For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
20-04-2011
Genesis 8.
En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil. Ook werden de fonteinen des afgronds, en de sluizen des hemels gesloten, en de plasregen van den hemel werd opgehouden. Daartoe keerden de wateren weder van boven de aarde, heen en weder vloeiende, en de wateren namen af ten einde van honderd en vijftig dagen. En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventiende dag der maand, op de bergen van Ararat. En de wateren waren gaande, en afnemende tot de tiende maand; in de tiende maand, op den eerste der maand, werden de toppen der bergen gezien. En het geschiedde, ten einde van veertig dagen, dat Noach het venster der ark, die hij gemaakt had, opendeed. En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren. Daarna liet hij een duif van zich uit, om te zien, of de wateren gelicht waren van boven den aardbodem. Maar de duif vond geen rust voor het hol van haar voet; zo keerde zij weder tot hem in de ark; want de wateren waren op de ganse aarde; en hij stak zijn hand uit, en nam haar, en bracht haar tot zich in de ark. En hij verbeidde nog zeven andere dagen; toen liet hij de duif wederom uit de ark. En de duif kwam tot hem tegen den avondtijd; en ziet, een afgebroken olijfblad was in haar bek; zo merkte Noach, dat de wateren van boven de aarde gelicht waren. Toen vertoefde hij nog zeven andere dagen; en hij liet de duif uit; maar zij keerde niet meer weder tot hem. En het geschiedde in het zeshonderd en eerste jaar, in de eerste maand, op den eersten derzelver maand, dat de wateren droogden van boven de aarde; toen deed Noach het deksel der ark af, en zag toe, en ziet, de aardbodem was gedroogd. En in de tweede maand, op den zeven en twintigsten dag der maand, was de aarde opgedroogd. Toen sprak God tot Noach, zeggende: Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u. Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde. Toen ging Noach uit, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem. Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hun geslachten, gingen uit de ark. En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar. En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van s mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb. Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.
Genesis 7.
Daarna zeide de HEERE tot Noach: Ga gij, en uw ganse huis in de ark; want u heb Ik gezien rechtvaardig voor Mijn aangezicht in dit geslacht. Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje. Ook van het gevogelte des hemels zeven en zeven, het mannetje en het wijfje, om zaad levend te houden op de ganse aarde. Want over nog zeven dagen zal Ik doen regenen op de aarde veertig dagen, en veertig nachten; en Ik zal van den aardbodem verdelgen al wat bestaat, dat Ik gemaakt heb. En Noach deed, naar al wat de HEERE hem geboden had. Noach nu was zeshonderd jaren oud, als de vloed der wateren op de aarde was. Zo ging Noach, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem in de ark, vanwege de wateren des vloeds. Van het reine vee, en van het vee, dat niet rein was, en van het gevogelte, en al wat op den aardbodem kruipt, Kwamen er twee en twee tot Noach in de ark, het mannetje en het wijfje, gelijk als God Noach geboden had. En het geschiedde na die zeven dagen, dat de wateren des vloeds op de aarde waren. In het zeshonderdste jaar des levens van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op dezen zelfden dag zijn alle fonteinen des groten afgronds opengebroken, en de sluizen des hemels geopend. En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten. Even op dienzelfden dag ging Noach, en Sem, en Cham, en Jafeth, Noachs zonen, desgelijks ook Noachs huisvrouw, en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de ark; Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel. En van alle vlees, waarin een geest des levens was, kwamen er twee en twee tot Noach in de ark. En die er kwamen, die kwamen mannetje en wijfje, van alle vlees, gelijk als hem God bevolen had. En de HEERE sloot achter hem toe. En die vloed was veertig dagen op de aarde, en de wateren vermeerderden, en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde. En de wateren namen de overhand, en vermeerderden zeer op de aarde; en de ark ging op de wateren. En de wateren namen gans zeer de overhand op de aarde, zodat alle hoge bergen, die onder den ganse hemel zijn, bedekt werden. Vijftien ellen omhoog namen de wateren de overhand, en de bergen werden bedekt. En alle vlees, dat zich op de aarde roerde, gaf den geest, van het gevogelte, en van het vee, en van het wild gedierte, en van al het kruipend gedierte, dat op de aarde kroop, en alle mens. Al wat een adem des geestes des levens in zijn neusgaten had, van alles wat op het droge was, is gestorven. Alzo werd verdelgd al wat bestond, dat op den aardbodem was, van den mens aan tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels, en zij werden verdelgd van de aarde; doch Noach alleen bleef over, en wat met hem in de ark was. En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen.
Genesis 6.
En het geschiedde, als de mensen op den aardbodem begonnen te vermenigvuldigen, en hun dochters geboren werden, Dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden. Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren. In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name. En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was. Toen berouwde het de HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart. En de HEERE zeide: Ik zal den mens, die Ik geschapen heb, verdelgen van den aardbodem, van den mens tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels toe; want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb. Maar Noach vond genade in de ogen des HEEREN. Dit zijn de geboorten van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten. Noach wandelde met God. En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth. Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht; en de aarde was vervuld met wrevel. Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde. Daarom zeide God tot Noach: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen; want de aarde is door hen vervuld met wrevel; en zie, Ik zal hen met de aarde verderven. Maak u een ark van goferhout; met kameren zult gij deze ark maken; en gij zult die bepekken van binnen en van buiten met pek. En aldus is het, dat gij haar maken zult: driehonderd ellen zij de lengte der ark, vijftig ellen haar breedte, en dertig ellen haar hoogte. Gij zult een venster aan de ark maken, en zult haar volmaken tot een elle van boven; en de deur der ark zult gij in haar zijde zetten; gij zult ze met onderste, tweede en derde verdiepingen maken. Want Ik, zie, Ik breng een watervloed over de aarde, om alle vlees, waarin een geest des levens is, van onder den hemel te verderven; al wat op de aarde is, zal den geest geven. Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten; en gij zult in de ark gaan, gij, en uw zonen, en uw huisvrouw, en de vrouwen uwer zonen met u. En gij zult van al wat leeft, van alle vlees, twee van elk, doen in de ark komen, om met u in het leven te behouden: mannetje en wijfje zullen zij zijn; Van het gevogelte naar zijn aard, en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard, twee van elk zullen tot u komen, om die in het leven te behouden. En gij, neem voor u van alle spijze, die gegeten wordt, en verzamel ze tot u, opdat zij u en hun tot spijze zij. En Noach deed het; naar al wat God hem geboden had, zo deed hij.
"Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)
ZEVEN EN TWINTIGSTE VERSCHIJNING.
Vrijdag, 21 maart 1975 om 15.30 uur.
Jezus verschijnt aan Madeleine zoals gewoonlijk, met zijn handen in begroeting uitgestrekt, en zegt :
"Begint morgen een noveen, om u op de taak voor te bereiden die Ik u vragen zal. Deze noveen bestaat uit één geheim per dag gevolgd door het gebed dat ik u geleerd heb en een tientje van de rozenkrans. Bidt het in stille overpeinzing en nederig."
Madeleine vraagt :
" Wanneer, Heer, zult u mij de taak laten weten, die ik vervullen moet ?"
"Op Goede Vrijdag."
Hij glimlacht naar Madeleine en verdwijnt.
Hij keek haar ernstig aan maar niettemin allerlieflijkst en uiterst goedhartig.
De heilige Eucharistie.
De gave van godsvrucht wordt door nederigheid
en de verloochening van het eigen ik verkregen.
De Heer: Men moet de gave van godsvrucht met ijver zoeken, er met verlangen om bidden, geduldig en vertrouwvol verwachten; ze dankbaar aannemen, nederig bewaren, ijverig daarmee werken en dan God het einde en de wijze van zijn verheven bezoeking overlaten totdat Hij komt. Gij behoort u vooral te vernederen, als gij innerlijk weinig of geen godsvrucht voelt, maar niet te zeer ontmoedigd te zijn of u er onmatig over te bedroeven.
God geeft dikwijls in een kort ogenblik wat Hij gedurende lange tijd heeft geweigerd; Hij geeft soms op het einde wat Hij in het begin van het gebed uitstelde te geven. Als de genade steeds snel zou worden gegeven en naar wens aanwezig was, zou dit voor een zwak mens moeilijk zijn te dragen. Daarom moet men de gave van godsvrucht in goed vertrouwen en met nederig geduld afwachten. Wijt het echter aan uzelf en aan uw zonden, als gij ze niet ontvangt of als zij u op geheime wijze wordt ontnomen.
Soms is het een nietigheid die de genade tegenhoudt of verbergt, als men tenminste over een nietigheid spreken kan en niet eerder over een gewichtige zaak die een zo groot goed tegenhoudt. En als gij dit nietige of gewichtige beletsel zult hebben weggenomen en volmaakt overwonnen, dan zal gebeuren wat gij verlangt hebt.
Want onmiddellijk nadat gij u geheel aan God zult hebben overgegeven en niet dit of dat volgens uw keus of welbehagen hebt gezocht, maar u onvoorwaardelijk aan Hem hebt gegeven, zult gij de eenheid en vrede vinden. Want niets zal u zoveel voldoening brengen en aangenaam zijn als het welbehagen van de goddelijke wil.
Wie dus zijn bedoeling eenvoudig naar boven, op God heeft gericht en zich van iedere ongeregelde liefde of tegenzin voor een of ander schepsel heeft vrijgemaakt, zal zeer geschikt zijn om de genade te ontvangen en de gave der godsvrucht waardig te zijn. Want de Heer geeft dáár zijn zegen waar Hij lege vaten vindt.
Hoe volkomener iemand aan het lagere verzaakt en meer aan zichzelf sterft door zelfverachting, des te sneller komt de genade, des te overvloediger treedt zij binnen, des te hoger verheft zij het hart dat vrij is. Dan zal hij zien en overvloed hebben, en zich verwonderen en zijn hart zal verruimd worden in hem; want de hand des Heren is met hem en zelf heeft hij zich volstrekt in zijn handen overgegeven tot in eeuwigheid.
Zie, zo zal de mens worden gezegend die God zoekt met heel zijn hart en die zijn ziel niet tevergeefs ontvangt.
Hier bij het ontvangen van de heilige Eucharistie verkrijgt hij de grote gunst van de goddelijke vereniging; want hij heeft geen aandacht voor eigen godsvrucht en vertroosting, maar boven alle godsvrucht en vertroosting staat voor hem Gods eer en glorie.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
OP WEG NAAR AMALFI.
Boek 9 - KAP. 99 LAT. TEKST
Toen de heilige Birgitta van Rome zou gaan naar het graf van de heilige Andreas, de apostel, in het rijk Sicilië, kon zij ten gevolge van allerlei ziekte niet verder komen dan Bari. En daar het in de adventstijd was, gedurende welken zij placht te vasten, en er vele zieken waren onder haar gezelschap en men onderweg geen vis kon krijgen, bad zij God dat het hun toegestaan zou worden om vleesch te eten en dat de zieken het vasten mochten laten zonder God te vergrammen, of de omgeving te ergeren.
Toen openbaarde Christus zich en zeide: "De vis is zeer koud, en het jaargetijde niet zeer warm, de weg is moeilijk en bergachtig, en gijlieden zijt ziek. Eet daarom wat gij krijgen kunt, want ik sta boven alle beloften. En wat dient tot Gods glorie en tot het nooddruftig onderhoud van het lichaam zal niet als zonde aangerekend worden."
19-04-2011
AAN ALLEN EEN GEZEGENDE DINSDAG TOEGEWENST.
N ( M ).
THE VATICAN -History Channel 2011.
THE VATICAN -History Channel 2011.
Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)
23 MEI 1986.
Vrede zij met je; ik zal je meer aan God binden; die banden zullen je ziel versterken en je ziel vrede geven; steun op God; ik bemin je; bemin God; ik zal een plaats voor je klaarmaken; ik zal op je wachten, ik zal je meenemen naar God verzamel geld en geef het aan de arme, noodlijdende zielen; geef hun betere kleren; wees edelmoedig; ere zij God; Daniël;
24 MEI 1986.
Jezus is voor jou gestorven;
Vrees niet want Ik ben bij je;
( Ik werd onmiddellijk ongerust. )
Wie zei dit?
God zei het; ik zal je kleden in een lang, wit kleed en ik zal je zuiver maken in Jezus tegenwoordigheid; prijs de Heer; Daniël;
25 MEI 1986.
Vasulla, waar jij bent blijft niets, maar waar ik leef blijft alles altijd bestaan, altijd; ere zij God omdat Hij je dichter naar Zich toe brengt;
Jahweh
Bemint je; leef in vrede; steun op
Jahweh
Want
Jahweh
Herstelt; geef Hem eer;
Vrede voor allen, Vrede voor alle mensen op aarde;
Wordt vervolgd.
Strijdt tot het uiterste voor het geloof.
"Geliefden, daar ik mij in alle opzichten beijver u te schrijven over ons gemeenschappelijk heil, zie ik mij genoodzaakt het te doen met de vermaning tot het uiterste te strijden voor het geloof, dat eenmaal de heiligen overgeleverd is" (Judas 3).
Heil is alleen in het oorspronkelijk geloof te vinden.
Toen Judas over het heil van zijn lezers nadacht, besefte hij dat een ernstige vermaning nodig was. Hij wist dat wij alleen behouden zullen worden indien wij aan het oorspronkelijk geloof trouw blijven en hij wist ook dat dit een voortdurende inspanning vereist.
Een constante strijd is vereist om het oorspronkelijk geloof te handhaven.
Voor iets te strijden wil zeggen dat wij het krachtig bevestigen, logisch bewijzen en tegen alle tegenstand verdedigen. Dit omvat het handhaven van zowel zuiverheid in de leer als een levenswijze die met het evangelie in overeenstemming is.
Paulus gaf een gelijkaardige vermaning: "Alleen, gedraagt u waardig het evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig blijf, ik van u moge horen, dat gij vaststaat in één geest, één van ziel medestrijdende voor het geloof aan het evangelie" (Filippenzen 1:27).
Er is slechts één geloof dat redding brengt.
De geest van onze tijd wil ons doen denken dat wij mogen geloven wat wij maar willen, dat één godsdienst even goed is als een andere, dat wij gewoon gelijk welke kerk mogen kiezen die ons ligt.
Maar Judas zegt ons dat wij voor het geloof tot het uiterste moeten strijden. En dat ene geloof werd in de eerste eeuw 'eenmaal' aan de heiligen overgeleverd en wordt voor ons in heilige Schrift bewaard.
Er is "één lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping, één Here, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen" (Efeziërs 4:4 t/m 6).
De ene God is niet de ontwerper van de duizende tegenstrijdige 'geloven' die in christendom verkondigd en beoefend worden.
Wat wij trachten waar te maken is niet gemakkelijk. Wij willen trouwe volgelingen van Christus zijn en wij willen eenvoudig een gemeente van Christus zijn, een verzameling van Gods kinderen. Dit vereist voortdurende inspanning. Christenen in de eerste eeuw werden afvallig en christenen worden afvallig in onze tijd. Plaatselijke gemeenten werden in de eerste eeuw afvallig en ook in onze tijd drijven plaatselijke gemeenten weg van de waarheid. Dit kan ons ook gebeuren indien wij niet voortdurend tot het uiterste strijden "voor het geloof, dat eenmaal de heiligen overgeleverd is."
Alleen het oorspronkelijk evangelie brengt redding.
Paulus schreef aan de gemeenten te Galatië: "Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, en dat is geen evangelie. Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt! Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, zeg ik thans nog eens: indien iemand u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt!" (Galaten 1:6 t/m 9).
Wij mogen niet verder gaan dan wat geschreven is (1 Korintiërs 4:6). Wij moeten binnen de leer van Christus blijven: "Een ieder, die verder gaat en niet blijft in de leer van Christus, heeft God niet; wie in die leer blijft, deze heeft zowel de Vader als de Zoon" (2 Johannes 9).
Het oorspronkelijk geloof is voor de redding vereist. Een voortdurende strijd is noodzakelijk om dit geloof te handhaven. Er is slechts één geloof dat redt, het oorspronkelijk evangelie van Christus zoals in de eerste eeuw gepredikt en voor ons in heilige Schrift bewaard. Laten wij daarom tot het uiterste "strijden voor het geloof, dat eenmaal de heiligen overgeleverd is" (Judas 3).
JEZUS WAARSCHUWINGEN.
JEZUS WAARSCHUWINGEN.
De waanzin van de huidige wereld heeft de grenzen van mijn geduld bereikt. Het is door het Kruis dat ik de wereld wil redden.
De kracht van mijn Liefde zal hen treffen in hun vlees, in hun geest. Kijk naar degenen die hen voorafgegaan zijn, die het Kruis omhelsd hebben om gered te worden. Voorwaar, IK zeg u: niet allen zullen gered worden, want ze hebben de maat overschreden die Ik hun had toegestaan. Voor velen is het te laat, en dit aantal neemt dagelijks toe. Ze zijn niet meer te redden. Mijn Liefde kan niets meer voor hen doen en mijn Gerechtigheid zal zich voltrekken. Diegenen zullen nochtans gered worden die, nog tijdens dit leven, tot inkeer zullen komen door een oprecht berouw over hun zonden.
Zie Mij opstijgen naar de Vader en met Mij diegenen die gered werden door mijn Offer. "Wanneer IK zal opgeheven zijn van de aarde, zal IK alle zielen tot Mij trekken". De zielen die Mij zullen volgen, maar niet zij die tot het einde toe in hun ellende zullen blijven steken. Ik zal Licht brengen aan hen die niet begrepen hebben....... Maar Ik zal het ontnemen aan hen, die, nadat ze het Offer van een reddende Liefdegod begrepen hadden, vergeten dat ze christenen zijn en niet ophouden Me te beledigen.
Mijn kindje, gij zijt het zaadje van de Liefde. Het is reeds op vele plaatsen in de wereld ontkiemd. Deze kleinen, die mijn Hart bemint, zijn tot genade herboren. Stap voor stap volgen ze Mij op de weg naar de Hemel. Op hun weg ontmoeten ze dikwijls het Kruis dat de Liefde hun vraagt te dragen en te offeren Voor de kinderen van de Liefde, is het Kruis hun enige hoop geworden door het geloof in mijn Belofte:
"Zullen gered worden, zij die de ziel van een arme hebben". Zie hoe mijn allerheiligste Moeder, in een smekend gebaar, haar handen uitstrekt naar de zielen in nood.
Ja, de mensen doen mijn Moeder wenen, maar nog steeds verspert mijn Hart de weg van mijn Gerechtigheid die hen wil vernietigen.
Voor hoelang nog?
Troostvol bezie Ik mijn kleintjes, die Ik ben komen redden en die in hun hart de klacht horen van hun goddelijke Vriend: de Offerende Liefde.
Het is vreselijk!
Het is vreselijker dan ge denkt. Op vele plaatsen in de wereld triomfeert het gouden kalf, niettegenstaande mijn waarschuwingen. Deze triomf is weliswaar van korte duur, maar toch verwoestend voor de zielen. En IK kan er niets aan doen, want IK eerbiedig hun vrije wil tot op de dag dat de tijden voltooid zijn en dat de Immanente Gerechtigheid in werking zal treden.
Mijn kind de Kerk is ernstig ziek. Ik vraag mijn kleinen ze te hulp te komen. Door de terugkeer naar de Bronnen. Het is Dringend! Ik kan niet langer ongevoelig blijven voor de tranen van mijn Moeder. Zal de wereld geslagen moeten worden?
Ik ben de liefde komen aanleren aan de mensen en de liefde vlucht uit deze wereld die de liefde in haar zuiverste wezenheid aantast.
Ik wil doorzichtigheid vanwege de mensen die Mij lief hebben. Ik wil verschijnen in u, mijn kinderen. De schurftige schapen zijn talrijk. Zij die nog gezond zijn, dreigen besmet te geraken. Vandaar de noodzaak van doorzichtigheid doorheen een menselijke natuur die naar mijn Beeld geschapen werd.
Bid, mijn kleintje, bid zonder ophouden. Moge alles in u liefde zijn. Als ge hier en daar een bevestiging van hoop ziet, weet dan dat het nog maar een klein teken is van een noodzakelijke heropstanding.
De toestand is zorgwekkend. Het is het uur van de keuze.
"Uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan zijn kleine zielen"
"Uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan zijn kleine zielen"
Het niemendalletje.
Men spreekt niet meer over de hel. Ik verzeker u dat ze bestaat. Als datgene wat slechts één is, namelijk Liefde en Gerechtigheid, alles geprobeerd heeft om de weerbarstigen te redden, dan zal - ik durf er niet aan denken - Gods Gerechtigheid de eerste plaats innemen; en de Liefde zal lijden onder het verlies van hen die ze tot elke prijs wilde redden; men aanvaardt zo moeilijk het lijden dat ons nochtans dat ons graag komt bezoeken.
Is het niet zo dat lijden aan Jezus onze liefde bewijst, onze wil om te beminnen?
Ik denk aan Paus Johannes-Paulus II, waar ik zo van houd.
Ik denk aan die pijnlijke voorspelling. Ik bekijk hem glimlachend.
Met mijn ogen ondervraag ik Jezus.
Jezus
Ik heb niet gezegd dat hij de enige zal zijn om te strijden; velen zullen nadat ze hun opdracht vervulden, aan mijn Rechterzijde vallen.
Ik zal ze doen herleven in hen die de Aflossing opzich nemen en tot aan de uiteindelijke Overwinning zal Ik in hun midden blijven.
Zij
Maar onze Heilige Vader?
Jezus
Er zijn altijd Martelaren van de Liefde geweest.
Zij
Mijn God, behoed hem voor het Kwade.
Jezus
Het Kwade? Dat is niet aan zichzelf te kunnen sterven; maar hij is allang aan zichzelf gestorven om slechts in Mij te leven. Hij is alleen nog een vleselijk omhulsel dat de Liefde en haar schatten bedekt.
Zij
Het is daarom dat we van hem houden.
Jezus
Daarom ook wordt hij gehaat.
Zij
Hij gaat toch niet sterven, zeker?
Jezus
Wie spreekt er van sterven? Het Leven kent de Dood niet.
Mijn allerkleinste wees niet bedroefd.
Laat uw God maar doen.
Ik zal voorbijtrekken met mijn Liefde en mijn Gerechtigheid.
ONZE LIEVE VROUW.
ONZE LIEVE VROUW.
Jezus
Ja, MARIA, zuiver pronkjuweel van mijn hemel. Middelares tussen Mij en de mensen.
Kanaal langs waar mijn genade tot bij de kinderen van de aarde vloeit.
Maria, stralende Ster, heersend over al de zielen in de hemel en op aarde.
Miskent haar macht niet, want ze is onmetelijk.
Door haar zal de boze geest overwonnen worden. Bedenkt dan ook hoe belangrijk het gebed tot Maria is. De daden van de mensen hebben grotere waarde wanneer ze verricht worden in haar en door haar. Mijn Hart zindert van vreugde wanneer ze met haar moederlijke handen Mij uw gaven aanbiedt. Als ge beter het Hart van uw lieve moeder kende, zoudt ge mijn liefdegave meer op prijs stellen. Bemint haar, schenkt haar u zelf. Het is Mij veel aangenamer u uit haar handen te ontvangen. Kunt ge u voorstellen, dat Ik u zou verstoten wanneer zij Mij hulp en bijstand voor u vraagt?
Wat is het bedroevend voor Mij wanneer Ik mijn Onbevlekte Moeder zo verwaarloosd zie tot in de kerken toe. Geeft haar weer de verering die haar van rechtswege toekomt.
Zij is mijn Moeder en de uwe. Verbindingsteken tussen ons.
Ik zal genadig zijn voor degenen die haar oprecht liefhebben, haar die onophoudelijk bidt voor allen.
Zij is de steunpilaar van mijn Kerk, niets ontsnapt aan haar waakzame blik.
Zij is schrikwekkend voor de vijand.
Vertrouwt u aan Maria toe.
Zij zal Mij uw noden, uw zorgen en uw vreugden brengen.
Vertrouwt op haar.
Bemint haar met dezelfde liefde waarmee ge Mij bemint.
Ik zal er niet jaloers om zijn.
Maria;
Ik weende om de gruwelen van de huidige wereld. Ik weende om de dwaasheid van de volkeren, die zelf de wapens smeden voor hun vernietiging. Ik weende om de ondankbaarheid van mijn kinderen.
Bemin mijn goddelijke Zoon, dien Hem met hart en ziel.
Mijn zegen vergezelt u.
Kinderen, ik heb u bijeengebracht. Ge hebt een plaats in mijn hart.
"Uit de Boodschap van de Barmhartige Liefde aan zijn kleine zielen".
"Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)
ZES EN TWINTIGSTE VERSCHIJNING.
Vrijdag, 14 maart 1975 om 15.00 uur.
"Daar is het Licht !"
De Heer heeft zich getoond met zijn rechterhand op zijn borst, zijn andere langs zijn lichaam hangend.
Hij lacht Madeleine toe en zegt :
"Volhardt Madeleine in gebed, vasten en onthouding. Volhardt, zonder de tegen u opkomende spot en laster te vrezen, want maar weinig hechten geloof aan de woorden die uit uw mond zijn gekomen. Maar de priester kan getuigen dat zich op uw gelaat de onzichtbare Aanwezigheid weerspiegelt. Na deze vastendagen, zult u met een zware taak belast worden."
Madeleine was een beetje bang voor die taak en zegt tegen de Heer :
"Maar als ik die taak nu niet kan vervullen ?"
"Als Ik u een tank geef om te vervullen, dan kunt u die vervullen."
Alvorens haar te verlaten, zegt Hij tegen haar :
"Kruist uw handen op uw borst, zoals Ik u geleerd heb."
De Heer glimlachte en verdween.
Madeleine schrijft :
"Zijn oogopslag is vol Goedheid, van een ondefinieerbare mildheid; niemand heeft zon transparante blik, helderder als van een kind. Zijn gelaat toont geen rimpels en toch heeft Hij uitgesproken trekken. Hij lijkt een dertig jaar oud te zijn. Als men Hem ziet krijgt men de indruk dat Hij tegelijk en vlees en geest is, en wat voor Geest ! Zuiverheid, doorzichtigheid en heiligheid doordrenken zijn Lichaam. Als Hij spreekt, hoeft Hij niet te zoeken en vergist zich nooit; zonder aarzeling. Zuiver en helder als het Kruis dat ik gezien heb, helder en schaduwloos, fris en rimpelloos, doorzichtig en smetteloos. Het is niet in woorden te vangen, net zomin als mijn innerlijke Vreugde tijdens die communie toen ik voor het eerst zijn aanwezigheid ondervond."
De heilige Eucharistie.
Het vurig verlangen van sommige gelovigen
naar het Lichaam van Christus.
O hoe groot is de zoetheid Heer die Gij bewaard hebt voor wie U vrezen.
Als ik denk aan sommige gelovigen die tot uw Sacrament met de grootste godsvrucht en liefde naderen. Dan ben ik in mijn binnenste verward en beschaamd, dat ik zo lauw en koud nader tot uw altaar en de tafel van de heilige communie. Dat ik zo dor en zonder gevoeligheid van hart blijf, dat ik voor U, mijn God, niet totaal ontvlamd ben; en niet zo hevig aangetrokken en ontroerd als vele gelovigen geweest zijn, die uit vurig verlangen naar de communie en voelbare liefde in hun hart hun tranen niet konden bedwingen. Met de mond, zowel met het hart als met het lichaam, gaven zij hun hevig verlangen naar U, God, de levende Bron. Zij wisten niet op welke wijze zij anders hun honger moesten matigen of stillen, als zij niet uw Lichaam met alle geestelijke blijdschap en vurige begeerte hadden ontvangen.
O waar en vurig geloof, dat zelfs een aannemelijk bewijs wordt van uw heilige tegenwoordigheid. Zij immers erkennen in waarheid hun Heer bij het breken van het brood, van wie het hart zo vurig in hen brandt als Jezus met hen meegaat. (Lc. 24 : 35)
Van die liefde en godsvrucht, van die hevige liefde en vurigheid ben ik ver verwijderd. Goede, milde, welwillende Jezus, wees mij genadig en geef uw arme bedelaar om tenminste van tijd tot tijd iets van een innige, hartelijke liefde bij de heilige communie te mogen voelen. Dat daardoor mijn geloof krachtiger wordt, mijn hoop op uw goedheid mag toenemen en de liefde eenmaal volkomen ontbrand bij het ontvangen van het hemelse manna, mij nooit meer ontbreekt.
Want uw barmhartigheid is in staat mij ook de gevraagde gunst te verlenen en als de dag van uw welbehagen is gekomen, mij uiterst genadig met de geest van vurigheid te bezoeken. Want al brand ik niet van zulk een grote begeerte als zovelen die U bijzonder zijn toegewijd, toch heb ik dank zij uw goedheid reeds het verlangen naar dat vurig ontvlamd verlangen.
Ik bid en hoop deel te mogen uitmaken van al die vurige minnaars en gerekend te mogen worden onder hun getal.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
BIJ DE DOOD VAN INGEBORG.
Boek 9 - KAP. 98
Toen de bruid van Christus hoorde, dat haar dochter Ingeborg, die non in het klooster te Riseberg was, overleden was, zeide zij juichend : "O, Heere Jezus Christus, o mijn geliefde, gezegend zijt Gij, die haar riep, voor de wereld haar verstrikte." En aanstonds ging zij naar haar bidkamer en weende en zuchtte er zoo zeer, dat haar omgeving het hoorde. Maar toen verscheen Christus haar en zeide: "Vrouwe, waarom weent gij ? Inderdaad, ik weet alles, maar ik wil het hooren uit uw eigen mond." Zij antwoordde : "O, Heer, ik ween niet, omdat mijn dochter dood is, ik verheug er mij eer over, omdat zij, indien zij langer geleefd had, nog meer rekenschap voor U had af te leggen. Maar ik ween, omdat ik haar niet heb opgevoed volgens Uwe geboden.
En omdat ik haar voorbeelden van hoogmoed heb gegeven, en haar te licht bestraft heb, als zij verkeerd deed." Christus antwoordde haar : "Iedere moeder, die er over weent, dat haar dochter God vertoornt, en haar volgens haar beste weten opvoedt, is een ware moeder van ware liefde en een moeder der tranen, en haar dochter is Gods dochter ter wille der moeder. Maar de moeder, die er zich over verheugt, dat haar dochter zich naar de wereld weet te schikken, en zich niet bekommert om haar zeden, indien de wereld haar maar verheft en eert, is geen moeder, maar een stiefmoeder. Daarom zal uw dochter ten gevolge van uwe liefde en van uwen goeden wil langs een korteren weg de kroon der heerlijkheid bereiken."
18-04-2011
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE MAANDAG.
N ( M ).
Our Lady of Guadalupe.
Our Lady of Guadalupe.
Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)
17 MEI 1986.
Jezus vergeeft zonden en zuivert; in Zijn Naam kom Ik met vrede bij je; ik bid voor jou;
( Later; )
Vrede; vrede; bemin alles wat God je heeft gegeven; moge je liefde voortdurend groeien en moge ze toenemen; Daniël;
18 MEI 1986.
Vrede zij met je; kom tot Jezus en bemin Hem; ere zij God verheerlijkt God; kom tot Jezus, Hij is voor jou gestorven; heb Hem nodig; ik zal je leiden om Jezus te naderen; kom en verlang de Goede dingen te leren; Daniël;
19 MEI 1986.
Ik zal je helpen en je leren te onderscheiden; ik zal je leren te herkennen wie bij je is; Jezus bemint eeuwig; "vrees niet, want Ik ben hier en Ik bemin jullie allen;"
( Dit was Jezus die sprak. Mijn engel citeerde Hem. )
20 MEI 1986.
Prijs de Heer want Hij is goed; verheerlijk Hem want Hij is dichtbij; Jezus brengt Vrede en Liefde aan allen; wees goed, wees goed; Daniël;
21 MEI 1986.
Ere zij God; ik zal voor je bidden; ik zal je Gods Wet onderrichten; ik spreek nu voor God; God
Jahweh
Heeft jou uitgekozen om Zijn leerlinge te zijn en je alles over Hemzelf en Zijn Zoon Jezus Christus te leren; prijs de Heer; ga in vrede; Daniël;
Wordt vervolgd.
Klein pleidooi voor het herstel der Biecht.
Klein pleidooi voor het herstel der Biecht.
De Duitse exegeet en bekeerling Heinrich Schlier schrijft dat één van de belangrijkste beweegredenen voor zijn verblijf in het katholieke Beieren was geweest: "Mij trof de gemoedelijkheid van de mensen, een familiariteit als gevolg van hun gewoonte te biechten met barmhartigheid, in de eerste plaats met zichzelf." Soms vraag ik me af hoe het komt dat het er in de kleine katholieke gemeenschap in Nederland vaak zo hard aan toe gaat. Of, hoe het kan, dat mensen de katholieke Kerk "liefdeloos" vinden en haar om die reden verlaten.
Als je kijkt naar de verschillen in dagelijkse geloofsbeleving tussen Rusland, waar ik als priester werk, en Nederland, valt één ding onmiddellijk op: voor en tijdens de Eucharistie vieringen staan er hier rijen mensen voor de "biechtstoelen". Mensen gaan regelmatig, en graag, biechten.
"Wellicht dat geen instituut van enige andere religie zo veel geluk in de wereld heeft gebracht als de biecht", merkt de filosoof Oswald Spengler op. Inderdaad: je kunt het zo bont niet maken of het wordt je vergeven. Bijkomende grote voordelen: de mogelijkheid, in volstrekte anonimiteit en geheimhouding, je eigen gedrag bij de naam noemen en dus helder te blijven denken, maar zonder te vervallen in wanhoop, want er is immers vergeving. De biecht laat je met Gods ogen naar jezelf kijken, maakt je barmhartiger en goedgunstiger voor jezelf, en dan na verloop van tijd ook voor de anderen. Zo wordt de samenleving gemoedelijker, zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan het ideaal, aan de morele wet.
Soms wordt er gezegd: "Ja, lekker makkelijk: je biecht en dan worden je zonden vergeven." Dan kan je als christen enkel antwoorden: ja, dat is waar. Zo is het christendom, een godsdienst die het de mensen eenvoudiger wil maken. Christus zei niet: "Geen enkel mens kan in Gods naam zonden vergeven." Of: "Er bestaat niet meer zoiets als zonde." Hij zei: " Wiens zonden gij vergeeft, hun zijn ze vergeven."
Natuurlijk heeft biechten ook lastige kanten. Het is een beetje vernederend je eigen zonden te moeten vertellen aan een andere, misschien ergere zondaar. En ook voor priesters kan het eentonig zijn steeds dezelfde zonden te moeten aanhoren. Het kost tijd en energie en God ziet toch alles. Misschien daarom en ook door de nabijheid van het protestantisme dat in Nederland de katholieke gemeenschap zo snel afscheid heeft genomen van de biecht.
Maar de nadelen van het verdwijnen ervan zijn veel groter dan de voordelen. Want wat gebeurt er als deze mogelijkheid je ontnomen wordt, de iure zoals door de Reformatie of de facto zoals in de katholieke kerk in Nederland sinds de jaren zestig? Aangezien je als mens toch van alles doet, zoekt de diepe menselijke behoefte aan vergeving en rechtvaardiging, andere wegen.
Als je je niet altijd aan de norm kunt houden, en er geen vergeving meer is, dan moet de norm maar veranderd worden, willen we niet wanhopig worden. Loodzware ethische debatten zijn het gevolg. "Liefdeloos" wordt je niet meer genoemd als je niet vergeeft, maar als je de norm niet verandert. De behoefte aan zelfrechtvaardiging probeert de schuld te geven aan anderen. Of te vluchten in vreemde "biechtachtige" doodernstige zelfuitdruk-kingen in kunst en literatuur. Terwijl je, als je vergeven bent, heel anders tegen de wereld aankijkt: luchtig, vriendelijk, dankbaar, open. "De biecht had de mensen nooit moeten worden afgenomen", heeft Goethe eens opgemerkt. Het goede nieuws is nu, dat ze nog bestaat.
Vandaar mijn oproep aan collega-priesters: stof die biechtstoel af, zet hem achter in de kerk (dichtbij de ingang, want het is niet prettig als zondaar door de hele kerk te moeten lopen), met een ouderwets rooster tussen priester en biechteling om anonimiteit te waarborgen en elke verdenking van ongewenste intimiteit tegen te gaan. Leg tijdens je preek de mensen uit, hoe prachtig het is, je hele leven lang, hoe bont je het ook gemaakt hebt, van God zelf vergeving te kunnen krijgen. Vraag die emerituspriester om op zondag voor en tijdens de Mis in de biechtstoel te zitten. Niet voor psychologische pastorale gesprekken daar zijn andere momenten voor maar gewoon voor: "ik heb dit en dat gedaan" " en ik ontsla u van uw zonden".
En dan bidden en afwachten.
Michiel Peeters
NOTA DOOR DE LAY-OUT BEWERKER (Jules) VAN HET KLEIN PLEIDOOI.
Men noemt terecht Medjugorje "De biechtstoel van de wereld". De naam, door mensen gegeven, is de weerspiegeling van de eindeloze rijen aan de tientallen biechtstoelen, aan de zijkant van de parochiekerk.