die vloek en toorn zult uitschreeuwen : "Noach, Noach, doe ons open !!" Maar dan zal het te laat zijn, en zal het u van die meerdere Noach voor eeuwig in uw oren klinken : "Ga weg van Mij, want Ik heb u nooit gekend, gij werkers der ongerechtigheid!!" En dan zult ge voor eeuwig moeten gaan, naar die plaats die ook de duivel en zijn trawanten is bereid, van eeuwige pijn, verdrukking, vloek, duisternis en onrust. Hoe lang zal Gods’ Geest nog met u twisten, en hoe lang zullen uw dagen nog zijn ?? Amen


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Maandelijkse boodschap van Maria aan Mirjana Dragicevic. ( 2 mei 2011).

    "Lieve kinderen, God de Vader zendt Mij om u de weg te tonen van de Redding, omdat Hij, Mijn kinderen, u wenst te redden en u niet te veroordelen. Dit is waarom Ik, als een Moeder, u verzamel rondom Mij, omdat Ik u met Mijn moederlijke liefde wens te helpen om vrij te zijn van alle smetten uit het verleden en te beginnen met een nieuw en ander leven. Ik roep u op om te verrijzen in Mijn Zoon. Verzaak, samen met de biecht van de zonden, aan alles dat u heeft verwijderd van Mijn Zoon en dat uw leven leeg en ongeslaagd gemaakt heeft. Zeg "ja" tegen de Vader met het hart en begeef u op de weg van de redding, naar dewelke Hij u roept door de Heilige Geest. Dank u. Ik bid in het bijzonder voor de herders opdat God hen zou helpen om aan uw zijde te staan met de volheid van het hart."

    Mirjana zei dat Onze Lieve Vrouw iedere aanwezig en alle religieuze artikelen heeft gezegend.
    *****************************************


    N. ( M ).

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Keer nochtans weder!


    Keer nochtans weder!

     

    Al ligt u verloren in zonden en schuld,

    Uw hart en uw zinnen met onrecht vervuld …

    Toch klinkt het u toe, zo nameloos teder:

    Keer nochtans weder …!

     

    Al zijn ook uw zond’ als scharlaken zo rood;

    Uw zonden register oneindig en groot …

    Toch klinkt het u toe, zo nameloos teder:

    Keer nochtans weder …!

     

    Al bent u gezonken in modder en slijk;

    Uw gruwel en schuld Manasse gelijk …

    Toch klinkt het u toe, zo nameloos teder:

    Keer nochtans weder ..!

     

    Al hebt u met Saulus Gods kind’ren gejaagd,

    Verdrukt, en gedood, en vervolgd, en geplaagd …

    Toch klinkt het u toe, zo nameloos teder:

    Keer nochtans weder ..!

     

    Al hebt u met Rachab uw leven verknoeid,

    Gods wetten en normen veracht en verfoeid …

    Toch klinkt het u toe, zo nameloos teder:

    Keer nochtans weder ..!

     

    Al bent u een moorder, genageld aan ’t kruis;

    Voor u is geen plaats meer in ’t Vaderlijk Huis …

    Toch klinkt het u toe, zo nameloos teder:

    Keer nochtans weder ..!

     

    Al hebt u met Petrus uw Meester miskend,

    Ook driemaal verloochend, tot ’t bittere end…

    Toch klinkt het u toe, zo nameloos teder:

    Keer nochtans weder ..!

     

    Al hebt u uw Herder verlaten, vergeten,

    Zodat u al dwalend, de weg niet zou weten …

    Toch klinkt het u toe, zo nameloos teder:

    Keer nochtans weder ..!

     

    En leeft nu ’t verlangen naar Hem in uw hart,

    Al vindt u uzelf in de struiken verward?

    Dan klinkt het u toe, zo nameloos teder:

    Keer nochtans weder ..!

     

    Maar hebt u geen voeten om tot Hem te gaan,

    Geen oog en geen oor om Zijn stem te verstaan?

    Zo smeek het Hem dan, en buig u terneder:

    Breng mij toch weder ..!

     

    Want als Hij u roept, o dan moet u wel gaan;

    Zijn trekkende liefde kan niemand weerstaan

    Zo smeek het Hem dan, ootmoedig en teder:

    Breng mij toch weder ..!

     

    Hij is het Die doden doet horen Zijn stem;

    Die harten bereidt en doet buigen voor Hem.

    Nog staat Hij en roept zo nameloos teder:

    Keer nochtans weder ..!

     



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET BLOED AAN DE DEURPOST.

    HET BLOED AAN DE DEURPOST

    In de nacht, toen ‘t volk van Israel
    uit het diensthuis werd gevoerd,
    lag een knaapje ziek terneder,
    ‘t hoofd bewonden, ‘t hart ontroerd.

    Naast zijn bedsteê zat zijn vader,
    diep bewogen .., ‘t was zijn zoon.
    ‘t Was zijn oudste, die daar neerlag.
    Vaders trots en moeders kroon!

    Hete koortsgloed gloeit door d’ ad’ren;
    en de koorts steeg altijd weer,
    en al zwakker werd de lijder,
    haast was er geen hope meer.

    Vader had bijna vergeten
    ‘t bloed als teken van ‘t verbond
    aan de deurpost aan te brengen,
    schoon Gods mond het had verkond’.

    ‘t Uur van middernacht kwam nader;
    daar waakt uit zijn diepe slaap
    plots de knaap op: “O, mijn vader,”
    Kermt hij, “dacht u aan ‘t gebod?

    Is het bloed wel aan de deurpost?
    Als straks d’ Engel komt voorbij,
    mist het bloed …, hij zou mij doden,
    mij wegscheuren van uw zij.”

    “Wees maar stil” was ‘t kalme antwoord,
    “‘k droeg het op aan onze buur
    ‘t bloed daar buiten aan te brengen
    tegen ‘t middernacht’lijk uur.”

    Dankbaar lei de knaap zich neder;
    nochtans blijkbaar niet voldaan,
    want onrustig sliep hij weder,
    werd weer wakker, zeer ontdaan.

    Angstig vroeg hij: “Lieve vader,
    wat u zeide, is dat waar?
    Is het bloed wel aan de deurpost,
    ‘t teken van ‘t verbond, wel daar?”

    “Kind”, sprak vader, “leg je neder,
    wees toch rustig, hoor mij aan:
    ‘k zag het bloedig teken glanzen
    bij het zilver licht der maan.”

    Dit bracht ‘t arme kind tot zwijgen.
    Doch maar even … ‘t Waakt weer op.
    ‘t Woelt en woelt en kermt en kreunt maar,
    Gauw stijgt d’ onrust tot de top.

    ‘t Zal zo aanstonds twaalf uur zijn.
    Angstig ziet hij naar de deur …
    En hij wil, maar durft niets zeggen;
    van ‘t gelaat wijkt alle kleur.

    Eind’lijk vat hij moed en roept het,
    schrééuwt het zijnen vader toe:
    “Vader, vader, ‘t geldt mijn leven,
    duld dat ik één vraag nog doe!

    Laat mij zien, ik moet het weten
    dat het bondsbloed niet ontbreekt.
    ‘k Bid u: laat ik m’ overtuigen,
    ‘t is uw zo ziek kind, die ‘t smeekt!”

    En de vader, die zijn buurman
    op zijn woord steeds had vertrouwd,
    moet bemerken, dat hij vrucht’loos
    op een schepsel had gebouwd.

    ‘t Was wel laat, maar niet té laat nog
    om te doen wat God beval;
    om het bondsbloed aan te brengen
    dat behoud’nis brengen zal.

    Vader grijpt een bundel hysop,
    doopt die in het bloed van ‘t lam,
    en bestrijkt daarmee de deurpost,
    was gereed, eer d’ Engel kwam.

    En het knaapje werd behouden,
    naar de ziel en lichaam beî.
    En de ouders riepen dankend:
    “Dat de Heer’ geprezen zij!”

    Vrienden, is het bloed van Christus,
    aan de deurpost van uw hart?
    ‘t Bloed van Hem, Die zondaars nodigt,
    Vreugde brengt in plaats van smart?

    ‘t Bloed, dat reinigt van de zonde.
    Van de zonde, klein en groot?
    ‘t Bloed van Hem, Die licht in duister,
    leven wekt, zelfs uit de dood.

    Rust niet, als dat Joodse knaapje
    voor gij ‘t bloed gesprenkeld weet
    aan de deurpost uwer ziele;
    tot de Borg uw schulden kweet.

     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)

    EEN EN DERTIGSTE VERSCHIJNING.

    Vrijdag, 30 mei 1975 om 15.00 uur in de kapel.

    Jezus verschijnt met een uiterst goedhartige gelaatsuitdrukking :

    "Zegt tegen de priester dat de tijd voorbij is waarin Ik de lichamen opwekte. Maar dat het ogenblik is aangebroken waarop Ik de geesten moet opwekken. Zij die in de huidige wereld beweren in mijn Naam de lichamen op te wekken en te genezen, zijn mijn hemelse Vader niet waardig.(*) z.o.z.

    Madeleine, gaat heen en verkondigt mijn Boodschap in Dozulé. De taak die Ik u heb gegeven om te volbrengen, moet volbracht worden. Vreest niet, Ik zal u daartoe de kracht geven.

    Daarna met een glimlach :

    Deze stad heeft mijn Vader gezegend en geheiligd, en allen die vol berouw aan de voet van het Glorierijke Kruis komen, zal Ik ten leven wekken in de Geest van mijn Vader. Zij zullen er de Vrede en Vreugde vinden.

    En op ernstige wijze :

    De eerste religieuze die u kust als u de Boodschap uitdraagt, sluit zich af voor de woorden die uit uw mond zijn gekomen. Zij onderschat u. Neemt het haar niet kwalijk en bemint uw naaste."

    Daarna verdwijnt Jezus.

    (*) Opmerking :

    Deze onverwachte verklaring waarin Jezus afwijst die in de Naam van zijn Vader de lichamen opwekken en genezen, verbaasde Madeleine zeer, die haar twijfels aan de priester voorlegde. Welnu, juist die morgen had hij een brief ontvangen van een meisje van 15 jaar, Anne, die in Amiens woont niet ver van Calais, en die hij laat lezen aan Madeleine. Anne schrijft de priester :

    "Ik ken u niet, maar toch acht ik het wenselijk u te laten weten dat, toen ik de Pinksterdag in Dozulé doorbracht, ik een sterke aandrang voelde om de kerk binnen te gaan, en sindsdien denk ik alleen nog maar aan Christus van Dozulé. Ik ben ziek, heb bloedkanker, wat men voor mij tracht te verbergen maar ik weet het toch. Maar bid niet voor mijn genezing maar voor de bekering van mijn ouders die niet geloven. Want wat mij betreft, voel ik dat mijn hart stervende is en dat mijn geest wordt opgewekt in Jezus mijn Redder."

    Alle vragen werden hiermee opgelost.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MOEDER MARIA.


    Onze Moeder.

    Aan de bronnen der genade is Maria gezeten. Gods gave aan de mensen, Christus Jezus, onze levensbron is ook Maria’s gave. Keer op keer leren de feiten van het Evangelie ons de liefdevolle wet van het geestelijke leven, dat Jezus Zich geeft door Maria.

    Nauwelijks heeft zij Hem ontvangen, of zij haast zich, Hem naar Elisabeth en de Doper te dragen; zij stelt Hem voor aan de Wijzen; zij openbaart Hem te Cana. Overal laat zij Jezus zien. Het is een onveranderlijke genadewet. "Zij vonden het Kind met zijn Moeder."

    Jezus, te geven is Maria’s táák. Zij doet dit altijd. "Jezus Christus is de vrucht van de Maria-devotie".

    "Zeker is het, dat Jezus Christus voor iedere met Hem vereende ziel in het bijzonder, even waarachtig als voor geheel de mensheid in het algemeen, de vrucht is van Maria’s werk. Wanneer dus een vrome christen Jezus Christus in zijn hart heeft gevormd, kan hij vrijmoedig zeggen: Mijn innige dank aan Maria; wat ik bezit is haar werk en haar vrucht, en zonder haar bezat ik Hem niet".

    In Gods gedachte echter zijn Jezus en Maria onafscheidelijk. Gelijken op de een, zonder gelijkenis te vertonen met de ander, is niet mogelijk. Dezelfde eeuwige wilsdaad die Jezus voorbestemt tot onze Verlosser en ons voorbeeld, bestemt ook Maria voor tot een innige vereniging met Hem in geheel het verlossingsmysterie, en dus ook mét Hem tot het voorbeeld voor ons leven. Vormt de Heer zijn uitverkorenen, dan ziet Hij ze niet alleen in zijn vleesgeworden Woord, maar ook in haar die men kan noemen: "spiegel van gerechtigheid", zuivere weerglans van zijn heiligheid; ook aan háár beeld wil Hij, dat wij gelijkvormig worden. Zij zelf, trouwens, zorgt er voor, dat dit beeld in onze ziel wordt gedrukt. Zij is "de hoogstbegenadigde van onze verlossing". Maria schrijft in het "levensboek" de voorbestemden van de eeuwige Liefde en merkt ze met het goddelijk zegel. "Méér nog, zij zelf is het "levensboek", waarin de Heer de naam van de uitverkorenen grifte; in haar toch vormde de Heilige Geest de Christus en zijn ledematen."

    Door de heiligmakende genade maakt het doopsel ons deelgenoot van Gods innerlijk leven, doet het in ons het goddelijke leven werkelijk geboren worden.

    In zeker opzicht nu mogen wij zeggen, dat Maria voor ons die genade heeft verdiend. Wel moeten wij hier de volle nadruk er op leggen, dat het leven ons toevloeit van de enige Verlosser, Jezus Christus. Het kruisoffer is de enige, algehele, noodzakelijke en voldoende oorzaak van ons heil. Het heiligste der schepselen zelfs kon ons niet vrijkopen, terwijl één enkele druppel van Jezus’ bloed meer dan genoeg zou zijn voor de overvloedigste voldoening van onze schulden.

    Het heeft God echter behaagd, de enige Verlosser toch een medeverlosseres toe te voegen.

    Met de eerste man, Adam, had Eva door verlokking meegewerkt tot ons verderf; met Christus werkt Maria, door haar toestemming, mee tot ons heil. Bewonderenswaardige eenheid van het goddelijke plan!

    Door een vrije beschikking van zijn wijsheid had God van eeuwigheid besloten, dat het Christusmysterie slechts zou verwezenlijkt worden met de toestemming van haar die "de hulp van de nieuwe Adam" moest zijn. Doordat Maria die vrije toestemming gaf, nam zij als medewerkster aan dit mysterie deel en verdiende zo voor ons waarlijk de genade. Haar antwoord aan Gods afgezant: "Zie de dienstmaagd van de Heer, mij geschiede naar uw woord", is zeer zeker een woord van gehoorzaamheid, maar ook een beslissings- en gezagswoord. Zolang zij niet heeft toegestemd, blijft alles in afwachting.

    Dit fiat van Maria is haar hoogste daad; daardoor neemt zij deel aan de voltrekking van de goddelijke mysteriën. Het geheim van de Menswording zal zich van nu af niet kunnen ontvouwen zonder haar. Aan zijn groot mysterie gaat God door háár uitvoering geven, het mysterie, "dat de heerlijkheid van de genade doet uitstralen", het mysterie van de Christus, d.w.z. De Christus in ons. Wil God Zich meedelen aan de schepselen, dan zal Hij het doen door Jezus’ Moeder, de bemiddelares van het goddelijke leven. Het werk van de vereniging, het werk van de liefde, de uitstorting van de genade, dit alles zal God doen door Maria.

    Maria wist het. Een profetisch licht toont haar heel het mysterie van haar Zoon, en zonder voorbehoud geeft zij er zich aan over. "Zij weet, zij voelt, zij ziet, waartoe God haar lokt, haar roept, haar verheft, en die verheven staat treedt zij in vol van genade, om in die hoge waardigheid de dienstmaagd van de Heer te zijn."

    Zij weet, naar Gabriëls woord, niet slechts, dat Hij "de Zoon van de Allerhoogste is," en dat haar de eer beurt valt Moeder van God te zijn, maar ook, dat zij Hem "Jezus" moet noemen, Jezus, dat is Verlosser, en Hem dus geven moet voor het heil van de mensen. Het grote Godsplan: de uitstorting van het goddelijk leven door haar Zoon, wordt voor haar duidelijk.

    Het mysterie van de Menswording zou ook niet op één ogenblik slechts in haar schoot voltrokken worden, maar door de vorming van Christus’ ledematen zou het voortduren tot het einde van de tijden.

    Zij begreep, dat zij, de geroepene tot Moeder van het Vleesgeworden Woord, Hem in zijn gehéél moest ontvangen, en dat eerst door de voortbrenging van de gehele, de volledige Christus haar moederschap de volle volmaaktheid zou bereiken.

    Voor geheel dit mysterie vroeg de aartsengel Gabriël van Godswege de toestemming, en ook Geheel dit mysterie wilde Maria. Zij aanvaardde tegelijk én Jezus’ Moeder én de Moeder van zijn ledematen te zijn; van die dag af was zij dus ook ónze Moeder.

    In de schoot van zijn allerzuiverste Moeder nam Jezus Christus niet slechts een sterfelijk lichaam aan, maar ook een geestelijk lichaam, gevormd uit allen die in Hem zouden geloven.

    "Mijn liefste Jezus is geen enige Zoon," zeide Maria tot de heilige Gertrudis, "maar wel mijn eerstgeborene, omdat ik Hem het eerst heb ontvangen in mijn schoot; maar ná Hem, of liever dóór Hem, heb ik u allen ontvangen, want in de schoot van mijn moederlijke liefde heb ik u aangenomen tot zijn broeders en mijn kinderen."

    Door een inwendig licht doet de Heer haar duidelijk inzien, dat zij die schat moet afstaan, en dat Jezus, de vrucht van haar schoot en het hoogste Goed van haar leven, het Goed van allen moet worden, een gemeenschappelijk Goed, voor het heil van de wereld bestemd.

    Gods Moeder wil dan ook deze afstand, als zij haar Zoon Jezus opdraagt in de Tempel. Zich vernederen in onderwerping aan de wet, zichzélf geven, bestond daarin niet steeds haar dagelijks leven? Nú wordt echter veel méér aan haar gevraagd: het offer namelijk van haar Zoon. Simeon riep haar het grote Verlossingsmysterie in het geheugen: haar Zoon was Redder en Verlosser, Hij moest dus voor zijn broeders sterven. Voor dít offer, voor de dood moest Maria Hem aanbieden, zonder aarzelen, zonder voorbehoud, onherroepelijk doet zij het; voor de zaligheid van de mensen geeft zij haar Zoon prijs aan het absolute recht van de goddelijke gerechtigheid, zij wijdt Hem tot slachtoffer. En zichzelf biedt zij aan, om Hem te vergezellen, overal waar het Hem behagen zal haar te roepen.

    "Men komt bij het altaar, de Maagd knielt neer, van feller vuur ontgloeid dan de serafijnen in de hemel. In haar handen houdt zij haar Kind, en terwijl zij het als een slachtoffer van alleraangenaamste geur opdraagt aan God, vloeit van haar lippen het volgende gebed: "O, almachtige Vader, aanvaard de offergave die ik, uw dienares, U voor de gehele wereld aanbied. Ontvang deze Zoon, die ons beiden toebehoort, de mijne is Hij in de tijd, de uwe van alle eeuwigheid. Ik breng U eindeloze dank, omdat Gij mij tot Moeder hebt verheven van Hem, van wie Gij de Vader bent. Ontvang dit allerheiligste Slachtoffer uit de handen van uw dienares. Het is het morgenoffer; later zal het tussen de kruisarmen het avondoffer worden. Allerbeste Vader, werp een gunstige blik op mijn offerande en wees indachtig voor wie ik Hem U opdraag"."

    Maria neemt haar Zoon weer mee naar Nazareth, en leeft zij met Hem in de zoetheid van het familieleven. De herinnering aan Simeons profetie gaat echter niet uit haar geest, zij leeft in de offergedachte, in het gezicht van Calvarië. De heilige grijsaard had voor haar moederoog het kruis omhoog geheven, aanhoudend vestigt zij nu haar blik daar op. Als de tederste moeder zorgt zij voor het goddelijk Kind en de goddelijke Jongeling, maar zoals een priester het doen zou die voor de slachting het offer in gereedheid brengt. Evenals Abraham de berg beklom, waar hij zijn zoon moest offeren, zo zette ook Maria dagelijks een stap in de richting van Calvarië.

    Wordt vervolgd.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.

    BIRGITTA KRIJGT EEN OPENBARING OVER DE REGEL HARDER ORDE.

    Boek 10 - INLEIDING, KAP. 1.

    In het domein van de koning van Noorwegen, dat het noordelijkst ligt van alle koninkrijken, zodat er buiten zijn grondgebied geen plaats meer is, waar de mensen willen of kunnen wonen, gebeurde het vrouwe Birgitta, toen zij innig in gebeden verzonken was, dat haar lichamelijke krachten haar ontnomen werden, of machteloos werden, maar haar ziel begon volgens al haar vermogens op de volmaakste wijze levend te worden en krachtig, zodat zij de dingen, die geestelijk zijn, kon zien, horen, uitspreken en gevoelen.

    En op zulk een wijze geraakte zij dikwijls in vervoering, zodat zij in de geest veel dingen hoorde, die haar in een geestelijk visioen intellectueel verkondigd werden, welke dingen zij daarna, met groten eerbied en vrees voor God, ootmoedig openbaarde aan de aartsbisschop van Uppsala en tegelijkertijd aan drie andere bisschoppen en aan een bijzonder godvruchtigen Meester (magister), die beschouwd werd als zijnde bijzonder geleerd in de Schrift; eveneens aan een abt, die God zeer genegen was en een leven leidde van buitengewone onthouding, omdat zij vreesde bedrogen te worden door de bedrieger, de engel der duisternis, in de gedaante van de engel des lichts. En toen al deze mannen te zamen met vele andere vrienden Gods dit geval hoorden en onder elkander overwogen met ernst en aandacht, stelden zij vast, dat alles wat de H. Birgitta getoond werd, door een bijzondere genade van de Heiligen Geest, van de goeden geest der waarheid en des lichts afkomstig was.

    In zulk een openbaring of visioen zag zij ook eens een man en vrouw in de allerschoonsten vorm, en aanstonds zeide een stem tot haar: "Zie, deze twee personen die gij ziet, zijn Jezus Christus en Zijn moeder Maria, die u nu getoond worden zoals zij waren toen zij in de wereld leefden. Maar hoe hun lichamen nu in het hemelrijk zijn, is u onmogelijk te weten of te zien." Nadat deze woorden gezegd waren, openbaarde Jezus Christus zich aanstonds; Hij opende Zijn mond en sprak en zeide.


    01-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een spiritueel roosje uit mijn doosje.

    Lieve vrienden in de Krans van Rozen,

    Vandaag 1 mei start de maand van Maria. Een gelegenheid om onze Lieve Hemelmoeder letterlijk en figuurlijk in de bloemetjes te zetten en dit met de Gouden Roos.

    Moge onze Krans van Rozen en al zijn schakeltjes door Jezus en Maria gezegend worden en dit door de voorspraak van onze Zalige Paus Johannes Paulus II.

    Gezegende groetjes,

    Lea.

    ***************************************

    Een spiritueel roosje uit mijn doosje.

    ***************************************

    "Stralend als de dageraad,

    als het zonlicht zondeloos,

    gloeiend als een gouden roos,

    in een Koninklijke staat" (Hymne, getijdenboek, 1384).

    Alles door Maria,

    Maria, Moeder van de schone Liefde, in U vloeien schoonheid en liefde ineen.

    Ongedwongen schenk ik U mijn geest en zweef op het ritme van uw Hart met U mee.

    Immers uw zachte en sterke geest, zo nederig en zuiver, bekoort mijn ziel.

    Maria hemelkoningin, door uw liefde sluimert de sublieme schoonheid van de Gouden Roos.

    Door Jezus Christus, met Jezus Christus, in Jezus Christus en voor Jezus Christus.

    Alles met Maria,

    Maria, Moeder van de schone liefde, Gij zijt voor mij de rode draad door heel mijn leven.

    Deze draad gesponnen met uw goddelijke deugden, weeft Gij door elk spiritueel roosje heen.

    Zo leer ik in alle eenvoud de wil van mijn Liefdelerares met hart en ziel beminnen.

    Maria hemelkoningin, met uw liefde sluimert de sublieme schoonheid van de Gouden Roos.

    Door Jezus Christus, met Jezus Christus, in Jezus Christus en voor Jezus Christus.

    Alles in Maria,

    Maria, Moeder van de schone Liefde, in uw Hart wil ik mij verbergen.

    Mij veilig verschuilen in uw rijkdom van zoetheid, vreugde en tedere geborgenheid.

    In uw prachtlievendheid wordt mijn broos rozenblaadje moederlijk omhuld door diepe vrede.

    Maria hemelkoningin, in uw liefde sluimert de sublieme schoonheid van de Gouden Roos.

    Door Jezus Christus, met Jezus Christus, in Jezus Christus en voor Jezus Christus.

    Alles voor Maria,

    Maria, Moeder van de schone Liefde, voor U ben ik in mijn kleinheid een open boek.

    Voor U verlang ik een kind te zijn waarin Gij uw liefdesdroom wil verwezenlijken.

    Moedermaagd voor U prevel ik dankbaar mijn rozenkrans, om U te loven en te bezingen.

    Maria hemelkoningin, voor uw liefde sluimert de sublieme schoonheid van de Gouden Roos.

    Door Jezus Christus, met Jezus Christus, in Jezus Christus en voor Jezus Christus.

    Verenigd in de Krans van Rozen, de Moederlijke zegen,

    Lea.

    Mei 2011.

     

     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KROONTJE DER GODDELIJKE BARMHARTIGHEID.

    KROONTJE DER GODDELIJKE BARMHARTIGHEID.


    Begin het kroontje met:

    Geloofsbelijdenis Onze Vader Wees Gegroet

    Op de grote kralen vóór elk tientje:

    Eeuwige Vader, ik offer U het Lichaam en het Bloed, de Ziel en de Godheid van uw geliefde Zoon, onze Heer Jezus Christus, tot eerherstel voor onze zonden en die van de hele wereld.

    Op de tien kleine kralen van elk tientje:

    Omwille van zijn smartelijk lijden, wees barmhartig voor ons en voor de hele wereld.

    De tientjes kunnen ook gebeden worden met de staties van de kruisweg. Deze invoeging wordt ten zeerste aanbevolen, bijzonder op vrijdag.

    Eerste tientje

    Jezus wordt ter dood veroordeeld + 3 keer "Omwille van ..."

    Jezus neemt zijn kruis op zijn schouders + 4 keer "Omwille van ..."

    Jezus valt voor de eerste maal onder het kruis + 3 keer "Omwille van ..."

    Tweede tientje

    Jezus ontmoet zijn bedroefde Moeder + 3 keer "Omwille van ..."

    Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis dragen + 4 keer "Omwille van ..."

    Veronica droogt het aanschijn van Jezus af + 3 keer "Omwille van ..."

    Derde tientje

    Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis + 3 keer "Omwille van ..."

    Jezus troost de wenende vrouwen + 4 keer "Omwille van ..."

    Jezus valt voor de derde maal onder het kruis + 3 keer "Omwille van ..."

    Vierde tientje

    Jezus wordt van zijn kleren beroofd + 3 keer "Omwille van ..."

    Jezus wordt aan het kruis genageld + 4 keer "Omwille van ..."

    Jezus sterft aan het kruis + 3 keer "Omwille van ..."

    Vijfde tientje

    Het lichaam van Jezus wordt van het kruis genomen + 3 keer "Omwille ..."

    Jezus wordt in het graf gelegd + 4 keer "Omwille..."

    Jezus verrijst in heerlijkheid uit het graf + 3 keer "Omwille"

    Tot slot, na de vijf tientjes:

    Heilige God, almachtige God, eeuwige God, wees barmhartig voor ons en voor de hele wereld. (3x)

    Jezus, ik vertrouw op U!

    "Jezus, Zachtmoedig en ootmoedig van hart,

    maak mijn hart gelijk aan Uw Hart."

    Aflaat 300 dagen

    Iedere maal, Pius X – 15 September 1905

    "Zoet hart van Jezus, wees mijn liefde."

    Aflaat 300 dagen

    Eenmaal daags, Leo XIII – 21 Mei 1892

    "Maria onze hoop, heb medelijden met ons."

    Aflaat 300 dagen

    "O Maria, zonder zonden ontvangen, bid voor ons, die onze toevlucht tot U nemen."

    Aflaat 100 dagen

    "Zieltogend Heilig Hart van Jezus, heb medelijden met de stervenden."

    Aflaat 100 dagen

    " Zoet Hart van mijn Jezus, laat mij U altijd meer en meer beminnen."

    Aflaat 300 dagen

    Iedere maal, Pius IX – 26 November 1892

    GEBED MET VOLLE AFLAAT

    Zie, o goede en allerzoetste Jezus, ik werp mij op mijn knieën vóór Uw aangezicht neder en bid en smeek U met al de gloed van mijn ziel, levendige gevoelens van geloof, hoop en liefde in mijn hart te willen prenten, alsook een waar berouw over mijn zonden en een vaste wil om mij te verbeteren; terwijl ik met grote aandoening en leedwezen bij mij zelf Uw vijf wonden overdenk en in de geest beschouw, voor ogen hebbende wat reeds de profeet David U over U zelf in de mond legde, O

    goede Jezus: " Zij hebben Mijn handen en voeten doorboord, zij hebben al Mijn beenderen geteld."

    Volle aflaat toepasselijk (toevoeglijk) aan de gelovige zielen in het Vagevuur, voor hen die na biecht en communie, dit gebed vóór een afbeelding van de gekruisigde Jezus zullen bidden en enige gebeden zullen ‘storten’ voor de intentie van de paus.

    (Bijvoorbeeld 5 Onze Vaders en vijf Weesgegroeten en Vijf Glorie zijde Vader.)

    Pius IX – 31 Juli 1858


    28-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE DONDERDAG.

    N. ( M ).

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Prière avec JNSR.
     
    Prière avec JNSR.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Boodschap van 25 april 2011. ( Medjugorje ).

    Boodschap van 25 april 2011. ( Medjugorje ).

    "Lieve kinderen,

    Zoals de natuur de mooiste kleuren van het jaar geeft, zo roep ook ik u op, om met uw leven te getuigen en om anderen te helpen dichter bij mijn onbevlekt Hart te naderen, zodat in hun harten de vlam van liefde voor de Allerhoogste mag ontkiemen. Ik ben met jullie en ik bid onophoudelijk voor u opdat uw leven op aarde een weerspiegeling van de Hemel zou zijn.

    Dank u dat u aan mijn oproep gevolg hebt gegeven."

     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)

    7 JUNI 1986.

    Vrede voor jou; begin te bidden; ik wil dat je geestelijk vooruitgaat; Vrede is God; onthoud het Woord van God; Daniël;

    8 JUNI 186.

    Ik zal je geestelijk genezen; Daniël;

    9 JUNI 1986.

    Ik zal je verdedigen; ik zal over je waken en je elke bescherming geven die je nodig hebt; vrees nooit;

    ( Later; )

    Ere zij God; vrees nooit de dood; het einde wordt schitterend; prijs Papa; Daniël;

    Wordt vervolgd.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de Barmhartigheid Gods .

    De volgende eigenschap is Gods goedheid of barmhartigheid (genade). Barmhartigheid is het

    gevolg en de vrucht van Gods goedheid, Psalm 33:5. Dit is dus de volgende eigenschap: Gods

    goedheid of barmhartigheid De geleerden onder de heidenen dachten dat zij hun god Jupiter

    twee gouden karaktereigenschappen gaven als zij hem betitelden met goed en groot. Beide

    eigenschappen ontmoeten elkaar in God: goedheid en grootheid, majesteit en barmhartigheid.

    God is wezenlijk goed in Zichzelf en Hij is goed met betrekking tot ons. Dit wordt in Psalm 119:68

    samengevoegd: "Gij zijt goed en goeddoende." Deze goedheid in betrekking op ons is niets

    anders dan Zijn barmhartigheid, die een natuurlijke neiging in God is om Zich te ontfermen

    over degenen die in ellende verkeren en hen te hulp te komen.

    I. Betreffende Gods barmhartigheid (genade) zal ik de volgende twaalf zaken noemen.

    1. Het is het grote oogmerk van de Heilige Schrift om God als een barmhartig God voor te

    stellen. Dit is als een magneet om zondaars tot Hem te trekken. "HEERE HEERE, God,

    barmhartig en genadig; lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid, " enz, Exodus 34:6.

    Hier staan zes uitdrukkingen om Gods genade te laten blijken en maar één woord om Zijn

    rechtvaardigheid uit te drukken: "Die den schuldige geenszins onschuldig houdt."

    Psalm 57:11 "Uw goedertierenheid is groot tot aan de hemelen", zie ook Psalm 108:5.

    God wordt in Openbaring 4:13 voorgesteld als een Koning met een regenboog boven Zijn

    troon. De regenboog was het teken van barmhartigheid. In de Heilige Schrift wordt God meer

    voorgesteld in witte klederen van genade dan in klederen die in bloed gewenteld zijn; ook meer

    met Zijn gouden scepter dan met Zijn ijzeren roede.

    2. God is meer geneigd tot genade dan tot toorn. Genade is Zijn liefste eigenschap, waarin Hij

    Zich het meest verlustigt, Micha 7:18. Het behaagt Hem genadig te zijn. "Voor een moeder is

    het zeer aangenaam als aan haar borsten gezogen wordt", zegt Chrysostomus; zo is het de Heere

    tot verlustiging als aan de borsten van Zijn genade wordt gezogen. "Grimmigheid is bij Mij niet",

    Jesaja 27:4; dat wil zeggen: "Ik verblijd Mij daarin niet." Strenge maatregelen moeten eerder van

    God afgedwongen worden, Hij bedroeft niet gewillig, Klaagliederen 3:33.

    De bij produceert honing van nature, zij steekt alleen, als men haar lastig valt. Zo straft God pas

    als Hij het niet langer kan verdragen. "Zodat het de HEERE niet meer kon verdragen vanwege

    de boosheid uwer handelingen", Jeremia 44:22. Genade is in Gods rechterhand die Hij het

    meest gebruikt; straf opleggen wordt wel Zijn "vreemd werk" genoemd, Jesaja 28:21. Hij doet

    het niet vaak. Toen de HEERE de hoogmoed van een volk wilde afsnijden, staat er dat Hij een

    scheermes huurde, alsof Hij er Zelf geen had. "Te dien dage zal de HEERE door een gehuurd

    scheermes, afscheren ...", Jesaja 7:20. Hij is traag tot toorn, Psalm 103:8, 9, maar gaarne

    vergevende, Psalm 86:5.

    3. Er is geen omstandigheid, of wij kunnen er genade in bespeuren. Toen de Kerk in

    ballingschap vertoefde, riep zij uit: "Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet

    vernield zijn", Klaagliederen 3:22. Geografen schrijven over Syracuse op Sicilië, dat dit zó

    gelegen is, dat de zon nooit uit het gezicht verdwenen is. In alle verdrukkingen kunnen wij enig

    zonlicht der genade opmerken. Dat uitwendige en inwendige moeite niet samengaan, is al

    genade.

    4. Genade maakt alle andere eigenschappen van God aangenaam. Gods heiligheid zonder

    barmhartigheid en Zijn rechtvaardigheid zonder genade zouden vreselijk zijn. Toen het water

    bitter was en de Israëlieten het niet konden drinken, wierp Mozes een hout in het water en het

    werd zoet. Wat zouden de overige eigenschappen van God bitter en vreselijk zijn als de genade

    die niet zoet maakte! De genade maakt Gods macht gaande om ons te helpen, zij maakt dat Zijn

    rechtvaardigheid onze vriend wordt, zij zal onze twist twisten.

    5. Gods genade is één van de schitterendste parels aan Zijn kroon; zij openbaart de Godheid als

    lieflijk en beminnelijk. Toen Mozes de HEERE vroeg: "Toon mij nu Uw heerlijkheid", antwoordde

    de HEERE hem: "Ik zal al Mijn goedheid voorbij uw aangezicht laten gaan, maar Ik zal

    genadig zijn", Exodus 33:19. Zijn genade is Zijn eer. Zijn heiligheid maakt Hem doorluchtig,

    Zijn genade vergevingsgezind.

    6. Zelfs de slechtsten smaken nog iets van Zijn genade. Degenen die opstaan tegen Gods

    genade, proeven er toch iets van; de goddelozen ontvangen nog enkele kruimels van de

    genadetafel. "De HEERE is aan allen goed", Psalm 145:9. Vruchtbaarmakende dauwdruppels

    liggen zowel op de distel als op de roos. Het gebied waar de genade valt, is heel groot. Farao's

    hoofd was gekroond, hoewel zijn hart verhard was.

    7. De genade die verbondsgewijze tot ons komt, is het aangenaamst. Het was genade dat God

    Israël regen wilde geven en spijs in overvloed, en vrede en overwinning op hun vijanden,

    Leviticus 26:4-6, maar het was nog groter genade dat God hun God wilde zijn, vers 12.

    Gezondheid te ontvangen is genade, maar Christus en de zaligheid te ontvangen is groter

    genade; dat is als de diamant in de ring, die een nog groter glinstering en schittering verspreidt.

    8. Met de ene blijk van genade verbindt de HEERE Zich tot de volgende. De mensen redeneren

    als volgt: ik heb u al een gunst bewezen, val me nu dus niet meer lastig. Maar omdat God

    genade bewezen heeft, is Hij te meer bereid weer genade te bewijzen. Zijn genade in het verkiezen

    doet Hem rechtvaardigen, aannemen en verheerlijken; met de ene daad van genade

    verbindt Hij Zich tot meerdere. De liefde van ouders tot hun kinderen spoort hen steeds weer

    aan tot geven.

    9. Alle ontferming over het schepsel is van Gods genade afkomstig en is slechts een druppel uit

    deze oceaan. De ontferming over en het medelijden van een moeder met haar kind is van God:

    Hij Die de melk in de borsten geeft, legt ook het medelijden in haar hart. God wordt wel

    genoemd: "de Vader der barmhartigheden", omdat Hij alle ontferming in de wereld

    voortbrengt, 2 Korinthe 1:3. Als God dus elke ontferming in het schepsel werkt, hoeveel barmhartigheid

    moet er dan wel in Hem zijn Die de Vader der barmhartigheden is!

    10. Aangezien Gods genade Zijn kinderen gelukzalig maakt, moest die hen zeker nederig

    maken. Genade is niet de vrucht van onze goedheid, maar de vrucht van Gods goedheid.

    Genade is een aalmoes die God schenkt. Degenen die van de aalmoezen van Gods genade

    leven, hebben geen reden om hoogmoedig te zijn. "Ben ik rechtvaardig, ik zal mijn hoofd niet

    opheffen", Job 10:15. Al mijn gerechtigheid is een gevolg van Gods genade; daarom zal ik

    nederig zijn en zal mijn hoofd niet opheffen.

    11. Genade stelt de onmiddellijke uitvoering van Gods rechtvaardigheid uit. Zondaren

    verwekken God voortdurend tot toorn en maken dat "Zijn grimmigheid in Zijn neus zal

    opkomen", Ezechiël 38:18. Vanwaar komt het, dat God hen niet dadelijk arresteert en hen veroordeelt?

    Niet omdat God het niet kan, want Hij is bekleed met almacht; maar het komt omdat

    Hij genadig is. Genade brengt uitstel teweeg voor de zondaar en houdt het rechtsgeding nog

    tegen. God wil door Zijn goedheid zondaren tot bekering leiden.

    12. Het is vreselijk als genade tegen iemand getuigt. Het was vreselijk voor Haman toen de

    koningin hem zelf beschuldigde, Esther 7:6. Zo zal het ook zijn als de "koningin der genade"

    tegen iemand zal opstaan en hem beschuldigt. Het is louter genade als een zondaar behouden

    wordt. Hoe vreselijk is het dan als genade onze vijand geworden is. Als genade onze aanklager

    is, wie zal dan onze advocaat zijn? De zondaar zal nooit de hel ontgaan als genade de aanklacht

    indient.

    Ik zou u nog verscheidene soorten genade kunnen tonen, zoals voorkomende genade,

    bewarende genade, onderhoudende genade, bijblijvende genade, aanvaardende genade, helende

    genade, verlevendigende genade, ondersteunende genade, vergevende genade, kastijdende

    genade, vertroostende genade, bevrijdende genade, kronende genade, enz. Maar ik zal verder

    handelen over

    II. De eigenschappen en kenmerken van Gods genade.

    (1) Gods genade valt vrij. Als men verdienste aandraagt, verderft men de genade. Genade kan

    door niets verdiend worden, omdat wij vertreden liggen in ons bloed; ook kan genade niet

    afgedwongen worden. Wij kunnen God wel dwingen ons te straffen, maar niet om ons lief te

    hebben. "Ik zal hen vrijwilliglijk liefhebben", Hoséa 14:5. Elke schakel in de keten der zaligheid

    is aangebracht en ingevoegd op vrije genade.

    • De verkiezing is vrij. "Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, naar het welbehagen van

    Zijn wil", Efeze 1:4, 5.

    • De rechtvaardiging is vrij. "En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade",

    Romeinen 3:24.

    • De zaligheid is vrij. "Hij heeft ons zalig gemaakt, naar Zijn barmhartigheid", Titus 3:5.

    Zeg dan ook niet, dat u onwaardig zijt, want genade is vrij. Als God genade zou bewijzen aan

    degenen die het waardig zijn, zou Hij het aan niemand kunnen bewijzen.

    (2) Gods genade is overvloeiende genade; zij is oneindig. "Van grote goedertierenheid", Psalm

    86:5. "Rijk in barmhartigheid", Efeze 2:4. "Naar de grootheid Uwer barmhartigheden", Psalm

    51:3. De fiool van toorn drupt, maar de fontein van genade vloeit. De zon is niet zo vol licht als

    God vol van genade is. God heeft genade voor de morgen. "Zijn barmhartigheden zijn elke

    morgen nieuw", Klaagliederen 3:23. Hij heeft genade voor de nacht. "Des nachts zal Zijn lied bij

    mij zijn", Psalm 42:9. God heeft genade voor het leven onder de hemel, zoals wij die hier mogen

    genieten, en genade voor in de hemel, waarop wij hopen.

    (3) Gods genade duurt eeuwig. "De goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot

    eeuwigheid", Psalm 103:17. In één psalm, Psalm 136 wordt zesentwintig maal herhaald: "Zijn

    goedertierenheid is in der eeuwigheid." De zielen van de gezaligden zullen zich voor eeuwig

    baden in deze zoete, lieflijke oceaan van Gods genade. De toorn Gods tegen Zijn kinderen

    duurt maar een ogenblik, maar Zijn goedertierenheid duurt eeuwig, Psalm 103:9. Zolang Hij

    God is, zal Hij Zijn genade bewijzen. Is Zijn genade overvloeiende, ze is ook altoos vloeiende!

    Eerste gebruik.

    In het gebed behoren wij op te zien tot God, niet in Zijn kleed als Rechter, maar versierd met

    de regenboog, vol van genade en goedertierenheid. Ons gebed dient vleugelen te hebben. Toen

    Jezus Christus ten hemel voer, was hetgeen Hem naar de hemel met blijdschap deed opvaren:

    "Ik ga heen tot Mijn Vader". Hetgeen ons hart in het gebed met blijdschap zou moeten doen

    opstijgen is: wij gaan tot de Vader der barmhartigheid, Die op de troon van Zijn genade zit. Ga

    met vertrouwen tot deze genade, zoals iemand naar de haard gaat, die niet twijfelt door te

    zeggen: misschien zal ik erdoor verwarmd worden, misschien niet.

    Tweede gebruik.

    Geloof in deze genade: "Ik vertrouw op Gods goedertierenheid, eeuwiglijk en altoos", Psalm

    52:10. Gods genade is een geopende fontein. Laat daarin de emmer des geloofs neer en u kunt

    drinken uit deze fontein van zaligheid. Wat is er nu groter bemoediging om te geloven dan

    Gods genade? God acht het Zijn eer pardonbrieven uit te delen. Hij heeft niets liever dan dat

    zondaren de gouden scepter van Zijn genade aanraken en leven. Deze bereidheid om genade te

    bewijzen blijkt op twee manieren:

    1. Door zondaren te bidden tot Hem te komen en Zijn genade aan te nemen. "Die wil, neme

    het water des levens om niet", Openbaring 22:17. De genade lokt zondaren tot zich, zij

    buigt zich zelfs tot hen neer. Het zou voor een vorst toch vreemd zijn als hij een veroordeeld

    mens moest smeken het pardon te aanvaarden? God zegt: "Arme zondaar, sta Mij toe u lief

    te hebben, wees gewillig dat Ik u zalig make."

    2. Door Zijn blijdschap te tonen, als zondaren Zijn genade aannemen. Wordt God er meerder

    van of wij Zijn genade aannemen of niet? Is er voor de fontein voordeel in als anderen eruit

    drinken? Toch is Gods goedheid zodanig, dat Hij Zich verheugt in de zaligheid van

    zondaren. Hij is verblijd als men Zijn genade aanvaardt. Toen de verloren zoon thuiskwam,

    was de vader verblijd en hij maakte een feest om Zijn vreugde uit te drukken. Zo is God ook

    verheugd als er een zondaar komt om Zijn genade te aanvaarden. Wat ligt hier een

    bemoediging om in God te geloven! Hij is een God van vergevingen, Nehemia 9:17. "Hij

    heeft lust aan goedertierenheid", Micha 7:18. Niets schaadt ons meer dan ongeloof.

    Ongeloof stremt de stroom van Gods genade. Het sluit Gods ingewanden toe, het stopt de

    opening van Christus' wonden toe, zodat er geen genezende kracht uitkomt. "Hij heeft

    aldaar niet vele krachten gedaan vanwege hun ongeloof", Matthéüs 13:58.

    Waarom gelooft u Gods genade niet? Benemen uw zonden u de vrijmoedigheid? Gods

    genade kan grote zonden vergeven, ja zelfs, omdat ze groot zijn, Psalm 25:11. De zee bedekt

    zowel de rotsen als het zand. Sommigen die de hand hadden in het kruisigen van Christus,

    hebben zelfs genade gevonden. Zo hoog de hemel is boven de aarde, zo groot is Gods

    genade over onze zonde; Jesaja 55:9. Wat anders zal ons aanmoedigen om te geloven dan

    Gods genade?

    Derde gebruik.

    Pas op dat u de genade van God niet misbruikt! Zuig geen vergif uit de zoete bloem van Gods

    genade. Denk niet, dat u kunt doorgaan in de zonde, omdat God toch genadig is; dat is van de

    genade uw vijand maken. Niemand mocht de ark aanraken behalve de priesters, die door hun

    ambt heiliger waren. Zo mag niemand de ark van Gods genade aanraken dan hij die beslist

    heilig wil zijn. Te zondigen "omdat de genade te meerder worde" is de logica van de duivel. Wie

    zondigt omdat er genade is, is net als iemand die zijn hoofd verwondt, omdat hij een pleister

    heeft. Wie zondigt omdat God genadig is, zal zonder genade geoordeeld worden. Misbruikte

    genade verandert in toorn. "Als hij zichzelven zegene in zijn hart, zeggende: ik zal vrede hebben,

    wanneer ik schoon naar mijns harten goeddunken zal wandelen, om den dronkene te doen tot

    de dorstige. De HEERE zal hem niet willen vergeven; maar alsdan zal des HEEREN toorn en

    ijver roken over dezelven man", Deuteronomium 29:19, 20.

    Niets is zoeter dan genade als het ten nutte wordt gebruikt; niets werkt meer toorn als het wordt

    misbruikt; zoals niets kouder is dan lood als men het uit de mijn haalt en niets is zo kokend

    heet als men het verhit. Niets is zo stomp als ijzer, maar als men het slijpt is er toch niets zo

    scherp. "De goedertierenheid des HEEREN is over degenen, die Hem vrezen", Psalm 103:17.

    Genade is niet voor degenen die maar zondigen en niet vrezen, maar voor degenen die vrezen

    en niet willen zondigen. Gods genade is heilig, waar zij vergeving schenkt is zij ook genezend.

    Vraag. Wat is nodig voor ons zodat wij behoefte krijgen aan Gods genade?

    1. Leer uw nood te gevoelen. Bedenk hoezeer u vergevende, reddende genade nodig hebt!

    Beschouw uzelf als wees. "Immers zal een wees bij U ontfermd worden", Hoséa 14:4. God

    schenkt de gave van Zijn genade alleen aan diegenen die arm zijn. U moet ontdaan worden

    van alle besef van eigen waardigheid. God giet de gouden olie der genade in lege vaten!

    2. Wend u tot God om genade. "Wees mij genadig, o God!", Psalm 51:3. Zend me niet heen

    met algemene genade die verworpenen ook kunnen hebben; geef mij niet slechts eikels

    maar parels. Geef mij niet slechts genade om voedsel en deksel te hebben, maar genade om

    mij te zaligen. Geef mij het beste van uw genade, HEERE! Laat mij genade en

    goedertierenheid smaken. "Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden", Psalm

    103:4. Geef mij die genade waarvan Uw verkiezende liefde in mijn ziel getuigt.

    O, bid toch om genade. God bezit een schat van genade, het gebed is de sleutel om die

    schatkist te openen, maar bedenk wel dat u in het gebed Christus in uw armen meeneemt,

    want alle genade komt tot ons door Christus. "Toen nam Samuël een melklam", 1 Samuël

    7:9. Neem het Lam Christus in uw armen, ga in Zijn Naam, draag Zijn verdiensten voor en

    zeg: O, HEERE, hier is Christus' bloed, de prijs voor mijn vergeving. HEERE, schenk mij

    genade omdat Christus die gekocht heeft. God zal ons afwijzen als wij in onze eigen naam

    om genade vragen, maar Hij zal ons niet afwijzen als wij in Christus' Naam komen. Pleit op

    de voldoening van Christus en dat is een grond waarop God het niet kan weigeren.

    Vierde gebruik.

    Degenen die genade gevonden hebben spoor ik aan tot drie dingen.

    1. Vertoef op Gerizim, de berg van lof en prijs. Zij hebben immers niet alleen gehoord dat de

    Koning des hemels genadig is, maar zij hebben het zo ervaren; de honingraat van Gods genade

    heeft op hen gedrupt. Als zij in gemis verkeerden heeft de genade daarin voorzien; als zij nabij

    de dood waren, heeft de genade hen van het ziekbed opgericht; als zij onder schuld bedolven

    waren, heeft de genade hun vergeving geschonken. "Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat

    binnen in mij is, Zijn heiligen Naam, Psalm 103:1. O, wat moesten de vaten der

    barmhartigheid overlopen van lof!

    "Die tevoren een godslasteraar was en een vervolger en een verdrukker; maar mij is

    barmhartigheid geschied", 1 Timótheüs 1:13. Als door een wonder is mij genade bewezen. Zoals

    de zee de dijken breekt en het land overstroomt, zo heeft de genade Gods de dammen der

    zonde bij mij verbroken en is de genade zeer zoet in mijn ziel gevloeid. Gij die wondertekenen

    van Gods genade zijt geweest, gij behoort bazuinen van Zijn lof te zijn. Gij die gesmaakt hebt

    dat de Heere genadig is, vertel toch anderen welke ondervindingen gij gehad hebt van Gods

    genade, opdat u hun moogt aansporen Hem ook te zoeken om genade te verkrijgen.

    "Ik zal vertellen wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft", Psalm 66:16. Als ik mijn hart zo dodig

    gevoelde, kwam Gods Geest met kracht in mij en het geblaas van die wind veroorzaakte dat de

    verwelkte bloemen der genade weer verlevendigd werden. O, vertel anderen van Gods

    goedheid, opdat u hen ook moge aanzetten Hem te loven en dat u Gods lof moge doen

    voortleven, als gij gestorven zijt.

    2. Heb God lief. Genade behoort de liefde op te wekken. "Ik zal U hartelijk liefhebben,

    HEERE, mijn Sterkte", Psalm 18:2. Het Hebreeuwse woord liefde betekent "de liefde der

    ingewanden (=inwendige edele delen)." Gods rechtvaardigheid kan ons Hem doen vrezen, Zijn

    genade doet ons Hem liefhebben. Als genade niet de liefde voortbrengt, wat dan wel? Wij

    dienen God lief te hebben omdat Hij ons voedsel geeft, maar veel meer omdat Hij ons genade

    geeft. Wij moesten Hem liefhebben, om Zijn sparende genade, maar nog meer om Zijn

    reddende genade. Een hart dat door Gods genade niet smelt van liefde, is zeker zo hard als

    marmer. "Ik zou mijn eigen ziel haten, als ik er geen liefde tot God in vond", zei Augustinus.

    3. Wees een navolger van God in het betonen van barmhartigheid. Is God de Vader der

    barmhartigheid, toon dat u Zijn kinderen zijt door daarin op Hem te gelijken. Ambrosius zei:

    "De hoofdsom van de godsdienst is: wees overvloedig in werken der barmhartigheid; wees

    anderen naar lichaam en ziel behulpzaam. Strooi uw gouden zaad uit; laat de lamp van uw

    belijdenis gevuld zijn met de olie van liefdadigheid. Zijt mild in het geven en vergeven. Wees

    barmhartig, gelijk uw Vader in de hemel barmhartig is."


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hemel en Hel.

    Mattheus 5 vers 18-30.

    Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied. Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen. Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeeën, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan. Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doden; maar zo wie doodt, die zal strafbaar zijn door het gericht. Doch Ik zeg u: Zo wie te onrecht op zijn broeder toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht; en wie tot zijn broeder zegt: Raka! die zal strafbaar zijn door den groten raad; maar wie zegt: Gij dwaas! die zal strafbaar zijn door het helse vuur. Zo gij dan uw gave zult op het altaar offeren, en aldaar gedachtig wordt, dat uw broeder iets tegen u heeft; Laat daar uw gave voor het altaar, en gaat heen, verzoent u eerst met uw broeder, en komt dan en offert uw gave. Weest haastelijk welgezind jegens uw wederpartij, terwijl gij nog met hem op den weg zijt; opdat de wederpartij niet misschien u den rechter overlevere, en de rechter u den dienaar overlevere, en gij in de gevangenis geworpen wordt. Voorwaar, Ik zeg u: Gij zult daar geenszins uitkomen, totdat gij den laatsten penning zult betaald hebben. Gij hebt gehoord, dat van de ouden gezegd is: Gij zult geen overspel doen. Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aan ziet, om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan. Indien dan uw rechteroog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u; want het is u nut, dat een uwer leden verga, en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde. En indien uw rechterhand u ergert, houwt ze af, en werpt ze van u; want het is u nut, dat een uwer leden verga, en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde.

    Mattheus 7 vers 13-29.

    Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan; Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden. Maar wacht u van de valse profeten, dewelke in schaapsklederen tot u komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven. Aan hun vruchten zult gij hen kennen. Leest men ook een druif van doornen, of vijgen van distelen? Alzo een ieder goede boom brengt voort goede vruchten, en een kwade boom brengt voort kwade vruchten. Een goede boom kan geen kwade vruchten voortbrengen, noch een kwade boom goede vruchten voortbrengen. Een ieder boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. Zo zult gij dan dezelve aan hun vruchten kennen. Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere! hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt! Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft; En er is slagregen nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangevallen, en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond. En een iegelijk, die deze Mijn woorden hoort en dezelve niet doet, die zal bij een dwazen man vergeleken worden, die zijn huis op het zand gebouwd heeft; En de slagregen is nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangeslagen, en het is gevallen, en zijn val was groot. En het is geschied, als Jezus deze woorden geeindigd had, dat de scharen zich ontzetten over Zijn leer; Want Hij leerde hen, als macht hebbende, en niet als de Schriftgeleerden.

    Mattheus 10 vers 26-42.

    Vreest dan hen niet; want er is niets bedekt, hetwelk niet zal ontdekt worden, en verborgen, hetwelk niet zal geweten worden. Hetgeen Ik u zeg in de duisternis, zegt het in het licht; en hetgeen gij hoort in het oor, predikt dat op de daken. En vreest niet voor degenen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel. Worden niet twee musjes om een penningsken verkocht? En niet een van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader. En ook uw haren des hoofds zijn alle geteld. Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven. Een iegelijk dan, die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Maar zo wie Mij verloochend zal hebben voor de mensen, dien zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. Want Ik ben gekomen, om den mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder. En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn. Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig. En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig. Die zijn ziel vindt, zal dezelve verliezen; en die zijn ziel zal verloren hebben om Mijnentwil, zal dezelve vinden. Die u ontvangt, ontvangt Mij; en die Mij ontvangt, ontvangt Hem, Die Mij gezonden heeft. Die een profeet ontvangt in den naam eens profeten, zal het loon eens profeten ontvangen; en die een rechtvaardige ontvangt in den naam eens rechtvaardigen, zal het loon eens rechtvaardigen ontvangen. En zo wie een van deze kleinen te drinken geeft alleenlijk een beker koud water, in den naam eens discipels, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen.

    Mattheus 23 vers 2-37.

    De Schriftgeleerden en de Farizeeën zijn gezeten op de stoel van Mozes; Daarom, al wat zij u zeggen, dat gij houden zult, houdt dat en doet het; maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het, en doen het niet. Want zij binden lasten, die zwaar zijn en kwalijk om te dragen, en leggen ze op de schouderen der mensen; maar zij willen die met hun vinger niet verroeren. En al hun werken doen zij, om van de mensen gezien te worden; want zij maken hun gedenkcedels breed, en maken de zomen van hun klederen groot. En zij beminnen de vooraanzitting in de maaltijden, en de voorgestoelten in de synagogen; Ook de begroetingen op de markten, en van de mensen genaamd te worden: Rabbi, Rabbi! Doch gij zult niet Rabbi genaamd worden; want Een is uw Meester, namelijk Christus; en gij zijt allen broeders. En gij zult niemand uw vader noemen op de aarde; want Een is uw Vader, namelijk Die in de hemelen is. Noch zult gij meesters genoemd worden; want Een is uw Meester, namelijk Christus. Maar de meeste van u zal uw dienaar zijn. En wie zichzelven verhogen zal, die zal vernederd worden; en wie zichzelven zal vernederen, die zal verhoogd worden. Maar wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeeën, gij geveinsden! want gij sluit het Koninkrijk der hemelen voor de mensen, overmits gij daar niet ingaat, noch degenen, die ingaan zouden, laat ingaan. Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeeën, gij geveinsden, want gij eet de huizen der weduwen op, en dat onder den schijn van lang te bidden; daarom zult gij te zwaarder oordeel ontvangen. Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeeën, gij geveinsden, want gij omreist zee en land, om een Jodengenoot te maken, en als hij het geworden is, zo maakt gij hem een kind der helle, tweemaal meer dan gij zijt. Wee u, gij blinde leidslieden, die zegt: Zo wie gezworen zal hebben bij den tempel, dat is niets; maar zo wie gezworen zal hebben bij het goud des tempels, die is schuldig. Gij dwazen en blinden, want wat is meerder, het goud, of de tempel, die het goud heiligt? En zo wie gezworen zal hebben bij het altaar, dat is niets; maar zo wie gezworen zal hebben bij de gave, die daarop is, die is schuldig. Gij dwazen en blinden, want wat is meerder, de gave, of het altaar, dat de gave heiligt? Daarom wie zweert bij het altaar, die zweert bij hetzelve, en bij al wat daarop is. En wie zweert bij den tempel, die zweert bij denzelven, en bij Dien, Die daarin woont. En wie zweert bij den hemel, die zweert bij den troon Gods, en bij Dien, Die daarop zit. Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeeën, gij geveinsden, want gij vertient de munte, en de dille, en den komijn, en gij laat na het zwaarste der wet, namelijk het oordeel, en de barmhartigheid, en het geloof. Deze dingen moest men doen, en de andere niet nalaten. Gij blinde leidslieden, die de mug uitzijgt, en den kemel doorzwelgt. Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeeën, gij geveinsden, want gij reinigt het buitenste des drinkbekers, en des schotels, maar van binnen zijn zij vol van roof en onmatigheid. Gij blinde Farizeeër, reinig eerst wat binnen in den drinkbeker en den schotel is, opdat ook het buitenste derzelve rein worde. Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeeën, gij geveinsden, want gij zijt den witgepleisterden graven gelijk, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen zijn zij vol doodsbeenderen en alle onreinigheid. Alzo ook schijnt gij wel den mensen van buiten rechtvaardig, maar van binnen zijt gij vol geveinsdheid en ongerechtigheid. Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeeën, gij geveinsden, want gij bouwt de graven der profeten op, en versiert de graftekenen der rechtvaardigen; En zegt: Indien wij in de tijden onzer vaderen waren geweest, wij zouden met hen geen gemeenschap gehad hebben aan het bloed der profeten. Aldus getuigt gij tegen uzelven, dat gij kinderen zijt dergenen, die de profeten gedood hebben. Gij dan ook, vervult de mate uwer vaderen! Gij slangen, gij adderengebroedsels! hoe zoudt gij de helse verdoemenis ontvlieden? Daarom ziet, Ik zend tot u profeten, en wijzen, en schriftgeleerden, en uit dezelve zult gij sommigen doden en kruisigen, en sommigen uit dezelve zult gij geselen in uw synagogen, en zult hen vervolgen van stad tot stad; Opdat op u kome al het rechtvaardige bloed, dat vergoten is op de aarde, van het bloed des rechtvaardigen Abels af, tot op het bloed van Zacharia, den zoon van Barachia, welken gij gedood hebt tussen den tempel en het altaar. Voorwaar zeg Ik u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht. Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn! hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugels; en gijlieden hebt niet gewild.

     

     

     

     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het beest uit de zee, en het beest uit de aarde.

    En ik zag uit de zee een beest opkomen, hebbende zeven hoofden en tien hoornen; en op zijn hoornen waren tien koninklijke hoeden, en op zijn hoofden was een naam van godslastering. En het beest dat ik zag, was een pardel gelijk, en zijn voeten als eens beers voeten, en zijn mond als de mond eens leeuws; en de draak gaf hem zijn kracht, en zijn troon, en grote macht. En ik zag een van zijn hoofden als tot den dood gewond, en zijn dodelijke wonde werd genezen; en de gehele aarde verwonderde zich achter het beest. En zij aanbaden den draak, die het beest macht gegeven had; en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is dit beest gelijk? wie kan krijg voeren tegen hetzelve? En hetzelve werd een mond gegeven, om grote dingen en godslasteringen te spreken; en hetzelve werd macht gegeven, om zulks te doen, twee en veertig maanden. En het opende zijn mond tot lastering tegen God, om Zijn Naam te lasteren, en Zijn tabernakel, en die in den hemel wonen. En hetzelve werd macht gegeven, om den heiligen krijg aan te doen, en om die te overwinnen; en hetzelve werd macht gegeven over alle geslacht, en taal, en volk. En allen, die op de aarde wonen, zullen hetzelve aanbidden, welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens, des Lams, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld. Indien iemand oren heeft, die hore. Indien iemand in de gevangenis leidt, die gaat zelf in de gevangenis; indien iemand met het zwaard zal doden, die moet zelf met het zwaard gedood worden. Hier is de lijdzaamheid en het geloof der heiligen. En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen, en het had twee hoornen, des Lams hoornen gelijk, en het sprak als de draak. En het oefent al de macht van het eerste beest, in tegenwoordigheid van hetzelve, en het maakt, dat de aarde, en die daarin wonen het eerste beest aanbidden, wiens dodelijke wonde genezen was. En het doet grote tekenen, zodat het ook vuur uit den hemel doet afkomen op de aarde, voor de mensen. En verleidt degenen, die op de aarde wonen, door de tekenen, die aan hetzelve toe doen gegeven zijn in de tegenwoordigheid van het beest; zeggende tot degenen, die op de aarde wonen, dat zij het beest, dat de wond des zwaards had, en weder leefde, een beeld zouden maken. En hetzelve werd macht gegeven om het beeld van het beest een geest te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken, dat allen, die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden. En het maakt, dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een merkteken geve aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden; En dat niemand mag kopen of verkopen, dan die dat merkteken heeft, of den naam van het beest, of het getal zijns naams. Hier is de wijsheid: die het verstand heeft, rekene het getal van het beest; want het is een getal eens mensen, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig.




    Foto

    Getuigenissen van de jongeren van Cenacolo
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7

  • Foto

    Foto

    Foto

    Godelieve heeft voor mij
    deze prachtige pps gemaakt
    waarvoor mijn dank





    Foto

    Schrijft u wat in mijn gastenboek
    klik dan op het boek boven




    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Klik op het plaatje en krijg een prachtige rondleiding door het Vaticaan
    Ieder nummertje is weer iets moois
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Foto

    Een interessant adres?


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Meer blogs