De volgende eigenschap is Gods goedheid of barmhartigheid (genade). Barmhartigheid is het
gevolg en de vrucht van Gods goedheid, Psalm 33:5. Dit is dus de volgende eigenschap: Gods
goedheid of barmhartigheid De geleerden onder de heidenen dachten dat zij hun god Jupiter
twee gouden karaktereigenschappen gaven als zij hem betitelden met goed en groot. Beide
eigenschappen ontmoeten elkaar in God: goedheid en grootheid, majesteit en barmhartigheid.
God is wezenlijk goed in Zichzelf en Hij is goed met betrekking tot ons. Dit wordt in Psalm 119:68
samengevoegd: "Gij zijt goed en goeddoende." Deze goedheid in betrekking op ons is niets
anders dan Zijn barmhartigheid, die een natuurlijke neiging in God is om Zich te ontfermen
over degenen die in ellende verkeren en hen te hulp te komen.
I. Betreffende Gods barmhartigheid (genade) zal ik de volgende twaalf zaken noemen.
1. Het is het grote oogmerk van de Heilige Schrift om God als een barmhartig God voor te
stellen. Dit is als een magneet om zondaars tot Hem te trekken. "HEERE HEERE, God,
barmhartig en genadig; lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid, " enz, Exodus 34:6.
Hier staan zes uitdrukkingen om Gods genade te laten blijken en maar één woord om Zijn
rechtvaardigheid uit te drukken: "Die den schuldige geenszins onschuldig houdt."
Psalm 57:11 "Uw goedertierenheid is groot tot aan de hemelen", zie ook Psalm 108:5.
God wordt in Openbaring 4:13 voorgesteld als een Koning met een regenboog boven Zijn
troon. De regenboog was het teken van barmhartigheid. In de Heilige Schrift wordt God meer
voorgesteld in witte klederen van genade dan in klederen die in bloed gewenteld zijn; ook meer
met Zijn gouden scepter dan met Zijn ijzeren roede.
2. God is meer geneigd tot genade dan tot toorn. Genade is Zijn liefste eigenschap, waarin Hij
Zich het meest verlustigt, Micha 7:18. Het behaagt Hem genadig te zijn. "Voor een moeder is
het zeer aangenaam als aan haar borsten gezogen wordt", zegt Chrysostomus; zo is het de Heere
tot verlustiging als aan de borsten van Zijn genade wordt gezogen. "Grimmigheid is bij Mij niet",
Jesaja 27:4; dat wil zeggen: "Ik verblijd Mij daarin niet." Strenge maatregelen moeten eerder van
God afgedwongen worden, Hij bedroeft niet gewillig, Klaagliederen 3:33.
De bij produceert honing van nature, zij steekt alleen, als men haar lastig valt. Zo straft God pas
als Hij het niet langer kan verdragen. "Zodat het de HEERE niet meer kon verdragen vanwege
de boosheid uwer handelingen", Jeremia 44:22. Genade is in Gods rechterhand die Hij het
meest gebruikt; straf opleggen wordt wel Zijn "vreemd werk" genoemd, Jesaja 28:21. Hij doet
het niet vaak. Toen de HEERE de hoogmoed van een volk wilde afsnijden, staat er dat Hij een
scheermes huurde, alsof Hij er Zelf geen had. "Te dien dage zal de HEERE door een gehuurd
scheermes, afscheren ...", Jesaja 7:20. Hij is traag tot toorn, Psalm 103:8, 9, maar gaarne
vergevende, Psalm 86:5.
3. Er is geen omstandigheid, of wij kunnen er genade in bespeuren. Toen de Kerk in
ballingschap vertoefde, riep zij uit: "Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet
vernield zijn", Klaagliederen 3:22. Geografen schrijven over Syracuse op Sicilië, dat dit zó
gelegen is, dat de zon nooit uit het gezicht verdwenen is. In alle verdrukkingen kunnen wij enig
zonlicht der genade opmerken. Dat uitwendige en inwendige moeite niet samengaan, is al
genade.
4. Genade maakt alle andere eigenschappen van God aangenaam. Gods heiligheid zonder
barmhartigheid en Zijn rechtvaardigheid zonder genade zouden vreselijk zijn. Toen het water
bitter was en de Israëlieten het niet konden drinken, wierp Mozes een hout in het water en het
werd zoet. Wat zouden de overige eigenschappen van God bitter en vreselijk zijn als de genade
die niet zoet maakte! De genade maakt Gods macht gaande om ons te helpen, zij maakt dat Zijn
rechtvaardigheid onze vriend wordt, zij zal onze twist twisten.
5. Gods genade is één van de schitterendste parels aan Zijn kroon; zij openbaart de Godheid als
lieflijk en beminnelijk. Toen Mozes de HEERE vroeg: "Toon mij nu Uw heerlijkheid", antwoordde
de HEERE hem: "Ik zal al Mijn goedheid voorbij uw aangezicht laten gaan, maar Ik zal
genadig zijn", Exodus 33:19. Zijn genade is Zijn eer. Zijn heiligheid maakt Hem doorluchtig,
Zijn genade vergevingsgezind.
6. Zelfs de slechtsten smaken nog iets van Zijn genade. Degenen die opstaan tegen Gods
genade, proeven er toch iets van; de goddelozen ontvangen nog enkele kruimels van de
genadetafel. "De HEERE is aan allen goed", Psalm 145:9. Vruchtbaarmakende dauwdruppels
liggen zowel op de distel als op de roos. Het gebied waar de genade valt, is heel groot. Farao's
hoofd was gekroond, hoewel zijn hart verhard was.
7. De genade die verbondsgewijze tot ons komt, is het aangenaamst. Het was genade dat God
Israël regen wilde geven en spijs in overvloed, en vrede en overwinning op hun vijanden,
Leviticus 26:4-6, maar het was nog groter genade dat God hun God wilde zijn, vers 12.
Gezondheid te ontvangen is genade, maar Christus en de zaligheid te ontvangen is groter
genade; dat is als de diamant in de ring, die een nog groter glinstering en schittering verspreidt.
8. Met de ene blijk van genade verbindt de HEERE Zich tot de volgende. De mensen redeneren
als volgt: ik heb u al een gunst bewezen, val me nu dus niet meer lastig. Maar omdat God
genade bewezen heeft, is Hij te meer bereid weer genade te bewijzen. Zijn genade in het verkiezen
doet Hem rechtvaardigen, aannemen en verheerlijken; met de ene daad van genade
verbindt Hij Zich tot meerdere. De liefde van ouders tot hun kinderen spoort hen steeds weer
aan tot geven.
9. Alle ontferming over het schepsel is van Gods genade afkomstig en is slechts een druppel uit
deze oceaan. De ontferming over en het medelijden van een moeder met haar kind is van God:
Hij Die de melk in de borsten geeft, legt ook het medelijden in haar hart. God wordt wel
genoemd: "de Vader der barmhartigheden", omdat Hij alle ontferming in de wereld
voortbrengt, 2 Korinthe 1:3. Als God dus elke ontferming in het schepsel werkt, hoeveel barmhartigheid
moet er dan wel in Hem zijn Die de Vader der barmhartigheden is!
10. Aangezien Gods genade Zijn kinderen gelukzalig maakt, moest die hen zeker nederig
maken. Genade is niet de vrucht van onze goedheid, maar de vrucht van Gods goedheid.
Genade is een aalmoes die God schenkt. Degenen die van de aalmoezen van Gods genade
leven, hebben geen reden om hoogmoedig te zijn. "Ben ik rechtvaardig, ik zal mijn hoofd niet
opheffen", Job 10:15. Al mijn gerechtigheid is een gevolg van Gods genade; daarom zal ik
nederig zijn en zal mijn hoofd niet opheffen.
11. Genade stelt de onmiddellijke uitvoering van Gods rechtvaardigheid uit. Zondaren
verwekken God voortdurend tot toorn en maken dat "Zijn grimmigheid in Zijn neus zal
opkomen", Ezechiël 38:18. Vanwaar komt het, dat God hen niet dadelijk arresteert en hen veroordeelt?
Niet omdat God het niet kan, want Hij is bekleed met almacht; maar het komt omdat
Hij genadig is. Genade brengt uitstel teweeg voor de zondaar en houdt het rechtsgeding nog
tegen. God wil door Zijn goedheid zondaren tot bekering leiden.
12. Het is vreselijk als genade tegen iemand getuigt. Het was vreselijk voor Haman toen de
koningin hem zelf beschuldigde, Esther 7:6. Zo zal het ook zijn als de "koningin der genade"
tegen iemand zal opstaan en hem beschuldigt. Het is louter genade als een zondaar behouden
wordt. Hoe vreselijk is het dan als genade onze vijand geworden is. Als genade onze aanklager
is, wie zal dan onze advocaat zijn? De zondaar zal nooit de hel ontgaan als genade de aanklacht
indient.
Ik zou u nog verscheidene soorten genade kunnen tonen, zoals voorkomende genade,
bewarende genade, onderhoudende genade, bijblijvende genade, aanvaardende genade, helende
genade, verlevendigende genade, ondersteunende genade, vergevende genade, kastijdende
genade, vertroostende genade, bevrijdende genade, kronende genade, enz. Maar ik zal verder
handelen over
II. De eigenschappen en kenmerken van Gods genade.
(1) Gods genade valt vrij. Als men verdienste aandraagt, verderft men de genade. Genade kan
door niets verdiend worden, omdat wij vertreden liggen in ons bloed; ook kan genade niet
afgedwongen worden. Wij kunnen God wel dwingen ons te straffen, maar niet om ons lief te
hebben. "Ik zal hen vrijwilliglijk liefhebben", Hoséa 14:5. Elke schakel in de keten der zaligheid
is aangebracht en ingevoegd op vrije genade.
De verkiezing is vrij. "Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, naar het welbehagen van
Zijn wil", Efeze 1:4, 5.
De rechtvaardiging is vrij. "En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade",
Romeinen 3:24.
De zaligheid is vrij. "Hij heeft ons zalig gemaakt, naar Zijn barmhartigheid", Titus 3:5.
Zeg dan ook niet, dat u onwaardig zijt, want genade is vrij. Als God genade zou bewijzen aan
degenen die het waardig zijn, zou Hij het aan niemand kunnen bewijzen.
(2) Gods genade is overvloeiende genade; zij is oneindig. "Van grote goedertierenheid", Psalm
86:5. "Rijk in barmhartigheid", Efeze 2:4. "Naar de grootheid Uwer barmhartigheden", Psalm
51:3. De fiool van toorn drupt, maar de fontein van genade vloeit. De zon is niet zo vol licht als
God vol van genade is. God heeft genade voor de morgen. "Zijn barmhartigheden zijn elke
morgen nieuw", Klaagliederen 3:23. Hij heeft genade voor de nacht. "Des nachts zal Zijn lied bij
mij zijn", Psalm 42:9. God heeft genade voor het leven onder de hemel, zoals wij die hier mogen
genieten, en genade voor in de hemel, waarop wij hopen.
(3) Gods genade duurt eeuwig. "De goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot
eeuwigheid", Psalm 103:17. In één psalm, Psalm 136 wordt zesentwintig maal herhaald: "Zijn
goedertierenheid is in der eeuwigheid." De zielen van de gezaligden zullen zich voor eeuwig
baden in deze zoete, lieflijke oceaan van Gods genade. De toorn Gods tegen Zijn kinderen
duurt maar een ogenblik, maar Zijn goedertierenheid duurt eeuwig, Psalm 103:9. Zolang Hij
God is, zal Hij Zijn genade bewijzen. Is Zijn genade overvloeiende, ze is ook altoos vloeiende!
Eerste gebruik.
In het gebed behoren wij op te zien tot God, niet in Zijn kleed als Rechter, maar versierd met
de regenboog, vol van genade en goedertierenheid. Ons gebed dient vleugelen te hebben. Toen
Jezus Christus ten hemel voer, was hetgeen Hem naar de hemel met blijdschap deed opvaren:
"Ik ga heen tot Mijn Vader". Hetgeen ons hart in het gebed met blijdschap zou moeten doen
opstijgen is: wij gaan tot de Vader der barmhartigheid, Die op de troon van Zijn genade zit. Ga
met vertrouwen tot deze genade, zoals iemand naar de haard gaat, die niet twijfelt door te
zeggen: misschien zal ik erdoor verwarmd worden, misschien niet.
Tweede gebruik.
Geloof in deze genade: "Ik vertrouw op Gods goedertierenheid, eeuwiglijk en altoos", Psalm
52:10. Gods genade is een geopende fontein. Laat daarin de emmer des geloofs neer en u kunt
drinken uit deze fontein van zaligheid. Wat is er nu groter bemoediging om te geloven dan
Gods genade? God acht het Zijn eer pardonbrieven uit te delen. Hij heeft niets liever dan dat
zondaren de gouden scepter van Zijn genade aanraken en leven. Deze bereidheid om genade te
bewijzen blijkt op twee manieren:
1. Door zondaren te bidden tot Hem te komen en Zijn genade aan te nemen. "Die wil, neme
het water des levens om niet", Openbaring 22:17. De genade lokt zondaren tot zich, zij
buigt zich zelfs tot hen neer. Het zou voor een vorst toch vreemd zijn als hij een veroordeeld
mens moest smeken het pardon te aanvaarden? God zegt: "Arme zondaar, sta Mij toe u lief
te hebben, wees gewillig dat Ik u zalig make."
2. Door Zijn blijdschap te tonen, als zondaren Zijn genade aannemen. Wordt God er meerder
van of wij Zijn genade aannemen of niet? Is er voor de fontein voordeel in als anderen eruit
drinken? Toch is Gods goedheid zodanig, dat Hij Zich verheugt in de zaligheid van
zondaren. Hij is verblijd als men Zijn genade aanvaardt. Toen de verloren zoon thuiskwam,
was de vader verblijd en hij maakte een feest om Zijn vreugde uit te drukken. Zo is God ook
verheugd als er een zondaar komt om Zijn genade te aanvaarden. Wat ligt hier een
bemoediging om in God te geloven! Hij is een God van vergevingen, Nehemia 9:17. "Hij
heeft lust aan goedertierenheid", Micha 7:18. Niets schaadt ons meer dan ongeloof.
Ongeloof stremt de stroom van Gods genade. Het sluit Gods ingewanden toe, het stopt de
opening van Christus' wonden toe, zodat er geen genezende kracht uitkomt. "Hij heeft
aldaar niet vele krachten gedaan vanwege hun ongeloof", Matthéüs 13:58.
Waarom gelooft u Gods genade niet? Benemen uw zonden u de vrijmoedigheid? Gods
genade kan grote zonden vergeven, ja zelfs, omdat ze groot zijn, Psalm 25:11. De zee bedekt
zowel de rotsen als het zand. Sommigen die de hand hadden in het kruisigen van Christus,
hebben zelfs genade gevonden. Zo hoog de hemel is boven de aarde, zo groot is Gods
genade over onze zonde; Jesaja 55:9. Wat anders zal ons aanmoedigen om te geloven dan
Gods genade?
Derde gebruik.
Pas op dat u de genade van God niet misbruikt! Zuig geen vergif uit de zoete bloem van Gods
genade. Denk niet, dat u kunt doorgaan in de zonde, omdat God toch genadig is; dat is van de
genade uw vijand maken. Niemand mocht de ark aanraken behalve de priesters, die door hun
ambt heiliger waren. Zo mag niemand de ark van Gods genade aanraken dan hij die beslist
heilig wil zijn. Te zondigen "omdat de genade te meerder worde" is de logica van de duivel. Wie
zondigt omdat er genade is, is net als iemand die zijn hoofd verwondt, omdat hij een pleister
heeft. Wie zondigt omdat God genadig is, zal zonder genade geoordeeld worden. Misbruikte
genade verandert in toorn. "Als hij zichzelven zegene in zijn hart, zeggende: ik zal vrede hebben,
wanneer ik schoon naar mijns harten goeddunken zal wandelen, om den dronkene te doen tot
de dorstige. De HEERE zal hem niet willen vergeven; maar alsdan zal des HEEREN toorn en
ijver roken over dezelven man", Deuteronomium 29:19, 20.
Niets is zoeter dan genade als het ten nutte wordt gebruikt; niets werkt meer toorn als het wordt
misbruikt; zoals niets kouder is dan lood als men het uit de mijn haalt en niets is zo kokend
heet als men het verhit. Niets is zo stomp als ijzer, maar als men het slijpt is er toch niets zo
scherp. "De goedertierenheid des HEEREN is over degenen, die Hem vrezen", Psalm 103:17.
Genade is niet voor degenen die maar zondigen en niet vrezen, maar voor degenen die vrezen
en niet willen zondigen. Gods genade is heilig, waar zij vergeving schenkt is zij ook genezend.
Vraag. Wat is nodig voor ons zodat wij behoefte krijgen aan Gods genade?
1. Leer uw nood te gevoelen. Bedenk hoezeer u vergevende, reddende genade nodig hebt!
Beschouw uzelf als wees. "Immers zal een wees bij U ontfermd worden", Hoséa 14:4. God
schenkt de gave van Zijn genade alleen aan diegenen die arm zijn. U moet ontdaan worden
van alle besef van eigen waardigheid. God giet de gouden olie der genade in lege vaten!
2. Wend u tot God om genade. "Wees mij genadig, o God!", Psalm 51:3. Zend me niet heen
met algemene genade die verworpenen ook kunnen hebben; geef mij niet slechts eikels
maar parels. Geef mij niet slechts genade om voedsel en deksel te hebben, maar genade om
mij te zaligen. Geef mij het beste van uw genade, HEERE! Laat mij genade en
goedertierenheid smaken. "Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden", Psalm
103:4. Geef mij die genade waarvan Uw verkiezende liefde in mijn ziel getuigt.
O, bid toch om genade. God bezit een schat van genade, het gebed is de sleutel om die
schatkist te openen, maar bedenk wel dat u in het gebed Christus in uw armen meeneemt,
want alle genade komt tot ons door Christus. "Toen nam Samuël een melklam", 1 Samuël
7:9. Neem het Lam Christus in uw armen, ga in Zijn Naam, draag Zijn verdiensten voor en
zeg: O, HEERE, hier is Christus' bloed, de prijs voor mijn vergeving. HEERE, schenk mij
genade omdat Christus die gekocht heeft. God zal ons afwijzen als wij in onze eigen naam
om genade vragen, maar Hij zal ons niet afwijzen als wij in Christus' Naam komen. Pleit op
de voldoening van Christus en dat is een grond waarop God het niet kan weigeren.
Vierde gebruik.
Degenen die genade gevonden hebben spoor ik aan tot drie dingen.
1. Vertoef op Gerizim, de berg van lof en prijs. Zij hebben immers niet alleen gehoord dat de
Koning des hemels genadig is, maar zij hebben het zo ervaren; de honingraat van Gods genade
heeft op hen gedrupt. Als zij in gemis verkeerden heeft de genade daarin voorzien; als zij nabij
de dood waren, heeft de genade hen van het ziekbed opgericht; als zij onder schuld bedolven
waren, heeft de genade hun vergeving geschonken. "Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat
binnen in mij is, Zijn heiligen Naam, Psalm 103:1. O, wat moesten de vaten der
barmhartigheid overlopen van lof!
"Die tevoren een godslasteraar was en een vervolger en een verdrukker; maar mij is
barmhartigheid geschied", 1 Timótheüs 1:13. Als door een wonder is mij genade bewezen. Zoals
de zee de dijken breekt en het land overstroomt, zo heeft de genade Gods de dammen der
zonde bij mij verbroken en is de genade zeer zoet in mijn ziel gevloeid. Gij die wondertekenen
van Gods genade zijt geweest, gij behoort bazuinen van Zijn lof te zijn. Gij die gesmaakt hebt
dat de Heere genadig is, vertel toch anderen welke ondervindingen gij gehad hebt van Gods
genade, opdat u hun moogt aansporen Hem ook te zoeken om genade te verkrijgen.
"Ik zal vertellen wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft", Psalm 66:16. Als ik mijn hart zo dodig
gevoelde, kwam Gods Geest met kracht in mij en het geblaas van die wind veroorzaakte dat de
verwelkte bloemen der genade weer verlevendigd werden. O, vertel anderen van Gods
goedheid, opdat u hen ook moge aanzetten Hem te loven en dat u Gods lof moge doen
voortleven, als gij gestorven zijt.
2. Heb God lief. Genade behoort de liefde op te wekken. "Ik zal U hartelijk liefhebben,
HEERE, mijn Sterkte", Psalm 18:2. Het Hebreeuwse woord liefde betekent "de liefde der
ingewanden (=inwendige edele delen)." Gods rechtvaardigheid kan ons Hem doen vrezen, Zijn
genade doet ons Hem liefhebben. Als genade niet de liefde voortbrengt, wat dan wel? Wij
dienen God lief te hebben omdat Hij ons voedsel geeft, maar veel meer omdat Hij ons genade
geeft. Wij moesten Hem liefhebben, om Zijn sparende genade, maar nog meer om Zijn
reddende genade. Een hart dat door Gods genade niet smelt van liefde, is zeker zo hard als
marmer. "Ik zou mijn eigen ziel haten, als ik er geen liefde tot God in vond", zei Augustinus.
3. Wees een navolger van God in het betonen van barmhartigheid. Is God de Vader der
barmhartigheid, toon dat u Zijn kinderen zijt door daarin op Hem te gelijken. Ambrosius zei:
"De hoofdsom van de godsdienst is: wees overvloedig in werken der barmhartigheid; wees
anderen naar lichaam en ziel behulpzaam. Strooi uw gouden zaad uit; laat de lamp van uw
belijdenis gevuld zijn met de olie van liefdadigheid. Zijt mild in het geven en vergeven. Wees
barmhartig, gelijk uw Vader in de hemel barmhartig is."